All language subtitles for attila.(2001).dut.1cd.(9334822)

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian Download
cs Czech
da Danish
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Hoewel het decadente Romeinse rijk verzwakt was door oorlogen,

bleef het de grootste macht ter wereld.

Tot 'n nieuw volk verscheen, de woeste, onafhankelijke Hunnen,

uit het oosten.

Volgens een oude voorspelling zou een man ooit de stammen verenigen,

en de heerschappij van Rome over de wereld aanvechten.

Mijn pijl was te kort ! - Richt hoger.

Het hert is te snel.

Dan is 't tijd voor 'n sterkere boog.

Dit is 't land van Dunnotis.

't Was 'n moeilijke jacht, en niet kwaad bedoeld.

We sturen hem het gewei wel.

Misschien hebben ze ons gezien.

Als Dunnotis klaagt, doden we hem.

Hunnen mogen elkaar niet doden.

Hoe moeten we de westelijke landen dan veroveren ?

Vader sprak weer over de westelijke landen.

Hij is er geweest toen hij jong was.

Heeft hij ze ontdekt ?

Nee, dat was lang geleden al gebeurd.

Hoe ?

Een horzel.

Toen een krijger 'n hengst temde,

beet de horzel het dier zo hard dat het op hol sloeg.

De krijger volgde het in het moeras.

Maar je kunt er toch niet doorheen.

Het paard vond een pad, en de krijger volgde het paard,

en aan de andere kant... - Lagen de westelijke landen.

Volgens vader zullen we ze veroveren.

Als de grote koning komt. - Waaraan zullen we hem herkennen ?

Hij zal voor niemand knielen,

en iedereen zal voor hem knielen.

Hij zal de Hunnen leiden als een,

en het zwaard van de oorlogsgod in zijn hand houden.

En... hij zal op tijd gaan slapen.

Ja, vader.

Nee ! Attila !

Laat me helpen ! - Verstop je onder die kar.

Blijf daar. Uit de weg.

Vader !

Vader.

Vader...

Grijp 'm !

Jij bent de zoon van Mundzuk.

Waar is m'n grootmoeder ?

Ze is dood. Je vader is dood.

Omdat hij op onze grond heeft gejaagd.

Ik ben nu je meester.

Kniel.

Kniel !

Misschien laat ik je dan leven als mijn slaaf.

Hoe heet je, jongen ?

Attila, zoon van Mundzuk.

Herken je me niet ?

Ik ben Rua, de broer van je vader.

Je hebt me lang niet gezien.

M'n vader is dood. - Ja, al weken.

Ben je al die tijd alleen geweest ?

Nu ben je veilig.

Of leef je liever alleen op de steppe ?

Wat zijn de drie heilige dieren ?

De veelvraat, omdat hij nooit opgeeft,

de berin, omdat ze haar welpen beschermt,

en 't paard, dat gewijd is aan de oorlogsgod.

Hoeveel lagen heeft een boog ? - Twee van hout, twee van been.

Hoe lang moet je de boog verhitten voordat je hem spant ?

Tot de buitenste laag zweet.

Je hebt goed geleerd.

Ga naar je tent.

Hij hoort hier niet thuis.

Ik nam de vrouw en oudste zoon van m'n broer.

Moet ik de jongste laten sterven op de steppe ?

Ja.

Ja, voor Bleda.

Hij is de oudste.

Hij krijgt het meeste als ik sterf.

Ze zullen ruzie krijgen. Dat zie ik nu al.

Wie is daar ?

Wie ben je ?

Wie ben jij ? - Attila.

Ik ben Galen. - Wat ben je ?

Een meisje. Ben je blind ? - Je ziet eruit als een oude vrouw.

Ik ben niet ouder dan jij. - Waarom ben je niet bij de anderen ?

Ze zijn bang voor mij.

Waarom ?

Omdat ik de sterren, de hemel, de zon en de maan kan lezen.

Je bent een heks.

Gisteren had ik een visioen dat hij geboren werd.

Wie ? - De grote koning.

Achteruit. Ik ben tien jaar geleden geboren.

Nee.

Je bent gisteren geboren, op de steppe.

Ja.

Gisteren, op de steppe.

Sommigen zeggen dat 't maken van 'n boog maanden duurt.

Maar... het duurt vijftien jaar.

Het begint met 't planten van 'n boom.

Als je het hout te snel snijdt, is de boog zwak,

te laat en 't wordt broos.

Koning Rua... we hebben ze gevonden.

Vielen deze mannen jullie kamp aan ?

Je mag ze hebben.

Doe ermee wat je wilt.

Er waren er meer. - De rest is vermoord.

Kniel. - Voor een jongen ?

Onderwerp je aan mij en leef.

Attila ! Heb je de verkenners gesproken ?

Er waren geen strijdmachten in zicht tussen ons en de rivier.

Goed.

Keizerlijke Gevangenis - Rome

Ben je het nu nog niet gewend ?

Wij cipiers eten hetzelfde.

Het is slavenkost.

Alleen slaven wennen er aan.

Ik ben Flavius Aetius.

Rome houdt stand.

Ik geef niet op.

Parthen, Scythen, Macedoniërs,

Picten, Galliërs, Britten, Angelen, Franken, Joden, Egyptenaren.

Een lange lijst van verslagen volkeren.

Wat maakt de Hunnen anders ? - Ze zijn gewoon anders, majesteit.

Tot de Romeinen tegenover hun staan. - Ze hebben ons al eerder verslagen.

Van het oostelijke rijk. Wij zijn sterker.

We hebben geen troepen bij de grens. - Ze kunnen van 'n andere kant komen.

Onmogelijk. We zijn al te sterk verspreid.

Is het zo ernstig ? De Hunnen zijn al decennia een probleem.

Ze zijn ons gebied binnengedrongen. - Willekeurige rooftochten.

En als ze merken dat we niet veel weerstand kunnen bieden ?

Er is een man die de Hunnen aankan.

Aetius blijft in de gevangenis.

Hij kent ze. Hij kent hun koning.

Ik zei nee.

Felix, ik weet dat mijn zoon...

nog jong is, maar hij leert.

Hij is nu keizer,

en zal zich waardig tonen, zoals velen voor hem.

Het is gelukt !

Waar zal ik op richten ? Die vaas op dat voetstuk ?

Idioot !

Hij heeft m'n schot verpest !

Ik zal erover nadenken,

maar ik moet zeker weten dat de Hunnen een gevaar zijn.

Indringers !

Kom op !

Wacht ! Je naam ?

N'Kara.

Je bent 'n dappere vechter.

Zet haar bij de slaven.

Aan haar zwaard zat 't meeste bloed.

Spaar ook haar familie.

Je kunt gaan.

Ik heb ooit gezworen je niet levend te laten gaan,

maar je vrienden smeekten om mijn genade.

En daarom...

U kunt hier maar om een reden zijn.

U heeft mij nodig. - Waarom ?

Misschien omdat de Hunnen oprukken,

en u en heel Rome doodsbang zijn.

Er zijn geruchten over een nieuwe krijgsheer...

van de zuidelijke stammen, Attila. Ken je hem ?

Nee, maar ik ken koning Rua en daar gaat het om.

M'n zoon is jong. Hij heeft leiding nodig.

Je kunt je land dienen en je eigen ambities vergeten,

als dat kan. - Alles kan.

Wat is je prijs ?

Volledig eerherstel.

Je wilde me afzetten voor m'n zoon volwassen werd. Dat is verraad.

Laten we dat 'n vergissing noemen.

Wat nog meer ?

Ik wil al m'n domeinen terug,

zelf m'n dienaren kiezen,

en...

herstel van de rang van veldheer van beide legers.

Als ik met de Hunnen moet afrekenen, wil ik opperbevelhebber zijn.

Felix heeft het opperbevel. - Zet hem af.

Hij beval je vrijlating aan. - Ik zal hem bedanken.

Van mijn part rot je weg in deze cel. - En jij ?

Zoek dan maar iemand anders die met de Hunnen afrekent.

Wachter.

Laat hem vrij.

Hij is je nieuwe opperbevelhebber.

Hoe heet de cipier die m'n eten bracht ?

Petronius.

Vader ! - Lydia.

Je bent echt vrij !

Ik durfde het niet te geloven.

Ik ben zo vaak naar de gevangenis geweest, maar ik mocht niet bij je.

Kijk eens aan.

Je bent een jonge vrouw, en nog mooi ook.

Is de villa echt weer van ons ?

Ja.

En die in Sicilië ook.

Morgen laat ik werklui komen.

Het wordt even mooi als vroeger.

Vooruit, ellendelingen !

Jullie zijn nu in mijn handen !

