Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Wat hoor je? -Stil nou even.
Zeg eens. -Ja…
Nee, zeg eens. -Ik hoor geborrel en…
Geborrel? -Ja, geborrel en gebubbel.
Hè? -Ja, geborrel.
Ja, en geklots. -En nu?
Oh, Mieke, please. Stil nou even. -Zeg eens wat je hoort dan. Hé.
Sst. -Zeg eens.
Ik hoor z'n hartje. -Hè?
Stil eens. -[telefoon gaat]
Het gaat heel snel.
De telefoon. -Ja, het is goed.
Neem nou even op. -Nee.
Toe nou even. -Nee, doe het zelf.
[telefoon gaat] -Oh, Mieke. Oh.
Dikkerdje. -[Mieke] Ik ben niet dik, ik ben mager.
Hallo, met Mieke. -[hij zapt door muziek]
Ja. Ja, hoor. Die is er. Ogenblikje.
Is voor jou. Joke.
Joke? -Ja.
[Luc] Luc Sipkes.
Hé, José. Wat leuk.
Ja.
Het is José. -[spottend] O, het is José.
[Luc] Nee, nee, nee, hoor, nee. Gaat het goed met je?
Ja? O, heerlijk. Ja.
O, wat dan?
Ja.
Ja.
Ja.
Ze hebben Ad gezien.
Fijn dat je toch meegaat.
Denk je dat hij boos is?
Nee. Ik denk het niet.
Misschien denkt hij dat ik boos op hem ben.
[kerkklok luidt]
[man] We hebben 27 Hollandse adressen.
Zonder de camping en zonder de vakantiewoningen.
Maar de naam Sipkes? Dat weet ik niet.
[Mieke] Kan hij onder een andere naam wonen?
Ja, dat is mogelijk. Maar in dit register niet.
Maar ik kan in het landelijk register vragen als u wilt.
Ja, ja, graag. -Ehm…
Of kunt u kijken in welk jaar Nederlanders zich hier hebben ingeschreven?
Jawel, maar welk jaar?
Eh, ja, '85, '86, misschien later.
We hebben twee namen. Andriessen, maar hij is een hele oude man.
En ook Groenendijk.
Groenendijk. -[lacht] Hopelijk is hij niet uw broer.
Want? U kent hem? -Nee, ik ken hem niet, maar eh…
Ik bedoel, hij oud is hij ongeveer?
[in Frans] Berengère, hoe oud is de gek? -De gek?
Ja, de Hollandse gek. -O, die in de barak?
Ja, ja. -Veertig? Vijfenveertig misschien?
Volgens mij klopt dit niet, hoor. -Hij zei toch iets over een brievenbus?
[zachte, beklemmende klanken]
[klanken verdwijnen]
[vogeltjes fluiten]
[stromend water]
[aanhoudend zacht getingel]
[luider getingel]
Hallo?
[in Frans] Is er iemand?
Sst. -Ik was je kwijt. Hè?
Hé, Luc, je… -Sst.
[gedruppel van water]
Adriaan?
Ad?
[kabaal]
Hoi.
Hallo.
Ja, we zijn eh…
We zijn maar gewoon binnen komen lopen. -Dit is Mieke.
Hallo, Mieke.
Ad.
Sorry, ik eh…
Ik was net, ik had eh…
Het is nu niet het moment… Kunnen jullie even in de keuken wachten?
Ja. Ja, nee, tuurlijk.
Eh…
Zal ik anders buiten wachten? -Nee.
Ad?
Ja? -Kunnen we weer binnenkomen?
Ad.
-Ja? -Ik vroeg of we weer binnen kunnen komen.
[Ad] Ja.
Eh…
Ad, ik eh…
Ik snap, ik snap dat je…
Ik snap dat je schrikt dat ik hier zomaar ineens ben.
Maar laten we wel normaal doen.
Er is niks aan de hand, toch?
Hé, Ad. Toch?
Weten pa en ma dat ik hier ben?
Ik heb eh…
…papa verteld dat ik hiernaartoe ging.
En ma?
Nee.
[hij huilt]
[gerommel]
[Ad] Drinken jullie koffie?
Eh, lekker.
Ja.
Hé, Ad… -Ik begrijp best dat je boos bent.
