All language subtitles for I.tartassati.(The.Overtaxed.1959)

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Italië is het land van de zon, de muziek en de monumenten.

Elke stad telt vele paleizen.

De architectuur roept de geest op van 't glorieuze verleden...

...en is wereldberoemd.

Maar er zijn ook gebouwen die niemand waardeert.

Men bekijkt ze niet en gaat er ook niet binnen.

belastingdienst

Maar dankzij belastingen functioneert het openbaar vervoer perfect...

...worden openbare wegen zeer goed onderhouden...

...en zijn de wetsdienaren waakzaam en actief.

Om u te beschermen tegen overijver van de overheid...

...is een nieuw beroep geboren.

Hector Curto fiscaal adviseur

Komt in orde. Als u wilt, kom ik bij u langs. Om te lunchen, ja.

Als u zo kijkt, zult u de man niet vermurwen.

M'n leven is een grote nachtmerrie. - Word dan wakker.

Hoe nu verder? - Het komt wel goed.

En hoe moet het met m'n villa? - Welke villa?

Die ik net heb gekocht.

O ja, neem me niet kwalijk. Uw naam? - Bianchi.

En uw voornaam'? - Gaston.

Hoor eens, u hoeft alleen aan uzelf te denken. Ik heb zoveel klanten.

Bianchi.

En? - Gaston.

Hier is uw dossier.

Laten we de feiten samenvatten. Die villa kostte me 40 miljoen.

De fiscus zal willen weten waar dat geld vandaan komt.

Hoe kan ik al dat geld verklaren? Ik heb er nooit belasting over betaald.

Heel eenvoudig. Bent u getrouwd? Mooi zo.

Staat de villa op naam van uw vrouw? - Natuurlijk.

Dan is de villa dus van haar.

Waar haalt zij 40 miljoen vandaan? - Niet uit uw zak.

Maar ook niet uit die van de buurman. - Precies.

Alstublieft, laten we wel serieus blijven.

Is uw vrouw aantrekkelijk? - Absoluut. Hoezo?

Dan was u niet de koper van de villa, maar een ander.

Wie? - 'n Vriend.

Een vriend van mij? - Nee, van uw vrouw.

Heeft 'n vriend haar dat geld gegeven? - Dat zeggen we tegen de fiscus.

Maar dan heb ik geen geld voor ze. - Precies. Hoorns zijn niet belastbaar.

Nee, de vrouw van Caesar moet boven elke verdenking staan.

De staat bedriegen is veel erger dan je man bedriegen. Geloof me.

Hallo, spreek ik met Mr Curto? Hallo.

U spreekt met Mr Pezzella.

M'n beste Pezzella. Zeg het maar.

M'n beste adviseur, ik heb een verrassing voor u.

Over uw belasting? - Ja, ze gaan akkoord met onze cijfers.

Maar natuurlijk. Vanzelfsprekend. Momentje.

Mr Pezzella is een gelukkig man sinds hij mijn cliënt is.

Ja, hallo? Ik ben dolblij.

Dus nu hoef ik alleen nog maar te wachten op...

Nee, ik wacht op...

Even geduld. Ik heb gedaan wat ik moest doen. Het komt er aan.

Een kus voor de kleine, een kus... groet voor uw vrouw en tot spoedig.

Zo, dat is gebeurd.

Maria. Monsieur?

Ik heb een dringende boodschap.

Voor Curto. Je weet waar z'n kantoor is?

Geef hem deze envelop met 100.000 lire erin.

Zal ik het doen, pa?

Ik ga jou geen geld geven. Dan is het zo op. Alsjeblieft.

En hier nog 5000 lire. Ga op de terugweg langs de kerk.

Steek daar een grote kaars voor me op. Dat brengt geluk.

fiscale opsporingsdienst

U moet me even helpen met het dossier Pezzella.

Er moet een briefje bij zitten. Dat meende ik vanmorgen te zien.

De cijfers van de declaraties lijken niet te kloppen.

Te veel geld voor pr. - Laat natrekken.

Door een deskundige. - Ik stuur Topponi.

Gespecialiseerd in warenhuizen. - Goed idee.

Waar is het? - Daar.

Maar één etage? - Ja.

Geen filiaal? - Nee.

Aan de overkant is een bushalte en aan deze kant een taxistandplaats.

Luxe winkel met verchroomde etalages en zijden vitrages.

Kijk eens hoeveel hij betaalt. Inclusief belasting en alles.

Veertig. - Veertig, poeh.

Wat een peulenschil. Kom mee.

Dat is dan 66.000 lire.

67, 68, 69, 70.000. Ik kom zo. - Doet u vooral rustig aan.

Ik kijk vast wat rond. - Ik ben zo bij u.

En vergeet onze loterij niet. U kunt een gabardine winnen.

Niet vergeten dus. Tot ziens en bedankt.

Geloof me, dames, het is een scherpe prijs.

Ik vind 't duur. - Het is kwaliteit.

We verkopen er per dag wel twintig. Nee, echt.

Hoeveel is 24 maal 9? - 634.

Dat is veel geld. 24 maal 9 is... Nou? - Dat is 216.

Zo is het.

Is er iets naar uw gading? - Het is me allemaal te duur.

We verkopen nu eenmaal luxeartikelen. En onze prêt-à-porter is erg in trek.

Dat zou je aan de etalages niet zeggen. - Alles is met liefde gemaakt.

Behalve de buitenkant.

Uw etalage suggereerde iets anders. - Ik heb geen fraaie etalages.

Geen neonverlichting.

En waarom heeft u die niet?

Zal ik u zeggen waarom? - Graag.

U bent bang voor de fiscus.

Vertel eens, bent u zelf ook ondernemer?

Zie ik er zo uit? - Nee.

U weet hoe die lui zijn.

Ze gaan je gangen na waar ze kunnen. U kent hun methodes.

Ze zien een mooie etalage en stappen bij je binnen.

Ze vragen of de zaken goed gaan en horen je uit.

Je vertelt dat je goed verdient...

...en neemt ze in vertrouwen.

En dan halen ze hun kaartje uit hun zak. - Ja, zo gaat dat. Alstublieft.

Nee, lees het even. Lees het even goed.

Uw kaartje? Als u dat graag wilt.

O, wat grappig. Bent u dat? - Ja.

Maar veel jonger en zonder snor.

Zonder snor. - Lees wat er slaat.

Wat er staat? - Er staat ook tekst op.

Inspecteur Topponi. - Inderdaad.

Van de fiscale opsporingsdienst.

Waar kan ik de directie vinden? - Waar wilt u heen?

Naar de directiekamer.

Is dat die kant op? - Ja.

Het spijt me zeer. - Ja, mij ook.

Bardi.

Bardi.

Geneer u niet. Trek gerust alles na.

Ik zorg er altijd voor dat m'n boekhouding in orde is.

Als u iets vindt wat niet klopt, moet u het zeggen. Dan zwaait er wat.

Groot gelijk. Want in dat geval betaalt u een fikse boete.

Dat moet dan maar.

Is daar een grote kans op?

Dat hangt van u af.

Nee, van uw boekhouding. Ik kan er niets aan doen.

Wat is er? - Die persoon is aan de lijn.

Ik kom. Excuseert u me heel even.

Doe vooral alsof u thuis bent.

De fiscale opsporingsdienst is hier.

Zijn ze daar? Ach, zijn ze er? Mooi zo.

En, hoe gaat het met ze? Dat is goed nieuws.

Zit niet te raaskallen. Hoort u me niet?

De fiscale opsporingsdienst is hier. De fiscus.

Ik heb het begrepen. Daar hebben we het een andere keer wel over. Niet nu.

