Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
De vakjury noemt dit een adembenemend verhaal...
waarin observant deelnemer wordt, maar dat pas doorheeft als het te laat is.
Dames en heren, deze roman snijdt recht door je ziel...
en zal je geen moment loslaten.
De winnaar van de Gouden Pen is geworden...
Jasmijn Helmert.
Wat goed.
Gefeliciteerd. - Dank je wel.
Wauw, wat een eer.
Ik moet nu een heleboel mensen bedanken.
Allereerst de jury, voor het omarmen van m'n werk.
O, ja. Zie je wel?
Wat ik nog nodig heb, is vijf. - Nee, dat zag ik, valsspeler.
Zeg je dat ik valsspeel? Mag dit niet? - Nee, dat mag niet. Je bent een boef.
Hij is wel mijn boef, hè? - Ja, hoor je dat nou?
Hoe is het met het hotel? - Goed. Heel erg goed.
We worden platgebeld en we zijn vol tot volgend seizoen.
Daarom blijven we voortaan in Marokko. - Wat goed. Gefeliciteerd.
Heeft ze je eindelijk overgehaald. - Overgehaald? Je kent je moeder toch?
Als ze iets in haar hoofd heeft... - Het is daar zo heerlijk.
In Le Jardin willen wij samen oud worden.
Hoor je dat, Sammy? Oma denkt dat ze nog niet oud is.
Heel erg uitkijken, jij.
Dag, pap. Heel gezellig. - Kus aan de kleine man.
Tot snel. - Doei.
Jasmijn, waar blijf je? Iedereen is er al. - Ik ben onderweg, ik ben er bijna.
Je komt zelfs te laat op je eigen feestje.
Sorry, ik kwam niet weg. Iedereen wilde aandacht, even op de foto.
De uitgever wilde meteen weten wanneer m'n nieuwe boek klaar is.
Wat goed. Wat een goed nieuws. - Shit.
Wat gebeurt er? - Je bent gevallen.
Ik moet echt een nieuwe houder kopen. - Doe je wel voorzichtig?
Jasmijn?
Lekker bezig?
Wat ben je aan het doen?
Dingetjes opzoeken, beetje research. - Voor je verhaal?
Ja.
Hoe ging dat gesprek bij de uitgever?
Ja, goed. Ze waren enthousiast. - O, echt? Wat goed.
Eindelijk goed nieuws. Dat moeten we vieren.
Ja. Kunnen wij ook de kaart krijgen? Dank je wel.
Ik dacht dat deze meeting ook met Jasmijn was.
Sorry, maar ze heeft wat... Ze heeft wat privéproblemen.
Niks ernstigs hoop ik. - Nee, dat komt wel goed.
Wanneer kan ik iets lezen? Het boek moet over een maand bij de drukker zijn.
Het boek laat nog wat op zich wachten, maar ze is bezig met de re-write.
We hebben een releaseschema.
Ik kan niet schuiven. Ik geef je nog twee maanden.
Als het er dan nog niet is, ontbind ik het contract en wil ik m'n voorschot terug.
Eet smakelijk.
Waar was je bij de meeting? - Ik had daar niks te zoeken.
Wat ben je hier eigenlijk aan het doen? - Mensen helpen.
Lieverd, je hebt een megadeal te pakken, oké?
Ik krijg geen letter op papier.
Heb je geen oud werk liggen of iets?
Wil je haar alsjeblieft met rust laten? - Ik doe gewoon m'n werk.
Alsjeblieft. Eet smakelijk. Ben je blind?
Zie je niet hoe het met haar gaat? - Volgens mij best goed.
Ze kan ook voor deze armoedzaaiers werken, dus ik zie het probleem niet.
Wat een heerlijke ouwe bak.
'Gerijpt' heet dat, hè? En trots. En niet kapot te krijgen.
Zullen we een stukje gaan rijden?
Dat lijkt me niet verstandig. - Waarom?
Ik heb een ernstig auto-ongeluk gehad waarbij m'n vrouw is omgekomen.
Wat erg.
Frontaal aangereden door een of andere vrouw.
Heb je die vrouw nog weleens gesproken?
Nee. Ze heeft me wel een pak brieven geschreven.
Wat stond erin?
Dat weet ik niet. Ik heb ze niet gelezen.
Is Wim de Groot er?
Nee. Die woont hier al heel lang niet meer.
Is hij verhuisd?
Wim is mijn vader.
Ben jij van die brieven?
Sorry. - Sorry voor wat?
We hoeven geen medelijden van jou.
Dankzij jou ben ik m'n moeder verloren, maar ben ik ook m'n vader kwijt.
Laat ons alsjeblieft met rust, wil je?
Opa is in Marokko, in de Jardin. - Wat is dat?
Zijn hotel. - Dank je.
VACATURE: HOTELASSISTENT IN HOTEL LE JARDIN
Dit zat bij de post, hij kwam terug.
Schrijf je nou nog steeds brieven? - Ja. Dus?
Hou eens op met proberen contact te krijgen, ga door met je leven.
Dat doe ik. Op mijn manier.
Je kunt nog honderd brieven schrijven aan die man. Duizend brieven.
Er verandert niks.
Ben jij het.
Is Jasmijn hier? Ik maak me zorgen om haar.
Ik wil alleen weten hoe het gaat, dan ben ik zo weer weg.
Kom maar binnen. - Dank je.
Jasmijn, Hugo is er.
Ze is weg.
IJs, ijs, ijs.
Nee, bedankt.
Jij denkt dat die snotneus de excursies kan doen. Ik doe hier de excursies.
Oscar, wacht. Hij bedoelde het niet zo.
Jij komt voor de sollicitatie?
Je kunt alvast naar binnen, ik moet nog heel even iets oplossen.
Wim. - Ja.
Wat ben ik blij dat ik je eindelijk spreek.
