All language subtitles for Maigret-Bruno-Cremer-48-Maigret-et-le-clochard-NED

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Daar is hij, Jeff. Vlug, ik zie 'm niet meer. Help me even.

Ik zie niks. Waar zie jij iemand? - Daar.

Daar is hij. - Waar?

Daar.

Ik zie niks. - Daar.

Ja, ik zie 'm.

Duw 'm naar me toe.

Ik heb 'm. In orde.

MAIGRET EN DE CLOCHARD

Wat is er? - Er lag 'n clochard in het water.

Hij kan zeker niet praten? - Hij ligt in 'n coma.

Je weet nooit van tevoren wanneer ze eruit ontwaken.

Hoe heet hij? - Voorlopig Austerlitz.

Dat is de brug waaronder hij lag. Hij had geen papieren.

Hoe oud schat u hem? - Een jaar of vijftig.

Gaat hij het redden?

Moeilijk te zeggen. Hij heeft 'n schedelbreuk.

Maar gelukkig zijn z'n hersenen niet geraakt.

Misschien brak hij z'n schedel toen hij dronken op het trottoir viel.

Hij was niet dronken.

Hij kreeg een klap met een zwaar object, 'n hamer of 'n bandenlichter.

E�n of meerdere klappen? - E�n.

Van een ruzie, dacht ik. - Hoezo?

Hij was gewond aan z'n oor en had schrammen in z'n gezicht.

Toen hij geschoren was, bekeek ik 'm eens goed.

En toen bedacht u zich? - Er zat zand in z'n wonden.

Hij werd over de grond gesleurd, denk ik.

Die ene klap wijst erop dat hij door ��n man is aangevallen.

De dader denkt dat hij dood is en trekt 'm verder over de kade...

...om 'm in de Seine te gooien.

Klinkt dat logisch? - Absoluut.

Maar waarom net 'n clochard?

Woonde hier de clochard die ze hebben opgevist?

Heb jij vannacht iets gezien?

Is hij dood? - Nog niet.

Paul Verlaine.

Bossuet, Les oraisons fun�bres.

U doet zoveel moeite. Is hij een echte dokter?

Een dokter? - Zo noemen ze 'm. Hij is geleerd.

Weet je hoe hij heet?

En hoe noemen ze jou? - L�a.

Ik ken u nog. Ik weet wie u bent.

Porte de la Chapelle, vier jaar geleden. - De kleine L�a.

Weggelopen bij je ouders in Bourges. - Bourg-en-Bresse.

Ik ben meerderjarig. U kunt niks doen.

Slaap je onder de bruggen? - Ja, maar alleen.

Soms slaap ik bij het Leger des Heils.

Waren zij er vannacht?

D�d� was bij mij. Toen die andere kwam, was de ambulance al weg.

Is D�d� je vriend? - Het zijn allemaal vrienden.

Mag ik die fles hebben? Anders wordt de wijn toch maar slecht.

Hier.

Als je iets hoort... - Dan kom ik naar u toe.

Blijf overal af.

Leg dat achteraan.

Hebt u 'm opgevist? - Met Jeff van de Zwarte Zwaan.

Gelukkig was hij nog wakker. Grappig, h�?

Wat is grappig?

Dat ze 'n clochard neerslaan en in het water gooien.

Om je te bescheuren.

Jeff Van Houtte? Commissaris Maigret. Mag ik?

Tuurlijk.

Hubert, m'n broer.

Bent u hier al lang?

Sinds gisteren. Ik wou naar de sluis van Suresnes, maar ik had motorpech.

Kende u de clochard die u hebt opgevist?

Totaal niet. - Had u 'm niet gezien onder de brug?

We letten niet op clochards.

Anneke, mijn vrouw, met onze dochter.

Bent u niet van de boot geweest? - Nee, we hebben samen gegeten.

Daarna ben ik gaan dansen. Toen ik terugkwam, vertrok de ambulance.

En ik heb aan de motor gewerkt en een lek gedicht.

Veel later dacht ik dat er 'n auto stopte bij de boot.

Dus ging u kijken?

Niet meteen. Ik was niet ongerust.

Ik hoorde 'n plons. Ik keek door het luik en zag twee mannen.

Ze renden naar de auto.

Wat voor 'n auto?

Een rode Peugeot 403.

Waar stond die auto?

Hij is via die helling gekomen. Hij stond ter hoogte van de lantaarn.

Hebt u de nummerplaat van de auto genoteerd?

Er zaten twee negens in en het nummer eindigde op 75.

Hoe laat was het? - Na middernacht.

Hij hoorde die man roepen en probeerde 'm uit het water te halen.

Ik ben in m'n sloep gesprongen. Samen hebben we 'm gered.

Witte wijn, graag.

Kent u de clochard, bijgenaamd de dokter?

Hij is toch niet dood, h�? - U weet het dus al.

Een van z'n vrienden vertelde het. - Komt hij hier wel 's?

Drinkt hij veel? - Twee liter per dag, als hij geld heeft.

Hoe komt hij eraan? - Zoals de rest, bij Les Halles.

Met sjacheren, sandwichman spelen...

Maar hem geef ik krediet. - Waarom?

Hij heeft m'n vrouw gered. - Heb je het over mij?

Denkt u dat de dokter het zal halen? - Dat moeten we afwachten.

Hoe heeft hij u gered?

Ik zat vol met eczeem. M'n gezicht was rood en opgezwollen.

Ik walgde ervan. - Maandenlang. Niks hielp.

Van m'n huisarts kreeg ik het ene stinkende zalfje na het andere.

Spuitjes, di�ten...

Nog 'n slokje op de dokter? - Nee, bedankt.

Kom, ik laat u wat zien.

Op een dag zat hij daar in dat hoekje bij de deur.

Hij keek me vreemd aan.

Ik kan u genezen, zei hij doodnormaal, alsof hij 'n glas wijn bestelde.

Dus vroeg ik 'm of hij 'n echte dokter was.

Hij had z'n beroepsvergunning nog.

