All language subtitles for 12 Angry Men (2007) (Russian remake) 1080p (moviesbyrizzo upl)

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

ALGEMEEN GERECHTSHOF

Goed werk.

Je hebt het voor elkaar gekregen.

In deze ingewikkelde zaak gaat het om moord met voorbedachte rade.

Dat is het ergste waarvan iemand kan worden beschuldigd.

U hebt de getuigen gehoord en uitgelegd gekregen wat de wet is.

Nu is het uw plicht te beslissen wat waar en niet waar is.

Een man is dood. Het leven van een ander staat op het spel.

Als het mogelijk is dat de beklaagde niet schuldig is,

dient u hem vrij te spreken.

Als u niet aan zijn schuld twijfelt, dient u hem met een gerust geweten

schuldig te bevinden.

Maar wat u ook beslist, de uitspraak moet unaniem zijn.

Mocht u de beklaagde schuldig bevinden,

dan heeft een verzoek om genade geen zin.

Dan kan ik alleen maar de doodstraf uitspreken.

U hebt een zware taak te vervullen.

De extra juryleden mogen gaan.

De jury trekt zich nu terug.

- Kauwgum ? - Nee, bedankt.

Dit ding doet 't niet.

Ik help wel even.

Hupsakee.

Ik heb vanochtend het weerbericht gebeld.

Dit wordt de warmste dag van het jaar. Hadden we maar airconditioning.

- Wat is uw naam ? - Die, ja.

Bedankt. Ok� heren, iedereen is er.

Als u iets nodig hebt, hoeft u maar te kloppen. Ik sta voor de deur.

Ik heb nooit geweten dat ze de deur op slot doen.

Natuurlijk gaat die op slot. Wat dacht u dan ?

Het is gewoon nooit bij me opgekomen.

- Wat zijn dat ? - Stembriefjes.

Goed idee. Dan kunnen we hem uitroepen tot senator.

- Wat vond u ervan ? - Ik vond het wel interessant.

- O ja ? Ik viel bijna in slaap. - Ik was nog nooit jurylid geweest.

Nee ? Ik al heel vaak.

Die advocaten kletsen maar door, zelfs in een uitgemaakte zaak zoals deze.

- Hebt u ooit zo'n gezeur gehoord ? - Daar zijn ze voor.

Dat klopt. Zo is het systeem nu eenmaal.

Maar ik zou zo'n rotjoch aanpakken voordat ie het verkeerde pad opging.

Dat zou een hoop tijd en geld besparen. Laten we beginnen.

Iedereen heeft vast wel wat anders te doen.

Laten we beginnen met een korte pauze. Er is iemand naar de wc.

Gaan we op volgorde zitten ?

Dat lijkt me wel een goed idee.

- U zit op mijn plaats. - Pardon.

Geeft niet.

Geen slecht uitzicht, h� ?

Wat dacht u ervan ? Ik vond het heel boeiend.

Geen echt saaie momenten.

We hadden geluk dat het een moord was. Ik had op een inbraak gerekend.

Die kunnen me toch saai zijn.

- Is dat het Woolworth-gebouw ? - Dat klopt.

Ik woon hier m'n hele leven al, maar daar ben ik nog nooit in geweest.

Er zat een hoop onzin bij, zoals dat smoesje van die bioscoop.

En dat verhaal over dat mes dan ?

Dachten ze nou echt dat we daar in zouden trappen ?

Dat kan je verwachten van dat soort tuig.

Daar hebt u gelijk in.

De claxon doet het goed. Hoe zit het met de koplampen ?

- Bent u verkouden ? - Niet zo'n beetje ook.

Mijn neus doet er pijn van. Kent u dat ?

Nou en of. Ik ben er net overheen.

- Meneer de voorzitter, aan de slag. - Hij is nog steeds op de wc.

Is er nog nieuws ? Ik heb geen tijd gehad om de krant te lezen.

Ik keek even naar de beursnoteringen.

- Bent u aan de beurs ? - Ik ben effectenmakelaar.

Ik heb een koeriersdienst.

Op Uw Wenken heet het.

Een ideetje van m'n vrouw.

Er werken 37 mensen voor me. Ik ben met niets begonnen.

Ok� heren, laten we plaatsnemen.

Dan is het zo gepiept. Ik heb kaartjes voor de wedstrijd van vanavond.

De Yanks tegen Cleveland. Modjelewski speelt mee.

Een beer van een speler.

Wat kan die slaan, zeg.

U bent een echte honkbalfanaat. Hoe gaan we zitten ?

Op volgorde van jurynummer, lijkt me.

Een, twee, drie en zo rond de tafel. Bent u het daarmee eens, heren ?

- Wat maakt het nou uit ? - Het lijkt mij geen slecht idee.

- Laat nou maar. - Dat is twaalf.

Wat dacht u van de openbare aanklager ?

- Pardon ? - Ik vond hem enorm scherpzinnig,

zoals hij alle punten een voor een in logische volgorde afhandelde.

- Ik was erg onder de indruk. - Hij was heel vakkundig.

En hij was zo gedreven.

Kan iedereen even stil zijn ? Hallo ?

We willen graag beginnen.

Die meneer bij het raam.

- We willen graag beginnen. - Neem me niet kwalijk.

- Die knaap maakt zo z'n vader van kant. - Je hoort het voortdurend.

Ze laten hun kinderen maar raak doen.

Misschien was het z'n verdiende loon.

- Zijn we er allemaal ? - Die ouwe is naar de wc.

Kunt u even op de deur kloppen ?

- Bent u ook voor de Yankees ? - Nee, voor Baltimore.

Baltimore ?

Dan loopt u zeker graag met uw hoofd tegen de muur ?

Die hebben toch niemand ? Alleen goeie veldspelers.

- We willen graag beginnen. - Sorry, heren.

- Ik wilde u niet laten wachten. - Baltimore ?

Even uw aandacht, alstublieft. Zeg maar hoe u dit wilt aanpakken.

Ik ga geen regels opstellen.

We kunnen er eerst over praten en dan stemmen.

Of we kunnen meteen stemmen.

Meestal wordt er eerst gestemd.

Goed idee. Wie weet kunnen we er gelijk vandoor.

Prima. We hebben hier te maken met moord met voorbedachte rade.

Als we de beklaagde schuldig bevinden, gaat hij naar de elektrische stoel.

Zonder pardon.

- Daar zijn we ons van bewust. - Kom maar op.

- Is er iemand die niet wil stemmen ? - Nee, hoor.

Vergeet niet dat het een unanieme beslissing moet zijn.

Zo staat het in de wet. Klaar ?

Steek uw hand op als u denkt dat hij schuldig is.

Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven,

acht, negen, tien, elf.

Elf stemmen voor schuldig.

Wie denkt dat hij niet schuldig is ?

Een.

Elf voor schuldig, een voor onschuldig. Nu weten we waar we aan toe zijn.

Er ligt altijd wel iemand dwars.

En nu ?

- Nu praten we erover. - Allemachtig.

Denkt u echt dat hij onschuldig is ?

- Geen idee. - U hebt het proces bijgewoond.

We weten allemaal hetzelfde. Die knaap is bloedlink.

- Hij is pas 18. - Dat is oud genoeg.

Hij heeft zijn eigen vader doodgestoken.

Dat is tijdens het proces ruimschoots bewezen.

- Moet ik het voor u herhalen ? - Nee.

- Wat wilt u dan ? - Ik wil er gewoon over praten.

Wat valt er te praten ? Elf van ons achten hem schuldig.

Daar twijfelden we niet eens over.

Ik wil u iets vragen. Gelooft u zijn verhaal ?

- Dat weet ik niet. Misschien niet. - Waarom wilt u hem dan vrijspreken ?

U bevond hem allemaal schuldig.

Ik kan zo'n jongen niet zomaar ter dood veroordelen zonder erover te praten.

- Wie zegt dat ik er licht over denk ? - Niemand.

Omdat ik zo snel heb besloten ? Ik denk echt dat hij het gedaan heeft.

Ik bedenk me niet, al praat u nog zo lang.

Ik probeer u niet om te praten.

Maar er staat een leven op het spel.

- Stel dat we het mis hebben ? - Stel dat dit gebouw instort.

- Zo kan je wel aan de gang blijven. - Precies.

Wat geeft het hoe lang we erover doen ? Dat doet er toch niet toe ?

Laten we een uur de tijd nemen. De wedstrijd begint pas om acht uur.

- Wie heeft daar iets op te zeggen ? - Ik wil best even blijven.

- Ik heb gisteren toch iets leuks gehoord. - Daar zitten we hier niet voor.

Waar zitten we hier dan wel voor ?

Dat weet ik niet. Misschien wel voor niks.

Die jongen heeft zijn hele leven op de schopstoel gezeten.

Opgegroeid in een achterbuurt, jong z'n moeder verloren.

Hij heeft een tijd in een weeshuis gezeten,

omdat zijn vader in de gevangenis zat.

Dat is geen goeie start in het leven.

Hij is kwaad op de wereld. En waarom ?

Omdat hij elke dag een klap voor zijn kop krijgt.

We zijn het de stakker verplicht even over zijn lot te praten.

We zijn hem niks verplicht. Hij heeft een eerlijk proces gekregen.

Hoeveel denkt u dat zo'n proces kost ? Hij mag van geluk spreken.

