Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Wat nou? Die nikker houdt me de hele tijd in de gaten.
Hij heeft ogen in z'n muts.
Je deelt de kaarten als 'n idioot. - Heb je maar drie vingers?
Hij doet 't met z'n knokkels.
Blanken delen anders.
De meeste van m'n vrienden waren oplichters.
We waren altijd blut. Helemaal blut.
Meestal hadden we samen nog geen tien dollar.
We kaartten voor de lol, want geld hadden we niet.
We speelden dus om onze trots. Burtie was pikzwart.
Ik ben zo zwart, met verstoppertje spelen vonden ze me pas jaren later.
En dan had je Johnny. Hij was die blanke.
Ik wil dolgraag een neger zijn.
Zieje? Hij is blank. - En ik kan absoluut niet dansen.
En dan ik, Shawn. Ik had problemen.
Ik ben klein en zwart en ik baal ervan. En ik heb grote tanden.
En ik ben een eikel. E-I-K-E-L.
M'n eerste zwendel deed ik met Burtie. Crack, natuurlijk.
Ik geef jullie morgen het geld.
Dit is goeie coke. Die is dan al verkocht. Daar gaat zelfs Rick James weer van roken.
Wie is dat nou weer?
Je kon veel verdienen. Ik deed zaken met de grootste drugsbaas in de buurt.
Dat was Big T, maar dat was kortstondig.
Verdorie. - Wat gebeurt er, verdomme?
Wat doen jullie, verdomme?
Ze gaan ons doodschieten.
Je pistool zit vast. Godzijdank.
Wat is God toch goed. - Ik was bang, zeg.
Toen besloot ik dat ik geen drugsdealer meer wilde zijn.
Als je veel domme dingen doet, krijg je problemen met de wet.
Vooral als je je aan de regels houdt.
Bij iedere stap vooruit leek ik twee stappen terug te nemen.
Soms zit het leven je niet mee. Het was 'n harde klap toen m'n moeder stierf.
Ineens was ik de oudste. M'n meisje en m'n zoon hadden alleen mij nog.
Die druk was groot.
Gaat het?
Ja, hoor. Het komt wel goed.
Ik zal haar missen. - Wij allemaal. Ze was 'n lieve vrouw...
en ze ziet er goed uit op die foto.
Mama, ik heb honger.
Ik ga met 't kleine mannetje wat te eten halen. Kan ik je alleen laten?
Zeker?
Vooruit. - Ga m'n kleine man voeren.
Weet je wat je wil eten?
Je moeder was 'n goede vrouw. - Bedankt.
Ze is nu bij God. - Gecondoleerd.
Ze ziet er zo mooi uit. Zo natuurlijk.
En wat een lekkere koffietafel. Vind je niet?
Pardon. - Jezus, mens.
Z'n moeder is net dood en jij hebt 't over de koffietafel.
Hé, jongens. Hoe gaat het, Burt?
Hoe is ie? Ik hou m'n hoofd boven water. - Hoe gaat het?
Is dat KB? Wanneer ben jij vrijgekomen?
Vijf minuten geleden. - Echt?
Gecondoleerd en zo. Als jullie iets nodig hebben, dan ben ik er nog steeds.
Wat doe je? Je bent in 't huis van m'n moeder.
Die oude mensen vallen je niet lastig. - Je kunt nooit voorzichtig genoeg zijn.
Je bent gek. Mannen van zestig en jij hebt 'n pistool?
Wat heb je gedaan sinds je vrij kwam? - Ik ben kapper. Legale dingen.
Kun je hier iets mee? M'n moeder... - Hij knipt geen blanke koppen.
Geen zorgen. Ik geef je 'n supercool kapsel.
Kom om negen met de negen naar negen.
Scheer je kaal. Dan lijk je ziek en kun je geld inzamelen voor nieuwe kleren.
Nieuwe kleren?
En dat zegt hij? Je draagt zwarte werkkleding op 'n begrafenis.
Zwart op zwart. Het is 'n begrafenis.
Wie is Supreme 33? Een namaak-basketbalspeler?
De Afrikaan van wie ik dit kocht. Het is namaak.
Val allemaal dood, stel aangeklede poppen.
Ik wil even met je praten.
Hoe gaat het, nikker? Het spijt me van je moeder.
Dit is niet het juiste moment, maar ik hoop dat je nog graag grote bedragen ziet.
Nou en of, zeg.
Maar dat met Big T heeft me aangegrepen. Het heeft me goed bang gemaakt.
Dat was echt schrikken, maar dit kunnen we wel.
Wat? - Inbreken.
Wat? Ben je belazerd? Ik breek bij niemand in.
Je erft dit huis van je moeder.
Je moet maandelijks gaan afbetalen. Het wordt serieus.
Weet ik. Het lukt wel. Ik ga het huis in.
Ik bel je nog. Het beste. - Oké. Mazzel.
Ik wil schone urine. Geen problemen op je werk, niks.
Twee weken zonder problemen. - Je hebt mooie ogen.
Heel sexy. Een beetje Ohinees. - Bedankt.
Ik heb al 'n paar keer in dit potje gepist. - En dat blijf je ook doen.
Je moet me dat 's laten opknappen.
Waar heb je het nou over? - Daar beneden.
We kunnen naar je nieuwe huis... - Rot op.
Een keer. - Wegwezen.
Gedraag je, nikker. Dat is mijn mokkel.
Echt waar? Is dat jouw vent?
Die van jou. - Een potige Ninja Turtle.
Hoe gaat het? - Goed.
Het spijt me van je moeder.
Soms is die extra verantwoordelijkheid goed voor iemand in jouw situatie.
Je moet orde op zaken stellen. Bel dit nummer met vragen over de hypotheek.
Kan ik gaan? - Nee, ik heb nog iets nodig.
Je weet wel wat.
Moet dat vandaag? - Rook je wiet?
Wat is dit? Je bent m'n reclasseringswerker.
Wil je dat ik aan de drugs ga?
Ik gebruik niks meer. Ik hoef dat niet meer. - Ga in het potje pissen.
Ik heb me niet op dit proefwerk voorbereid.
Ik wil studeren en dan terugkomen.
Je hebt twee weken. Dan kom je terug met schone plas.
Twee weken? - Ja. Schoon.
Dat is meer dan genoeg. Oké?
Wegwezen. - Bedankt.
Twee weken, oké. - Schone pis.
Kristalheldere pis.
Schone pis. - Komt voor elkaar.
De reclasseringswerker had gelijk.
Maar in werkelijkheid was 't niet zo eenvoudig.
Ze vroeg alleen maar naar wiet. Ik denk dat zij de verslaafde was.
Ik zei haar gewoon wat ze wilde horen. Maar m'n baas in de semafoonwinkel...
Waar ben je geweest, verdomme? - Hij was 'n idioot.
Mijn schuld. - Hij dacht alleen aan zichzelf.
Koffiekoek. Ik wil er eentje. - Nee, zeg. De baas controleert...
Hé, dat is Tamika.
Ik zie haar vaak.
Ze komt binnen. Mag ik de baas zijn? Laat me de baas zijn.
Ik ben aan de beurt. - Jij was vorige keer semafoonkoning.
Dat liep mis. Geen seks, geen nummer. Ik moest haar volgen.
Deze ene keer? - Oké, maar gebruik me niet.
Niemand gebruikt je. Ga die rotdozen halen.
Doe het dan als je durft. Zeg iets.
Dan word je ontslagen. - Verkeerd moment?
Nee, hoor.
Daarmee zit ik opgescheept. Ik heb dit net gekocht. Dit is van mij.
Hij hangt de wijsneus uit. Ga weg.
Sorry. Kan ik je helpen? - Ja.
Kun je me laten zien hoe je telefoonnummers programmeert?
Laat 's kijken.
Dit is een ESN2020, wist je dat?
Ik laat het je op de 10 of de 20 zien. Hou 's vast.
Je moet je telefoonnummer opschrijven, want ik moet je bellen...
zodra je buiten bent. Dit moet namelijk telefonisch gebeuren.
Pardon, kan ik helpen? - Verdomme.
Waarom kwam je nou terug? - Je hebt 't verpest.
Verpest? Ze schreef net haar nummer op. - Je hebt 'r weggejaagd. Stom, hoor.
Hetzelfde als anders.
Wacht 's even. Nee. Hier klopt iets niet.
Wat klopt er niet? - M'n cheque.
Ik heb vorige week overuren gemaakt. - Als je te laat komt...
