Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Richard, ga niet te ver.
Em is een bangerd!
Richard! Emmeline!
Kom onmiddellijk terug!
Voorzichtig.
Waarom deed je dat, Richard?
Je loopt zelf gevaar en moedigt Emmeline aan...
Sorry, vader.
Ik weet dat je plezier wilt hebben.
Ik probeer ons allemaal heelhuids naar San Francisco te brengen.
Komt mama ook naar San Fr'isco?
Ik denk van niet, Richard.
Ik zei het toch. Als ze naar de hemel gaan...
komen ze niet terug. Dat is toch zo, hè, oom Arthur?
Mijn papa en mama zijn niet teruggekomen.
Omdat God wil dat ze blijven...
dat ze Zijn werk doen en wachten op de dag...
dat jij de lange reis maakt om ze te zien.
Wanneer zal dat gebeuren?
Als je je leven hebt geleefd...
en alles hebt ervaren wat het leven kan bieden.
Kijk!
Vader, hoe heten ze?
Haaien.
Ik wou dat ik een vishaak had. Dan hees ik ze aan boord en kon de kok ze bakken.
Kapitein, weet u dat er een mistbank aan komt zetten?
Daar ben ik me van bewust.
Een van de mannen zei dat die stormen om de kaap...
ons ver uit de koers hebben gedreven.
Dat klopt, meneer. Volgens de kaart zitten we ongeveer hier.
Richard, waar kijk je naar?
Ze hebben geen kleren aan.
Wat doen jullie verdomme hier? Ik zal je leren, jochie!
Kom hier.
Waag het niet hem pijn te doen.
Wil jij ook 'n pak slaag?
Brand! - Brand?
Zei er iemand 'brand'?
Naar de pompen!
Button. - Ja, meneer?
Neem de kinderen en meneer Lestrange en roei ze weg van het schip.
Kom.
Meneer Lestrange.
Er zit buskruit in dat ruim. Ik heb het ze zien laden.
Kom mee.
Vooruit.
Oom Arthur!
Hierheen, Lestrange. - De kinderen!
Die zijn al weg. Volg me, meneer.
Nee, er is geen plaats meer!
Laat zakken!
Verlaat het schip!
Ontplof nog niet!
Verder.
Wat gebeurt er? Ik zie niets.
Wat was dat? - Het schip. Bedek je gezicht!
Richard!
Emmeline!
Oom Arthur!
Daar zijn ze!
Waar?
Hier, kapitein.
Richard!
Hallo!
Vader!
Roep niet allebei tegelijk!
Ik weet niet waarheen ik moet sturen!
Grote sloep, ahoi! Waar zijn jullie?
Hallo!
Vader!
Weg.
God helpe ons.
Waar is vader?
Hoe heet u?
Paddy Button. Hou op met je gevraag. Zie je niet dat ik bezig ben?
Verdomme. Geen voedsel of water.
Dat is Chopin. Ik kan het op de piano spelen.
Meneer Button, mag ik u wat vragen?
Ja.
Bent u een piraat?
Ik heb dorst.
Ik ook.
Luister...
je hoort hem sissen als hij het water raakt.
Hoor je het? - Ik geloof van wel.
Ik hoor niks.
Luister beter. Het water moet nu bijna koken.
Daar. Hoor je het?
Ja. Hoor je het niet, Em?
Ik geloof van wel.
Ja, ik hoor het.
Ik ruik bloemen.
Bloemen?
Meneer Button! Richard! Kijk!
Land!
Land ahoi!
We zijn gered! Dat had ik nooit gedacht!
Waar zijn we?
In het paradijs. Geen 'ja, meneer', 'nee, meneer' meer voor Paddy Button.
Geen gezwoeg meer boven een stinkend fornuis.
Komt vader ons halen?
Kom, we gaan 's rondkijken.
Luister.
Kom.
Ik wist het.
Het is prachtig.
Water.
Hé, daar beneden! Kijk uit!
Meneer Button, er ligt hier een vat...
met vreemd spul erin dat net zo ruikt als de adem van de kapitein.
