Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Oma. Ben je klaar? -Het is jouw beurt.
Het is jouw beurt.
Daar gaan we.
Wanneer was u er voor het laatst, mevrouw Conasse?
Conella, je spreekt die S niet uit.
Ik weet het niet, ruim een jaar geleden?
Ik heb heel veel pijn. -We gaan kijken. Geen zorgen.
Fijn dat ik zo snel kon komen. -Dat spreekt vanzelf, mevrouw Connasse.
Dit is wel heel erg.
Dit is een hele klus, we kunnen niet meer wachten.
Hebt u een prijsopgave gehad? -Het is veel te duur.
Pardon? -Te duur.
Uw gebit, daar mag u niet op bezuinigen. Het gaat om uw gezondheid.
Mondje open.
Ik ga u geen pijn doen, het is alleen om even te kijken.
Waar is dat gedaan? -In Hongarije.
Ok�, ik laat u uit. -Maar...
En mijn tandpijn dan? -Er is daar wel een klantenservice.
Tot ziens, mevrouw. Sterkte.
Verwijder haar dossier. Ik wil haar nooit meer zien.
Goed, mevrouw Blanchot. -En luister...
Ik laat mijn man haar belastingaangifte controleren. Dat zal haar leren.
Uw man is er toevallig. Het glazuur van zijn kies is gebarsten.
Ik word er doodmoe van.
Dat is Europa, niets aan te doen. -Dat is de zesde al deze maand.
Over een jaar ben ik iedereen kwijt.
Het is een teken. Je moet stoppen. Ik verkoop de boel en we vertrekken.
Naar een warmer klimaat. Jij hebt ook rust nodig.
We kunnen dit ook morgen doen. -Straks ontsteekt het, mond open.
Heb je gedronken? -Nee.
Champagne.
Ben je dronken?
Hij is dronken. -Helemaal niet.
Er is een sociaal plan om het aantal ambtenaren te verminderen.
Hoor jij daarbij? -Vervroegd pensioen.
Met volledig salaris? -Volledig doorbetaald.
Ik hou van je, schat.
We vertrekken.
Geen praktijk meer, geen zeurpieten. Geen familie meer. We vertrekken.
Gaan jullie daar sterven? -Nee, we vertrekken naar daar.
Dus niks zeggen, h�? -Is het een geheim?
Ja, nee, niet een echt geheim. Een verrassing.
Ik ben dol op verrassingen.
Opa... -Let op, kinderen. Ze komen eraan.
En denk eraan, mondje dicht.
Ik ben er klaar voor.
Mama, 20 uur per week? -Ze is een schat.
Een werkster 20 uur per week kan niet. -Wel waar, die heb ik.
Je hebt twee kamers. Wat doet ze al die tijd?
Ze houdt me gezelschap, we babbelen.
Wat moet ik anders? Jij komt nooit meer. -Onzin, ik kom nog zo vaak.
Ik ben vorig jaar nog bij je geweest.
Wat is hij mooi h�, mijn Martin? -Ja, het is onze zoon.
Ja, dat is waar.
Geniet van je pensioen, Marie-Louise. -Het is Marilou.
Geloof me, we gaan ervan genieten.
Mijn oom is ook met pensioen gegaan, en een half jaar later...
Een hartaanval. -Net als mijn vader.
Hij was natuurlijk al 61, dus...
Hoe oud bent u? -62.
U hebt er al flink van geprofiteerd. -Ja.
Ik geloof dat daar...
Ik ga me maar even opmaken. Dan kan ik weer op TV...
Kijk, schat. Een taart die een taart eet.
Ik vind haar wel lekker. -Wie?
De taart.
Proef dat eens, Popi.
Is het lekker allemaal?
Die met zalm vindt hij niet lekker, die met olijven wel.
Nee, dat zijn truffels.
Mama geeft papa op z'n kop. -Jullie vader.
Mama heeft je op je kop gegeven..
Wat zijn ze schattig.
Hoelang zijn wij al vriendinnen, Marilou? -Dat weet ik niet, 15 � 20 jaar?
Dan kunnen we wel iets tegen elkaar zeggen.
Je dochter beschouwt je als een extra oppas.
Dat is niet erg, ze zijn schattig. -Dan heb je ze niet vaak.
Hij heeft gelijk. Pas op, je zit zo klem.
Dan word je al gauw een Chicouf. -Een Chicouf?
Chic, ze zijn daar. -Oef, ze zijn weer weg.
Als je ��n keer ja zegt, ben je elke dag de pineut.
Ze zeggen altijd: 'Jij hebt toch vrij.' -Wacht even.
We hebben vrij, maar we zijn elders. Dat horen jullie dadelijk wel.
Straks snap je het wel.
Jongens, we kondigen het nu aan.
Schat, schat? -Ik ben zover. Ik repeteerde nog.
Kom allemaal even hier. -Onze zoon is ons voor.
Papa, mama, kom even.
Ok�, papa, mama...
Jullie worden niet ouder. -Nee, dat klopt.
Jullie worden rijper.
Jullie zijn niet oud, alleen langer jong dan de anderen.
Dan gaan we nu over tot het cadeau. Kom eens hier.
We beginnen met dat van Arnaud en C�cile.
Philippe, ik weet dat je niet genoeg gereedschap hebt.
Een gereedschapskist.
Omdat ik je ken, weet ik dat het goed materiaal is.
Maak maar open, er is nog meer. -Hoezo er is nog meer?
Dat is niet niks. Daar heb je veel aan uitgegeven.
Een boormachine, een decoupeerzaag...
Ik zou een olijfboom geven, omdat ik Olivier heet.
Ze snappen hem niet.
Een waterpas.
Bedankt, jongen. En jij ook, schat.
Hij heeft een volledige kist gekocht.
Mama, nu is het jouw beurt.
Alsjeblieft, Marie-Louise. -Marilou.
Hopelijk vind je hem mooi, ik heb hem uitgekozen.
Dat had niet gehoeven. Ik ben heel benieuwd...
Magnifiek. -Dank je.
Martin, laat eens zien hoe hij werkt. -Hoe hij werkt?
Er zit een USB-ingang in om hem te programmeren.
Wat programmeren? -De hanger.
Als je je niet goed voelt, druk je op de knop en dan komen de hulpdiensten.
We hebben alles al voorgeprogrammeerd. -Er zit een gps in, ze komen meteen.
Je kunt nooit voorzichtig genoeg zijn. -We wensen jullie een fijne oude dag.
Ik heb er genoeg van, nu de aankondiging. Dan zijn we meteen weg.
Houden ze nooit op?
Omdat we nu toch bijeen zijn, willen we even iets zeggen.
Het is voor maart.
Je ziet het nog niet, want ik ben erg slank.
Dan kunnen jullie oppassen, als wij aan het werk zijn.
Is dat niet geweldig?
Leve de pensionering.
Nu doen wij de aankondiging. Welnu...
Papa, mama, ik moet jullie even spreken. Het is ernstig.
Ik ben gebeld.
Hij vond het mooi. -We hadden toch 100 euro afgesproken?
Niet waar. -Wel waar.
Het is maar ��n keer. -Wij hebben maar ��n bankrekening.
Jouw Arnaud was altijd al gul. -Dank je wel, Mameline.
Kusje? -Hou op, je maakt me kwaad.
Ik weet niet waarom dokter Gavotte mij belde. Hij noemde me Philippe.
Ik wist niet dat hij Mameline's arts was. -Ik ook niet.
Hij zei dat ze nog een paar weken had. -Wat?
Hoogstens nog een paar weken.
Wij moesten beslissen of we dat zouden vertellen.
Ik denk: Niks zeggen.
Weet C�cile ervan? -Ik zal haar op de hoogte brengen.
Kun je het je voorstellen? Een paar weken.
Ik ben zo terug.
Maar...
Wat doe je? -Hiermee meet je met een laserstraal...
Dat weet ik, maar nu niet. -Het is voor de verkoop.
Dat doe je maar na het feest. Ik leg het je nog wel uit.
Lieve mama, ik wilde je nog zeggen dat je gelijk hebt.
Die werkster kun je ook 40 uur nemen als je wilt.
Wat heb jij opeens?
Eerst was je kwaad en nu ben je lief. -Nee, dat is heel normaal.