Zo, je spreekt Nederlands. Dat is in elk geval iets.
Je wordt slecht betaald, je maakt lange dagen en belachelijke uren.
Laat je handen eens zien. Handen.
O ja, dacht ik al. Nog geen dag in je leven gewerkt.
Ja, daar kom ik niet voor. - Is het nu al te zwaar?
Je hebt Wim al ontmoet, zie ik. Kom, we gaan zitten.
Ik ben Meriam.
We zoeken voor Wim een assistent. - Een babysitter.
Iemand die op hem let en hem helpt in z'n dagelijkse routine.
Twee jaar geleden was Wim betrokken bij een auto-ongeluk.
Sindsdien heeft hij veel meer zorg nodig.
Hoe heet jij? - Ik, eh...
Ze weet niet eens hoe ze heet. Wie is er nou verward?
Sanne. Ik heet Sanne.
Oké, Sanne. Heb je ervaring in de zorg? - Nee, maar ik leer snel.
Ze heeft niet eens ervaring. Ga terug naar Alkmaar.
Er is niemand meer, je hebt iedereen weggejaagd.
Ik hoef geen oppas. - Je kunt meteen beginnen.
Ik zal jullie niet teleurstellen. - Ik voel meteen een enorme klik.
Het gaat goedkomen, hoor. Maak je geen zorgen.
Zeg maar wat ik moet doen.
Dit is één groot misverstand. Dat is Leyla, m'n nicht, die ken je toch?
Sorry, maar ik ga geen...
Luister, lieve schat, hij belt straks terug, oké? Joe.
Fijn dat je tijd hebt. Ik word gek van die lekkende kraan. Hij drupt de hele nacht.
Daar heb ik iets voor.
Oordopjes? Heb je niet gewoon een andere kamer voor me?
Joep, we zijn volgeboekt. Ik zorg ervoor dat het snel wordt gemaakt.
Dat zei je vorige week ook.
Sorry, hoe kan ik u helpen? - Ik spreek Nederlands.
Ik ben hier voor Wim. - Ja. Je kamer is net klaar voor je.
Als je dit formulier invult, dan word je zo snel mogelijk opgehaald.
Oké. - Ja?
Veel succes. Niemand houdt het langer dan twee weken met hem vol.
Waar gaan we eigenlijk heen? - Wacht nou even.
Heb je überhaupt een plan? - Ja.
We gaan alle hotels af tot we haar gevonden hebben.
Serieus Merel, is dat je plan? Als ik dat geweten had, was ik thuis gebleven.
Dit was jouw idee. - Het is hier niet gratis. Het is duur.
We gaan lopend. - O ja, we gaan lopend.
Je hoeft niet mee. Je kunt ook het vliegtuig naar huis nemen.
Dat is het zinnigste wat je hebt gezegd. Succes met zoeken, Merel.
Hugo.
Jasmijn is alleen. Ik weet niet waar ze is.
Ik kan het niet alleen. Ik heb je nodig.
Waar gaan we beginnen met zoeken?
Wacht even.
Dit zijn z'n medicijnen. Eén keer per dag bloedverdunners en 's ochtends zo een.
Gewoon met een glas water? - Het zijn zetpillen.
Post ligt altijd hier.
Wim kent z'n routine heel goed. - Misschien onthou ik niet alles meteen.
Het staat hier ook allemaal in een map. Als er iets is, kun je me bellen.
Ja, wat je ook doet, hij mag echt niet rijden.
Komt goed.
Goeiemorgen. - Hallo.
Sanne. We hebben elkaar gisteren ontmoet.
Sanne. - Ja, Sanne.
Ja, de babysit.
Ik heb hier je post. De krant.
Kijk eens, belastingdienst. Zelfs in Marokko weten ze me te vinden.
Je kleding ligt klaar en we moeten meteen naar de yoga.
Ik kan m'n eigen kleding wel uitzoeken. - Ik wilde je geen keuzestress geven.
Wat weet jij van kleding? Heb je gezien hoe je eruitziet? Ik doe het zelf wel.
Wacht. Je medicatie.
Ja, deze.
Steek maar in je eigen kont.
Heb je daar hulp bij nodig?
Hulp nodig? Ik heb helemaal geen hulp nodig.
Wim?
Gaat het goed, Wim?
Shit. Wim.
Warme dekens liggen onder in de bus voor noodgevallen.
De extra accu's zijn opgeladen en liggen in de bus ernaast.
Moet jij niet met Wim bij yoga zijn? - Ja, klopt.
Ik kan hem alleen even niet vinden.
Ik kijk wel op het terras, daar is hij vaak te vinden.
Ik bij het zwembad.
Wim? Wat doe je hier? - Ik ga mee.
Dat is niet zo'n goed idee. We moeten naar de yoga.
Ga zelf naar yoga, ik heb belangrijkere dingen te doen.
Hij wil met de excursie mee.
Oscar doet de excursies nu, dat hebben we afgesproken.
Dat kan hij niet. Ik ben de enige die die omgeving goed kent.
De vorige keer was je met de hele groep verdwaald.
Dat kan toch gebeuren? Ik zocht een plek die ik eerder had ontdekt...
en alles was veranderd. - Wim, het gaat gewoon niet meer.
Kom, ik neem die tas. - Niet aan m'n...
Jezus, zeg. - Sorry.
Het spijt me. Ik wilde je helpen. - Ja, dank je wel.
Weet je hoe je me helpt? Door uit m'n buurt te blijven.
Oké jongens, we gaan vertrekken. Heeft iedereen z'n bagage afgegeven?
De volgende oefening en dan doen we pilates op hetzelfde terras.
Hé, Wim. Ik heb je gemist vandaag.
Ik had pijn in m'n rug.
De vorige keer was het je knie. - De leeftijd, hè. Wat doe je ertegen.
