Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Geen cowboytje spelen. Het is niet de bende van Bonnot.
Verdomme.
- Wat doen we? - Eropaf. We dekken je.
Rustig aan.
- We hebben niks gedaan, schoften. - In de wagen met ze.
Kijk uit voor dat kreng hier. Ze steekt en bijt.
Opschieten, heren.
- Lastig, die zwervers. - Ja, en smerig.
Ga hun verklaringen opnemen.
Kan het hier opgeruimd worden?
Ik kom net aan, hoofdcommissaris. Nu meteen?
Kan het over vijf minuten? Nee? Tot zo dan.
We hebben de zwervers opgepakt. Het leken wel commando's.
Mooi zo. Daar hebben we het nog wel over.
- U kent procureur Raynouard? - Jazeker.
- Ga uw gang. - Ik zal het kort houden, Maigret.
Gisteren kwam ik aan een diner een dierbare vriend tegen.
- Meester Parendon. - De advocaat?
Inderdaad. Hij liet me een anonieme brief zien die hij had ontvangen.
Hij beschouwt het als een grap...
maar ik vind die brief verontrustend, bedreigend.
Ik vraag u om bij wijze van gunst Mr. Parendon op te zoeken...
om deze zaak op te helderen. Ik heb om half ��n een afspraak geregeld.
- Voor wie? - Voor u.
- Hoe laat is het? - 12 uur.
U begrijpt dat dit niets te maken heeft met de zwervers.
Fijn dat u het zegt.
Paul, zoek even het adres van Mr. Parendon op.
Je gaat mee. Daar zul je je niet gauw vies maken.
- Doet dit je aan iets denken? - De zwervers.
- Met wat kleine verschillen. - Wat kleine verschillen inderdaad.
Ik ga naar boven. Neem jij hier ondertussen de temperatuur op.
- Hij is splinternieuw. - Nee, uit 1940.
Uit de oorlog?
Ja, de Duitsers maakten tanks, de Engelsen luxe-auto's.
En zij wonnen de oorlog. De Engelsen hebben altijd gelijk.
Wilt u mij volgen, commissaris.
- Meneer. - Juffrouw.
- Meneer Maigret. - Dank je. Komt u verder.
Gaat u daar zitten. Ik hoor soms een beetje slecht.
Ik ben blij dat u er bent. Ik bewonder uw methoden.
Mag ik vragen op welke leeftijd u de mens begon te begrijpen?
- Daarmee bedoel ik de misdadigers. - Ik weet niet of ik ze wel begrijp.
- Zeker wel. - Neem nou deze brief...
Ik weet de strekking niet eens meer. Ga uw gang.
Gooi deze brief niet meteen weg.
Het is geen grap of het werk van een maniak.
Er zal binnen elke dagen een moord worden gepleegd.
Door iemand die ik ken of door mijzelf.
Ik schrijf u niet om het te voorkomen, het is onontkoombaar.
Iedereen bij u is in gevaar en is een gevaar. Wees op uw hoede.
Ik weet niet of ik nog eens schrijf. Ik ben bezorgd.
Sommige besluiten zijn moeilijk. Aan de goede verstaander, gegroet.
Onschuldige grap of gevaarlijke gek. Ik laat het handschrift analyseren.
Het handschrift ken ik niet. Het papier wel.
Chiffonpapier uit Brugge, met korenschoofwatermerk.
Het briefhoofd is weggeknipt.
U heeft verstand van papier.
We gebruikten dit papier lange tijd op m'n oude kantoor.
- Dat verandert de zaak. - Denkt u?
Het is iemand die hier is geweest of hier woont.
- De brief is per post gekomen. - Dat zegt niets.
Ziet u die rode boeken daar? Henri Ey, L�vy-Valenti, dr. Maxwell...
Lagache, Ruyssen, Genil-Perrin.
Ja, ze staan er allemaal. Mijn obsessie. Mijn obsessie is artikel 64.
Er is misdaad noch vergrijp...
als de verdachte ten tijde van de daad krankzinnig was.
Of indien hij werd gedreven door een onweerstaanbare kracht.
- Wat vindt u daarvan? - Niets, ik ben geen magistraat.
