Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (SoranĂ®)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
[klassieke vioolmuziek]
[vogel kraait zacht]
[geblaf in de verte]
[geblaf in de verte]
[vrouw zingt in andere kamer] ♪ zonneschijn ♪
♪ waar ben jij toch heen gegaan? ♪
♪ waar ben jij? ♪
♪ waar ben jij heen gegaan? ♪
[kreuntjes]
[fluitketel] ♪ zonneschijn ♪
♪ jij bent mijn zonneschijn ♪
[onverstaanbaar, zacht gezang]
♪ waar ben jij, waar ben jij heen gegaan? ♪
Moet heel de straat soms wakker worden?! Met die onnozele liedjes!
Ik heb het al 20 keer gezegd!
Zo staan kraaien terwijl meneer pastoor slaapt!
Hij is toch niet wakker geworden, juffrouw?
O nee? En wie zegt dat?
Hij snurkt.
Meneer pastoor snurkt niet!
Z'n neus is verstopt.
En je gaat niet zoals vorig jaar blijven zuipen met je broer…
…dat we bij het terugrijden ons leven moeten riskeren.
Want als het weer zo is, dan kruip ik niet in deze auto!
Een paar glaasjes bij het eten, dat heeft nooit iemand kwaad gedaan.
Maar als het net als vorig jaar is, blijf ik slapen!
Ja, bij meneer pastoor. [gelach]
Schei uit! [gelach]
Ik zie het al voor me.
Natalie krabt m'n ogen uit.
Maar jou zou het niet veel kunnen schelen, hè Antoine?
Ik zie dat nog niet zo gauw gebeuren.
En waarom niet? Denk je dat ik geen mannen meer kan aantrekken?
HĂ©, dat is ook niet vleiend, Antoine. -Ik weet wat ik zeg.
Oh, het is zo een jaloers ventje. -Laat me met rust!
Ik ben aan het sturen, onnozel wicht!
[tram rijdt langs]
Ah, voor één keer? [zacht gepraat, verkeersgeluiden]
[motor start]
[geblaf]
[zacht gerommel]
[zielig] Waar ga je naartoe?
Claude!
Ga je mij weer alleen laten?
Je weet wat er gebeurt hè, als je mij alleen laat!
Taatje. Blijf jij eens netjes in je bed!
Heel de dag! Heel de zondag!
Er is nog hutspot. -Ik moet geen hutspot!
Taatje…
Je warmt dat op en je kruipt terug in je bedje.
Waarom mag ik niet mee?
Het is voor je eigen bestwil.
Je maakt altijd ruzie!
En daar is het geen goed moment voor, op m'n moeders herdenking.
Omdat heel jouw familie tegen mij is! Daarom!
Ga je iets voor me meebrengen?
Ja, Taatje.
Claude!!
Ik zal een mooi cadeau voor je meenemen.
[Claude gromt]
Claude. Daar in de pastorie… je gedragen, hè.
Dat je ons niet te schande brengt bij de familie.
Maar nee, mama.
Doe de groetjes van mij aan tante Natalie.
Zeg haar dat ik volgend jaar zeker meekom.
Als ik beter ben.
Claude…
[zacht] Let op… voor die pastoor!
Hij is niet te vertrouwen. Pas op! Laat je niet gek maken, hè.
Nee, mama.
Kom hier.
Ah, je nieuwe jas.
Mooi. Hij lijkt wel voor je gemaakt.
[gure wind]
Natalie, je zou je toch een beetje beter moeten verzorgen.
Je bent weer dikker geworden.
Vind je? M'n voeten zijn een beetje gezwollen, maar…
Dat is logisch, met jouw gewicht.
Het gewicht van heel je lichaam drukt op je voeten.
En je hebt maar twee voeten. Die kunnen dat gewicht niet dragen.
Dat vet zakt naar beneden.
Maar dat is geen vet, dat is water.
Tegen het vet eet ik van die koekjes, tien per dag. En twee komkommers.
Maar vandaag toch niet? -Nee, broer. Vandaag niet.
Vandaag is het een feestdag. [ze lachen]
Maar… Moet je nou eens kijken. -[man] Het is niet waar, hè!
[vrouw] Jeanne op de motor. -[man] Dat is toch de omgekeerde wereld.
Dat doe je toch niet hè, als vrouw!
O, God! Hij kan er niet uit.
Zeg Natalie, haal je schoenlepel. [gelach]
Wat heeft hij op z'n hoofd? Het lijkt wel alsof hij een vliegtuig wil besturen.
Nee, zo'n muts is voor als je een ongeluk krijgt en je op je hoofd valt.
Dat houdt de schok tegen.
[vrouw] Jeetje, ik dacht dat Jeanne dunner was. Goh, wat een mooie mantel.
Die heeft ze niet in de uitverkoop gekocht.
Waarom niet, madam? Als je het je kunt permitteren.
[deurbel]
Kom gauw binnen. [kleumend zuchtje]
Ha, Gigi. -Natalie.
Maar Jeanne, jij ziet er weer zo goed uit. Kom hier.
En jij dan, Natalie? Je bent afgevallen.
Vind je? Nou ja, een beetje. -[meid] Zeg het maar, juffrouw.
Vier kilo. -Nee, nee, drieënhalf.
Met die koekjes van de calorieën. -Ik zou er ook aan moeten beginnen.
Maar zeg, Jeanne, jij bent vel over been. -Dank je.
Hier, neem dat ook mee.
Dag, Gigi. -Ah, Gigi. Nog altijd mager en gezond?
Zeg, Antoine! -Ah, hier is het lekker warm.
En met jou? -Het gaat.
Dat is een vriendin, Tilly. -Onze schoonzus.
Jeanne, hoe is het, meisje? -Goed. En met jou?
Dag, Lotte. -Dag, Jeanne. [lachjes]
Goeiendag. -Dat is een vriendin uit de buurt, Tilly.
Vooruit, ga zitten.
Ah! We zijn er weer.
En waar is meneer pastoor? -Jeanne, toch! Wat zeg je nu?
Er is hier toch helemaal geen meneer pastoor.
Och, dat is waar ook. Ik was het helemaal vergeten. Deedee.
Nou, waar is Deedee? -Hij is zich aan het scheren.
Hij heeft de vroegmis al gedaan, nu is hij zich aan het scheren.
Hij is zich mooi aan het maken voor ons. -Voor Natalie, bedoel je. [gelach]
Ach, toe!
