All language subtitles for Les innocents (2006)

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

De Schuldelozen

naar de roman van GEORGES SIMENON

Verdomme!

Het komt goed. Maakt u zich niet ongerust.

Wat is er gebeurd? - Geen idee. Ze dook ineens op.

We moeten de brandweer bellen. - De brandweer? Dat is toch 15?

Nee, 112.

Mevrouw, houd uw ogen open. Het komt goed.

Het komt goed. De brandweer komt eraan.

Houd uw ogen open.

De brandweer. Ja, een ongeluk. Rue Marbeau, ter hoogte van 8.

Het is een vrouw.

Sofia, kom eens kijken.

Drie soorten goud. - Het is werkelijk geweldig.

Ik wilde iets luchtigs om de fijnheid te laten uitkomen.

Vrouwen, hè? - Als jij het zegt.

Ik ga wel.

Ik doe voor u open.

Dominique, het is voor jou. - Voor mij?

Het is de politie.

Monsieur Dominique Célerin? - Ja.

Luitenant Gilles Fernaud, commissariaat 16e arrondissement.

Is er een andere plek waar we kunnen praten?

Hier is goed. Wat is er? - Bent u de man van Marie Célerin?

Ja, waarom? Is er wat gebeurd? - Een ongeluk.

Ze is geschept door een auto. - Is het erg?

Ze is overleden onderweg naar het ziekenhuis.

Het spijt me.

Dit kan niet waar zijn. - Ik kan u erheen rijden.

Volgens de bestuurder stak ze ineens rue Marbeau over.

Zonder te kijken. Of ze keek ergens anders heen.

De bestuurder reed met normale snelheid.

Hij was niet onder invloed van alcohol of drugs.

Hoe heeft u mij gevonden? - Haar agenda.

Ze had uw naam, adres en mobiele telefoonnummer opgeschreven.

In agenda's staat altijd een vakje: 'In geval van nood waarschuwen.'

Het is dus uw zakenadres. - Het is onze werkplaats.

U ontwerpt sieraden, toch?

Ik heb het verband gelegd toen ik bij uw werkplaats aankwam.

'Bijoux B&C', ben u dat?

En de B? - Jean-Paul Brassier, mijn partner.

Mijn auto staat daar.

De klap heeft de bloeding veroorzaakt in de borstkas.

We konden haar niet meer redden.

Heeft ze lang geleden? - Nee, dat denk ik niet.

Ze was buiten bewustzijn toen ze hier aankwam..

Kom.

Het spijt me u te moeten zeggen dat de bestuurder stellig is over 't feit...

dat uw vrouw zich in feite voor zijn auto heeft geworpen.

Ik zeg niet dat het een wanhoopsdaad was...

maar we zullen de bestuurder feitelijk niets kunnen aanrekenen.

Wat deed uw vrouw?

Sociaal werkster in het 17e arrondissement.

Heeft u kinderen? - Een dochter, Camille.

Ze wordt 18 eind van het jaar.

Wilt u dat ik erbij ben als u het vertelt?

Nee, ze doet binnenkort eindexamen. Ik weet niet hoe ze het te boven komt.

Is het een van de straten links? - Ik stap uit en loop de rest.

Ik houd u op de hoogte. Dit is mijn visitekaartje.

Bedankt, luitenant. Voor uw begrip. - M'n oprechte deelneming.

Jean-Paul? - Ja, Rémi.

Ik heb slecht nieuws. - Wat?

Marie Célerin is dood.

Dat is niet waar. - Ze heeft een ongeluk gehad.

Wanneer? - Begin van de middag.

Ze is geschept door een auto.

Oké, dank je.

Een whisky, graag.

Een dubbele.

Nog een?

Hallo, Jean-Paul.

Hebben ze 't je verteld op de zaak?

Nee, nee...

Ik ga naar huis.

Nee, het gaat. Heus.

Hallo, Dominique. Ik moet weg. Ik dacht dat Marie al terug was.

Is Camille er? - Nee. Wat is er? Gaat het wel?

Kom, Anna. Kun je nog even blijven? - Ja, wat is er aan de hand?

Ben je er nog? - Kom binnen, schat.

Ik was m'n sleutels vergeten.

Wat is er aan de hand? - Je vader wacht op je.

Hij is boven.

Wat doe je?

Mama heeft een ongeluk gehad.

Ze is dood, schatje.

Mama is dood, schatje.

Smeerlap.

Ze komt wel terug. Zo'n reactie is normaal.

Ik was kleren aan het zoeken. Om Marie aan te kleden.

Zal ik iets te eten maken? - Nee, dank je. Het gaat wel.

Neem iets sterks. Je zult het nodig hebben.

Vanavond zal ik niet kunnen slapen. Ik red me wel. Ga maar naar huis.

Ik kan je niet zo achterlaten. - Jawel, het gaat. Heus.

Dat moet Camille zijn.

Het is Monsieur Jean-Paul.

Ik ga naar huis.

Wil je dat ik morgen eerder kom? - Ja, dat is lief.

Probeer vooral wat te rusten.

Er is een licht slaapmiddel bij de apotheek te koop.

Een blauw met wit doosje.

Marie neemt ze af en toe.

Goedenavond, M. Brassier.

Ga zitten.

Hoe is het gebeurd? - Ze is geschept door een auto.

Weet Camille het al? - Ze was in shock en is vertrokken.

Waarheen? - Weet ik niet.

We moeten ons geen zorgen maken.

We wachten op haar en dan neem ik jullie mee naar huis.

Ik blijf liever hier. - Niet vanavond.

Jawel, ik beloof 't je.

