Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Er Iag een verbrand papiertje op m'n kamer.
Er staat 10 februari op. Ze zeiden dat hij de 9e was overIeden.
AIs ze me met Sof�a's baby zien, vinden ze het gehuiI normaaI.
Vroeg of Iaat kom ik er weI achter wat je verbergt.
Ik vond dit in onze kamer.
Bied hem aIIes, aIs hij maar bIijft.
Ik zaI moeten inbinden. -Je biedt AIfredo jouw functie aan.
De financi�n van uw vader waren niet zo soIvent aIs u dacht.
U hebt de overIijdensakte vervaIst. Wie heeft u daarvoor betaaId?
Ik wiIde het u persoonIijk geven.
Wat was het? -Niets, het papier was Ieeg.
We Iokken de dokter in de vaI om uit te vinden wie erachter zit...
...en zien aIIeen een Iege enveIop.
Zijn we minder sIim dan we denken?
Misschien wisten ze het en doen ze aIsof ze in de vaI trapten.
Ze wiIden dat we de dokter met �ngeIa zagen.
Maar ze rekenen er niet op dat wij weten dat de enveIop Ieeg is.
Waarom zouden ze dat doen? -Geen idee.
Naar wie heeft �ngeIa de enveIop gebracht?
Naar m'n moeder.
AIs u verder niets wenst, mevrouw.
Je neemt niet m'n kIeinzoon mee.
Dat ben ik niet van pIan. Ik kwam afscheid van hem nemen.
AIfredo, wiI je tot morgen wachten?
Dan kijk je er vast anders tegenaan.
Dacht je hem zo tegen te houden?
Ik heb hem aI om vergeving gevraagd. -Wat ironisch.
Nu hij eindeIijk markies van Vergara is, verIaat hij je.
En jij Iaat hem gewoon gaan.
Door mij heeft hij geen afscheid kunnen nemen van z'n vader.
Z'n verbittering is geen griI. -Je moet zeIf weten wat je doet.
Maar aIs ik jou was, zou ik aIIes doen om hem over te haIen.
Ik zou het markizaat niet opgeven en aIIes in de strijd gooien.
Sof�a, ga aIsjebIieft weg.
AIfredo?
AIsjebIieft, ik smeek het je. Denk aan onze zoon.
Het spijt me.
AIfredo, doe het aIsjebIieft niet. Ik smeek het je.
Ik ben niets.
Vergara is geru�neerd. Ik heb niets meer.
Je hebt mij. Of heb je ooit gedacht dat ik niet meer van je zou houden?
Dat m'n Iiefde kon overgaan? -Wat moet ik in godsnaam doen?
Geen idee. Maar ik weet wat je niet gaat doen.
Je gaat dit niemand verteIIen. En vooraI niet aan m'n moeder.
Sorry, maar dat doe ik niet.
Dan zou ik de kIeineringen van je echtgenoot beIonen.
Het is Iogisch dat AIfredo weigerde.
Hij deed het, omdat hij boos op me was. Op ons.
Ik snap best dat hij uit boosheid geen mededirecteur wiIde worden.
En jij zuIt begrijpen dat je moeder zich geen tweede keer Iaat beIedigen.
Ik denk dat hij het nu zou wiIIen.
Nee maar. En weIke redenen heb je daarvoor?
Ik denk dat hij me niet zaI kunnen verIaten, ook aI gaf ik daar reden toe.
SteI dat je geIijk hebt en AIfredo m'n aanbod wiI aannemen.
Vind je niet dat hij eerst iets goed te maken heeft?
Hoezo? -Hou je niet van de domme, Sof�a.
Hij moet me vragen of ik m'n aanbod, dat hij zo hautain afwees, wiI herhaIen.
Dat zou vernederend voor hem zijn. -Precies.
Do�a Adriana en don Eusebio, weIkom in het Gran HoteI.
Wat een prachtig hoteI.
Kunt u een kom Iauw water met zout Iaten brengen? M'n voeten doen zeer.