De adem van de kapitein?
Het is rum.
Lieve deugd.
Kijk 's wat voor gek ding ik heb gevonden. Er zitten gaten in.
Geef het aan mij. Waar vond je het?
Wat was het? - We moeten hier weg.
Daarboven ligt een hele stapel.
Vooruit, we moeten weg!
Opschieten!
Ik zie vaders boot niet.
Nog niet. Misschien komt hij straks.
Misschien niet.
Haal die dingen uit je mond!
Mond open! Haal ze uit je mond!
Spuug ze uit! Kom op!
Niet huilen. Ik ben niet boos op je.
Als je die bessen eet, val je in slaap en word je nooit meer wakker.
Het zijn 'nooit meer wakker'-bessen, snap je?
Kom niet meer aan die bessen. Vooruit.
We hadden ooit een kat die in slaap viel en nooit meer wakker werd.
Oom Arthur zei dat ze dood was en begraven.
Denkt u dat ze wat van die bessen had gegeten?
Misschien.
Wat betekent het eigenlijk, Paddy, 'dood en begraven'?
Het betekent dat ze je in de grond stoppen en bedekken.
Dan ben je dood en begraven, snap je?
Zoals de baby van mevrouw Jones. Weet je nog, Em?
De dokter groef hem op uit de moestuin.
De moestuin?
Ja. Maar hij bracht hem terug en plantte hem opnieuw.
Zodat hij kon groeien en een engel kon worden.
Ik pakte een schopje en spitte onze hele moestuin om.
Maar er waren geen baby's of engelen.
Alleen maar wormen.
Wat staat er op die foto's, Richard?
Het is een verhaal over gekke mensen die gaan trouwen.
Er staat overal tekst onder.
Laat eens kijken.
Ben jij ooit getrouwd geweest, Paddy?
Zeven keer.
Kinderen in elke haven van Callao tot Macao. Zeventien bij de laatste telling.
Ik heb er nooit eentje van gezien.
Ondeugden met spleetogen...
zwart, zelfs een paar roze zoals jullie.
En ze hebben allemaal mijn ogen.
ONDERWERPING
Paddy, wat is 'onderwerping'?
Iets wat ik mijn hele leven al probeer te vermijden.
Kom terug! Het doet geen pijn!
We willen niet gaan zwemmen! We hebben geen badpak!
Loop naar de hel met je badpak!
Dat draag je ook niet als je in bad gaat, of wel?
Dit is geen badkuip. Dit is de oceaan!
Klaar, toe maar. Zo, ja.
Telkens als je een schip ziet, ren je snel hierheen...
en steek je het seinvuur aan. Duidelijk?
Daar is het konijnenhol...
Daar komt de vos. Strak trekken. Daar heb je de knoop. Nou jij.
Laat je vinger zo omhoog glijden. Schuif dat daar beneden omheen.
Ziezo. Geef me de vijf, scheepsmaat.
Waar heb je dat gevonden?
Dat heb ik gemaakt van de knopen die je me hebt geleerd.
Gemaakt? Nou...
jammer dat hij niet wat groter is.
Laten we gaan zwemmen.
Kom terug en trek je kleren aan!
Ik wil m'n oude broek niet aan!
Het is niet netjes om de hele tijd naakt rond te rennen.
Eindelijk alleen.
Richard, Emmeline, jullie moeten me allebei iets beloven.
Jullie moeten me beloven dat jullie nooit en te nimmer...
naar de andere kant van het eiland gaan.
Waarom niet, Paddy?
Omdat ik het zeg, daarom!
Daar gebeuren nare dingen, begrepen?
Walgelijke, slechte, lelijke dingen.
Wat voor dingen?
Ja, meneer Button, wat voor dingen?
Om te beginnen woont de boeman daar.
De boeman?
Ja. Weet je wat er gebeurt als de boeman...
kleine mensen zoals jullie te pakken krijgt?
Dan eet hij ze gewoon op.
Hij propt ze in z'n mond, net als snoep...
en hij kauwt erop en slikt ze met bot en al in.
