All language subtitles for Maigret - Bruno Cremer - 35 - Mon ami Maigret.NED

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Zeeziek, meneer Pyke?

Ik hoop dat u geen last heeft van m'n aanwezigheid.

Scotland Yard die over m'n schouder meekijkt, houdt me scherp.

- Het slachtoffer... - Marcellin, ja.

- Ik zou graag z'n dossier bekijken. - Dat ligt nog in Parijs.

Had ik maar een kopie gemaakt.

Ik begrijp het. En Ginette, z'n vrouw, hebt u haar al gevonden?

- Ik ben er nog niet mee bezig geweest. - Ik begrijp het.

Schiet op, Anna.

- Goede reis gehad, commissaris? - Uitstekend.

- Dit is inspecteur Lachenal. - Inspecteur Pyke van Scotland Yard.

Het hotel is wel even lopen.

- Pas op, dat is breekbaar. - Ik ook.

- Kan ik u helpen? - Nee, dank u wel.

- Weet u het zeker? - Ik red me echt wel, hoor.

- Mooi is het hier. - Mooi, maar wel warm.

Dag, commissaris.

- Ken je hem? - Iemand uit het dorp.

- Het is hier prachtig. - Prachtig.

- Dit is de baas van het hotel, Justin. - Kom, dan geef ik u iets te drinken.

Heren.

- Glaasje witte wijn? - Nooit overdag.

- En u, commissaris? - Mogen we de kamers zien?

Jojo. U hebt geluk, gisteren was de mistral er nog.

De wind die je gek maakt. Die was er vier dagen lang voor de moord.

Dan is het ook niet vreemd. Jojo.

- Waar ben je nou mee bezig? - De kamer van M. Lachenal.

Laat je de kamers even zien aan de commissaris en M. Pyke?

- Hier, jongen. - Dank u wel.

Ga uw gang.

Tot straks.

U heeft uitzicht op zee.

- Bedankt dat u die voor me had. - Ik doe alleen wat me opgedragen wordt.

En dat doet u graag.

Ik kom.

Jij bent het, Paul. Kom binnen.

Goed dat u er bent. Ze hebben na twee dagen al genoeg van het eiland.

Mooi, dan hebben wij het makkelijker.

- Waar zal ik beginnen? - We wachten op inspecteur Pyke.

Wat komt die hier doen?

De aanpak van Maigret bestuderen.

Ken jij mijn aanpak wel?

- Wat kan ik voor u betekenen? - Koud bier.

Komt eraan.

- Ik wist niet dat u overdag dronk. - Hoezo?

- Nou, van net. - Toen had ik geen dorst.

- Wanneer is hij gekomen? - Nadat jij weg was.

In het kader van een uitwisseling met Scotland Yard. Ideetje van de prefect.

- Is hij er alleen om te kijken? - Kijken, bestuderen, analyseren.

- Is hij aanwezig bij de verhoren? - Dat moet wel.

M. Pyke. Inspecteur Lachenal wachtte al op u.

Hij moest een hoedje van me kopen. Het is bloedjeheet.

Ik laat u nu werken.

- Ik heb u opgehouden. Sorry. - Welnee.

Dit hoedje kocht ik op de terugweg. Anders word ik zo rood als een kreeft.

- U drinkt niets, neem ik aan? - Nee, dank u wel.

Proost.

- Heb je de brief? - Ja.

Die vond ik op het lijk van Marcellin.

- Moordwapen? - Onvindbaar.

Maar gezien de inslag lijkt het een kaliber.22.

'Hierbij laat ik u weten dat Ginette morgen vertrekt. Alles is geregeld.'

'Het gaat goed met haar en ze denkt veel aan u.'

'Hartelijke groet, Maigret.'

- Is die brief van u? - Ik heb 'm 10 jaar geleden geschreven.

- Heb je niets meer over Marcellin? - Niks bijzonders.

De ��n vond hem een arme drommel, de ander een filosoof.

Het was in elk geval iemand van hier.

- Waar leefde hij van? - Hij had geen inkomen.

In de zomer viste hij en verder leefde hij van wat men hem gaf.

- Vijanden? - Nee, iedereen mocht hem.

Er is niets gestolen, hij had ook niets.

- Een braverik dus. - Maar u hebt uw twijfels.

Ik ken Marcellin van Parijs en we lagen elkaar niet zo.

Ginette was z'n vriendinnetje.

Hij zette haar uiteindelijk op straat, samen met andere meisjes.

Ik arresteerde hem destijds wegens souteneurschap.

En de brief?

Die stuurde ik naar de gevangenis waar hij zat.

Dus het was wat te veel eer dat hij uw vriend was.

Een beetje wel.

Ach, het is geen slechte jongen.

Hij maakte alleen z'n liefjes te gelde.

Wat zeer spijtig is.

Vooral voor Ginette.

Justin, de jukebox doet het niet meer.

Hij hield z'n huis niet zo goed schoon.

- Wilt u z'n boot zien? - Die heb je al doorzocht?

Volgens mij is Marcellin vanwege die brief vermoord.

Hij had het de hele avond van de moord over u.

- Misschien alleen om op te scheppen. - Of wilde hij iemand iets duidelijk maken?

En die iemand heeft hem vermoord omdat hij mij kende? Dat lijkt me sterk.

Trekt u al conclusies voordat u getuigen hoort?

Altijd, zo ga ik te werk.

- Verbaast u dat? - Nee, helemaal niet.

- Wilt u naar de hangar? - Het is te warm.

En M. Pyke moet zich nog aankleden voor de lunch.

- Toch, M. Pyke? - Zeker.

Met z'n hoevelen waren ze die avond in het restaurant?

Met z'n achten.

Dat is Carrouge.

- Heeft u even? - Carrouge, om u te dienen.

- Ik heb gehoord van uw staat van dienst. - Daarom wilde ik u ook spreken.

Zodat u geen verkeerd idee kreeg.

Overvallen, drugs, illegaal gokken... Dat geeft wel te denken.

Ik ben het hotel niet uit geweest op de bewuste avond.

- Kende u Marcellin goed? - Ja.

