Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (SoranĂ®)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
[kerkklokken luiden]
[titelmuziek]
[droevige muziek]
Krom gewerkt. -Hoe krijg je dat deksel erop?
De kist moet toch dicht?
Hij moet gekraakt worden.
[pastoor] Voor Soo zoek ik een baantje in Geel. Rik gaat werken in de stad.
Kamiel mag bij de blotevoetenpaters.
En jij nu? -Ik?
Dat is heel simpel. Vader zei zo: 'Wortel, het veld is jouw lust.'
Het is dus heel simpel. -Ja.
Het veld, zei vader, dat is als een mooie vrouw.
Ze verleidt je en je kruipt op haar lichaam.
Ze werkt je eerst met plezier tegen, zoals alle vrouwen.
Je fleemt en je vleit haar. En dan, zo zei vader…
…dan wordt ze mild. Ze geeft zich helemaal. Ze is niet meer te houden.
Ik geloof dat het hoog tijd wordt dat jij gaat trouwen, Wortel.
Een goeie boer moet een goeie boerin hebben. Een trouwe steun.
Vooral in bed, zei vader.
Maar ze mag er niet in blijven liggen. Ze moet meewerken.
Mens en dier eten geven, boter maken en het erf onderhouden.
Anders gaat het niet.
En Onze Heer dan? Onze Heer niet vergeten, hoor.
Zonder Hem lukt het ook niet.
Zo nu en dan wat water en zon. Kom nou, dat weet toch iedereen.
En al die kaarsen die wij branden tegen de slakken en de pieren.
[Wortel] Tegen bliksem en donder, tegen droog en nat weer.
[vredige muziek]
[niest]
[spannende muziek]
[spannende muziek zwelt aan]
Als je mijn vrouw niet wordt, dan zal de grond rood zien van 't bloed.
Zoals op het slagveld. -Geen messen.
Toe, geen messen.
Geen messen, mannen.
We kunnen het ook zonder. -Beter zelfs. Met de blote vuist.
[opzwepende muziek]
[schreeuwt uit van pijn] [lacht]
[romantische muziek]
[lachen allebei]
We hebben nog een heel leven voor ons. Een mooi leven, Fientje.
Ik kan niet meer. Ik ben doodop.
Mijn hoofd.
Het is zo zwaar als lood. -Ga daar achter die schoof zitten.
We zouden eens op bedevaart moeten gaan.
Naar Scherpenheuvel. Wat is er nog? Oostakker.
Naar Peutie, zegt de pastoor.
Heeft hij weer wat nieuws gevonden?
[Fien] Het is al veel beter. -Als het maar blijft duren.
We moeten iets aan de pastoor geven. -Aan de pastoor. Alweer.
Dat komt goed uit. We moeten toch ons varken slachten.
Dan kunnen we hem de kop geven.
Waarom? -Omdat ik van mijn hoofdpijn af ben.
Hij krijgt veel liever twee bilstukken.
Wortel, Wortel. -Franelle.
De dijk is doorgebroken.
Alles loopt onder. De ratten lopen al overal over het land.
[droevige muziek]
[Wortel] Laat het paard en de koeien staan.
De andere dieren… Hier, jij. De andere moeten naar binnen.
[biggetje krijst]
Geef maar hier. -Het komt.
[baby huilt]
[vredige muziek]
Ik heb de dijk dichtgemaakt. -Jij?
Ik, samen met alle anderen. -En?
Zie je hier niks?
Het is hier net de ark van Noach.
Wil je van mij geen lucifers kopen? -Ik smeer een boterham voor je.
Wat een mooi kindje. Krijgt het al tandjes?
Blijf van mijn kind met je boze hand.
Zorg maar dat je het in leven kunt houden.
Van mijn erf af. Of ik slijp mijn zeis op je knoken.
En ik verbrand je, tegen de pest.
[onweer, onheilspellende muziek]
Dat Hij hierboven me dit kan aandoen.
Dat zal ik nooit kunnen slikken.
Hij mag me eens vertellen waar ik dit aan verdiend heb.
Als ik daarboven kom… -Dat weet je nooit.
Ik moet het weten. Nu.
Anders…
Anders…
…zing ik het halleluja nooit meer mee. Hij mag het zelf zingen.
[Latijnse grafrede]
Moed houden.
Wees blij. Het is een engeltje in de hemel.
[dramatische muziek]
[baby huilt]
Onze Heer slaat niet zonder te zalven. -Maar het loopt wel door elkaar.
Straks ben ik nog blij als ik slaag krijg.
[kreet van pijn]
Het zullen er twee zijn. -Ik zal ze allebei tegelijk dopen.
[vredige muziek]
[kreet van blijdschap]
[Wortel grinnikt]
[lalt] Ikke… Ik heb de hoofdvogel afgeschoten. Ikke.
Bravo.
Dan is je wens eindelijk uitgekomen.
Ossekop was zo jaloers als een vrouw.