Dan moet je juist meedoen. - Ja.
Volgende keer kom ik wel met... Sanne. Oké?
Dan zie ik jullie dan. - Ja. Tot snel dan.
Hé, Joep. Hoe is je vakantie?
Luister, ik heb nu echt een geniaal verhaal.
Ja, ik zag je berichtje. Jasmijn Helmert, wat is daarmee?
Hé, liefje. Ik heb een assistent gekregen, Sanne heet ze.
Ze staat voortdurend in m'n aura.
En ik mag de excursies niet meer doen. Die doet Oscar nu.
Ze vertrouwen me niet meer.
De excursies die wij samen hebben ontwikkeld, weet je nog?
In de woestijn, die eeuwige stilte.
Ik breng je terug. Dat beloof ik je.
Ik breng je terug.
Wim, heb jij je zetpillen gezien? - Die heb ik al genomen.
Liggen ze daarom in de prullenbak? - Hm? O, die. Die zijn over datum.
De hele voorraad?
En je bloedverdunners, enig idee waar die zijn?
Geen idee.
Wat is dat? - Sorry, ik zag ze hier liggen.
O, die.
Ik weet niet eens waarom ik die hou, gooi maar weg.
Nee, dat ga ik niet doen.
Ik wil niks met die vrouw te maken hebben, die valt me al maanden lastig.
Waarom?
Ze heeft ons aangereden.
Ben je niet nieuwsgierig? - Waarom? Krijg ik Ellen daarmee terug?
Het zal voor zo iemand ook niet makkelijk zijn.
Misschien verwacht ze een brief terug.
Dan kan ze lang wachten.
Kijk, een beetje een kale plek, hè? Hier doe ik er eentje.
Papa staat buiten.
Gaat het goed?
Ja. Mag ik de piek op de boom doen? - Ja, natuurlijk.
Ellen. Mooi is ze, hè? - Ja.
Wil je me even die slinger aangeven? - Ja.
Ilse toen ze klein was. Wat een hummeltje, hè?
Ze lijkt op je.
Is het niet vroeg voor een boom? - Je kunt niet vroeg genoeg beginnen.
Ik vind het altijd zo gezellig.
Hoelang heb je haar niet gezien? - Veel te lang.
We hebben geen contact meer.
Dit hotel was Ellens droom. En ik wilde die droom voortzetten...
zodat ik haar nog een beetje in de buurt had.
Ilse begreep dat niet. Ze wilde verkopen.
En uit verdriet zeg je soms rare dingen.
Mag ik de piek op de boom doen? - Ja, natuurlijk.
Wim, wil je even helpen? - Ja, ik kom. Lieverd, kijk eens.
Eén, twee. Daar gaan we. Ja.
Ja, dat gaat goed.
Strek je armen helemaal uit. Hou vast.
En adem uit en voel die chi door je lichaam stromen.
Probeer te landen in je lijf.
Land in je lijf, wat is dat nou voor flauwekul?
Je moet aarden. Chi is je levensenergie.
Ik ben toch geen hippie? Volgende keer ga je gewoon in je eentje.
We gaan door naar de warrior pose.
Je vindt haar leuk, hè? - Wie?
Fleur. Je yogalerares. - We zijn gewoon vrienden.
Haal je niks in je hoofd, hè?
Fleur? Zou je Wim een beetje kunnen helpen?
Natuurlijk.
Pijn in m'n rug.
Als je rechtop staat is het al voor de helft minder.
Armen op gelijke hoogte. - Ja.
Gezicht naar links en dan kijk je over je middelvinger.
Heel goed.
Ik neem zoveel tijd, straks drinken jullie thee en sta ik nog zo.
Maar dat is een kwestie van oefenen. - Ja.
Ik kan je natuurlijk ook wel een keer privéles geven als je wilt.
Ja, dat is misschien wel goed voor me. - Ik doe het graag.
Oké, dank je wel.
Bemoeial.
Wim?
Hij ging naar de uitgang, dus ik zou een beetje opschieten.
Oké.
Nu is het gewoon 1-1. - Kijk. Huppa.
Hier is de baba ganoush. Wat heb je er een werk van gemaakt.
Hou dit even bij je. Ja, dit is helemaal goed.
Heb je m'n telefoon gezien?
M'n telefoon. - Godverdomme.
Ik denk dat je telefoon het niet meer doet.
Heb je haar gezien? Dit is m'n zus, ze wordt vermist. M'n zus.
Nee? Dat mag je wel houden.
Mevrouw. Deze vrouw. - Ja, m'n zus. Heb je haar gezien?
Kom maar mee. Ik heb haar gezien. - Hij heeft haar gezien.
Merel, doe dit nou niet, die man is een oplichter.
Dat is precies jouw probleem, jij wantrouwt iedereen.
Je ziet toch wat er gebeurt? - Rijden maar.
Ben je gek geworden? - Ik doe dit met of zonder jou.
Vooruit maar.
Wil je een kopje koffie? - Ja, lekker. Decaf.
Ben jij niet die schrijfster?
Ik denk dat je de verkeerde voor je hebt. - Nou, eh... Dat denk ik niet.
Oké.
Ik wil een gesprekje met een hapje en een drankje.
Sorry, daar heb ik geen tijd voor, ik ben gewoon aan het werk.
Jammer.
Sanne? Waar is m'n handdoek?
Die heb ik neergelegd voor je op het bedje.
Sanne? - Ja, Sanne.
Weet je wel dat hij een BN'er is? Met een column in een bekend blad.
Hoe heet het ook alweer? Zeg even. - The Insider.
De Insider, weet je wel? Schrijft heel goed, fantastische schrijver.
Ik ken een betere schrijfster. - Wim, kleed je gelijk even aan.
Anders dan vat je kou.
Wat gaan jullie doen? - Ik dacht: ik laat Sanne de stad zien.