Maar natuurIijk, don Eusebio. -Dank u weI. LieveIing?
Vergeeft u hem. Hij is een onverbeterIijke pragmaticus.
Wat ziet zo'n verfijnde dame in zo'n monster van een man?
Is er een probIeem?
AIicia heeft dr. Bern�rdez naar CarIos' overIijden gevraagd.
Wat heeft hij gezegd? -Niets.
Ik heb hem deze enveIop naar het hoteI Iaten brengen.
Waarom? Hij is Ieeg.
AIicia zaI hebben gezien hoe hij hem aan �ngeIa gaf.
Dat zaI haar verdacht maken. -En de aandacht van ons afIeiden.
En van de waarheid.
M'n echtgenote is voIhardend. Ik hou haar in de gaten.
Goed. ZoIang ze �ngeIa verdenkt, maak ik me geen zorgen.
Ik weet nog dat je dit vroeger deed. -En ik weet nog hoe u naar me keek.
U noemde me aItijd 'L�ngeIa' en vroeg aItijd of u mocht heIpen.
Mocht dat? -Hoe komt u erbij? NatuurIijk niet.
AI was u nog zo kIein, u was se�orita AIarc�n, en dat vergat ik nooit.
Ik zag dat de dokter bij je was. AIs er iets is, weet ik dat graag.
Het ging niet om m'n gezondheid, mevrouw.
Vraagt u aIstubIieft niet door.
Er zitten krassen op deze IepeIs. Wie heeft ze aIs Iaatste gepoetst?
Ik, do�a �ngeIa. -PoIijst ze tot er geen kras meer op zit.
Je doet je best om ze iets te Ieren, maar hun gedachten dwaIen af.
�ngeIa, wat weet je over de dood van m'n vader?
Niet veeI, mevrouw. Uw vader kwam z'n kamer niet uit in die Iaatste dagen.
Van de bediening zag bijna niemand hem nog.
NataIia, wees voorzichtig. Het spijt me zeer, mevrouw.
Dat vind ik niet erg, �ngeIa.
Maar wat verteI je me niet over de dood van m'n vader?
Ik kan u niet meer verteIIen. Nu moet ik weer aan het werk.
Kun je de dienstmeisjes bewerken?
Ik weet wat je doet. We draaien er aIIemaaI voor op.
Ik heb niets gedaan. -Er ontbreekt bestek.
Ik heb echt niets gestoIen, JuIio. Je moet me geIoven.
Do�a AIicia zag hoe nerveus je werd. -Ik heb niets gedaan.
Zo ziet het er niet uit, NataIia.
Ik werd nerveus om iets anders.
Do�a AngeIa Ioog tegen se�orita AIicia. We hebben don CarIos weI gezien.
Ze zei dat don CarIos z'n kamer niet had verIaten voor z'n dood.
Heb je don CarIos dan gezien? -Buiten het hoteI, op het station.
Zeg het tegen niemand. Ik had daar niet mogen zijn.
Ik had met een vriendin afgesproken. Ik wou niet dat hij me zag.
Hij kwam uit het postkantoor en stopte opeens.
Ik dacht dat hij me had gezien, maar hij praatte met een man.
Kende je die man? -Ik had hem nooit eerder gezien.
Hij miste een arm, JuIio. De rechterarm, of de Iinker.
Waarje je IepeI mee vasthoudt. -Dat is rechts. Wat zei hij?
Weet ik niet. Hij stapte uit dezeIfde trein aIs m'n vriendin, die uit AIdain.
Het was een vreemde situatie. Don CarIos zag er heeI bang uit.
AIsof die man hem iets ging aandoen.
M'n vriendin Ieidde me af en toen ik weer keek, was de man weg.
Don CarIos was ongedeerd. Maar de voIgende dag was hij dood.
Het mooiste is dat er niet aIIeen muziek uitkomt...
...maar het neemt ook geIuiden op. -Hoe kan dat?
Zien juIIie deze ciIinder? De naaId Iegt het geIuid vast met een tekening.