Koning Rua,

ik breng u de buit van onze overwinning.

Een overwinning over boeren ?

De mensen kijken toe.

Jullie zijn broers ! Omhels elkaar als broers.

Laten we de schatten bekijken van Attila !

Attila, laat je overwinning niet bederven door je broer.

Hij heeft gelijk.

't Dorp werd verdedigd door knechten en boeren.

Omdat niemand anders het tegen ons durft op te nemen !

Zelfs niet de Romeinen.

Rome ? Dat is iets anders. - Wij Hunnen zijn voor niemand bang.

Maar waarom zouden we onnodig problemen zoeken ?

We waren 80 km in hun gebied.

Er waren geen legioenen, geen soldaten. Niks.

Geef me een groter leger en laat me verder gaan.

Hoeveel verder ? - Naar Rome zelf.

Wat doe je als je daar aankomt ? Aan de muren krabben ?

Die zijn zo dik als wagens,

maar ze zijn van steen, niet van hout !

Je bent geschrokken. Galen liet de grote Attila schrikken.

Ik had je kunnen doden. - Wat heb je voor Galen ?

Niets. - Attila brengt altijd iets mee.

Je hebt wel iets bij je. - Misschien.

Had je weer een visioen terwijl ik weg was ?

Misschien. Wat heb je voor me ? - Niet meer over de oorlogsgod ?

Onze stam kent dat visioen al sinds we het moeras overstaken.

Na een zware strijd viel de oorlogsgod in slaap.

Z'n zwaard viel op de aarde. Wie het vindt, zal over de wereld heersen.

Je moet het geloven. - Waarom ?

Telkens als jij in m'n visioenen bent, is het zwaard er ook.

Een handvat van goud en ivoor met robijnen.

Ik zal de stam niet eens leiden. Als m'n oom sterft, wordt Bleda koning.

Ik zie alleen jou in mijn visioenen.

Ga weg ! Laat me met rust.

Zodat je aan de roodharige vrouw kunt denken. De hele stam weet het.

Attila's oog is op haar gevallen.

Een roodharige vrouw...

Vanavond vieren we Attila's overwinning,

de eerste met een Romeinse buit.

Bleda, omdat je de oudste bent mag je eerst.

Kies verstandig.

Je rooftocht heeft ons veel rijkdommen gebracht,

mijn complimenten.

Omdat ik niet gevochten heb, hoef ik niets waardevols.

Alleen 'n dier dat we hier niet kennen.

Een vreemd wezen met felle ogen en een rode vacht.

Breng haar binnen.

Misschien sticht ik vannacht m'n eigen ras.

Hunnen met rood haar.

Attila, wat doe je ?

Je kunt Bleda niet doden !

Niet in Rua's tent,

maar ik wacht buiten op hem.

Nee. Je tijd is nog niet gekomen.

Ik heb vanmorgen een visioen gehad.

Je bent uitverkoren, maar je moet je tijd afwachten.

Ik ben je visioenen zat !

Nee, ik laat je niet gaan.

Vrouwmens.

Galen.

Als je met Bleda vecht om een vrouw, zal je verstoten worden door de stam.

Zelfs als je wint, verlies je.

Ga terug naar Rua's tent, eis jouw deel van de buit op,

eis het veroverde dorp op.

Ik ben toch geen boer ? - Eis het dorp op.

Ik zag het in mijn visioen.

De volgende !

M'n paard schrok.

Jij en je paard zijn een. Zijn fout is jouw fout.

Het beest met de rode vacht. - De pratende paddestoel.

Bleda bestijgt je vaker dan z'n paard.

Dat is mijn keuze niet. Ik ga nog liever dood.

Waarom doe je dat dan niet ?

Vanwege m'n zus en m'n moeder.

Als ik mezelf dood, vermoordt Bleda hen.

Zij zijn nog in leven dankzij Attila.

Ik heb gezien hoe jullie naar elkaar kijken.

Ik behoor Bleda toe.

Een Hun bezit een vrouw pas als ze zwanger is van hem.

Zodra jij zwanger bent van Bleda, zal Attila je niet meer willen.

Wat kan ik ertegen doen ?

Deze zaden. Slik er elke dag een.

Dan zullen er geen kleine Bleda's komen.

Attila of Bleda ?

Bleda of Attila ?

Ik weet wie Galen zou kiezen.

We weten niet eens of de Hunnen zullen aanvallen.

Geloof me, 't zal gebeuren.

Ik heb met ze geleefd.

Hoezo ?

Er was een verdrag met uitwisseling van gijzelaars.

Ze zijn dapper, sterk en allesbehalve dom.

Lopen hun vrouwen echt naakt rond ?

Ze staken de grens over hier boven Keulen.

Ze plunderden twintig dorpen.

Ik zei tegen Felix dat we troepen moeten sturen.

En hij zei eerder dat we die niet hebben.

Als we ze uit het westen halen, zullen ze de Goten plunderen.

De Hunnen hebben ons aangevallen

en mijn goddelijke persoon beledigd.

Dat moet worden gewroken.

Door de Hunnen keerden de Goten zich tegen ons.

En viel ons rijk uiteen.

Daarom heers ik in het westen en Theodosius in het oosten.

Uw goddelijkheid begrijpt nog niet dat we

niet tegelijk tegen de Hunnen en de Goten kunnen strijden.

Verrader. Ik ben je zuster. Je zou me moeten helpen.

Je wilde gekust worden.

Flavius Aetius.

De goddelijke Honoria.

Ik hoop dat je je gedraagt, Aetius.

Anders gooit mama je weer in de gevangenis.

Voorgoed. - Ik gun mama haar grapje.

Zullen we doorgaan, goddelijkheid ? - We gaan naar het Forum.

Pritella's dochters komen ook. - We zullen straks verder gaan.

Ik wil het met mama bespreken. Later, Aetius.

Dat beveel ik.

Dag, mama.

Waar gaat mijn zoon naar toe ? - Naar het Forum.

Hij heeft rust nodig na al dat denkwerk.

Maar maakt hij vooruitgang ? - Nee.

Toch zal hij alle beslissingen voor je nemen.

Nadat u het heeft goedgekeurd.

Soms moet je snel handelen.

Training van troepen, bevoorrading.

Dat regel je zelf wel.

Uw zegel zou daarbij handig zijn. - Waarom ?

Na drie jaar gevangenis is mijn reputatie vernield.

Ik moet kunnen bewijzen dat ik in uw naam handel.

De Hunnen staan aan onze grens.

Laten we onze oude wrok vergeten.

Petronius...

Als ik je dood had gewild, dan was je er al lang niet meer.

Vergeef me mijn dwaasheid. Ik was niet goed bij m'n hoofd.

En hoe gaat het er nu mee ?

Ik ben gereed om u te dienen, heer.

Goed. Ik wil dat je iemand voor mij doodt.

Wie, heer ?

Keizer Valentinianus.

Alles is geregeld. Niemand zal merken dat je weg bent.

Tien gouden talenten nu en tien na afloop. Een fortuin.

Ik zal tot m'n dood vervolgd worden. - Nee.

Zijn eigen moeder zal je beschermen.

Ze wil haar macht niet meer afstaan, zelfs niet aan haar zoon.

Haar zegel. Daarom heeft ze 't aan mij gegeven. Neem het mee.

Als je gepakt wordt, zal het je beschermen.

Morgenmiddag, de tuin van Corona. Ga via de zuidpoort.

Ik zal zorgen dat hij alleen is.

Wie ben je ? Wat doe je hier ?

Stop.

Hoe durf je je zwaard te heffen tegen de keizer !

Ik vond al dat hij er verdacht uitzag.

Gelukkig heb ik hem gevolgd ! Wat doet u hier ?

Mama had me uitgenodigd voor een picknick.

Zoek uit wie hij is.

Hij heeft het zegel van m'n moeder.

Waarom ?

Ze wilde me hier laten vermoorden.

Nee. Uw eigen moeder ?

Dat had ik kunnen weten !

Dat gepraat over hoe ik keizer moest worden,

was alleen maar een afleiding.

Dat kreng gaat er aan.

Nee, sire.

U heeft geen bewijs. - Haar zegel !

Ze zal zeggen dat het gestolen of uitgeleend is.

Ze verzint wel iets. Geloof me. Ik ken haar.

Ja, jij was ook een slachtoffer van haar.

Al die jaren in de gevangenis. - Ik ben niet belangrijk.

Rome wel, en u bent Rome.

Handel wijs.

Wat moet ik doen ? - Voorlopig niets.

Als ze ziet dat het plan niet lukt, houdt ze zich wel kalm.

We rekenen met haar af op het juiste moment.

