All language subtitles for Lacombe.Lucien.1974.(Louis.Malle-War).1080p.BRRiDx264.Dutch-Swe

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish Download
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Juni 1944, 'n dorp in 't zuidwesten van Frankrijk...

Franse Staat, Nationale Radio-omroep.

U hoort de heer Philippe Henriot: De wraak van de geschiedenis.

Wie naar dissidente uitzendingen luistert,

kan niet anders dan verbaasd zijn

over de vreemde en onbewogen trouweloosheid van Moskou.

Er is geen verschil tussen Londen of Algiers...

De toon, de stijl, de woordenschat kennen we al lang.

Elke productie draagt hun stempel.

Ze slagen er niet in de nationalistische

of godsdienstige laag vernis weg te halen.

Hun propaganda kan haar doel niet bereiken

zolang hij indruist tegen 't gezond verstand.

Wat moeten jullie hier?

Ben jij Lucien, de zoon van Th�r�se?

Die borden zijn van m'n vader.

Best mogelijk. De baas zal 't je uitleggen.

Ben jij 't, Lucien?

Sta je nu pas op?

Het is zondag.

Waarom heb je 't geweer van je vader uitgehaald?

Je weet dat 't verboden is.

Hier. Ik heb twintig frank opslag gekregen.

Da's goed.

Dag, Lucien. - Monsieur Laborit.

Je zoon had kunnen verwittigen.

Blijf je lang?

Ik heb vijf dagen verlof.

Wat moeten die bij ons?

Ze helpen monsieur Laborit. Ik heb ze 't huis gelaten.

Er is hier heel wat veranderd.

Het werk moet gedaan worden.

Je vader is gevangene en Joseph is weg...

De luilak is bij 't verzet. Mijn zoon is tenminste patriot.

Lucien, hef z'n kop op.

We gaan d'r eentje pakken.

Zo'n goed paard als Garqou krijg ik nooit meer.

En de donder rommelde...

Doffe lawines...

Kom binnen, Lucien.

...weerklonken in de verte.

Maurice, je bent 'n hopeloos geval.

Je hebt honweer geschreven in plaats van onweer.

Gelukkig moet je niet kunnen schrijven om schapen te hoeden.

Het is tijd. Jullie mogen weg.

Wat wil je van me?

Voor u.

Bedankt.

Ben je daarvoor gekomen? - Ik wil bij 't verzet.

Wat heb ik daarmee te maken? - U beslist, zegt Joseph.

Je bent te jong.

We hebben zo al mensen genoeg.

Het gaat er ernstig aan toe.

Zoals bij 't leger.

Ik ga niet terug naar 't gesticht.

Wees blij dat je werk hebt.

Hier kun je niet blijven. Laborit wil 't niet.

Als je vader terug is... ...dan zwaait er wat.

Lucien.

Verrek.

Ben je gek? Waar kom je vandaan?

Aan 't spioneren, kereltje? Kom 't maar eens uitleggen.

Is er nieuws van Parijs? - De telefoon is defect.

Kid. Kom hier.

Zeg op, Henri. - Nieuwsgierigheid is 'n ondeugd.

Wie is dat? - Hij was 't huis aan 't bespieden.

Niet waar, ik deed niks. Ik ging terug naar 't gesticht.

Na tien uur mag je niet meer op straat komen.

Wat staar je me zo aan?

U bent toch Henri Aubert, de wielrenner?

Heb je me zien rijden? - In Caussade, in '39.

U hebt toen gewonnen. - Weet ik nog.

Ben je van de stad? - Nee, van Souleillac.

Daar ken ik wel mensen. Hoe heet de kruidenierster ook weer?

Madame Cabessut. - Juist, 'n brunette...

Wil je iets drinken?

Marie, twee Suze.

Je bent dus van Souleillac?

Een mooi plekje. Nogal woest.

Veel verzetslui. - Ze laten zich niet zien.