Maar u moet meteen komen. Ze zitten in m'n kantoor. Wat moet ik doen?

Luister, doe het volgende.

Wees beminnelijk en vol begrip. En rek tijd.

Begrepen.

Op dit moment ben ik bezet, maar ik beloof u dat ik vanavond kom dineren.

Ziezo. Eind goed, al goed.

Nee, dank je. - Maar...

Na dat bezoek krijg ik geen hap door m'n keel.

Ik zie het probleem niet. - Rustig. Kijk naar mij, de rust zelve.

Vind je het gek? Jij hebt alleen je auto aan je hoofd en je uitjes en de meiden.

Dat is de leeftijd. - Dat is waar. Maar ik werkte toen al.

En hard ook. - Dat weten we. Kom, ik dien wel op.

Zorg voor de kaas en het fruit. Ik roep je wel.

Moet zij weten dat je vroeger als Turk op straat ventte?

Niet als Turk. Het waren geen tapijten. - Je weet best wat ik bedoel.

Vind je dat vervelend?

Nou, straks kan ik wel tapijten gaan verkopen. Met een fez op.

Overdrijf niet zo. Bewaar die dossiers dan hier als ze zo belangrijk zijn.

Dat kan niet. Die papieren moeten op kantoor blijven.

Facturen, betalingsbewijzen.

Ik mag het toch wel vragen?

De wet moet gewoon veranderen.

Ik versta u niet.

Ze hebben andere problemen. - U vergist zich.

De afgevaardigden zouden iets aan die vreselijke belastingen moeten doen.

Vraag het St. Augustin maar.

Heb je me daarom naar hem vernoemd?

Je zou trots moeten zijn op die naam.

St. Augustin zei dat, als de belasting te hoog is, je niet hoeft te betalen.

Ik heb dus 'n gerust geweten...

...en ga door op de ingeslagen weg. Wat vindt u?

Ik ga niet platzak naar het paradijs.

Het duizelt me een beetje. Schenk me gerust nog eens bij.

Hij is zo dronken als een tor. Niet zoveel drinken, dat is slecht.

Kom, ga met me mee.

Het is genoeg geweest. Ga zitten.

Beste raadsman, vertel me eens hoe ik het moet aanpakken met die inspecteur.

Dat is 'n makkie. U raakte in de war, omdat ik er niet was. Logisch.

Ik weet het. Maar zeg nu eens wat ik moet doen.

Hebt u vertrouwen in mij? - Natuurlijk.

Laat het dan maar aan mij over.

Morgen ga ik, de specialist persoonlijk naar uw inspecteur.

En dan komt alles weer in orde. Ziezo. Tevreden?

Ja, heel tevreden.

Wilt u een tabletje? - Nee, geen tabletje.

Pardon. - Wat is er?

Hebt u dit gezien? Kijk er eens even naar.

Dat is dus uw beroemde adviseur? - Meer dan beroemd.

U overdrijft een beetje.

Niet zo bescheiden. Nogmaals: Hij is geweldig, echt geweldig.

Dat gaat me nog geld kosten.

Wees maar niet bezorgd. We weten hoeveel u verdient.

Ik werk met ondernemers en zoals u weet zijn die niet echt vrijgevig.

Over mij hebt u anders niets te klagen.

Hij geeft me niet veel, maar vanuit een goed hart.

En dat is ook heel wat waard. Hij is een humaan mens.

Trouwens, ik verdien heel weinig. En alles is legaal.

Mag ik even? Was dit legaal? Bekijk die factuur eens goed.

Wat is dit hier? Wat is dit? Wat moet dat betekenen?

U weet heel goed wat dat moet betekenen.

Overtreding van artikel 380 wat betreft de omzet.

U telt op wat moet worden afgetrokken en andersom. Begrijpt u wat ik zeg?

Nee, niet echt. Herhaal het eens.

Het betreft hier declaraties die veel te hoog zijn.

Tien procent te hoog.

En dan ook nog eens twintig erbovenop.

Laat mij maar. Het is eenvoudig.

U hebt 20 procent belasting eerst toegevoegd en later weer afgetrokken.

Hier, moet u nou zien. U betaalt 20 procent meer.

Zo ontstaat 'n verkeerd beeld.

Genoeg. Ik snap het al.

Mag ik hem even onder vier ogen spreken?

Ik heb hem iets te zeggen. - Ga uw gang.

Kom mee. - Mag ik?

Kom mee.

Hier blijven staan.

Doe nu uw handen voor uw ogen. Heel goed.

Ik ga u een verrassing bereiden. - Handen zo houden? Begrepen.

Bent u er klaar voor'? Eén, twee...

Met u valt er altijd te lachen.

Ga weg. Ga weg of ik rijg u aan de spiets.

Maar waarom? - Moet u dat nog vragen?

Wie zit er met de gebakken peren, u of ik?

Ik ben slechts uw adviseur. - En wat voor een.

Ik ben geruïneerd. Van die lui kom ik echt niet af.

Zal ik u eens wat zeggen? U bent dom. - Dom, ik?

Dom als het om de fiscus gaat.

Snapt u 't niet? - Nee.

Dit is m'n gewone tactiek. - Wat? Uw tactiek?

Een geniale tactiek. Moet ik daarvan afwijken?

Graag. Dankzij die tactiek gaan ze mij straks verhoren.

Zie het genuanceerder. Je moet je soms dommer voor durven doen dan je bent.

Hoe dan ook, ik ben nu de enige die u nog kan redden.

O ja? Weet u dat zeker'?

Is het nog niet te laat?

Ze wachten op ons. Kom mee.

De regenjassen lopen goed.

Dom, hè? - Wat de fiscus betreft.

Je moet mensen niet en gros kopen, maar en detail.

Denkt u dat onze man onder vier ogen beïnvloedbaar zal zijn?

Zeker, maar we moeten het voorzichtig aanpakken, hem eerst peilen.

Hem peilen? Hoe pakken we dat aan? - Simpel. Met geld.

En heel goed idee. - Kijk eens.

Is hij het? - Nee.

Het begint te regenen. - Nou en?

Nou en? Wat gebeurt er als hij weggaat?

Dan wordt hij nat. - Nee. Ziet u wel dat u dom bent.

Wat de fiscus betreft. - Hij wordt niet nat in een regenjas.

Die hebben we hier. Goed idee. - En u eist er geen betaling voor.

Hij brengt hem niet terug. - Dan verhoogt u de dosis.

Twee regenjassen.

Nee, iets anders. - Iets anders. Wat slim.

Kan ik u helpen? - Mr Topponi was z'n paraplu vergeten.

En u bent? - Ik ben z'n dochter.

Z'n dochter.

Staat u erop hem die te geven? - Het regent hard.

Hij belde en vroeg erom.

In dat geval... Gaat u even zitten. Ik breng u zo naar hem toe.

Het is afgelopen. Wat moeten we nu doen?

Geld kom ik vaak te kort, maar aan goede ideeën geen gebrek.

Wat zegt u van een klein cadeautje? - Voor u?

Voor wie dan? - Voor Toppini. Bij hem thuis.

Maar we hebben z'n adres niet.

De telefoongids. - Goed idee. Vooruit.

Nee, zij niet. Niet waar pa bij is.

Je zou het eerste meisje dat binnenkwam versieren.

Als je nu terugkrabbelt, neem ik drie overhemden mee.

Goed dan. Maar ik heb nog tot zondag.

Bedankt. Maar ga nu maar. Het is al laat.

Wilt u niet dat ik wacht? - Als u met haar mee wilt...

U hebt geen idee hoeveel werk ik hier nog aan heb.

U bent aan het eind van uw Latijn. Zeg uw vader dat hij te hard werkt.

