All language subtitles for Hae-jeok.Ba-da-ro.gan.san-jeok.(Pirates.2014)

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Pirates

het eiland Wihwa in de rivier Amrok 1388

Help je ons? Zodat we na de zege 'n beloning krijgen?

Een beloning voor alle soldaten.

Jungkeun is net vader geworden. - Luister.

Wij vormen de voorste linie bij de aanval.

Rijkdom en roem zullen ons ten deel vallen. Jullie kunnen me vertrouwen.

Je hoort het. Ons kostje is gekocht.

Bij zonsopgang trekken we ons terug. - Prima.

Voor ons vaderland... - Waar heeft hij het over?

Vallen we eerst generaal Chae Yeong aan. Is de voorhoede klaar?

Klaar om ons leven te geven voor ons vaderland.

Is dat geen hoogverraad? - Ik, Yi Seong-gye, verklaar...

dat onze terugtocht te boek zal staan als een baken...

in de geschiedenis van ons vaderland.

Pardon?

Onderbreek me niet. - Laat 'm toch.

Alle neuzen moeten dezelfde kant op wijzen.

Vooruit, wat heb jij op de lever?

Ons doel is nog niet bereikt. Waarom trekken we ons terug?

Begrijp je dat dan niet? We gaan terug...

omdat de rivier bij hoog water amper nog over te steken is.

Onze bogen verslappen door de regen en onze pijlpunten roesten.

En als de bevoorrading ons niet kan bereiken, kunnen we het schudden.

En het getuigt niet van fatsoen als 'n klein land een groot land aanvalt.

Pardon? Fatsoen? Tijdens een oorlog?

Eerst buigen we voor ze, vallen we aan. - Mond dicht.

Val de generaal niet steeds in de rede. - Het heeft toch geen zin?

Trekken we nietten strijde...

vanwege de regen, overstromingen en mogelijke onbeleefdheid?

Ik vraag me af of verraad dan zo fatsoenlijk is.

We keren om, zetten de koning af en eigenen ons alle hoge posities toe.

Is dat geen goed idee? - Commandant Mo.

Ik heb je dus te veel vertrouwd. - M'n vaderland verraden...

enkel en alleen om rijk te worden? Dan word ik nog liever struikrover.

Ga je mee. Jungkeun? Kom je? Vooruit. - Je bent niet goed wijs.

Niet doen, broeder.

Wil je je baby dan niet zien?

Terg me niet zo erg dat ik m'n zwaard moet trekken. We zijn broeders.

Jungkeun.

Jungkeun, sta op.

Het zwaard kent geen fatsoen.

Er zijn problemen. Grote problemen. Schiet op, kom snel mee.

Vooruit. - Snel.

Geweldige strijder. Maak hem van kant.

O moeder, ik ga sterven.

Daar is hun leider. Grijp hem. - Zorg dat ze niet naar boven komen.

Ik ben zo zeeziek.

Ik ben de kapitein van de piraten. Soma is de naam.

Ik hoorde dat jullie tien Boeddhabeelden vervoeren.

Die liggen op het andere schip.

Onder de vloer van de kajuit.

Boeddha, ontferm u over ons.

Yeowol. Als je hen ontziet, zul je ze ooit weer tegenkomen.

En dan krijg je de rekening gepresenteerd. Onthoud dat goed.

Haal de Boeddhabeelden. - Prima.

Schitterend. - Boeddha, ontferm u over ons.

Ze hebben zelfs meisjes verkocht.

Wees niet bang, we zullen jullie terug naar huis brengen.

Zuster.

Hoe durf je haar zo te noemen? - M'n vader heeft me verkocht.

Neem me alstublieft mee.

Voor piraten kan elke dag de laatste zijn. - Voor een slavin ook.

Ik poets, ik was, ik kook. Ik doe alles.

Ze klinkt doortastend en werkt wellicht ook hard.

Dat trekt Soma van onze buit af. - Daar kan ik niks aan doen.

Je had er zelf in moeten springen om ze er uit te halen.

Ja, ze leeft nog. - Ze leeft nog.

drie jaar later

Zwarte Zee, Rode Zee, Witte Zee.

Niet elke zee is blauw.

Je hebt veel oceanen doorkruist. Wat heb je daarvan geleerd?

Boeddha liet zijn familie ook achter en bereikte uiteindelijk het Nirwana.

Ik, Soma, heb na een lange reis hier aan de Gele zee een ingeving gekregen.

Geel is de beste kleur, zowel wat betreft metalen als zeeën.

Heb ik gelijk?

Ja, de jappen hebben onze kusten als piraten afgestroopt.

Maar we kregen ze te pakken. Dat had je moeten zien.

Hou toch op. Hoe vaak ga je dat nog vertellen?

En verder? - We kozen één strijder voor een duel uit.

De verliezer moest vertrekken. Bij Tsushima stuitten we op elkaar.

Jemig, dat was me een spektakel.

Eerst eten. - Yeowol trad voor ons in het strijdperk.

En de Japanners schoven een kleerkast naar voren. Hoe heette hij ook weer?

Ik herinner het me niet meer. - Makulaki.

Ja, Makulaki.

Maar Yeowol sloeg hem met één klap tegen de vlakte.

Toen stormden 500 jappen op ons af. - 5000 waren het er.

Waren het er echt 5000? - In elk geval meer dan 500.

Hoe dan ook, we vochten twee weken lang tegen 5000 Japanners.

De zee kleurde bloedrood. - En wat leverde het op?

Wij vochten de hele tijd, maar alleen de kapitein kreeg vlees te eten.

Wij raakten aan de diarree van die klotevis.

Onder het eten praat je niet over schijten.

De kapitein heeft twaalf huizen met stenen daken gekocht.

En wanneer krijgen wij uitbetaald?

Kappen, zo is het wel genoeg. We zijn één familie.

Neem jij het tegen ze op. Je wint vast. Je weet dat wij niks liever willen.

Word onze nieuwe kapitein. - Moet je haar nou horen.

Ze is al een echte piraat geworden. Of niet soms?

Weet je wat ik denk? - Jouw mening boeit niemand.

In zo'n situatie moet je... Een echte piraat hoort...

Je moet een nieuw beroep zoeken, vind je niet?

Een piraat met zeeziekte. Dat is toch van bizar?

Ik heb zo'n last van zeeziekte. Waarom doet hij me dit aan?

Pyongyang wil zo snel mogelijk van de piraten af.

Ik heb het bevel om jullie van kant te maken. Anders maken ze mij van kant.

Natuurlijk moet u hen iets geven zodat ze uw stellingen daar verdedigen.

Zijn zeven piratenkoppen niet genoeg? - Vieze vuile pokkelijer.

Wil je ons soms om zeep helpen? - Die deugen sowieso niet.

Zullen we even kijken?

Geoksoe? - Ja?

Saechi? - Ja.

Nomnomi? - Hier.

Ddongjaru? - Ik ben er.

Wangnun. - Ja.

Haema. - Hier.

Het is schandalig. En ik heb onder zo'n hufter van een kapitein gediend.

Verdomme. Die klotezee is sowieso niets voor mij.

Bind ze vast. - Nee, niet doen.

Kapitein, je kunt je broeders niet in de steek laten.

Zulke broeders horen op de zeebodem thuis.

Red ons, commandant.

De piraten-eer schrijft iets anders voor. - Wil je mij de les lezen?

Ik ben het beu. Neem die kerels mee. - Kapitein, haar wil ik ook meenemen.

Ze is m'n commandant. Dat vrouwtje daarachter is meer geschikt voor jou.

Schiet op, neem haar ook mee. - Laat me los.

Ik maak jullie van kant. Ik ben een piraat. Dat kun je niet maken.

Kap daarmee. - Geef de rest vlees en drank.

Yeowol, help me. - Ze lachen beneveld en vergeten alles.

Vuile teef.

Kapitein Soma. - Zwaarden weg.

Ondankbare mensen zijn nog erger dan varkens.

Je laatste uur heeft geslagen.

Kijk 's aan. Droom rustig verder. Je hebt verloren.

Gezien ons gezamenlijke verleden laat ik je leven.

Als je je overgeeft.

Een piraat kan op twee manieren aan z'n eind komen.

Als visvoer of...