Ik leg mijn lot in uw handen.

Attila, ga met Galen naar het bos. - Ik ben moe.

Een korte wandeling met je vriendin. Je krijgt er geen spijt van.

Vrouwmens...

Waar ben je ?

Wees niet bang. - Ik ben niet bang.

Ga terug.

Als m'n broer je mist, zal hij je laten straffen.

Dat kan me niet schelen.

Ga terug.

Valentinianus, zeg me wat Rome is.

Een grote stad, een groot rijk.

Rome is een vuur...

een gouden vlam van macht,

grootsheid, schoonheid, kennis.

Duizend jaar lang was het het licht van de wereld.

Ga naar buiten en kijk om u heen.

Het Colosseum, de Senaat, het Forum, theaters, markten, aquaducten...

die ons van ver water brengen

zodat we als beschaafde mensen kunnen leven.

Je bedoelt dat Rome rijk is,

en dat we dat zo moeten houden.

Inderdaad.

Morgen ga ik naar Ravenna en voer het derde legioen aan.

't Is twee weken lopen naar de Hunnengrens.

De Senaat moet het nu goedkeuren.

Vanavond ? Ze slapen.

U bent de keizer. Maak ze wakker.

Ja !

Dat wordt leuk.

Lieveling, ik heb je de hele dag niet gezien.

Valentinianus ?

Dank u. Het kwam goed van pas.

Attila, wil je nog steeds naar Rome ?

Als u het meent, jazeker.

Ik meen het. Maar misschien hoef je toch niet naar Rome.

Ik heb een boodschap gekregen.

Rome komt naar hier. Morgen.

We weten dat je ons grondgebied hebt geschonden.

Formeel protesteer ik. Maar daar ben ik niet voor gekomen.

De Goten zijn van plan ons aan te vallen.

Welke stam ? - De Westgoten ten westen der Rijn.

Waarom plaats je daar geen legioen ?

Omwille van jou, Rua, en van onze vriendschap.

Het schijnt dat de Goten ook jullie willen aanvallen.

Ze betalen ons al schatting voor meer dan...

Tien jaar. - Tien jaar !

En ze haten jullie ervoor.

Ze haten ons ook. Eerst vallen ze jullie aan, hun achterhoede gedekt,

en dan ons terwijl wij ruziën over een paar grensdorpen.

Komt hij uit jouw stam ? De Westgoten hebben hem gemarteld.

M'n spionnen waren getuige.

Ze weten dat het paard heilig is voor de Hun,

en kerfden tien paarden in z'n lijf met verhitte messen,

een voor elk jaar schatting.

Pas na drie dagen was hij dood !

Er had meer bloed moeten zijn.

Die wonden zijn na z'n dood gemaakt. Misschien niet door de Westgoten.

Een Romeinse generaal heeft betere dingen te doen dan lijken verminken.

Je bent week geworden.

De Hunnen die ik kende, zouden zo'n belediging wreken.

Ik wilde een bondgenootschap vormen.

Ik trek wel alleen op tegen de Goten.

Flavius !

Verdelen we de buit eerlijk ?

Natuurlijk. - Dan gaan we mee.

Vang aan met de voorbereidingen !

Wie is die openhartige kerel ? - M'n neef, Attila.

Attila ? Ik heb over hem gehoord.

Ja, hij is erg ambitieus.

Gisteren wilde hij Rome nog aanvallen.

Echt ?

Ik heb hem en zijn broer opgevoed.

Ze hebben elkaar altijd al gehaat.

Daar is de oorzaak van hun laatste ruzie.

Een slavin ?

Bleda eiste haar op om Attila een hak te zetten.

Als ze niet vechten om haar, vinden ze wel een andere reden.

Stel Attila onder mijn bevel.

Dan heb je even rust.

Kunnen ze ook goed vechten ?

Jij zou liever tegen ons vechten dan naast ons.

Ik heb veel Romeinse hoogmoed gezien maar weinig Romeinse kracht.

Wachtposten opgesteld. De vijand is een kilometer ten westen van de Rijn.

Wek het kamp na de derde wacht. Geen bazuinen.

We bezetten de heuvel bij dageraad.

De Hunnen snijden hun aftocht af. - Ja, generaal.

Dat lijk in Rua's tent...

De Westgoten hadden er niks mee te maken.

Dat heb je verkeerd aangepakt.

Als je gewacht had tot ik weg was,

had ik me niet kunnen verdedigen.

"Waarom zo weinig bloed als hij levend gemarteld werd ?"

Dan was Rua zelf op het antwoord gekomen en had hij het wel geloofd.

List en bedrog.

Zo zijn de Romeinen, de Hunnen niet.

En wie heerst er over de wereld ?

Een Frankische stam heeft zich bij de Goten gevoegd.

We hebben net hun vaandels gezien. - Hoeveel ?

Hun aantal is verdubbeld.

Is alles gereed ? - Ja, vader.

Ze hebben zich op de heuvels opgesteld.

Maar weten ze met wie ze te maken hebben ?

Bij het eerste signaal veinst het midden een terugtrekking.

Bij het tweede vechten ze.

Bij het derde vallen de Hunnen de vijand in de flank aan.

Ja, generaal.

Zeg Attila dat hij moet aanvallen bij het derde signaal.

Ja, generaal.

Maak je klaar voor de aanval.

Geef het eerste signaal.

Ze trekken zich terug.

Romeinse lafaards.

Nee. Het is een list.

Geef het tweede signaal.

De koerier is vermoord.

Ze hebben vlakbij z'n lijk gevonden. - Stuur er nog een.

Is al gebeurd. Maar hij is te laat.

Hij wil dat we de flank aanvallen.

Hij heeft geen bevel gegeven. - Wacht op mijn signaal.

Nu !

Met zulke mannen kan Rome de wereld nog eens veroveren.

Theodoric.

Dat is lang geleden, Flavius Aetius.

En opnieuw overwint Rome.

Je voorwaarden ? - Een derde van je mannen als slaaf,

2000 pond goud, de helft van je herfstoogst.

Wil je ons laten verhongeren ?

Moeten we de hele oogst anders verbranden ?

Dit zou je nooit wagen zonder rugdekking van de Hunnen.

Accepteer je de voorwaarden of strijden we verder ?

Ik accepteer de voorwaarden.

Aetius. Hoe maakt je meisje het ?

Dat heb ik je al gezegd.

Lydia is mijn zaak.

Kent u hem ?

Theodoric ?

Onze wegen hebben zich al gekruist.

Jullie haten elkaar.

We waren getrouwd met dezelfde vrouw.

Hij gaf me de schuld van haar dood.

Dus deze slag was voor Rome en om een oude ruzie.

Ik streef naar efficiëntie.

Jullie spelen met koningen en volken alsof het niks is.

Ik ga binnenkort naar Rome.

Ga mee. Zie hoe de wereld wordt geregeerd.

Zie of Rome echt met volken speelt.

Er is niemand zoals jij in Rome en niemand zoals ik hier.

Vandaag was nog maar het begin.

We kunnen samen veel bereiken.

Als we elkaar niet eerst vermoorden.

Wat zeg je Attila ? Ga je mee ?

Aetius, gefeliciteerd met je grote overwinning.

De glorie komt u toe, Caesar.

Dit is Attila,

zijn moed en kunde hebben erg aan onze verovering bijgedragen.

Attila, wij heten u welkom als bondgenoot en vriend.

Laat mij u voorstellen aan onze staatslieden.

Heren, dit is Attila.

Hij is best knap, op een primitieve manier.

Z'n kleren zijn van dierenhuiden.

Die zullen niet lang aan blijven.

Was het wijs hem mee te brengen ?

Hij zal ooit koning zijn van de machtigste Hunnen.

Dan moeten we hem vermoorden.

Dan krijgen we oorlog met de Hunnen, en dat moeten we voorkomen.

Z'n oudere broer wordt toch koning ? - Attila wordt koning.

Daarom moeten we hem verleiden met onze rijkdom en hem goed behandelen.

Als hij zich ondanks al je listen

tegen ons keert... - Dat doet hij niet.

zijn de gevolgen voor jou.

Grachia, gefeliciteerd met je overwinning.

Dank u, excellentie. Dit is vast Attila.

Grachia is huidig kampioen van het Circus Maximus.

De beste wagenmenner van het rijk. - Kom eens kijken.

Ik zal u de beste plaats bezorgen.

Wat doet een wagenmenner hier ?

Deze stad koestert haar atleten overdreven veel.

Sommigen zijn rijker dan ik.

Het staat je goed.

Ik draag het alleen vanavond.

Ik heb nog een geschenk. - Dat hoeft niet.

