All language subtitles for Crociati.Du

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Aurocastro, Normandisch hertogdom Tarente, 1 079 na Chr.

De Saracenen.

Ontsteek het vuur, snel.

Schiet op.

Ik doe m'n best.

De Saracenen komen. Vlucht.

Neem alleen mee wat je kunt dragen. Verberg je in de bossen.

Laat die spullen achter. Waar is je vrouw?

Aan het bevallen. Ze verliest bloed. -Breng me bij haar.

Rustig maar. Hij is er. -Vlucht. Breng jezelf in veiligheid.

Vlucht. -Breng water en een mes.

Luister. Vlucht en neem Andrew mee.

Het is een dochter.

U heeft medische kennis. Kom mee.

Ben je een christen?

Ben je uit vrije wil bij ze?

Is die man de vader?

Red onze zoon.

Ik kan niets voor uw vrouw doen. Ze is in Gods handen.

Het kind is gezond. Het heeft moedermelk nodig.

Red mijn zoon.

Zorg voor hem.

Wat zei hij? -Dat God ons zal belonen.

Zijn god of de onze?

De God van iedereen.

Andrew, dit is een dag van droefenis, maar ook van hoop.

Je hebt nu een broertje en een zusje.

Dit kind heeft ons leven gered.

Ik beschouw hem als mijn zoon, een kind van twee werelden.

Hoe noemen jullie je dochter? -Maria.

Hoe noem je hem? -Peter.

Peter, kom hier.

Kijk je weer in m'n boeken? -Dit is voor Maria.

Waarom pluk je geen ster uit de hemel? Hou van haar als van een zus.

Dat is niet genoeg.

Op een andere manier kan ze niet van je houden.

Waarom heeft God me zo gestraft?

Zo moet je niet denken.

God weeft een kleed, en wij zijn de draadjes wol in de stof.

Je hebt een lotsbestemming, een doel in de wereld.

Jij moet dat gevoel ook hebben.

Wat kom je doen? -Een cadeau brengen.

Wat is er?

Er heeft geen mooiere meikoningin bestaan dan jij.

Ze hebben hier de hele winter aan gewerkt.

Ter ere van heer William.

Pas op, je hebt het geleend.

Ik ben zo zenuwachtig. -Dit helpt.

Geen enkel meisje hier heeft dit.

Hoe heb je dat gemaakt? Het ruikt naar rozen in een flesje.

Het is tovenarij. -Nee, dat is essence.

Ik heb het naar een oude formule gemaakt. Het is rozenolie.

Geef me je hand.

Doe het nu achter je oor.

Nu ben je de geurigste meiroos.

Wat moet hij hier?

Hij had een cadeau. -Hij is een familievriend.

Hij heeft iets gemaakt wat niet te koop is.

Hij is een tovenaar. Neem niks aan van die bastaard.

We zijn nog niet getrouwd, dus ik doe wat ik wil.

Geen sprake van.

Maria, help je vader. -Hou die bastaard uit haar buurt.

Niet naar m'n zus gluren. -Bastiano is er.

Wegwezen.

Wat doet hij? -Dat is rozenessence.

Lachen jullie me uit?

Zo ga je niet met dieren om. -Wil je soms aan de strop?

Rustig blijven.

En als ik jou weer bij Maria zie, vil ik je levend.

Ik maak hem af.

Hij hoort bij Corrado. Zijn dagen zijn geteld.

Daar is hij. Vader.

Eindelijk neemt je vader zijn leengoed weer over.

Ik dacht dat u wel van macht hield.

Wees niet zo brutaal.

Neem me niet kwalijk, oom.

Nu mijn vader terug is, maakt het niet meer uit.

Nietwaar?

Geef me m'n paard.

Ze zien er moe uit.

Maar moet je heer William zien, wat een machtige strijder.

En het is een goed mens. Zijn hart is groter dan zijn schaduw.

Heet heer William welkom.

Welkom thuis. -U bent veilig teruggekeerd.

En wee de Saraceen die uw arm afhakte.

Een echte man brengt een offer voor het geloof.

Rustig, vrienden. We hebben veel te bespreken.

Maar eerst gaan we feesten.

Heer William is terug.

Aanvaard deze bloemen, edele heer.

We zijn God dankbaar voor uw veroveringen in het Heilige Land...

en dat Hij u veilig heeft teruggebracht.

Ik heb nog nooit zo'n mooie meikoningin gezien.

Dat ging goed.

Maar nu moet ik jullie iets vertellen.

De vijand houdt Jeruzalem. nog steeds bezet.

Binnenkort vertrekken er nieuwe troepen naar het Heilige Land.

Ik zou best mee willen.

Voor de mannen met moed is er slechts één weg.

Naar de overkant van de zee. Neem deze uitdaging aan.

Ik ga.

Voor de christelijke pelgrims.

God zegene degenen die voor hun geloof geleden hebben...

en degenen die hen gaan vervangen. Het is Gods wil.

Ik zweer u plechtig...

dat ik in dit land een kathedraal zal bouwen om de Heer te loven.

Alessio, ik verzoek jou om een kerkklok te gieten.

Een klok die eeuwenlang het bewijs zal zijn van mijn geloof.

Tast toe. Maria, wil je wijn?

Ze hebben nieuwe troepen nodig.

Dat is een teken. Ik moet gaan.

Je moet je lot aanvaarden.

Over twee jaar is de molen... -Dat laat me koud.

Ik ben soldaat. Ik wil de vijand vermorzelen, geen graankorrels.

Vader, ik moet u spreken. Ik wil mee met de kruistocht.

Het kost me al jaren moeite om hem tegen te houden.

Ik wil geen tijd verdoen.

We hebben al bijgedragen aan de kruistocht.

We hebben er een hoge prijs voor betaald.

Maar het is voor het geloof.

Voor die zaak geef ik graag m'n leven.

Die keus kan alleen God voor je maken.

Je bent mijn opvolger. Het is je plicht om mij hier bij te staan.

Is het wel juist om hem te dwingen hier te blijven?

Hij is vervuld van geloof en moed.

De glorie roept hem.

Die eerzucht siert je.

Daarom stuur ik jou mee met de kruistocht.

Ik heb vernomen hoe je mijn leengoed beheerd hebt.

Ik heb gehoord van je machtsmisbruik en diefstal.

Wat 'n belediging. Waarom geloof je die lasteraars?

Ik ben je broer.

In het Heilige Land kun je je eer weer terugwinnen.

En je zoon gaat mee.

Ik besef heel goed dat je probeert mijn plaats in te nemen...

zodat hij m'n opvolger wordt en niet Richard.

Als je het zo wilt, gehoorzaam ik. -Zo wil ik het.

Jullie vertrekken op de gedenkdag van de heilige Bartholomeus.

Richard, kom mee naar het kasteel. Ik wil naar huis.

En wat nu?

William is lang weg geweest.

Veel mannen hebben mij trouw gezworen tijdens zijn afwezigheid.

We zullen zien.

Daar is Bastiano. -Kom nou, dans met me.

Kom mee, Maria.

Opzij, jij.

Waar zijn ze?

hoeveel heerlijker de geur van uw oliën

Dankzij je magische rozenessence.

van honingzeem druppelen uw lippen, bruid

honing en melk is onder uw tong

en de geur van uw klederen is als de geur van de Libanon

Dat is schitterend. Wat is dat?

Het Hooglied van Salomo, een vroegere koning uit Jeruzalem.

