Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Polish
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Vertaling en ondertiteling AV Media Factory bv
Naar moeder-overste. Kom mee.
Je moeder is dood, Emma.
Maar u schreef niet dat er geen hoop meer was.
Ik wist niet hoe ik het moest zeggen.
Ik heb haar rozenkrans voor je meegenomen.
Mag ik naar huis voor de begrafenis?
Ze is vanochtend begraven.
Onder de pruimenboom.
Begraaf je mij daar ook als ik sterf?
Mag er ook niemand om mij rouwen?
Emma Rouault?
Er is zoveel pijn. De last is nauwelijks te dragen.
Je moet alle hartstocht opgeven.
God zal je kracht geven, maar het offer is onvoorwaardelijk.
We hebben jongedames als Emma nodig.
De dood van haar moeder heeft een venster in haar ziel geopend.
Ik heb een schokkende roman in haar hemdenla gevonden.
Ik noem geen details, maar hij ging over een gondelier.
Bent u niet overtuigd van haar roeping?
Vreugde werd ontmoedigd, verdriet was verboden.
Ze probeerden me te breken. Als een paard.
Al dat geld... - U wilde dat ik een opleiding kreeg.
Ik was bang dat je nooit meer thuis zou komen.
Jezus zou een vervelende bruidegom zijn geweest.
In Parijs dragen ze dit seizoen petticoats van Engelse kant.
Schouders worden wit gepoederd.
In Parijs leven vrouwen voor de liefde.
Mannen sterven ervoor.
O, waarom is de wereld zo ver weg?
Niet tegen me schreeuwen, Emma.
Er is iets met mijn been. - Snel, snel.
Bent u de dokter? - Ja.
Ik heb geen dokter nodig. Nooit nodig gehad.
Ik zei toch, ga Pierre halen. De beste koeienman aller tijden.
Als hij me niet kan oplappen, schiet me dan maar dood.
Hij heeft cognac gedronken.
Uw dijbeen is gebroken. Ik vermoed ook schade aan de quadriceps.
Wat voor taal is dat nou weer? - Latijn.
Geef die man wat te drinken.
U zult nu de boerderij moeten leiden.
Tot uw vader weer beter is, in elk geval.
Ik weet veel over muziek en poëzie, maar bijna niets over mest.
Of oogstopbrengsten.
Waar bent u op school geweest? - Bij de Ursulinen, in Rouen.
Ik heb in Rouen gestudeerd.
Niet in Parijs? - Nee.
Wacht u ergens op, dr Bovary?
Mijn zweep. - Uw zweep?
O, hij is achter de tarwe gevallen.
Wanneer komt u terug? - Over drie dagen.
Morgen.
Charles, het is al na achten. Je moet aan de slag.
Moeder.
Wat doe jij hier? - Mme Hivert heeft een nieuw rijtuig.
Ik ben meegereden tot de kruising.
Ik hoorde dat een nette familie dat château buiten de stad heeft gekocht.
Ze doen in koffie, kennelijk, en lijden allemaal aan darmcatarre.
Ga meteen kennis met ze maken.
Ik moet naar de boerderij van Rouault.
Alweer?
De breuk is gecompliceerder dan ik dacht.
Hij heeft een dochter, nietwaar?
Ja moeder, dat is zo.
Moet ik je eraan herinneren dat je pas weduwnaar bent?
Nee, dat hoeft niet.
Dat ding hier is net een vreselijke aanklacht.
We hadden het met haar moeten begraven. Het werd net bruin.
Arme Héloise. - Tja, het was gruwelijke pech.
Ik begeef me naar de keuken, voor een verse strik.
Vergeet de boerderij van Rouault. Je hebt deftiger patiënten nodig.
Ik zit nou al 41 dagen in deze stoel.
En die arme Emma moet binnen blijven om m'n karkas te verzorgen.
Ik kan er wel tegen.
Ik ben doof voor je smeekbeden. Je mag niet eens proberen te lopen.