Ik dronk weleens wat met hem, zoals iedereen.

- Precies, en u bent niet zomaar iemand. - Ik wist wel dat u mij zou verdenken.

- Of Zucca. - Zucca?

Mensen als wij worden altijd verdacht bij een moord.

- Vindt u dat gek? - Ik heb nooit een moord gepleegd.

Justin, hij doet het weer.

Wat doet u hier precies?

Hebt u die geldmachine hiernaast gezien?

Daar heb ik er 20 van, van Marseille tot Saint-Rapha�l.

- Verdient dat een beetje? - Weleens van Las Vegas gehoord?

Volgende week krijg ik een eenarmige bandiet.

- Justin, ik wil nu graag lunchen. - Uw lunch komt eraan, meneer Marcel.

Ik zoek de menukaart even.

- Dag, meneer Moricourt. - Dag, Justin. Een mooie dag.

Laat mij maar. Ga maar achter de bar staan.

Het spijt me.

- Gezien hoe brutaal ze is? - Nee.

Ik heb haar twee jaar terug uit Kaapverdi� laten komen.

We zouden gaan trouwen, maar mevrouw heeft zich bedacht.

- Was hij er op de avond van de moord? - Met Jojo.

Justin zet haar achter de bar, ze mag zich niet in gesprekken mengen.

Goedenavond.

- Jongelui, wat mag het wezen? - Een lait fraise.

- Jenever. - Een lait fraise en een jenever.

- Is iedereen er? - Iedereen.

Dat daar is Zucca. En die dame naast hem is z'n moeder, C�lestine.

Ik ken die naam ergens van.

Vast vanwege C�lestine. Zij heeft een aantal bars:

Les Sir�nes in Nice, Les Fleurs in Marseille.

Dat zijn bars waar vooral mannen komen, M. Pyke.

Wij hebben ook onze vrouwen van 'lichten zeden'.

Meneer Justin. Dank u wel.

Die heer aan de tafel bij die dame daar, is dat majoor Bellham?

Majoor in ruste. Sinds die tijd woont hij hier.

En die vrouw naast hem is Mme Wilcox.

Anna Janmaat, geboren in Oostende.

Herkenbaar, ze loopt altijd halfnaakt rond.

Als ze zwemt, heeft ze nog minder aan.

- Alles goed? Heeft u het naar uw zin? - Zeker, zoals gewoonlijk.

- En die daar? - Dat is de tandarts.

Hij is niet van hier. Streek hier een paar jaar terug neer, net als Marcellin.

- Kende hij Marcellin? - Hij ziet iedereen zonder ze te kennen.

- Hou je een beetje van me? - Ja.

Een beetje maar?

Ik zal altijd van je houden.

Vraag je me ten dans, Philippe?

Ik ben wat moe.

- Mag ik deze dans van u? - Wat aardig.

Zucca...

Nu weet ik het weer. Hij was betrokken bij een moord.

Op een eigenaar van 'bars' in Nice.

- Minstens acht jaar geleden. - Moet ik het laten verifi�ren?

Dat duurt weer zo lang. Je gaat morgen naar het vasteland.

Het stond destijds groot in de krant. Het is vast te vinden in de archieven.

Lachenal heeft het merendeel van de eilandbewoners ondervraagd.

Echt een geduldwerkje.

Nu moeten we aan tafel gaan zitten en alle dossiers doorspitten.

Zo kom je vaak op interessante gegevens.

Sommige collega's lossen enkel zo zaken op.

Anderen laten het papierwerk zitten en volgen hun fijne neus.

- Net als beginnelingen. - Toch doen zij hun werk ook goed.

Kent u dat bij Scotland Yard?

Bij Scotland Yard en elders.

U hebt gelijk. We laten dat zitten.

Maar niks zeggen tegen Lachenal.

Wat een hartelijk welkom.

Dit is de gemeentelijke doodskist.

Hij heeft dienst gedaan voor Marcellin.

Gisteravond meegenomen van het vasteland.

- Heeft u geen bevel nodig? - Hier komen mensen vaak uit vrije wil.

- Om hun goede wil te tonen? - Met een advocaat maak je je verdacht.

- Hier is meneer Deferre. - Bedankt, inspecteur.

Kom binnen.

Commissaris Maigret en inspecteur Pyke...

- van Scotland Yard. - Yann Deferre.

Dank u wel, meneer Deferre.

We onderzoeken de moord van gisteravond.

Als ik u kan helpen...

- Bent u al lang op het eiland? - Ruim drie maanden.

- Niet makkelijk, 's winters op zo'n bootje. - Ik ben het gewend.

Uw vriendin ook?

Anna? Zij is veel stoerder dan ik.

- U bent kunstschilder? - Ik schilder, ja.

- Daar leeft u van? - Soms verkoop ik wat, maar zelden.

Meneer Pyke.

- Hoe oud is ze? - Zeventien.

Vroeg u daarom of ze daar wilde wachten?

- Hoe lang bent u al samen? - Ik heb haar vorig jaar in Parijs ontmoet.

- Ze was op vakantie met haar ouders. - Weten zij waar ze is?

Ze weten dat ze bij mij is. Dat is al heel wat.

Dat zal ze geruststellen.

Vanwege dit soort dingen heb ik haar buiten gelaten.

U doet alles om haar te beschermen.

Ik zorg dat ze een eigen mening kan vormen.

Ze heeft u vast hoog zitten.

Was u de avond van de moord in het hotel?

Ja, elke avond.

En was u bevriend met Marcellin?

Hij heeft me met m'n boot geholpen, ik hem met de zijne.

Om dan van vriendschap te spreken...

Hij schijnt het veel over zijn vriendschap met mij gehad te hebben die avond.

Dat heb ik niet gehoord.

In dat geval kunt u nu weg.

- Hebt u een wapen, meneer Deferre? - Nee.

Inspecteur Lachenal vindt het vast niet goed dat u het anker licht.

Ik wilde morgen naar Viareggio vertrekken.

- U zult moeten wachten. - Lang?

Dat weet ik niet.

- Wist u dat hij wilde vertrekken? - Die koeltas.