Je mag haar nog wel langer nemen.
Vind je het niet erg om hier te overleggen? We zijn een beetje moe.
Olivier zit nergens mee.
De plannen zijn niet veranderd, we kondigen het alleen later aan.
Wat aankondigen?
Dat we in Portugal gaan wonen. -Ik weet het nog niet zeker.
Nu mama doodgaat... -Dat kan jou ook overkomen.
Daarom moeten we vertrekken. -Wat doen we dan nu?
Er verandert niks. Je verkoopt dit huis en zoekt er een daar.
Er verandert niks.
Vindt hij dat ook nog steeds? -Natuurlijk.
Hij kan het niet zeggen vanwege zijn moeder.
Olivier maakt alles ok�. Ik zoek het huis van jullie dromen.
Ok�, maar het is geheim. -Ik zwijg als het graf.
Zet eens wat harder. Martin komt zo op tv.
Dat was een bijzondere wedstrijd.
We hebben verbinding met Martin Blanchot.
Hij praat met de Spaanse nummer 10 Jos� Maria Manco.
Hij praat goed Spaans, h�? -Ja, hij doet het goed op tv.
Maar zijn cadeau was waardeloos.
Waarom knippert het? -Wat?
Dat ding.
Waarom knippert het? -Geen idee.
Natuurlijk gaat het goed met me. Dat stomme ding is vanzelf afgegaan.
Dat is de procedure. Op uw leeftijd nemen we geen risico.
Dank u, dokter.
Jij was tandarts. Kun jij hem optuigen? Dan zoek ik een zadel.
Ja, maar ik was geen dierenarts.
Sta toch even stil, snertpaard. Anders ga je in de lasagne.
Mooi rechtop zitten. -Heel goed, schatje.
Heel goed, schoonheid. Bravo, heel mooi.
Hoeveel rondjes maken ze nog? -Geen rondjes, maar uren.
Deze keer is het twee uur.
Heel goed.
Vriendelijk van u om ons mee te nemen. -Graag gedaan.
Sorry van de stoelen. We konden ons niet omkleden.
Een liedje, jongens?
Ik heb er genoeg van.
Mijn hele auto is smerig. -En ik stink naar pony.
Dit niet elke week. Dat wordt je dood. -Voor jou ook.
Jij bent 10 jaar ouder, vergeet dat niet. -Dat vergeet ik niet.
Je weet wat ze gezegd hebben. Als je ��n keer ja zegt...
Waarom is hij op slot? -We zijn te laat.
We beginnen om half negen, niet om 10 over half.
Het spijt me. -Het is niet de eerste keer.
Het gaat elke ochtend zo. Stel u voor dat iedereen dat deed.
Het spijt me, kunt u de deur opendoen? Anders ben ik te laat op mijn werk.
Nee, het spijt me. Deze keer niet. Vandaag niet, mevrouw Poujol.
Gaan jullie even verderop staan. Dan gaat mama met de directrice praten.
Dat gaat luid zijn en mama gaat dan scheldwoorden gebruiken.
Ik wil niet dat jullie die horen.
Nee, nog een beetje verder.
Mevrouw Lerny... -Mevrouw Poujol...
Ik snap dat het uw verantwoordelijkheid is dat de regels nageleefd worden.
Ik zie dat u daarin uw best doet. -Dank u.
Maar u moet weten dat ik ook mijn best doe.
Als ik 's ochtends wakker word, maak ik de kinderen wakker.
Ik geef ze te eten en kleed ze aan. Ik zorg dat ze klaarstaan.
En ik? Wat doe ik voor mezelf? Wat doet mevrouw Poujol voor zichzelf?
Helemaal niets. En waarom niet? Omdat ze daar geen tijd voor heeft.
Niet om te pissen, niet voor make-up, niet voor koffie...
Ik kan me zelfs meestal niet douchen.
Daarom is mijn haar nu zo vet. En daar hou ik niet van.
Wat ik u dus wil voorstellen:
In plaats van te zeuren over zes minuten te laat komen...
U zei wel 8 uur 40, maar ik was hier al om 8 uur 36.
Ik sta hier al vier minuten met u te praten. Dus nu is het 8 uur 40.
Ik stel u voor wat soepeler te zijn en meelevend...
en mijn kinderen binnen te laten, want volgens mij moet dat mogelijk zijn.
U had blijkbaar ook geen tijd voor onze informatie, mevrouw Poujol.
We staken namelijk. Ik kan uw kinderen niet binnenlaten. Dat was het.
Bedankt voor de informatie. -Graag gedaan.
Fijne dag nog, mevrouw Poujol. -Insgelijks.
Dit is echt het moment, Arnaud.
Neem op, Arnaud.
Arnaud, met mij. Wat een klotezooi. Bel me terug.
Dat mag je niet zeggen, mama. -Nee, dat mag je niet zeggen.
Rij toch door.
Er zijn een honderdtal demonstraties. Het verkeer wordt overal opgehouden.
Wij brengen u alle verkeersinformatie in onze uitzendingen.
In het onderwijs wordt ook gestaakt.
Onderwijzers staken tegen bevriezing van de lonen.
Veel scholen zijn dicht, ouders moeten een oplossing verzinnen.
Ook de boeren demonstreren.
Dat is C�cile. -Niet opnemen.
Ik neem niet op.
Je neemt niet op. -Nee, ik neem niet op.
Dank je wel, Arnaud. Ik weet niets van computers.
Hoeveel krijg je? -Daar laat ik u niet voor betalen.
Als je werkt, moet je verdienen. Hoeveel?
Dat moet C�cile zijn.
Dag, schat.
Ik ben net bij een klant. De staking...
Ik heb nog afspraken.
Kun je je ouders niet vragen? Wind je niet zo op, schat.
Hallo? -Wil je een kopje thee?
Nee, ik heb nog afspraken. Ik moet ervandoor.
Je wilt geen geld van me aannemen en ook geen thee.
Je wilt me toch niet kwetsen?
Zelfs Popi wil blijven. -Als Popi zelfs wil blijven... Snel dan.
Wat doe je hier voor werk, mama? -Mijn werk? Dat leg ik je nog wel uit.
Het is hier vreselijk.
Dag, mevrouw Lecaire, mevrouw Maurice. -Goedendag.
Dat is mijn schoondochter. Echt waar.
Kinderen... -Mag ik ook lippenstift?
Juliette... Een beetje dan. -Ik ook.
Jij ook.
Ik moet hier even naar binnen. Maar jullie blijven hier.
Begrepen? Jullie blijven hier. -Ja, mama.
Jean-Louis?
Meneer Lan�on, gisteren overleden. Hij is als een held gegaan.
Wanneer wordt hij opgehaald? -Vanmiddag. Je oma mag z'n plek overnemen.
Ik bedoel zijn kamer. -Je mag hier niet roken, h�?
Het is hier ook verboden voor kinderen. -Ja, en?
Kijk.
Jullie zouden buiten wachten. -Is die meneer dood?
Die meneer is een beetje bleek.
Lijkbleek.
Moeten we altijd mee naar jouw werk, als opa en oma er niet meer zijn?
Nee, die zijn nog heel gezond. Die gaan nog niet dood..
Ik vind dat je maar raar werk hebt.
Dat klopt wel.
Kijk, die is mooi.
Mooi. -Je kunt er met z'n twee�n in.
Ik merk dat je niet meer depressief bent. Je houdt van de douche, dat weet ik.
Hou op. -Wat is er?
Olivier staat daar. -Trekt u niks van mij aan.
Vinden we ook zo'n douche in Portugal? -Natuurlijk. En daar is hij minder duur.
Door Olivier wordt alles geregeld, alles georganiseerd.
Maar we weten nog steeds niet hoeveel het ons gaat kosten.
Hij heeft gezegd 'minder duur'. -Ik heb goed en slecht nieuws.
Zal ik met het goede beginnen?
Twee mensen zijn komen kijken vanochtend. -Ja, daar waren we bij.
Dat is zo. -Wat is het slechte nieuws?
Het is... -Wat?
De... -Wat zegt hij?
De inrichting. -Wat is daarmee?
Bij u is de tijd in 1986 stil blijven staan.
Niet overdrijven.
Dat vinden de potenti�le kopers.