Hij luistert toch niet. - Mama moet niet ongerust zijn...

...als ik laat ben. Misschien moet ik het eten overslaan.

We kijken tv. Maak het niet laat.

Misschien kan ik vanavond ook wel niet komen.

Ik loop even met u mee.

Neem me niet kwalijk, mademoiselle. Weet u waar de ambassade is?

Welke ambassade? - De Amerikaanse ambassade.

Die is op de Via Veneto.

Ik kan hier niets goed vinden. Wilt u meerijden?

Nee, ik ken u niet. - Ik ben serieus. M'n vader is pastor.

Pardon? - M'n vader is een protestantse pastoor.

Bestaan die?

Ik ben een goede, serieuze jongen met een uitstekende opleiding.

Dat is mijn Vespa, kaffer.

Kun je niet uitkijken? Ach, loop toch heen.

Je hebt alles verpest. - Hij doet het vast nog.

Ja, maar nu is zij weg.

Dus u gaat niet naar huis vanavond? - Jawel, hoezo?

Dat zei u uw dochter.

Dat zei ik alleen maar om geen tv te hoeven kijken.

We kijken namelijk niet thuis. - O nee?

Wij hebben geen tv. We kijken bij 'n vriend.

Kijkt u graag? - Ach, wat zal ik zeggen?

Sommige uitzendingen over vissen. - Ik ben ook gek op vissen.

Opvissen en op jagen. We konden broers zijn.

Waarom hebt u geen tv? - Ach...

Het zou u afleiden. - Precies.

Ik zie dat u op 25 september 25 paren skischoenen hebt gekocht.

Wees niet boos. Het was een lolletje.

Nou, speel dan maar elders voor idioot.

Ik ben Amerikaan, geen idioot. - En ik ben 'm gesmeerd.

Mag ik u gezelschap houden? - Dat mag.

Ik pak even m'n Vesta. - Ik woon daar. Tot ziens.

Woont ze daar? - Ja. Waarom vraagt u dat?

Ik wil gewoon weten waar ze woont.

Zo'n jonge meid op uw leeftijd? - Waar zie je me voor aan?

Wie volgde haar? Jij. Dat heb ik zelf gezien. Jij volgde haar.

Het is de dochter van de inspecteur. - Nou en? Wat gaat dat u aan?

Denk aan je vader en aan mij. - Zeg het niet tegen hem.

Onder één voorwaarde. - Nou?

Ik ben degene die haar adres, dat van de inspecteur, heeft gevonden.

Akkoord. - Ik.

Goed. Maar ik hoop dat u uw mond houdt wat betreft het meisje.

Laura. - Hallo, tante.

Kom binnen.

Hoe is het? - Gaat wel.

Wat leuk. Wat brengt je hier?

Ik bracht een jongen op een dwaalspoor.

Erneste, Laura is er.

Erneste, Laura is op bezoek.

Hallo. - Ga zitten, liefje.

Ik dacht al dat je vergeten was waar we wonen.

Piazza Navone 35. Uitstekend, m'n beste raadsman.

U hebt me een dienst bewezen die minstens 10.000 lire waard is.

Wilt u 't niet aannemen? Ook goed.

Denkt u dat ik het zomaar even heb opgezocht?

Dit adres is belangrijker voor u dan de plannen voor een atoombom.

Ik dacht meer in de lichting van, zeg 30.000.

Zo goed?

Nu even serieus. We moeten een televisie bij hem laten bezorgen.

U moet hem uitkiezen. Zo groot mogelijk. Een scherm van 22, 40, 80 cm breed.

Hij moet vanavond bij hem worden bezorgd.

U blijft een domkop.

Wat de fiscus betreft. - Geef hem aan z'n vrouw.

Je moet de vrouw een cadeau geven waar de man wat aan heeft. Altijd.

Altijd.

Nee, voor die tv zorg ik zelf. Gaat het?

Goedenavond. Dit toestel is voor u. - Voor mij?

Madame Topponi? - Ja. Van wie is hij?

Geen idee, maar hij is betaald. - In dat geval bent u welkom.

Er is een cadeau voor me bezorgd. Hierheen. Zet daar maar neer.

Op dat tafeltje.

Daar, ja. - Wat is dat?

Hij brandt, maar vat geen vlam. Het is een tv.

Gaan we geestig doen? Wij zijn geen idioten.

Zeg op, wie heeft dit ding gestuurd? - Ik weet van niks. Bel de zaak.

Hij wordt nog voor u ingesteld.

Magda. - Doe de deur dicht.

Kom eens hier. Weet jij hiervan? Waarvan?

Van al die cadeaus. Wat moet ik daarvan denken?

Kijk uit, klootzak.

Goedemorgen, inspecteur. Mooi weertje.

U bent de eerste klant vandaag.

Mooi. Ga het kantoor even openmaken.

Mag ik zo een telefoontje plegen? - Bedien uzelf. Ga toch zitten.

Neemt u plaats.

Maar ik betaal er wel voor. - Laat maar zitten.

Nee, het is beter zo. - Ik wil het niet.

Toe, neem het nou aan. - Nee, ik wil het niet.

Ik sta erop. Geef het aan de armen.

Arme ik. Als u eens wist hoe ongelukkig ik ben.

Luister, hier schiet u echt niks mee op.

Helemaal niks.

Weet u hoe ik over u denk?

Ja, maar zeg het niet, want dan arresteer ik u.

Maar wat beeldt u zich in? Weet u wat ik voel?

Bewondering. U bent een serieus en scrupuleus man.

En, al zeg ik het zelf, dat ben ik ook.

En verder ben ik discreet. Ik zwijg als het graf.

Wees eens duidelijk. Wat wilt u daarmee zeggen?

Het is maar 'n gebaar. - Dat denk ik niet.

Ik hou niet van raadsels.

Was u gisteren blij met uw tv? - Ach ja, best wel.

M'n vrouw wat minder.

Je moet niet te veel eisen en blij zijn met wat je krijgt.

Dus u bent er wel blij mee? - Ja, hoor.

En uw vrouw? - Ach ja, m'n vrouw.

Die is er niet dol op. Haar ogen worden moe van het kijken.

En ze weet nuttiger dingen te doen.

Ze had liever wat anders gekregen. - Wat dan?

Raad eens.

Ze wil een koelkast.

Ze heeft kuren.

Monsieur? - Alweer?

Ja. Een koelkast.

Ik heb niks besteld. Wat is dit?

Goedemorgen. - Krijg ik hiermee 75 procent koning?

De prospectus is van ons, maar 't is maar 10 procent.

Het cijfer is met de hand veranderd. Een grap.

Wat sta je nou te kletsen? Maak dat je wegkomt.

Mijn excuses. U bent toch madame Topponi?

De bon is geldig. We geven onze beste klanten inderdaad 75 procent korting.

Op alle artikelen. Kiest u maar uit. - Wat leuk.

Een vreemde houding voor 'n ondernemer.

Je moet elkaar helpen. Kies maar uit.

Ik wil wel wat pull-overs zien.

Wat sjaals. Een rood mantelpakje.

Alles van de beste kwaliteit. Haal de pull-overs eens.

Weet u wat die artikelen waard zijn?

We verkopen ze voor 18.500 lire. In dit geval, met korting, wordt dat?

Weet u dat niet? Ik ook niet. Ik reken het wel even uit.

Dat is dan...

...4625 lire. Per stuk, natuurlijk. - Niet te geloven.

We hebben ook herenkleding. Voor uw man.

Die verdient het niet. U moest eens weten.

Hij verpest alles. Ik weet het. Ach, ik zeg maar wat.

Mr Pezzella, kunt u even komen?