Ik dacht dat u misschien wat van onze honing wilde.
Als u het met een lepel eet, proeft u de lavendel.
Hoe lang nog?
Nog minstens een week.
Wat zeg je hiervan, schelm?
Jullie zouden me rijp voor de slacht hebben gemaakt.
Verklaar je me nu weer voor gezond?
Ben ik weer vrij man?
Van Rouault gekregen. Het geld komt nog, begrijp ik.
Je kunt je geen ruilhandel veroorloven. Wat is dit?
Een pot honing. - Hier was je studie te duur voor.
Het was geen betaling, denk ik, maar een cadeau van juffrouw Rouault.
Is dat zo?
Ik heb dingen gehoord over die familie. En haar.
Ze zijn niet zo rijk, al is ze opgepoetst door de Ursulinen.
Een neef van ze is voor de rechter gesleept.
Het had met schapen te maken.
Maar je werk daar is nu klaar, de hemel zij dank.
Ik ben bang van niet, moeder.
Uit achting voor jou vind ik dat ze contant moeten betalen.
Ik ga er persoonlijk naartoe.
Vijfenzeventig.
Ik hoopte op een gunstiger tarief, omdat ik zo prompt betaal.
Mijn moeder gaat over de boekhouding.
Je bent je vrouw verloren, hè? - Ja, tuberculose.
Ik heb in je schoenen gestaan.
Toen ik mijn vrouw begraven had, lag ik in de boomgaard te huilen.
Appels, pruimen, peren, fruit, overal fruit.
Zo ver het oog reikte.
En mijn hart was net een dood stuk hout.
Hoe lang duurde dat gevoel?
Een stukje van de pijn blijft altijd.
Heb jij eetlust?
Toen het op z'n ergst was, verhongerde ik bijna.
Iedere hap veranderde in roet.
Hij at meestal wel iets, als het maar lichtverteerbaar was.
Zoals geroosterde gans en aardbeientaart.
Is jouw hart ook gebroken?
Ik denk het wel. Ik was jonger, toen.
Is het nog steeds gebroken?
Dat weet ik niet echt.
Maar ik ben ook geen dokter.
Ik ben gaan denken dat ik geen gevoelens meer over heb.
Je was zo jong, toen je haar verloor. Het moet je uitgehold hebben.
Ik voel me inderdaad leeg.
Dit heb ik met een opstel gewonnen, in het klooster.
Waar ging het over? - Het heette 'Wat is passie?'
Ik gaf een vroom antwoord, dat draaide om de kruisiging.
Heb jij ooit iets gewonnen?
Er was nooit een prijs die ik echt wilde.
Is dat je zondagse overhemd? - Nee, het is nieuw.
Ik weet waarvoor je komt, ik heb je blos gezien.
Ga in die wei staan. Als het meisje ja zegt, gooi ik de luiken open.
Dat scheelt een hoop gedoe.
Je vindt de taart vast prachtig.
De onderste laag lijkt op de tempel in Jeruzalem.
Het is net een plaatje uit een tijdschrift.
Ik wou dat haar moeder dit kon zien. Die jurk.
Ivoorkleurig gaaswerk en linten. Ze heeft er nooit meer wat aan.
Dit wou ze. Ik kan haar niets weigeren.
Dat had ik begrepen.
Ik doe het wel. Je maakt het erger.
Ben je gelukkig? - Hoe zou ik dat niet kunnen zijn?
Dit is mijn trouwdag.
Ik ben nog niet klaar.
Ik moet een nachtjapon aantrekken.
De laatste keer dat hier vuur brandde was na het huwelijk van m'n ouders.
Ze zijn op kerstavond getrouwd.
Vind je dat niet romantisch?
Is dit passie, Charles?
Is dit het? - Dit heb ik nooit gekend.
Is dit passie? - Dit heb ik nooit gekend.
Is dat het boeket van de andere bruid?
Doe dit weg.
Hield je van haar, Charles?
