Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Heb jij nog een extra panty? -Volgens mij niet.
Verdorie.
NAAR DE ROMAN VAN GEORGES SIMENON: EN CAS DE MALHEUR
Is het koud buiten? -Geen idee.
Wil je een joint? -Nee, dank je. Straks misschien.
Waar heb je dat gejat? -In de supermarkt.
Het stinkt.
Niet gek.
Die bulken van het geld. -Ja.
Dames, entreebewijs. -Zij heeft ze.
Even zoeken. -Goedenavond, welkom.
Ik ga even een vriend begroeten.
Hallo. -Ken ik u?
Nu wel.
Ik moet ze hier hebben. -Goedenavond.
Geregeld.
Pardon.
Heerlijk. -Beter dan de vorige keer.
Hallo. Alles goed? -Ja, bedankt.
Hallo. Hoe loopt het? -Prima.
M'n man, meester Farnèse. -Aangenaam.
Excuseer me even. Kom.
Hoe ging het met de pers? -Best goed.
Het werk van de Hongaar waar je het over had.
Vind je het niet een beetje… overdreven?
Ja, nou en?
Als het niet verkoopt, zet ik het op kantoor.
Meen je dat? -Ja.
Goedenavond. -Ik kom eraan.
Gaat u maar voor.
Duw niet zo. -Hou je rustig.
Hou op, laat me los. -We gaan al.
Trut.
Wat heb je gedaan? -Ik heb het buffet geplunderd.
Val dood.
Heb je nog iets gescoord? Laat zien.
Deze, en nog een in m'n jasje.
Dank u wel. -Geen dank.
Wil je echt niet blijven? -Nee, ik ben bekaf, sorry.
Nog nagedacht over Toscane? -Als het kan, gaan we. Beloofd.
Het zou ons goed doen. -Zeker.
Wat zoek je? -M'n portefeuille.
Had je die bij je? -Natuurlijk.
Is er een zwarte portefeuille op de grond gevallen?
Er zit niks in.
Ze gebruiken creditcards, geen geld meer.
Verdomme. -Ik ga alles verbranden.
Die niet, dat is krokodillenleer.
1500 frank. Niet eens genoeg voor de huur.
Niet te geloven.
Ik ben dit geploeter zat. We moeten iets bedenken.
Heb je dat baantje gekregen? -Er waren twee vacatures.
Maar m'n Marokkaanse naam stond die vent niet aan.
De rotzak.
We kunnen niet gaan bedelen. -Nee, we moeten snel iets bedenken.
Een pistool misschien?
Werkt dat? -Ja, dat is doodeng.
Is het duur? -Het is een Beretta. Geen idee.
110 frank. -Vanwege het merk.
Geen beweging. Achteruit. Achteruit, zei ik.
Je geld.
Niet schieten. -Je geld, kom op.
Geld…in de la. -Opschieten.
Snel, verdomme.
Schiet op. -Snel.
Langzaam openmaken. Hij heeft een wapen.
Laat los.
Rustig.
Het is maar speelgoed. Kijk maar.
We kunnen je niks aandoen.
Het is van plastic.
Je hebt 'm vermoord. -Nee, hij beweegt nog.
Halt, politie.
Wat nu? -Wegwezen.
Weg met dat ding.
Kom mee.
Wat doe je? -Doe me na.
Vooruit, Samira. Geef me je hand. -Het lukt niet.
Klimmen. -Ik kan het niet.
Geef me je hand. -Het gaat niet.
Halt.
Ga maar. Ik zeg niks.
Ga nou.
Geen beweging.
Verrek, een kind.
Heb je Vincent gezien? -Wie?
Die jongen met dat korte haar. -Geen idee.
Waar kan ik hem vinden? -Daar.
Luisa, heb jij Vincent gezien?
Nee. -Weet je waar hij is?
Nee. Blijf van haar af, lul.
Dansen? -Nee, ik moet ervandoor.
Wat doe jij hier?
Ik dacht dat je me zat was.
Ik was je problemen zat.
En was is jouw probleem? Werk je niet meer bij Prisu?
Nee, het was maar voor twee weken.
Waar bleef je? -Een probleempje.
Wat moet ik tegen 'm zeggen? -Dat ie de pot op kan.
Moet ik dat zeggen? -Ja, precies zo.
Is er iemand in je flat?
Nee, hoezo?
Mag ik er slapen?
Heeft Samira je eruit gezet?
Als iemand vraagt of je me gisteravond hebt gezien…
Wat moet ik zeggen? Heb ik je wel of niet gezien?
Ik snap het. Ik heb je gezien.
Ligt de sleutel nog op dezelfde plek?
Dank je.
Cécile?
Ben je er nog als ik hier klaar ben?
M'n beste collega, volgens mij schat je de situatie verkeerd in.
Het bestuur steunt m'n cliënt, en het personeel en de vakbond zullen volgen.
Evenals de bank.
De houding van jouw cliënt is moreel verwerpelijk.
Je mag er gerust een rechtszaak van maken.
Ik sta toch sterker.
Goed, neem het risico.
Henri, laten we niet ruziën.
Ik geef je een uur, daarna start ik een kort geding.
Vat het niet persoonlijk op.
Ik hoop het. Tot binnenkort, confrère.
Er zit een jongedame in uw kantoor, ze zegt dat ze een afspraak heeft.
Met mij? Weet je dat zeker? -Dat zei ze.
Hallo? Ja, Henri.
Daar ben ik blij om. Dat is het beste.
Bel je m'n assistente om de gegevens door te geven?
Fijn. Tot gauw. -Friedman?
Friedman.
Hallo. Weet u zeker dat we een afspraak hebben?
Nee, niet echt.
Dat dacht ik al.
In dat geval moet u een afspraak maken…
U moet me helpen.
Ik word gearresteerd wegens een overval.
Een overval, meer niet? Wat voor overval?
Bij een juwelier.
Ik heb mevrouw Lasserre aan de lijn. -Ik bel haar zo terug. Luister.
Ik neem zulke zaken niet meer aan. Bovendien heb ik het druk, zoals u ziet.
Samira is gearresteerd. -Wie is dat?
De vriendin met wie ik de overval pleegde.
Neem me niet kwalijk.
Heeft u niet even tien minuten? -Ik heb geen tijd.
Ja?
Meester, u heeft over tien minuten een vergadering.
Dus u heeft wel tijd.
Bordenave? -Meester?
Geen telefoontjes tot de vergadering.
Goed, ik luister.