En hoe is 't nog met Madame Cabessut?

Neem nog 'n slok.

Hoe heet die onderwijzer?

Robert Peyssac. 't Schijnt dat hij vrijmetselaar is.

Wat is 'n vrijmetselaar?

En hij voert 't bevel. - Ja. Onder 'n andere naam.

Ze noemen 'm luitenant Voltaire.

Wakker worden.

Mademoiselle Chauvelot komt zo.

M'n hoofd...

Arme kleine. Je hebt gisteren teveel gedronken.

Wil je 'n aspirientje?

Jongeman. - Dag, mevrouw.

We hadden geen kamer meer. - AI goed.

Smakelijk.

Hoe gaat 't? - Goed, dank u.

Ik ben bijna klaar.

Wat 'n lekker weertje. - Wat 'n hitte.

Hier, voor monsieur M�ller.

Wat zijn ze toch gedienstig en stipt.

Als wij zo waren, hadden we de oorlog gewonnen.

Verdorie, m'n nagel is gescheurd.

Wat zei je, mama? - M'n nagel is gescheurd.

Je hebt gedronken, Pierre. Zo vroeg al.

Een glaasje Suze, mama. Dat doet je goed, bij zo'n hitte.

Je zou je in Saigon wanen.

Hoe is 't met je? - Goed, monsieur Tonin.

Ik vind dat hij op Paul lijkt.

Een beetje. Paul was slanker.

Lees de brieven voor, mama.

Heren van de Gestapo,

ik schrijf u over de verdachte gedragingen van Etienne Louvel.

We brengen je luitenant Voltaire. Hij lag te slapen als 'n engel.

Er lagen pamfletten op z'n nachttafel.

De Duitsers verliezen terrein.

Binnenkort leven jullie in 'n vrij Frankrijk...

Ik wil niet bevrijd worden door de Rotschildbank.

Da's mijn goed recht.

Monsieur Peyssac... - Zwijg, smeerlap.

Welkom, monsieur Peyssac.

Breng 'm naar boven. Ik kom.

Zal ik alvast beginnen? - Je wacht op mij.

Ik heb altijd al iets tegen onderwijzers gehad.

Ik ga douchen, als ik mag.

Allemaal socialisten. Bent u socialist?

Wat gaat u met 'm doen? - Niks. Alleen maar praten.

Wat zou de jongen kunnen doen?

Hij kan me helpen de brieven open te maken.

Doe 't zo. - Ga door, mama.

Hierbij meld ik u dat Solange Leboeuf, modiste in Lubsac,

geregeld 't bezoek krijgt van haar communistische zonen...

Ik ben praktizerend katholiek

en vind zwarte handel onwaardig voor 'n katholiek...

Is er geen belangrijke post?

Een klacht van de prefectuur over de verdwijning van dokter Pradines.

Laat vallen, mama.

Ze zullen de dokter niet zo gauw terugvinden.

Ik ga me met Voltaire bezighouden.

Bent u de mama van monsieur Tonin? - Welnee.

Krijgt u er veel? - Zo'n tweehonderd per dag.

Er is zelfs 'n man die zichzelf verklikt. 't Is net 'n ziekte.

Wil je bij de politie komen? - Weet ik niet.

Je bent jong.

Inspecteur Lanciaga mag je graag. - Is monsieur Tonin inspecteur?

Vroeger.

Een uitzonderlijk politieman.

Nu niet meer?

Ze hebben 'm afgezet, in '36, als 'n misdadiger.

Maak je weg hier, kinderen.

Zeg 's, Jean-By. - Ja, liefje?

Is er 'n zigeunerrestaurant in Toulouse?

Nee, in Toulouse is er niks.

Wanneer gaan we naar Saint-S�bastien?

Hoe is 't daar? - Er is 'n fantastisch hotel.

Heb je al geschoten met zo'n ding?

Het is echt niet moeilijk.