Ik ben er voor je, Dominique. Ik zal er altijd voor je zijn.

Nina ook.

Heb je nu nog iets nodig?

Ik kan nog steeds niet bevatten wat me is overkomen.

Het lijkt net alsof ze vanavond er niet is en morgen terugkomt.

Het is zelfs geen nachtmerrie, maar gewoon een afwezigheid.

Een voorbijgaande afwezigheid.

Als iemand me zou vragen of ze er is, zou ik zeggen niet vanavond.

Heeft de politie je iets verteld? - Het was een ongeluk.

Ben je naar rue Marbeau gegaan? - Dat kan ik niet.

En wat heeft het voor nut? - Niets.

Om jezelf te pijnigen.

Het vreemde is dat ze werkte in het 17e arrondissement...

en haar ongeluk vond plaats in het 16e arrondissement.

Als Camille er niet voor middernacht is waarschuw je ons.

Nina houdt veel van haar, dat weet je.

Heb je geen slaap?

Heb je een zware dag gehad?

Zoals gewoonlijk.

Jij ontfermt je over de ongelukkigen en ik werk voor degenen die 't niet zijn.

Ik hou van je, Marie.

Welterusten.

Heb je gegeten?

Neem ook. Het is te eten.

Het ziet er bevroren uit.

Sorry voor daarstraks.

Ik was onbeholpen. Het spijt me, schatje.

Jean-Paul heeft me gebeld.

Hij was bang dat ik niet naar huis kwam.

We zullen het nooit weten, hè? - Wat?

Hoe het ongeluk is gebeurd.

Volgens de politie is ze geschept door een auto.

Schijtauto.

We moeten flink zijn. Allebei.

We moeten door. Oké?

In ieder geval ga ik weg. - Waarom?

Na het eindexamen blijf ik niet hier. Mama vond het goed.

Waar ga je heen? - Naar een appartement met Sabine.

Daar zullen we het nog wel over hebben.

Voorlopig...

ga je eerst je eindexamen halen. Dat is belangrijk.

Voor jou en voor mama.

Je lijkt op haar, weet je? Meer dan ooit nu.

Wordt er muziek gespeeld op haar begrafenis?

Hoezo?

Waarom niet haar liedje? - Haar liedje?

Ja, iedereen heeft er een. In je hoofd, in je hart.

Ik wist niet eens dat ze een liedje had.

Bekommeren jullie je om haar? Ik kom eraan.

Bedankt voor uw komst, luitenant.

Nogmaals m'n oprechte deelneming.

Ik heb de tas van uw vrouw meegebracht. Ik kan 'm bij u afgeven.

Nee, ik neem 'm nu wel in ontvangst.

Het spijt me u te moeten zeggen, vooral op deze dag...

maar het werk van de politie zit erop.

Dus de bestuurder die m'n vrouw heeft geschept, is onschuldig?

Indien u verdere toelichting wilt, zullen we ons best doen.

Ik hou u niet langer op. Men wacht op u.

Hartelijk bedankt, luitenant. - Ik raad u aan om wat te ontspannen.

Indien u even weg zou kunnen, zou dat goed zijn.

Nee, ik ga morgen weer werken.

Hallo, dit is de voicemail van Marie Célerin.

Ik kan nu niet opnemen. Laat een bericht achter...

en dan bel ik u zo snel mogelijk terug.

Jean-Paul wacht op ons.

Het leek me beter dat we op een plek zijn zonder herinneringen.

Marie zou niet gewild hebben dat dit een trieste samenkomst zou zijn.

Ik heb Marie nooit slecht gehumeurd gekend. Ze hield van het leven.

Vooral met de armoe en misère die ze om zich heen zag.

Ik zou het niet hebben gekund. Daar moet je sterk voor zijn.

Dat was ze ook. - Dat weet ik, schat. Sorry.

Je vader is ook heel sterk. Ik weet waar ik 't over heb.

Zonder hem was het onmogelijk geweest. We zouden niet eens bestaan.

Volgens Jean-Paul kennen jullie elkaar al heel lang...

maar ik heb nooit geweten hoe. - We kennen elkaar 20 jaar.

We waren met een kleine groep in die tijd.

We hadden een hoofdkwartier in een bistro bij St-Michel.

Ik studeerde rechten, althans dat probeerde ik.

En ik kunstwetenschappen. We waren met zo'n twaalf man.

Eentje is zelfs beroemd geworden. - Wie dan?

Mia. - Volgens mij ken ik geen Mia.

Deze wel. - Echt niet.

De enige Mia die bij me opkomt, is Mia Daven:

De ster van het achtuurjournaal. - Zij dus.

Kennen jullie Mia Daven? Dat heb je me nooit verteld.

We hebben zo onze geheimen.

Hebben jullie nog contact met haar? - Nee, ik niet.

Ik ook niet. Maar het is een idee.

We nodigen haar uit voor de inwijding van het landgoed.

Excuseer me.

Nu kunnen we geen kant meer op.

Jean-Paul kent ook iedereen. - Bewijs dat de zaken goed gaan.

Jeugdvrienden die samenwerken is altijd aandoenlijk.

Hoorde Marie ook bij jullie groepje?

Zij kwam er uiteindelijk iets later bij.

Zij studeerde ook rechten, maar ze vond het niet echt leuk.

In ieder geval hebben we elkaar toen leren kennen.

Excuseer me.

Gaat u naar de vijfde? - Als iemand 't u vraagt, weet u van niks.

Zeg dat ze niet zo'n herrie maken anders bel ik de politie.

Hier verjaardag van Marie. Welkom bij Marie.

Politie, doe open.

Het is Dominique.

Gefeliciteerd, Marie. - Dank je, wat aardig.

