Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Waar is Chris? - Ik kom.
De laatste.
En deze gaat hier.
Hup, Chris. Sneller, alsjeblieft.
Jacques, zien we elkaar daar? - Oké.
Vooruit, mannen. Hé!
In de auto's iedereen.
Is het goed?
Kijk.
Gaat het? - Ja.
Open de deur.
Alles goed?
Is het gelukt?
Ja. Het is een beetje...
Alles goed? - Ja.
Luister. De situatie is gespannen.
Ik vraag jullie één ding:
niemand verlaat dit kamp zonder mijn toestemming.
Niemand gaat hier weg
zonder overleg met mij. Goed?
Roland? - Ja.
Leg jij ze de verdeling even uit?
Luister naar Roland.
Chris en Yves, medische spullen voorlopig op het terras.
Luc, Christine, jullie zetten daar 4 tenten
en 4 aan de andere kant.
Wacht, ik ben nog niet klaar.
Marie, Sophie, Nathalie, de slaapzalen.
Hoe heet je? - Hassan.
Dag, Hassan.
Laat je ze de slaapzalen zien? - Ja.
Toe maar.
Uh, Paul? - Ja.
Ik neem de blauwe tassen.
Hassan, ik zal het hem laten zien.
Christine, we leggen de tenten neer.
En het vliegtuig? - Gelukt.
Kreeg je korting? - Ja.
Dit is jullie slaapkamer.
Daar staat de kist.
De badkamer.
De watertank is aan de andere kant.
Hier staan twee gasstellen.
Daar achter is de dokterspost.
We zitten erg in het zicht. - Nee, het is veilig.
Zeker weten? - Ja.
Ik heb wat proviand klaargezet.
Veel groter dan op de foto's.
Het gas is oké.
We hebben de stroom aangesloten.
Ja, dat zie ik.
De algemene ruimte.
Er liggen matrassen, maar zie maar.
En tenten voor de kinderen.
Daar is ook stroom. Kijk.
Tevreden? - Ja, het is prima.
Bedank de mannen, want ze hebben hun best voor ons gedaan.
Xavier, is vrijdag goed voor het water?
Ja. Oké. Bedankt.
Waarom vrijdag?
Dan worden we bevoorraad.
Dat is Françoise. Zij maakt de reportage.
Geef haar een goede plaats. - Ja, goed.
Dus de meeste kinderen zijn hier.
De Cherokee vliegt van daar naar daar.
Goed. Hoe laat wil je vertrekken?
7 uur.
Dan is het te warm.
We moeten om 5 uur weg.
Dan kunnen we naar dit dorp vliegen.
Daarna naar dit dorp.
Daar kun je pauzeren.
Hoeveel dorpen op een dag?
Geen idee. Drie? Hassan?
Hij zegt vier.
En hier bijvoorbeeld,
in dat dorp, zitten daar kinderen?
Denk je dat Olafi kinderen zal hebben?
Dat kan, maar ik weet niet hoeveel.
Wat zegt hij? - Het is goed.
Met 10 kinderen per dag gedurende 30 dagen
hebben we er genoeg voor het vaccineren.
Yves, wat doen we concreet?
Kun je ze ontvangen?
Als ik de hele dag heb, zijn we 's avonds klaar.
We zullen klaar zijn.
Dan klopt alles.
Morgen om 5 uur op pad.
Super! Tot morgen.
Mannen...
Gaat het, schat?
Xavier.
Tel maar na. De afgesproken som.
Dan gaan we beginnen.
Mannen, maak het niet te laat.
Morgen wordt een lange dag. Oké?
Goedenavond.
Het is de startmotor.
Wat heeft de startmotor?
Niet gecheckt?
Hassan kent iemand die er een heeft.
Wanneer kan hij hem halen?
Als hij morgenochtend vertrekt, is hij morgenavond terug.
Vliegt die kist wel?
Ik heb vorige week 15.000 km gevlogen, dus hij vliegt.
Is daar het zoekwerk mee gedaan?
Die huurt de mijnenopruimingsdienst.
Ik snap het niet.
Bij problemen hebben ze hem meteen nodig.
Maar we hebben een probleem.
Ik weet het, ik weet het.
Wat doen we?
Kunnen we hem niet huren?
Nee. Dan krijg ik gedonder.
Of we vinden een oplossing of we repareren dit vliegtuig.
Ik heb geen keus, ik heb een maand.
Xavier! Vraag het even.
Ik vraag het.
Laat hem erlangs! Rustig! Opzij!
Rustig aan!
Rustig!
Doe dicht! Doe dicht!
Rustig!
Spreekt er iemand Frans?
Spreekt er iemand Frans?
Spreek jij Frans? - Ja.
Luister goed.
We komen de weeskinderen helpen.
We komen de wezen helpen.
Zeg hun dat.
We zijn hier voor lange tijd.
Heel lang.
Vraag uw vrienden, uw neven, uw tantes, uw ooms
of ze weeskinderen kennen van onder de 5.
Ze moeten onder de 5 zijn.
Ze kunnen ze hier brengen, ze zullen veilig zijn.
Ze krijgen onderdak en voedsel tot ze meerderjarig zijn.
Over 10 jaar kunnen ze hier vertrekken met een diploma.
Ik kan niet iedereen werk aanbieden.
Ik heb 5 kindermeisjes nodig.
Vijf!
Ik heb...
Laat ze hun mond houden!
Ik heb 3 leraren nodig, 3 onderwijzers.
Ik heb 2 koks nodig.
En 1 vertaler of 1 vertaalster.
Dat is alles!
Zeg het hun.
Ik kan niet meer mensen aannemen.
Dat kan niet.
Nu gaan jullie daar allemaal in de rij staan
en lopen hierlangs.
We noteren uw naam en we gaan de geschikte mensen aannemen.
Is dat duidelijk?
In alle rust!
Hij verontschuldigt zich nogmaals.
Hij kon de kinderen niet halen, maar de volgende keer zijn ze er.