Natalie, hoe was het in Griekenland? -Heb je m'n kaartjes dan niet gekregen?
Uit Thessaloniki en, eh… Wacht, ik weet die naam niet meer.
Dat met die groene rotsen? -Ja.
Griekenland? Oh, dat was een droom! Hij had z'n historisch boek meegenomen.
Als we iets zagen dat de moeite waard was…
…dan vertelde hij wat er gebeurd was in de tijd van de beschaving.
Een veldslag. Het paardenvolk kwam van links en het voetvolk van daar.
En de namen van de generaals die daar gesneuveld zijn…
…en de goden en de godinnen die daar verschenen zijn.
En dan al die moorden, met die koningen en zo.
Griekenland… Oh, dat was een droom.
[man] En dromen zijn bedrog, juffrouw.
[geblaf in de verte]
[verliefd zuchtje, geblaf in de verte]
Welkom, Antoine! -Deedee.
Fijn dat je er bent. -Dag, Deedee.
Ah, Gigi! Je hebt toch tijd kunnen maken, zie ik.
Dag, meneer… eh, Deedee. -Ga zitten.
Ga zitten, ga zitten. -Tilly.
Ja, dat is, eh… -Iemand uit de buurt.
Ja, Tilly.
Nou, zeg. -Ja, we zijn er weer.
[schuivend huppeltje]
[schuivend huppeltje]
[schuivend huppeltje]
Claude, beloof me: geen ruzie, hè.
Als iedereen zich gedraagt, doe ik dat ook.
En nog geen nageslacht op komst?
Pardon? -Nee, nog niet. [gelach]
Ze proberen het anders vaak genoeg. [lacht]
En bij jou, Deedee?
Ik bedoel… ook alles in orde?
Och, daar is weinig verandering in.
Een trouw, een doop, een begrafenis, de zielenzorg.
[rustige vioolmuziek]
Och!
Claude, m'n jongen!
Wat ben ik blij!
Oh, Albert, kom gauw binnen.
Heb je m'n kaartje gehad uit Thessaloniki? En hoe is het met je moeder?
Vooruit, kom binnen!
Aha, de mannen! -Goeiendag.
Albert.
[rare stem] Guess who? [Woody Woodpecker-lachje]
[lachend] Och, ga zitten!
Antoine, hoe is het? -Onkruid vergaat niet!
Claude. -Dat is een vriendin uit de buurt, Tilly.
Dag. -Ja Tilly, uit onze buurt.
Tante Lotte. -Dag, Claude.
Oom Gigi.
Dag, Deedee. -Dag, Claude.
Vind je niet dat hij wit ziet? En z'n ogen liggen zo diep.
Laat je tanden eens zien. Albert, die jongen heeft gebrek aan kalk!
[Claude imiteert Woody Woodpecker]
Kom eens hier, jij.
Dag, prinses.
Je haar is zo mooi. -Een spoeling. Dat heeft Maxime gedaan.
En beste Albert, het schijnt dat jij heisa hebt gehad met een politieman?
Tja…
Ik zit in De Drie Rozen en ik bestel een pilsje, het laatste.
En ze weigeren mij dat laatste biertje.
Mij, terwijl ik duizenden franks heb achtergelaten in De Drie Rozen.
Ik word nerveus. M'n vrouw zegt: 'Laat maar, we gaan naar huis.'
Ik zeg: 'Wat, mij een pilsje weigeren?!'
En ik zeg ze de waarheid.
Twee stoelen gebroken en de baas van De Drie Rozen bij z'n keel gepakt.
Toen riepen ze de politie.
En ik heb een politieman in z'n been gebeten. [gelach]
Maar die politieman, dat wist ik niet, dat is de linksbuiten van Club Waregem.
Die kuiten van die gasten zijn van beton! [gelach]
Hier, twee tanden kwijt.
[harde nies]
[Claude niest nog twee keer]
[Claude niest nog een keer]
[hij haalt z'n neus op] Wat is er?
Is er iets te zien, hè?!
[gesnik]
Claude is nog helemaal niet beter.
Ik zie dat aan z'n ogen en aan z'n manier van doen!
Wel waar. Anders hadden ze 'm toch nooit uit die instelling vrijgelaten?
Er zijn nachten dat ik geen oog dichtdoe als ik aan die jongen lig te denken.
En Antoine, waarom moet hij nu die madam Tilly meebrengen? Op een familiedag.
Wat zullen de mensen wel denken? Een man met twee vrouwen op stap!
Maar Natalietje, toch.
Jij komt uit de stad!
Jij weet niet hoe de mensen hier zijn!
Je moet je niet zo druk maken. Ben je niet blij dat we hier allemaal samen zijn?
Jawel.
Zeg, en Gigi en jij, gaat dat nu een beetje?
Och.
Hij heeft kuren, zoals alle mannen.
Behalve jouw Deedee, natuurlijk.
Ik bedank onze Lieve Heer elke dag dat ik zo'n man mag dienen.
Zo attent en zo kalm en… [zucht]
Ja?
[getik van klok]
Heer.
Wil in uw goedertierenheid opnemen haar die wij nu in onze gebeden gedenken:
De moeder van de kinderen Heylen, hier aanwezig…
…die U in uw armen gesloten hebt op ditzelfde ogenblik, nu vier jaar geleden.
Mogen wij deze heilige vrouw in haar voorbeeld nooit vergeten. Amen.
[allen] Amen.
[klok slaat]
De mijne loopt ook achter. Ik ben er een keer mee gaan zwemmen. Sindsdien…
In Griekenland ging hij bijna iedere dag zwemmen.
Maar Natalie… kreeg ik het water niet in. [lachjes]
Zeg, met dat zeewater, en al die beesten erin.
En dan al die Grieken in het water.
Juffrouw, ik ga alvast.
Tot straks. -[allen] Tot straks.
Oh, het is een knappe vent.
In de bloei van z'n leven.
[man] Een serieus mens. -[man] Een mens op z'n plaats.
[rustige muziek]
[scherpe, naargeestige muziek]
[hij snuift diverse keren diep]
[hij zucht in extase]
Is het zo goed? -Nee. Je moet 'm meer naar voren zetten.
Ah, wacht. Zo? -Ja.
Wil jij dan die voile vastmaken? Maar niet voor m'n ogen.
Pff! Oh, ik krijg weer een opvlieger. [zucht]
Maar Natalie, toch.
Zo. Ja.
Ik vind dat Deedee… -Ja?