Schreef hij iets voor? Stond z'n naam erbij?

Als ik me niet vergis, vroeg hij 200 francs.

Hij is zelf naar de apotheker gegaan. Ik moest poedertjes innemen.

En ik moest me 's ochtends en 's avonds wassen met gezouten water.

Geloof het of niet, maar twee maanden later was m'n huid genezen.

Heeft hij nog meer mensen genezen? - Geen idee. Hij zegt niet veel.

Heeft hij nooit over vroeger verteld? - Het verleden interesseert 'm niet.

Commissaris.

Zijn de spullen van de clochard er? - In 'n papieren zak op uw bureau.

Ze zijn nog vochtig.

Austerlitz was dokter voor hij dakloos werd.

Ik wil dat je alle apotheken in de buurt van de haven afgaat.

Twee jaar geleden vroeg hij een bereiding voor 'n huidziekte.

Hij heeft vast z'n naam gezegd. Een dakloze dokter blijft de mensen bij.

We werpen ons op de zaak. - Is het een zaak?

Hij is toch in het water gevallen? - Niet vanzelf.

Ik wil weten wie hij is.

Austerlitz kunnen we niet op z'n grafsteen zetten.

Gaat het niet om een gewone ruzie?

Zijn verwondingen wijzen niet op 'n gewone ruzie.

Battesti, spoor een rode Peugeot 403 op.

Een Parijse plaat met negens in het nummer.

Hij stond vannacht op de kade.

Wie weet is het 'n spoor.

Ik noteer de schippers hun verhaal. - En vraag waar ze naartoe gaan.

Het klinkt onbenullig, maar deze zaak laat me niet los.

Die man intrigeert me.

Dit is m'n eerste clochard. Ik laat 'm niet in de steek.

Ok�, ik heb uw verklaring. - Ik vertrek morgen.

Ik vaar naar Jusiers en daarna naar Mantes.

In Rouen los ik m'n lading.

Als u ons zoekt, we volgen de Seine.

Die zat in z'n rechterzak. Hij doet het niet meer.

Linkerzak. Hij is nog nat.

Geen tabak? - Sigarettenpeuken.

Er blijft alleen 'n papje van over.

Heb je 'n lijst gemaakt? - Hier.

Breng z'n spullen die onder de brug lagen naar het gerecht.

Chef, uw clochard heet Keller. Fran�ois Keller.

De apotheker kende 'm nog. De Orde der Geneesheren bevestigde het.

Hij was dokter in Mulhouse, in de Elzas.

Keller... Zoek uit of hij nog familie heeft in Mulhouse.

Goed, ik ga naar huis.

Bel me als er nieuws is.

Wilt u 'n wagen?

Ik ga wel te voet. Een beetje wandelen langs de Seine.

Ik heb m'n verklaring getekend. Ik vertrek morgenochtend vroeg.

Wat vervoert u? - Leisteen.

Is deze boot van u? - Van mij en Anneke.

Wat betekent Zwarte Zwaan? - Dat is Vlaams.

Bent u Belg? - Nee, maar mijn vrouw wel.

Ik werk al jaren in Belgi�, ik ben tweetalig.

Ik wil uw vrouw nog enkele vragen stellen.

Ze spreekt alleen Vlaams.

U kunt haar tolk zijn.

Als u erop staat, maar ik hou haar er liever buiten.

Ze is jong en verlegen, ziet u. En ze heeft niks gezien, ze sliep.

Hoelang bent u getrouwd?

Al twee jaar.

Dag, chef. Goed geslapen? Ik heb het adres van Mme Keller.

Is de dokter getrouwd? - Hij heeft zelfs 'n dochter.

Zijn vrouw is verhuisd. Raad waar ze woont.

In Parijs?

Op 300 meter van Keller z'n brug. - Interessant. Breng me er naartoe.

Mme Keller wacht in de salon.

Dag, commissaris. Wat is er? Hebt u slecht nieuws voor me?

Waarover gaat het?

Over uw man, Fran�ois Keller.

Gaat u zitten.

U hebt 'm dus gevonden. - Ik heb 'm niet gezocht.

Juist, waarom zou u 'm zoeken?

Iedereen is vrij om te leven zoals hij wil, niet?

Ik bel je straks, mama. - Ga je nu al?

We gaan naar de locomotieven kijken. Papa wacht in het museum op ons.

Dag, jongen. - Dag, oma.

Hebt u een hond? - Waarom vraagt u dat?

Om mee te wandelen op de kade. - Ik verafschuw honden en katten.

Ik hou alleen van vogels.

Wist u dat uw man hier was? - Ze hebben het me verteld.

Enkele jaren geleden zag een vriend hier een sandwichman...

...die op Fran�ois leek. Hij schrok toen m'n vriend hem riep.

Heeft hij met 'm gepraat? - Fran�ois negeerde hem.

Hij slaapt onder de brug van Austerlitz.

Daar kom ik bijna dagelijks voorbij. - Vreemd toeval, vindt u niet?

Waarom komt u over hem praten?

Omdat hij maandagavond gewond is geraakt, hier vlakbij.

Is het ernstig? - Hij kan er bovenop komen...

...maar hij is nog buiten bewustzijn.

Weet u zeker dat hij het is? - Zo goed als.

U moet hem komen identificeren als het verband eraf is.

Hebt u een foto van hem bewaard? - Van ons huwelijk. Hij ligt op zolder.

Ik zal 'm opsturen. - Had hij bijzondere kenmerken?

Een geboortevlek, een litteken...

Een mooie, sterke man met bruin haar. Grijze ogen.

Een litteken boven z'n linkeroog.

Ik heb 'm niet meer gezien sinds hij ons vijftien jaar geleden liet zitten.

Hij schreef dat hij wou scheiden. - Waar zat hij toen?

Het was 'n kaart uit Afrika. Hij speelde dokter Schweitzer in de jungle.

Ik vernam het jaren later bij vrienden van een Gabonese gouverneur.

Hij had er niet gevonden wat hij zocht. - Wat zocht hij?