Je houdt 't wapen goed in de hand.

Je heft je arm op, goed ontspannen en je houdt je adem in.

Je mikt op 't linkerneusgat.

Het linkerneusgat, niet de das. Herbegin.

Hij schiet beter dan jij. - Da's niet moeilijk.

Waar gaan we? - Naar Albert Holm.

Ken je 'm niet? Een van de beste kleermakers van Parijs.

Kom je mee?

Woont hij hier? - Hij is ondergedoken.

Hij werkt alleen voor mij. Dat ik 'm in dit gat teruggevonden heb...

Ik was op college, in Sorr�ze.

U bent 't.

Stoor ik? - Nooit.

Ik heb 'n klant voor u meegebracht.

Het is z'n eerste kostuum. Dat telt in 't leven van 'n man.

Trek uw jasje uit.

Wil de jongeheer prince de galles of blauwe flanel?

Prince de galles. Goed, Lucien? - Mij 'n zorg.

Weet u nog, die eerste keer dat ik bij u kwam. Ik was twaalf.

U woonde in de rue Marbeuf.

Uw moeder doet vreemd.

Mooie stoffen. Ik heb ze gratis gekregen. 'n Paar benzinebons.

Weet u waar ze vandaan komen?

Van bij Cassels.

Ze hebben opgeruimd. - Wat is er van hem geworden?

In Saint-Denis is er 'n kamp voor Engelsen.

En voor de joden, in Drancy. - Weet ik.

Dank u.

Over vijf dagen is 't klaar.

Zeg 's...

Ik wou u wat zeggen over Spanje.

U zult 't volle pond moeten betalen.

Vindt u dat ik te weinig betaal?

Ze treden strenger op tegen mensen zoals u.

Heb ik u niet genoeg gegeven? - Dat was voor de valse papieren.

Meneer is 'n rijke en vrekkige jood.

Hou op. De muziek stoort ons.

Ze is onmogelijk.

Hou je toch kalm. - Ik ben kalm.

Hebt u geen heimwee naar Parijs?

Er zijn twee keer meer nachtclubs dan in '39.

De oorlog is nog niet zo slecht.

Het Duitse leger heeft honderden Amerikanen gevangen genomen.

Dit is 't bewijs van 't slechte moreel

van de Amerikaanse eenheden.

Generaal Montgomery geeft toe dat zijn troepen gehinderd worden

door de effici�ntie van de Duitse bases

en geen vooruitgang boeken op 't Normandische front.

Noemt ze dat 'n Dame Rose? - 't Meisje doet haar best.

De lekkerste Dame Rose hebben ze bij Rudy Hiden,

de beste Engelse bar van Parijs.

Zet 's wat muziek op.

De toestand is ernstig, Mademoiselle Beaulieu.

Weet je dat ik filmactrice ben?

Ik had 'n prachtige rol in Nuit de Rafle.

Dan kan ik u zien in de film. - Alleen in Parijs.

In dit gat draaien ze alleen oude films.

Zo is 't.

Amerikanen zijn geen soldaten.

Ze sturen hun negers naar 't front.

Je bent vooringenomen. Wie zegt dat die informatie klopt?

Luister ook naar Radio Londen en maak 't gemiddelde.

Heb je 't niet te warm? - Nee.

Voor Lucien, op 'n juni-avond. Veel geluk, po�zie, succes.

Begrijp je Engels, St�phane? - Nee, waarom?

Ik ben niet van plan m'n rokje om te keren.

Zal ik je 's wat zeggen? Ik heb de pest aan Engelsen.

Ze zijn knapper dan de Fransen. Ik was verliefd op Leslie Howard.

Ook domheid heeft grenzen.

Wat zegt u? Herhaal 't eens. Wilt u 'n oorvijg?

Alweer ruzie aan 't maken?

Henri, geef me 'n cognac.

Alweer in zaken? - Ik moet wel.