Het staat in de bijbel van Alessio. Hij heeft me leren lezen.

Het gaat over een ver land. Een land van liefde en pijn...

en schoonheid.

Vertel verder.

gij hebt mij betoverd, mijn zuster, bruid

met één oogopslag

Wat doe je hier?

Grijp hem.

Ga opzij.

Laat hem met rust.

Meekomen.

Opzij, breng hem naar heer Corrado.

Laat ze erdoor.

Opzij.

Hoe heet je?

Peter. De zoon van meester Alassio.

Liggen. -Wat heeft hij misdaan?

Hij heeft haar betoverd. Ze is van mij.

Niemand heeft me betoverd. -Maak het nou niet erger.

Hij heeft het bloed van de duivel. Hij is de zoon van een Saraceen.

Dit is het bewijs. Hiermee wou hij haar betoveren.

Wat zit er in dit flesje?

Rozenessence. Ik heb erover gelezen in een oud boek.

Alleen monniken kunnen lezen. Hij is een tovenaar.

Een bastaard, het kind van een hoer en een Saraceen.

Ik ben de zoon van Alessio.

Een beschermeling van heer Williams. -Genoeg nu.

Je hebt een soldaat aangevallen. Bastiano mag z'n eer verdedigen.

Maar ik ben mild gestemd omdat heer Williams is teruggekeerd.

Ik veroordeel je tot dertig stokslagen.

Voer hem weg. -Blijf van me af.

Andrew, doe iets.

Maria, wat is er? -Peter. Het is vreselijk.

Mag ik het doen?

Ik wil m'n kracht testen op die onverlaat.

Laat me erdoor.

Wat wil hij?

Ik moet uw vader spreken. -Hij is moe. Je moet wachten.

Het is belangrijk. -Morgen misschien.

Wacht nou.

Je bent wel vasthoudend.

Uw oom heeft een onschuldig man tot 30 stokslagen veroordeeld.

Dat zou hij niet durven. -Het wordt nu uitgevoerd.

Heb genade. Hou op. -Wegwezen.

Dood aan de bastaard.

Ga opzij. Heer Richard is er.

Wat is hier aan de hand?

Ga weg. Dit is op bevel van m'n vader.

Bij de terugkeer van m'n vader laat u een man doden?

Hij heeft een van m'n mannen aangevallen.

Hij is niet gewond. -Zijn eer is gekrenkt.

Over zulke zaken hoort mijn vader te oordelen.

Maak hem los.

Breng je vriend naar huis.

Er valt hier niks te zien. Wegwezen.

Je hebt ons te schande gemaakt voor heel Aurocastro.

U maakt uzelf te schande. M'n vader heeft u een bevel gegeven.

Trek u terug, totdat u op kruistocht gaat.

Jullie zullen hiervoor boeten, jij en je vader.

Je zou voorzichtig zijn.

Ik moet hier weg. -Hier hoor je thuis.

Ze zullen me hier altijd de bastaard noemen.

Waar moet je in hemelsnaam heen?

Naar het land overzee. Ik ga mee op kruistocht.

Wil je oorlog voeren?

Jij hebt me over het Heilige Land verteld.

Ik ben als pelgrim gegaan, niet als soldaat.

Ik heb vrede gebracht.

Ik heb je dit nog nooit laten zien.

Dit is een pelgrimsstaf.

Het is een tak van een palmboom.

Onze Heer werd ingehaald in Jeruzalem met duizend van deze takken.

Waarom laat je die nu zien? -Ik heb hier ver mee gereisd.

Ik heb slechte mensen ontmoet, maar ook goede...

die me respecteerden om deze staf. Het is een symbool van vrede.

Een symbool dat iedereen begrijpt die in de God van Abraham gelooft.

Ik geloof niet in de liefde of in een God van liefde.

Je bent een kind van de liefde.

Je ouders hielden zoveel van elkaar dat alles daarvoor moest wijken.

Om een bastaard te maken. -Nee, een man.

Je gaat naar het Heilige Land als een man van vrede, een kind van liefde.

De liefde die ik wil, kan ik hier niet krijgen.

Wie is daar?

Laat haar niet binnen. Ze mag me niet zo zien.

Nu niet.

Laat me binnen.

Doe het hek open.

Ik heb je wekenlang niet gezien. -Wat doe je hier?

Je komt niet naar mij, dus kom ik naar jou.

Wat is dat allemaal? -Boeken.

Alessio heeft ze gekregen van Byzantijnse monniken.

Het is het enige wat ik meeneem.

Ga je weg?

Maar ik ben hier.

Jij trouwt met Bastiano. Het is beter zo.

Ik ga nog liever dood. -Wat heb ik je bieden?

Jij kunt dingen die niemand anders kan.

Zoals die rozenessence. -Daar red ik 't niet mee in deze wereld.

Er moet een manier zijn.

Ik hou echt van je.

Maar ik weet wie ik ben. -We moeten naar de kathedraal.

Ik kom al. -Het is tijd.

Ons heil is de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft.

Moge God ons zegenen.

God, sta me bij. God, bied hulp in tijden van nood.

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

In den beginne, in het heden, tot in de eeuwigheid.

Heer, heb erbarmen.

Op de dag van z'n vertrek is Corrado er niet. Dat zint me niet.

Ik doe dit voor jou, zoon.

Nu.

Aanvallen. -Laat William aan mij over.

Ze vallen aan.

Een aanval. -Het is een val.

Bescherm heer William.

Peter, vlucht.

Neem haar mee. Breng haar in veiligheid.

Peter, achter je.

Deze kant op.

Geef je geld.

Ze hebben niets, maar ik heb zilver.

Als je liegt, zul je ervoor boeten.

Rennen.

Gaat het? Verberg je met haar.

Naar de boekenkamer.

Dit is m'n huis.

Schiet op. Doe open.

Schiet op, waar is het zilver?

Er is geen zilver. Hou op.

Je liegt.

Hou op, ik zal het geven.

Hou op. -Waar ligt het?

Wacht. -Schiet op, ouwe.

Daar ligt zilver.

Waar heb je de rest? Anders ga je eraan.

Vertel op.

Ik moet hem helpen. Ik hou van je.

Ik moest mee op kruistocht. Dit is mijn kruistocht.

Waar ligt het? -Hij liegt.

Je gaat eraan.

Niet doen.

Je gaat eraan.

Hij sterft liever voor hij praat. -Hij was toch een vijand van Corrado.

Hij had vast geen zilver. Kom, we gaan verder zoeken.

Hier valt niets te halen.

Ik vecht voor de eer en mijn naam.

Verrader.

Dat had je niet moeten doen.

Kom op, Richard.

Spring achterop. -Hou ze tegen.

Vlucht. Je bent hier niet veilig.

Niet praten.

Niets zeggen.

De zege is aan ons.

Richard verliest het recht op het leengoed met het bloed van zijn neef.

Er staat een prijs op zijn hoofd en op dat van iedereen die hem helpt.

Lang leve heer Corrado.

Waar ben ik?

In een schaapskooi.

Hoeveel doden zijn er? -Veel.

Na uw vaders dood sloegen Corrado's mannen aan het plunderen.

Ze zochten u.

Het is mijn schuld dat hij dood is. -Zo moet u niet denken.

Ik heb het zo koud.

Jij kunt voorkomen dat hij weggaat, als je dat zou willen.

Wat moet ik doen?

Laat hem gaan.

Dan zie ik hem nooit meer terug.