Maar ik heb de oplossing, want met Olivier zit je altijd ok�.
Uw buurman heeft zijn huis voor 10 procent boven de marktwaarde verkocht.
Binnen drie maanden. Weet u waarom?
Hij had een goede makelaar. -Marilou...
Hij had aan upstaging gedaan. -Aan wat?
Dat is iets voor jongeren. -En wie heeft dat upstagen gedaan?
L�a. -Nee, niet die taart.
Maar ze is wel goed. -Inderdaad.
Ze heeft veel talenten.
C�cile. -Wij zijn ook in staking.
We mogen toch rustig douchen?
Ooit moeten we haar antwoorden. -Na de douche.
Ik krijg wel de zenuwen van hem.
Het is een probleem, h�? -Het is een probleem.
Ik heb jullie gewaarschuwd. Het gaat zoals ik zei.
We moeten snel handelen. We hebben de hele ochtend al niks laten horen.
We durven niet meer te antwoorden. -We weten niet wat we moeten zeggen.
We kunnen de kinderen niet weigeren, we zijn dol op ze.
Maar je wil niet altijd met ze in het park zitten.
En macaroni met ham en kaas eten. -Nee.
Hij heeft zijn hele leven gewerkt. Dan mag hij toch wel profiteren?
Je weet nooit wat er kan gebeuren.
Eerst waren wij ook in paniek, maar we hebben een oplossing.
Het allerbelangrijkste...
is...
Wat ook weer?
Je agenda vullen. -Die prop je helemaal vol.
Dat is het ABC.
Wat zeggen we dan bijvoorbeeld? -Wat zeggen we?
Je moet iets sterks hebben...
dat haar een schuldgevoel geeft. Sterk, maar geloofwaardig.
Sterk, maar geloofwaardig.
Ik weet niks.
Alles goed, mevrouw Rongeon? Eet smakelijk.
Eet smakelijk. Alles goed, meneer Pornichet?
Alles goed, mevrouw Lecaire? -Zijn dit vis- of kipkroketten?
We komen er niet uit. -Dat zijn kroketten van kip.
Ok�, dank u wel.
Zij is mijn schoondochter.
Souleymane? Zijn dat vis- of kipkroketten?
Een beetje van allebei.
De restjes van gisteren zitten erbij. -Dat zouden we toch niet meer doen?
Ja, inderdaad. Dat is verboden.
C�cile, C�cile... -Wat?
Moet je luisteren, je lacht je dood.
Een papa en mama gaan slapen. Mama zegt: Schatje, wat doe je?
Ik doets mijn tanden. -Ik poets mijn tanden.
Ik poets mijn tanden. Goed, schatje.
Wil je de mijne ook poetsen, alsjeblieft?
Dat soort grappen... Daar houden we ook mee op.
Daar zal je mijn moeder hebben.
Hallo? Bedankt, het werd tijd.
Ik bel constant. F�lix en Juliette waren hier de hele ochtend.
Arnaud is ze net komen halen. Echt, mama... Vind je dit een plek voor kinderen?
Nee, wacht. Wat is er dan aan de hand?
Gaat het goed met hem? -In zijn bovenkamer gaat het goed...
maar vanonder scheelt er vanalles.
We zaten de hele dag in het ziekenhuis. -Wat vertelt ze nu?
Hij wil er niet over praten. Ik weet niet of ik het mag zeggen.
Maar je vader... Hou dit wel voor je, schat.
Je vader houdt het niet meer.
Wat houd ik niet meer? -Hij houdt niks meer binnen.
Hij is helemaal onderzocht. Je weet hoe prettig hij dat vindt.
Maar C�cile, incontinentie... -Nee.
Dat wens je niemand toe. Verschrikkelijk. -Hoe is dat toch mogelijk?
Daarom konden we niet reageren. Het spijt me.
Hij wil er niet over praten. Tegelijkertijd begrijp ik dat ook wel.
Hij moet nog enige waardigheid behouden. -Waardigheid, mijn reet.
Ik hang op, je vader moet verschoond worden.
Moeten jullie daarom lachen?
Waarom zei je niet dat jij een luier nodig had? -Het moet wel geloofwaardig zijn.
Sterk... -En geloofwaardig.
Was het goed?
Zo erg is het niet, schat. -Niet zo erg.
Ik heb het voor ons gedaan. -Maar jij hoeft niet...
Springen, F�lix.
Pas op.
Nu ben je gevallen. -Die kloteskates.
Alles goed, schat? -Je lag toch niet te slapen?
Nee, ik was op zoek naar... Alles goed?
Allereerst de hond van de zetel af. En waarom is het hier zo'n rommel?
Zitten. Nee, ik had het tegen de hond.
Hebben ze hun huiswerk gemaakt? -Ik denk van wel.
Het was maar ��n pagina. -En waarom ben jij verkleed als kikker?
Van papa. Het is geen kikker maar een draak.
Inderdaad, het is een draak.
Er was geen pyjama meer. -Die heb ik vanmorgen gewassen.
Hij was nog nat. -Er is toch een droger?
Als je een briefje had achtergelaten... -Een briefje met wat?
Als er natte was is, doe je die in de droger. Daar is hij voor.
Ja...
Niet meer spelen, jongens. Naar bed. -We hebben nog niet gegeten.
Ze hebben nog niet gegeten? -We wachtten op jou.
Gaan jullie je tanden poetsen.
We hebben niks gegeten. -Ga dan daarheen, iets anders doen.
Heb je verder een leuke dag gehad?
Zo kan het niet meer, Arnaud. -Hoe bedoel je?
Ik heb het idee dat ik drie kinderen heb.
Ik heb hulp nodig. Je moet vader zijn en echtgenoot.
Of op zijn minst volwassen. Dat zou al mooi zijn.
Ik ben echt...
Ik beloof je dat ik m'n best zal doen.
Ik zal iets te eten maken.
Schat, bolognese of carbonara?
Wat is dit voor brief van de bank?
Schat, kijk eens. Ik heb mijn Libert�- zegels gekregen.
Ik heb er 650 euro voor betaald, en ik kan ze voor 1000 verkopen.
Dat ze vandaag komen, is vast een teken: Libert�.
Het zijn gewoon postzegels... -Waarom vertel ik het je ook?
Wie is daar? -Op dit uur vast niet de burgemeester.
Arnaud, wat doe jij daar? -Goeienavond.
Wat heb je? Een lekke band?
Nee.
C�cile heeft ons eruit gegooid, Popi en mij.
Ja, zeg het maar.
Ja?
Ze kan me niet meer uitstaan.
Wat een verrassing. -Marilou...
Wat is er gebeurd? -Niks. Een misverstandje met de bank.
Mijn rekening is geblokkeerd. Door Philippe's cadeau.
Straks is het jouw fout.
Soms is een kleine pauze wel 's goed. -Dat is het niet, ze zegt dat het uit is.
Bij elke ruzie wordt ze historisch. -Hysterisch is het woord.
Nee, historisch. Ze komt met oude koeien.
Het was bijna ons wollen huwelijk... -Wollen huwelijk?
Dat is na zeven jaar. Een magisch getal. De leeftijd van Popi.
Moeten we je een hotel aanraden? -Daar heb ik nu geen geld voor.
Heb je geen vrienden? -Jawel, jullie.
Daarom ben ik hier. -Heel verstandig, Arnaud.
Verstandig dat hij hier is. -En waarom ga je niet naar je moeder?
Die woont ver weg, in Nice.
Ik wil haar niet teleurstellen. -En ons zeker wel.
En niet te ver bij de kinderen weg. -We helpen je graag, maar...
Heb je even een momentje?
Het moet wel, daarnet nog... -Je praat wartaal.
We kunnen hem niet zo laten weggaan. -We zijn zijn ouders niet.
En C�cile pikt dat vast niet. Hij kan beter naar zijn moeder.
Wie brengt dan de kinderen naar school? -C�cile.
Nee, wij. En wie past er op in de vakantie?
Ook al is C�cile onafhankelijk en kan ze zich alleen redden...
ze heeft geen vier handen. -Ik snap het.
Je hebt gelijk, je mag je moeders hart niet breken.
Je bent hier welkom. -Echt waar?
