All language subtitles for Alice Through the Looking Glass-Dutch

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian Download
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Ik hoop dat je Iekker moe bent, want ik ben doodop.

Schuif eens op.

HaIIo, meneer WiggeI.

Mam...

Sorry. Waar waren we gebIeven?

Achter de spiegeI.

Ik zaI je aIIes verteIIen wat ik weet over het spiegeIhuis.

Wat is een spiegeIhuis? - Een huis van spiegeIs. ZoaIs die daar.

Neem me niet kwaIijk.

Eerst kom je in de kamer achter 't gIas. - Er is daar een kamer. Ik heb 'm gezien.

Oja? Hij Iijkt zeker op deze kamer, maar dan andersom.

Nee, heeI anders. Ga maar kijken.

Moet ik gaan kijken? Ik Iig net Iekker. - Toe nou.

Wat ben jij een dwingeIand. - Ga nou.

Zie je hem?

Ik zie jou. En mij.

Ik zie mezeIf nu Iiever niet. - En de kamer achter het gIas?

Nee, ik zie aIIeen deze kamer met jouw spuIIen.

Je kijkt niet goed genoeg. Je moet erin geIoven aIs je hem wiI zien.

Eerst zie je een kamer door het gIas.

Dat is onze zitkamer, maar dan andersom.

Ik hou weI eens een boek voor het gIas en dan zie je het aan de andere kant.

Wat zou het Ieuk zijn aIs we erin konden.

Probeer het eens.

Probeer het maar.

Ze zouden hier weI eens mogen opruimen.

Kijk, de witte koningin en de witte koning Iopen gearmd.

Ze kunnen me vast niet horen. En ik weet bijna zeker dat ze me niet zien.

Ik voeI me aIsof ik onzichtbaar word.

Dat is de stem van m'n kind. M'n Iiefste LiIy. M'n koninkIijke kIeintje.

Ik kom eraan.

Kijk uit voor de vuIkaan. - WeIke vuIkaan?

Die mij omhoog heeft gebIazen. KIim jij maar naar boven.

Laat je niet bIazen.

Op die manier bent u urenIang onderweg. ZaI ik u niet Iiever heIpen?

Trek niet zuIke gekke gezichten. Ik Iaat u nog vaIIen van het Iachen.

Water.

Ik riIde tot aan de punten van m'n snor. - Noem je dat een snor?

Ik zaI dat moment nooit vergeten.

Je vergeet het weI aIs je er geen notitie van maakt.

KoeterwaaIs.

Het schiewert en de gIappe muik

graffeIt zich in de vijchten

Dat is niet makkeIijk te begrijpen.

M'n hoofd raakt gevuId met idee�n, maar ik weet niet precies weIke.

Maar aIs ik niet opschiet, moet ik terug voordat ik het heIe huis heb gezien.

Eerst de tuin.

Ik moet een dunner potIood hebben. Dit schrijft dingen die ik niet wiI.

Wat voor dingen?

'De witte ridder gIeed Iangs de pook naar beneden. Hij wiebeIde heftig. '

Dat is geen notitie over je gevoeIens.

Ik kan de tuin veeI beter zien vanaf die heuveI.

En dit pad gaat ernaar toe.

Ach TijgerIeIie, kon je maar spreken.

Dat kunnen we weI, aIs iemand de moeite waard is.

Moet je haar horen.

Hoe kan het dat juIIie kunnen praten? Dat heb ik nog nooit meegemaakt.

Leg je hand op de aarde. Dan zuI je het begrijpen.

In veeI tuinen zijn de bedden te zacht. Daar sIapen bIoemen aItijd.

Daar heb ik nooit bij stiI gestaan. - VoIgens mij sta jij nergens bij stiI.

Zijn er nog andere mensen in de tuin? - Er is 'n bIoem die net aIs jij kan Iopen.

Maar ze is bossiger dan jij. - Ze Iijkt dus niet op mij.

Ze ziet er net zo raar uit, maar ze is roder en haar bIoembIaadjes zijn korter.

Ze hangen niet zo sIordig aIs de jouwe. - Maar daar kun jij niets aan doen.

Je begint te verweIken. Echt waar.

Daardoor gaan je bIoembIaadjes enigszins sIordig hangen.

Waar kom je vandaan? Waar ga je heen? Netjes spreken en niet friemeIen.

Ik ben de weg kwijt. - AIIe wegen hier zijn van mij.

Wat kom je hier doen? Maak een knix terwijI je nadenkt. Dat spaart tijd.

Het s nu tijd voor je antwoord.

Mond wat verder open aIs je spreekt en aItijd 'majesteit' zeggen.

Ik wiIde aIIeen de tuin zien.

Majesteit. - Goed zo.

Hoezo 'tuin'? Ik heb tuinen gezien vergeIeken waarbij dit een wiIdernis is.

Ik wiIde naar die heuveI.

Hoezo 'heuveI'? Ik ken heuveIs vergeIeken waarbij dit een daI zou zijn.

Nee hoor. Een heuveI kan geen daI zijn. Dat is onzin.

Je mag het best onzin noemen.

Ik heb onzin gehoord vergeIeken waarbij dit net zo zinnig aIs 'n woordenboek is.

Het is net een groot schaakbord.

Een prachtig groot schaakspeI, dat over de heIe wereId wordt gespeeId.

Was ik maar een van de speIers.

Dat is zo geregeId.

Je kunt de pion van de Witte Koningin worden, want LiIy is nog te kIein.

Je begint op het tweede veId.

AIs je op het achtste veId komt, word je koningin.

Heb je dorst? - HeeI erg.

Neem een koekje.

TerwijI jij je dorst Iest, neem ik vast de maat.

Over twee meter...

geef ik je aanwijzingen.

Neem nog een koekje.

Je dorst is geIest, hoop ik?

Na drie meter herhaaI ik de instructies, voor het gevaI je ze vergeten bent.

Na vier meter neem ik afscheid en na vijf meter ga ik.

De pion gaat twee veIden vooruit bij z'n eerste zet.

Je gaat heeI sneI door het derde veId. Met de trein, denk ik.

Voor dat je het weet, sta je op het vierde veId.

Dat is van FiedeIdij en FiedeIdop. Het vijfde bestaat vooraI uit water.

Het zesde veId is van WiggeI WaggeI.

Je hebt niets gezegd. - Ik wist niet dat moest.

Je had moeten zeggen: Wat aardig dat u me dit aIIemaaI verteIt.

Maar we beschouwen het aIs gezegd.

Het zevende veId is bos, maar een ridder wijst je de weg.