Ik ben helemaal niet boos. -Maar ik heb niks te vertellen, snap je?
Ad, ik ben niet boos. Ik ben opgelucht, jongen.
[Ad] Nee, even niet nou.
Alsjeblieft, laat me nou even. -[Luc] Godverdomme, Ad.
Ad…
Loop niet steeds achter me aan, daar word ik zenuwachtig van.
[Ad] Ik loop niet achter je aan, je loopt steeds weg.
Ad.
[gekletter]
Luc, kom maar. Kom, we gaan.
Kom nou maar mee, Luc.
Luc.
Luc. -Ja.
[deur valt dicht]
[getjilp en gekrijs vogels]
[stromend water]
[trieste strijkmuziek]
[stromend water stopt]
[Mieke] Hé, hij schrok.
Hij is gewoon heel erg geschrokken.
Ik zou ook schrikken.
Hm?
[muziek stopt]
Schrijf hem een brief.
Is dat wat?
Hè? Dan heb je alle tijd om na te denken over wat je precies tegen hem wilt zeggen.
Hm? En hoe je het wil zeggen.
[trieste strijkmuziek]
Wat ga je nou doen? -[muziek stopt]
Els?
Jezus.
Luc? -Wat doe jij hier?
Ik woon hier.
Je woont hier?
Ja.
[lacht] Wat een verrassing, hè? -Ja.
Eh, sorry. Els, dit is Mieke. Mieke? -Els.
Els Groenendijk. -Dag.
[vogel krijst luid]
Komen jullie mee naar binnen? -Nee, he…
We zijn net al binnen geweest en eh…
Ik denk dat we beter later kunnen terugkomen.
Wat een onzin. Kom op.
Heb je Luc weggestuurd?
Suiker? -Nee, dank je wel.
Luc?
Hoelang zijn jullie al samen?
Wist je het niet van Ad en mij?
Hoe had ik dat moeten weten?
Hoelang dan?
Lang.
Is lekker, hoor. Is biologisch. Zo'n beetje kan echt geen kwaad.
[Mieke] Lekker.
Blijven jullie eten?
Nee, hoor, nee. Doe geen moeite. -Luc?
Nou ja, ik weet niet.
Het is niet verstandig als je nu weggaat.
Je moet hem wat tijd geven om bij te draaien.
Ja?
Goed.
Anders zit je ook in de spits bij Luik. -Ja.
Waar ken je haar van? -Vroeger.
Ja, zo ver was ik inmiddels ook nog wel.
Els en ik hebben in een jeugdorkest gespeeld.
Ad?
Mieke, als jij nou gezellig naast mij komt zitten.
[Mieke] Ja. -En Luc, ik had jou hier gedacht.
Zo…
Nou, neem. Neem.
Luc?
Wat is dat?
Puree van onbespoten linzen. Alles uit eigen tuin.
Hij hoeft niet.
Nou, ik laat het hier even bij.
Het is echt heel lekker. -Hij hoeft niet.
Gezeur over dat eten.
Mieke? -N…
Willen jullie er wat bij drinken? -Ja, lekker.
Ad stookt zelf jenever. Moet je proeven.
Is best lekker.
Hoe is het met pa? -Goed.
Nou ja, echt goed.
Beetje eenzaam nu ma er niet meer is, maar eh…
En z'n ogen gaan wel hard achteruit. Maar hij redt het wel.
[lacht] Een paar jaar terug is hij verhuisd naar die aanleunwoning…
[bel rinkelt]
Eh, klein minuutje.
[ze lacht zacht]
Ja? Goed?
Nou, ga maar snel. Ik kom zo.
[deur gaat open en voetstappen]
Sorry, hoor.
[deur gaat open en voetstappen]
Het duurde even.
Ik kon geen volle flessen vinden.
Proost. We hebben toch wat te vieren.
[Luc huivert]
[Ad] Ja, is goed spul, hè?
Op één been kun je niet staan. -Nou…
Nee, kom op. -Lieverd, je moet ook nog rijden, hè?
[oude muziek op de achtergrond]
Sigaartje? -O.
[ze lachen]
Zijn jullie al lang samen?
Drie jaar.
Iets langer.
Dat gaat goed?
[Mieke] Ja.
Ja, dat eh, gaat wel goed, ja.