Zij hield van mij.
Ik zie mezelf in jouw ogen.
Kun je de veren in je haar zien?
Er zit zeker een gat in het kussen.
Het spijt me.
Ik moet de steenpuist van Mme Lecoute doorprikken.
Maar ik mis je als je weg bent.
Daar is makkelijk iets aan te doen.
De bijkeuken ligt onder het wasgoed.
Slopen, nachtmutsen, allerlei niet nader te noemen dingen.
Héloise was niet te trots om het te sorteren.
Emma hoeft het niet zelf te doen. Ze is niet erg sterk.
Wat is ze nu aan het doen? - Schetsen.
Ze is er goed in. Haar tekening van Medusa heb ik ingelijst.
Handenvol stukken kaars. Van soms wel tien centimeter.
Het huishouden is nieuw voor haar. Zuinigheid snapt ze niet.
Gelukkig heb ik een reistas meegenomen.
Ik ben kennelijk ingedommeld.
Ik wilde net in bad.
Het is tien uur.
Om tien uur gaan we naar bed.
Gewoonten zijn net als beloften en taartkorsten.
Gemaakt om gebroken te worden.
Ik ga naar beneden, tot je klaar bent.
Het is midden in de nacht.
Ik heb u gewekt te midden van de appelbomen.
Dicht bij het huis uwer vaderen.
Sluit uw hart af voor alle liefde behalve de mijne.
Bemin geen ander, want de liefde is even hartstochtelijk als de dood.
Je vult je hoofd met onzin. - Nee, ik lees de bijbel.
Het Hooglied. In het klooster heb ik het uit mijn hoofd geleerd.
Mijn minnaar stak zijn hand uit naar de deur.
Zijn vingers geurden naar olie en mirre.
Ik opende de deur voor mijn minnaar.
Zijn geur deed me beven.
Emma, mijn moeder ligt te slapen.
Ga maar weer naar binnen. Zet je slaapmuts op en droom van niets.
Je windt je op. Wil je aloëtinctuur? - Ik wil opgewonden zijn.
Dat moet je niet voorkomen. - Windt dit je op?
's Nachts ruzie maken in een feestjurk?
Die zat in mijn bruidsschat. Een Parijs patroon.
Ik heb hem nooit gedragen. - Ik ben een plattelandsdokter.
Ik heb het koud.
Ik dacht dat ik iets gedaan had, of niet gedaan. Dat het mijn taak was.
Om het opwindend te maken. - We houden van elkaar.
Daar kunnen we niet ons hele leven door verrast worden.
Mijn god.
Ik ben er nooit door verrast.
Je bent oververmoeid.
Ik dacht dat ik wijzer zou worden als echtgenote.
Ik dacht dat ik allerlei nieuwe sensaties zou ontdekken.
Ik dacht dat jij me die zou laten zien.
Ik heb nog nooit zo'n rust gekend.
Mijn god.
Waarom ben ik met hem getrouwd?
Grote opwinding. Dit is gebracht door twee lakeien.
De Markies d'Andervilliers nodigt u uit...
Een diner, en een bal, en een souper, een ontbijt.
Hij bedankt me voor het verwijderen van 'n abces en biedt ons logies aan.
Je kunt die mooie roze jurk aan. - Roze jurk?
Van tarlatan? Wil je me vernederen? Moet ik er provinciaals uitzien?
Mijn beste.
Mijn beste Madame Bovary, nietwaar?
Doe een arme oude markiezin een plezier door bij haar te zitten.
Nog nooit zo'n prachtige kat gezien. - Gekregen van een bewonderaar.
Ze had een diamanten armband om haar nek.
Hoe heet ze? - Berthe. Een oude familienaam.
Speelt u kaart? - Ik ben bang van niet.
Vooruit, ga maar naar de andere heren.
Ze zeggen dat bridge een echte kijksport is.
Hij verveelt je.
Hij is je man, enige verveling is volkomen op z'n plaats.