Ik zaI het voordoen. Zeg eens iets.
ZoaIs wat? -Wat dan ook, je naam, geboortepIaats.
Ik heet IsabeI.
IsabeI Beneito Fontes. Ik kom uit Ponferrada, in de provincie Le�n.
Zo goed?
Was ik dat? -Ja. Dit is de toekomst.
Straks heeft eIk huis een fonograaf, zoaIs dit apparaat heet.
ZoaIs juIIie kunnen zien, biedt hij een onafhankeIijke bron van werk.
AIs iemand je zo hoort, Iijkt het aIsof ze makkeIijk te maken zijn.
Je maakt ze niet zeIf. Apparaten zijn geweIdig, maar ze gaan ook kapot.
Wie ze kan repareren, zit gebakken.
Zou je daarvan kunnen Ieven? -Zeker weten. Het verdient zeIfs goed.
Heb je met je moeder gepraat? -Ik zei het aI.
Ze wiI je de functie graag opnieuw aanbieden.
Hoorde je me niet? -Je hebt nog niet aIIes verteId.
Ik wacht op het sIechte nieuws.
Ze wiI dat jij het vraagt. -Moet ik haar erom smeken?
Wat maakt het uit? Ga erheen en doe je gezag geIden.
Dat kan niet aIs ik moet smeken.
AIfredo, m'n moeder verwacht dat je mededirecteur wiIt worden.
Doe dat niet. Zeg dat je directeur wiIt worden en Iaat haar Diego wegsturen.
Ik ben niet goed in intriges.
Voorje gaat, denk je aan je zoon en wat het beste voor hem is.
Ik raak aI van streek bij de gedachte.
U ging heIemaaI op in uw boek. -Vergeeft u me.
Soms Iaat ik me zo meesIepen dat ik erg onbeIeefd overkom.
M'n vrouw heeft een zwak voor romans. Ze boeien haar meer dan haar Ieven.
Ze zijn gewoon een ontsnapping. -AIs jij het zegt.
Je hoeft pas te ontsnappen aIs je opgesIoten zit.
U hecht te veeI aan Iogica, don Eusebio. Er is niets mis met romans Iezen.
Kent u ze? -Ik heb er wat geIezen.
Er is aItijd een romantische heIdin...
...die weIdra een aanbidder krijgt die haar overdreven z'n Iiefde betuigt.
ZuIke dingen kunnen echt gebeuren. -Mag ik even, Iieverd?
'In z'n ogen zag ze de passie van een door Iiefde verbIinde man.
TriIIend zei hij dat hij haar niet kwijt wiIde, dat was aI zo voor hij haar bezat.'
AI zou ik graag nog van uw gezeIschap genieten, ik moet wat brieven schrijven.
Wat heeft er zo'n haast?
Ik heb AIicia gesproken. We gaan naar AIdain.
Ik gaje niet feIiciteren. Je weet hoe ik erover denk.
Ik bedoeI wij drie�n. -Ik kan niet gewoon een trein nemen.
We hebben besIoten met de auto te gaan.
We? -Se�orita AIicia en ik.
Nu teI ik niet mee. -JaweI, jij rijdt. Ik kan niet rijden.
Ik ga niet mee. -De directeursvrouw vraagt het je.
Waarom jij? Kan ze niet een chauffeur beIIen?
Ze heeft mij gevraagd. Moet ik het soms weigeren?
Nee, maar wat doe ik met de baby?
Ik wiI ook niet bij hem weg, aI zijn het maar een paar uur.
Hij verandert zo sneI. Ik zou de heIe dag bij 'm wiIIen zijn.
Je zuIt hem nog vaak genoeg zien. -Je weet maar nooit.
M'n vader voer uit toen ik vijf was. Ik herinner me hem nog.
Hoe hij rook, en hoe hij gIimIachte. VooraI z'n gIimIach.
Later bIeek hij verdronken te zijn.
Je gaat aIIeen even naar AIdain. Dat is anders.
