Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Antonia.
Nerva, goede vriend, wat 'n onverwacht bezoek.
Ik verlangde ernaar u weer te zien. Ik heb u veel te lang niet gezien.
Capri is betoverend. En Tiberius hangt erg aan me...
...al verafschuwt hij mijn oprechtheid. - Hoe is 't met 'm?
Hij is de gevangene van z'n eigen angst.
Soms heb ik even 't gevoel dat ik tot 'm doordring.
Dan zinkt hij weer weg in z'n obsessies.
Hij ziet er krachtig en gezond uit.
Maar zijn ogen verraden zijn verwarring.
Ze staan moe en troebel.
Dus er is geen kans dat hij weer terugkeert naar Rome.
Niet zolang zijn angsten worden gevoed.
Seianus.
Ik hoor dat hij hem tot medeconsul heeft benoemd. Ik kon 't niet geloven.
Het grootste deel van Rome ook niet.
Het is waar. Een keizer in ballingschap, en een in de maak.
Seianus gaat door met het weven van zijn complot.
Curtius Atticus noemde hem in z'n laatste brief 'de spin'.
Laat hem maar oppassen. Seianus is erg haatdragend.
Ik prijs onze goden voor de paar goede mannen die we nog over hebben.
Hoe kunnen we tot Tiberius doordringen en hem overtuigen?
Ik heb de senaat tevergeefs verzocht om 'n delegatie te sturen.
U.
U bent onze laatste hoop.
Hij respecteert u.
U was de schoonmoeder van zijn beminde Drusus.
Hij is dankbaar dat u van z'n dode zoon hebt gehouden.
Seianus heeft hem wel gecorrumpeerd...
...maar hij waardeert ’t dat u uw dochter verbiedt om met 'm te trouwen.
M'n vader gaf me deze wijn bij de geboorte van Livilla.
Was zij maar even oud en wijs geworden.
Een hoge leeftijd betekent niet altijd wijsheid.
En zure wijn kun je met honing en water weer zoet maken.
Oh, wijze Nerva.
Honing en water. Liefde en vergeving.
Ik hou zeker van Livilla.
Maar ik kan haar haar fout niet vergeven.
Laten we 'n dronk uitbrengen op Livilla...
...nu ze nog mijn dochter is.
Want op de dag dat ze toestemt in 'n huwelijk met Seianus...
...is ze niet langer mijn dochter.
Het is erg gevaarlijk om de prefect te trotseren.
Roep Pallas en laat hem zijn wastabletten meenemen.
Ik dicteer 'n brief aan Tiberius. Pallas gaat ’m brengen.
We moeten oppassen.
Als ze 'm verdenken, laten ze hem niet tot Tiberius toe.
De tijd dringt. We moeten ingrijpen, voordat we in 't web vastzitten.
Tot uw dienst.
Het doet me goed om u hier te zien.
Beminde Tiberius, mijn keizer en vriend.
Met een hart dat zwaar is van de pijn...
...maar ook beladen met zorg, vraag ik u om acht te slaan...
...op wat ik u ga onthullen.
Dit is de waarheid. Want liefde brengt slechts de waarheid voort.
En ik hou veel van u...
...zoals ik veel van uw dode zoon Drusus heb gehouden.
Waar is die Egyptische slavin?
Ze is er nooit als je haar nodig hebt.
Hoe heet ze ook alweer?
Sirica.
- Ze is in de keuken. - En wie ben jij?
- Sara. Ze komt uit Jeruza... - Uit Jeruzalem.
De slavin die Pontius Pilatus aan m'n meester Seianus heeft gestuurd.
Wat is er van uw dienst?
Je zou de tuniek van Blandina reinigen. Ga 'm halen.
Wat weet je van dat meisje?
Ze heeft iets bijzonders.
Het was me niet opgevallen dat ze zo mooi was.
En ze is goed opgevoed.
Joodse meisjes leren al heel jong lezen en schrijven.
Al hebben ze onze godin Fabulina niet om ze te helpen bij 't leren van de taal.
De godin Abeona moet jou 's leren lopen.
Daar is hij.
Kom, Blandina, dan zal ik je verder aankleden.
Hou oud ben je?
Achttien.
Ik dacht dat je 'n zus had.
Ze is vermoord op 't schip dat ons hier heeft gebracht.
Wonen je moeder en je vader nog in je land?
Ik heb m'n vader al heel jong verloren.
Moeder overleed vlak voor ons vertrek.
Is er niemand over van jullie gezin?
Mijn broer Kaleb.
Heb je 'n geliefde achtergelaten?
M'n zuster was verloofd, ik had geen tijd voor liefde.
Als je 'n knappe Romein ontmoet, heb je opeens wel tijd.
Je ziet er prachtig uit.
Draai je 's om.
Wat vliegt de tijd.
Hup. Je wilt toch niet te laat komen? - Nee, moeder.
Kom, Sara, ik ga m'n vader begroeten.
- Blandina. - Vader.
Beeldschoon en gezegend.
Mijn meisje, ben je klaar voor je schoolwerk?
Je leraar liep net de tuin in. Hij zit op je te wachten.
Sara brengt me naar hem toe.
Een geschenk van Pontius Pilatus.
Goede man.
Vorstelijk geschenk.
Zij brengt je wel naar 'm toe. Ik heb Sara nodig.
Schiet op.
Ik hoor dat Joodse meisjes goed kunnen masseren.
Ik weet wel zeker van wel.
Je leert 't wel. Kom hier.
Kom hier.
Kom maar. Schiet op.
Dichterbij.
Dichterbij. Pak 'n spons.