Ik sta erop.

Wat is dit ? - Een bad.

Kom op, stap erin.

Nog nooit eerder een bad gezien ?

Aetius laat je alleen forten en aquaducten zien,

maar ik denk dat het bad de beste uitvinding van Rome is.

Het is heet.

Dat is de bedoeling.

Hoe wordt het verhit ? - Een oven en pijpen.

Doet er niet toe.

Het is erg ontspannend zodra je aan de warmte gewend bent.

Zie nou wel dat het je bevalt.

Ik ben niet zo dom als men denkt... of als jij waarschijnlijk denkt.

Maar aan hersenen heeft een vrouw niet veel in Rome.

Mama is een uitzondering. Zij was echt machtig.

Maar ze heeft ervoor gezorgd dat ik dat nooit zal zijn.

Ze trok m'n broer altijd voor.

Hij is een hopeloze idioot, maar hij is 'n man.

En zo gaat dat nu eenmaal.

Als een vrouw alleen macht kan hebben via een man,

moet ze de machtigste man zoeken die er is.

Rua wordt oud. - Wat moet ik doen ?

Hij drinkt 's morgens graag bier.

Leg dit in de kom naast z'n bed.

Hij zal vredig sterven, en jij zult een goed leven hebben.

Waar bleef je ?

Ik heb andere dingen te doen.

Ik heb paddestoelen nodig.

Trouwens, Bleda raakt je amper nog aan.

Galen, wacht.

Hij wil Rua laten vermoorden. - Stil !

Die woorden kunnen ons allebei het leven kosten.

Bleda heeft een soldaat omgekocht om hem te vergiftigen.

Je moet iets doen.

Wat ? - Rua waarschuwen.

Hij luistert niet naar me. - Gebruik je krachten.

Misschien is 't beter als Rua sterft.

En Bleda koning wordt ?

Waar is Attila ? - In Rome.

Hoelang is hij daar al ? - Al weken.

Waarom neemt hij zoveel tijd ? - Dat weet ik niet.

Als er een ding is dat hem kan terugbrengen,

dan is het de dood van Rua.

Attila moet terugkeren.

Je houdt van hem.

Alle vrouwen houden van hem.

Maar hij zal nooit van mij houden.

Waarom help je me ?

Je verschijnt in mijn visioenen en die moet ik volgen,

en mijn visioenen zeggen me dat Attila gevaar loopt.

Hij moet terugkeren. En daarom,

moet de huidige koning sterven opdat de toekomstige kan leven.

Ik wist niet dat je wilde dat m'n dochter hem verleidt.

Ik had er niets mee te maken. - Het moet stoppen.

Een huwelijk zou het bondgenootschap verstevigen.

Trouwen met een barbaar ? Heel Rome zou haar uitlachen.

Dat betwijfel ik. En dan zou Rome tenminste nog bestaan.

Praat me niet over offers voor het rijk.

Toch zullen we die moeten brengen. - Jij kan haar niet verhandelen.

Een verbond met de Hunnen versterkt onze grenzen,

en zal ons de tijd geven om weer machtig te worden.

Als hij haar wil, gaan ze trouwen.

Geen sprake van.

Als je erop staat.

Hij vertrouwt te veel op z'n invloed op Attila.

Zelfs als dat huwelijk doorgaat,

vallen de Hunnen ons misschien toch aan.

Het mag niet doorgaan. - Het meisje is geobsedeerd.

Het kan drastische maatregelen vergen.

Neem die dan.

En Aetius heeft z'n tijd gehad.

Ik begrijp het.

Ik heb nooit in het lot geloofd, tot nu.

Het lot heeft ons samengebracht.

Geloof jij in het lot, Attila ?

Misschien. - Goed.

Tegenwoordig zijn veel mensen deugdzaam en saai.

"De wil van God" dit en "De wil van God" dat.

Ik ken eigenlijk maar een persoon

die het lot echt serieus neemt. Flavius Aetius.

Vreemd, hé ?

Ik veracht hem, maar aanbid jou.

Wat is zijn lot ? - Rome redden, zegt hij.

En wat is het jouwe ?

Een waarzegster zegt dat ik een zwaard zal vinden.

En als je het vindt ?

Dan zal ik over de wereld heersen.

Wat jammer voor Aetius.

Aetius redt zich wel.

Excuseer mij.

Hoe vind je haar ? - Ze is mooi.

Is dat alles ?

Wat kan je nog over een vrouw zeggen ?

Je hebt vast nooit liefgehad.

Een keer. Misschien.

Het slavenmeisje met het rode haar.

Jij kunt iedere vrouw krijgen die je wilt.

Vrouwen die van je houden...

of vrouwen die enkel...

nuttig zijn.

Als je voorbestemd bent om de wereld te veroveren,

is een verbond met Rome niet zo'n slechte keuze.

En als ik ook voorbestemd ben om Rome te veroveren ?

Veroveren kan op veel manieren.

Je hebt Honoria zonder slag of stoot veroverd,

en zij is misschien de sleutel tot je volgende verovering.

Op veroveringen, op eender welke wijze.

Vader, er is een boodschap.

Rua is dood.

Ik moet meteen vertrekken. - Het weer is ongunstig.

Bleda zal nu al tegen me samenzweren.

Vertrek morgenvroeg. Ik zal voor 'n escorte zorgen.

Stuur een boodschap dat je terugkeert,

en neem dan een andere route om een aanslag te vermijden.

Daag hem meteen uit, bedenk een goede reden.

Een voorwendsel. - Precies.

Zeg bijvoorbeeld dat hij Rua heeft vermoord.

Wat waarschijnlijk zo is. - Ik heb geen bewijs.

Doet er niet toe. Dat is tactiek.

Dwing hem zich te verdedigen.

Attila...

Als het misgaat, kan je hier altijd je toevlucht zoeken.

Ik leef voor de Hunnen.

Ga dan rusten. Je hebt een lange tocht voor je.

Was je ons aan het afluisteren ?

Nee, ik was aan het leren.

Je zult hem missen, hé ? - Ja.

In Rome zijn zulke mannen tegenwoordig zeldzaam.

Zal die Bleda echt proberen hem te vermoorden ?

Natuurlijk.

Ik zal voor hem bidden voor het slapen gaan.

Ja.

Bid ook voor Rome.

Excuseert u mij, ik dacht dat u wegging.

Grijp hem !

Grijp hem ! Jullie koning beveelt 't !

Je bent nog geen koning. - Breng me mijn kroon.

Zien jullie hoe hij de kroon steelt ? Net zoals hij Rua's leven stal.

Je liegt.

Rua had moeten sterven als krijger,

niet in z'n slaap.

Niemand kiest hoe hij sterft.

Niet als hij wordt vermoord. - Rua stierf een natuurlijke dood,

en ik ben de oudste zoon van zijn broer.

Dus ben ik de rechtmatige koning.

Waarvoor ? Zodat je betaald wordt om te strijden voor Rome

of eender welk ander land ?

We zullen altijd blijven leven als Hunnen.

Wat moeten we anders ?

Wij moeten over de wereld heersen !

Wil je dat we Rome aanvallen ?

Nee.

Hij heeft zich laten afkopen.

En hij heeft een hoer in Rome die denkt dat ze prinses is.

Als we Rome aanvallen, zijn onze flanken onbeschermd.

Als we terugkeren, zullen onze dorpen verbrand zijn

en onze vrouwen verdwenen.

Je zegt wat we moeten laten,

maar niet wat we moeten ondernemen.

Het noorden aanvallen, Pannonië en daarachter.

Ons eigen volk aanvallen ? - Niet van onze stam.

Maar toch Hunnen, en we leven al vele jaren in vrede met hen.

Er zal toch weer oorlog komen, zoals altijd.

Jullie kennen de oude voorspelling. Er zal een veroveraar komen.

Hij die het zwaard van de oorlogsgod vindt.

Heb je dat zwaard gevonden ?

Nee.

Dan hebben je woorden geen betekenis.

Ik zal een ander teken geven.

Ik zeg dat je Rua vermoord hebt,

en dat je geen goede vervanger bent.

En ik zeg dat je liegt.

Dan ontmoeten we elkaar bij zonsopgang.

Moge de sterkste winnen.

Dat zal het teken zijn.

Hij zal z'n pijlen vergiftigen.

Als ik vergiftigd word, zal de stam hem doden. Dat weet hij.

Dit vergif laat geen sporen achter.

Hoe komt Bleda aan vergif ?

Jij ?

Galen...

Welk kwaad heb je in gedachten voor hem ? Heeft hij Rua vermoord ?

Bleda dreigde mij te doden.