Is Jean-Paul niet bij je? - Jawel, hij is er.

Hij rent, hij vliegt. Hij is er. Hallo, knul. Hoe gaat ie?

Hallo, Marie. Gefeliciteerd. En dit is Laurence.

Dominique is een soort zoogbroeder. - Dat zogen moet je snel zeggen.

Blijven we hier staan?

De huismeester waarschuwt de politie als we te veel herrie maken.

Dat meen je niet? - Echt wel.

Blijf staan.

De klootzak.

Goedenavond. Ik ben van de politie. Inspecteur Brassier.

Ik zoek de huismeester.

Is dit nummer twaalf?

Ik heb u gebeld voor overlast. Het is een meisje op de vijfde.

Het begon einde van de middag.

Monsieur? - Brouteau.

Ik ben niet gekomen voor de overlast.

Ik ben van de brigade anti-klootzakken.

Men heeft ons verteld dat er een gevaarlijke klootzak hier beneden is.

Bent u de enige die hier beneden woont?

Dan zal ik u moeten arresteren.

Oké, jongens. - Tot snel.

Breng ik je naar huis? - Nee, dat hoeft niet.

Marie? Ik ben het, Dominique.

Stoor ik je? - Ik was net aan het opruimen.

Ben je iets vergeten? - Ik wilde met je praten.

Kom binnen.

Ben je moe? - Nee, hoezo?

Het is niet makkelijk.

Als je iemand had gehad, zou hij vanavond hier geweest zijn, toch?

Ongetwijfeld.

Ik ook. Als ze had bestaan...

Ik hou van je, Marie.

Er is nog wat rode wijn, geloof ik.

Oké, ik heb 't begrepen.

Wat heb je begrepen? - Dat het een 'nee ' is.

Wat wil je dat ik zeg? Verplaats je eens in mij.

Het is drie uur 's ochtends en je komt me zeggen dat je van me houdt.

Is dat niet wat raar? - Vind je me raar?

Ja...

Eigenlijk niet. Ik weet het niet.

Of toch wel. Je bent 'n rare gozer. - Maar dat ben ik niet.

Je bent 'n vriend. - Is dat wat je tegenhoudt?

Niets houdt me tegen. Ik had het gewoon niet verwacht.

Wat maakt het uit, want je voelt toch niets voor me.

Als je het wilt weten op dit moment...

nee, dan voel ik niets.

Misschien later wel. Je weet nooit.

Kom.

Dus je houdt wel van me? - Niet zo doen.

Ik probeer me als een gozer te gedragen.

Ik verdrink. En geen boei aan de horizon.

Ik heb me nog niet voorgesteld. Mijn naam is Titanic.

Hou op.

Dominique...

Alsjeblieft.

Het is goed.

Het spijt me. Ik had het je moeten zeggen.

Heb je dat altijd?

Het is mijn schuld. Je had geen zin. - Ik moet eraan wennen.

Daarmee bedoel je...

dat het zal lukken met ons twee? Ik heb gezegd dat ik van je hield.

Niet omdat ik met je naar bed wilde. Maar omdat het waar is.

Je hebt niet veel gezegd.

Het was al voldoende om die onzin van die slet aan te horen.

'Met al die armoe die Marie vandaag zag...' Trut.

Ik zie Nina echt niet als sociaal werkster zoals je moeder.

Nina is een plant. Zet haar in een pot en ze groeit.

Zolang ze maar zon krijgt en besproeit wordt. Het liefst met geld.

Ik heb het etentje geaccepteerd voor Jean-Paul.

Hij is geweldig geweest.

Ik was niet in staat om alle formaliteiten voor mama te regelen.

Reken niet op mij voor de inwijding van hun klotekrot.

Je komt wel, dat weet je.

Ik ga echt geen gebakjes eten met trutten zoals Nina.

Je kunt niet altijd alles afwijzen in het leven.

Ik laat me geen verplichtingen opleggen.

Je beredenering is nogal begrensd. - Die bullshit kan me niet schelen.

We hebben net m'n moeder begraven. Laat me met rust, ja?

Camille, stop.

Laat me los. - Ik ben je grillen zat.

Anders ik wel. Ik wil niet dat je bovenop me zit.

Je vindt dat je mama moet vervangen. Je was altijd weg, dus blijf weg.

Dat is niet waar.

Ik werk veel, maar het heeft je nooit ergens aan ontbroken.

Ik heb je moeder nooit alleen voor mij willen hebben.

Het spijt me dat ik je daar nu aan moet herinneren.

Je hebt spijt, je hebt verplichtingen, je werkt je kapot.

Vooral geen opschudding, geen herrie. Mama is eraan kapotgegaan.

Zeg dat niet, Camille. - Is het niet waar soms?

Wat wist je van haar? Wat weet je van mij?

'Ik hou van m'n vrouw. Ik hou van m'n dochter. Ik hou van Jean-Paul.'

Je houdt van iedereen en je kent niemand.

Ik wordt 18 en je behandelt me nog altijd als een kind.

Maar ik leef, papa.

Ik eet, ik lach, ik rook en ik neuk kerels.

Ja, je dochter neukt en ze vindt het heerlijk.

Ik shockeer je, maar ik wil niet dat je me aanbidt zoals mama.

Je shockeert me niet.

Je kwetst me, dat is alles.

Daar zijn ze. Mooi, hè?

Dames en heren, wilt u opstaan voor de burgemeester?

Dames en heren...

Welkom bij het gemeentehuis van het 14e...

waar we de huwelijksceremonie gaan voltrekken.

Mlle Marie Cécile Jeanne Jourdan...

neemt u aan tot uw wettige echtgenoot...

