All language subtitles for Maigret - Bruno Cremer - 46 - Les scrupules de Maigret.NED

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish Download
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

En het is om verschillende redenen...

...dat Belgi� de Leopoldsorde uitreikt als eerbetoon...

...voor de moed en toewijding van die mannen onder ons...

...die onze bewondering en ons respect verdienen.

Ik dank al die mannen die hun land tot eer strekken.

Om te beginnen majoor Connelly uit Dublin.

Hoofdinspecteur Rasmussen uit Stockholm.

Onze vriend Schneider uit Bonn.

Commissaris Maigret, ambassadeur van de Franse Gerechtelijke Politie.

Een vriend en partner, waar onze mensen mee mochten samenwerken.

En die samenwerking is niet voorbij. We kunnen nog veel van hem leren.

MAIGRET EN DE GIFMENGSTER

- Bent u commissaris Maigret? - Ja.

Er staat iemand in de hal die u wil spreken.

- Een genodigde? - Nee, maar hij lijkt u te kennen.

Wilt u me excuseren?

Het is die meneer.

Commissaris Maigret?

Excuseert u mij, ik ben Xavier Marton, hoofdverkoper in Jouets du Roi.

Een winkel in modelbouw, vooral elektrische treintjes.

- Kunnen we hier ergens praten? - Waarover?

Over mijn dood.

Ik ben hier op bezoek. Hier heb ik geen enkele bevoegdheid.

Ik vraag alleen een kwartier van uw leven, dat is niet veel.

Komt u maar.

- Hoe wist u dat ik hier was? - De krant.

Ik heb al zoveel over u gelezen. Ze zeggen dat u...

Het ging over uw dood?

Mijn vrouw wil me vermoorden.

Ik moet u onderbreken. U bent aan het verkeerde adres.

Ga naar een politiebureau in Brussel en dien een klacht in.

Dat wil ik niet, ik wil de gerechtelijke machine niet op gang brengen.

Daarom dacht ik aan u.

Goed.

Waarom zou uw vrouw zich van u willen ontdoen?

We zijn 15 jaar getrouwd, Gis�le en ik.

We hebben nooit ruzie gehad, maar ineens gedraagt ze zich heel anders.

- In welke zin? - Ze is nerveus, agressief.

Ik denk zelfs dat ze me haat.

Dat komt wel meer voor. Maar om dan meteen aan moord te denken...

Ze krijgt van die onhebbelijkheden die ze vroeger niet had.

Ze begint te roken terwijl ze vroeger niet tegen rook kon.

Ze heeft van die rare tics. Ze steekt een sigaret aan en dooft 'm meteen.

Ze steekt een nieuwe aan en dooft 'm weer zonder eraan te trekken.

Daarin zie ik geen reden om u te vermoorden.

Ik heb ook geen bewijs, anders had ik dat eerst gezegd.

Maar al die aanwijzingen krijgen steeds meer gewicht.

Ik heb er trouwens een meegebracht, de meest verontrustende.

Er zit een monster in. Dat kunt u laten analyseren.

U zult zien dat ik gelijk heb. Mijn leven ligt in uw handen.

Maigret, ik zocht u overal. Neem me niet kwalijk.

Hebt u even? Majoor Connelly wou u graag leren kennen.

Commissaris Deruyter, hij is de juiste man voor u.

Ik wil alleen met u praten.

Ik wacht buiten op u.

- Over vijf minuten kom ik terug. - Dank u.

Hij ziet er niet goed uit. Kent u hem? Wat wil hij?

Dat zeg ik wel als ik het weet.

Als ik op het platteland ben, koop ik de krant in het dorp.

- Waar hebt u uw Engels geleerd? - Met Assimil.

- Het spijt me, ik moet iemand spreken. - Het was aangenaam kennis te maken.

Het spijt me...

- Zag u iemand naar buiten komen? - Ik heb zoveel mensen gezien.

- Hij droeg een regenjas. - Met dit weer draagt iedereen die.

- En? - Niks. Die goeie man is verdwenen.

- Dan kunt u rustig champagne drinken. - Daar krijg ik het zuur van.

Mag ik u een dienst vragen?

Kunt u de inhoud hiervan laten analyseren?

U ziet dat ik het druk heb. Maar ziet u die twee kerels daar?

Lambert en Vandermeulen escorteren die boef van u tot aan de grens.

Ze hebben geen andere opdracht. U kunt ze zolang inzetten.

Heel vriendelijk van u.

Smakelijk. Inspecteurs Lambert en Vandermeuren, neem ik aan?

- Meulen. Het is Vandermeulen. - Aha, neem me niet kwalijk.

Jacques Lambert. Tot uw dienst.

Uw baas zei dat ik u wat mocht vragen.

Kunt u de inhoud hiervan laten analyseren?

- Dringend? - Ik vertrek morgenmiddag.

Geen probleem. Dat wordt spoed.

Kamer 10, alstublieft.

Er wacht iemand op u in de salon.

- Een vreemde man? - Nee, een vrouw. Maar wel vreemd.

- Hebt u haar gevraagd wat ze wil? - Dat zou ik niet durven.

- U wacht blijkbaar op mij? - Dat klopt.

Wat kan ik voor u doen?

Me vergeven dat ik u stoor, bij u thuis, in zekere zin.

Hoe hebt u me hier gevonden?

Op het hoofdcommissariaat gaven ze me de naam van uw hotel.

Discretie alom.

Het stond in alle kranten dat u in Belgi� was.

En dat u niet lang blijft.

- Mijn man heeft u opgezocht, niet? - Uw man? Ken ik hem?

Modelbouw, zegt u dat iets?

- Elektrische treinen. - Precies.

Ik ben Mme Marton, Gis�le Marton.

Hoe wist u dat uw man mij gezien had. Heeft hij u dat verteld?

Stoort het u dat ik rook?

Nee, Xavier zei niet dat hij u gezien had, maar ik wist het gewoon.

Omdat u in Brussel was, moest hij u wel benaderen. U fascineert hem.

Heeft hij zich over mij beklaagd?

Zijn daar redenen toe?

