Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Ik wil hem spreken.
Joe.
Herinnert u zich mij? - Kan ik u helpen?
In september kocht ik kaartjes bij u.
De twaalfde.
Naar Clifton.
Mijn dochter was bij me.
Ze werd op de benedenverdieping ontvoerd.
Toen was ze zes jaar.
Ze heeft rood haar, en was ongeveer zo groot.
Ze droeg een jeans en...
een paars jasje, en...
en een donkerblauwe rugzak.
Het jasje heeft een kap.
Ik heb haar niet gezien.
Het spijt me. We verkopen honderden kaartjes per dag.
Ik dacht dat ze misschien naar hier teruggekomen was.
Of dat iemand haar gezien had.
Het spijt me.
Excuseer me, meneer.
Hebt u dit meisje soms gezien? - Nee.
Ze is mijn dochter. Ze is zeven jaar, ze...
Excuseer.
Ik zoek mijn dochter.
Dit is haar foto. Ze werd ontvoerd in september.
Ze draagt een jeans en een paars jasje...
met een kap. - Sorry, ik heb haar niet gezien.
Excuseer.
Hebt u dit meisje gezien?
Alstublieft, het is mijn dochter.
Kunt u me helpen, alstublieft?
Ik heb uw hulp nodig. Alstublieft.
Ze wilde snoep.
Hier heeft men haar ontvoerd.
Vlak voor mijn neus.
Hoelang zou het geduurd hebben?
Het kan niet lang geweest zijn.
Hoelang hebben we gepraat?
Tien minuten.
Nee, geen tien minuten.
Denk na. Hoelang?
"Hallo. We zijn in het station, klaar om op de bus te stappen."
40 seconden.
"Ja, ik breng haar terug om 18 uur."
"Ik weet het."
"Nee, ik zal haar niet later brengen."
Anderhalve minuut, misschien twee.
"Ja, ik zorg ervoor dat ze haar huiswerk maakt."
We praatten over haar huiswerk. Drie en een halve minuut.
Maximum vier minuten.
"Wil je met haar spreken? Wacht even."
Vier minuten.
Vier minuten. Meer niet.
Vier minuten. Kijk om je heen.
Er moet iets zijn.
Hoe zijn ze naar buiten gegaan?
De 16h30 naar Carlstadt...
Ze zou met niemand meegaan.
Hou uw kaartje klaar.
Waar zijn ze heengegaan?
De 16h30 naar Carlstadt. Hou uw kaartje klaar.
Ze hebben die bus genomen.
Ze zijn met een andere bus vertrokken.
Vooruit.
Geen rechtstreekse betaling.
Kaartjes moeten gekocht worden aan de loketten 1-10.
Geen rechtstreekse betaling.
Het is te laat.
Te laat.
Stap in de bus.
Kijk niet naar hen.
Ga nu maar.
Mag ik voorbij, alstublieft?
Dat is hem.
Was hij paars?
Ga van de bus af.
Stop de bus.
Ik moet uitstappen.
Kunt u even stoppen?
Ga zitten. - Stop de bus, godverdomme.
Sophie.
Waar ben je, Sophie?
Waar ben je?
Sophie, waar ben je?
Jij hebt het gedaan.
Dit is jouw schuld.
Jij liet haar alleen.
Je stinkt.
Het is in orde. Alles is in orde.
Het komt wel goed.
Schenk geen aandacht aan hen.
Zij kijken niet naar je. Niemand kijkt naar je.
Ik raak niet in mijn kamer. Ik krijg het slot niet open.
Welk nummer? - 301.
U moet nog een dag betalen. 40 dollar.
Ik huur hem voor nog een week.
320 plus taks. Dat is 364,80.
Hoeveel?
364 dollar en 80 cent.
Ik heb niet genoeg geld bij.
Aanvaardt u een cheque?
Dit is mijn uitkering.
Bent u werkonbekwaam?
Er is een commissie van 5%.
Mag ik uw identiteitskaart zien?
Mijn God.
Ik moet slapen.
Wat uitrusten.
Neerliggen.
Het gaat wel over.
Het gaat wel over. Ga liggen. Je moet slapen.
Rust wat uit.
Excuseer.
Ik wil dit kopen voor mijn dochter.
Ze is ongeveer even groot als uw dochter.