Fijn.
Jullie passen goed bij elkaar.
Ja?
Dat kan je zien.
[gerommel in de lucht en regen]
[gepingel op de piano]
Ik heb voor Luc wel meerdere relaties gehad.
Maar het was met hem echt zo… Ik wist gewoon dat het goed zat.
Echt meteen. Ik zag hem en ik had gewoon…
[pianoakkoorden]
[Luc speelt ritmisch basisdeuntje]
[foute noten]
[gelach]
[ze speelt een ritmische melodie]
[ze zingt de slotnoten]
Nog een keer. [lacht]
[ze speelt dezelfde melodie]
[lacht] Niet zo snel.
[onweer]
Ach, je was extreem perfectionistisch. -Welnee.
Hij kon echt urenlang een portretje van eh…
Hoe heet die? -Haile Selassie.
Ja, ja, die, die! -[gelach]
Met van die plastic prikdingen. Hoe heten die dingen?
Ministek. -Ministek!
Eerst, zo was het, dat hij eerst met rasterpapier die vakjes zat te bekijken.
Dat al die kleuren precies klopten. -Wat lief.
Ja, en dan kwam ik binnen. Dan zei ik: 'Wat heb je gemaakt, Adje?' Hè?
'Haile Selassie', zegt hij. Ik zeg: 'Ik dacht het niet.'
Dat is toch gemeen?
[Luc] Dan pakte hij die bodemplaat…
…boog dat ding om en dan vlogen al die dingetjes eruit.
En dan ging hij het ook nog kapotstampen.
En met zo'n kop.
[ze gieren het uit]
Ik kan me er wel iets bij voorstellen.
Het is onzin. -[Ad] O, ja?
Ja. Misschien dat het voor jou zo leek, omdat je de oudste bent.
Dat is toch helemaal niet waar? -Jawel. Wat zit je nou zielig te doen?
Alsof alleen jij het moeilijk hebt gehad?
Heb je er weleens aan gedacht wat je pa en ma hebt aangedaan?
Liefje, gaan we zo? -Hé, hé, hé, ho, ho, ho, ho, ho.
Even, even, ik nou, ja?
Ik, ik voelde me altijd buitengesloten. -[Luc lacht] Dat viel reuze mee.
[Ad] Dat viel helemaal niet mee.
Maar dat ik ben weggegaan, dat was beter voor iedereen.
Of niet soms? Of niet soms?
Twee dingen. A, dat is niet waar. -Dat is wel waar!
Ten tweede, ik ben 't er niet mee eens. En C…
Drie! Dat zijn drie dingen.
En ten derde… -C.
Dat is geen reden om nooit wat van je te laten horen.
Ho. Ho. Mag ik even nou? -Jij bent aan de beurt.
Ehm, ja? Eén ding wil ik zeggen. -Gooi het in de groep.
Sst! Hé! Even weg nou.
Luister.
Ik vind het heel goed dat jij hier gekomen bent.
Ik…
Zeg het maar tegen me, Adje. -[kreunt] Hè?
[Luc] Zeg het maar tegen me.
Wat moet ik zeggen?
Vijftien jaar.
Ja.
Dat is lang. Ja.
Waarom heb je al die tijd hier gezeten?
Kom op, Adje, kom op.
Ik eh…
Wat was de vraag ook alweer?
De vraag was: waarom heb jij verdomme niks van je laten horen?
Eh…
Geen nieuws…
…is goed nieuws.
[ze lacht]
[hij lacht mee]
Vijftien jaar niks gehoord. 'Geen nieuws is goed nieuws.'
Ja, dan moet je maar beter… [lacht verder]
Geen nieuws is goed nieuws.
[gelach stopt] -[stromende regen]
[gedreun]
[gedreun stopt] -[zacht gekrijs]
[regen stopt] -[vogeltjes tsjilpen]
[deur gaat open]
[gebrom] -[geborrel]
[gebrom en geborrel stoppen]
[kabaal]
Hé, goeiemorgen.
[deur gaat open]
Waarom is er gebeld?
Nee, ik heb gebeld.
Sorry, ik wist niet wat het was. Ik heb op dat knopje gedrukt.
[gestommel]
Je moet naar Mieke toe. Ze heeft overgegeven. Ze wil naar huis.