Heb je een boezemvriendin?
Iemand die je in vertrouwen kunt nemen.
Ik heb een hondje. Een Italiaanse windhond.
Wat enig. Die kan zo goed geheimen bewaren.
Ik heb geen geheimen. - Nog niet.
Er is niemand zoals jij op de wereld, nietwaar?
Waarom zegt u dat? - Omdat je nog geen twintig bent.
Laat me je balboekje eens zien.
Leeg, leeg, leeg. Dit kan echt niet, hoor.
Kun je walsen? - Helaas niet.
Wat heerlijk. Heren genieten ervan om je in te wijden.
De burggraaf.
Zijn vest lijkt wel op zijn borst geschilderd, vind je niet?
Mme Bovary heeft geen begeleider voor het souper.
En ze kan de wals niet dansen.
Wil Madame me vereren met haar vertrouwen?
Hopelijk kookt Nathalie iets gewoons. Wat een vreselijk eten.
Heb jij hoofdpijn? - Waarom?
Je hebt champagne gedronken. - Ik heb er geen last van.
Verdraaid. - Ik zei al dat die pony niet paste.
Het is een paard, geen pony.
Dit hebben we al besproken. - En je doet er niets aan.
Stel dat een van de gasten ons ziet. - Misschien kan die ons helpen.
Wat een vernedering. Wie weet wie er komt.
De burggraaf misschien.
Het is me echt overkomen. Ik was daar.
In deze schoenen heb ik gedanst.
Ze applaudisseerden, ik werd bewonderd.
Ik ben er een keer geweest.
Vertel eens wat uit je tijdschrift. - Het interesseert je niet.
De hogere kringen interesseren me wel.
Hertogin Dinges heeft nieuwe pruiken, Prins Zus-en-Zo drijft tot zelfmoord.
Waarom speel je geen piano meer?
Omdat niemand naar me luistert.
Ik had recitals kunnen geven. Voor publiek van overal.
Ik luister naar je. - Er is niets meer over.
Er gebeurt nooit meer iets in mijn leven.
Ik ben levend begraven, en ik zie nergens licht.
Hallo, duifje. - Hallo, vader.
Ik heb een kalkoen voor je.
Had je hem z'n nek niet kunnen omdraaien?
We hebben de hele weg gelopen. Daar wordt het vlees lekkerder van.
Waarom draagt ze in vredesnaam grijze katoenen kousen?
Om zuinig te doen. Ik dacht dat je blij zou zijn.
Blij? Dat de vrouw van m'n zoon haar trots kwijtraakt?
Dat haar karakter zo veranderd is?
Ik heb een brief van een kennis, die in dit dorp woont. Ik noem geen naam.
Emma heeft onlangs al haar zilveren munten aan een bedelaar gegeven.
Ze is nooit menslievend geweest.
Het is niet passend als haar verwarde gedrag gezien wordt.
Je moet iets doen. - Heb ik gedaan.
Van wie zijn die hoed en stok? - Professoren uit Rouen.
Hij kost honderd franc en stinkt naar dure sigaren.
Ik hou van haar. Ik wil alles voor haar doen.
Heeft u een diagnose gesteld? - Gewoon zenuwen, zenuwen.
Ze heeft andere lucht nodig.
TE HUUR
Yonville? Dat is kilometers ver.
Het grasland daar is een ramp. Ze maken er vreselijke kaas.
Het is zoals ik gehoopt had.
Hier heb ik niet voor gekozen.
Tien blaadjes gelatine, voor deze mousse.
En alleen hij en zij komen eten, alleen deze avond.
Met een schoothond.
Lestiboudois, je bent laat. - Blij dat ik magen had.
Ik moest afsluiten na de catechisatie.
Geslachtsrijpe meisjes voor de priesters.
Als ik premier was, zou ik elke maand alle geestelijken aderlaten.
Niemand luistert naar u, Monsieur Homais. Paul.
Is de koperen koffiepot geschuurd? - Die van koper?