Hij zei vast dat ik hem wilde vermoorden.

Het feit dat u zwijgt, zegt genoeg.

Xavier denkt dat hij mijn ambities in de weg staat.

Dat hij in sociaal opzicht op mijn professionele succes drukt.

- Wat is uw beroep, Mme Marton? - Luxe lingerie.

Ik verkoop en ontwerp. De catalogus van Schwob, zegt u dat niets?

Nee, het spijt me.

Wij zijn hofleverancier. Binnenkort openen we een filiaal in Parijs.

Uw man kan uw succes niet appreci�ren?

Hij heeft een complex gekregen en wordt stilaan parano�de.

Alles wat ik doe, is tegen hem. Hij moet naar een psychiater, zei ik.

- Heeft hij uw raad opgevolgd? - Hij ging naar dokter Steiner.

Een prominente arts die ik aangeraden had.

Hij heeft me niks verteld over hun gesprekken.

Maar zijn obsessie is er niet door verbeterd. Integendeel.

Bent u bang van uw man?

Ik ben niet bang van Xavier, ik ben bang voor hem.

Waarom komt u me dit allemaal vertellen?

- Ik wist niet dat u bezig was. - Ik zal u niet langer storen.

- Bedankt dat u wilde luisteren. - U gaf nog geen antwoord.

Ik wil niet dat u de verhalen van mijn man ernstig neemt. Tot ziens.

Monsieur Maigret, hij is echt ziek. Ik maak me verschrikkelijk ongerust.

Het spijt me, ik heb u kennelijk gestoord bij een prettig gesprek.

Schijn bedriegt. Waaraan heb ik zo'n laat bezoek te danken?

- Ik heb de uitslag van de analyse. - Nu al?

Hebt u die enveloppe van een grapjas gekregen?

Er zat suiker in.

Ja, stomme kristalsuiker.

Wat? Je bent gek.

Die onderscheiding komt niet aan de muur in de eetkamer.

Medailles stop je in een la.

Ik bel je als ik aangekomen ben.

Ik ook.

Dag monsieur, kan ik u helpen?

- Ik wou Mr Marton spreken. - Hij is er niet.

- Heeft hij vakantie? - Nee, hij had er al moeten zijn.

Heeft hij niet gebeld?

Is dat zijn gewoonte?

Nee, normaal is hij heel stipt. Kan ik u helpen?

Nee, het is persoonlijk.

- Hebt u zijn thuisadres? - Dat ga ik even zoeken.

- Wat is er? - Is Mr Marton niet thuis?

- Nee, hij is aan het werk. - In de winkel is hij ook niet.

Wat kan ik daaraan doen?

- Zei hij dat hij niet ging werken? - Nee, hij is gewoon vertrokken.

Goed, dank u.

Dag, meneer de commissaris.

U ging toch terug naar Parijs?

Ik heb mijn vertrek uitgesteld. Ik wou informatie over Xavier Marton.

Wie is dat?

Die kerel op het ministerie. Die er niet goed uitzag, weet u nog?

- O ja, wat is er met hem aan de hand? - Wat er met hem aan de hand is?

Hij kwam me vertellen dat zijn vrouw hem wil vermoorden.

Die enveloppe had daarmee te maken?

- En wat zat erin? - Suiker.

- Wat verwacht u nu van mij? - Dat u een onderzoek opent.

- Heeft hij een klacht ingediend? - Nee, maar ik heb een voorgevoel.

Hij was niet op zijn werk, en hij loopt bij een psychiater.

- Dat lijkt me geen reden tot onderzoek. - De mogelijke dood van een mens?

U weet best dat ik u in hoge mate bewonder.

Maar toch is er een verschil in filosofie tussen u en mij.

U gaat af op voorgevoelens, ik baseer me op de feiten.

In dit geval zie ik geen reden om iets te ondernemen.

Er is overal wel ruzie. Er zijn zoveel mensen met achtervolgingswaan.

De feiten spreken zelfs in het nadeel van die Marton.

Hij is onder psychiatrische behandeling, hij laat u suiker analyseren.

Die man heeft ze niet allemaal op een rij. Nou en?

Toch blijf ik aandringen.

De commissaris wil jullie een aantal dingen vragen.

Behalve de uitlevering van die boef hadden jullie nog geen opdracht.

Tot vrijdag staan jullie tot zijn beschikking. Maar opgepast.

- Dit is geen officieel onderzoek, dus... - Geen interventies of huiszoekingen.

- Precies. Aan de slag. Een goedendag. - Die uitlevering is dus voor vrijdag?

- Ja, vrijdag, waarom? - Ik had net een dag vrij gevraagd.

Dan moet je maar een andere dag vrij nemen.

Het komt echt slecht uit. Ik had al een maand een afspraak met de dierenarts...

- ...om mijn kat te opereren. - Zal ik u een goede raad geven?

Vraag een ambulance en twee ziekenbroeders om uw kat te brengen.

Kunnen we iets voor u doen?

Bel met spoed de lingeriewinkel Harris Schwob...

...en vraag Mme Marton of ze vandaag iets gehoord heeft van haar man.

- Is dat alles? - Bel Steiner, een psychiater.

Of Marton vandaag contact had met hem.

Hoe schrijf je dat: Steiner? - Zoals in Max Steiner, veronderstel ik.

Max Steiner?

De componist van de filmmuziek van Gone with the Wind. Ken je die niet?

Toch wel. Zo nieuw is ie nu ook weer niet.

Commissaris, iemand heeft een brief voor u gebracht.

- Die vreemde dame? - Een meneer, maar ook wel vreemd.

SORRY DAT IK ER VANDOOR GING. KOM MORGEN NAAR DE WINKEL.

Hij wilde wachten, maar ik zei dat hij misschien erg lang kon wachten.

Mooi zo.

- U weer? - Deze keer is monsieur toch thuis?

Mr Maigret, waaraan heb ik uw bezoek te danken?

Ik heb uw bericht gekregen, maar ik kwam liever nu dan morgen.

Komt u maar binnen.

U verkoopt niet alleen elektrische treinen.

Het is echt een liefhebberij.