Ik weet het nog goed. Hij was wat verward, niet zoals hij normaal was.

- Tot wie richtte hij zich? - Niemand in het bijzonder.

U kent dat wel, mensen met een glaasje op...

- Waar zat u precies? - Bij Mrs Wilcox, met majoor Bellham.

Bellham geeft vaak een rondje, er kwamen meer mensen bij.

- Wie dan? - Marcellin, de tandarts, Justin.

En Carrouge, kent u hem?

Toen Carrouge erbij kwam zitten, had Marcellin het over u.

Interessant.

- Dus hij richtte zich tot Carrouge? - Ze komen tenslotte uit hetzelfde milieu.

Mrs Wilcox verwacht me. Mag ik weg?

- Bent u haar secretaris? - Ja.

Heeft Mrs Wilcox ook een beroep?

Als eigenaar van Whiskey Wilcox hoef je niet echt te werken.

- U bekommert zich om haar erfgoed? - Daarom is ze regelmatig in Londen.

- Schrijft ze soms haar memoires? - Nee.

- En toch heeft ze een secretaris nodig? - Ja.

Waar wilt u precies heen?

- Nergens, meneer Moricourt. - De Moricourt.

Ik probeer me alleen een idee te vormen van uw werk.

- Mrs Wilcox is niet de jongste meer. - Precies.

- Ik begrijp het niet. - Dat is niet erg.

- Bent u bevriend met Yann Deferre? - Hij en Anna zijn weleens langs geweest.

U bedoelt bij Mrs Wilcox.

- Marcellin ook? - Allerlei mensen komen naar de villa.

Hij kwam ook weleens een glaasje drinken.

En in zijn geval nooit ��n glaasje.

Bent u die avond v��r of na Marcellin weggegaan uit het restaurant?

Tegelijkertijd. Hij ging naar de pier en wij naar de villa.

- Mrs Wilcox en u? - Natuurlijk.

U bent wellicht de laatste die hem levend heeft gezien.

Afgezien van de moordenaar.

Ze bijten niet.

- Wat gebruikt u als aas? - Een jongen brengt me altijd inktvisjes.

- Kenden u en uw moeder Marcellin goed? - Niet goed, wel al heel lang.

- Zou inktvis niet werken? - Jawel.

Maar voor baars werkt sardine beter.

Of desnoods zachte krab.

Sinds wanneer kende u hem precies?

Ginette werkt al acht jaar voor ons. Acht jaar dus.

- Ach, Ginette... - Een vriendin van hem. Ooit z'n vrouw.

- Ze runt Les Sir�nes in Nice. - Ik dacht dat ze ziek was.

Ze heeft lang geleden een keer in een sanatorium gezeten.

Is Marcellin vanwege haar in Zuid-Frankrijk gaan wonen?

Zou kunnen. Het was een vreemde snuiter.

- Toch niet door u? - Door mij?

Emile Zucca...

grote jongen binnen de prostitutie van Nice, aangeklaagd wegens moord.

Waarom komt u daarmee?

Zucca: Ontslag van rechtsvervolging. - Ziet u, vrijgepleit door Justitie.

Er was gerede twijfel. Het moordwapen was verdwenen.

Niet weer, h�. Ik werd valselijk beschuldigd.

- Een P38, toch? - Dat zeiden ze op het proces, ja.

Handig, die verdwijning. Zo kon u ontslag van rechtsvervolging vragen.

En die heb ik gekregen.

Een misdaad is pas na tien jaar verjaard.

Die zaak is van acht jaar geleden.

Het heeft me drie jaar van m'n leven gekost, in voorlopige hechtenis.

En ook m'n gezondheid.

- En Ginette, zit zij ook in het zuiden? - Op het vasteland, in hotel Les Palmes.

Ze regelt de uitvaart.

Tot ziens, meneer.

Bij u is zo'n onderzoek vast veel strakker.

Ik had op de politieacademie een leraar, een beroemd politieman...

die me geleerd heeft dat chaos het zoeken naar de waarheid schaadt.

Volgens hem is de fijne neus een tekortkoming...

die valt onder het onvermogen om een zaak objectief te beoordelen.

- Ik snap waarom hij op de academie zit. - Majoor Bellham komt niet.

U bent welkom bij hem thuis, er staat een fles klaar.

- Hij heeft gelijk. Val hem dan niet lastig. - Ik deed wat u vroeg.

Hebt u er bezwaar tegen om met mij een strandwandeling te maken?

In het geheel niet.

Bel hotel Les Palmes. Laat Ginette hier komen, ik wil met haar praten.

Vraag de lijkschouwer na de autopsie de kogel naar het lab in Parijs te sturen.

Ginette is weg uit het hotel. Ze komt morgen terug voor de begrafenis.

Bedankt.

- Dag, commissaris. - Dag, Ginette.

Dit is inspecteur Pyke van Scotland Yard, en inspecteur Lachenal.

- Had u een goede oversteek? - Ik hoorde dat u hier was.

Ik dacht dat u me vast wel wilde spreken.

- Waar logeer je? - In het hotel.

Wat een nietsnutten. Ik zal ze eens aan het werk zetten.

Tot later, Justin.

Dag, Ginette.

De commissaris heeft jouw kamer. Jij hebt die ernaast.

Kan ik u even spreken?

- Vindt u het goed... - Chef.

Witte wijn, M. Pyke?

Waarom ben je naar het eiland gekomen?

Ik hoorde dat u de zaak deed en dacht dat u me vast wilde spreken.

Om me een dienst te bewijzen?

- Bent u teleurgesteld? - Teleurgesteld?

U stuurt me naar 't sanatorium en ziet me terug als bedrijfsleider van Les Sir�nes.

Iedereen leidt z'n leven zoals hij wil.

Ben je lang in het sanatorium gebleven?

Vijf jaar.

Zolang mogelijk.

Ik was bang voor de buitenwereld.

- Hadden ze daar geen werk voor je? - Als verpleegster of verzorgster?

Een dokter was heel aardig voor me. Hij leek een beetje op u.

- Door hem leerde ik veel over mezelf. - Werd hij verliefd op je?