Als ze een avondje vrij krijgt.
Pas je wel een beetje op? Hij zit altijd achter de vrouwelijke hotelgasten aan.
Nou. Ik verheug me enorm.
Als je me zoekt, ik ben aan het lezen.
Rijden we wel goed? - We zijn er bijna. Betaal me nu maar.
Ik betaal je zodra ik m'n zus zie.
Als je niet betaalt, moet je uitstappen.
Betaal hem gewoon alsjeblieft. - Nee, ik laat me niet afzetten.
Ik betaal je niet. Je weet niet waar m'n zus is, je bent een leugenaar.
Ben ik een leugenaar? - Ja, dat ben je.
Ze maakt maar een grapje. - Niet waar.
Waarom doe je altijd moeilijk? - Ik doe niet moeilijk.
Ik betaal je het dubbele. - Ik heb je geld niet nodig.
Het drievoudige. - Ik vertrek nu.
Dit bedoel ik nou. - Ik heb tenminste nog principes.
Moet je kijken waar je principes ons gebracht hebben.
Merci.
Zeg, "Sanne". Waarom heb jij een andere naam bij Wim?
Ik vind het fijn dat ik hier ben en iemand kan helpen.
Jezelf nuttig maken.
Oké, waarom hebben wij zo lang niks van jou gehoord, schrijftechnisch?
Ik krijg niks uit m'n vingers.
Waar ben je bang voor? Dat je volgende boek net zo slecht wordt als het vorige?
Grappig. - Sorry.
Wil je het alsjeblieft voor je houden?
Nee, komt goed.
Weet je wat helpt bij een writer's block? Alcohol.
Ik heb wel zin in een ijsje. - Dan krijg jij een ijsje.
Gaat het goed? - Hier.
Gaat het?
Wil je me even die slinger aangeven? - Ja.
Voilà.
Mag ik de piek op de boom doen?
Zullen we naar de Sahara als we terug zijn?
Laten we een paar dagen blijven. Ik heb er nu al zin in.
Zou ons kistje er nog liggen?
Ik weet waar het ligt.
We gaan hem zoeken. Dat beloof ik je. - Beloofd.
Het is daar zo heerlijk.
In Le Jardin willen wij samen oud worden.
Nou, ik hoop dat ik je een beetje heb kunnen inspireren.
Ik vond het leuk. - Je hoeft niet zo verbaasd te doen.
Ik vond het echt leuk.
Volgende keer mag je mee naar een heel mooie plek.
Wie zegt dat er een volgende keer komt? Meneer heeft zelfvertrouwen.
Wim. Wat ben je aan het doen?
Hé, liefje. Liefje, schat. Ik heb je zo gemist.
We gaan mama wegbrengen. - Nee, ik ben het.
Sanne.
Sanne? - Ja.
Sanne de babysit? - Ja. Ben je hier alleen?
Nee, ik... Ik ga Ellen wegbrengen.
Zullen we dat een ander keertje doen, Wim?
Dat is een goed idee. We gaan het samen doen.
Ik heb het beloofd, dus het moet wel echt gebeuren.
Tuurlijk. We gaan eerst naar huis, ga je slapen en dan kijken we morgen.
Oké? - Ja, dat is oké.
Goed. Kom, dan gaan we.
Het is al in orde. Bedankt.
In dat zand... - We zijn nu lekker bij je kamer.
Ik heb al die excursies samen met Ellen helemaal uitgezocht.
Slaap lekker, vriend. - Dank je wel voor alles.
Zo. Geef maar hier. - Nee, ik wil haar bij me houden.
Ik zet haar alleen neer. Ze blijft bij je.
Voorzichtig. - Ik doe heel voorzichtig.
Zo. Dichtbij. - Ja.
Probeer maar lekker te slapen. - Wacht.
Ik ben bij je. - Wacht.
Ja.
Ik breng je terug. Dat beloof ik je.
Goeiemorgen. Een schitterende dag.
Het is altijd een schitterende dag.
Heb je een beetje goed geslapen? - Ja, hoor. Veel beter dan in bed.
Ik hoop dat ik je niet te erg aan het schrikken heb gemaakt.
Waar wilde je Ellen naartoe brengen?
Naar een plek waar ik haar ten huwelijk heb gevraagd.
Waar ik een kistje heb begraven. - En waar is dat?
De Sahara.
En daar wilde je naartoe lopen? - Ik was een beetje in de war.
Ik denk dat we naar een dokter moeten. - Ik ga liever een stukje wandelen.
Ik zei toch dat dit op niks uitloopt? We moeten naar het oosten.
Hoe de fuck weet jij waar het oosten is? - Survivalcursus.
Had je ook moeten doen. - Ik heb nog steeds geen bereik hier.
Dacht je dat ze hier 5G hadden?
Ik kan echt niet meer. M'n voeten zijn helemaal dik.
Wie loopt er ook kilometers in de brandende zon op zulke schoenen?
Je bent bijna net zo erg als je zus. - Vast.
Hola. Salaam. - Wacht.
Hola. Salaam.
Kunt u ons naar de medina brengen? - Ja, ja.
Perfect. We kunnen achterin.
Ik ga niet bij die vieze geiten zitten. - Prima.
Hugo. Wat doe je nou?
Wacht.
Delier. Plotseling optredende verwardheid.
Het kan soms uren duren, soms langer. - Hoelang heb je dat al?
Een jaar.
Soms weet ik niet meer wat ik gedaan heb. Soms weet ik niet wat ik doe.
Is er een behandeling voor? - Ze kunnen het proces hooguit vertragen.
Weet je dochter dit?
Nee. En dat wil ik zo houden. En Meriam weet het ook niet.
Je kunt toch niet blijven doen alsof er niks mis is?
Ik ga geen patiënt worden, niet afhankelijk worden.