Kunt u de verantwoordelijkheid van een verdachte vaststellen?
Zelden.
Onder ons gezegd, waanzin bestaat niet. Of we zijn allemaal gek.
Mooi gezegd.
- Rookt u geen pijp? - Te veel, zegt mevrouw Maigret.
Ga gerust uw gang.
Weet u een reden waarom iemand die brief zou schrijven?
Ik zou niet weten waarom of wie.
- Wonen hier veel mensen? - Veel? Nee, helemaal niet.
M'n vrouw en ik natuurlijk. Aparte slaapkamers.
M'n vrouw gaat laat naar bed en staat laat op en ik juist vroeg.
Dan is er m'n dochter die we Bambi noemen sinds ze klein was.
M'n zoon Jacques die zich Gus noemt, god mag weten waarom.
En qua dienstpersoneel, zoals m'n vrouw dat noemt...
Ferdinand de butler...
Lise de huishoudster, die hier woont.
En verder m'n secretaresse, juffrouw Vague.
Zo heet ze echt, Vague.
Om me te helpen op kantoor, de ambitieuze advocaat Ren� Tortu...
en een jonge stagiair die toneelschrijver wil worden.
U zou bij hen kunnen navragen over het papier.
Verder nog de chauffeur en de bewaker...
die hier alleen komen om de talloze aankopen van m'n vrouw te brengen.
O ja, ik vergeet bijna degene dankzij wie dit wereldje draait.
M'n schoonvader, de eerste president Gassin de Beaulieu.
Na z'n dood heb ik m'n voeten in zijn hermelijnen pantoffels gestoken.
Die zaten erg lekker.
Alles was van hem: vermogen, huis, landgoed in de Vend�e...
het bos van Vouvant. Alles.
Behalve m'n boeken, de meubels in m'n kamer, m'n kantoor.
Maar meer heeft een zakenadvocaat niet nodig.
- Achter de zaken staan mensen. - Ja, maar die laten me koud.
Ik hou me liever bezig met de ellende van 'de kleine man'.
Dat strekt u tot eer.
Als u me toestaat, ga ik wat vragen stellen over deze brief.
Juffrouw Vague, wil je Ferdinand vragen...
de commissaris naar het kantoor te brengen?
Ik wacht beneden op u. De gasten uitlaten behoort tot mijn taken.
Nee, dat heb ik de eerste keer al gezegd.
Meneer, probeer me te begrijpen...
Commissaris Maigret. Ik kom net bij Mr. Parendon vandaan.
Zegt deze papiersoort u iets?
Jazeker. Zulk papier zal een toekomstige klassieker bevatten:
De lente van de patriarch.
- Dat bent u aan het schrijven? - Als ik tijd heb.
Maar u laat het briefhoofd eraan.
Ja, ik ga het manuscript cadeau doen aan Mr. Parendon.
- Ik heb het niet gebruikt. - Nooit?
- Mag ik vragen voor wie u hier bent? - Maakt u zich zorgen?
Men zegt dat je tegen de politie eerlijk moet zijn.
- Mooi zo. Wie zegt dat? - In de gevangenis.
- Heeft u daar gezeten? - Als militair in Afrika.
Bij het vreemdelingenlegioen.
- U bent Fransman? - Belg.
- Ik beging wat stommiteiten. - En nu?
Ik werk al acht jaar voor Parendon. Hij heeft zich nooit beklaagd.
- Behandelt hij u goed? - Hij is een fantastisch mens.
- En mevrouw? - Om eerlijk te zijn, een rotwijf.
Ze bemoeit zich overal mee en klaagt over alles.
- En de anderen? Lise? - Lief en niet te wild.
- De kokkin? - Mevrouw Vauquin.
Een oud wijf, zuinig met de wijn.
Getrouwd met een zuiplap die haar elke week slaat.
- Juffrouw Bambi. - Trots noch aanstellerig.
- Een moeilijk karakter. - En haar broer?
Gus. Het hoofd in de muziek en de voeten niet op de aarde.
- En juffrouw Vague? - Erg vaag, als u snapt wat ik bedoel.
Tot morgen.
Zijn er wapens in huis?