Samira is gisteravond gearresteerd, vlak na de overval.
Het was geen echte overval, we hebben niks gestolen.
De Chinese juwelier drukte op de alarm- knop, dus ik sloeg 'm bijna bewusteloos.
Maar toen richtte hij een pistool op ons.
Een pistool? -Ja, die gek had ons kunnen doden.
Daarom sloeg ik hem neer. -Waarmee? Had je een wapen?
Nee, het was een speelgoedpistool.
Maar daar sloeg ik niet mee, ik pakte een Boeddhabeeld van de toonbank.
Ga door.
We vluchtten via het plaatsje, maar Samira kon niet op het dak klimmen.
Toen de agenten kwamen, zei ze dat ik moest vluchten. Ik moest wel.
Wat voor agenten? -Weet ik veel. Gewoon, agenten.
Ze hebben haar opgepakt, maar ze houdt haar mond wel.
Alleen stond er gisteren politie bij m'n huis.
Dan heb ik toch een advocaat nodig?
Ja, zeker.
Maar zoals ik al zei, doe ik dit soort zaken niet. Hoe kom je aan m'n adres?
U heeft toch cliënten?
Ja, maar die beroven geen banken, niet gewapend. Dit is een strafzaak.
Ik ben geen crimineel, geen echte.
Voor een rechter maakt dat geen verschil.
Ik stuur je door naar een collega. Wat is je naam?
Maudet, M-A-U-D-E-T. Cécile.
En je adres? -Rue Edmond Rostand 24, Pantin.
Hij is erg goed.
Ik wil hem niet. U bent de expert, dat is duidelijk.
Je hebt m'n vraag niet beantwoord. Hoe kom je aan m'n naam?
Hoe kom je daaraan?
Het wordt steeds mooier.
We hebben de creditcards niet gebruikt. -Dank je.
Sta ik er slecht voor?
Je was gewapend. -Het was speelgoed.
De straf is hetzelfde: zes jaar cel.
Zes jaar? Dat is belachelijk. -Toch is het zo.
Ik heb een idee.
M'n vriend kan zeggen dat ik bij hem was.
Een slecht idee. Dat is beïnvloeding van een getuige en meineed.
Drie jaar erbij, en voor mij een royement.
Wat? -Een royement.
Geschrapt van het tableau, uit het vak gezet.
Neemt u m'n zaak aan?
Ik ben wel blut. -Allicht.
Als ik geld had, had ik… -Geen juwelier aangevallen.
Hij is niet dood.
Samira en ik konden de huur niet betalen.
Je mankeert toch niks? Is er geen andere manier?
Jawel.
U snapt het toch niet.
Hoezo niet?
Rijke mensen hebben geen idee hoe het echte leven is.
Neem je z'n adres niet mee?
Waarom zou ik? Ik kan hem ook niet betalen.
Vertel me tenminste wat ik tegen de politie moet zeggen.
Je moet niks zeggen.
En geen stampij maken.
Ik laat je even uit.
Als ze vragen wie je advocaat is, zeg je maar mr. Michel Farnèse.
Dank u wel.
Zit die kruidenier daar nog, op de hoek van de Rue Edmond Rostand?
Hoezo?
Ik ben in jouw buurt opgegroeid.
Ik heb in die winkel een keer snoep gestolen.
'Le Mistral Gagnant'. -Wat?
Suikerpoeder, dat bestaat vast niet meer.
Over wat er in uw kantoor is gebeurd…
Is er dan iets gebeurd?
Antoine. -Ja, meester?
Maak een dossier aan voor Cécile Maudet.
Cécile Maudet.
En kom dan bij me.
Amper 20, geen baan, de winter nadert, de huur moet betaald worden.
Ja, heel zielig.
Ze kopen een plastic pistool. Bij een juwelier valt geld te halen, denken ze.
Natuurlijk. Geen slim plan. -Nee.
Een kleine zaak, lijkt me. -Klein, maar niet makkelijk.
Waarom heb je 'm dan aangenomen? -Omdat ik advocaat ben.
Zijn de meisjes sexy?
Ik heb er maar één gezien, ze zag er wat verloren uit. Help me eens.
Verloren, maar sexy.
Waarom lach je? -Gewoon, mannen….
Wat is er met mannen?
Of jij. Jij maakt me aan het lachen. -Ja, dat is beter.
Wacht, een draadje. -Dank je.
Lili, als Marcus belt, zeg dan dat de tentoonstelling doorgaat.
Prima.
Wat is dit?
De adoptiepapieren.
Wanneer zijn die gekomen? -Vanmiddag.
Leg ze maar op m'n bureau. Bedankt. Fijne avond.
Fijne avond, Lili. -Tot kijk.
Vind je het goed als ik niet meega?
Nee, de auto komt zo voorrijden. En ze hebben jou uitgenodigd, niet mij.
Even m'n sigaretten pakken.
Je was vast vereerd dat dat meisje je kende.
Welk meisje? -Van de juwelier.
Kende ze je? -Nee, niet echt.
Hoe kwam ze aan je adres?
Heeft ze 'm gevonden? -Ook niet echt.
Het wordt steeds mooier.
Ja of nee?
Zij is het.
Velen willen je onderuit zien gaan. -Ik weet het.
Waarom neem je dan zo'n groot risico?
Je hoeft niks te bewijzen. -Des te meer reden om het te doen.
Ik heb informatie over die juwelier. Via de zedenpolitie.
Dat is altijd interessant.
Hij lokt meisjes naar z'n winkel met personeelsadvertenties.
Uitstekend. -En dan?
Hij laat ze waardevolle sieraden zien, inclusief z'n eigen 'juwelen'.
Zie je? Dit komt goed.
Ze zijn vast jong en mooi, de perfecte getuigen. Dank je wel, Antoine.
Ik wist dat u blij zou zijn.
Ik zal een lijst opstellen.
Gun me nou iets leuks. Ik verveel me al een tijdje.
Verveling legt je geen windeieren. -Klopt, maar alles wordt zo saai.
Wie zei dat u mocht zitten?
Ik spreek de officier om vijf uur.
Heeft u een advocaat? -Ja, hij komt eraan.
Hoe heet hij? -Mr. Farnèse.
Mr. Michel Farnèse?
Samira Alaoui heeft geen papieren.
Dat is gunstig. -Ja? Hoe dan?
We kunnen haar laten uitzetten naar Marokko. Vraag of ze daarmee instemt.
Zou de officier dat accepteren? -Het gebeurt wel vaker.