Waar ga je naartoe?
[Els] Theezetten. Knapt ze van op. -Ze wil geen thee, ze wil naar huis.
Liefje, hoe voel je je? -[zucht] Waar was je?
Heb je overgegeven? -Ik? Nee.
Gaan we zo?
Wat… Voel je je rot of zo? Wat is er? -[zucht] Ik word ziek van die stinkzooi.
Willen jullie kruidenthee? -Nee, hoor. Dank je.
Daar knap je van op. -Nee, dank je. We moeten gaan.
[auto wil niet starten]
Zit er wel benzine in? -[Luc] Hij zit helemaal vol, man.
[Ad] Optrekkend vocht.
[Luc] Hij doet 't gewoon niet. -Doe niet alsof je er verstand van hebt.
Heb ik ook niet. -[lacht] Nee, ik had het tegen Ad.
[Luc] O. -[Els lacht]
Nou, de Wegenwacht dan maar? -Ja.
[Ad] De Wegenwacht.
We hebben geen telefoon.
Geef even dat nummer van de ANWB.
Eh, dat hoeft niet.
Wat hoeft niet? -De ANWB hoeft niet te komen.
Ik heb hem zelf stukgemaakt. -Wat?
Ja. Ik heb een paar kabels losgetrokken.
Sorry?
Ik blijf bij Ad.
Waarom? -Ik wil weten wat er aan de hand is.
Dan hoef je de auto niet kapot te maken. -Die is niet kapot.
Ik wil naar huis. -Je kan toch naar huis?
Ja, en hoe? -Met de trein.
Alleen? -Ik bel een taxi voor je.
Je laat me alleen gaan? -Ik koop een eersteklaskaartje.
Jezus, man, daar gaat het toch niet om?
Ja, kom. -[fluitje]
Dag, liefje.
Blijf je niet stiekem ook een beetje voor haar?
Voor wie? -Voor Els.
Ach, nee. Hoe kom je daar nou bij?
Ze is een trut. -[lacht] Het is een trut.
Ja, een ongelooflijke trut. -Het is echt een trut.
Bel je me? -Ja, tuurlijk.
Doe je voorzichtig?
[melancholische strijkmuziek]
[muziek stopt]
Heb je gebeld? -Ja.
Ja, en Mieke is alvast vooruitgegaan met de trien.
Wanneer komt die ANWB dan? -Straks.
O, eh, kan ik iets doen? Kan ik je ergens mee helpen of zo?
Ja.
Dat kan wel, ja.
[herrie van een zaag]
[herrie stopt] -Wat is Luc aan het doen?
Die eh, probeert boomstammen naar het afdakje te sjouwen.
Ja, maar waarom? -Nou, omdat ik dat zeg.
Die zijn verrot, daar kunnen we niks mee. -Dat weet ik.
Idioot. -Wat nou, idioot?
Ach, man. Wind je niet op. -Hé. Hé.
Als ik straks weg ben, hou jij hem in de gaten.
Ja of nee? Zeg dan.
[zucht] Ja.
[Els] Luc?
O.
Maakt niet uit. Kom maar gewoon binnen.
Stop maar met die stronken. Ad doet morgen de rest wel.
Ik ben lekker bezig.
Ik moet hier toch wachten.
Vond Mieke het niet ongezellig om alleen naar huis te gaan?
Nee, nee. Ze begreep het wel.
Wat begreep ze wel?
Dat ik hier moet wachten tot de ANWB er is.
Zijn jullie allang samen? -Eh…
Drie jaar.
Ietsje langer.
En dat gaat goed? -Ja, ja.
Ja, dat gaat goed.
Jullie zijn een grappige combinatie.
Hoezo?
Gewoon. Grappig.
Het duurt lang, hè? -Ja.
Moet je niet nog eens bellen?
Ja, dat is wel een goed idee.
Misschien kunnen ze het niet vinden. -[ze lacht]
Laat maar. [lacht]
Ik heb het gezien.
Wat?
Vanmorgen. Dat je je auto stond stuk te maken.
Maar het geeft niet.
Fijn dat je er bent.
Wat is er?
O.
Wat wil je vanavond eten?
Mosseltjes of zo?
Dat kan natuurlijk niet.
Ga gezellig mee boodschappen doen.