En C�cile komt wel tot inkeer. Ze windt zich vaak op, en heeft daarna spijt.
Ik geef haar twee, drie dagen... -Ik zou zeggen twee dagen.
Ik wist dat ik op jullie kon rekenen. Jullie hart zit op de juiste plaats.
Wat praat hij goed Spaans, h�?
Portugees. -Dat is hetzelfde.
Wat doet hij daar? -Hij vindt ons leuk.
Dat kan hij ook buiten doen. Gooi hem er eens uit.
Vooruit, Popi. Naar buiten. Kom mee.
Kom maar, jongen.
Heeft hij je gebeten? -Nee, ik schrok.
Hij slaapt hier niet in de kamer. -Geen sprake van.
Dan kunnen we opnieuw beginnen, zullen we opnieuw kunnen beginnen...
op een gezonde en solide basis.
En dan eindig je met: Ik mis je.
'Ik mis je.' Hoe kan ik jullie bedanken?
Met een hoofdletter, ze heeft een hekel aan spelfouten.
Geven jullie die bloem ook? -Geef jij die maar.
Jullie kunnen dat beter doen. Jullie moeten er toch heen.
Kan dat? -Ja, dat kan wel.
Onze activiteit vandaag is:
Spel. Is iedereen er?
Ja, meneer Pichon? -Nee, meneer Lan�on is er niet.
Dat is waar, ja.
Goedendag. -Goedendag.
Dag, meneer Lecaire. Vanwaar uw bezoek?
Ik wil het met u over mijn moeder hebben. -Natuurlijk.
Komt u binnen.
Meneer Lecaire... -Ik verlang naar je.
Wat zijn dat voor bloemen? -Dat is romantisch.
Kom vanavond bij me. -Nee, vanavond heb ik de kinderen.
Dit is niet het moment. Ik ben net bij Arnaud weg.
Je hebt hem voor mij verlaten. -Nee, niet voor jou.
Ik ben dol op je, maar dat is niet zo.
Ik moet even alleen zijn, om alles op een rijtje te zetten.
Begrijp je dat? Dat begrijp je niet. -Natuurlijk begrijp ik dat.
Ik zal geduldig zijn.
Snel, ga zitten.
Nee, dat is waardeloos.
Binnen. -Daar zijn we.
Mameline. Meneer Lecaire, dit is mijn grootmoeder.
Dag, mevrouw. -Ik kom eraan.
Bedankt voor uw bezoek, meneer Lecaire, betreffende uw moeder.
Kom gerust terug om verder met me te...
Ik zal u uitlaten.
Dames, meneer...
Mameline... -Je straalt vandaag helemaal, schat.
Dank je wel. -Dat is vast je lippenstift.
Die maakt je zo mooi.
Wil je niet gaan zitten? Zo word je te moe.
Hij wil steeds maar dat ik ga zitten. -Zo is hij. We gaan uitpakken.
Het is niet nieuw, maar je voelt je hier vast goed.
Het is niet groot, maar het is een van onze ruimere kamers.
Ik kom hier toch alleen om te rusten. Ik zie dat je het heel druk hebt.
Ik pas wel wat dingetjes aan..
We laten jou even hier. C�cile, kunnen we je even spreken?
Ik zie je bij de lunch.
Moet ik je echt niet helpen? -Nee, ga jij maar.
Tot ziens.
Tot morgen, mama.
Ik kan niet geloven dat ze nog maar... -Ik ook niet.
Het is vreselijk.
Maar ze heeft een goed humeur, voor iemand die...
Des te beter als ze sterft terwijl ze zich nog goed voelt.
Wat wilden jullie zeggen? -Het gaat over Arnaud.
Waarom zei je niet dat hij bij jullie was?
Hoe weet jij dat? -Van Mameline. Die weet alles.
Nee, sorry. Die weet niet alles.
We hebben iets voor je. -Ja.
Een brief. -En dit hoort erbij.
Lief, h�?
Hij is wanhopig, schat.
Hij is er kapot van. -Hij is er kapot van.
Zelfs Popi is treurig.
Luister. Hij is knap, lief... Wat wil je nog meer?
Wat wil je nog meer? -Hebben jullie dit gedicteerd?
Jawel, ongesplitste infinitieven. Dat hebben jullie gedicteerd.
Ik moet wat afstand nemen van Arnaud. Ik ben heel erg kwaad op hem.
Door zijn gedoe sta ik rood. En dan heb ik nog een dure oppas.
Waarom past Arnaud niet op? -Dat weet ik niet.
Hij is hun vader, dat is toch beter dan een oppas?
Wij moeten weg. Neem gewoon Arnaud als oppas. Dat komt helemaal goed.
Ja, dat komt helemaal goed.
Wacht even. Mama, kom eens. Nee, jij niet.
Voor papa. Het was van meneer Lan�on. Als je hier iets aan hebt...
O, schat. Wat is dat attent. Heel lief, schat.
Hier, een cadeautje.
Wat is dat?
Ben je nu helemaal? -Dat is toch heel lief?
Hier, ik moet naar de wc. -Zie je wel.
Zo begint het.
Dit is Line Blanchot, de nieuwe bewoonster. Een applausje, graag.
Hier is wel wat te verbeteren.
De lunch komt eraan.
C�cile, dat doet me dunken... -Dat doet me denken.
Aan een hele leuke mop. -Liever niet.
C�cile, ik hou wel van leuke moppen.
Dan laat ik jullie alleen. -Tot straks.
Aangenaam, mevrouw.
Kijk nu eens? -Wat doet hij daar?
Waar is je baasje, Popi?
Zijn jullie er al?
Goedenavond. Huize Poujol wilt u graag op deze wijze bedanken.
Kan ik uw jas aannemen? -Nee, dat kan ik zelf wel.
Hoe reageerde C�cile op de brief? Zei ze: O, wat een leuke kaart.
Maak je geen zorgen, Arnaud. Alles komt in orde.
Is dat vlinderstrikje niet van mij?
Ik heb Arnaud altijd gemogen. Hij is beleefd, hulpvaardig...
Ik vind hem de ideale schoonzoon.
Kijk eens aan. Ik hoop dat jullie het lekker vinden.
Het is met liefde gemaakt.
Animelles met ravigotesaus, op een bedje van broccoli.
Heerlijk, maar of dat op de lijst staat... -De lijst?
Marilou heeft een dieetlijst, met wat gezond is en waarmee je slank blijft.
Op zijn leeftijd moet je oppassen. Zit er niet te veel zout in, vanwege zijn...
Nee, helemaal niet.
Mevrouw, meneer... Ik wens u smakelijk eten.
Laten we eens kijken.
Heerlijk.
Een bijzondere textuur, maar erg lekker.
Proef je het, Marilou?
Ja, het is erg lekker.
Zie je? Je kunt lekker eten zonder eiwitten. Ideaal voor jou 's avonds.
Ik wil je niet teleurstellen, maar er zitten eiwitten in.
Animelles zijn toch paddenstoelen? -Ja, grote champignons.
Het is een samenstelling van animaal en lamellen.
Eigenlijk zijn het in plakjes gesneden lamstestikels.
De wijn is lekker. -Een Haut-Brion, uit 2009.
Dat kan. Uiteraard.
Hoe kom je daaraan? -Uit jullie kelder.
Is hij nu gek geworden? Die bewaar ik al tien jaar.
En die serveer je zomaar? -Geen drama, hij moest toch ooit open.
We zijn heel blij, het is lekker en de wijn is formidabel.
Bravo, Arnaud.
Ik heb ook het huis opgeruimd.
Ik heb wat brieven die daar lagen gepost. Er lagen postzegels bij.
Mijn Libert�- zegels.
Hij heeft mijn Libert�- zegels gebruikt.
Besef je wat hij gedaan heeft?
Ok�, Olivier. -Ik heb een aantal voorstellen voor u.
Deze moet u in het echt zien, omdat u niet zoveel haast heeft...
Dat is waar. -We hebben wel haast.
Ik dacht dat u wachtte tot Mameline...
Als u er eerder wilt heengaan... Ik bedoel...
We willen graag snel klaar zijn, snap je?
Hij begrijpt het niet. -Wel waar.
Als u niet wilt, kan ik u ook hier laten kijken, in Frankrijk.