Heilige Moeder Gods, geef me kracht.
Daar is hij. - Ze zijn er.
Paul, Lestiboudois, naar de deur. Jij niet, Binet.
Niet te veel gedoe, dan denken ze dat hier nooit iets gebeurt.
Madame Bovary? Ik ben Homais, de apotheker.
Uw man had me geschreven. - Hij zit nog in de koets.
Te slapen. - Ik ben Lestiboudois.
Waar is de schoothond? - Die is ontsnapt.
Die maagjes waren verspilling.
Bent u de vrouw van de dokter?
Wie bent u?
Wat mousse, dokter? - Graag.
Ik studeer rechten in Rouen. Ik ben klerk op het stadhuis.
Het probleem is dat dit een gezonde streek is, vanwege de wind.
Tussen hier en La Boissière heb je al veertien tachtigers.
Ik logeer bij hem boven de apotheek.
Ik eet alleen hier.
Mousse? - Hoe kan ik die afslaan?
U zei dat hier erg veel schurft heerste.
Je maag draait om als je de boeren ziet.
Maar ze blijven krabben, etteren en alle medische hulp weigeren.
We hebben mooie zonsondergangen.
Je ziet ze het beste bovenop de heuvel.
's Zondags ga ik kijken, en naar de nachtegaal luisteren.
Is er een nachtegaal?
Kan ik veel koorts verwachten? - Hele interessante, na de oogst.
Heeft u wel eens de zon boven zee zien ondergaan?
Eén keer. Toen ik klein was.
Het eerste wat ik zag dat oneindig was.
Het was overweldigend.
Net als de componist die naar de bergen keek, voor inspiratie.
Mendelssohn. - Ja, Mendelssohn.
Kent u de bergen? - Mijn neef was in Zwitserland.
Hij heeft een gletsjer aangeraakt.
Hij gaf me een kiezelsteen.
Net zoals hij was toen God hem uit de hemel wierp.
Tijd voor de melk, liefste.
Wat fijn dat je weer speelt. De lucht heeft zijn werk al gedaan.
Ben ik nog steeds je enige patiënt? - De anderen komen wel.
Ik kan nu nog niet dik worden. Je doet het niet goed.
Neem een dienstmeisje. - Een korset is niet verstandig.
Homais is erg progressief. Zijn vrouw draagt nooit een korset.
Het kan niet strakker. - Niemand mag het weten.
Je bent toch wel blij? Dat je in verwachting bent?
Ik ben erdoor verbijsterd.
Ik wil erdoor verbijsterd blijven.
Ik heb nog nooit zo'n geheim gehad.
Mijn man is weggeroepen. Ik wou de nachtegaal horen.
Zou hij het niet goedvinden? - Avondlucht is slecht voor me.
Hij wil niet dat ik doodga.
Waarom zou u doodgaan? - We zijn allemaal sterfelijk.
Misschien wil hij in zijn hart de wet van de liefde volgen, niet de natuur.
Charles heeft geen hart, denk ik.
Alleen een gipsmodel ervan, op zijn bureau.
In z'n studie zeiden ze dat het hart een spier was, en hij geloofde het.
Ik wou dat u weer in de herberg kwam eten.
Ik heb nooit meer zo'n fijn gesprek gehad.
Je bent heel welbespraakt.
Met u kan ik praten.
Ik kan met jou praten.
Heb je romans gekocht? - Léon heeft ze me geleend.
En ook dichtbundels.
Absoluut geen strak korset meer, hoor je me?
Hij schopt.
Voel je hem? - Denk je dat het een jongen is?
Ik weet het niet. Ik zei 'hij' zonder erbij na te denken.
Ik heb het leven en de dood gezien, maar altijd als buitenstaander.
Nu maak ik er deel van uit.
We hebben hier leven in gestopt.
Ik was 15 maanden met een uitgedroogde weduwe getrouwd.
Ik wist niet dat er zo veel vreugde bestond.
