Afrikaans
Akan
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Luister, Kalender.
Je komt hier vandaan. We mogen je. Maar helaas ging het niet goed.
Je vader was de eigenaar van de winkel.
Maar na z'n dood heb je een hypotheek genomen en raakte je de winkel kwijt.
Ik had schulden. Ik moest wel.
En er staan geen obligaties op je naam, dus de lening wordt afgewezen.
Wat een pech.
Je hebt thee gehad. - Het is lekkere thee.
Je hebt het opgedronken.
Zal ik gaan?
Er is geen thee meer.
Fijne dag nog.
Wat is dit?
Pide. Voor jou. - Bedankt.
Het is lekker met thee.
Geniet ervan.
Attentie.
Een van de meest geliefde inwoners van onze stad…
Sezgin Yöre, is overleden. Moge God hem genadig zijn.
BAKKERSVERENIGING
Zijn begrafenis vindt plaats op de gemeentelijke begraafplaats…
Na het middaggebed.
Waar ga je heen, Kalender?
Heb je het gehoord, Mehmet?
Hallo.
Pap, waar was je? - Ik heb net zaken gedaan.
Heb je de aankondiging al gehoord? - Nee.
Sezgin is dood. - Moge God hem genadig zijn.
Amen. Heeft er iemand gebeld? - Waarvoor?
Ik wil weten of ze pide hebben besteld voor de begrafenis.
Nee, er heeft niemand gebeld.
Sezgin had een grote kenissenkring.
Waar is die nieuwe?
Ontslag genomen. Hij sms'te vanochtend.
Nog een? - Pap, we eisen te veel.
Wat eisen we, schat?
Hij moet in de keuken werken en serveren en vloeren dweilen.
Vroeger wasten we zelfs het tapijt.
Ik knipte mijn opa's nagels.
Ik heb ze een keer zo kort geknipt dat hij twee weken geen pidedeeg kon maken.
Hou in godsnaam je mond. Walgelijk.
Hallo. - Hallo.
Ik kom pide bestellen voor Sezgins begrafenis.
Echt? - Wat is er?
Je bent vast blij dat hij dood is. - Nee, natuurlijk niet. Hij was zo jong.
97 jaar oud.
Echt? Hij leek hooguit 91. Hij was zo gezond.
Hij was 24 jaar ziek. Die formidabele man…
Woog slechts 36 kilo in zijn laatste dagen.
Hij zag er gezond uit.
Laten we zeggen, moge God hem genadig zijn.
Om hoeveel pide gaat het?
Bedankt, chef. Dag. - Tot ziens. We houden contact.
Het gaat niet goed met mijn tante.
Pap, wat zeg je? Ik bedoelde het niet slecht.
Hallo, Cevdet. Waar kom je vandaan?
Chef, er is een nieuwe tent, Pidburger. We waren er voor de opening.
Wat is een pidburger? - Een pide en een hamburger.
Ze hebben veel restaurants in Istanbul. Nu ook hier.
Oom Kalender, het is zo lekker.
M'n vader zegt zelfs: 'Magere Lat is niet meer.'
Zoon.
Wie is een magere lat?
Wie is een magere lat?
Magere lat.
Noemen jullie me zo? Hoelang is het geleden?
Acht of negen jaar, chef. - Wist jij hiervan?
Ik ga naar de klant. - Excuseer ons.
Moge God je veel winst geven. Kom maar, jongen.
Hoe verberg je zoiets voor je vader?
GEEN BEZORGING
En het is niet mager. Helemaal niet.
Pidburger.
Wat is er aan de hand?
Tot ziens.
Doe hier ketchup en mayonaise in. Oké? Allemaal.
Sorry, broer. Broer, pas op.
Broer Kalender. Mijn broer.
Herken je me niet?
Nee. - Ik ben Sermet.
We zijn hier samen opgegroeid. Nerimans zoon.
Ik herken je niet.
M'n moeder was lerares. M'n vader had een garage. Hilmi.
Zegt me niks. - Ik had een zus, Gülnaz.
Sterrenbeeld Maagd.
Ik herinnerde me dat. - Het teken van m'n zus was Maagd.
Ik weet niets van Maagd. Sorry, ik herken je niet.
De baas zei dat we een filiaal moesten openen.
Ik opperde mijn geboortestad. En gelukkig zei hij geen nee.
Wat is er beter dan thuis?
Succes. - Bedankt.
Ik heb daar een winkel. Kalender Pide.
Ik weet het, Kalender. Je bent mij helemaal vergeten.
Hoe vind je het hier?
Het is een paradijs. Jouw plek is het paradijs.
Kalender, je weet niet meer wie ik ben. Wacht.
En toch ga ik…
Stop het in…
Nee, dank je. Het gaat wel.
Kalender, ik gooi het naar beneden.
Ik stamp erop en we gaan er allebei aan. Dan is het jouw schuld.
Ik wil hem niet. - Ik gooi hem.
Nee. - We worden ingemaakt.
Ik gooi het.
Oké, geef hier. - Dat was het.
Tot ziens. - Bedankt.
Dat is genoeg. Leg neer.
Pap, dit is heerlijk. Zo lekker had ik het niet verwacht.
Probeer er ook een. - Dat wil ik niet.
Hoeveel eet je er per week? - Eén, misschien twee.
Twee?
Of één. - Eén?
Eén keer per maand.
Heb je de winkel gezien? - Vanochtend.
Net een trouwzaal, vol kleuren.
Ze hebben geen smaak, dus moeten ze dat compenseren.
Je hebt gelijk, pap.
Er zijn meer obers dan klanten. Deze stad is te klein voor zoiets.
Over een maand is het afgelopen. Let maar op.
Ik zal het iedereen aanraden.
Dit is geweldig. Ik zal het iedereen aanraden.
EEN MAAND LATER
Het is nog niet afgelopen. Ik ben verrast. Het is ongelooflijk.
Welkom, Mesude. - Bedankt.
Welkom, mejuffrouw Mesude. - Bedankt. Ik heb de ingrediënten bij me.
Je neemt altijd zelf ingrediënten mee. Is er iets met de mijne?
Dat is het niet. Er is niets mis mee.
Zo wil mijn moeder het.
Wat kan ik voor je doen? - Wat je maar wilt.
Ik bedoel met de ingrediënten. Wil je pide of lahmacun? Of iets anders?
Ik laat het aan jou over.
Er komen vanavond zo'n tien tot 15 gasten.
Er komt een huwelijkskandidaat voor me. - Is dat zo? Ik wens je het beste.
Wat moet ik zeggen?
Tegen wie? - Tegen de huwelijkskandidaat.
Moet ik ja of nee zeggen?
Dat is aan jou, lieverd. Wat gaat mij dat aan?
Lieverd?
Dan zeg ik nee. Ik haal het rond 19.00 uur op. Ga zo door.
Mijn hemel. Is ze gek of zo? Wat is dit?
Kijk, schat. Accepteren ze ingrediënten bij Pidburger?
Denk je echt dat het haar gaat om de pide? - Doe niet zo gek.
Waar was ik? Zij accepteren dit niet, maar wij wel.
Ik haat ons volk. Ze waardeerden ons niet.
Maar ze komen terug. Let maar op.
Pap, in godsnaam, er is sinds vanochtend niemand in de winkel geweest.
Pap.
Zoon. Mijn kind.
Broer.
Broer.
Gaat het? Hier. - Kijk me aan.
Het gaat wel. - Sta op en haal adem.
Wat heb je gedaan?
Sta op. Gaat het, jongen?
Ik ben in orde. - Mijn hemel.
Mijn hemel. Moet je dit zien.
Jongen. Wat is er met je gezicht gebeurd?
Wat is er met m'n gezicht? - Moge God je zegenen.
Ik ben in orde. Normaal.
Zie je er zo uit? - Ja.
Hoe heet je?
Öcü. - Wat is dat?
Önder Cüneyt, maar ze noemen me Öcü.
Het spijt me. Als we de bestelling niet binnen 15 minuten leveren…
Houden ze het in op ons loon. In m'n haast gaf ik gas en verloor ik de controle.
Hoe laat is het?
Ik heb nog zeven minuten. - Waar ga je heen?
Laat me de bestelling afleveren. Ik zal de schade vergoeden.
Ze heeft gelijk. We kunnen je niet laten gaan.
Ik ben al twee keer te laat geweest.
Ze ontslaan me als ik het weer te laat bezorg.
Dan kan ik niets betalen.
Wacht. Ik geef u mijn ID. - Nee.
Nog vijfenhalve minuut.
We bellen de politie. - Ik smeek het u.
Pap. - Ze gaan me echt ontslaan.
Voor uw dochter. - Wat kan jou mijn welzijn schelen?
Goed, ga maar.
Bedankt. - Pap.
Luister.
Luister. Je weet wat er gebeurt als je niet terugkomt, toch?
Wat gebeurt er dan? - Dat zou zonde zijn.
Bedankt. God zegene u.
Ik beloof dat ik betaal.
Oké, doe maar. - Het is oké. Ik ben in orde.
Doe voorzichtig. - Drieënhalve minuut.
Drieënhalve…
God zegene u. Kijk, het werkt.
Pap, wat doe je? - Het werkt.
De angst is genoeg. Geen zorgen.
O, broer.
Ik hoop dat het goed met je gaat. - Het spijt me.
Ik probeerde de bestelling te bezorgen.
Dat is er gebeurd. - Mijn lieve broer.
Het spijt me zo voor je.
De bezorging is iets vertraagd. Drie minuten.