Dat weet je vast wel.

Het water is ijskoud. Geef hem nog een extra deken.

Joseon-Korea

Joseon-Korea. Ik geef jullie land deze naam, die niet alleen mooi is...

maar ook een lange geschiedenis heeft: Joseon-Korea. Het zij zo.

Bovendien schenk ik het land Joseon een nieuw koninklijk zegel.

Moge de hemel jullie goedgezind zijn zodat het land eeuwig zal bloeien.

Als cijns eis ik het volgende:

500 jonge vrouwen en 200 eunuchen.

We danken u voor uw immense keizerlijke genade, Majesteit.

Ja, met deze zegel wordt de stichting van Joseon-Korea bekrachtigd.

Denkt u dat thuis alles in orde zal zijn?

Stel dat er weer een nieuwe koning is.

Toch ben ik er niet helemaal gerust op.

De belangrijke functies werden onder lokale onruststokers verdeeld.

Maar zonder koninklijk zegel en een nieuwe naam...

blijft toch vast alles bij het oude.

Als je altijd bang bent voor protesten, hoe kun je dan een land besturen?

Wat was dat? - We weten het niet, meneer.

In deze omgeving zijn piraten actief. Alle hens aan dek.

Maak je klaar om te vechten. - Prima.

Schiet de brandpijl af.

Het is een walvisjong.

Hoe durft dat brutale beest zich op onze route te wagen?

Ga hem achterna. - Volgen.

Verdomme. Dood hem. Vooruit.

Daarachter. Het walvisjong komt weer boven water.

Onmiddellijk schieten. Schiet. Ontsteek het kanon.

Het zegel, het zegel. - Ik zie het daar drijven.

Joseon. - Het zegel, het zegel.

Geschifte Tijger.

Waar zit je, Geschifte Tijger?

Hoe gek moet je zijn om jezelf Geschifte Tijger te noemen?

Geschifte Tijger.

Ik ben doodmoe. Ik leg zo het loodje. Nu word ik ook nog landziek.

Nou ja, het vasteland is in elk geval beter dan de zee.

Verdomme, wat heeft dat te betekenen?

Dat is onze leider Geschifte Tijger.

Je wilt dus struikrover worden? Prima, stel je dan maar even kort voor.

Mijn naam is Cheolbong.

Jarenlang was ik piraat. Ik heb tig gevechten gewonnen.

Met ons schip heersten we over de wereldzeeën.

Toch zijn er legio redenen waarom ik rover wil worden.

Als u me aanneemt, dan beschikt u meteen over een talent...

dat al snel onmisbaar voor u zal zijn. Bedankt, dat was het.

Ik ben wel benieuwd waarom zo'n begaafd piraat de zee de rug toekeert.

Pardon?

Ik kan geen vis meer zien. Ik heb de schurft aan die visgeur gekregen.

Ik ben toch meer een vleeseter, hoor.

Dan moet het gruwelijk zijn geweest op zee. Ben je ontslagen?

Ontslagen? Ik? Nooit.

Je bent dus ontslagen. - Wat een onzin. Hoe komt u daarbij?

Sla niet zo'n toon aan tegen onze leider. Vertel de waarheid.

Goed, als u dat zo graag wilt, dan vertel ik de volledige waarheid.

Als piraat ontbrak het me aan niets.

Rijkdom en roem vielen mij ten deel.

Maar ik beleefde geen plezier meer aan dat leven.

Ik vroeg me af wat het leven inhield. Ik voelde me zo leeg van binnen.

Ik had niet eens zin om te eten. Ik heb heel lang lopen denken en op een dag...

Toen drong het tot me door dat ik voor struikrover in de wieg was gelegd.

De spijker op de kop. Een man hoort in de bergen.

Zo is het wel genoeg. Je komt wel onnozel over.

Je mag blijven omdat je niet weet waar je naartoe moet.

Je staat op nummer 30 in onze pikorde.

Kwijt je goed van je taken. - In deze kleine groep op plaats 30?

Ik heb betere aanbiedingen gehad. En m'n ervaring dan?

Schiet op, groentje. Koken.

Die jonge knul is niet goed bij z'n hoofd. - Jong? Ik jong?

Wat is er in vredesnaam gebeurd? - Luister, Sambong.

Ga maar eerst even rustig zitten. - Domme dwaas.

Verslonden door een walvis? Mijn zegel? Waag je de spot met me te drijven?

Onthoofd die schoft onmiddellijk.

Majesteit, Majesteit.

Dat is ook gebeurd.

Een walvis heeft het koninklijke zegel ingeslikt.

Onvoorstelbaar, niet te geloven. - Hoe kon je dat laten gebeuren?

Ik kon in elk geval de naam van ons land redden.

Bijna waren beide verloren gegaan.

Jij hebt me aanbevolen en dus ben jij ook schuldig.

We zullen beiden moeten sterven. Was ik maar in de zee verdronken.

Luister goed. Hoedje voor de mening van het volk.

Als het volk dit ter ore komt, trekken ze de conclusie...

dat het nieuwe koninkrijk niet de hemelse zegen heeft.

Alles wat ik je nu ga zeggen, is in het belang van Joseon.

Er is nooit een walvis geweest. Je werd aangevallen door piraten.

Majesteit, beroof me van het leven. - Nee. Zeg me wat er gebeurd is?

Majesteit. Ik, uw trouwe dienaar Han Sangjil...

werd bij het transport van het koninklijke zegel...

en de naam van ons nieuwe land...

door piraten, aanhangers van Goryo, overvallen.

Het zegel is gestolen, Majesteit. - Het zegel?

Uwe Majesteit. - En toch... Laat me los.

En toch kom je nog levend terug? - Ik wilde al uit het leven stappen.

Eerst wilde ik u de naam van ons land komen meedelen.

Die hebben we met pijn en moeite uit handen van rebellen weten te houden.

Met gevaar voor eigen leven.

De keizer heeft besloten om ons land Joseon-Korea te noemen.

Ja, Majesteit. - Maar het koninklijke zegel...

Breng ons als straf ter dood, heer. - Dood ons.

We moeten ze uitroeien.

Alle struikrovers en piraten die aanhangers van Goryo zijn.

Stil, Jeong. Wees nou stil.

Roep de nieuwe staat Joseon-Korea uit. En mobiliseer de soldaten.

Ruim alle rovers en piraten uit de weg.

Breng het koninklijke zegel terug. - Zeker, Majesteit.

Zo snel mogelijk. - Twee weken. Ik geef jullie twee weken.

Begrepen? - Ja, Majesteit.

M'n informant is betrouwbaar.

Een groep kooplui vervoert dure spullen en dat met slechts twintig bewakers.

Als de monnik het teken geeft... - Wat doen ze daar? Wat doen ze daar?

Groentje. - Ja?

Hij bedoelt jou dus. - Op het teken hak je dat touw door.

Dan geef ik als commandant.

Commandant, ik hoor voorop te lopen.

Bij veel gevechten stond ik vooraan...

en nu moet ik alleen het touw doorhakken?

Voer je taak uit. De laagste in rang moet altijd het touw doorhakken.

Je beseft niet wat ik in m'n mars heb.

Wat doen ze daar? Wat doen ze daar? Ze blijven staan, wat doen ze daar?

Bereid je voor.

Wat doen ze daar? Wat doen ze daar? Ze blijven staan, wat doen ze daar?

Opzij.

Verroer je niet. - Nu? Hakken?

Het leger is erbij. - Mag ik? Nou?

Te veel soldaten.

Wegwezen. - Nu?

Ja, maak dat je wegkomt.

Wat een gezeik. Weg hier. Schiet op.

Wat is dat?

Het gaat beginnen. Kom tevoorschijn. Maak ze van kant.

Dat zijn aanhangers van Goryo. Grijp ze.

Schiet op, ze willen ons vermoorden. Splits je op, ik zie jullie in het kamp.

Commandant. - Daar zit hun leider.

Pak de leider. - Wacht op mij.

Wacht, commandant. - Pak de commandant.

Commandant. - Rot op, Cheolbong. Wegwezen.

Pak de commandant. - Commandant.

Noem me niet steeds commandant. - Wacht, commandant.

Hoewel we ons opgesplitst hadden, zijn de meesten dood.