Dominique Antoine Christian Célerin?

M. Dominique Antoine Christian Célerin...

neemt u aan tot uw wettige echtgenote...

Mlle Marie Cécile Jeanne Jourdan?

Ik verklaar hierbij het huwelijk voor gesloten.

De gehuwden mogen elkaar kussen.

Bravo, vriend.

Ik heb geweldig nieuws.

We openen in Shanghai. - Is het gelukt?

In het grootste winkelcentrum voor luxe artikelen.

De tempel van prestige. Alle merknamen zijn daar. Nu wij nog.

Gefeliciteerd, dat moet niet makkelijk zijn geweest.

Als een deur zich opent, moet je ervoor staan.

Over een jaar gaan we ter plekke fabriceren.

De eerste tijd 50 procent van onze ontwerpen...

en dan alles in de daaropvolgende 18 maanden.

Voor de Aziatische markt uniek.

Als ik jou niet had, zou ik het niet gedurfd hebben.

Je bent een grootse schepper. In Frankrijk ben je de enige.

Kijk wat we bereikt hebben sinds we met de zaak zijn begonnen.

Heb vertrouwen. - Het is geen kwestie van vertrouwen.

Wat dan?

Ik heb problemen met Camille, dat is alles.

Wat voor problemen?

Sinds de dood van haar moeder reageert ze zo tegenstrijdig.

Ze verwijt me dat ik er nooit voor haar was...

en tegelijkertijd zegt ze dat ik haar verstik.

Ze maakte duidelijk dat ze liever haar moeder heeft.

Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik heb geen kinderen.

Ik wilde je daar niet aan herinneren.

Nina lijdt er het meest onder.

Vorig jaar hebben we hier onze 20-jarig huwelijk gevierd.

Daar aan die tafel.

Sorry, dat ik juist deze plek heb uitgekozen.

We denken aan het heden.

We gaan door. We hebben het leven en we hebben vriendschap.

Is alles naar uw zin? - Ja, dank u.

Voor jou, schat.

Dank je voor 20 jaar geluk.

Ik heb 'm voor jou ontworpen. Je draagt het enige exemplaar.

Wat ontzettend lief.

Dat is normaal. Jij bent 't mooiste cadeau van m'n leven.

Zullen we proosten?

Vooruit.

Een feestdag om nooit te vergeten.

Ik ben overrompeld dat je die ring voor me hebt ontworpen.

Je moet er blij mee zijn, niet overrompeld.

Volgens mij hou ik van je.

Soms heb ik de indruk dat je te veel van me houdt.

Veel te veel.

Maar ik zal je iets anders vertellen.

Ik heb zin in je.

Ik ga de hele nacht de liefde met je bedrijven.

En morgen de hele dag.

Is Camille al thuis? - Ze is in haar kamer.

Ze heeft me gevraagd of ik een tijdje hier kon blijven wonen.

Ja, prima. Is dat geen probleem voor jou?

Je weet dat ik alleen woon. - Ik vind 't een heel goed idee.

Ik dacht aan de kleine blauwe kamer. - Je kunt in de gastenkamer slapen.

De blauwe kamer is prima. - Zal ik het avondeten klaarmaken?

Alleen als we met z'n drieën eten. - Prima.

Camille zei dat ze wilde dat ik bij jullie beiden zou zijn...

maar dat brengt me een beetje in verlegenheid.

Je hoort bij ons gezin. - Toch vind ik het moeilijk. Als je wist...

Dat weet ik. Marie was stapel op je.

Je hebt je om Camille bekommerd als geen andere oppas ooit.

Ik weet niet wat ik zonder je zou moeten doen. Kom, ga zitten.

Dan drinken we een glaasje, oké?

Voorzichtig, want je drinkt nu elke dag whisky.

Ik begrijp waarom Camille je nu nodig heeft.

Je was haar het meest na. Jij en Marie.

Maar je dochter is gek op je, heus.

Gelukkig hebben we je gevonden een week na haar geboorte.

Ze was een hele mooie baby.

Mijn baby...

Hallo, schat.

Wat 'n mooie bloemen.

Leg ze daar maar neer.

Je mag haar niet kussen. - Hoezo niet?

Je mag nooit een zuigeling kussen. Dat heeft de dokter gezegd.

Maar het is mijn dochtertje. - Je kunt beter nog even wachten.

Papa's kleine meisje.

Je bent papa's kleine meisje, hè?

Had je al bloemen ontvangen? - Ja, van mijn ouders.

Mooi. Mama's bloemen zijn mooi, hè?

Je bent moe. Ik ga 't eten klaarmaken. - Wacht, Anna.

Het is wat moeilijk uit te leggen...

maar denk je dat ik me genoeg om Camille heb bekommerd?

Je hebt haar enorm verwend. - Dat bedoelde ik niet.

Denk je dat ik er genoeg ben geweest of niet?

Je werkte altijd tot laat en soms ook hele nachten door.

Maar je hebt alles gedaan wat nodig was. Maak je geen zorgen.

En voor Marie? - Zij hield ook van je. Dat weet je.

Nee, dat weet ik niet. - Waarom zeg je dat?

Ik heb nooit geweten wat ze leuk vond.

Ik heb geprobeerd haar gelukkig te maken.

Ik heb haar zelfs gevraagd om te stoppen met werken.

Ze hield van haar vak. Degenen helpen die het moeilijk hadden.

Mag ik je iets persoonlijks vertellen?

Ik was heel erg verliefd op Marie. - Wat wil je daarmee zeggen?

Dat liefde... lichamelijke liefde daar hield ze niet van.

Ze was frigide.