En met zoveel belasting werk ik voor niks.
Zo is het nou eenmaal. De regering wil haar deel hebben.
Zelfs als m'n kind 's avonds cruesli moet eten.
Ik begrijp hoe je je voelt. - Ik werk me kapot.
Hoeveel heb jij? - Hé, nikker.
Hier. Pak m'n nek niet vast.
Wat doe je als je duizenden dollars in rekeningen moet betalen?
Je kunt domweg in het donker gaan zitten of tot actie overgaan.
Papa, hebben ze de elektriciteit weer afgesloten?
Nee hoor, Tate.
Ik wilde op het rechte pad blijven...
maar met goede bedoelingen en semafoons verkopen zat ik in het donker.
Dus nam ik die avond 'n beslissing die m'n leven zou veranderen.
Hoe is het, Burt? Met Shawn.
Over wat je me vanmorgen zei. Ik doe mee.
Hij probeerde te doen alsof hij 'n professional was.
Je zit vast. - Kom nou.
Burtie had er de ballen verstand van. - Wat ben jij onhandig.
Het was alsof de ene blinde de andere leidde.
Ik ben er. - Denk eraan: Kijk uit wat je doet.
Kijk uit voor de buren. - Ik kijk uit.
Wat zit je nou achterom te kijken, verdomme? - Ik ben hier.
Maak die deur open. Het boeit me niet hoe je 't doet. Trap 'm in.
Er zitten kantschuiven op. - Opschuiven, verdomme.
Je moet harder trappen, nikker.
Kom, we... Ga nou 's aan de kant.
Wat doe je nou, verdomme? Het geld en de andere troep is boven.
Kom nou mee, klootzak.
Schiet op, nikker. Vul je zakken. Pak alles wat je pakken kunt.
Ik steel alles wat er hier te stelen valt.
Verdomme. - Wat is er aan de hand, vetzak?
Wat is er nou? Krijg toch wat, man.
Het zijn maar ratten. Al m'n vrienden zijn ratten.
Ik moet huur betalen. Ik pak dat spul. Verdomme.
Wegwezen. Bel m'n moeder.
Ik voel m'n hand niet meer.
Dat was een slechte start. Maar na een tijdje werden we beter.
We leken wel 'n popgroep. We scoorden de ene hit na de andere.
Maak de deur open, Eminem.
Het werd tijd dat jullie kwamen. Het zwembad moet om vijf uur klaar zijn.
Ja. We reinigen zwembaden, aquaria, wc's, dat soort dingen.
Hoe normaal een huis er van buiten ook uitziet...
binnen vind je vaak bizarre dingen.
Als je inbreekt, gaan andermans zaken jou ook aan.
Ze gaan je echt aan.
Al snel verdiende ik bijna al m'n geld met inbreken.
M'n cheque was er niks bij.
Al snel meldde ik me minstens een keer per week ziek.
Verdomme.
Hallo? - Wat heb je aan, schatje?
Tate, nu niet. Laat mama even met rust.
Verdomme. - Sta je bij het fornuis?
Kom je thuis?
Dag schat. - Je bent te speels.
Wat doe je? - Ik ben aan het koken.
Wat is dat? Wat doe je? Dat stinkt.
Ik probeer eten te koken. - Bernice, hou ermee op.
Kleed je om. We gaan uit eten.
Ik wil naar de Red Lobster. - Zeg jij me waar ik naartoe moet?
Vraag het niet. Niemand gaat naar de Red Lobster.
Ik zou je 'n pak slaag moeten geven. - We hebben geen geld voor de Red Lobster.
Zal ik je een stomp geven?
Snap je wat ik bedoel? Zo gaat het met een nikkerhuis...
Ik wil deze keer 6 mm. Rond geschoren.
Ik haal de veiligheidspal eraf voordat ik schiet.
Kom nou. Knip me maar gewoon.
Ik wil eerst 22 dollar verdienen...
Miss Tamika. Zo zacht als je bonk-bonk.
Zeg 's.
Hebben jullie het nog steeds over Tamika? Die heb ik twee of drie keer gepakt.
Dat zal wel. - Leugenaar.
Wanneer heb je haar geneukt? - Waarom?
Twee weken geleden. - Zit haar tatoeage links of rechts?
Wat? - Linkerbil of rechterbil?
Linker. - Ik ga haar opbellen.
Wacht. Bel haar niet op.
Verdomme. Moet Je Stu zien.
Hij is twee uur vrij en ziet eruit als 'n beest.
Iedere buurt had 'n bullebak. In die van mij was het Stu.
Ik had vriendschap met 'm gesloten.
Deke. Hoe is 't?
Verdorie, ik moet met 'm praten. - Hij wil vechten.
Hoe is 't? Ik zei je toch dat ik je verrot zou slaan als ik je hier zag?
Ik zei niks.
Ga 'm helpen. - Die nikker heeft m'n hulp niet nodig.
Ik heb niks gedaan.
Je bazuint rond dat je m'n meisje neukt. - Nee.
Schijt je in je broek? Wil je 'n wapen? - Geen pistool. Wat doe je nou?
Heb je gezegd dat je m'n meisje neukt? - Nee, ik heb niks gezegd.
Ik ga ernaartoe.
Kijk uit. Stu, let op.
Wat doen jullie? Wat is er met je aan de hand, nikker?
Rot op, nikker.
Rot op, klootzak.
Ik ben er.
Kom nou.
Kijk 's naar die nikker. Ik schop de huid van je voorhoofd, eikel.
Schop die nikker in z'n smoel. - Ik ben er.
Ik zeg niks meer, en je hebt 'm al te grazen.
Laat het hierbij.
Kijk naar die nikker. Je bent net vrij, en je slaat nu al iemand in elkaar.
Ik ben 'n beest, dat is m'n reputatie. - Ben je 'n beest?
En jij, nikker?
Ik heb gehoord dat je goed bezig bent. Je doet goede zaken.
Wat voor goede zaken? - Je hebt je huiswerk gedaan.
Je werkt met huizen. Ik weet 'n plekje dat we moeten verkennen.
Wat bedoel je, verkennen? - Je weet best waar ik het over heb.
Burt z'n mond staat nooit stil. Ik weet alles.
Ik wil meedoen. Ik ken een plekje dat we moeten verkennen.
Als we 'n plek gaan verkennen, heeft Johnny 'n auto. Hij kan ons brengen.
Hoe is 't? - Val dood.
Ga je nog steeds met die bleekscheet om? - Hij is cool.
Dat vind jij misschien. Ik niet. Ik heb m'n eigen auto.
Wat doe je in m'n stoel? Ik ben aan de beurt. - Schrijf je naam in het schrift.
Geen denken aan. Sta op. - Hij is al begonnen.
Nikker, ga zitten. - Ik was aan de beurt.
Je zei dat ik 't de vorige keer heb verknipt. - Nou en? Ik heb haast.
In het noorden zat je me steeds dwars. Je wilde steeds een bepaald kapsel.
Deze surveillance heeft geen zin. Ik ga terug naar 't bureau.
Rustig, Johnson. Ik wil bruin worden.
Er was veel criminaliteit in North Jersey, dus de politie zocht dieven zoals wij.
We vangen ze alleen als we op straat blijven.
Kom op. - Nu ik eraan denk...
Ga achterom. We kunnen niks meenemen in deze kar.
Maak je geen zorgen. Deze kar is van m'n oma. Hij is oersterk.
Het zit goed. Daar is het huis.
Kijk nou 's. - Dat ziet er mooi uit.
Ja, mooi. Kom. - We wachten twee dagen...
We gaan nu.
Je zei dat we de plek gingen verkennen.
En nu gaan we 'm van binnen verkennen.
Ik wil wel, maar vind je niet dat we dit beter moeten plannen?
Je kunt me de pot op met je planning. Zie je dit?
Dit zijn m'n kinderen. Ik heb dat geld nu nodig.
We gaan nu naar binnen. - Omdat je geld nodig hebt?
Nee, omdat jij naar binnen wilt.
Als je zo naar me kijkt, wil ik wel naar binnen.
Goed zo, nikker. - We gaan naar binnen.
Sla niet tegen de deur. - Hij gaat zo moeilijk open.
Optillen en trekken. - Ik hoor je wel.
Optillen en duwen.
Leun niet op me. - Optillen en duwen.
Ik krijg geen lucht. - Kom.
Je moet niet op m'n keel leunen.
Kom op, nikker.