Doe er wat olie op.
Pers hem uit boven mijn rug.
Wrijf de olie erin.
Op die manier.
Venus' handen kunnen nauwelijks lichter zijn.
Noch haar ogen verleidelijker.
Ik zou je inderdaad als 'n godin kunnen aanbidden.
Of je breken als klei.
Je bent mijn geschenk.
Kijk nu wat je doet. Nu moet 't over.
Wie ben jij?
Waarom vlucht je?
Daar is ze.
Meld je bij Procula.
Ze heeft 'n kostbare vaas gebroken.
Ik moest haar dankbaar zijn. Ik lijk Apollo wel, die achter Daphne aanzit.
Heel gezond voor me. Hebt u nieuws?
Nerva en Antonia beschuldigen u van verraad.
Er gaat 'n bode met 'n brief naar Tiberius.
Hij wordt overhandigd aan Curtius Atticus.
Uw trouw en oplettendheid zullen worden beloond.
Mijn Valerius.
Je maakt me gelukkig.
Je doet me zo aan je vader denken.
Ik ben speltsoep aan 't maken. Je lievelingssoep.
Op winderige dagen heb je altijd last van rook.
Ik hoop dat ik binnenkort een speltkoek voor je mag maken.
Dat wordt 'n mooie dag. Als jij trouwt.
Wat is er?
Ik heb 'n meisje ontmoet. Ik moet steeds aan haar denken.
Ze is ongetwijfeld 'n aankomend officier waardig.
Jouw keuze heeft mijn zegen.
Dit huis is zo leeg nu je vader weg is.
Ik heb haar pas ontmoet.
Ik ken haar naam met eens.
Het is 'n slavin.
Een slavin?
Wat 'n nare verrassing voor je vader.
Hij schreef dat hij tijdens de koude nachten in Gallie alleen werd getroost...
...door de gedachte aan jou, in je officierskleding.
Hij heeft zijn beste jaren opgeofferd om jou te geven wat hem is ontzegd...
...vanwege een lage geboorte en gebrek aan opleiding.
Ik dacht dat je blij was dat je opklom naar 'n hogere rang.
Toen Seianus je aannam, wisten we 't zeker.
Ik weet 't niet zo zeker.
Ik besefte vanmorgen iets waar ik de hele dag aan moest denken.
Daarom wilde ik u ook spreken.
U moet me geruststellen.
Laten we even praten.
Ik besefte dat ik eigenlijk nogal duister werk heb.
Mensen bespioneren en daarvan verslag uitbrengen.
Daarvoor heef vader niet gestreden en geleden.
Dat werk maakt dat ik me onzuiver voel en me schaam.
Ik las een schreeuw om hulp in de ogen van dat meisje...
...en vervolgens wantrouwen en angst.
Ik ben een spion, moeder.
Ik werk voor de aanvoerder der spionnen.
Hij is onze prefect. De eerste man in Rome, na de keizer.
Ik vertrouwde hem. Echt.
Maar vanmorgen heb ik iets gezien.
Ik heb hem betrapt.
Het was alsof hij z'n masker had afgezet.
Het meisje vluchtte voor hem.
Hij zag eruit als 'n bloeddorstige wolf.
- Soms word je opeens jaloers... - Soms kom je opeens tot inzicht.
Ik vertrouw 'm niet meer.
Ik was ervan overtuigd dat ik Rome diende.
Maar ik vermoed dat ik 'n meedogenloze tiran dien.
Olijven. Sappige olijven.
Duiven. Vette, gezonde duiven.
Toscaanse hennen. Overheerlijke hennen.
Procula zei dat ik je hier kon vinden.
Ze vertelde over Seianus. - Als slavin moet je dat leren accepteren.
Ik moet terug naar z'n huis. - Procula zal 'n beetje op je letten.
Z'n vrouw is op de hoogte.
Je bent veilig tot we iets kunnen doen om je te redden.
Wist ik maar hoe.
Ik heb nog nooit iemand als jij gekend.
U bent vrij en 'n Romein.
Ik ben joods. Rome maakt ons tot slaaf.
Rome heeft m'n moeder en zuster vermoord.
Keizers en procuratoren zijn niet 't echte Rome.
Ik wil je iets vertellen.
Sinds ik je heb ontmoet, kan ik je niet uit m'n hoofd zetten.
Ik draag geen slavenband.
Maar ik ben 'n slaaf, een ding dat je kunt kopen en verkopen.
En u... U weet niet eens hoe ik heet.
Sara.
Je heet Sara.
Dat betekent 'prinses' in onze taal.
Je naam geeft niet je lot weer. - Je lot kan veranderen.
Kom, ik breng je naar huis.
- Hoe heet u? - Valerius.
Dat komt van: iemand het beste wensen. Vale: Het ga u goed.
Ik wil veel over je leren.
Je verspilt je tijd, Livilla.
Je was getrouwd met 'n vooraanstaand Romein.
Ik heb je niet gebaard om je je stand en schoonheid te zien verlagen...
...om je te onderwerpen aan 'n misdadiger, 'n vijand van Rome
Seianus wil Rome in haar oude luister herstellen.
Verlaat dit huis direct. En ik wil je hier nooit meer zien.
Vergeet dat ik ooit je moeder ben geweest.
- Je zegt dit niet... - Pallas.
Breng m'n dochter...
Breng deze vrouw naar de deur. En laat haar nooit meer binnen.
Hebt u alles gehoord?
Niet alleen vandaag.
Wat bedoelt u daarmee?
Seianus heeft me gestuurd om u te bespioneren en verslag uit te brengen.
Dus u was 't.