Wist ik het maar.

Hij is 'n idealist.

Hij wou 'n ziekenhuis oprichten, ver van de beschaving. Typisch.

Hij wou geen rekenschap afleggen. Hij begon te drinken.

Het klimaat speelde 'm ook parten. Hij woonde samen met een zwarte.

Hij heeft kinderen bij haar.

In Mulhouse was hij of een heilige of een geestdriftig man.

Ik zag hem nooit.

Z'n pati�nten betaalden 'm zelden. Als ik niet ge�rfd had...

...hadden we ook op straat gestaan.

Waarom is hij weggegaan uit Mulhouse?

Door een vreselijk onrecht, Mr Maigret.

Hij wou arts in het ziekenhuis worden. Dat was 'm op het lijf geschreven.

Hij studeerde hard voor het examen. Hij was de beste kandidaat.

Maar 'n beschermeling van de grote baas kreeg de benoeming.

Maar om daarvoor alles op te geven...

Dit is m'n vader, voor hij ons in de steek liet.

Mag ik 'm lenen? U krijgt 'm terug.

Hij is toch niet dood? - Nee.

Meer wil ik niet weten.

Hebt u 'm altijd bij u?

Om me te herinneren hoe hij eruitziet. Z'n stem ben ik al vergeten.

Misschien loop ik 'm wel toevallig voorbij.

Het beangstigt me dat hij 'n clochard is. Ik wandel nooit op de kade.

Wilt u niet weten in welk ziekenhuis hij ligt?

Ik hoor niet meer in z'n leven.

Neemt u het hem kwalijk?

Hij heeft geen dag gezegd.

Ik was twaalf. M'n moeder zei dat hij op reis was.

Ik miste hem.

Mijn moeder dacht alleen aan uitgaan en feestjes.

Ook toen uw vader er nog was? - Ja, nadat ze ge�rfd had.

Het was net of we de loterij gewonnen hadden.

We woonden in 'n huisje in 'n arbeiderswijk.

En ineens zaten we in 'n herenhuis.

Met veel poeha. Dienstmeisjes, belangrijke gasten...

Parkieten. - Inderdaad.

Ik ben jong getrouwd om eraan te ontsnappen.

Mijn vader was zacht en 'n beetje droevig.

Slecht geschoren. Het prikte als hij me zoende. Ziet u dat litteken?

Dat komt door mij.

U bent er trots op.

We waren aan het wandelen op het platteland. Ik was acht jaar.

Ik wou klaprozen plukken in 'n veld. Hij duwde het prikkeldraad opzij.

Z'n voet gleed weg en hij kreeg het ijzerdraad in z'n gezicht.

Het werd 'n litteken. En zo heeft hij dan toch 'n souvenir van mij.

Dat dan wel.

Sorry dat ik te laat ben.

Mijn man, Pierre Leterrier. Commissaris Maigret.

Commissaris? Scheelt er iets?

Zoals u ziet, vormen we 'n erg hecht koppel. Pierre laat me nooit alleen.

Hebt u uw schoonvader ontmoet? - Nee, hij zat toen al in Afrika.

Daar is hij niet meer.

De vermoeide held is terug. Een nieuw hoofdstuk in de saga?

Hij is al lang terug, al jaren.

Wist jij dat? Ben je stiekem naar 'm toe gegaan?

Ben je bij hem als je thuis wegglipt?

Ik heb 'm niet meer gezien. Ik wil 'm nooit meer zien.

Is hij bij je moeder? - In het ziekenhuis.

Werkt hij daar? - Hij ligt er. Hij is geen dokter meer.

Ik denk dat uw vrouw u het een en ander moet vertellen.

Wist u niet... - Hij heeft z'n dochter verlaten.

Ik moet haar nog elke dag geruststellen.

Meer hoef ik niet te weten.

Sinds we getrouwd zijn, verdwijnt Juliette af en toe.

Onschuldige uitstapjes. Om te kijken of ik van haar hou en haar ga zoeken.

Of ik haar mee naar huis neem. Het houdt de passie in stand.

Kom, we gaan.

Kom, kinderen. - Mama huilt.

Ik doe m'n best. Ik heb geen shampoo.

Heb je het uitgezocht? - Ja.

Niemand die met hem in Bercy bivakkeerde. Zelfs Lily niet...

...die vroeger ruiter was. Zij ging enkele jaren geleden met de dokter om.

Maar ze weet niks.

Ze overwinterde in die tijd aan de kust.

Maar 'n makker kent iemand die onder dezelfde brug sliep.

Ik zal het 's vragen.

Je bent een plaatje.

De volgende.

Kies maar. Militair of zigeuner? - Zigeuner, geen kale knikker.

Ga zitten.

Hier, twee ma�skolven. Kwaliteit. - Goed zo.

Zoek in Bercy. Hier heeft niemand iets gehoord. Geen getuigen.

De smeerlap heeft 'm niet in Bercy in het water gegooid.

Ja, maar het is vreemd dat hij onder 'n andere brug sliep.

Een nieuwe plek zoeken, gezeur van andere bewoners...

Waarom is hij vertrokken? Was het er niet goed?

Ik bedoel de clochard die maandag is opgenomen.

Bent u het die 'm verzorgd heeft?

U hebt z'n verband omgedaan. Had hij 'n litteken boven z'n oog?

Nee, een oud litteken. - Er wachten twee mensen op u.

Boven z'n linkeroog? Dank u.

Wie zijn het?

De eigenaar van de rode Peugeot en z'n potige vriend die bij 'm was.

De enige rode Peugeot in Parijs? - Er waren drie mogelijke auto's.

Een staat in de garage en de andere in Cannes.

Heb je ze verhoord? - Dat laat ik liever aan u over.

Ik moet hier ook alles doen. Goed, ga ze maar halen.

Mr Guillot, verzekeringsmakelaar en Mr Hardouin, tekenaar.

Gaat u zitten, heren.

Een van beiden bezit een rode Peugeot 403?