Ben je daarom weggegaan?

Het was sterker dan ik. Ik begon alle ellende te missen.

Marcellin stelde je dus voor aan de moeder van Zucca...

de verschrikkelijke C�lestine.

Ik ben naar haar toe gegaan en ze heeft me aangenomen als medebeheerster.

Wat kon ik anders? Vanwege die littekens ben ik vier keer geopereerd.

- Hoe was je verhouding tot Marcellin? - Af en toe bestelde ik wat bij hem.

En ik kwam elke maand bij C�lestine verslag uitbrengen.

Waarom zit je in een hotel? Kon je niet bij haar logeren?

Een vrouw in haar huis? Welnee.

Heeft Marcellin je geschreven toen je in het sanatorium zat?

Je hield niet meer van hem.

Toen ik jong was, nam hij me mee naar caf�s waar criminelen kwamen.

Dan zaten we achterin.

Dan vertelde hij me urenlang waarom hij niet bij hun bende wilde.

Zij wilden h�m er niet bij.

Dat begreep ik jaren later pas.

Sinds hij hier woonde, klaagde hij nooit meer.

Het lijkt me toch niks: in de winter alleen op die boot, drinken...

En jij, waarom ben jij hierheen gekomen?

U weet hoe het gaat als zo iemand wordt vermoord.

Men denkt al snel dat het een afrekening is of zo.

Je bedoelt dat je baas er niks mee te maken heeft.

- Wou je me daarom spreken? - U zou Zucca al snel verdenken.

- En wat dan nog? - We gaan trouwen.

Wanneer?

Z'n moeder heeft kanker. De dokter geeft haar ��n, hooguit twee jaar.

Zolang zij leeft, is er niks aan de hand. Maar daarna...

Ik slaap altijd op het zuiden.

- Is hij ziek? - Niet echt.

- Hij is getikt. Hij is een hypo... - Hypochonder.

Hij heeft elke dag angstaanvallen. Hij denkt bij alles dat hij doodgaat.

- En hij wil met je trouwen? - Nadat ik door artsen ben onderzocht.

- Dat snap ik niet. - Ik moet hem toch kunnen verzorgen.

Was Marcellin op de hoogte van je plannen?

- Wat was z'n reactie? - Hij snapte dat ik vastigheid wilde.

En hij vond 't leuk dat ik hier kwam wonen.

Dus je wilde me spreken om je toekomst veilig te stellen.

Ik ken al uw veronderstellingen.

Bijvoorbeeld dat Marcellin Zucca zou chanteren...

- en dat die, om ervan af te zijn... - Marcellin chanteerde niemand.

En Zucca sterft nog liever dan dat hij een kip slacht.

Dus je bent de laatste dagen niet op het eiland geweest.

Dat kunt u gemakkelijk verifi�ren.

Natuurlijk, het personeel van Les Sir�nes. Een mooi alibi.

- Heb ik dat nodig? - Ik weet het niet.

En ik vond het nog wel leuk om u te zien.

Ik heb in vertrouwen met u gesproken.

Ik had nooit moeten komen.

Je had nooit uit het sanatorium weg moeten gaan.

Ik wist wel dat u kwaad op me was.

- Welnee. - Jawel.

Ik voelde het meteen al. Toen ik van de boot stapte.

Ik herkende u meteen.

Ik was geroerd. Een heel stuk van m'n leven kwam opeens weer boven.

- Hebt u er spijt van? - Misschien. Ik weet niet.

Waarom bent u bij uw dokter weggegaan? U hield toch van hem?

Daar kwam ik te laat achter.

Een paar maanden na m'n vertrek schreef ik hem...

maar ik kreeg antwoord van z'n vrouw.

Hij had zich opgehangen.

- Hier, dat heb je wel verdiend. - Je hebt de pastis weer aangelengd.

Hou toch op.

Ook een glaasje, commissaris?

Ik zou er best zin in hebben, maar dan later.

We rekenen erop.

- Schaak en mat. - Bravo, u speelt erg goed.

Slecht spelen is pas een verdienste.

Blijf zitten. Ik moet van de dokter veel lopen.

Als ik dat niet doe...

Fijne wandeling dan.

- Ik wil revanche. - Zoals u wilt. U mag met wit.

Draai u om, commissaris.

Al gebeurd.

- Bent u me gevolgd? - Nee.

- Had dat dan gemoeten? - Dat doen andere mannen meestal.

- Lekker water? - U mag m'n handdoek lenen, hoor.

Bedankt. Maar nee, bedankt.

Het spijt me. Ik had niet zo brutaal moeten zijn.

- Uw glimlach irriteerde me. - Meestal doet m'n politiepenning dat.

Op mij maakt u echt geen indruk. Mijn vader is rechter.

Maar u zorgt wel voor opschudding. Het hele eiland heeft het over u.

- Je was niet op het gemeentehuis. - Dat wilde Yann niet.

Misschien omdat jij minderjarig bent.

Kunt u dat even vasthouden?

Hij lag aangemeerd in Parijs. Hij kent iedereen daar.

In Montparnasse, St. Germain...

Ik ben aan boord gegaan en wilde er niet meer af.

Dank u wel.

Gaat u me de bak ingooien?

- Je hebt toch wel contact met je ouders? - Ze doen alsof ik dood ben.

Dat moet je niet zeggen.

Marcellin heeft me dit plekje laten zien.

Kende je hem goed?

Ik maakte weleens wat eten voor hem.

- Hij dronk veel. - Hij is niet van de dorst omgekomen.

Al z'n geld ging erheen.

- Hij had wel geld? - Dat kreeg hij af en toe.

Van Zucca en ook van Ginette.

- Kon Yann goed met hem opschieten? - Yann is een uitzonderlijk schilder.

Maar hij kan met niemand opschieten.

- En Moricourt? - Dat is een eikel.

- Dat zou ik niet zeggen. - Met die Engelse van hem.

Ik weet zeker dat ze het met elkaar doen.

Hij had wel smaak, die Marcellin.

Hij vertelde me hier over z'n jeugd.

Dat was leuk. Zeker als hij in vorm was, dan verzon hij dingen.