En ik wist dat je zou terugkeren uit Rome.

Dat was mijn plan ! - Volgens mijn visioenen niet.

Jouw visioenen ! - Ik had gelijk.

Morgen om deze tijd ben je koning.

Geef me dat vergif ! - Ik heb niets.

Ik zoek al weken tevergeefs naar paddestoelen.

Dan heb je niet alleen Rua gedood, maar ook mij.

Nee, ik zal het gif uit je lichaam zuigen.

Hoe dan ? Zul je naast me te paard rijden ?

Vind het zwaard.

Als je het zwaard hebt, kan niets je nog schaden.

Een eeuw lang hebben ze ernaar gezocht.

Hoe moet ik het dan vinden voor zonsopgang ?

Ik heb genoeg van jou, vrouwmens.

Spreek nooit meer tegen mij.

Kom op !

Machten van aarde en hemel, maak mijn visioenen werkelijkheid.

Geef Attila de kracht van Galen en Galen Attila's pijn.

Attila ! Attila !

Attila valt het noorden van Pannonië aan, sire.

In het noorden leven... toch ook Hunnen ?

Dan vecht hij tegen zijn eigen volk.

Goed gedaan, Aetius.

Allemaal in de naam van uw grotere glorie.

Je kunt hem voor de gek houden,

maar je weet dat Attila niet zomaar de Hunnen aanvalt.

Hij verenigt ze. - Hij valt ons tenminste niet aan.

Als hij het doet, is het gevaar dubbel zo groot.

Hij zal Rome niet aanvallen.

De Germanen, en misschien Constantinopel, maar Rome niet.

Hoe weet je dat zo zeker ? - Hij zag hier ongelooflijke dingen.

Hij begon te twijfelen.

Hij kwam zelfverzekerd aan. Hij ging onzeker weg.

En er is nog een factor. - En dat is ?

Rome aanvallen betekent mij aanvallen,

en dat zal hij nooit doen.

En als jou iets overkomt ? - Dat moeten we zien te voorkomen.

Wil er iemand wijn ?

We missen je, Galen.

Zou ze nog visioenen hebben ?

Ze had er een over deze plek.

Dicht bij m'n oude dorp. - Door haar heb ik het opgeëist.

Daarom heb ik haar hier begraven.

Ga je weer weg ? - Hangt af van mijn verkenners.

Wil je Constantinopel aanvallen ?

Niet de stad zelf. Voorlopig niet.

Maar de provincies zijn rijk.

kan je het niet uitstellen ?

Ik begin net m'n rijk op te bouwen.

Ik moet aan de toekomst denken. - Ik denk ook aan de toekomst.

Een koning moet z'n prins leren regeren.

Prins ?

De vroedvrouwen hebben 't bevestigd.

Ik hoop dat het een jongen wordt. - Vast en zeker.

Waarom komt hij niet ?

Als hij niet gauw komt, sterf je.

Een baby laat zich niet opjagen.

Hij komt als hij komt.

Zorg dat hij ongedeerd aankomt !

Goden.

Zorg dat het een jongen is.

Zorg dat het een sterke jongen is.

Een jongen, majesteit.

Ja.

Zoon van een koning.

En N'Kara ?

N'Kara.

Je hebt je prins.

Leer hem goed.

Nee.

Nee !

Kwam dit ook voor in je visioen ?

Kwam dit ook voor in je visioen, en heb je me niet gewaarschuwd ?

Ik vervloek je, Galen !

En ik vervloek jullie, goden !

Kniel voor jullie nieuwe koning !

Onderwerp je aan hem !

De boodschapper zei dat het je gelukt was.

Ja, de stad viel al snel.

De nieuwe belegeringsmachines werken beter dan ik dacht.

Daar ben ik blij om.

Gaat het ? - Ja.

Heeft men je gehoorzaamd ? - Ja.

En m'n andere vrouwen ? - Ze maken het ook goed.

Prima.

Waar is mijn zoon ?

U heeft vele zonen. Welke bedoelt u ?

De oudste.

U hebt een dozijn vrouwen,

en twee keer zoveel kinderen.

Maar hij bezorgt u meer plezier

dan wij allemaal samen.

Hij is m'n eerstgeborene. - En kind van de roodharige vrouw.

Vanmiddag houd ik audiëntie.

Ondertussen wil ik wat rusten.

Ik heb je gemist.

Fijn om terug te zijn.

Attila,

koning van de Hunnen,

heerser over alle landen van de IJszee tot de Zwarte Zee,

van de Rijn tot de bergen in het oosten.

Onze grote koning staat u welwillend toe op te staan.

Ik ben koning Canute van de Finnen.

We verwelkomen u als vriend en trouw onderdaan.

Ik breng u schatting. Bont, goud en zilver, kruiden en parfums.

In naam van mijn volk aanvaard ik uw schatting.

Ik ben koning Meloch van de Parthen.

Ik vraag u een geschil tussen mij en koning Omar van Scythië te regelen.

Waarover ? - De grens tussen onze landen.

Waar is Omar ? - Hij komt morgen aan.

De rechtvaardigheid eist dat ik beide partijen hoor.

Ja, maar als u...

Jawel, grote koning. Morgen.

Ik hoor over niks anders. Ik dacht dat we met hem hadden afgerekend.

Jammer genoeg niet. Hij is sterker dan ooit.

Zolang als hij ons met rust laat.

Hij valt de rest van de wereld lastig en zij laten ons niet met rust.

Verzoeken om hulp uit Scythië, Illyricum, Moësië,

en zelfs van Theodosius.

"Van Theodosius, keizer van het oosten,

aan z'n beste neef, Valentinianus.

Stuur onmiddellijk hulp. We worden platgelopen door de Hunnen."

Platgelopen.

Hij overdrijft. De muren van Constantinopel zijn zeven meter dik.

Vele kleine steden zijn reeds gevallen.

De provincies worden geplunderd.

Attila eist 3000 pond goud om z'n troepen terug te trekken.

Een Romeinse keizer die wordt afgeperst als 'n ordinaire winkelier.

Als Constantinopel valt,

kan Attilla alleen nog ons aanvallen.

Ik zei ooit dat jij in dat geval zou moeten boeten.

Begin je de druk te voelen ?

Wel, Aetius ?

Ik heb Attila al eerder opgezocht. Bij gevaar.

Dat zal ik nog eens doen. - In het oostelijke rijk ?

Ik zal de situatie beoordelen en zelf een oplossing zoeken.

Ja.

Goed idee. Vertrek meteen.

Ik wil u spreken over uw zuster. - Wat is er met haar ?

Volgens geruchten spant ze tegen u samen.

Met wie ?

Met Eugenius. - Eugenius ?

Toch niet Eugenius de kamerheer ? - Jawel, sire.

Honoria spant samen tegen mij...

met een bediende ?

Je bent een godin.

Ik vermoord hem liever niet.

Die sufferd is tenslotte m'n broer.

Nooit eerder kende ik zo'n passie.

Misschien is het herfstfestival het beste moment.

Nee, volgens Latorius is dat te snel.

Sprak je met Latorius over ons plan ?

We hebben de hulp nodig van de garde.

Knappe, domme Eugenius.

We moeten alles geheim houden tot we klaar zijn.

U moet snel vertrekken. Het is eb bij zonsondergang.

Nieuws ? - Ja. Honoria komt mee.

Ze wordt verbannen naar het oosten.

Ze had terechtgesteld kunnen worden.

Dat had ze liever gehad. Ze moet naar Pulcheria.

Ik heb bijna medelijden met haar. - Ik ook, bijna.

Doe de groeten aan Attila.

Placidia had gelijk. Ik had hem moeten laten vermoorden.

Hij was hier te gast.

Ik moet gaan kijken hoe gevaarlijk hij is geworden.

Pas goed op jezelf. - Doe ik.

Heeft u de ambassadeur gesproken ? - Kort.

Hoe langer hij wacht, hoe meer goud hij zal bieden.

Maar is dat een waardige aanwinst voor een groot koning ?

Ik leg mijn oren overal te luister,

en ik heb gesprekken van uw generaals opgevangen.

Hoewel ze u volkomen trouw zijn, maken ze zich zorgen.

We hebben honderd volken verslagen,

zijn in het oostelijke rijk opgerukt tot Constantinopel,

maar het westen vallen we niet aan. - De tijd is nog niet rijp.

Wanneer dan wel ? - Als ik het zeg.

Wat zijn de redenen ?

Volgens sommigen vreest u Aetius.

Vergeef me, sire. Een dwaas gerucht.

Wie verspreidt dit gerucht ?

U, grote koning. - Ik ?

Ja, door uw weigering tegen het westen op te rukken.