Ik kom al. Excuseer me even. Doe of u thuis bent en kies maar uit.

Zeg het eens, beste inspecteur. - Kunt u mij dit even uitleggen?

Kijk. Kijk eens wie daar is.

Hallo, Fabio. - Fabio?

Wat doe jij hier?

Madame is hierom een cadeau te kopen voor haar geliefde man.

Ja, dat zal wel.

Pardon.

Vreemd. - De natuurlijkste zaak ter wereld.

Heeft m'n man u niet gebeld? - Zeg tegen hem...

Wacht even. Momentje.

Haar man? Gaat me dat niet aan?

Bent u niet de man van madame?

Wie is dan de man van deze dame?

Ze is de vrouw van m'n broer.

Wat kan u dat schelen? - Ik zei: aha. Ter bevestiging.

Luister. Leg mij eens uit waarom je hier je inkopen doet.

Kijk, deze prospectus lag gisteren in de bus.

Ik ken dat handschrift. Het is van u. Nee, dat andere.

Ze lijken op elkaar. Ja, het mijne. - Geef het eens aan mij.

Verzamelt u briefjes?

Luister, Mr Pezzella. U dacht dus dat zij mijn vrouw was.

U hebt haar een Kortingskaart van 75 procent gestuurd?

Nee, ik dacht niet dat zij uw vrouw was. Alle klanten hebben zo'n kaart gekregen.

Dit gaat de perken te buiten.

Dat telefoontje ging nog, maar dit is corruptie.

En ook een strafrechtelijk delict.

Dat kan u tot 2 jaar kosten.

U overdrijft vast Meent u dat? - Zeker.

Dat ontbrak er nog maar aan. Maar waarom?

Die korting geldt niet alleen voor uw vrouw.

Die geldt voor alle klanten. - Doet u zoiets elke dag?

Eén dag per week. Op vrijdag.

Wat is 't? - Vrijdag.

De dag van de koningen dus.

Monsieur, zou u even kunnen komen? - Ja, ik kom al. Ogenblikje.

Wat is er? - Mevrouw wil hier 35.000 voor geven.

Wat is de eigenlijke prijs? - 40.000.

Het spijt me, dat kan niet.

Kan het echt niet? Vorige week kreeg ik 15 procent korting.

Vorige week? Maar niet op vrijdag.

Een kleine korting dan?

Dat kan niet vandaag. - En zo is het.

Vandaag geldt een korting van 75 procent.

Ik verzin het niet, u zei het zelf. Elke vrijdag een korting van 75 procent.

U vergeet iets. Dat geldt voor m'n klanten en deze dame is geen klant.

Pardon? - Misschien elders wel. Maar hier niet.

Ik ben een van uw trouwste klanten. - Luister.

Ik lijd niet graag gezichtsverlies. - Ik lijd zoveel verlies.

Trek niet zo'n gezicht. - Ik heb geen ander.

Jammer, dat had wellicht gescheeld.

Gaat u me hoger aanslaan? - Dat kan wachten.

Wat betreft die bon van madame Topponi...

...die bewaar ik. - U doet maar.

We praten hier nog over.

Ik kom tegemoet aan al uw wensen. De korting geldt voor iedereen.

Ook voor madame hier. Inspecteur...

Dan is het 10.000.

75 procent korting? Echt?

Voor alle klanten. Alleen op vrijdag.

Monsieur Pezzella? Misschien in z'n kantoor.

Met 75 procent korting wordt dat 18.000.

En die korting geldt elke vrijdag? - Kennelijk.

Is de zaak failliet? - Een korting van 75 procent.

Voor iedereen? - Ja, iedereen.

Waar hangen de overjassen? - In dat rek.

Het is echt een koopje. Vier voor de prijs van één.

Een korting van 75 procent. Kom mee.

Hoeveel is hij met korting? - Dan is hij 6000 lire.

Dat is voor niks. Ik neem hem. - Wat nou, 75 procent korting?

Dat zei u zelf. - Ik?

Dat kan best maar dat meende ik niet. Dat was vanwege die inspecteur.

Maar nu weten alle klanten het.

Hier moet onmiddellijk een eind aan komen. Dit is pure zelfmoord.

Hij ook al? Mooi niet.

Maak er een pakje van. - Wat heeft dit te betekenen?

Dit heeft meneer gekocht.

Vanwege die korting van 75 procent. - Ben je nu helemaal gek geworden?

Voor alle klanten. - Maar u bent geen klant.

Jawel. - Hoezo?

Het was het verkeerde adres. Niet dat van Topponi...

...maar van z'n broer. - Ach nee.

Ach ja. - Bent u niet blij?

Blij? Ik ben verrukt.

Zo verrukt dat ik hulde wil brengen aan uw talent en uw genie.

Kom mee, ik moet u iets zeggen. Kom.

Ze woont hier wel, maar het is madame Topponi, niet mademoiselle.

Maar het was een jong meisje. - Ik heb nog meer werk te doen.

Pardon, woont u hier? - Ja.

Kent u een blond, mooi meisje dat Topponi heet?

Topponi? Ja.

Op welke etage? - De tweede.

Wat moet dit voorstellen? Ik ben namelijk haar man.

Tv's, koelkasten, wat nog meer? Een pak slaag kun je krijgen.

Tot spoedig. - Tot ziens, zusters.

Ga uw gang, zuster.

De sigarenzaak is hiernaast. - En dat na al die moeite.

Bent u van uw motor gevallen? - Nee, op m'n bek.

Het werk van een familielid van u van de piazza Navone.

M'n oom heeft u verteld waar ik werk.

Inderdaad. Naderhand.

Koop alstublieft iets. Voor mij.

Ik ben een gewone klant. - Wat kan ik dan voor u doen?

Hoeveel kost dat? - 50.000 lire.

Doe mij dan maar een kerkkaars.

Die staan daar.

Zijn deze naar uw smaak? - Zeker.

Die zijn 250 lire. Betaal en vertrek. - Maar hoe werkt zoiets?

Weet u dat niet? - We hebben elektriciteit.

Je neemt een schaar, knipt de kaarsenpit af...

...pakt een lucifer...

...strijkt die af...

...houdt die bij de pit...

...en dan brandt hij.

Ik ga pas weg als we een afspraak hebben gemaakt.

De winkel gaat om half zeven dicht.

En nu moet u gaan. De baas komt zo.

Wacht, u krijgt nog 250 lire van me.

Bedankt voor alles. Tot ziens.

Daar woont hij. - Hopelijk klopt het.

Denk aan de tv en de koelkast.

De conciërge had gelijk.

Hij gaat elke zondagochtend de deur uit om te gaan jagen.

De inlichtingen kloppen.

Met een apenpakje aan op dit uur op stap gaan.

De jacht is een stomme sport. - U zou de jacht moeten prijzen.

Die biedt u de gelegenheid om het ijs te breken.

Even over 't geweerschot: Als u met hem in 't bos bent...

...praat dan met hem over allerlei belastingen.

Daar is hij.

De prooi. De echte prooi. Sterkte ermee.

Laat u me alleen? Dan ga ik maar.

Doe dat. Wacht.

Hij gelooft nooit dat ik jager ben. Ik kan niet eens 'n geweer vasthouden.

Ik heb een idee. - U gaat.

Nee, ik ga naar het dorp, koop daar wild en ben hier over half uur terug.

Dat is een goed idee.

Portefeuille vergeten? Dat dacht ik al.

Hou eens vast.

Tien. Is dat genoeg? - Geef dat ook maar.

Vooruit dan maar.

Dan ga ik maar. - Tot over een half uur.

Hier?

Kijk wie we daar hebben. De inspecteur.