Bij de volgende overval stuiten we vast op de koning zelf.

Ik zei nog dat die Park en informanten niet te vertrouwen zijn.

Groentje, ik gaf je het teken om terug te trekken.

Waarom hak je het touw dan toch door?

Waarom hebben we die halvezool ook meegenomen?

De volgende keer hebben we wel geluk. Overvallen lukken niet altijd.

Het zou toch op z'n minst één keer moeten lukken.

Elke overval mislukte tot nu toe.

We eten alleen wilde planten en jagen op wilde zwijnen.

Rustig, hij is van slag.

Niks aan de hand. Gelukkig kennen we de troepen van onze koning.

Ze doen alsof ze ons opjagen, maar ze vluchten zodra het donker wordt.

Dat klopt toch, of niet? - Moet je zien.

Wat is er dan? - Kijk, moet je dat daar zien.

Grijp ze. - Ja.

Het is blijkbaar nog niet donker genoeg. - Zo meteen wel. Niet in paniek raken.

Waarom zouden we in paniek raken? Die klojo's slaapwandelen alleen maar.

Commandant? Waar is hij?

Waarom heb ik me toch bij ze aangesloten?

Leeft hij nog?

Wil je leven?

Hebben je manschappen een aanslag op de koning uitgevoerd?

Kort voor z'n kroning heb je al verraad gepleegd.

Moet ik die walvis vangen en ontweien? - Breng het koninklijke zegel terug.

Als het je lukt, krijg je alles wat je hartje begeert.

Mocht het mislukken, dan wordt je leven een ware hel.

Ik heb al in een hel geleefd. Langer dan me lief was.

Je wordt commandant van de marine. Neem het er nog van tot morgenochtend.

Dan begint de reis.

Ik hoorde dat het heel dringend was.

Vertrouw je hem?

Ik stel m'n vertrouwen niet in hem, maar in z'n ambities.

Ben jij de piratenkapitein Yeowol? - Inderdaad.

Wat doet u in deze ruwe wateren? - Ik zoek een walvis.

Hij schijnt 20 meter lang te zijn. Ruim 20 zelfs.

Hij heeft een vlag op z'n rug. Vang hem voor me. Ontweien doen we zelf wel.

Ik ben geen visser. En ik jaag ook niet op walvissen.

Ze zijn de boodschappers van de zeegoden, heersers over leven en dood.

Zij bepalen wie ze doden en wie niet.

En de god van de zee is onze vriend. - Natuurlijk kun je weigeren.

Dan moet ik op bevel van de koning alle piraten van kant maken.

Is dat zo? Denkt u dat het eenvoudig zal zijn om ons gevangen te nemen?

Eenvoudig zeer zeker niet. Anders pakken we jullie gezinnen aan.

Jong en oud, man en vrouw. Ik slacht ze allemaal af.

Wie jullie een slok water of een rijstkorrel geeft, wordt bestraft.

Ik zal iedere verrader onthoofden. Honderden, duizenden. Tot ik jullie heb.

Begrepen? - Hufter.

Wat wilt u van ons?

Onze marineschepen zijn stormbestendig, maar niet snel genoeg.

Zelfs als we de walvis vinden, krijgen we hem niet te pakken.

Jullie kunnen de walvis met je schip doden.

Dat is het antwoord op uw vraag. U krijgt tien dagen de tijd.

Wat een idioot. Hij ziet eruit alsof hij ons levend wil opvreten.

We pakken hem. - Je weet niet wat je zegt.

Blijf van me af. Ik ben haar rechterhand. - Wat ben je van plan?

Het zijn koninklijke troepen. We moeten wel gehoorzamen.

Wil je die walvis vangen?

We varen naar het eiland.

Kom, we gaan.

Ze denken nog dat je nikste eten krijgt. - Maar dat is vlees.

Kijk daar 's.

Arme jongen, zo zielig opgesloten. - Kom, we maken dat we wegkomen.

Op het opsporingsbericht zie je er veel knapper uit.

Kap met die onzin. Schiet op, we moeten naar Park.

Waar brengen jullie me naartoe? - Dat zul je wel zien.

Die rotrovers zijn allemaal te grazen genomen.

Neem nu m'n rug maar onder handen. Goed?

Ga maar door. Dat heb je nog nooit eerder gedaan. Wel lekker.

Heerlijk.

Officier Jang. - Geen officier meer.

Ik ben al jaren een struikrover. - Mij kwam het gerucht al ter ore...

dat jullie per ongeluk op het leger zijn gestuit.

Puur toevallig.

Hoe durfde je het leger op ons af te sturen?

Ik zweer het, dat wastoeval. Je kent me toch, Jang.

Ik heb een tip die van jou een rijk man maakt.

Voor 30 rollen zijde vertel ik 'm je. - M'n medelijden is tanende.

20 rollen. 10.

Je krijgt 'm gratis en voor niets. Afgesproken?

Het gaat om een walvis. En een schip met geschenken voor de Chinese keizer.

De walvis heeft het schip opgeslokt. - Een heel schip? Een vis?

Echt waar. Met één hap verslonden. En weg was het.

Een vis die zo'n groot schip opgevreten heeft? Belachelijk.

Plus het koninklijke zegel. - Het zegel?

Boeddha, ontferm u over hem. - Help me. Help.

Een prettige verrassing. Een vrouw met stalen zenuwen.

En dan steek je je neus meteen in mannenzaken?

Ik zie hier geen mannen, hoor. Alleen twee schurftige mormels.

En een oude rat.

Dat is wel zonde, zeg. Zulke onflatteuze woorden van zo'n schoonheid.

En hoe heet deze schoonheid?

Laat dat.

Dan stel ik me eerst maar voor. Ik word de Geschifte Tijger genoemd.

Kleine meisjes huilen als ze dat horen. - Ik weet niet of je een tijger bent.

Maar geschift ben je in elk geval. Ga maar vruchten plukken voor het eten.

Wat valt er te lachen? Hou op of ik krab je gezicht open.

En dan hak ik je in tweeën. - Ben jij struikrover?

Dan zal het niet meevallen om altijd groenvoer te eten.

Boeddha, ontferm u over onze zielen. Ze zijn gewoon in de meerderheid.

Dit zou van u kunnen worden.

Arabieren en Europeanen voeren nieuwe wapens aan.

Zulke kanonnen komen ook hier, heb ik gehoord.

Wilt u de walvis vangen?

Raar dat een walvis het koninklijke zegel verslindt...

dat de Chinese keizer onze koning voor de stichting van onze staat schenkt.

Een grote tegenslag. - Kunt u het me bezorgen?

Ik kan u alles bezorgen.

In de nieuw gestichte staat regeert de chaos.

Het gerucht gaat zelfs dat de nieuwe koning het boeddhisme wil verbieden.

Boeddha's zijn tegenwoordig geen drol meer waard.

Ziet u dit dan als Boeddha's? Volgens mij zijn het klompjes goud.

Ja, zeker. Maar waardeloos.

U kunt overleven dankzij de opbrengst van de zee, niet die van het land.

En de zee is van ons, de piraten. - Natuurlijk, ja.

Morgen dus.

Vooruit, kom mee. - Wacht. Wanneer was dat voor 't laatst?

Twee of drie jaar geleden zoiets.

Op volle zee stonden we tegenover elkaar. 120 oorlogsschepen.

Groentje, de haas verbrandt. - Vluchten? Echt niet.

Terwijl anderen op de vlucht slaan, kijken piraten de dood in de ogen.

En we vochten tegen vijfduizend man. Twee weken lang, dag en nacht.

Tot de hele zee bloedrood zag.

Ja ja, zo ging dat tijdens m'n zeventiende piratengevecht.

Het vlees.

Kolere. Wat flikje me nou? - Kap daarmee.

Er is toch niks gebeurd. Kijk dan, het ziet er verrukkelijk uit.

Het is hooguit een beetje aangebrand. - Wie is daar?

Wie denk je? Ik ben het. Gegroet.

Jullie hebben veel af moeten zien sinds jullie mij volgen.

Het spijt me dat ik je geen warme maaltijd aan kan bieden.

Ik hield me ook niet aan m'n belofte om je elke dag van drank te voorzien.

En daarom denk ik...