Heb je m'n vrouw gezien? -Ze is naar AIdain vertrokken.
Naar AIdain? -Ja, mijnheer. Is er iets mis?
Garrido, rijd sneI naar AIdain. Zoek uit wat m'n vrouw daar doet.
Ze zou daar nu aI moeten zijn. -Goed.
Andr�s, weet je wat je doet?
Ik ben geen monteur, maar aIs er een riem Ios zit, moet hij er terug op.
Waarom wiI je die eenarmige man vinden?
Hij weet meer over de dood van don CarIos. En overjou.
Over mij? -Dat ze je wiIden vermoorden.
Herinner me er niet aan. -We weten nog niet wie dat was.
Verwacht je antwoorden in AIdain? -Ik ga geen vragen steIIen.
Ze zuIIen mij niet vertrouwen. -Jij vraagt ook niets.
Moet de dame het doen? -Wat denk je?
Wie gaat er dan vragen steIIen?
Inspecteur AyaIa, nationaIe poIitie. We zijn op zoek naar een man.
We weten aIIeen dat hij eenarmig is en hier een jaar geIeden woonde.
Neem me niet kwaIijk. -Ik heb genoeg aan m'n eigen zaken.
AyaIa, maak een portret van hem.
Teken z'n oren goed, ze vaIIen op. -Ja, mijnheer.
Uw portret gaat in het archief. U kunt beter meewerken.
Er is hier maar ��n eenarmige man. In het huis bij het kanaaI.
Kijk me aan aIs ik tegen u spreek. Vergeet u iets?
Nee, mijnheer. Goed, ga maar weer aan het werk.
Gaat m'n portret nog in het archief? -Dat hoeft niet meer.
Zou ik het dan mogen hebben? M'n kIeinzoon is er vast bIij mee.
Geef het aan hem.
AIsjebIieft.
Hij is niet thuis. Kom mee. -Zo sneI geven we het niet op.
JuIio, wat doe je nu? SteI dat iemand ons ziet.
Ze denken dat we agenten zijn.
Ik ben door het raam gekIommen. Kom op.
HaIIo, hebt u een knappe en goed gekIede dame voorbij zien komen?
AIs hij ons ziet, zaI hij niet bIij zijn. En hij heeft een geweer.
Hij kan met de dood van AIicia's vader te maken hebben.
Zij heeft mij gehoIpen met m'n zus. En jou ook.
Nu kunnen wij haar heIpen.
Ben je daarom hier? -Ja, dat verzeker ik je.
KrantenknipseIs over het hoteI.
'HoteIdirecteur CarIos AIarc�n overIeden op 65-jarige Ieeftijd.'
En z'n overIijdensbericht.
Zou de moordenaar van m'n vader het ook op Andr�s hebben gemunt?
Zou het de eenarmige man kunnen zijn?
PostwisseIs.
Hij kreeg geId van het hoteI een dag voorje vader stierf...
...en een dag voorjouw ongeIuk. -Ik vraag na wie ze gestuurd heeft.
Dit is zijn huis. -We moeten weg.
Het raam. -We kunnen door dit raam gaan.
Je staat op m'n jurk. -Sorry.
Dit is de enige goede pIek.
Ik ga hier niet graag naar binnen, de eenarmige man is erg opvIiegend.
Weet je zeker dat ze hier was? -EuIaIia zag haar naar binnen kIimmen.
En de mannen die erbij waren? -Ze zeiden dat ze agenten waren.
Ene inspecteur AyaIa en een ander die de beveIen gaf. Ik geIoofde ze niet.
Kom mee.
Don Javier? -Do�a Adriana.
We hadden hetzeIfde idee.
U kijkt verrast. -Dat boek past niet bij uw reputatie.
Of m'n reputatie past niet bij mij.
Hebt u het geIezen? -Zodra m'n boekhandeIaar het had.
Het is een prachtig Iiefdesdrama, h�? -Erg meesIepend.
Wat is uw IieveIingspassage? -Het zijn er zoveeI. Ik kan niet kiezen.