- Indrukwekkend. - Het is een passie uit mijn kindertijd.

Lijkt me buitengewoon complex. Werkt het ook echt?

Tuurlijk. Kijk maar.

Nu we hier samen zijn, zegt u eens waarom u gisteravond verdween?

U zult het wel vreemd hebben gevonden.

U zei vijf minuten, maar ik moest naar de winkel.

- U had de portier moeten verwittigen. - Ik bied u mijn excuses aan.

Deze heb ik laten overkomen uit Neurenberg.

In Duitsland weten ze wat van modelbouw. Die lampjes, die toren.

Bij die locomotief heb ik de carrosserie gemaakt.

Op dat bord staan de nummers van iedere trein.

Mr Maigret is politiecommissaris. We troffen elkaar op het ministerie.

Jany is de zus van Gis�le, mijn vrouw.

- Wilt u een glas porto, commissaris? - Nee, maar een biertje wil ik wel.

Wilt u een demonstratie?

Waar was u naartoe, zonder iemand iets te zeggen?

Ik was bij een groothandelaar aan de andere kant van de stad.

Waarom zei u niks in de winkel?

Eigenlijk ging ik er voor mezelf naartoe.

Ik wilde geen problemen met de baas. Ik kreeg echt koopjes te zien.

Goed, nummer 1.

De sneltrein Brussel-Oostende.

Nummer 2: L'Etoile du Nord, Brussel-Parijs.

Probeer het zelf maar. Nummer 4.

De sneltrein Luik-Aix-la-Chapelle. Typische sneltrein.

Rijdt langzamer en stopt overal.

Een laatste vraag, waarom zat er suiker in de enveloppe?

Ik dacht het al.

Mijn vrouw spioneert me bij alles wat ik doe. Ze heeft de enveloppe vervalst.

Wat had u erin gestopt?

Op 'n nacht kon ik niet slapen en ik vond dat de thee zo vreemd smaakte.

Bij de afwas in de keuken vond ik een kommetje met wit poeder.

Ik proefde wat op mijn tong. Dezelfde smaak als de cognac van die avond.

- Het smaakte niet naar suiker? - Nee.

Hier, kijk.

Deze heeft ze niet gevonden.

Ze kan mijn treinstellen niet bedienen.

We hebben bezoek.

- Stel je ons niet aan elkaar voor? - Gis�le, mijn vrouw.

Commissaris Maigret. Ik heb het al over hem gehad.

- Waaraan hebben we dit te danken? - De elektrische treinen, natuurlijk.

Wat stom van mij. Heb je monsieur gevraagd om te blijven eten?

- Niet echt, maar... - U blijft toch eten, commissaris?

Moeilijk om nee te zeggen als het zo lekker ruikt.

- Zijn het Vlaamse stoofkarbonades? - Nee, het is stoemp.

- Schtoump? - Dat is typisch Belgisch.

Je spreekt het uit als stoump, maar je schrijft het op z'n Vlaams.

Stoump. Dat klinkt goed.

Is het lang geleden dat u in Belgi� was?

De laatste keer was voor een officieel onderzoek. Moord op een aak.

Een liefdesdrama. Of eerder haat. Komt vaak op hetzelfde neer.

Maar zo heb ik wel de dorpen ontdekt.

De achterkant. De dorpen staan hier altijd met hun rug naar de rivier.

Cognac voor iedereen?

Nee, dank u. Het was een heerlijke maaltijd, maar wel overvloedig.

- Koffie? - Nee.

Kruidenthee dan.

- Kamille, linde, ijzerhard? - IJzerhard.

Uitstekende kokkin, uw zus.

De arme ziel. Ze mag hier wonen in ruil voor haar talenten.

Ze werkt dus eigenlijk voor u?

Bij de Bevrijding volgde ze een soldaat naar Oklahoma. Hij liet haar zitten.

Ze waren niet eens getrouwd. U begrijpt de situatie.

- Hebt u geen last van de rook? - Helemaal niet.

Ik wilde u hetzelfde vragen.

Ze kwam terug naar Belgi�, wanhopig en berooid.

Ik stuurde haar zelfs het geld voor haar kaartje.

Je hebt overal smeerlappen. Dat zult u wel weten.

IJzerhard.

Ik neem ook maar kruidenthee.

Als het weer suiker is, mag u die kerel opsluiten.

- Is het weer dringend? - Ja.

Gisteren kreeg ik het al naar mijn hoofd, liever geen tweede keer.

Dat zijn de risico's van het vak.

Ik geef jullie een opdracht in verband hiermee.

We verdelen het werk om de familie Marton een paar dagen te schaduwen.

Excuseer mij, maar weet commissaris Deruyter ervan?

- Hij is er, hij zal het bevestigen. - Waarover gaat het?

Breng me weg, dan leg ik het wel uit, Vandermeuren.

Meulen. Vandermeulen. In het Vlaams betekent dat 'van de molen'.

Dan noem ik u Dumoulin, dat is makkelijker.

Kom je, Dumoulin?

Ja, ik ben het weer.

- Wat wilt u? - Ik wil u spreken.

- Wat wilt u weten? - Voor wie die ziekenwagen was.

Voor mijn zus.

- Is er iets met haar? - Ze voelde zich niet lekker vannacht.

- Is het ernstig? - Nee, want ze is al terug.

- Kan ik haar spreken? - Ik denk niet dat ze...

- Het is commissaris Maigret. - Laat hem binnen.

Ze voelt zich blijkbaar beter.

U kent het huis. Ga uw gang.

Ga zitten, ik kom zo beneden.

Mannen zijn allemaal kleine kinderen.

U vindt het blijkbaar erg leuk.

Als kind heb ik nooit een elektrische trein gehad.

Wat is deze keer het doel van uw komst?

- U voelde zich niet lekker? - Ja, maar u ziet het: het gaat al beter.

- U bent naar het ziekenhuis geweest. - Ik heb dit wel vaker. Het is niks.

Het kan de schtoump niet zijn. Ik had er geen last van.

Nee, dat kan het niet zijn.

Kan ik u een glas aanbieden?