Het spijt me.
Je bent moe.
Ik ben altijd moe.
Dat komt door je toestand.
Vergeef het me.
U wilde me spreken.
Ik dacht dat we vrienden waren, dat u niets voor me verborg.
Denk je dat dit makkelijk te bespreken is?
U ziet er stralend uit.
Ik voel me totaal niet mezelf.
De manufacturier is er. - De manufacturier is er, Madame.
Ik raad u twee dozijn lange onderjurken aan...
met een dozijn kielen voor erover.
Heb je die wieg gezien? Italiaans notenhout. Een boot met twee harpen.
Emma, kom je even mee naar de hal?
We hebben geen geld. - We redden ons altijd.
Ik gebruik je bruidsschat. Het duurt even voor ik hier wat verdien.
En we hebben zelfs een dienstmeisje.
Alles is op.
Ik vrees dat u alles moet inpakken.
Moederlijke tederheid en goede smaak moet je niet tegenwerken.
We kunnen vast wel iets regelen.
Hier heb ik niet voor gekozen.
Dit is niet het leven dat ik wilde hebben.
Ik hou het niet uit. Ik hou het niet uit.
Zeg tegen jezelf, ook dit gaat over.
Ik leed helse pijn toen ik van Charles beviel.
En gedroeg me waardig. - Ook dit gaat over.
Wanneer? Wanneer?
Nu komt het erop aan, denk ik.
Nog meer hete stenen, en suikerwater.
Geef hier. - Wegwezen.
Hier, drink op. - Wegwezen.
Wegwezen, allemaal.
Nu.
Flinke meid.
Flinke meid. - Dit wordt mijn dood.
We hebben een dochtertje.
Madeleine, misschien? Dat is in de mode.
Naar een deerne? - Het is bijbels.
Ik noem haar Berthe.
Die naam heb ik gehoord op een bal bij de Markies d'Andervilliers.
Hij klonk zo aristocratisch.
Ze was toch bij de min?
Daar haal ik haar weg. Ze wil steeds meer geld. Ze is zo ordinair.
De babykleertjes worden nooit gesteven.
Had jij de goudsbloemen neergelegd? - Hoe wist je dat?
Er lag geen briefje bij.
Niemand anders hier moet zijn gevoelens voor mij verbergen.
Is je man jaloers?
Zou hij dat moeten zijn?
Madame Bovary, u moet echt naar huis.
Snel weer naar binnen. En neem een mosterdpleister.
Toen je bijna beviel was ik elke avond met je man in de herberg.
Zo kon ik toch dicht bij je zijn.
Ik hoorde nieuws over jou.
Hij is een deel van je. - Dat is hij niet.
Geef je niets om hem?
Hij is heel erg zachtaardig.
Er zijn dingen die ik zeggen moet.
Moet dat hardop? Dat is onze gewoonte niet.
Nee, we zeggen niet wat we werkelijk voelen.
Heb ik gezegd dat mijn hart opspringt als ik je zie?
Waarom speelt God wrede spelletjes? Verwart Hij onze harten?
Laat Hij de hemel zien terwijl de deur dicht is?
Denk je dat ik alleen jou bedoel?
Iemand compromitteert zichzelf.
U ziet er zo pips uit. Zeg het tegen de dokter.
De dokter kan niets voor me doen.
Ik kende een meisje in Dieppe. Haar vader was visser.
Ze liep vaak alleen op het strand. Wit als een doek, haar in de war.
Soms lag ze met haar gezicht in de kiezels te huilen.
Er zat een soort mist in haar hoofd. Ze hebben exorcisme geprobeerd.
Het hielp allemaal niks.
Maar nu gaat het weer goed.
Wat heeft ze gedaan?
Hoe is ze genezen? - Ze is getrouwd.
Ik voel me ellendig, Bovary.
Wat jammer. - Jou ontbreekt het aan niets.
Zeker niet in je huwelijk. - Wat een geweldige vrouw.