Vanwaar deze ommezwaai?
Ik ken nu de waarheid. Ik heb dingen gezien.
Ik was verblind en dronken van ambitie.
Dus u hebt de gruwelijke waarheid aanschouwd.
U hebt de bodem van de put gezien.
U hebt nog geluk dat u er weer uit kunt klimmen.
Ik begeleid Pallas met uw brief.
Ze gaan 'm proberen te vermoorden.
We moeten Nerva waarschuwen.
En Gaius Caligula ook. Hij moet direct naar Rome komen.
Ze kunnen zich in mijn huis verbergen.
Seianus durft mijn huis niet te bestormen.
U bent niet veilig. Uw muren kunnen u niet tegen Seianus beschermen.
Ik ga naar Nerva. We zullen Caligula inlichten.
Hij is geliefd onder de soldaten.
De bevelhebber Sertorius Macro is z'n vriend.
We moeten m'n zoon Claudius waarschuwen.
Door zijn grillen loopt hij geen gevaar.
Maar hij is wel 'n mogelijke opvolger van z'n oom Tiberius.
Ga nu. - Ik moet iemand spreken.
Er staan mensenlevens op 't spel.
Dit is nu 't allerbelangrijkste.
Waar vind ik Claudius?
U vindt 'm waar boeken zijn.
Hij koopt vaak boeken bij de Janus-tempel op ’t Forum.
En wat Pallas betreft, alstublieft...
Ik zal desnoods m'n leven geven om hem te redden.
Misschien zult u 't me ooit vergeven.
Vergeven?
Dat kan ik niet meer. Als ik 't ooit kon.
Vandaag heb ik de kracht om te vergeven verloren.
Toen ik m'n dochter verloor.
Laat me alleen.
de dag die u schonk
is een feestdag, met rood geschreven.
laat ieder van onze liefde horen
het getooide Rome vindt haar groene hart
gezegend door goden en mensen weergalmend van onze liederen
Rome licht op door de stralen van Apollo
Laat me dat daar 's zien.
Wat 'n bof. Dit is schitterend.
Nobele Claudius.
Antonia stuurt me.
Hebt u boeken te koop?
U verkeert in groot gevaar. U moet uw ogen goed openhouden.
Ik heb mijn ogen open.
Maakt u zich geen zorgen over mij.
Ik ken die dieven hier.
Moet u dit zien. Heel bijzonder.
- Ik moet zeggen... - Mooi.
Antonia vreest voor uw leven.
U koestert 'n slang aan uw boezem.
Een giftige slang...
...die, anders dan uw tamme Columba, Rome in het hart wil treffen.
De slang heeft 'n naam die u hebt geëerd...
...door hem consul te maken.
Ik heb de bewijzen van zijn verraad.
Hij moet vermorzeld worden voordat hij z'n laatste, dodelijke aanval inzet.
Ik wou dat de reis sneller was gegaan.
Seianus moet terechtgesteld worden.
Hij en zijn gezin. En ook Livilla en iedereen die 'm heeft geholpen.
En Caligula moet hierheen komen.
Sertorius Macro krijgt het bevel over de praetoriaanse garde.
Waar is Nerva?
Veilig bij Antonia.
Stuur 'm hierheen. Hij is veiliger bij mij. En ik bij hem.
U wordt gepromoveerd tot lid van de praetoriaanse garde.
U meldt zich weer hier in Capri om aan mijn zijde te dienen.
We zijn blij voor u. Gefeliciteerd.
Vandaag krijgt u toestemming van de keizer.
Ik wens u en Seianus veel voorspoed toe.
Bent u Drusus vergeten?
- Seianus. - Wacht.
- De brief van Tiberius? - Die was er.
Een net van lege woorden, geweven om mijn ondergang te bewerkstelligen.
Hij verbreekt z'n belofte en beschuldigt mij van verraad tegen Rome:.
Macro is de nieuwe prefect. Ik ben zo goed als dood.
- Doorlopen. - Red jezelf.
Ik heb jou en onze droom verraden, niet Rome. Vergeef me.
- Heil, Macro. - Leve Macro, de prefect van Rome.
Doorzoek 't huis.
Waar zijn de vrouw en 't kind van Seianus?
Breng haar binnen. Zoek de moeder.
Zijn dit alle slaven?
Jullie behoren nu Caligula toe.
Jullie gaan op bevel van de nieuwe prefect naar het paleis.
Neem dit.
Als aandenken.
Zeg dit namens 'n stervende moeder.
Tiberius, u bent niet beter dan Seianus.
U hebt beiden onschuldig bloed aan uw handen.
Mijn man heeft jaren terug uw zoon Drusus vermoord.
Nu vermoordt u het vlees van mijn vlees.
U bestraft 'n moord met 'n moord, Tiberius.
U brengt geen rechtvaardigheid.
Slechts de dood.
Moeder.
Wat heb ik gedaan? Ben ik stout geweest?
Ik zal 't nooit meer doen.
Ik beloof 't. Vergeef me. Ik zal braaf zijn.
Vergeet 't, Kaleb.
We kunnen niet tegen de Romeinen op.
Pilatus maakt ons af.
Op zo'n prachtkans zit hij te wachten.
Hij heeft genoeg soldaten in Jeruzalem.
Daar komen de versterkingen nog bij.
Je moet naar ons luisteren.
Wees redelijk. Zie de waarheid onder ogen.
Ik ken de situatie beter dan jullie.
Ik kom tenslotte uit Jeruzalem.
Als 't garnizoen hier in Samaria echt zo klein is...
...kunnen we 't vernietigen voordat Pilatus troepen uit Syrië kan halen.