Vijf. - Ik zweer dat het drie minuten is.
Drie of vijf, wat maakt het uit? Maak je geen zorgen.
Heel erg bedankt, baas.
In m'n haast vloog ik door een etalage. De winkel ligt in puin. Veel kosten.
Kan ik een voorschot krijgen?
Natuurlijk kan dat.
Baas. U bent echt een koning. Wanneer kan ik het krijgen?
Nooit.
Waarom niet? - Je bent ontslagen.
Ontslagen?
Uw woorden gaven me hoop. U lachte. U was aardig.
Dat is mijn stijl, lieve broer.
Ik heb bijna een maand gewerkt. Geef me mijn salaris.
In het contract staat dat de eerste maand een onbetaalde proefperiode is.
Ben ik soms een test? Welke onbetaalde proefperiode?
Je hebt het geprobeerd. Je krijgt er geen spijt van.
Je zult je niet afvragen hoe je leven geweest zou zijn als je hier had gewerkt.
Meent u dat?
Geef me mijn geld, baas. - Schreeuw niet tegen me.
Schreeuw niet tegen me.
We hebben een beschaafd gesprek. Werk me niet op de zenuwen.
Wat doe je? - Niemand neemt me m'n rechten af.
Pak hem.
Niet doen. Je bent m'n kamergenoot.
TAEKWONDO 1E PLAATS IN TURKIJE
Het was zo mooi. Waarom stopte je? - Omdat dat alles is.
Ik heb die warme gloed in je ogen nodig om de rest te schrijven.
Welkom thuis, lieve vrouw.
Op ons geluk.
Haldun…
JE BELOOFDE EENS PER DAG TE ROKEN
Waarom snuffel je rond bij de winkel?
Dit meen je niet.
Cücü.
Niet Cücü. Öcü.
Is het nu opgelost?
Ja.
Wat doe jij hier? - Ik ben ontslagen.
Ik kom zeggen dat ik een nieuwe baan vind en u terugbetaal.
Om drie uur 's nachts? - Ik wilde vroeg komen.
Waar logeer je? - Het kantoor had iets geregeld.
Toen ik werd ontslagen, schopten ze me eruit.
Heb je hier niemand? - Nee.
Vertel me wat er is gebeurd.
De baas ontsloeg me onterecht. De gemoederen liepen hoog op.
Ook met Gehakt en Sla.
'Gehakt, je was m'n kamergenoot. Wat jammer.'
Ik duwde Gehakt een beetje.
Ik pakte Sla bij z'n haar. Ik duwde hem weg.
Ik zag de pide aankomen. Als je het brood niet raakt, is dat een zonde.
Ik hield Pide vast en kuste het drie keer. Ik wilde het op een hoge plek leggen.
Ze duwden me ertussen.
De hele straat keek toe.
Ze sloegen me in elkaar.
Sla slaat hard.
Wacht. Ik kom naar beneden.
Pardon? - Ik kom naar beneden. Wacht op me, oké?
Kom.
Kom binnen, jongen. - Bedankt.
Ik beloof dat ik twee of drie maanden gratis zal werken.
En ik betaal m'n schuld af. - Daar zorgen we voor, jongen.
Je kunt hier blijven tot je iets vindt. Het is niet veel, maar het lukt wel.
Dit is toch geweldig? Kijk, een lekker bed.
Gaat het? Kijk uit.
Het spijt me. Ik zat in het midden. - Hier.
Het spijt me.
God zegene u.
Het is tegenwoordig moeilijk om een vreemde binnen te laten.
Nee, het is oké. - Het is niet oké.
Wat als ik een viezerik ben? Of een dief?
Of een moordenaar? Hoe kunt u dat weten?
Ik ben al jaren een vakman. Ik heb mensenkennis.
Ik kan aan iemands gezicht zien hoe iemand is.
Je bent naïef.
Ik ben naïef. Maar dit is niet het juiste moment.
Echt niet. Hoe weet u wie wie is?
Dat weet je niet.
Als ik uw keel doorsnijd, bijvoorbeeld.
Wat doet u dan? - Niets.
Midden in de nacht.
Ja. - Het is stil.
Stil. Ja.
Hoort iemand u als u schreeuwt?
Dat is onmogelijk. - Toch?
Ja. - Dat gebeurt niet.
Ik heb u zo in het nauw gedreven.
Zo. - Precies zo.
Toch? - Ja.
Als ik uw arm pak.
Wat doet u? Ik deed het voor.
Ben je boos? Wat probeerde je te doen? Ik ben het kwijt.
Het spijt me.
U heeft me zo'n dienst bewezen en ik liet me even meeslepen.
Doe niet zo gek. Ga naar bed.
Slaap lekker.
Oké.
Fijne dag, Cevdet.
Bedankt, chef. - Goedemorgen, chef.
Dank je. - Pap.
Kunnen we even praten? - Vertel eens, lieverd.
Heb je hem echt aangenomen?
Hij stond om 03.00 uur voor de deur. Hij keek me zo onschuldig aan.
Wat moest ik dan? - Pap, wat als hij een dief is?
Wat als hij een psychopaat is? Of een moordenaar?
Ik wilde me er niet mee bemoeien, maar als ik zo was…
Hou je mond.
Ja, chef. - Dit kind is naïef, geloof me.
Hij stond gister aan de deur te huilen. Ze hebben hem te grazen genomen.
Geef hem een kans. Hij kan nergens heen.
Sla slaat hard, zegt hij.
We geven hem een kans, omdat Sla hard slaat.
Brave meid. We gaan naar buiten.
Papa. We laten hem toch niet achter in de winkel?
Oké, hij gaat met ons mee. Cevdet zal voor de winkel zorgen.
Zet die dozen achter in de auto.
Cevdet, jij zorgt voor de winkel.
Chef. - Ja?
Wanneer betaal je me voor het glas?
Kom in maart. - Maart?
Ja. - Maar het is oktober.
Kalender. Doe dit niet, in godsnaam.
Moet ik liegen en zeggen dat ik het morgen heb?
Je hebt al een schuld.
Oké. Ik verwacht ergens geld van. Ik regel het wel.
Waarvandaan?
Kom, schat.
Waarvandaan? - Momentje.
Ik weet het ook niet. Fijne dag nog. - Bedankt.
Stap in. Daar gaan we. Kom hier.
Wat gaan we doen? - Duwen.
Duwen? - Duwen.
Kom op. Duwen.
Nog één keer. Oké.
Kijk eens aan.
Geef me de lepel.
Geef me het slot.
De riem.
Chef.
Weet u zeker dat dit uw auto is? - Nee, van Levent.
Daar gaan we.
Kalender. Je leent de auto, dus hou hem schoon.
Als we uitstappen, moeten wij gewassen worden.
Ik ben zelfs naar de hammam geweest. - Niet overdrijven, jongens.
Deze auto is zo schoon, brandschoon zelfs.
Levent, alsjeblieft. Oké, laten we gaan. Help me even.
Goed.
Er zit een versnellingsbak achterin.
Die zit meestal achterin.
We missen je zo.
RUST IN VREDE
Dat weet je toch?
Met ons gaat het goed. Het gaat zo goed als maar kan zonder jou.
Gecondoleerd. - Bedankt.
Mama.
Je weet dat ik niet goed ben aan de telefoon.
Maar elke keer als ik uit bad kom en m'n haar kam…
Voel ik je vingers in m'n haar.
Nee.
Ik kan niet praten. Ik laat papa nu. Pap, praat jij maar.
We keken samen naar foto's van otters.
Ze sliepen hand in hand, net als wij.
Weet je wat deze hand zonder jou moet doorstaan?
Chef.
Vat dit niet verkeerd op, maar wat is Sokomav in godsnaam?
Kon u geen halva maken? Of lokma?
We kunnen op z'n minst pide overdragen. - Daar was de overledene dol op.
Daarom geven we het elk jaar.
Pap, weet je nog? Ooit gaven we iedereen kaaschips.
Daar was ze ook dol op. O, lieverd.
Mama, we zijn in orde. Alles gaat prima.
Het gaat niet zo goed met de winkel. Er is een nieuwe winkel in het centrum.
De zaken gingen niet goed. En het werd erger.
Waarom vertel je negatieve dingen? Je maakt haar van streek.
Geen zorgen, schat. Ik regel alles.
Slaap in het licht.
Trouwens, er is iets met de elektriciteit…
Hoe dan ook.
Dit is onze nieuwe jongen, Öcü. - Pap, stel hem niet voor aan mama.
Laat haar kennismaken.
Mevrouw Sengül, hallo. Ik ben Öcü.
Ik ben net begonnen.
Ik ken chef Kalender pas een dag, maar het is alsof ik hem altijd al heb gekend.
Iemand die altijd tegen het leven ingaat.
Uw afwezigheid heeft daar veel mee te maken.
Ik zal de sfeer wat verlichten.
Temel ging naar de begraafplaats… - Waar heb je het over?
De sfeer veranderen. - Die is veranderd.
Laten we gaan. - Oké.
Tot ziens, mevrouw Sengül.
Sokomav? - Geef me er een.
Dag. Ik kom terug. Oké?
Maar je bent nog steeds sexy.
Lieverd. Dag.
Zal ik het nummer opzetten?
Nee, pap. Ik kan nu al niet stoppen met huilen.
Als ik het nummer hoor…
Je moeders lievelingsliedje.
Ja, we zijn verdrietig. Maar moeten we haar niet zo gedenken?
Pap.
Chef.