Je wilt ons een Portugees huis laten bekijken in Frankrijk?
Hij begrijpt het niet.
Die hond werkt op mijn zenuwen, heel erg.
Ik zei toch dat het de hond was.
Dan nemen we zijn bloeddruk ook op.
Geef me even de honden-bloeddrukmeter.
De overeenkomst tussen een doodgraver en mayonaise?
Ze begeleiden allebei koud vlees.
Het is klaar.
Je zult eens wat beleven. Ze vinden dit vast heerlijk.
Maar dan heb je morgen geen restjes meer. -Line, je bent geweldig.
Het is heel fijn dat u elke dag op bezoek komt bij uw geweldige moeder.
Je hebt maar ��n moeder, die moet je verwennen.
Maar nu moet ik weg. Marilou wacht op me.
Tot ziens, mama. -Tot ziens, jongen.
Ik ben blij dat je je hier prettig voelt. Tot morgen.
Tot morgen. -Dag mama, dag Souleymane.
Proef dit eens.
Het is klaar.
Heel mooi.
Line, ik maak lijken op, ik ben geen kapper.
Je werkt toch niet elke dag, h�? Gelukkig maar.
Zo heb je iets te doen, en je maakt anderen gelukkig.
Wilt u ook opgemaakt worden, nu ik er toch ben?
Ja. -Een uitstekend idee.
Wat is hier aan de hand? Wat is dit voor bijeenkomst?
Jean-Louis kan ze ook opmaken voor ze dood zijn. Goed idee, h�?
Ja.
Ja, maar toch niet in een mortuarium? -Het is vanaf nu een kapsalon.
C�cile, wat ben je gespannen. -Mijn hele leven is een chaos.
Alles om me heen loopt fout of ik doe alles verkeerd...
Ik voel me alleen. -Ik ben er toch?
Altijd. Nu ja, niet altijd. Zolang ik leef, kun je op mij rekenen.
Zeg toch niet van die rare dingen.
Alles goed, papa? -Ja, het gaat wel.
Ik moet weg. -Wil je niet meer bij ons wonen?
Natuurlijk wil ik dat wel.
Het is nu alleen een beetje ingewikkeld. -Waarom?
Dat zijn problemen van volwassenen.
Maak je geen zorgen. Alles komt weer goed.
Ik wil dat je terugkomt, papa. -Mama is er toch nooit.
Bij haar zien we dode mensen en daar droom ik van.
Slaap je echt bij opa en oma? -Ja. Wat zei je, dode mensen?
Waar slaap je als oma en opa weg zijn? -Dat mogen we niet zeggen.
Het gaat heel goed met ze, ze zijn heel gezond.
Daar heb je mama. Jullie moeten slapen.
Niet meer aan dode mensen denken, morgen moet je naar school.
Even je bril afzetten.
Kusje, schat.
Hallo. -Goedenavond.
Heb je mijn kaartje gekregen? -Ja.
Kun je ze morgen ook opvangen? -Ja, dat kan.
Dank je, dat is vriendelijk.
F�lix praat heel veel over de dood.
Dat is de leeftijd. Ik ga even kijken, tot morgen.
Dag schatje. Ik heb zin om morgen met je te vrijen.
Wat een teleurstelling, Harold. We staan voor een grote nederlaag.
Het is C�cile. -Neem dan op.
Op dit uur wil ze wat van ons. -Jij denkt altijd het ergste.
Ze wil zeker zeggen dat het weer goed is met Arnaud.
Dag, schat.
Wat?
Arnaud stuurt dat hij niet meer op de kinderen wil passen?
En je weet niet waarom? Dat kan niet, schat.
Het is zeker een misverstand, hij komt vast morgen.
Nee? Is hij gek geworden?
Wat? Wij, morgen? Nee, want wij gaan morgen...
Ik kijk eventjes in de agenda.
Verzin iets. -Zeg dat we naar de voedselbank zijn.
Ze weet dat we niet arm zijn. -Nee, om te helpen. Niet om te eten.
Schat, ik weet het weer. We gaan morgen naar de voedselbank.
Het is belangrijk om anderen te helpen. -Ja, dat is belangrijk.
Nee, schat. Dat is geen plek voor kinderen.
Nee, zeker niet. Het stikt daar van de ziektes.
De mensen hebben er luizen. -Ja, ze krijgen er luizen.
Ok�, goed schat.
Ok�, tot morgen. -Wat?
Niks onafhankelijk. Ze levert de kinderen morgen af bij de voedselbank.
'Dat is heel pedagogisch en dat is goed voor ze.'
Onze zoon is in alle talen een idioot.
Goed idee van je. -Hou je handtas goed vast.
Vijf voor vijf.
Goeiemorgen.
Dag, mevrouw. We zijn gekomen om te helpen.
Dit is mijn plaats. -Maar het is pauze.
Het is pauze, wegwezen.
Goedendag. Mag ik zo'n blik doperwten?
Natuurlijk, een blik doperwten.
Niet vergeten, h�? Vijf stuks groente of fruit per dag.
Zijn opa en oma nu arm? -Vertrekken ze daarom naar Senegal?
Oma in Afrika, dat is een goede grap.
Daar is C�cile. -Glimlachen.
Dit geef ik u omdat het goed is om lekker te eten.
Daar heb je ze.
Goedendag. Hebt u ook broodjes?
Waar staan de broodjes? -Daar achter u.
O, daar. Natuurlijk.
Veel sterkte.
Dag, schat. Dag, jongens.
Dag opa, dag oma. -Dag schatjes.
Zegt u het maar. -Ratatouille, alstublieft.
Een beetje achteruit, je staat iedereen in de weg.
Leuk dat jullie dit doen. -We zijn hier al de hele ochtend.
Het is vermoeiend, maar mooi werk. -Je moeder is erg genereus.
Veel sterkte.
Tomatensaus, graag. -Alstublieft.
Wat is er met Arnaud gebeurd? -Hij is helemaal kapot.
Doorlopen, mevrouw. Dat vond ik heel erg.
Ik weet het niet. Gisteren was alles nog goed.
Hij heeft weer een bloem achtergelaten. -Tegen ons zei hij niets.
Kunnen we nog andere oppasdata afspreken?
Als ouders willen we je graag helpen.
Maar we hebben geen minuut meer vrij. Onze agenda zit vol.
Hier kunnen we niet, en hier niet.
Hier misschien... -Zeg eens.
Dat kan toch niet?
Gaan jullie op dat bankje zitten? Dan praat ik even met opa en oma.
Niks, noppes, nada. -Ik weet alles uit m'n hoofd.
We kunnen niet alles opschrijven. -Daar hebben we geen tijd voor.
Deelt u niets meer uit? -We zijn even bezig, meneer.
Waar jullie nu mee bezig zijn... Dat jullie hier staan is een reuzemop.
Alsof jullie ooit iets weggeven. -We lopen er niet mee te koop.
Praat wat zachter, ze kennen ons hier. -Precies.
Jullie kennen deze mensen? -Ja, het zijn bijna vrienden geworden.
Deelt u niets meer uit? Er staat een hele rij.
Hoe heet zij dan bijvoorbeeld? -Zij, zij heeft een heel groot hart.
En hoe heet zij, met haar grote hart? -Ben je soms van de politie?
Je weet het niet. -Natuurlijk weet ik het.
Zij heet...
Micheline? -Nee.
Odette? -Nee.
Ze zijn er net vijf minuten.
Wat is zij grappig. Zij heeft wel humor.
Verschrikkelijk, jullie zijn verschrikkelijk.
Als jullie ze niet willen, vraag ik het mijn nieuwe vriend.
Hij is ook met pensioen en wil ze wel. -Is hij met pensioen?
Hoe oud is hij dan? -45, hij was topsporter.
Is het definitief uit met Arnaud?
We gaan, opa en oma willen niet op jullie passen.
Niet waar, we zijn dol op jullie. -Op allebei.
Blijven we niet bij opa en oma? -Nee, we gaan.
Ik begrijp er niks meer van. -We begrijpen er niets meer van, mama.
Er valt niks te begrijpen.
We storen u niet langer. -Wilt u niet blijven?
Om wat te doen? -Om ons te helpen.
Tot ziens, Micheline. -Tot ziens, Odette.