Uitzetten is goedkoper dan opsluiten.
U woont nog in Pantin? -Ja.
Binnen.
Mevrouw de president. Sorry dat we te laat zijn.
Schaam je, Michel. Ken je de nieuwe assistent-officier?
William Martorel, hallo. -Aangenaam.
Het is een eer om tegenover u te staan.
Dat komt vast goed. Mr. Antoine Lorrain, m'n medewerker.
Dag. -Goed, heren.
Zullen we een datum vaststellen voor de eerste hoorzitting?
Misschien 31 maart?
Michel, let je op?
Vrijdag 31 maart? -Uitstekend. We proberen op tijd te zijn.
We hebben gehoord dat onze juwelier meisjes aanrandde in z'n winkel.
Dat is gunstig voor ons.
Oké, bedankt.
Ik kom dinsdag langs.
Wat wilt u?
Ik ben Vincent. -Michel?
Bent u Farnèse? -Ja.
Ik ben Vincent Mazet, een vriend van Cécile.
Zet de auto maar vast weg, ik kom zo. Ja?
Wat moet ik verklaren? -Ik gebruik je verklaring niet.
Lekker slim.
Hoe lang krijgt ze? Vijf, zeven jaar?
Tien, als het OM kan bewijzen dat je loog.
Gelul. U bent doodsbang, dat is het gewoon.
Je hebt het mis.
U wilt haar helpen, maar geen schade oplopen. U beschermt uzelf, niet haar.
Ik hou mensen uit de gevangenis, jij serveert drankjes.
Ieder z'n vak. Dit is ook in jouw belang.
Zij is mijn belang. Waarom tutoyeert u mij? Dat doe ik toch ook niet?
En Samira?
Ze houdt moed. Ik heb een goede immigratie-advocaat gevonden.
Jij moet ook volhouden.
Ik reken op je.
Goed.
We waren gebleven in Rennes.
Je vader zat in de bouw. Wat gebeurde er toen?
We moesten verhuizen voor z'n werk.
Ging je daarna naar Parijs? -Vincent heeft me geschreven.
Dat is niet slim. In de gevangenis wordt je post gecontroleerd.
Mag ik een sigaret?
Zeker.
Het is wel zware tabak.
Wat is dat op je hand? -Niks.
Laat zien.
Gewoon een stomme griet. -We dienen een klacht in.
Dit accepteren we niet. -Niet doen.
Dan wordt het erger.
Goed. Dan laat ik je overplaatsen.
Martorel, voor de duidelijkheid:
Of Cécile Maudet wordt vanavond overgeplaatst…
…of ik dien een klacht in en haal de pers erbij.
Is dat duidelijk? Maak haast, het is bijna vijf uur.
De zaak tegen de Caisse des Dépôts ligt er ook nog.
Vergeten. Ik zal het dossier dit weekend bekijken.
Deze zaak zou een klein uitstapje voor je zijn.
Dat is het ook. -Is dat zo?
Al die gevangenisbezoekjes, uitgestelde andere zaken, de uren die je erin stopt.
Het levert niks op.
Het is voor mijn rekening. -Het meisje boft maar.
Tot nu toe heeft ze weinig geluk gehad.
De lijst met nieuwe getuigen.
En die barman, Vincent Mazet, blijft me maar bellen.
Antoine, iedereen op deze lijst moet gehoord worden. Familie, buren.
Deze ook? Vincent Mazet?
Mag ik je in het weekend storen? -Alleen met goed nieuws.
Dit zijn de laatste twee. Hierna is het op.
Deze zijn prachtig. Waarom ga je niet exposeren?
Ik ben er nog niet klaar voor.
Kun je deze even op de sokkel achter me zetten?
Komt dat wel goed? -Ja, ik heb 'm vastgezet.
Hallo?
Meester? Het is voor u. Antoine Lorrain.
Dank je.
Ja, Antoine?
Meester, stoor ik niet? -Nee, hoor. Vertel maar.
Ik bel omdat ik net Vincent Mazet heb gesproken, de barman.
Hij heeft die nacht met Cécile doorgebracht.
En hij heeft geen strafblad, geen onbetaalde parkeerboetes, niks.
Waarom heeft Cécile niks gezegd?
Of zou hij liegen?
Meester?
Hallo?
Hallo? Hoort u mij? -Ja. Goed werk, Antoine.
Ik ben benieuwd hoe Martorel reageert als we met Mazet op de proppen komen.
Prettig weekend nog. -Jij ook, Antoine. Bedankt.
Alles goed? -Prima.
Iets bijzonders? -Nee, niks bijzonders.
Wil je m'n vest even over m'n schouders leggen?
Dank je.
Neemt u plaats.
Zoals u van de griffier heeft gehoord…
…wordt u, Samira Alaoui en Cécile Maudet, beschuldigd…
…van het plegen van een gewapende overval.
Deze misdaad valt onder artikel 311-8 van het wetboek van strafrecht…
…en kent een maximumstraf van 20 jaar gevangenschap…
…en een boete van een miljoen frank.
We beginnen met het benoemen van de feiten.
Edelachtbare…
Dat zei ik toch al. -Wie was uw medeplichtige?
Weigert u de naam van uw medeplichtige te noemen?
Ik kan alleen zeggen dat het niet Cécile was.
Wie was het dan?
Een ander meisje. Ik zal haar naam nooit noemen.
Was er die nacht enig moment waarop Cécile Maudet alleen was…
…of u haar uit het oog verloor? -Uit het oog? Dat is onmogelijk.
Hoe laat ging u slapen?
Dat kan ik niet zeggen. -U bent verplicht om te antwoorden.
Ik kan daar geen antwoord op geven.
Waarom niet? -We zijn de hele nacht doorgegaan.
Dank u.
Is het niet zo dat u die advertenties zette…
…om meisjes die werk zochten, seksueel te misbruiken?
Bezwaar, edelachtbare. Dit is schandelijk taalgebruik.
Wat schandelijk is, is dat hij vier keer is veroordeeld wegens aanranding.
We kunnen ons dus afvragen of hij in staat is Cécile Maudet te herkennen…
…als hij tientallen vrouwen onder ogen kreeg.
En wat 'onder ogen' betekent, mag u zelf invullen.
Vrijspraak.
Natuurlijk.
U lijkt niet erg blij.
Jij wel.
Heb je een vuurtje?
Dank je. Wil je iets drinken? -We moeten eigenlijk terug.
Goed, we gaan terug.
Mooi alibi, die barman.
