Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Foster?
George, je gaat toch niet weg? Heb je Annabella gezien?
Gezien �n gehoord. Wij hebben nog wat te regelen.
Ze went wel aan 't idee. - Ik wil 'r niet meer nu.
Wat je schuld betreft, 't huis is voor jou,
de paarden en Mendoza voor mij.
Ik huwelijk 'r uit voor geld.
Dan krijg je al 't geld, maar m'n stal niet.
Zie de feiten onder ogen.
Wie in dit land wil haar nog? De dochter van Jessie.
Hoe durf je?
Mr Boston.
Laat me los.
Ik ga weg.
Mendoza, je weet waar ik woon.
Zadel Pharaoh op voor me.
Geen spoor van 'r. We hebben 't hele domein afgezocht.
En erbuiten? - Ook in 't bos was ze niet.
Ga verder weg zoeken. Ze is ziek. Je moet 'r vinden.
Manuel, ik heb de koets nodig.
Wat doe jij hier?
M'n vader stuurt me.
Jij bent m'n moeder. - Goeie genade, de schoft.
Ben jij m'n moeder?
Ja, ik ben je moeder.
Hij had geen kinderen. Zij kon er hem geen geven.
Ze kon 'm zelfs geen liefde geven.
Dus ik vond 't een goed idee.
En toen je dan kwam... Het was goed bedoeld.
En makkelijk was 't niet.
Maar wat is er gebeurd?
Hij wou dat ik met z'n vriend trouwde, Mr Boston.
En daarom vertelde hij 't je? 'T Ego�stisch varken.
En nu ken je nog maar de halve waarheid.
Bereid je voor op nog 'n schok.
Le Grange is evenmin je vader als de burgemeester van Shields.
Heb je die potige kerel bij de deur gezien? Dat is je pa.
Goeie God. Mary Anne, maak 'n pot thee voor ons.
En doe er wat sterk spul in.
Hier, liefje. Dit helpt je erbovenop.
Goeie God.
Annabella...
Het is koud.
Wilt u iets drinken?
Nog geen spoor van 'r? - Niks.
Alles is afgezocht: Straten, dokken...
Waarom is ze weer weggelopen?
De schok. Ik heb 'r ook verteld wie 'r echte vader was.
Je blijft 'r toch zoeken?
Overal. Dat beloof ik. Ik ga vannacht niet slapen.
Mendoza... Armora...
Dit paard moet gestald.
Waar is iedereen?
Waar dacht je? Op zoek naar Annabella.
Terwijl jij je bedronk is ze weggelopen.
Naar Crane Street, om 'r moeder te zien.
En ze heeft daar nog iemand anders ontmoet.
Enig idee wie dat was?
Maar nee, dat zou jij al helemaal niet raden. Ik zal 't je zeggen.
Ze heeft er 'r vader ontmoet.
Jij verweet mij dat ik onvruchtbaar was,
terwijl jij 't was. Die hoer heeft je bedrogen.
Rustig. - Hou je erbuiten.
Maak dat je hier wegkomt, bruut. Maak dat je wegkomt, vooruit.
Wat ben je van plan?
Als de meester hier blijft, blijf ik ook.
En als de paarden weggaan, zoek ik wat anders.
Jij boft maar. - Hoe bedoel je?
Jij hebt nog 'n baan.
Bij Boston? Nee. Die heeft niks gevoel voor paarden.
Wat ben je dan van plan? - Vertrekken.
Maar eerst wil ik nog ��n keer op zoek naar Miss Annabella.
Hallo. Manuel...
Kom naar hier.
Ik heb de jonge Miss bij me, Miss Annabella.
Ze kwam hier vorige nacht totaal uitgeput en drijfnat aan.
Eventjes maar. Je mag 'r niet vermoeien.
Ik was zo bezorgd. En de meesteres is radeloos.
Het spijt me. Ik heb kou gevat.
Natuurlijk, na twee dagen en nachten op de hei.
Amy zal wel voor je zorgen. - Ze is zo aardig.
Maar ik kan 'r niet betalen.
U hoeft 'r niet te betalen. U bent 'n godsgeschenk voor 'r.
Ze kan 'r kruiden uitproberen op u.
Ik blijf niet lang, ik moet naar de meesters.
Vertel ze niet waar ik ben.
Ze moeten 't weten. Ooit moet u toch terug.
Ik kan nooit meer terug. Jij snapt 't niet.
Ik snap 't heel goed.
Ze heeft rust nodig.
Wat moeten we met 'r? Ze wil per se naar Londen.
Werk zoeken als naaister. - Waarom?