U vindt die smeerlap die hem heeft vermoord toch wel?

- Je mocht hem graag, h�. - En u mag Yann niet.

We hebben het er niet meer over, anders krijgen we ruzie.

Waar was u toen Marcellin werd vermoord?

In m'n bed.

Verdenkt u mij?

- Was u met hem bevriend? - Nee.

Maar ik begreep hem wel.

Voor ik hierheen kwam, was ik tandarts in Bordeaux.

Ik had een grote praktijk.

Na ��n week vakantie hier besloot ik alles achter te laten.

- En uw gezin? - Als ik 't had, had ik 't ook achtergelaten.

Ik had het virus opgelopen.

- Het virus? - U zult het ook krijgen.

Of het nu uw Engelse collega is of de majoor...

Als je de eerste symptomen ontwaart, is het al te laat.

De eilanditis.

Iedereen heeft het hier. En Marcellin had het ook.

Excuseert u me.

Jojo, twee wodka graag.

Jij gaat naar de begrafenis en volgt Ginette op de voet.

- Was dat het? - Nee.

Je mag wel uitkijken. Justin zag je rotzooien met Jojo.

Rotzooien, ik?

Noem het zoals je wilt, maar ik noem het rotzooien.

- Bel me om te zeggen hoe het is gegaan. - Goed, oom.

Nee, commissaris.

Wat is dit?

- Ik vroeg niet om een wodka. - Wat maakt dat nou uit?

- Omdat ik een whisky wil. - Net was het nog een wodka.

Haal een whisky voor me. Een Wilcox on the rocks.

Ik weet echt wel wat ik zeg.

Mooi dressuurnummer.

- Goed, ik ga slapen. - Welterusten, commissaris.

Trusten, neefje.

- Kan ik iets voor je doen? - Het gaat over Marcellin.

- Hij heeft een keer met me gepraat. - En wat zei hij?

Als hij wilde, kon hij rijk worden.

- Ik dacht dat u dat wel zou interesseren. - Zei hij ook hoe?

Nee, anders had ik het u wel gezegd.

- Waarom niet tegen de inspecteur? - Justin wilde 't niet.

Hij zit me altijd op m'n nek. Anna zei dat ik naar u moest gaan.

- Hoe lang voor zijn dood was dat? - Dat gesprek? Twee dagen.

- Waren jullie alleen? - Het restaurant was gesloten.

Soms liet ik hem op de bank slapen.

Ginette logeerde eens per maand in het hotel.

Zocht Marcellin haar dan op in haar kamer?

Niet dat ik weet.

- Probeerde hij je het bed in te krijgen? - Marcellin? Nooit.

En de anderen?

Allemaal. Maar Justin hield het in de gaten.

Ik moet nu maar weer naar beneden.

Bezit meer dan je nodig hebt zeg minder dan je weet

leen minder dan je hebt rijd meer paard dan je loopt

leer meer dan je gelooft riskeer minder dan je verdient

zeg nee tegen de drank en...

We zien elkaar weer, Ginette. We zien elkaar weer.

- Welterusten. - Ja, welterusten.

Welterusten.

Jojo, heb je een kop koffie voor me? Ik kom zo.

- Ook koffie, commissaris? - Graag.

Twee koffie.

Het wordt vandaag weer een warme dag.

- U kijkt blij. - Als je weet hoe het weer in Parijs is.

De boot. Hij vertrekt over vijf minuten.

- Is Justin er niet? - Hij koopt elke morgen vis in de haven.

- Hebt u M. Carrouge gezien? - Hij is weg.

Dag, commissaris. Inspecteur. Bedankt, Jojo.

- En Lachenal? - Die stapte net op de boot.

Het begint: gemakkelijk, onverzorgd... - O ja, de eilanditis.

De eerste symptomen.

- Mag ik misschien een thee? - Natuurlijk.

Als het de kogel niet was geweest, was het deze wijn wel.

- Hij begint me op m'n zenuwen te werken. - Ik weet niet veel...

Niet u, maar hij.

Doet hij ook onderzoek of zo?

Geef eens hier. En nu ga jij rennen, goed?

Je begint aan het eind van de ponton...

en je rent tot...

je rent tot waar het strand ophoudt.

- Welk spelletje speelt u eigenlijk? - Hetzelfde als u.

Ook al is het vreemd in de huid van een smeris te kruipen.

Wat heeft hij u gezegd, die kunstenaar?

Een vreemde snuiter, maar ik denk niet dat hij het is.

Ik vroeg niet naar de conclusies van 'commissaris' Carrouge.

Nee, commissaris is te veel eer. Hooguit inspecteur.

- Zit u nu achter moordenaars aan? - Mij interesseert vooral het motief.

- Het motief. - Ja, geld.

Als er ergens geld is, moet ik er wel achteraan.

Heeft Ginette u dingen toevertrouwd?

Ik weet zeker dat zij het werk van Marcellin komt afmaken.

Maar u weet niet welk werk.

Eerlijk oversteken, commissaris. Wat heeft Jojo u gisteravond gezegd?

- Vraag haar maar. - Ze moet niks van me hebben.

- Hebt u haar iets aangedaan? - Nee.

Ze wilde niet, dat is het juist.

En wat heeft Deferre er volgens u mee te maken?

Wat zal ik zeggen. Hij heeft geen cent te makken.

- Je moet nooit op uiterlijkheden afgaan. - Daar moeten we het niet zoeken.

Wilt u zeker zijn? Ga dan naar het vasteland.

Ik mag niet weg van Lachenal. Ik heb al wat geregeld.

- Even iets anders. - Ik wacht op een vriendin.

Kijk uit, Carrouge. Las Vegas kan heel goed zonder u.

Hallo? Ja, momentje.

Commissaris.

Het is inspecteur Lachenal.

- Belde Marcellin weleens vanuit hier? - Nee.

Hallo, Paul. Alles goed gegaan? Ja, het is een begrafenis.

Niks speciaals dus?

Kom dan maar samen met haar terug.

Philippe de Moricourt, Rue Jacob. Zoek alles uit wat je kunt vinden.