Is uw man niet meegegaan naar het ziekenhuis?

Hij sliep hier, hij heeft niks gemerkt.

U slaapt apart?

Als Xavier drinkt, snurkt hij. Dan kan hij beter hier slapen.

- Houdt u van uw man, Mme Marton? - Dat is een goede vraag.

Zou u van uw vrouw houden als ze zei dat u haar wilde vermoorden?

Mag ik het bed opmaken?

Dat vraag je me toch nooit?

- Kan ik nog iets voor u doen? - Ik zal u niet langer ophouden.

- Werkt u vandaag niet? - Ik nam een dag vrij om te rusten.

Dat is verstandig.

En, wat hebt u gezien?

De verkoopster ziet er niet uit als Mme Marton. Ik denk niet dat ze er is.

- Dat weet ik. - O ja?

- Hebt u gevraagd waarom ze er niet is? - Nee, ik moest toch discreet blijven?

Prima. U kunt iets gaan eten. Ik neem het even over.

Excuseer mij, commissaris, dit is geen offici�le opdracht.

De maaltijden worden niet vergoed.

Hier, ik trakteer. Eet smakelijk, Vandermeuren.

Meulen. Vandermeulen.

- Dag monsieur, kan ik u helpen? - Ik wou graag Mme Marton spreken.

Mme Marton is er niet vandaag. Maar ik wil de baas wel roepen.

- Waarom niet, dat is een goed idee. - Ik ga hem halen.

Dag, monsieur. Harris Schwob, ik ben de eigenaar. Wat kan ik voor u doen?

Mme Marton gaf me uw adres. Is ze er niet?

Ze heeft gebeld dat ze ziek was. Wat zelden gebeurt. Ze is taai, net als ik.

Ik ben hier niet als klant. Ik ben commissaris van de Parijse recherche.

Ik begrijp het niet. Bent u een vriend van Gis�le?

Een kennis. Ik heb eerst haar man leren kennen.

Ze hebben me om hulp gevraagd bij het oplossen van een probleem.

Een klein meningsverschil dat hen dwarszit.

Het leven is niet altijd makkelijk.

Goede wil volstaat niet.

Je moet de dingen met je hart doen en vooral...

- ...met een glimlach. - Inderdaad.

Welke hoedanigheid heeft Mme Marton in uw bedrijf? Is ze uw bediende?

Ik betaal haar een salaris uit, bedoelt u dat?

Nee, ze is meer dan dat. Ze ontwerpt bepaalde modellen.

Ze kiest de collectie mee uit. Ze heeft talent, smaak, klasse en charme.

Ze stelt me meer dan tevreden. Ik zie haar meer als een partner.

U weet dat ik haar de leiding geef van ons nieuwe filiaal in Parijs?

Bent u getrouwd, Mr Schwob?

Ja, ik heb twee kinderen. Een meisje en een jongen.

- Kent u de man van Mme Marton? - Ik heb hem vier, vijf keer ontmoet.

Uit wat ze me toevertrouwt, leid ik af dat hij leeft voor zijn speelgoed.

- En Mme Marton is geen speelgoed? - Dat klopt.

Is er een andere man in haar leven? Heeft ze niks gezegd?

Ik zie maar ��n minnaar, het werk.

Zo, Lambert, u hebt zich hier fijn ge�nstalleerd.

In ons vak lukt dat zo zelden dat je de kans grijpt als die zich voordoet.

Gelijk hebt u. Is er nieuws?

Ik heb gewacht op de uitslag van wat er in de enveloppe zat.

Het is sulfaat van geconcentreerde strychnine. Rattengif.

- Kun je dat vrij kopen? - Ja, maar je moet voorzichtig zijn.

Behalve in zeer kleine hoeveelheid is het vreselijk giftig.

- En hoe gaat het met Marton? - Hij is weggegaan uit de winkel.

- U moest hem in het oog houden. - Rustig maar.

Ik ben hem gevolgd en ik ben teruggekomen voor u.

Ik heb een jongen op hem laten letten in het restaurant.

Het restaurant is vlakbij. Ik heb een plattegrond getekend. L'Esp�rance.

Ik ben de collega van de agent die je vijf francs heeft gegeven.

- Is die monsieur er nog altijd? - Ja.

Dan is je opdracht afgelopen. Je hebt goed werk geleverd.

- Wat doe je met het huis? - Dat is het probleem...

Neem ik tong of kabeljauw? Tong lijkt me een goede keuze.

Als hij vers is, en betrouwbaar.

Ja. Mag ik?

Ik merk dat in sommige restaurants hier het eten op je maag blijft liggen.

- Hebt u al nieuws van uw echtgenote? - Wat bedoelt u daarmee?

Ze voelde zich niet lekker, vannacht. Ze is naar het ziekenhuis gegaan.

- O ja, maar Gis�le heeft dat regelmatig. - 's Nachts naar het ziekenhuis?

Gis�le denkt alleen aan haar carri�re. Ze werkt aldoor en ze eet slecht.

Daar hebben de ingewanden en de maag onder te lijden. Klassiek.

Dat is heel interessant als diagnose.

Ik wil graag langer met u praten, maar mijn collega staat alleen in de winkel.

Goedemiddag.

Luncht u vaak met uw zwager?

Soms. Dat is toch niet verboden?

- Weet uw zus ervan? - Waarom?

Zoals zij Xavier behandelt, heeft hij af en toe behoefte aan geruststelling.

En u bent degene die hem geruststelt?

- Ik weet wat u denkt. - En klopt het, wat ik denk?

Nee, wij gaan niet met elkaar naar bed.

Maar daarom maakt ze het hem nog niet gemakkelijk.

Ze houden niet meer van elkaar, ze doet hatelijk en hij is bang van haar.

Zo erg dat hij mijn hulp zoekt?

Ik zei hem dat het een stom idee was, maar ik weet het niet meer zo zeker.

Gebruikt iemand van jullie rattengif?

Hebt u een beetje tijd?

Ik ga u iets laten zien.

Ik maak hier alles schoon.

Ik had dit in de kast gevonden. Ik denk dat het gevaarlijk is.