Als hij weggaat, komt hij terug.

Jij bent zijn enige thuis.

Op een dag zul je me begrijpen.

Ga hem halen. Ik moet met hem praten.

Ik heb niet lang meer te leven.

Je bent als een zoon voor me.

Wil je nog mee op kruistocht?

Ik weet dat je een man van vrede bent.

Laat niets je ontgaan. Hou je ogen open en stel je hart open.

En blijf altijd terugdenken aan je land.

Dat zal ik zeker doen.

Hoe kan ik m'n land vergeten?

En beloof me...

dat je op een dag die kerkklok voor me zult maken.

Wil je dat?

Dat beloof ik.

Ik heb dit voor jou gemaakt.

Ik hou van je. Ik moet weg, maar als jij wilt dat ik blijf...

Dat gaat niet.

Je moet met Andrew mee. Alles is nu veranderd.

Tussen ons is alles nog hetzelfde.

Tussen ons ook.

Ik weet dat ik met Bastiano moet trouwen.

Als dat gebeurd is, beteken je niets meer voor me.

Dat is niet waar. -Ik laat je gaan.

Ik moet aan m'n familie denken.

Wat kun jij me geven? Ellende.

En een weduwebestaan.

Ik kan deze niet aannemen. Hou 'm zelf, dat brengt geluk.

Dat zul je nodig hebben.

Laat me los.

Ga weg, ver weg.

Vergeet me, want ik vergeet jou ook.

Ik heb z'n hart gebroken.

Hij haat me.

Pas goed op jezelf.

Geef me je zegen.

Ik ga met jullie mee.

Jullie helpen me ontsnappen.

Als soldaat?

Ik moet hier weg. Mn oom heeft m'n vader vermoord en ik m'n neef.

Ik zal me voor eeuwig schuldig voelen.

U wilde uw vader verdedigen. -Niet voor macht of wraak...

maar voor het geloof vecht ik voortaan.

Ik wil u dienen. -Nee, je bent een echte soldaat.

Je hebt m'n leven gered. We zullen als gelijken vechten.

Je vader was een vijand, zeggen ze. Maar Alessio heeft je grootgebracht.

Mijn vader had veel respect voor hem.

Hij noemde hem een wijs man.

Op naar het Heilige Land.

Wat is er? Hij heeft je leven gered.

Z'n oom wou me dood hebben. -Z'n oom behandelde hem nog erger.

Zijn geloof is veel sterker dan het onze.

Hij gaat heldendaden verrichten. -En hij kan de overtocht betalen.

De overtocht?

Wat heb je daar?

M'n enige dierbare bezit.

Geschriften over wiskunde, bouwkunde en het menselijk lichaam.

Kun je lezen?

Een boer die kan lezen.

En ik ben een edelman zonder land.

Kon ik ook maar lezen.

Ik wil het u wel leren, heer.

Zeg maar Richard.

We spreken iets af.

Het verleden is dood. Het bestaat niet meer.

We moeten nu onze eigen weg vinden.

We zullen de ware aard van de ander niet loochenen.

Afgesproken?

Help me even.

Verbrand ze. Dat gaat sneller.

Ongelooflijk.

In het Heilige Land komt er melk en honing uit de fonteinen.

De druiven zijn groot als meloenen en de wijn vloeit er rijkelijk.

Het zilver ligt daar op de wegen en de rivieren zitten vol goud, zeggen ze.

Zij hebben er geen goud gevonden, zo te zien.

Wat doen jullie hier?

Zijn jullie de vrijwilligers?

Er zijn net twee schepen vol gewonden gearriveerd.

Naar de haven.

We hebben soldaten nodig in het Heilige Land.

Mag ik even, heer? -Val me niet in de rede.

Pardon, maar dit zijn dwergen en boeren.

Ze wachten op versterking. Op echte mannen, niet op kleine jongens.

Zwijg. De moslimzwaarden maken geen verschil tussen jongens en mannen.

Naar de schepen. -Dan gaan ze hun dood tegemoet.

Sta me toe om eerst met ze te oefenen.

Ik ben hertog Robert van Vlaanderen. Hoe durf je?

Ik heet Olaf Gunnerson.

Ik draag de titel van yarl bij mijn volk...

de vikingen van het noorden. Mijn heer is de hertog van Taranto.

Ik leg alleen rekenschap aan hem af.

Wie lachte daar?

Wat een stelletje slappelingen.

Jij daar.

Jij ziet er tenminste uit als een vent. Hoe heet je?

Andrew van Aurocastro, heer. -Ik ben jouw heer niet.

En wat voer jij hier uit?

Wat doe jij tussen het voetvolk? Wil je verhullen dat je van adel bent?

Ik ben een molenaarszoon.

Word je soms gezocht? Hoeveel geld staat er op je hoofd?

Zwijg, hij is een man van...

Ik wil voor het geloof vechten.

Je geloof strekt je tot eer. Je zult de hemel wel bereiken...

als de Moren je aan stukken snijden.

En wat kun jij?

Ik ben metaalgieter. -Eindelijk iemand die bruikbaar is.

Wat maak je? -Kerkklokken.

Als ik dit had geweten, was ik thuisgebleven.

Ik wil naar het Heilige Land. -Dat komt wel.

En reken maar dat je dit dan zult missen.

Ik kan niet beslissen.

Wat denk je van deze?

Deze is meer symmetrisch.

Andrew, dit heb je ook nodig.

Probeer maar uit. -Een schild.

Als je nog weg wilt, is dit je kans.

Als je dit niet aankunt, red je het niet in een echt gevecht.

Even wachten.

Wacht tot het laatste moment.

Opzij, Peter.

Wat doet hij nou? -Krijg nou wat.

Ik wou dat ik dat kon.

Je bent geweldig. De yarl was sprakeloos.

Dat zal hem leren met z'n voetvolk. -Eens een edelman, altijd een edelman.

De yarl had ons goed kunnen helpen in Aurocastro.

Denk je van niet? -Ik ben geen lafaard, maar dit?

Er moet een betere manier zijn.

Hopelijk toont God ons die.

Wie volgt?

Die steen was oneerlijk. -Hoe denk je dat de vijand vecht?

Bij die heidenen is er maar één regel: Maak ze af, voordat ze jou afmaken.

Ik ben nog nooit op de grond gegooid door een rekruut.

Ik denk dat je wel een goede krijger wordt.

Ze zeggen dat die zeelieden de soldaten soms als slaaf verkopen.

Wie koopt nou zulke stinkende boeren zoals jullie?

Kom op, mannen. Lopen.

Een gebed voor een goede vaart. Op naar Jeruzalem.

Richard, betaal jij deze? Ze zijn geweldig.

Dat is goed eten.

Hier heb ik het. Je moet me op m'n woord geloven.

Help, laat ons eruit.

Doe open.

Laat ons eruit, we verdrinken. -Ophouden.

Ophouden, zeg ik.

Jullie lopen te gillen als een stel dwaze vrouwen.

De zee doet jullie niets, zolang ik erbij ben.

Ik ben een viking, de zee is mijn vriend.

Op naar Jeruzalem.

Wakker worden. We zijn in het Heilige Land.

Wat heb ik je gezegd?

Ik zei toch dat we er zouden komen?

We hebben het gered.

Dus jij kunt ons brengen?

Kijk, een zwaard. Vechten.

Waar kijk je naar?

Je ziet er anders uit dan die anderen.

Hoe bedoel je?