We zijn volwassenen onder elkaar. We hebben de feiten gehoord.

U maakt mij niet wijs dat hij eerlijk is. We weten wat voor 'n type het is.

Ik zie ze m'n hele leven al om me heen.

Ze zijn niet te vertrouwen. Het zijn geboren leugenaars.

- Wat een onnozele opvatting. - Hoor eens even...

Hebt u soms een monopolie op de waarheid ?

Deze meneer moet het een en ander worden verteld.

- Hou uw preek maar voor u. - Kom op, we moeten verder.

Rice Pops. Een van de producten waar ik aan werk.

"Het ontbijt waar u baat bij hebt."

- Die slogan is van mij. - Bekt lekker.

- Mag ik even ? - Sorry, ik teken altijd.

- Dan kan ik beter denken. - We hebben het druk.

Zo komen we hier nooit weg.

Misschien kan degene die het niet met ons eens is, uitleggen waarom.

Misschien kunnen we u dan laten zien waar u verkeerd gaat.

Volgens mij is het onze taak om deze meneer ervan te overtuigen

dat hij het bij het verkeerde eind heeft. Als we nu allemaal even de tijd namen...

- Het was maar een ideetje. - Nee, goed idee.

Zullen we de tafel rondgaan ?

Gaat u maar eerst.

Het is moeilijk onder woorden te brengen.

Volgens mij is hij gewoon schuldig.

Dat dacht ik meteen al. Niemand heeft het tegendeel bewezen.

Dat hoeft niet te worden bewezen. Zijn schuld moet worden bewezen.

Volgens de grondwet hoeft de beklaagde zijn mond niet open te doen.

Dat weet ik wel, maar ik bedoel...

Hij is gewoon schuldig. Iemand heeft het hem zien doen.

Ik zal u zeggen hoe ik erover denk. Ik ben volledig objectief.

Ik wil het puur over de feiten hebben.

Feit nummer een.

Onder de kamer waar de moord is gepleegd, woont een oude man.

Op de avond van de moord hoort hij om tien over twaalf een ophef.

Het klinkt alsof er wordt gevochten.

Hij hoort hem schreeuwen "Ik vermoord je".

Een seconde later hoort hij een bons.

Hij holt naar de deur, doet de deur open en ziet hem de trap af rennen.

Hij belt de politie en die vindt de vader met een mes in zijn borst.

Het tijdstip van overlijden is rond middernacht.

Dat zijn onweerlegbare feiten. De knaap is schuldig.

Ik ben geen ongevoelige vent. Ik weet dat hij pas 18 is.

- Maar hier moet hij voor boeten. - Dat vind ik ook.

- Bent u klaar ? - Ja.

Het alibi van die jongen deugt niet. Daar kijk je zo doorheen.

Hij zegt dat hij naar de film was.

Maar hij wist niet welke films hij had gezien en wie er meespeelden.

En bij de bioscoop had niemand hem gezien.

En de verklaring van de overbuurvrouw geeft de doorslag.

- Die heeft het zien gebeuren. - Heren, om de beurt graag.

Moet je horen.

Ze ligt in bed, maar kan niet slapen. Ze stikt van de hitte.

Ze kijkt uit het raam naar de overkant

en ziet hoe die jongen zijn vader neersteekt.

Om tien over twaalf. Alles sluit op elkaar aan.

Ze kent die knaap z'n hele leven al.

Ze zweert dat ze het hem zag doen.

Door de ramen van een langskomende trein.

Er zaten geen passagiers in en hij was op weg naar het centrum.

De lichten waren uit. Er is bewezen dat je in het donker

door de ramen heen kunt zien wat er aan de overkant gebeurt.

- Dat is bewezen. - Ik wil u iets vragen.

Hem gelooft u niet. Waarom die vrouw wel ?

Zij komt toch ook uit de achterbuurt ?

- U denkt zeker dat u slim bent ? - Rustig aan, heren.

- Kom op, ga zitten. - Wat denkt hij wel ? Neem van mij aan...

Met vechten schieten we niks op.

- Wie is er aan de beurt ? - Nummer vijf.

Ik zeg liever niks.

Dat is uw goed recht.

En de meneer daarnaast ?

Wat zal ik zeggen ?

Ik raakte er al snel van overtuigd dat hij het gedaan had.

Ik was namelijk op zoek naar een motief.

Want als je geen motief hebt, heb je geen been om op te staan.

Die verklaring van de buren aan de overkant van het gangpad

vond ik erg overtuigend. Hadden die het niet over een ruzie

tussen vader en zoon, om een uur of zeven 's avonds ?

- Ik kan het mis hebben, maar... - Het was om acht uur.

Ze hoorden geruzie en dat de vader z'n zoon twee keer sloeg.

Daarna zagen ze de zoon kwaad het huis uit rennen. Wat bewijst dat nou ?

Niks, maar het is wel gebeurd.

U vindt dat een motief, net als de aanklager.

Ik ben daar niet van overtuigd.

Die jongen is zo vaak geslagen dat geweld voor hem praktisch

deel uitmaakt van het dagelijkse leven.

Twee klappen in het gezicht zetten zo iemand niet aan tot moord.

Misschien waren die twee de druppel die de emmer deed overlopen.

Verder nog iets ?

- Nee. - Mooi. En u ?

Alles is al gezegd.

Je kunt er tijden over doorgaan, maar er verandert niks.

Kijk maar naar die knul z'n strafblad.

Op z'n tiende al voor de rechter voor verwonding van 'n onderwijzer.

Op z'n vijftiende naar de tuchtschool wegens autodiefstal.

Hij is een keer opgepakt voor beroving en twee keer voor vechtpartijen.

Een echte messentrekker, schijnt het. Lekkere jongen, hoor.

Vanaf z'n vijfde krijgt hij regelmatig een flink pak slaag van z'n vader.

Zo'n knaap verdient niet beter.

Dat krijg je met die jongens van tegenwoordig.

Toen ik klein was, zei ik u tegen m'n vader.

Daar hoef je bij de jeugd van nu niet meer mee aan te komen.

Vaders vinden dat tegenwoordig niet meer belangrijk.

- Hebt u kinderen ? - Ik heb er drie.

Ik heb er een.

Een zoon van 22.

Toen hij negen was, liep hij weg van een gevecht.

Ik geneerde me zo dat ik er bijna van over mijn nek ging.

"Ik maak 'n man van je, al ga je er aan onderdoor", zei ik.

Nou, dat is me gelukt, hoor.

Toen hij 16 was, kregen we ruzie.

Hij gaf me 'n dreun in mijn gezicht.

Ik heb hem al in geen twee jaar gezien.

Dat krijg je met kinderen.

Je werkt je uit de naad voor ze...

- Kom, we moeten opschieten. - We dwalen af.

Al komt die jongen uit een ontwricht gezin uit de achterbuurt,

we zijn hier om uit te maken of hij schuldig is of niet.

Niet om te achterhalen waarom hij zo is geworden.

Hij komt uit een achterbuurt. Dat zijn broedplaatsen voor criminelen.

De meeste achterbuurtkinderen vormen een bedreiging voor de samenleving.

Zeg dat wel. Die kinderen groeien voor galg en rad op.

- Ik moet niets van ze hebben. - Ik kom anders ook uit een achterbuurt.

- Wacht even. - Alstublieft.

Ik heb als kind ook altijd in de troep gespeeld.

Misschien ruikt u dat wel aan me.

Het was niet persoonlijk bedoeld.

Hij had het helemaal niet over u. U bent ook gauw aangebrand.

Daar kan ik wel inkomen.

Geen geruzie. Dat is tijdverspilling.

U bent aan de beurt. Vooruit.

Mijn beurt ? Jullie zouden mij toch overtuigen ?

- Dat was het plan. - Hij heeft gelijk.

Hij houdt de zaak op. Ik wil horen wat hij te zeggen heeft.

Laten we ons nu maar houden aan wat we hadden besloten.

Doe niet zo kinderachtig.

- Hoe bedoelt u ? - Wat denkt u dat ik bedoel ?

Omdat ik de boel ordelijk probeer te houden ?

U mag het best van me overnemen, hoor. Dan hou ik m'n mond wel.

- Maak u toch niet zo druk. - Dat maak ik zelf wel uit.

Wilt u voorzitter zijn ? Ga uw gang.

Hebben jullie ooit zoiets meegemaakt ?

- Vindt u het soms grappig ? - Toe, wat maakt het nu uit ?

Probeert u het maar eens.

We willen geen andere voorzitter. U doet het prima.

Ja, u doet het geweldig. Blijft u maar aan slag.

Ok�, de volgende.

Als u mijn mening wilt, dan wil ik die best geven.

- U doet maar wat u niet laten kunt. - Ik heb geen briljante argumenten.

Ik weet net zoveel als jullie.

Het lijkt erop dat hij schuldig is. Misschien is hij dat wel.

Ik heb zes dagen lang naar al het bewijsmateriaal zitten luisteren.

Iedereen leek zo zeker van z'n zaak.

Ik vond het maar vreemd. Zo eenvoudig is het leven meestal niet.

Ik bleef met een aantal vragen zitten. Misschien hadden die niks opgelost,

maar ik vond dat het kruisverhoor van de verdediging niet erg grondig was.

Hij liet te veel kleine dingen passeren.