Aan tafel.
Zijn we niet te ver gegaan? -Je kent haar.
Eerst is ze boos, en dan heeft ze spijt. Ze kalmeert wel.
En wat doen wij nu?
Die bal gehakt en zijn hond gaan naar zijn moeder.
Bedankt voor alles.
Popi en ik waren erg gelukkig bij u.
Tot gauw. -Niet te gauw.
Geef je moeder een kus van ons.
We gaan je missen. -Vooral Popi.
Het was erg leuk dat je er was.
Kunnen we hem wel zo laten vertrekken? Hij zag er triest uit.
Hij probeert ons voor zich te winnen. Net als zijn hond.
Als hij maar geen gekke dingen doet. -Je maakt je te veel zorgen over hem.
Ondertussen piept de auto niet meer.
Je zult zien dat hij er weer bovenop komt.
Mooi h�, Philippe? -Prachtig.
Deze is van u en dit is de modelwoning.
Stel u voor: Twintig minuten van Porto, een dorpje aan zee...
En veel Fransen, u voelt zich vast thuis. -Heel mooi, schat.
En de kers op de taart. Bij ons is dit gratis:
Dit is meer Alves, de architect.
Zo zijn er geen verrassingen bij de afrekening.
En het is minder duur. -Met Olivier gaan we zo in zee.
Het zal u misschien verbazen, maar we zijn naar IKEA geweest.
Op aanraden van vrienden.
Ze hebben prachtige dingen. -Ja, prachtig.
We hebben veel gekocht en willen dat opsturen. Gaat dat per vrachtwagen?
Wat is er mogelijk?
De neef van meneer gaat naar IKEA Lissabon en koopt daar alles.
Dat zei ik. -Ja.
Uit de catalogus hebben we een keuken gekozen.
We willen de Tingrid. -De Tingrid?
Tingrid, die D spreek je uit. Het is Ingrid, met een T ervoor.
Net hi�rogliefen, die namen. -Dat is dus duidelijk.
Als kraan hebben we de Torkm�d uitgekozen. Hoe je dat uitspreekt...
Niet Torkm�d, maar Ringuestar. -Ja, Ringo Starr.
Zo spreek je het uit. -Inderdaad.
Dat was alles.
En de kleur van de keuken? -Dat is een goede vraag.
Wat? -De muren van de keuken.
In een kleur of wit? -Dat vroeg ik.
O, de muren van de keuken. Excuseer.
In de keuken wil ik een mooi zachtgeel.
Zachtgeel. -Dat is heel ouderwets.
Maar als u dat wilt. -Dat is ook waar.
Dat is ouderwets, dat zie je niet meer.
Wit, dus. -En wat doe ik op de vloer?
Parket of tegels?
Tegels, meneer Philippe.
Natuurlijk, tegels. Het is een warm land.
Hoeveel vierkante meter? Dit is 40, ik doe 45 voor dezelfde prijs.
Dat moet met tegels, en het is niet duurder.
U weet wat u tegen ons moet zeggen, meneer Alves.
Sinds wanneer spreek jij Portugees? -Ik spreek geen Portugees, maar Frans.
Meneer Alves praat heel goed Frans.
Je kwetst hem echt.
Als iemand alle goeie nummers heeft...
trek ik dit vest uit.
Moet je niet naar de voedselbank? -Hou op. Ik geneer me dood.
Je moeder is bang dat ik me te moe maak. Ik mis de kinderen.
Dat heb ik. -Bravo, mevrouw Laroumet.
Is het hier niet gezellig? -Ja.
Weet u, we hebben het nu beter dan toen we jong waren.
Toen wilden we allemaal op Brigitte Bardot lijken.
Nu is het zover, nu lijken we op haar.
Heeft er nog iemand 22?
Ik heb het. -Bravo, meneer Poyard.
Ik kan me niet voorstellen dat ze bijna...
Verschrikkelijk.
Nee, vijf min een is... -Vier.
Huiswerk is af. Alles goed. Ik wacht op je.
Schat, opschieten.
Hoe is het met je moeder? -Heel goed.
Ik heb haar nooit zo levendig meegemaakt. -Vreemd dat ze zo levendig is.
Ze komen zo, een koppel met twee kinderen.
Ze willen snel een huis, want er is een derde op komst.
Dat is goed voor ons, ik vind ze nu al leuk.
Daar zijn ze al. -Ik ga wel.
Nee, h�? Ik heb niks aangeraakt.
We komen dit keer niet voor u. We komen iemand terugbrengen.
Mama?
Ik ben geen arts, maar dat ziet er lelijk uit.
Je had gelijk.
Geen bal gehakt, maar een boemerang. -Hij ziet er slecht uit.
Hij zit vol pijnstillers, hij weet niet meer waar hij woont.
Wel waar, maar daar kan hij niet terecht. -Hij ziet ons als zijn familie.
Dat is ontroerend.
De kopers. -Wat doen we?
Ze mogen hem niet zien.
Dit is de eetkamer. -Hier eten we.
Ik zei het al, u moet er zich wat bij voorstellen.
Dat proberen we, dat proberen we.
Bevalt het u? -Het heeft charme.
Al is het ouderwets.
En dit is nog niets. Als u de ouderlijke slaapkamer ziet...
Het is lelijk. -Jongen toch... Excuseer.
Je zegt niet altijd de waarheid, Tristan. -Je hebt gelijk, het is lelijk.
Begin jij nu ook al?
En wat is dat?
Is dat niet jouw... -Inderdaad.
Dat is...
Mijn God.
Is dat een piemel? -Kijk maar niet, schat.
Wees maar niet bang, de hond is erg braaf.
Kun je dat ding niet beter opbergen?
Dat is mijn schoonzoon, hij heeft een ongeluk gehad.
Hij is zeer vriendelijk.
We laten de moed niet zakken. Olivier laat u nooit vallen.
Met Olivier zit het leven niet mee.
Ik heb een oplossing. -We zitten in de problemen.
L�a is de oplossing. Zij richt het opnieuw in...
en maakt dit huis gezellig.
Zolang ik leef, komt die taart niet aan mijn huis.
Ze weet niet dat het voor de verkoop is.
Daarom is L�a er, om alles wat te verjongen.
Zo oud is het niet. Het is nog van mijn ouders.
De meubels hebben veel waarde.
Al mijn 'oudere' klanten zeggen dat.
Dat is zeker hun bijziendheid. Ze zien niet dat het stokoud is.
Ze is een beetje direct, maar ze doet wonderen.
Wat is er mis met de buffetkast van mijn moeder?
Dat zoiets nog bestaat. Dat is iets voor een bejaardenhuis.
Ik heb zin om haar wat aan te doen. -Ik ook.
Zeg je niks? -Alles moet vernieuwd worden.
Hoe meer je doet, hoe hoger de meerwaarde. En dat is belangrijk.
Dat is goed nieuws.
Hier hoeft niets aan te gebeuren, dat is pas twee jaar oud.
Op uw leeftijd gebeurt hier niet zoveel meer.
Maar dit kan niet. Hier heb je alleen nog maar zin om dood te gaan.
Er gebeurt nog genoeg in dat bed. Zeg jij het eens.
Dat hangt ervan af wat je...
Marie-Louise, je hanger. Waarom doe je hem niet om?
Deze keer hebt u een lage bloeddruk. Bent u moe?
Heel erg. -Ik ben blij dat ons cadeau zo nuttig is.
Alsjeblieft. -Zei je niet 'familieprijsje'?
Dit is de familieprijs. En op familie staat geen prijs.
Vooruit, jongens. Aan het werk.
Het is niet gratis. -Het is een investering.
We trekken het af van het geboortegeschenk.
Hallo, Arnaud.
Ze vertelden me wat er gebeurd is. Vreselijk.
Die staat hem goed, jouw kamerjas.
Volgende week zit hij in de trein, met zijn hond. Dat zal ook goed staan.
Zijn jullie er al?
Ja. Sorry, je was vast bezig met liefdadigheid.
Dat zou ik wel willen, maar je kan niet iedereen helpen.
Kom binnen, kinderen.
Nee.
Arnaud is er.
Knappen jullie het huis op?
Nee, dat is een geheimpje.
Knappen jullie het huis op? -Nee, het is drie keer niets.