Je ogen. Je lijkt niet op hem, maar je lijkt op mij.

Herken je dit?

De basmala. -Herken je dit?

Het is ruim een dag lopen.

Ons schip is vertraagd door het noodweer.

De andere versterkingstroepen zijn al ten oorlog getrokken.

Morgen trekken we naar vijandelijk gebied.

We hebben betrouwbare gidsen.

Christelijke Armeniërs die ons door de bergen leiden.

Dit was toch het land van goud en honing?

De lucht ruikt naar honing. Proef eens.

Wat is dit? -Fruit, eet maar.

Is het eetbaar? -Natuurlijk.

Ik heb iets voor u.

Proef maar.

Allemachtig. Waar heb je dit verborgen gehouden?

Het was voor 'n speciale gelegenheid. -En wat is die gelegenheid?

Soldaten, luister.

Er houden zich hier Saracenen schuil volgens de gidsen.

Het zijn beesten.

Ze hebben een klooster aangevallen, de monniken vermoord...

en kostbare relieken gestolen.

Ik denk er als volgt over:

We kunnen doen alsof er niets gebeurd is en niet ingrijpen.

Of we vallen aan.

Dan kunnen we de monniken wreken.

En jullie kunnen dan jullie eerste gevecht voeren.

Maar als jullie dat niet willen...

Wie zegt dat? -We leren ze een lesje.

Dood aan de heidenen.

Maar eerst gaan we feestvieren.

Het is de wil van God.

Daar is het.

We vallen in twee groepen aan. De ene valt aan met pijl en boog.

Vervolgens stormt de tweede groep naar binnen.

Jij leidt de eerste groep.

U krijgt er geen spijt van.

Vandaag zal deze pijl zijn eerste bloed proeven.

Dat zijn de wachten.

Ik wil niet zonder waarschuwing aanvallen.

Maar het zijn moordenaars. -Ik geloof de Armeniërs niet.

Niet doen. -De yarl heeft het bevolen.

Niet zonder waarschuwing. -Laat me.

Ten aanval.

Waar bleven jullie nou? Opschieten.

Mankeer je niets?

Wat is dat?

Ik ken dit uit de bijbel van Alessio.

Het is Hebreeuws.

Zijn het geen Saracenen? -Nee, het zijn joden.

De Armeniërs hebben ons bedonderd. Wij zijn hier de plunderaars.

Genoeg voor iedereen.

Het is al te laat.

Wegwezen. Schiet op.

Staan blijven, honden. -Breng de rollen in veiligheid.

Geef me dat kistje.

Hij wil het goud.

Geef hier, zei ik.

Kom mee.

Niet slecht.

Hou ze tegen.

Waar is hij? -Die kant op.

Ga opzij.

Verrader. Je hebt ons misbruikt.

We vechten voor het geloof. We zijn geen plunderaars.

Kies voortaan iemand uit die kan terugvechten.

Ik wil je helpen.

Verzet je niet.

Wie ben je?

Waarom ben je als man gekleed?

Wat zit hierin? Je wilde ervoor sterven.

Niet aankomen.

Wat zijn dat voor rollen?

Niet aanraken.

De thora, de bijbel. Niet aanraken.

Wat is er gebeurd? -Hij is door de vijand aangevallen.

Deze jongen wilde ontsnappen. We hebben de schat weer terug.

Laat zien. -Hadden de Moren dit reliek geroofd?

Dit is het, ja. -Het is een joodse oude bijbel.

Stil nou.

Het waren dus geen Moren. -Moren, joden, wat maakt het uit?

Het gaat erom dat we onze eerste slag gewonnen hebben.

Wat staan jullie hier nog?

Wie weet hoeveel rijkdommen zich tussen deze muren bevinden?

We gaan op zoek.

Rabbi.

Wat hebben jullie gedaan? Dit was een yeshiva, een studieplaats.

Onze gidsen hebben gelogen.

Waarom doe je alsof je een man bent? -Ik wilde m'n liefde volgen.

Was hij een van onze slachtoffers?

Hij is niet te vermoorden.

Dit is mijn liefde.

Boeken?

In mijn land lezen vrouwen geen boeken.

Dat is ook hier zo.

De bestudering van de thora is een heilige taak van mannen.

Het is verboden voor vrouwen.

Daarom ben je als man gekleed. -Om op deze school te komen.

Nu is alles voorbij.

Nee, hoor. Je hebt de rollen nog.

Jij bent anders.

Net als jij.

En je vrienden? -Die verraden me niet.

Maar ze kennen niet al je geheimen, denk ik.

Die is van m'n vader geweest.

Kun je het lezen?

Ik ken iemand die het wel kan lezen.

Ik kan je bij hem brengen.

Als God het wil.

Meer.

Heb je ooit zoveel weelde gezien?

Heet water. Tast toe.

Ik heb nieuws.

Niet slecht. Dat zijn interessante goederen.

Even de slaven bekijken.

Deze stelt weinig voor. En deze heeft scheurbuik.

En m'n middelen zijn beperkt.

Kijk hier. Dit is het mooiste stuk uit de verzameling.

Is dit het mooiste stuk? Een duffe joodse jongen?

Moet u eens opletten.

Hou op, anders moet ik je doden.

Wat doe je nou? -Sorry, zo luidt het bevel.

Wat gebeurt hier?

Die twee zijn verraders. Ze wilden dat meisje verbergen.

Maar de gids ontdekte het.

Wat gebeurt er met ze? -Ik laat ze terechtstellen.

En wat dat meisje betreft...

die levert flink wat op op de slavenmarkt.

Vooral als ze nog maagd is.

Laat haar. -Durf je me te tarten?

Wil je haar voor jezelf hebben?

U wist dat het geen Saracenen waren, maar vreedzame joden.

Dat toontje bevalt me niet.

Deze mannen zijn hier niet om te moorden en te plunderen.

We zijn hier niet als dieven gekomen.

Noem je mij een dief?

Raak me nooit meer aan.

Nu ga je eraan, knul.

Geen regels.

Dat heeft u me geleerd.

Waarom heeft u dat gedaan?

Ik geloofde in u.

Wat kijken jullie nou?

Het is een lijk.

Laat me met rust.

Donder op.

Wat ben jij voor een man?

Hoe kun je bij die mannen horen die me wilden verkopen?

Het is oorlog. -Waarom heb je me dan gered?

Ik moest wel.

Waarom?

Je bent even erg als de anderen. -Ik wou je niet kwetsen.

Wat is er? -Niets.

Wil je vannacht bij ons blijven? -Bij jullie?

Nee, ik ga naar m'n eigen mensen.

Is alles in orde?

Ik kijk om me heen...

en ik zie...

Ik voel me hier nederig.

Dit is het land van God.

Er valt nog zoveel te weten. -Inderdaad.

En dat zou ik je leren.

Les drie.

Meekomen, jij. -Doe me geen pijn.

Ik ben onschuldig, hij was het.

Wat doen we met hem? -Ik ben onschuldig.

Waarom vraag je dat aan mij?

Goed? We hebben erover gesproken.

We willen dat jij de plaats van de yarl inneemt.

Hoe bedoel je? -Zonder leider overleven we het niet.

Jij bent de enige die er geschikt voor is.

Heb genade.

We maken onze handen niet vuil aan hem.

Hij brengt ons naar ons kamp.

Bevrijd de slaven. Bereid je voor op ons vertrek.

We trekken ten aanval.