Nee, ik blijf liever hier.
Ongezellig. -Ja.
Ik moet de stronken nog afmaken. Heb ik Ad beloofd.
En beloofd is beloofd. Dus eh…
Oké.
Tot zo dan.
[gerammel aan de deur]
[kabaal]
[hij klopt]
[luide klap]
[hij klopt]
[hij klopt]
[luid gekletter]
O. [hijgt]
[gerinkel sleutelbos]
Hé. -Hé.
Ik ben m'n autosleutels kwijt.
O, je sleutels. -[Luc] Ja.
Hou je van frietjes?
Ben ik erg veranderd? -Nee.
Nee, niet zoveel. -Vuile leugenaar.
Hoezo? Wat wil je horen?
Dat ik er anders uitzie. Oud geworden ben.
Te veel drink. Mezelf niet goed verzorg. -Waarom zou ik dat tegen je moeten zeggen?
Ben je niet bezorgd om me?
Het is jouw leven.
Wil je niet weten of Ad en ik gelukkig zijn samen?
Dat gaat me toch niks aan? -Ik vraag ook naar Mieke en jou.
Te beschaafd om te zeggen dat je ons zielig vindt?
Ik vind jullie niet zielig. -Wat vind je dan van ons?
[hij zucht]
Sorry. -Het doet er niet toe.
Jawel. Het spijt me.
Ik zou het heel erg fijn vinden als je nog, als je nog een paar dagen…
…paar dagen zou willen blijven.
Ik denk niet dat Ad erop zit te wachten.
Dat is onzin. Hij vindt het net zo leuk als ik.
Maar hij kan zich moeilijk uiten. -[Ad] Ik kan me prima uiten.
[deur slaat dicht]
Zo.
Ben je er nog steeds?
Luc is z'n autosleutels kwijt.
Sinds wanneer eten we hier frietjes?
Zeker feest vandaag.
Nee.
Morgen is het feest. -[Ad] O. Gaan we zo beginnen.
Je moet me niet uitdagen waar hij bij zit.
Ben je boos?
Hm?
Wil je geen lekker nachtkusje?
Oké, dan niet.
Hé.
Slaap lekker.
[ze lacht]
Slaap lekker.
Je kunt beter hier slapen.
O. En wie slaapt hier normaal dan? -Moi.
En waar slaap jij vannacht?
Ook hier. [lacht]
Waarom niet bij Ad?
[zucht] Omdat we apart slapen. -[Luc lacht] Ja.
Waarom slapen jullie apart?
Ad stinkt.
[vervormde stemmen]
[ze lacht]
Ik eh…
Ik ga op die stretcher slapen. -Stel je niet aan.
Ik denk aan Ad. Dat moet jij ook doen.
Dan was je hier niet gebleven. -Ik ben hier voor Ad gebleven.
Denk je dat ik hier voor jou ben?
[ze hijgt] Ik denk helemaal niks.
Mooi.
[ze huilt]
Els…
Sorry. Sorry, eh…
Sorry.
Het is beter dat ik naar huis ga.
Moet je eerst je sleutels vinden.
[Luc] Die liggen in de schuur. In het achterste gedeelte, in dat hok.
Het hok dat op slot zit.
Als dat op slot zit, hoe komen je sleutels dan daar?
Tja…
Er ligt een sleutel op het richeltje boven de bel.
Ga dan.
[hoorbaar ademhalen Luc]
[gekraak]
[aanhoudend gekrijs] -[gekreun en kreten van Luc]
[gekrijs stopt]
Ad!
Ad!
Heb je nou je zin? Heb je je zin? Ja?
[Els] Ad, hou op! Kom op.
[aanhoudend gekrijs]
Terug. -[Els] Rustig.
Terug. -Hé! Sla op z'n benen, niet z'n rug.
[gekrijs stopt]
[gekrijs]
[stilte]
Luc?
Luc.
Ik weet dat je me kan horen. Kom niet meer bij de schuur in de buurt.
[Els zingt zacht] ♪ er is er een jarig, hoera, hoera ♪
♪ dat kun je wel zien dat is hij ♪
♪ we vinden het allen zo prettig, ja, ja ♪
♪ en daarom zingen we blij ♪
♪ hij leve lang, hoera, hoera ♪
♪ hij leve lang, hoera, hoera ♪
♪ hij leve lang, hoera, hoera ♪
Zing nou even mee.