Ze heeft alles aan 'm te danken. Hij deed het perfect, hoorde ik.
Mijn pleidooi was ook niet mis.
Waar logeert ze?
Waarom vraag je dat? -Zomaar.
Een hotel aan Boulevard Saint-Michel.
Iedereen vraagt me waarom je deze zaak aannam.
En wat zeg je dan? -Dat ik het niet weet.
Maar dan lieg ik.
Ik weet het wel.
Waarom dan?
Je wilt haar.
Vanaf dag één. En het is wederzijds.
Zij wist het eerder dan jij. -Dan wist iedereen het, behalve ik.
Wat wil je, bordeaux of bourgogne?
Viviane… Wat is er?
Niks. Geef me de sleutels, ik rij. -Toe, zeg.
Geef hier.
Waar rij je naartoe?
Naar Saint-Michel, naar haar hotel.
Hou toch op.
Je kent het adres, zeg maar waar het is.
Hou op met die spelletjes.
Rechtsaf. -Ik speel geen spelletje.
Rechtsaf, alsjeblieft. Kom op.
Rechtsaf, verdomme.
Naar rechts.
Ik ben nu niet in de stemming.
Meester, bedankt voor de taak die u me toevertrouwde. Ik heb veel geleerd.
Gefeliciteerd, meester. U was geweldig. -Dank je.
Ben je nog niet weg?
Ik wilde nog even afscheid nemen.
En ik wilde u nog bedanken.
Voor het proces, voor het geld, voor alles.
Wat zijn je plannen?
Ik ga naar Rennes, naar een vriendin.
Wanneer vertrek je?
Zo meteen.
Hou me op de hoogte.
Dit is van Cécile, zorg jij dat ze het krijgt?
Ze is zelfs haar onschuldigverklaring vergeten.
Laat maar.
Ik doe het zelf wel.
O, bedankt.
En wat is dat? -Je vrijspraak.
Dank je.
Hoe laat is het?
Geen idee.
Ik heb geen horloge, ik heb vast m'n trein gemist.
Mooi.
Ben je bang?
Ik ben niet meer bang.
Ik heb er steeds aan gedacht.
De hele tijd.
Hallo? -Mevrouw Farnèse, met Martine.
Moet ik z'n post doorsturen?
Wat voor post?
Hij ging na de lunch gehaast weg, zonder te zeggen…
Zonder wat te zeggen?
Ik bedoel… Voelt hij zich al beter?
Ja, het gaat prima, dank je.
Wat doe ik met de post? -Stuur die maar naar ons huis.
Ah, daar ben je. Je bent laat, we moeten opschieten.
O, en de vader van een leerling heeft een galerie.
Hij wil m'n beeld van die zittende vrouw exposeren. Hij zag het in m'n atelier.
Bizar, hè? Maar jij zei het laatst ook al.
Je moet deze verzekeringspapieren tekenen.
Ik heb een cadeau voor Antoine gekocht. Geef jij het maar, hij vindt 't vast mooi.
Niks zeggen.
Jouw auto of de mijne? Mijn tank is bijna leeg.
Dit is niet het moment… -Niks zeggen.
Kun je niet gewoon je mond houden? -Bij jou niet, nee.
Waarom niet?
Ik geef je de keus om niks te zeggen, en te doen alsof er niks gebeurd is.
Dat kan niet.
Jammer voor jou. Wegwezen.
Nee, toch.
Vooruit, opstaan.
Ga staan.
Kom, sta op.
Ja, ik weet het.
Je denkt dat je doodgaat, maar je gaat niet dood.
Rustig maar.
Het komt wel goed.
Waar staat je auto? -Daar.
Maar we lopen via het sportveld.
Ken je dat? -Ja, ik weet zelfs een korte route.
We zijn er bijna.
Het scheelt vijf minuten. Je gaat hier doorheen…
Dat meen je niet. -Een korte route is niet per se makkelijk.
Geef me de tas aan, oké?
Daar gaan we.
Hier.
Kom maar, niet bang zijn. -Nee, maar het is best hoog.
Toe maar. -Ja, ik kom.
Vooruit. Lopen, Abdul.
Hup, blauwe team. Rennen.
Hup, blauwen.
Hé, René.
Herken je me niet? -Allemachtig.
Michel. Wat een verrassing.
Als ik je laatst niet op tv had gezien, had ik je echt niet herkend.
Marie-France zei: Ik heb nog zalf op z'n knietjes gesmeerd.
Dat is waar.
Wat doe je hier? Kom je hier wonen?
Nee, we waren in de buurt. Dit is Cécile.
Cécile, René. -Hallo.
Hij had profvoetballer kunnen worden. -Hou toch op.
Hij stond de bal nooit af.
Echt een vechtersbaas.
Voetbal hield me uit de problemen.
Zullen we zo even iets drinken? -Leuk. Koffie op de hoek?
Zeker, net als vanouds. Tot zo.
Wat is er? -Het is leuk om je zo te zien.
Hoe? -Ik weet niet. Zo.
Je weet het niet eens. 'Zo.'
Komen we niet te laat?
Nee, het vliegtuig vertrekt pas om vier uur. Tijd zat.
Toch? -Ja.
Samira. -Alstublieft.
Zorg goed voor jezelf. -Jij ook.
Is hij goed voor je? -Ja, maak je geen zorgen.
Mogen we knuffelen? -Toe maar.
Kom. -Je krijgt elke maand geld.
Vind je dat oké? -Hij vindt het oké.
Ik kom je opzoeken, echt waar. Ik zweer het. Zorg goed voor jezelf.
Ik kom voor Cécile Maudet.
Hoi, dank je wel. Was hij niet te lastig?
Nee, hij was niet lastig.
Was dat alles?
Hoe bedoel je? Bedankt voor alles. Wat sta je te mokken?
Je had me na het proces tenminste even kunnen bellen.
Ik had geen idee waar je was. -Je staat versteld. Moet je zien.
Zie je dat? Waanzinnig, hè?
Ik ga even naar de kat.
Heb je hem water gegeven?
Nee, ja. Ik weet het niet meer.
Waar zit ie? Zie jij hem ergens?
Nu heeft ie water.
Samira zit nu in Marokko. -O, ja?
Beter dan de gevangenis, toch? -Ja.
Ik mis haar. -Je meent het.
Heb je de jacuzzi gezien?
Het erge is, dat je aan die dingen gaat wennen. Kom eens kijken.
Er zijn twee tv's, je kunt elke film kijken die je wilt.