Het moet uit zijn met die Ossekop.
Wat zeg jij nu? Hij is mijn beste vriend.
Ossekop…
Die kan zijn handen niet thuishouden.
Klootzak. [schreeuwt van woede]
Denk om de kinderen. Je wilt toch geen moordenaar zijn?
Ik moet iets stukslaan of ik ga dood. -Wacht, wacht even.
Nog niet over?
[Fien] Alles is stuk. Ik heb niks meer. -Ik moet nog iets stuk kunnen slaan.
Is het nog niet over? -Is dat ons huwelijkscadeau?
[schreeuwt van woede]
Wat heb jij, Wortel? -Wat ik heb, Ossekop?
Dat zijn jouw poten. -Ik begrijp het niet.
Ik begrijp het maar al te goed.
En dat is jouw kop, Ossekop.
Je moet van mijn vrouw afblijven. Begrepen?
Hij is gek geworden.
Hak liever je eigen kop doormidden.
Want je zit te pas en te onpas in de molen, bij de meid van Lorejas.
[kerkklokken luiden]
[Fien] Ik moet je iets vragen.
Mogen we morgen met Julia naar jouw stier komen?
Ik heb met Lorejas afgesproken dat Julia morgen naar zijn stier gaat.
Voor de middag.
Ik zorg ervoor dat hij in vorm is. Ik geef hem tien eieren met peper en zout.
Afgesproken.
Waar is Lorejas eigenlijk? -Hij is niet thuis.
Zijn wij hier alleen? -Alleen. Met die twee.
En nu maar even wachten.
Het zal wel een tijdje duren, denk ik.
Ik weet ook niet goed hoe dat gaat.
[koe loeit steeds luider]
De stier. Ik heb hem niet vastgebonden.
God in de hemel. Domme trien.
[spannende muziek]
[Wortel] Ho, ho.
Mijn kinderen.
Amelieke. Ho, ho.
Nooit meer. Ik snij nog liever mijn keel door met een broodmes.
God, help Uw arme Worteltje.
[Wortel] Ho, ho.
Hoe is dat in godsnaam mogelijk?
Ik dacht dat jij je vak zo goed kende.
Hoe is dit mogelijk?
Godver. Godver, godver, godver.
[pastoor] En, beminde parochianen…
…samen met je engelbewaarder…
…zul je rond deze tijd je geweten onderzoeken.
En je legt een zaligmakende paasbiecht af.
Vergeet het niet. Samen met je engelbewaarder.
Va, een engelbewaarder, wat is dat eigenlijk?
Hoe ziet die eruit? -Mooi. Heel mooi.
[pastoor] Voor elke van ons hier…
Als je braaf bent, zorgt hij ervoor dat je niks overkomt.
[pastoor] …speciaal aangesteld…
Jouw engelbewaarder heeft Ossekop…
[pastoor] …om ons te bewaken…
…het was in oktober…
…naar het veld geroepen om je te beschermen tegen die losgebroken stier.
Ben jij dan niet braaf geweest, va?
[pastoor] …ons te helpen en te beschermen.
Waar? Waarom? -Nou…
…omdat je engelbewaarder jou dan wel in de steek heeft gelaten.
Wat?
[pastoor] Oremus…
Wanneer? -Hij kon de stier niet tegenhouden.
[pastoor] …Pater Omnipotens Deus.
Laten wij bidden.
O, heilige engelen, onze bewaarders, verdedig ons in de strijd…
…opdat wij niet vergaan… -Wat is er?
[pastoor] …in het schrikwekkend oordeel.
Ik heb dorst. Ik ga een biertje drinken. -[pastoor] Het laatste oordeel.
[voetstappen klinken]
Over onze zonden. Amen.
Weet je het al? Die meid van mij is gek geworden.
Hoe zou dat komen? Je wordt toch niet gek omdat je dat wilt?
Van de schrik. Ze heeft een kind gekregen.
Dat komt door jou, zeker? -Waarom door mij?
En Dox dan? En jij. En al die andere geile bokken hier.
[ze grinniken]
Oktober, november, december, januari, februari….
[de mannen lachen]
Het wordt tijd dat ik jou hier zie.
Je bent de laatste van de parochie voor de paasbiecht.
Vooruit, zeg het maar.
Toe, jongen, zeg het.
[Wortel] Ik ben…
…een heel klein beetje kwaad op Ossekop omdat hij achter Fien aan zat. Rotzak.
Hij heeft je kinderen gered toen die stier losbrak.
Vooruit. Wat nog meer?
[zucht] Ik heb een heel klein beetje water bij de melk gedaan. Eén keer, min of meer.
Ja ja,, dat weet ik. En wat nog meer?
Dat is alles, denk ik.
Moet ik dat geloven?
Het geloof verzet bergen.
Dat zeg jij altijd.
Fien.
Ik zou…
Ik moet je iets vertellen. -Ik luister.