U bent 'n schoft, monsieur Faure. U kent me niet eens.

Boven is er werk voor u.

Ik wil ook mee.

Als ze 't leuk vindt... - Ja, ik vind 't leuk.

Mij 'n rotzorg wie de oorlog wint. Ik verlies hier m'n tijd.

Allemaal nullen. Als ze dan nog knap waren...

En m'n carri�re? Denk je daar wel 's aan?

Reoyo? Met Henri.

Er staan twee wagons schoenen bij de grens.

En de bon? - Krijgen we tegen 't wolfram.

Zeg dat we akkoord gaan.

Akkoord, Reoyo. Zo doen we 't.

Wil je thee?

Je gaat toch niet weer in 't bureau slapen?

Ik ga naar boven. Wacht nog even.

Vijfde deur rechts, op 't einde van de gang.

Duurt 't nog lang, Henri? - We komen.

Hebt u met Wiroth gepraat?

Ik krijg 'n korting op zeemvellen.

Hebben de moffen interesse? - Reken maar.

Nou, u kent wat van zaken doen. En 't leer?

Alleen groen, maar de prijs is erg redelijk.

Je broek, Jean-By.

En, monsieur Peyssac?

Ga je praten, klootzak?

Hij vindt 't blijkbaar leuk.

Laat die mensen. Ze zijn niet zoals wij.

En daarbij, de Amerikanen winnen de oorlog. Dat zegt iedereen.

Hoor je? De moffen hebben geen kans.

De Amerikanen, zeg ik je.

Laat 't praten aan mij over.

Ik was graag acteur geweest.

Ik had 't beter gedaan dan Betty.

Professor Vaugeois?

Ik ben van 't maquis van Lorsac.

De moffen hebben in m'n dij geschoten.

Ik ben met vakantie. Ik heb hier niks om u te verzorgen.

Kom toch binnen.

Patrick, haal m'n tas, verband en alcohol.

M'n zoon.

Ga liggen.

De kameraden hebben over u verteld. Vooral commandant Mery.

Kent u Mery? - Erg goed.

Een vriend van me. Af en toe stuurt hij me iemand...

Neem me niet kwalijk. Duitse politie.

Het spijt me.

Houd 'm in de gaten.

Handen omhoog.

Schiet op.

Wat is er, Paul? - Maak je geen zorgen.

Beeldig.

Bent u familie van Philippe Vaugeois?

Ik heb 'm gekend in La Baule, in september '38.

Een charmante jongen en 'n uitstekend tennisspeler.

Wie is dat? - M'n overgrootmoeder.

Hij werkt inderdaad met Mery.

Paul doe iets. Bel de prefect op. - Wees niet bang.

Professor Vaugeois? 'n Ogenblikje.

Het is zijn broer. - Zeg dat we 'm gaan fusilleren.

We gaan de professor fusilleren, meneer.

Omhels 'm voor mij. - Ik omhels u, meneer.

Hij heeft opgehangen.

Wat gaat u ons vertellen over commandant Mery?

Dat u terroristen helpt. Moet Frankrijk bolsjewistisch worden?

Ik ben gaullist.

Hij is omringd door joden en communisten.

Is Schumann 'n Franse naam? - Nu geen politiek.

U gaat ons iets vertellen over commandant Mery.

Vertel 't dan.

Geef ons nieuws van die goede commandant.

Ik heb niks te zeggen. - Dacht ik 't niet.

Wat is dat? - De Wandera. Zelf gemaakt.

Ik heb er een jaar aan gewerkt.

Hij is bijna klaar.

Moeilijk? - Ja.

Vooral de patrijspoorten.

Ben je zoals je vader? Weet je niks over 't verzet?

Goeiedag.

Uw kostuum is klaar.

Een golfbroek vond ik eleganter voor 'n jongeman.

Vindt u golfbroeken mooi?