Wil je iets drinken? Gin, wodka?
Heb je honger? We blijven hier niet, dan gaat ie failliet.
We kunnen straks in het huis van een vriend.
Ga je dan z'n etentjes organiseren? -Waarom niet?
In chique kleren, zoals Claire Chazal? -Dat is wel m'n stijl, ja.
Momentje.
Hallo? Nee, hij is op kantoor.
Geen probleem, dag.
Die vent van je.
Meester Farnèse. -Farnèse, ja.
Je zei dat hij je hielp tot je weer werk had…
…maar dat is onzin. Hij krijgt gratis seks.
Dat is niet waar.
Heb je hem over mij verteld? -Dat hoeft niet, het maakt hem niet uit.
Mij ook niet. -Jawel, je bent jaloers.
Heeft hij je dit gegeven? -Dat vindt ie mooi.
Je meent het.
Je bent te sexy. -Hou op.
Je bent irritant.
Kom, we gaan.
Hoe bedoel je? -We gaan op stap.
Trek dit aan.
Wat gaan we doen? -We gaan de hort op.
Geef me twee minuten.
Kom nou. -Momentje.
M'n schoenen nog.
Moet dat nu nog? -Meneertje ongeduld.
Schiet nou op. -Twee tellen.
Alstublieft.
Sorry. -Sorry voor de herrie.
Neem me niet kwalijk.
Mag ik? Schuif eens op.
Hoe is het?
Aziz, alles goed? -Het is druk vanavond.
De zaken gaan goed.
Als het mij goed gaat, gaat het jullie ook goed.
Iedereen wil uit z'n dak gaan. -Wie is dat?
De vriendin van Vincent. -Is ze met jou?
Ze ziet er goed uit.
Zeg het als je haar dumpt.
Jeetje, wat een lippen.
Hé, je hebt het wel over mijn vriendin.
Ik ben niet blind, ze is sexy. Kan ik er wat aan doen?
Wat doe je? -Blijf hier.
Niemand praat zo over mijn meisje.
Hoor je me, klootzak? -Hou op.
Nog één woord over haar, en ik sla je verrot.
Die is gek.
Ha. -Kom, we gaan.
Waarom? -Daarom.
Wat is er dan? -Kom, we gaan.
Bye.
Breng me naar huis. -Nee, we gaan naar mijn huis.
Ik moet terug. Hoi, hoe is het?
Alles goed? -Prima.
Sorry. Wacht nou.
Ik moet naar huis.
Hoezo dan? -Dat moet gewoon.
Wat moet je met die vent?
Je wordt nooit zijn vrouw, hij heeft er al een.
Dat weet ik. Ik zou het niet in m'n hoofd halen.
Dus je vindt jezelf niet goed genoeg voor hem?
Je snapt het niet. Hij heeft me geholpen.
Hij is de eerste die me waardeert. Hij heeft me vrij gekregen.
Ik heb je vrij gekregen. Weet hij dat?
Wat ben je hem schuldig? 15,000 frank?
Simpel zat. Hier is z'n gage.
Als je hem niet betaalt, sta je bij 'm in het krijt en zul je nooit vrij zijn.
Jij en ik zijn hetzelfde. Zie je dat dan niet?
Verdorie, die mond van jou.
Stop, ik wil niet.
Wil je niet? Echt niet?
Goed dan. Maar wel met condoom.
Ik doe het alleen met jou.
Ik geloof je, maar doe het toch maar. -Goed dan.
Tot kijk. -Nog even een kusje.
Wacht. -Hou op, kijk dan wat je doet.
Bel je me? -Ja.
Beloofd? -Ja, beloofd.
Dank u wel.
Shit.
Ben je boos?
Niet boos zijn.
Kom eens hier.
Laat me je ogen zien.
Wat heb je gebruikt?
Niks. -Kom hier. Wat heb je gebruikt?
Hoe kom je eraan? Via hem?
Nou? -Wacht, ik zal het uitleggen.
Hier.
Mooie uitleg is dat.
Wat doe je? Dat is 15,000 frank waard.
Genoeg voor een jaar cel. Wil je soms terug?
Wat ga je doen?
Wat doe je?
Niet weggaan. Ga niet weg.
Ga niet weg, ik voel me verloren.
Jij moet me alles leren, Michel.
Ga niet weg, laat me niet zo achter.
Ik heb je nodig, Michel. Alsjeblieft.
Toe, Michel.
Waarom lach je? -Geen idee.
Omdat ik zo van vrijen hou.
Toch heb ik het al zo vaak gedaan, ook als het beter was van niet.
Maar met jou is het anders. Alsof het de eerste keer is.
Niet voor mij, voor jou.
Ik zeg niet dat ik meteen iets ga kopen…
…alleen dat ik de flat van James kan gebruiken…
…zolang hij in New York zit. Weet jij waar m'n reiswekker is?
Ladenkast, tweede la. -Dank je.
Die knul valt haar steeds lastig, dus ze moet verhuizen.
Waar is m'n blauwe trui? Weet jij dat?
Ik weet dat het onlogisch lijkt wat ik doe. Maar ik laat de dingen gebeuren.
Roemrijk is het niet, maar dat kan me niks schelen.
Je bent niet goed snik.
Een wodka zonder ijs, graag.
Toevallig in de buurt of komt u voor mij? -Je bent slim.
Mooie tent.
Ik wil je een aanbod doen.
Ik ben niet de eigenaar. Wilt u dit krot kopen?
Nee, maar ik heb gehoord dat jij het wilt kopen.
Ik? Welnee, zoveel geld heb ik niet.
Je schijnt anders veel te verdienen…
…met de verkoop van drugs.
Ga zitten.
Dat mag niet tijdens het werk.
Dan zeg je maar dat dat moest van justitie. Ga zitten.
Enig idee hoeveel dealers krijgen?
Raad eens, je bent toch zo slim?
Tien jaar cel. Dat is niet kinderachtig.
Ter vergelijking:
Voor meineed krijg je maar een paar maanden, hooguit.
Vooral als je kunt bewijzen dat het niet jouw idee was.
Ik zal haar nooit verraden.
Wie heeft het over 'haar'?
Al heb je wel reden om boos op haar te zijn.
Jij helpt haar, en zij verhuist naar een chique buurt met haar advocaat.
Heeft ze je haar nieuwe adres gegeven, Boulevard Malesherbes? Nee?
Dat is niet erg aardig.
Nog eentje?
Het contract moet voor de 15e ondertekend worden.