[droevige muziek] Ik zou dood willen zijn, Fien.
Je gaat niet dood omdat je dat wilt.
Ik zou dood willen zijn.
Ik wil eigenlijk zeggen…
Ik hou zoveel van jou. -Kom hier, gekkerd.
[pastoor] Je hebt een mooie biecht gehouden. Na de zonde komt het berouw.
Maar dat is het mooiste wat er is.
Vergeet niet, vallen is makkelijker dan opstaan.
Wat wil je daarmee zeggen? -Niet meer dan dat.
Het braafste kind Gods kan verdwalen.
Neem Sint-Augustinus maar. Wat heeft hij niet uitgespookt met de vrouwen?
De heilige Paulus.
Hij mepte de eerste christenen dood als vliegen in oktober.
Oktober? Hoezo, oktober?
Pastoor.
Ik moet je alles vertellen.
Ik kan het niet uitleggen.
Je weet soms niet goed wat er in je lichaam en hoofd omgaat.
Was het je hoofd? Ik geloof het niet, man.
Je lichaam speelt je parten.
Dat begrijp ik niet. Hoofd of lichaam, dat is toch hetzelfde?
Wat wil je me nu vertellen?
Wel, ik heb…
De meid van Lorejas heeft…
Je weet wel, toen die stier losbrak…
Zij was vergeten hem vast te binden.
Wanneer? -In oktober.
En waar was jij toen? -Ik?
In het meel.
En die meid?
Ook in het meel.
Ik heb er zoveel spijt van, pastoor. Mijn Fien is zo'n brave vrouw.
Als ik bedenk dat zij mij over Ossekop verteld heeft…
Hou nu maar op over hem. Je hebt zelf problemen zat.
Is het daarna vaker gebeurd? -Nee, verdomme.
Eén keer maar. Ik zweer het. -Niet vloeken en niet zweren.
Het leven is geen gekheid.
Maar ik moet er wel om lachen.
Je vertrouwt me meer op je boerderij dan in mijn biechtstoel.
Hier…
Hier ben ik thuis.
[dochter] 'Is Jan er niet bij? Waarom blijf je staan?
God, God, ik zal ervan sterven, roept het meisje.
Daar, achter de anderen komt hij, met hangend hoofd en bleek.
Hij is al halfdood, de arme.
Het is misschien overmaat van blijdschap, trien.
Wat ben jij gelukkig, vader, galmde ze. Je ziet niet goed meer.
Onderwijl naderde Jan…'
Er is genoeg om de pacht te betalen.
Te veel als het voor mevrouw Pimpelmuis is.
Geen hazen. De stroppen waren leeg.
[Fien] Kun jij voor een haas zorgen tegen nieuwjaar?
Morgenochtend al. En drie deze keer.
Ik zal ze leren de pacht zo op te slaan.
[vredige muziek]
Wortel, die Fons van jou… -Wat is er met onze Fons?
Hij heeft verkering. -Dan is hij gezond.
Met een meisje uit de versekaashoek.
Een echt gemeen, brutaal wicht.
Uitschot.
Dat is niks voor hem, niks voor een boerenzoon.
Wat weet jij daarvan?
HĂ©.
[romantische muziek]
Verdomme. Verdomme.
Verdomme.
Je gaat je vingers branden. -Jij hebt je zin doorgezet, ik ook.
Dat kun je niet vergelijken. -Nee, dat kun je niet.
Heb je je moeder al eens bekeken? En dat gemene kreng?
Het is een schande.
Ik heb haar al heel goed bekeken. Ze heeft verdomme een prachtlijf.
Hier.
Hier, hier.
Ik denk dat het zover is.
Ik heb een brief van het leger.
Voor Alfons Verhaegen.
Lees hem maar voor, veldwachter.
Alfons Verhaegen moet naar Arlon. -Wat? Naar Wallonië?
Net goed. Dan is hij bij dat schepsel vandaan.
Ik krijg een kind.
Dat is toch niet zo erg. -Wat? Niet erg?
Je bent een sukkelaar, jongen. -Het was bij jou toch ook zo.
Maar jij was natuurlijk uitgeloot.
Wij waren blij toen er een kind kwam.
Vader had het erf. Wij werkten graag.
En wij trouwden.
[droevige muziek]
Als Fons uit het leger komt, moet hij trouwen.
Hou ze niet langer tegen.
Zie jij ze al trouwen? Die twee?
Frisine is een betere vrouw dan jij zegt.
Ik weet ook niet waarom je haar niet mag.
Fons en Frisine kunnen samen met Lisa en mij trouwen.
Een goed idee, Sus. En Frisine kan hier op het erf komen werken.
Zal ik hem schrijven dat hij vader geworden is?
Een brief van een kennis. Over Fons. -Wat is er met Fons?
Ik kan dat gekrabbel niet lezen.
Hij trekt op met een vrouw uit een slechte kroeg.