♪ lang zal Thomas leven, lang zal… ♪
[Ad] Hij snapt het toch niet. -[Els] Hij voelt dat toch?
Ach, mens, zeik niet.
[Els zingt] ♪ lang zal Thomas leven ♪
[Ad en Els] ♪ lang zal hij/Thomas leven ♪
♪ lang zal hij leven in de… ♪
Thomas. Hij heeft een naam.
[Els zucht en zingt verder] ♪ lang zal Thomas leven ♪
♪ lang zal Thomas leven ♪
[Luc zingt mee] ♪ lang zal Thomas leven in de gloria ♪
♪ in de gloria ♪
Ad. -[Ad] Rot op!
[Els] Hij bedoelt het toch goed? -[Ad] Bemoei je er niet mee.
Ik kan pas weg als ik m'n autosleutels terug heb. Ad.
Ik-ik denk dat eh, dat Thomas ze heeft.
[gerinkel van sleutels]
Zijn dat ze?
Nou, pak dan.
Rustig. -[Thomas krijst]
[Ad] Houd hem vast. -[luid gekrijs]
Help me.
Nee.
Ad, hou op. -Hier met die sleutels.
[Ad schreeuwt]
Mij niet bijten! -[Els] Rustig!
[Ad blijft schreeuwen tegen Thomas]
Z'n oog. Hij krabt z'n oog eruit.
Weg. Hij kent je niet. -Je hoeft je niet te schamen.
Ik heb hem al gezien. -Bemoei je er niet mee!
Rustig!
Opsodemieteren!
Ik zie hem niet. -Eh, ga daarnaartoe.
Jij daar. Kom op dan!
Thomas!
Thomas!
Ad!
[zacht getrommel]
Thomas!
[getrommel stopt]
Ad! Hij is hier!
[knal]
[gegrom]
Thomas.
Kom maar, Thomas.
Hè? Nou, zul…
Kom maar. Kom maar.
[Thomas kreunt] -Au! Godver…
Ik ben Luc.
[lacht] Jij bent Thomas, hè?
[kreet Thomas] -[gerinkel sleutels]
Hé, hé. Rustig, rustig. Rustig. Rustig maar. Rustig.
Luc, ja.
Ik ben Luc.
[Ad] Thomas?
[kreten Thomas]
Thomas, rustig.
Thomas. -[Thomas gromt]
Thomas, rustig. Rustig. -Gaat het een beetje?
Thomas, rustig. -Kom maar, jongen. Thomas.
Thomas, kom op. Rustig, rustig.
Laat mij nou even.
Ik had net contact met hem. -Ja, ja. Dat denk je maar.
Hij moet naar huis, hij moet z'n medicijnen nemen.
Hé, kom maar. Dan gaan we naar mama. Kom maar.
Kom, dan gaan we naar huis. Dan gaan we naar mama.
Thomas, kom.
Thomas, kom. -[Thomas gromt]
Thomas. -[Thomas hijgt en kreunt]
[Thomas krijst] -Jezus, Ad.
Bemoei je er niet mee. -Zo ga je niet met dat kind om.
Zeg me niet hoe ik met dat kind om moet gaan.
Hij heeft recht op respect. Ja? -Hoor je jezelf nou praten?
Je bent geen steek veranderd. Je lult over dingen waar je niks van weet.
Een klap. Dan gaat hij huilen en dan ontspant hij. Kom maar.
Kom maar, kom maar, kom maar. Kom. Thomas. Kom, Thomas.
Ad… -[kreten Thomas]
Als je dat niet aandurft, dan maakt hij je af. Kom maar. Kom.
Wat wou je nou doen? Hem zo helemaal naar huis slepen?
Heb je een beter idee? Zullen we hem samen dragen?
[trieste muziek] -[gehijg]
Kom.
Stop even. Even stoppen. Stoppen.
Even liggen. -[gekreun]
Hier. Kom hier.
Kom.
Thomas, hier. Thomas.
Thomas, kom hier. -[Thomas gromt]
Ga op z'n rug zitten. Ga nou op z'n rug zitten. Met z'n tweeën, dat scheelt.
Nee.