Zeg dat we het vliegtuig maar 30 dagen hebben.
Daarna kan Xavier niet meer komen. Het is te ver weg.
Anders zorgen we voor andere kinderen.
Begrijp je dat?
Er is een tijd-, geld-, vliegtuig- en communicatieprobleem.
Dat moet opgelost. Regel dat met hem.
Olafi, de volgende keer
moet je kinderen vinden.
Dat doe ik, met Gods wil.
Tot ziens.
U kunt die kinderen nemen.
Nee, dat zijn de kinderen van het dorp.
Ze willen naar school. - Nee.
We kunnen niet voor iedereen zorgen.
Zeg dat we voor weeskinderen zorgen.
Dat hebben we de vorige keer gezegd.
Zeg dat we niet voor iedereen kunnen zorgen.
Ze zouden ons betalen.
Zonder geld, geen kinderen.
Hebben ze het geld?
Nee, Souleimane,
geen kind, geen geld.
Als er geen geld is, mag u vertrekken.
Wat heb je hem gezegd?
Ik zei: "Geen kinderen, geen geld".
Nee, maar Bintu, dat geld is niet om kinderen te kopen.
Ik betaal zijn diensten.
Voor de duidelijkheid, we kopen geen kinderen.
Het geld is om jouw diensten te betalen, Souleimane.
Souleimane, wanneer kunnen er hier weeskinderen zijn?
Over twee dagen.
"Twee dagen"? - Ja.
Niet betalen.
Laat mij nu maar onderhandelen.
Verdomme.
Sorry, Peter,
het spijt me echt.
Dat meen je niet.
Genoeg zo. Ik wil mijn geld terug.
Dat krijg je. Ik snap dat je boos bent.
Dit was verkeerd.
Het is helemaal mijn fout.
Als mijn mannen een probleem hebben,
moet het vliegtuig ze afvoeren.
Waar is het?
Wat als er iets gebeurt?
Ik betaal je niet.
Luister, het is zijn schuld niet.
Mijn schuld. Een spoedgeval.
Een klein meisje had hoge koorts.
En ik had dat vliegtuig nodig.
Als een van uw mannen
een probleem had gehad,
zouden we zijn teruggekomen.
Ik kan u terugbetalen, ik heb geld.
Het gaat niet om het geld, oké?
Zei hij niet
dat ik zo niet kan beginnen te werken?
Ik snap het, ik wil alleen zeggen
dat dat meisje beter is dankzij
uw vliegtuig en uw vriendelijkheid.
Dus bedankt.
Nou... Een handdruk?
Oké. - Bedankt.
De laatste keer.
Zo kunnen we niet werken.
Het zal niet meer gebeuren. Je kent me.
Het spijt me.
Oké.
Bedankt.
Kom, jongens!
Zullen we?
Moeten er nog spullen mee? - Nee.
Laat maar.
Daar moet je niet op besparen. Je moet anticiperen.
Xavier zoekt het onderdeel, maar als dat mislukt...
Bereken het opnieuw.
Jacques, als we 20% onvoorziene kosten houden, rest ons nog 160.000.
Kijk wat er van de onvoorziene kosten af kan.
Als we er nog één kopen, en ik er één vind,
rest ons nog 100.000.
Het is voor onvoorziene dingen.
Dus ga maar op zoek.
We kunnen niet alleen op Xavier rekenen.
Hallo? - Ja, ik ben er, ik denk na.
Als we een andere moeten kopen,
dan doen we dat.
Oké. Ik ga erachteraan.
Zodra ik meer weet, bel ik terug.
Verder alles goed? - Ja, hoor.
We oriënteren ons.
Luister, houd het binnenskamers.
Het blijft onder ons.
Wat zei ze?
Ze is totaal in paniek.
De politie wilde alles controleren,
of we toestemming hadden, het budget,
hoeveel kinderen we meenemen, hoe we ze verdelen.
Maar dat wisten we.
Ja, maar...
Waarom kijk je ervan op?
Het blijkt dus zo te zijn.
Ze laten ons niet met rust.
Goed. Maar hield ze stand?
Ja.
Niet Move For Kids, maar Sud Secours.
Ze had het over Sud Secours.
Nee, we zitten onder de radar.
Goed. Mooi.
Wellicht wil het leger wel.
Geen sprake van.
Ze hielpen ons,
maar daar laat ik het bij.
Ze begrijpen het vast.
Dit ligt niet aan ons.
Ze gaan niet met ons mee.
Geen leger bij het onderhandelen.
Dat is te gevaarlijk.
We zijn een ngo.
We hebben geen andere oplossing.
Niet moeilijk doen.
We gaan met de jeep naar de dorpshoofden.
Dat is te doen.
Dat is waanzin. Doe even normaal.
We zeiden niet dat we het deden.
We kunnen erover nadenken. Dat kost niets.
300 ouders hebben 2200 euro betaald
voor vaccinatie
en ze verwachten ons.
Al heeft Xavier niet alles op orde,
we blijven niet zitten niksen.
Ik ken iemand bij Unicef.
We kunnen vragen waar het gevaarlijk is.
Het leger zei dat het overal gevaarlijk was.
Dat is in het noorden.
Niet bij de grens.
Dit klinkt misschien raar,
maar in Sarajevo
gebruikten we een witte vlag.
Dat is een code.
Echt hoor, dat werkt.
Ik heb geen zin in kogels.
Wacht, mannen.
Niet zo paranoïde. Het gaat lukken.
Nee.
Ik ben verantwoordelijk voor de verplegers.
Ik doe ze dat niet aan.
Chris, dat is jouw keus.
Maar we moeten kinderen halen.
Dat wil ik. - Iedereen!
Ik wist dat er risico's waren.
Wie wil er met de jeep?
Ik ga niet. - Ik ook niet.
Jullie zijn gek.
Hij zegt dat ze geen kinderen hebben gevonden.
Zeg dat we veel risico namen om te komen.
Hij had kinderen beloofd en die zijn er niet.
Zijn mannen nemen ook risico's.