Naaien is zowat het enige wat dames van stand kunnen.
Maar ze weet niet wat 't leven in Londen is.
Naaisters worden er amper betaald en wonen er bij de ratten.
De familie moet dit weten.
Ik verraad 'r niet. - Ze mag niet weer verdwijnen.
Niet alleen langs de wegen.
Amy, ik wil 'r niet verraden, maar ik wil toch 'n oplossing.
Wat is er? - Ik wil de meesteres spreken.
M'n dochter is ziek. Zeg mij maar wat je te zeggen hebt.
Miss Annabella is bij Amy Stretford.
Ze is ernaartoe gegaan en ingestort.
Dat gaat ons niet aan. - De meesteres wil 't vast weten.
M'n dochter moet rusten, zegt de dokter.
Al jaren lijdt ze onder dat kind. Nu is 't genoeg.
Ze heeft toch 'n huis waar ze naartoe kan.
Dat is geen thuis, dat is 'n bordeel.
Mendoza... - Rustig, Piecliff.
En Miss Annabella is opgevoed als 'n dame.
Daar mag ze dan dankbaar voor zijn.
Er zijn er weinig in haar geval wie het zo meezit.
Ga nu maar.
Als ze in de streek blijft, ontmoeten ze elkaar misschien.
Dat zou niks uitmaken. Ze zou 'r niet meer herkennen.
M'n dochter heeft namelijk 'r verstand verloren.
Vertel dat maar tegen 't meisje.
De familie wil 'r niet. Ik kan niks meer doen.
Neem 'r mee. - Langs de wegen? Niks voor haar.
Ik kan 't proberen.
Toe, Manuel, neem me mee. - Nee.
U weet niet wat u vraagt. - Ik hoor dat de familie me niet wil.
En ik wil hen niet meer.
Amy heeft me kleren gegeven. Ik ben geen dame meer, kijk maar.
Alsjeblieft... - Nee.
Ik heb je dag en nacht gezocht. Je bent wel je moeders dochter.
'N Hoer met 'n pooier bij zich. - Zwijg.
Met jou heb ik nog wat te regelen, Mr Mendoza.
Je hebt 'm bewusteloos geslagen. Ga weg voor hij bijkomt.
Goeie God, nee.
Ik heb 'm doodgeslagen, Amy.
Morgenochtend vind ik 'm meteen.
Tegen dan ben je al ver weg.
Maak dat jullie wegkomen. - Nee, Amy.
Ze moet hier weg.
Als ze 'r hier vinden, kom ik in de problemen omdat ik 'r onderbreng.
Ik zal geen problemen maken.
Goeie genade, kom dan maar mee.
Tot ziens, moedertje, en bedankt.
God behoede je, mooie meid, en maak je geen zorgen.
Alles komt wel terecht, je zal zien.
Het lukt me nooit. Ik kan niet meer.
Ik heb zo'n pijn aan m'n voeten.
Er zitten blaren op uw hiel.
Is dat 'n blaar? De eerste in m'n leven.
U loopt ook voor 't eerst echt.
Dit kan echt niet zonder u pijn te doen.
Klem uw tanden op elkaar.
Scheur 'n reep van uw onderrok voor 'n verband.
Kijk 'n andere kant op.
We moeten 's ernstig praten.
De mensen op onze weg zullen zich afvragen wie wij zijn,
en hoe we samenhoren. - Ik kan je zus zijn.
Met de manier waarop u praat. Dat verraadt ons meteen.
Nee, u bent 't kind van m'n zus zaliger, opgevoed in 't klooster.
Toen zij stierf, was er geen geld meer.
En ik was de enige... - Ik kan je niet oom noemen.
Daarvoor ben je niet oud genoeg. Wel voor volle neven.
Goed, Miss. Volle neven dan.
Dan kan je me niet Miss blijven noemen. Ik ben Annabella.
Wat is boerenbrood lekker.
Manuel, je geeft meer uit door mij. Heb je genoeg geld?
In m'n gordel zitten zes soevereinen en vijf halve die ik heb gespaard.
Daar kan ik vier maanden van leven.
Maar met ons twee�n zal ik 'n baan moeten zoeken.
Heb je spijt dat je me hebt meegenomen?
Zo meteen wordt 't donker.
Hopelijk kunnen we morgen in HeXham 'n krant kopen.
Waarom? O ja.
Op de voorpagina niks.
Mr Le Grange van z'n paard geworpen en dood gevonden.
Geen verdachte omstandigheden. - God zij dank.
Kom, we zijn weg. Ik zal vannacht gerust slapen.