Sla niet met de deur. - Dat doe ik niet.
Als we gaan inbreken, moeten we het wel goed doen.
Waarom gaan we niet door het raam? - Nee, ik ga het slot opensteken.
Opensteken? - Ik ben slotenmaker.
Dat wist ik niet. Steek maar open. - In Stu-stijl.
Kom nou. - Heb je dat in de gevangenis geleerd?
Kom nou toch. - Hij trapt de deur in.
Ga naar boven.
Dit is m'n nikker.
Schiet op daarboven.
Verdomme.
Wat rijken niet met hun geld doen. Maarjullie zijn allemaal voorspelbaar.
Weet je wie z'n huis dit is?
Van die bokser, Lightning Rod Ronson.
Neem je me in de maling?
Was ie maar hier om je in elkaar te slaan. - Zoek z'n kamer. We hebben de jackpot.
Schiet op.
Wat is dit? Brons of goud?
Waarschijnlijk brons bij die armoedzaaier.
Wat is dat nou?
Hé. - Wat is er, nikker?
Z'n vrouw staat voor het raam. Wegwezen.
Ze kan doodvallen.
We moeten nu weg. Ze staat voor het raam.
Kom op, nikker. Kom nou, klootzak.
Kom op. - Doe m'n deur open.
Wat heb je gesnaaid? - Niks.
Je moet iets hebben. - Hoe kon ik iets pakken?
Zodra ik boven was, zag ik haar op de oprit staan.
Ik had geen tijd. Zou ze de politie gebeld hebben?
Het waren twee jongens. - We krijgen ze wel te pakken.
Ja, dat wijf heeft de politie gebeld.
Unit 12, er rijden inbrekers richting rivier. Bruine stationcar.
Ik zei het toch? Wegwezen. - Schiet 's op.
Ik wed vijf dollar dat we er een vangen. - We gaan ze pakken.
Dit rotding kan maar 50. Probeer je de politie te snel af te zijn?
Hou je bek.
Wat is er met je? Doen je voeten soms pijn? Geef gas.
Stop. Niet doorrijden.
Basis. We kunnen de verdachten zien...
Verdorie, nikker. Blijf rijden.
Ik ga niet naar de gevangenis. - Stop, klootzak.
Kom op, nikker. We moeten weg.
Blijf staan. - Niet schieten.
Stop, klootzak.
Laat me toch.
Stop, klootzak. Ik schiet dat lapje van je kop.
Val dood, eikel.
Schiet, nikker.
Zo theatraal als Stu vrij kwam, ging hij ook weer naar de gevangenis.
Ga staan.
Stu was te kort vrij om naar de plee te kunnen.
Maar wat de smerissen ook probeerden, hij verraadde me niet.
Hij was een echte nikker. Hij draaide er zelf voor op.
Dat vond ik best. Ik hoefde niet zo naar de gevangenis.
Op de dag dat Stu werd opgesloten, begonnen de problemen pas echt.
Ik wist het niet, maar agent Johnson hield me in de gaten.
Hij zat bij de politie in New Jersey.
Hij sloeg graag jonge, zwarte jongens zoals ik in elkaar.
Terwijl hij zelf zwart was. Wat een racist.
Die week werd Burtie ook gearresteerd en vastgezet.
Dat had 'n waarschuwing moeten zijn, maar ik had schulden.
Schatje, waar ben je? - Dus ging ik naar Burtie z'n broer, Will.
Kom hier, schatje. Kijk naar je vent.
Dat is gangsterondergoed. Je bent geen rapper.
Waar is Keith Sweat? Waar is dat sexy spul dat ik graag zie?
Gefopt. - Dat bedoel ik. Dat wil ik zien.
Wil je dat? - Draai je om.
Ik doe even open. We worden onderbroken.
Wie is er, verdomme?
Jij bent het maar. - Kom ik ongelegen?
Wat wil je, verdomme? - Ja, je komt ongelegen.
Will was de vakman die de jongens leerde inbreken.
Hij was 'n legende. Hij had veel gestolen en was nooit gesnapt.
Ik wilde even met je praten. Wil je een hemd aantrekken?
Hou je kop. Je hebt 't verpest. Ik wilde net met m'n meisje vrijen.
Verdomme. Wat wil je? - Ik wil met je praten. Kan dat nu?
Waarover praten? Heb je m'n broer soms gesproken?
Nee, over iets anders.
Je weet toch dat ik met Burtie samenwerkte?
Burtie zit vast, dus wil ik met jou werken.
Je bent niet wijs. - We hebben veel geflikt.
We braken in huizen in, met koevoeten. We braken sloten open.
Dat deden we. Je lacht.
Ik zou Burtie op z'n kop moeten geven omdat ie over m'n zaken praat.
Luister nou. De enige keer dat 't mis ging, was toen er 'n rat in de la zat.
Neem de telefoon op. - Verder liep alles prima.
Het is Larry. - Neem op.
Ik heb niks tegen 'm te zeggen. Neem zelf op.
Heb je die zak niet gezegd dat we vandaag werken?
Ik laat m'n plannen door niemand in de war sturen. Ik heb iemand anders.
Maak je geen zorgen. Kom me halen. Ik heb iemand anders.
Oké. Over vijf minuten sta ik buiten. Zeg, schat.
Maken ze er weer 'n zooitje van? - Niks bijzonders.
Je hebt geluk.
Wat doe je met die koevoet? - En die vent heb jij meegenomen?
Wat doe je met die koevoet?
Wat bedoel je? - Leg neer. Ik ben zo terug.
Nikker, ik gebruik 'n koevoet. - Hou je kop.
Ik ben stil. En zeg niet: Hou je kop.
Kijk 's.
Leg neer en maak die deur open. - Dat kan ik alleen met 'n koevoet.
Doe die deur open. - Doe het zelf maar.
Kom.
We gaan eropaf.
Wat deed je achterom? - Gaat je niks aan, stomme klootzak.
M'n oom heeft me dat geleerd. Ik ben bevoegd. - Waarin?
Ik wil geen kok meer zijn. - Je bent 'n boef.
We gaan naar binnen en pakken geld en juwelen. Verder niks.
We zijn professionals. - Begrepen.
Ik zoek beneden. - Nee, jij blijft hier staan.
Als je een beweging ziet, roep je.
Roepen. Wat een onzin, zeg.
Wie is die idioot die je hebt meegenomen? - Wat loop je te zaniken?
Hij heeft met m'n broer gewerkt, hij is cool. Ik train hem wel.
Hoe durft ie zo tegen me te praten.
We komen nog 's bij je broer terecht. Bij hem in de cel.
Je zanikt altijd over de gevangenis.
Train onder mijn werktijd geen groentje. Ik wil de gevangenis niet in.
En wie heeft jou getraind?
Wat nemen we mee? We hebben elandenkoppen.
Kom 's hier. - Wat is er? Is 't dat?
Kom hier. Dit. - We hebben het.
Will was cool, maar Larry was 'n klootzak. Hij wilde alleen bevelen uitdelen.
Volgens mij was hij blij dat hij iemand onder zich had om tegen te schelden.
Kom op.
Alsjeblieft.
Heel mooi. Wat wil je ervoor hebben?
Kom nou, we doen altijd zaken. Wat geef je me ervoor?
Voor alles? 50.000 dollar. - Ben je belazerd?
Het is meer dan 300.000 dollar waard. - Dit spul is link.
Ik beroof mensen, en nu wil je mij beroven?
De volgende keer dat je me beter spul brengt, krijg je 75.
We pakken geld en juwelen. Niets wat kan worden getraceerd.
En als ik 'vertrekken' zeg, vertrekken we.
Waarom geef je me op m'n kop alsof ik pleepapier ga stelen?
Schiet dan op als je 't begrijpt, lul.
Hou ermee op. - Je leerling wil niet luisteren.
Ophouden. Ik ga het kastje onder handen nemen.
Tegen wie denk je dat je 't hebt?
Behandel me niet als 'n klein kind. Ik wil geld hebben, net als jij.
Ik draai niet vanwege jou de nor in. - Ja, al goed.
Wat is dat nou?
Hou je nou maar rustig. - Rustig?
Precies. Will, heb je de draad doorgeknipt?
Die was al doorgeknipt.
Wat is het probleem? Hij is doorgesneden. We gaan naar binnen.
Naar binnen. - Na jou, dwerg.
Je bent wel erg grappig, zeg. - Ik laat je zien hoe grappig ik ben.