Ik ga niet ziekenhuis in, ziekenhuis uit.
Dat snap ik. Maar als je geen hulp zoekt, dan...
Ik heb een fantastisch leven gehad. - Je leeft nog.
En je bent niet dood. - Ook niet, nee.
Dus wat gaan we doen? - Hoe bedoel je?
Met de rest van m'n leven.
Daar red ik je, zag je dat?
Oké, daar gaan we. Ja.
Kom maar, kom maar.
Hoe is het met hem?
Niet goed. Hij heeft delier. Hij is er soms ineens niet meer.
En hij wil niet behandeld worden.
Kunnen ze überhaupt nog iets voor hem doen?
Ik weet het niet.
Hij voelt waarschijnlijk zelf ook wel dat het niet meer goedkomt.
Ik bedoel... Wat zou jij doen?
Ik zou zo veel mogelijk genieten van de momenten dat ik er wel bij ben, denk ik.
Hij wil ergens naartoe. En jij had beloofd dat je hem zou brengen.
Dus misschien moet je dat ook doen.
Koffie? - Lekker.
Kom op, jongens.
Kom op, jongens. Laatste stukje. Deze moet je voelen.
Goed bezig, Wim.
Nog drie, nog twee, nog één
En klaar.
Dank jullie wel. Morgen half tien is de volgende oefening en doen we pilates.
Hier, drink wat. - Ja.
Die pilatesles ga ik niet meedoen.
Zo Wim, jij bent een man van onvermoede talenten.
Ik heb vroeger salsa gedanst. Het kwam opeens weer boven.
Nee, ik bedoelde die brief die je voor me geschreven hebt.
De brief? De brief.
Ja, ik vond het bijzonder. Ik wist niet dat je zo goed was met woorden.
Ja, nou... Ik hou heel erg van taal, ja.
Zou je het leuk vinden als we samen een keer gingen dansen?
Ja. Dat vind ik wel heel leuk, ja. - Ja, ik ook.
Nou, tot snel dan. - Ja, leuk, dansen.
Bemoeial. - Graag gedaan.
Liefje, ik ga dansen met Fleur. Ik hoop dat je het niet erg vindt.
Ik denk dat je haar wel leuk had gevonden.
Ik ben het niet vergeten.
Het komt goed.
Het is tijd.
Goeiemorgen.
Het is weer een schitterende dag. - Het is hier altijd een schitterende dag.
Tijd om op te staan.
Kom, opstaan.
Dat bepaal ik zelf wel.
Kom. - Nee.
Het is echt niet erg.
Dank je wel, Abdul.
Sorry? Ik heb je net betaald. - Nee, alsjeblieft.
Maak je me uit voor dief? - Nee, hoor.
Ach, kom op, zeg. Abdul. Lazer op, zeg.
Gaat hij goed, Wim? - Ja, heel.
Wat is er, Wim? - Niks. Wil jij koffie nog? Wacht.
Het spijt me. - Geeft niet.
Ik was het vergeten. - Alles in orde?
Het spijt me.
Gaat hij goed? - Ja. Ik zeg toch dat het goed gaat?
Wat ben je aan het doen, Wim?
Het is pas over een paar maanden kerst. - Volgende week dinsdag.
Weet je het zeker? - Ja, ja. Ik ben goed op tijd.
Zal ik een foto van jullie maken?
Dat is leuk, dan heb je meteen een kerstkaart. Kom.
Zie je, goed dat we op tijd zijn. - Even kijken.
Ah nee, zo zie ik de boom niet. Naast de boom.
Ja, mooi.
Ik heb een verrassing voor je.
Nee, dat vertel ik je natuurlijk niet.
O, één moment. Kan ik je later terugbellen?
Ik hang op. Doei, doei.
Kan ik jullie helpen? - Wij zijn Nederlands.
Ik ben op zoek naar m'n zus.
Ze is vermist en ik dacht: misschien is ze hier.
Ik kan kijken of ze in het systeem staat. - Jasmijn Helmert.
Ze staat er helaas niet in. Momentje.
Mis je me nu al? Schat...
Kunnen wij deze ophangen hier? - Tuurlijk, ga je gang.
Wim, wat is dit?
Dat was mijn idee. Ik dacht: leuk, een themafeestje.
Zin in een glaasje glühwein?
Ruim het op voordat de gasten het zien. - Oké.
Die heeft geen fantasie. Moet ik helpen? - Nee, nee.
Kun je mij wel even helpen, Wim?
Waar kwam hij vandaan? Had je ‘m uit dat...
Is dat niet die schrijfster? - Heb je haar gezien?
Waarom zoek je haar? - Dat is m'n zus.
En ze is weggegaan zonder iets te zeggen.
Ik hoop dat je haar snel vindt. Als ik haar zie, zal ik je bellen.
Hugo? - Ja.
Wat doen jullie hier? - We zoeken jou, wat denk je.
Merel is doodongerust. En ik ook.
Ik snap het. Zijn jullie helemaal hiernaartoe gekomen?
Ze denkt dat je suïcidaal bent of ergens in de goot ligt.
En ze zal heel blij zijn je te zien. - Nee, wacht.
Ik kan nu niet weg. Ik ben hier nodig. - What the fuck doe je hier?
Als je Merel mee naar huis neemt, zorg ik dat jij snel de eerste versie hebt.
Ik wil eerst wat lezen. - Oké, maar niet nu.
Hugo. - Ik, eh...
Ik doe de laatste dingen. Ze nemen contact met ons op als ze meer weten.
Wat goed van je.
We hebben nog vier hotels te gaan, dus... laten we dat doen.
Wat zijn de laatste vier?
VERMIST
Lijkt heel erg op jou, vind je niet? - Je bent heel grappig.
Waarom zoekt jouw zus jou? - Omdat ze ongerust is.