Als u dat niet begrijpt, gaat u ze maar zelf halen.
Dit is de laatste keer dat ik hier voor niets kom.
De volgende keer houdt het op.
Dan werk ik niet meer met je.
Zeg hem dat.
Dit is de laatste keer dat ik je voor niets betaal.
Het is duidelijk.
Mevrouw! Mevrouw!
Wat?
Het is jouw baby.
Nee. Het is jouw baby.
Ik kan er niet voor zorgen.
Help me.
Ze kan hem niet nemen.
Nee! Het is jouw baby!
Bintu!
Ze laat hem vallen. - Dit kan niet.
Het is jouw baby.
Rustig.
Leg het haar uit.
Duiken!
Zet de motor af.
Waar komt u vandaan?
Pardon?
Waar komt u vandaan?
Uit het dorp.
Welk dorp?
Uh... het dorp hier net achter, daar.
Wacht.
Wanneer verliet u het dorp?
Om 10 uur.
Waar was u daarvoor?
Nergens.
Bent u nergens heen gegaan? - Nee.
Bent u ergens anders geweest?
Ik zei...
Zeker weten? - Ja.
Slaat u niet zo'n toon aan, oké?
Ik praat niet met u.
Ik praat met deze man.
Is dat duidelijk?
Ja.
Bent u zich bewust van de risico's
die u genomen heeft?
Iedereen weet dat voor dit gebied.
Niemand zei...
Hoe kan het
dat u dat niet wist?
Niemand heeft ons dat verteld.
We hadden een spoedgeval...
En we staan in contact
met het Franse contingent.
En als ik had geweten
dat we beschoten zouden worden,
was ik niet gegaan.
We zijn Franse brandweerlieden,
verplegers
en artsen, vrijwilligers...
Mij een zorg wie er in uw auto zit.
Ik wil dat niemand
dit gebied doorkruist.
Maar we hebben steun
van een Frans ziekenhuis.
Kan me niet schelen.
We redden weeskinderen!
We doen geweldig werk.
U hoeft mij niet de les te lezen.
Is dat duidelijk?
Ja.
Dus meneer, hoe verklaart u
dat ik nooit van uw ngo heb gehoord?
Omdat...
ik heb papieren, maar niet hier.
In het kamp. Als u komt...
Hou op met die nonsens!
Ik geef u één raad.
Denk voortaan eerst na
voor je iets doet!
Hoe ik iets doe, wat ik doe...
Anders moeten mijn mannen jullie redden!
U kunt de ambassade bellen.
De ambassade kan het bewijzen. Bel ze.
Ik heb papieren.
641. Ja. Het is goed.
Jij bent.
Zorg voor Christine, alsjeblieft.
Gaat het? - Jawel.
Het gaat. - Kom naar de dokterspost.
Wat is dat?
We zijn beschoten.
Wat is dit voor gedoe?
En de kinderen?
Jacques!
En de kinderen?
Dit is waanzin.
We hadden het besloten. Wat dan?
Hang niet de commando uit.
Als jullie worden geraakt, oké, maar breng mijn team niet in gevaar.
We wachten op het vliegtuig.
Hou je bek toch.
Dimmen! - Kop dicht!
Ho maar. Laat 'm maar even.
Wat?
Even rustig aan, oké?
Nee. Jullie gaan rustig aan doen.
De dorpshoofden hebben begrepen dat er geld valt te verdienen.
Er is geen kind te bekennen. Het is niet makkelijk voor ze.
Ze wachten.
Voor mij is het interessant.
Met jou alles goed?
Ben je nog naar Jacquet geweest?
Je bent een schat.
Ik mis jou ook.
Zodra ik thuiskom, nemen we een momentje voor onszelf.
Het gaat wel lukken.
Als ik ineens moet vliegen...
Dat hoor je wel eens.
Dat kan gebeuren...
Zeg, zou je tijd hebben voor een interview?
Nee, sorry, ik moet weg, ik heb haast.
Ja, ik laat het wel zien.
Maar een paar vragen. Het kost weinig tijd.
Ik wil niet gefilmd worden.
De dorpshoofden ook niet.
Dit is anders. Ik wil alleen je verhaal horen
en goede hulpverleners laten zien.
Dat is niet interessant. - Jawel.
Ga dan liever naar de kopstukken van de VN,
die verdienen aan hulpverlening, dat is pas interessant.
Maar hen filmen is makkelijk.
En dat kun je niet zeggen voor de camera?
Dat kan ik niet. - Jammer.
Het is nu eenmaal zo.
Françoise.
Wat zei hij?
Hij wil geen interview.
Hè? - Hij wil niet gefilmd worden.
Ik ben, geloof ik.
Begrijpt u niet wat ik zeg?
Ik zou sowieso geen datum zeggen.
Als Vreemdelingenzaken de vertrekdatum verneemt,
komen ze aan en sturen de wezen terug.
Dat zeg ik dus niet.
Meneer, ik breng u op de hoogte als ik nieuws heb.
Ja, dat kan ik u beloven.
Wanneer ik nieuws heb, hoort u dat.
Tot uw dienst, meneer.
U ook een prettige dag.
Zij zijn het lastigst.
Niet de situatie hier. De ouders.
"Wanneer komen jullie?"
"Wanneer is de terugkomstdatum?"
Ze denken alleen aan zichzelf.
Alsof alleen dat ze interesseert.
Het komt wel goed.
Je vindt wel een oplossing.
Al redden we er maar één, het is het waard.
Ja.
Wie is?
Stop!
Het is goed. - Welnee.
Hoezo niet? - Nooit een totem van het spel.
Te makkelijk. - Wist ik niet.
Wie heeft gewonnen? - Chris.
Ik ben. - Het is oranje.
Het was oranje. - Christine heeft een punt.
Christine, een punt.
Opgelet. 1, 2, 3...
Wat is het? - Blauw!
En?
We zijn er nog niet.
Hassans neef had het onderdeel niet,
maar hij zoekt ernaar. Het komt goed.