Het is niet aan mij, maar zet het maar niet op.
Ik kan niet tegen droevige liedjes.
Ik ben Vissen. Ik ben erg emotioneel. - Hou je erbuiten.
Geef me het bandje.
Papa. - Kun je me alsjeblieft het bandje geven?
Geef me de haarspeld.
Kom op. Duw nog een beetje. Oké, alles op z'n plek.
Hallo. - Dag, Mr Uysal.
Mr Uysal is onze huisbaas. - Ik ben Öcü.
Oom Uysal, vanwaar die bloemen?
Als we met een jongedame trouwen, moeten we voor verrassingen zorgen.
Ken je die nieuwe winkel in het centrum? Dit was over van de opening.
Zonde om het weg te gooien, dus ik breng het naar haar.
Geef me de kaart, zodat de dame zich niet rot voelt.
'Ponçik Autogas Systems, Cenker Ponçik, Nuri Ponçik…'
Geef hier.
Laten we wat drinken in de winkel.
Bijna vergeten.
Het zijn de kleine dingen die je je niet herinnert.
Ik heb de winkel te koop gezet, Kalender.
Te koop gezet? - Je hebt al drie maanden huurachterstand.
Betaal de huur of koop de winkel. Ik heb veel onkosten.
M'n vrouw is nog jong.
Maar…
M'n vrouw zegt: 'Genoeg is genoeg. Hoeveel ga je nog werken op jouw leeftijd?
Je bent het zat om elke dag te rekenen.
Verkoop alles en laten we de wereld rondreizen.'
Noemt ze je CPO?
Natuurlijk. Ze staat als mijn PPI in mijn telefoon.
Ware liefde. Ik ga huilen.
Kalender, ik geef je drie maanden.
Begrijp me niet verkeerd, jij hebt prioriteit.
M'n hart wil al dat je deze winkel koopt. - En als dat niet lukt?
Kijk. Er heeft een vogel op je schouder gepoept.
Je hebt geluk, Kalender. Je gaat de winkel kopen. Let maar op.
Als God het wil.
Hij heeft ook op u gescheten. - Dat is normaal.
M'n PPI is vast wakker. Ik zal haar niet laten wachten. Dag.
Maar chef, het is een hoop onzin.
Wat moeten we nu doen? - Geen zorgen.
Kun je zomaar een huurder eruit zetten?
De nieuwe eigenaar kan ons er binnen een maand uitzetten.
We klagen de nieuwe eigenaar aan.
Dat gaat niet gebeuren, schat. Waarom zouden we iemand aanklagen?
Als we de winkel niet krijgen, vertrekken we als heren.
Geen zorgen, chef. Die winkel wordt gekocht.
We kunnen geweldige plannen maken. Volg mij.
Kom op.
Kalender, chef. De klus is geklaard. 14.200 met de oude schuld.
We komen eraan, Öcü.
Volg me.
Hou op met die onzin. Kom op.
Chef, ik herhaal. Beweging opent de geest. - Is dit de open versie?
Waarom volgden we hem? We gaan naar de winkel.
Cevdets werk is af. Hij is vast al weg.
Chef, kom het proberen. U zult het voordeel zien.
Ik weet het. Internet.
Dat is al beschikbaar. - Niet dat. Sociale media.
Pap, wat doe je? - Misschien helpt het ons.
Ik ga naar de winkel.
We gaan opvallende video's uploaden op de sociale media van de winkel.
Dat doet iedereen nu. Ziet u dat niet?
Die vleeszaken, mosselzaken en rijstzaken zijn populair geworden.
Dat past niet bij me.
Stel dat we de video opnemen. Waar delen we hem dan?
Heeft de winkel geen sociale media?
Pap wil niet eens eten bezorgen. Welke sociale media?
Wat? Chef, waarom geen eten bezorgen?
We repareren mijn fiets en doen het. Het is een klein plaatsje.
Klein? - Ja.
Het is heel klein. Iedereen kent elkaar hier.
Moet ik dan bij iedereen pide afleveren?
Ik heb niets anders te doen en breng pide naar de kinderen.
Echt niet.
BEZORGING BESCHIKBAAR
Ze hebben mooie stickers gemaakt. - Als je me voor schut zet, ontsla ik je.
We doen het deze week samen, daarna doe jij het.
Doe geen moeite. Ik kan het wel aan.
We gaan weer in contact komen met de klanten.
Uitzoeken wat hun problemen zijn. Misschien maken we fouten.
Wat is dat? - Moeten we geen reclame maken?
Chef, hoelang heeft u niet gereden? - Heel lang.
Vijf pide en vijf ayran. Hier is het adres.
Oké. - Bedankt.
Geef hier. Het wordt daar koud. - Prima.
Ik voel iets warms. Ik hoop dat het de pide is.
Ik hoop het.
Klaar, chef? - Ik ben klaar.
We gaan.
Kalender Pide komt aan de deur.
We komen uitleggen wat pide zijn.
Geef hier, in godsnaam. We moeten iets opmerkelijkers zeggen.
En nu het pakketje van chef Kalender.
Kalenders pakketje is groter en lekkerder dan eerst.
Kalenders pakketje.
Doe niet zo gek. Geef hier.
Doe het goed.
Kalender komt eraan. Met zijn pide.
Als ze het zien, schrokken ze het naar binnen.
Pak aan. Je zult smullen.
Pak aan je zult smullen.
Kijk uit. - We gaan dood.
Ik had het kunnen bezorgen.
Daarom bezorg ik niet. Dit is koud. Ik kan dit niet bezorgen.
Wat is er mis mee? Het is lekker. Het is zo krokant.
Het moet niet krokant zijn, maar knapperig.
Wat is het verschil? We bezorgen het gewoon.
Wat als iemand morgen zegt: 'Deze pide is helemaal niet knapperig.'
Gülsen.
Kalender.
Pardon, chef. Ze willen bestellen.
Öcü, jij bezorgt de pide.
Oké. - En dan ga je naar de winkel.
Oké. - Zeg niets tegen Filiz.
Ik begrijp het niet, chef. - Zeg niets tegen Filiz.
Ik begrijp het niet.
Zeg niets tegen Filiz. - Ik begrijp het, chef.
Ik was verbaasd je te zien.
En ik was verbaasd dat je er bent.
Je woont in Istanboel. Je bent getrouwd.
Je bent erg gelukkig.
Stalk je me?
Dat zou ik een vrouw nooit aandoen. Dat is niets voor mij.
Wat denk je dat stalken betekent?
Het is net als betasten, toch? - Doe niet zo belachelijk.
Een soort onderzoek.
Nee, ik zou het geen onderzoek noemen. Ik hoor dingen.
Je hebt het halve verhaal gehoord. Ik ben gescheiden. Het werkte niet.
Wat willen jullie drinken? - Koffie met melk. Maar geen lactose.
En u? - Thee, graag. Geen glucose.
Je bent niets veranderd. - Dank je.
Ik bedoelde het niet op een goede manier.
Wat bedoel je?
Je hebt nog steeds hetzelfde shirt aan als toen ik je verliet.
Nee, dit is nieuw.
En ik herinner me je broek.
Die droeg je naar de begrafenis van je oma.
Het was een cadeau van haar. Ik moest het afdragen.
En dat deed je. Ze kan in vrede rusten.
Oké. En de schoenen waren van m'n tante. - Van je tante?
Ze was een groot mens. Ze deelde kleren met haar man.
Je was altijd al zo, Kalender.
Iemand die z'n verleden niet kan loslaten, die geen risico's wil nemen.
Daarom ging ik bij je weg.
Ik dacht dat je iets veranderd was, maar je bent niets veranderd.
Laat maar.
Stop alsjeblieft niet met praten. Blijf praten, Sengül. Gülsen.
Je overleden vrouw heette Sengül. Mijn naam is Gülsen.
Je hebt niet eens een risico genomen. Je hebt gewoon de letters gewisseld.
Gisteren was haar sterfdag.
Nogmaals gecondoleerd. - Dank je.
Je hebt je dochter Filiz genoemd.
Dus je bent nog steeds verliefd op Filiz Akin.
Laten we het onze liefde noemen. We waren allebei verliefd op Filiz Akin.
Als we een dochter hadden…
Zullen we gaan? - Ja.
We bezorgen nu ook. Ik moet naar de winkel.
Ik heb een ketel gekocht. Ik moet snel naar huis.
Pas goed op jezelf.
Hoe dan? Zo. Oké.
Ik kom vanavond, geen zorgen. Breng iedereen aan tafel.
We praten eerst met de baas. Oké?
Wat is ze aan het bekokstoven?
Öcü. Wanneer komt m'n vader?
Het gesprek was vast lang.
Ik ken m'n vader.
Hij is erg van streek. Hij probeert zijn hoofd leeg te maken.
Hoe gaan we deze winkel kopen door eten te bezorgen?
We hebben een wonder nodig.
Zo moet je niet denken. We vinden wel een oplossing.
Welkom, chef.
Ik ben niet welkom. We hebben haast.
Waarom verwar je me met die bezorging?
Pap, waarom zeg je dat? Hij zegt het voor ons.
We verdedigen die man al.
Je hebt haar alles verteld, hè? Natuurlijk.
Wat verteld?
Hou maar op met toneelspelen. Je weet dat ik Gülsen heb gezien.
Gülsen.
Bedoel je je eerste liefde, Gülsen? De vrouw waar mam me over vertelde.
Schaam je, pap. Gisteren was mams sterfdag.
Het is een schande. Echt.