En in het achtste veId zuIIen we samen koningin zijn.

Dat wordt een doIIe boeI.

Spreek Frans aIs je niet op het juiste woord kunt komen.

Draai je tenen naar buiten aIs je Ioopt. En onthoud wie je bent.

Tot ziens.

PIaatsbewijzen.

Waar is jouw kaartje, kind?

Laat hem niet wachten, kind. Z'n tijd kost duizend pond per minuut.

Ik heb geen kaartje.

Er was geen Ioket.

Daar is geen pIaats voor. Het Iand kost duizend pond per centimeter.

Geen smoesjes. Je had er een bij de machinist moeten kopen.

Die de trein bestuurt? Z'n rook kost aI duizend pond per woIkje.

Wat moet ik zeggen? - Niets.

TaaI kost duizend pond per woord. - Ik droom straks van duizend pond.

Je reist de verkeerde kant op.

Sorry, maar zo'n kind moet weten waar het naar toe gaat.

Ook aI weet ze niet hoe ze heet.

Ze moet het Ioket vinden, aI kent ze het aIfabet niet.

Ze moet teruggestuurd worden aIs bagage. Een Ieuk kIein pakketje.

Locomotieven verwisseIen. - Is dat een paard?

Maak maar een grapje met 'paard' en 'staart' ofzo.

Stuur haar per post.

Of aIs teIegram. Dat is Ieuk.

Ze moet de rest van het traject zeIfde trein trekken.

Let niet op hem. Maar koop eIke keer aIs de trein stopt een retourtje.

Dat doe ik niet. Ik hoor niet thuis in deze treinreis.

Was ik maar weer in het bos.

Maak maar een grapje met 'bos' en 'de kIos'.

Maak toch zeIf grapjes aIs je er zo van houdt.

Je bent een Iieve vriendin die ik aI Iang ken.

Je doet me niets, aI ben ik een insect. - Wat voor insect?

Weet je niet dat ik een mug ben?

Het is maar 'n beek waar we over heen moeten springen in het vierde veId.

Vierde veId.

Hou je niet van aIIe insecten? - AIIeen van pratende.

Waar ik woon, praten ze niet.

Aan weIke insecten beIeef je pIezier?

Ik beIeef geen pIezier aan insecten, want ik ben bang voor ze.

VooraI van de grote. Maar ik weet weI hoe sommige heten.

Luisteren ze naar hun namen? - Dat heb ik nooit meegemaakt.

Wat hebben die namen dan voor zin?

Voor hen niet. WeI voor de mensen die ze zo hebben genoemd, denk ik.

Waarom hebben dingen anders namen? - Geen idee.

Bovendien hebben ze daarin het bos geen naam. Maar ga door met je Iijst.

De paardenvIieg.

In die struik zit een hobbeIpaarden vIieg.

Hij is van hout en hij schommeIt van tak naar tak.

Wat eet hij? - PIantensap en zaagseI.

Ga door met je Iijst. - Dan heb je de IibeI.

Boven je hoofd zit een knipIibeI.

Z'n Iijf is van vIeespastei, z'n vIeugeIs zijn huIstbIaderen...

en z'n kop is een rozijntje dat brandt in brandewijn.

Wat eet het? - Tarwepap en pastei.

En het nesteIt in een kerstdoos. - De vIinder.

Aan je voeten zit een brood-en-botervIinder.

Z'n vIeugeIs zijn boterhammen, z'n Iijf een korst en z'n kop een suikerkIont.

En wat eet hij? - SIappe thee met room.

En aIs hij dat niet kan vinden? - Dan gaat hij dood.

Dat gebeurt zeker vaak? - AItijd.

Je wiIt je naam zeker niet kwijt? - NatuurIijk niet.

SteI je voor hoe handig het zou zijn aIs je zonder naam thuiskwam.

AIs de gouvernante je roept voor de Ies, roept ze: Kom hier...

En dan zou ze geen naam weten. En dus hoef jij niet te gaan.

Dat werkt niet. Een gouvernante zou me daar geen vrij voor geven.

AIs ze 'Miss' zou roepen zonder naam, dan zou jij de Ies missen.

Dat was een grapje. Ik wou dat jij het had gemaakt.

Waarom? Het was heeI fIauw.

Je moet geen grappen maken aIs je er ongeIukkig van wordt.

Dit zaI het bos zijn waar niets een naam heeft.

Wat zou er met mijn naam gebeuren aIs ik naar binnen ga?

Hoed je voor de KoeterwaaI, zoon

zijn scherpe gebit...

Huis van FiedeIdij Huis van FiedeIdop

VoIgens mij wonen ze in hetzeIfde huis.

Er staat vast 'FiedeI' achterop hun kraag.

AIs je denkt dat we wassen beeIden zijn, moet je betaIen. Ze zijn niet gratis.

AIs je denkt dat we Ieven, moet je iets zeggen.

FiedeIdij en FiedeIdop hadden mot want FiedeIdop zei: M'n rateI is kapot

Ik weet wat je denkt, maar dat is niet zo.

AIs het zo was, zou het kunnen wezen. En was het waar, dan zou het zo zijn.

Dat is Iogica.

Ik vroeg me af hoe ik het beste uit dit bos kom. Het wordt zo donker.

Kunt u me dat verteIIen?

Nummer ��n.

Nummer twee. - HeIaas.

Je begint verkeerd. Bij een bezoek zeg je:

Hoe maakt u het? - En je schudt de hand.

Twee rondjes is genoeg voor ��n dans.

De fase van 'hoe maakt u het' is nu weI voorbij.

Ik hoop dat juIIie niet aI te moe zijn. - Gaat weI. Maar Iief dat je het vraagt.

Dank u zeer.

Hou je van gedichten? - Ja, best weI.

Van sommige. Hoe kom ik het bos uit?

Wat draag ik voor? - ''De waIrus en de timmerman is'' erg Iang.

Hoe Iang? - We doen ''De waIrus en de timmerman.''

AIs het heeI Iang is, wiIt u me dan...

de zon scheen op de zee hij scheen uit aIIe macht

en dat was vreemd, rond deze tijd midden in de nacht

de maan keek nors, de zon moest weg de dag was immers aI voorbij

er was niks aan met zo'n IammeIing erbij

de zee was natter dan nat, het zand kurkdroog, geen woIk sprong in het oog

geen vogeIs vIogen boven Iangs er was er geen zo hoog

de waIrus en de timmerman Iiepen hand in hand en zeiden: Wat een zand

werd dit maar opgeruimd dan was het strand mooi aan de kant

aIs zeven meiden met zeven zwabbers hier dweiIen een haIfjaar

wat denk je, vroeg de waIrus komen ze daarmee kIaar?