Ik. Ik heb 'm vorige winter gekocht.

Waar woont u? - Rue de Turenne, 21.

En u, Mr Hardouin?

Ik woon in hetzelfde huis. - Een verdieping hoger.

Bent u getrouwd? - Vrijgezel.

Ik ben getrouwd en heb kinderen.

Bent u vrienden? - Heel goeie vrienden.

Kent u Mr Keller?

Wie zegt u? - Hij was dokter in Mulhouse.

Daar ben ik nooit geweest. Kent hij mij?

Vertel eens wat u maandagavond gedaan hebt.

Zoals ik al zei, ik wist niet dat het niet mocht.

Luister, vertel me precies wat u gedaan hebt.

Dan zullen we zien of het mag of niet.

Toen ik rond acht uur thuiskwam van m'n werk...

...nam m'n vrouw me even apart. Ze vertelde dat Nestor op sterven lag.

Wie is Nestor?

Zijn... hond. - Een reusachtig dier.

Hij was al enkele weken verlamd.

Ik wou 'm laten inslapen, maar mijn vrouw wou dat niet.

Nestor is bij mij gestorven.

Toen ik thuiskwam, was het bijna afgelopen.

Om de kinderen te sparen, hadden ze Nestor naar Lucien gebracht.

Ik ging snel kijken.

We hebben twee uur toegekeken hoe hij doodging.

De dierenarts was naar het theater.

Ik ging op de grond zitten.

Nestor legde z'n kop op m'n knie�n. - Hij...

Hij is om halfelf gestorven.

We wisten niet wat we met z'n overschot moesten doen.

Daarom wilden we 'm... - In de Seine gooien.

Ik haalde een aardappelzak, maar z'n poten staken eruit.

Hij was loodzwaar, h�?

De conci�rge hield de deur open. We legden 'm in m'n koffer.

Hoe laat was het? - Tien over elf.

We zagen het op de klok van de conci�rge.

En u reed naar de brug van Austerlitz? - Nee, 'n brug eerder. Die van Sully.

Een rit van vijf minuten. Er was niemand.

We gooiden de zak in het water.

Lag er verderop 'n boot?

Ja, er brandde licht binnen.

Hebt u de schipper gezien? - Nee.

Bij Austerlitz bent u niet geweest? - Nee, we bleven bij de wagen.

En daarna? - We zijn vertrokken.

Ik voelde me niet lekker. Nestor was haast familie.

Ik stelde Lucien voor om iets te gaan drinken om ons op te monteren.

Op de Place des Vosges.

Hoe laat werd het?

Even na middernacht ging het caf� dicht.

En toen ging u naar huis?

Nee, pas...

...pas later. - We zijn rond ��n uur vertrokken.

Na 'n paar glazen op de Place de la R�publique.

Bij de Seine bent u niet meer geweest. - Nee. Waarom?

Goeie vangst?

Niet slecht.

Heb je gebedeld? - Nee, ik heb iets beters.

Ik doe de draaideur open van chique tenten als mensen naar binnen gaan.

Ze geven me telkens 'n fooi. Alsof ik er werk.

Ik speel piccolo.

De dokter heeft me dat geleerd.

Geeft hij zich ook uit voor portier? - Dat is niks voor hem.

Weet u al meer? - Nee.

Ik mocht niet bij 'm in het ziekenhuis.

Denken ze dat ik de pest of cholera heb?

Is de andere boot weg?

Ze zijn vertrokken naar Mars.

Waarom zeg je dat? - Het zijn net marsmannetjes.

Zelfs de baby. Ze spreken een andere taal.

Ze spreken Vlaams. - Dat bedoel ik niet.

Ze kunnen elkaars gedachten lezen. Enkel door te glimlachen...

...sturen ze elkaar signalen.

Wie weet.

U mag de dokter wel, h�?

En jij?

Heeft hij pijn? - Nee, ze geven 'm iets kalmerends.

Ik vraag me af wat hij op z'n geweten heeft.

Hij heeft iets gedaan, opgevangen of gezien...

...waardoor iemand anders 'm wou vermoorden. Maar wat?

Enig idee?

Ik hou me overal buiten.

Hier doet iedereen z'n zin, daarom wonen we hier.

Bij m'n ouders had ik een bed en warm eten.

Maar m'n vader...

M'n vader is geen goeie kerel, dus...

Wat heeft hij je aangedaan?

Ik wil er niet over praten.

De dokter heeft 'n dochter, weet u. - Ja.

Hij woonde onder de brug van Bercy en verhuisde zonder wat te zeggen.

Na lang zoeken, vond ik 'm. Hij vertelde dat hij 'n dochter had.

Hij zegt weinig.

Zo kom ik in het reine.

Met je vader?

Weet ik niet. Met mezelf.

En hij? De dokter?

Doe ik 'm aan z'n dochter denken? Geen idee hoe ze eruitziet.

Het kan me geen bal schelen. - Ze lijkt niet op jou.

Ik trek me van niemand wat aan.

Wie weet was hij rijk in z'n vorige leven, ook al sliep hij onder 'n brug.

Misschien is hij nog altijd rijk.

Voelt u zich wat beter? Hoort u me, dokter Keller?

Kunt u zich iets herinneren van maandag?

Hij is nog verdoofd. Hij verstaat vast de helft niet van wat u zegt.

Hou het kort.

Sliep u toen u die klap kreeg?

Maigret, hoofd strafzaken van de gerechtelijke politie.

Ik zoek uit wat er gebeurd is.

Ik heb de schippers gezien die u gered hebben. En ik heb uw vrouw gezien.

En uw dochter.

Kunt u niet praten?

Beseft u dat ik tegen u praat?

U vindt het vervelend dat ik u verhoor in het bijzijn van anderen.

Door de administratieve rompslomp kon u geen kamer apart krijgen.

Als u de dader was en niet het slachtoffer...

...dan konden we het van ons budget afhalen.

Ik heb uw vrouw laten komen.

Ze moet u identificeren.

Vindt u dat vervelend?