Wat? Wat doen we morgen, overmorgen?
Wat doen we met het vliegtuig? Komt dat onderdeel?
Het komt. Hassan heeft veel ingangen.
Je bent hier niet in Orly.
Xavier, we hadden een deal. Ik betaal je.
Het gaat hier anders. Heb geduld. Uiteindelijk lukt het.
En als ik die kinderen niet mee kan nemen?
Vertrouw me een beetje. - Je vertrouwen...
Steun je de jager of de leeuw?
Wat? Speel je cowboytje? Indiaantje?
Schikt het je dat we niet vliegen?
Welja, dat schikt me.
Hoeveel vang je ervoor?
Verdien ik geld aan jouw gedoe? - Ik heb andere prioriteiten.
Wanneer ik je met de dorpshoofden zie...
Zoek het maar uit. Ik ben weg.
Zoek het maar uit.
Donder op.
Ik laat me niet bedreigen.
Wel bedreigen met blijven, niet met vertrekken!
Nath, kun je me het brood aangeven?
Bedankt.
Pardon.
Goedemorgen. - Goedemorgen, Sophie.
Goed geslapen?
Mag ik wat brood?
Het is geen vakantie.
Oh nee, is het geen vakantie?
Ik weet niet, je kunt je toch aankleden?
Ik zie niet wat het probleem is. - Het is niet leuk voor de anderen.
Mogen we weten wat er gaande is? Houd ons op de hoogte.
Hou op, alsjeblieft.
We zijn er voor jullie, vrijwillig.
We mogen het toch weten?
We doen ons best. Wind je niet zo op.
Nee, we willen alleen weten wat er gebeurt.
Ze mogen toch vragen stellen?
Wat doen jullie als er niemand is voor de vaccinatie?
Wat zeggen jullie dan?
Het voornaamste zijn de kinderen.
We wachten op actie van de dorpshoofden.
We kunnen niets doen. - Hallo.
We wisten dat het lastig werd. We moeten elkaar steunen.
Françoise, moet je nu echt filmen?
Is dat een probleem?
Als ze je beelden zien voor we terug zijn, is dat een ramp.
Niets komt naar buiten voor jullie terugkeer.
Vertrouw me. Jullie hebben me gevraagd.
Ik mocht alles filmen.
Anders had je dat eerder moeten zeggen.
Maar toch niet bij het ontbijt?
Nee, maar het geeft niet.
Ze is hier om te filmen, en niet alleen wat ons uitkomt.
Dat doet ze niet. - Ik heb hem al weggelegd.
Ze is hier om ons te steunen. Dat slaan we niet af.
Wat als we met 300 kinderen bij het vliegtuig staan
en er niemand is om ons werk te laten zien? Wat dan?
Dan vallen ze over ons heen.
Ze steunt ons... Jij hebt dat besloten.
Ik niet. - Wij tweeën.
Nee, jij alleen. Los maar op.
Ik alleen? Nee. Dat hebben we samen besloten.
Zeg me niet: "Los het maar op."
Niet waar iedereen bij is. Dat zeg je onder vier ogen.
Je moet je zelfbeheersing weten te bewaren.
Ja, chef. - Wat?
Ja, chef.
Als iemand zijn kont aan mevrouw wil laten zien...
Laura!
Daar zijn de kinderen.
Françoise, pak je camera.
Het is daar. Toe maar.
Kom maar.
Zeg tegen hem dat ik hem bedank. Salam...
En laat hem de kinderen uitleggen dat ze hier veilig zijn,
dat we ze gaan beschermen en voor ze zorgen.
Wacht. Rustig aan, er is genoeg voor iedereen.
Een biscuitje, want anders...
Opgelet. Ogen dicht.
Zo.
Ayane: 15.
Ja.
Goed zo.
Wacht.
Stil maar. - Christine.
Abdou: 93. - 93. Bedankt.
Hij heet Yassine.
Hij is 4.
Zijn moeder stierf 2 maanden geleden.
Zijn vader was militair.
Hij is gedood door rebellen.
Mond wijd open.
Eerder 3 en een half.
Kun je ons precies uitleggen wat je doet?
Ik kijk naar hun gebit. Zo kan ik hun leeftijd bepalen.
Ze hebben hier geen medisch paspoort.
Hoe controleren jullie hun identiteit?
Het lijkt lichtvaardig, maar we vergelijken gegevens.
Verklaringen van dorpshoofden, ons eigen onderzoek...
Zonder ID, zonder nationaal register
is het lastig, maar...
zoals men zegt bestaat er geen nulrisico.
Vind je dat niet eng?
Kun je even stoppen? - Natuurlijk.
Niet "lichtvaardig". "We hebben geen keus".
Dat is hetzelfde. - Nee.
"Lichtvaardig" betekent dat dat ook zo overkomt.
Bij "we hebben geen keus" is er geen keus.
Sorry, maar dat is zwakte toegeven.
Doen we de volgende?
Mag ik weer verdergaan?
Ja.
Dus we hebben Chris.
Hoe oud is hij?
Hoe oud is Chris?
Dat weet hij niet.
Xavier? - Xavier, finish.
Vraag wie die certificaten heeft ingevuld.
Wie? - De dorpsbewoners.
Dat is niet aan hen om dat te doen.
Dat is aan hem. Hij is de baas. Hij is verantwoordelijk.
Ze kunnen schrijven wat ze willen, leugens.
Er is misschien mee geknoeid. Dat weet ik niet.
Moet ik hem geloven?
Die daar zijn te oud.
Hij kan geen vier zijn.
Souleimane, wat is er aan de hand? Wat is dat?
Je bent niet loyaal met me.
Zeg dat hij niet loyaal is.
Souleimane, twee zijn er jong genoeg.
Alle andere zijn ouder dan 5.
Waarom? Wat is er gaande?
Als hij niet duidelijker is, komen we niet meer terug.
Wat zeg je tegen hem?
Ze willen naar school. - Nee. Zeg tegen hem:
"Sorry. Nee. Dat kan ik niet doen."