Ik ben vertrokken zonder iets te zeggen.
Waarom?
Je hebt je boek laten liggen. - Dank je wel.
Is het wat? - Mwoah. Het is een beetje Boeketreeks.
Wat doe jij nou in de keuken? - Ja.
Ik had het heel heet. Ik dacht: ik ga even in de schaduw staan.
Misschien moet je je iets meer focussen op je werk.
Tuurlijk.
Lul.
Misschien moet je eens wat doen met dat schrijven.
Vind je nog iemand leuk dan?
Je hebt talent. - Voor liefdesbrieven schrijven?
Of voor het koppelen van jou en Fleur? - Daar heb je geen talent voor nodig.
Nee. Als de sterren goed staan... - Hoe staan de sterren voor jou?
Wil je de rest van je leven voor een ouwe knakker zorgen?
Nou, klinkt helemaal niet zo gek. Alleen, de rest van mijn leven red je niet.
De rest van mijn leven dan? Begrijp me niet verkeerd...
maar als je hier volgend jaar nog staat, ontsla ik je hoogstpersoonlijk.
Het leven is te kort om het zomaar voorbij te laten gaan.
Ik weet niet waar ik moet beginnen. - Wat dacht je van het begin?
Kan ik je helpen?
Bijna klaar. Aah. - Het duurt wel lang, hoor.
Alles op mijn leeftijd duurt lang.
En? Zie ik er een beetje goed uit? - Net Sean Connery.
Knapper. - Oké.
Misschien moet je nog een broek aantrekken.
Dat kan ook.
Doe maar rustig, hoor. - Ga anders vast.
Ben je zenuwachtig? - Ga toch weg.
Yes? - We kunnen.
Wat is dit? Waarom zijn we hier? - Dit is voor jou.
Voor mij? - Nou ja, voor ons.
Dank u wel.
Ik dacht: wanneer zijn we nou in Marokko?
Dus laten we het ervan nemen.
En we moeten toch eten, dus we kunnen het net zo goed goed doen.
Dat is lief.
Maar om hier de hele avond met z'n tweeën te zitten eten...
Ik weet dat je bezorgd bent, maar we gaan haar vinden. Echt.
Ik heb het idee dat ik Jasmijn misschien nooit meer...
Merel. Laat los. Het komt echt goed.
Ik hoop dat je gelijk hebt.
Laten we een gezellige avond hebben en morgen met frisse moed ertegenaan.
Wel om zes uur. - Om zes uur. Beloofd.
Jij wilt wijn.
Eén glas.
Weet je hoelang geleden het is...
dat ik voor het laatst met zo'n mooi meisje heb gedanst?
Probeer je me nou verlegen te maken? - Ja. Lukt het?
Het is zo lief. Ze zijn echt mooi samen.
Wat is er, wat kijk je? - Ik kijk naar jou.
Ik had deze date anders voorgesteld.
Babysitten op een ouwe man, romantisch.
Stel je niet aan. Je wordt toch gelukkig als je naar die mensen kijkt?
Drankje en een hapje erbij. Gezellig toch?
Waarom verstop jij je eigenlijk in Marokko?
Wie zegt dat ik me verstop?
Je zus zoekt je, jij wilt niet gevonden worden.
Dat is de definitie van verstoppen.
Dat ongeluk... - Jouw ongeluk?
Dat was Wim.
Ik heb zijn vrouw doodgereden.
Maar het was een ongeluk.
Je kunt toch niet je hele leven weggooien vanwege één moment?
Ben je daarom hier?
Ik wilde excuses aanbieden of iets goedmaken, ik weet het niet.
Je moet wel gewoon eerlijk zijn. Je moet hem de waarheid zeggen.
Ik wil even met je praten.
Ik, eh...
Ik heet Jasmijn. Ik ben degene van het ongeluk.
Het auto-ongeluk met Ellen.
Weet je nog? - Ja. Weet je waar Ellen is?
Ze stond hier het laatst.
Ze staat in de kast. - Och. Op jou kun je rekenen, zeg.
Hoor je me, Wim? Hoor je wat ik zeg?
Ja.
Wil je alsjeblieft even gaan zitten? Het is echt belangrijk.
Ellen heeft je... Ik heb die kraan vervangen.
Het leertje was weer eens kapot, daarom piepte hij zo raar, wat jij zei.
Dus dat is in orde...
en daarna hebben we na haar slaapje een loper gelegd boven in de gang.
Zodat het minder kraakt. Sanne en ik.
Sanne helpt me met alles. We doen alles samen.
Jasmijn? - Lieverd.
Sorry dat ik zo lang niks heb laten horen.
Waar ben je? - Het gaat goed, maak je geen zorgen.
Jij gaat weg zonder iets te zeggen. We zijn je overal aan het zoeken.
Het spijt me. Ik kom binnenkort naar Nederland.
Nee, ik ben hier in Marokko. Ik wil je zien.
Ja, dat gaan we doen. Ik moet nu ophangen, ik bel je zo terug.
Shit. - Is alles oké?
Nee.
Waar ga je naartoe? - Naar de Sahara. Mama wegbrengen.
Je kunt niet zelf daarheen rijden. - Dat kan ik zelf wel bepalen.
Nee, ik laat je niet gaan.
Als je mee wilt, moet je gaan zitten en je gordel aandoen.
Riem. - Wim.
Nee, ik wil eerst dat Jasmijn het artikel leest.
Daar kan ik niet op wachten. Het is je beste werk.
Ja, ja. Ik trek het artikel terug. - Dan hoef je niet meer terug te komen.
Interesseert me geen hol, ik trek het terug, nu.
Het ligt al bij de drukker. Ik trek het niet meer terug. Het is ook mijn carrière.
Fuck.
Hé, liefje. Komt goed. Je mag eindelijk terug naar huis.