Hij is open.
Dit inbreken is gemakkelijker dan ik dacht, techneut.
Waarom loop je zo langzaam? Grijp me niet vast.
Loop nou maar langzamer. - Grijp me nooit meer vast.
Haal die nikker van me af. Zeg 'm dat ie ophoudt.
Hou je rustig, verdomme. Wat hebben jullie? Rustig.
Ik trek z'n lippen eraf. - We gaan vechten als we klaar zijn.
Rustig nou. - We zien nog wel wie het vaakst kan slaan.
Als je me nog 's aanraakt, sla ik je verrot.
Ik ben geen groentje.
Overval. Verdomme. - Handen omhoog.
Het zijn er twee.
Dat is Will. Hoe is ie, nikker? - Wat doen jullie hier?
Hoe gaat het? - Wat doen jullie met deze eikel?
Die hoort bij hem. - Die nikker ben ik aan het trainen.
Wat doen jullie hier?
Ik dacht dat je 'n platenproducent was. - Rap is niet meer wat het geweest is.
Ik probeer hem weer in de studio te krijgen. - We zijn er klaar voor. Klaar voor oorlog.
Je moet hem weer de studio in krijgen.
Eer onder dieven. Jij neemt de safe, ik doe beneden.
We delen de buit. Begrepen?
Geef hem maar 'n luier. Het is in orde. Doe je pistool weg.
Ik eet, slaap en schijt met m'n pistool.
Ik ga terug, ga pissen en neuk iemand met m'n pistool.
Weet ik. Je moet de studio weer in.
Hoe komt 't dat jullie nooit bedreigd worden?
We hebben 37 inbraken in North Jersey.
Bij 14 werd het alarm uitgeschakeld en werd dezelfde werkwijze gehanteerd.
Ze hebben vier safes uit de muur gehaald.
Geen vingerafdrukken, geen ooggetuigen. Niks.
Maar bij deze negen ligt het anders. Deze jongens zijn slordig.
Dit waren hele slordige inbraken.
Ooggetuigen, vingerafdrukken, twee verdachten: Burtie Thompson en Stu Hayward.
Weet je nog, die gek die we arresteerden?
We? De gek die ik arresteerde.
Je hebt 'n pak rammel gekregen. - Ik gleed uit.
Laten we met Burtie, het kleine broertje van Will gaan praten.
Geen goed idee. Als je met Burtie praat, komt Will erachter.
Laten we gewoon wachten. - Waarop? Ik wil ze vangen.
Ik wil deze zaak afsluiten. Jij wil ze gewoon doodschieten.
Gelijk heb je. Nikkers kunnen me doodvallen.
Je moet beseffen dat er verschil is tussen een zwarte man en een zwarte nikker.
Dat was een zwarte nikker. - Waar heb je het nou over?
Daarom ben ik hier. Om de nikker te elimineren.
Ga de straat op en los deze zaak op.
We gaan.
Doe de spullen in de auto. - Het was mooi om bij Jay-Z in te breken.
We konden de helft niet dragen. Hij zei dat hij voor 100.000 dollar bestolen was.
We hebben hooguit voor 5.000 dollar gejat. Geloof me, ik weet het.
Jay-Z verdiende altijd geld, zelfs als hij werd beroofd.
Dit vind ik het leukste aan dit werk.
We hebben vanavond 'n goede slag geslagen. - Dat bedoel ik.
50.000 dollar contant en nog 's 50.000 aan juwelen.
Het is een mooie avond. Dit is voor jou. - Dat bedoel ik nou.
Dit is voor jou, broertje. Geniet er maar van.
Wacht even. Laat eens kijken. - Afblijven.
Hier klopt iets niet. Die van hem is veel dikker dan de mijne.
Je hebt het niet goed geteld. Tel eens na.
Je gaat met belangrijke nikkers om, maar dat ben je zelf nog niet.
Hou op met dat chihuahua-gedoe.
Moet ik rustig zijn?
Je hebt die nikkers in dat huis ongeveer de helft gegeven.
Het lijkt wel of ik 'n cheque heb gekregen.
Je verdient in een heel jaar nog geen 10.000.
We hadden ze 'n kogel in je kop kunnen laten boren. Geniet ervan.
Ga naar de kermis en koop iets leuks.
Het is een voorrecht om met nikkers zoals wij om te gaan.
Het is een voorrecht om met ons in te breken. Hou je rustig.
Dit is niet het kinderspel waaraan je gewend bent.
Ga zitten, kalmeer. Verdien je geld.
Oké dan. Voor deze keer.
Zal ik de rode of de blauwe jurk aantrekken? - Maakt niet uit.
Waar heb je al dat geld vandaan?
Waarom? - Het ziet er niet legaal uit.
Weet je, we hoeven hier geen ruzie om te maken.
We gaan een avondje gezellig uit. Ik wil geen ruzie, schat.
We hebben hier iedere week ruzie om.
Als je dan per se alles wil weten...
Ik heb 'n klus gedaan. - Wat voor klus?
Een klus die ik niet had moeten doen. - Waardoor je in de nor kunt komen?
Wat verwacht je van me?
Je gedraagt je alsof we 'n luxe leventje leiden.
Ik wil niet zonder elektriciteit zitten. - We lossen het op. Het is niet de eerste keer.
Jij accepteert dat. Ik niet.
Gil je tegen me? - Ik gil niet. Ik vraag het je.
Ik heb er genoeg van om hier ruzie over te maken.
Geef me je hand. Jeetje, wat ben jij koppig.
Zie je? Dat heb ik voor jou gedaan. En jij zit me in m'n hoofd te prikken.
Het is mooi. Maar je had het ook op afbetaling kunnen kopen.
Je had die klus niet hoeven doen.
Kunnen we hier morgen over praten? - We gaan uit, maar we praten nog wel.
Wat krijg je van me voor het bier?
Wat doe je nou? Dat heb ik niet besteld.
Kijk me niet zo stom aan. Ik wil vier flessen champagne.
Haal deze troep weg. Geef me champagne. - Voorzichtig. Straks bezeer je je nog.
Je was in m'n semafoonwinkel.
Jij bent de eigenaar.
En jij was in m'n winkel. Wat is de wereld toch klein.
Ik ga terug naar... Verdorie, kijk nou toch.
Ik laat een hoop geld vallen. Wel 30.000 dollar.
30.000. Soms laat ik dingen vallen. - Raap het op.
Hou maar. Het is maar geld. - Bedankt.
Dat is niks. Het is maar geld. Zo gaat dat bij mij.
Weet je dat deze tent van mij is? - Echt?
Niet alles, hoor. De helft. Deze helft wordt 'Shawn z'n helft'.
M'n neef is eigenaar van de hele tent, dus dat snap ik niet.
Ik koop geen champagne. Geef m'n geld terug. Zet die stomme champagne terug.
Zet je er maar overheen. Ik betaal je wel. Daarom krijg je geen fooi.
Ik weet wat we drinken. - Waar bleef je nou?
Ik stond aan de bar en 'n meid wilde me versieren.
Waarom lachen jullie? - Ze wilde zeker babysitten.
Ik zei dat ik niet beschikbaar was. - Laat je hem dat zeggen?
Ik trek me niks van hem aan. - Je champagne.
Zo gedragen de groten zich, kleintje.
Waarom zei je dat niet voor ik dit kocht?
We klinken op de nikker in babykleding.
Jouw jas is het enige grote wat ik zie.
Je draagt 's zomers geen regenjas.
Zie de feiten onder ogen. Je draagt babykleding...
je koopt troep voor jezelf en je vriendin. - Ik doe m'n leren regenjas aan.
Zodra het koud wordt.
Nikkers, luister even.
Will heeft deze avond georganiseerd.
Zo leven de groten, voor het geval jullie ook groot worden.
Groot? Oké. - Nou ben je groot, baby.
Nou en of. - Je weet niet eens hoe je groot moet zijn.
Drink op onze jarige jongen.
Wacht eens. Is dat Stu?
Hoe is 't? Ik ben er weer.
Wanneer ben je vrijgelaten? - Een paar dagen geleden.
Ik moest zelf m'n borgtocht betalen. Aan jou heb ik niks gehad.
Dit is Stu. Ik beschouw hem als familie. We zijn aan het zuipen. Ga zitten.
Dat is mijn liedje. - Dit is m'n vriendin Reema.
Hoe gaat het? Leuk, je sandalen. - Hoe is 't?