Is hij bij bewustzijn? - Ik denk het, maar hij zegt niks.

Wat moet ik doen? Moet ik iets tegen 'm zeggen?

Herkent u hem? - Ja, hij is het.

Hij is erg veranderd, maar hij is het.

Jammer dat we elkaar in zulke omstandigheden moeten terugzien.

Kan ik iets voor je doen?

Dank u wel.

Goed. Ik hoop dat je er snel bovenop bent.

Ik heb uw bezittingen laten ophalen. De wandelwagen en wat erin zat.

Het paardje... U krijgt alles terug als u hier weg mag.

We zijn nergens aan gekomen.

En u zult ook snel een identiteitsbewijs krijgen.

Die had ik gejat. U krijgt 'm terug.

Ik had me verstopt. Hoe maakt hij het?

Hij is bij bewustzijn. - Hebt u 'm de groeten gedaan?

Ja, dat deed hem plezier. - Wat zei hij?

Niks. Hij praat niet.

Hij heeft besloten te zwijgen en dat kan hij lang volhouden.

Waarom? - Om iemand te beschermen.

Wie? - Weet ik niet.

Zijn vrouw...

Jou misschien. - Maak het even. U bent knetter.

Wat doet u hier?

Loop ik met u mee naar uw vader? - Nee, mijn man wou dit.

Ik vond dat ze 'm toch ��n keer moest zien.

Anders krijgt ze nachtmerries. Het is vast minder erg dan ze denkt.

En daarna? - Dat zie je dan wel.

Dan kijk je of je weer contact met 'm wilt. Vat de koe bij de horens.

Hem zegt het niks om mij terug te zien, snap je?

Ik wil niet weer verstoten worden.

Ik wacht in de auto. Probeert u haar te overtuigen.

Zal m'n schoonvader in de kranten staan?

Het voorval wel, maar z'n naam niet.

Prima. Het is zo al ingewikkeld genoeg.

Luister, ik heb genoeg aan mijn man.

Hij is alles voor mij: vader, geliefde, broer, vriend...

Vijand?

Ja, dat soms ook. Handig.

De enige man die telt voor mij.

Waarom bent u gekomen? - Omdat Pierre erop stond.

Hij is koppig en ik wil geen ruzie. De andere uitgang?

De deur achteraan.

Hebt u m'n moeder gezien?

Viel het haar niet te zwaar?

Ze kan wel tegen 'n stootje.

U ziet dat ik niet vraag hoe het met hem gaat.

Dat zie ik. Ik zeg het niet, het interesseert u toch niet.

Ik wil geen vod terugzien. Ik wil m'n herinneringen koesteren.

Laten we het over iets anders hebben. - Waarover?

Over uw moeder. Ik ben gek op familiesaga's.

Als hij aan malaria gestorven was, had ik 'n mooi verhaal kunnen vertellen.

U zei gisteren dat uw moeder dat geld niet verwacht had. Hoezo niet?

Was ze geen erfgename? - Mijn moeder had 'n tante.

Ze was getrouwd met 'n handelaar die ze in het ziekenhuis verzorgd had.

Hij heette Lemke.

Hij had 'n slechte reputatie. Na de oorlog vluchtten ze naar Zuid-Amerika.

Lemke was rijk geworden door met de Duitsers samen te werken.

En toen? - Op een dag vernamen we...

...dat ze met 'n vliegtuig waren neergestort.

Er waren geen overlevenden. Lemke z'n familie had moeten erven...

...maar als man en vrouw samen omkomen...

Gaan ze ervan uit dat de vrouw langer geleefd heeft.

Jullie zijn sterker dan wij.

Uw groottante erfde dus van haar man.

Haar fortuin ging naar m'n moeder, haar enige verwante.

Toen uw ouders elkaar leerden kennen, waren ze allebei arm.

In gemeenschap van goederen getrouwd.

Nee, ze zijn op huwelijkse voorwaarden getrouwd.

Weet u dat zeker? - Jawel.

De notaris zei het toen ik trouwde. Mama kan het bevestigen.

Mag ik weten hoe die notaris heet?

Meester Prigeant.

Weet u, m'n vader gaf niet om geld.

En zeker niet om die erfenis. Bezoedeld geld.

Hij zou z'n deel nooit opge�ist hebben.

Krijg ik wat tabak van u?

Ben je niet meer boos?

Waarom vermoord je 'n clochard?

Het is geen sadistische misdaad, hij heeft zich ingehouden.

U begraaft 'm al terwijl hij nog leeft. - Wat je zegt.

Een misdaad zonder slachtoffer.

Zonder moordenaar en zonder motief.

Alleen ik geef er iets om. - Zou het z'n vrouw geweest zijn?

Dat zou mij goed uitkomen, maar ze heeft geen reden om boos te zijn.

Zij heeft al het geld. - Misschien is het wraak.

Zou me verbazen. De dokter was geen vechtersbaas.

Ik snap het niet. Daar kan ik niet tegen.

U zoekt in de verkeerde richting.

U bent net zoals de rest, u zit in het andere kamp.

Wat bedoel je?

Wie onder de bruggen woont, is onzichtbaar. Maar wij zien alles.

We zien de boten voorbijkomen en herkennen de mensen.

We weten van alles over ze.

Had je die boot, de Zwarte Zwaan, al gezien?

Ja, lang geleden, toen de ouwe hier nog woonde.

De ouwe? Over wie heb je het?

De vroegere baas.

Daar knap je van op, h�?

Wil je 'n stuk appeltaart?

Graag.

Ik wil graag een stuk taart.

Wat wilt u in ruil voor het dessert? Informatie?

Als je iets weet, zeg ik niet nee.

Dit was niet nodig. Ik zou u zo ook wel geholpen hebben.

Wij snuffelen ook rond. - Ach zo.

Vertel.

We hebben nog niet veel ontdekt.

Hebt u kinderen?

Dat geluk heb ik niet.

Dat is jammer.

Waarom is dat jammer? - U zou 'n goeie vader zijn.