Hoe oud is ze? - 7 jaar.
Angie? - Denk je dat dit zal passen?
Angela, kom hier.
Ik geloof het wel. Dit is haar maat.
En dit?
Dit is te groot.
Dit is voor 12 jaar. Heeft ze haar maat?
Zij draagt voor 8 jaar.
Je moet er toonbaar uitzien als je haar terugvindt.
Je bent haar vader.
Je moet het goede voorbeeld geven.
Spreek ik met Ray?
Met William.
William Keane.
Is Ann daar?
Wacht even.
Is ze daar?
Ik wil haar alleen maar even spreken.
Wanneer is ze terug?
Wil je haar zeggen dat ik gebeld heb en dat ik terugbel?
Bedankt.
Een wodka.
Doe maar.
Nog een.
Hoe krijg ik de muziek te horen?
Wilt u het wat harder zetten?
Ik hoor het nauwelijks.
Het is luid genoeg.
Ik heb ervoor betaald, man. Zet het harder.
Zet die muziek luider.
Scheer je weg als het je niet bevalt.
Zet die muziek luider.
Kom van die stoel af.
Wat wil je?
Ik wil wat coke.
Hoeveel?
Twee.
Ja, dat is het.
Ik zie jullie. Ik zie jullie allemaal.
4h26.
Het is een teken.
De 4h30 naar Carlstadt. Hij nam haar mee op de 4h30.
Hij is hier. Heel dichtbij.
4h28.
Goed, wacht even.
Wacht even.
Zeg me waarom de sterren fonkelen.
Zeg me waarom de klimop klimt.
Zeg me waarom de hemel blauw is.
En ik zal je zeggen waarom ik van je hou.
Omdat God de sterren laat fonkelen.
Omdat God de klimop laat klimmen.
Omdat God de hemel blauw kleurde.
Omdat God jou maakte.
Dat is waarom ik van je hou.
Hoe laat is het?
Nog een minuut. E�n minuut.
Hij is hier.
Ik voel het.
Hij komt.
Kijk naar de deur.
Kijk gewoon naar de deur.
Hou de deur in het oog.
Dat is hem niet.
Het is nog te vroeg.
Nog te vroeg. Blijf wachten.
Hij komt wel.
Hij is hier.
Ik weet het.
Hij is hier.
Denk na.
De 4h30 naar Carlstadt. Poort 8.
Hij nam de 4h30. Daar is de poort. Waarom neemt hij ze niet?
Waarom neemt hij de poort niet?
Omdat hij weet dat je kijkt.
Mijn God, hij weet wie je bent.
Hij heeft je gezien.
Hij kijkt naar je.
Waar is hij?
Waar is hij? Hij kijkt nu naar je.
Hij kijkt naar je.
Ga weg.
Je moet hier weg. Vooruit.
Wacht.
Jij moet achter hem aan. Je moet de situatie omkeren.
Hij zit niet achter jou aan.
Jij moet achter hem aan.
Hij is hier. Heel dichtbij.
Waar?
Komaan.
Hij weet dat je het weet.
Wacht.
Hij zal weggaan.
Hij vertrekt.
Vlug, je moet daarheen.
Nu. Vooruit.
Kijk.
Kijk.
Daar is hij.
Dat is hem.
Het is hem.
Blijf stappen. Vooruit.
Waar is ze? Wat heb je met haar gedaan?
Wat heb je gedaan?
Waar is ze?
Waar is ze?
Laat me los.
Bel de politie.
Doorstappen.
Rustig.
Niemand kijkt naar je.
Niemand kijkt.
Ademen.
Doorstappen.
Heb je met je baas gesproken? Wat heeft hij gezegd?
Hij geeft je tijd tot woensdagmorgen.
Nu woensdag?
Tegen dan kan ik het niet hebben.
Meer kan ik niet doen. Ik heb het niet meer in handen.
U hebt het niet in handen?
Wat gebeurt er nu?
Dat is uw probleem niet, nietwaar?
Wat moet ik tegen haar zeggen? Ze is 7 jaar oud.
Zeg wat je wil, jij bent haar moeder.
Inderdaad, ik ben haar moeder. Klootzak.
Val dood.
Kom mee.
Wat gebeurt er woensdag?
Ik wil daarover niet praten.
Geef mij die tas, Kira. - Ik draag hem wel.