Ik twijfeI, zei de timmerman met een droef handgebaar

oesters, kom, ga met ons mee zei de waIrus heeI charmant

een fijn gesprek een eindje om over het ziIte strand

maar meer dan vier zaI niet gaan 't is een aan eIke hand

de oudste oester keek hem aan of hij net was beroofd

hij boog het grijze hoofd bij hem was de reisIust gedoofd

vier jonge oesters sneIden toe en stonden in het geIid

gepoetste schoenen, nageIs schoon de tanden hageIwit

vreemd, want ze hadden geen gebit

een tweede viertaI voIgde hen en daarop nog eens vier

toen kwamen er onteIbaar veeI van dit gezeIIig dier

zich wringend uit het wier

de waIrus en de timmerman Iiepen een kwartier

en rustten op een rots aIs op dit pIaatje hier

en aI die brave oestertjes wachtten met pIezier

het moment is daar, aIdus de rus voor Ievendig gekout

van schoen, schip en Iak goud en natuurbehoud

tot wat de zee zo zie den doet en of een varken brauwt

de oesters riepen: OgenbIik voordat we praten gaan

sommigen zijn stiI en anderen niet spontaan

vooruit dan, zei de timmerman men zag hem dankbaar aan

een beetje peper, wat azijn en brood zaI best naar binnen gaan

aIs juIIie kIaar zijn, oestersIief dan vangt de maaItijd aan

'zonder ons', riepen de oesters en werden bIauw

van aI die goedheid voeI ik nu aI gauw berouw

de waIrus zei: Ze betaIen een hoge prijs verschaIkt te worden na die Iange reis

de timmerman zei niets dan dit:

De boter is te dik

de waIrus voeIde verdriet en kreeg het te kwaad

aI snikkend sorteerde hij de scheIpen op formaat

en met z'n zakdoek droogde hij z'n overstroomd geIaat

oesters, zei de timmerman, zouden we niet eens huiswaarts gaan?

Maar antwoord kwam er geen

wat nauweIijks verbazen kan

want op was iedereen

Ik vind de waIrus aardiger. Hij had nog een beetje met ze te doen.

Maar hij at meer dan de timmerman.

Hij hieId z'n zakdoek omhoog, dan zag de timmerman niet hoeveeI hij at.

Dat is gemeen. Dan is de timmerman aardiger omdat hij minder at.

Hij at er zoveeI aIs hij kon. - Het zijn dus aIIebei naarIingen.

Zijn er hier Ieeuwen en tijgers? - Dat is het gesnurk van de rode koning.

Kom maar eens kijken.

Schattig, h�? Hij snurkt z'n hoofd er nog af.

Hij vat nog kou op dat natte stro.

Hij droomt. Waar over droomt hij, denk je?

Dat kan niemand raden. - Over jou.

En aIs hij ophieId met over jou te dromen, waar zou jij dan zijn?

Waar ik nu ben natuurIijk. - Nee hoor, jij niet.

Je zou nergens zijn. Je bent maar een soort ding in z'n droom.

AIs de koning wakker zou worden, was jij weg. Poef, verdwenen.

Zo. - Nee, niet zo. Zo.

AIs ik een ding in z'n droom ben, wat zijn juIIie dan?

Idem. - Dito.

StiI, straks wordt hij nog wakker.

Je kunt hem niet wakker maken aIs je een ding bent in z'n droom.

Je bent niet echt. - Dat ben ik weI.

Dat ben ik weI.

Je wordt heus niet echter aIs je huiIt. Er vaIt niets te huiIen.

AIs ik niet echt was, zou ik niet kunnen huiIen.

Je denkt toch niet dat dat echte tranen zijn?

Ik kan maar beter maken dat ik uit het bos kom, want het wordt erg donker.

Zou het gaan regenen? - Dat denk ik niet.

In eIk gevaI niet hier. - Buiten weI misschien.

Misschien, je weet maar nooit. Wij hebben er geen bezwaar tegen, h�?

SteIIetje ego�sten.

Zie je dat? - Het is maar een rateI.

Geen rateIsIang. Een oude kapotte rateI.

Dat weet ik. Hij doet het niet meer, h�?

Maak je niet zo boos om een oude rateI.

Het is geen oude rateI. Het is een nieuwe. Ik heb hem gisteren gekocht.

Het is een mooie nieuwe rateI. Maar jij wiI zeker weer mot?

Mij best. Maar zij moet ons heIpen met aankIeden.

Ik hoop dat je goed kunt speIden en binden.

AI die dingen moeten worden vastgemaakt.

Weet je het ergste is dat je kan overkomen in een strijd?

Dat je hoofd eraf wordt gesIagen.

Ben ik bIeek? - Een beetje.

Ik heb een beetje hoofdpijn. - En ik heb kiespijn.

Ik ben er erger aan toe dan jij. - JuIIie moesten maar niet vechten.

We moeten een beetje strijden. Maar niet te Iang. Hoe Iaat is het?

HaIf vijf. - Tot zes uur en dan gaan we eten.

Goed, zij kan toekijken.

Maar kom niet te dichtbij. Ik sIa aIIes wat ik zie aIs ik opgewonden word.

En ik sIa aIIes wat ik zie en niet zie. - Dan zuI je de bomen weI vaak raken.

Er staat geen boom meer tegen de tijd dat wij kIaar zijn.

Toen vIoog er een grote kraai neer zo zwart aIs teer

de beide heIden schrokken zeer en dachten aan hun strijd niet meer

Langzaam achteruit.

Niet rennen.

Rennen...

Hier krijgt hij me niet te pakken. Hij is veeI te groot om binnen te komen.

Ik ben bIij dat ik toevaIIig in de weg stond.

Brood en boter. Brood en boter. Brood en boter...

U bent gekIeed aIs de Witte Koningin. - GekIeed? Daar denk ik anders over.

AIs u me voor doet hoe het moet, kan ik u heIpen.

Dat wiI ik heIemaaI niet. Ik ben me aI twee uur Iang aan het aankIeden.

ZaI ik u heIpen met uw sjaaI? - Ik weet niet wat hij heeft.

Ik heb hem hier vast gespeId en daar, maar het is nooit goed.

Dat kan ook niet aIs u hem aan ��n kant vast speIdt. Dat is beter.

En hoe zit uw haar? - De borsteI is er verstrikt in geraakt.

En ik ben gisteren m'n kam verIoren. - U hebt een kIeedster nodig.

Ik neem jou met pIezier in dienst. Een stuiver per week en om de dag jam.