Ze hebben gewerkt op 'n godvergeten boerderij.
De boer, Mr Skillon, kan er niemand houden.
Klinkt vreselijk. - Echt wat wij nodig hebben.
Als hij niemand kan krijgen, neemt hij ons.
Wat is er? - Dat was Mrs Ferguson.
We zochten 'r vaak op. Ze had me kunnen herkennen.
Niet zoals je er nu uitziet. Alhoewel.
Vroeg of laat is er toch iemand. Hoe heette die plek ook weer?
Skillon, dat ben ik.
U hebt 'n knecht nodig.
Om de koeien te melken. Vier shilling per week.
Je vrouw kan binnen werken. Ga maar naar m'n vrouw.
Vier shilling. In Redford verdiende je tien.
Zelfs 'n keukenhulp verdiende 2 shilling.
Dit is Redford niet. Maar we hebben 'n onderkomen.
Je begint morgen om vier uur.
Vier? - Ja. Nooit op 'n boerderij gewerkt?
In de melkschuur tot 7. Dan ontbijt, dan wassen en schrobben.
Eten om 3, dan de koeien binnen halen en je stopt om 6 uur.
Geen minuut vroeger, hoor je?
Waar is er plek voor ons?
Over 't erf. 'n Huisje met keuken en slaapkamer.
E�n slaapkamer? - Wij zijn namelijk niet getrouwd.
Dat gaat mij niet aan.
Annabella is de dochter van m'n tante zaliger. Ik zorg voor 'r.
Er is maar ��n bed. - We redden ons wel.
Dit is geen huisje. Dit is 'n hok. 'N Hut.
Ik slaap hier niet.
De vrouw die er sliep hoestte. Ik zou tering krijgen.
Slaap jij maar in 't bed.
Ik mag tering krijgen. En waar slaap jij dan?
Hier, op de vloer.
Waar de ratten en de muizen over je heen lopen.
Ik slaap hier en jij in dat bed, punt uit.
En roep nooit meer zo tegen me.
Het lukt me nooit. Ik zal 't nooit kunnen.
Toch wel. Je zal wel moeten.
Heb je nog 'n andere keuze?
Heb jij al ooit gemolken?
Lk leer dubbel zo snel als 'n ander.
Dat kan niet iedereen zeggen. Andy, ga 's uit de weg.
Om 6 uur stop je, geen moment vroeger. Zeker geen 7 minuten.
Ik heb alles gedaan.
Zoek dan iets anders te doen. Schuur die tafel dan op.
Hier is water om je te wassen. Ik ga wel naar de rivier.
Waarom ga je niet mee baden?
Nee, bedankt. Ik ben te moe.
Het is 'n prachtplek. Je kan er alleen zijn.
Ik verzeker je dat niemand je daar ziet.
Behalve God, en die maakt 't niks uit.
Toe dan, je kleren plakken vast aan je lijf van 't vuil.
Kijk, dat is 'n plekje voor jou alleen.
Waar ga jij naartoe?
'N Heel eind verder. Waar de rivier 'n bocht maakt. Wees gerust.
Blij dat ik je zie lachen. - Ik kan 't weer.
Manuel, ik ben je zo dankbaar.
Ze houden me hier omdat jij zo goed werkt.
Hou je 't hier nog wat uit?
Lk dacht dat we hier maanden zouden blijven.
Volgende maand huren ze in HeXham volk in.
Hoezo? - Daar is werk te krijgen.
Je kan nu genoeg om 'n goeie baan te vinden.
En erger dan dit zal moeilijk te vinden zijn.
Er is nog iets dat ik je wil vragen.
Ik vond 't zo erg dat ik zelf de krant niet kon lezen.
Wil je me leren lezen en schrijven?
Ja, Manuel. Dat wil ik je graag leren.
Leer 't me.
Je bent 'n heel mooi meisje.
We gaan hier weg.
Nee, misschien vinden we geen ander werk.
Ik zorg wel dat ik nooit alleen met 'm ben.
Dit vind ik te gortig voor je. We gaan weg.
Wie van jullie kan 'n koe melken? - Ik.
Zo moeten de slavenmarkten aangevoeld hebben.
Als ik maar niet herkend word.
Maakt niks uit. We worden niet gezocht.
Mij maakt het wel iets uit.
Ze moeten ons kunnen zien.
Ga achteraan staan, Manuel. Jou zien ze wel, je bent groot. Toe.
Waarom pikken ze ons er niet uit? Waarom?
Hij is te donker. De boeren hier mogen geen vreemdelingen.