Wim. Wil je alsjeblieft stoppen?
Llse, ik weet precies wat ik doe en waar ik moet zijn.
Pas op.
Goedemiddag.
Ik ben op zoek naar Wim de Groot.
Die Nederlander van dat auto-ongeluk? - Ja.
Ik ben zijn arts. - Is hij in orde?
Hij had nooit mogen rijden.
U heeft gelijk. Hij is soms wat verward.
Nee, hij is ernstig ziek. - Pardon?
Bent u niet op de hoogte? - Nee.
Meneer heeft delier.
Z'n toestand verslechtert snel. Denk erom dat het ineens voorbij kan zijn.
Sorry. - Bedankt.
Hé. - Zijn jullie oké?
Ja. Een paar blauwe plekken, we hebben geluk gehad.
Het stelde niks voor. Gewoon een heel klein ongelukje.
Ik ben me rot geschrokken. Ik wist echt niet...
Alsjeblieft, het is echt in orde. - Ja, echt.
Hé, Max Verstappen. Wat is er gebeurd?
Een klein ongelukje. Niet echt iets aan de hand.
Kan ik je even spreken, Sanne? - Mag ik het alsjeblieft uitleggen?
Wim is ziek. Hij heeft delier. - O, dat wist jij? En je hebt niks gezegd?
Hij is bang dat je hem naar een tehuis stuurt.
Hij wil niet terug naar Nederland. - Dit is toch naïef van je?
Het wordt alleen maar erger. Hij kan hier niet blijven.
Ik kan voor hem zorgen. Hier in het hotel.
Jij hebt echt wel genoeg gedaan.
Wat is dit? - Vraag dat maar aan Joep.
Pak je spullen en ga weg.
Kan ik nog iets voor je doen? - Een glas water zo misschien.
Jasmijn. Waar ga je heen?
Weg. - Weg. Hoezo weg?
En Wim dan? - En Wim dan? Flikker toch op, man.
Die heb je vast nog nodig. - Hoe kom jij hieraan?
Doet dat ertoe? - Heb je het gelezen?
Het is gewoon een eerlijk verhaal. - Zeg dat maar tegen Wim.
Als hij aan het wegrotten is in een tehuis.
Succes met je verhaal. Klootzak.
Jasmijn.
Jasmijn.
Ik moest dit doen.
Sorry. - Ik weet het, maar het is oké.
Ik ben er.
Het spijt me. - Het is oké.
Kom.
Waar is Sanne? - Sanne is weg. Die werkt hier niet meer.
Waarom?
Waarom heb je me niet verteld dat je ziek bent?
Het gaat prima. - We hebben een tehuis voor je geregeld.
Zij kunnen daar beter voor je zorgen.
Ik heb hier een klein beetje hulp nodig, dat is alles.
Sorry, Wim. Maar het kan niet anders.
Zal je goed voor het hotel zorgen? - Natuurlijk doe ik dat.
Het is ook mijn huis. - Ja.
Ben je oké? - Nee.
Hoe gaat het met schrijven?
Kom op, Jasmijn, vertel me wat. Hoe?
Kom op, Jasmijn. Ik kan die deal niet nog langer rekken.
Dan zeg je de deal op. - Wat?
Het lukt niet. - Jasmijn, we hadden een afspraak.
Wij hadden ook een afspraak.
Jij zou allang weer in Nederland zijn met Merel.
Wat voor afspraak?
Nee, niks.
Jij wist al die tijd waar ze zat?
Niet de hele tijd.
We hebben de hele stad afgezocht en jij wist de hele tijd waar ze was.
Ik wist waar ze was, maar ik kon niks zeggen...
anders zou ze het boek niet afmaken. Wat moet ik dan?
Lieverd? Liefje?
Ik ben even weg. - Je bent er net. Waar ga je naartoe?
Ik ga naar Wim.
Wat ga je daar doen?
Ik heb hem beloofd dat we samen z'n vrouw naar de Sahara gaan brengen.
Echt Jasmijn, dat is een ontzettend slecht plan.
We gaan je helpen. - Ja, we gaan je helpen.
Jullie gaan me niet helpen, ik ga dit met Wim doen.
Oké.
Waag het niet om niet terug te komen. - Ik zou niet durven.
Waarom hou jij niet eens je mond, man? - Ze zegt het nu tenminste.
Wat doe jij hier? - We gaan samen Ellen wegbrengen.
En Meriam? - Die vindt het een heel goed idee. Kom.
Oké. M'n uitrusting. - Daar hebben we geen tijd voor.
Oké, oké. Ja.
Wim, Bas blijft thuis. - Waarom?
Het is te warm voor hem in de Sahara. - Nee, natuurlijk.
Ik... - Absoluut niet. Vergeet je niet iets?
Ellen.
Ellen gaat dit fantastisch vinden.
Hallo, Meriam. - Hé, eh... Waar ben je?
Ik breng Ellen weg.
Kom onmiddellijk terug. Je weet dat je niet mag rijden.
Ik rij helemaal niet. Sanne rijdt. - Wat? Dat is gekkenwerk. Kom terug.
Ja, we komen heel snel terug. Dag, Meriam.
Wim.
Wim?
Ja, een buggy mag toch wel? - Haal jij je nou maar niks in je hoofd.
Oké, oké, oké.
Vroeger was het hier één grote groene oase, wist je dat?
Dat heb je me weleens verteld, ja.
Niets is voor altijd.
Nee.
Dank je wel voor je brieven. Mooi geschreven. Mooi.
Je hebt ze gelezen? - Ik heb het zo lang mogelijk uitgesteld.
Hoelang weet je dat al? - Ik ben wel in de war, maar niet gek.
Waarom heb je nooit iets gezegd? - Dat kon ik niet.
Ik zag iemand die dezelfde pijn had als ik.