Ach, ja. - Ik denk te weten wat je wilt zeggen.

Ik wist dat deze dag ooit zou aanbreken.

Op dit moment ben ik voorbereid. - Waarom? Moet ik weten wat...

Je wilt zeggen dat ieder z'n eigen weg moet gaan, of niet?

Eigenlijk niet. - We leven al veel te lang samen.

Ga zitten en luister. - Het beste, mensen.

We gaan. - Het ga je goed.

Wat is er met jullie?

Weet iemand waar ik kan aanmonsteren op een piratenschip?

Er ligt wel ergens een schip, hoorde ik. Vol goud en kostbaarheden.

Momentje, wacht even.

Het schip waar je het over hebt. Wat is daarmee?

De keizer van China heeft een schip vol kostbaarheden gestuurd.

Dat weten we, ja. En wat nu?

Het schijnt erg grootte zijn.

Dat moet ook wel als het van de keizer afkomstig is.

Maar het schip heeft...

Hoe kan ik dat nou het beste uitleggen?

Vertel op, ik state popelen. Vooruit.

Het schip werd door een vis verslonden. Een walvis.

Je bent al zo lang monnik.

Weet je nog niet wanneer je je mond moet houden?

Val de commandant niet in de rede met zo'n onzin.

Hoe durf je? Heeft een vis dat schip verslonden?

In een hap?

En nog één. - Au, je maakt me van kant.

Idioot.

Vooruit, commandant. Vertel verder. Wat is er met het schip gebeurd?

Je zei dat het vol kostbaarheden zat. - Het schip, ja.

Het is echt door een vis verslonden.

De haas is helemaal verkoold.

Waarom leer je het hem ook niet? Ik word omringd door louter stomkoppen.

Dat houdt niemand vol. Zo meteen ontplof ik.

Ik maak je van kant. Kun je niet 's op een dode haas letten?

Zei je nou dat het om een walvis ging?

Ja, alleen een immense walvis kan zo'n schip vernietigen.

De walvis heeft het zegel ingeslikt en de koning is furieus.

We zijn dus stinkend rijk als we die walvis vangen.

Dan hoeven we nooit meer te werken. - Klinkt goed.

Een walvis dus.

Hoe moet je die vangen? Met een net of een hengel?

Je spoort niet. Met een hengel of net kun je echt geen walvis vangen.

Waarom niet? - Zo'n beest is gigantisch groot.

Gigantisch? Maar het blijft toch gewoon een vis?

Klopt, een vis is een vis. - Dat denk jij.

Kijk maar 's goed. Zo groot is het oog van een walvis.

Je liet dat het gedrukt staat. - Ik lieg echt niet.

Z'n ogen zijn net zo groot als dit hier. - Als dit al een walvisoog zou zijn...

hoe groot zijn ze tanden dan niet? - Hij heeft geen tanden.

Hij eet met z'n baardharen.

Waarom lacht je nou? - Hou toch op met die onzin.

Zeg maar gewoon hoe je 'n walvis vangt. - Dan blijft er maar één manier over.

Luister. Hij moet aan de oppervlakte komen om adem te halen.

Op dat moment vuur je je kanon af. - Een vis die ademhaalt?

Haalt de walvis boven water adem? - Natuurlijk doet hij dat.

Als hij uitademt, dan spuit het er uit.

Er komt een enorme fontein uit het neusgat in z'n nek.

Het water schiet omhoog.

Zit de neus van een walvis op z'n rug? - Juist.

Ook het geloof van een monnik kent grenzen. Wat maak je ons nog wijs?

Dat een walvis haarjong de borst geeft? - Ja, dat klopt.

Om haarjong beter te kunnen voeden, eet ze zelfs zeewier.

Belachelijk. Ik maak je van kant, leugenaar.

Laat 'm los, ik zal hem van kant maken. Ik wil geen monnik meer zijn.

Dat kan toch niet waar zijn.

Hoe moet ik het aan jullie verstand peuteren?

Landrotten snappen niks van de zee.

De oceaan is zo onvoorstelbaar diep en onvoorstelbaar uitgestrekt.

Er zwemt al het mogelijke in rond. En al het onmogelijke. Luister.

Er leven daar dieren met een lamp op hun kop. Jawel.

Als opeens duizenden fakkels gaan branden, licht de hele zee op.

Licht, donker. Licht, donker.

Er bestaan zelfs vliegende vissen.

Ze hebben vleugels en een school bestaat uit wel duizenden vissen.

Ze springen dan uit het water en vliegen naar je toe.

Zo'n mooi gezicht.

Hopelijk gaat het goed met m'n vliegende vrienden.

En nu heb ik wel trek gekregen.

Wat is er nou?

Kap met die onzin. Kunnen we hem met één kanonschot uitschakelen?

Eén schot? Daar heb je er minstens tien voor nodig.

Prima, dan zorgen we voor kanonnen.

Dit kanon kan ik aanraden. Het is draagbaar en licht.

En ook makkelijk te bedienen door vrouwen. Boem.

En die daar...

Mag ik u voorstellen aan de koningin der wapens?

Schietgeweer wordt het genoemd.

Daarmee kunt u een dennenappel op 800 meter afstand raken.

Echt fantastisch. Een grote vooruitgang.

En daarachter staat... Jawel, jawel.

Dit wordt, zeer toepasselijk, de rookbom genoemd.

Vooral voor tactische doeleinden geschikt.

Als de granaat ontploft, verspreidt zich een dichte rook.

Dan kan de vijand u niet meer zien.

U hebt er oog voor. U ziet meteen wat voor u nuttig kan zijn.

Dit komt uit Rusland. Van ver weg dus. Duizenden kilometers hiervandaan.

Het kreeg de mooie naam granaatfles toebedeeld.

Het klinkt heel onschuldig, maar het is levensgevaarlijk.

Maak even ruimte.

Haal de wagen.

Voorzichtig. - Goed.

Je laat me schrikken.

Grasvretende dief, zoek je een reden om begraven te worden?

Opzij, schurk.

Ben jij piraat?

Je zult wel een zwaar leven hebben. Alleen maar vis eten.

Verdomme.

Wat is er gebeurd? Waar is de wagen?

Dat was Gestoorde Tijger.

We zien elkaar bij het trefpunt. - Prima.

Opzij.

Hoe werkt dit ding? - Met vuur aansteken.

Vuur? - Wegwezen.

Blijf staan. Grijp ze. - Die kant op.

Vooruit.

Rennen. Schiet op, ren nog harder.

Sneller. Sneller.

Jij ontkomt me niet.

Hallo, schoonheid. Daar ben ik weer.

Zoon van Gestoorde Tijger. - Gooi haar er uit.

Ze is te zwaar. Duw haar er af.

Ik win.

Chunseop. - Commandant.

Ik snijd je keel door. - Rustig maar, meisje.

Dankzij jou had ik het bijna niet kunnen navertellen en dan moet ik rustig blijven?

Wat nou? - Daar. Achter je.

Schieten.

Ben je dood? - Au, au, au, au, au. Wat prikt dat.

We kunnen ons beter overgeven. Met z'n tweeën hebben we meer kans.

En smeken om me in leven te laten? Nee, een echte piraat...

Wat is dat?

Boeddha, ontferm u over ons.

Jang Sa-jung.

Irritant, zeg.

Als ze je knikker geraakt hadden, was je nu morsdood geweest.

Wat zei je daar? - Dat klopt toch?

Of had ik houten kop moeten zeggen?

Luister, allemaal. Ben je er klaar voor? - Ja.

Vooruit, naar zee.

Je moet de kanonnen zo ombouwen dat de harpoenen erin passen.

Verklein het kaliber met twee derde.

We laten ons met de stroom mee naar de kust drijven. Dat bespaart veel tijd.

Hijs de zeilen.

Hoewel we als struikrovers in de bergen leefden...

waren we geen laffe dieven zoals Yi, de huidige koning.

Hij heeft zich met geweld ons land toegeëigend.

Hij zal diep in de buidel moeten tasten als hij het zegel van ons wil overkopen.

In deze zee zwemt een walvis die ons rijk zal maken.

We varen naar de zee. - Ja.

Verdomme. - Wil je niet mee?