Ze was vroeger danseuse in Brussel.
Ze is meer dan tien jaar ouder dan hij.
De pastoor moet maar een brief schrijven.
Anders kwak ik hem en zijn danseuse zo hard tegen elkaar…
…dat ze purper en blauw uitslaan.
Ze zullen snel afkoelen.
Weet je wat die Fons van jou me terugschrijft?
Dat hij vrijt met wie hij wil.
En dat pastoors daar helemaal geen verstand van hebben.
Dat is juist.
En of dat kind wel van hem is.
Als het niet van hem is, is het ook niet van mij.
Ik ga met een ander op stap.
Mijn Liesje. Ze lijkt sprekend op onze Fons toen hij klein was.
Het is een schatje. Ze heeft hier tenminste een goeie oppas.
Wat denk jij? -Dat we met de gebakken peren zitten.
En dat ze het moet komen halen.
Wel, Wortel, hier heb je het toch goed, hè?
Heb je er nu weer een kindje bij?
De ene koopt kinderen, de andere grond. En dit is mijn kleinkind.
En hoe staat het met het land, met de opbrengst?
We moeten het kasteel laten opknappen en kunnen het geld goed gebruiken.
Maar ja, je doet je best wel. Dat weet ik.
Dat is jouw geluk: kunnen werken en niet te veel hoeven denken.
Want van denken komt alleen maar verdriet.
Veel… -Ik heb geen verdriet.
Maar met Alfons gaat het niet best, heb ik gehoord.
De oom van Coco is kapitein van de cavalerie.
Hij heeft me in vertrouwen verteld dat Alfons drie weken cachot heeft gekregen.
Hij zou voor een danseuse gevochten hebben of zo.
Maar goed, hij komt bijna naar huis, zeker.
Volgende week zwaait hij af.
Die drie jaar zijn nog vlug voorbijgegaan. Dat is goed.
Een paar handen komen altijd van pas op het land.
[vrolijke muziek]
We drinken op de gezondheid van het nieuwe paar.
Zeker. Gezondheid.
Wortel. -Wat?
Wat is dat hier? Ze heeft haar kind achtergelaten.
Je moet je er niet mee bemoeien. -Wel als je domme streken uithaalt.
Kijk naar jezelf.
Jij, godverdomme.
Toe nou, Wortel.
Toch niet op zondag. -Het is geen zondag.
Morgen wel.
Ik ga met mijn kind naar de mis.
[dochter Fons huilt]
Hij is ineens zo katholiek. -Dat zal niet lang duren, denk ik.
[Amelieke] Fons. -Ja?
Mama.
Het is al bijna donker en Fons is nog niet thuis.
Bij de buren is hij niet.
En met dat kindje…
Ik zal hem uit de kroeg halen.
Heb je Fons niet gezien met zijn kind?
Zullen we het hem zeggen?
Hij is met zijn vrouw en kind weg.
Hij heeft zijn spullen bij zich. Hij kan verder.
[Fien] Irma.
[paard hinnikt]
Amelieke.
Amelieke.
Kerel, het kan me niet schelen, maar als het misloopt, trouw je.
Met een blinde vrouw, want anders ga je eraan.
Daar wil ik tien jaar voor gaan zitten.
Je had allang moeten zitten. Ik weet meer over jou dan je denkt.
Wie wist hiervan?
Jij met je metselaar of jij met je klooster?
Ik ben die ellende beu. Ik trouw met mijn metselaar.
En ik ga naar het klooster. Ik leg volgende maand mijn gelofte af.
Zo, jullie laten ons alleen. En het werk dan?
Ik ben van Onze Heer.
De beddensprei van Frisine neem ik mee. -Haar beddensprei blijft hier, Irma.
Ik had allang moeten opstappen, zoals Fons.
Waarom doe je dat eigenlijk, va? Dat beeld maken?
Om te bidden. Met mijn handen.
Met woorden kan ik dat niet.
Daar ben ik niet slim genoeg voor.
Waarom wil je bidden, va? -Om mijn ellende te vergeten.
Om te weten hoe het verder moet.
Hou je dan niet meer van Irma, Fons en Anna?
Jawel.
Maar…
Dat ze je moeder zo kwetsen, dat kan ik niet verdragen.
Hou je nog van mij, va?
Zielsveel.
Maar ik kan er niet aan wennen dat jij…
…ook al zo groot geworden bent.
Hij heeft nog geen ogen, va.
[vogels fluiten]
Worteltje, nu moet je een jaartje zitten.
Kontlikker van het kasteel. -Dat helpt niet, mannetje.
Vooruit. Jij doet ook je werk maar, man.
[wind suist, vogels fluiten]
[zucht]
[bevende ademhaling]
[droevige vioolmuziek]
En Fons?
Nog altijd geen nieuws? -Frisine woont bij haar moeder.
Ze kon het bij Fons niet uithouden. Ze heeft Liesje meegenomen.