Hij stuurt geen troepen vanuit Jeruzalem.
Hij heeft elke man nodig om zich te verdedigen.
- Bied je je aan als aanvoerder? - Nee, ik bied hulp aan.
Ik ben 'n Judeeër en Samaria is 'n zaak van de Samaritanen.
Maar we moeten vrijheid in 'n groter verband zien.
Nationaal, niet provinciaal.
Luister, bedenk goed dat onze ergste vijand ons gebrek aan discipline is.
Daarin ligt juist de kracht van de Romeinen.
Zij zijn aaneengesmeed in 'n ijzeren band en wij vechten in bendes.
Een Romeins legioen telt ongeveer 5300 soldaten.
De strijdmacht van 't legioen is verdeeld in tien zogenaamde cohorten.
Elk cohort heeft 480 man.
En een cohort is onderverdeeld in zes centuriën...
...van elk tachtig man.
De aanvoerder van 'n centurie heet centurion.
Als je weet hoe hun organisatie werkt, kun je hun orde verstoren...
...en hen met discipline bestrijden.
Stil.
Ze zijn sterk, maar niet onoverwinnelijk.
Als we hun aanvoerders aanvallen, kunnen we hun gelederen verzwakken.
We gaan het als volgt aanpakken.
Stop. Ik wil even kijken.
Pak z'n wapenrusting.
Nederlaag na nederlaag. Hoe lang moet ik dit verdragen?
U hebt ze 't hunne teruggegeven. Gedeeltelijk.
Hou uw stoïcijnse sarcasme maar voor u.
Seniliteit is geen garantie voor immuniteit.
Laat me maar ter dood brengen.
Als dat uw woede tempert.
Een woede die u zelf hebt veroorzaakt.
De opstand in Palestina is maar 'n symptoom.
Muitende legers langs de Rijn. Boeven in de senaat.
Ik zeg steeds en ik blijf zeggen...
Ik ga niet terug naar Rome.
Eens zien wat die idioot van 'n Pilatus heeft gedaan.
Het derde legioen uit Syrië laten komen.
Hij wil troepen terug laten roepen uit Egypte.
Romeinse heerschappij en orde.
Romeins bloed, verspild in Samaria, waar Samaria ook moge liggen.
Het is 'n deel van uw keizerrijk.
Al straft u me, ik blijf herhalen: Regeer dat rijk.
Ga naar Rome.
Opzij, stomme...
Ga nieuwe halen, stommeling.
Pilatus moet weg.
Stuur 'n dienstbevel. Marcellus vervangt hem.
Marcellus is even corrupt en even incompetent.
We kweken geen goede ambtenaren meer.
Stel liever 'n inheemse vorst aan.
Zo'n gek? Herodes Agrippa zeker? Een familie van corrupte, wrede debielen.
Ze volgen 't Romeinse voorbeeld.
Mijn hart.
Breng me naar m'n slaapkamer.
Ik kan nauwelijks lopen en u wilt dat ik terugga naar Rome.
Caligula is aangekomen.
Kajafas, met uw permissie...
Ik wil hier met nadruk verklaren...
...dat de doelen van de zeloten...
...en die van de Nazareeërs volstrekt tegengesteld zijn.
De zeloten zetten de harten van de mensen in vuur en vlam...
...en roepen dat we in opstand moeten komen.
De volgelingen van Jezus dienen iedereen met hun liefdadigheid.
Een mooie droom.
Uw woorden kunnen 'n gevaarlijke realiteit niet verhullen, Gamaliël.
Volgens de leer vallen de zeloten binnen de wet...
...en prediken Jezus' mannen 'n dwaalleer.
Ze staan buiten de wet. Ze lasteren God.
Door zieken te genezen?
Gamaliël heeft gelijk. We moeten ons oordeel opschorten.
Het doet er niet toe of ze zieken genezen.
Ze zaaien bijgeloof.
Sommigen zoeken genezing door in Petrus schaduw te staan.
Een simpele visser.
U hebt de synagogen met godslastering gevuld. Wat zegt u daarop?
Dit, Kajafas:
We moeten God gehoorzamen, niet de mens.
De God der vaderen stuurde Jezus, die aan 't kruis stierf...
...en na drie dagen weer opstond.
Ze zijn tegen de priesters.
Het geloof in de opstanding heeft diepe wortels in onze traditie.
Denk aan wat de profeet Jesaja zei:
Herleven zullen uw doden.
Opstaan zullen zij.
Ontwaakt en jubelt, gij, die woont in het stof.
God plaatst Jezus aan zijn rechterhand...
...als vorst en verlosser, om Israël berouw en vergeving te schenken.
Wij zijn getuigen.
Uw godslasterlijke woorden worden uw dood.
De dood zoals u 't noemt, ligt in de handen van de Romeinen.
Laat u hen nog meer mensen kruisigen?
U trotseert 't gezag van het sanhedrin...
...dat zich tegenover de bezetter moet verantwoorden.
Mannen van lsraël wees op uw hoede,
Doe niets waar u spijt van krijgt.
Wat ik zeg, is dit:
Laat u niet in met deze mannen.
Als hun streven en hun werk van menselijke oorsprong zijn...
...zullen ze vernietigd worden.
Maar als ze uit God zijn, zullen we hen niet kunnen vernietigen.
Dan loopt u het gevaar dat u tegen God strijdt.
God is niet met hen.
- Hij is met iedereen. - Ze doen goed.
Jezus was goed, maar geen verlosser.
We moeten ons volk krachtig leiden.
Gamaliël heeft gelijk.
Ik verbied u om nog in de naam van die Jezus te spreken.