We zijn allemaal jaloers. - Weet je waarom ik jaloers ben?
Omdat hij zich niet verveelt. Daar heeft hij de pit niet voor.
Hij is tevreden om zijn hele leven in dit godvergeten gat te blijven.
Misschien zet een andere baan je geest in beweging.
Mijn geest beweegt genoeg. Hij is uitgeput.
Net een muis in een tredmolen, een zuiger in een machine.
En waar draait die machine om? Wat is zijn vaste punt, zijn doel?
Maskerades. En het lachen van meisjes.
Meisjes in het meervoud?
Ik wil leven als een kunstenaar. Vrij mijn ziel verkennen.
Daar zie ik geen kwaad in.
Je moet wel gitaarles nemen.
En een baret kopen.
Ik rot hier weg, als de foetussen in je winkel, Homais. Leven verboden.
Ik zie mezelf in jouw ogen.
Ik zie mezelf in de jouwe.
Grote opwinding in de Gouden Leeuw.
Léon gaat in Parijs wonen.
Dit is het beste. Je kunt tentamen doen, je moeder zal trots zijn.
Dit is het beste. Je kunt tentamen doen, je moeder zal trots zijn.
Is de dokter thuis?
Hij is weg.
Naar een patiënt.
De barometer voorspelt regen.
Ik heb een overjas aan.
Emma, ik kan niet weg. - Het moet.
Door jou voel ik me naakt.
Intiemer dan dit worden we nooit.
Hierna is er alleen nog de kloof.
Ik ben zo deugdzaam geweest. - Stemde dat je tevreden?
Ik heb geen rust gekend, daardoor. Maar ik heb niets verkeerds gedaan.
Ik giet mezelf uit in jou, Emma.
En dat moet genoeg zijn.
Wat de Algerijnse sjaals betreft, wou ik vermelden...
dat ze volgens een brief van Léon de laatste mode in Parijs zijn.
De gele.
Als u een rekening voor me zou willen openen?
Ik voel het nu nauwelijks meer.
Ik kan de liefde niet in leven houden.
Het moet wel afgelopen zijn.
Er zijn verversingen in een tent bij de kerk, na de dankzegging.
Dit is niet zo maar een oogstfeest, maar een samenkomst van notabelen.
Borrelen in een tent, als een stel circusclowns?
Dit hebben we al besproken. - Wegwezen, ga je kunstje oefenen.
Ik ben op zoek naar een dokter. - Ik ben apotheker.
Een man in dat rijtuig heeft een stuip. Aderlaten is nodig.
Worden de aanvallen aangekondigd?
Hij klaagt over speldenprikken, en er is stank.
Goed gevangen.
Maak zijn strikje los.
Ik weet niet of ik apotheker wil worden.
Ik mag alleen de winkel aanvegen van Monsieur Homais.
Dit is genoeg. Zet de schaal op tafel, Emma.
Hooggeëerde gasten.
Dames en heren.
We spreken wellicht te makkelijk en onwetend over het goede der natuur.
Het zout der aarde, de leliën des velds.
Agrarische vruchtbaarheid is geen geschenk uit de hemel.
Ze is het directe gevolg van menselijke inspanning...
en de correcte toepassing van kunstmest.
Ik bewonder u.
Dat verdien ik echt niet.
De meeste vrouwen kunnen totaal niet tegen bloed.
De wetenschap heeft zonder twijfel bewezen...
dat de mest van koeien uit dit administratieve district...
superieur is aan...
Ik duelleerde een keer, en Virginie viel flauw zodra ze de pistolen zag.
Wie is Virginie? - Mijn maîtresse.
Ze is actrice, en ik aanbid haar.
...de opslag en het gebruik van alle vuiligheid.
Hoewel ze wel wat dik wordt.
Ze ligt elke dag langoustines te eten, haar vingers af te likken.
...van de varkensachtigen of schaapachtigen. Het elimineren...
Heeft u gewonnen?