Wat dan ? Als ze geen vragen stellen,

is dat meestal omdat ze het antwoord al weten.

Misschien was het een domme advocaat. Dat kan toch ?

Volgens mij kent u m'n zwager.

Als ik die jongen was geweest, had ik om 'n andere advocaat gevraagd.

Als je de doodstraf kunt krijgen,

wil je een advocaat die korte metten maakt met de getuigen � charge.

Er was een getuige die beweert de moord gezien te hebben,

een die het gehoord heeft en de verdachte heeft zien wegrennen

en dan is er nog indirect bewijs.

Maar het pleidooi van de aanklager rust op de twee getuigen.

Stel dat die 't mis hebben ?

Als je zo redeneert, hoef je geen getuigen te roepen.

- Kunnen ze zich vergist hebben ? - Ze stonden onder ede.

Vergissen is menselijk. Kunnen ze zich vergist hebben ?

- Dat denk ik niet. - Maar weet u het zeker ?

Zoiets weet je nooit zeker. Het is geen exacte wetenschap.

Daar hebt u gelijk in.

Laten we ter zake komen.

Hoe zit het met de stiletto in de borst van z'n vader ?

Sommige mensen zijn nog niet aan de beurt geweest.

Hun kans komt nog wel. Hou even uw mond.

Hij heeft bekend dat hij die avond een mes heeft gekocht. Hoe zit 't daarmee ?

- Daar wil ik het over hebben. - Laat dat mes maar brengen.

- Ik wil het nog wel eens zien. Voorzitter ? - Waar is dat nu weer voor nodig ?

Als hij een bewijsstuk wil zien, is dat zijn goed recht.

- Kunt u ons het mes brengen ? - Het mes ?

Wat er over het mes is gezegd, vindt u belastend materiaal ?

- Absoluut. - Laten we de feiten onder de loep nemen.

De zoon geeft toe dat hij om acht uur het huis heeft verlaten,

na een tik van z'n vader.

Een pak slaag, zei hij. Dat is iets anders.

Nadat zijn vader hem geslagen had.

Vervolgens heeft hij in een rommelwinkel in de buurt een mes gekocht.

- Een springmes. - Een stiletto.

Een mes met een ongebruikelijk heft en lemmet.

De winkelier zegt dat hij nooit eerder zo'n mes verkocht heeft.

Om kwart voor negen komt hij in de kroeg een stel vrienden tegen. Klopt dat ?

- Ja, hoor. - Als een bus.

Hij blijft tot kwart voor tien met zijn vrienden praten.

In dat uur laat hij ze z'n stiletto zien.

Tijdens het proces wijzen z'n vrienden zijn stiletto aan als het moordwapen.

Rond tien uur komt hij thuis.

Hier begint zijn verhaal af te wijken van dat van de openbare aanklager.

Hij beweert naar de film te zijn gegaan.

Toen hij om drie uur thuiskwam, is hij opgepakt voor de moord op z'n vader.

Verder beweert hij dat de politie hem van de trap heeft geduwd.

Waar was z'n mes ? Hij zegt dat het uit z'n zak is gevallen

terwijl hij op weg was naar de bioscoop

en dat hij het nooit terug heeft gezien. Wat een kletskoek.

Volgens mij is hij helemaal niet naar de film geweest.

Niemand heeft hem het huis uit zien gaan. De bioscoop weet van niks.

Hij kon niet eens zeggen welke films hij gezien had.

Ik zal u zeggen hoe het gegaan is.

Hij is thuisgebleven, heeft tijdens een nieuwe ruzie

zijn vader doodgestoken en is ervandoor gegaan.

Er zaten zelfs geen vingerafdrukken op het mes.

U wilt toch niet beweren dat dat mes uit z'n zak is gevallen

en is opgeraapt door iemand die bij 'm thuis zijn vader heeft neergestoken ?

Maar hij kan het best verloren hebben

en dat een ander met zo'n mes z'n vader heeft vermoord.

Kijk eens naar dat mes.

Zo'n mes zie je niet vaak.

Ik had er nog nooit een gezien. De man die hem verkocht heeft, ook niet.

Dat zou toch veel te toevallig zijn ?

- Toevallig, maar niet onmogelijk. - Volgens mij wel.

Waar haalt u dat vandaan ?

- Dat is precies zo'n zelfde mes. - Wat doet u nu ?

- Waar hebt u dat vandaan ? - Ik ben gisteren een eindje om gegaan.

Door de buurt waar die jongen woont.

Ik heb 't een paar straten bij hem vandaan gekocht voor zes dollar.

Het is tegen de wet om een stiletto te kopen.

- Dat klopt. Ik heb de wet overtreden. - Leuk trucje.

Maar wat denkt u hiermee te bewijzen ?

- Zo zeldzaam zijn die messen dus niet. - En wat dan nog ?

U hebt een mes gevonden dat erop lijkt. Is dat nou de vondst van de eeuw ?

Denkt u dat iemand anders hem heeft neergestoken met zo'n zelfde mes ?

- Een kans van een op 'n miljoen. - Het is mogelijk.

- Maar niet waarschijnlijk. - Heren, ga zitten.

Het heeft geen zin om met z'n allen te gaan staan.

Wat frappant dat hij net zo'n mes heeft gevonden als dat van hem.

- Wat is daar nu frappant aan ? - Dat vind ik gewoon.

We denken nog steeds dat hij schuldig is.

Wat denkt u te bereiken ? U praat ons toch niet om.

Dan maar geen unaniem besluit.

Dan komt er een nieuw proces en wordt hij alsnog schuldig bevonden.

Waarschijnlijk wel.

Wat wilt u ? Zo duurt het de hele avond.

Het is maar een avond. Zijn leven staat op het spel.

Waarom maken we het ons niet gemakkelijk ?

We laten een pak kaarten brengen en dan zweten we het wel uit.

- Grappenmakerij vind ik ongepast. - Wat wilt u dan ?

Ik zie niet in wat dat mes ermee te maken heeft.

Er is een ooggetuige. Meer bewijs is toch niet nodig ?

Jullie praten me de oren van het hoofd.

Ondertussen gaat mijn bedrijf naar de haaien. Kunnen we opschieten ?

De officier van justitie vond dat mes anders wel belangrijk.

Hij was maar een hulpje. Weet hij veel.

Al die nevenargumenten houden ons op.

- Wat zegt u ervan ? - U staat alleen.

Ik heb een voorstel. Laten we nog een keer stemmen.

Maar ik wil dat iedereen

zijn stem in het geheim kan uitbrengen.

Ik doe niet mee. Als iedereen hem schuldig bevindt, leg ik me daarbij neer.

Dan gaan we ter plekke met die uitspraak naar de rechter.

Maar als iemand hem onschuldig bevindt, praten we het uit.

- Als u het aandurft, vind ik het best. - Als u pers� moeilijk wilt doen.

Dat klinkt me redelijk in de oren. Iedereen het ermee eens ?

Geef maar door.

Schuldig.

Schuldig.

Schuldig.

Schuldig.

Schuldig.

Schuldig.

Schuldig.

Schuldig.

Schuldig.

Niet schuldig.

Schuldig.

- Wat zeg je me daarvan ? - Nog eentje die moeilijk wil doen.

Wie is het ? Vertel op.

We hadden toch besloten dat het een geheime stemming zou zijn ?

Als hij zich niet bekend wil maken...

In een jurykamer is er geen plaats voor geheimen. Ik weet wie het was.

U bent me er een, hoor. U dacht net als wij dat hij schuldig was,

tot die mooiprater op uw gevoel ging werken met 't verhaal

dat die moordenaar zo'n ellendige jeugd heeft gehad.

En nu denkt u dat hij onschuldig is. Wat een misselijke...

Waarom stopt u geen kwartje in zijn collectebus ?

U hoeft niet zo'n toon aan te slaan. Wie denkt u wel dat u bent ?

Rustig aan. Hij meent het niet.

- Hij is gewoon gauw kwaad. - Reken maar dat ik kwaad ben.

Een moordenaar hoort thuis in de elektrische stoel.

Die vent zit fabeltjes te vertellen en wij luisteren nog ook.

- Waarom bent u van mening veranderd ? - Hij niet, ik.

- Geweldig. - Ik wist het wel.

- Zal ik u vertellen waarom ? - Nee, laat maar zitten.

- Ik wil het anders wel even kwijt. - Moeten we dit echt aanhoren ?

- Hij mag het best uitleggen. - Dank u wel.

Deze meneer is de enige met een afwijkende mening.

Hij zegt niet dat hij onschuldig is.

Hij twijfelt. Het valt niet mee om voet bij stuk te houden als je alleen staat.

Hij gokte erop dat iemand hem zou steunen en ik respecteer zijn motieven.

Die jongen is vast schuldig, maar ik wil meer horen.

Het is nu tien tegen twee. Ik ben aan het praten. Blijf hier.

Hij kan u niet horen. Hij luistert niet. Ga zitten.

- Zullen we verdergaan ? - Laten we maar even pauzeren.

Er is iemand naar het toilet en daar moeten we op wachten.

Het ziet er niet naar uit dat we het eens worden, h� ?

Ik had niet verwacht dat die ouwe van gedachten zou veranderen.

Kon ik maar iets verzinnen dat de impasse zou doorbreken.