Je hebt toch niets gezegd. - Nee.
Wat heeft het voor zin om zo'n goed mens te zijn?
We kennen elkaar net. Waarom ben je zo eerlijk?
Wat bedoel je? - Je had moeten klikken.
Dan had ze tijd gehad om zich over haar woede heen te zetten.
Verdomme, jij met je manieren.
Ik dacht even dat ik het haar moest vertellen, maar…
Kom op, doe niet zo stom.
Je kunt m'n winkel binnenvallen, maar m'n gesprek niet?
Hallo.
Ik wens je het beste. - Bedankt.
Herinner je je me nog steeds niet? - Wat doe je hier?
Praat niet zo tegen een klant. - Maar chef…
Ik wil het niet meer horen. - Oké.
Jij ook succes, broer. Kalender, ik heb vandaag iets gehoord.
Ze gaan deze winkel verkopen. Mr Uysal heeft je drie maanden gegeven.
En? - En dit dan?
Je hoeft geen drie maanden te wachten. Je hebt geen klanten.
Het is moeilijk voor je om dit te kopen.
Mijn filiaal bloeit op. Ik heb een tweede filiaal nodig.
Ik koop deze plek. En jij wordt chef. Wat zeg je ervan?
Dus je koopt dit restaurant en ons ook? - Wacht even, jij…
Jij blijft ook.
Ja, jij blijft ook.
Als we een pideschep nodig hebben, kun jij serveren.
Hoor je dat, chef? - Oké, laat dit maar aan mij over.
Luister, broer. Val me niet lastig.
Ik zal zo hard zijn dat je het niet aankunt.
Zeg op. Laat maar horen.
Ik zal het zeggen. - Zeg het, chef.
Daar komt het. - Gooi het eruit.
Dan zeg ik het. - Zeg het.
Ik zeg het.
Ga weg. - Pardon?
Eruit.
Weggaan?
Oké. Goed.
Dat was hard.
Hij moet hier zeker twee dagen van bijkomen.
Maak daar maar vijf van.
Hij zal vannacht niet slapen. Ik tril helemaal.
U praatte smerig.
Hij liet me vies praten. Dat is het. Zie je? Ik sta te trillen.
Waar ga je heen? Het is bedtijd. - Pap, het is pas acht uur.
Toen sliep je toch al? - Jawel. Toen ik drie was.
Goed. Drink de melk op.
Je weet toch dat je een generatie lang oprispingen hebt gegeven?
Kan ik je even spreken?
Ik luister, pap.
Ik snap dat je boos op me bent. Je hebt gelijk en het spijt me.
Maar er is niets aan de hand. We hebben gewoon gekletst als oude kennissen.
Met je eerste liefde.
Je bent zo geobsedeerd door kleine details.
Pap. Gisteren was mams sterfdag. Denk je dat je hier goed aan doet?
Schat, ik heb dit niet gepland. We hebben elkaar zo lang niet gezien.
Er gebeurt toch niets. Maar je hebt gelijk, het spijt me.
Pap, ik begrijp je. En je hebt gelijk.
Jarenlang heb je jezelf aan mij gewijd, aan de winkel.
Je hebt jezelf voor ons opgeofferd.
Probeer mij ook te begrijpen.
Deze situatie is moeilijker dan ik kan accepteren.
Je hebt gelijk.
Maar zoals ik al zei, er is niets gaande.
We hebben alleen maandag een date. - Wat voor date?
De dag van de bruiloft. - Pap.
Ik heb een vraag. Wat trek je aan? - Wanneer?
Op de bruiloft. - Pap, doe niet zo belachelijk.
Mijn lieve dochter. Ik hou zo veel van je. - Ik ook van jou, papa.
Ik ga maandag trouwen, dan zul je het zien.
God verhoede. - Kan je niet tegen een grapje?
God verhoede.
Niet doen. - Pap, je gaat te ver. Zo is het genoeg.
Waag het niet.
Ik zweer dat ik hem vermoord. Hij doet het verkeerd, wat ik ook zeg.
Moorden en dergelijke. Is ze een psychopaat?
Chef. - Je liet me schrikken.
Sorry. Wat is er? - Ik voelde me opgesloten in huis.
Ga zitten. - Doe ik.
Het spijt me van vandaag. Ik was te streng voor je.
Nee, natuurlijk niet.
Hoe ging het met Filiz?
We zijn er bijna overheen. Het zal toch niets opleveren.
Thee?
Bied je me kliekjes aan? - Zal ik wat inschenken?
Geniet ervan.
Mag ik vragen hoelang het geleden is dat uw vrouw overleden is?
Het was gisteren het tiende jubileum.
Wat mist u het meest?
Dat hou ik voor me. - Het spijt me.
Er was een tijd dat m'n haar hier begon, vanaf m'n wenkbrauw.
Kijk hoe m'n voorhoofd open is. Tien jaar is niet makkelijk.
Zie het zo.
Je kwam met een helder hoofd uit elke strijd.
Dat kun je wel zeggen.
Waar zijn je ouders? Wat doen ze?
M'n ouders zijn dood.
God hebbe hun ziel. - Amen.
Sindsdien gebruik ik maar één wapen.
Ik wil je iets vragen. - Ja.
Is deze winkel belangrijk voor je?
Heel belangrijk.
Ik trouwde met Sengül in deze winkel.
Filiz is in deze winkel geboren.
In de tijd van mijn vader was dit de populairste plek.
Het was de hele dag druk.
Mijn vader gaf al het geld uit in nachtclubs.
Eerst verloren we de winkel, toen mijn vader.
Hij is overleden. - God hebbe zijn ziel.
Maar ik had vroeger andere dromen.
Wat voor dromen?
De goede oude tijd is voorbij.
Ik ga het deeg maken voor morgen.
Laat me je helpen. - Nee, drink je thee op.
Chef, over mijn lijk. - Nee. Niet nodig.
Over mijn lijk. - Ik zeg dat het niet nodig is.
Over m'n lijk, maar weet je hoe? Ik ben dood en niemand heeft het gemerkt…
Dus mijn lichaam is opgezwollen en opgezwollen. Het is wormachtig…
Oké. Ik hou mijn mond.
Bel maar als je iets nodig hebt. - Oké, doe ik.
Zo niet, dan zie je mijn dode lichaam. Grapje.
Opruimen die handel. Niet te laat komen. Ga naar bed.
Oké.
Inkomend Gesprek MAM.
Gemist Gesprek.
Wat is er aan de hand?
Öcü? - Ik kom eraan.
Het spijt me. Ik was in slaap gevallen.
Gelukkig is m'n vader ook vroeg vertrokken.
Godzijdank.
Öcü, ik heb je gisteren niet genoeg bedankt.
Waarvoor?
Dat je m'n vader overhaalde om eten te bezorgen.
Eigenlijk wil ik je een cadeau geven. - Een cadeau?
Misschien kan je het op je scooter gebruiken.
Het kan van pas komen. - Dat is niet nodig.
Heel erg bedankt.
Het spijt me. Ik kon het niet inpakken. - Geen probleem.
Dit is van m'n vader, maar hij heeft het nooit gedragen.
Z'n tante gaf het aan hem door. - Je tante was vast heel bijzonder.
Ik doe hem in een tas. Dat is handiger. - Ik vind het mooi.
Het prijskaartje…
Öcü.
Mooi. Hoe is het? - Ja, Kalender.
Wat?
Deze buik is vreselijk.
Kijk. Zo, hè?
Mooi? - We doen dat jasje en…
Het is die buik. - Hij steekt uit.
Ik betaal volgende week.
Oké, Ik betaal je volgende week. Beloofd.
Öcü.
Kom. Sta op.
Mijn kaak doet pijn.
Ik heb op m'n tong gebeten.
Als je zulke plotselinge bewegingen maakt, word ik nerveus.
Ik wilde het label zien. Het kwam eraf.
Nu weet je hoe ik ben. - Het smaakt lekker. Het smelt in je mond.
Ik haal wat water voor je. Wil je nog iets anders?
Ik voel mijn kaak niet.
Hij stond al naar voren. Nu is hij nog twee millimeter verschoven.
Hebben we pijnstillers? - Ik ga ze meteen halen.
Bedankt. Fijne dag nog.
Goed je te zien. Ik wilde net naar de winkel komen.
Ik was gisteren te streng. Het spijt me.
Dat moet je niet denken. Ik denk dat je gelijk had.
Ik heb nieuwe kleren gekocht op de markt.
Leuk bij de schoenen van je tante.
Kalender?
Ja?
Ik denk dat ik ja zeg. - Wat jij wilt, schat.
Zeg het maar.
Ik ga. - Alsjeblieft.
Wie is dat?
Ik heb niets met haar. Ze is een beetje gek.
Pap. - Schat?
Wie is deze dame? - Een toerist.
De persoon is genaamd Cinema? Nee?
Ik ben Gülsen. - Hallo.
En ik ben Filiz.
Zijn dochter van mijn vaders overleden vrouw van wie hij veel hield.
Het is me een genoegen. Tot ziens. - Dag.
Pap. - Wat?
Pap, wat is er?
Niets. We kwamen elkaar gewoon tegen. Waarom zet je me voor schut bij haar?
Zet ik je voor schut? Je schaamt je niet voor de prei.
Schaam jij je voor mij? - Is dit hem?
Iedereen staart naar ons. Laten we in de winkel praten.
Waar zullen we in de winkel over praten? - Alsjeblieft.
Bent u de dansende pideman? - Welke dans, jongen?