Ik had 'n rechte broek kunnen maken,

maar 'n golfbroek heeft iets meer... meer...

Wat is dat, 'n golfbroek?

Da's... zoiets.

Kunt u 'm passen?

Is dat 'n golfbroek? - Ja.

Bent u van de stad? - Nee, van Souleillac.

Bent u 'n vriend van Jean-Bernard de Voisins?

Studeert u?

Bent u met vakantie? - Ik ben bij de Duitse politie.

Ik heb de vader van Jean-Bernard gekend. Graaf de Voisins.

Een charmante man.

Hij maakte zich veel zorgen om z'n zoon.

U bent dus jood?

Monsieur Faure zegt dat de joden vijanden van Frankrijk zijn.

Ik niet.

Komt u van Parijs? - Ja.

Ik kende m'n vak.

Ik had goede klanten.

Vrienden.

Wat wil je? - Geld voor boodschappen.

Stel je me niet voor?

M'n dochter France. - Lacombe Lucien.

Schiet op.

Tot straks.

Ik moest u 't geld vragen dat u Jean-Bernard schuldig bent.

Zeg tegen Jean-Bernard dat z'n vader erg bedroefd zou zijn.

Hij was 'n echte gentleman.

En daarbij, wat zou 't.

Kom mee.

In de rij, zoals iedereen. - Wat denken ze wel?

Waar komt die vandaan? - We staan hier al 'n hele tijd.

Die jongelui denken dat ze alles mogen. Zegt u niks, meneer?

Ik sta hier al 'n uur.

Duitse politie. - Die kan ons wat.

U overdrijft toch wel 'n beetje.

Wat heeft dit te betekenen?

Duitse politie.

Werkt u met monsieur Tonin?

Excuus, ik kende u niet.

Waarom begin je daar weer over? Da's een oude geschiedenis.

Pas een jaar geleden. Ik heb 't nooit begrepen.

Je hebt 't ook niet geprobeerd. Ik hield van hem.

En hij? Hield hij van jou? - Waarom niet?

Na wat hij gedaan heeft? 't Was geen ernstige jongen.

Papa, houd op. Je werkt op m'n zenuwen.

Is monsieur Horn thuis?

Wat wilt u van me? - Ik kom voor uw dochter.

Goedenavond, mademoiselle.

Ga toch zitten, monsieur Horn.

Ik veronderstel dat u met ons eet.

Moeder, nog 'n bord.

Het is hier beter dan buiten.

Waarom heb je 'm uitgenodigd? - Wat moest ik anders?

Ik heb 'n cadeau meegebracht.

Champagne van Lossy. De beste, zegt Jean-Bernard.

Drinkt u graag champagne? - Nee. Niet vanavond.

Toch wel, je drinkt 't graag.

Gezondheid, oma.

Klinken we, monsieur Horn?

Waarom drinkt u niet?

Uw champagne is lauw.

En 't was een slecht jaar.

France, meneer is een klant.

Ik kan me uw naam niet herinneren. - Lacombe Lucien.

Lucien? Mooie naam.

U heet Albert, zeker?

Gezondheid...

...lieveling.

Valt uw golfbroek mee?

Eigenlijk niet.

Kent u Betty Beaulieu?

De vriendin van Jean-Bernard.

Ze heeft gespeeld in Nuit de Rafle.

Ik ken haar niet.

Nog wat champagne? 't Is feest. - Nee, echt niet.

Toe nou, Albert.

Wat vieren we eigenlijk? - France, ga slapen.

Ik verbied je te gaan slapen, lieveling.

Waarom zegt u lieveling tegen me? - Zomaar.

Wat deed u voor u bij de politie was?

Ik was student.

Wat studeerde u?

Ik kan jullie laten arresteren. - France, zwijg.

Ben je bang voor 'm?

Ja. En hij heeft gelijk.

Ik ga wel.

U hebt rare handen.