Eén moment is allesverwoestend. - Maar het is gebeurd.
Dat is het lot, daar moet jij je mee verzoenen.
Nee. Nee. Het was mijn schuld.
Zonder mij was Ellen er nog.
Ik heb een fantastisch leven gehad. Veertig jaar met m'n grote liefde.
Dat is meer dan de meeste mensen kunnen zeggen.
En ik heb alles afgenomen. - Ja, en van jezelf ook.
Je moet verder. Dat ben je aan jezelf verplicht, en aan Ellen en mij.
Ik wil het, maar ik kan het niet.
Je bent veel te jong om in het verleden te blijven leven...
en ik ben te oud om niet te vergeven.
We moeten allebei loslaten. Jij je schuldgevoel, ik m'n grote liefde.
En dan is het goed.
Het is oké.
Het is hier ergens.
Ergens hier moet een grote steen staan.
Daar is hij. Hij staat er nog. Ik zei het toch?
Ellen, liefje.
Het is goed zo. Maak je geen zorgen over mij. Ik hou van je.
En ik mis je.
Lieve Ellen...
Het spijt me zo.
Het is goed.
Kom.
Het is goed zo. - Ja.
Hai. - Hai. Doe maar 'voor Lisa'.
Voor Lisa. Alsjeblieft. - Dank je.
Doe maar 'voor Jaap'.
Komt er nog een vervolg? - Nee, dit is een afgerond verhaal.
Hoe gaat het dan verder met Jaap?
Die blijft voor altijd alleen.
En als Jaap nou zou zeggen...
dat hij de grootste fout van z'n leven heeft gemaakt?
Dan is dat een heel juiste constatering.
Jasmijn,
sorry. - Dat had je al gezegd.
Meneer, er zijn nog meer mensen hier en u houdt de rij een beetje op.
Dank je wel. - Vergeet uw boek niet.
Oké, kom maar door. Dank je wel voor je komst. Volgende, kom maar.
Opa. - Hé, Sammy. Hé, jongen.
Ik was toevallig in de buurt.
Het spijt me.
Ik heb je gemist, pap. - Ik jou ook.
Alsjeblieft. - Brood erbij.
Wacht, vriend. Jij bent al geweest. Je hebt zelfs een extra portie gekregen.
Hoe kom je daarbij?
Maar het is m'n eerste dag, dus jij krijgt wat extra's.
Geniet ervan. - Dank je wel, dag.
Hugo. - Hé.
Ik moet even... Ik ben zo terug.
Wat doe je hier?
Weet je dat je van mensen helpen zelf ook gelukkig wordt?
Je maakt een hormoon aan. Oxytocine, ken je dat? Dat is het knuffelhormoon.
Misschien kun je ergens anders mensen gaan knuffelen.
Merel, wacht. Wacht heel even, luister.
Jasmijn was daar met een reden. Ze had afsluiting nodig.
Bespaar me je bullshit. - Ja, ik verdien aan je zus, dat klopt.
En ik kon het niet aanzien dat ze haar leven zou vergooien.
Nou ja. Ik ook niet.
Maar ik ben heel blij dat we... Dat we samen hebben gezocht.
Want ik heb daar iets veel mooiers gevonden.
En dat is?
Jou.
De meest... irritante vrouw van de wereld.
Die nooit stopt met praten en altijd...
Wat sta je daar nou? Aan het werk.
Ik dacht: ik bel je maar. We hebben alles al geprobeerd.
Hoelang zit hij daar al? - Sinds vanochtend.
Ik krijg hem gewoon niet weg daar.
Kun je me voortaan meteen bellen? Ik weet hoe hij kan zijn.
Dat is goed.
Dank je. Hoi. Pap.
Waar ga je naartoe? - Naar huis.
We hebben je hier nodig.
Naar huis.
Ik ga wel even. - Oké.
Alles goed?
M'n vader was een gepassioneerde man. Hij ging er altijd vol voor.
Anders leefde hij niet.
Hij was ook koppig, eigenwijs. En soms ook bloedirritant.
Maar hij was er. Altijd als je hem nodig had.
Ik lijk meer op je dan ik ooit had willen toegeven.
We hebben zoveel tijd verspild.
Het ga je goed. - Dank je.
Het is toch gek, dat iemand er ineens niet meer is.
Ik mis z'n gemopper nu al.
Ik had vaker bij hem langs moeten gaan. - Je hebt echt wel genoeg gedaan.
En nu?
Nu ga ik door.
Voor Wim, voor Ellen. Voor mezelf.
Goed plan. En denk je dat je heel misschien...
een keer koffie met mij wilt drinken?
Misschien.
Daar doe ik het voor.
Bedankt dat je voor m'n vader hebt gezorgd.
Dat heb ik met heel veel liefde gedaan.
Die is voor jou.
Dat kan ik niet aannemen.
Hij zei dat jij wel wist wat je ermee moest doen.
Dank je wel.
'Lieve Jasmijn. Ik schrijf dit nu m'n gedachten nog helder zijn.
Jouw vriendschap heeft meer voor me betekend dan je ooit zult weten.
Het lijkt wel alsof het lot ons heeft samengebracht.
Dat er uit de ergste dag van m'n leven nog zoiets moois kon bloeien,
heeft me echt verrast.
Je hebt me laten inzien dat er mooie dagen kunnen zijn zelfs zonder Ellen.
Daarvoor ben ik je eeuwig dankbaar.
Er is iets wat ik wil vragen. Ik wil naar huis, naar Ellen, in de Sahara.
Ik wil haar alles vertellen over wat we hebben meegemaakt...
en daarna moet jij doorgaan met je leven.
Doe het voor mij, voor Ellen, maar vooral voor jezelf.
De mooiste dagen liggen nog voor je. Dit is pas het begin.'
Nog drie, nog twee, nog één.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.