Waarom zegt u dat nu pas?

Ik dacht er pas aan toen u het over rattengif had. Dat is voor ongedierte.

- Wilt u koffie? - Waarom niet?

- U doet hier alles? - Ja.

Bof ik even. Ik werk de hele tijd thuis.

Meesteres van het huis. Dat is geen schande. U doet dat goed.

Op den duur is dat afstompend.

- Hoeveel jaar doet u dit al? - Ik weet het niet. Vijf, zes jaar.

Wat deed u vroeger?

Ik heb wat gereisd. Ik ging trouwen in Amerika.

En toen u eenmaal getrouwd was?

Het paradijs. Amerika precies zoals in de film.

Ik dacht dat het voor heel mijn leven was.

Maar het leven was kort.

Hij is ineens gestorven op zijn tractor.

Er zat een raaf op zijn schouder. Dat heeft me gealarmeerd.

Zijn ouders mochten me graag, maar toch wilde ik terug.

Mijn lieve zus ving me op. Ze was intussen getrouwd.

Wat u zegt, klopt helemaal niet met de versie van uw zus.

U moet niet alles geloven wat mijn zus vertelt.

Dat geef ik toe.

En nu neemt u het iedereen kwalijk?

Ik neem niemand iets kwalijk. Zelfs u niet.

Als iemand dit zoekt, ik neem het mee.

Kijk uit, het is erg giftig. Ik heb dat gekocht.

- Met welk doel? - Tegen de ratten.

De ratten in de winkel zijn dol op zijde.

Goed dat u ons ervan verlost. Het is een gif.

Gaat het beter met u?

Ik kom weer tot leven. Langzaam maar zeker. Tot later, Mr Maigret.

U hebt een groot huis, Mme Marton. Is dit een huurhuis?

Nee, ik heb het een jaar geleden gekocht.

Met uw salaris kunt u zich zo'n huis veroorloven?

Ik ben niet alleen bediende. Ik maak ontwerpen en ik koop de collectie in.

Mr Schwob is tevreden over mijn werk. Hij geeft me extra premies.

- Forse premies. - In verhouding met wat ik oplever.

Tevreden met mijn antwoord?

En als u naar Parijs gaat, wat doet u hier dan mee?

Dan ga ik het verkopen.

En uw man, wat gaat hij doen?

Vraag het hem. Ik ben nog nooit te weten gekomen wat hij wil.

Parijs is duur. Daar kan hij zijn treinen vast niet onderbrengen.

Dat zijn uw woorden.

- Tot ziens, Mr Maigret. - Tot ziens.

Ik ga uw heerlijke koffie toch maar overslaan. Het is later dan ik dacht.

- Wat u wilt. - Goedemiddag.

Jany, wil je eens naar boven komen?

- Wat is er? - Ik mis een onderjurk. Bevalt ie je?

- Ik geef je er toch drie per jaar? - Ik verslijt ze, net als iedereen.

- Logisch, als je ermee stofzuigt. - Dat zeg jij.

Waarom bracht je hem mee? Wat ben je van plan? Luister je?

- Als ik naar je luister, gaat het mis. - Dat is ook nieuw.

Nee, dat is niet nieuw. Je weet dat ik gelijk heb.

Dat is gevaarlijk om in huis te hebben. Honderd gram strychnine.

Daar kun je 10.000 ratten mee ombrengen, en de gastfamilie erbij.

- Maar geen reden voor een onderzoek. - Ja, hoe gaan we dat doen?

Niet loslaten, en proberen te begrijpen waarom ze elkaar gek maken.

Als we zo beginnen, moeten we alles in het oog houden.

Familieruzies vind je op iedere verdieping.

Ik wil u niet beledigen, maar waarom bijt u zich vast?

Over twee dagen hebt u wel wat anders te doen in Parijs.

Waarom bijt u zich vast in zo'n familiegeschiedenis?

Die kerel kwam mijn hulp vragen. Ik zou me schuldig voelen.

- Zo laat, is er een probleem? - Jawel.

Ik ben zelf naar u toe gekomen. Dat hoefde ik niet te doen. Stom van mij.

Waarom?

Sinds uw bezoek heb ik het gevoel dat ik de slechterik ben.

Waar is dat timide jongetje waar ik van hield? Nu ben ik bang voor hem.

Hebt u daar een reden voor?

Alvast ��n. Hij heeft een revolver. Dat zei hij zeker niet?

- Wanneer heeft u dat ontdekt? - Vanavond, hij maakte hem schoon.

En wat zei hij?

Hij ging met de revolver naar boven en daarna ontkende hij alles.

- Hebt u de revolver gezocht? - Ja, ik heb gezocht.

Toen hij weg was, doorzocht ik zijn spullen.

Ik kreeg zijn treincircuit zelfs aan de praat, waar hij alles verstopt.

Ik ben bang, begrijpt u?

Wilt u een klacht indienen?

Ik weet het niet meer.

- Kom. - Toch voel ik genegenheid voor hem.

Wilt u dat ik me persoonlijk met de zaak bemoei?

Doorzoek het huis grondig. We hebben toestemming van de eigenares.

Maak niks kapot en gooi niet te veel door de war.

- Waar zijn we naar op zoek? - Een vuurwapen. Revolver, pistool...

- Dan is het een huiszoeking. - Noem het zoals u wilt.

Dat moet de commissaris weten. We hebben nog geen offici�le opdracht.

- Ik neem de verantwoordelijkheid. - Toch moeten we de commissaris...

Maigret is verantwoordelijk. Je kunt ook in het caf� wachten. Dan zie je niks.

Wij delen de benedenverdieping. Vandermeulen, naar boven.

Er is iemand die mijn kamer doorzoekt.

We zoeken een wapen. Hebt u geen revolver gezien?

- Hier was nooit een revolver. - Van Xavier. Ik heb om hulp gevraagd.

Iedereen is geschift.

- Niks op de bovenverdieping. - Hij kan overal liggen.

Lambert. Doorzoeken jullie samen het treincircuit.

Goed, commissaris.

Die had ik al gecontroleerd.