Geef ze als waarschuwing met de zweep en stuur ze daarna weg.
Ziet u de zwakheid? De zwakheid die u aanmoedigt?
Ik hoor alleen de hardheid van het gezag.
Ik denk dat ik je niets meer kan leren, Saulus.
Ik respecteer u zoals ik altijd heb gedaan.
U bent m'n leraar, maar ik moet zelf kunnen oordelen.
Zelf oordelen?
Ik raad je aan om meer te lezen en minder te oordelen.
Hun valse leer bedreigt Israël en ze krijgen alleen zweepslagen.
Laat God over hen oordelen.
Ik zie weinig kwaad in hun daden.
Ze verdraaien de waarheid en prediken 'n valse verlosser...
...die elk weldenkend mens afwijst. Waarom bent u zo mild?
Lees de geschriften.
Er is ons een verlosser beloofd.
We mogen hem niet accepteren zonder voldoende bewijs...
...maar we mogen hem zeker niet zonder nadenken afwijzen.
Deze mannen doen geen kwaad.
Ze doen alleen goed en dat heb je zelf gezien.
Ze zijn geslepen. Ze kopen volgelingen met goede werken.
Ze overvoeren de armen met brood en met hun valse leer.
U moet hen veroordelen.
Moeten?
Moeten?
Moeten. Israël mag niet verdeeld raken.
Anders bezwijken we onder 't gewicht van 't Romeinse rijk.
Edele Gaius. Caligula.
Ah, knappe vaandeldrager, vriend van de keizer.
Tot uw dienst. Vergeef me, maar ik wou u om een gunst vragen.
Een gunst? Wat voor gunst?
U hebt alles geërfd wat Seianus toebehoorde.
Alles. Behalve zijn schande.
- Onder uw vele slaven is er één... - Slaven?
Ik heb die slaven aan m'n zuster gegeven.
Ik kom. - Die slavin...
We bespreken dit in Rome. Later.
- Maar... - In Rome.
Volgens Petrus is er geen verschil tussen ons.
Dat is absoluut niet waar.
- Hij zei 't toch zelf? - Waarom is 't niet waar?
Onze broeders in Jezus in Jeruzalem denken dat ze de enige ware joden zijn.
Wij zijn Grieken, hellenistische joden.
We vergeven hen hun trots.
Maar als 't op onrecht aankomt...
Onverschilligheid, Nikanor.
Onrecht.
Theophila is zes weken weduwe.
Er is haar hulp beloofd, maar er gebeurt niets.
Ik heb voor haar gepleit bij de tempel.
Zijn verschillen in land en taal belangrijker dan liefdadigheid en liefde?
Wil je dat Filippus en ik met Petrus praten?
Doe dat. Herinner hen aan Jezus' oproep tot universele liefde.
Timon heeft gelijk. Vergeet de filosofie. Spreek visserstaal.
We gaan nog verder.
We geven de verdeling van de gelden in handen van jullie...
Hellenistische joden.
Het zijn er geen twaalf, maar wel zeven.
Dat is ook 'n heilig getal.
Stefanus, Filippus...
Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikoiaüs. Zeven diakenen.
Griekse namen.
Betekent dat niet iets?
Het betekent dat er veel Griekse joden zijn.
Betekent 't niet dat Grieks, Hebreeuws, en Samaritaans niets meer betekenen?
Dat we één zijn in Jezus en 't woord buiten Jeruzalen moeten verspreiden?
Daar is 't te vroeg voor.
Het verspreidt zich in Samaria, dat ook zucht onder de Romeinen.
Ze leren het evangelie van 't lijden. En deze jood is 'n Griek.
Ik wil naar de Griekse eilanden om in 't Grieks te prediken.
Predik liever in de synagogen.
Er is werk genoeg in Jeruzalem. Je hoeft de wereldzeeën niet over.
Ik heb zelf wel even genoeg van water.
- De ingewanden zeggen... - Dezelfde voortekenen. Ja ja.
- Beter dan dit kan niet. - Beter kan niet.
Ik hoor uw ondertoon, m'n beste arts.
Ik luister naar waarzeggers en niet naar stoïcijnse rede.
Wees blij dat de uitkomst gelijk is.
Ik prijs de goden. Wanneer vertrekken we?
- Hoe is 't met de wind? - De wind staat goed.
Sta op.
Sta op, idioot. Doorlopen.
Doorlopen.
Hoed u voor caligula. U koestert 'n adder voor de Romeinen.
Ik koester een adder voor het Romeinse volk.
Wie heeft dat gezegd, Columba?
Doorlopen. Opschieten.
- Wat is er? - Orders van de keizer.
Dit is de zevende mijlpaal van Rome. We zijn er voor de avond.
Ik wil niet verder. Breng me terug.
Het was een lange reis. U bent moe.
Zoek 'n plek waar ik kan rusten langs de weg terug naar Puteoli.
U kunt de nacht in de villa van Cortesius Naso doorbrengen.
De villa van Cortesius. Is hij op het moment thuis?
Cortesius is vijf jaar terug geëxecuteerd. Op uw bevel.
Weet u geen andere plek?
Een mijl terug. De villa van Dionysus.
Dan maar het huis van Cortesius.
Staat alles daar voor me klaar?
In al uw behoeften wordt voorzien.
Hoe weet u wat ik nodig heb? Weet iemand dat?
M'n vriend Nerva, waar is hij?
Nerva? Die is dood.
Hebben wij...
Hebben wij 'm gedood?
Nee, hij heeft besloten om deze wereld te verlaten.
Hij heeft zelfmoord gepleegd, oom.