Doe nou wat ik heb gezegd, man. Hij loopt weer weg.
Ik ga niet op z'n rug zitten. -Rustig.
Ad…
Je hebt gelijk. Ik weet niet hoe ik met Thomas om moet gaan.
Dat kan ook niet. Ik ken hem niet eens.
Maar ik kan het me niet voorstellen dat het zin heeft om hem…
…op te sluiten in een dichtgemetselde kamer.
[Ad hijgt aanhoudend]
Ad.
Geen idee jij.
Weet helemaal niemand hiervan? -Nee.
[Thomas wordt weer onrustig] -Rustig maar, Thomas.
[Thomas stopt met tegenspartelen]
Toen Els zwanger was, toen was je toch trots?
Trots.
Hè?
Waarom heb je ons niet gebeld?
Natuurlijk was ik trots, man. Ik…
Els was van mij.
Ze was zwanger.
Ik kon het wel van de daken af schreeuwen. Ik was wel trots, ja.
Maar Els had het er moeilijk mee, wilde dat niemand het wist.
En die kloteouders van haar, dat…
En toen kwam Thomas.
Op 7 april, meer dan een maand te vroeg.
Hij was meteen groot, dik. Ik snapte het niet. Dacht dat het een reus zou worden.
Een maand te vroeg, zei je? -Meer dan een maand te vroeg.
Normaal gaan die kinderen dood, maar Thomas niet.
En die verpleegster wou hem gelijk meenemen naar zo'n inrichting.
Ik zeg tegen Els: 'Goed, dan doen we het zelf. We gaan weg.'
Ga van hem af.
Ik wil dat je nu van hem af gaat. -[kreten Thomas]
Waarom?
Ga van hem af!
Kom maar, Thomas. Kom maar.
Kom maar. Kom maar.
We gaan nu naar huis lopen.
Kom maar. Kom maar.
Kom maar.
Kom maar. Thomas.
Thomas.
Je weet het toch allemaal zo goed, hè? Nou, breng hem dan naar huis.
Kom op, ga maar naar ome Luc. Ga maar. Hier.
Breng hem maar weg. Hier. Neem hem maar mee.
Ik haal de wagen. -Doet hij 't ineens weer?
Ja. -O. Nou, rot maar op dan.
Ga maar. Donder maar op.
Hij heeft m'n sleutels nog.
Kom maar. Ga maar. Hier. Rot maar op. Sodemieter maar op. Ga maar weg.
Donder maar op!
Donderstraal maar op met je eigen rotleven, vent!
Sodemieter op!
Dat ik, dat ik je nooit meer mag zien. Nooit meer. Rot op!
[hij hijgt]
Luc.
[claxon]
Ad!
Ad!
Eén, twee, hopla.
Ja, de voet.
Hèhè.
Gaan we weer? Gaan we naar mama? Kom maar.
Kom.
Kom.
[zachte, trieste muziek]
[muziek stopt]
Ja, lekker.
Oh, lekker, lekker, lekker. Hé. [hij lacht zacht]
[zacht gepraat]
[Els] Natuurlijk was het zwaar en zonder Ad had ik het nooit gekund.
Als hij z'n zin had gekregen, was z'n leven makkelijker geweest.
Waren we in de stad blijven wonen, had Ad de zaak van jullie vader overgenomen.
[Luc] En Thomas?
Thomas had in een inrichting gezeten. Niemand die iets van z'n bestaan afwist.
Maar zo is het niet gegaan.
[Els] Nee. Zo is het niet gegaan, nee.
Waarom denk je dat hij bij me blijft? -[Luc] Omdat hij van je houdt.
Hou jij van hem?
Was jij bij me gebleven?
Ad vertelde me dat Thomas een maand te vroeg geboren is.
Had jij alles opgegeven om met mij voor Thomas te zorgen?
Nee, hè?
Je was me toch al zat.
[Luc] Is dat waar?
Is dat waar?
Ja, een maand te vroeg, ja.
Denk je niet dat… -Wat?
Niks. -Wat?
Is Thomas van mij?
[treurige muziek]
[ze huilt]
[muziek stopt]
[deur slaat dicht]
[Ad zingt huilend in het Duits]
♪ mein Liebchen, gute Nacht ♪
♪ mein Liebchen, gute Nacht ♪
[Luc] Ad. -[Ad zingt verder]
Ik wil met je praten.