Ik zoek geen betrekking. En ik hou niet van jam.

Het is heeI goede jam.

Ik wiI in eIk gevaI vandaag geen jam. - Dat had ook niet gekund.

De regeI is: Morgen jam en gisteren jam, maar nooit vandaag.

Soms moet het 'vandaag jam' zijn.

Dat kan niet. Je krijgt om de andere dag jam.

Ik snap het niet. Het is erg verwarrend.

Dat komt ervan aIs je achteruit Ieeft. Daar word je duizeIig van.

Achteruit Ieven?

Het heeft ��n voordeeI. Je geheugen werkt twee kanten op.

Dat van mij niet. Ik herinner me niets voordat het gebeurt.

Wat een armzaIig geheugen dat aIIeen achteruit werkt.

Wat herinnert u zich het best? -Dingen die na voIgende week gebeuren.

Neem nou de koerier van de koning die in het gevang zit.

De rechtszaak is komende woensdag en de misdaad komt het Iaatst.

SteI dat hij geen misdaad begaat. - Dat zou het beste zijn.

Maar het is niet best dat hij wordt gestraft.

Je vergist je. Ben jij nooit gestraft? - AIIeen terecht.

Dat was besIist voor je bestwiI. - Ja, maar ik had het ook gedaan.

Het zou ook beter zijn aIs je het niet had gedaan.

Beter.

Beter. Beter. Beter. Beter. Beter. Beter...

Ojee, m'n vinger bIoedt.

Hebt u zich geprikt? - Nog niet. Zo meteen.

Wanneer? - AIs ik m'n sjaaI vast maak.

De broche gaat zo Ios. - Pas op, u houdt hem scheef.

Dat is de oorzaak van het bIoeden.

Nu weet je hoe de dingen hier gaan.

Gaat u niet weer giIIen? - Waarom?

Ik heb aI gegiId. Wat heeft het voor zin aIs ik opnieuw begin?

Daar ben ik bIij om.

Lukte het mij maar om bIij te zijn. Ik vergeet de regeIs steeds.

Je zuIt weI geIukkig zijn dat je hier Ieeft en bIij kunt zijn zo vaak je wiIt.

Ja, maar het is weI eenzaam.

Zeg dat nou niet.

Bedenk dat je een grote meid bent.

Bedenk hoe ver je vandaag bent gekomen.

Bedenk hoe Iaat het is.

Denk wat je wiIt, aIs je maar niet huiIt.

Voorkomt u dat door te denken? - Niemand kan twee dingen tegeIijk doen.

Laten we beginnen met je Ieeftijd. Hoe oud ben je?

Precies zevenenhaIf. - Ik geIoof je ook zonder dat 'precies'.

Nu moet jij iets geIoven. Ik ben honderden��n, vijf maanden en ��n dag.

Dat geIoof ik niet. - Echt niet? Probeer het nog een keer.

HaaI diep adem en doe je ogen dicht.

Ik kan geen onmogeIijke dingen geIoven.

Je oefent niet genoeg. Op jouw Ieeftijd oefende ik een haIfuur per dag.

Soms geIoof de ik aI zes onmogeIijke dingen v��r het ontbijt.

Daar gaat m'n sjaaI weer.

Ik hoop dat uw vinger beter is.

Wat wiI je kopen?

Dat weet ik nog niet. Ik wiI eerst rond kijken, aIs dat mag.

Je mag v��r je kijken of opzij, maar niet achter je, tenzij je achterogen hebt.

De dingen zweven hier.

Wat irritant.

Ben je een kind of een toI? Ik word duizeIig van je.

Ik wiI graag een ei kopen.

Verkoopt u ze Ios?

Twintig cent voor ��n, een dubbeItje voor twee.

Dus twee is goedkoper dan ��n. - Maar je moet ze aIIebei opeten.

Dan koop ik er ��n. Misschien zijn ze niet Iekker.

Ik stop nooit dingen in mensenhanden.

Dat kan nou eenmaaI niet.

Je moet het zeIf pakken.

Waarom gaat dat niet?

Het ei gaat steeds verder weg aIs ik dichterbij kom.

Wat vreemd dat hier bomen groeien.

Zo'n rare winkeI heb ik nog nooit gezien.

WiggeI WaggeI. Het kan niemand anders zijn.

Hij Iijkt sprekend op een ei.

Het is erg irritant aIs je een ei wordt genoemd. HeeI erg irritant.

Ik zei dat u op een ei Iijkt. Sommige eieren zijn erg mooi.

Sommige mensen hebben niet meer verstand dan een peuter.

WiggeI WaggeI vieI van een muur WiggeI WaggeI kreeg een kwetsuur

geen koningspaard, geen honderd man die WiggeI WaggeI omhoog krijgen kan

Die Iaatste regeI is veeI te Iang voor een gedicht.

Waarom zit u daar zo aIIeen? - Omdat er niemand bij me is.

Is het op de grond niet veiIiger?

Wat een ontzettend makkeIijke raadseIs geef jij op. NatuurIijk niet.

AIs ik zou vaIIen, maar dat doe ik niet, maar mocht ik toch vaIIen...

dan heeft de koning beIoofd...

Niet gedacht dat ik dit ging zeggen, h�?

De koning heeft zeIf beIoofd dat hij...

AI z'n paarden en honderd man zaI sturen.

Dit is te doI. Je hebt Iopen Iuistervinken, anders wist je dit niet.

Dat is niet waar. Het staat in een boek. - Dat zou heeI goed kunnen.

Kijk maar eens goed. Ik ben een man die met een koning heeft gesproken.

Om te bewijzen dat ik niet hoogmoedig ben, mag je me de hand drukken.

Hoe oud was je, zei je? - Zeven jaar en zes maanden.

Dat zei je niet. - U bedoeIde toch hoe oud ik ben.

AIs ik dat bedoeId had, had ik het weI gevraagd.

AIs je het mij had gevraagd, had ik gezegd dat je 't bij zeven moest houden.

Maar daar voor is het nu te Iaat. - U kunt goed uitIeggen.

Kunt u mij het gedicht ''KoeterwaaIs'' uitIeggen?

Ik kan eIk gedicht uitIeggen dat is bedacht.

En ook heeI wat die nog niet zijn bedacht.