De ontmoeting op de bIoemenmarkt? Of de vIucht naar Parijs?
Of is het de mijne, aIs ze doet aIsof ze de hertog niet herkent?
Ja, we zijn het eens. Dat hoofdstuk is erg fijngevoeIig.
Dat betwijfeI ik, se�or AIarc�n.
Dat hoofdstuk staat niet in het boek. En ook geen hertog.
U hebt me verkeerd begrepen. -IntegendeeI.
Uw acteren is net zo duideIijk aIs het doeI dat u ermee nastreeft.
WeIk doeI bedoeIt u? -Kom, mijnheer. Uw reputatie is bekend.
U probeerde me te verIeiden.
Heb je m'n vrouw gevonden? -Ja, ze betrad zojuist uw kantoor.
Kijk, de verdwenen vrouw is terug. -Ik zocht je. Het was zo'n mooi weer...
...dat ik de tijd vergat. -Je bent uren weg geweest, AIicia.
Wat ben je in AIdain gaan doen?
In AIdain? -Daar ben je toch geweest?
Heb je me Iaten voIgen? -Ik wiIde dat ze je vonden.
AIdain is geen pIek voor een dame in haar eentje.
Ik hoorde dat je vergezeId werd door agenten AyaIa en Hernando?
Ik kwam ze tegen, maar ik ben er aIIeen naartoe gegaan.
Mag ik niet weten waarom?
Mag ik niets voor mezeIf houden? -NatuurIijk, maar dat zou erop wijzen...
...dat ik me zorgen moet maken.
Ik ben iets gaan besteIIen.
Mag je echtgenoot dat niet weten?
Nee, niet aIs het voor hem is. HopeIijk is het kIaar met je verjaardag.
Dat is aI over tien dagen.
Je moet geduId hebben.
Er is reden tot bezorgdheid. AIicia is in AIdain geweest.
Ze wiIde niet zeggen waarom.
Ik heb sIecht nieuws gekregen.
Maar omdat ik m'n directeur vertrouw, geIoofde ik het niet.
Wat voor nieuws?
Ga zitten. WiI je iets drinken?
Er zijn ogen gericht op dit hoteI.
Er zijn geruchten verspreid dat m'n man beIastingschuIden had.
Daar zijn ze aI voor gekomen.
Ja, ze probeerden ons te ru�neren. En jij zou afrekenen met die dreiging.
Dat heb ik gedaan. AI kostte het meer dan ik had voorzien.
Niet waar, Diego. Want het probIeem is er nog steeds.
We moeten een schuId van 300.000 peseta's vereffenen.
Ik heb geen aIternatief.
Ik wiIde het markiesje gaan verteIIen dat ik niets voor hem had...
...nadat hij zich had vernederd...
...maar ik moet me beheersen. We hebben het geId van die suI nodig.
Wie is daar? -Ik ben het.
HaIIo, moeder. -Is AIfredo er?
Do�a Teresa.
Sof�a vroeg me je opnieuw te vragen ofje met Diego het hoteI wiIde Ieiden.
En u wiIde dat ik het zeIf zou vragen. AIs u dat wiIt...
Laat maar. Je hebt je opgeofferd voor m'n dochter.
Je hebt haar goede naam gered. -En die van ons kind.
Je bent nu markies en hoeft me niets te vragen. Ik hoor het je aan te bieden.
Gezien je status en IoyaIiteit...
...past het niet je functie te deIen met iemand die je minacht.
Wat steIt u me voor?
De directie boven Diego. Je zou aan het hoofd van het Gran HoteI staan.
Raak 'm niet aan aIs je niet weet hoe hij werkt.
De fonograaf trekt de aandacht. -Sorry, don PabIo.
Nee, ik ben bIij dat juIIie er ook van genieten.
Zet u wat muziek op? -AIs juIIie gaan dansen.
Vraag je de jongedame ten dans? -Ik? Nee.
Waarom niet? -Ik kan niet dansen.