- Hoe hebt u dat geraden? - Dat huis was er vorige keer niet.

- Waarom hebt u een revolver thuis? - Om me te verdedigen.

- Hebt u hem al lang? - Twee, drie maanden.

- Hebt u daar een vergunning voor? - U had het me maar hoeven te vragen.

Uw vrouw heeft dit wapen gezien en u hebt het ontkend.

Mijn vrouw liegt en manipuleert. Ik vraag u om hulp en zij draait alles om.

Een revolver is moeilijker te verstoppen dan rattengif.

Ik weet niet meer wie hier liegt.

Ik ben het zat. U komt met ons mee, Mr Marton.

- Legt u het uit op het commissariaat. - Waarom ik?

Omdat ik eindelijk een aanklacht heb tegen iemand in dit huis.

En die iemand bent u toevallig.

Illegaal wapenbezit. Vooruit, neem hem mee.

U hebt niet genoeg personeel om dit op te ruimen.

Het spijt me.

H� jij, waar bemoei je je mee?

- Hoezo? - Jij hebt Xavier toch verwittigd?

Had ik dat niet moeten doen? O ja, hij is mijn man niet.

- Je ziet wat ervan komt. - Helemaal niet.

Laat ons maar alleen.

Het kan geen kwaad dat u en uw vrouw even gescheiden worden.

Ik hou haar liever in de gaten.

- U bent hardnekkig. - Is het dan niet duidelijk?

Wat mij duidelijk lijkt, is dat u degene bent die gevaarlijk is. Met dit hier.

Als u vasthoudt aan die hypothetische moord, vallen er nog gewonden.

- Ik moet me toch verdedigen? - U hebt mijn hulp ingeroepen.

Ofwel neemt u het recht in eigen handen, ofwel doet u aangifte.

Dat ding is nooit gebruikt.

- Het is een nieuw stuk speelgoed. - Kom naar mijn bureau.

U hoort alleen wat u wilt horen. Ik had gezegd dat u niet mocht optreden.

En dan laat u een huis uitkammen zonder huiszoekingsbevel.

- Met toestemming van de eigenares. - Niet van haar man.

Luister, we hebben een wapen gevonden.

Het wordt tijd om een officieel onderzoek te openen.

- Of wilt u liever eerst een lijk? - Precies.

Heeft uw eigengereid optreden Marton niet aangezet tot die aankoop?

- Wat wilde u vandaag nog doen? - We hebben het wapen, dat is ok�.

We hebben Marton. Laten we hem confronteren met zijn vrouw.

Ik zorg voor iemand die ze rond de tafel krijgt.

En u denkt echt dat dat zal werken? Thuis beginnen ze gewoon opnieuw.

Dat is precies de manier om een van de twee tot moord aan te zetten.

Waarom bijt u zich zo vast in die geschiedenis?

- Laat eens in uw ziel kijken. - Er staat een leven op het spel.

Ik zou het mezelf nooit vergeven als er iets gebeurde.

Voil�, dat vindt u in mijn ziel.

- U bent een echte Samaritaan. - Een heilige, zult u bedoelen.

Ik maak je toch niet wakker?

Brugge? Daar heb ik geen tijd voor gehad.

Tegen de middag, denk ik.

Ik zei het toch, die gevangene wordt uitgeleverd.

Wat?

Hoe heb je dat zo geraden?

Het is een vreemde geschiedenis. Ik vertel het je morgen wel.

Hoe gaat het met je voorhoofdsholteontsteking?

Ja, ik ook. Een zoen van mij. Tot morgen.

Jany, weet je niet hoe laat het is?

- Wat zouden ze gegeten hebben? - En wanneer gaan ze naar bed?

- Als ze slapen. - Hoe weten we dat?

Wat doe jij als je gaat slapen? Je doet het licht uit. Zij vast ook.

Jij bent wel bijdehand.

Gis�le, je glas staat klaar.

Verdomme.

- De drijfstang is stuk. - O ja? Wat een stoute drijfstang.

Mijn arme jongen. Ik zou je zo vragen of je huiswerk al af is.

Jij hoort niet bij de grote mensen. Een echte man is ambitieus...

...slaapt met zijn vrouw, verdient geld, speelt niet met treintjes.

Op een dag zul je zo klein zijn dat je in een wagonnetje kunt.

Attentie, attentie.

De sneltrein Brussel-Keulen zal dadelijk vertrekken.

Opgelet, de deuren gaan nu dicht.

Het restaurant bevindt zich tussen het zesde en het achtste rijtuig.

Maaltijden worden geserveerd om 20.00 uur en om 21.00 uur.

Hij heeft er schik in, in zijn treintjes.

Je zou bijna mee willen doen. Heb jij zoiets als kind gehad?

Mijn vader was landbouwer. Met twaalf kreeg ik een echte tractor.

Het buffet is geopend voor alle doorgaande reizigers.

Wat heeft hij? Is hij helemaal gek geworden?

Ik wens u een aangename reis...

...voor u in de beste omstandigheden de schatten van de Ori�nt ontdekt.

De zee, de zon, een droombestaan.

Oproep aan de reizigers. Sluit het portier van binnenuit.

Maak voor niemand open.

Kijk uit voor de madonna's van de slaapwagons, hoeren van het spoor.

Mijd ze als de pest.

Als syfilis.

Wat doen ze nu?

Kom op.

Wat?

Ik wacht beneden op u.

Laat Vandermeulen daar blijven.

- Wie hebt u verwittigd? - De recherche.

Iemand is op zoek naar commissaris Deruyter.

De politiearts komt er zo aan.

- En waar zijn zij? - Op hun kamer.

Maak de deur open.

Hij is nog maar net overleden. Een half uur tot een uur geleden.

Hij heeft een dosis van weet ik veel wat binnen gekregen. Het lab vindt het wel.

- Zat u hem op de hielen? - Zo dicht als ik maar kon.

Nemen we hem mee of wilt u niet dat we ergens aankomen?

Ik wacht op de commissaris. Hij zal hem laten weghalen.

Nergens aankomen. Leg iets over 'm heen.