Ik heb de flat nodig. Waarom zou ik u 'n gunst bewijzen?

Toch wel, ik heb 't recht de huur te verhogen.

U doet me 'n groot risico lopen.

Niemand houdt u tegen, trouwens. Frankrijk is geen stationshal.

Goed dan, monsieur Raverdy.

Weet u wat de Maarschalk zegt?

De Maarschalk? Tonin noemt 'm de oude imbeciel.

Erg grappig. Is meneer uw gast?

Duitse politie.

Wat heeft dit te betekenen?

Deze jongeman is inderdaad bij de Duitse politie.

Uw papieren.

Hoepel op.

Monsieur Raverdy...

U ontvangt de Gestapo? Bravo.

Slaapt uw dochter daar? - Ja.

Dan moeten we zachtjes praten.

Zeg 's, Albert...

Je dochter is mooi.

Waarom maken jullie ruzie?

France en ik kunnen 't uitstekend met elkaar vinden.

Ik wou 't niet zeggen waar zij bij was,

maar ik heb iemand neergeknald. Bang.

Je moet Jean-Bernard niet altijd geloven.

Dat van Spanje is niet waar. Hij wil je geld.

Dacht u dat ik 't niet wist?

Verdomme.

De chef is geraakt.

Godver, ik heb geen geluk. - Doet 't pijn?

Als het m'n long maar niet is...

Drinken...

We hadden 't aan de miliciens moeten overlaten.

Dag, jongens. - Succes, kerel.

Wat wilt u?

Ze hebben op m'n chef geschoten. Je vrienden.

Welke vrienden? - De bolsjewieken.

Kan ik France spreken?

Kijk, Albert. Oorlogsbuit.

France...

U zou naar bed moeten gaan.

Leve Frankrijk, Albert.

Voor u.

Droevige muziek, he?

Ik heb 't gevoel dat ik altijd op dat ritme geleefd heb.

Begin nou niet weer, papa.

France is 'n uitstekende pianiste.

Ze had naar 't Conservatorium moeten gaan, maar toen...

Ik heb bloemen meegebracht.

Ik kom uw dochter halen.

Jean-Bernard en Betty geven 'n afscheidsfeestje.

Ik zou France willen meenemen. - Bent u gek?

France is erg moe.

Als ze niet meekomt, neem ik u mee naar m'n vrienden.

Er zijn er 'n paar die 'n hekel hebben aan joden.

Ik ga. - Ik verbied 't je.

Toe nou, papa...

Schiet op of we komen te laat.

Kom dansen, Lucien. - Ik kan niet dansen.

Je moet 't leren.

Wat vermoeiend.

Ik heb dorst.

U danst erg goed.

Het is laat. Ik breng u naar huis.

U verveelt zich, zie ik. Mag ik deze dans van u?

Knappe meid.

Zeg tegen Horn dat ik vaarwel gezegd heb.

Zeg 'm dat ik in zijn plaats naar Spanje vertrek.

Ik zit er heel erg mee.

Sommige joodse meisjes zijn zo mooi.

Naast hen lijken andere vrouwen merries.

Ik heb nog 'n joodse verloofde gehad. Knap en heel rijk.

Wat zeg je, Jean-By? - Niks, lieve.

U hebt m'n hak gebroken.

U hebt teveel gedronken. Ik breng u naar huis.

Wat jammer dat je niet kunt dansen.

Ik zal 't je leren.

Laat je gaan.

Makkelijk, he?

Schoft.

Jij schoft.

Haar vader is 'n jood. Ze mag hier niet komen.

Vuile jodin.

Vuile jodin.

Je slaapt dus met 'n joodse. Dat kun je niet maken.

Ik ga de moffen halen. Nu meteen.

Rustig, Marie.

Vuile jodin. Ze hebben allemaal 't sief.

Je krijgt 't sief.

Laat me los. Ik wil die slet iets vertellen.

Ze heeft 't recht niet. Laat me.