Voor het geloof en op eervolle wijze.

In naam des Heres.

Heer, sta me bij.

Wat moet ik voor deze mannen doen?

Ik ben maar een herder.

Hoe ver is het kruisvaarderskamp? -Een dagreis.

We gaan rijden. Pas op, dit is vijandelijk gebied.

Lach maar. Jij hebt jaren op een koe gereden.

Meer had ik niet. Maar daardoor heb ik 't wel geleerd.

Help even met de wagen.

Die vluchtelingen zijn alles kwijt. Allemaal door de oorlog.

Dat komt door de kruisvaarders. -Die willen hen helpen.

Als ze het kamp bereiken, voordat ze verhongeren, ja.

We hebben voedsel mee.

Maar dat is voor de troepen bestemd.

Een aanval. De Saracenen.

Die willen het voedsel. -We zitten in de val.

Daar op die heuvel.

Ga in een cirkel staan.

Hou je hoofd omlaag.

Ga liggen.

Naar binnen.

Kijk Richard eens.

Ik heb hem.

Ik moet naar hen toe.

Kom mee.

Je kunt niets meer voor hem doen.

Blijf hier. -Ga liggen.

Daar zijn de kruisvaarders.

We zijn gered.

Ik ben prins Roland. Wie is hier de leider?

Andrew van Aurocastro.

En waar is hij?

Ik ben Andrew van Aurocastro.

Onze leider is dood. De mannen hebben mij gekozen.

We hebben voedsel nodig. Onze mensen verhongeren.

Het leger der kruisvaarders is je veel verschuldigd.

Volg me.

Daar is het legerkamp van de kruisvaarders.

Het leger van Christus. Uit alle landen.

Ze komen van overzee en vechten hier al drie jaar.

Waarom zijn ze zo ver van Jeruzalem?

Ja, waarom zijn we nog hier?

Luister naar me, mensen van God.

Wat gebeurt hier?

Welkom, broeders. Een wonder.

God heeft gesproken.

Wat is er gebeurd?

Er is een heilige verschenen voor Bartholomew.

Prins Roland, komt u mee.

Bartholomew, kom hier.

Vertel ons over je droom.

Sint Andreas...

verscheen voor me in een hemel van vuur.

Hij was gekruisigd, net als onze Heer.

Zijn armen en benen brandden.

Maar geen weeklacht kwam over zijn lippen.

Hij toonde me de Heilige Stad.

Jeruzalem.

En verder? -Wat zei hij?

Jeruzalem heeft u nodig. Verlos de stad van zijn ketenen.

Waarom wachten jullie nog langer?

Ik ben maar een eenvoudig soldaat, zei ik.

God is jullie leider, zei hij.

Heb geen vrees. Baan een weg voor de Heer door de wildernis.

Zij die de Heer zien, winnen aan kracht.

Zij die zich van Hem afwenden, zullen voor eeuwig in duisternis leven.

Stilte. Hij is een bedrieger.

Het zijn leugens. Hij is bezeten.

Hij heeft Sint Andreas niet gezien.

Als hij al iets gezien heeft, was het Satan.

Nee, hij is een man van God.

Dat klopt.

We vechten voor het Kruis.

Wat zeg je van de beschuldiging van hertog Robert?

Ben je van de duivel bezeten of was het een echt visioen?

Ik beroep me op de gerechtigheid Gods.

Dat wil ik weleens zien.

Zo zij het.

Belachelijk. Die man is volslagen gek.

We laten onze plannen niet door een gestoorde bepalen.

We zitten hier al veel te lang. De mannen worden onrustig.

We zijn hier om Jeruzalem te bevrijden. We moeten oprukken.

Hebben jullie honger?

De mannen hebben eten nodig.

Dit is vruchtbare grond en de haven zorgt voor aanvoer.

Met belastinggeld kunnen we de oorlog betalen.

Daarna kunnen we de droge heuvels van Jeruzalem veroveren.

We hebben een lange reis gemaakt...

om de bakermat van ons geloof aan het christendom terug te geven.

Maar u heeft geen geloof.

Dit is voor u een gewone strijd, een bewijs van uw leiderschap.

Onze strijd is al verloren.

Dit is niet goed. -Waarom niet?

God wil dat we de aarde verlaten zoals we erop gekomen zijn.

Dit is een offer voor z'n geloof.

God staat niet toe dat we ons lichaam verminken.

Geloof je niet in me?

God, wees ons genadig en zegen ons.

Mogen wij voor zijn aangezicht verschijnen. Amen.

Bid voor me.

Hij gaat verbranden.

Ga staan.

Voor Jeruzalem.

Geef hier.

Wie was het?

Wie is aan je verschenen? Moesten we echt Jeruzalem veroveren?

Heb je een heilige gezien of een duivel?

Geef antwoord.

Jullie zijn barbaren. -Zo testen we het ware geloof.

Mijn geloof vindt dit een zonde.

Ik hoor niet meer bij m'n oude wereld.

Ik moet meer weten over jouw zeden, over m'n eigen weg.

Mijn wortels liggen in dit land.

Jij kent iemand die meer over m'n vader weet.

Ja, maar ik wil hem niet met de oorlog in aanraking brengen.

Ik wil geen soldaat meer zijn.

Ik word een man van vrede en kennis.

Waar is Andrew? Ik moet jullie spreken.

In de tent.

Prins Roland wil oprukken. Hij overtuigt hertog Robert wel.

Nee, ik ben blind geweest. -Hij leidt ons naar Jeruzalem.

Tegen welke prijs?

We hebben al onschuldige mensen gedood.

Hoeveel komen daarbij in Jeruzalem? -Het is oorlog.

Peter heeft gelijk. Oorlog is niet eervol. God is hier niet aanwezig.

Kom met ons mee. -Waarheen?

Ik ga met Rachel naar Jeruzalem.

Er zijn daar mensen die ons kunnen helpen.

Wil je deserteren?

Ga je me na die lange reis verraden?

Jij bent een krijger. Ik ben een man van twee werelden.

In de ene ben ik een bastaard, en in de andere...

Daar ligt mijn toekomst.

Deserteurs krijgen de doodstraf.

Ik zal je altijd als m'n broer zien.

Vaarwel, vriend.

Ik wil met je mee.

Maar we gaan er met vreedzame bedoelingen heen.

Hopelijk begrijp ik daar wat God van me wil.

Zoals je wilt.

In mijn ogen ben je een lafaard. Je vlucht.

Hij is geen lafaard. Dat weet je heel goed.

Is dat zo?

Hou je ons tegen?

Ga je ons aangeven?

Je bent een goed mens. Ik zal dit nooit vergeten.

Ik vind het een eer als je dit aanneemt.

Dat kan ik niet aannemen.

Ik heb 'm niet meer nodig. Vaarwel.

Zadel m'n paard. We trekken ten strijde.

Ik zeg maar één woord: Jeruzalem.

Daar is het. De stad op de heuvel.

Klaar?

Tijd om te vertrekken.

Naar Jeruzalem, hè?

We gaan naar Jeruzalem.

Waar ga je naartoe? Wie heeft je een bevel gegeven?

Lang leve prins Roland.

Het bevel?

U, heer.

Geef het teken dan maar.

We trekken ten strijde.

Wat doen jullie?

Wie heeft bevel gegeven om te vertrekken?

U bepaalt zelf maar wat u doet. We trekken desnoods zonder u ten strijde.

Naar de hel met hen.