Je bent moedig, Orestes.

Ik zou niet dienen als ik de waarheid niet durfde te spreken.

Ik heers niet enkel over de Hunnen, maar over honderd volken.

Hun koningen zijn u gehoorzaam. - Ik heb meer nodig dan dat.

Ik heb hun geloof nodig. - In wat, sire ?

Daar wacht ik op.

Iets waardoor ze niet enkel zullen dienen, maar ook geloven.

Een teken. Zoals het zwaard. - Of een reden.

Wat Aetius een voorwendsel noemde.

Zodra het er is, zal ik 't weten

en dan zal ik oprukken tegen het West-Romeinse rijk.

Ja, sire.

Constantinopel Hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk

Aetius, welkom in het Oosten.

Dank u, majesteit.

Ik heb je komst geheim gehouden zoals je wilde.

Dat komt mij best uit. Dank u.

Honoria, ik zag je voor 't laatst toen je zes was.

Jammer dat je 'n verraadster bent geworden.

Gelukkig is m'n zuster Pulcheria bereid om je op te nemen.

Waarin ?

In een celibatair leven, toegewijd aan het werk van God.

U maakt een grapje. - Dat zullen we nog wel zien.

De duivel is in je gekomen. - Ik ga niet bij zo'n stomme...

We krijgen hem er wel uit.

We zullen veel werk hebben met haar.

Ik hoopte dat je troepen zou meebrengen.

Sinds Attila ons leger versloeg,

verschuilen we ons bevend achter onze muren.

We kunnen geen troepen missen.

En geld ? - Daar is helaas ook 'n tekort aan.

Waarom ben je dan gekomen ?

Om een plan te bedenken.

Maar het zal tijd vergen.

We hebben geen tijd.

De edelen verkopen hun meubelen om Attila schatting te betalen.

Vluchtelingen overspoelen de stad.

De rijken geven hen werk om rellen te voorkomen.

Zoals je ziet, doe ik mijn deel.

Je sprak over een plan. Wat bedoel je precies ?

Een rijk dat zo snel werd gebouwd, moet zwakheden hebben.

Hoe ga je ze ontdekken ?

Ik ga zelf in Attila's gebied kijken.

Nogal vaag. Ik weet iets concreters.

Moord.

Vergeef me, Aetius. Ik wilde je uit eerste hand zijn werk tonen.

Dit is Lygus,

hij ziet zonder te worden gezien,

kan goed met wapens overweg,

en heeft geen tong.

Als hij wordt gepakt, kan hij me niet verraden.

Ook Attila heeft spionnen.

Hij zal uw plan laten mislukken.

Misschien, misschien niet.

Vind je dat meisje leuk ? - Een vluchteling ?

De Hunnen hebben haar familie uitgemoord. Stuur ik ze naar jou ?

Ja, als u mij een wijziging toestaat.

Ga je gang. Ze is van jou.

Je naam ? - Ilidico.

Ze zeggen dat je de Hunnen haat.

Mijn vader was dorpshoofd.

Ik zag hem en m'n moeder sterven. Hun botten bleven over...

voor de gieren.

Maar jij kon ontsnappen. - Jammer genoeg wel.

Stel dat ik je wraak kon laten nemen ?

Hoe ? - Door hun koning te doden.

Attila zelf ? Hoe is dat mogelijk ?

Eerst mijn vraag. Als 't mogelijk was, zou je 't doen ?

Ja, ik zou het doen. - Ook ten koste van je eigen leven ?

Ik zou met plezier naar de hel gaan als Attila mij voorgaat.

We komen binnen een uur samen in het binnenhof.

Vandaag helpen we de armen in de parochie vane Catherina.

Ik zie dat jij het hier net zo erg haat als ik.

En wat dan nog ? Ik zit hier net als jij gevangen.

Je vergist je. Heb je buiten vrienden ?

Ik heb een brief geschreven. Laat hem bezorgen met deze ring.

Neem hem mee om te bewijzen dat de brief van mij komt.

Laat dit bezorgen aan de man die ik noem,

en we zijn beiden voorgoed vrij.

Welke man ? - Attila, de koning van de Hunnen.

We veroveren steden, overheersen,

en we kunnen nog geen bad bouwen.

Er zijn dringender zaken.

De Romeinse keizer heeft 'n moordenaar ingehuurd.

Ik wil een bad zoals in Rome. Majesteit...

Dat gerucht keert iedere week terug. - Nu zijn er sterke aanwijzingen.

Met zoveel vreemdelingen onder ons. - Waaronder jij.

Of ben je dat vergeten ?

Ik heb bewezen dat ik trouw ben, sire.

Inderdaad. Meerdere keren.

Orestes, als het mijn lot is te sterven, dan zal ik sterven.

Zo niet, dan kan niemand me deren. - Wees toch maar op uw hoede.

En ik vraag je waarom dat bad nog niet klaar is.

Het marmer moet van 1000 km ver komen,

de buizen gebogen, en het fornuis...

Genoeg.

Je krijgt drie dagen. - Maar, sire.

Natuurlijk, grote koning, drie dagen.

Is dat Attila ? - Ja.

Maar verberg de haat in je ogen als je hem ontmoet.

Je naam is Lygus.

Je bent gestuurd door Theodosius, keizer van het oostelijke rijk.

Is dat juist ?

Orestes !

U zou om hulp roepen als hij kwam.

Dat was niet nodig. - Ik zal hem laten kruisigen.

Hij is dapper en trouw aan z'n meester.

Stuur hem terug. - Sire...

Hoeveel zou hij betaald worden ? - 50 pond goud.

Doe dat in een zak, hang die om z'n nek,

en stuur hem terug.

De keizer zal vernederd zijn.

Hij treft de schuld, hij gaf het bevel. Niet deze man.

Er kunnen nog aanslagen volgen. Rome heeft hier spionnen.

't Is niet m'n lot vermoord te worden.

Slaven, kooplieden, zelfs huurlingen verkopen informatie.

Een venter vroeg uw reden om 't westen aan te vallen.

Ik ga bij het badhuis werken, desnoods als slavin.

Vroeg of laat zal hij me zien.

Hij zal anders zijn dan je verwacht.

Ook het dorp van die andere vrouw werd verwoest.

Ze haatte hem eerst ook, maar die haat veranderde in liefde.

Dan was ze zwak.

Is dit de man die je bedoelde ?

Ja. - Neem hem mee.

Kniel voor de koning van de Hunnen.

Laat ons alleen.

'n Complot om me te doden is net mislukt. Was jij daarbij betrokken ?

Dan was je nu dood geweest.

Je komt hier vermomd als boer. Waarom niet als jezelf, als vriend ?

Om te zien wat ik wil zien, niet wat je wilt dat ik zie.

En ?

Je hebt veel waargemaakt.

De landen die ik bestuur zijn even groot als jullie twee rijken samen.

Een rijk is meer dan alleen land. Waar zijn de forums ?

De colosseums ? Het grote circus ?

Theaters ? Aquaducten ?

Geef ons tijd, Aetius.

Het heeft ook eeuwen geduurd om het huidige Rome te bouwen.

En wat gebeurt er met ons terwijl je leert ?

Zakken we weg in chaos en puin ? - Alleen als jullie ons weerstaan.

Beschaafden zijn snel te overwinnen,

maar beschaving...

behoort nog altijd aan hen toe, niet aan de barbaren.

Zij behoort toe aan eenieder die sterk genoeg is haar te nemen.

Aetius, voeg je bij mij.

Ooit nam je me mee naar Rome.

Je zei dat we samen veel konden bereiken.

Nu nodig ik je uit hier te blijven.

Om jou te dienen ?

Ik ben een beter man dan de keizers die je nu dient.

Ik dien Rome.

Wees eerlijk. Ga je het westelijke rijk aanvallen ?

Voorlopig niet.

Maar in de toekomst ? - Niemand weet wat die brengt.

Laten we nu een akkoord sluiten.

Een vredesverdrag tussen onze volken.

Dit is je eerste teken van zwakte ooit.

Wil je het verdrag sluiten ?

Rijken breiden uit tot iemand sterk genoeg is om ze te stoppen.

Dat is Rome's lot en ook het onze.

En zo zal het blijven zolang de mens bestaat.

Dan zijn we uitgepraat.

Klopt.

Goed werk, Orestes.

Ik zal het vanavond gebruiken. Breng m'n vrouwen.

Welke, majesteit ?

Allemaal. Dat is de enige manier om ruzie te voorkomen.

Ja, majesteit.

Majesteit ?

Dat meisje, wie is zij ? - Een slavin.

Hoelang is ze hier al ? Waar komt ze vandaan ?