Hij ziet er elk jaar jonger uit. -Ja, maar ik verzorg hem goed, hè.
Z'n ogen blinken zo.
Je had 'm in Griekenland moeten zien, met z'n hemd met palmbomen en z'n short.
O, en er was daar een Franse madam, zo'n dikke.
Die dacht dat hij mijn zoon was.
'Votre fils', zei ze altijd, terwijl hij erbij was.
Wat zei hij daarop? [deur gaat open] -Hij zei niet dat het niet waar was.
Mag ik binnenkomen?
Mensen met een beetje beschaving kloppen als ze binnenkomen.
Die jurk staat je mooi, Natalie.
Vind je? -Echt waar.
De Grieken in ons pension die een beetje Frans spraken…
…hadden een bijnaam voor hem.
Ze noemden hem Le Renard. -Le Renard? Maar dat is waar.
Deedee heeft soms de manieren van een vos.
Nee, vanwege z'n rossige haar!
Zeg… heeft hij overal, eh… rossig haar?
Wat bedoel je?
Oh! Wat zijn dat nu voor vragen?! [ondeugend gegiechel]
Nou, Natalie? -Nou, wat?
Of dat hij overal… -[in koor] Zulk mooi rossig haar heeft?
Dat heb ik nooit gezien!
Weet je het zeker?
Ja, één keer, toen hij een liesbreuk had.
Maar dat zijn jullie zaken niet!
We zijn toch onder elkaar.
Hij is de enige die iets om mij geeft.
Die mij elke maand betaalt, en soms opslag geeft…
…en die vraagt hoe het met mij gaat.
Af en toe. Maar jullie komen allemaal één of twee keer per jaar…
…en verder trek je je niks van mij aan. -Kom nou, Natalie.
En Tilly, wil je nu alsjeblieft het toilet doorspoelen?
O, pardon. -Een beetje beschaving, hè.
[getsjirp van vogels]
[geroezemoes]
Je ziet eruit als een burgemeester. [lacht zacht]
Ik moet m'n buik intrekken, anders springen de knopen eraf. [lachje]
Dat is van goede kwaliteit, hè.
Je hebt 'm toch niet gekocht om hierheen te komen, speciaal voor vandaag?
Wat je niet hebt, kun je niet uitgeven.
Ik heb 'm van Jeanne gehad. Zij had 'm nog in de kast hangen.
Een jas van Gigi?
Dat is zijn maat niet.
Hij is warm, dat is het belangrijkst, hè. -Ja.
[kerkorgelmuziek]
[koor zingt]
[zacht] Ahum, dat is Baron d'Exaerde.
[gerinkel van belletjes]
[koor zingt]
[gerammel van muntjes, koor zingt]
In nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti, amen.
Confiteor.
Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa.
[klokken luiden]
Amen.
[klokken luiden, kerkorgelmuziek]
[pastoor zingt religieus gezang met hoge stem]
[geroezemoes]
Het was een mooie mis, hè? -Ja.
En zoals hij kan zingen, dat kom je niet vaak tegen.
Dat komt omdat hij zo veel naar klassieke muziek luistert.
Hij kan hele aria's uit Der Rosenkavalier zingen.
[gelach in de verte]
Hoer! Straathoer!
Wat heb ik nĂş weer misdaan?!
Je kunt me niet langer voor de gek houden voor heel je familie.
Ik weet van niks?
Nee? En van die jas wist je ook niks? Zeg het. Beken het!
[zacht] Ssht! Spreek zachter.
Wanneer heb je Schevernels voor het laatst gezien?
Vorig weekend, toen ik aan de kust zat zeker?
Schevernels? Die heb ik nooit meer gezien sinds we uit elkaar zijn.
Je liegt dat je barst! Hoe zou je anders aan die jas komen?!
Jij bent bij je liefje om kleding voor je broer gaan bedelen.
Wanneer heb je die jas van hem gekregen?
Hij hing al die tijd tussen m'n oude kleren op zolder.
Ik weet niet eens meer hoe Gilbert eruitziet.
Ik ga die jas nu van die vent z'n lijf trekken!
Dwaas!
Kom, geef het bord van Deedee eens. -Kom maar. Zo.
Geef jij het door aan die kant?
Alstublieft, Deedee. -Dank je.
Alsjeblieft.
[zacht gelach en gepraat]
Kom. Er moeten nog lege borden zijn.
Daar is er ook nog één.
Alsjeblieft. -Dat is voor mij, Jeanneke.
Er gaat niets boven een goed pasteitje als voorgerecht.
Antoine!
Ik zal maar inschenken, hè? -Ja jongen, doe maar.
Deedee? -Dat is wijn uit de streek van de Loire.
Meneer de onderpastoor had zes flessen meegebracht…
…voor de inkoopprijs van de boeren daar.
Hm… Hij had een beetje koeler mogen zijn.
Dat dacht ik al. Lutje!! -Ach, juffrouw!
Ik heb het haar nog zo gezegd:
De witte wijn pas op het laatste moment uit de kelder halen!
[zacht gepraat]
Smakelijk. -[allen] Smakelijk.
Antoine? -Hm.
Mmm, champignonnetjes. -En zo veel! [geroezemoes]
[man] Ik heb toch liever die champignons de Paris.
[Lotte] Gigi, je weet niet wat je mist. -Toch wel, Lotte.
Kun je op zo'n dag als vandaag niet één keer eten zoals een normaal mens?
Lotte, als jij je nou eens met je eigen zaken bemoeide.
Het was maar bij wijze van spreken.
Nog een paar kroketjes, Deedee? -Nee. Dank u, juffrouw.
Ach Deedee, zulke goede kroketjes?
Als ik denk aan ons moedertje…
Ik weet zeker, als ze ons ziet vanuit de hemel…
…dat ze blij is dat het ons zo smaakt.
Weet je Deedee, van wie ze het meest hield, ons moedertje?
Van ons allemaal? -Van jou, Albert!
Ja, van jou, Albert.
Hm… Maar goed.
Ze is te vroeg gegaan.
Natalie, heb je niet wat zout en peper?
Lutje!!
[man] Onze oom Theo…
Wie wil de kop? Niemand? Dat is het beste wat er is.
Het is aan jou. -Mmm!
Ik kluif liever aan die ribbetjes.
Mmm!
Zeg Albert, heb je gehoord wat Racing Gent nu gekocht heeft?
Smaakt het niet, Claude?
Mmm, die kruiden zijn zo pikant! Ik krijg het er helemaal heet van!