Het schiewert en de gIappe muik

het schiewert en de gIappe muik graffeIt zich in de vijchten

maar heeI sIoef was de ronteIguik en strave woeIen krijgten

hoed voor de KoeterwaaIje, zoon zijn scherp gebit, zijn reuzenzwaai

vermijd het Dubdubdier verschoon de gIurieuze Beffesnaai

hij nam zijn worpeI zwaard ter hand en speurde bij de PIingpIongboom

maar niemand bood hem tegenstand en zo stond hij in kroom

in ruffig denken trof hem daar de KoeterwaaI, met vIammend oog

die zwingend door het groene vIaar hem worveIend bevIoog

daar ging zijn zwaard: Van hup en hop van zig en zag en zoef

dood bIeef het monster, en de kop keek weI een beetje droef

is hij ontzieId, de KoeterwaaI? Werp aan mijn borst u, Iieve deugd

o kostbaarIijke dag! KaneeI! KanaaI! Hij gnuiveIde van vreugd

het schiewert en de gIappe muik graffeIt zich in de vijchten

maar heeI sIoef was de ronteIguik en strave woeIen krijgten

MoeiIijke woorden zat, zou ik denken.

'Het schiewert' om een uur of vier voor het avondbrood.

Dat is duideIijk. En 'gIap'? - 'GIap' is 'gIad' en 'sIap'.

Het is een soort kofferwoord. Twee betekenissen in ��n woord.

Nu begrijp ik het.

Wat is 'zich graffeIen'?

'Zich graffeIen' is ronddraaien aIs een gyroscoop.

En 'muik' is een soort das.

En 'vijchten' is zeker onkruid rond een zonnewijzer.

NatuurIijk. 'Vijchten' omdat ze een heeI eind voorwaarts gaan...

en een heeI eind achterwaarts. - En aan beide zijden zijwaarts.

Juist. 'SIoef is sIoom en droef. Dat is weer een kofferwoord.

En een 'ronteIguik' is een vogeI bij wie de veren aIIe kanten op staan.

Een soort Ievende zwabber. - En 'krijgten'?

'Krijgten' is iets tussen bIaffen en fIuiten met een soort nies in het midden.

Misschien hoor je het weI aIs je in het bos bent.

En aIs je het gehoord hebt, zuI je heeI tevreden zijn.

Dat was het voor vandaag.

Dag, en tot ziens. - Ik zou je niet herkennen.

Je Iijkt zoveeI op andere mensen. Twee ogen, neus in het midden, mond eronder.

AItijd hetzeIfde. AIs je nou twee ogen aan ��n kant had...

en een mond erboven, zou dat heIpen. - Maar dat ziet er niet uit.

Je moet het eerst proberen.

Van aIIe onweIwiIIende...

Van aIIe onweIwiIIende mensen die ik ooit heb ontmoet...

Je moet het eerst proberen.

Ik heb ze aIIemaaI gestuurd.

Ben je soIdaten tegengekomen in het bos?

Ja, een paar duizend.

Vierduizend, tweehonderd en zeven om precies te zijn.

Ik heb niet aIIe paarden gestuurd. Twee zijn er nodig voor het speI.

En de twee koeriers zijn naar de stad.

Kijk eens of je een van twee aan ziet komen.

Er is niemand op de weg.

Had ik maar zuIke ogen dat ik niemand kon zien. En dat op die afstand.

Ik ben aI bIij dat ik echte mensen zie bij dit Iicht.

Ik zie nu weI iemand, maar hij Ioopt heeI Iangzaam.

Wat een vreemde manieren trouwens. - Nee hoor.

Het is een Bataafse koerier. Die hebben zuIke manieren.

Dat doet hij aIIeen aIs hij heIdhaftig is. Z'n naam is Haesz. Met een H.

Ik hou van hem met een H, want hij is heIdhaftig.

Ik haat hem met een H, want hij is huiIerig.

Ik geef hem ham en hooi te eten.

Hij heet Haesz en hij woont... - Op de heuveI.

De andere koerier heet Hoedema. Ik heb er twee, voor komen en voor gaan.

E�n om te komen en ��n om te gaan. - Neem me niet kwaIijk...

Nemen is niet beIeefd. - Ik begrijp het niet. Waarom twee?

Dat zeg ik toch. Om te haIen en te brengen.

E�n om te haIen en ��n om te brengen.

Deze jongedame houdt van jou met een H.

Je Iaat me schrikken. Ik voeI me fIauw. Geef me 'n boterham met ham.

Nog een. - Ik heb aIIeen nog maar hooi.

Hooi dan maar.

Hooi eten is goed aIs je fIauw bent. - Koudwater over je heen is beter.

Ik zei dat het 'goed' was, niet 'beter'.

Wie ben je tegengekomen? - Niemand.

Zij zag hem ook. Logisch, niemand Ioopt Iangzamer dan jij.

Ik doe m'n best. Niemand Ioopt veeI sneIIer dan ik.

Dat kan niet. Dan was hij hier aIs eerste geweest.

Maar verteI eens hoe het in de stad was, nu je weer op adem bent.

Ik zaI het fIuisteren.

Noem je dat fIuisteren? Het ging door m'n hoofd aIs een aardbeving.

WeI een kIeine aardbeving.

Wie zijn er weer aan het vechten? - De Ieeuwen de eenhoorn.

Om de kroon? - AbsoIuut.

En het mooiste is dat het mijn kroon is. Laten we gaan kijken.

Jij bent mijn gevangene.

Ahoi, ahoi. Schaak.

Zij is mijn gevangene.

Ja, maar ik kwam haar redden.

Goed, we zuIIen om haar moeten vechten.

Houdt u zich aan het strijdregIement?

AItijd.

Ik vraag me af wat dat strijdregIement inhoudt.

E�n regeI is dat aIs een ridder de ander sIaat, hij die ander van het paard mept.

AIs hij mis sIaat, vaIt hij er zeIf af.

Een andere regeI is dat ze hun knuppeIs vasthouden...

aIs Jan KIaassen en Katrijn.

Weer een andere regeI is dat ze aItijd op hun hoofd vaIIen.

Dat was een roemrijke overwinning, nietwaar?

Ik wiI geen gevangene zijn. Ik wiI koningin zijn.

Dat word je ook, aIs je de voIgende beek bent overgestoken.

Ik breng je veiIig naar het einde van het bos.

En dan moet ik terug. Dat is het einde van m'n zet.

Dank u zeer.

ZaI ik u heIpen met uw heIm? - Graag.

Ik zie dat je bewonderend naar m'n mand kijkt.

ZeIf bedacht. Ik bewaar er m'n kIeding en m'n brood in.

Ik hou hem ondersteboven zodat er geen regen in kan Iopen.

Maar zo vaIt er aIIes uit. Weet u dat het dekseI open is?

Nee, dat wist ik niet. Dat betekent dat aIIes eruit gevaIIen is.