Kom op, u bent het. Lieg niet tegen me. - Wat is dat voor taal, snotaap?
U speelt maar wat.
Pap?
Gülsen. - Ja?
Ik ben Sermet. Herken je me niet?
We zijn hier samen opgegroeid.
Sorry, dat weet ik niet meer. - Ik had een neef, Sevval.
Jullie zaten bij elkaar op school. - Ik herinner me Sevval.
Er liep altijd een man langs ons.
Hij had een heel grote snor en we lachten veel.
Ik herinner me hem. - Ik was die dag bij je.
Het spijt me.
Ik ben hier de manager. Wees een keer mijn gast.
Goedendag. - Niet vergeten. Ik wacht.
Waar? - Dat zei ik net.
Ik ben de manager hier. Wees een keer mijn gast.
Veel succes.
Van wie heb je toestemming?
Het staat op mijn account. Ik wist niet dat het zo snel viraal zou gaan.
Pap, wat is het probleem?
Er is niets mis mee. Maar je hebt wel vaardigheden.
Ik heb geen vaardigheden.
Je filmt me in het geheim en zet het op internet zonder toestemming.
Ik wilde sociale media gebruiken… - Dit zijn de sociale media van een winkel.
Kijk. Tendon Hayri, Pixel Nazim.
Aysel splitsen, Couscous Sükrü, Ayla.
Er is ook een beroemdheid.
Wie is dat? - Zombie Mehmet.
Hij zat in The Handle of My Pistol.
Hij is zeven keer overleden in vier afleveringen. Genoeg is genoeg. Vaarwel.
Ontsla je me? - Ik ontsla je.
Oké, chef.
Chef Kalender?
Ik zag je video. Geweldig. Ik zei dat we hierheen moesten gaan.
Kom binnen. Ga zitten.
Welkom. - Bedankt.
Zie je, chef, het werkt.
Hallo. Welkom.
Welkom. Kom binnen. - Cevdet, eet smakelijk.
Bedankt voor je werk. Vijf sterren, ik zweer het.
Vertel het hem. - Oké, zoon. Wacht even.
Wat is er? - Hij wil je zien dansen.
Echt niet. Eet smakelijk.
Als hij niet danst, gaan we naar Pidburger.
Magere lat. - Tayfun.
Schaam je. Wat is er zo erg aan een paar bewegingen?
Wat voor zetten? Cevdet, de rekening.
Ik krijg nog geld. We regelen het als ik het krijg.
Cevdet.
Öcü.
Papa, het is de tv.
Welke tv? Het is vast een grap. Hallo?
De ochtendshow.
Ze willen een recept voor pide. - High five, chef.
Dat weet ik niet. Laten we er het beste van hopen.
Laten we er het beste van hopen. Bedankt.
We gaan, hè chef? - Ik ga nergens heen.
Niemand kan me ertoe dwingen. Ik kom nooit op tv.
Wat doe ik hier?
Chef, rustig. - Wat?
Oké. - Oké?
De ingrediënten staan klaar. Als je iets niet kent, sla het dan over.
En kom erop terug als je tijd hebt. Geen opwinding.
Oké, het gaat wel. - Geen opwinding.
Het gaat prima. - Geen opwinding…
Öcü, jongen. - Opwinding…
Kijk me aan. Gaat het?
Het gaat prima. - Sta op.
Ik voelde me zwak.
Ik viel even flauw. Ik ben in orde. - Dat klopt.
Kijk, niet…
Oké. - Chef, sta op.
Chef, word wakker.
Ze roepen je. Kom op, in godsnaam.
Ik ben in orde. - Je bent toch in orde?
Het gaat toch wel? - Mr Kalender, we hebben u nodig.
Ja. Ze zijn er.
Oké, maak je klaar.
Geen opwinding. We zijn helemaal niet opgewonden.
Ik heb een gast die al een paar dagen het gesprek van de dag is.
Chef Kalender, welkom. - Bedankt.
Er is veel over me gepraat de afgelopen dagen.
Ik heb er veel zin in.
U gaat een heerlijke Turks pide bereiden. Laten we beginnen.
Eerst nemen we het deeg… - Mevrouw Çagla.
We willen geen pide. We willen dansen.
Ja, u heeft een soort dans. - We willen dansen met het deeg.
Dans.
Je hebt geen woord gezegd.
Waar zou ik met jou over moeten praten?
In onze stad waren we al een schande en nu in het hele land.
We hebben interesse proberen te wekken. Kijk wat ervan is gekomen.
Chef, het is goed om op tv te zijn. - Hou je mond.
Nu vraag ik het jou. Hoe kunnen we deze mensen onder ogen komen?
Hoe kan dat?
Sokomav?
Süleymans zoon ging het leger in. Vast zijn vrienden.
Chef, kijk naar de vlaggen.
Filiz is er ook.
Je vroeg hoe we de mensen nog konden aankijken. Hier zijn ze.
VOOR ALTIJD KALENDER
ONZE TROTS. - LANG LEVE CHEF KALENDER
IZNIKS TROTS PIDE en DANS.
Pap.
Waarom zei je niet dat er zo'n ophef was?
Dat moest ik beloven van de commissaris. - Van wie?
De burgemeester.
Deze kant op, alstublieft. Ja, burgemeester. Hier.
Welkom. - Dank u, meneer.
Burgemeester, welkom. - Meneer, wat wilt u zeggen?
Ik wil zeggen dat we blij zijn dat een ster als Kalender van hier komt.
Dit heeft natuurlijk een positief effect op het stadstoerisme.
Applaus voor onze chef.
Goed zo.
Meneer Kalender, wat wilt u zeggen? - Ik weet niet wat ik moet zeggen.
Maar we verwachten u zo snel mogelijk, burgemeester.
Gaat u mee, meneer?
Ik beloof dat niet alleen ik, maar al m'n raadsleden mee zullen gaan.
We verwachten iedereen in Kalender Pide.
Wie jullie het vragen, wijst jullie de weg.
Wie ons niet mag, mag ons niet of is oneervol. Applaus.
Meneer, wat voor pide wilt u?
Heeft u een speciaal verzoek voor Mr Kalender?
We hebben een speciaal verzoek van Mr Kalender.
Wat de burgemeester wil.
Wat willen we? We willen een dans van chef. Speel het lied.
Ze zijn er.
De toeristen zijn er, chef. - Geef ze rapen.
Kijk waar ik ben. Moet je eens achter me kijken.
Goed zo.
Boem.
Kijk links en rechts.
Hallo, broer. Kun je hallo zeggen? - Hallo.
Bedankt.
Wat is er? - Ik heb nee gezegd.
Mijn hemel.
Kus hem voor ons.
Ze zegt kus. - Wat?
Kussen. - Ze zegt dat je me moet kussen.
Gelukt. - We hebben gekust.
Bedankt.
Raak hem.
Ik gebruik hem voor de oven. Het is geen speelgoed.
Pak aan.
KAMPIOEN
Het komt eraan. - Kom maar op.
Oeps. Het is niet voor jou.
Film het.
Oké. Alsjeblieft. Eet smakelijk.
Het is heet.
Chocoladepide? Chef, zullen we dit op het menu zetten?
Pide's kunnen niet met chocolade, maar met kaas of gehakt.
Zou pap dit ooit op het menu zetten? - Kom op. Eén, twee, drie.
De afgelopen maand was ongelooflijk.
Een pluim voor ons alle drie. Maar vooral voor Öcü.
Ik was eerst een beetje boos, maar zonder hem zouden we hier nu niet zijn.
We zijn je veel verschuldigd. - Helemaal niet.
Dat zou ik graag zeggen, maar je staat bij me in het krijt.
Klaar voor de verrassing van de avond?
Kalender.
Je bent net op tijd. Kom. - Welkom.
Zijn we klaar voor de verrassing?
Wat is dit? - De sleutel. Voor jou.
Pap, hebben we de winkel gekocht? - Nee, schat.
Alleen mijn dochter heeft de sleutel van de winkel gekregen.
Maar je verdient het, jongeman. Ben je klaar voor deze verantwoordelijkheid?
Ik ga niet huilen.
Ik ga niet huilen.
Chef, er ligt al een sleutel in de kluis.
Dat is de sleutel van de winkel. Dit is jouw sleutel.
Heel erg bedankt.
We gaan naar buiten. We gaan wandelen.
Chocoladepide. - Dat hoort niet.
Je maakt ze met kaas of gehakt.
Eet smakelijk. - Goedenavond.
Goedenavond.
Je zit vol verrassingen. - Je vond het leuk, hè?
Ik kan het niet accepteren.
Als ik ze zo zie, denk ik terug aan mijn puberteit.
Niet overdrijven. - Het spijt me.
Hallo? Vanavond gaat het helemaal mis.
Het maakt me niet uit wat er met me gebeurt. Ik zie je op het plein.
Öcü, ik heb haast. Ik moet gaan. Tot later, oké?
Dag.
Wat is er aan de hand?
Fijn dat je me vertelde wat je dacht toen we elkaar ontmoetten.
Zonder jou was ik nooit begonnen met sociale media.
Als je je zo vastklampt aan het verleden, glipt je toekomst weg.
Mooi gezegd. Wie zei dat? - Je vroedvrouw.
Let op je woorden. - Nee, het is echt je vroedvrouw.
Weet je nog dat Saniye ons thuis ter wereld bracht?
Ja. - Ze woonde beneden.
Dat zei ze altijd.
Wat is dit nu weer? - Je weet wel, midden op straat…
Je kunt niet eens kleine risico's nemen.