Ik werk beter dan de mannen van hier.
Kan je dat ook bewijzen?
EXcuseer.
Ik zoek 'n veeknecht en 'n huismeid.
Ik heb maar vier maanden met vee gewerkt.
Waar? - Bij Skillon.
Goeie genade, dan weet je wat werken is.
En je vrouwtje? Laat je 's zien, meid.
Je bent mooi. Daar houdt m'n vrouw van. Kan je ook koken?
Nee. Ik kan poetsen, karnen en huishouden.
Voor 't huishouden zoeken we iemand.
M'n dochter gaat trouwen. Zij deed 't tot nu.
Ik vraag me af... Maar ja, voor mij is 't goed als jullie willen.
Negen shilling per week, en twee en half voor je vrouw.
Graag, maar ze is m'n nicht, niet m'n vrouw.
Dat ligt wat moeilijk.
Ik neem aan dat jullie niet samen slapen.
Maar ik heb 'n idee.
We leggen 'n matras bij op zolder, waar Betty slaapt.
Eet alvast iets en ik kom terug met Mrs Fairbarn, om twee uur stipt.
Je bent mooi, maar kan je ook wat?
Zo kan ik niks zeggen, of? - Nee, mevrouw.
Niet te plechtig. Ik ben geen dame, maar 'n boerin.
Kom, Mrs Fairbarn, we vertrekken.
Ja, Mr Fairbarn. Kom mee. 'T Is nog 'n lange rit.
Hier zit Willy. Daar Michael, en dat is onze jongste.
Manuel en Annabella, jullie plaatsen.
Agnes, kom maar op met 't eten.
Eet zoveel als je wil. Ik ben aan 'n kop thee toe.
Annabella, zet jij borden?
Laat 'r eerst wat wennen. Seth, jij hebt toch handen?
Hier moet je snel zijn als je wil eten.
Willy, snij 'n stuk ham van 't been.
Dat is Betty's plaats. Ze is naar huis om 'r moeder te begraven.
Over 'n paar dagen is ze terug. Jullie delen 'n kamer.
Kan je spelen? Laat 's iets horen.
Niet in de werkuren. - Vindt ma niet erg.
Zie je al die schilderijen? 'T Enige wat niet stuk mag.
Dat zijn alle broers en zussen die ma verloren is.
Ma is 'n geweldige vrouw, maar ze wordt graag opgemonterd. Dus...
Later dan. Als je je wat beter thuis voelt.
Dat heeft niemand me ooit gedaan.
Nu wel dan. Kom mee terug.
Ze sturen me weg. Dat bord... - Onzin, ze wachten op je.
Ze wachten op je om te eten.
Wachten ze? Maar ik ben 'n meid.
Hoor 's, meisje, ik wou je niet kwetsen.
Het spijt me. Het zal niet meer gebeuren.
Ga zitten. De scherven ruimen we later op.
Als Betty bij elke klap op 'r bips 'n bord brak,
hadden we nu niks meer om uit te eten.
Papa wil je deze lenen, voor Manuels les.
Bedankt, William. Je vader is heel aardig. Jullie allemaal.
Pa vindt 't geweldig dat je je kloosteropvoeding doorgeeft.
Echt geweldig. - Dank je wel.
Als ze over dat klooster praten, voel ik me zo'n leugenaar.
Annabella, je beseft toch dat ze vreselijk goed voor ons zorgen?
We kunnen hen niet de waarheid vertellen.
Al wat we kunnen doen, is heel hard voor ze werken.
Dank je, Agnes. Slaapwel.
Betty? Lk ben nog wakker.
Watford.
Goeie genade, Miss Annabella... Het is waar, he?
Lk dacht dat u dood was.
Wat doet u hier? Doen alsof u 'n meid bent?
Lk b�n 'n meid.
Ik heb u zo vaak vervloekt. Ontslagen omdat ik u 'n bastaard noemde.
Maar dat was u, of niet?
Dus u bent weggelopen. Met... Wie is hij, die neef?
Vaders stalknecht, Watford. - Noem me niet meer zo.
Ik ben Betty of Miss Watford. Ik heb tenminste 'n naam.
Ik reken nog af met je. Eruitgegooid, zonder aanbeveling.
'T Duurde jaren voor ik 'n goeie baan vond.
Zeg 't ze alsjeblieft niet.
E�n ding wat deze mensen niet verdragen is leugenaars.
Ik zal de waarheid over je vertellen wanneer ik maar wil.
En als ik dat doe, vliegen jij en je mooie vriendje eruit.
Vertaling: Nicole Vanwayenbergh
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.