En Yann Deferre woonde volgens mij in Montparnasse, die schildersbuurt.

En bel naar Oostende voor Anna Janmaat. Haar vader is rechter.

Bel me dan op het postkantoor.

Heb je de kogel al? Mooi.

Vergeet het rapport van het lab niet. Tot kijk.

Boeiend, h�.

- Doet u dat bij iedereen? - 's Morgens niet, maar 's middags wel.

Dat is strafbaar. Ik kan u zo laten overplaatsen.

Ik doe dit echt niet voor m'n plezier, hoor.

De meeste mensen hebben elkaar niets te vertellen.

Ik wil een lijst met alle telefoontjes van afgelopen week.

- En alle telegrammen. - Vanochtend is er nog ��n verstuurd.

Ik wacht buiten wel.

Graag inlichtingen over Philippe de Moricourt...

Rue Jacob, Parijs.

Getekend, Carrouge.

- In zekere zin spreekt dat hem vrij. - Tenzij hij zich een alibi verschaft.

Hij denkt in elk geval wel logisch na.

Zucca, Zucca... Carrouge...

Marcellin.

Weet u wat voor nummer dat is?

Dat is van Ginette, in Les Sir�nes. C�lestine belt haar elke week.

- Ziet u wel? - Ja, twee dagen voor zijn dood.

- Was dat 's ochtends of 's middags? - 's Middags.

- Hebt u toen geluisterd? - Nee, ik had een klant.

Dat liegt u.

Het was mevrouw Galli, de vrouw van de burgemeester. Zo'n babbelkous.

- En hebt u niets gehoord? - Jawel. Het begin.

Marcellin vroeg Ginette een naam op te zoeken.

Toen Mme Galli weg was, hoorde ik alleen nog: gestorven in 1901.

- En verder? - Dat was alles.

Marcellin ging fluitend weg.

Zegt u het maar. Het is Parijs voor u.

Hallo, Roger. Nog altijd?

Wacht even.

Ja, zeg het maar.

Dag, commissaris.

- Is het goed gegaan? - Gelukkig was de inspecteur er.

Het is daar mooi weer.

- Een glaasje, juffrouw? - Nee, dank u wel.

Ach, u bent helemaal doorweekt.

Een glaasje, Ginette? Voor Marcellin.

Heren...

Kent u die vrouw die Carrouge bij zich heeft?

Z'n vaste vriendin. Hij heeft haar gisteren gebeld.

- Waren Marcellin en hij bevriend? - Niet echt.

Soms hield Marcellin z'n stopwatch vast. Carrouge rent elke dag.

Net als Zatopek.

- En Zucca? - Die pimpelde weleens met Marcellin.

Als C�lestine het goed vond.

- Proost, op Marcellin. - Proost.

- Ik ga me even omkleden. - Ik loop even mee.

Het deed me toch wel wat.

Volgens mij was hij hier gelukkig.

Ik weet niet of je me de waarheid hebt gezegd.

Helpt u me even?

Ik had je gevraagd...

waarom je hierheen was gekomen toen Marcellins lichaam werd gevonden.

- Daarop had ik toch antwoord gegeven? - Nee.

Denk wat u wilt, maar ik hield van Marcellin.

U hebt ook niks over het telefoontje gezegd op de avond v��r z'n dood.

- Je antwoordt niet. - Jawel.

Ik bedacht net dat ik u dat had moeten vertellen.

- Wat zei hij aan de telefoon? - Dat hij iets bijzonders had ontdekt.

Iets wat veel geld opleverde. Maar hij had nog niet besloten.

- Iets bijzonders? - Dat woord gebruikte hij.

En Carrouge? Heb je hem gezegd welke naam je opzocht?

Natuurlijk niet.

- Wie stierf er in 1901? - Een schilder die meisjes schilderde.

Ene Toulouse-Lautrec.

Jammer dat ik hem niet ken. Z'n doeken zijn nu goud waard.

- Heb je het aan Zucca verteld? - Wat?

Over dat bijzondere iets wat geld zou opleveren.

Waarom zou ik hem dat zeggen?

Dan kon hij afmaken wat Marcellin was begonnen.

- Dat konden ze het geld delen. - Delen? Ik weet wat dat voor mannen is.

Je hebt er anders wel oren naar.

Dat zeggen ze over vrouwen die hun toekomst willen veiligstellen.

Je had toch trouwplannen?

Als z'n moeder blijft leven en hij zich niet bedenkt.

Of jij.

Waarom zou ik me bedenken?

Een inspecteur doet onderzoek voor me in Parijs.

In mei 1950, toen Zucca van moord werd beschuldigd...

was hij dikke vrienden met Marcellin. Wist je dat?

Ik zat in het sanatorium.

Ze woonden in dezelfde straat in Nice.

Marcellin ronselde meisjes voor Les Sir�nes...

en Zucca beschermde hem.

Ze waren vrienden. Nou en?

Nou, ik denk dat er een vies zaakje speelt.

Ik zou me er maar verre van houden als ik jou was.

- Wilt u zitten? - Doe geen moeite.

- Worden uw vermoedens bewaarheid? - Ik vrees van wel.

- U ziet er niet vrolijk uit. - Is het partijtje afgelopen?

Het is tijd voor een pastis.

Het is hier inderdaad goed toeven.

Helaas kunnen we M. Pyke niet eeuwig houden.

- Als het aan mij zou liggen... - U bent.

Ik ga een stukje wandelen.

Ik haal u zo op om bij Mrs Wilcox en haar secretaris langs te gaan.

Tot straks.

Schaak.

En mat.

- Wachtte u al op me? - Ik wilde ons afspraakje niet missen.

- Schiet u al op met uw onderzoek? - Het is bijna klaar.

- Nog bedankt voor Jojo. Zonder haar... - Dus het ging toch over geld?

Geld is een belangrijke drijfveer. Voor goede en slechte dingen.

U lijkt Yann wel.

Je had me niet verteld dat Moricourt en hij elkaar al kenden.

Nee, maar u had het me ook niet gevraagd.

- Gaat u nu achter Yann aan? - Ik heb ook nieuws uit Oostende.