Soms vond ik haar... ver weg.

Niet in de liefde, trouwens.

Ver weg is niet het woord. Ik weet het niet...

Ik moet er steeds aan denken sinds ze er niet meer is.

Misschien doet het je goed om er met iemand over te praten.

Ik kan het u slechts nogmaals zeggen. De taak van de politie zit erop.

U heeft geen klacht ingediend en er is geen onderzoek ingesteld.

Ik wil alleen weten wat m'n vrouw deed in rue Marbeau op dat tijdstip.

Je kunt je ook afvragen waarom ze ineens overstak.

We hebben zelfs eerst gedacht aan een vrijwillige daad.

Ze heeft geen zelfmoord gepleegd. Dat is onmogelijk.

Dat denk ik ook niet.

Vermoedelijk was ze gehaast.

Ze is ongetwijfeld overgestoken om naar Porte Dauphine te gaan...

voor de bus of de metro. Zo verplaatste ze zich toch?

Had ze geen auto? - Die wilde ze nooit.

Ik denk dat uw vrouw laat was voor een afspraak.

Heeft u in haar agenda gekeken? - Niet echt goed.

Ik wil u alleen maar van dienst zijn. Maar ik kan niets voor u doen.

Er is geen onderzoek.

Informeer eens bij de werkgever van uw vrouw.

Misschien hebben zij het antwoord voor rue Marbeau.

Ja, bedankt.

SOCIALE ZAKEN

Hier kunnen we rustig zitten. Gaat u zitten.

Gaat u zitten.

Het is altijd moeilijk, erfenissen. Je moet geduld hebben.

Voor Marie is er geen probleem...

maar het altijd triest om te doen.

Daar ben ik niet voor gekomen. - Ik dacht dat u voor de papieren kwam.

Ik wilde weten waar m'n vrouw werkte. - Hier.

In het arrondissement. - Alleen in het zeventiende?

Zijn er andere arrondissementen waar ze mensen bezocht...

om wie ze zich eerst bekommerde en die verhuisd zijn?

Nee, onmogelijk. Die families vallen buiten onze zorg.

Zo nodig kunnen we hun dossier volgen bij het gemeentehuis...

van hun nieuwe woonplaats.

Het gebeurt zelden dat sociale gevallen zich vestigen in het 16e.

Ik heb nog nooit zo veel ellende gezien op avenue Foch.

Wat deed ze dan in rue Marbeau midden op de dag?

Geen idee. Ze moest misschien een boodschap doen.

Het is het naburige arrondissement.

Als ze een boodschap had gedaan, zou ze die bij zich hebben gehad.

Misschien is ze naar een winkel gegaan om iets voor u te bestellen.

Een verrassing. - Ja, misschien.

Ik begrijp wat u zorgen baart.

Maar ik verzeker u dat Marie aan het werk was.

Het was niet haar district, maar er is sprake van een bedrijfsongeval.

De verzekering zal u daarvoor schadeloosstellen.

Ze schreef haar afspraken buiten de deur op, maar ze had ze niet elke dag.

Ze had ook hier haar diensten.

Op de dag van het ongeluk had ze twee afspraken:

Een om half vier met ene Blanchard, op boulevard du Fort de Vaux...

en een om half zes met ene familie Moreira in Porte de St-Ouen.

In ieder geval heeft Marie de hele ochtend hier gewerkt.

Ze schreef nooit iets op tegen lunchtijd.

Waar wilt u heen? - Lunchten jullie nooit samen?

Jazeker, ook met andere collega's.

Bedankt dat u me wilde ontvangen. - Geen dank.

Hallo, dit is de voicemail van Marie Célerin.

Ik kan nu niet opnemen. Laat een bericht achter...

en dan bel ik u zo snel mogelijk terug.

Excuseer me.

Dat je me herkende? Dan ben ik dus niet veel veranderd.

Helemaal niets.

Je bent nog even mooi als ik zo brutaal mag zijn.

En tien miljoen kijkers mogen daar elke avond van genieten.

Als ik het journaal presenteer, ben ik niet Mia Daven.

Ik ben de kleine Mia, die zich richt tot haar oude vriend Dominique.

Jean-Paul heeft me verteld van Marie. Vreselijk.

Zo plotseling, zo onrechtvaardig...

Kom. Al die mannen verslinden je met hun blikken.

Ik heb weinig gepraat met Marie in onze groep, maar ik mocht haar graag.

Je vond haar geheimzinnig, toch?

Ik was verrast dat je haar ten huwelijk vroeg.

Twintig jaar geleden was het niet in de mode om te trouwen.

Je dochter is prachtig. - Heb je haar gezien?

Toen ik aankwam. Jean-Paul's vrouw hoefde me haar niet voor te stellen.

Ze is het evenbeeld van Marie.

Wat vind jij van de vrouw van Jean- Paul?

Niets. Ze is aardig. - Hij is zo'n 17 jaar geleden getrouwd?

We waren toen al uit elkaar.

En jouw liefdesleven?

Ik lees in de kranten dat ik met een hoop mannen naar bed ga...

om te vergeten dat ik een ster ben en maar één kind heb.

Ze vinden me een hoer of ze vinden me verdienstelijk.

Ik beschouw 't maar als een geluk dat m'n zoon autistisch is.

Daar is moed voor nodig. - Mijn zoon geeft me moed.

Zonder hem had ik me er niet doorheen geslagen.

Als ik een proces aanspan tegen die schijtpers, is het voor hem.

Jij zou hetzelfde doen.

Ook jouw dochter geeft je nu moed.

Kijk, daar is ze.

Het is nogal raar in deze omstandigheden.