Wat leuk om u hier te zien. Koest.

Kunt u me zeggen wat u hier doet?

Wat is dat voor een vraag? Ik ben jager en het is zondag, dus jaag ik.

Jager, u?

Ja, waarom niet? Kijk naar m'n kleding.

Jasje van velours, jachthond, hulzenceintuur...

Dat heet een patroongordel. - Maar natuurlijk. Ik ook altijd.

Stil. Niks zeggen. Mondje dicht. - Ja, mondje dicht.

Dat zegt de inspecteur.

Wat doet u nu? Ik vroeg wat u doet. - Ik richt.

Waarop? - Ik richt gewoon.

Waar richt u dan op? - Is richten uw exclusief recht?

Misschien richten we op één prooi. - Dan delen we.

En uw jagers-eer? - Dat zegt me niks.

Ik vind jagen gewoon leuk.

Houdt u de hond niet bij zich voordat u een schot lost?

Wat ben ik toch afwezig. Hier, hou even vast.

Zo beter? Kijk. - Hier.

Ik geef het op.

Jagen we niet meer?

Waar gaat u heen?

Pas op. Draai dat geweer om. - Omdraaien.

Pardon, inspecteur. We gaan er een dokter bijhalen.

Leun maar op mij. Ik heb het niet expres gedaan.

Het was militair enthousiasme.

Tot ziens. - Tot zo.

Misschien tot zo.

En veel geluk bij de jacht.

Wat heb ik u gedaan? Ik kan me net zo goed verdrinken.

M'n hele dag naar de maan. - Hoezo?

Een echte jager zegt nooit 'veel geluk', idioot.

Waarom niet? Dat is toch aardig? Sorry, dat wist ik niet.

Uw jachtvergunning? - Ik jaag niet.

Ik heb niet eens een geweer.

Hebt u deze met de hand gevangen?

Die heb ik gekocht. - En u gaat ze hier opeten?

Of gaat u ze opzetten? Lach niet zo.

Hebt u die konijnen gestolen? - Echt niet.

U gaat mee. Waarheen?

Naar het politiebureau. - Waarom?

Omdat ik jachtopziener ben. Meekomen.

U verzet zich? Dan is het simpel.

Dat zijn konijnen, u hebt geen vergunning en u verzet zich.

Dus op naar de politie.

Hebt een auto? Dan nemen we die.

Kom, we gaan. Braaf zijn.

Aha, dus u was het. - Ja, en het klinkt onbescheiden...

...maar het was in één klap raak. En u krijgt uw deel.

Weet u wat dat was?

Nee, dat niet. Ik zag iets fladderen en boem.

Weet u wat u me hebt aangedaan? - U? Zeker wel.

Wat dan? - Uw trots gekrenkt.

Maak dat u wegkomt of ik schiet.

Ik ga al. - Anders schiet ik.

De jaloezie van een jager.

Weten je ouders waar je nu bent?

Mama wel, maar papa niet. Dat is ook beter.

Dat is de dochter van de inspecteur. Goed voor z'n spaargeld.

Benieuwd hoe dat afloopt.

Kom, we gaan dansen.

Ik heb er genoeg van. En jij? - Van 't dansen?

Nee, van het strand. Het is hier koud.

En je bent vast liever in je winkel. - Nee, ik vind het leuk hier met jou.

Wil je niet ergens heen waar het leuker is?

Waar dan?

We kunnen naar een film gaan in Rome. Wat vind je? Zeg ja.

En zij? Blijven ze hier? - Zij amuseren zich wel.

Excuseer me even. Ga je jas vast halen.

Geef me de sleutel. - Lukt het?

Natuurlijk. Ik zei toch zondag? En dat is het vandaag.

Ik zou niks in haar zien.

Dat kan, maar mij bevalt ze uitstekend.

En niemand zal ons sieren?

Niet voor 8 uur 45.

Daarna moet je 'm smeren vanwege m'n tante.

Ik heb geen zin eruit gegooid te worden.

Kom je, Laura?

Ik moet hier gewoon weg.

Waarom bukt u nu?

U zag het. Dat doet hij nou altijd.

Nee, hè? - Als u zo goed wilt zijn.

Maar er wordt op me gewacht. Ze wachten op me.

Deze kleine cel zal u graag herbergen voor de komende 14 dagen.

Hoezo 14 dagen? - U hebt een goed moment gekozen.

Voor die konijnen? - Die konijnen tellen niet.

Maar zonder vergunning jagen, kan u 6 maanden opleveren.

Dat meent u niet. - Toch wel. Toch wel.

Kom eens hier.

Wat vindt u ervan?

Nou? - Nou wat?

Het uitzicht. Op het zuiden, altijd zon. Als hij schijnt.

Hebt u geen plekje over? - Nee.

Waarom niet? - Hoe bent u gekomen?

Met 'n vriend. - Vraag hem.

Dat wil ik niet. - Hoezo?

Hij is gearresteerd. Ze dachten dat hij stroopte.

En u wou me bedotten door hier te komen jagen.

Eén advies: Ga naar huis, nepjager.

Maar inspecteur, ik ben geen jager.

Ik zal eerlijk zijn. Dit apenpak... - Apenpak? Let op uw woorden.

Ja. Voor u ligt het anders, u bent echt een jager.

Ik wilde alleen vriendjes worden en zo tot een schikking komen.

Dat is toch menselijk? - Heel menselijk.

U bent niet menselijk. - Niet?

Nee.Nee. - Eerst m'n vogel, dan m'n voet.

En dan zegt u dat ik niet menselijk ben?

Maar wat moet ik hier alleen? Ik ben bang.

En ik kan niet meer.

En er zijn hier vast wolven en bandieten.

Stap dan maar in. - Aardig van u.

Hou de hond even vast terwijl ik instap.

Wat een dag. Pak m'n geweer even aan. Het is niet geladen.

Zo moet het lukken.

Trek uw voet in. - Maar ik heb er last van.

Rijden maar. - Dat gaat zo niet.

Hoe dan wel? - Pak aan. En de hond?

Op m'n knieën. Zo moet het gaan.

Kunt u rijden?

Dat was een heerlijke zondag. - Daar ben ik het niet mee eens.

O nee? - M'n mooie, klapwiekende lokvogel.

Geen lawaai maken, dan wordt hij wakker.

Dat moest er even uit.

Wie is daar? - Een vriend.

Hou daarmee op.

Dat is een jammerklacht, inspecteur. Een jammerklacht van pijn.

M'n arm is in vijf stukken gebroken. Ik ben aan het eind van m'n Latijn.

Wat heb je? - Moet je dat nog vragen?

Je nam me mee naar zijn huis.

Wat is daar mis mee? Ik wilde gewoon wat plaatjes draaien.

Was dat alles?

Wil je dat echt weten'? Je snapt het toch niet.

Wat begrijp ik niet? - Ik zal eerlijk zijn.

Ik heb serieuze bedoelingen. - Moet je dat zeggen?

Ja, dat moet. Ik ken je nog niet zo goed...

...en als je ja had gezegd, was 't uit geweest Maar gelukkig zei je nee.

Zeg dat je me vergeeft. Zeg het.

Je bent een leugenaar. - Ik zweer je dat het waar is.

Een beetje maar. - Nee, bah.

Het is goed voor je. - Nee.

Het zal je goed doen.

Ik begrijp nog steeds niet wat er is gebeurd.

Het was mijn schuld. - Reed jij?

Nee, maar ik had niet met hem mee moeten rijden.

Je kon dit niet voorzien. - Ik wist het gewoon.

Ik had hem zo verwenst dat ik gewoon wist dat hem iets zou overkomen.

De conciërge zei dat m'n vader hierheen was gebracht.