Dat is niet om te lachen. Ik meen het. U bent groot.

U rookt 'n pijp. Dat is fijn.

Wilt u me niet adopteren?

Mme Guillot? - Dat ben ik.

Gerechtelijke politie. Ik wil u wat vragen.

Kom binnen. Hij doet niks.

Die grote honden eten ontzettend veel. Kilo's vlees.

Met rijst en pasta. Zoals de kinderen. - Eten uw kinderen hetzelfde?

Ja, dat is handiger dan voor elk apart te koken.

Een hond is gewoon nog een kind erbij.

Ik dacht dat uw hond overleden was.

Neem me niet kwalijk, het is sterker dan mezelf.

Ik hield zoveel van Nestor.

Ik gaf 'm eten met de fles.

Maar hoe heet deze hond dan?

Nestor. Nestor junior. Hij heet ook Nestor.

Hoe lang hebt u deze hond al?

Sinds gisteren. We hebben 'm gekocht na de dood van de andere Nestor.

Wat hebt u met het kadaver gedaan?

Mijn man en onze vriend Lucien, die een verdieping hoger woont...

...hebben 'm in de auto gelegd. Het was vreselijk.

Hij paste niet helemaal in de kofferbak.

Wat hebben ze ermee gedaan?

Ze hebben 'm in de Seine gegooid. Die arme N�ness.

Waren uw man en z'n vriend laat thuis? - Heel laat.

Ik weet het omdat ik eindelijk in slaap was gevallen.

Ik weet niet hoe laat het was, maar hij liep tegen de deur.

Hij was aangeschoten, en dat gebeurt nooit. Hij drinkt niet.

Hij wou z'n verdriet verdrinken.

Zijn vrouw huilt nog steeds.

Getuigen hebben hen in de twee caf�s gezien.

Net zoals de conci�rge. Alle gegevens kloppen.

Behalve het verhaal van de bruggen.

Jeff van Houtte van de Zwarte Zwaan...

...heeft de Peugeot gezien bij de brug van Austerlitz.

Volgens hen was het de brug van Sully.

Als je niks te doen hebt, doorzoek dan de archieven.

Kijk of er twee of drie jaar geleden iets gebeurd is in Bercy.

Bij de loodsen?

Ja, of op de kades. Daar in de buurt.

Vraag me niet wat ik zoek, ik weet het niet.

Heb je het telefoonnummer van meester Prigeant in Mulhouse?

Hoezo: beroepsgeheim?

Luister, het gaat om 'n moord.

Dit is tijdverspilling.

Moet ik 'n rogatoire commissie aanvragen?

Goed, ik zal m'n best doen. - Dank u.

Als ze op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd...

...valt Mme Keller buiten verdenking.

Kent een van jullie de Seine goed?

Boven of beneden Parijs? - Beneden. Bij Poissy of nog verder.

Huwelijkse voorwaarden. - Dus toch?

Absoluut.

Mme Keller is de enige erfgename. - Jawel.

Dank u wel.

Haar kunnen we uitsluiten.

De enige erfgename. - Ze had geen reden om 'm te doden.

Ze waren hier 'n half uur geleden. Dan moeten ze nu bij Jusiers zijn.

Jeff Van Houtte. Ik moet u spreken. Leg de motor stil.

Wat is er nu weer? Denkt u dat ik zomaar kan stoppen?

Dat is gevaarlijk. - Ik moet u spreken.

Dat hebt u in Parijs al gedaan. We zijn uitgepraat.

Moet ik u laten oppakken voor 'n verhoor?

Ik moet 'n lading leveren. Duurt dit lang?

Dat weet ik nog niet.

Ik moet vanavond in Mantes zijn.

Ga uw gang. Vaar naar Mantes.

Gaat u met ons mee? - Ik heb tijd genoeg.

Jij rijdt verder met de auto.

Het was 'n rode auto, zei u. - Onmiskenbaar.

Waar was u toen u lawaai hoorde op de kade?

U was de motor aan het repareren.

Moet dit echt? U hebt me dat al gevraagd.

Ik heb m'n verklaring getekend. Lees die.

Wilt u me in de val lokken?

Ik zeg niks. Als ik me vergis, gelooft u me niet meer.

We hebben de mannen van de Peugeot gevonden.

Dan moet u ze verhoren. - Is al gebeurd.

Ze zijn niet om middernacht, maar om halftwaalf aangekomen.

Ze vergissen zich. - Het tijdstip klopt.

Om middernacht zaten ze in 'n caf�.

Binnen kunnen we rustiger praten.

Is dat uw vader? - De vader van Anneke.

Was uw vader ook schipper?

Dokwerker in Duinkerken en Antwerpen. Een hondenbaan.

Vorige keer zei u me... - Nee. Ik speel het spel niet mee.

Lees m'n verklaring na. - En als die niet blijkt te kloppen?

De twee mannen kwamen van de brug van Austerlitz, zei u.

Kijk het na.

Zij beweren dat ze niet in de buurt van uw boot geweest zijn.

Hun woord tegen het mijne.

Waarom heeft uw boot 'n Vlaamse naam?

Ze heette al zo. Ik vond het mooi en heb de naam gehouden.

Is uw broer Hubert mede-eigenaar van de boot?

Hij werkt voor u. - Zo kunt u het stellen.

Hoelang al? - Ongeveer twee jaar.

En waarom gaat hij met u mee?

Omdat ik z'n hulp nodig heb. Het is 'n grote boot.

En daarvoor?

Waarvoor?

Voor uw broer er was. Wie hielp u toen?

Niemand.

Was u matroos? - Machinist.

Wie was de baas?

Wat heeft die clochard met m'n priv�leven te maken?

Wat ik doe, gaat u niks aan.

Antwoord gewoon op mijn vragen. Het zijn louter routinevragen.

U probeert me erin te luizen. - Welnee. Ik doe m'n werk.

Ik wil de waarheid achterhalen.

De vader van Anneke was de eigenaar van de Zwarte Zwaan.

Een Vlaming.