Waar is Deruyter?

In het theater. Hij ging naar Het Zwanenmeer.

Mag ik?

Het spijt me vreselijk. Echt waar.

En dat is niet zomaar een beleefdheidsformule.

Ik geloofde hem hoe langer hoe minder.

En toch is er een schuldige.

- Een echte. - Een vrouw.

Want het kan alleen mijn zus zijn, of ik.

Wat denkt u?

Hij was beneden. We hadden ruzie.

Ik hoorde hem tot hier.

Hij brulde als een kind dat zijn ouders op stang wil jagen.

Hij had wat gedronken.

Ik had het gevoel dat hij de controle verloor. Ik was bang.

Voor hem?

Hij was tot alles in staat.

Wilt u daarmee zeggen dat hij zelfmoord had kunnen plegen?

Dat kunnen we allemaal. Maar dat is te makkelijk.

Behalve zelfmoord zijn er nog twee mogelijkheden. Een ongeluk.

Of wat?

- Dat weet u heel goed. - Ik weet niks meer.

Ik zag hem nog net sterven. Anders had ik het u kunnen zeggen.

Wat dan?

Iedereen had het kunnen doen. De minnaar van zijn vrouw, bijvoorbeeld.

Schwob? Van de lingerie?

- En Mr Marton wist ervan? - Ja.

- En uw zus wist dat hij dat wist? - Ja.

- Waarom zei niemand iets tegen mij? - Dat moesten ze zelf doen.

Vraag Mme Marton het adres van Mr Schwob van de lingerie.

- Maken we hem nu wakker? - Wat dacht je?

- Naar het commissariaat? - Nee, hier.

Er staat een agent op wacht. Waar is dat voor?

Hou je me voor de gek? We mogen hier niet weg.

Zodat we niet kunnen ontsnappen? Waarom zouden we?

- Doe je het expres? - Waarom alle twee?

Ze denken dat jij en ik het gedaan hebben.

Ik al zeker niet. Hij was mijn man niet.

Dus heb ik hem vermoord. Waarom zou ik dat doen? Zeg het maar.

Dat is jouw zaak. Hij was in ieder geval bang van jou.

Meneer de commissaris.

- Heren, dokter. - Commissaris.

Dat is de derde keer dat ik naast Het Zwanenmeer grijp. In smoking dus.

U had het goed gezien, maar dit hoefde echt niet voor mij.

- Waar zijn de vrouw en de schoonzus? - Boven, op hun kamer.

Hebt u ze ondervraagd?

Ik heb even gepolst, maar ik dacht dat u dit graag wilde afmaken.

- U hebt er nog plezier in ook. - Nee hoor.

Mag ik u wat vragen? U weet hier meer van dan ik.

U krijgt de leiding van deze zaak tot uw vertrek.

Heren, u staat ter beschikking van commissaris Maigret.

Ik ga op het bureau de analyses en misschien vingerafdrukken bekijken.

Als u iets interessants vindt, stuur ik een paar specialisten. Succes.

Het lijk mag weg als u het niet meer nodig hebt. Ik heb het niet voor het zeggen.

Als ik mag. U moet toch eens nagaan of het geen zelfmoord kan zijn.

- Het lijkt erop, maar ik geloof het niet. - Ik laat het aan u over.

Deze kant op, Mr Schwob.

Ik volg de zaak op het bureau. U zoekt het maar uit met Maigret.

Kom mee, Mr Schwob.

Fijn dat u zo laat nog gekomen bent.

- Ik dacht dat hij me kwam arresteren. - Heeft hij het u verteld? Ga zitten.

Om dit ongelooflijke voorval op te helderen heb ik wat informatie nodig.

- Welke informatie? - Over u en Gis�le Marton.

Ik heb u alles gezegd. Het is zo klaar als een klontje.

Ze is niet alleen goed, we kunnen het ook uitstekend met elkaar vinden.

Toen ik u ontmoet heb in de winkel, zei u dat ze u meer dan tevreden stelde.

Wat houdt dat 'meer' in?

Ik ben getrouwd. Ik heb twee kinderen.

Een slippertje kan, maar mijn gezin mag u niet in gevaar brengen.

Marton blijkbaar wel.

Ze was dus niet van plan haar man te verlaten?

Absoluut niet. Het was erg prettig, zo.

Om eerlijk te zijn, kwam het me goed uit dat ze getrouwd was.

- Dat maakte dat ze niet te veel wilde. - Te veel van wat?

Te veel liefde, ambitie, forse premies?

Alles.

Ik dank u zeer. U kunt weer naar uw gezin.

Moest ik daarvoor midden in de nacht komen?

Ik wilde alleen weten hoe ver dat voor u gaat, een slippertje.

Meer is het dus niet. Welterusten.

Ik vrees dat we voor het onderzoek nog meer informatie nodig hebben.

- Wat kan ik u nog meer vertellen? - Breng Mr Schwob naar huis.

Waar gaat u naartoe?

Als de ene blijft, kan de andere toch weg? Om iets te eten te kopen.

- Hebt u geen voorraad? - Hangt ervan af voor hoe lang.

Volgens mij is er nog genoeg. En als u honger heeft, halen wij wel broodjes.

U treft het, daar weten wij alles van.

- Ik kom aflossen. Zijn ze er nog? - Voor zover ik weet.

Als het niet te indiscreet is, hebt u de zaak opgelost?

Hebt u een oplossing?

- Iedereen kan gif gebruiken. Hij ook. - Gelooft u nog altijd in zelfmoord?

Nee, maar wat zo raar is, ze gedragen zich allebei hetzelfde.

Ze zijn verdrietig, maar ook verbaasd, alsof ze het niet verwachtten.

Ik geloof niet in een samenzwering van de zussen.

- Ik dacht dat Schwob en Mme Marton... - Dat heeft u goed gedacht.

Schwob wilde zijn vrouw niet verlaten maar Marton kon het wel verklappen.

Schwobs vrouw wilde misschien dat hij Gis�le ontsloeg.

Als ik mijn redenering afmaak: Gis�le zou daarmee alles verliezen.