Weten jullie wat 'wet' betekent?
Goed. Vanaf nu is dat de wet, begrepen?
Niemand gaat naar de andere kant.
Je ziet er gek uit.
Kinderen, waar zijn jullie?
Kijk eens naar me.
Kijk eens naar me.
Je doet gek als je uit dat vat drinkt.
Dit is een serieuze dans.
Zing dat lied 's over de wiegelwaggel-meisjes.
Vooruit dan. Klaar?
Waar is Paddy?
Hij is weg.
Daar is ie.
Hij is er vast heen gezwommen en in slaap gevallen. Kom.
Waarom doe je dat?
Dat zet ik op zijn hoofd en als jij 'boe' zegt in zijn oor...
springt hij daarmee overeind.
Paddy, wakker worden, wij zijn het.
Wakker worden!
Geen zorgen, Em, we redden het wel.
Haal me hier weg, Richard.
Kijk!
Dit ziet eruit als een goede plek om een tijdje te blijven.
Word wakker. Het is kerstochtend.
Kerstmis?
Gisteren telde ik 52 tekens op de boom en vannacht is hij gekomen.
Waar heb je het over?
De kerstman. Ik zag al z'n rendieren daar op het strand.
Kom kijken of hij iets heeft gebracht.
Kom, Em, schiet op.
Daar waren de rendieren, zie je?
Kijk naar onze kousen.
Er zit iets in!
Kijk, net wat ik altijd al wilde.
Wat zijn het?
Wat denk je? Het zijn knikkers.
Dit zijn de grote en dit de kleine.
Jij hebt het allemaal gedaan.
Maar...
Gefopt, hè?
Rotzak!
Waarom maken we zo vaak ruzie?
Ik weet het niet.
Dat zouden we ons dit jaar moeten voornemen: minder ruzie maken.
Ik zal het proberen, maar... - Maar wat?
Ik weet niet wat ik heb als ik de dingen zeg die ik zeg.
Ik heb steeds zuIke vreemde gedachten.
Wat voor gedachten?
Gewoon vreemde gedachten over ons twee.
Vertel me erover.
Dat kan ik niet.
Het zijn gewoon gedachten. Ze betekenen niets.
Waar heb je ze gevonden?
In die kleine schelpen.
Ze zijn prachtig. Dank je.
'Komt allen tezamen'
'O kleine stad van Bethlehem'
'Rijdend door de sneeuw ons paardje trekt de slee'
'Alle'
Help!
Wat is er?
Je bloedt.
Nee! Niets aan de hand.
Maar je bloedt!
Ga weg! Niet kijken.
Ga weg!
Wat was het, Em?
Waarom bloedde je zo? - Ik weet het niet.
Je liegt!
Het is waar, ik weet het niet.
Mensen bloeden niet zo tenzij ze zich verwond hebben.
Misschien heb je 'n flinke wond en weet je het niet.
Laat 's kijken. - Nee! Ik wil niet dat je kijkt.
Maar waarom? - Daarom.
Dat is niet eerlijk.
Ik houd nooit iets voor je verborgen. Ik vertel je alles!
Alles!
Waar kijk je naar?
Je spieren.
Wat is daarmee?
Je doet echt gek de laatste tijd. Je zegt steeds van die stomme dingen.
Je kijkt zo vreemd naar me.
Je wordt toch niet ziek, hè?
Steek me maar niet aan.
Zeg het nog 's.
Waar zijn je vader en moeder? - In de hemel.
Maar waar is de hemel?
Dat weet je wel, daarboven.
Misschien is je vader daar ook. - Nee.
Ooit komt hij op een schip en brengt ons naar huis.
Hoor je het?
Nee.
Hoor je het ooit?
Soms denk ik van wel.
Paddy was een leugenaar.
Hij zei dat er een pot met goud was aan 't eind van elke regenboog...
en dat was een leugen.
Als we diep genoeg groeven, zouden we in China uitkomen.
En de kerstman is nooit gekomen.
Denk je ooit aan hem?