Dan zit je in Brussel. -Dan stel ik dat uit.
Hallo?
Het is voor jou. -Wie is het?
Het is jouw schuld, jij hebt haar binnengelaten.
Ja?
Wat is er dan?
Ik kom eraan.
Ga maar verder zonder mij.
Ik wilde de politie bellen, maar dat mocht niet van haar.
Ik vind dit niet leuk. -Niemand vindt dit leuk.
Moet u toch eens zien.
Het komt goed, dank u. -Belt u meneer Bencrow?
Doe ik. -Moet ik de politie niet bellen?
Ik regel het wel. -Goed dan.
Geen zorgen, ik regel het wel. Zo erg is het niet.
Waarom ben je zo overstuur? Het was maar een inbraak.
Het was geen inbraak.
Het was vast en zeker Vincent.
Ik wist niet dat hij tot zoiets in staat was.
Dan weet je dat nu.
Wat is er? -Wat denk je?
Hij is weg.
Kom hier.
Kom.
Met mij. Sliep je?
Staat hij er?
Volgens mij niet. Wacht, ik kijk even.
Nee, hij is weg.
Ja, ik blijf hier.
Ik moet voor m'n werk naar Bordeaux. Ga je mee? We zijn morgen weer terug.
Nee, ik blijf liever hier. Ik ben verkouden en voel me niet lekker.
Pauillac of Saint-Julien? -Wat?
Ik bel je nog. Kus. -Ja, kus terug.
Hou op, m'n lippen zwellen op. Dat ziet ie meteen.
Zit ie daarmee? -Reken maar.
En jij? -Dat is niet hetzelfde.
Hoe kun je dit, met ons allebei? -Ik weet het niet.
Hou je dan van niemand? -Dat is het niet.
Wat is het dan wel? Nou?
Ik heb je klem.
Als ik bij jou ben, mis ik hem.
En als hij er is, mis ik jou.
Denk er maar niet meer aan.
En nu? -Ik heb honger.
Jij hebt altijd honger. Ontbijten dus?
Ja. -Waar gaan we heen?
Normandië?
Ja, hoor. Waarom geen New York of Istanbul?
Je snapt het niet. -Wat snap ik niet?
Ik wil naar Normandië, naar m'n moeder. Ik heb haar al in geen tijden gezien.
Oké, dan gaan we. -Echt?
Maar niet op je motor. -Waarom niet?
Dan bevries ik.
Je advocaat heeft je verwend. -Iedereen heeft een auto.
Ik kan ook een auto regelen. Welke wil je?
Hou op. -Nou, welke wil je?
Ik vind die Porsche wel mooi. -Je gaat geen Porsche jatten.
Waarom niet? -Hou op met die onzin, Vincent.
'Hou op, Vincent.'
Hallo? -Geef hier.
Hallo?
De eigenaar. Wind je niet zo op.
De tank zit niet eens vol.
Wacht op je beurt, klootzak.
Rot zelf ook lekker op.
Wil je je moeder bellen? -Nee, ik wil haar verrassen.
Zeker weten? -Ja.
Het kriebelbeestje kruipt en kruipt. -Hou op.
Hou op. -Ik kan met één hand sturen.
Lekker, toch?
Of niet soms? -Jawel.
Er is niemand, alles zit dicht.
Ze is zeker verhuisd. -Wist je dat niet?
Nou en? Kom.
Ooit in Cabourg geweest?
Nee. -Dan gaan we daarheen.
Niet zo hard, idioot.
Dit is niet leuk. Niet zo hard.
Opgepast. De zee.
Hou op.
Je bent echt gestoord.
Niks aan de hand.
Kom terug. Dit is toch lachen?
Verdomme. -Cécile, doe niet zo chagrijnig.
Cécile.
Doe niet zo vervelend.
Kom op nou.
Mevrouw Farnèse? -Ja.
Met William Martorel. Sorry dat ik zo vroeg bel.
Ik heb meester Farnèse gisteren al geprobeerd te bereiken.
Ik moet hem spreken. -Hij is er niet. Is het dringend?
Niet echt.
Vast wel, als u zo vroeg belt. Wat is er?
Ik wilde hem zeggen dat ik een klacht tegen hem indien.
Ik wilde het zelf zeggen, maar nu mag u het doen. Als u hem ziet.
Natuurlijk. Bedankt, Martorel. -Dag, mevrouw.
Ik heb iets meegenomen.
Beychevelle, 1984. Formidabel.
Is het niet wat vroeg? -Het is nooit te vroeg om te genieten.
Fijn dat je terug bent.
Hallo?
Opgehangen.
Heb je hem ons nummer gegeven?
Het komt door mij.
Vincent was vroeger nooit zo. Hij was altijd rustig.
Door mij is hij zo.
Cécile, we veranderen van nummer en van adres.
Maar daarna wil ik niks meer over hem horen, hoor je? Nooit meer.
Ik wil rust.
Ik wil ook rust en stilte en alles.
Hallo?
Hallo? Zeg dan iets.
Weer opgehangen. Ik snap het niet.
Ik wel.
Nog wat koffie? -Nee, dank je, Lili.
Viviane? -Ja?
Zeg iets, als je belt.
Dat is snel.
Martorel heeft…
Hij dient een klacht in. Is dat erg? -Ik verweer me wel.
Die meineed? Je wist dat de barman loog.
Het kon niet anders.
Het kon niet anders? Niet te geloven. Je verwoest je leven voor die hoer.
Geen hoer. Ze is de weg kwijt.
Welnee, je bent zelf de weg kwijt. Zij weet precies wat ze doet.
Ik weet ook wat ik doe. Ik had het allang moeten doen.
Bij me weggaan, bedoel je? Hou je allang niet meer van me?
Ik bedoel dat ik dankzij haar besef dat ik verkeerd bezig ben.
Kijk om je heen. Ik heb dit niet nodig.
Ik ook niet. Ik had niks nodig, ik hield van je.
Ik hoefde niks, jij wilde dit allemaal. En nu geef je mij de schuld?
Ik verwijt je niks. Ik kan niet verklaren wat er gebeurt…
maar ik kan er niet tegenop.
Ze heeft me hard nodig. -En ik? Heb ik je dan niet nodig?
Wie denk je dat je bent?
Zij is 'verloren', en dus vind jij dat je haar moet redden?
Is dat je excuus?
Nee, je begrijpt het niet. Ik was lang geleden net zoals zij.
Als ik minder geluk had gehad… -Onzin. Zij is zij, en jij bent jij.