Heb ik u verteld dat ik in de reclamewereld werk ?

Daar kom je vreemde vogels tegen, hoor.

Sommige mensen drukken zich op een heel eigen manier uit.

Dat soort typen komt u in uw werk vast ook wel tegen.

- Wat doet u ? - Ik ben horlogemaker.

De beste horlogemakers ter wereld komen uit Europa.

Wanneer we op mijn werk in zo'n impasse raken...

Ik zeg net dat als een vergadering in de reclamewereld vastloopt,

er altijd wel figuren zijn die met een idee klaarstaan.

Ik moet er altijd om lachen.

Ze kondigen zo'n idee vaak heel koddig aan.

Dan zegt zo iemand bijvoorbeeld:

"Ik heb een idee. Eens kijken of de vlag ervan gaat wapperen."

Het slaat nergens op, maar het is wel leuk.

Ik liet me een beetje gaan.

Ik wilde niet onbeschoft zijn.

Ik ben blij dat u zich niet laat ompraten door die gevoelsargumenten.

Ik weet niet wat er mis is met die ventilator.

- Zit u in de verkoop ? - Ik ben architect.

Weet u iets van verkooptechnieken ?

U bent een geboren verkoper, hoor.

Ik heb m'n eigen techniek.

Grapjes, drankjes, trucjes.

Iedereen heeft een zwakke plek. Dat is mijn motto.

Ik verkoop marmelade en heb vorig jaar 27000 dollar verdiend.

Dat is niet slecht. Het is tenslotte maar marmelade.

Waar doet u het voor ? Voor de lol ?

Of hebt u ooit een dreun gehad waar u nog niet van bent bekomen ?

- Wie weet. - Jullie zijn allemaal hetzelfde.

Altijd op de bres voor een of andere mislukkeling.

Maar waarom verspilt u onze tijd ?

Geef toch gewoon aan het goede doel als u zich een goed mens wilt voelen.

Die knaap is schuldig, makker.

Dat staat als een paal boven water. We verdoen onze tijd.

Als we zo doorgaan, zijn we straks helemaal schor.

Wat maakt het uit ? Van die wedstrijd wordt u ook schor.

Niks hoor, makker.

Helemaal niks.

- Lekker stel, h� ? - Niet erger dan gemiddeld.

Wat een moordende hitte, zeg.

- Zou het nog lang duren, denkt u ? - Geen idee.

Hij is zo schuldig als wat. Daar twijfel ik geen moment aan.

We hadden allang klaar moeten zijn.

Ik vind het niet zo erg.

Ik ben liever hier dan op m'n werk.

- Denkt u dat hij onschuldig is ? - Het zou kunnen.

Ik ken u niet, maar ik wed dat u de plank nog nooit zo hebt misgeslagen.

Zet er toch een punt achter.

Veronderstel nu eens dat u terechtstond.

Ik veronderstel niks. Ik ben maar een gewone arbeider.

Veronderstellen doet m'n baas maar. Hoewel...

Laat ik het eens proberen.

Veronderstel dat u ons om weet te praten,

terwijl die knaap echt z'n vader om zeep heeft gebracht ?

Klaar ?

Sorry, hoor.

- Waar anders ? - Ok� heren, laten we weer plaatsnemen.

- Dit wordt nachtwerk. - Het wordt tijd dat we ter zake komen.

- Wie wil er beginnen ? - Ik.

Ga uw gang.

De onderbuurman zegt dat hij hem hoorde roepen: "Ik vermoord je."

Een seconde later hoorde hij iemand vallen.

Hij snelde naar de deur en zag hem het huis uit rennen. Wat zegt u daarvan ?

Ik vraag me af hoe hij hem door het plafond heen kon horen.

Het was een warme avond, dus alle ramen stonden open.

Lawaai bij iemand anders in huis is moeilijk thuis te brengen.

Hij zei dat hij de stem herkende.

De overbuurvrouw keek zo bij ze binnen en zag de moord gebeuren.

- Is dat geen bewijs genoeg ? - Nee.

Wat zeg je van die vent ? We praten tegen dovemansoren.

Ze keek door de ramen van een passerende trein heen.

Die trein had zes coup�s. De laatste twee kwamen net voorbij.

Ze wist allerlei details. Wat valt daar nu tegenin te brengen ?

Weet iemand hier hoe lang het duurt voor een trein...

Het is geen spelletje.

Zag je dat ?

Waar haalt hij het lef vandaan ?

- Laat toch zitten. - Het is geen spelletje.

- Wat verbeeldt hij zich wel ? - Laat nu maar.

Weet je hoe lang het duurt

voordat een trein bij gemiddelde snelheid gepasseerd is ?

- Hoezo ? - Doe een gooi.

- Geen idee. - Wat denkt u ?

- Een seconde of twaalf ? - Lijkt me redelijk. Iemand anders ?

- Klinkt wel aardig. - Waar slaat dit op ?

- Wat denkt u ? - Tien seconden.

Wat wilt u hier toch mee ?

Het duurt tien seconden voor een trein met zes coup�s een punt passeert.

Stel dat dat punt het open raam is van de kamer waar de moord is gepleegd.

Als je uit het raam hangt, kan je bijna de rails raken.

Wie heeft er wel eens in de buurt van de spoorlijn gewoond ?

Ik heb net drie dagen lang 'n appartement tegenover een spoorlijn geschilderd.

- Kon u de treinen horen ? - Nou en of. We werden er gek van.

Ik heb ooit aan de spoorlijn gewoond.

Met het raam open is het lawaai bijna niet te verdragen.

- Je kunt jezelf amper horen denken. - Wilt u ter zake komen ?

Laten we twee getuigenverklaringen eens met elkaar combineren.

Eerst de onderbuurman.

Die heeft de zoon horen dreigen.

Een seconde later hoort hij iemand vallen.

- Een seconde later.

Dan hebben we de overbuurvrouw.

Die heeft onder ede verklaart dat ze de moord heeft zien plegen

door de laatste twee coup�s van een passerende trein heen.

- Nou en ? - Wacht even.

We denken dat het tien seconden duurt voor een trein is gepasseerd.

Ze heeft de moord door de laatste twee coup�s gezien,

dus we kunnen aannemen dat het lijk op de grond viel toen de trein langskwam.

Dus die trein raasde al tien seconden langs het raam van de onderbuurman

toen hij iemand op de vloer hoorde vallen.

Volgens zijn verklaring hoorde hij het dreigement een seconde voor de bons.

Dus hij hoorde de zoon roepen over het gebulder van de trein heen.

- Dat bestaat niet. - Natuurlijk wel.

- Denkt u ? - Hij zei dat hij heel hard riep.

Hij kan zijn stem nooit herkend hebben boven die trein uit.

Het gaat om een paar seconden. Zo nauw komt het niet.

Een verklaring die iemand ter dood kan veroordelen, komt wel zo nauw.

- Hij kan het best gehoord hebben. - Je weet het niet, met al dat lawaai.

- Wat raaskallen jullie nu ? - Het bestaat niet dat hij dat kon horen.

- Waarom zou hij liegen ? - Misschien wilde hij aandacht.

Stuur die slimme opmerkingen van u maar naar de krant, die betalen ervoor.

U hoeft niet zo onbeleefd te doen.

Iemand die zo tegen een oude man praat, verdient een lesje.

Een beetje respect is wel op zijn plaats, meneer.

Als u nog een keer zo tegen hem praat, gaat u tegen de vlakte.

Ga uw gang. U mag zeggen wat u wilt.

Waarom denkt u dat die oude man zou liegen ?

Ik heb hem een hele tijd zitten bestuderen.

Onder de schouder van zijn colbert zat een torn.

Is u dat ook opgevallen ? Een torn, als je naar de rechtbank moet.

Hij was heel oud en er zat een torn in z'n colbert.

Hij liep heel langzaam naar de getuigenbank.

Hij sleepte met zijn linkerbeen, maar probeerde dat te verbergen

omdat hij zich schaamde.

Ik denk dat ik die man beter begrijp dan jullie.

Het is een stille, bange,

onbetekenende oude man

die zijn hele leven niet heeft meegeteld.

Hij is nooit gewaardeerd. Hij heeft nooit in de krant gestaan.

Niemand kent hem. Niemand luistert naar hem.

In al die 75 jaar is hem nog nooit om advies gevraagd.

Heren, het is treurig als je niet meetelt.

Een man zoals hij wil dat er naar hem wordt geluisterd.

Al is het maar een keer. Dat is heel belangrijk voor hem.

Het zou hem niet meevallen om een stapje terug te doen.

Bedoelt u dat hij zou liegen, zodat hij een keer zou meetellen ?

Hij zou niet echt liegen.

Hij heeft zichzelf wijsgemaakt dat hij hem gehoord heeft

en z'n gezicht herkende.

Ik heb nog nooit zoiets bizars gehoord.

Hoe kunt u zoiets uit de mouw schudden ? Wat weet u er nu van ?

- Wil iemand een hoestballetje ? - Ja, graag.

Ik snap niet dat iemand kan denken dat hij onschuldig is.

Er is nog iets waar ik het even over wil hebben.

We hebben bewezen dat de buurman dat dreigement niet heeft gehoord.

- U hebt helemaal niks bewezen. - Stel dat hij het wel heeft gehoord.

Dat soort dingen roepen we zelf toch ook om de haverklap ?