Heeft u...
Natuurlijk. Maar ja, dat doe ik altijd.
Ik zou eigenlijk niet mee moeten doen.
Het is oneerlijk tegenover de anderen.
Weet u waarom het vuurwerk triest is? - Het is maar één keer per jaar.
De brandweer staat daar met wagens vol emmers water.
Voor het geval er een vonkje ontsnapt en een vuurtje voor opwinding zorgt.
Je hoort hier niet.
Daar ben ik me van bewust.
Weet je wat je vrouw goed zou doen? Hard werken.
Ziekenhuizen voor dat soort patiënten laten ze de akkers bewerken.
Ik zeg haar abonnement op de uitleenbibliotheek af.
Als ze haar nog één roman uitlenen, klagen we ze aan wegens fraude.
Ik denk steeds aan je. Heeft je man daar iets voor?
Bespot me niet. - Ik ruk liever mijn tong uit.
Wat te doen? - Waarom moeten we iets doen?
Omdat de engelen het eisen.
We kunnen onmogelijk samen zijn. Nooit.
Kun je je de pijn voorstellen als we het niet proberen?
Als we dit vernietigen, en nooit het licht laten zien?
Die kan ik me heel goed voorstellen.
We worden minnaars. Dat is onvermijdelijk.
Het kan een half jaar duren, of tien, maar het gebeurt, Madame Bovary.
Noem me niet zo. Zo heet ik niet.
Kun je paardrijden?
In het klooster mocht het niet, en nu heeft Charles het enige paard nodig.
Wil je me je slaapkamer laten zien? Ik blijf op de drempel staan.
Ik kijk naar je lakens en kussens, en naar de rijen hangende kleren...
als vervanging voor je naaktheid.
Hallo, Boulanger. Is je dienaar volledig hersteld?
Dank je, ik kom betalen. En je een ruin te leen aanbieden.
Mme Bovary is niet helemaal gezond, de lichaamsbeweging doet haar goed.
Zou je dat leuk vinden, schat?
Ziet het er niet vreemd uit? - Nee, goddelijk.
Gelukkig gaf Lheureux ons krediet. - Niet de kleren.
Dat ik met hem ga rijden. Wat zeggen de mensen ervan?
Waarom zou iemand iets zeggen? Je bent een getrouwde vrouw.
We zijn van het pad af.
Ben je bang in het bos?
Wil je niet dieper naar binnen?
Waarom een blauwe sluier?
Naarling. Dan licht je huid op, zeggen ze.
Net of je me aankijkt van op de zeebodem.
Kom eens naar boven, zeemeermin.
Kom de lucht proeven. Ik leer je wel ademhalen.
Ik hoor de paarden. - Ze zijn vastgebonden. Bemin me.
Dat doe ik, geloof ik. - Ik bedoel, bemin me.
Rodolphe, je maakt me bang.
Ik maak je helemaal niet bang.
Ik zou je doodsbang kunnen maken, als ik wou.
En als ik dat graag wou?
Ik vrees dat ik je wat heb laten bloeden.
Dat is fijn. Dan is het net opnieuw de eerste keer.
Heb ik iets vermakelijks gedaan?
Ik heb een minnaar.
Ik heb een minnaar.
Een minnaar.
Wel, wel. - Wat nou, wel, wel?
Goedenavond, Monsieur Homais.
Zul je me schrijven?
Ik zal jou schrijven.
Je was nog nooit zo mooi als nu.
Het heeft je goedgedaan.
Ik voel geen spijt, lijd niet onder schuld, ben nergens bang voor.
Je hebt jezelf uitgegoten in mijn hart.
En de liefde komt eruit stromen.
De hemelen zijn opengescheurd.
Er is hartstocht uitgestort, overal.
Ga je weg? Het is nog vroeg.
Ik moet bijna helemaal naar Rouen.
Voor een flink braakmiddel.
Ik wil je bloed laten zingen in je aderen...
als een rivier van melk.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.