Pas aangekomen. Ik weet niet van waar.

Ik kan er wel achterkomen. - Ja.

Zoek alles over haar uit en breng haar vanavond bij mij.

Maar uw vrouwen, majesteit, en het bad.

Zeg hen dat het nog niet klaar is.

Je verzint wel een goede smoes.

Kom dichterbij.

Wees niet bang.

Ik doe je geen pijn.

Waar ben je bang voor ?

Bij ons is een vrouw die voor het huwelijk wordt genomen

voorgoed onteerd. - Je zult niet onteerd worden.

Waarom laat de koning dan een slavin komen ?

Je zult niet onteerd worden. Ik zweer het.

Je heet Ilidico,

uit een dorp in het noorden ?

M'n dorp werd verwoest. - En je familie ?

Vermoord. - Het spijt me.

Dat gebeurt nou eenmaal in de oorlog.

Maar ik zal ervoor zorgen dat je het naar je zin hebt.

Waarom ?

Je bevalt me. - U kent me niet eens.

Maar ik zal je leren kennen.

En jij zult mij leren kennen.

Zoals u wilt, grote koning.

Toen m'n dorp werd verwoest, leefden we dagenlang in het bos.

Uiteindelijk kwam ik bij een weg en werd ik meegenomen door reizigers.

Ik zal ze laten belonen.

Ze werden vermoord door rovers, maar ik had geluk en ontsnapte.

't Is niet dankzij 't geluk dat je hier bent.

De goden hebben mysterieuze wegen.

Ze nemen met de ene hand en geven terug met de andere.

Ik begrijp u niet.

Ben je nog steeds bang voor mij ? - Grote koning, ik...

Noem me bij m'n naam.

Is dat toegestaan ? - Ik beveel het je.

Nee, ik ben niet meer bang voor je.

Attila.

Nieuws uit Pannonië. Attila gaat weer trouwen.

Heus ? - Ja.

Met een slavin waarop hij zijn oog liet vallen.

Naast het fortuin dat hij me nu al afperst,

zal ik hem een huwelijksgeschenk moeten sturen.

Dan had u maar niet moeten proberen om hem te doden.

Wees niet zo zelfvoldaan en bedenk zelf een plan.

Daarom ben je hier. - Ik heb al een plan.

En ik ben ervan overtuigd dat Attila's huwelijk

niet erg gelukkig zal zijn.

Goden van mijn vader, vervloek en maak deze wortel dodelijk.

En vervloek degene die dit drinkt.

Geef me de kracht te haten tot m'n vaders dood is gewroken.

Majesteit, heer Orestes.

Wat is er ? - Een boodschap uit Constantinopel.

Van de keizer ? - Nee,

van de Romeinse prinses Honoria. - Dit is haar ring.

Ze droeg hem vaak.

Lees het voor.

Ze wordt gevangen gehouden op bevel van haar broer.

Als u haar redt, zal ze u huwen.

Ik heb al vrouwen genoeg.

Als bruidsschat belooft ze u de helft van het westelijke rijk.

Dat is m'n voorwendsel.

Het halve rijk komt haar niet toe.

Vraag 't misschien een advocaat.

Attila verzamelt zijn legers al.

En zijn bruiloft ? - Uitgesteld voor onbepaalde tijd.

Alle volken boven de Rijn moeten met de Hunnen vechten

in een machtige kruistocht tegen de legers van het Westen.

We moeten onze krachten bundelen.

Attila heeft ons genoeg laten lijden.

Nu is het jouw beurt, Aetius.

Ik stuur Honoria terug naar Rome,

en ik wens je veel geluk.

Binnen een maand valt hij Rome aan.

Ik heb je de afgelopen dagen verwaarloosd.

Het spijt me, ik had het druk.

Ze zeggen dat je ten oorlog trekt om een Romeinse prinses te redden.

Ik zal haar wellicht niet eens zien.

Maar het geeft me wel een reden om Rome aan te vallen.

En onze bruiloft ?

Die wordt uitgesteld tot ik terug ben.

Minstens enkele maanden.

En als ik er niet meer ben als je terugkomt ?

Ik zal m'n dienaren zeggen dat je vrij bent om te gaan.

Wacht.

Je bent boos. We kunnen trouwen voor je vertrek.

M'n bruiloften zijn staatsaangelegenheden.

Er is geen tijd.

Ik dacht dat ik haastig was.

Misschien ben ik veranderd.

Daar ben ik blij om.

Mag ik vrijuit spreken ?

Dat mag je.

Ik heb gehoord over een andere vrouw, N'Kara.

M'n eerste vrouw, ze is overleden.

Ze zeggen dat ik op haar lijk.

Als twee druppels water, ja.

Met wie trouw je dan ?

Met mij of N'Kara ?

Als ik enkel haar evenbeeld wou,

had ik je al genomen. Dat heb ik niet gedaan.

Nee.

Wacht dan tot ik terug ben, en jij, niet N'Kara,

zult koningin van de wereld worden.

De stormram !

Hij heeft dertig steden in Oost-Gallië veroverd.

En wij deden niets. - Ze waren niet strategisch.

Maar ze waren Romeins. - Ik begrijp uw ontgoocheling,

maar in een crisis moet men het overbodige kunnen opgeven.

Attila's pad is net breed genoeg om z'n flanken te beschermen.

Hij wil duidelijk verder oprukken naar 't westen.

Als hij Rome wil veroveren,

waarom komt hij dan niet naar het zuiden ?

Dan bedreigen de vrije Galliërs misschien zijn achterflank.

Dus hij wil eerst Gallië veroveren ?

Dat zou ik ook doen. - Waar houden we hem tegen ?

Hier, bij Orléans. Die stad kan hij niet missen.

Hij zou daar al in de buurt moeten zijn.

Het beleg is reeds begonnen. - We moeten troepen sturen.

Is al gebeurd.

De stad kan maanden standhouden. - En dan ?

800 kilometer van z'n basis...

Als de winter komt, zal hij zich moeten terugtrekken.

Tot volgend jaar.

Dan zijn mijn andere plannen al uitgevoerd.

Flavius Aetius, opnieuw heb je Rome een grote dienst bewezen.

Wat als Orléans valt ? - Dat zal niet gebeuren.

Je moet een noodplan hebben,

een verbond met de Westgoten.

Theodoric denkt er niet aan. - Tegen de juiste prijs wel.

Ze is zijn dochter, Aetius.

Hij wil haar natuurlijk terug.

Ze is mijn kind in alle opzichten. - Behalve wat bloed betreft.

Wat ze gelukkig niet weet.

Wie het haar vertelt, zal sterven.

Je familiezaken gaan me niks aan,

maar jij hebt het altijd over offers brengen voor het rijk.

Dat offer is niet nodig, want we kunnen zonder Theodoric.

We stoppen Attila in Orléans.

Zet die ladders weer recht. Nu !

Storm naar binnen !

Breng de stormram !

Laat alle katapulten richten op deze plek rechts van de poort.

Komt in orde.

Uit de weg ! Vuur !

Majesteit, alles is gereed.

Vuur !

Weet je 't zeker ? - Ja, heer.

Ik zag het met m'n eigen ogen. - De troepen ?

De overlevenden werden geëxecuteerd. - De bevolking ?

Als slaven meegenomen. De stad is volledig platgebrand.

Laat me alleen.

Hij houdt van me, vader, al heeft hij het nog niet gezegd.

Wie ? - Livius. Wie anders ?

Ja, natuurlijk.

Wat is er ?

Attila heeft Orléans ingenomen. - Je zei dat dat niet zou gebeuren.

Ik heb me vergist.

Wat ga je doen ? - Naar Gallië vertrekken.

Ik wil dat je meegaat.

Nu ? Net nu Livius...

Als je me nodig hebt...

Misschien wel. - Ik zal me klaarmaken.

Wat doet zij hier ? - Sluit haar meteen weer op.

Valentinianus, ze is je zuster. - Vertel haar dat.

Ze spant samen en wil de helft van mijn rijk aan een barbaar geven.

Ze komt je om vergiffenis smeken.

Nietwaar, Honoria ?

Als je zuster en trouwe onderdaan, vraag ik je om vergiffenis.

Ik ben ontroerd !

Ik zei het toch !

Je kunt haar niet voor eeuwig opsluiten.

O nee ? Wacht maar.

Wachters, breng haar terug ! - Valentinianus.

Moeder !

Zeg eens, moeder.

Hoe kan je zo bezorgd zijn om haar en zo onverschillig tegen mij ?

Waar heb je het over ? - Laten we niet meer doen alsof.

Je wilde me laten vermoorden in de tuin van Corona.