Je zegt dat je veranderd bent. Je zegt dat je overal voor openstaat.
Ja, dat klopt. - Dus?
Ik vind je heel leuk. Maar ik vind nog steeds dat het niet kan tegenover Sengül.
Is dat zo?
Oké. Loop met me mee. - We lopen.
Loop sneller.
Wat is dit?
Beste kijkers, welkom in ons theater.
Deze week is hier Roodkapje.
Roodkapje heeft haar huis verlaten om eten naar haar oma te brengen.
Wat breng je naar je oma, Roodkapje?
Ik breng sushi…
Edamame, wasabi naar oma…
En opeens is daar de grote, boze wolf.
Waar ga je heen, Roodkapje?
Wat doen we 's nachts op een kerkhof? Ik ben bang.
Ben je bang voor het graf? - Praat niet zo.
Ik bedoel je vrouw. - Ja, maar wat doen we hier eigenlijk?
Sengül slaapt ook niet vroeg. Wat doen we nu?
Hallo, Sengül. - Sengül, ik ken die vrouw niet.
Wat bedoel je? - Ik raakte even in paniek.
Je kent me al nu ik afwezig ben.
En ik ken jou van verre. Jij en ik hebben één ding gemeen.
En dat is Kalender.
Ik wil Kalender van je, op Allahs bevel en het woord van de profeet.
Ze weigerde. Laten we gaan.
Je wilt vast dat je man gelukkig is, zelfs na je dood.
En daarom ben je nu zo blij voor ons.
Ze gaat ons straffen. - Kun je alsjeblieft kalmeren?
Oké.
Op onze leeftijd is het moeilijk om weer van iemand te houden en te vertrouwen.
Dus we willen deze kans niet missen.
Toch, Kalender?
Zij zegt het, niet ik. - Kalender.
Oké.
Gülsen heeft gelijk.
Sengül, ik hou nog steeds van je.
Maar ik wil niemand verliezen van wie ik zo veel hou als van jou.
Het leven is te kort. Ik weet niet of ik dit wel moet zeggen.
Ik wil deze hand vasthouden en nooit meer loslaten.
Ik zal deze hand nooit loslaten.
Wat er ook gebeurt, deze harten zullen nooit scheiden.
Ik heb altijd aan je zijde gestaan en zal er altijd voor haar zijn.
Kalender, waar ga je heen?
Sengül, waarom doe je dit?
Kalender. - Ik heb een beetje geplast.
Jager, heel erg bedankt. Je bent geweldig. Geweldige jager.
De jager nadert haar langzaam.
Hij komt dichterbij en kust haar op de mond.
Öcü?
Gaat het? - Ik stik.
Wat is er, Öcü? - Los.
Ik ken de Heimlich-greep.
Wat gebeurt er?
Laatste keer flink. Kom op. - Nee.
Laatste keer. - Nee, het gaat wel.
Is er iets uit? - Ja.
Ik stikte bijna.
Ik ga nu weg.
Filiz, alles is in orde, toch? - Ja, alles is goed.
Broer, ben jij ook in orde? - Het gaat geweldig, dank je wel.
Maar mag ik iets zeggen? Je bent een gelukkig man. Ik ken EHBO.
EHBO, ja. - Trouwens, mijn Heimlich-greep is beroemd.
Ik voelde het.
Ik ga. Tot later. - Dag, lieverd.
Kom, spring erop. Ik geef je een lift. - Ik ga wandelen.
Ik ga met je mee.
Ik stikte bijna.
Nu ga ik je echt wurgen.
Je bent een volwassen man. Schaam je je niet?
Ik deed niet alsof.
Idioot.
Waarom verberg je dat je acteert?
Mijn vader houdt niet van acteren.
Ik zei het een paar keer, maar hij was ertegen.
Het is een hobby voor me.
Een hobby? Je bent goed op het podium. Je maakte veel mensen aan het lachen.
Nee, jij maakte meer mensen aan het lachen.
Öcü. - Wat?
Ben je jaloers op me?
Ik? Jaloers, op jou?
Waarom ben je me dan gevolgd? - Vanavond verliet je de winkel en zei je:
'Vanavond gaat het mis.' Ik dacht dat je problemen had.
O, nee. De stad houdt een amateurtoneelcompetitie.
Winnaars krijgen goed betaald.
Ik zei tegen dat we een toneelstuk moesten voorbereiden.
Hij zei: 'De sketches gaan goed. Maak je niet druk om toneelstukken.'
Dus ik werd boos op de baas.
Ik maakte me zorgen om je.
De kat gaat dood aan nieuwsgierigheid of…
Of de Heimlich.
Pardon.
Ja? Öcü.
Acteert ze niet in het theater?
Nee, ze is m'n dochter. Ze werkt hier. - Nee, ik zag haar vandaag op het nieuws.
Ik zal het laten zien. Ze hebben zelfs deze jongen gered.
Öcü? - Kijk.
Zij is een van de acteurs achterin.
Het komt eraan.
Wie heeft er zin in pide?
Mond open. Eet op. Kom op.
Wat doe je, man?
Wilde je niet dat ik de pide in je mond propte?
Is dit je presentatie? Is dit het?
Hij kan platte broodjes maken. Het is een beetje vet, maar het is heerlijk.
We kunnen brood op je hoofd breken. Goed voor het boze oog.
Doe niet zo belachelijk. Wat is dat? Hoe kun je dat doen?
Zijn we hier om te eten of om geslagen te worden? Wat is dit?
Heb ik gelijk, jongens? - Pide is gemiddeld.
En bovendien proppen ze het in onze mond.
Wie film je? - Wie film jij?
Wat is er?
Leg je telefoon langzaam neer. - Ja. Rustig, allemaal. Niet filmen.
Pardon. Er zit een haar in m'n pide.
Daar gaan we. - En de kaas stinkt.
Dat hebben jullie gezien, hè?
Ja, jongens. Ze bedekken hun slechte pide met dit soort onzin.
Waarom verpest je de sfeer? Als je niet wilt eten, prima.
En respectloos.
Oké. Je komt een scène schoppen. Sta alsjeblieft op.
Mijn arm. - Je zag hoe hij de arm pakte. We gaan.
Dit is een misverstand.
We gaan. - We hebben niets gedaan.
Kalender Chef zou zoiets nooit doen.
Luister even naar me. Alsjeblieft. Ga niet weg.
Wat zijn jullie onbeleefd.
Dit kan niet. - Dit is geen plek om te eten.
Ga weg.
Ik weet niet wat er net gebeurde.
Wie film je?
Wie film jij? - Ga terug.
Wat gebeurt er? Wie film je?
Ze komen er niet achter dat wij het waren?
Nee, baas. Hoe zouden ze dat weten?
De jongens hebben de klus geklaard. Netjes gedaan.
Ze hebben het geweldig gedaan.
Oké, zet dit op internet. Zeg het tegen de jongens.
Laat ze er veel ophef over maken. - Veel ophef. Ja, baas.
Baas. Ze hebben het geweldig gedaan.
Heel goed. - Het waren Oscar-waardige optredens, toch?
Ik zeg het maar. Moeten we de jongens een bonus geven?
Oké, dat regel ik wel.
Maak het maar naar ze over.
TR64, 9626, 7218, 10… - Verdomme.
Is dat een IBAN? Ken je je IBAN uit je hoofd?
04-15.
Einde.
Jullie zijn raar.
Wat er vandaag gebeurde, is niet normaal. Het kan geen toeval zijn.
Ik weet wel iemand. - Maar ik wil hem niet de schuld geven.
Wat zeggen ze?
We krijgen veel reacties. - Er zijn vreemde reacties.
Laat eens zien.
'Schaam je je niet om mensen te vergiftigen?'
'Een pidemaker moet kaal zijn. Waarom is Magere Lat pidemaker?'
Iedereen die m'n verhaal ziet, rent naar de wc.' Wat is dit?
Wat ga je nu doen?
Ik weet het niet. Naarmate het beter ging, werd het groter.
Hoe groter we werden, hoe beter het werd. Dit is het resultaat.
Dankzij Öcü is er geen houden meer aan. - Is het nu mijn schuld?
Je gaf me een sleutel toen alles goed ging.
Ik zei dat je voorzichtig moest zijn. Dat krijg je als je altijd te hard rijdt.
Moest ik dan 80 rijden en alles verliezen?
Wat een leuke familie zijn we geworden.
Een familie? Wat weet jij over familie? Je ziet je eigen moeder niet eens.
Öcü?
Hoe weet je dat? - We hebben je binnengelaten.
Ik moest je op z'n minst natrekken. - Is het waar?
Toen m'n vader stierf, trouwde m'n moeder met een ander.
Wat krijgen we nou?
Wat?
Ik dacht aan iets anders. Ga door.
Ik kon het nooit vinden met mijn stiefvader.
Ik besefte dat dat niet kon.
Ik ging het huis uit om geen last meer te zijn.
Stel dat we dat geloven. Heb jij me niet te schande gemaakt in Iznik?
Ik ben m'n beroep en m'n reputatie kwijt.
Waarom doe je ons dit aan? Ben je een spion?
Ben je een van die Pidburger-gasten? Ik wist het toen je kwam.
Kalender, waar heb je het over?
Denk je dat echt, chef?
Heel erg bedankt.
Pap, past laster bij je? Dingen zeggen zonder het te weten?
Ik kan niet zo goed liegen als jij, lieverd.
Wanneer wilde je me dit vertellen?
Ik doe alles voor je.