Hoe heette hij?

Willems. Hij nam me in dienst na de dood van z'n vrouw.

Had hij geen zoon?

Hij reisde met z'n gezin en zocht iemand om 'm te helpen.

Hoe oud was Anneke toen? - Zeventien.

Hubert, vertraag voor de sluis.

Was u meteen verliefd op Anneke? - Ja, zodra ik haar zag.

Wanneer bent u getrouwd? - Een jaar later.

Wanneer is Willems gestorven? - Zes weken voor we trouwden.

Wist hij dat jullie van elkaar hielden en wilden trouwen?

Hield u het verborgen?

Stel die vraag aan uw vrouw.

Waarom? - Vooruit of ik laat 'n tolk komen.

Wat zegt ze?

We konden ons niet meer verstoppen. We moesten snel trouwen.

Wil dat zeggen dat hij het niet wist? - Ik ben toch met 'r getrouwd?

U bent na z'n dood getrouwd.

Kan ik het helpen dat hij dood is?

We komen bij de sluis. Ik moet m'n broer helpen.

U hebt niet gezegd waaraan hij gestorven is. Was hij ziek?

Nee, tenzij dronken zijn 'n ziekte is.

Heeft hij 'n delirium gehad? - Hij was zo dronken dat hij viel.

In het water? - Ja, uiteraard.

Is het in Parijs gebeurd? - Ja.

In Parijs dronk hij het meeste. - Waarom?

Hij had er 'n vriendin. Ze gingen 's nachts aan de zwier.

Weet u hoe ze heet? - Nee, en ook niet waar ze woont.

Hebt u ze nooit samen gezien? - Ik kwam ze 's tegen.

En ik zag ze een hotel binnengaan. Dat weet Anneke niet.

Er is veel wat ze niet weet.

Weet ze ook niet hoe haar vader gestorven is?

Zou u die vrouw herkennen?

Misschien.

Was ze niet bij Willems toen hij viel? - Geen idee. Ik was er niet bij.

Waar was u? - Ik lag in m'n bed.

En nu wil ik eten. Ik moet vroeg uit de veren.

Mr Hubert, komt u even.

Toen Willems stierf, kwam u erbij. - De boot lag bij de pont de Bercy.

Bercy? Was dat meteen na het ongeluk? - Twee of drie dagen later, geloof ik.

U weet zeker niks? - Over maandagavond?

Over de dood van Willems. - Jeff had me 'n telegram gestuurd.

Hubert, kom je?

Kunnen we aan tafel?

Jammer genoeg niet, Mr Van Houtte.

We praten verder in het ziekenhuis. - Houdt u mij aan?

Ik wil u confronteren met de clochard die u uit het water hebt gehaald.

Ik ken 'm niet. Hij riep om hulp en ik heb 'm gered.

Had ik 'm maar laten doodgaan.

Ik zal het hem zeggen. Dag, Battesti.

Chef. Battesti heeft het alibi van Hubert Van Houtte nagetrokken.

Hij was op het bal van de Bastille.

Maar hij is weggegaan toen 'n blond meisje 'm kwam halen.

Een blondine? - Heel jong, met lichte ogen.

Ik denk het. Ze hadden haar nog nooit gezien en kenden haar niet.

Hou 'm in de gaten.

Wanneer mag ik terugkomen? - Morgen misschien.

En anders? - Dat hangt van u af.

Stop, dit is zinloos.

Rustig of u krijgt boeien om. - Het is al goed.

Maak u geen zorgen.

Hij is ongedeerd.

Spreekt u Vlaams? Kom hier.

Waarvan bent u bang?

Bent u bang van geweld?

Toen ze u geslagen hebben?

En Jeff u verdedigde.

Waarom kwam ze u halen op het bal? - Ik heb haar niet gezien.

En wie was dat blonde meisje dan?

Bent u haar minnaar? - Echt niet. U bent gek.

Op 'n boot zijn er geen geheimen. Jeff zou door het dak gaan.

Uw dochtertje lijkt op u.

Wat hebt u die avond gezien?

U begrijpt me vast, u reist al zo lang in Frankrijk.

Had u de clochard herkend?

En zag u dat Jeff naar 'm toe ging?

Ok�, geeft niet.

Ik kom terug.

Laat broodjes en bier brengen. Komt u mee, monsieur.

Ik ben het. Ik kom niet thuis eten. - Hoe laat kom je naar huis?

Ergens in de vroege uurtjes. - Dan ga ik slapen.

Doe dat maar. Welterusten.

Iets gevonden over Bercy? - Ja en nee.

Een messengevecht in 'n loods.

En 'n ongeluk bij 'n boot. De kerel was dronken.

Welke boot?

De naam stond er niet bij. De schipper heette...

Willems?

Hoe weet u dat?

Kon u Willems zien in het water?

Ik zag 'm niet, maar hoorde iets.

Kon hij niet zwemmen?

Ja, maar hij was er niet toe in staat.

Dus sprong u in de sloep, net zoals maandag met de clochard?

Ja, maar ik kon 'm pas na tien minuten opvissen.

Was hij dood toen u 'm eruit haalde? - Dat weet ik niet. Hij zag paars.

De politie is gekomen.

Waar is het precies gebeurd?

We hadden wijn gelost in Bercy.

Een maand later bent u getrouwd.

Dat moest wel als we samen op de boot bleven.

Wie heeft het ongeluk gezien? - Alleen ik en Anneke.

Maar het was te laat, zeg ik u. - Sliepen daar geen clochards?

Ik heb niemand gezien. - Het is vreemd.

Fran�ois Keller, bijgenaamd de dokter, sliep daar in die tijd onder de brug.

Ik ken 'm niet. - Het is de man die u hebt gered.

Neem me niet kwalijk, weet u waar Fran�ois Keller is?

Hij zit daar. Hij heeft al bezoek. Zijn dochter is er.

Zijn dochter?

Ken ik jou? Wat moet je?

Ik heb geen klanten voor je.

Hoepel op. - Ik wil met u praten.