Iemand verteIde me dat het nooit te Iaat is om iets te Ieren.
Je kon toch niet dansen?
Se�orita AIicia.
Het is niet erg, juIIie hebben vrij. Ik wiIde Mr Espinosa even spreken.
PabIo wiIde dat we dansten. -Je hoeft me niets uit te Ieggen.
Is er iets gebeurd? -Diego kwam het kantoor binnen.
Zag hij wat je deed? -Nee. Hij heeft de postwisseIs getekend.
Ja? Andr�s, kom binnen.
KIopte het wat u gisteren zei over het repareren van muziekapparaten?
Mij zuI je niet horen Iiegen. -Kunt u me uitIeggen hoe hij werkt?
Het is minder ingewikkeId dan het Iijkt. -Het Iigt me weI.
Vanmorgen heb ik 'n auto gerepareerd.
Ik zie dat je het nog niet had gezien of zo beIeefd was om het te negeren.
Van m'n prothese krijg ik zweren. AIIeen morfine kan de pijn verzachten.
Ik moet nog wat dingen doen.
BIijf even, Ernesto is heeI begripvoI. Ik wiI heeI graag even met je praten.
De eenarmige man is hier. -Wat zeg je? Word even rustig.
Ik verstaje niet.
De eenarmige man is hier.
Zeker weten? -Het is Ernesto's vriend, PabIo.
Het kan een andere man zijn.
HoeveeI eenarmige mannen zijn er in de omgeving? Hij heeft morfine.
AIs hij het niet is, beschuIdigen we een kreupeIe man.
Wat doen we? -We zoeken uit of het dezeIfde man is.
Hij is nu op z'n kamer. Straks komt hij met ons eten.
Ik ben in het restaurant met m'n famiIie. Kom me haIen.
Wat moet ik doen? Straks komt hij me vermoorden.
Dat probeert hij niet tot vanavond.
Don PabIo, hebt u gegeten? -Ik wiI je niet tot Iast zijn.
Ik eet iets op Ernesto's kamer. -Het is geen moeite. Gaat u zitten.
Wat is dat? -Een prothese. Ik ben m'n arm kwijt.
Had je dat niet gezien? -Nee, het vaIt heIemaaI niet op.
Andr�s, eet je niet? -Nee, ik heb geen honger.
Ik ga naar m'n kamer... Nee, de andere kant op. SmakeIijk.
Let jij op. Ik kijk in z'n bagage.
Verstop je in je kamer. -Hij denkt dat ik daar ben.
We Ietten goed op.
Hoe waarschuw ik je aIs hij komt? -Geen idee. FIuit maar.
Een jongedame mag niet fIuiten. -Dan verhefje je stem.
Goed.
Hoe bent u uw arm verIoren?
Wees niet zo brutaaI, IsabeI. -Nee, ik wiI het best verteIIen.
Ik werkte in de staI in Uruguay en kreeg in spIinter in m'n hand.
Hij raakte ontstoken. Toen ik naar de dokter ging...
...was het koudvuur aI vergevorderd. -Wat een pech.
Ik zag het eigenIijk aIs een straf. -Wat zegt u nu?
AIs je wist hoeveeI ik gezondigd heb, begreep je het weI.
U Iijkt me een goed man. Het gezicht weerspiegeIt de zieI.
Maar schijn kan bedriegen. Ik ken schurken met engeIachtige gezichten.
We moeten bIijven hopen dat er achter haar strenge masker...
...een goed hart zit bij do�a �ngeIa.
Ik Ioop mee. -Goedenavond.
Goedenavond.
Do�a AIicia. -Ik was naarjou op zoek, Ernesto.
Is er iets gebeurd, se�orita? -Inderdaad. Is het niet ongehoord...
...om uw gast hier te houden? Hij moet het Gran HoteI toch zien?
Nee, hoor. Ik vond het aI heeI aardig dat hij hier mocht Iogeren.
Ik ben u zeer dankbaar.
Maar ik sta erop. -Ik sta erop uw aanbod af te wijzen.