Dan moet jij een beetje geblust worden.
Dank je. [geroezemoes]
En hoe is het met Maxime? -Goed. Je krijgt de groeten.
Maxime? -Mijn vriend.
Je vriend?
Ja.
Gigi, gezondheid! [zacht geroezemoes]
Jij bent een rare, jij.
Een Brusselaar. Maar een man naar m'n hart.
Jij doet wat je wil.
Als jij die kartonnen koekjes lekker vindt, dan eet jij ze op.
En de anderen kunnen allemaal de pot op.
Ik zou willen dat ik ook zo was.
Zeggen wat ik wil, doen wat ik wil.
En iedereen naar de duivel laten lopen. -Maar jij doet toch ook wat je wil?
Doe ik wat ik wil?
Als ik nou eens deed wat ik wilde…
Maar nee, ik laat het gebeuren dat m'n vrouw niet mee mag naar het graf…
…naar de herdenking van m'n moeder.
Ze mag wel! -Ze wil zelf niet.
Ze wil niet omdat ze niet mag!
Omdat ze voelt dat ze hier op haar vingers gekeken wordt, omdat zij geen familie is!
Omdat jullie allemaal denken, geef het maar toe, dat ze Claude verwaarloost!
Albert, je bent weer aan het zeuren, hè.
Als hij ondervoed is, of anders is, dan is dat z'n eigen schuld.
Hoe vaak heeft je moeder deze week geen havermout klaargemaakt…
…en voor je neus gezet, hm?!
En je laat het staan!! [klap]
Ik lust geen havermout.
Lutje. -Kijk aan!
Och, jee. -De crème au beurre!
[gelach, geroezemoes]
Gaat het zo? -Ja, dankjewel.
Voor mij niet te groot. -Och, ja.
Oh! -Oeh! [gelach]
Oei-oei-oei. -Wacht. Ja.
[naargeestige vioolmuziek]
Hm. [Natalie schraapt haar keel]
Waar is zij? -Naar de vespers, geloof ik.
Och, God! En ik ben in slaap gevallen.
Ja, en je snurkte als een olifant.
[Natalie lacht beschroomd] Dat komt door de warmte. [lachjes]
Dat zei mama ook altijd als ze een tukje gedaan had.
Het arme schaap.
Ik vind Deedee zo stil.
Hm…
Ja. De laatste tijd.
Jeanne…
Twee weken geleden… heb ik z'n hemd gevonden, zo'n wit gebreid hemd.
En daar zat bloed op.
Vooral op de rug.
Hij had het weggestopt, bovenop de kast gegooid.
Ik heb het daar maar laten liggen.
Lutje zal het daar vinden.
Maar nee. Die poetst alleen maar waar je het ziet, die luilak.
En op de lakens zat ook bloed.
Ik heb ze maar meteen meegewassen.
Er is hier een vrouw geweest…
…toen ik naar Deinze was, naar dat klooster, voor die retraite.
En ze heeft 'm gekrabd met haar nagels.
Misschien was het bloed van haar? -O nee, het was van hem.
Hoe weet je dat?
Dat kun je zien. Er is een verschil.
Wat moet ik nu doen?
Wachten. Afwachten.
Ik kan er toch niks over zeggen tegen 'm. -Nee.
Ik zou het niet durven. -Nee.
Nu weet je het.
Albert.
En?
Zeg eens, mijn zoon:
Hoelang is het geleden dat jij nog naar de biecht bent geweest?
Sinds de tijd van de nieuwe aardappelen, meneer pastoor.
Kijk eens hier.
Dat is allemaal wijn. -Ja. Nou en?
Je moeder drinkt geen wijn. -Dan moet ze het maar leren drinken, hè?
Ja.
Daar is het nu een beetje laat voor. Wacht.
[bons] Godverd… Godverdomme!
Aha. Cognac.
Daar zal je moeder blij mee zijn.
Nog eentje voor onderweg.
O.
Er ligt hier voor tienduizenden franken.
Zo veel drinkt hij toch niet? -Hij heeft het toch nodig voor de mis.
Zeg Claude, er zijn grenzen.
Met die rare praatjes van jou. Jij hebt nergens respect voor.
Weet je wat wij zouden moeten doen?
Al die flessen laten leeglopen, dat de kelder overstroomt van de drank.
[gekloink]
Dan zou Natalie dat moeten betalen. -Dat is dan haar straf.
[Albert zucht]
Jij, jij bent echt een klein kind.
Wat? Wat ben ik? [kloink]
Een klein kind? Hè? [gekloink]
[hard glasgerinkel] Schei uit!
[hard glasgerinkel]
[Claude ademt zwaar]
[Claude lacht, glasgerinkel]
Wat we ook zouden kunnen doen, is alle flessen leegmaken!
Openmaken, dan wordt de wijn slecht, wekenlang.
[lachend] En hij merkt er niks van.
[opgewekt gefluit]
Ssht!
[opgewekt gefluit]
[opgewekt gefluit]
[geklater]
[Claude niest] Ssht!
[gedempt genies]
Wij moeten offeren.
[knal, glasgerinkel]
Dit… is voor graaf Zaroff.
Als hij vannacht op de mensen jaagt, zal hij hier stoppen.
Maar… hij zal zien dat iemand in dit huis aan hem gedacht heeft.
Een vriend.
En hij zal verder rijden.
[naargeestige muziek]
En er zal in dit huis geen kwaad geschieden.
[radioweerbericht op de achtergrond]
[vioolmuziek]
[vioolmuziek, onverstaanbaar geroezemoes]
Ik heb absoluut niet de minste kans vandaag.
Dat is geluk in de liefde. Hè, Antoine?
Laten we daar maar over zwijgen.
Hoeveel moet ik?
Ah ja, 104.
Claude. -Ik heb je al 200 frank gegeven.
Claude, potverdorie!
En vier frank! Een kaartschuld is ereschuld.
Straks. -Nee, nu.
[Albert zucht]
Vind je het een mooie jas, Albert?
Ja. Een beetje aan de krappe kant.
Maar toch, plezierig om te dragen?
Plezierig?
Dat is wat overdreven.
Maar toch, als je de jas draagt en je kunt daar mensen mee voor schut zetten…
…dat moet toch plezier doen?
Gigi, kameraad, dat is een beetje te ingewikkeld voor mij.
Het is toch simpel. Als jij die jas draagt…
…dan weet heel je familie dat Gigi de bedrogen echtgenoot is.