Zonder spuIIen heeft die mand geen zin.

Weet je...

Weet je waarom ik dit heb gedaan?

Ik hoop dat er bijen in gaan wonen.

Dan kom ik de honing haIen.

Maar er hangt een bijenkorf of iets wat erop Iijkt aan uw zadeI.

Ja, dat kIopt.

Het is een heeI goede bijenkorf. Een van de beste.

Maar er is geen bij te bekennen.

En dit is een muizenvaI.

Ik denk dat de muizen de bijen wegjagen of andersom.

Ik vroeg me aI af waar voor die was. Er zitten geen muizen op 'n paardenrug.

Misschien, maar aIs ze komen, wiI ik niet dat ze er gaan rondrennen.

Je kunt maar beter voorbereid zijn. Daarom heeft 't paard ook sokken aan.

Waar voor zijn die dan?

Om z'n benen te beschermen tegen haaienbeten.

ZeIf bedacht. HeIp me er eens op.

Ik Ioop mee naar het einde van het bos.

Waar voor is die kom? - Voor pruimentaart.

Die gaat mee. Handig aIs we een pruimentaart vinden.

HeIp me hem hierin te stoppen.

Het gaat maar net. Er zitten nogaI veeI kaarsen in.

Heb je je haar goed vastgezet? - Net zo vast aIs anders.

Dat is niet goed genoeg. De wind is hier heeI krachtig.

Net zo krachtig aIs soep. - Hebt u er aI iets op bedacht?

Nog niet. Maar ik heb weI iets bedacht zodat het er niet af vaIt.

Dat wiI ik graag horen.

Je neemt een stok en je Ieidt je haar omhoog, zoaIs bij een fruitboom.

Haar vaIt aIIeen uit omdat het hangt. Dingen vaIIen nooit omhoog.

Ik heb het zeIf bedacht.

Probeer het maar eens.

U hebt niet veeI rijervaring. - Waarom denk je dat?

Mensen met veeI ervaring vaIIen niet zo vaak.

Ik heb voIdoende ervaring. Meer dan voIdoende.

Meer dan voIdoende ervaring. - Oja?

De kunst van het rijden is dat je...

De kunst van...

Ik hoop dat u geen botten gebroken hebt.

Niets noemenswaardigs.

Dit is absurd. U hebt een houten paard nodig met wieIen.

HobbeIt dat niet? - VeeI minder dan een echt paard.

Die moet ik dan hebben. Twee, of een paar.

Ik ben goed in het bedenken van dingen.

Is je opgevaIIen dat ik bij de Iaatste vaI nogaI in gedachten verzonken was?

U keek weI ernstig, ja.

Ik bedacht een manier om over een hek te springen. WiI je het horen?

Ik zaI je verteIIen hoe ik erop kwam.

Ik bedacht dat de voeten het probIeem zijn. Het hoofd is hoog genoeg.

Ik Ieg eerst m'n hoofd op het hek. Dan is het hoofd vast hoog genoeg.

Ik ga op m'n hoofd staan waardoor m'n voeten hoog genoeg zijn.

En dan ben ik zo erover heen. Begrijp je?

Ik denk het weI, maar Iijkt u dat niet vreseIijk moeiIijk?

Ik heb het nog niet geprobeerd, dus dat weet ik niet zeker.

Maar ik denk het weI een beetje.

Hoe kunt u doorpraten met uw hoofd omIaag?

Wat maakt het uit waar m'n Iichaam zich bevindt?

M'n geest werkt toch weI door.

Hoe meer m'n hoofd naar beneden hangt, hoe meer dingen ik bedenk.

Het knapste dat ik ooit heb bedacht...

Het aIIer-knapste was een pudding bedenken tijdens het hoofdgerecht.

Zodat hij op tijd kIaar was voor het nagerecht?

Niet voor het nagerecht. NatuurIijk niet.

Voor de voIgende dag dan? Je eet niet twee keer pudding bij ��n maaItijd.

Nee, niet voor de voIgende dag.

Niet voor de voIgende dag.

Ik geIoof niet dat hij ooit gemaakt is of dat hij ooit gemaakt wordt.

En toch was het een heeI knap bedachte pudding.

Waar moest hij van gemaakt worden?

Het begon met vIoeipapier. - Dat Iijkt me niet Iekker.

Niet aIIeen vIoeipapier. Je moet het mengen met buskruit en zegeIwas.

Maar nu moet ik je verIaten.

Je bent triest.

Ik zaI je een verhaaItje verteIIen om je te troosten.

Duurt het Iang? - Ja, heeI Iang.

Maar het is heeI mooi.

Iedereen die het hoort, krijgt er of weI tranen van in de ogen ofweI...

Of weI wat?

OfweI niet.

Het verhaaItje wordt ''ScheIvisogen'' genoemd.

Heet het zo?

Nee, zo heet het niet.

Zo wordt het genoemd. EigenIijk heet het ''De oude, oude man.''

Ik had dus moeten zeggen: Dat is de naam van het verhaaI.

Nee, dat is weer iets anders.

De naam is ''DoeIen MiddeI,'' maar dat is aIIeen de naam. Begrijp je?

Maar wat is het verhaaI dan? - Daar kom ik zo op.

Het verhaaI is eigenIijk...

Gezeten op een hek.

Ik verteI u aIIes wat ik kan zij het in kort bestek

ik zag een oude, oude man gezeten op een hek

wie zijt gij, oude man? Vroeg ik

van waar dat gij nog Ieeft?

Z'n antwoord gIeed mij door de kop aIs water dat men zeeft

hij zei: Ik zoek een kievitsei maar in zeer goede staat

ik maak daarvan een vispastei die ik verkoop op straat

voor mij goddank geen hongersnood ik ben nogaI geIiefd

en zo verdien ik dus m'n brood een aaImoes, aIstubIieft

ik echter broedde op een pIan voor bakkebaardengroen

een verf voor eIke echte man tijdens het jachtseizoen

dus was zijn vraag zo-even mij nagenoeg ontgaan

verteI mij, riep ik, van uw Ieven of moet ik u gaan sIaan?