"Ik kan je wel vermoorden." "Nog een keer en je gaat er aan."

- Maar dat menen we niet. - "Ik vermoord je", riep hij.

Uit volle borst.

U maakt mij niet wijs dat hij het niet meende.

Daar ben ik het niet mee eens. Ik had laatst ruzie met m'n collega.

Hij schold me uit voor idioot en ik riep dat ik hem ging vermoorden.

Die kerel probeert u iets op de mouw te spelden.

Dat dreigement is uitgevoerd.

Waarom riep hij het dan zo hard dat de hele buurt het kon horen ?

- Daar is hij veel te pienter voor. - Pienter ? Hij is hartstikke dom.

Hij is nog dommer als een varken.

Dan een varken.

Voorzitter, ik wil mijn stem veranderen in niet schuldig.

- Wat ? - U hebt het goed gehoord.

- Weet u het zeker ? - Absoluut.

Drie van de twaalf bevinden hem onschuldig.

Hier sla ik steil van achterover.

Waarom in vredesnaam ? Op basis van die verzinsels ?

U moet romannetjes gaan schrijven, dan bent u zo rijk.

Zelfs zijn advocaat wist dat die knul geen schijn van kans had.

Dat kon je aan het begin al van hem aflezen.

Geloof me maar, die vent neemt jullie in de maling.

Die knul had toch een advocaat ? Die moest hem verdedigen.

- U toch niet ? - Advocaten zijn niet onfeilbaar.

- Toe, zeg. - Hij was aangesteld door de rechtbank.

- Wat betekent dat nu weer ? - Heel wat.

Misschien wilde hij deze zaak liever niet.

Het brengt niet veel op en er valt weinig eer aan te behalen.

Daar is niet veel aan voor een beginnend advocaat.

Hij geloofde niet in de onschuld van zijn cli�nt, dus hij deed zijn best niet.

Natuurlijk geloofde hij hem niet.

Wie wel ?

Daar moet je wel heel goedgelovig voor zijn.

Moet je zien hoe laat het is. We moeten opschieten.

Ik heb een aantal aantekeningen gemaakt.

Ik wil graag iets zeggen.

Ik heb aandachtig geluisterd.

Deze meneer heeft een aantal interessante punten aangestipt.

Op het eerste gezicht lijkt het alsof de zoon schuldig is.

- Maar als we wat dieper graven... - Kom nu toch.

Ik zit met een vraag.

Stel dat hij inderdaad schuldig is.

De moord vond plaats om tien over twaalf.

Hoe heeft de politie hem weten op te pakken ?

Omdat hij om een uur of drie thuiskwam

en twee agenten in de hal hem zo konden arresteren.

Mijn vraag is: "Als hij echt z'n vader had vermoord,

waarom zou hij dan drie uur later terugkomen ?"

Was hij niet bang dat hij opgepakt zou worden ?

Voor z'n mes. Het is geen stijl om dat in iemands borst te laten zitten.

Vooral als het je vaders borst is.

Ik zie hier het grappige niet van in.

De zoon wist dat z'n mes zou worden herkend.

De politie mocht het niet vinden.

Als dat zo was, dan had hij het toch meteen meegenomen ?

Hij was in paniek, omdat hij net zijn vader vermoord had.

Later besefte hij dat hij z'n mes was vergeten.

Het ligt er maar aan wat je verstaat onder paniek.

Hij was kalm genoeg om zijn vingerafdrukken af te vegen.

Wanneer raakte hij dan precies in paniek ?

U bevond hem toch schuldig ? Aan welke kant staat u ?

Het is geen kwestie van loyaliteit.

- Ik stel gewoon een vraag. - Ik doe maar een gooi.

Maar als ik iemand had neergestoken, ging ik het mes ook ophalen.

Hij dacht vast dat niemand hem gezien had

en dat het lijk pas de dag erop ontdekt zou worden.

Het was tenslotte midden in de nacht.

Dat bedoel ik nu juist.

De overbuurvrouw zegt dat ze, toen ze de moord zag gebeuren,

net nadat de trein was gepasseerd,

een gil heeft geslaakt en de politie heeft gebeld.

Die gil heeft die jongen vast gehoord.

Dus hij wist dat iemand iets gezien had.

Volgens mij zou hij nooit teruggegaan zijn.

Misschien gilde ze niet zo hard en heeft hij haar niet gehoord.

Of hij dacht dat er om iets anders gegild werd.

In zijn buurt wordt tenslotte heel wat afgegild.

- Daar hebt u uw antwoord. - Misschien heeft hij zijn vader vermoord.

Heeft hij die gil niet gehoord

en is hij later dat mes gaan ophalen, ondanks dat hij opgepakt kon worden.

Misschien, maar misschien ook niet.

Het is niet eens zeker dat hij ten tijde van de moord thuis was.

Hoezo ? Die oude man heeft hem toch zien wegrennen ?

Hij verdraait de feiten.

Heeft die oude man hem niet om tien over twaalf zien wegrennen ?

- Nou ? - Hij beweert van wel.

Beweert ? Wat nu weer ?

- Getuigen kunnen zich vergissen. - Als het u uitkomt.

- Of als het hem uitkomt. - Geen geschreeuw.

Een beetje geschreeuw is wel op zijn plaats met al dat getwijfel.

Het maakt niet uit of hij die gil heeft gehoord of niet.

Dat is maar bijzaak. Jullie zien het voornaamste over het hoofd.

- Ik wil opnieuw stemmen. - Ik ben aan het woord.

Er is om een stemming gevraagd.

Allemaal terug op onze plaats.

We verspillen een hoop tijd om niks.

Het is zo gedaan.

Het snelste is om te kijken wie hem niet schuldig bevindt.

Steek uw hand op als u denkt dat de zoon niet schuldig is.

Geen verandering. Drie bevinden hem niet schuldig.

Zo zitten we hier dinsdag nog te zaniken. Wat schieten we hiermee op ?

Sorry, ik denk dat hij onschuldig is.

Wat bazelt u nu ? Worden we nu met zijn allen gek ?

Die knul is schuldig. Waarom luistert u niet naar de feiten ?

Dit begint de spuigaten uit te lopen.

Vier van de twaalf bevinden hem nu niet schuldig.

We zitten hier toch niet om het lot van de armen te beklagen ?

Vertel mij maar eens waarom u van gedachten bent veranderd.

Ik hoef geen uitleg te geven. Ik vind dat er voldoende twijfel bestaat.

Dat zijn maar loze praatjes. Hier.

Iemand heeft dat lieverdje zijn vader zien neersteken met dit mes.

- Hoe zit het daarmee, twijfelaar ? - Dat is een ander mes.

- Geweldig. - Dit is waanzin.

Wat moeten we nu geloven ? U zuigt maar wat uit uw duim.

Als hij bij die bokswedstrijd tussen Dempsey en Firpo was geweest,

had hij vast beweerd...

Hoe zit het dan met de onderbuurman ?

Moeten we maar aannemen dat hij hem niet heeft zien wegrennen,

vijftien seconden na de moord ? Dat hij alleen de aandacht wil trekken ?

- Waar zijn we mee bezig ? - eens.

Daar hebben we de Baltimore-supporter.

- Die is zeker van slag. - Wacht eens even.

- Is die buurman naar de deur gerend ? - Wat maakt dat nu uit ?

- Als hij er maar kwam. - Volgens mij zei hij dat hij gerend had.

Ik zie niet in hoe hij zou kunnen rennen.

Hij heeft bij de voordeur gestaan. Is dat niet genoeg ?

- Waar is de slaapkamer ? - Achteraan de gang.

- Weet u dat niet meer ? - Nee.

- Ik wil een plattegrond zien. - Wilt u het hele proces soms overdoen ?

U bent de enige die om bewijs vraagt.

- Dit wil ik ook wel zien. - Ik wil geen tijd meer verdoen.

Gaan we nu weer lopen zeuren over die bons ?

Ik wil weten of een oude man die door een beroerte met zijn voet sleept,

in 15 tellen van zijn bed naar de deur kan lopen.

- Hij zei 20 seconden. - Nee, 15.

- Waarom verdraait u de feiten ? - Hij zei 15.

Hoe wist hij dat nu precies ? Dat is niet in te schatten.

Hij wist heel zeker dat het 15 seconden was.

Het is een oude man. Hij was in de war.

Wat weet zo iemand nu heel zeker ?

Ik snap niet waar u naartoe wilt. Hij heeft hem zien wegrennen, zegt hij.

We kunnen kijken of dat klopt. Hij hoort boven een bons,

gevolgd door iemand die naar de voordeur rent,

de deur openmaakt en de trap afrent.

Hij zegt naar de voordeur te zijn gesneld. Als de moordenaar gelijk is weggerend...

- Dat hoeft niet. - Dat zegt de onderbuurman.

Wat zijn jullie 'n stelletje haarklovers, zeg.

Hou toch op met die leuke opmerkingen.

U krijgt drie dollar per dag om naar me te luisteren.

Zo zit het appartement in elkaar. Dat eronder is exact hetzelfde.

Het spoor, slaapkamer, woonkamer, keuken, badkamer, gang en de trap.

De onderbuurman was in de slaapkamer.

Hij zegt dat hij van zijn bed naar de voordeur is gelopen

en die net op tijd open had om de zoon te zien wegrennen. Ja ?