En je bent 25 jaar ouder dan zij.
Als je dat niet ziet, ben je niet alleen bespottelijk, maar ook zielig.
Je begrijpt het dus niet. -Ik begrijp het maar al te goed.
Kom nooit meer terug.
Hé, waar gaat dat heen? Nou?
Ik kom voor Cécile Maudet. -Ze is weg.
En met al die toestanden is dat maar beter ook.
Heeft ze iets voor me achtergelaten?
Hoe heet je? -Vincent.
Nee, niks.
Wie is daar? -Luisa.
Ik ben zo blij dat je er bent. -Wat een prachtig gebouw.
Wat een paleis. Gigantisch. -Geef je tas maar.
Ik ben zo blij dat je er bent. Hier zie je de Eiffeltoren.
Er zijn twee slaapkamers met badkamer.
Dit is onze kamer…
…en dit is de jouwe, met je eigen badkamer.
Geweldig.
Dus ik ben nu je lijfwacht?
Hopelijk vind je het niet erg, maar Vincent is echt irritant.
Is hij je gevolgd? -Volgens mij niet.
Wat doet ie dan? -Stomme dingen.
Hij laat je niet los. -Waarom zeg je dat?
Dat weet iedereen. -Wil je iets drinken?
Wauw, wat een geluidsinstallatie.
Hij geeft me kleedgeld, maar ik koop er cd's van.
Het geluid is echt te gek. Wil je het horen?
Heb je niks anders? -Hij vindt dit mooi, helaas.
Dit is Samira's lievelingsnummer.
Wacht.
Luisa, Michel.
Dit is m'n vriendin Luisa, en dit is Michel. Ik zal het zachter zetten.
Hallo, Michel. -Hallo, Luisa.
Alles oké? -Ja, een prachtig appartement.
Heb je 'm eten gegeven?
Ja, en toen ik kattenvoer ging kopen, zeiden ze 'mevrouw' tegen me.
Niet waar. -Ik zweer het.
Tegen mij zeggen ze nooit 'mevrouw'. -Logisch, kijk hoe je eruitziet.
Niemand heeft ooit zo van me gehouden als jij. Nooit.
Is er iets, Bordenave?
Martorel heeft gebeld. U moet dinsdag voor de commissie verschijnen.
Ja, en?
Zelfs als ik geschorst word, hou ik jou in dienst.
Je bent de enige vrouw die ik niet kan missen.
Dank u, meester.
Staat hij er nog steeds? -Ja, op dezelfde plek als gisteren.
Hij is koppig.
Zeg dat wel.
Neem jij 'm?
Hallo, Martorel. Mag ik binnenkomen?
Natuurlijk.
Ik wil niet dat u de zaak heropent.
Mijn klacht zal een schandaal veroorzaken…
…maar aangezien uw man en u uit elkaar zijn…
…zal uw familienaam niet besmeurd worden.
U begrijpt me verkeerd.
Ik ben hier voor m'n man, niet voor m'n familie.
Dan begrijp ik het inderdaad niet.
Na een huwelijk van 18 jaar… -Dat meester Farnèse beëindigd heeft.
Achttien jaar. Dat halen de meeste mensen niet, u misschien ook niet.
Weet u waarom Michel advocaat is geworden?
Omdat mensen zwakheden hebben, omdat iedereen fouten maakt.
Hij heeft een enorme fout gemaakt. -Voor het eerst.
Wilt u om één fout z'n leven verwoesten?
Hij staat niet boven de wet. -Nee, hij is niet onfeilbaar.
Maar wie is dat wel? U, Martorel?
Stel dat u het was. Zou u dan niet om begrip vragen voor die ene fout?
Ik weet niet wat ik zou doen.
Logisch.
Ik wist ook niet dat ik dit ooit zou doen.
Tot ziens, Martorel.
Hallo. -Zachtjes, anders wordt ze wakker.
Slaapt ze nog? -Ze is doodmoe.
Wat is er dan? -Ze had vanochtend geen trek…
…en is weer naar bed gegaan. -Wat vreemd.
Dat is niet vreemd, maar normaal. -Normaal? Hoezo?
Omdat ze zwanger is.
Zwanger? -Ja.
Ze is bang voor je reactie.
En, klopt het wat Luisa zei?
Wat? -Dat je zwanger bent.
Ja, maar we hoeven het niet te houden.
Wat zeg je nou? Ben je gek geworden?
Ben je echt zwanger? -Ja, echt.
Ben je blij? -Ja, ik ben blij.
Dit verandert alles.
Ja, absoluut.
Schoonheid van me.
Grappig, het doet jou meer dan mij.
Hoe voel je je?
Soms moe en slaperig, en soms geweldig.
En nu? -Ik verga van de honger.
Luisa, zijn er nog soesjes? -Ja, en er is ook nog vanilleroom.
Een speciale gelegenheid dus. -Absoluut.
Ik zal er iets moois van maken. Voor wie is het?
Maudet, Cécile Maudet.
M-A-U-D-E-T.
En het adres?
Het moet vandaag bezorgd worden.
Wat is het adres?
In het adresboek, onder Michel Farnèse.
Verdomme.
Godsamme.
Zou je niet iets anders moeten eten? -Zoals?
Gezonde, verse dingen of zo. -Maar hier heb ik echt trek in.
Ik blijf vanavond bij je. -En je cliënt dan?
Die bel ik af.
Ga gerust naar je wedstrijd, ik ga met Luisa op stap.
Waar? -Hou op, zeg.
Heb je vandaag iets ontvangen?
Nee, wat dan? -Wacht maar af.
Wil je ook?
Wat een prachtig boeket. Van Aquarelle?
Wie heeft ze gestuurd?
Geen idee, er zit geen kaartje bij. -Geen kaartje?
Ze zijn prachtig.
VOOR CÉCILE MAUDET
Neem jij ze maar. -Dank u wel.
Hallo, Lili. Ik kom een dossier ophalen voor meester Farnèse.
Prima, Antoine. Ik zal het mevrouw laten weten.
Dag, Antoine. Heeft meester Farnèse je gestuurd?
Ja, ik kom een dossier ophalen. -Juist. Ik help je wel.
Hoe ziet het eruit? -Er staat BMH op.
Welke kleur heeft het? -Geen idee.
Kijk hier eens. Heb je hieronder al gekeken?
Is het deze niet?
Moet het hier echt liggen? -Misschien in een lade.
U moet weten dat iedereen op kantoor… -Antoine, er valt niks te zeggen.