Kom. Hup.
Ik heb Frisine gevraagd om bij ons te komen werken.
Even iets anders. Franelle was bijna zijn oog kwijt door hout te hakken.
En Lorejas gaat toch nog trouwen.
Ik hoor iets buiten. -Wortel.
Wie is daar? -De veldwachter.
Hier, verstop die haas.
Dag. -Dag.
Je moet morgenochtend naar de commissaris in Geel.
Hij hoeft toch niet weer te zitten?
Tja, als hij niks misdaan heeft, niet.
Of is er misschien iets met Fons?
Dit is Jan Verhaegen.
Neem hem maar mee. -Wat heb ik misdaan?
Er heeft een jongen zich opgehangen. Hij heet ook Verhaegen.
We moeten weten of het uw zoon is.
Dan kunnen we hem uitschrijven.
Kom maar mee.
Fientje. Fientje toch. Dat wordt haar dood.
[droevige muziek]
[onheilspellende muziek]
Is dit uw zoon?
Onze Fons had… heeft hier een moedervlek op zijn borst.
Deze hier heeft geen moedervlek.
Ziet u wel? -Dus het is uw zoon niet?
Onze Fons heeft hier een moedervlek. -Dus onbekend.
Nog één voor het amfitheater. Kom, het is afgelopen.
U bent het niet gewend om zoiets te zien. Wij zien dit alle dagen.
U bent flink de kluts kwijt.
Krijgt die jongen een mis? -De mis van een arme, zeker.
En, wat bedoelde u met dat theater?
Dat is voor de studenten geneeskunde.
Die snijden een lijk in stukken en elk stukje bestuderen ze.
Met een speciaal vergrootglas. Soms maken ze er een geraamte van.
Dus die jongen wordt niet begraven?
Het was onze Fons toch niet?
Nee.
Nee, het was onze Fons niet.
Hoe kon je dan zien dat het onze Fons niet was?
Wel…
Die jongen had een grote moedervlek op zijn borst.
Die had Fons niet. -Die heeft Fons niet.
Nee.
Het was dus vergeefse moeite.
[kreet van pijn]
[droevige muziek]
Ze is gestorven zonder dat ik het gezegd heb.
Van Fons. -In de hemel weet iedereen alles.
Zou ze in de hemel zijn?
Fien zal geen heilige worden.
Heiligen kijken niet met één oog omhoog en met het andere naar hun grote teen.
Maar Onze Heer houdt van haar. Dat is zeker.
Waarom liet Hij haar dan niet bij mij?
En bij haar kinderen.
Ze kon later ook nog naar de hemel gaan.
[onweer]
[stemmige muziek]
[Frisine zingt]
[Amelieke zingt haar na]
Amelieke, zeg jij eens hoe zijn ogen zouden moeten zijn.
Open of dicht?
Hoe wil jij hem het liefst zien? -Met open ogen, maar…
Wat als hij dan scheel kijkt?
Alle Jezussen hebben gesloten ogen. -Ja, maar toch.
Ik had zo graag een Jezus gemaakt die ons bekijkt.
Dat wordt niet makkelijk.
Wat vind je van hem? -Heel mooi.
Maar hij kijkt alsof hij buikpijn heeft.
Wat weet jij daarvan? Je hebt er nog nooit een van dichtbij bekeken.
Dat zeg jij. Ik heb Onze Heer al van heel dichtbij bekeken.
En al zijn engeltjes.
Weet je wat ze in het dorp zeggen? -Ze zeggen zoveel.
Je kunt ze de mond niet snoeren.
Dat ik met jou verkeer.
Wie zegt dat? -Mie van de kroeg.
En wat heb jij gezegd?
Ikke? Ik heb erom gelachen.
Gelachen. Is dat alles? Daar moet je niet om lachen.
Nee.
Dat ze het eens tegen mij zegt. Ze zou zich er beter niet mee bemoeien.
Frisientje.
Kijk eens of het nu goed is.
Ik weet daar toch niks van? -Dat heb ik zo niet gezegd.
Kom. Kom eens hier.
Kom voor me staan, met je ogen dicht. Uit mijn hoofd kan ik het niet.
Heb je alles goed bekeken?
Zal het nu lukken?
Ja, ja.
Hij begint er stilaan op te lijken.
Ik kom ongelegen, zeker. -Nee, hoezo? Toe, kom binnen.
Kom binnen.
We waren net zijn ogen aan het keuren. Bekijk hem ook eens.
Wat vind je ervan? -Ja, je bent een groot kunstenaar.
Maar er scheelt iets aan zijn ogen.
Ja, je kunt gelijk hebben. Die ogen toch.
Daar moet ik iets aan doen. -Ik kwam eigenlijk alleen maar zeggen…
…dat ze bij Tist een tweeling gekocht hebben. Ze waren in de aanbieding.
Dat kwam ik zeggen. -Ja.
Ik ga naar boven.