Wat doen wij? -We kunnen niet achterblijven.

We kunnen de verovering niet aan hen alleen overlaten.

Voorwaarts.

Daar is de stad Gods.

Bedek je gezicht. Je bent een noorderling.

Als Ibn-Azul ons beschermt, zijn we veilig.

Is hij ook een jood? -Nee, een moslim.

Hoe ken je hem? -Ik heb alleen met hem geschreven.

Waar heb je over geschreven? -Over astronomie.

Wie zijn dat? -Geen idee. Daar kom ik wel achter.

Heeft u wat geld voor ons?

Sorry, ik heb niets.

Wie zijn die mannen? -Christenen.

Christenen, zegt hij. -Die waren hier toch niet?

Wat doen ze hier? -Deze plaats is ook heilig voor hen.

Wat is dat?

Wat dragen ze daar? -Een stuk van het echte kruis.

Een stuk van het echte kruis, zegt hij. -Dat wil ik zien.

Ga met Rachel naar Ibn-Azul.

We treffen elkaar hier morgen bij de poort.

God zal me behoeden.

Het kruis van Christus.

Wat gebeurt hier? -We worden verbannen.

Ze denken dat we spionnen zijn. -Christenen in Jeruzalem?

We wonen hier al eeuwen, samen met de joden en moslims.

Dat gaat niet meer nu de kruisvaarders gekomen zijn.

Doorlopen, schiet op. -Ibrahim, waarom doe je dit?

We wonen in dezelfde straat. -Het is het bevel.

Toe nou, doorlopen.

Dit is het huis van Ibn-Azul.

Hij bestudeert nu vast de sterren.

Hoe weet je dat?

Het is een bijzondere avond.

Kom hier, kleine vriend.

Kom maar bij me.

Komt u maar verder.

U heeft gasten.

Neem me niet kwalijk. Ik kom namens rabbi Ben Joshua.

Op dit tijdstip? Laat je gezicht zien.

Hier ben ik.

Kom dichterbij.

Je bent een vrouw. -U ziet meer dan veel jongemannen.

Hoe kun je een leerling van de rabbi zijn?

Heeft hij het niet gezien? -Zijn ogen waren slecht.

Ik heb die brieven voor hem geschreven.

Onmogelijk.

Als u mij niet gelooft, gelooft u vast de maan wel.

Weet je het van de maan?

Ik ben de enige die het weet, afgezien van u.

Is dit het einde van de wereld?

Het is een dans van de hemel. Ik heb de berekening gedaan.

Achter zoiets moest wel een jonge geest zitten.

Om de hemel te bestuderen...

Dit is werkelijk een land van wonderen.

Wie ben je? Waarom draag je dat amulet?

Dat is van m'n vader geweest.

Die inscriptie is de basmala.

Het eerste vers van de koran.

In naam van Allah, de Weldadige, de Genadige.

Je vader heeft deze mensen van de honger gered.

Maar toen hij terugkeerde, ging hij gebukt onder een zware last.

Hij werd een bedachtzaam man die naar de wet ging leven...

en zijn mensen vaste regels meegaf.

De maan wordt zwart. -Dat duidt op onheil.

We verliezen de oorlog.

Allah is boos op ons.

Het kruis van Christus.

De kruisvaarders. Wegwezen, mensen. Ze komen eraan.

Pak jullie spullen bij elkaar. Verlaat de stad.

De kruisvaarders.

Verlaat de stad voordat de zon hoog staat.

Het wordt oorlog. De heidenen komen eraan.

Wie zijn die vreemdelingen? -Leerlingen van me.

Volg mij maar. -Ibn-Azul, goedemorgen.

Daar is Ibn-Azul, met z'n zwakke roep om vrede.

Welkom, Ibn-Azul. We stellen uw raad op prijs.

We maken een plan om de stad te verdedigen.

U heeft inderdaad gelijk. -De noordpoort is kwetsbaar.

De bevoorrading is een probleem. -Ontruim de straten daar.

En zorg ervoor... -De machine is klaar.

Moet dit gebied ontruimd worden?

Ik herken die machine ergens van.

Dat is eeuwenlang het geheime wapen van de Byzantijnen geweest.

Het Griekse vuur.

Waarom doen ze er vloeistof in?

Dat is olie, heel brandbaar.

Het is afkomstig van de kust van de Zwarte Zee.

Goed zo, zet de schouders eronder.

We hadden de tekeningen, maar niemand kon hem bouwen.

Die man daar is een Griek. Als het hem lukt, is hij schatrijk.

De machine is klaar.

Wachten, bescherm ons met jullie schilden.

De machine is ontploft. -Dat komt door jullie, christenhonden.

Verdwijn uit de stad en kom niet meer terug.

Wat is er?

Daarheen?

Rennen dan.

Ophouden.

Hou op, ze zijn gewapend.

Jullie kunnen niets beginnen. Dat wordt jullie dood.

Ik wist het wel. Die christenen zijn verraders. Gebruik jullie speren.

Dat is Richard. Ik moet hem helpen. -Dan breng je ons ook in gevaar.

Jullie staan onder mijn bescherming.

Hou op, in naam van het kruis.

Dit wordt jullie dood. Hou op, in naam van het kruis.

Dood hem.

Wacht.

Breng die man bij me.

Breng hem hier.

Wie ben je? -Richard van Aurocastro.

Ik ben een edelman. Dat was ik tenminste.

Nu ben ik enkel een gelovig man.

Hij is een spion. Hij heeft ze vast opgestookt.

Een spion zou geen risico nemen voor een kind.

Je bent geen kruisvaarder meer. Wil je je geloof afzweren?

Mijn geloof heeft me de ogen geopend voor het reliek van het kruis.

Nu weet ik dat elk leven heilig is.

Elke druppel bloed is gezegend.

En wee degene die bloed laat vloeien.

Onze God is geen God van oorlog.

Het zijn de kruisvaarders die aanvallen.

Ik zal hen tegemoet treden en voor hen knielen.

Ik zal hen om vrede vragen.

Dit is een Heilige Stad. Er mag geen bloed meer vloeien.

Luisteren ze naar je? -God zegt me wat ik moet zeggen.

Als ze dit kruis zien, moeten ze het wel begrijpen.

Misschien is hij niet alleen een gelovig man, maar ook een wijs man.

We kunnen afspreken dat de christenen het reliek mogen houden.

Dat kan ons uiteindelijk vrede opleveren.

Wat was dat? -Een katapult.

Wat gebeurt er? -Waar kwam dat vandaan?

Ze komen vanuit het noorden. De kruisvaarders.

Ze komen snel hierheen. Met duizenden tegelijk.

Deze spion moet meteen terechtgesteld worden.

Zet jullie leven niet op het spel.

Onze God is geen God van oorlog.

Ik kan niks voor hem doen als de kruisvaarders aanvallen.

Ik wil geen onschuldige slachtoffers. Jullie mogen de stad vredig verlaten.

Verlaat de stad.

Zijn de mannen er klaar voor? -Ik wacht op uw bevel.

De aanval is overhaast.

De stad is goed bevoorraad. Een lang beleg houden we niet vol.

We doen een aanval aan de noord- en de zuidkant.

Die katapulten hebben weinig effect.

We zijn met te weinig om de stad te belegeren.

We hebben onze toren. -Dan moet je hun zwakke plek kennen.

Ik wil wel gaan.

Ik bied me aan om Jeruzalem te bestormen.

Ik heb een lekker maaltje.