- Dat wil ik niet horen. - Je pa doet alles om je terug te vinden.

- Hebt u hem verteld waar ik was? - Ik verraad je niet.

- Goed, nu ga ik een duik nemen. - Anna...

Je moeder is drie maanden geleden overleden.

Overleden?

- Je moet naar huis, Anna. - Nee, ik moet naar Yann.

- Ik denk niet dat hij je nog kan helpen. - Hoezo? Wat gaat u met hem doen?

- Luister goed. - En ik vertrouwde u nog wel.

- We komen voor Mrs Wilcox. - Dat zal niet gaan.

Ik moet haar spreken.

We zijn van de politie.

- Wat denkt u te weten te komen? - Nu even niet.

- Ik wil alleen begrijpen... - Mijn aanpak? Die heb ik niet.

- We komen voor Mrs Wilcox. - Ze heeft vannacht slecht geslapen.

- Wat doet u? - Ik ga naar binnen, dat ziet u toch?

Sorry dat ik u stoor. U was vast aan het werk.

Mrs Wilcox vindt het niet leuk om wakker te worden gemaakt.

Goed. Dan wachten we tot ze wakker is.

- Hoe oud is uw moeder? - 55.

- En Mrs Wilcox? - Dat heb ik haar nooit gevraagd.

Schaamt u zich niet dat u profiteert van een vrouw die uw moeder kon zijn?

Ja, profiteert.

Dat u het bed deelt, interesseert me niet.

Commissaris?

Dit is inspecteur Pyke van Scotland Yard.

Kleed je even aan, Philippe.

Ik herinner me niet u te hebben uitgenodigd.

In mijn vak zijn we soms gedwongen bepaalde gedragsregels overtreden.

Dat geeft niet, regels zijn er om overtreden te worden.

Dat is m'n filosofie.

En die pas ik graag op elk moment van m'n leven toe.

- U kent Yann Deferre? - Een verdienstelijke jongen.

Anna is heel aardig. Ze zoekt me hier weleens op.

Wist u dat hij de beste schilder van zijn generatie kon zijn als hij wou?

Wat fascinerend.

Hij heeft zelfs ge�xposeerd in een galerie aan de Rue de Seine.

- Heeft uw secretaris u dat niet verteld? - Ik dacht dat ze elkaar van hier kenden.

Hij heeft zelfs de catalogus van de expositie gemaakt.

Deferre leidde destijds een losbandig leven.

Er zouden zelfs orgie�n plaatsvinden op z'n boot.

Op dat kleine bootje?

Op die expositie verkocht hij niks. Hij werd woest en verbrandde al z'n doeken.

Daarna verdween hij spoorloos, met Anna.

Bent u hier gekomen om me over het leven van M. Deferre te vertellen?

- Interesseert u dat niet? - Ik ben blij dat hij goede kritieken krijgt.

Ik heb pas nog een portret van Anna van hem gekocht.

Heel geslaagd.

- Mag ik het zien? - Met alle plezier.

Goed getroffen. Behalve haar blik.

- U spreekt goed Frans. - M'n nanny kwam uit Zwitserland.

Was uw secretaris bij u, toen u op de avond van de moord het hotel verliet?

- Is dit een verhoor? - Een gesprek.

U doet toch onderzoek naar de moord op Marcellin?

Waarom zit u Philippe zo op de huid?

Het gaat me niet om uw secretaris, maar om z'n tijdschema.

Niet liegen, commissaris.

- Echt, uw priv�leven interesseert me niet. - Toch kunt u er veel van leren.

Ik kon inderdaad z'n moeder zijn.

Denkt u echt dat hij van mij profiteert?

Ja.

U bent heel hoffelijk, commissaris. Een echte heer.

Maar maakt u zich niet ongerust.

Ik heb Philippe als secretaris aangenomen.

Als ik van hem af wil, hoef ik hem alleen maar te ontslaan.

Maar dat doe ik niet.

Ik heb alles achtergelaten. M'n land, m'n familie...

en hypocrieten die nergens iets van begrijpen.

Dat deed ik om vrij te zijn om de rest van m'n leven te leiden zoals ik dat wil.

En met wie ik dat wil.

Nu ben ik gelukkig.

Binnenkort ben ik een oude dame, maar ik heb nergens spijt van.

Mevrouw Wilcox, ik ben hier niet om over u te oordelen.

Wat wilt u weten?

Was uw secretaris bij u toen u die avond het hotel verliet?

Zaten Anna en Deferre nog aan hun tafeltje?

Ik weet het niet. Volgens mij waren ze toen al weg.

U verdenkt ze toch niet, hoop ik?

Koopt u vaak schilderijen?

Ja, al jaren. Ik heb een mooie collectie.

Hier? Nee, in m'n villa in Fiesole.

Dit is m'n zomerverblijf.

- Italiaanse schilders? - Nee, moderner.

- Renoir, C�zanne... - Ik heb een heel mooie Renoir.

- Manet? - Een tekening van Degas.

Een danseres.

- Toulouse-Lautrec? - Daar heb ik er pas een van gekocht.

Wanneer precies?

Wanneer zijn we aan de kust geweest om 't te verzenden, Philippe?

Dat weet ik niet meer precies.

De dag voor de moord of de dag daarvoor?

Ik geloof de dag daarvoor.

Had u dat op het eiland gevonden?

Philippe heeft hem voor mij op het vasteland gekocht.

Van wie?

Van ��n van z'n vrienden die dringend geld nodig had.

Hoe heet hij?

Geef nou antwoord, Philippe.

Het spijt me, maar ik moet deze jongeman meenemen.

- Ik begrijp het niet. - Kom, we gaan.

- Heeft u een bevel? - Dat hoeft niet, ik arresteer u niet.

- Waarom moet hij dan mee? - Dan kunnen we rustig praten.

Of wilt u hier de rest vertellen?

Inspecteur?

Ik zweer u dat hij hem niet heeft vermoord.

We sliepen in dezelfde kamer.

In hetzelfde bed, begrijpt u?

Het spijt me.