Hoe wil je met dit flutbootje een walvis vangen?

Klep dicht. - Sla me niet zo hard.

Majesteit, aangezien we, ook zonder koninklijk zegel...

de nieuwe staat gesticht hebben...

moeten we dan ook niet de regeringszetel verplaatsen?

Niemand bouwt een woning op een graf.

Hoe kunnen wij dan ons koningspaleis op het graf van de Giro's bouwen?

Hij heeft gelijk.

In deze stad bezorgen oude ambtenaren en de adel ons kopzorgen.

Het lijkt mij raadzaam...

een nieuwe hoofdstad te kiezen en de troon te verplaatsen.

Prima, ik ben het geheel met jullie eens.

Maar ik verhuis niet zonder koninklijk zegel naar de nieuwe hoofdstad.

Er rest jullie nog vijf dagen.

Verdorie, het is niet gelukt.

Ik hoopte tijd te winnen door de nieuwe hoofdstad te berde te brengen.

We moeten nu al onze hoop op Mo vestigen.

De vervolging van Goryo-aanhangers is in volle gang.

Daardoor stinkt het hele land al naar bloed.

Er worden jongens en meisjes gevangen die als cijns voor China bedoeld zijn.

Het is allemaal nogal ingewikkeld, nietwaar meneer Mo?

Wellicht hoeven we de walvis niet meer te vangen.

Ooit kende ik een man die dezelfde woorden sprak als jij.

Op een dag heb ik hem met m'n zwaard doorboord.

Heb je me nog meer te vertellen? - Ik? Nee, hoor. Nee, heer.

Voedsel en water moeten nog aan boord gebracht worden. Ik zal me haasten.

Kapitein, we hebben alles ingeladen. Schietgeweren, kanonnen.

En ruim driehonderd kanonskogels.

Eindelijk zal ik weer een zeebries kunnen voelen.

Overmorgen.

Nog twee dagen en dan krijgt u het beste en snelste schip ter wereld.

We varen morgen uit.

Elke dag dat we wachten, leeft Yeowol nog een dag langer.

Ja. Begrepen, kapitein.

Yeowol. De zee heeft me niet in de steek gelaten.

Commandant. Leider. Dat moet je echt niet drinken.

Het drinken van zeewater kan je fataal worden.

Drink geen zeewater.

Kijk, een walvis. - Daarachter. Een walvis.

Nee, dat is geen walvis, dat is een haai. Een haai, een haai.

Vang die haai. - Dat is een witte haai.

Help. Help me dan toch. Haal me er uit.

Help.

Pak dat touw vast.

Voltreffer. - Dat is geen walvis. Dat is geen walvis.

Zoekt Yeowol de hele omgeving af? - Ja kapitein, dat doet ze.

Het is een kwestie van tijd voor we haar te pakken hebben.

Yeowol, waar je ook zit, we krijgen je wel te pakken.

Dit is het snelste schip ter wereld.

Iets heeft ons net ingehaald. - Dat kan toch niet waar zijn?

Wat is dat daar? - Hou je goed vast.

Het is waanzinnig snel.

Boeddha, ontferm u over ons. - Het kanon, Chunseop.

De kogel is er uitgevallen. Ik heb 'm weer.

Schiet op. Chunseop, wat doe je nou? Steek aan.

Blijf stil zitten. - Doe ik al.

Stil. - Steek het lont nou maar aan.

Naar de wapens. - Breng alles in stelling.

Vooruit, herladen. - Waarom schiet je ook naast?

Ahoy.

Schiet op. Vuur. - Vuur.

Je zei toch dat dit het snelste schip ter wereld was?

Wat? Heb ik dat gezegd? Ik?

Eindelijk. Hij is uitgeput. We gaan hem vangen.

De walvis vangen?

De walvis is al naar de eeuwige jachtvelden vertrokken.

Terug. Naar achteren.

Wat is er? - Daar. De walvis.

We hebben hem te pakken. - We hebben de walvis gevangen.

We hebben de walvis gevangen. - Nee, kap daarmee.

Dat is een haai.

Een walvisstaart ziet er anders uit. - Voorzichtig, hij leeft nog.

Is het echt geen walvis? - Hoe vaak moet ik het nog zeggen?

Dat is een haai. Een witte haai. Als 'n walvis een reuzenslang zou zijn...

dan zou een haai slechts een wormpje zijn.

Je bent niet goed snik. - Angst laat alles veel groter lijken.

Aanvankelijk leek hij wel een huis, maar nu is hij zo groot als twee stieren.

Repareer de boot, dan varen we verder. - Ja, commandant.

Het schip is in rook opgegaan. Hoe moeten we de walvis nu vangen?

Gericht schieten.

Voltreffer. - Zo, dan gaan we nu die walvis vangen.

Pardon? Wil je het schip van de marine jatten?

Zo'n groot schip kunnen we niet zelf besturen.

Wat hebben we eraan als we er niet mee kunnen ontsnappen?

Dat overleeft niemand. Ik pas. - Ga dan maar. Wegwezen.

Waarheen dan? Nee, jij moet het schip besturen.

Moet ik dat in m'n eentje besturen? - Met deze mannen.

Niemand luistert naar mij. Ik ben maar tot last.

Ik word om de haverklap mishandeld. Ik ben het beu. Laat me gaan.

Dan moeten we toch iets veranderen. Je wordt bevorderd tot de tweede rang.

Commandant. - Dat kun je toch niet...

Prima.

Als de commandant van m'n kennis en hulp gebruik wil maken...

dan zal ik m'n uiterste best doen. - Kies maar mensen uit.

Jij. En jij.

Hufter. Je slaat me continu in elkaar, kleine rat.

Hoe durfde je. Kloothommel. - Voer z'n bevelen uit.

Hij is vanaf nu je baas. - Pardon?

Luister. Het is een groot verschil of je in een meer of in zee zwemt.

Als je tegen de golven in zwemt, overleef je het niet.

Je moet je over de golven laten glijden, als een slang over een rots.

Juist, ja. Zo.

Dat moet je in je oren knopen. Als je dat niet doet, verdrink je.

Weet je hoe ze me vroeger op zee noemden? De haai.

Op zee moet je altijd doen wat ik zeg.

Slangenkop. Ja, jou bedoel ik.

Je steekt alle schepen in brand zodat ze ons niet achterna kunnen komen.

Begrepen?

Alles moet goed afgestemd worden. Zo'n stomme fout als laatst in het bos...

mogen we nu niet maken.

Terwijl jullie de andere schepen in brand steken...

enteren wij het marineschip en nemen het mee.

Veel succes en veel plezier.

Nog één belangrijk dingetje.

Op de plek waar de fakkels liggen, wordt ook vast olie bewaard.

Op elk schip wordt dat op die plek opgeslagen.

Besprenkel de andere schepen met die olie.

Kom dan snel naar ons schip zodat wij ze met vuurpijlen kunnen beschieten.

Luister naar me. - Dat doe ik.

Dat doe je niet. Concentreer je.

Jullie zijn allemaal slechte luisteraars, maar jij spant toch wel de kroon.

Knoop m'n woorden in je oren. En doe wat ik zeg. Vooruit.

We kunnen vertrekken.

Zorg dat alle manschappen aan boord gaan. Alleen de noodhulp blijft hier.

Alle soldaten aan boord.

O jee, soldaten. Er komt een heel leger aan. Mariniers.

En nu? Wat kunnen we het beste doen? Wat vind jij?

Balen. Dat kan toch niet waar zijn?

We kunnen niet zonder de commandant vertrekken. Waar zit hij?

Moet u dat daar zien. Daarachter.

Ze vallen aan.

Kijk, daar komt de commandant al. - Maak alles klaar voor vertrek.

Hijs de zeilen. En jij daar, jij snijdt het trouw door.

Het touw, het touw. Het touw, snel. - Wat doe je daar?

Vooruit.

Weg. Ga terug. - Duw de ladders om.

Commandant.

Schiet op, kom snel.

Ga opzij. Oprotten. - En wegwezen.

Jang Sa-jung.

Mo Heung-gap. - Dit moet dan wel m'n geluksdag zijn.

Commandant. - Commandant, kom nou.

Je leeft nog steeds.

En jij hebt je aan je belofte gehouden en bent rover geworden.