Je bent de oogappel van de prins en nog ben je ontevreden.

Wat bezielt je toch? -Herinner je je dat joodse meisje?

Wat gaat er straks met haar gebeuren? -Wat kan jou dat schelen?

O wacht, je bent verliefd. -Klets niet zo.

Je bent verliefd. -Wegwezen.

Denk je dat Andrew erbij is?

Waarom denk je aan hem?

Hij is anders dan de andere christenen. Hij behandelde me...

Als een vrouw. -Als een mens.

Hij heeft m'n leven gered en meteen daarna...

Hoe zit het met mij? Heb ik niets voor je gedaan?

Je hebt me een paar keer gered.

Je bent meer dan alleen een vrouw voor me.

Maar wat krijg ik ervoor terug?

Wat moet dat? Dat is mijn lam. -Ik doe niks.

Wat een dwaas.

Waar blijft hij? -Weet ik niet.

Waar is Richard? -Wat zei de gouverneur?

Ze stellen hem morgen terecht. -Dat mag niet.

Ik wil naar de gouverneur. Ik ben een kruisvaarder.

De soldaten moeten hier en daar opgesteld worden.

M'n vriend moet blijven leven.

In ruil waarvoor?

Ik heb die machine van jullie eerder gezien.

Hierin.

In dit boek staat hoe je hem moet bouwen.

Mijn vader kreeg het als pelgrim. -Hij is een christen.

Waarom verraad je je broeders? -M'n moeder was een christen.

Mijn vader was een Saraceen.

Inderdaad, je bent van de stam van Omar.

Je vader was een groot krijger. Zijn reizen overzee zijn befaamd.

Je vader was dus een Saraceen.

En de heidenen aanvaardden je. -Eén man.

Hij heeft dus geen vaderland en geen volk.

Ben je wel te vertrouwen? -Beslis zelf maar.

Ik geef dat boek in ruil voor m'n vriend.

Kun je garanderen dat deze ook niet ontploft?

Dat kan ik niet.

Ik kan alleen het boek geven. -Ik heb een idee.

Hij kan die machine bouwen.

Als het hem lukt, blijven hij en z'n vriend in leven.

Richard moest z'n geloof afzweren van de gouverneur.

Maar dat weigerde hij.

U had moeten aandringen.

Ik wist dat je op je besluit zou terugkomen.

Je moet hier weg.

Ik wil die man niet verraden. We zijn z'n leerlingen.

Er komt hulp, als je die aanvaardt.

Nog meer bloedvergieten dus. Ik ken de kruisvaarders.

Nog m'n excuses voor die dag dat ik...

Ik droom constant over je.

Als ik bij deze slag sterf, sterf ik met jouw beeld voor m'n ogen.

Ik kan je niet vergeten.

Je moet hier weg.

Je komt de stad verwoesten. Ga hier weg.

Kom met me mee, ik breng je in veiligheid.

Ik hou van je.

Was het maar zo makkelijk.

Zo broer, je hebt ons dus eindelijk gevonden.

Kom je kijken wat hier te halen valt voor je troepen?

Hij pakt wat hij pakken kan.

Jij bent een soort oorlogsbuit, meer niet.

Ik heb de gouverneur iets beloofd om Richard te redden.

Ik bouw een machine om jullie torens te verbranden.

Beweer je soms dat alle pracht hier ongeschonden blijft na de aanval?

Ik ben geen speeltje waar je ruzie om maakt.

God speelt een raadselachtig spel met ons.

Je bent verblind door jaloezie. -Niet zo verblind als jij.

Als we binnenvallen, zoek dan de Normandische vaandels op.

Daar vind je mij. Ik kom je zoeken.

Als je je machine op ons richt, sta ik boven op de aanvalstoren.

En als je me niet raakt, kom ik je eigenhandig vermoorden.

Doorwerken. Waar wacht je op? Schiet op, werken.

Die balk komt hier. -Het gaat goed zo.

Goed idee om hem de leiding te geven.

Het lijkt wel of z'n grootste vijand achter die muren zit.

Kom op. Gooi maar hierheen.

De christenen. Kom gauw kijken.

Wat is er nou? Ze zingen al dagenlang.

Hijsen.

Als het lukt, worden ze verwelkomd met hellevuur.

Begin maar.

Horen jullie dat gefluit?

M'n voorganger haalde de druk er niet af, vandaar die ontploffing.

We gaan de christenen vernietigen.

Laat de gevangene vrij.

Voorwaarts.

Ik heb het u wel gezegd, gouverneur.

Ze hebben overal spionnen. Hoe weten ze dat dit de zwakke plek is?

Haal de vuurmachine.

We voeren het commando vanuit de citadel.

Boogschutters, hou ze weg bij de muur.

Dat is Andrew. Wil je hem doden? -Ik heb hem gewaarschuwd.

Ik smeek je. -Het moet wel. Het is oorlog.

Meer olie. -Ik geef liever m'n leven.

Die keus is niet aan jou.

Het is al te laat. Breng jezelf in veiligheid. Voer ze weg.

Giet er meer olie bij.

Kom op, hijs me omhoog.

Wacht.

De duivelsmachine. -Ze zijn nog te ver.

Dichterbij.

Niemand wordt verbrand.

Zoek dekking. Ik zet alleen m'n eigen leven op het spel.

Peter, zoek dekking.

Waar wacht je op? -Ze zijn nog te ver.

Zoek dekking.

Andrew, niet doen.

Vuur.

Schiet op.

Ik heb hem gebouwd. Doe de rest zelf maar.

De gouverneur laat je doden. -Als ik dan nog leef.

Ik zie jullie beneden.

We zijn nog te ver. Opschieten.

Voorwaarts.

Vul de machine. Doe hetzelfde als wat hij heeft gedaan.

Gooi hem vol. -Nee, niet doen.

De machine is ontploft.

De stad wordt ingenomen. -We moeten Ibn-Azul redden.

De verdediging is weg bij de wal.

Heil prins Roland.

Heil Andrew van Aurocastro, de eerste die Jeruzalem betreedt.

Ga naar de moskee. -Ik moet het reliek zoeken.

Breng het boek naar de moskee. -Ga gauw, wij helpen wel.

Neem de kinderen mee. Jongens, ga met Ibn-Azul mee.

Ik moet het reliek zoeken.

Ik ga het zoeken. -Dat is te gevaarlijk.

God staat me bij.

Dat reliek is juist de oorzaak van de oorlog.

Open de poort.

Sneller, kom op.

Die kant op. -We zijn er bijna.

Kom gauw.

Ben je gewond?

Deur dicht.

Ik ga via de straten. We zien elkaar in de citadel. Maak de weg vrij.

Als we ons overgeven, sparen de christenen ons, zeggen ze.

Houden ze zich eraan?

Veel joden zoeken bescherming bij ons. -Dan moet u van mij af.

Ik word in beide kampen als een verrader gezien.

Nee, ik stuur hier niemand weg.

U bent een moedig man.

Doe open.

Doe open, als jullie leven je lief is.

Ik waarschuw nog één keer.

Dit hebben we opgehaald.

Wat gaat u doen? -Onze vrijheid heeft een prijs.

Doe open.

Heel goed.

Komt u uw belofte na? -Blijf hier, dan gebeurt er niets.

Ik vertrouw ze niet. -We hebben geen keus.

Ene Andrew heeft me al eens gered. -Is hij te vertrouwen?