Je moet de deur van mijn kamer eens maken.
Er zitten kieren in.
[vredige muziek]
[pastoor] De wind is gaan liggen. Stilte voor de storm, Wortel.
Het zijn de laatste kuren van de winter.
Net als oude bokken en groene blaadjes.
Wat wil hij daarmee zeggen? -Waarmee?
Met die oude bokken.
Maak mijn bloes eens dicht. We mogen niet te laat komen voor de hoogmis.
Wat nou? Je staat te trillen op je benen.
Begrijp je het nu, oude bok?
Of denk je dat ik niet weet dat je al dagen door de deur loert?
Weet je wat ik nu aan het doen ben? Ik geef je de pap in de mond.
Trouwen, Wortel, trouwen. Er bestaat geen betere remedie.
En er is niks wat zo simpel is. En niks of niemand houdt je tegen.
En je hebt de handen vol aan haar.
Ik bedoel, je gaat met volle handen weg.
En Fons? Frisine weet niet dat hij dood is.
Dat vertel ik haar wel.
En Fien?
Fien geeft je haar zegen, Wortel.
Maak je geen zorgen, dan kun je nog beter werken.
En Fien in de hemel zal dat graag zien.
De hemel.
Waar is die hemel eigenlijk?
Rondom ons.
We zwemmen erin, Wortel.
We zwemmen in de hemel.
Een jonge vrouw hebben, dat moet raar zijn, Wortel.
Pas op dat ze je niet uitlepelt als een gekookt ei. Vooral zij.
Ik denk soms bij mezelf: Waarom zou iemand van mij houden?
Kijk eens in de spiegel. -Dat heb ik al gedaan.
En?
Ik kan het soms niet geloven.
Maar als ze me dan weer overrompelt en aan me hangt…
Ja, ze is nog zo speels, hè?
Op jouw leeftijd moet dat moed geven, een mooie, jonge meid.
Moed wel, maar die jacht en de onrust.
Het zijn allemaal kinderen van hun moeder, hè?
Wat wil je daarmee zeggen? -Ze lijken ook op jou.
Als twee druppels water. Maak jezelf toch niet ziek.
Dat is het juist. Zij maakt mij ziek. Zij…
Zij maakt je niet ziek, va. Je maakt jezelf ziek.
Frisine doet niks mis. Ze is even goed voor mij als voor haar kinderen.
Ik kan het niet verdragen als je zoiets zegt.
En toch…
Ik stik van jaloezie. Ik ga 's nachts niet eens meer stropen.
Je moet haar eens aan de tand voelen.
Ze zeggen dat de vrouw van Siemkens iets met Knol heeft.
Hoe weten ze dat nu weer? -Lorejas zou ze bezig gezien hebben.
Daar weet hij alles van, hè? Als het daarop aankomt.
Bezig gezien? Waar? -Bij de plas. 's Avonds.
's Avonds. Dan zie je toch niks? -De maan scheen.
Stom, hè?
Wat? -Afspreken als de maan schijnt.
Ah. Kom je voor een doop? [blaast] -Nee, nee, nog niet.
Maar met Frisine…
O. Je hebt het getroffen met Frisine. Het is een braaf mens.
[blaast] Ze is natuurlijk veel jonger dan jij.
Ja, en dan?
Niks. Ze is serieus. [blaast] Ik wil geen kwaad van haar horen.
Spreken ze kwaad over haar? -Dat zouden ze eens moeten durven.
Dan leg ik ze op m'n rooster in m'n biechtstoel.
Rechtuit gezegd, [kucht] je hebt geluk met de vrouwen.
Wel, waarvoor kom je eigenlijk?
Euh… Wel, ik dacht zo bij mezelf…
…onderweg zal ik eens vragen…
…of je mijn kruisbeeld wilt komen keuren.
O…
Ik zal morgen komen.
Kijk, Wortel, je roept mij en ik hier ben ik.
En het is de moeite waard, hè.
Heb jij de pastoor geroepen? Mij vertel je dat hij erom gevraagd heeft.
Ik heb het je toch verteld? -Zo niet. Dat weet je goed genoeg.
Lieg je nu tegen mij?
Wie gaat er mee pruimen eten? -[alle kinderen] Ikke.
Er is hier iets niet in de haak. Al die rare dingen.
Wat is er dan raar? -Jij.
Alles. Voor jou beteken ik niet veel.
Je denkt steeds aan je dode vrouw.
Ik ben niet meer dan een meid voor jouw werk.
Het is niet waar wat je zegt.
Frisientje, je wordt niet achtergesteld.
Zeg eens wat ik voor je kan doen.
Ga eens samen naar Scherpenheuvel.
Wel, als ik dan toch iets mag hebben…
Weet je wat ik nodig heb? Een naaimachine.
Een naaimachine? Waar moet ik die halen?
In Booischot. Er is een uitverkoop van een grote boerderij.