- Dat lijkt wel een nieuwe. - Weer een verhoor.

De moordenaar bekent toch nooit. Die pakken ze zomaar niet.

- Deferre? - Niet weg geweest.

Hij wilde het wel, maar zag dat ik hem in de gaten had.

- Wat zal ik doen? - Zitten en wachten.

- Kan ik iets voor u betekenen? - Een koffie, graag.

- Het was jouw idee, dat valse schilderij? - U tutoyeert me.

Mevrouw Wilcox was in je ban.

Toch?

Zij kocht toch veel schilderijen, dus dit zou helemaal niet opvallen.

Ik begrijp er niets van.

Je had een vervalser nodig. Liet je daarom Deferre komen?

Die kende ik amper.

Maar hij nam Anna mee.

En Anna raakte dol op Marcellin.

Op een dag zag Marcellin dat Deferre een Toulouse-Lautrec schilderde.

Toen hij hetzelfde schilderij in de villa zag...

en Mme Wilcox zei dat ze hem pas had gekocht...

begonnen de problemen.

Hij begreep het maar niet.

Hij kende Toulouse-Lautrec niet.

Dus belde hij een vriendin om een beter idee te krijgen van de prijs.

Toen wist hij het zeker en is hij begonnen u te chanteren.

En daarom zou ik hem hebben vermoord?

Noem me maar een gigolo.

Maar mijn eerlijkheid mag u niet te grabbel gooien.

Mme de Quinville, zegt die naam je iets?

Een oude dame die je een originele uitgave van Les Mis�rables gaf...

om 'm te verkopen?

Ze heeft nooit meer iets van je gehoord.

Dat was een misverstand. Ze heeft haar aanklacht al ingetrokken.

Je weet wel hoe je om moet gaan met oude dametjes.

Goed, ik was oneerlijk tegenover Mme Quinville...

maar om te zeggen dat ik Marcellin heb vermoord...

Je hebt een alibi, ik weet het.

Paul, kom even met M. Deferre hierheen.

Weet u wat we doen? We halen die Toulouse-Lautrec op uit de villa.

Kunt u een echte van een vervalsing onderscheiden?

De deskundigen bij de rechtbank wel.

U heeft absoluut talent. Daar wordt veel over gepraat.

Zoete wraak op uw tijdgenoten, die uw werk niet begrijpen.

Wat m'n tijdgenoten denken, kan me niet schelen.

U wilt me nog steeds niet zeggen wat u met die P38 hebt gedaan?

Maakt niet uit.

Hou ze hier. Ik ga naar Parijs.

- Hoe lang moeten we hier blijven? - Tot de politie jullie bekentenis afneemt.

Maar ik heb niets te bekennen.

Hij praat niet, dat ligt in z'n aard. Maar jij gaat wel praten.

- U bent zeker van uw zaak. - Je bent een amateur, Deferre.

Je had die avond een afspraak met Marcellin.

Hij zei mij te kennen om jou te dwingen te betalen.

Je werd bang.

Je hebt hem gewoon vermoord.

En je hebt de brief vergeten waardoor ik van de moord hoorde.

Je bent een amateur, Deferre. En je hulpje is een lafaard.

Ik was bij Anna die avond.

Ik denk niet dat ze dat zal bevestigen als ze dit hoort.

Ze houdt van me.

En jij?

Dat gaat u niets aan.

Iemand die niet van zichzelf houdt, kan ook niet van anderen houden.

Als zij het maar gelooft.

Ze is jong, ze zal je snel vergeten.

- Bent u niet teleurgesteld? - Hoezo?

U kwam hier mijn aanpak bestuderen en heeft nu gezien dat die er niet is.

Dat zie ik echt heel anders.

U hebt wel een aanpak, en die zal ik met trots uitleggen aan m'n collega's.

Hou je daaraan vast. Ga daar zitten. Kijk uit.

Pas op, h�.

Als je wilt, geef ik je ze morgen.

Je zult zien, dan bijten ze wel.

- Iets gevangen? - Een paar jonkervissen.

- U ook, geloof ik. Gefeliciteerd. - Feliciteer m'n neef liever.

- Uw neef? - Inspecteur Lachenal.

- Had hij ze door? - Dat niet alleen.

Door hem heb ik het moordwapen gevonden.

- Gefeliciteerd, inspecteur. - U bent vast blij. U mocht Marcellin wel.

- Ik kende hem eigenlijk amper. - U gaf hem wel af en toe geld.

- Mensen moeten geen honger lijden. - Zeker niet als ze je gered hebben.

Pardon?

- U wist zeker niet dat hij uw revolver had. - Ik begrijp het niet.

Ik heb de kogels vergeleken van de zaak in Nice en hier.

Ze komen uit hetzelfde wapen.

Ik ben vrijgesproken. Ik weet van niets.

Met die P38 heb je acht jaar geleden je rivaal vermoord.

Hij heeft je van de dood gered door dat wapen mee te nemen.

- Je gaf hem geld zodat hij zou zwijgen. - Misschien heeft hij wel geschoten.

Het slachtoffer in Les Sir�nes bezat twee bordelen.

Na z'n dood erfden je moeder en jij die, met de meisjes erbij.

Jij had een motief, Marcellin niet.

Marcellin ging met jouw wapen naar z'n afspraak met Deferre.

Het gesprek verliep niet naar wens, Deferre kreeg de P38 te pakken...

- en zo is het gebeurd. - U hebt het moordwapen niet eens.

Bewaar dat maar voor de rechtbank. Om de jury te overtuigen.

Roep de politie terug.

Werk je bij de Franse politie altijd met je familie?

Bij de Britse niet?

Als ik m'n collega's vertel hoe u twee zaken tegelijk oploste...

roem is als een cirkel in het water die groter en groter wordt

totdat hij zo groot is geworden dat hij in het niets verdwijnt

Zijn alle mannen zoals hij?

In mijn beroep kom je zelden lieverdjes tegen.

U geeft geen antwoord op m'n vraag.

Je vader is vast een fantastische man.

Als u een keer in Oostende komt, belt u dan?

Ik weet zeker dat u goed met hem overweg kunt.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.