Waar gaan jullie heen, met Martin en L�a? -Naar Normandi�.
Leuk, leuk.
Is dat je sportman? Leuk.
Dat is lekker, h�?
Fijn weekend.
De tas met spullen.
Kusje. -Kusje.
Ik heb het idee dat alles goed gaat. -Ja, het huis is bijna af.
Volgens Olivier is het bijna verkocht. De taart moet nog een en ander doen.
Het contract voor het huis in Portugal is getekend...
En, een groot wonder, onze dochter heeft een nieuwe vriend...
die graag oppast.
Ik kan eindelijk weer ademen.
We zijn trots op jullie. -Bravo, bravo.
Wanneer vertrekken jullie?
We wachten tot we het kunnen aankondigen.
Ja, Mameline... -Ja, we kunnen niet weg voordat zij...
Voor haar heengaan.
Ik heb mensen gekend die er 10 jaar over deden om te sterven.
Ik moet met die arts praten, want het lijkt zo goed te gaan.
Dat is zorgwekkend. -Zorgwekkend.
Wil je niet gaan zitten? -We wachten al een uur.
We staan wortel te schieten. -Reden te meer om te gaan zitten.
Jij bent altijd zo irritant rustig.
Mevrouw Blanchot. -Die T spreek je niet uit.
Blanchot.
Ik heb het resultaat van de test.
Het ziet er niet goed uit. -Welke test? Ik heb geen test gedaan.
Inderdaad, u bent het niet.
Waarvoor komt u? -Voor mijn moeder.
Ik maak me erg veel zorgen. -Dat zie ik.
Ik zal u onderzoeken. -Ik ben zijn moeder niet.
Ik kom voor mijn schoonmoeder.
Pardon, maar waar is die dan? -Zij is er niet.
Hoe moet ik haar dan onderzoeken? -Mevrouw Blanchot.
U hebt haar twee maanden terug gezien.
Mevrouw Blanchot... -We willen weten of ze echt ziek is.
Ze zit vol energie, dus maken we ons zorgen.
We begrijpen er niks van. -Niks.
Het is niet gek dat je je daar zorgen over maakt.
Omdat ik heel veel van haar hou. Nietwaar, Philippe?
Ja, ze mogen elkaar graag.
Daarom maak ik me zorgen over haar goede gezondheid.
Natuurlijk.
Ik mag niks zeggen over een pati�nt zonder haar toestemming.
Maar in dit geval geldt dat niet. Ik heb slecht nieuws voor u:
Uw schoonmoeder is overleden.
Gecondoleerd.
Wat een idioot, zich van dossier vergissen.
Ik ben blij. Jij maakt geen blije indruk.
Jawel, ik ben dolblij. We hadden al veel eerder kunnen vertrekken.
Ik ben enorm opgelucht.
Ik ben ook opgelucht, vooral voor jou. We kunnen nu rustig vertrekken.
Denk je? -Ja.
Ik waarschuw je, ik doe niks met een hond.
Ook niet een beetje? -Nee.
Is het nu alweer de burgemeester?
Kom mee, jij.
Ok�, hij gaat niet mee.
Schat... -Wat doe jij hier, C�cile?
Was het niet leuk in Normandi�? -Nee, helemaal niet.
Normandi� is vreselijk.
Nee, dat is het niet. -Kom binnen, schat.
Dit is niet drie keer niks. -Wel waar, dit is drie keer niks.
Vertel op, schat. Wat is er aan de hand?
In het begin ging alles goed.
De jongens tennisten en L�a stelde voor om te gaan shoppen.
Dus gingen we shoppen.
Maar toen we daar waren, besefte ik dat ik niet van shoppen hou.
Het is nog niet afgelopen. -Nee papa, het is nog niet uit.
Na een uurtje kom ik dus terug naar huis.
Maar het huis was leeg. Ik zocht de jongens overal.
Wat heb je gedaan? -Ik ben ter plekke vloeibaar geworden.
Vloeibaar geworden.
Mijn broer heeft mijn vriendje ingepikt.
Volgens mij betekent dat dat Martin... -Natuurlijk.
Sinds wanneer is hij dat dan? Ik heb niets gemerkt.
Ik ook niet. Van geen van beiden. Ik heb twee keer niks gezien.
We hadden het kunnen weten. Werken voor de televisie...
Ja, ja...
Hoe is L�a eronder? -Geen idee.
Ik zei dat ik een noodgeval had.
We zijn terug bij af, we zijn de oppas kwijt.
Wat? -Niks.
C�cile, wat doe jij hier? -Ik had een meningsverschil met Martin.
Ze moeten zich zo snel mogelijk verzoenen.
Laat zien.
Full House. -Flush.
Ok�, een flush.
Verdomme. -Full house.
Ik heb jullie kaalgeplukt.
Roken jullie in de keuken?
Wel waar, wel waar... -Alleen hier zijn geen rookmelders.
Zat jij niet in Normandi�? -Kan ik even met Mameline praten?
Mijn eigen broer met mijn vriendje. -Ik dacht altijd al zoiets van Martin.
Sinds wanneer weet je dat? -Sinds hij klein was.
Hij keek altijd vooral naar jongens. -Hij is getrouwd, hij krijgt een zoontje.
Als je met een vrouw als L�a trouwt, hou je niet echt van vrouwen.
Van Arnaud vraag ik het me wel vaak af, maar van Martin nooit.
Arnaud kijkt nooit naar andere vrouwen.
Ik vraag me wel eens af... -Welnee.
Er is maar ��n reden waarom hij niet naar andere vrouwen kijkt.
Hij kijk maar naar ��n.
Hier, dan ontspan je wat.
Hij is uit. -Geef hier.
Je bent ondeugend. -Inderdaad.
Het lijkt wel een catalogus. Het is niet meer ons huis.
Binnenkort is het ook niet meer van ons. -Ja, maar toch...
Ik mis de meubels van mama.
En jij? -Dat valt wel mee.
Wat nu belangrijk is: Als dit eenmaal gedaan is...
is de verkoop slechts een formaliteit. -Kijk.
Kijk eens wat een succesnummer.
Onze dochter valt binnen een week voor hem.
En over drie weken: Portugal. -Portugal, Portugal...
Hebben jullie zin om te swingen? -Ja.
En te putten?
Welkom bij de opening van de minigolfbaan door mevrouw Lecaire.
Aan u de eer.
Weet je, C�cile. Arnaud is weer gaan werken. Ik zeg het alleen maar even.
Dit is de eetkamer. -Hier eten we.
Koop je het, papa? Alsjeblieft, zeg ja.
Kunnen we het kopen? -Wat een schatje.
En ook nog slim.
Goedenavond, Arnaud.
Goedenavond, Arnaud. -Goeienavond.
De kinderen liggen in bed.
Is alles goed gegaan? -Prima.
Ze hebben huiswerk gedaan en gegeten. -Dat is cool.
Dat is al heel wat, dat ze eten. Een hele vooruitgang.
Maar alles is dus goed gegaan. -Heel goed.
Dan ga ik maar. -Ok�.
Je tas.
Gaat het goed op je werk? -Ja, ik heb heel wat klanten.
Ik hoef me niet te vervelen.
Je hebt overigens... Laat maar zitten.
Wat doen jullie daar? Zijn jullie niet gaan slapen?
Jawel.
Hebben jullie papa's gezicht beschilderd? -Nee.
We willen dat papa terugkomt. -We missen hem.
Kun je papa niet terughalen? -Alsjeblieft.
Het is niet dat ik het niet kan...
Als het om de liefde gaat, moeten volwassenen ook willen.
Het is niet eenvoudig. Je moet...
Ik weet het niet, ik weet het niet.
Alsjeblieft, -Alsjeblieft.
Zeg ja, zeg ja, zeg ja.
Nee, luister... Allereerst naar bed, anders zeg ik nee.
Ok�, papa komt terug.
Dat heb ik niet gezegd.
Ik zie nu uw scherm. Onderin staat een balkje.
Typ daar eens Zouzounet in. Probeer het eens met een hoofdletter.
Wacht, wacht... Een momentje, mevrouw Rouny.
Ik wilde even zeggen dat C�cile me net gebeld heeft.
En? -Ze vroeg of ik weer naar huis kwam.