Ik wel.
Ik weet dat je er niet graag over praat, maar...
vraag je je nooit af wat er echt gebeurd is?
Dat wil ik niet weten.
Ik wel.
Er zijn zoveel dingen die ik niet begrijp.
Waarom liggen vissen stil in getijdepoeltjes na een regenbui?
Waarom hoor je de golven in grote schelpen?
Waarom groeit al dat gekke haar op m'n lichaam?
Ik wou dat een groot boek met antwoord op alle mogelijke vragen...
nu uit de lucht viel, recht in mijn hand.
Ik zou lezen tot ik alles wist. - Je kunt niet alles weten.
Alleen God weet alles.
God?
Die kan ons net zo min vinden als de kerstman.
Wie weet wat vissen denken?
Wat doe je?
Ik probeer je op te vrolijken. Vooruit, lach!
Het lukt niet.
Daar is het weer.
Denk je dat het de boeman is?
Misschien is het iemand anders.
Nee...
anders kwam hij wel naar ons toe om ons te begroeten.
Zo hoort het.
En als hij niet aardig is? Als hij ons kwaad wil doen?
Dan spiets ik hem.
Kijk! Ik ben de beste visser aller tijden.
Ik ben de beste visser aller tijden.
Terwijl jij ze afschrikt, vang ik er zoveel als ik wil.
Dat is mijn vissendans! Die schrikt ze niet af!
Hij brengt ze naar de oppervlakte en dan spiets ik ze.
Wie luistert er naar jou?
Wat telt, is niet hoeveel je vangt, maar hoe je het doet.
Hou op!
Speel alsjeblieft wat anders.
Waarom doe je dat terwijl je weet dat ik er boos van word?
'Die schrikt ze niet af. Hij brengt ze naar boven...
'en dan spiets ik ze.'
Ik kom jou spietsen.
Hier ben ik.
Kom terug...
of ik trek je broek naar beneden en geef je een pak slaag.
Waag het niet me te slaan! Ik meen het!
Of ik doe 'nooit meer wakker'-bessen in je eten! Serieus!
Zeg: 'Richard is de slimste persoon op dit eiland.'
Zeg het! - Hou op, Richard! Ik word boos.
Hou op! Ga van me af. - Zeg het!
Richard is de slimste persoon op dit eiland.
De snelste zwemmer. - De snelste zwemmer.
De snelste renner. - De snelste renner.
De beste huttenbouwer. - De beste in alles. Ga nu van me af!
Het is waar.
Wacht maar. Je weet nooit wanneer het zal gebeuren.
Eén hapje en je wordt nooit meer wakker!
Wat is er gebeurd? - Ik zag hem.
Wie? - Het gezicht dat Paddy de boeman noemde.
Ging je naar de andere kant? - Hij is de boeman niet.
Ik denk dat hij God is.
God?
Hij ziet eruit zoals pastor Logan altijd zei:
'Wees braaf of anders...' En hij bloedde.
Ik geloof je niet. - Net als Jezus.
Ga er niet meer heen. Het is de wet.
En als hij echt God is? Moeten we niet gaan bidden?
Anders wordt hij boos en mogen we niet naar de hemel.
Ik wil er niet over praten.
Wat is er?
Ik ben hier.
Je at de 'dood en begraven'-bessen... - Nee, ik voel me prima.
Je hebt naar gedroomd. - Verlaat me nooit.
Beloof dat je altijd bij me blijft.
Ik beloof het.
Niet doen!
Wat doe je?
Ga weg!
Waar ga je heen?
Wacht! Wat is er?
Wat doe je? - Wat wil je?
Waarom zeg je niks tegen me?
Laat me met rust!
Een schip, Emmeline!
Je stak het seinvuur niet aan. Waarom niet?
Je weet hoe graag ik weg wil. Dat is het allerbelangrijkst voor me.
Dat weet ik.
Eerst roep je om hulp, dan gooi je stokken naar me.
Een schip nadert!
Het eerste schip dat we zagen sinds we hier zijn en jij laat het wegvaren!