Je dacht dat ik het niet wist, hé. Ik heb het altijd geweten.

Je bent gek. - Zonder Aetius was ik nu dood.

De moordenaar had je zegel. - Onmogelijk.

Ik heb het zelf gezien.

Sinds je keizer bent, heeft maar een iemand mijn zegel gekregen. Aetius.

Hij is drie dagtochten hier vandaan.

Ik trek me terug in de bergen,

of ik voeg me bij hem, dan sta je er alleen voor.

Dan zou je zijn dienaar worden. - En zou Rome verslagen zijn.

Dat zou ik wel leuk vinden.

We hebben gevochten om land, maar we hebben het ook gedeeld.

We hebben gevochten om geloof, maar we zijn allebei Christenen.

Dit is niet alleen jij en ik tegen Attila.

Maar ook onze wereld tegen de zijne.

Wat zijn je voorwaarden ?

Wij vechten onder onze banier.

Jij en ik voeren samen het bevel.

Je geeft me mijn dochter terug.

Vraag iets anders. - Ik wil mijn dochter.

Ze weet niet dat ze je dochter is. Ze heeft altijd in Rome gewoond.

Zonder mij als bondgenoot, zal er geen Rome meer zijn.

Hallo, vader.

Wie is dat ?

Vader ?

Vader... !

Ze wordt naar Spanje gebracht. Je zult haar nooit meer terugzien.

Nu weet je hoe het voelt als je kind wordt gestolen.

Verzamel je leger.

We trekken ons terug bij dageraad. - En m'n dorpen onbeschermd laten ?

Brand de dorpen plat.

Verbrand de oogsten. Verbrand alles wat overblijft.

Attila beveelt vele volken, maar de Hunnen zijn z'n beste troepen.

Als we z'n paarden weghalen,

kunnen we winnen.

Galen.

Ik lachte om je visioenen,

maar ik wou dat je nu hier was.

God van de oorlog,

u gaf me dit zwaard als bewijs van uw gunst.

Als ik in nood was, leidde u mij met een teken.

Als ik nog steeds uitverkoren ben,

als het mijn lot is om over de wereld te heersen,

geef me dan nu een teken.

Geef me een teken !

Majesteit, we waren ongerust over u.

Wat is er gebeurd ? - Aetius stopt zijn terugtrekking.

Hij bevindt zich 16 km verderop, bij Shalom.

De oorlogsgoden stuurden me dus toch een teken.

Wat is een beter teken dan een vijand die wil vechten ?

Westgoten, het land waarop we vechten hoort jullie toe.

Vecht goed anders neemt Attila het.

Jullie vrouwen en dochters worden zijn slavinnen.

Romeinen, ook jullie vechten voor je land.

Want als we verliezen, rukt Attila op tegen Rome,

en kan niemand hem stoppen.

Denk aan jullie voorvaderen.

Voeg jullie krachten samen,

of een vlam die duizend jaar onze levens verlichtte,

zal verdwijnen van de aarde !

Terugtrekken, hun velden verbranden,

en het terrein kiezen, dat doen ze.

Ze gebruiken trucs omdat ze zwak zijn !

Wij zijn sterk, en zij vrezen ons.

Hunnen, denk er aan

dat we vele slagen hebben gevochten zonder ooit te verliezen.

En jullie, volkeren en stammen die aan onze zijde strijden,

jullie delen de geest van de Hunnen !

Jullie zijn onoverwinnelijk.

Hier is geen terugtocht mogelijk.

We moeten standhouden op deze heuvel.

Alles is gereed, heer. Ze zullen de top van de heuvel nooit bereiken.

't Is moeras en ze groeven kuilen. - We gaan te voet verder.

Afstijgen !

Boogschutters naar voren ! Ten aanval.

Stuur extra mannen naar voren.

Tweede cohort, voorwaarts !

Orestes !

Orestes, terugtrekken ! - Terugtrekken !

Terugtrekken !

Ze zijn goed verschanst. - Houd de helft in reserve.

Laat de andere helft helpen tegen de Westgoten.

In de flank ? - Ja.

Dan moet Aetius versterking sturen, en verzwakt hij zijn positie.

En dan vallen we hem aan.

Ja, sire.

Voorwaarts !

Het is gebeurd, sire.

Ze vallen de Westgoten aan.

Houd stand op deze heuvel !

Versterking ! Aanval in de flank ! Meer mannen nu !

Geef me drie cohorten om ze te helpen.

Generaal, ze gaan ons overvleugelen.

Misschien een afleidingsmanoeuvre. - Nee, het is een echte aanval.

Waarom leidt Attila hem dan niet ?

Generaal, ik verzoek u...

Neem ze. - Derde cohort, volg mij.

Het is gelukt, sire. Hun centrum is verzwakt.

Laat de reserves aanrukken.

Reserves naar voren !

We zullen nooit standhouden. - Ik had moeten blijven.

Ik gaf het bevel, 't is mijn schuld. - Je kunt nog ontsnappen.

Nee.

Ik gaf het enige wat ik liefhad om Rome te redden.

En nu ben ik Rome ook kwijt. Ik zal hier sterven.

Maar ik geef je een laatste bevel.

Dood Theodoric. - Ja, generaal.

Alle legioenen...

naar voren.

De koning is dood !

Ten aanval !

Sire, we moeten ons terugtrekken !

Nee.

We staan aan alle kanten onder druk !

Terugtrekken ! Nu !

Valorus, je was fantastisch.

De Westgoten dachten dat de pijl van de Hunnen kwam,

namen wraak, en wonnen de strijd voor ons.

Zeg nooit dat God geen humor heeft.

God heeft meer humor dan u denkt.

De Westgoten breken hun kamp op.

Je vader zou nooit vertrekken.

M'n vader is dood, en ik moet op mijn kroon passen.

M'n broers zullen nu reeds samenzweren.

Wat maakt een dag nu uit ? - Veel, bij gevechten.

Ik zou veel mannen verliezen die ik nodig heb tegen m'n broers.

Na de slag help ik je om je broers te onderwerpen.

Ik wil geen troon dankzij 'n Romein.

Ik vertrek morgenvroeg.

De Romeinen hebben zich verdedigend opgesteld.

En de Westgoten ? - Weg.

Misschien rouwen ze om Theodoric of hebben ze ruzie met de Romeinen.

Aetius is alleen niet sterk genoeg om ons aan te vallen.

En wij niet om hem aan te vallen.

Dan kunnen we ons terugtrekken en in de lente terugkomen.

Juist.

Mag ik u in dat geval een geschenk aanbieden ?

Een geschenk ?

Ik liet m'n mannen zoeken op de plek waar het zwaard brak.

Ze vonden dit.

In Scythië zijn er smeden die het kunnen herstellen,

als u dat toestaat.

Ik sta het toe. - Ziet u, majesteit,

uw lot is nog niet volbracht, dit is slechts een nieuw begin.

Aetius, je moed en wijsheid hebben

opnieuw Rome gered van het grootste gevaar.

Aanvaard deze lauwerkrans van je dankbare land

en je keizer.

Orestes, we trekken ons terug.

Zorg dat onze gasten goed worden verzorgd.

Ja, majesteit. En mag ik u van harte feliciteren ?

Je bent een trouw dienaar, Orestes,

en een van m'n weinige vrienden.

Kom, N'Kara.

Het is tijd.

In mijn land hebben we een gewoonte.

Bruid en bruidegom brengen voor het huwelijksbed een laatste dronk uit.

Is dat toegestaan ?

Natuurlijk.

N'Kara...

Grote koning ?

Grote koning ?

Majesteit ?

Dood.

U wilde me spreken, majesteit ?

We vieren de dood van Attila.

Daar moet jij natuurlijk bij zijn.

Ik voel me vereerd.

Zouden we z'n graf kunnen vinden ?

Dat betwijfel ik.

De slaven die hem begroeven zijn vast gedood om het geheim te houden.

Een oude gewoonte bij de Hunnen.

Jammer. Ik had graag zijn hoofd tentoongesteld in het Forum.

Dat verklaart de gewoonte.

Nu is jouw taak in ieder geval voltooid.

Je werd vrijgelaten om met Attila af te rekenen,

en dat heb je ook gedaan.

Je zei zelf dat we al het overbodige moeten opgeven.

En nu Attila weg is,

heb ik je niet meer nodig.

Na de dood van Attila, slaagde niemand er meer in

de verschillende volkeren te verenigen tegen Rome.

Na de dood van Aetius kon niemand Rome nog beschermen.

Binnen een generatie viel het West-Romeinse rijk,

en daalden de chaotische en duistere middeleeuwen

neer over de westelijke wereld.

Einde

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.