Jungkeun wacht vast al op je. - Hou je bek.

Is het je gelukt om in je eentje de wereld te verbeteren?

Daar heb ik nooit naar gestreefd.

Commandant. - Kom nou snel.

Spring op het schip. Snel. - Vooruit nou.

Vangen.

Vang het touw. - Vang het.

Trekken, trekken.

Gelukkig.

Ik kom terug om jou een kopje kleiner te maken.

Hoeveel schepen zijn er nog over? - Alleen een paar kleintjes.

Ze gaan allemaal mee op walvisjacht. - Die walvis kan me gestolen worden.

Alle schepen zijn in de as gelegd.

Ons leven is in gevaar, heer. - Het is als volgt gegaan.

De piraten die 't zegel gestolen hebben, hebben ook de haven aangevallen.

Onze vloot is in rook opgegaan, maar de piraten zijn gedood.

Maar het zegel hebben we terug. Begrepen?

Zelfs als we het zegel vinden, waar zijn dan de doden? De gestorven piraten?

Die zorgen we wel voor.

We doen net alsof dit een piratendorp is. Behandel ze als piraten en vermoord ze.

Mama.

In deze zee groeit veel zeewier.

Ik weet bijna zeker dat de walvis hier rondwaart.

Daarachter. Een walvis. - Dat moet hem zijn.

In z'n rug steekt een vlag. - Maak de harpoenen gereed.

Prima.

We zijn er klaar voor.

Kapitein, jij moet het bevel geven.

Yeowol, waarom aarzel je? - Er is ook een jong bij.

Hoe oud schatje het?

M'n zicht wordt steeds slechter. - Het moet een pasgeboren jong zijn.

We zijn allemaal uitgeput.

Het leven van een walvis weegt niet op tegen dat van een mens.

Kapitein? - Zal ik het bevel geven?

Nee. Is iedereen er klaar voor?

Ik ben klaar om te schieten.

Hallo, Yeowol.

En commandant, waar denk je over na?

Op open zee kun je je uitrekken zonder dat je ergens tegen aanstoot.

We voelen ons thuis op het water, hè?

En omdat het schip zo groot is, wordt ook niemand zeeziek.

Zeg, het zeil reven. Omhoog. Reven. - Het zeil?

Het ding waar je aan moet trekken, idioot.

Als hij echt een piraat is, dan ben ik een boeddha.

We moeten het zeilen snel onder de knie krijgen en hem dan mollen. Kijk 'm nou.

Boeddha, ontferm u over ons. - Wat is dit voor herrie?

Commandant, kan ik u even kort spreken?

Dit slaat nergens op.

De zee is enorm groot en er zwemmen talrijke walvissen rond.

Hoe moeten we de walvis vinden die het zegel ingeslikt heeft?

We kunnen de een na de ander vangen...

tot we op het koninklijke zegel stuiten. Of niet soms?

Onzin. - Je zei dat hij gigantisch groot is.

En hoeveel van zulke walvissen zijn er? - Eentje maar.

Vieze, vuile, smerige domoren.

Een walvis is geen kleine vis. Vangen en teruggooien? Onmogelijk.

Kijk 's aan, wat schitterend. Nu kan ik hem in alle pracht aan jullie tonen.

Dat is nou een walvis.

Moet je dat nou zien. Z'n neus zit op z'n rug.

Dat had ik je toch ook al verteld?

Ik ga het beest 's beter bekijken. Het schijnt een wijfje te zijn.

Is verhoudingsgewijs best klein. - Klein? Is dat klein?

Bestaan er dan nog grotere walvissen? - Uiteraard.

En hun piemel is zo groot.

En de baard is ook zo dik. Willen jullie hem nu nog steeds vangen?

Wil je die daar vangen? - Jullie zeiden: Het is maar een vis.

Een vis, het is maar een vis.

We moeten 'm alleen vangen en binnenhalen. Ontweien, vinnen afsnijden.

Idioot. - Wat heb jij nou?

Als de keus zo groot is, waarom heb je het ons dan niet uit het hoofd gepraat?

Waarom leid je ons dan toch de zee op? - Au, dat doet pijn.

Ik heb al tig keer gezegd dat een walvis enorm groot is.

Nu is het genoeg. Je bent teruggezet naar rang 10, de laagste.

Opschepper. - De ogen had je groter moeten tekenen.

Hoe is het mogelijk dat hij nog leeft?

Als je een leven spaart, roep je het onheil over je af.

Ben je visser geworden? Waarom steken er harpoenen in de kanonnen?

Geniet je er met volle teugen van? De geur van de zee voor jullie dood?

De geur van de zee is altijd hetzelfde. - Versla ons maar.

Ooit heb je tegen 5000 man gewonnen. - Het waren er bij lange na geen 5000.

Dan gaan we strijdend ten onder. We leven al lang genoeg.

En jij wordt sowieso blind. - Pardon?

Kap met die onzin. Tegen kanonnen kunnen wij niet op.

Hou je hoofd erbij.

Soma, dit is een kwestie tussen ons beiden. Ik daag je uit voor een duel.

Wie denk je dat je bent? Naïef wicht.

Dat is de reden waarom je als kapitein niet deugt. Nogmaals herladen.

Sorry kapitein, maar daar komt nog... - De marine.

Een mens moet altijd vlees eten. Aan stinkende vis heeft niemand behoefte.

Wij horen niet op zee thuis. - Vergeet dit stinkende piratengebroed.

Inderdaad. De berg is voor de man, de zee voor de vrouw.

Boeddha is ook een vriend van de bergen.

Ja, die piraten zijn zo onnozel.

Ze verlaten het weidse land en dobberen rond op de oceanen.

Daarom worden ze ook gezien als de domste dieven.

Terug naar de bergen. - Boeddha, we zijn in aantocht.

Dag jongedame, ik ben het weer. - Die stomme hufter. Gestoorde Tijger.

Jawel, ik ben het echt. - Nu kunnen hun kogels ons niet raken.

Baas, we moeten zo snel mogelijk hier weg zien te komen.

Die zullen we een lesje leren. Aanvallen, enter het schip.

Vechten. - Tegen wie dan?

Tegen hen daar.

Heb je hulp nodig, meisje?

Help me dan. - Wie ben jij?

Een zoon van de bergen. Ze noemen me...

We moeten ons er niet mee bemoeien. Wegwezen hier.

Niet vechten alsjeblieft. Ik smeek je, hou alsjeblieft op.

Ik hak alleen je arm af.

Maak toch geen levenden van kant.

Wacht. - Commandant, het schip drijft af.

Hé, commandant.

Je houdt het inderdaad heel erg lang vol. - Kapitein Soma heeft gezegevierd.

Gefeliciteerd, dat was een prachtige zege.

Wie ben jij?

Ik word Gestoorde Tijger genoemd. M'n echte naam is Jang Sa-jeong.

Inderdaad.

Deze ontmoeting van berg en zee is een speling van het lot.

Ik wil je een voorstel doen.

Laten we broeders voor het leven zijn. - Hallo, broeder.

Broeder?

Deze gevangenen worden aan de marine overgedragen.

En ze worden allemaal terechtgesteld.

Dat krijg je ervan als je het waagt om Soma te tarten.

Je hebt je broeders verraden. Dat was de reden waarom we jou verjoegen.

Toch heb je er niks van geleerd.

Geloof je na alle gebeurtenissen dan nog steeds in broederschap?

Het is nu eenmaal zo dat de onnozelen ten prooi vallen aan de machtigen.

Een waar woord, broeder.

Je hebt het vast al gemerkt: We zijn onschuldige varende gezellen.

We hebben het vasteland achter ons gelaten.

Weet je wat heel onbeleefd is? Als een rover zich uitleeft op een piraat.

Ach, is dat zo?

Laat ons toch in leven.

De bandiet uit de bergen smeekt te mogen blijven leven. Nietige Tijger.

Ga je gang. Bedel maar. - Ben je het al vergeten?

Er zijn maar twee mogelijkheden voor ons.

De piraat wordt visvoer of hij wordt als draak herboren.

Voor ons ook twee mogelijkheden. Het grote geld najagen. Of we...

Broeders, wees sterk en hou vol. - Ik ben nog niet klaar. Nee, niet doen.