Voor de zoveelste keer.

- Vijftien seconden na die bons. - Inderdaad.

Eens even kijken.

Het is 35 meter van het bed naar de deur. De gang is 13 meter.

Dus 35 meter naar de slaapkamerdeur, deur openmaken,

dertien meter naar de voordeur en die openen, in 15 seconden.

- Zou hij dat redden ? - Zeker weten.

Hij is anders behoorlijk slecht ter been.

- U doet net of het een heel eind is. - Dat is het ook voor zo'n oude man.

- Wat doet u nu ? - Ik ga het proberen.

Waarom heeft z'n advocaat daar niks van gezegd ?

- Misschien heeft die er niet aan gedacht. - Denkt u dat die zo dom is ?

- Hebt u er aan gedacht ? - Hij heeft er niet over gerept

omdat hij wist dat het geen zin had.

Of omdat hij dan een hulpeloze oude man moest koeioneren.

Dat keuren jury's vaak af. Advocaten vermijden dat liever.

- Mooie advocaat. - Dat zeg ik al de hele tijd.

Geef die stoel eens. Deze twee stoelen zijn z'n bed.

Dat is 35 meter. Dit is de slaapkamerdeur.

Doe niet zo maf. Zoiets kan je niet nadoen.

De gang is 13 meter. Ik tel tot de muur en weer terug.

Dit is krankzinnig. Waarom loopt u onze tijd te verdoen ?

Volgens u kost het maar 15 seconden. Dat kunnen we best missen.

Toe, schei uit.

Kunt u daar gaan staan en voor voordeur spelen ? Die zat op de ketting.

- Wie heeft er een secondewijzer ? - Ik.

Als u met uw voet stampt, valt het lijk op de vloer en starten we de klok.

- Zit ik hier bij het amateurtoneel ? - Waar wachten we op ?

Tot de secondewijzer bij het hele uur aankomt.

U kunt best wat vlugger lopen. Zo langzaam is hij niet.

Als u wilt dat ik harder ga, doe ik dat.

- Slot. Deur. Stop.

Hoeveel ?

Precies 41 seconden.

Volgens mij heeft de onderbuurman die ruzie eerder op de avond gehoord.

Later in bed hoorde hij boven iemand vallen.

Hij hoorde die vrouw gillen, snelde naar de voordeur,

en nam aan dat hij de zoon hoorde wegrennen.

- Dat zou goed kunnen. - Nam aan ?

Ik heb in m'n leven heel wat bedrog meegemaakt,

maar dit spant de kroon.

Jullie denken dat achterbuurtkinderen het maar ellendig hebben.

Dan komt hij met zijn fabeltjes aanzetten en jullie trappen er nog in ook.

Maar ik niet. Ik heb er genoeg van.

Wat hebben jullie toch ? Hij is schuldig en daar moet hij voor boeten.

- Straks glipt hij ons nog door de vingers. - Pardon ?

- U bent zijn beul toch niet ? - In zekere zin wel.

- Wilt u de hendel soms overhalen ? - In dit geval graag.

Ik heb medelijden met u. Er moet u heel wat dwarszitten.

Vanaf het begin hebt u zich gedragen alsof u wraak wilde.

U hebt iets tegen die jongen. De feiten zijn maar bijzaak.

U bent een sadist.

Laat me los. Ik vermoord hem.

Ik wed dat u dat niet meent.

- Is er iets ? Ik hoorde lawaai. - Alles is in orde.

Het was maar een onenigheid. We zijn klaar met de plattegrond.

Die kunt u weer meenemen.

Wat kijkt u nou ?

- Wie wil het woord ? - Neem me niet kwalijk...

Neem me niet kwalijk ? Doe toch niet zo beleefd.

In tegenstelling tot u ben ik beleefd opgevoed.

We zijn hier niet om ruzie te maken.

We hebben een taak te vervullen.

Dit is nu juist het mooie van een democratie.

Dat we per post...

Welk woord zoek ik ?

Verwittigd. Dat we per post verwittigd worden dat we hier moeten komen

om te beschikken over het lot van iemand die we niet kennen.

We hebben niets te winnen of te verliezen, wat we ook beslissen.

Dat is juist onze kracht.

We moeten het niet zo persoonlijk opvatten.

Als verder niemand een idee heeft, weet ik wel wat.

Eens kijken of de kat er pap van lust.

- De kat er pap van lust ? - Die jongen...

Moet je zien hoe het betrekt. Volgens mij gaat het regenen.

Het is echt bloedheet, h� ?

- Transpireert u wel eens ? - Nooit.

Ik vraag me af of...

Ik denk dat we opnieuw moeten stemmen.

Alweer ? Waarom schenken we niet uitgebreid een borrel in ?

- Voorzitter ? - Mij best.

Heeft iemand daar bezwaar tegen ? Toe, zeg.

- Maar dit keer geen geheime stemming.

We komen er rond voor uit. Dan weten we waar we aan toe zijn.

Dat lijkt me geen slecht idee. Bezwaren ?

Dan stemmen we op jurynummer. Een ?

O, dat ben ik. Ik zeg schuldig. Twee ?

Niet schuldig.

Nummer drie ?

Schuldig.

Nummer vier ?

Schuldig.

Nummer vijf ?

Niet schuldig.

Nummer zes ?

Niet schuldig.

Nummer zeven ?

Schuldig.

Nummer acht ?

Niet schuldig.

- Nummer negen ? - Niet schuldig.

- Nummer tien ? - Schuldig.

Nummer elf ?

Niet schuldig.

Nummer twaalf ?

Nummer twaalf.

Schuldig.

Dan is het nu zes tegen zes.

We gaan de verlenging in.

Volgens mij zijn jullie van lotje getikt.

Een knul zoals hij.

Wat voor een soort knul het is, heeft er niks mee te maken.

- Het gaat om de feiten. - Hou toch op.

De feiten kunnen me wat. Die kunnen zo verdraaid worden.

Dat is nu precies wat die meneer de hele tijd al zegt.

Ik wou dat u uw grote mond eens hield.

Was ik maar een paar jaar jonger. Die man werkt op mijn...

- Wat is 't hier warm. - Wilt u een glas water ?

Nee, bedankt.

- Het gaat regenen. - Wat is uw redenering ?

- Waarom bent u van mening veranderd ? - Er bestaat voldoende twijfel.

- U hebt geen been om op te staan. - Zo voel ik het niet.

- Er is veel verzwegen. - Succes, hoor.

U bent net als de rest. Van te veel denken raak je in de war.

- Snapt u wat ik bedoel ? - U hebt het recht niet om...

Blaaskaak.

Moet je zien wat een plensbui.

Dit doet me denken aan die bui afgelopen...

Was het november ? Rond die tijd.

Toen hoosde het ook zo. De wedstrijd was in volle gang.

We stonden met zeven-zes achter en waren na een tackle in balbezit.

Schijnbeweginkje naar rechts, vooruit, naar rechts, nog 'n schijnbeweginkje.

Een van de spelers heette Slattery.

Een beer van een kerel.

Had ik er maar zo een in mijn team. Dat weten jullie niet.

Ik ben hulptrainer bij een school.

In Queens.

Maar goed, we waren een leuke aanval aan het opbouwen.

Hun hele verdediging viel uit elkaar.

Begint het ineens toch te gieten, zeg.

Het viel met bakken uit de lucht.

Het was een ramp.

Ik kon wel janken. Ik kon niemand om me heen verdragen.

Maar goed.

Wat is er met deze ventilator aan de hand ?

Zat zeker op dezelfde schakelaar als het licht.

Dit is een stuk beter.

Wat een opluchting.

Twee punten.

Wel eens in Madison Square Garden geweest ?

Wat een stomme zet.

O, sorry.

Neem me niet kwalijk.

Pardon.

Zes-zes. Wie had dat kunnen denken ?

Nou.

Toen ik zo kwaad werd, toen die lange me stond te treiteren,

dat zegt niks. Ik schiet nogal gauw uit mijn slof.

Waar haalt hij het recht vandaan om me uit te maken voor sadist ?

Wie zou daar nu niet van uit z'n vel springen ?

Hij probeerde me op te hitsen.

Met succes.

Dit levert niks op.

Laten we gaan zeggen dat we er niet uitkomen.

- Doorgaan heeft geen zin. - Dat vind ik ook.

Laat een andere jury het maar opknappen.

Nu al ? Dat accepteert de rechter nooit.

- We kunnen het toch proberen ? - Ik ben erop tegen.

Omdat die knul met een andere jury geen schijn van kans heeft.

We zitten muurvast. Iedereen heeft besloten.

- U vindt niet dat er twijfel bestaat ? - Nee.

Misschien begrijpt u niet wat die term precies betekent.

Wat wilt u daarmee zeggen ?

Wat zegt u me daarvan ? Die lui zijn allemaal hetzelfde.

Ze zijn het land nog niet binnen

of ze lopen de boel al te regelen.

- Wat verbeeldt hij zich wel ? - Kalm aan.

Hou toch op met dat geruzie.

Wie heeft er iets nuttigs te zeggen ?

Ik wil graag iets bespreken, als jullie het goed vinden.

Een van de belangrijkste argumenten tegen de beklaagde was

dat hij beweerde naar de film te zijn geweest,

maar niet meer wist welke films hij had gezien of wie erin meespeelden.