Schwob, het geld, Parijs, haar droom.

Ze is ambitieus genoeg om dat als motief te kunnen zien.

Dat klinkt aannemelijk.

Gis�le kon dus haar man vermoorden.

Dat kon ze inderdaad.

Mlle Jany, wilt u even komen?

Kunt u precies hetzelfde doen als wat u gisteravond deed?

De cognac was al uitgeschonken en toch schenkt u bij?

Om ze mooi gelijk te hebben. Ik hou van evenwicht.

Ga door.

- Liet u de fles op tafel staan? - Nee, die nam ik mee naar de keuken.

Ik weet het niet meer.

Doet u het gewoonlijk zo?

Zo, of op een andere manier. Meestal laat ik de fles staan.

- Maar gisteravond niet. - Ik weet het niet meer.

Laat maar, ga door.

Ik nam de glazen en liep naar Xavier.

Hij keek me niet aan, hij was verdiept in zijn treinen. Ik zette het glas neer.

Zet maar neer.

Er zijn twee plekken. Wat doe ik?

- Klopt. - Maakt niet uit. Ga door.

Ik riep mijn zus dat haar glas klaar stond.

- Gaf ze antwoord? - Ik zette haar glas op zijn vaste plek.

Vooruit, zet haar glas neer.

- En toen? - Ik liep terug naar de keuken.

Toe maar.

Mme Marton.

Legt u eens uit hoe u uw glas bent komen halen.

Kom maar.

- Hebt u uw cognac hier gedronken? - Nee, ik wilde alleen zijn.

- U ging dus naar uw kamer? - Niet meteen, we maakten ruzie.

Ik ben bij hem gaan staan, bij de tafel. Eigenlijk is het mijn schuld.

Ik had zin om hem te bespotten, te vernederen.

Ik denk dat ik heel hard voor hem was.

Hij gaf niet meteen antwoord, dus ging ik met mijn glas naar mijn kamer.

Hebt u uw glas neergezet, of hield u het vast?

Ik zette mijn glas neer en daarna nam ik het weer mee naar boven.

Weet u zeker dat u zich niet vergist heeft van glas?

De twee glazen staan vlak bij elkaar.

Waarom zou ik het zijne hebben genomen?

U nam uw glas weer op en u liep naar boven, naar uw kamer.

En u hebt uw cognac opgedronken. Ga uw gang.

Ik denk dat ik op de trap al een slok nam.

- Had hij al gedronken voor u? - Dat deed hij pas toen ik boven was.

Daarna begon hij te brullen als een stationschef.

Net alsof hij gek werd.

Daarna weet ik het niet, ik zat op mijn kamer.

- Mag ik weer naar boven? - Ja, ja.

Daarna dronk hij zijn cognac. Hij moet snel pijn hebben gekregen.

- Hij greep zich vast aan de tafel. - Er vielen wagons op de grond.

Hij begon te wankelen.

Hij botste tegen het tafeltje.

Hij gooide de vaas om, die stuk viel.

Dat lawaai hebben jullie gehoord.

En een gil. Als wij het hoorden, moeten zij het ook gehoord hebben.

Mme Marton?

- Bent u op het lawaai afgekomen? - Nee.

Mlle Jany, u kwam meteen kijken. Was u het die gilde?

Misschien.

Ik kwam niet op het geluid of de gil af.

Het was de stilte tussenin.

Ik wist meteen dat hij dood was.

Ik wist niet wat ik moest doen.

En u?

Ze bleef daar staan. Ze kwam niet eens dichterbij.

Ze begon te huilen.

- Ze kon geen vin verroeren. - Sloerie, gemene sloerie.

Waarom ben jij niet dood? Je hebt de glazen verwisseld.

Jij hebt hem vermoord. Hij was terecht bang.

Bang van jou.

U weet wat dat betekent, glazen omwisselen?

Ze zal niks zeggen. Ze kan weken aan een stuk zwijgen.

Dat deed ze als kind al.

Je geliefde vermoorden, en dan nog per vergissing.

Ik snap best dat u wanhopig bent.

Waarom had u zo'n hekel aan uw zus?

U kon weggaan met Marton. Ze was niet eens jaloers.

Was hij uw minnaar?

Was hij uw minnaar?

Dat wou hij niet.

Hij was bang van haar.

Ze had ons nooit laten gaan.

We waren te afhankelijk van haar en dat vond ze zo fijn, het vleide haar.

Waarom nam u niet zelf de beslissing zonder op Xavier te wachten?

Ik weet het niet.

Ik wel. Wat had u moeten doen zonder geld?

Het was uw zus die het geld verdiende.

Zonder haar lag u in de goot.

Zo kwam u op het idee van de levensverzekering voor het huis.

Het mooie huis dat Mr Schwob u gaf in ruil voor uw trouwe diensten.

Dat had u een flinke som opgeleverd. Een mooi begin.

Was Xavier op de hoogte?

Was Xavier het ermee eens?

Ik heb hem niks verteld.

Dat was fout, want hij dacht dat het om hem ging.

En hoe zou hij gereageerd hebben, denkt u?

Ik wilde vannacht vertrekken. Xavier zou later komen, na de formaliteiten.

- En als hij niet gekomen was? - We hielden van elkaar.

U hield van hem.

- Hij was nog altijd verliefd op uw zus. - Dat is niet waar, hij haatte haar.

Misschien, maar hij was gek op haar.

Het idee dat ze de liefde bedreef met Schwob, was ondraaglijk voor hem.

Hij hield van mij.

Denkt u dat hij van u gehouden had, na zoiets?

Waarom zegt u dat?

Omdat u een vreselijke misdaad hebt begaan.

En compleet nutteloos, als je weet wat voor iemand Mr Marton was.

Later zou hij van me gehouden hebben, dat weet ik zeker.

In Amerika kun je overal trouwen, 's nachts of overdag.

Dan was ik ook Mme Marton. Ik verdien net zoveel als zij.

Mag ik haar vergezellen?

Ja, maar daarna zal het gerecht u scheiden. Ga maar.

Rij eens wat langzamer.

Stop even.

Rij maar.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.