Wees gerust, het is niets ernstigs. Kamer 5. Deze kant op.

Zal ik meegaan? - Dan ziet hij je.

Dat moet een keer gebeuren. - Niet nu.

Hier is het. Het derde bed.

Hoe is het met je, papa? - Het is niks ernstigs.

Als dit het enige was, viel het mee. Waar zat je?

Ik ben Mr Pezzella. Uw vader maakte zich zorgen over u.

Ligt u ook hier? Is het ernstig? - Niet vergeleken bij uw papa.

Waar is ze nou? - Tinou, jouw vader ligt hier ook.

Mijn vader?

'Wat is er gebeurd? Ik wist van niks.

Toen ze belden, was je weg.

Hoe weet je het?

Ik was op stap en verloor de tijd uit het oog.

Daarom vraag ik juist hoe je wist dat je vader hier lag.

Ik hoorde het op de gang. - Je was met Laura. Kom eens hier.

Wist die jongeman niet dat z'n vader hier lag?

Geen idee. - Maar jij wist dat hij in de gang stond.

En je waarschuwde hem. - Niet nu, Fabio.

Waarom niet nu? Juist nu.

Ik ben er al uit. Ik snap alles.

Hij is de 'vriendin' met wie ze elke avond uitging.

Idioot. Geen gemaar. Heel onbedachtzaam.

Er zijn genoeg leuke meisjes, maar jij moet nou net haar uitkiezen.

Hou op met die komedie. U was op de hoogte. Hou jij je mond.

Ik protesteer. Ik wist van niets.

Als ik het had geweten, had ik het verboden.

Wat een affront. Jou spreek ik nog. - Ze heeft niks gedaan.

Ik controleer z'n boeken en m'n dochter flirt met z'n zoon.

Het gaat je niet om je dochter, maar om je eigen integriteit.

Zelfs m'n vrouw is tegen me.

Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig.

Ik heb vijanden. - Ik. Ga eens opzij.

Ik ben het maar.

Een klokje, een krantje, een pakje sigaretten. Wat zeggen we dan?

O ja, u moet op de kraan duwen terwijl u hem opendraait.

Dus niet trekken, maar duwen. Kijk, zo. Zachtjes.

Het ligt gevoelig.

Ik snap het niet. - Kijk, met uw vinger. Dan gaat het goed.

Wat nu? - M'n sleutels.

Hebt u die nodig? - Ze zitten in de deur.

We zitten opgesloten. Ik ga roepen. - Doe dat dan.

Hallo, is daar iemand? - Wat is hier aan de hand?

Mr de directeur. Het raampje, de deur, de kraan.

Ga maar, ik wil met monsieur praten.

Excuses dat ik stoor, maar ik ben hier de directeur.

Ontdoe u van uw jas.

M'n excuses voor de cel. We hadden even niks anders.

Waar heb ik de eer aan te danken? - Ik begrijp dat ik het voorrecht heb...

...een fiscaal adviseur te herbergen. - Daar hebt u helemaal gelijk in.

Zou u me van advies willen dienen? - Maar met alle plezier.

Maar moeten we dat hier bespreken?

Op kantoor is men druk bezig met telefoneren.

Dit zijn m'n declaraties.

De fiscus heeft besloten tot een naheffing van 200.000 lire.

Voor iemand met 'n beroep als 't uwe? - Vanwege te hoge declaraties.

In een gevangenis gaat men nochtans zelden uit.

Twee misrekeningen, ik zie het al. Hier en hier. Kijk er even naar.

5, hier staat een 5. - 7 en 7?

7 en 7 is 14.

En 3 maal 7? - 21.

Wat is dit? Foie gras. - Dat was beroepsmatig.

Dit is echt niet te geloven, weet u.

Voor zoiets zouden ze u in de gevangenis moeten zetten.

Nog eens, 3 keer 7? - 21.

U bent vasthoudend.

Kalm. - Ga naar uw bed.

Ik krijg een prik.

Ja, maar denk om de dame. - Als iedereen zo was...

Doe hem geen pijn. - Het is uw achterwerk niet.

Ik mag u toch wel moed inpraten? Kijk, hier. Waar ik m'n vinger houd.

Blijf van me af. - Doe ik u dan pijn?

Dat u dat durft, me zo aanraken. - Heel kuis. Ik voelde twee knobbeltjes.

Ik heb nog nooit knobbeltjes gehad.

Jawel, ik voelde twee knobbeltjes. Dus kijk uit waar u prikt.

Is hij wel gesteriliseerd'? - Ja, door mij.

En de lucht is eruit? - Natuurlijk. Draai u om.

Snel. - Verroer u niet.

Denk om de knobbeltjes. - Ik heb geen knobbeltjes.

Voor zover ik weet.

Nee, niet daar. - Ontspan u.

Ik ben er klaar voor.

Een momentje. Wacht even.

Zeker midden in een knobbeltje? Jammer.

Nu kloppen alle cijfers. U kunt weer rustig slapen.

Dus ik hoef niks te betalen? - Nee, geen cent.

De staat moet u betalen.

500.000 lire. - Dat kan niet.

U betaalt al 10 jaar veel te veel. - Ik ga er achteraan.

Jammer dat ik vanavond niet vrij ben. - Hoezo?

Dan had ik u en m'n vriend Topponi mee uit eten gevraagd.

Die kent u toch wel? De belastinginspecteur.

Die er alles aan doet om u... - Ik kan u niets weigeren.

U kunt u naar uw afspraak. - Ik wil u nog wat vragen.

Een paar briefjes. Van mezelf. Om het een en ander... Geld.

O, geld.

Om het een en ander... Mooi zo.

Doe de deur open.

Wist u het echt niet van onze kinderen?

Nee. Waarom?

Omdat die geschiedenis me helemaal niet bevalt.

Ik wist er niet van. Erewoord.

Want anders... U zag hoe ik ervan opkeek.

Ja, ja. Ik weet het. Ik weet het.

Hij lijkt me slim. Wat doet hij? - Hij studeert architectuur.

Maar voor de lol. - Heeft dat nut?

Nee, dus voert hij niks uit.

Dat verdomde been. Nee, niet aankomen.

Doet het erg pijn? - Het is een marteling.

Misschien is het koudvuur. Ik zei misschien.

Blijf er nou af. - Daar valt niet mee te spotten.

Kon ik 't maar hoog leggen. - Het is heet.

Het is ontstoken en doet erg pijn.

U hebt 'n kussen nodig. - Bel even.

U kunt ze nu niet storen.

Daar zijn ze toch voor? - Een kleine moeite.

Maar... - Ik leg het er gewoon onder.

Eerst dit even opzijslaan. Geen dank, graag gedaan.

Excuseer. Til maar op. - Roep de zuster, alstublieft.

Dat deed zeer, hè? - Laat nou toch.

Is het zo beter? - Een stuk beter.

Mooi zo. - Hoe hoger, hoe minder pijn.

Ik wil nog een kussen. - Waar vind ik dat?

Bij de buurman. - Je mag niet storen.

Ach, hij merkt er niks van.

Wacht, ik krijg net een goed idee.

Voorzichtig. - Hoe hoger, hoe beter.

Dit kan toch niet? - Rustig maar. Het komt goed.

Dwaas. Praktisch.

Denkt u? - Vertrouw me nou maar. Ziezo.

Nog wat hoger'? Nog hoger soms?

Maar nu staat u. - Dat geeft niet.

Ga zitten. - Ik weet nog iets beters.

Wat doet u? We zijn niet op jacht.

U moet zeggen of de hoogte goed is. Dit lijkt me ideaal.

Niet slecht, wel vermoeiend. - En zo?