Ik ben geen priester.

Je leeft dus niet op straat.

Je hebt poen.

Ben je 'n smeris? Maatschappelijk werkster?

Toch niet. - Wat is er dan?

Niks. Ik dacht dat ik u kende, maar ik heb me vergist.

Ik denk dat ik het snap.

Het is 'n zwaar milieu, h�?

U hebt vast veel meegemaakt met sommige bazen.

En Willems was zeker geen doetje. Hij dronk.

Was hij brutaal?

U bent enkel gebleven voor Anneke.

Willems liet zien dat hij de baas was. - Hij bezat 'n mooie boot.

Hij wou niet dat z'n dochter met 'n arme schooier trouwde, of wel?

Als hij gedronken had, werd hij agressief.

Ik kan m'n mannetje staan. - Hij sloeg u niet, maar z'n dochter.

Waar of niet?

Op 'n avond betrapte hij jullie.

Hij werd razend en gooide u eruit.

Hij gaf z'n dochter ervan langs.

Dat zijn verhaaltjes. - Als ik u was, koos ik dat verhaal.

Het was 'n ongeluk.

Nu ja, 'n ongeluk. U bent 'm niet bepaald te hulp gesneld.

Tenzij het nog erger is en u hem opwachtte om 'm erin te duwen.

Volgens de politie ging het niet om moord, maar...

En u beweert van wel?

Het is de enige verklaring voor de tweede moordpoging.

Even terug naar vroeger.

U zag de clochard pas toen Willems uit het water gehaald werd.

Zo moet het gegaan zijn.

Hij kwam dichterbij.

En hij keek u aan.

Hij zei niks tegen de politie. Clochards houden zich overal buiten.

Ze hebben hun eigen idee over gerechtigheid.

Dus u trouwt met Anneke.

U wordt eigenaar van de boot.

Eindelijk gelukkig.

Ik denk dat u Bercy daarna vermeden hebt.

Fout. Ik ben er drie keer geweest.

Omdat de clochard er niet meer was.

Hij was verhuisd.

U schrok zich 'n hoedje toen hij twee jaar later ineens voor u stond.

U was bang, h�?

Hij zou altijd 'n bedreiging vormen voor u en uw gezin.

Dus duwde ik hem ook in het water?

Het was u de eerste keer gelukt.

Helaas begon deze man te roepen.

Maar u hebt 'n fout begaan. - Ja, door die man te redden.

Maar dat was niet opzettelijk.

Ach zo. Was ik aan het slaapwandelen?

De baas van de Poitou hoorde hulpkreten. U kon niet anders.

De twee mannen van de Peugeot zijn nooit bij uw boot geweest.

Die fout hebt u begaan. Ze waren verderop.

U was uw motor niet aan het maken, dan had u ze niet gezien.

U stond op de brug of op de kade.

U zag ze hun hond in het water gooien.

U hebt dat verzonnen omdat u dacht dat ik ze niet zou vinden.

Let wel, ik denk niet dat u met voorbedachten rade hebt gehandeld.

Nu beschuldigt u me al van twee misdaden.

Straks zijn het er drie of vier. U stapelt ze makkelijk op.

Kom mee.

Herkent u ze?

De twee mannen van de rode Peugeot.

Ik heb ze 's nachts op de kade gezien, dat is wat anders dan hier.

Ze beantwoorden aan uw beschrijving en ze waren op de kade.

Vertel 's wat u daar deed.

We reden tot op de kade. We namen de hond uit de auto.

Hij zat in 'n zak. - Was hij zwaar?

Zo zwaar als 'n mens. - Zat er 'n mens of 'n hond in?

Een hond. - Een hond.

Lag er 'n boot langs de kade? Liep u naar de brug van Austerlitz?

We waren bij de brug van Sully. - Deze man beweert van niet.

Zag hij ons ernaartoe lopen? - Niet echt.

Hij zag u terugkomen. - Dat is onmogelijk.

We bleven ver van de boot. - We waren bang...

Om in het water te vallen.

Hoort u dat?

Dat is ��n kant, wie weet zijn er nog meer.

Ja, er is nog 'n kant.

Kom dichterbij. Ga rechtop zitten.

Wat moet ik doen? - Herkent u 'm?

Is dit de man die ik gered heb?

Ik denk dat ik 'm herken. Hij had 'n baard.

En u, Mr Keller, herkent u hem ook?

Hij heeft u uit het water gehaald.

Hij is het ook, daar ben ik vrijwel zeker van...

...die u in de Seine heeft gegooid.

Herkent u 'm nog steeds niet?

Wilt u niks zeggen?

U weet nochtans waarom hij u heeft aangevallen.

Toen hij u terugzag, werd hij bang.

Bang dat u iets zou zeggen.

Dat weet u.

Er is geen bewijslast. U mag gaan. - Een vergissing.

Ik vergis me niet, maar ik heb geen harde bewijzen.

Ik weet zeker dat u Willems vermoord hebt.

En dat u de clochard wou opruimen.

Bedank hem maar.

Hij zit daar.

Die hebben 'n mooie jeugd.

En u? Gaat het met uw hoofd?

Het gaat wel.

Af en toe 'n beetje duizelig.

Die kinderen zullen het later niet makkelijk hebben.

Wie wel?

Je kunt niet zomaar oordelen.

Ik was opgelucht dat ik Van Houtte niet had opgepakt.

Maar ik wou toch graag weten of ik het bij het rechte eind had.

Als ik het u vertel, begrijpt u het meteen.

Ik kende die boot goed. Dat meisje liep gevaar.

Ze had blauwe plekken op haar armen en haar gezicht.

Haar vader sloeg haar.

Hij zou haar vermoord hebben.

Goed. Dank u wel...

...dokter. - Geen dank. Ik heb niks gezegd.

Ik kwam Juliette enkele weken later tegen.

Ze liep met haar kinderen in het plantsoen.

Ze wou haar vader terugzien.

Ik zei dat ze gewoon de Seine moest oversteken.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.