Hij komt altijd z'n beloftes na. -Dat is waar.

Kom met ons mee. -Ik blijf bij m'n mensen.

Wees voorzichtig. God zal ons bijstaan.

Wat moet dat? Laat haar met rust.

We zijn soldaten, geen beesten.

Naar de verdedigingswal, schiet op.

Gaat het?

Dat zijn de mannen van Andrew. Wacht hier.

Verrader.

Roep de anderen erbij. Ga Andrew halen.

Laat hem los. -Hij is een verrader.

Laat los. Hij is geen verrader. -Hij jaagt ons de dood in.

Hij is m'n broer, begrepen?

Het kruis van Christus.

Moet je zien hoe rijk ze zijn. Hier heb je ook wat.

De mensen binnen zouden veilig zijn. -Ik heb niks beloofd.

We zijn hier niet om onschuldigen te doden.

Idioot, je weet niet wat je zegt.

Ik voer hier het commando, Andrew van Aurocastro.

Ik ben een krijger, geen moordenaar.

Dood hem. -Peter, kom mee.

Kom hier, mannen.

Ga tegen de muur staan.

Hou op met vechten. -Ga weg.

Hou op, in de naam van het kruis.

Ga zitten.

Het kruis van Christus.

Christenen, voer geen strijd tegen elkaar.

Wees eensgezind. Jeruzalem, de Heilige Stad, is van ons.

Vergeef ons, Heer.

Onze Vader die in de hemel zijt, Uw naam worde geheiligd.

Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, op aarde zowel als in de hemel...

Moet je zien wat er van deze mooie stad geworden is...

en van onze dromen en idealen.

Toch heb ik veel geleerd.

En jij hebt me dat geleerd.

Ja, door je liefde voor boeken.

Je hebt me een nieuwe wereld getoond.

We zijn hetzelfde.

Je houdt van iemand anders.

Ik heb één keer iemand liefgehad, een droeve ervaring.

En ik hou van jou, en als je van mij houdt...

Maar je zei net... -Wat zegt je hart je?

Ik ben bang dat...

Ik breng de roos terug naar de vrouw voor wie hij was.

Dat is mijn thuis.

Ga je met ze mee? -Ik weet niet.

Ik kan niet zonder je leven. Maar ik doe het, als jij dat wilt.

Jouw gevoelens komen door de oorlog.

Als die voorbij is... -Het komt niet door de oorlog.

Ik weet wat ik voel. Nu wil ik weten wat jij voelt.

Ik weet het niet. Gun me de tijd.

We vertrekken morgen. Dan wil ik het horen.

Word wakker.

Ik wil naar huis.

In Aurocastro word je gezocht.

Je moet in een klooster schuilen.

Ik vraag me constant af...

waarom ik hier het antwoord op m'n gebeden niet gevonden heb.

Maar in m'n droom zag ik wat God wil. Het antwoord ligt in Aurocastro.

Ik moet m'n pelgrimstocht voltooien.

Ik ga mee. Steun hierop.

Jij gaf Andrew je zwaard, ik geef je m'n staf.

Volgens Alessio werd Jezus met zulke takken in Jeruzalem begroet.

We hebben het kruis verbrand.

Misschien heeft God je daarom hierheen gestuurd.

Zodat je thuis kunt vertellen over alle verschrikkingen hier.

Kom, we gaan naar huis.

Kom, Richard. Gaat het echt wel?

Het wordt een lange reis. God staat jullie bij.

Leid ze door onze linies heen.

Zijn jullie pelgrims? Komen jullie uit Jeruzalem?

We zijn thuis. Het is je gelukt.

Rust in vrede, vriend.

In deze kathedraal die je vader is begonnen te bouwen.

We hadden het fout. Ik geloofde in vrede, jij in de kracht van het geloof.

Waarom zijn we erheen gegaan?

Wie ben jij?

Ik ben het.

En Andrew? -Toen ik vertrok, maakte hij het goed.

Goddank. -Ik kom dit brengen.

Ik heb het vroeger voor Maria gemaakt. Het is voor haar.

Maria is niet getrouwd.

Maar ze zei... -Je ging ten oorlog.

Je zou misschien niet terugkeren.

Maar ze kon niet met Bastiano trouwen.

Waar is ze?

Ik kan het niet. Ik ben veranderd.

Ga haar begroeten.

Goddank, je leeft nog.

Je leeft echt nog.

Je ogen zijn zo vermoeid.

Je bent Peter, en toch...

M'n ogen hebben vreselijke dingen gezien.

Waar is Andrew?

Andrew en ik hebben elkaar bijna gedood.

Ik heb m'n eigen broer verraden. Ik verdien je liefde niet.

Het maakt niet meer uit. Je bent weer thuis.

Ik ging weg met een droom en ben teruggekeerd met een nachtmerrie.

Dat kan niet waar zijn.

Je hebt deze aan me teruggegeven.

Je moet hem houden als aandenken aan mij.

Waarom ben je dan teruggekomen?

Hou je niet van me?

Ik heb altijd van je gehouden.

Maar de man waarvan je hield, is er niet meer.

Hij staat nu voor me. Ik heb gewacht en gebeden.

Mijn gebeden zijn nu verhoord.

Alleen de toekomst telt, onze toekomst samen.

Ik volg je, waar je ook heen gaat.

Ik laat je nooit meer gaan, hoor.

Je bent thuis.

Ja, ik ben thuis.

Nu ben ik thuis.

Papa, is dat Aurocastro? -Daar komen je moeder en ik vandaan.

De heer laat de kathedraal afmaken. -Wie is de nieuwe heer?

Daar woonde ik. De kathedraal was er nog niet.

Wie is het? -We kennen hem nog niet.

Iets meer naar links. Nu iets naar rechts.

Zo zit ie goed. -Onze heer kan elk moment hier zijn.

Ik geef je een teken als je de klok moet luiden.

Heerlijk om je weer te zien. Het is zo lang geleden.

Moeder, dit is m'n vrouw. Rachel, dit is m'n moeder.

Ben jij de nieuwe heer?

Ik weet ook niet waarom.

Andrew is beloond door prins Roland.

Jij bent zeker Maria.

We zullen als zussen zijn, want ik ken de twee mannen die van je houden.

Ik voelde precies wat heer William gevoeld heeft.

Na zo'n oorlog wil je iets blijvends bouwen.

Het heeft Oosterse invloeden. -Ik heb daar ook veel geleerd.

Je hebt een nieuwe manier om ijzer te gieten, hè?

De kerkklok zal aantonen of het werkt.

Ik wil je iets laten zien.

Ik heb gehoord dat Richard overleden is.

Dat klopt. -Ik draag een deel aan hem op.

Waarom niet de hele kerk?

Draag je de rest op aan je zege in het Heilige Land?

Straten maken geeft meer bevrediging dan met een zwaard zwaaien.

We hebben al een reliek in de kerk.

Er komen hier nu al pelgrims om het reliek te bezichtigen.

Het wordt schitterend.

Toen we met de bouw verder wilden, vonden we het graf van een man.

Zijn gezicht was onherkenbaar.

Maar hij droeg pelgrimskleren en dit lag bij hem.

Niemand weet hoe die pelgrim hier terecht is gekomen.

Met de staf van Jeruzalem.

Die pelgrim is naar Aurocastro gekomen...

om vrede te brengen...

en licht voor ons allen.

Je bent thuis, Richard.

Wij zijn thuis.

Mooi werk, Peter.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.