Ik kan ze niet allemaal meenemen. Dat moet hij snappen.
Je bent niet loyaal, Souleimane.
Weet je, Françoise,
ik begon pas op mijn zevende met school.
In het dorp is het geen probleem dat de kinderen te oud zijn.
Het is oneerlijk.
Waarom mogen ze niet mee naar het kamp?
Ze moeten een selectie maken.
Ze kunnen niet iedereen nemen.
Zo is het gewoon.
Nee. Niet de schoenen. Kijk. Trek dit aan.
Hallo? - Hallo? Benoît?
Ja. - Met Jacques Arnaud.
Hallo? Ja. Ik hoor je niet zo goed.
Er zit vertraging op de lijn omdat ik van ver bel.
Hallo? - Gaat het... Ja.
Gaat het goed? - Heel goed.
Ik bel je omdat we bezig zijn met het toekennen.
Goed.
En we wilden jullie een jongetje toewijzen
dat Moussa heet,
dat 5 jaar is,
dat een prachtig mannetje is
en kerngezond.
Ik wilde weten of dat ten opzichte van je gezinssamenstelling
geen probleem is.
Nee.
Dat zouden we natuurlijk geweldig vinden.
Goed.
Ik ga je snel een mail sturen
met zoveel mogelijk informatie:
de spelling van zijn naam, zijn leeftijd,
misschien een fotootje.
Hoor je me?
Ja. Ik...
Als we er geen tijd voor hebben
heb je een database. Hij heet Moussa.
Ik weet niet wat ik moet zeggen. - Goed.
Vertel jij het aan je vrouw?
Ja, ja, ja.
Goed. En je gaat... - Bedankt, Jacques. Bedankt.
En je... - Echt, bedankt.
Je hoort snel weer van ons. Oké?
Goed. Ik zal het haar zeggen.
Goed... - Dikke kus.
Oké.
Kus. - Tot ziens.
Hoezo, de Staatsveiligheid?
Waar beschuldigen ze ze van?
Zonder toestemming. Zij doen de adoptie niet.
Dat doet de pleegouderorganisatie.
Hoor je me?
Ja?
Daarom wijzigden ze hun naam.
Nee. Ze waren duidelijk tegen de ouders.
Ze kennen het risico.
Ze willen een diplomatiek incident veroorzaken.
Frankrijk kan niet 300 vluchtelingetjes terugsturen.
Daar zijn ze altijd duidelijk over geweest.
Dat zeiden ze meteen toen ik ze ontmoet heb.
Ja, een knuppel in het hoenderhok.
Beloofd.
Beloofd, ik pas op.
Ik ga ophangen.
Ja. Tot snel, ja.
Nee. Nog eens.
Toe maar.
Nog eens.
Nee. Het werkt niet.
Ik heb niets.
Stop.
Kijk nou toch. Waardeloos.
Bintu!
Kom.
Ze wil haar kind zien. Dat is hier.
Haar kind is hier niet.
Olafi bracht het hier. Ze wil het zien.
Hoe heet het?
Hij heet Sala. - Oh jee.
Goed. Nou... Ga Sala halen.
Luc!
Is Sala bij jou? - Wat?
Sala! - Bintu.
Stel haar gerust.
Zeg dat als het haar zoon is, ze met hem weg mag.
Ze wil dat hij blijft. Hij heeft het hier goed.
Nee. Dat kan niet. We zorgen hier alleen voor wezen.
Ze heeft geen eten voor hem. Olafi zei dat...
Zeg tegen haar: "Het kan niet."
Ze komt niet meer langs. - Het kan niet.
Is dat haar zoon? Is dat Sala?
Mag ik weten hoe hij in dit kamp is gekomen?
Hoe is hij in dit kamp gekomen?
Het is zijn moeder...
Ben je blind of zo?
Olafi heeft gelogen. - Natuurlijk liegt hij.
Het kan hem niet schelen of het wezen zijn.
Hij verdient geld aan ons.
Breng niet alles terug tot een geldkwestie.
Wat is het inkomen van Olafi?
30, 40 euro per maand?
En dat terwijl jullie met biljetten zwaaien.
Oké, het is duidelijk.
We verifiëren elk formulier, kind per kind. Oké?
Word wakker. Dat is waanzin. Wat wil je checken?
Het is niet verifieerbaar. - Jawel.
Vertrouw de hoofden en de kinderen.
Die frauderen niet. - Wat naïef.
Hou op.
Chris heeft gelijk, het valt niet te verifiëren.
Geen papieren, liegende dorpshoofden...
Of we annuleren alles,
of we vertellen over de evacuatie.
Het is vaccinatie.
Stop!
Als de autoriteiten het horen, worden we meteen opgepakt.
We geven de kinderen niet op omdat mensen eraan verdienen.
Ze komen omdat we zeiden dat we zouden helpen.
Maar we liegen.
We liegen omdat we geen keus hebben. Wat moeten we dan?
We doen wat ik zei. We controleren elk kind
en elk formulier.
We nemen het dossier van elk kind.
Het duurt zolang het duurt.
Oké. Vergeet mij maar.
Ik doe daar niet aan mee.
Als je er niet tegen bestand bent... - Ja, hoor. Dat is het.
Makkelijk, je terugtrekken met grote woorden.
Je hebt er nooit in geloofd.
Wat zeg je? Ik werk al 6 maanden voor jullie!
Verdomme. Hou op! Stop!
We dwingen niemand.
Jammer dan, als je niet door wilt gaan.
En jammer voor de kinderen.
Verdomme.
Je bent dus gewoon laf.
Wat?
Je bent gewoon bang. Dat is alles.
Ja, ik ben bang. - Dat zien we.
Wat denken jullie wel?
Ik wil niet meer liegen.
Dat is zo.
Je hebt gelijk.
Ga terug naar Frankrijk.
Stuur een cheque om je geweten te sussen. Dat is makkelijker.
Vroeg ze zelf of ze haar kind hier kon laten?