- Dat heeft die meneer al gezegd. - Inderdaad.

Het was zijn enige alibi, maar hij kan zich geen enkel detail herinneren.

Denkt u dat u zich dat soort futiliteiten zou herinneren

als u net een pak slaag van uw vader had gekregen ?

Dat denk ik wel.

Hij kon zich niks herinneren omdat hij geen film had gezien.

Volgens de verklaring van de politie is hij ondervraagd in de keuken,

terwijl zijn vaders lichaam in de slaapkamer lag.

Zou u zich zo hebben kunnen concentreren ?

- Ja. - Onder zo'n emotionele druk ?

- Zeker weten. - Tijdens het proces wist hij het wel.

Daar bleef zijn advocaat maar op hameren.

Hij heeft drie maanden de tijd gehad om alles uit zijn hoofd te leren.

Zijn advocaat kon gemakkelijk achterhalen wat er die avond draaide.

Ik vind het veel treffender dat hij zich vlak na de moord

niets over die films voor de geest kon halen.

- Mag ik een persoonlijke vraag stellen ? - Ga uw gang.

- Waar was u gisteravond ? - Thuis.

- En de avond daarvoor ? - Hoezo ?

Ik heb tot half negen gewerkt en ben toen meteen naar huis gegaan.

- En de avond daarvoor ? - Dinsdagavond ?

- Toen ben ik wezen bridgen. - En maandagavond ?

Roep me maar als je bij oudjaar 1954 bent beland.

Maandagavond ben ik met mijn vrouw naar de bioscoop geweest.

- Wat draaide er ? - The Scarlet Circle.

En daarna ?

Daar kom ik zo op.

The Remarkable Mrs.

Dinges.

The Remarkable Mrs. Bainbridge.

Die film heb ik gezien. Hij heet The Amazing Mrs. Bainbridge.

Dat klopt, The Amazing Mrs. Bainbridge.

Wie speelden er in mee ?

Barbara Long, geloof ik.

Een ontzettend mooi, donker meisje.

- Ling of Long heette ze. - Wie nog meer ?

Van de rest had ik nog nooit gehoord.

Het was maar een niemendalletje met onbekende...

En u stond niet onder emotionele druk, of wel ?

Nee.

Dat klopt.

- U hebt uw stelling wel bewezen. - Ga toch weg.

Al redeneert u tot u een ons weegt, die knul blijft schuldig.

Begrepen, makker ?

- Hebt u nog van die hoestballen ? - Die zijn op, makker.

Moet je het zien regenen. Die wedstrijd kunt u wel vergeten.

Het is maar een buitje.

Bovendien is het binnenveld overdekt.

Mag ik dat mes nog even zien ?

Het is nog steeds zes tegen zes. Wie heeft er een suggestie ?

- Het is na zessen. Laten we gaan eten. - Zullen we tot zeven uur doorgaan ?

Prima.

Er zit me al een poosje iets dwars.

En aangezien we nu toch vastzitten...

Het gaat om hoe die steekwond is gemaakt.

- Met het mes naar beneden. - Begin daar nu niet weer over.

- Daar hebben zo op lopen hameren. - Maar ik ben het er niet mee eens.

De zoon is 1 meter 65. De vader was 1 meter 85.

Dat is een verschil van 20 centimeter.

kan je iemand die langer is, met het mes naar beneden in de borst steken ?

Geef hier.

Ik zal het u laten zien. Wie gaat er staan ?

Goed kijken. Ik doe het niet nog een keer.

Ik maak mezelf een centimeter of 20 korter.

- Dat klopt wel ongeveer. Ietsje meer.

Geen centje pijn.

- Toch ? - Inderdaad.

Zo zou ik iemand neersteken die langer is dan ik.

Kijk naar de hoek. Naar beneden en erin.

Zo heeft hij dat ook gedaan. Waar of niet ?

- Er is geen twijfel aan. - Wacht eens.

Mag ik even ?

Wat heb ik de pest aan die dingen.

- Hebt u ooit een messengevecht gezien ? - Nee.

Jullie ?

Ik wel. Het was schering en inslag bij mij in de buurt.

Van stiletto's keek niemand vreemd op.

Gek dat het me niet eerder is opgevallen.

- Hoe ga je met een stiletto om ? - In elk geval niet zo.

Dat kost veel te veel tijd.

Je houdt hem onderhands vast.

Wie een stiletto heeft gehad, weet dat uit ervaring.

- Weet u dat zeker ? - Absoluut.

- Daarom gaan ze zo open. - De zoon was een echte messentrekker ?

Denkt u dat hij z'n vader zo zou hebben neergestoken ?

Nee, daarvoor kon hij te goed met messen overweg.

- Hij had vast onderhands gestoken. - Hoe weet u dat nu ?

- Was u erbij toen hij vermoord werd ? - Daar was niemand bij.

Wat een poppenkast. Ik geloof er niks van.

Je kunt niet zeggen dat hij anders zou hebben gestoken,

omdat hij goed met messen overweg kon.

- Wat denkt u ? - Ik weet het niet.

- Wat wil dat zeggen ? - Dat ik het niet weet.

- En u ? - Ik weet niet hoe het met jullie zit,

maar ik heb m'n buik vol van dit geleuter. Zo schiet het niet op.

Dus ik hak de knoop door. Ik wijzig mijn stem in niet schuldig.

- Wat ? - Ik heb er genoeg van.

- Wat is dat nu voor houding ? - Bemoei u met uw eigen zaken.

Hij heeft gelijk.

Die houding lijkt nergens op.

Wat bent u voor iemand ?

U hebt hier de hele tijd schuldig zitten stemmen,

omdat u die honkbalwedstrijd niet wilt missen.

En nu verandert u opeens van gedachten omdat u genoeg hebt van het geleuter ?

- Nu moet u eens goed luisteren... - Wat denkt u wel ?

Geeft het niet dat er een leven op het spel staat ?

Dit hoef ik niet te pikken.

Als u uw stem wilt veranderen in niet schuldig,

doe dat dan omdat u denkt dat hij onschuldig is, niet omdat u het zat bent.

En bevindt hem anders gewoon schuldig.

Of hebt u daar het lef niet voor ?

Schuldig of niet schuldig ?

- Niet schuldig. - Waarom ?

- Ik ben jullie geen uitleg schuldig. - Dat bent u wel. Waarom ?

Ik denk niet dat hij het gedaan heeft.

- Ik wil opnieuw stemmen. - Er is om een stemming gevraagd.

Zullen we stemmen door onze handen op te steken ?

Steek uw hand op als u hem niet schuldig bevindt.

Een, twee, drie,

vier, vijf, zes, zeven.

Acht.

Negen.

En nu iedereen die hem schuldig bevindt.

Een, twee, drie.

Negen van de twaalf willen hem vrijspreken.

Ik snap jullie niet. Dat gezeur over kleinigheden.

Dat zegt niks. Jullie hebben die knaap toch gezien ?

Je maakt mij niet wijs dat jullie z'n smoesjes over dat mes

en de bioscoop geloven.

Dat soort mensen zijn geboren leugenaars.

U weet toch dat die lui het niet zo nauw nemen met de waarheid ?

Voor het minste of geringste maken ze je van kant.

En het zijn stuk voor stuk zatlappen.

Voor je het weet ligt er weer een in de goot.

Je kunt het ze niet kwalijk nemen. Zo zijn ze nu eenmaal.

Gewelddadig aangelegd. Waar gaat u heen ?

Ze hechten minder waarde aan een mensenleven dan wij.

Ze lopen de hele tijd te zuipen en te vechten

en als er doden vallen, dan is dat pech. Het kan ze niet schelen.

Er zitten ook wel goeie bij, hoor. Dat geef ik grif toe.

Ik ken een stel dat best leuk was, maar dat was een uitzondering.

De meeste kennen geen gevoel. Die zijn overal toe in staat.

Wat is er aan de hand ?

Ik probeer jullie uit te leggen dat je een vergissing begaat.

Die knaap staat te liegen. Ik ken die lui toch.

Het is tuig van de richel.

Er zit er niet een bij die wat waard is.

Wat hebben jullie toch ?

Ik zeg alleen maar wat ik op mijn hart heb.

Luister naar me.

Dat hele soort staat hier terecht. U weet toch hoe ze zijn ?

Ze zijn gevaarlijk.

Die mensen vormen een bedreiging.

Het zijn barbaren.

Luister toch naar me.

Ik heb geluisterd. Ga zitten en hou uw mond.

Maar soms...

Het valt nooit mee om je vooroordelen opzij te schuiven.

Maar als je bevooroordeeld bent, kan je de waarheid niet zien.

Ik weet niet wat de waarheid is.

Daar komen we vast nooit achter.

Negen van ons denken nu dat de beklaagde onschuldig is.

Maar dat is gebaseerd op gissingen. We kunnen het mis hebben.

Straks gaat de schuldige vrijuit. Ik weet het niet.

Niemand kan dat weten. Maar er bestaat voldoende twijfel.

Dat is iets waar in ons systeem veel waarde aan wordt gehecht.

De jury mag iemand alleen schuldig bevinden als ze er zeker van zijn.

Wij snappen niet hoe jullie drie�n zo zeker van je zaak kunnen zijn.