Albert kan het niet helpen dat ik ooit een verhouding heb gehad met Gilbert.
Gehad?! Gehad?! -Gigi, nu ga je over de schreef.
Jullie hebben het nooit kunnen verdragen dat Jeanne met mij getrouwd is…
…omdat ik m'n boterham verdien. -En ik niet, dat is waar.
[lachje] Je wil toch niet zeggen dat m'n familie jaloers op iemand zoals jij?
Lach niet, Jeanne!
Ik lach als ik daar zin in heb, jongetje.
Jongetje. [raar stemmetje] Jongetje, jongetje!
Hier, neem nog een bonbonnetje, jongetje.
[spuugt] Gigi! Waar zijn je manieren?!
[Claude] Yiha!
Lotte, geef me m'n zakdoek! -Ja, momentje.
Dat heb je niet voor niks gedaan, Gigi.
Daar ga je nog spijt van krijgen! -Jeanne, kom mee! We zijn hier weg.
Waar naartoe? -Naar Brussel.
Geen sprake van. -Dan ga ik alleen.
Doe dat dan, Brusselse dwaas!
Laat je niet gek maken, Gigi. Pak nog een bonbonnetje!
Kom Jeanne, voor het erger wordt. -Wie wil er nog… O, pardon.
Wie wil er nog een…?
Antoine, wat heb je nu weer gedaan? -Natalie!
Als die Brusselaar hier nog één keer komt, zet ik hier geen stap meer binnen!
Natalie, ik bedank je uit de grond van m'n hart voor de hartelijke ontvangst.
Maar de omstandigheden… -Tot volgend jaar, Gigi!
Waar gaat die naartoe? -Hij is gek!
Wat een rare kerel. -Zeg dat wel.
Och, hij heeft z'n muts niet op. Hij krijgt nog een longontsteking.
[getik van klok]
[voetstappen]
Albert, heb je al betaald voor die mis? -Ja. Ja.
Hoeveel was het? -Dat weet ik niet.
Dat zou ik aan Claude moeten vragen.
♪ Jezebel ♪
♪ Jezebel ♪
Ik vind dat hij zo'n mis, vooral omdat die elk jaar terugkomt…
…voor een vriendenprijs zou mogen doen, voor de familie.
Ik heb horen zeggen dat als je in één keer betaalt voor een eeuwigdurende devotie…
…dat veel goedkoper uitvalt.
Ik zou toch graag die boekhouding eens willen zien, in de Sixtijnse kapel.
[Claude] ♪ deceiving me, grieving me ♪
♪ leavin' me blue, Jezebel ♪
Albert, kun je niet tegen die snotneus zeggen dat hij moet ophouden?!
Je hoort niets anders meer op de radio dan die Amerikaanse dwaasheid!
♪ o, wat ben je mooi ♪
♪ o, wat ben je mooi ♪ [gelach]
♪ dat heb ik in jaren niet gezien, zo mooi, zo mooi ♪ [gelach]
♪ o, wat ben je mooi ♪
♪ o, wat ben je mooi ♪
♪ dat heb ik in jaren niet gezien ♪ [Griekse muziek]
♪ zo mooi, zo mooi ♪ [Griekse muziek]
[ze zingen fonetisch Grieks]
[applaus]
Kalinifta. -Hm?
Dat is Grieks: kalinifta. Dat wil zeggen: goeienavond.
[ze hijgt]
[hijgend] Zo zaten wij daar dan in Griekenland, met z'n tweeën.
Nou, nou. -Wat een mooi koppel.
Vrienden…
Ik noem jullie vrienden, want vandaag meer dan ooit ben ik jullie vriend.
Want al scheiden zo veel onnodige kleinigheden ons soms…
…soms moeten wij, zonder ons daarvoor te schamen…
…ervoor uitkomen dat wij op aarde allemaal vrienden zijn.
Daarom heb ik uit Peloponnesos…
…een fles ouzo meegebracht, speciaal voor deze avond.
Ouzo? Wat is dat nu weer?
Jij vindt het niet lekker, he?
Nee.
Ah, m'n verwende tante houdt alleen maar van champagne.
O, maar dat kan verholpen worden.
Ah ja, natuurlijk. Ik betaal de champagne! [rumoer]
Maar op één voorwaarde: dat jullie ook allemaal wat meer op jullie gemak zijn.
Toe Albert, doe je jasje uit. Jij ook, Antoine.
[vrouw, lachend] Oei, Albert! [gegiechel]
[tsjak, gegiechel]
Maar… wij kunnen toch moeilijk onze rok uitdoen?
En waarom niet?
Aha, we gaan verduisteren, net als in de oorlog.
Nou, Lotte… Zo doen wij dat. [verleidelijke geluidjes]
[gelach, kreetje]
Als je per se m'n ondergoed wilt zien: zie hier. [gegiechel]
En jij, Claude?
Als ik me uitkleed…
…dan is het helemaal, alles of niets.
[Albert zucht] Hij moet altijd weer anders zijn, hè!
Ik zit nou al heel m'n leven met die gast opgescheept!
Hier, doe jij 'm maar open.
[Natalie lacht]
[gedempte, vrolijke walsmuziek, rumoer, gelach]
[een hond jankt in de verte, geblaf]
[vrolijke walsmuziek, uitgelaten kreten]
[muziek overstemt het gepraat]
Laat me met rust! -Nooit!
[ritmisch geklap]
Deedee! Kom nou. [teleurgestelde kreten]
[tevreden kreten, ritmisch geklap]
[kreetje]
[pijnkreet, ontzette kreetjes]
[Claude hijgt]
[muziek wordt sneller en wilder]
Ben jij ook al versleten, hè?!
[hard gestamp]
[Claude slaakt wilde kreetjes]
[muziek stopt, kreetje]
Natalie! Waarom doe je dat nou?
Ik wil niet dat hij zich zo in het zweet springt!
En zeker nu niet, in zijn toestand!
Welke toestand? -Jij weet heel goed wat ik daarmee bedoel!
Ja, tante.
[voetstappen]
[braakgeluiden]
[braakgeluiden]
[geknak van takken, vogel krijst zacht]
Wie…
Wie is daar?
Wie is daar?!
Dat spel dat we altijd spelen met meneer de onderpastoor en meneer Boesmans.
Toe Deedee, je weet wel, dat je moet raden wat voor een beroep het is.
Je moet het voordoen zonder te praten.