Zuster. - Kapitein.

Commandant. - Nee.

Kapitein Soma, tot uw dienst.

Vertel nou 's precies wat er met Yeowol gebeurd is.

Ze had haar kanonnen zo omgebouwd dat ze er harpoenen mee kon afvuren.

Ze maakte jacht op walvissen, net als alle andere vissers.

Vlak voor ze er eentje ving, greep ik haar vast en maakte ik visvoer van haar.

Ik draag meer aan u af. Wat zegt u van twee keer zoveel?

Hoeveel is je leven je waard?

Ik heers over deze zee. - Net zo veel als een walvis.

Als je de walvis vangt, laat ik je leven. Zo niet, dan ga ook jij eraan.

Moet ik een walvis vangen? - Ik neem 't commando op de boot over.

Jij vangt de walvis, ik ontwei hem daarna. Begrepen?

U bent van harte welkom aan boord, commandant.

Eén ding moet u niet vergen. - En dat is?

Aan boord deelt maar één persoon de bevelen uit en dat ben ik.

Wat ben jij nu eigenlijk? Piraat of bandiet?

Wat doet dat er nu nog toe? Struikrover of piraat.

Luister 's. Sinds wanneer kunnen rovers ook maar tippen aan piraten?

Hou toch op. Kraam niet zo'n onzin uit.

Heeft jullie commandant het gevecht aan dek niet verloren?

Ze smeekte in elk geval niet zo om genade als jullie baas.

Klojo. Onze commandant heeft al tegen Yi Seong-gye gevochten.

Dat is een geweldige rover. - Klopt.

Yi Seong-gye?

Yi Seong-gye. - En wie mag dat zijn?

Heilige Boeddha nog aan toe. Domkop. - Kennen jullie de koning niet?

Een piraat dient geen koning.

We dienen onze kapitein Yeowol die door draken is grootgebracht.

Dochter van een draak? - De oudste zelfs.

Onze leider is de vader van de tijger. - Ja, de oudste zelfs.

Inderdaad. - Nee, hè?

Kom hier, laat je niet in met die rovers.

Kom hier, laat je niet in met die piraten.

Waarom ben ik plots zo belangrijk? Dat doet er ook niet toe.

Mannen horen in de bergen. - Nee, ze horen op zee.

En waarom is jullie leider dan een klein meisje?

Een klein meisje? Ik maak je van kant, grasvreter.

Jullie vreten alleen vissenstront. - Kappen nou.

Pak aan. Krijg de klere. - Nee.

Je slaapt helemaal niet.

Juffrouw, kunnen we alsjeblieft gaan plassen?

Kun jij alsjeblieft niet zo walgelijk zijn?

Wat is er zo walgelijk aan eten en drinken? Het is puur natuur.

Ik moet echt heel dringend.

Als ik gewoon je hand afhak, is het hele probleem opgelost.

Majesteit, de leden van de Goryo-dynastie waren boeddhisten.

De monniken sloten 'n pact met de adel en vergrootten zo hun macht.

Onderdruk het boeddhisme en aanbid Confucius.

Zorg dat het geld van de adel terugvloeit naar het koninklijk paleis.

Ja, Majesteit. Investeer het geld slim en verstevig zo uw rijk.

Dat lijkt me een goed idee.

Toch ontbreekt nog steeds de zegel voor het benodigde decreet.

Majesteit, het spijt me dat we... - Over spijt wil ik niks horen.

Twee dagen. Jullie hebben nog twee dagen.

Waarom verzin je telkens uitvluchten en blijft het zegel spoorloos?

Walvissen volgen altijd dezelfde route, net als alle andere roofdieren.

Binnen twee dagen moeten we hem gevangen hebben.

Hij schijnt gigantisch grootte zijn. Is dat geen probleem?

Niet als we op het jong jagen in plaats van op de moeder.

De moeder verliest haarjong nooit uit het oog.

Het zal niet moeilijk zijn om haar te vangen.

En wat gaat er met haar gebeuren?

Een walvis is een bijzonder wezen, een boodschapper van de zeegod.

De zeegod is vast niet blij als we de walvis vangen.

Die meid zal het niet prettig vinden, maar ze wordt opgeofferd.

Als je gewoon met mij was meegegaan, was dit nooit gebeurd.

Had ik jou maar vermoord. - Wat ben jij voor brutaal beest.

Wat is dat voor belletje?

Die armband is van m'n moeder. Het was haar enige bezit.

Waar is ze nu? - Ze werd vermoord. Door het leger.

Waarom dat? - Omdat m'n vader piraat is geweest.

Maar m'n moeder was duiker. Dat is de reden waarom ik het leger haat.

Mensen zoals jij.

Ik dien al jaren niet meer in het leger.

Had je iets misdaan? Of ben je gevlucht?

Dat, ja. Ik weigerde om broeders en vaderland te beschermen.

Hadden we dan ooit een vaderland dat we moesten beschermen?

Zodra iemand aanvalt, vluchten de koning en de edelen voor de vijand.

Ze sturen koters als dienstmaagden en eunuchen naar de keizer.

De bevolking knijpen ze via de belastingen uit.

Zo'n land wil ik niet beschermen.

Ik zet m'n leven liever op het spel voor mensen van wie ik hou.

Je hebt helemaal gelijk. Dat is ook de reden waarom ik de walvis wil vangen.

Ik kan me niet blijven verstoppen.

Ooit hoop ik bij m'n gezin te kunnen zijn.

Heb je een gezin? - Ik ben vrijgezel.

We zijn voor altijd onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Je verdient wel een pak slaag. Vanwege je grote bek.

Ik meen het serieus.

Wil jij niet de vrouw worden die ik altijd kan beschermen?

Wat is er? Je kleurt helemaal rood. - Het is ook zo warm bij het vuur.

We gaan het water in.

Moet je soms plassen? - Kom nou maar.

Het zeewater is onwaarschijnlijk warm. - Hou je me voor de gek?

Een kleine dief waagt het om de baas van de piraten belachelijk te maken.

Er staat een grote beloning op mijn hoofd. Twintig rollen zijde.

Zie je nou wel? Op het mijne staan er vijftig.

Wat zegt zo'n beloning nou? Daarmee maak je op niemand indruk.

Kijk, dit was een cadeau van 'n Chinese generaal die ik gedood heb.

Een Vietnamese piratenkapitein. Doet niemand meer kwaad.

Ik heb Ming-soldaten met de hand van kant gemaakt.

Bij het eiland Daema heb ik 5000 piraten verslagen.

Ik heb zelfs de aanval van een tijger overleefd. Kijk maar.

Draak. Weet je hoe dat is? Kun je je voorstellen hoe heftig dat is?

Ik ben gebeten door de draak, maar...

Ben je nou gestockeerd? - Kijk dan. Kijk daar nou.

Waarom ben ik zo alleen?

Ik was al bang dat ik alleen naar de hel zou varen.

Wat is met de rest gebeurd?

De Goryo-rebellen Bangmo, Yeomo, Kwangmo, Omo, Kilmo...

en alle anderen: Luister goed.

De plichten van het volk zijn: - Wat ben ik zielig.

De koning dienen, de grond te... - Ik ga naar de bergen en de zee...

en dan kom ik op deze gruwelijke wijze aan m'n eind.

Met vereende krachten en grote inspanning...

Waarom is die tekst zo lang?

Moeten we geschiedenis schrijven. - Commandant.

Een nieuwe geschiedenis voor een nieuw land.

Wie is daar?

Wie ben jij?

Waarom vraag je dat? - Waarom?

Wil je dat zo graag weten? - Ja, zeg op.

Niet doen. - Hoezo?

Hoezo? - Ja, waarom dat?

Kop dicht. - Hou toch zelf je kop.

Ik heb pijn aan m'n benen. Dat kan toch?

De rest zit op een vlakke vloer, ik moet hurken in een groot gat.

En ik moet piesen. - Ik bied m'n excuses voor hem aan.

Mag ik er niet eens over klagen dat ik pijn heb?

Stil. - Wees zelf stil.

Wil je dat hij ons van kant maakt? De commandant is er.

Commandant. - Doe normaal.

Leider. - Zijn jullie helemaal van lotje getikt?