Hoe gaat het met je kinderen? - Goed. Ik heb net drie kinderen gekregen.
Drie? Een drieling? - Drie verschillende moeders.
Z'n kinderen zijn schattig. We kopen de hele tijd dingen voor ze.
Waarom kijk je zo, Monique? Ik zorg voor m'n kinderen.
Hou op. Bemoei je er niet mee. - Het is niet erg. Ik hou van kinderen.
Ik hou er nog meer van om ze te maken.
Pat, het gaat goed vanavond.
Wacht verdomme eens even. - Pardon.
Wat is er met je?
Is dat Pat? - Ja.
Is dat die nikker Rudy bij haar?
Je komt net uit de gevangenis. - Kan me niks schelen. Kijk uit.
Doe maar wat je niet laten kunt.
Wat zie je er mooi uit. Wil je vanavond iets?
Wat doe je? Wat is jouw probleem?
Ga weg met die onzin. - Wil je dat ik de bak indraai voor moord?
We hoeven je onzin niet. Ze is mijn vriendin. - Ja. Je bent m'n baas niet.
Weet je wat?
Kom op. - Verdomme.
Wat ben je toch een klootzak. - Hou je bek en ga voor m'n kind zorgen.
Wat voor nikkers breng jij nou mee?
Ga je met dit soort nikkers om? - Rustig. Maak je niet druk.
Ga je met hem om? - Je kent hem niet.
Kreng, doe maar niet zo trots. Je zit tussen een bende dieven.
Noem je mij 'n kreng?
Ik sla haar hoofd in met die fles, kreng. Je kent me niet.
Negeer haar. - Hoe weet zij van ons af?
Ze kunnen allemaal kapot vallen. - Klaar? Ik wilde net weg.
Doe geen moeite. Ze zijn te min. - Wat is er?
We gaan.
Ik zeg je in de auto wel wat er gebeurd is.
Zij moet hier weg. - Zet die fles neer.
Wat is er met je? Wat heb je me geleerd?
Geen nieuwe nikkers. En je doet 't toch. - We gaan. Ik hoef deze onzin niet.
Je bent een idioot. - En die achterlijke...
Ik haal die klootzak open. Nou is 't mooi geweest.
Dat is nou je handlanger. - Machettes, machinegeweren, weet ik veel.
Wat is dit nou?
Zo veranderde een mooie avond snel in een drama.
Ik kende Monique. Dit zou weken duren.
Ik wist toen nog niet dat dat nog maar het begin was.
Pat, hoe gaat het? - Wat doe je hier?
We hadden toch 'n date. - Als Stu ons ziet, vermoordt hij ons.
Stu kan doodvallen. Ik heb iets voor hem. - Doe dat kreng weg. Ben je gek?
Heb je gezien wat hij met m'n oog heeft gedaan? - Hij is de vader van m'n kind.
Wie denk je eigenlijk wel dat je bent?
Ben je van gedachten veranderd? Hij sloeg me twee keer vanwege jou.
Niemand heeft je gevraagd om je te laten slaan. Ga weg.
Val dood, kreng.
Rotwijf. Ik sla je in elkaar.
Klootzak.
Slaap je?
Je wist dat ik wakker was. Ik wachtte tot je kwam.
Wat doe je? Waarom doe je het licht aan?
Je hebt tegen me gelogen. Raak me niet aan.
Ik lieg altijd. - Dat is niet grappig.
Sorry. Kunnen we hier straks over praten? - We moeten nu praten.
Ik ben jarig. - Waar ben je mee bezig geweest?
Wat kan ik nu doen om dit recht te zetten?
Ik wil dat je me belooft dat je ophoudt met wat je doet. Nu.
Wil je dat ik je dat beloof?
Je weet dat ik dat niet kan. - Dan wil je me kwijt.
Mij en Tate. - Dat wil ik niet. Ik beloof het.
Zo gemakkelijk gaat dat. - Beloof je het?
Ik zweer het.
Ik heb het gezegd. Is het nou goed?
Klootzak, hij heeft me afgetuigd. Waar ben je?
Rudy heeft me net voor m'n huis afgerammeld.
M'n hoofd bloedt. Waar ben je, verdomme?
Je moet hier komen. - Oké.
Ik ben in alle staten. Kom alsjeblieft. - Blijf daar.
Ik wacht op je. Je moet komen. Alsjeblieft. - Oké. Blijf waar je bent.
Na al dat geruzie hadden we het uitgepraat en begon het er beter uit te zien.
Maar dat veranderde toen er iemand aanklopte.
Dit kan toch niet waar zijn?
Ben ik bijna aan het vrijen, en nou staat er iemand aan de deur.
Schiet op.
Wat is er? Kom binnen.
Kun je me 'n plezier doen? Kom over drie minuten terug.
Wat is er? Wat is er gebeurd? - Er is iets met Pat gebeurd.
Jouw Pat?
Wat weet je over die nikker die we vanavond in de club sloegen?
Bedoel je Rudy? - Ja, ik heb het over die lul Rudy.
Ik weet niks. Na die avond bij de bar...
Ik dacht dat het opgelost was.
Kun je vanavond weg?
Ik waarschuw je, Shawn.
Ik ben jarig... - Dat klopt.
Ben je om drie of vier uur nog op?
Hou op met die spelletjes.
Nee. Maar jij wel. Je kunt handkarren.
Laat je de lotion naast het bed staan? - Hou op met die spelletjes.
Het was al zo lang geleden. - Kom nou.
Mag ik me aankleden? - Schiet op, verdomme.
Doe alsjeblieft geen domme dingen.
Ik meen het. Wees voorzichtig.
Ik heb het in de hand.
Klootzak. Weet je met wie je je inlaat?
Wat moet je nou? Verdomme.
Man, dit is niet te geloven.
Kom op, lafaard. Ga in je gat zitten.
Kom hier, nikker.
Sla je de moeder van m'n kind?
Val dood. Wat heb ik je gezegd?
Ik trap een liter bloed uit je gezicht.
Klootzak, laat me los.
Geef me dat ding.
Rotzak. Hou me niet voor de gek.
Sta me geen haarbreed in de weg.
Ik breek je smoel. - Laat me met rust.
Rotzak. Maak dat je wegkomt.
Weet je wat, nikker?
Dit is verkeerd. Ik had niet mee moeten gaan.
Het liep uit de hand. Ik had het niet meer onder controle.
Stu en ik moesten een verhaal verzinnen in verband met Rudy.
We waren bang. Ik durfde niet te bellen. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt.
Ik heb veel aan m'n hoofd.
Ik denk dat ik ga ophouden met inbreken.
We houden ermee op. - Wat ga je doen, nikker?
Wil je hier werken? Spring achter de bar en schenk me 'n drankje.
Het is niet zo goed als het lijkt. Als ik bezig blijf...
raak ik alles kwijt wat ik heb.
Wat zit je toch tegen me te zaniken?
Ik heb m'n eigen problemen.
Problemen met m'n wijven, de moeders van m'n kinderen. Weet je hoeveel kinderen ik heb?
Weet je hoeveel geld ik aan luiers uitgeef? Ik ben blut. Ik zit in de problemen.
We moeten 'n klus doen. Jij en ik.
Zal ik terugrijden? Het is mijn auto.
Ga toch achterin zitten. Ik word gek van je.
Waarom zit die idioot naast me? - Je bent chagrijnig.
Uitstappen, jij.
M'n tas.
Kom op. - Wees 's kalm, verdomme.
Kalmeer hem eens. - Kom nou.
Kijk uit. Een blanke huid tekent snel. - Hou je bek.
Laat hem toch met rust. Wacht tot we weer in de auto zitten.
Ik sla hem in elkaar.
Niet zo hard. Ik weet hoe dit moet.
Rood, groen, oké.
Kom op. - Schiet op.
Wacht, verdomme. Oké, hij is doorgeknipt.
Maak open. - Ik zei toch dat ik slotenmaker was.
Daarom werk ik graag met je samen. - Jij werkt voor mij. Vul die zak.
Jij pakt die kant, ik deze.
Kom hier. Raad eens wie hier woont.
Wie dan? - Die dikke rapper, Gallon.
Echt? Tien, vijftig Gallon. Vetzak.
Hij heeft gouden platen.
Dit kan niet. Ik heb al z'n platen. - Ik dadelijk ook.
Laten we wegwezen. Pak iets. - Hij is beroemder dan Biggie.
Als hij 't niet wist, weet hij 't nu. Ik beroof die zak.