Maar Jean-Paul heeft je wel gebeld.

Gelukkig is hij minder discreet dan jij. Af en toe lunchen we.

Waar was je?

Ik ben langs de zaak gegaan op weg naar Jean-Paul.

Ik dacht dat je er niet heen wilde gaan. - Waarheen?

Naar het feest bij Jean-Paul. - Ja, maar hij stond erop.

Blijkbaar hadden jullie elkaar veel te vertellen. Meer dan aan mij.

Je begint toch niet weer?

Ik heb 't recht om je vragen te stellen. Dat is zelfs m'n plicht.

Mijn recht, mijn plicht.

Als je me minder in de gaten hield zou ik je dingen vertellen.

Wat is dat met Jean-Paul? - Hoe bedoel je?

Je weet best wat ik bedoel. - Je bent niet goed snik.

Er is niets aan de hand. Hij heeft het over m'n toekomst.

Hij ziet andere dingen dan alleen de punt van zijn pantoffels.

Heeft hij dat gezegd of komt 't van jou? - Kijk naar jezelf.

Je doet niets, je zegt niets. Je zit in je luchtbel.

Als we tegen je zouden schreeuwen, zou jij bedankt zeggen.

Jij accepteert alles maar. - Niet dat je zo'n toon aanslaat.

Moet ik nu bang worden? Weet je wat?

Zodra ik 18 word, ben ik weg.

Hij zou het lef niet hebben.

Want ook om je dochter te slaan moet je ballen hebben.

Het ligt niet aan jou.

Zij vecht zo tegen 't onrecht dat ze haar moeder heeft verloren.

Zelfs de dood van haar moeder neemt ze me kwalijk.

Gilles Fernaud - luitenant der politie

Hallo? - Ja, met wie spreek ik?

Met Dominique Célerin. Sorry dat ik u op zondag stoor.

Ik heb het u gevraagd. Het is geen probleem.

Wat kan ik voor u doen?

Mijn vrouw deed geen boodschappen in rue Marbeau, ook niet in de wijk.

Ik heb geen enkel bonnetje gevonden.

Heeft u haar telefoonberichten gecheckt?

Wilt u dat ik dat doe?

Misschien is het nuttig.

Sinds uw bezoek op het bureau heb ik begrepen...

dat zolang u geen antwoorden heeft het u niet loslaat.

Vindt u dat ik gek ben? - Nee, ongelukkig.

Ik heb de gegevens van de bestuurder voor u en van de getuigen.

Een hoteleigenaar en een passante. Ze hebben niet echt gezien...

wat er is gebeurd, maar ze kwamen uw vrouw te hulp.

Kan ik ze ontmoeten? - U moet het weten.

Ik durfde niet naar rue Marbeau. - Nu zult u erheen gaan.

Hallo, ik zou graag M. Aubier willen spreken.

Ik ben de man van het slachtoffer die 't ongeluk heeft gehad.

Ik weet wie u bent. Ik wist dat u zou komen.

Hoe voelt u zich?

Als een depressief iemand. Ik had het niet verwacht.

Maar ik heb niks. U heeft uw vrouw verloren.

Ik heb haar niet gedood. - Dat weet ik.

Ik begreep dat ze overgestoken is zonder te kijken.

Ze dook ineens op.

Ze had vast haast. Ik weet 't niet.

U moet me vast haten.

Ik wilde alleen weten waar ze vandaan kwam.

Dat weet ik niet.

U heet toch Célerin?

Misschien zal de tijd u helpen, M. Célerin.

Ik weet het niet. Ik heb niet de indruk.

Het is niet uw schuld. Geloof me.

In ieder geval bedankt.

Gaat het?

Waarom vraag je dat? - Ze hebben je de hele dag niet gezien.

Weet je zeker dat het gaat? Heb je niets nodig?

Je ontfermt je al over Camille. Je hoeft mij ook niet in te stoppen.

Toen je zei dat jullie problemen hadden, dacht ik er goed aan te doen.

Je doet er goed aan om me de volgende keer op de hoogte te houden.

Oké.

Als ik je gekwetst heb vanwege Camille, dan spijt me dat.

Ik wil je alleen maar helpen.

Je hebt tegen me gelogen over Mia. Ze zei dat jullie elkaar wel zien.

We zien elkaar vriendschappelijk.

Dat soort dingen kan ik niet tegen Nina zeggen.

Nina is niet zoals je denkt. - Hoezo?

Een knappe vrouw, oppervlakkig, inconsequent.

Zo komt ze over, maar zo is ze niet.

Ze is om niets al gekwetst.

Ze houdt haar mond, maar ze lijdt.

En het feit dat ze geen kind kon krijgen heeft daar niet aan bijgedragen.

We kennen onze geliefden niet goed. - Nee, inderdaad.

Ik heb informatie, M. Célerin.

Op de dag van het ongeluk heeft uw vrouw een oproep gehad.

Ze heeft een... Kunt u daar praten?

Ja, ik luister.

De oproep was om kwart over twaalf vanuit een cel op avenue de l'Opéra.

Daar kwam ze langs om tien over drie...

dus vijf minuten voor het ongeluk...

en was bestemd voor de familie bij wie ze de afspraak had...

om ze te verwittigen van haar vertraging.

En van uw kant? - Geen nieuws.

Maar ik zal u terugbellen. Bedankt. - Graag gedaan.

Problemen?

Je kijkt bezorgd.

Ik kom morgen niet op de zaak. Ik moet dingen regelen.

Als ik iets kan doen... - Nee, dat is aardig.

Nu al? Het is amper acht uur. - Ik heb een zware dag.