Soldaten, geef acht. Jullie mogen dit gespuis nu onthoofden.

Hierheen, hier. Commandant.

Commandant, hierheen. Wacht hier maar. Wacht.

En ik dan? Neem me mee. Kapitein. En wat moet ik dan doen?

Soldaten, waar zijn jullie?

Waar is het meisje, soldaat?

Ik vroeg me al af waar je was gebleven. Ben je nu een rover?

Ik weet niet wat ik moet zeggen, kapitein.

Ik heb tenslotte geen afscheid genomen.

Je zult altijd onze broeder blijven.

Waar je ook heen gaat, zorg dat je een goede dief bent.

Stap nou maar in, we willen vertrekken.

Jullie zijn met veel te weinig mensen om Soma te kunnen verslaan.

Zit daar maar niet over in.

De zee is van de piraten. De bergen wachten al op jullie.

Wil je niet met mij meegaan om de bergen te leren kennen?

Dan krijgen we zeker een prettig leven.

Je blijft het dus toch proberen. Maar ik blijf desondanks beleefd.

Ik heb nog één voorstel.

Als je wilt dat ik blijf, dan blijf ik ook hier.

En zou je met mij willen meegaan, dan moet je dat ook zeggen.

Als je je met piraten inlaat, dan gebeurt er zoiets.

Onze zuster verkeert in nood. We vallen Soma aan.

Kijk, de kleur van de zee voert ons naar de plek waar de walvissen zitten.

Het onweer komt dichterbij. We moeten terug naar de haven.

Ik zei toch dat de walvissen de boodschappers van God zijn?

Het is geen sinecure om ze te vangen. - Goed.

Kom naar de oppervlakte, walvis. Laat me niet wachten.

Daar ben je dus. Ik zie hem.

Stuur naar bakboord. Vooruit.

Het waren marinesoldaten. In het dorp zitten veel piraten ondergedoken.

Ze hebben alle mannen vermoord en de meesten kinderen ontvoerd.

Weet je ook of het Mo's eenheid was? - Nu is Mo te ver gegaan.

Z'n hebzucht gaat alle perken te buiten.

Iemand moet die duivel een halt toeroepen.

Wat ga je doen? - Terug naar zee.

O nee, alsjeblieft niet.

Je kunt niet de hele wereld redden.

Je moet de mensen beschermen die je na aan het hart liggen.

Waarom ben ik ooit van dat schip gegaan?

Eerst hierheen en toen meteen weer terug. Ik baal als een stekker.

Zeg Cheolbong, je bent weer gepromoveerd naar de tweede rang.

We gaan. - Maar...

Kom mee. Commandant? Schiet op. - En ik, commandant?

Rem af. - Blijf jagen.

Ik zei afremmen. - Jagen.

Commandant. - Moet de walvis dan ontsnappen?

Ik deel hier de bevelen uit. Ik, de kapitein. Ik, Soma.

Het jong is nog heel klein. Het moet binnenkort ademhalen.

Dan komt het vanzelf naar de oppervlakte. Afremmen en wachten.

Daar zwemt hij. De walvis.

Naar stuurboord. - Iedereen naar stuurboord.

Zeker.

Eerst het jong, dan pas de moeder. - Richt op het jong.

Jawel. - Vooruit dan, kom een stuk dichterbij.

Schiet. - Harpoenen.

Haal het touw in. We lokken de moeder naar ons toe.

Vuur.

Niet vuren.

Luister goed.

Als we haar niet in één keer te pakken krijgen, zal ze ons doden.

Jullie zijn gewaarschuwd, mensen. - Prima.

Denk je nou echt dat je m'n schip kunt verwoesten, walvis? Kom dichterbij.

Dichterbij, dichterbij. Vuur. - Vuur.

Nu, mannen. Gooi die granaten maar.

Kijk dan, een wervelstorm. - Kapitein, de storm komt recht op ons af.

De zeegod beschermt de walvis. Gooi het meisje als offer in het water.

De walvis harpoeneren.

Prima. We moeten de walvis aan land zien te trekken. Schiet op.

Commandant, ik deel hier nog altijd de lakens uit.

De opbrengst wilt u in eigen zak steken.

Je bent slimmer dan ik dacht, piraat. - Ik heb ook een vooruitziende blik.

Laat het 'm maar zien. - Ja, kapitein.

Als we dit lont aansteken, dat verbonden is met de kruitkamer...

vliegen we de lucht in en veranderen we in visvoer.

Vergeet niet dat alle mannen op zee hetzelfde lot te wachten staat.

Ik weet zeker dat ik niet in visvoer verander.

Steek het dan aan. Dat durf je toch niet.

Hoopt u dat deze piraat laf is?

De draak is herrezen.

Zuster. - En nu varen we naar huis.

Alles in orde?

Verdedig de walvis. We hebben hem nodig.

Nee. - Vuile teef.

Ik wil haar hebben, begrepen? Een piraat mag geen soldaat doden.

En vuur. - Schiet maar.

Zuster.

Let nou op. - Ga jij maar eerst. Schiet op.

Een rover heeft twee mogelijkheden: het grote geld najagen of de liefde.

Daar komen we straks wel op terug. - Vuile hufters.

Een van ons zal 't land nooit meer zien. - Dat ben ik zeer zeker niet.

Ontzettend bedankt, rovertje. - Eikel, nu sta je bij mij in het krijt.

Yeowol.

Verdomme. Yeowol.

O nee, wat doe jij daar nou? - Hier.

Nu is de maat vol. Ik ben het beu.

Ik had jou nooit in dienst moeten nemen.

Maak dat je wegkomt. Het schip kan elk moment ontploffen.

Dat is de laatste dienst die ik je bewijs. Schiet op.

Rot op.

Wegwezen, het schip kan elk moment ontploffen.

Het schip vliegt de lucht in.

Opschieten. - De kruitkamer.

Loop naar de hel. En bied je excuses aan Jungkeun aan.

Spring.

Commandant. Hetzelfde schip, hetzelfde lot.

Jang Sa-Jeong is de naam.

Herinnert u zich mij nog?

Van welk land ben ik onderdaan? China heeft de naam gekozen: Joseon-Korea.

Ben ik Chinees? Van zo'n land wil ik geen staatsburger zijn.

Het is een hemelsteken dat een walvis het zegel opslokt. Een waarschuwing.

U moet niet naar Chinese pijpen dansen, maar onafhankelijk opereren.

Ook een walvis beschermt haarjong en is bereid haar leven voor hem te geven.

U doet het tegenovergestelde.

U offert uw eigen volk op, alleen om dat rottige Chinese zegel te vinden.

Denkt u eens goed na. Is dit het land dat u voor ogen stond?

Als u een nieuw land sticht op basis van de wensen van de bewoners...

dan sta ik achter u en zult u ook mijn koning zijn.

Het klopt dus wel? Door de walvis opgeslokt? Ons zegel?

Vergeef ons, Majesteit. - Stelletje klunzen.

De gevangen kinderen, die als eunuchen en werksters naar China zouden gaan...

mogen onmiddellijk terugkeren naar hun ouders.

Maar dat is de cijns-eis van de keizer. - Mond dicht.

En jij, Han Sangjil, brengt meteen een bezoek aan de keizer van China.

Je onderhandelt opnieuw over de verdragen. Nieuwe verdragen dus.

Als je me weer teleurstelt, laat ik jullie kinderen als eunuch naar China sturen.

Begrepen?

Ik zal uw bevel ten uitvoer brengen, Majesteit.

Was ik destijds maar dronken geweest.

Koning Seong-gye stichtte Joseon-Korea in 1392

het koninklijke zegel werd in 1403 overhandigd

de eerste jaren gebruikte de koning een alternatief zegel

het zogenaamde 'koninklijke Joseon-zegel'

Zeg, je moet het touw niet daaraan vastbinden.

Dat zei je net anders wel. - Dat heb ik nooit gezegd.

De wind waait in westelijke richting.

Eerst moet het zus, dan weer zo. - Laat dan zien hoe het moet.

Wanneer snappen jullie het eindelijk?

Die vent kan de klere krijgen.

Ik had 'm in de bergen moeten afknallen. - Ik. Jij bent een monnik.

Ik moet snel weer terug aan land.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.