Nu heb ik er echt genoeg van!
Ik ben het zat om te wachten tot jij beter bent!
Ik ga naar San Fr'isco zonder jou!
Je zult nooit een boot bouwen die naar San Fr'isco kan varen.
Je hebt er al vier gemaakt en ze zijn allemaal gezonken.
Hou je mond!
Waarom geef je 't niet op?
Je weet niet eens waar San Fr'isco is.
Je bent zo'n mafkees. We komen hier nooit weg.
Dankzij jou.
Hier leven we. Dit is ons thuis, nu en voor altijd.
Nee!
Ik zou hier nooit alleen met jou kunnen leven!
Ik mag je niet eens. Je lachte vroeger nooit om me.
Je had vroeger nooit geheimen.
Jij bent ook niet zo perfect, meneer Richard Lestrange.
Ik heb je ermee zien spelen.
Ik zeg het tegen je vader als hij ooit komt.
Ik haat je.
Je raakte me bijna.
Neem terug wat je zei. - Ik heb alles gezien.
Wat er gebeurt als je het lang doet.
Hou je mond! Da's niet eerlijk, gluren.
Ik gluur niet naar jou. - Leugenaar.
Je kijkt altijd naar m'n bultjes.
Omdat ze zo gek zijn. Weet je hoe je er nu uitziet?
Zoals een van die foto's van Paddy.
Een van zijn wiegelwaggel-meisjes.
Niet waar!
Schei uit, of ik praat nooit meer met je.
Kijk ze 's wiegelen en waggelen.
Het spijt me. Ik wilde je niet raken.
Ik wou dat je dood en begraven was.
Wat doe je?
Het is mijn hut. Ik bouwde hem.
Dat is niet waar. Ik hielp je!
Ik deed het meeste. Ga maar ergens anders wonen.
Ik zei dat het me speet, Richard. Wat moet ik nog meer zeggen?
Ik wil niet dat je iets zegt.
Ik wil je nooit meer zien!
Wacht maar, Richard Lestrange. Ik krijg je nog wel.
Wat is er met je?
Ga weg.
Wat is er gebeurd?
Ik heb op zo'n vis getrapt die eruitziet als een steen.
Ga niet slapen.
O, nee. Word alsjeblieft wakker.
God.
Breng me naar God.
Maar de wet...
God...
laat Em alsjeblieft wakker worden.
Ik meende het niet toen ik zei dat ik haar dood en begraven wilde.
Ik ben de meeste gebeden vergeten, God...
Maar...
Onze Vader...
die in de hemel zijt...
Uw koninkrijk kome...
met vrijheid en gerechtigheid voor iedereen.
Amen.
Em, gaat het weer?
Ik was zo ongerust.
Ben je niet meer boos op me?
Natuurlijk niet.
Ik was zo bang.
Het enige wat ik dacht, was:
Als ik Em nu eens kwijtraakte?
Wat zou ik dan doen?
Hier is wat eten om weer op krachten te komen.
Zie je dat eiland daarginds?
Ja.
Misschien dat de persoon die het trommelgeluid maakt...
daar woont en dan hierheen komt om te bidden.
Misschien.
Wil je proberen te lopen?
Gaat het?
Ja.
Kus me.
Je bent helemaal kleverig.
Nou en? Kus me.
Hou op. Ik krijg geen lucht.
Maar ik wil niet stoppen.
Wat doe je?
Hou op.
Ik heb zo'n gek gevoel in m'n maag.
Ik ook.
M'n hart klopt zo snel.
Het mijne ook.
Eet 's niet zoveel. Je wordt dik.
Kom je naar boven, om me warm te houden?
Waar is Em, Coco?
Sorry, Richard.
Je wilde gisteren ook al de hele dag niet.
Wat is er? Hou je niet meer van me?
Jawel, meer dan ooit, Richard.
Waarom wil je dan niet?
Het doet nu gewoon pijn, dat is alles.
Als de pijn weggaat, doen we het weer.
Wanneer zal dat zijn?
Ik snap het niet. Waarom doet het pijn?