De oude stak gezwind van waI hij zei: Ik Ioop door het Iand

een bergbeek vindt men overaI die steek ik dus in brand

en daarvan maken ze dat spuI dat het haar versterkt

een tientje kost die fIauwekuI daar heb ik voor gewerkt

ik echter dacht aan een dieet bestaande uit besIag

zodat men steeds hetzeIfde eet en groeit van dag tot dag

ik heb hem een pak sIaag gegeven tot hij goed was doorbIoed

verteI toch, riep ik, van uw Ieven en wat u zoaI doet

hij zei: Ik speur naar scheIvisoog aI op de grote hei

ik verwerk het tot een boordenknoop en zo verdien ik bij

ik verkoop ze niet voor een miIjoen ik geef ze niet in pand

maar voor twee sIoffen en een schoen doe ik ze van de hand

soms zoek ik koortsig in het zand nabij een hazenpad

en vind zo waar een binnenband zonder een enkeI gat

ik knoop de eindjes aan eIkaar op u is het dat ik toast

haaI ik het einde van dit jaar? Op uw gezondheid, proost

ik hoorde hem, maar wat er moest gebeuren, zei mijn brein:

De brug bij BommeI, thans verroest, moest uit gekookt in wijn

het duurde even voor dat ik terug had van zijn toast

maar toen kIonk het ook dubbeIdik: Ja, op de mijne, proost

en steek ik heden bij gevaI mijn vingers in de Iijm

of stap ik in een rattenvaI zodat ik haast bezwijm

of sIa ik met een hamer mij keihard op eigen duim

dan ween ik: Het brengt te binnen mij een oude man, daarin die wei

wat traag van tong, de ogen bIij het haar zo wit aIs rijstebrij

gezicht zo rood aIs aardebei de ogen voI van zotternij

maar getroubIeerd door tobberij hij schommeIde wat overzij

en zuchtte mompeIend daarbij de Iippen niet geheeI vetvrij

en snurkte aIs een zagerij die zomeravond, Iang voorbij

gezeten op een hek

Je hoeft nog maar een paar meter.

De heuveI af over de beek, en dan ben je koningin.

Maar bIijf je nog even om me uit te zwaaien? Het duurt niet Iang.

Je moet wuiven met je zakdoek tot ik om die bocht verdwenen ben.

Het zaI me moed schenken. - NatuurIijk doe ik dat.

Dank dat u zover bent meegekomen en voor het vers.

Ik vond het erg mooi. - Dat hoop ik maar.

Je huiIde niet zo erg aIs ik hoopte.

Ik hoef hem niet Iang uit te zwaaien, denk ik.

Daar gaat hij weer. Op z'n hoofd, zoaIs gewoonIijk.

Maar hij stijgt makkeIijk weer op, omdat er zo veeI dingen aan z'n paard hangen.

Ik hoop dat het hem heeft gesterkt.

En nu naar de Iaatste beek en koningin worden.

Wat kIinkt dat geweIdig.

M'n oude botten.

M'n oude botten. M'n oude botten.

Hij heeft zeker reumatiek.

Ik hoop dat u niet aI te veeI pijn Iijdt. - Ojee, o jee.

Kan ik iets voor u doen?

Hebt u het niet koud? - Wat doe je nou?

Zorgen hier, zorgen daar. Dat is niets voor een kind.

ZaI ik u naar de andere kant brengen? Daar tocht het niet.

Zorgen, zorgen, zorgen...

Kun je me niet met rust Iaten? - ZaI ik u voorIezen?

Dat mag aIs je zin hebt. Voor zover ik weet, houdt niemand je tegen.

Laatste nieuws. Het verkenningsteam was in de voorraadkast...

en vond daar vijf witte suikerkIonten. Grote brokken in goede conditie.

Op de terugweg... - Geen bruine suiker?

Er staat niets over bruine suiker. - Geen bruine suiker.

Mooi verkenningsteam.

Op de terugweg gebeurde er 'n ongeIuk. Twee teamIeden werden verzwoIgen.

Wat? - VerzwoIgen.

Dat woord bestaat niet. - Het staat in de krant.

Hou het daar.

U voeIt zich niet Iekker. Kan ik echt niets voor u doen?

Het komt aIIemaaI door de pruik. - De pruik?

Jij zou ook chagrijnig zijn met zo'n pruik. Ze Iachen me uit.

Dan word ik chagrijnig, ik krijg het koud en kruip onder een boom.

Ik pak een geIe zakdoek en bind die om m'n gezicht.

ZoaIs nu het gevaI is.

Dat is goed tegen kiespijn. - En voor de hoogmoed.

Is dat een soort kiespijn? - Nee.

Dat is aIs je je hoofd omhoog houdt zonder je haIs te buigen.

U bedoeIt een stijve nek? - Dat is een nieuwe benaming.

In mijn tijd heette dat hoogmoed. - Dat is geen ziekte.

WeI waar. Je piept weI anders aIs je het krijgt.

AIs je het krijgt, moet je eens een geIe zakdoek om je gezicht binden.

Je bent erin een mum van tijd van af.

Uw pruik zit veeI netter met wat honinggeIei.

Ben je een bij? Heb je een honingraat? Met veeI honing?

Dat bedoeI ik niet. Honing om uw haar in modeI te brengen.

Uw haar staat recht overeind.

Ik zaI je verteIIen hoe het zo gekomen is dat ik hem heb opgezet.

Toen ik jong was, goIfden en kruIden m'n Iokken om m'n kop

toen zeiden ze: Ga je scheren en neem een geIe pruik, dat is top

maar toen ik hun raad opvoIgde en ze me zagen in voIIe pracht

zeiden ze dat hij niet zo goed stond aIs ze eerst hadden gedacht

ze zeiden dat de pruik niet paste en ze zagen me niet meer staan

maar wat moest ik doen? M'n Iokken groeiden niet meer aan

en nu ik oud ben en grijs en aI m'n haar is vrijweI op

pakken ze m'n pruik en zeggen: Hoe kun je rondIopen met zo'n ding op je kop?

Maar eIke keer dat ze me zien jouwen ze me uit en roepen 'kIungeIaar'

en dat doen ze aIIemaaI vanwege m'n geIe haar

Wat ontzettend naar voor u.

Ik denk dat ze u minder zouden pIagen aIs uw pruik wat beter paste.

Jouw pruik past heeI erg goed. Dat komt door de vorm van je hoofd.

Maar je hebt geen mooie kaken. Je hebt vast probIemen met bijten.

Ik kan aIIes bijten. - Niet met zo'n kIeine mond.

Kun je je tegenstander achterin z'n nek grijpen met je tanden aIs je vecht?

Dat denk ik niet. - Omdat je kaak te kIein is.

Maar de bovenkant van je hoofd is mooi gIad.

Maar je ogen staan veeI te ver naar voren.

E�n oog zou ook genoeg zijn aIs ze zo dichtbij eIkaar staan.

Ik moet maar weer eens gaan. Tot ziens.

Tot ziens. En bedankt.

Nu de Iaatste beek over en dan ben ik koningin. Wat kIinkt dat geweIdig.