M'n dochter gaat achter m'n rug om met hem.
Je weet niet wat ze achter m'n rug doen. - Hou je mond.
Probeer je stiekem actrice te worden? Het is schaamteloos.
Komt dit van Izniks eerste fenomeen? - Ik heb alles voor je gedaan.
Wegwezen, allemaal. Je moet mensen ruw laten praten.
Dag, chef.
Zullen we even praten?
Ik wil alleen zijn. Je bent m'n moeder niet.
Hier.
Weet je dat je vader erg verliefd was op je moeder?
Hoe weet je dat?
Ik kwam vijf jaar later terug.
Omdat ik hem niet kon vergeten.
Zelfs je vader weet dat niet.
Toen ik terugkwam en je ouders van een afstand zag…
Met jou in hun armen…
Besefte ik hoe gelukkig ze waren.
Ik liep stilletjes weg.
Waarom zijn we nu zo?
Je vader staat onder grote druk.
Voor iemand die nooit iets veranderd heeft, is het te veel.
En hij kon het niet aan. Maar jij bent het belangrijkste in z'n leven.
Dat weet ik. Mijn vader is hetzelfde voor mij.
Hij kon…
Dat acteren niet accepteren.
Nee, hoor. - Wat bedoel je?
Kijk.
Is dat pap? - Je vader en ik.
Was pap acteur? - We acteerden op school.
Je opa was woedend, omdat hij niet voor de winkel zorgde.
Op een dag ontdekte hij dat hij acteerde. Hij bestormde het podium.
Hij sloeg je vader in elkaar met iedereen erbij.
Echt?
Ja. Het was zo moeilijk voor hem dat hij alles opgaf.
Geef hem wat tijd.
Hij komt er wel achter.
Hij is de beste persoon die ik ooit heb gezien.
Wat een vreselijke dag. - Nee, dat moet je niet denken.
Vandaag is een speciale dag voor jou om volwassen te worden.
Bedankt. - Denk dat maar.
En ik denk dat je dit servet moet houden. Als ik jou was…
Nee, hou het maar niet.
Ik wist dat je hier zou zijn.
Sorry, het is het een na het ander. Ik probeerde het op jou af te reageren.
Zeg iets.
Chef.
Ik hield heel veel van m'n vader.
Hij was een heel speciale man.
Hij was m'n kompas.
Toen hij stierf, raakte ik de weg kwijt.
Sindsdien ben ik stuurloos.
Tot ik jou ontmoette.
Vond je toen een nieuwe richting?
Toen ik jou ontmoette, besefte ik dat de juiste richting niet bestaat.
Maar als je bij mensen bent die om je geven…
Waar de wind ook waait, vind je altijd je weg.
Daarom ben ik hier.
We kennen elkaar nog niet zo lang, maar…
Met sommige mensen kun je geen tien minuten in tien jaar vooruitgaan…
Maar wel tien jaar in tien minuten met iemand anders.
Dat is precies wat er met ons gebeurde.
Snap je?
Ik kan niet rekenen. Ik kan niet meer nadenken.
Ik hield zo veel van je.
Dat is verbaal. Dat begrijp ik. Ik mag jou ook, chef.
Vergeef je me nu?
Leerlingen vergeven hun meesters niet. Ze gehoorzamen ze.
Dat klinkt aardig, maar als je erover nadenkt…
Komt er wat vleierij bij kijken.
Zo voelt het nu voor mij.
Het is dus niet altijd een goed idee om hier te sporten, hè? Daar gaan we.
Oké.
Dit is geen goed idee. - Terug naar het gebruikelijke.
Het is beter zo.
Echt waar. - Hij is sentimenteel.
Het spijt me, schat. - Papa.
Wat doen jullie samen? - Wandelen.
Öcü. - Wat?
Weet je wat Gülsen me vertelde? - Nee, wat?
Zij en mijn vader hebben ooit geacteerd.
Dat meen je niet. - Jawel.
Je hebt haar alles verteld, hè? - Ik kon het niet laten.
Kom op. We gaan.
Doe niet zo gek, Kalender.
Chef. - Dan gaan wij ook lopen.
Goed. - Oké, chef.
Lieverd.
Waarom ben je hier? Wat is er gebeurd?
Chef, rustig maar, er is niets mis. Ik kreeg net een heel goed idee.
Ik kon het niet laten. Ik wilde het je meteen vertellen.
Wat voor idee? Schreeuw niet zo. Gelukkig is Filiz niet wakker.
Ik kreeg zowat een hartaanval.
Je hebt gelijk, chef. Het spijt me. Ik liet me meeslepen.
Oké, we praten morgenochtend. Welterusten. - Ik ben al wakker. Vertel het me nu.
Chef, we praten morgenvroeg met een helder hoofd.
Dan heb ik een duidelijker beeld. Fijne avond.
Ik ben wakker. - We praten morgenvroeg.
Maar ik ben wakker. - Ga slapen. Welterusten.
Ga naar binnen, je krijgt het koud. - Hoe laat morgenochtend?
Morgenochtend.
Öcü. - Wat is er, chef?
Is er iets mis? - Nee, geen zorgen. Er is niets.
Ik was benieuwd naar je idee. Ik kon niet slapen, dus kwam ik hierheen.
We zouden het uitstellen tot morgenochtend.
We praten morgenochtend als we helder zijn.
Zoon. - Ik had een mooie droom. Ga naar bed.
Öcü?
Goedemorgen.
Wat een gek. Hij heeft me uit m'n slaap gehouden. God vergeve me.
Dus nu wil je het nog erger maken.
Chef, oké. Ik snap het. Het ging niet zoals we wilden.
Maar we kunnen de theatercompetitie winnen en het tij keren.
En met het prijzengeld kunnen we de winkel redden. Toch, pap?
Ja. - Schatje.
Dat klinkt leuk, maar wie zijn wij om te acteren? Is dat makkelijk?
Je hebt het in jouw tijd al gedaan.
Filiz is actrice.
Ik zal het ook proberen. Het is een gedane zaak.
Dat is geen slecht idee.
Ik dacht dat jij de slimme was, maar dat is niet zo. Geweldig.
Chef, dit is misschien onze laatste kans om de winkel te redden.
De tijd dringt.
Laten we het proberen. Wat is het ergste dat er kan gebeuren?
Nee, schat. Ik wil niet dat we nog meer voor schut staan.
Ik ga nu. Ik ben over twee uur terug met het geld dat de winkel nodig heeft.
Hoe kom ik aan zoveel geld?
Wat is er aan de hand?
POLITIE
Wat is er aan de hand?
Er zijn hier gisteren mensen vergiftigd. We hebben klachten gehad.
We sluiten het een maand.
Dat kan niet zomaar. - Orders van de burgemeester.
Hij heeft de stad te schande gemaakt. Doe niet zo moeilijk. Kom op.
Pak je spullen en laat ons ons werk doen. - Pap, wat moeten we doen? Öcü?
Jullie pakken de spullen binnen in.
We komen terug met het geld. Vertrouw me. Kom.
Chef Kalender is m'n chef en m'n broer.
Dank je.
Jongen, je bent al die jaren weggeweest.
Ik begrijp het niet. Hoe kan een zoon ruzie maken met z'n moeder?
Laat me niet praten waar Ergun bij is.
Ergun?
Wat zeg je nou toch? Beledig me niet.
Het is meneer Ergun.
Sorry, meneer Ergun. - Meneer Ergun, mevrouw Sermin.
Ik ben Kalender uit Iznik. De eigenaar Kalender Pide.
We werken al een tijdje samen.
U heeft een geweldige zoon grootgebracht.
Bedankt, chef. - Zo is het, mijn kind.
Ik heb een dochter van dezelfde leeftijd. - Ik ben drie jaar ouder.
Is dat zo? - Ja.
Liefde en respect.
Ik geloof niet in deze familievete.
Daarom wil ik dat jullie het vandaag goedmaken.
Je kunt geen wrok koesteren tegen je moeder. Kus haar hand.
Mam. - Kom hier.
Je was al die tijd weg.
Waarom ben je gekomen? Geen geheimen voor mama.
Toch?
Mam, ik moet je iets vertellen, maar…
Ik weet niet of ik dat moet doen. - Begin daar niet over.
Momentje, chef. Alsjeblieft.
Mam.
Ik weet dat ik hier na al die jaren ben.
Het zal een beetje vreemd zijn.
Maar we hebben weinig tijd.
Onze winkel heeft problemen. We hebben geld nodig.
Je begon bijna soft te worden, maar hij is hier voor het geld.
Schaam je, jongen. Je komt hier zonder reden.
Ik dacht dat het uit goedheid was, maar het blijkt om geld te gaan.
Waarom zou het zonder reden zijn?
Heb je me laatst niet gebeld? Ik nam niet op.
Nee, ik heb niet gebeld.
Per ongeluk. Broekzakgesprek.
Als ik wilde praten, had ik toch wel weer gebeld?
Dat klopt.
Hij wilde me helpen in deze benarde situatie.
Word niet boos op hem. Hij bedoelt het goed.
Wie ben jij in godsnaam? Hoe durf je je ermee te bemoeien?
Een oude man.
Je bent een loser die geld wil afpersen door de familiekaart te spelen.
Schaam jullie allebei.
Je werkt als bezorger voor iemand.
Ik zei dat je bij ons moest komen werken. We bezitten dit enorme gebouw.
Kom voor ons werken. Word beveiliger. Drie diensten.
En je vraagt schaamteloos om geld.