[kabaal en kreten Thomas]
[Els] Thomas?
[kreten Thomas]
Thomas?
Ach, God.
Hé, ik was al bang dat je niet terug zou komen.
[kreten Thomas] -[gerinkel sleutels]
Laat maar los.
Hé, laat eens los.
Ik loop niet weg, Thomas. Kom, kom maar.
Kom.
[Els praat zacht tegen Thomas]
Je moet naar binnen.
[Els] Even op z'n… Hoppakee.
[kreet Thomas]
[gestommel]
[naderend voertuig]
Oeps. Ja. [lacht]
Open. Kom op, open.
Goed zo. Hé. Niet lekker, schat? Hé.
Kom. Nog een keertje proberen.
En dit wordt een hapje, een hapje voor Thomas.
Hapje voor Thomas? Open.
Goed zo.
Goed zo, lieverd. Goed zo.
En nou komt er een hapje voor…
…een hapje voor mama.
Open die mond. Open. Ja. Ja.
Ja, goed zo, lieverd.
En dan nu…
…een hapje voor…
…voor Luc.
Goed zo, schat. Goed zo.
Wil jij?
Rustig maar, Thomas.
Kom.
Kom maar.
[naderend voertuig]
Kom maar, kom maar.
Nog een hapje.
[naargeestige muziek]
[muziek stopt]
Dag, Mieke.
[Mieke] Hallo.
Is eh…
Is Luc hier nog?
Jazeker.
Kom binnen.
Hij is druk bezig.
Luc?
[Mieke] Waarom ben je niet thuisgekomen? -Ik zei toch één of twee dagen?
Jezus, ik heb me zorgen gemaakt. Je kan toch wel even bellen?
Je hebt gelijk. Het spijt me.
[Thomas] Lu.
Wat is dat? -Niks.
Kom even mee.
Wil je wat drinken?
Wacht maar even in de auto. -Wat is er dan?
Ik kom zo. [hijgt]
Ik vraag of je even in de auto kan wachten. Ik kom zo.
Alsjeblieft.
Ik-ik kom zo.
Waarom deed je dat?
Wat?
Waarom deed je dat?
[Luc] Pak die vork af.
Doen alsof hij niet bestaat. -Pak die vork af.
[Thomas krijst] -Rustig, schatje. Rustig, rustig.
Rustig, Thomas.
Wat doet Luc allemaal? -Els.
Hij gaat nu terug naar z'n kamer. -Ik bepaal wat hier gebeurt.
Hij gaat nu terug naar z'n kamer. -Nee.
[Thomas blijft krijsen] -Kom. Kom.
Thomas, kom.
Kom.
Help me nou. Els.
Help me nou even.
[krijsen stopt]
Nou, dan niet. Dan blijft hij hier. Wat jij wil.
[Thomas blijft kabaal maken]
[Els] Wat ga je doen? -Met Mieke praten. Ik ben zo terug.
[kabaal stopt]
[trieste muziek]
Rij maar achter me aan.
Luc.
Luc.
Ik ga naar binnen en… -Wat heb jij met haar?
Ik moet even iets navragen. -Zeg het me als je iets met haar hebt.
Luc.
Luc.
[muziek stopt]
Hij zit opgesloten in een dichtgemetselde kamer van het boswachtershuis.
[man in Frans] Gaat u zitten, meneer.
Merci. -[man] Wordt het kind mishandeld?
Hij heeft hulp nodig. Dringend. Een eh…
Een dokter. -[getik]
[man] Kent u de ouders?
Ja.
De moeder. De moeder heet Groenendijk.
Groendijk? -[Ad spelt de naam]
Dijk. Dijk.
Els. -Mevrouw?
Mevrouw E. -[man blijft typen]
En de vader?
[typen stopt]
Ik weet het niet.
[man] Maar u kent hem wel? -Nee.
Nee, het spijt me.
Ik weet niet wie de vader is.
[hij snuift en zucht]
Eh…
[huilend] Ik, ik eh…
Ik kan niet…
Ik kan het niet. -Ssh.
Ssh.
Ssh.
Stil maar.
[trieste muziek]
[muziek stopt]
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.