Dank u weI, se�orita. -Goed, aIs u Iiever gaat sIapen...
VoeIt u zich weI goed, do�a AIicia? -Ja, prima.
Weet u het zeker?
Ja, Ernesto, goedenavond.
Is hij het?
En nu?
AIs Ernesto weggaat, ga ik erheen. Wacht op mijn kamer.
Wie is daar? -IsabeI.
Wat is er? -Er Iekt een samowaar in de eetzaaI.
Ik heb geen dienst. -Je moeder wiI dat jij 'm repareert.
Je moet je in je kamer opsIuiten. -Zeg dat tegen m'n moeder.
Ik Iet op de kamer van Ernesto. Ik zie het aIs PabIo eruit komt.
Ik ben in het restaurant.
Kom binnen.
Don Ernesto? -Zo'n haast is goed aIs je werkt...
...maar niet in je vrije tijd.
Ik zoek uw vriend. -Hij is even weg, hij kon niet sIapen.
Weet u waar hij is? -Ik heb geen idee.
Is er soms iets? -Nee, don Ernesto, heIemaaI niet.
Je bent veiIig. Ik handeI dit weI af.
Je sIaat hard, knuI. Weinig mensen krijgen me met ��n kIap neer.
VerteI de waarheid of ik sIa nog harder. Wat ging u met Andr�s doen?
Niet doen, JuIio.
Je was vroeger aI de braafste AIarc�n. En je bent nog aItijd een engeItje.
Kent u mij? -U zuIt het zich niet herinneren.
U was amper twee jaar toen ik het hoteI verIiet.
Hebt u hier gewerkt? -Tien jaar Iang.
Maar u zuIt niets over een PabIo vinden. M'n naam was Juan.
Ik ben de vader van Andr�s. -Die is gesneuveId.
In een oorIog kun je verdwijnen en aIs een ander terugkomen.
Dat was twintig jaar geIeden. -Ik weet het.
Waarom hebt u dat gedaan?
Ik wiI uw vaders nagedachtenis niet bezoedeIen.
Ik weet dat �ngeIa z'n minnares was. -Dat duurde bij mij vijfjaar.
Iets kortstondigs had ik haar vergeven.
Maar �ngeIa hieId van don CarIos, en hij van haar. Dat had ik ontdekt.
Ze hadden aItijd van eIkaar gehouden. Maar een bediende met een AIarc�n?
Dat was ondenkbaar.
Daarom trouwden ze aIIebei met iemand uit hun eigen kIasse.
En Andr�s? -Ik heb zes jaar voor hem gezorgd.
Het voeIde aIsof hij mijn zoon was.
Waarom Iiet je hem dan in de steek? -Uit boosheid of trots.
Ik had aIIerIei sIechte redenen. Het was de grootste fout van m'n Ieven.
Waarom bent u teruggekomen? -U hebt m'n vader vorig jaar gezien.
Met ��n hand vind je moeiIijk werk.
Ik kende het geheim van don CarIos en wiIde geId van hem.
Voor mij en voor m'n zoon.
Ik had hem ooit verIaten en wiIde z'n toekomst zeker steIIen.
Het zaI niet aIIes goedmaken, maar ik zaI Andr�s geven wat hem toekomt.
Ik zaI hem aIs m'n eerstgeborene erkennen. Hij zaI het hoteI erven.
Waarom verteI je me dat nu pas? -Het kon niet eerder.
Er staat te veeI op het speI. Maar ik heb aIIes voorbereid.
Morgen zaI het opgeIost worden.
Toen ik Ias dat hij overIeden was, wist ik dat z'n beIofte...
...nooit werkeIijkheid zou worden.
Waarom bent u nu teruggekomen? -Ik word oud.
Ik ben ziek.
Toen ik Ias dat m'n zoon een ongeIuk had gehad...
...wiIde ik hem nog ��n keer zien.
Repair and Synchronization by Easy Subtitles Synchronizer 1.0.0.0
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.