Geef me die tas, Kira.
Wacht.
Sleep niet zo met je voeten.
Bedankt.
Wie is daar?
Ik ben William Keane. Ik woon aan het einde van de gang.
Kan ik u helpen? - Wie is het?
Kira, ga onmiddellijk naar je bed.
Nu.
Wat wilt u? - Ik hoorde uw gesprek in de lobby.
Is er een probleem?
Nee, geen probleem.
Hier. Ik wou u iets geven om u en uw dochter te helpen.
Dat is niet nodig. Bedankt.
Het is 100 dollar. Daarmee kunt u wat langer blijven.
Nee. Het gaat echt wel.
Het is niet wat u denkt.
Ik weet wel dat u me niet kent.
Maar ik wil het u graag geven. - Waarom?
Ik wil u gewoon helpen.
Is dat alles wat u wil?
Ja, dat is alles.
Ik heb ook al in uw situatie verkeerd...
en ik weet hoe het is.
Neem het aan, alstublieft.
Bedankt. Ik waardeer dit heel erg.
Ik ben William. - William? Goed.
Wat is uw naam? - Lynn.
Heel vriendelijk van u. Bedankt.
Misschien zien we elkaar nog wel eens.
Misschien wel. Het is laat, ik moet gaan.
Natuurlijk. Geen probleem. - Bedankt.
Tot ziens.
Wat ben jij heet.
Bezet. - Laat hem maar wachten.
Wacht even.
Nog eentje.
Kom hier. - Wacht even.
Wat ben je mooi.
Vind je dat?
Ik wil in je zijn.
Wacht, mijn schoen.
Dit is zo goed.
Voorzichtig.
Ik gebruik niets.
Is het goed? - Ja.
Ga door.
Komaan.
Komaan.
Wat doe je?
Ben je in mij klaargekomen? Godverdomme.
Godverdomme.
Maak dat je wegkomt, verdomde klootzak.
Ik zoek werk. Bent u de baas? - Daar.
In de garage?
Is de baas hier?
Wat wil je? - Ik zoek werk.
Omar.
Kan ik u helpen? - Hebt u werk voor mij?
Niet voor het ogenblik.
Ook niet deeltijds? Of pompbediener? Om het even.
Het spijt me, er is niets.
Goed, bedankt.
Ik zoek werk. Hebt u soms hulp nodig?
Bedankt.
Kom ik ongelegen?
Nee, helemaal niet.
Hebt u al gegeten? Ik heb wat meeneemmaaltijden.
Wilt u met mij en mijn dochter eten?
Natuurlijk. Wanneer?
Wanneer u klaar bent.
Geef me een minuutje. - Goed.
Kamer 314. - In orde.
Kom binnen.
Bedankt.
Kom binnen. Wilt u een biertje?
Graag.
Kira, zeg goeiedag aan William.
Alstublieft.
Ga zitten.
Lust u Cubaans?
Kip, rijst en bonen.
Zeker.
Wat doe je? Je huiswerk maken?
Ben je de klok aan het leren?
Ga je handen wassen, Kira. We gaan eten.
Kan ik ergens mee helpen? - Nee, bedankt.
Zeker?
Kira.
Ik ga al.
Hoe lang bent u hier al?
In dit hotel?
Acht of negen dagen.
Sinds...
vorige zondag.
Ik kom uit Clifton, op zoek naar werk in de stad.
Wat doet u?
Ik ben schilder.
Ik verf huizen.
Soms werk ik ook in de bouw.
Hebt u iets gevonden?
Nog niet, maar ik heb nog wat adressen.
Zoiets heeft tijd nodig. Er komt wel iets.
Kira.
Geef dit aan William.
Vooruit.
Dank je.
Bedankt voor de uitnodiging.
Graag gedaan.
Slaapt ze?
Wilt u nog een biertje?
Graag.
Bedankt.
Gezondheid.
Het was vriendelijk van u om ons te helpen.
Ik betaal u terug van zodra ik kan.
Dat hoeft niet.
Ik wil het.
Waar is de vader van Kira?
In Albany.
Hij kreeg daar een baan in een nieuw waterzuiveringsstation.
We wachten tot hij een flat gevonden heeft om daarheen te gaan.
Wanneer denkt u daarheen te gaan?
We zijn hier al zeven weken.