Jij bent… - Oké. Kom op.
Doe de deur open.
Chef.
Klootzak. Dit kind is de beste persoon ter wereld.
Dit kind heeft niets anders nodig dan een beetje liefde.
Hij is al gelukkig in het pakhuis van onze winkel.
Maar u bent te blind om dat in te zien.
U, Ergun, bent een steenrijke miljonair.
Bent u de grote man? Ja, maar daar gaat het niet om.
Maar wij zijn nog groter, omdat we zoveel van elkaar houden.
We hebben niemand nodig.
U moet zich schamen.
We gaan. - Waarheen?
Optreden.
GEMEENTELIJK THEATER
Klaar? - Klaar.
Je bent te zeker. Je maakt me nerveus.
Pap, wees nu eens niet nerveus.
Waarom schreeuw je? - Waarom die uitbrander?
Rustig. - Niet schreeuwen.
We zijn klaar. Dan gaan we.
Öcü.
Kun je dit? - Pap. Je zei dat je een acteur nodig had.
Ik heb Esat meegenomen.
Esat, kom hier. Ik zal je voorstellen. M'n vader.
Ja, ik ben haar vader. Kalender. - Gülsen. Je kent Öcü al.
Heimlich. Gaat het, broer? - Nee, ik stik nog steeds.
Welkom.
Chef.
Ik heb op het podium gestaan toen ik op school zat.
Echt?
Ja. - Wat heb je gedaan?
Volksdansen.
Ik laat het je zien.
Bursa's kleine stenen…
Wat is dit? - Niet dit.
Hij stikt. - Haal wat water.
Nee.
Het gaat prima.
Te zijn of niet te zijn?
Het wrede opperhoofd dat mijn kippen stal, kom naar buiten.
Ik neem mijn dochter mee naar de stad. Dat zal ik doen.
Nog een beetje… - Ga weg.
Wat is er?
Wat is er?
De gedachte wordt toegekend. De zweep van het wrede lot. Niet de zweep.
Mijn kippen zijn weg. - We schreeuwen te hard.
Wie schreeuwt er, chef? - Ik zal je iets vertellen.
Chef, laten we dit niet doen.
Laten we dit afzeggen. Over mijn lijk.
Oké, annuleer het. - Laten we dit niet doen.
Wat gaan we doen?
Ik weet het. We doen het. - Echt niet.
Nee, we doen het. - Laten we in godsnaam doen wat het ook is.
Je hebt nog drie dagen, Kalender. Het is niet mijn schuld.
Mr Uysal, als we deze wedstrijd winnen, regelen wij alles.
Geen zorgen.
Oké, eens kijken.
We maken een wereldreis met m'n vrouw. We zijn in Afyon voor de bronnen.
Begonnen jullie vanuit Afyon?
Zo doen we alsof we het doen.
Ze zijn echt prachtig.
Kijk hoe mooi de kostuums zijn. - Ik ben zo opgewonden.
Kijk eens wie er is.
Je gaat acteren, hè?
Je wint de hoofdprijs.
En de winkel…
Je zult niets kunnen doen. Dat weet je toch?
Je zult nog meer te schande gemaakt worden dan na dat internetincident.
Wat heb je tegen ons?
In godsnaam.
Herinner je je me nog steeds niet? - Nee.
Weet je wat mijn probleem is? - Wat?
Jij bent mijn probleem. - Ik?
Ik was dolverliefd op je toen ik jong was.
Maar jij was smoorverliefd op deze man.
Jullie gingen uit elkaar. Ik zag m'n kans. Maar wat gebeurde er?
Je verliet de stad.
Sinds die dag kon ik met niemand trouwen…
En van niemand houden.
Ik dacht elke nacht aan je.
Elke nacht.
Ik herinner me je nu.
Ja.
Ben jij niet… - Wie?
Gezichtsloze Wezel.
Wat is dat, een rappersnaam?
Ik weet het weer.
Jullie herkenden me dagen niet…
Maar jullie herinnerden je meteen deze walgelijke bijnaam.
Ik haat je.
Kom hier. - Waar?
Wat is er? - Öcü, rustig.
Waar ben je mee bezig? - Ik doe je niets aan.
Waar ben je mee bezig, Gezichtsloze? - Wie is Gezichtsloze?
Rustig, Öcü.
Ik zei toch dat je niet mocht schoppen?
Wat is dat voor advies, chef?
Gaat het, Filiz? - Het gaat prima.
Mooi. - Gaat het?
Momentje. Maar de takken.
Het is niet aardig om die takken zo te dragen.
Chef, je ademt te snel.
Er is geen zuurstof meer. - Wat moet ik doen?
Is iedereen klaar? - Ja.
Maar ik kan het niet zo goed onthouden.
Ik geef het teken. Hou me in de gaten. - Oké.
Bedankt. - Geen probleem.
Kalender Pide.
Wij zijn het. - We komen eraan.
Juffrouw. Luister alstublieft naar me.
Als het je niet bevalt, offer ik m'n eigen leven voor je op.
Is dat zo? Goed dan.
Chef.
Chef.
Toen ik je ogen voor het eerst zag, dacht ik dat ik verdronk in hun zee.
De eerste keer dat ik je ogen zag, dacht ik dat ik verdronk in hun zee.
Maar mijn ogen zijn niet blauw.
Niet? Haar ogen zijn niet blauw.
Chef, haar ogen zijn niet blauw.
De kleur van je ogen moet de kleur van de zee zijn.
De kleur van je ogen moet de kleur van de zee zijn.
De bergen moeten de kleur van je lippen hebben.
De lucht de kleur van je huid.
De bergen moeten de kleur van je lippen hebben.
De lucht de kleur van je huid.
My Lady.
Als ik het eerder had geweten, had ik de moed gehad om het u te vertellen.
My Lady.
Als ik het had geweten, had ik de moed gehad…
Om u dit persoonlijk te vertellen.
Je spreekt zo mooi. Ga door.
Is dat zo?
Ik weet niet hoe ik dit moet zeggen…
Maar ik kan je niet vergeten, wat ik ook doe.
Dit staat niet in de tekst. - Chef, wacht even.
Het maakt niet uit of je van me houdt. Maar ik moet je dit vertellen.
Het belangrijkste is dat je gelukkig bent.
Laat me naar je toe komen.
Laat me in je ogen kijken. Ik zeg wat ik voel.
Öcü, wat doe je?
Öcü, wat doe je? Niet klimmen.
Niet doen, jongen. - Öcü, laat los.
Nee. Ik hou echt van je.
Ze vallen nog. - Öcü.
Filiz. - Ik ben in orde.
Gaat het? - Ik ben in orde.
Öcü? Gaat het?
Het gaat wel, chef. - Niks aan de hand.
Öcü, kom hier.
Nee.
Beste vrienden.
Wat is er aan de hand?
Wat is er aan de hand? Waarom klappen jullie?
Hebben jullie iets geweldigs gezien? Waarom klappen jullie?
Luister. Hij heeft ons te schande gemaakt op internet.
Hij heeft de reputatie van de stad verpest.
En hij doet nog steeds mee aan een theaterwedstrijd.
Wat als hij wint?
Vinden jullie het goed om het geld van de stad aan deze danser te geven?
Dat is onacceptabel. - Nee, baas.
Is dat goed? - Zeg op, baas.
Vind je het goed? - Je bent geweldig, baas. Bravo.
Zeg op, baas.
Ik wilde alleen de winkel redden.
Hou op.
Ik dacht dat als ik de winkel redde, ik alles kon redden.
Ik heb m'n hele leven anderen gelukkig willen maken.
Maar ik heb er genoeg van.
Vanavond doe ik voor het eerst iets voor mezelf. Op dit podium.
Ik doe m'n favoriete ding met m'n dierbaren.
Bestaat er iets mooiers dan dat?
En daarom is hier zijn belangrijker dan winnen.
Geloof me.
Goed gedaan, Magere Lat. Goed gezegd. Goed gedaan.
Magere lat. Magere lat.
Magere Lat. Magere Lat.
Maar…
Kom op, in godsnaam. Kom. Verdomme.
Vrienden, bedankt voor jullie steun.
Maar ik weet het niet met dit stuk. Is hij echt dun?
Magere Lat.
Laten we buigen. Ze vonden het geweldig.
Fijn voor je. Dus je hebt de wedstrijd gewonnen.
Nee, we hebben niet gewonnen. - Waarom kon je niet winnen na dit alles?
Kalender Chef zei: 'Hier zijn is belangrijker dan meedoen.'
En het neefje van de burgemeester won de wedstrijd.
Ik kon er niets aan doen. Ik liet me meeslepen.
We zijn de winkel kwijt, maar elkaar niet. Toch, schat?
Klopt, lieverd.
Het zou leuk zijn om eens aan de winnende kant te staan.
Geen zorgen, we hebben een nieuwe garage. We beginnen bij nul.
We beginnen niet bij nul, maar bij min twee.
De bovenverdieping wordt een restaurant.
Beneden voeren we 's avonds toneelstukken op.
Dat is een geweldig idee. Hoe noemen we het?
Kunstcentrum Magere Lat en Pide.
Öcü.
God zegene je.
Hoe kom je hieraan?
Maar, chef… - Ja?
Deze oefening werkte echt. - Merk je dat?
Ze zullen je nooit meer Magere Lat noemen.
Oké. - Goed zo.
Ik hou van je, broer. - Ik ook van jou.
Ondertiteld door: Marjolein Meeuwisse.
Goed gedaan, allemaal.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.