Die boerin had een naaimachine. Een mooie tweedehands.
In Booischot. En wanneer? -Morgen.
Dat mag je Frisine niet weigeren.
We komen voor het donker terug. -Pas maar op.
Dat ze niet stuk is voor je thuiskomt.
Je hoeft je niet te haasten.
Je hoeft je niet te haasten. Waarom zou ze dat gezegd hebben?
Heeft ze dat gezegd? Ze is misschien blij dat ze eens alleen is.
Als Frisine nu echt zou willen, hoeft ze niet te wachten op een donkere nacht.
Ze heeft kansen zat.
Wanneer? -Wel…
…als jij 's nachts met de bloemkolen naar de stad rijdt.
Je moet eens doen alsof je wegrijdt en daarna teruggaan.
Stom van me. Dat had ik allang moeten doen.
En als er niks is, dan is er niks. -Franelle, jij bent pas een vriend.
Ik kan het jou wel vertellen. Ik ben bang…
…dat…
Waar rook is, is altijd vuur, Wortel. Altijd.
Trouwens, jonge vrouwen met blinkende ogen zijn niet te vertrouwen.
We gaan toch niet langs de plassen?
Waarom zouden we een omweg maken? Kortste weg is lang genoeg.
We gaan niet door het bos, maar langs de plassen. Vooruit.
Je bent toch niet bang, zeker. Vooruit.
[onheilspellende muziek]
Zeg, Wortel, hier hebben ze die witte non zien zweven.
Zien zweven. Ben je gek, Franelle?
Een witte, zwevende non, dat bestaat niet. Duw wat harder.
We moesten die plas allang voorbij zijn.
Zo'n machine is iets raars. Ook niet te vertrouwen.
Ik heb er al veel over horen vertellen. Over knarsende wielen en tanden.
Ze zullen de mensen… -[vrouw] Wortel.
Wortel.
Wortel, ze roept jou. Ze roept jou. Ze heeft het op jou gemunt.
Godverdomme. -Niet vloeken. Nu niet.
Godver. Niet vloeken. Zeker nu niet.
Wortel, Wortel. -Jezus.
We gaan eraan. Wegwezen.
Bangerik. Ook al niet te vertrouwen.
[vrouw] Wortel.
Frisine.
[kerkklokken luiden, dramatische muziek]
We hebben je de hele nacht gezocht. Frisine is in het water gevallen.
Ze heeft er meer dan een uur in gelegen. Ze riep jou.
Het was donker. We konden haar niet vinden.
Het doet zo'n pijn.
Het kind zal dood zijn.
Je bent zo lang weggebleven.
Ja, ik had me vergist. Ik ben verdwaald.
Ik ga dood. -Nee.
Ik heb je zo liefgehad.
En alle kinderen.
Nee.
Nee.
[verdrietige muziek]
Het is mijn schuld.
Het is mijn schuld.
Mijn schuld.
Wortel, alle goeie dingen bestaan uit drie.
Frisine is al drie jaar dood. Je moet hertrouwen.
Het heeft lang genoeg geduurd.
Ik heb twee goeie vrouwen gehad. Een derde zou tegenvallen.
En ik weet met wie. -Je denkt dat je dat weet.
Jij denkt dat je alles weet. Ik zeg het zo vaak:
Over vrouwen kan ik je heel wat leren.
Met Angeliek De Moor.
Wat denk je ervan? -Niks.
Je eigen huis. Niet meer hoeven te werken.
Elke dag je zondagse kleren aan.
En de kinderen die nog thuis zijn?
Die blijven bij je.
Angeliek heeft de kinderen van de notaris ook opgevoed.
Daarom heeft ze zijn huis gekregen. -Maar ze kent me alleen van gezicht.
Ze kent jou heel goed. Ze heeft veel zin in jou.
Het gaat natuurlijk niet meer om jonge liefde.
Dit moet een huwelijk uit vriendschap zijn.
Hij is weer bezig.
Je bent allebei bijna zestig. -Wat? Zij ook?
Dan is het uit met spelen.
Waarom wil ze mij dan hebben? -Jij wilt haar hebben.
Ikke?
Ikke?
Ik ken haar niet. Zie je me die Angeliek al over de drempel dragen?
Je hoeft er niks over te dragen. Je blijft hier niet wonen.
Je gaat bij haar wonen, met al je kinderen.
En mijn stal? En mijn dieren? En mijn veld?
Je veld. Laat dat liggen. Voor Mon en de dochter van Franelle.
Trouwens, Angeliek heeft een bloementuin waarin je kunt werken.
Die spit ik in één dag om. -Doe er dan een week of twee over.
Een gelukkig leventje.
Uitslapen, bloempjes planten, de krant lezen.
Kortom, meneer spelen.
Moet ik bij zo'n zielig mens wegkwijnen? Mijn huis verlaten?
Overmorgen komt ze melk halen. Praat met haar over het weer.
En geef haar een bloem. -Wat, een bloem?