Marie is anders best lief.

Lucien, ik ben 't beu om joods te zijn.

Kom, Betty, 'n laatste glas. Voor onderweg.

Tot gauw.

Dag, vrienden. Goeie reis.

We zullen 'n kaartje sturen.

Lucien...

Zorg dat m'n vader naar Spanje kan.

Italianen zijn wel sterk op de fiets,

maar mij hebben ze nooit bang gemaakt.

Ook niet 'n kampioen als Bartali.

Wil je weten voor wie ik beefde? De Vlamingen.

Jij hebt Sylv�re Maes nooit zien rijden.

Canadezen en Britten hebben wat terrein veroverd.

De Duitse troepen proberen de aanvallen verbeten te weren.

Doorlopen.

Gek dat u kunt naaien, monsieur Horn.

Naaien is toch iets voor vrouwen?

Praat u niet tegen me?

Wat zou u zeggen als ik met France trouwde?

Vreemd, ik slaag er maar niet in u helemaal te haten.

Bezoek voor monsieur Lacombe.

De moeder van Lucien.

Ze was naar 't hotel gekomen. Ik heb 'r dan maar meegebracht.

Tot ziens, mevrouw, heren.

Wat 'n aardige man.

Gaat u zitten.

Moeder, kun je thee brengen?

Excuus dat ik u zo ontvang.

Komt u van ver? - Van Souleillac.

Ons dorp.

Ik ben naar de markt gekomen met Laborit.

Dat is de moeder van Lucien.

Heb je de postwissels ontvangen? - Ja.

Ik heb 'n kip meegebracht.

Eet je goed? - Ja.

Dat is de moeder van Lucien.

M'n dochter. - Wat is ze mooi.

Ik wou je bedanken voor de postwissels. Ik wil niet storen.

U stoort niet. Blijf toch zitten.

U bent niet van hier?

We zijn van Parijs. 't Is daar tegenwoordig moeilijk leven.

Is er niks te eten?

U bent geen Fransman? - Half en half.

M'n dochter is 'n echte Franse.

Is ze hier gelukkig?

Vraag 't haar.

Lucien moest haar ons dorp tonen.

Maar hij kan er niet meer komen.

Ik maak me zorgen om Lucien. - Ik ook.

Het is nochtans geen slechte jongen.

U bent z'n vriend. Misschien kunt u met 'm praten.

Ik ben z'n vriend niet.

Ik maak me ook veel zorgen om m'n dochter.

Vindt u ook niet dat 't voor de oorlog beter was?

Ik breng je naar de autobus.

Het is beter dat Laborit je niet ziet.

Weet je wat ik gekregen heb?

Da's niks. Die krijgen we elke dag.

Ze gaan je vermoorden, Lucien. Laborit zegt 't.

Waarom ga je niet weg?

Ik voel me hier goed.

Straks mis ik m'n bus nog.

Wacht...

Dank je.

Je moet eten, papa.

Hoe kan ik eten, als m'n dochter 'n hoer is?

Ik vond je eten walgelijk. - Werk je woede niet uit op mij.

Dat was niet aardig wat u tegen France zei.

Ik vind 't zelfs erg grof. U verdient 'n pak slaag.

Ik heb u niet nodig om over m'n dochter te oordelen.

France en ik lijken op elkaar.

We zijn delicate wezens.

Vergeef me, lieveling.

Laat me.

Ze hebben de moeder van Zwang laten sterven.

Rustig maar. We kunnen naar Spanje.

Spanje bestaat niet. - Wees nou redelijk.

Gaat 't beter? - Ja.

Weet u, monsieur Horn, ik mag u best.

We kunnen naar Spanje. - De grenzen zijn gesloten.

Er zijn nog plaatsen met weinig bewaking.

Ik ga slapen. Welterusten, vrienden.

Je grootmoeder kan niet lopen. We spreken er niet meer over.