Nog hoger'? - Nee. Wordt u niet moe?

Ik wil alleen weten of het goed voelt. Nog iets hoger.

Bent u gek geworden?

Misschien zo dan? - Nee.

Morgen zijn uw zorgen voorbij, dan zijn we weg. Dit is de laatste dag.

U zult me niet geloven, maar ik denk dat ik u nog ga missen.

Mag ik? - Dank u.

Het wordt een trieste dag morgen. - Ik kan altijd terugkomen.

Als vriend dan.

En hoeven we uw assistent ook niet meer te zien?

Mogen we hem ook nog eens zien? - Hij is weggeroepen.

Z'n vrouw moet bevallen, dus...

...hij is opgehouden.

Zeg, waar leggen we de jas neer? - Daarginds.

Als u het goedvindt, hang ik de jas even weg. En uw hoed. Ach, die arm.

Hij heeft een smoes verzonnen voor z'n assistent.

Dus is er geen getuige bij.

Ziezo. - Ik ben klaar.

Dan rest ons nog het proces-verbaal. Dat moet u even tekenen.

Maar laat uw adviseur het even lezen. - Waarom lezen? Waarom?

Ik heb alle vertrouwen in u. - Ik heb liever dat u het leest.

Laat maar. Het klopt natuurlijk. Hij spreekt Frans, hoor.

Ik teken wel. Geef eens een pen. - Maar het is niet niks.

Nee. - Lees het dan.

Ach, waarom? Waar is de pen? Hierzo.

We zijn tenslotte onder ons. Zonder Bardi.

Bardi is in het ziekenhuis vanwege de baby.

In het ziekenhuis.

Vanwege de baby.

Die is goed. - Wat is er toch?

Waarom lachen jullie? - Ik heb u wel door.

De regeltjes wat ombuigen? - Wat betekent dat gebaar'?

Ik wil het niet zien. Dek m'n ogen af.

Zo, ik heb getekend. Perfect.

Hoezo, getekend? De dop zit er nog op.

Pardon, ik ben wat verstrooid.

Wie is daar?

Goedendag, heren. - Hallo, Bardi.

Sorry dat ik laat ben. Het ziekenhuis is 'n eind weg.

Ja. Nog nieuws? - Het kan elk moment gebeuren.

Ik heb ze alle telefoonnummers gegeven, ook dat van hier.

Prima idee.

Goed. Bardi, dit zijn alle facturen.

En de balans. En de nieuwe berekeningen.

Tekent u nu? - Met m'n eigen pen.

Inspecteur, in zijn aanwezigheid?

Ja, dat proces-verbaal is geen geheim.

Niet voor hem, hè?

Nog even dit, inspecteur.

Niks bijzonders. Hoeveel moet ik betalen?

Dat is moeilijk in te schatten.

Maar in z'n algemeenheid... Wat wilt u precies weten?

Minimaal of maximaal? - Het maximale minimum.

Het minimale maximum...

...zal, laten we zeggen, ongeveer vijftien zijn.

15.000? - Nee, nee.

150.000? Wel veel geld. - Maar terecht.

Nee, ik zei vijftien.

Ja, maar vijftien wat? - Vijftien miljoen.

Vijftien miljoen? Bent u gek geworden?

Ik ben geen Amerikaan.

Luister, Mr Pezzella.

Ik zou maar een toontje lager zingen.

Anders komt u in 'n lastig parket.

Maar als u zo'n bedrag noemt...

Ik eis beleefdheid van hem.

Maar we zijn toch vrienden? - Dat komt later.

Dat heeft hier niks mee te maken.

De postbode is ook m'n vriend en toch moet ik m'n brieven frankeren.

Houdt u uw mond.

Dus vriendschap is voor u maar een woord.

We zijn bijna familie, hebben samen geleden, de dood onder ogen gezien.

Ik heb een bijna verlamde arm. Ook gij, Fabio?

Hou op, Mr Pezzella. Voor de laatste keer: tekent u of niet?

Goed dan. U tekent niet? Mooi zo.

U wilt niet tekenen?

Akkoord. - Ik zou 't niet kunnen.

M'n arm is verlamd. - Deze niet.

Ik ben niet links. Ik teken niet en ik ga in hoger beroep.

En als het nodig is, tart ik de ernstige situatie waarop u doelt.

Als alles in orde was geweest was er niks aan de hand.

Dan had ik uw advies niet nodig gehad, leeghoofd.

Met u reken ik later af. Eerst zeg ik hem wat hij is.

Wie is wat? - U.

Wat ben ik? Zeg het maar meteen.

Ik zal het zeggen. - Zeg het dan.

Smeekt u erom? - Dat niet.

Ik wil dat u het zegt. - Goed, dan zeg ik het.

Maar ik sta niet voor mezelf in. - Dat kunt u niet maken.

Ik ga het zeggen. - Zeg 't dan.

Weet u wat u bent? Een, een...

Breng me weer naar binnen of ik bega een ongeluk.

Een ambtenaar in functie beledigen. Daar staat straf op.

Kan me niet schelen. Ik ga geen 15 miljoen betalen.

Dan liever de bak in.

Ik heb een idee dat u kan redden.

Hou op, hou op. Geen geniale ideeën meer.

Wat is uw idee? - U moet betalen.

Dat kan ik zelf ook bedenken.

Nee, ik betaal het niet. - Geen 15 miljoen.

Wat dan? - 100.000.

Aan hem, die geldwolf? - Niet aan hem.

Aan wie dan? - Aan mij.

Hou op. Ik erger me nog meer aan u dan aan die belasting.

We gaan met hem naar de kroeg. Gepiept.

Leg eens nader uit.

Hangt het u de keel uit?

Wat moet ik doen? - Zoek dat zelf maar uit.

Met wie? - Het ziekenhuis.

Het ziekenhuis?

Mag ik Mr Bardi? - Daar spreekt u mee.

De baby. Is er nieuws?

Het gaat over uw baby. - Is hij geboren?

Nee, maar misschien morgen. U moet komen.

Ik kom. Er is toch niks ernstigs?

Nee, maar 't is beter als u meteen komt.

Moment. - De baby?

Nog niet, maar ik moet erheen. - Ga maar.

Ik kom eraan.

En de dossiers? - Die neem ik wel mee. Succes.

Mag ik even? - Natuurlijk. U woont hier.

Helaas. - Hoezo?

Als het uw huis niet was, had ik daarnet...

Laat maar. - Mag ik?

Doe geen moeite. - Ik overdreef inderdaad.

Laat maar. - 15 miljoen...

Ik begrijp 't wel. Maar u tekent niet?

Ik wil u wat voorstellen. - Doe maar niet.

Wat gaat u nu doen? - Kamillethee drinken.

In een bar? - Ja, waar anders?

Alleen? Dan ga ik mee. - Nee, merci.

Weet u waar het is? - Ja.

Gaat u zo weg? - Hoezo, zo?

Zonder me de hand te drukken. - Wilt u soms nog meer breuken?

Een kamillethee. Nee, wacht. Doe maar tomatensap.

Hé, u bent er ook.

Mag ik u wat aanbieden? - Ik heb al wat.

Monsieur Pezzella?

Jammer dat u al iets hebt.

Wat wilt nog u van me? - Niets. U iets aanbieden.

Ik vroeg wat u nog van me wou. - Niets. Helemaal niets.

Ik voel me niet lekker. - Neem 'n maagtablet.

Nee, het is m'n hart. - Een décafé dan?

Nee, ik voel me niet goed. - Bent u ziek?

Bemoei je er niet mee. Ik ben in gesprek.

Ik voel me zo rot. - Wat is er dan?