Bekende gebeurtenissen uit de geschiedenis en zo, en titels van boeken.
Charades. -Ja, charades!
Ja, maar daarvoor moet je het wel eens zijn…
…over wat men beschouwt als woorden. -Het is meer een spel voor intellectuelen.
Maar als dat met titels van boeken is, dan gaat dat m'n pet misschien te boven.
Dat is niet voor ons soort mensen.
Gaat het beter, Lotte?
Ja, ik denk dat ik wat te veel Bénédictine heb gedronken.
Laten we het eens proberen.
Wat, Claude? -Die charades.
Denk je dat we de familie daar een plezier mee doen?
Misschien.
Deedee en ik zullen het eens voordoen, dan zul je het direct begrijpen.
[gesnater van eenden]
[hond blaft in de verte]
[zand knerpt onder voeten, zuchtjes]
En, is het al over? -Ja, het gaat beter.
Wil je een aspirientje? -Nee, dank je. Het gaat beter.
[onthullend muziekje]
Oeh! [verraste kreetjes]
[gegiechel]
[gelach]
[vrolijke vioolmuziek] Oeh! [gelach]
[Natalie snuift]
Ik denk dat ik het weet. -Ssht! [hard gebons]
[Deedee jankt, schreeuwt en gromt]
[dames gillen] Nee, niet doen! [gelach]
[gegrom, gelach]
[lachje]
Eh…
[gegrinnik, gelach] Ssht!
[ze lacht]
En nu moeten we raden.
[gesnurk]
Het is iemand die slaapt. [gesnurk]
Dat zie ik ook.
Wat een gek spel. [gegiechel] -Ssht!
[rustige muziek]
[fluisterend] Wij mogen niet praten!
[Deedee schreeuwt, gelach]
Ziezo.
Dat was het. -En nu moet je raden.
Nou? -Is het uit een film?
Claude.
Het heeft iets te maken… met… eten.
Ja, met bijten.
Als je het niet raadt, dan moet je een boete betalen.
Bij ons is dat gewoonlijk een fles wijn. -En als we het goed raden?
Dan moeten Deedee en ik een fles wijn betalen aan diegene die het geraden heeft.
Maar vandaag wordt het champagne.
Antoine! Jij bent altijd zo goed in kruiswoordraadsels!
Domme gans! -Ik weet het.
Roodkapje.
Bravo! Goed geraden! [ze schaterlacht]
Had ons even laten nadenken! Je hebt voor je beurt gesproken!
Verdorie! Het lag op het puntje van m'n tong.
Eerst dacht ik dat het koningin Elisabeth was…
…die een gewonde soldaat verzorgde in de oorlog van '14-'18.
Klein Duimpje.
Daarvoor moeten we met meer mensen zijn.
We moeten wel iets moois bedenken.
Anders denkt die pastoor dat we allemaal waterhoofden zijn in de familie.
Als jij nu eens koningin Astrid bent en ik koning Leopold.
En we verongelukken.
Nee.
Maar zoiets zien mensen toch graag?
[voetstappen]
[ernstige muziek]
Dat ziet er moeilijk uit.
[spreekt Duits]
[zacht] Je mag niet praten. -Maar ik spreek toch niet.
Je mag ook geen geluiden maken.
Dat is mijn jas.
Dat is mijn jas!
[dramatische muziek]
Antoine, ga weg!
Weet je het?
[Tilly] Het is Hitler.
En wie is hij? -Ja. Wie ben ik?
Churchill.
Maar, Tilly! Geef mensen toch de tijd om na te denken!
Ik heb gewonnen.
♪ gewonnen, gewonnen, gewonnen, gewonnen ♪
Ik zag het meteen aan haar snor!
Ja, ik ook, maar ik wou het niet meteen zeggen.
Kom, doe die jas uit!
[Antoine hoest en proest]
[plechtige muziek]
[Albert kreunt]
Ah! [gelach]
[Albert kreunt] Oh, wat mooi. Bloemetjes.
[Albert kreunt]
[zacht] Met je gezicht naar de mensen toe. Ze zien je niet.
[Albert kreunt, gelach]
Een hand.
[gelach] Tilly!
[medelijdend] Oh.
[hongerig geluid]
[hongerig geluid, gegiechel]
[hongerig geluid] Oh!
[hongerig geluid]
[verlekkerd] Mmm! Mmm, mmm. [gegiechel]
Ja, Albert. Nu is het genoeg! Albert, nu is het genoeg! [gelach]
Bravo! -Alsjeblieft.
Bravo! -Mooi!
Tja…
Dat ken ik niet. -Even…
Denk eens na! -Volgens mij…
Ja? -Nee, nee.
Dat is uit een Italiaanse film. -Mis, ventje!
Toch wel! Ehm… Burgers van Rome!
Nee, ventje! -Je gaat het nooit vinden.
Je moet er net op komen. -Schenk onze fles maar uit.
Champagne! [gelach]
[Tilly] Het is heel simpel.
De m…
M…?
Ma…
Ma… -Mama.
Mamme…!
De Mammelokker!
Wat is dat? -Ken je die niet?
Dat standbeeld dat bij het Belfort van Gent staat?
Natuurlijk! -Het zinnebeeld van de stad Gent.
Een ouwe vent in de middeleeuwen zat in de gevangenis en stierf van de honger.
Ik was zijn dochter die hem kwam bezoeken en hem de borst gaf. Ja!
En zo bleef hij in leven. -Ik vind het toch niet netjes.
Natalie, champagne! -Blijf zitten, Natalie. Ik ga 'm halen.
Nee, hij heeft het aan mij gevraagd!
Ja. -Ja, ja.
Oh, niet doen!
[la piept]
[gedempt geroezemoes]
[bel klingelt]
[spannende muziek]
[rumoer, spannende muziek]
[spannende muziek]
Oeh!
Lotte! -HĂ©!
[gilletje, lacht]
[onheilspellende muziek]
[mysterieuze muziek]
[Claude ademt zwaar]
[Claude hijgt]
Claude. -Laat 'm toch! Laat ze!
[gehijg, zware, mysterieuze muziek]
[Claude kreunt]
[zachte, gevoelige muziek]
Schei uit! Smeerlappen! -Toe, Natalie!
Smeerlappen! Ik mag dan misschien een beetje dronken zijn van de champagne…
…maar dit gaat over de schreef! Ik wil dat niet onder mijn dak!
Kalm toch, juffrouw! Natalie.
Claude, je bent hier niet bij je rare vrienden.