Dat zou u nog wel moeten weten.
Die goede Nerva is dood.
Hij wist dat ik 'm nodig had. Hoe kon hij dat doen?
Columba.
U bent even sluw als uw slang.
Maar laat het volk niet te lang wachten.
Menigten zijn als mieren: talrijk en vraatzuchtig.
Wie zei dat? Wie?
Wie zei dat?
Wachters. Slaven.
Breng me naar huis. Breng me naar Capri.
Ik wil in mijn eigen bed doodgaan.
U moet over 't evangelie van de liefde twee dingen weten:
Het staat boven de wet van Mozes.
Niets staat boven de wet van Mozes.
Mijn oude vriend Saulus. Wat 'n leuke verrassing.
Jij weet net zo goed als ik dat de wet van Mozes 't fundament van ons leven is.
Jezus zei zelf dat Hij kwam om hem te vervullen, niet af te schaffen.
Maar Hij bracht ons ook een nieuwe wet, de wet van vergeving, van liefde.
We moeten elkaar liefhebben...
...en bereid zijn om te sterven voor onze vrienden, zelfs voor onze vijanden.
De liefde komt voort uit het offer.
Jezus heeft gezegd: Indien 'n graankorrel niet in de aarde valt en sterft...
...zal hij geen vrucht dragen. - Wat wou je verder zeggen?
Je zei dat er twee dingen waren.
Dat de wet niet in de tempel berust...
...noch bij de tempeldienaren.
De ware tempel is niet door mensen gemaakt en kan wel worden verwoest...
...maar hij zal op de derde dag herrijzen.
Ga verder.
Ik zie 't als m'n plicht.
Dat waarderen we.
Maar plichtsgevoel is maar al te vaak een dekmantel...
...voor wraakzucht.
U gaat tegen die Nazareeërs tekeer alsof u 'n wrok koestert.
Vergeef me m'n openhartigheid.
Het is uw plicht om openhartig te zijn.
Ik heb m'n geweten goed onderzocht.
Stefanus was 'n medeleerling.
Een vriend zelfs, zij het geen boezemvriend.
Ik heb allereerste plicht om als vriend met hem te gaan praten...
...hem op z'n fouten te wijzen en op 't goede pad te brengen.
Maar hij verwoordt de overtuigingen van een hele sekte.
Hij wordt aangemoedigd om te spreken.
En hij is zeer welsprekend.
Hij heeft de stralende blik van 'n dweper.
Wat die Petrus zei, was nog te accepteren.
Daarom pleitte rabban Gamaliël in de raad voor verdraagzaamheid.
Maar die Stefanus...
...gaat veel verder.
In welk opzicht verder?
Onze vaderen hebben de ark gedragen...
...het teken van het verbond met God.
Ze hebben.hem overal heen meegenomen.
God was blij dat de ark bij zijn volk was.
Ik spreek volgens de Heilige Schrift.
Gods volk is niet op één plaats en het huis van hun verering ook niet.
God sprak met Abraham voor hij naar 't heilige land kwam.
God gaf Mozes zijn wetten terwijl de Israëlieten door de woestijn trokken.
De ark des verbonds is 40 jaar lang rondgedragen door de woestijn.
Was 'n tent van huiden in Gods ogen niet even goed...
...als deze tempel die Salomo bouwde?
Ons geloof is 't geloof van 'n pelgrimsvolk.
De aarde is van God en Gods volk behoort tot deze aarde...
...niet tot een vaste en stenen plaats in 'n drukke stad.
God zegt: De hemel is m'n troon, de aarde m'n voetenbank.
Als God zijn eigen tempel maakt met zijn eigen handen...
...met welk recht bespotten wij hem dan door te zeggen:
Wat wij hebben gebouwd, is Gods enige plek?
Hoort u dat?
Moge God hem bijstaan. Hij beledigt de tempel.
- Laat hem spreken. - Laat hem uitpraten.
U bent halsstarrig in uw verzet tegen de Heilige Geest.
Noem één profeet die de vaderen niet hebben vervolgd.
U hebt Gods wet uit de handen van engelen ontvangen.
En u bent er niet in geslaagd om hem te handhaven.
Genoeg.
Geen woord meer.
Kijk.
Ziet u 't niet?
De hemelen hebben zich geopend.
Ik zie de Mensenzoon...
...ter rechterhand Gods.
We kunnen uw godslasterlijke woorden niet langer dulden.
U hebt ons in ons hart verwond.
Alleen God kan u vergeven.
U hebt 't ons onmogelijk gemaakt.
Het oog van de wereld is verblind.
Hij droomt over de aardbeving in Capri.
Hij ziet de vuurtoren als zichzelf: het oog van de wereld.
Doordat hij zo'n last heeft van zijn fantasieën, wordt hij steeds zwakker.
- En de reis naar Capri? - Hij is te zwak. En de zee is ruig.
Hoe lang nog?
Hoogstens een week.
Het oog van de wereld is verblind. Heel dichterlijk.
De stervende slang kan niet naar 't groene Capri vluchten.
De mieren van Rome wachten.
- Stefanus is onze broeder. - Hij is een van ons.
Hij is onschuldig.
Ga opzij.
Ester, kom gauw. Het is je zoon.
Heer, het is Stefanus.
- Het is 'n godslasteraar. - Opzij.
Hij doet de werken Gods.
Waarom nemen jullie hem mee? Wat gaan jullie doen? Mijn zoon.
- Uit de weg. - Wat gaan ze met je doen?
Ga opzij.
- Dit mag niet. Wie geeft jullie 't recht? - Nee, alstublieft.