Ik moet er in ieder geval heen om orde op zaken te stellen.
En u? Hebt u een gezin?
Niet echt.
Ik heb een broer in San Diego.
Maar we houden geen contact.
Hij is 15 jaar ouder dan ik. Hij ging thuis weg toen ik nog klein was.
Hij doet verzekeringen.
Bent u getrouwd geweest?
E�n keer.
Het is slecht afgelopen.
Het spijt me.
Wilt u dansen?
Nu? - Ja.
Goed.
U zou beter weggaan. Ik moet morgen vroeg opstaan.
Ik wilde het u niet ongemakkelijk maken. - Dat deed u niet.
Maar het was een lange dag.
Ik ben moe. Kunnen we het daarbij laten?
Bedankt voor het eten. - Graag gedaan.
Goedenacht.
Ron, is Eric daar?
Weet je waar hij is?
Dit is zijn vrouw.
Weet je of hij op zijn werk is?
Zeg hem dat ik om 18 uur terugbel.
Vanavond.
Zal je het niet vergeten?
Zeg hem dat ik hem dringend moet spreken.
Zeg hem dat ik hem wil spreken.
Om 18 uur vanavond.
Zeg hem dat Kira hem mist.
Kira.
Goed. Bedankt.
Vermiste meisje uit New Jersey terug bij haar familie.
Haar vader zegt dat haar kennis van de straat haar gered heeft.
Je mag nooit spreken met vreemden.
Ze was verstrooid.
Ze is niet het soort meisje dat zomaar wegloopt.
Ze had dat niet mogen doen.
Ze hebben haar teruggevonden.
Ze hebben haar teruggevonden.
Ze hebben hun dochtertje terug.
Na een poosje...
hebben ze haar teruggevonden.
Ze hebben haar terug.
Bedankt aan alle vrijwilligers en vrienden die mijn dochter hielpen zoeken.
Haar moeder bedankt jullie.
Bedankt aan iedereen die mijn dochtertje hielp zoeken.
Ze is teruggekomen.
Ze hebben hun meisje terug.
Wie is daar? - Lynn.
Ik heb u wakker gemaakt. Ik kom wel terug.
Hoe laat is het?
Bijna 11 uur. Ik kom wel eens terug. - Nee, kom binnen.
Ga zitten.
Nee, ik moet snel terug. Kira ligt daar alleen te slapen.
Ik moet u om een gunst vragen.
Kunt u Kira morgen ophalen aan school?
En op haar passen? Alleen van 16 tot 19 uur.
Ik moet iets doen, maar ten laatste om 19 uur ben ik hier terug.
Akkoord.
Als het niet gaat, begrijp ik het wel.
Nee, helemaal geen probleem.
Ik wil het graag doen.
Goed. Bedankt.
De school ligt in Hudson street, op de hoek met High Point Avenue.
Neem bus 88 tot aan 23 Street, en stap daar over op bus 85.
De chauffeur zal u wel zeggen waar het is.
De halte is op drie straten van de school. Kira kent de weg.
Om 16 uur?
Ja. Is alles duidelijk?
Zeker.
Moest er een noodgeval zijn, of om het even wat...
laat dan een bericht achter bij de receptie.
Ik zal geregeld bellen.
Dit is de sleutel van onze kamer.
Ik kan u niet genoeg bedanken.
Wij zullen ons amuseren. We zullen het leuk hebben.
Ik moet teruggaan.
Wilt u nog even blijven?
Ik kan niet.
Ik moet ervandoor.
Goedenacht.
Bedankt.
Het spijt me dat ik te laat ben.
Hoe gaat het?
Ben je klaar?
Heeft je mama je gezegd dat ik je kwam ophalen?
Wat is er?
Niets.
Hier, pak aan.
Steek dat hierin.
Hoe was het op school?
Gaat wel.
Je mama zei me dat je er nog maar een paar weken heengaat.
Vind je het leuk?
Gaat wel.
Heb je al vrienden?
Ik was vriendin met Alyssa.
Eerst was ze heel aardig.
Maar nu is ze een beetje gemeen.
Dus heb ik haar niet meer zo graag.
Wat is er gebeurd?
Ze zei steeds dat ik stom was. Daarna zei ze dat het maar een grapje was.
Maar ze bleef het zeggen, dus had ze er helemaal geen spijt van.