Hij kan me de pot op. - Wat doe je?
Ik pak z'n gouden platen. - Dit is geen gouden plaat.
Geef me die verdomde gouden plaat. - Verspil je tijd niet.
Het is een gouden plaat.
Krijg nou wat. - Zeg me wat dat is. Wat is dat?
Het is nep. Stomme rapper. - Het is plastic, hé?
Stomme rapper. - Ik zei het toch?
Hou je kop voordat ik je... - We hebben gezelschap.
Ga je me met die plastic elpee slaan? - Hou op en maak je zak vol.
We moeten ervandoor. Smerissen.
Politieagenten buiten.
Stomme veiligheidsfunctionarissen.
Kom op, maak dat je wegkomt.
Wacht even. Niet zo snel.
Ik heb iets heel ernstigs ontdekt.
Ik denk dat je wel weet wat dat is.
Je urine.
Er zat weer wat in. Denk je dat dit een spelletje is? Ik meen het serieus.
We hebben het hier over gehad, en je zei dat je niet meer zou gebruiken.
Ik was er met m'n gedachten niet bij. Daar wilde ik het met je over hebben.
Er zijn zoveel dingen aan de hand.
M'n moeder is gestorven. M'n verantwoordelijkheden. M'n zoon.
Wiet roken heeft niks met voor je zoon zorgen te maken.
Het is niet fair voor je zoon dat je de bak ingaat omdat je wiet rookt.
Weet ik. Maar hij is moeilijk, en soms...
Ik meen het serieus. - Ik moet orde op zaken stellen.
Dit is de laatste keer. - Geen kansen meer.
Als je de volgende keer gerookt hebt, stuur ik je de nor in.
Het werd te gek. Ik moest langer bij de reclasseringswerker blijven dan ik dacht.
Toen ik weg kon, ging ik meteen werken. Maar toen ik binnenkwam, begon het drama.
De baas is kwaad. Waar ben je geweest?
Is hij er?
Waar ben je geweest? - Wat is er?
Het spijt me. - Het spijt me dat je hier werknemer bent.
Het werkt gewoon niet. Je bent ontslagen. Wegwezen.
Ontslagen? Kun je me geen dag vrij geven zodat ik bij kan komen?
Je krijgt vandaag vrij. En morgen, volgende week, volgend jaar. Gooi hem eruit.
Moet Je dat in m'n gezicht zeggen? Kun je me niet eens even opbellen?
Moet het waar Kay bij staat? - Ben ik soms de telefooncentrale? Eruit.
Val dood. Ik heb 't gezegd. - Fijn. Mooi zo. Dag.
Kalmeer me niet. Je maakt het erger. - Goed zo. Heel volwassen.
Ga naar buiten en dans op straat...
met een liter bier en je vrienden, tot vier uur 's nachts.
Zal ik doen. Val dood, vetzak. - Val dood, kleintje.
Waar ga jij heen? Raap op. - Ik wil met hem praten.
Hoe kan ik daar ontslagen worden? - Rustig. Dat was ook niet juist.
Wat nou, 'dat was niet juist'. Ik moet hem aframmelen.
Niet doen. - Dit maakt m'n situatie nog erger.
Weet je in wat voor zooi ik zit? - Doe nou 's even rustig.
Ik ben echt woest.
Misschien kan ik je helpen met je klussen.
Ben je gek? Je werkt in dezelfde winkel. - Daar heb ik het niet over.
Ik bedoel je andere werk, in de huizen. Dat wil ik ook.
Het werk dat je hebt gedaan. - Hoe weet jij wat ik doe?
Nikkers praten veel.
Ik bemoei me nergens mee, en nikkers gaan kIetsen.
Niks zeggen. Luister. Blijf bij je semafoonbaantje.
Haal je me omlaag vanwege m'n werk?
Ik probeer me omhoog te werken. Ik wil de eigenaar worden.
Telecommunicatie-directeur. - Het is al goed.
Oké. Maar luister. Doe wat je moet doen. Met mijn werk wil je niks te maken krijgen.
Ik heb 'n auto. V-motor met zes cilinders. Dat denk ik tenminste, want hij is snel.
Mag ik erover nadenken? - Bel me op de zaak.
Je hebt het nummer. Je hebt m'n kaartje.
Bel me op jouw oude nummer. Ik neem op want jij bent nu weg.
M'n oude nummer? - Wantje bent toch weg.
Val dood. - Waarom doe je zo?
Ik probeer je te helpen.
Ik heb je hulp niet nodig, semafoonjongen. - Kom nou.
Waar is ie nou? - Hij is nog nooit te laat geweest.
Ik had sinds m'n verjaardag niets meer van Will of Larry gehoord. Ik had geen werk.
Ik weet niet wat me bezielde, maar ik nam Kay z'n aanbod aan.
Wie is die bleekscheet? - Waar bleef je nou?
Ik was hier, maar jullie waren er nog niet.
89 cent voor 'n liter bier. Ik had er nog twee moeten kopen.
Je wordt toch niet dronken?
Nee, hoor. Ik voel me prima.
Zie ik er dronken uit? - We moeten inbreken.
Ik voel me goed. Ik ben nuchter. Maak je geen zorgen.
Ik heb het in de hand. Ik voel me goed.
Hier liggen vier liter... - Dat is erg veel bier.
Dat is 'n paar avonden geleden. - Dat zijn 6 liter.
En zes mensen in m'n auto. - Je kunt niet rijden.
We doen het wel een andere keer. - Je kunt niet dronken rijden.
Die vent is 'n groentje. - Wat is 'n groentje?
Waarom ga je zo tegen me tekeer? - Wat is je probleem?
Wat is 'n groentje? - Weet je niet wat dat is?
Het is iets van blanken. - Wat betekent het?
Weet ik veel, ik ben niet blank. - Juist.
Het betekent beginneling. - Dat had hij moeten zeggen.
Zeg dan dat hij het zegt. - Hij had nieuweling kunnen zeggen.
Zeg niets tegen hem. - Wat een idioot, jouw maat.
Ik heb hiervoor betaald. Dit is van mij. Hij had 'n taxi kunnen nemen.
Dan had hij de chauffeur moeten betalen wat hij gestolen had.
Het is van mij. Ik werk er hard voor.
Ik ben een telecommunicatie-technicus.
Ik help mensen over de hele wereld te communiceren.
Maar vandaag ben je de chauffeur. Stop.
We gaan inbreken.
Wat doe je? Doe de deur dicht. Waar ga je heen?
Ik ga het huis in. - Nee, dat doe je niet.
Je staat op de uitkijk. - Ik heb een videorecorder nodig.
Hoor je wat ik zeg? - Ik sta op de uitkijk.
En wie let er op mij? - Niemand. Het is jouw taak om...
Wat een onzin. - Kunnen we intussen weg?
We zijn over vijf of tien minuten terug. Hoor je wat ik zeg?
Schiet op of we zitten vijf tot tien jaar.
Zul je er zijn? - Het blijft onzin.
Hoor je me? - Kunnen we intussen?
Hou je kop, Sean Penn. - Wie is Sean Penn?
Hier zijn. Kom op, we gaan. - Ik zal er zijn. Schiet op.
Wat een onzin. Verdomme.
Gebruik je ogen. Kijk uit. - Ja.
Kom.
Schiet nou op.
Ze willen dat ik uitkijkpost ben. Ik ben geen uitkijkpost. Onzin.
Ik werk. Ik breek niet in.
Willen die nikkers dat ik oplet terwijl ze inbreken?
Wat een onzin, zeg.
Die nikkers moeten opschieten. Het duurt te lang.
Wie is dat?
Dat bedoel ik nou. We draaien de bak in.
Ik wist dat we de bak in gingen.
Dat is de onzin die ik bedoel. Ze laten me hier helemaal alleen achter.
Het wordt me te link hier.
Ik smeer 'm. Ze zijn waarschijnlijk gesnapt.
Misschien is daarbinnen iets gebeurd.
Verdomme, waar is hij? - Dit kan niet waar zijn.
Dit kan verdomme niet. - Het is jouw maat.
Hij laat ons mooi zitten. - Niet te geloven.
Daar komt ie. Ik zei het toch. - Daar is hij.
Zag je dat? Hij keek me recht in m'n ogen.
We moeten improviseren. Handschoenen uit. - Ik val hier niet op. Jij bent de lul.
Ben ik de lul? Echt?
Daar komt die zak.