Dat is echt heel goed nieuws.
we gaan het ze vertellen we gaan het ze vertellen
Het voordeel was wel dat je vaak kwam en heel lief voor me was.
Dat spijt me, mama. -Niet nodig, ik hou nog wel van je.
Maar je komt voor iets anders zeker.
Vanwege Portugal. -Hoe wist je dat?
Ja, eigenlijk...
heb ik er geen zin in. -Je durft het Marilou niet te zeggen.
Ze is hysterisch en geobsedeerd.
We vinden wel een oplossing, maar we kennen onze Marilou toch?
Je moet haar subtiel bewerken.
Zullen ze blij zijn dat we vertrekken? -We komen met bloemen en chocola.
Dat vinden ze vast heerlijk.
Kinderen... -Dat is niet erg, gaat u voor.
Pardon. -Er is geen plaats meer.
Ik neem de trap wel. Dat is goed voor me.
Ik ga naar de tweede, en u? -Ook naar de tweede.
Wat een schatje.
Jij bent lelijk.
Zo kan hij wel weer. -Wat?
Was het wel een goed idee, die trap? -Dat heeft me goed gedaan.
Hallo... -Wat doen jullie hier?
En wat doe jij hier? -We hebben een noodgeval.
Ik laat ze hier tot morgen. Is dat erg? -Nee, maar...
Hallo, Marilou, Philippe. -We hebben bloemen en chocola.
Als dank voor de goede raad. -O, wat lief.
Jullie moeten ze wat langer houden.
We storen jullie niet langer. -Maar jullie storen niet.
En ga met ze naar de dokter, de kleine heeft volgens mij oorontsteking.
Tot ziens Marilou, tot ziens Philippe.
Geen zorgen, ik heb een gedetailleerde planning gemaakt.
Alles staat hierop.
Volgend weekend krijgen ze een beugel, dan blijven ze ook.
Hebben ze ons voor de gek gehouden, met hun levenslessen?
Misschien passen zij wel graag op.
Wat heb je tegen de bakker gezegd? -Om alles in het Portugees te schrijven.
Hoezo, is er een probleem? -Nee, het is goed zo.
Gaan jullie het nu zeggen? -Niemand kan ons meer tegenhouden.
We gaan jullie missen.
Maar we gaan elkaar heel vaak zien, jullie komen elke de vakantie bij ons.
Daar heb je ze.
Doe voorzichtig. -Ja, je kent me.
Heel mooi, wat je gedaan hebt. -Je hebt talent, L�a.
Ze vinden de inrichting mooi. -Ze hebben geen smaak.
Ga zitten, we gaan het aankondigen.
Ik heb er ook aan meegewerkt. -Kan ik je even spreken, Martin?
Ik had van alles kunnen doen, het zou altijd beter worden dan het was.
Dat is zodat je het weet.
En dit is omdat ik zonder jou Arnaud kwijt was geweest.
Schat, wat is er aan de hand?
Bedankt dat jullie er allemaal zijn. We willen jullie iets vertellen.
Dat gaan we nu doen.
lieve kinderen, we vertrekken
we houden van jullie, maar we vertrekken
vanaf morgen hebben jullie geen ouders meer
we vluchten niet, we vliegen
begrijp het goed, we vliegen
zonder te roken of te drinken vliegen we
we vliegen weg
Heel goed, schat.
Jullie gaan bij een koor, is dat de verrassing?
We willen jullie twee dingen aankondigen: Ten eerste:
We hebben het huis verkocht.
Gaan jullie net als Mameline in een bejaardentehuis wonen?
En ten tweede: We vertrekken naar Portugal.
We gaan in Portugal wonen.
Daar ben ik zo blij mee.
We zijn allemaal erg blij voor jullie. -Dank je wel.
Een van jullie ooit in Portugal geweest? -Vorig jaar of het jaar daarvoor.
Ik twee jaar terug, met mijn moeder.
Ja, we zijn er geweest. Vorig jaar in Madrid.
Het is goed gegaan.
Het kan ze niets schelen.
Het kan ze helemaal niks schelen. We hoeven ons niet rot te voelen.
Wat is er? -Hij vertrekt op tijd.
Zeker weten? -Ja, het staat er.
Weet je zeker dat we moeten gaan? -Natuurlijk weet ik dat zeker.
Ik doe het voor jouw gezondheid.
Je hebt ervoor betaald, nu kun je profiteren.
Marilou, wacht.
Ik moet je iets zeggen. -Dat kan straks, we missen het vliegtuig.
Er is geen huis in Portugal.
Wat zeg je nu? -Het is er pas als het gebouwd is.
Olivier zei dat het klaar was. -Hij loopt veel te hard van stapel.
Het maakt niet uit. We gaan toch, kom.
Kom mee.
Wie bel je? -Olivier?
Godvergeten stuk verdriet, ik krijg je nog wel.
En dan steek het voorschot zo diep in je reet...
dat je spijt hebt dat je ons hebt bedrogen. Stuk stront.
Olivier, vreselijke klootzak.
Dat lucht op. -Haar neef, een lieve jongen.
Goedendag, uw paspoort alstublieft.
Leuk h�, zo'n stil vliegveld?
Wat is er aan de hand?
Wat is dat? -Goedendag.
We hebben 10 minuten vertraging. -Is dat erg?
Welnee, dat gebeurt elke dag.
Kom zitten, hij zei dat het niet erg was. Kom.
Wat weet hij ervan of het erg is of niet? Het is heel erg.
Het is heel erg. -Welnee.
Kijk, dit is leuk.
We hebben een filmpje van de kinderen. -Voor ons?
We zijn live bij de pensionering van Marilou en Philippe.
Zeg...
Ze gaan nu naar de kleedkamer...
We zijn waardeloze ouders. Hij durfde niet uit de kast te komen.
Ik wens jullie een mooie oude dag.
De mooiste oude dag die er is. -De mooiste oude dag.
C�cile en ik zijn blij met ouders als jullie.
We zullen jullie missen.
Dag Marilou, dag Philippe... -Wat is het toch een lieve jongen.
Kusjes. -Leuk zusje, h�?
Je oude dag is het moment om weer contact te maken met je kinderen.
Een van de mooiste fases van je leven. Dat mag je niet missen.
Ok�, wat doen we nu?
Wat is dat? -Een vertraging van 20 minuten.
Straks is het 30 minuten en dan 40.
Wanneer houdt het op? -Kom zitten.
We hebben geen haast. -Jij niet, ik wel.
C�cile, via Facetime. -Neem op.
Hallo opa, hallo oma. -De kinderen.
We vinden het spijtig dat jullie zo ver weg gaan wonen.
De schatjes... -Dan zien we elkaar niet vaak meer.
Lieverds, we gaan... -Alsjeblieft, vertrek niet naar Senegal.
Welnee F�lix, ze gaan naar Portugal. Senegal...
Kijk, oma.
Was jij daarvan op de hoogte? -Enigszins.
Wil jij dat we blijven?
Het was geen goed idee om zover van de kinderen te gaan wonen.
Oma, opa...
Ik ben blij je te zien. Ze is toch niet vertrokken.
Jullie zijn met z'n drie�n gekomen.
Laatste oproep voor vlucht 1327 naar Porto.
Marie-Louise en Philippe Blanchot worden verwacht bij gate 2.
Het spijt me, ik was wat ge�motioneerd. -Maar toch, eikel...
Het was niet mijn fout, het was Philippe...
Schat, ben je wakker? -Ja, jij ook?
Ik heb lekker geslapen.
Ik bedacht opeens iets.
Als we eens bewezen dat er nog genoeg gebeurt in dit bed.
Wat een goed idee.
Opa, oma, we zijn wakker.
We hebben honger. -We komen eraan, schatjes.
Ok�.
Zie je, schat...
Ik had me de vakantie anders voorgesteld. -Maar je vindt ze toch leuk?
Heb ik dat ook? -Ja.
De beste opa en oma van de wereld. -Hoe lief.
Alleen opa is veel kleiner geschreven.
Hebben we vanochtend een afspraak met Olivier?
Daar is hij. -Hallo.
Sorry dat ik stoor, ik heb goed nieuws.
Want met Olivier... -Is het nooit pass�.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.