Moeder, nee.
Hou hiermee op.
Dit is waanzin.
Rabban.
Ze hebben Stefanus uit de gevangenis gehaald.
Saulus... - Dat mag niet.
- Help hem. - Moge God ons helpen.
Maak m'n handen los.
Een klein verzoek.
Van 'n vriend.
God zegene je.
En jullie ook, broeders.
Hou op met die waanzin. Hou ze tegen.
Moge God ons bijstaan.
Here Jezus...
...neem mijn geest op.
En reken hun deze zonde niet toe.
Moge God ons genadig zijn.
Laten we voor Stefanus bidden. Iedereen.
Hoor, o Israël.
De Heer is onze God. De Heer is één.
Jullie eerste martelaar. En niet jullie laatste, vrees ik.
Hier hebben we elkaar ontmoet. Toen scheen de zon.
Heb je 't koud?
Ik heb 't altijd koud. Rome is koud.
- Ik ben blij dat ik je weer zie. - Waarom?
- Ben je 't vergeten? - Daarvoor moet je eerst iets onthouden.
Heb je niet één keer aan me gedacht?
- Ik heb geprobeerd 't niet te doen. - Ik ook.
Het is me niet gelukt.
We staan te ver uit elkaar.
Alles wordt anders. Je gaat bij je meester weg.
- Om 'n andere te dienen? - Geef me tijd.
Ik kan niet geven wat ik niet heb. Ik wil je niet meer zien.
Omdat ik 'n Romein ben? Ik had geen keus.
- Dat hebben de goden besloten. - Je bent wel soldaat geworden.
Net als m'n vader. Het is traditie.
Je gelooft in 't zwaard. Net als m'n broer.
HIj vocht tegen de Romeinen. En wij werden in zijn plaats gestraft.
Ik heb mijn zwaard nooit tegen jouw volk opgeheven.
Wat doe je als je 't bevel krijgt om 't tegen ons te gebruiken?
Dan zou ik moeten kiezen.
Ik weet het niet.
Ik weet wel dat ik je nooit iets zou aandoen.
Dat is gevaarlijk. Je bent ook ’n slaaf, Rome is je meester.
Rome is 'n moeder voor de Romeinen.
Je kunt haar de waarheid zeggen.
- De waarheid? - Je kunt voor je mening uitkomen.
Als geboren Romein ben je vrij in 't leven.
Dat was ik ook. Als jodin.
Totdat jullie procurator er 'n eind aan maakte. Voorgoed.
- Als je van me hield, werd alles anders. - Hoezo?
Dan kreeg je mijn vrijheid.
- Wou je me kopen? - Ik wil dat we samen onze weg zoeken.
De jodin en de Romeinse soldaat.
Een vrouw en een man.
Ik ben Romein en jij jodin.
Veel mense vinden dat absoluut onverenigbaar.
Voor mij is 't net zoiets als regen. Je bent 't zo vergeten.
Ik zal 't onthouden.
We leren om 't kwaad te verdelgen. We moeten 't onkruid uittrekken.
U wilt 'n vernietigende opdracht.
Wat vindt u, rabban Gamaliël?
Ik blijf bij wat ik eerder heb gezegd.
We weten niet of we te maken hebben met de werken van mensen...
...of het werk van God.
Laten we niet te snel handelen.
Ik wou dat me de tijd was gegund om Stefanus te redden.
U bent 'n warm pleitbezorger van compromissen.
Ik wil de sekte niet totaal uitroeien...
...maar zondigen tegen de tora is onduldbaar.
Die Griekse joden minachten de tempel, en de priesters nog meer.
Daarom kon ik Stefanus niet vergeven.
Ik geef toe dat 't tegen de leer is.
Jeruzalem, de tempel, het priesterschap:
Het zijn allemaal bewijzen dat God in ons midden vertoeft.
God heeft ze ons gegeven toen we door de woestijn zwierven.
En van die Grieken mogen we de woestijn weer in.
En wat stelt Saulus van Tarsus voor?
Saulus van Tarsus stelt dit voor: Laten we die sekte van Nazareeërs uitroeien.
We beginnen met de Griekse Nazareëers.
We moeten hen het zwijgen opleggen.
We pakken ze op en zetten ze vast om ze tot inkeer te brengen.
En bij hardnekkige gevallen moet het volk het recht laten zegevieren.
U bedoelt: Stenigen.
Het recht laten zegevieren. Zoals bij Stefanus.
We hebben redelijk gehandeld. - De meesten zien 't anders.
De mens heeft altijd reden om te vernietigen...
...zeker als 't gaat om zaken die hij niet begrijpt.
Een menigte denkt niet redelijk na, maar vernietigt de wet en 't recht.
We willen de vernietiging juist voorkomen.
De vernietiging van onze religieuze eenheid.
Ik heb tempelwachters nodig.
En mannen die bedreven zijn in het ondervragen.
U bedoelt: In geweld.
Een groot en vroom doel rechtvaardigt harde middelen.
Dat staat ergens geschreven. - Niet dat ik weet.
Ik wil dat u met mededogen optreedt.
In de naam van de Allerhoogste.
Moge Hij u leiden.
Hij is alles vergeten wat ik hem heb geleerd.
Door Jezus Christus. Amen.
Het spijt me dat ik uw viering moet onderbreken.
Ik ben hier namens de hoge raad van priesters en de tempelwachters...
...om bepaalde inlichtingen bij u in te winnen.
De meesten van u zijn Griekse joden, neem ik aan.
Uw naam? - Nikanor.
En u hoeft uw naam niet te zeggen. Saulus van Tarsus is overal bekend.