Hier ligt het niet. Hier misschien.
Wacht, volgens mij is dat het.
Het spijt me.
Hoe lang ga je hier nog mee door?
Tot ik haar gevonden heb. Zeg waar ze is, dan stop ik.
Ze heeft je geschreven dat het uit was.
Die brief heb jij vast gedicteerd.
Als het uit is, moet ze me dat zelf zeggen.
Je bent bang dat je haar kwijtraakt, ondanks je geld.
Je kunt haar nu niet meer zien. -Dacht je dat?
Ja. -Gelul.
Ik ken Cécile. Die blijft niet bij een oude man.
Wou je wedden? -Nou en of.
Er staat niets. -Echt niet?
Geen afspraken voor vandaag of morgen.
Weer een klein zaakje?
Dag, Solange. -Ik ga naar de deken van de orde.
We hadden toch een afspraak met Martorel?
Ja, maar die heeft ie afgezegd.
Waarom? -Geen idee.
Vraag 't hem zelf.
Meester Farnèse. Ik bewonderde u altijd, maar nu benijd ik u.
Ik ben u mijn dank verschuldigd. -U moet niet mij bedanken.
Heeft Antoine je al verteld dat ik wil scheiden?
Zoals je wilt. -Nee, niet zoals ik wil.
Wat wil je dan? -Dat je dood was.
Leuk, toch?
Hij is wat groot. Een maatje kleiner misschien?
Nee, deze is prima, dank u.
De deur is open.
Dit kan niet waar zijn.
Ik heb dezelfde voor jou gekocht. -Dezelfde wat?
Dezelfde trui.
Waarom ben je teruggekomen?
Ik ben niet echt terug.
Wat kom je dan doen?
Afscheid nemen. -Afscheid?
Ga je weg?
Nee, maar ik kan je niet meer zien.
Vanwege hem?
Nee, het is mijn beslissing.
Geef me dan een goede reden.
Die heb ik.
Ze wilde winkelen.
Je had mee moeten gaan. -Ze heeft ruimte nodig.
Ken je Vincent Mazet?
Ja, daarom maak ik me zorgen. Hij is doorgedraaid.
Waar woont hij? -Wooncomplex Léon Blum, Aubervilliers.
Nee, z'n adres. Nummer, straat, verdomme.
Cécile.
Wat heb je gedaan? -Blijf liggen.
Weg, jij.
Kom mee, snel.
Het is uit met deze onzin. Begrepen?
Schiet op.
Vooruit, opschieten.
Kom op.
Nee.
Je hebt hem vermoord. Michel.
Niet doodgaan, Michel. Ik smeek het je.
Alsjeblieft, niet doodgaan, Michel. Niet doodgaan.
Bel een ambulance, hij gaat dood. -Ik bel niemand.
Bel een ambulance. -Bek dicht.
Bel een ambulance, hij gaat dood.
Michel. Niet doodgaan, ik smeek het je.
Niet doodgaan. -Kom mee.
Nee. -Cécile, straks komt de politie.
Nee, ik ga niet mee.
Hij is dood. Hij is dood, verdomme.
Kom.
Michel. Nee…
Er is iemand gewond. -Hou op.
Bel een ambulance. -Stil, meekomen.
Bel een ambulance.
Nee, ik wil niet mee.
Kom, opschieten. Meekomen, verdomme.
Wat doe je? Kom hier.
Wat doe je? Kom hier, stop. -Laat me met rust, ga weg.
Waar ga je naartoe? -Ik ga terug.
Ben je gek? Dan beland je in de gevangenis. Is dat wat je wilt?
Luister, ik ga geld halen bij een vriend. Kom over twee uur naar Gare de Lyon.
Hoor je me? Gare de Lyon, over twee uur. En ga niet terug.
Laat me niet in de steek, Cécile. Ik waarschuw je.
Morgen ben je in Barcelona.
Gaat het? Het komt goed. Kom.
Dit is het nummer van m'n nicht.
Ze weet ervan. Ze heeft me grootgebracht, ze is heel begripvol.
Ik heb geld in je tas gedaan. Genoeg voor een paar dagen.
Cécile, dit is m'n neef Andrés.
Buenos dias. Gaat het, Cécile? -Ja, dank je.
Geef Samira een kus van me.
Enorm bedankt. -Graag gedaan.
Een vriend van me kan je naar Marokko brengen. Daar wil je heen, toch?
Bueno.
Ik heb het koud.
Hier. -Dank je wel.
Hier moet een holte komen, anders wordt het een oude dame.
En het is een jong meisje, dus… Wacht.
Werk aan die holte…
…aan die zachtheid.
Gebruik een mesje.
Tijd niet gezien. -Zeg dat wel.
Je ziet er goed uit. -Ik voel me goed. En jij?
Het doet soms nog pijn, maar het gaat.
Het blijft pijn doen.
Alsjeblieft, Hervé.
Je hebt twee nachten aan m'n bed gezeten, daarna niet meer.
Ze zeiden dat je het zou halen. Heb je geen aangifte gedaan?
Nee.
Oké. En het kind?
Geen nieuws.
Maar beter zo.
Viviane, ik ben hier niet toevallig.
Ik heb je opgewacht. En je bent laat.
Klopt, ik heb het druk. Ik ga op reis.
Waarnaartoe? -Toscane.
Blijf je lang weg? -Geen idee.
Dat zie ik daar wel.
Tot kijk.
Hallo. Dit is mijn antwoordapparaat.
U kunt na de piep een boodschap inspreken of een fax sturen. Bedankt.
Rustig, ik ben het maar.
Is Viviane thuis? -Nee.
Is ze al vertrokken? -Ze is er niet, dus ze is weg.
Lili, je moet me helpen. Is ze nog in Parijs?
Ja, ze is nog in Parijs. -Wanneer vertrekt ze?
Na de opening in het Petit Palais.
Wanneer is dat?
Word je niet meer uitgenodigd?
Het is vandaag.
Om zes uur.
Bedankt, Lili.
Hallo. -Loopt u maar door.
Meneer? -Ik heb geen kaartje.
Het is voor genodigden. -M'n vrouw is binnen.
Twee minuten maar.
Dat gaat niet. -Bespottelijk.
Vijf minuten maar. -U verspert de ingang.
M'n vrouw is binnen. -U mag niet naar binnen.
Daar is ze. Viviane.
Alstublieft. -Viviane.
Dat is m'n vrouw. Viviane.
U moet hier weg.
Viviane?
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.