Wat was het, hè?! Wie weet het?!
Het kan me niet schelen wat het was! Het is onzedelijk gedrag!
[snikt en hijgt overstuur] Ze bedoelden het goed, Natalie.
Het is een spel.
Wat zou het betekenen? Daar gaat het om.
Weet jij het, Natalie?
Nee. Jij?
Nee.
Ik ben toch eens benieuwd wie er in de geschiedenis zulke rare manieren had.
Als je het niet erg vindt? -Nee.
Nou, Deedee?
Deedee?
[Lotte] Je had wel iets netters kunnen verzinnen. En Claude ook, echt waar!
Zoiets past niet in een pastorie, Jeanne. -Laat me met rust!
Nee, ik, eh…
Ik zie het niet zo direct.
Ik wil niet kleingeestig zijn, maar het is wel een getrouwde vrouw, hè.
Weet niemand het?
Dan hebben we een fles champagne verdiend, joepie!
Maar wat was het dan? Zotte losbol!
De geboorte van Aphrodite.
Hoezo?
Aphrodite? Claude, is dat uit een film? -Ja.
Uit Griekenland. We hebben het gespeeld omdat het uit Griekenland is, Natalie.
Ik heb heel de geschiedenis van Griekenland gelezen.
Over de koningen, de goden en de generaals en zo.
Daar staat niks in over zulke smeerlapperij!
Zij was de zee en ik was de zeegod Poseidon.
Drietand.
En op een dag heeft de zeegod Poseidon aan het strand…
…gedaan wat Claude heeft voorgedaan. En z'n zaad viel in de zee.
En dat wekte schuim op. En uit dat schuim is Aphrodite geboren.
De godin van de liefde. -Ik heb daar ooit iets over gelezen.
Maar wie weet nou zoiets? Dat is niet sportief.
Tante Natalie, verklikker!
Wacht, er is hier bedrog gepleegd.
Ja, dat vind ik ook. -Waarom?
Dacht je werkelijk dat je de geboorte van Aphrodite hebt nagespeeld?
Claude heeft het mij zo verteld.
Zo.
En waar heb je dat geleerd?
Iedereen weet dat toch. De naam Aphrodite betekent schuim.
Ja, maar voor de rest… was het fout. -Ja!
Claude, je hebt je les niet goed geleerd. -Precies!
Er bestaat een oudere, authentiekere versie, naar men zegt de originele versie.
Namelijk dat Kronos, de zoon van Ouranos…
…terwijl hij op het strand lag te slapen ontmand werd…
…en dat z'n testes in het water werden gegooid…
…en dat daardoor het schuim ontstond waaruit Aphrodite geboren werd.
Oudere versie? Dat wil niks zeggen!
Wie heeft er nu gewonnen?
Waarom ben jij tegen mij?! -Ik ben niet tegen jou.
Jij bent tegen mij. Jij wil mij klein krijgen, hè!
Net als dokter Simons en alle anderen! -Dat is niet waar!
Jij bent net als de anderen! Hij wil mij klein krijgen!
Claude. -Hij wil mij kapotmaken!
Alsjeblieft. -Hou op!
[kreetjes, geschreeuw] Hou op!
Heb je je pijn gedaan?
Het spijt me.
Ik heb dit niet gewild.
[naargeestige muziek]
[onheilspellende muziek]
[droevige, naargeestige operazang]
[gedempt gelach klinkt van binnen]
[uil roept]
[in de verte blaft een hond]
[in de verte blaft een hond]
Jij bent het gelukkige type.
Geen verantwoordelijkheid. Nooit een beslissing nemen.
Alleen maar onnozel doen. Jongen, jongen.
Je krijgt nog een longontsteking in die kou.
Als dat zou kunnen.
Waarom moet zij niets van me weten?
Heel je familie moet niets van me weten, hè.
Leg dat eens uit. -Omdat jij een Brusselaar bent.
Maar dat wist ze toch toen ze met mij trouwde!
En een Brusselaar is godverdomme toch geen neger?!
Kom, ga mee naar binnen, daar is het warm.
Ik wacht hier tot Jeannes kuren voorbij zijn.
[lachend] Dan kun je nog lang wachten.
Zolang als nodig is.
Zij kan toch niet weten dat jij hier tussen de boerenkool zit.
Zij weet heel goed dat ik hier zit te wachten en ze moet hierheen komen!
Claude…
Ik zou wel een kopje koffie willen.
Wil jij koffie voor me maken?
Het pakje zit in m'n jasje op de gang. Een bruin pakje, koffie zonder koffie.
Ja, oom.
Wat is dat, Natalie? -Kop met mosterd.
Och Claude, jongen. Wat zie je eruit. Waarom ben je nu toch weggelopen?
God, wat zie je eruit. Toe, ga zitten.
Claude, waar heb jij gezeten? -Een kom warme soep?
Hoe later op de avond, hoe mooier het volk. [zacht gelach]
Zeg Claude, ben jij ook dronken?
[gegiechel]
[Claude kreunt]
Claude.
Je mag nooit…
…nooit van je leven meer weglopen.
[zacht] Nee, papa.
[getik van klok]
Gigi. Gigi! -Kijk eens, wie we daar hebben.
Ik dacht dat jij allang in Brussel zat. -Gigi, waar kom jij vandaan?
Je bent helemaal nat.
Dan vraag ik je één keer om me een kopje koffie te brengen.
Ga even zitten.
Ik dacht dat jij allang thuis was. Moet je iets eten? Er is nog beschuit.
Kom, Jeanne. -[huilend] Gigi! Gigi! Gigi!
Gigi, het is mijn schuld niet. Zij hebben me dronken gevoerd. [ze huilt]
Je hele leven lang is het al de schuld van een ander. Kom mee. [gehuil]
Kom! [gehuil] Kom.
Wat is er gebeurd? Gaan we naar huis? -Ja, zeker?
Zullen we nog een kaartje leggen? [motor start buiten]
Post cenam status.
Pardon?
Na de maaltijd moet men staan.
Antoine.
[aansporende tongklikjes]
Ah. -O.
Staan.
Ja, ja, ja, ja, ja. -[Deedee] Lotte.
Deedee, het was ons zeer, zeer aangenaam.
Deedee. -Antoine.
Bedankt. -[Lotte] Albert.
Dag. -Het was een geweldige dag.
Tot volgend jaar, hè. -Ja.
Lotte? Ah, daar ben je. Kom, Tilly, kom.