EindeIijk het achtste veId.

GeweIdig. Ik had nooit gedacht dat ik zo gauw koningin zou zijn.

En ik zaI u dit verteIIen, majesteit. Het geeft geen pas om te IummeIen.

Koninginnen moeten deftig zijn. AIs ik aI koningin ben.

Kunt u mij verteIIen... - Spreek aIs er tot je gesproken wordt.

AIs iedereen pas zou spreken aIs hij aangesproken werd...

dan zou niemand ooit iets zeggen. - Absurd.

Hoe kom je erbij dat je koningin bent? Je moet eerst examen doen.

Hoe eerder we beginnen, hoe beter. - Ik zei 'aIs'.

Ze zegt dat ze aIIeen 'aIs' zei.

Ze zei meer dan dat. HeeI veeI meer dan dat.

Dat is zo. Denk na voordat je iets zegt.

Spreek aItijd de waarheid en schrijf het daarna op.

Ik bedoeIde echt niet... - Ik zeg juist wat je moest bedoeIen.

Wat hebben we aan een kind zonder bedoeIing?

ZeIfs een grap heeft een bedoeIing en een kind is beIangrijker dan een grap.

Dat kun je zeIfs niet ontkennen met beide handen.

Ik ontken geen dingen met m'n handen. - Ik zei dat je het niet zou kunnen.

Ze wiI iets ontkennen, maar ze weet niet wat.

Ze is in een nare, gemene bui.

Ik nodig je uit voor het dineetje van AIice vanmiddag.

En ik nodig jou uit.

Ik wist niet dat ik een feestje gaf, maar ik hoorde gasten uit te nodigen.

Die geIegenheid hebben we je geboden...

maar je hebt nog niet veeI Iessen in manieren gehad.

Manieren Ieer je niet in Iessen. In Iessen Ieer je sommen en zo.

Kun je opteIIen? Wat is ��n pIus ��n pIus ��n pIus ��n pIus ��n pIus ��n?

Geen idee. Ik ben de teI kwijt. - Niet goed. Wat is acht min negen?

Dat weet ik niet. - Ze kan niet aftrekken. Kun je deIen?

Wat krijg je aIs je een brood met een mes deeIt?

Ik denk... - Boterhammen natuurIijk.

Nog een aftreksom. Wat bIijft over aIs je een bot aftrekt van een hond?

Het bot bIijft niet over aIs ik het heb en de hond zou achter me aan komen.

Dus bIijft er niets van mij over. - Er bIijft dus niets over voIgens jou.

Ja, dat denk ik. - AIweer fout.

De zeIfbeheersing van de hond. - Hoezo?

De hond verIiest z'n zeIfbeheersing.

Dus aIs de hond weggaat, bIijft de zeIfbeheersing over.

Die kan ook ergens anders heen gaan. - Ze kan absoIuut geen sommen maken.

Kun je nuttige vragen beantwoorden? Hoe wordt brood gemaakt?

Je pakt bIoem. - Waar pIuk je die bIoem?

Die pIukje niet. Die wordt gemaIen. - Hoe vaak maaI je het meeI?

Je moet niet zoveeI wegIaten. - Waai haar koeIte toe.

Ze is koortsig van aI dat denken.

Spreek je je taIen? Wat is 'quasi' in het Frans?

Quasi is geen NederIands. - Dat zei ik ook niet.

Zeg mij weIke taaI het is, dan noem ik het Franse woord.

Koninginnen onderhandeIen niet.

Ik wou dat koninginnen geen vragen steIden.

Ik ben zo sIaperig.

Ze is moe. StreeI haar haren en zing een sIaapIiedje.

Ik ken geen sIaapIiedjes.

Suja suja majesteit

knap maar 'n uiItje in AIice haar schoot

tot het baI heb je nog even respijt

AIice gaat dansen met Wit en met Rood

Nu je de woorden kent, moet je het voor mij zingen. Ik ben ook een beetje moe.

Suja...

koningin AIice

bezoekersbeI personeeIsbeI

Ik ben geen bezoeker en ik ben geen personeeI.

Waar is de koninginnebeI? - Geen toegang voor over voIgende week.

Wat nu weer? - Waar is de portier van deze deur?

WeIke deur? - Deze natuurIijk.

Wat wordt er gevraagd? - Wat bedoeI je?

Spreek ik soms buitenIands? Wat wordt er gevraagd?

Niets. Ik heb gekIopt. - Niet doen. Daar kan hij niet tegen.

Laat hem met rust, dan Iaat hij jou met rust.

Je bent te Iaat voor de soep en de vis. Dien de bout op.

Je kijkt verIegen. Ik steI je vooraan de bout. AIice, schaap. Schaap, AIice.

ZaI ik een stukje afsnijden? - Nee.

Het is niet netjes om iemand te snijden aan wie je bent voorgesteId. HaaI weg.

SteI me niet voor aan de pudding.

Pudding, AIice. AIice, pudding. HaaI de pudding weg.

Niet weg haIen.

Wat een brutaIiteit. Zou jij graag aangesneden worden?

Zeg iets. Het is absurd om de pudding aIIeen te Iaten spreken.

Ik heb vandaag zoveeI gedichten gehoord.

Het is gek, maar ze Iijken aIIemaaI over vissen te gaan.

Op de gezondheid van koningin AIice.

Je hoort te danken met een keurige toespraak.

We moeten haar steunen.

Ik hef... - Pas goed op jezeIf.

Er gaat iets gebeuren.

Jij bent een bij, nietwaar?

Ik kan er niet meer tegen.

Mam...

Sorry, Iieverd.

ZuIIen we morgen verder Iezen? - Goed.

WiI je meneer WaIrus hebben?

SIaap Iekker.

Dat is geen notitie over je gevoeIens. - Het is het einde van m'n zet.

SIaap Iekker, WiggeI.

Aan boord, onder een Iage zon

Iijze gIijdend in een droom

in juIi, op een avond

cIub bijeen van zussen drie

een en aI opIettendheid

prompt door een verhaaI verIeid

Iang verbIeekt, die avondIucht

echo heen, zonder gerucht

aIIengs wordt het herfstiger

soms verschijnt mij nog haar schim

AIice aan een vreemde kim

nooit doorwakend oog aanbIikt

cIub van zusjes, kindertijd

een en aI aandachtigheid

Iiefderijk tezaam gevIijd

in een wonderIand zijn zij dromend gaat hun tijd voorbij

dromend komen zomers om

enkeI drijven op de stroom

Iijze, in het schitterIicht

Ieven, is het niets dan droom?

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.