Doe iets, Johnny. - Ik hou hem tegen.
Stop, stom groentje.
Wegwezen. - Deur dicht.
Rij nou door, man.
Wat is er verdomme met je? - Ze zaten achter me aan.
Het ruikt naar poep. Heb je gescheten?
Je keek me recht aan. - Was jij dat?
We hadden die nikker niet moeten meenemen.
Zeg nog een keer nikker tegen me... - Ik zeg wat ik wil.
Daar is onze afslag. - We gaan rechtdoor.
Door die nikker zitten de smerissen achter ons. - Zeg dat nog 'n keer en ik verbouw je smoel.
Daar is de politie. Langzamer.
We moeten wegwezen. Ze zitten nog achter ons.
Ik regel dit wel. - Je moet vaart maken.
We hebben gestolen waar in de auto. - Weten zij veel dat 't gejat is.
We hebben het toch niet geleend? - Zet de auto stil.
Wil je ons in de gevangenis hebben? - O, God...
God helpt je niet. We moeten doorrijden. - Ik ga stoppen.
Stop. - Klootzak.
Blijf zitten. - Wegwezen.
Politie. - Jullie vergeten de gestolen troep.
Geen beweging. - Je hoeft dat pistool niet op mij te richten.
Ik ken die jongens niet eens.
Ze hebben me gedwongen.
M'n vader werkte vroeger in het district. Misschien ken je hem wel.
Murphy?
Wat doe je? - Ik eet cruesli.
Even kijken. Lightning Rod Ronson?
Je moet niet zoveel cruesli eten, en deze al helemaal niet.
Wat is er? - We moeten praten.
Dan praten we toch? Waarom ben je zo boos? - Niet waar Tate bij is. Naar de kamer.
Ik meen het. - Ze is gek.
Waarom krijg ik zo op m'n kop?
Wat is er? - Wat heb je die avond met Stu gedaan?
Hou 's even op, zeg.
Ik weet niet waar je het over hebt.
Neem je geweld zo licht op?
Ik wil niet dat m'n zoon me zo ziet.
Maar wat voor voorbeeld geef jij aan dat kleine joch?
Heb je het over Rudy? Daar had ik niks mee te maken.
Ik denk er serieus over om met m'n zoon bij m'n moeder in te trekken.
Ik kan niet meer tegen die oplichterij van je.
Waarom gil je tegen me? Je doet net alsof hij er niet bij is.
Ik ben van streek. - Op wie kan ik rekenen?
Je kunt altijd op mij rekenen. Maar kan ik op jou rekenen?
Vertrek je?
Ik heb zin om dat kreng recht op haar bek...
Bedankt.
Mr Robbins, ik wachtte al op je.
Mr Robbins? Waarom zeg je dat?
Als mensen me iets beloven en het dan niet doen, word ik chagrijnig.
Waar heb je 't over? - Ik zei je dat ik schone urine wilde.
Hij is alweer niet schoon. En je hebt je baan opgezegd.
Zeiden ze dat? Wie heb je gesproken? - Waarom ben je vertrokken?
Er zaten oude ballen in die winkel. We hadden niets gemeen.
Mannen van 60, 75. Ze kaarten de hele dag.
Ik kaart niet... - Ik heb genoeg van die onzin en je leugens.
Iedere week hetzelfde gezeur. Ik vraag je om schone urine.
Hij is niet schoon, en je zegt je baan op. - Je hebt gelijk. Ik maak er geen zooi van...
Ik zal eerlijk zijn. - Ik luister niet.
Hé. Je gaat de nor in. Geen baan en de test niet doorstaan?
Wegwezen. Rennen.
Kun je iemand naar boven sturen? - Maak 't ze lastig.
Wat ik ook probeerde, ik bleef problemen krijgen.
Met m'n gezin, m'n baan, de reclasseringswerker.
Ik had geld nodig om de stad te verlaten. Dus ik belde Will.
Verdomme. Wat is die Tamika mooi.
Mike O. Blijft me verbazen. Zou hij haar neuken?
Heb je 'm uitgedeukt? - Hij is glimmend glad.
Ik heb de luchtverfrisser aangebracht. Betaal me maar.
Oké.
Heb je kaartjes voor Summer Jam? Heb je er een voor mij?
Nee? - Heb je kaartjes voor Summer Jam nodig?
Geen probleem. Maak je geen zorgen.
Jay-Z is m'n halfbroer. Dezelfde pa. - Kun je 'n kaartje krijgen?
Ik vang hem op de radiotelefoon.
Soms duurt het even. Hij kan in de studio zitten, of in 't vliegtuig.
Geef me je telefoonnummer, dan bel ik als ik hem te pakken heb.
Weet je het zeker?
Wat moet hij nou? - Hoe gaat het?
Hoe is 't? Duw je me?
Doe dat nou niet. Je was in m'n semafoonwinkel.
Je doet het goed bij de vrouwen. - Hou je mond.
Hoe gaat het, Larry?
Oké dan. Mooie trainingsbroek. Waarom zitten er geen zakken in?
Als je niet snel opdondert, spuug ik je.
Als je auto's en zo wilde, moest je naar Mike O.
Hij had de beste accessoires in heel Jersey.
Ze zeiden dat hij met de maffia omging, maar er waren nooit bewijzen.
Daarom konden Will en hij zo goed met elkaar overweg.
Kunnen we over zaken praten? - Als we geld kunnen verdienen...
ben ik wel te spreken. - Kom.
Wacht even. Ik wil even met je praten.
Ga jij de zaken maar even regelen.
Ik ga ervandoor. Laat je je nog steeds in met die flikker?
Luister nou eens. Dit is onze grote kans.
Ik kan het niet zonder jou. Je zit er al vanaf het begin bij.
Waarom ben je zo boos? Omdat ik die opmerking over je broek maakte?
Rustig. - Zeg 'm dat hij zich niet zo aanstelt.
Hou allemaal je mond. - Mijn schuld.
Stel dat je wordt aangehouden met gestolen spul. Wat doe je dan?
Agenten met schiettuig? Dan zit je vast.
Ik rijd ze omver. Ik wil niet naar de nor.
Dat is hard. Maar zoals je zult zien, is dat niet nodig.
Wat bedoel je? - Ik heb zes diamanten ringen in deze auto.
Als je ze vindt, mag je ze houden. - Je meent het.
Ja. Als je ze vindt, zijn ze van jou. - Probeer ze niet af te pakken.
Als ik er een vind, ben ik blij.
Kijk op het dashboard.
Ik zie geen ringen.
In de zitting, nikker. - Ze zullen daar wel onder zitten.
Er zijn geen ringen in deze auto. - Het deurpaneel.
Niks. - Klaar?
Nou en of. - Ik laat je zien hoe we het doen.
Hoe krijg je dat voor elkaar?
Kijk 's naar die James Bond-foefjes.
Dat is link. - Dat zie ik.
Je hebt 'n rookscherm, je kunt olie dumpen en je hebt halogeenlampen.
En de kentekenplaat kan worden omgedraaid.
We zijn goed voorbereid. - Kijk hier eens.
Een rokend pistool. Je bent net 'n geheim agent.
We hebben de auto. We gaan 'n klus klaren.
Een ex-vriendinnetje van me in Oresskill. Haar pa is rijk.
Ik weet niet wat hij doet, maar ik heb 'm met een miljoen thuis zien komen.
Ik ga niet mee, want ik doe zoiets niet. Maar ik stuur Mike E. Met je mee.
Oké. - Wacht. Hoe heet hij?
Mike E. - En jij bent Mike O?
En dit is Mike wie?
De broer van de moeder van m'n kind. - Ik weet het niet.
Zoiets doe ik niet. - Zanik niet.
Hou je kop. - Hij zanikt altijd.
Hou je bek dicht.
Shawn is geen mietje, hé? Shawn denkt dat ie heel wat is, hé?
Ga je inbreken of niet?
Niet zo hard. Hij is van m'n zwager. - Sorry, Mikey.
Mike E, niet Mikey. - Dat klonk precies hetzelfde. Laat maar.
Meestal blijft degene die rijdt...
in de auto zitten om op te passen.
Omdat dit je eerste keer is en omdat je hebt gereden, moet je in de auto blijven.
Ik moet hier blijven. - Nee, in de auto, om op te passen.
Is dat waar? - De chauffeur past op.
Ik lieg niet.
Wacht even.
Wat doe je? - Ik ga wat onderzoek doen.