Help. Ik voel me zo rot, inspecteur. Help me.

Help me, inspecteur.

Geef die man een cognacje.

Voelt u zich al wat beter?

Maar... waar is m'n aktetas? M'n aktetas is verdwenen.

Is er iemand mee weggelopen? - Ik weet het niet.

Dat was echt een goed idee.

Nu is hij net een stier zonder hoorns.

Precies. Hij kan me niks meer maken.

En dat na al die drukte. En waarom? Om een zak met duiten.

Het ging wel om miljoenen, raadsman.

Dit is de eerste keer van m'n leven dat ik wat heb gestolen.

Maar als het nou uitkomt dat u dat telefoontje hebt gepleegd?

Waar is het bewijs? - Hier.

In de tas. Waar is die?

En wie weet waar hij is? - De dief.

Niet zo nerveus doen.

Als hij huiszoeking aanvraagt, kost dat hem drie dagen.

We moeten alles verbranden, in rook doen opgaan.

Momentje. Ik zal me met genoegen van die taak kwijten.

Stel u voor, vijftien miljoen die in rook opgaan. Vuurwerk.

Mag ik binnenkomen? Goedemiddag.

Ik moet gaan. Vergeet 't vuurwerk niet. - Ik bel u nog.

Uw tas.

Een financieel genie ben ik niet, maar u hebt niks te vrezen.

Ja, ik ben buiten gevaar.

Zoals ze zeggen: De een z'n dood is de ander z'n brood.

Tot ziens. - En vergeet het niet.

Tot ziens. Een vindingrijk man.

Wat doe je daar? Geef hier. - Is hij niet van je adviseur?

Nee, hij is van mij. Blijf eraf.

Wat heb je gedaan? Die man komt in de problemen.

Wou je hem bellen'? Dat verbied ik je.

Weet je wat erin zit? 15 miljoen.

En die zijn deels van jou. Of zegt dat je niets?

Je weet dat ik je zo een miljoen geef. Hou je mond, Tinou.

Wou je dat geld aan hem geven? Ik weet iets beters.

We gaan naar de minister.

We zeggen: excuses, ook namens Pezzella.

Hier is 15 miljoen. Koop er wat voor.

Een snoer saucijzen. Een snelweg.

Of bestel sint-jakobsschelpen op de Seychellen.

Of laat een tatoeage zetten.

Of voer oorlog met Mars.

Waarom schreeuw je zo?

Ik financier 'n oorlog met Mars. - Je hoort belasting te betalen.

Moet je hem nou horen. Hij wil inspecteur worden.

Ik heb hem het leven geschonken.

Ik voel me rot, St. Augustin.

M'n gezin keert zich tegen me.

Patroon van de belastingbetalers, inspireer mij. Dat is een kleine moeite.

Wat een goed idee. Mijn dank.

Dus als die documenten boven water komen, is m'n vriend geruïneerd.

Ik snap 't.

Maar gelukkig is de man, die ik al heel lang ken en zeer waardeer...

...gered door z'n beschermengel. Wist u dat die bestaan?

Dat wist u.

Die engel zorgde ervoor dat de man de tas verloor met de namen...

...van alle fraudeurs.

Toeval speelt inderdaad vaak een rol.

Want wie vond even later die tas? - Wie dan?

Dat raadt u vast nooit. Diezelfde man.

Ik snap het. En nu wil hij die tas niet teruggeven. Hij wil alles verbranden.

Precies. - Hij heeft groot gelijk.

Wat 'n geschenk uit de hemel. - Momentje. Ik ben nog niet klaar.

Dat geeft niet. Ik ga hem zeggen dat hij de helft mag houden.

Uw vriend heeft gelijk dat hij spijt heeft. Daar feliciteer ik hem mee.

Wie feliciteert hem? - Ik feliciteer hem.

Wie bent u dan'? - De pastoor.

Is dat uw mening of die van St. Augustin'? Dat wil ik wel weten.

Ik begreep het verkeerd.

Ik ben niet zo dol op Latijn.

Trouwens, wat zou ik er aan hebben?

Ik verdien liever miljoenen. En die ga ik niet afstaan.

Want die vriend van me, dat ben ik. - Dat dacht ik al.

Verbazingwekkend.

Goed, nu weet u dat het om mijzelf gaat.

Besef wel dat ik een goede parochiaan ben.

Ik ga elke zondag naar de mis en hou me aan de rituelen, zoals de vrijdag.

Ik geef regelmatig geld aan de armen.

En, onder ons gezegd, ik heb gestemd.

U zou zich moeten schamen.

Als u zo'n goed christen bent, breng dan die tas met papieren terug.

Blijft u daarbij? - Ja.

U blijft erbij. U verandert niet van mening? Jammer.

Luister goed, eerwaarde. Ik ben altijd een eerlijk man geweest...

...en heb altijd hard gewerkt.

Ik breng hem niet terug, al snijden ze m'n keel af. Ik hou hem.

Hij kan de pot op. Ik hou hem en daarmee uit. Alle respect, eerwaarde.

Inspecteur.

Hij is teruggevonden. - Wie heeft hem gevonden en hoe?

Ze brachten hem naar de winkel. - Ik zal dit keer geen klacht indienen.

Het was gewoon een gelukkig toeval.

Laten we dat toeval dankbaar zijn. - En vooral St. Augustin.

Wat heeft die ermee te maken? - Van alles.

Hij is de beschermheilige van de belastingbetaler.

Maar zelfs hij heeft uiteindelijk uw kant gekozen.

Dan moeten we St. Augustin maar bedanken voor z'n zorg.

Voor u en voor mij. Het meest voor u, overigens.

Inspecteur, als ik u nu een drankje aanbied, weigert u dat dan weer?

Als u dat graag wilt...

Nee, ik ga eerst die documenten opbergen.

Daarna drinken we wat. Die bar is mij te gevaarlijk. U snapt wat ik bedoel.

Maar als ik die tas had gestolen, had ik hem toch niet teruggegeven?

Daar zit wat in.

Hallo, papa. Inspecteur. - Hallo.

Is dat uw zoon? Wat doet hij hier? - Hij komt voor uw dochter.

Hij brengt haar naar haar werk. - Sinds wanneer?

Sinds een week.

Wat wil dat zeggen? - Als hij haar heeft weggebracht...

...gaat hij naar de universiteit.

Gelukkig bestaan er inspecteurs die dochters hebben.

Wat zeg ik tegen m'n vrouw? - Dat u en inspecteur en vader bent.

Maar wat moet ik zeggen?

Fabio, Fabio. Wat je moet zeggen?

De ouders van de geliefden mogen elkaar niet.

Denk aan Romeo en Julia. De families Montague en Capulet.

Nee, de Capulets, de Montagues...

Bij hen was 't ook zo. Denk aan de zelfmoord.

Ik kom naar beneden.

Ze komt naar beneden. - Ik hoorde het.

En nu? - Ik zal erover nadenken.

Ga je nadenken als vader of... - Ik ben op de eerste plaats vader.

En wat zeg je als inspecteur? - Wat wil je dat ik zeg?

Wat zeg jij? Je hebt geen geld.

Waar moet ik het vandaan halen?

Misschien weet ik iets.

Zeg op. Wat weet je?

Er is een manier. Ik heb het nooit geprobeerd, maar er is een uitweg.

Maar daar is minstens 500.000 lire voor nodig.

Voor jou? Je chef? Je directeur? - Welke directeur?

Een of andere hoge pief? - Zo zit 't niet.

Ik weet een onfeilbaar roulettesysteem, 10-20-20.

Zo kunnen we het bedrag verveelvoudigen.

We zetten alles in wat je hebt.

Dan kom ik er nooit uit.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.