Die hebben zelfs Fien en Frisine nooit gekregen.
Hoe heb je dat dan klaargespeeld?
Het kwam allemaal uit ons hart, pastoor.
En zie jij helemaal niks, Amelieke?
Arm kind. Dat moet erg zijn.
Het is net of ik wel kan zien. Ik ken hier alles.
Hoe het ruikt en hoe het klinkt.
Ik hoor aan de galm of er iemand bijgekomen of weggegaan is.
Het is hier goed.
Ik zal veel voor je bidden, Amelieke.
Is je vader thuis?
Ik wil je iets vragen.
Kun je mijn tuin eens komen omspitten?
Waarom niet?
Kun je morgen al komen? -Morgen moet ik…
Dat kan ik misschien wel uitstellen.
Ja, ik kom wel. -Dat is goed. Tot morgen dan.
Heb je haar een bloem gegeven, va? -Een bloem?
Glad vergeten.
Het is een groot huis voor een mens alleen.
Alleen is maar alleen.
Ik heb al dikwijls de kans gehad om te trouwen.
Maar het was nooit de ware.
En dan krijg je er spijt van.
Ik heb altijd graag kinderen willen hebben.
Ik heb er een hele hoop.
Het is niet altijd rozengeur en maneschijn.
Ik weet het. Je hebt veel tegenslag gehad.
Ik weet het van de pastoor. Dat is je beste vriend, geloof ik.
Hij heeft me alles verteld.
Ik hou ook heel veel van jou, Jan.
Evenveel als jij van mij.
Heeft de pastoor veel over mij verteld?
Een beetje.
Ik heb gezegd… -Dat je met mij wilt trouwen.
Hij heeft zoveel moois over jou verteld.
Zo ben ik mijn zinnen op jou gaan zetten.
Ik zal veel van de kinderen houden, Jan.
Dat is heel aardig van je.
Je mag… Je mag tegen meneer de pastoor zeggen…
…dat ik ja zeg op je vraag.
Dat ik met je wil trouwen.
U ziet er magnifiek uit, meneer Wortel.
Ik kom ongelegen, zeker.
Ben jij dat, Wortel? Ik herken je niet meer.
Ik zeg altijd: De kleren maken de man.
Goed dan. Proficiat. Je weet niet wat je ziet.
Dat geloof ik. Wat heb je aan je oog? -Ik heb weer hout gehakt.
[Amelieke] Va.
Waarom komt Angeliek niet bij ons wonen?
Waarom niet, va?
Amelieke woont hier graag. -In haar huis verdwaal ik.
Als iemand die blind is.
We zullen eraan moeten wennen, kind.
Er is veel goeds aan. Alles kan hier blijven zoals het is.
Jouw zoon Mon en mijn dochter Elza maken er wel iets van.
En je komt nog wel eens op bezoek bij je zoon.
Ik kom je overmorgen helpen met verhuizen.
[hemelse muziek]
[haan kraait]
Zo niet, meneer de haan, je mag kraaien.
Drie keer of zo vaak als je maar wilt.
Maar ik ben Petrus niet.
Ik verloochen mijn veld niet.
Va, wat is er? -Wat er is, meisje?
Ik trouw niet met Angeliek. Voor geen miljoen.
Ze mag haar goed hart houden. Maar ze moet me met rust laten.
Ik kan het niet. Ik kan het niet.
Je moet het hier eens bekijken.
Je moet het hier eens ruiken.
Daarvoor laat je toch alles staan? -Vake toch.
Maar vake, wat zullen de mensen zeggen? En de pastoor?
Die kunnen me allemaal gestolen worden. Als jij maar gelukkig bent.
Dat de pastoor zelf met Angeliek trouwt.
Haal hem uit zijn bed en zeg hem dat ik niet trouw.
Vake toch. -En snel. Hup.
[hemelse muziek]
Hij moet. Hij moet, Amelieke.
Hij moet.
Dat arme Angeliekske.
Wat die man mij allemaal durft aan te doen, zijn bloedeigen pastoor.
Het is een schande. Een schande is het.
En dat mooie feest. En die mooie familie.
En dat lekkere eten en die lekkere wijn.
Nee, dat kan geen kwaad. Die wordt beter met de jaren. Am…
Hij hoeft maar ja te zeggen, hè Amelieke.
Va?
Va?
[pastoor] Wortel, kom tevoorschijn. Durf je niet?
Va?
[pastoor] Wortel.
Va?
[pastoor] Wortel, kom maar op de proppen.
Va?
Va?
[hemels gezang]
Wortel.
Wortel, stop. Ik ben het. Je pastoor.
Je vriend.
[hemelse muziek zwelt aan]
Wortel.
Hoe is het in godsnaam mogelijk?
Ik hou te veel van jou.
Ik ben hier zo gelukkig.
Bedankt, lieve Heer. Voor alles.
[hemelse muziek]
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.