Evenals uw geestdrift voor de traditie der vaderen.
Vertel 's.
Vindt u 't afgoderij als men God eert in een door mensen gebouwde tempel?
Ik zie daar geen kwaad in.
Maar ook geen goed?
Als u denkt dat ik broeder Stefanus ga afvallen...
Waarheid is waarheid.
Sleept u ons voor de hoge raad, net als hem?
De raad bepaalt de strafmaat.
U veroordeelt uzelf terwijl u spreekt.
Ik zeg niets.
U hebt al genoeg gezegd. Neem iedereen in hechtenis.
- De kinderen zijn onschuldig. - Laat ze maar.
Dus u geeft toe dat u misdaden hebt begaan?
U bent ook verantwoordelijk voor hun zonden. Pak de mannen op.
Snel, naar buiten.
Wachters.
Licht de anderen in.
Keert u zo de andere wang toe?
Hij komt niet ver.
Saulus is ons aan 't vervolgen.
Gewapende mannen pakken mensen op.
- Pakken mensen op? - Wie?
- Iedereen die Grieks spreekt. - Zoals Stefanus.
Niemand is veilig. Ga weg uit Jeruzalem.
Nee, jij moet gaan.
Wij hebben 'n taak in Jeruzalem.
- Kom binnen. - Sjalom.
Uw wijn.
Komt u uit Jeruzalem?
Ik ben net in Samaria aangekomen.
- Hoe-is 't in Jeruzalem? - Ze vervolgen de Nazareeërs.
Één Romein. Maar hij is ook jood.
Hij had 't al op de Nazareeërs voorzien. Nu vervolgt hij ze.
Kent u ene Stefanus?
Ik kende Stefanus.
Kende hem? Hoezo?
Stefanus is dood. Hij is gestenigd omdat hij 'n Nazareeër was...
- Zat Saulus erachter? - Dat kun je wel zeggen, ja.
Wat is met de familie van Stefanus gebeurd?
Hij had alleen z'n moeder. Haar hebben ze met rust gelaten.
Met de zusters van die ontsnapte zeloot is t anders afgelopen.
Wat is er met m'n zusters gebeurd?
- Dus u bent die man? - Kaleb. Wat is er gebeurd?
Ze zijn naar Pilatus gebracht. Hij schonk ze aan Seianus.
Met wat kamelen en paarden. - Mijn schuld.
- De Romeinen hebben 't gedaan. - Ik had moeten nadenken.
En mijn moeder?
Stefanus vertelde 'n keer dat de moeder van Kaleb dood was.
Ze is in stilte begraven.
Verwijt u uzelf dat ook?
Ik hoorde dat uw werk hier doorging.
Ik vocht voor 'n goede zaak.
Wisten ze in Jeruzalem wie de opstand in Samaria leidde?
De Romeinen kennen weinig joodse namen, maar de uwe kennen ze.
Pilatus denkt nog wel 's aan u op z'n terugreis.
- Is-ie weg uit Judea? - Hij is teruggeroepen.
Het afslachten van de Samaritanen op de Gerizzim was 'n grote fout.
Wie regeert er nu in Judea?
Ze hadden 't over 'n vazal, Herodes Agrippa.
Maar er schijnt 'n nieuwe procurator aan te komen.
Ik heb er al vaak van gedroomd om naar Rome te gaan en daar toe te slaan...
Jullie zeloten zijn gek.
U wilt met 'n dolk onder uw gewaad naar Rome om toe te slaan?
- Stefanus pakte 't beter aan. - Die is dood. Jullie bereiken nooit iets.
Ik ga toch naar Rome.
Het zijn allemaal Nazareeërs.
Pak ze op.
We moeten alle Nazareeërs oppakken. Het zijn onruststokers.
We moeten de Nazareeërs onderwerpen.
Dan heerst er weer rust in Judea, zelfs in de ogen van de Romeinen.
De nieuwe procurator, Marcellus, ziet dat anders.
Hij beschouwt Saulus en z’n legertje als de onruststokers.
Ze vergieten immers bloed. Saulus moet ophouden.
God zij dank.
En toch doet hij er goed werk mee.
Misschien moet hij z’n goede werk maar ergens anders gaan doen.
- Samaria? - Samaria is te dichtbij.
Damascus is beter. We houden hem wel in de gaten.
Seth zal hem vergezellen.
Er wonen veel joden in Damascus...
...die 't ware geloof loochenen.
Het zal moeilijk zijn hen te overtuigen.
Damascus valt onder Romeins gezag.
De joden van Damascus vallen onder onze bescherming en jurisdictie.
We moeten ze tegen zichzelf beschermen. - Door hun bloed te vergieten?
Dat zal niet nodig zijn.
Ik heb alle vertrouwen in Saulus overredingskunst. Hij pakt 't goed aan.
Meedogenloos. Niet bepaald goed.
Rustig aan.
Wat is er?
Ze raken achter.
Z'n paard is gewond.
U hebt geen hart voor deze missie.
Het heeft niets te maken met hart, maar met paarden.
Jeruzalem is dichterbij dan Damascus, hè?
Dat lijkt me wel.
Uitstekend. Gaan jullie drieën maar terug. Rust uit. Neem de tijd.
Behandel de paarden goed.
Het ga u goed.
Uw ogen.
Wat is er gebeurd?
Kunt u niets zien?
Wat is er? U hebt koorts.
- Hoorde u dat? - Wat?
Hij heeft nacht over me gebracht.
U moet me leiden.
Terug naar Jeruzalem?
Naar Damascus.
Weet u 't zeker?
Naar Damascus.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.