- Kunt u dat uitleggen ? - Ik zal 't proberen.

Ondanks uw argumenten denk ik toch dat hij het gedaan heeft.

En wel om twee redenen. Ten eerste, de verklaring van de overbuurvrouw

dat ze de moord heeft zien plaatsvinden.

Dat is de belangrijkste verklaring.

Ten tweede, haar beschrijving van de moord.

Ze zegt dat ze de zoon zijn arm heeft zien opheffen

en zijn vader van bovenaf heeft zien doodsteken.

Ze heeft het hem zien doen. Op de verkeerde manier.

Laten we het eens over haar hebben.

Ze zegt dat ze om een uur of elf naar bed is gegaan.

Haar bed staat naast het raam en als ze naar buiten kijkt,

kijkt ze rechtstreeks de kamer aan de overkant binnen.

Ze heeft ruim een uur liggen woelen.

Om tien over twaalf gaat ze met haar gezicht naar het raam liggen

en ziet ze de moord, door de ramen van een passerende trein heen.

Ze zegt dat na de moord het licht uitging,

maar dat ze hem heel duidelijk zijn vader heeft zien neersteken.

Voor zover ik kan zien, is die verklaring waterdicht.

- De hele zaak is waterdicht. - Wat denkt u ervan ?

En u ?

Er is zo veel bewijsmateriaal. Ik vind het maar ingewikkeld.

Ik zie eerlijk gezegd niet hoe u hem kunt vrijspreken.

- Het is zo onoverzichtelijk. - Laat de rest buiten beschouwing.

Die vrouw heeft het hem zien doen. Wat wilt u nog meer ?

- Ja, maar... - Laten we stemmen.

Heeft iemand bezwaar tegen een nieuwe stemming ?

Ik ben van gedachten veranderd.

- Hij is schuldig. - Nog iemand ? Het is nu acht tegen vier.

Waarom beschouwt u die ene stem als een persoonlijke triomf ?

Ik vind dat we de rechter moeten zeggen dat we er niet uitkomen.

Wat denken jullie ? Ik wil argumenten horen.

U hebt de bal aan het rollen gebracht. Wat vindt u ?

- Laten we er nog eens doorheen lopen. - Niet nog een keer.

Ik krijg het heen en weer van die vent. Het lijkt wel een tennisbal.

Doe niet zo misselijk. U doet nog steeds alsof het een wedstrijd is.

Misschien kunnen we een tijdslimiet stellen.

En daar gaan we weer.

Het is nu kwart over zes. Iemand had het over zeven uur.

Als we er dan nog niet uit zijn, komen we waarschijnlijk nooit tot een conclusie.

- Voelt u zich niet lekker ? - Jawel, hoor.

Zeven uur lijkt me een redelijke tijd...

Dat vroeg ik omdat u zo over uw neus wreef.

Sorry dat ik u in de rede val.

Maar dat gebaar van u deed me ergens aan denken.

- Ik probeer iets af te ronden. - Dit is belangrijk.

Dank u wel. Ik hoop dat u het me niet kwalijk neemt,

maar waarom wreef u zo over uw neus ?

Is dit echt nodig ?

Ik heb het tegen de meneer die naast u zit.

Waarom wreef u zo over uw neus ?

Niet dat het u wat aangaat, maar ik heb een beetje last van m'n neus.

Wat vervelend. Komt dat door uw bril ?

Inderdaad. Kunnen we nu verder ?

Uw bril heeft twee van die rode plekjes op uw neus gemaakt.

Dat was me niet eerder opgevallen. Dat is vast vervelend.

Dat kunt u wel zeggen.

Ik kan er niet van meepraten, want ik heb nooit een bril gedragen.

Moet u hier nu echt de opticien gaan zitten uithangen ?

Die vrouw die heeft verklaard dat ze de moord heeft gezien,

had ook van die plekjes op haar neus.

Goeie genade, hij heeft gelijk.

Als u me even uit laat praten, ben ik zo klaar.

Ik weet niet of iemand anders dat is opgevallen.

Mij eerst ook niet, maar ik heb me haar gezicht voor de geest proberen te halen.

Zij had ook van die plekjes en daar zat ze ook steeds over te wrijven.

Dat klopt, dat deed ze inderdaad.

Die vrouw is een jaar of 45.

Maar ze deed enorm haar best om eruit te zien als 35.

Ze had zich voor de gelegenheid zwaar opgemaakt en d'r haar geverfd.

Ze droeg kleren die meer geschikt waren voor een jonger iemand.

En geen bril. Zo zijn vrouwen nu eenmaal. Kunt u zich haar voor de geest halen ?

Hoezo, geen bril ? Hoe weet u of ze een bril draagt ?

- Omdat ze over haar neus wreef ? - Ze had van die plekjes.

- Wat wil dat nu zeggen ? - Doe toch niet zo agressief.

Laat toch zitten.

Hij heeft gelijk. Ik zat het dichtst bij haar in de buurt en ik heb ze ook gezien.

Aan weerskanten van haar neus.

Nou en ? Wat wil het nu zeggen dat ze geverfd haar en plekjes op d'r neus had ?

Kunnen die plekjes worden veroorzaakt door iets anders dan een bril ?

Nee, dat kan niet.

Ik heb geen plekjes gezien.

Ik wel. Raar dat me dat niet eerder is opgevallen.

De advocaat heeft er ook niks van gezegd.

Wij zitten hier met zijn twaalven.

- Elf van ons was het ook niet opgevallen. - En de aanklager dan ?

Denkt u echt dat hij haar zou laten getuigen zonder bril ?

Probeer een vrouw maar eens te dwingen om tegen haar zin d'r bril te dragen.

Ok�, ik geef toe dat ze van die plekjes op haar neus had.

En in het openbaar wil ze haar bril niet op,

zodat iedereen kan zien hoe aantrekkelijk ze is.

Maar toen ze die jongen zijn vader zag vermoorden, was ze alleen thuis.

Dat wilde ik maar zeggen.

Hebt u uw bril op in bed ?

Nee, dat heeft niemand.

Dus we kunnen aannemen dat ze haar bril niet op had.

- Hoe weet u dat nu ? - Het is maar een gok.

Maar ik durf te wedden dat ze haar bril niet op had toen ze uit het raam keek.

Ze zei dat ze toevallig uit het raam keek.

Ze had geen tijd om eerst haar bril op te zetten.

Ze denkt echt dat ze die jongen zijn vader heeft zien vermoorden.

- Maar volgens mij kon ze niet goed zien. - Hoe weet u dat nu ?

En hoe weet u nu of ze een bril nodig heeft ?

Misschien komen die plekjes door haar zonnebril of is ze verziend.

Maar haar gezichtsvermogen is in het geding.

We weten niet of ze zonder bril iemand op 20 meter afstand kan herkennen.

Daar kan je geen doodsvonnis op baseren.

Hou toch op.

- Kan ze zich niet vergist hebben ? - Nee.

- Dat is niet mogelijk ? - Nee.

Is het mogelijk ?

Niet schuldig.

Denkt u dat hij schuldig is ?

Zeker weten.

En u ?

Nee.

U hebt me overtuigd. Niet schuldig.

- Wat maakt u me nou ? - Er bestaat voldoende twijfel.

- Het is elf tegen een. - En al het andere bewijs dan ?

Hoe zit het met dat mes ? En de rest ?

U hebt zelf gezegd dat we dat buiten beschouwing moesten laten.

En nu ?

U staat alleen.

Dat kan me niet schelen. Dat is mijn goed recht.

Daar hebt u gelijk in.

Wat willen jullie van me ? Volgens mij is hij schuldig.

- We willen uw argumenten horen. - Die hebt u al gehoord.

We zijn niet overtuigd. Geef ze nog maar een keer.

We hebben geen haast.

Alles wat we tijdens het proces gehoord hebben, wijst erop dat hij schuldig is.

Denken jullie soms dat ik gek ben ?

Neem die onderbuurman, die alles gehoord heeft.

Of wat ze zeiden over dat mes. Wat geeft het dat er meer van zijn ?

Die onderbuurman heeft hem de trap af zien rennen.

Wat maakt het nu uit hoeveel seconden het precies was ?

En dat mes dat zogenaamd uit zijn zak was gevallen.

U kunt niet bewijzen dat hij niet op tijd bij de deur was.

Hoe u het hier ook probeert na te doen, u kunt het niet bewijzen.

En hoe zit het met die trein ? En de bioscoop ?

Dat was nog eens een rotsmoes, zeg.

Ik wed dat ik wel geweten zou hebben welke films ik gezien had.

Jullie hebben de hele boel zitten verdraaien.

Neem dat gezeur over die bril. Wie zegt dat ze die niet op had ?

Die vrouw stond onder ede.

En dat dreigement dan dat de buurman hem heeft horen roepen ?

Zo liggen de feiten.

Dat zijn mijn argumenten.

Nou ?

Zeg dan iets.

Stelletje slappelingen.

Mij krijgen jullie niet klein. Ik heb recht op mijn eigen mening.

Die rotjongens. Je werkt je uit de naad voor zo'n kind.

Niet schuldig.

Niet schuldig.

We zijn klaar.

- Wat is uw naam ? - Davis.

Ik heet McCardle.

- Tot kijk. - Dag.

Nederlandse ondertiteling bewerkt door: UpInSmoke

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.