Ik weet het niet.
Ik weet niks.
Maar als je m'n buik nu aanraakt, kun je het voelen.
Wat voelen?
Hoe kon je je buik zo laten bewegen?
Ik doe het niet.
Hij doet het niet zelf.
Jawel.
Daar. Ik voelde het weer.
Waarom doet hij dat?
Ik weet het niet.
Waar ben je?
Wat is er? Hebben ze je pijn gedaan?
Ze?
Wat is er? Zeg me wat ik moet doen.
Wat is er?
Geef antwoord.
Waarom heb je een baby gekregen?
Ik weet het niet.
Hallo, baby.
Kijk, ik denk dat hij honger heeft.
Wat geef je hem te eten?
Probeer wat fruit.
Daar gaat ie.
Lekker eten. Fruit.
Hij vindt het niet lekker.
Laat me dit eens proberen.
Wat moet ik doen?
Waarom doe je dat?
De trommelaars.
Wat?
Ik heb ze gezien.
Wanneer?
De nacht dat de baby kwam.
Hoe zagen ze eruit?
Ik wil er niet over praten. Paddy had gelijk.
We hadden niet naar die kant moeten gaan.
We hadden de wet nooit moeten breken.
Weten ze dat we hier zijn? - Ik denk van niet.
Als ze komen, doe ik met ze wat ik met vissen doe.
Ik doorboor hun ogen!
Ik doorboor hun buik en kijk toe terwijl hun darmen eruit komen!
Weet je nog op het schip, toen we de sloep probeerden te bereiken...
hoe de mannen elkaar duwden en stompten?
Hoe de blik in hun ogen was?
Zo was het ook met de trommelaars.
Ik snap het niet. Waarom moeten mensen zo lelijk tegen elkaar doen?
Kom hier, vlug.
Ik ben de wacht aan het houden!
Kom, dit moet je zien.
Je hebt 'm leren zwemmen.
Water.
Kijk naar de visjes.
Om de mast heen en terug door het gat.
Pak de boot.
Kijk naar de vogel. Kijk, Paddy.
Zie je visjes? Wat zie je?
Zeg 's, zie je een schip?
Paddy, waaier.
Richard.
Hij zei m'n naam.
Kijk, Paddy, we maken voetafdrukken.
Net Boston in de winter.
Weet je nog dat we sneeuwbalgevechten hielden als het sneeuwde?
Kijk maar, ijskoud.
Het is koud.
De boeman.
Ga hem maar halen, anders hoort hij het van de bemanning...
en moeten we morgen terugvaren.
Pardon, meneer.
We hebben iets gezien.
Daar.
Wat denkt u?
Kunnen we dichterbij komen?
Ik zal kijken, maar we moeten oppassen voor dat rif.
Kijk dat gezichtje toch 's.
Boot.
Nee, dat kunnen ze niet zijn.
Weet je waar de plek is waar we woonden met Paddy?
Natuurlijk. Daar haal ik bananen.
Breng je me erheen?
Ik dacht dat je bang was.
Ik wil het nog 's zien.
Instappen.
Kom je?
Haai!
Ik moet de riemen pakken.
Help me, Em, we drijven af.
Ga weg!
Kijk hoe ver we zijn afgedreven!
Ik kan hem niet tegenhouden.
Paddy, kijk.
Als hij het water raakt, hoor je hem sissen.
Kijk, zie je?
Hoor je het?
Ik heb dorst.
Hadden we maar wat water.
Visjes.
Nee, Paddy!
Waar heb je die vandaan? - Haal ze uit je mond.
Wat doe je? Haal ze uit je mond!
Hij heeft er 'n paar ingeslikt.
Kom hier.
Sluit je ogen niet, Paddy.
Ga alsjeblieft niet slapen.
Alsjeblieft.
Drie graden naar bakboord, meneer. Het ziet eruit als een bootje.
Zit er iemand in?
Ik kan het niet zien.
Kapitein, drie graden naar bakboord.
Zijn ze dood?
Nee, meneer. Ze slapen.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.