Dus hij stelde het voor?
Bintu.
Vraag of hij geld heeft gegeven.
Heeft ze geld van Olafi gekregen?
Niets gekregen?
Nee, ze heeft niets gekregen.
Ben je klaar?
Nee. Ik ben nog iets vergeten.
Wat ga jij doen?
Hoezo?
Blijf je?
Ja, maar dat is anders. - Waarom?
Ik ben hier voor een reportage. - Precies.
Je zag alles. Je kunt niet zwijgen.
Dat is mijn rol niet.
Wat is jouw rol dan? - Afmaken wat ik begonnen ben.
Makkelijk. "Ik heb niets gezien, niets gedaan."
Wat is dit voor aanval?
Super. Dat wordt een mooie reportage.
Heb je partij gekozen?
Pas op jezelf. - Bedankt. Jij ook.
Zullen we?
Wat is er gebeurd?
Ze wilden weg, dus ze gaan.
Zal het gaan? Kunnen jullie het aan?
We lossen het wel op.
Goedemorgen.
Goed. Zullen we? - Ja.
Over 10 minuten in de vergaderzaal.
Toe maar.
Sarah...
geen probleem.
Akram.
Akram, hetzelfde.
Controleer Akram.
Bij de minste twijfel nemen we ze niet.
Maar jullie hebben geen zekerheid.
Nee.
Nee, maar er is altijd een risico, Françoise.
Laten we eerlijk zijn.
In wezen kan niemand stellig zijn.
Vraag het willekeurige adoptieouders. Niemand
heeft zekerheid over de status van het kind.
Dat kan niet.
Men verzwijgt niet voor niets de herkomst van de kinderen.
Ik heb nooit een adoptieouder gezien die me garandeerde...
dat zijn kind geen ouders had of gehad had. Nooit.
Ik, bijvoorbeeld,
kan niet zweren dat de organisatie de waarheid vertelde.
Het gaat erom dat je liefde te geven hebt.
Iets voor hen.
Als er ouders hier komen
terwijl de kinderen al in Frankrijk zijn,
wat doen we dan?
Neem Sala bijvoorbeeld.
Als dat in Frankrijk gebeurt,
als er een vader of een moeder opduikt,
zien we wel weer.
Misschien brengen we het kind terug.
Nou ja...
We kennen de dorpshoofden,
we hebben contacten.
We weten waar ze vandaan komen.
Dat wordt een schok voor de adoptieouders.
Ja. Dat wordt een schok, ja.
Maar heb je een oplossing? Wat stel je voor? Ik heb er geen.
Neem mij nu.
Als mijn dochters naar Vietnam willen om hun familie te zoeken of zo,
zal ik ze niet tegenhouden.
Vergeet niet dat ze niet ineens adoptieouders zijn.
Ze zijn eerst pleeggezin.
Ze adopteren de kinderen pas na jaren.
Dus er is tijd genoeg voor bezwaren.
Ja. Dat is belangrijk.
Ik, Françoise. Jij...?
Hamid? Mag ik u filmen?
Ja? Met de camera?
Olafi, lieg niet tegen me.
Ken je die vrouw of ken je haar niet?
Nogmaals: ken je die vrouw of ken je haar niet?
Ik heb niet 2 uur gevlogen om nonsens te horen!
Niet liegen!
Olafi, niet liegen.
Zeg het als je die vrouw kent.
Anders kunnen we problemen krijgen.
Ken je haar of niet?
Nu kent hij haar.
Die kinderen... Heeft hij ouders?
Het zijn wezen.
Nee, ik vraag hem of dat kind ouders heeft.
Deze hier.
Hij zegt nee. - Hij?
Wat betekent dat? - "Nee."
Hij?
Hij?
Zij?
Wacht.
Rustig. Ik neem alleen een foto, oké?
We nemen alleen foto's. Er is geen probleem.
Ik neem foto's.
Heb jij ze gefilmd?
Ja.
Mogen we jouw beelden gebruiken?
Nee.
Sorry, maar dat kan niet.
We willen ze natrekken met de kinderen.
Daar ben ik niet voor gekomen.
Ik heb geen oplossing.
Zonder jouw beelden, geen identiteitscheck.
Sorry, maar nee.
Dat is mijn werk niet.
Kleine moeite, toch?
Het is een principe. - Oh ja?
Ik snap het niet. Sorry.
En dat jij de Staatsveiligheid achter je aan hebt?
Wat? - Ja.
Waarom zei je me niets?
Ik heb niemand iets gezegd, en jou dus ook niet.
Uit angst om ongerustheid te zaaien.
En hoe kom ik nu over?
Ik hoor dat van mijn hoofdredacteur.
Hoe kom ik over? - "Ik, ik, ik."
Hou op.
Ik heb het over kinderen en jij over "ik, ik, ik".
Zijn er geen belangrijkere zaken?
Een reportage over een bandiet...
Dat verkoopt goed.
Daarvoor ben ik niet hier. - Nee. Dat weet ik niet.
Waarom ben je hier dan?
Dat zou ik willen weten.
Luc, Yves, kom! Naar de dokterspost!
Opzij. Laat me kijken.
Snel, snel, snel.
Ik ben er, ik ben er.
Heb je haar? - Ja, ik heb haar.
Help even! - Ik ben er.
Hier. Pak aan.
Heb je hem? - Ja, ja.
Er moet iemand komen! - Ik kom.
Er is er nog een.
Hij zegt dat ze op de mannen hebben geschoten.
Daarna namen ze de vrouwen mee om ze te verkrachten.
Ze sloten de kinderen op in een hut.
Die staken ze in brand.
Ze vroegen de mannen van het dorp een gat te graven.
Vijf vrouwen moesten erin.
Ze huilden.
Ze hebben ze onder het zand geschept.
Shérif wist zich te verbergen en de kinderen te bevrijden.
Daarna zijn ze hier gekomen.
Christine, bij problemen kom je me halen.
Rust wat uit.
Sommige kinderen zijn te oud, sommige gewond.