Ja, ik mag toch wel goeiendag zeggen. Deedee.
Albert! -Antoine.
Deedee. -Ik ga mee.
Ah. Bedankt dat ik mee mocht komen.
[auto loopt]
Kom! Ja.
[gekreun]
Claude. Kom! -Ja. Het is goed, ja.
Ik zal je straks wakker maken.
Welterusten.
Kruisje.
Dankjewel.
[droevige, naargeestige muziek]
[imiteert Woody Woodpecker]
[schrikreactie] Wees niet bang.
Ik beloof dat ik je nooit meer zal kwetsen waar anderen bij zijn.
Claude, je moet slapen. -Nee.
Anders ben je straks niet in staat om… -Nee!
Jij bent bang.
Jij niet. -Ja. Ik ook.
Maar bij mij is dat m'n gewone doen.
[zacht gerammel, steekt aansteker aan]
Als dokter Simons dit zag, dan zou hij noteren dat ik met die aansteker…
…in plaats van je sigaar liever je ding in brand wil steken.
Zo!
Wat vind jij daarvan?
Je bent nu toch genezen?
Nee.
Toch wel.
Heeft dokter Simons je niet opgebeld, je vriend?
Jawel, maar hij kende de resultaten van je tests nog niet.
Waarom heb je dokter Simons op mij af gestuurd?
Om je te helpen.
Er is niks aan te helpen!
Ik ben een nicht.
Eentje voor de achterdeur.
Het is niet te genezen.
Weet je?
Dat zou iets voor jou zijn…
…zo'n behandeling en die tests van je vriend, dokter Simons.
Niet dat je het nodig hebt, maar gewoon, uit nieuwsgierigheid.
Zeventien dagen duurt het.
Wat? -Die behandeling. Zeventien dagen.
Je krijgt goed te eten.
Je wordt verzorgd als in een hotel.
Je krijgt injecties met vitaminen.
En ze onderzoeken je van top tot teen. Luister je?!
Ga verder.
'Mijn zoon.'
Ga verder, mijn zoon.
Ze geven je ook andere injecties, waardoor je moet kotsen.
En dan stoppen ze je gauw in een donkere kamer.
En ze projecteren vieze filmpjes…
…van vieze, oude, blote mannen die met elkaar bezig zijn.
En elke keer kots je je ziel uit je lijf!
[Claude lacht cynisch]
En zo moet je genezen…
…denken ze.
[kerkklok slaat]
Zeventien dagen.
Wat zei dokter Simons over mijn tests?
[cynisch] Over mijn 'testes'.
Dat de behandeling geholpen had.
[snurkachtig lachje] Ik speelde mee.
Maar ik zag alleen Maxime voor me.
En soms jou.
Hou je mond!
Weet je wat wij zijn? Jij net zo goed als ik?
Wat?
Stront. Niks anders.
Nee, Claude.
Nee.
Waarom wilde je niet meer met me dansen vanavond?
Ik heb met je gedanst. -Ja, en me daarna weggeduwd!
Was je bang dat ik besmettelijk zou zijn, hè?
Dat ik een kind van de duivel ben? Of een vampier die je bloed wil drinken?
Toch drink jij het bloed van Jezus.
Genoeg nu!
Waarom? -Stil, zeg ik je!
[uil roept]
[lachje]
Ik bid ook.
Soms.
Aan wie richt jij je gebeden?
Aan Hem. Ik vraag aan Hem.
Dingen.
Een gebed is niet uitsluitend om dingen te vragen.
Hij is er toch niet.
Claude.
Let op wat je zegt!
Ik zeg niet dat Hij er niet is.
Ik zeg dat Hij er is en dat ik zeg dat Hij er niet is.
[getik van klok]
[gerammel van trein op het spoor]
[trein toetert]
Het wordt dag.
Jij bent een ziekte!
Ik?
Ja, jij. De zoon van God.
Jij wil ons zien kronkelen.
Claude.
Wat…
Wat wil je van mij?
Ik vraag je niks.
Waarom ben jij tegen mij?
Hoe… Hoe zou ik nou tegen jou kunnen zijn?
Ik ben moe, Claude. -Dat is het niet!
Het is te laat. -Waarvoor?
Ik bedoel: het is laat.
Niet doen, Claude.
[Deedee ademt zwaar]
[Claude] Mm.
[Deedee ademt zwaar]
Blijf van me af!
Laat mij hier liggen, hè? Niemand zal het weten.
Een uurtje?! -Het kan niet.
Deedee.
Je bent de enige waar ik respect voor heb. [Deedee lacht schamper]
[spottend] Je lijkt Natalie wel!
Dat had je nou niet mogen zeggen, hè.
Had je niet mogen zeggen. [deur klapt dicht]
Ga terug je bed in, Natalie.
We moeten weg… of we missen onze bus. -Ja.
Tante Natalie? -Ja?
[Natalie lacht]
[regen tikt zachtjes op het raam]
[gefluit van vogels]
[zachte petsen]
[zachte petsen]
[zachte petsen]
[zachte pets]
[zachte petsen]
[zachte petsen]
[pijnkreun, zachte petsen]
[harde petsen, harde kreun]
[harde petsen, kreun]
[dramatische muziek]
Zal ik nog een pot koffie maken, juffrouw?
Ja, Lutje. Bedankt.
Wat zou ik toch zonder jou moeten, Lutje.
[telefoon]
Zeg maar dat meneer pastoor naar de catechismus is!
[telefoon]
[Lutje] Het is meneer Albert!
Wie?! -Meneer Albert!
[Natalie zucht]
Albert, ben je iets vergeten?
Praat eens wat harder, ik kan je niet goed verstaan.
Natalie, er is iets met Claude.
Natalie, versta je me nou?
Er is iets met Claude!
[naargeestige, aanzwellende muziek]
[zachte, ongelovige zuchtjes]
Claude!
Mijn ventje! Mijn kindje!
Hij moet in gewijde grond begraven worden.
Hoe haal je het in je hoofd om binnen te komen? Ga weg!
Jij moet Claude in gewijde grond begraven!
Hoe kan dat nou?! Hoe?!
Jij weet het! Hoe?!
Hoe kan dat? -Laat me los!
Hoe kan dat?! Jij zit hierachter! -Dikke…
Wat moet ik doen?! -…koe!
[Natalie slaakt kreetjes]
Oeh.
[dramatische muziek]
[Natalie huilt]
[de regen tikt zachtjes]
[walsmuziek]
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.