Je gaat je gang maar.
Hé, met Mike E. Ik ben hier met die idioten.
Die jongen zegt dat ik in de auto moet blijven. Hij is arrogant.
Ik ben niet arrogant... - Nee, die kleine.
Nee, zo ziet ie er ook uit.
Oké. Ik heb instructies van Mike O. Zelf om mee te gaan.
Hij wil alles eersterangs. - Laten we nou opschieten.
Ik ben niet arrogant. Waarom zei je dat tegen hem?
Nou zit ik met twee idioten.
Kijk goed rond. We pakken deze vent. We grijpen wat we moeten grijpen.
We moeten uit elkaar.
Nee. Hij weet waar alles is.
Ik weet niet waar het is. - Wat bedoel je?
Bel Mike O. - Schiet op.
Ongelooflijk.
Weer met mij. We weten niet waar het spul ligt.
Je weet het niet.
Ga naar rechts, dan naar links. Aan de rechterkant?
Linkerkant?
Weet ik. Links. Begrepen.
Zorg dat je boven ontvangst hebt. - Niet nodig.
We moesten naar boven en dan...
Kom nou.
Een van deze kamers. - Hij zei rechts en dan links.
Als dit achter de rug is, werk ik niet meer met je.
Wat is je probleem? - Je hebt me met die idioten opgescheept.
Niemand weet waar we heen moeten. Dit is pas sinds we hem kennen.
Hij weet er niks van af. Stommerik.
Dit is onze grote slag.
Hier hebben we voor gewerkt. We doen wat we moeten doen.
Ik heb het.
Gevonden. - Echt? Kom.
Voordat zij erbij waren, was alles in orde.
Nu is het 'n slordige troep. Hij weet niet wat hij doet.
We smeren 'm. - Geen beweging, klootzak.
Kom tevoorschijn. - Nu.
Kom tevoorschijn, klootzak. Ik rijt je milt aan stukken.
Kom verdomme tevoorschijn.
Verdomme, op slot. - Ik schiet je lippen er een voor een af.
Hebbes. - Wat is dat nou?
Kom tevoorschijn of ik schiet je oren eraf.
Schiet op.
Ik schiet je kop eraf. - Liggen.
Ik schiet je longen uit je lijf. - Rustig.
Dat bedoel ik. Hoe wisten ze dat we daar waren?
Ze vroegen niks. Ze begonnen gewoon te schieten. Wat is er toch met de wet?
Wat is er? Ben je geraakt? Niet?
Wil je weten wat er is? Ik doe dit al tien jaar.
Ik ben nog nooit gesnapt. Jij brengt ongeluk, klootzak.
Stop de auto.
Ben je nooit gesnapt? - Zet de auto nu stil.
Hoe kwamen ze zo snel hier? - Haal me hier uit.
Wat is er met je?
Druk op een van die knoppen. - Rook. Het rookscherm.
Wil je ons dood hebben? Stommerik.
Ik had je nooit moeten laten meedoen. - Laat ons met rust.
Ze zien ons niet. Waarom zitten ze nog achter ons aan?
Waarom? - Haal me hier uit.
Ik geef ze olie. Dan kunnen we weg.
Mike O. Heeft een rotkar. - Ga hier staan.
Ik wil de bak niet in. - Hou je mond.
De gevangenis is wel het laatste wat ik nodig heb.
Kijk uit voor die grote... - Deze kant op. Hij raakt ons maar.
Als we hier uit komen, mep ik je in elkaar.
Hij is weg. Hij reed voorbij. Misschien zijn ze al weg.
Wacht. - Jij bent de grootste pechvogel die ik ken.
Ben je boos op mij?
Ze zien ons niet. We vertrekken.
Andere kant op. - We zijn ontsnapt.
Ik ben woest. Ik draai voor niemand in de nor.
Je kunt het verpesten, en je kunt het gruwelijk verpesten.
Deze keer had ik het gruwelijk verpest.
Ik moest een tijdje verdwijnen. Ik wilde nog een keer m'n vriendin en m'n zoon zien.
Maar die kans kreeg ik niet eens meer.
Shawn, met Mo. Tate en ik zijn bij m'n moeder gaan eten.
Er staat eten in de ijskast. Ik hoop dat het goed gaat.
Bel me als je dit bericht krijgt.
Met Burtie. Ik ben net vrij.
We beginnen opnieuw. Bel me terug. - We pakken hem.
Opschieten.
Doe open. Politie.
Doe open. Trap de deur in.
Opschieten. Politie.
Waar is hij?
Aan de kant.
Wat is hier aan de hand?
Doe het licht aan. - Waar is hij?
Controleer dat hek.
Heb je hem gevonden?
Waar is hij naartoe?
Ga daar 's kijken.
Verdomme.
Kijk daar.
Verdomme, hij moet hier ergens zijn.
Schiet op. - Geef 's.
Naar de nor, schorem. Kom eruit.
Kom eruit. Je bent gearresteerd, zak. Eruit.
Haal dat licht uit m'n gezicht.
Ik kom al. - Schiet op.
Wacht. Je bent sterk, hoor.
Wacht nou. - Hou hem vast. Armen naar achteren.
Kom niet aan m'n nek. - Hou op.
Ik sla... wacht tot we in de auto zitten. - Hou je bek.
Zet hier je handtekening onder.
Wil je dat ik dat onderteken?
Ik onderteken niks. Als je niet ophoepelt...
Wat zit je te kijken, vetzak? Zeg me niet wat ik moet ondertekenen.
M'n advocaat is er niet. Ik weet niet met wie ik moet praten.
Heb je me niet gehoord? Zal ik het gooien? Ik onderteken dat niet.
Erg bijdehand. - Vind je?
Zet je handtekening. - Ik doe het niet.
Je wordt echt boos, hé? - Je bent erg bijdehand.
Zeg het nog 's. Ik spuug in je ogen.
Nu ben je niet meer zo bijdehand, hé?
Zeg nog eens wat grappigs.
Zeg eens iets heel bijdehands.
Wat is er, liefje?
Wil je nog steeds niet tekenen?
Ik voel m'n kaak niet meer. Alles is verdoofd.
Ik heb je wens in vervulling doen gaan...
dus als je in je cel komt...
verdoe je geen tijd met denken over hoe je bepaalde dingen zou hebben gedaan.
Om je te laten zien dat je niks kunt.
We hebben je te pakken...
nikker.
U hebt de overeenkomst van de officier van justitie getekend...
in ruil voor uw schuldbekentenis?
Ja edelachtbare, dat klopt.
Het vonnis van de rechtbank is een gevangenisstraf van maximaal 12 jaar...
en minimaal zes jaar. - Twaalf jaar?
Als u jaar zegt... Waar gaat u heen?
Twaalf jaar. Ik heb twaalf jaar gekregen.
Dat is toch te gek? Wat moest ik twaalf jaar lang doen?
Ik had toen m'n lesje al geleerd. Daarvoor hoefde ik de nor niet in.
Ik vertelde het jongeren en probeerde ze doodsbang te maken.
Het boeide me niet of ze luisterden. Ik wilde naar huis.
Klote. Twaalf jaar.
Ik blijf het maar zeggen, twaalf jaar. Het klinkt stoer als ik 't zeg.
Ik zat er maar 2,5 jaar. Ik mocht gaan wegens goed gedrag, dus ik ben niet gek.
Nu ben ik weer thuis. Ik rotzooi nog steeds met de jongens.
Die nikker zit in de nor en valt af. Hoe doe je dat?
Hij is zo oud dat hij mosterdvlekken op z'n armen heeft.
Burtie is net een crackverslaafde die weer aankomt.
Op dat gebied hebben we nog niets gepresteerd. - Ik bemoei me niet met die zooi.
In dat gebied breken nikkers in en verdienen ze geld.
Je doet maar. Ik heb geen interesse. - We doen niet mee.
Mietjes. - Wat is dat?
Ik heb goede en slechte herinneringen aan alles wat ik gedaan heb.
Op sommige dingen ben ik trots, op andere niet.
Maar ik kan jullie een ding vertellen...
breek niet bij andere mensen in.
Niet doen. Als je sleutel niet past, mag je de deur niet intrappen.
Laat dat zooitje. God, laat ze van dat zooitje afblijven.
Daar gaan we weer. Niet in m'n gezicht, Stu.
Ik zei je toch: Niet m'n gezicht.
Rip & Bewerking: FB&F Crew www.nlondertitels.com
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.