Geen idee of ze ouders hebben.
We kunnen ze naar de UNHCR brengen.
Als ze vragen gaan stellen, zitten we.
Ik breng ze niet naar de slachtbank. - Niemand...
Ja, maar ik breng ze niet... - Zeik niet!
Ik snap het niet meer.
Jullie wilden kinderen.
Stop met dat schuldgevoel.
Ze gaan niet terug naar het dorp. Dat is uitgebrand.
Goed.
Wat doen we?
Ik denk na.
We brengen ze terug naar Olafi.
Ik geef hem geld om voor ze te zorgen.
Ik zie geen andere oplossing.
Bintu.
Heeft Yassine ouders?
Een vader, een moeder? Vraag het.
Hun ouders zijn gedood door rebellen.
Het dorp is verwoest. Hij kan hem niet houden.
Wat zegt ze? - Haar man is gedood.
Hier zal haar zoon sterven.
Bij u zal hij veilig zijn.
Zeg dat we ze op één voorwaarde nemen:
als hij ze ons geeft, is dat voor 100%. Goed?
Ze kunnen ze niet bezoeken in het weeshuis.
Ze moeten weten dat ze ze nooit meer zien.
Hij vraagt waarom ze niet kunnen komen.
Dat is de voorwaarde.
Olafi, dat is de voorwaarde.
Als wij ze nemen, kunnen ze niet komen.
Dat kan niet.
En als ze erop terugkomen?
Dan brengen we ze weer terug.
Olafi...
Zeg tegen Olafi...
Dat is voor het dorp, niet voor de kinderen.
Hij bedankt u voor het redden van de kinderen.
God zegene u.
Ik heb het met Martin besproken
en we hebben specialisten gezien.
En die zeggen ons allemaal hetzelfde, namelijk...
dat het met een kind van boven de vijf lastig wordt.
En dat er risico's zijn dat...
We willen niet het risico dat ze zich niet hechten.
Ismaël is toch zeven?
Ja. Hij is zeven.
Wat bedoel je precies?
Zeven jaar... Jacques, zeven jaar is te oud.
Als hij zich niet hecht...
Dat kunnen we niet aan. We kunnen niet... Echt niet.
Het is niet fijn om te horen, maar...
Ik wil niet dat hij zich niet hecht.
Het spijt me.
We kunnen hem niet nemen. Het spijt me. Echt.
We nemen hem niet.
Ik begrijp het, dat is normaal.
Ik houd je op de hoogte van het vervolg. Goed?
Ik hoop dat jullie een gezin voor hem vinden.
Dat hopen wij ook.
Goed.
Tot snel. Tot ziens.
Tot ziens.
Ik kan zo uren doorgaan.
Een kind weigeren om zijn leeftijd.
Denken ze alleen aan zichzelf?
Hopelijk vindt iemand ze
en brengt hij ze naar een dokterspost.
Als je weet wat meisjes hier overkomt...
Dat zou ik me nooit vergeven.
Ik neem Assya en Boushra.
Roland, we kennen elkaar sinds...
Dit is niet om stoer te doen.
Het zijn twee mensen. - Ja.
Ik heb er twee thuis.
Ik weet dat Nadine het goed vindt.
Ik neem de kleintjes. Voor de anderen kan ik niets doen.
Wacht, wacht.
Zit even stil.
9,5.
Hoest eens.
Ja, goed zo. Nog een keer.
Hoesten. Hoesten.
Laura, Roland!
Zo. Kom maar hier.
Is het goed gegaan? - Ja.
Nog twee keer op en neer.
Als je beter wilt worden, moet je eten.
Eet wat.
Als jij niet wilt, eet ik het op.
Heel lekker.
Nu jij.
Proef maar. Je vindt het lekker.
Ik heb nooit ingestemd met zo'n groot vliegtuig.
Dat kan niet landen. - Ik had het gezegd.
Wat? Die landingsbaan is prima.
We hebben een Boeing gehuurd en die gaat hier landen.
Dat kan niet. - Hoezo? Waarom niet?
En een met 111 stoelen?
Wacht. Ik zoek een oplossing. Er zijn geen 100 kinderen.
Hebben we die? - Nee, meneer.
Ik heb een Boeing 737 gehuurd, en er gaat een 737 landen. Punt uit.
Je 737 kan landen. Het probleem zit in het opstijgen.
Hij moet keren. - Nou en?
De lus is te smal.
Die kun je verbreden. Roland, kun je dat oplossen?
Dat geeft problemen, vertraging...
Nee. Ik regel alles.
Als we dat doen, als we de lus verbreden,
kan de Boeing landen?
Nee. Trouwens, ik heb er niet eens een trap voor.
Ik bouw wel een trap.
Meneer, kom mee.
Kunnen we het regelen? 10.000.
20.000. - Nee. 15.000.
20.000. - Dat kan niet.
Vanwege de werkzaamheden.
Als u wilt dat uw kist landt,
moet ik niet als enige een oogje toeknijpen.
Zaterdag reserveer je de baan tussen 6 en 7 uur.
Niemand landt, niemand stijgt op.
Niets, alleen...
hij is te oud, niemand wil hem.
Nee. We kunnen hem niet anders helpen.
Welja.
Nee, we kunnen hem geen geld geven.
Dat komt bij een ander terecht.
Nee, ik ben niet moe.
Nee, ik ben niet moe.
Welja. Tot ziens.
Ik weet het niet.
Ik weet het niet.
Nee. Willen is kunnen.
Wat kan mij het schelen of hij zich zal aanpassen?
Dat is het probleem niet.
Nee, je bent er niet klaar voor.
Nee. Dat ben je niet.
Dat was je toch al niet. Nee, dat ben je niet.
Nee, je bent niet... Ja, joh. We bespreken het nog wel.
Genoeg zo. Breng ze naar het dorp.
Nee, dat doen we niet.
We gaan niet rijden voor twee kinderen.
Laat ze instappen.
Ik stijg niet op met te veel gewicht.