Zelfs geen kopje koffie? - Nee, ik heb een ontbijtafspraak.

Neem niet te veel hooi op je vork. Je bent nog zwak.

Maak je geen zorgen. Fijne dag.

Een cognac, graag.

Alstublieft.

Sorry dat ik u stoor. Ik kom omdat m'n vrouw hier 'n ongeluk heeft gehad...

twee weken geleden.

Ik heb het ongeluk niet gezien. - Maar u heeft hulp geboden.

Ik weet nog steeds niet hoe het is gebeurd. Daarom ben ik hier.

Ik heb alles uitgelegd aan de politie.

Alstublieft, het was mijn vrouw.

Goed, kom maar mee. Ik zal het u laten zien.

Ik begeleidde een klant die op een taxi wachtte.

Ik zag hier de taxi wegrijden en ben naar binnen gegaan.

Ik deed net de deur dicht en op dat moment hoorde ik de klap.

Ik ging gelijk naar buiten en ben naar 't ongeluk gerend.

De bestuurder zei dat hij m'n vrouw plotseling voor 'm opdook.

Als ik tenminste zou weten waar ze vandaan kwam...

Dat weet ik niet. Toen ik naar buiten ging met mijn klant...

was er niemand aan de overkant op het trottoir.

En van hier rende de dame naar uw vrouw toe.

Zij kan ook niets hebben gezien want ze stond er met de rug naartoe.

En er was niemand aan de overkant? - Het is op dat tijdstip stil hier.

Het is verlaten. Er is niemand.

Als er niemand was net voor 't ongeluk...

dan moet m'n vrouw uit een van die twee gebouwen zijn gekomen.

Ik weet het niet. Misschien.

Er zijn geen winkels daar.

Het spijt me.

Bent u de huismeester?

Ik zou u iets willen vragen.

Heeft u deze vrouw gezien in dit gebouw?

Nee, ik ken haar niet.

Bent u van de politie? - Nee, het is een privéonderzoek.

Dank u wel. Fijne dag.

Sorry dat ik u stoor.

M'n vrouw heeft twee weken geleden een ongeluk gehad voor 't gebouw.

Ik zou graag wat details weten voor de verzekering. Kent u haar?

Is er iets?

Kent u haar of niet?

Het is nogal gênant. - Wat?

Wat is gênant? - Ze hebben een studio op de eerste.

Wie zijn zij?

Uw vrouw... en die meneer.

Welke meneer?

Ik weet zijn naam niet.

De studio staat op naam van een bedrijf in onroerend goed:

De SCI Étoile-Marbeau.

Kwamen ze vaak? - Meneer had zijn sleutels.

Uw vrouw kwam ze ophalen in mijn loge.

Kwamen ze vaak?

Twee, drie keer per week. Tegen lunchtijd.

En sinds wanneer?

Ik woon hier 13 jaar en ik heb ze al die tijd gekend.

Ik zou graag de studio willen zien. - Vraag dat niet van me.

Ik wil het zien. - Het zal u kwetsen.

Dat kan me niets schelen. Ik wil verdomme de studio zien.

Alstublieft.

Je moet nog even geduld hebben. - Mijn kleine meisje.

Heb je al bloemen ontvangen? - Ja, van mijn ouders.

Ze zijn mooi.

Kom, we moeten naar beneden.

Wat doet u?

Is hij het?

We moeten gaan. We hebben het recht niet om hier te zijn.

Laat me even alleen, alstublieft.

Vijf minuten maar. - Niet langer.

Doe het licht uit als u gaat.

Onlangs zag ik iemand die op jou leek

en de straat was als een bevende foto

als jij het bent die voorbijkomt, de dag waarop ik wandel

als jij het werkelijk bent, zie ik de scène al voor me

ik kijk naar jou

en jij kijkt naar mij

Mlle Marie Cécile Jeanne Jourdan...

neemt u tot u wettige echtgenoot...

M. Dominique Antoine Christian Célerin?

M. Dominique Antoine Christian Célerin...

neemt u tot uw wettige echtgenote...

Mlle Marie Cécile Jeanne Jourdan?

Ik verklaar hierbij het huwelijk voor gesloten.

U mag elkaar kussen.

Ik wilde je zeggen dat ik op je wacht

je moest eens weten hoezeer ik op je wacht

ik wacht op je, ik wacht op je, de hele tijd

vanavond, morgen, om het even wanneer

zoals iemand die niemand meer heeft

naast zijn telefoon in slaap valt

en die jou zoekt wanneer hij ontwaakt

heel alleen in de zon, wacht ik op jou

Wist u het?

Ik geloof u niet.

U wist dat mijn vrouw een dubbelleven had met m'n partner.

Ik ben eerlijk tegen u geweest en dat blijf ik doen. Ik wist niets.

Maar ik had een stellig vermoeden. - Waarom?

Omdat ik dit elke dag tegenkom.

Heeft u nooit iets vermoed?

Gelooft u me niet? - Dat u haar jarenlang vertrouwde...

dat geloof ik.

Sinds 't ongeluk zijn uw ongerustheid en uw vragen niet omgeslagen...

in achterdocht. Het heeft tijd nodig. Zeker bij iemand zoals u.

Wat is dat 'iemand zoals ik'? - Iemand die goed is.

Tot ziens, luitenant Fernaud.

Zoek geen wraak.

Pak een stoel. - Het gaat wel.

Ik laat u thuisbrengen. - Ik ben alleen wat moe. Dat is alles.

Ga snel naar een dokter.

Wacht hier.

Gaat het?

Marie CÉLERIN geboren JOURDAN

Ik haat je, Marie.

Ik haat je.

Ik haat je!