Geloofde je haar toen ze zei dat je stom was?
Soms.
Niet doen.
Je bent zeer slim, geloof me.
Luister niet naar gemene mensen die kwaad over je spreken.
Probeer ze te negeren.
Zou dat lukken?
Ik zal proberen. - Goed zo.
Zo'n mensen zijn niet je vrienden.
Word jij het nieuwe vriendje van mama?
Dat weet ik niet.
Zou je dat willen?
Ik weet het niet.
Mis je je vader?
Ik denk het wel.
Wanneer heb je hem voor het laatst gesproken?
Ik weet het niet. Een tijdje geleden.
Mag ik een ijsje?
Als je klaar bent.
Ik ben klaar.
Eet je eten op, Kira.
Nadien krijg je een ijsje. Akkoord?
Wat denk je?
Akkoord.
Ik moet naar het toilet.
Ik ben dadelijk terug. Kun jij hier alleen blijven?
Zeker weten?
Een paar minuutjes maar. Goed?
Hoeveel seconden in een minuut?
Zestig.
Hoeveel minuten in een uur?
Zestig.
Hoeveel minuten in een uur en 15 minuten?
Je hebt 60 minuten in een uur.
60 minuten in een uur, dus...
dat is...
Ik weet het niet.
Hoeveel is 60 + 10?
60 + 10...
70?
Tel er 5 bij.
75?
Zeer goed.
Schrijf maar op.
Je goed wassen, h�.
Doe ik.
Kijk naar mijn aders. Zie je ze?
Dat zijn water-aders.
Kijk hier, een hele grote.
Doe wat haarbalsem op. Geef me je hand.
Ziezo.
De achterkant niet vergeten.
Heb je er genoeg?
Ik denk het wel.
Een bericht voor u.
Bedankt.
Wanneer heeft ze gebeld?
Een half uur geleden?
Heeft ze geen nummer achtergelaten?
Enkel wat ik heb opgeschreven.
Wat is er?
Een bericht van je mama.
Ze kan pas morgen terugkomen.
Waarom?
Dat zegt ze niet.
Ze zegt enkel dat ze meer tijd nodig heeft.
Komt mama nog terug? - Natuurlijk.
Hoe weet jij dat?
Omdat ze van je houdt.
Je weet toch hoeveel jij van haar houdt en bij haar wil zijn?
Zo voelt zij ook tegenover jou.
Goed?
Maak je geen zorgen.
Tijd om te gaan slapen.
Kruip maar in je bed.
Nu meteen?
Heb je je tanden gepoetst?
Ziezo.
Lig je lekker?
Wat is er?
Ik mis mijn papa.
Waarom is hij weggegaan?
Dat weet ik niet. Soms lopen de dingen niet zoals je wil.
Binnenkort wordt alles beter. Probeer wat te slapen.
Ik kan niet slapen. - Toch wel.
Doe je ogen dicht.
Probeer te slapen.
Ik zit hier naast je.
Slaap maar.
Sluit je ogen.
Komaan, sluit je ogen. Draai je op je zij.
Probeer wat te slapen.
Goedenacht.
Ben je blij?
Ik ook.
Lang geleden dat ik nog geschaatst heb.
Ben je bang?
Een beetje.
Hou je maar aan mij vast. Goed?
Vind je het leuk?
Erg leuk.
Je bent een natuurtalent.
Bijna.
Je hebt dit al nog gedaan, niet? - Nee.
Ik zie dat je dit al nog gedaan hebt.
Je bent te goed. Is dit de eerste keer?
Wil je het alleen proberen?
Goed zo, je schaatst alleen. - Ik kan het.
Inderdaad, je kunt het.
Laat de bal rollen.
Een beetje harder.
Tien, dat is goed.
Het is net als bowling, weet je wel?
Laat maar rollen.
Speel maar verder.
Wat is er?
Waar kijken jullie naar? Kijk niet naar mij.
Bekijk me niet zo.
Hou op.
Alstublieft.
Alles goed met je?
Ik voel me niet goed.
Niet huilen.
Het spijt me.
Komt alles goed met je?
Ik denk het wel.
Alles komt in orde.
Geef me je arm, liefje.
Ga liggen, Kira.
Het spijt me. Ik raakte hier niet meer, gisteren.