Je hebt gelijk. De oorlog is bijna gedaan.

De Amerikanen zijn al in Rouen.

Bent u gaan wandelen? - Ja, in de stad.

Het was lang geleden.

Ik kom er weer bovenop.

France zegt dat u ons naar Spanje kunt brengen.

Ik zou u van man tot man willen spreken.

We hebben nooit gepraat.

Waarover wou u spreken? - France.

Ik heb geen tijd. Ik heb werk.

Dat was geen half werk.

Ik ben doodop. Ik ga douchen.

Ik ben in Parijs gebleven tot '42.

Lucien, die meneer wil je spreken.

Wat moet u hier?

Ik wacht op u. Uw vriend is erg aardig.

Nog 'n porto-flip? - Bent u gek?

Ik wil rustig met u praten. Zo kan 't niet langer.

Moet u dan altijd zo stom doen?

Ik breng u naar huis.

Wie is dat? - 'n Vriend.

Horn... maar da's die jood.

Breng je nu al joden naar 't hotel?

Neem 't hem niet kwalijk. Hij is nog jong.

Kom mee in m'n bureau.

Laat me uw papieren zien.

Rivi�re Jean-Fran�ois, 30 juli '92 Parijs.

Hebt u die van de Voisins? - Precies.

Ik wil 'n identiteitskaart met jood erop.

Ik heb alleen 'n visitekaartje.

Naam: Horn.

Voornaam: Albert.

Geboren? - In Szakestahervar.

Schrijf dan gewoon: Toulouse.

Adres?

Peter van Servi�straat 52, Parijs.

Nationaliteit? - Fransman.

Nooit gehoord dat 'n jood niet Frans kan zijn?

Toch wel.

Voor mij is 'n jood precies hetzelfde als 'n rat.

Vindt u?

Het krioelt ervan. Er zijn er altijd meer en meer.

Mag ik gaan? - Blijf hier.

Zorg dat je 't zelf uitzoekt met de Kommandantur.

Waarom tutoyeert u me?

Monsieur Horn...

Er was geen tijd om over France te praten.

Ze sliep toen ik wegging. Wat ik wou zeggen, Lucien...

Stel je voor, er is 'n jood in m'n bureau.

Doe open, verdomme.

Ouwe heks.

Ze hebben 'm in Toulouse op 'n trein gezet.

We weten niet waarheen.

Het is z'n eigen schuld. - Zwijg.

Klootzak.

Ik ben ook soldaat. Behandel me als krijgsgevangene.

Ga die kerel bewaken. Ik ben in m'n bureau.

Kunt u nog werken? - Meer dan ooit.

Sterkte, jongen.

Hoe oud ben je?

Je werkt dus voor de Duitsers? Jij, 'n jonge Fransman...

Schaam je je niet?

Ik wil niet dat je me tutoyeert.

Hang de slimme niet uit. Je wordt gefusilleerd.

Je lijkt me geen schoft.

Luister.

Je krijgt 'n kans. Doe m'n handboeien uit en ga met me mee.

Tutoyeer me niet.

Geef me de Kommandantur.

France Horn?

Bella Horn?

Neem 'n koffertje of'n rugzak, met uw persoonlijke spullen.

Geen voedingsmiddelen, geen boeken, geen geld. Vlug wat.

U bent niet alleen. Ik heb nog 'n hele lijst.

Er is 'n zware aanslag gepleegd.

Haast je.

U werkt bij de Duitse politie.

Bij de Duitse politie zijn geen dieven. Geef me dat horloge.

Ik blijf bij haar.

Waar gaan we? - Ik weet 't niet.

Naar Spanje.

Verrek.

Wat zegt ze? - Er ontbreekt 'n kaart.

Lucien.

Lucien Lacombe is aangehouden op 12 oktober 1944

Hij is veroordeeld door 'n rechtbank van 't verzet

en terechtgesteld

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.