Niet verstandig. Je had je naar het ziekenhuis moeten laten brengen.

Het was maar duizeligheid. - Je bent uitgeput.

Na alles wat je hebt ondergaan. - Ga zitten, Anna.

Ik wil je iets vragen.

Marie en Jean-Paul waren minnaars sinds ons huwelijk. Wist je dat niet?

Wist je het?

Ik wist het en ik wist het niet.

Er zijn dingen die een vrouw opvallen. Ik zag hun blikken als er niemand was.

Haar ogen schitterden dan.

Ze waren in rue Marbeau, toch?

Dat ging door me heen toen je over het ongeluk vertelde.

En je kwelde jezelf met de vraag wat ze daar deed.

Waarom heeft ze me niets gezegd? Ik had 't misschien begrepen.

Jullie zouden niet scheiden.

Ik weet zeker dat ze heeft geleden onder haar leugen.

Ze heeft niet de moed gehad om jullie geluk stuk te maken.

Zij had ook niet willen scheiden. Ze wilde je geen pijn doen.

Ze waren al 20 jaar samen.

Denk je dat Camille...

Jullie zijn hier.

Wat is er aan de hand? - Je vader is heel moe. Hij moet rusten.

Kom, ga op mijn plaats zitten.

Ik zal grapefruit voor je uitpersen. Dat zal je goed doen.

Wat is er? - Niets. Ik voel me gewoon niet lekker.

Je bent gewond aan je hoofd. Je gaat maar door sinds mama's dood.

Dat weet ik. Ik moest wel. - Niet lang.

Een week.

We hadden weg kunnen gaan. - Zou je met me mee zijn gegaan?

Waarom niet? Je bent m'n vader.

Ik zou nooit hebben gedacht dat wij samen zouden reizen.

Haal niet alles door elkaar, papa.

Ik weet dat ik door het lint ging door alles wat er is gebeurd.

Maar jij was ook strontvervelend.

Ik zal je nooit in de steek laten.

Ik respecteer je en ik wil niet dat je ongelukkig bent.

Ik hou van je op mijn manier.

Dat is sterker en oprechter dan vele anderen.

Het enige wat ik van je vraag is me te geloven.

Ik wil geen breuk tussen ons, papa.

Ik heb veel lelijke dingen gezegd.

Maar ik denk dat je me begrijpt.

Dominique, hoe gaat het? Hoe was je dag gisteren?

Is er iets?

Natuurlijk ga ik naar de zaak. We kunnen lunchen als je wilt.

Oké, ik zal er zijn.

Was dat Dominique?

Is er iets? - Nee, een gecompliceerde afspraak.

Ik ga maar.

Zeg maar dat ik een klootzak ben, een lafaard, een verrader.

Ik ben al erger genoemd.

Hoe ben je erachter gekomen?

De plek van het ongeluk. Ze had niets te zoeken in rue Marbeau.

Hoe regelden jullie je afspraakjes? - Ik belde haar.

Of ze belde mij uit een telefooncel.

Dat hebben we zo gehouden toen we elkaar zagen in 't hotel...

en toen er nog geen mobieltjes waren.

Ik heb de studio 15 jaar geleden gekocht.

Marie is verliefd op me geworden de eerste dag dat we elkaar zagen.

Dat was in juni 1983. Jij was er ook met de hele groep.

Dat kan me niets schelen.

Ik deed het met haar zoals met Mia en alle anderen.

Omdat ik alle getrouwde meisjes versierde.

Uit machteloze woede?

Om te vergeten dat ik een klootzak was, die haar pijn deed.

Op je trouwdag veranderde dat.

Die dag begreep ik dat ik van Marie hield.

Het was een spel en toen ik besefte dat het liefde was, was 't te laat.

Ik hoefde het haar niet te zeggen. Ze begreep het.

Ze wachtte op me.

Ik ben met Nina getrouwd om mezelf te straffen.

Marie en ik waren beiden schuldig.

We wilden jullie geen pijn doen. Noch jou, noch Nina, noch Camille.

Jullie waren schuldelozen.

Wie is de vader van Camille? - Dat weet ik niet.

Jij dus.

Jij hebt met haar de liefde bedreven.

Jij hebt haar gillend genot gegeven. - Hou op.

Het was niet zomaar iets. Dat duurt geen 20 jaar.

Twintig jaar heb ik geloofd dat zij mijn vrouw was.

Nu begrijp ik waarom je zo vaderlijk doet met Camille.

Ik had geen kans om de vader te zijn.

Daarom wil ik het niet weten. - Ik wel. We gaan een test doen.

In dat geval...

Wat de zaak betreft, verkoop ik je mijn aandelen en je verandert de naam.

Je hebt het mis. - Dat is niet jouw zaak.

Wat ga je doen? - Dat weet ik niet. Weg, reizen.

Ik zal wel zien.

Sinds Marie er niet meer is, ben ik verloren.

Ik lijk sterk en vastberaden zoals altijd. Ik ben gebroken.

Het doet pijn. Evenzeer als bij jou.

Ga niet ons verdriet vergelijken.

Er is slechts haar afwezigheid tussen ons.

Dat is het enige dat ons bindt. Daarom moeten we ook uit elkaar.

Ik kan mijn leed niet laten zien. - Daarom heb ik je niet gedood.

Zodat je lijdt.

Heel lang.

Ze was de vrouw van m'n leven.

We laten geen test doen.

Camille mag het nooit weten. Ze is de dochter van Marie.

Zien we elkaar niet meer? - De advocaat regelt de zaken.

Laat de herinneringen geen vat op je krijgen. Die doen 't meest zeer.

Hallo, Camille? Met papa.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.