Waar was u?
Hoe lang slaapt ze al?
Zowat een uur.
Is alles goed verlopen?
Alles is prima.
Mama, je bent terug.
Ga maar weer slapen.
Waar was u?
Ik ben de vader van Kira gaan opzoeken.
Wilt u water? Ik neem er wat.
U had de afwas niet moeten doen.
Ik ben uitgeput.
Wat gebeurt er?
We verhuizen. Eric heeft een flat gevonden.
Wanneer vertrekken jullie?
Van zodra ik mijn loon krijg. Zondag. Ten laatste maandag.
Ik geef je zoveel mogelijk geld terug. De rest stuur ik binnen enkele weken.
Bedankt om voor Kira te zorgen.
En dat is het dan?
Ik zou haar graag nog eens zien vooraleer jullie vertrekken.
Kom morgen na schooltijd langs.
Mijn naam is William Keane.
K-e-a-n-e.
Ik ben op 6 februari 1970 geboren in het Yonkers hospitaal.
Yonkers, New York.
Mijn vader heet Henry Keane.
De meisjesnaam van mijn moeder is Mary Conlan.
Zij is dood.
Ik heb ��n broer.
Een halfbroer, Robert Keane.
Op 16 augustus 1996 trouwde ik met Ann Etkin.
Twee jaar later zijn we gescheiden.
Op 17 augustus 1998.
We hadden ��n kind.
Een meisje.
Je moet weg van hier.
Hier is niets goeds.
Kira, kom eens hier.
William.
Wat doe jij hier?
Ik kom je halen.
Jullie vertrekken naar Albany.
Nu meteen? - Ja, nu meteen.
Echt waar? Waar is mama?
Mama moest naar haar werk om haar loon op te halen.
We zien haar aan het station. Goed?
Laten we een taxi zoeken.
Ik breng je erheen. Waar zijn je spullen?
Ginds. Ik ga ze halen.
Ik wacht op je aan de hoofdingang.
Hoor je me?
Hou de rest maar.
Trek dit aan.
Neem mijn hand vast.
Je moet dicht bij me blijven. Begrepen?
De loketten.
Ben je blij?
Blijf hier staan.
We nemen de bus naar Clifton.
Daar stappen we over op de bus naar Albany.
Er is geen directe busverbinding.
Een volwassene en een kind naar Clifton.
Heen en terug? - Enkele reis.
5 dollar 20.
Dat is 20 dollar.
Heb je een kaartje voor mama gekocht?
Zij heeft haar kaartje al.
Wanneer heeft ze dat gekocht?
Kira, laat mij dit regelen.
Wees gerust, je mama zal haar kaartje hebben.
14 dollar 80 terug.
Vertrekt de bus om 16h45? - 16h45, aan poort 21.
Je mama en ik spraken af om elk ons eigen kaartje te kopen.
Voor het geval dat ze hier vroeger dan wij zou zijn.
Op die manier kopen we niet te veel kaartjes.
Ik was je mama niet vergeten.
We hebben nog wat tijd. Wil je wat rondkijken?
Kunnen we naar de winkels kijken? - Natuurlijk.
Echt waar? - Ja, kom mee.
Die vind ik wel mooi. Zie je hem?
Welke?
Deze met de bruine ogen.
En de Dalmati�r. - Ze zijn allebei leuk.
We moeten gaan.
We moeten vertrekken. Kom mee.
Daar is het. Hierlangs.
Je bent een braaf meisje, weet je dat?
Vind je?
Wacht even.
Is mijn mama daar?
Ik zie haar niet.
Wil je een reep chocolade voor op de bus?
Hier, koop er maar twee. - Twee?
Ik bel je mama om te zien of ze al vertrokken is.
Kom naar hier terug als je klaar bent.
Naar poort 21.
Dat weet ik.
Het spijt me, Sophie.
Het spijt me zo.
Alles goed met je?
Kom mee.
Komt mijn mama eraan?
Nee, ze is nog niet vertrokken.
De 16h45 naar Clifton.
Hou uw kaartjes klaar.
Kom, we gaan zitten.
We keren terug en wachten op je mama in het restaurant.
O ja?
Waarom ween je?
Je moet niet wenen.
Alles is goed.
Ik hou van je.
Ik hou ook van jou.
Vertaling: Clovis-17
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.