Het zijn maar twee kinderen.
We zijn in de rimboe, maar gaan niet aanrommelen.
Wie doet dat dan? - Niemand.
Zeg op. Wie rommelt er maar wat aan?
Niemand.
Ze stappen niet in mijn vliegtuig.
Stap in. - Nee.
Ze stappen in. - Ze stappen niet in. Stop!
Jij beslist niet, dat doe ik.
Beslis ik niet? - Nee, jij beslist niet!
Verdomme! Ik draai al een maand op voor je tripjes.
Het is mijn vliegtuig!
Maar ik betaal het!
Ik schaam me voor je. - En jij, met je smeergeld?
In alle dorpen beledig je dit land.
Bek dicht! - Ik ben klaar met je.
Ik ook met jou.
Je gaat daar naar boven.
Kijk. Dat wordt leuk.
Dat is perfect.
Wat hebben jullie de kindermeisjes gezegd?
Dat we spieroefeningen doen.
Hup, Ismaël. - Kijk. Naar boven.
Kom. Ismaël, kijk.
Wacht. Ik help hem. - Neem hem in je armen.
Kom, Ismaël. Niet bang zijn. Kom.
Je moet de ladder op. Kom maar mee.
Ismaël!
We gaan zo staan. - Laat maar.
Het geeft niet.
Dat zien we later wel.
Hij moet aan iets anders denken.
Hij zal wel klimmen. Goed. Hup!
Hij klimt er wel op.
We hebben met het hele team besloten...
om jullie te bedanken voor jullie hulp en vriendelijkheid,
hoe jullie voor de kinderen zorgen.
En alle mensen die zorgen voor de keukens, voor het kamp,
de gehele ploeg...
We willen jullie twee dagen verlof geven.
Hebben jullie echt geen hulp nodig?
Nee. We gaan het samen doen,
we gaan voor de kinderen zorgen.
We houden alleen Kaltuma en jou, Bintu.
En de dag is om 18 uur voorbij, zoals gewoonlijk,
en dan kunnen jullie naar jullie familie.
En we zien jullie maandag. - Prettig weekend.
Ismaël? Zwaai je even? Zwaai maar.
Zwaai je even? Zwaai maar.
Zo, met je hand.
Zwaai maar.
Dat is de leeuw.
Hij houdt niet van vechten. Dus gaat hij weg,
naar een land zonder oorlog.
Naar Frankrijk. Wil je met hem mee?
Wil je naar Frankrijk? Met de leeuw?
Kijk, daar gaat hij. Hup.
Wil je met me mee?
Wil je met me mee?
Ja?
Zwaai je even? Zwaai maar.
Met je hand, zo.
Bintu.
Kun je even komen?
Ga zitten.
Bintu, morgen nemen we het vliegtuig.
We gaan naar Frankrijk.
Met de kinderen.
We blijven hier geen jaren.
We hebben gelogen.
Franse gezinnen willen voor de kinderen zorgen.
Geef me de brieven.
Als de autoriteiten jou of Kaltuma vragen stellen...
Ik heb een brief geschreven als bewijs.
Zo zijn jullie niet verantwoordelijk.
Ik ben verantwoordelijk.
Ik, en verder niemand. Hè?
Goed?
Dus...
Je kunt de brief laten zien.
De huur is betaald voor de hele maand.
Jullie kunnen de gebouwen gebruiken.
We laten het medische materiaal hier.
En...
het voedsel...
en al het andere.
We zullen goed voor ze zorgen, wees gerust.
Vertrouw ons.
Jongens, jullie moeten slapen. Wat doen jullie?
Wat zeiden we nu?
Morgen wacht jullie een grote verrassing.
Nu lekker slapen.
We gaan een grote reis maken.
Hier. Iedereen een walkietalkie.
Hier, Roland.
Bedankt. - Geef dat aan Laura.
Hier.
Heeft iemand Bintu gezien? Yves? - Nee. Niet gezien.
Ga de kinderen wekken. Wek Kaltuma.
Ik ga in haar kamer kijken, oké?
Vooruit, actie.
Yves, kun jij ze nemen?
Oké. Bedankt. Het is goed.
Hebben we alles?
We kunnen afsluiten.
Toe maar. - Het is goed zo.
Kaltuma!
Wat is er aan de hand? - Waar is Bintu?
Waar is Bintu?
Is ze weg?
We laden de kinderen in en we gaan. Wegwezen.
Jacques.
Jacques.
Hier, het verband.
Zo nodig zeggen we dat ze gewond zijn.
Roland!
Er is prikkeldraad. Stop!
Hup, daar gaat ie.
Roland voor Jacques.
Zeg het maar.
Voor ons, kijk uit.
Jacques voor Roland.
Doorrijden. Zelfde snelheid.
Wat is er gaande?
Niets, Laura.
Jacques voor Roland.
Ik hoor je.
Sla af als het kan.
We moeten van deze weg af.
Ontvangen.
Verdomme.
Jacques voor Roland.
Jacques voor Roland.
Zeg het maar.
Ze keren om. We worden gevolgd.
Wat doen we?
Jacques voor alle auto's.
Als er ook maar iets gebeurt,
geen paniek.
Niemand stapt uit. Is dat duidelijk?
Niemand stapt uit.
Ik ga met ze praten.
Luc, ontvangen?
Ontvangen.
Laura, ontvangen? - Ontvangen.
We zijn een ngo. Ik heb gewonde kinderen.
Ik heb gewonde kinderen!
Ze zijn ziek.
Ik heb toestemming van het Franse leger!
Mag ik wat zeggen?
Mag ik even?
Rustig aan.
Dus zij zijn het?
Ja.
Zij hoort erbij.
Zij ook.
Hij ook.
Zij ook.
De baas.
En hij hoort erbij.
De auto's in.
Bind ze vast. Naar de gevangenis.
Ik hoor er niet bij. Ik ben journalist. Bintu!
Ik ben journalist.
Vertaling: Lidewij Dingemans voor Eclair Media
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.