Twee jachtgeweren van mevrouw. Ze staan bij de golfclubs.
En een kleine Herstal 6.33.
Daarmee moet je van heel dichtbij schieten.
En Mr. Parendon?
Hij heeft een Colt.38 gehad. Maar ik heb nooit munitie gezien.
Zo'n wit wijntje maakt dorstig. Nee, we gaan eten.
De Petit Chaudron.
- Ze hebben heerlijke kalfszwezerik. - Weet ik, de beste van Parijs.
- En als het een grap is? - Van wie?
Geen idee. Een boze werknemer, de kinderen, voor de lol...
Parendon kan het zelf hebben gedaan voor wat leven in de brouwerij.
- En de secretaresse? - Ze zou 'n mooie onheilbrengster zijn.
Met twee engelenvleugels.
- De moeder? - Voorlopig nog onbekend.
Dus alleen een dreigement. Geen lijk, moordenaar of motief.
Banaler kan het niet.
Misschien zullen we alles zelf moeten doen.
- Gaan we terug naar het bureau? - Heb jij zin?
- De plicht roept. - Ach, plicht...
Die troep van vanmorgen was genoeg voor ��n dag.
- De bioscoop? - Om deze tijd?
- Ze draaien Quai des Orf�vres. - Quai des Orf�vres? Ben je gek?
- Ik heb hem nog niet gezien. - Je ziet hem morgen.
- Zonder Louis Jouvet. - Maar met mij, dat is echter.
Lees dat eens.
Het was dom van u om zo snel naar Mr. Parendon te gaan.
De misdaad kan nu gauw plaatsvinden, deels door uw schuld.
Dacht u in ��n middag geheimen te ontdekken?
Misschien kan uw intu�tie het ergste voorkomen, maar ik denk het niet.
- Dat is geen film. - Het lijkt nu minder een grap.
- Gaan we? - Ik ga.
Jij doet de lopende zaken met Calvi. Ik bel je.
Natuurlijk, meneer.
Of u een kwartiertje wilt wachten. Zal ik u naar de salon brengen?
- Kan ik hier wachten? - Natuurlijk.
- Stoort het u als ik ga typen? - Ja. Weet u waarom ik hier ben?
Ik weet alleen dat we uw vragen moeten beantwoorden...
zelfs als ze indiscreet lijken.
- Moet ik dat lezen? - Alstublieft.
Wat moet ik zeggen?
Als men hoort dat in een huis een misdaad zal plaatsvinden...
Dat kan in elk huis gebeuren.
V��r iemand misdadiger wordt, zal hij zich vast gedragen als ieder ander.
Anders zouden we alle toekomstige moordenaars aanhouden, inderdaad.
Mr. Parendon liet me de brief aan hem lezen. Die van u klinkt dreigender.
Dat vind ik ook.
Uw nietmachine, ik ben eraan gehecht geraakt.
Ik zal hem nooit meer lenen, ik beloof het.
- Bambi? - Inderdaad.
- Is haar broer een grappenmaker? - Gus? Integendeel.
Intelligent maar gesloten.
Altijd de beste van de klas, maar hij leert nooit.
- Hij is dol op muziek. - Modern of klassiek?
Allebei.
Hoe is zijn verhouding met z'n vader?
Hij bewondert hem, op een liefhebbende manier.
- Maakt hij u het hof? - Dat niet.
Toen ik drie jaar geleden kwam, voelde ik dat hij fantaseerde.
- Over u? - Nee, vooral over m'n benen.
- En fantaseerde meneer Baud ook? - Nee, de andere.
Meester Tortu?
Maar op ��n keer na is er nooit iets gebeurd.
Op ��n keer na?
Na de film wilde hij met me mee naar huis.
Ik gruw ervan een man binnen te laten.
Daarom liep ik mee naar zijn huis, Rue des Saules.
- Maar dat werd niks? - Nee, kwestie van voorkeur.
We zijn goede vrienden gebleven.
Ik heb mevrouw Parendon nog niet ontmoet.
Toch is ze overal. Ze gaat vaak uit, maar je weet nooit waar ze is.
Met die tapijten hoor je niks. De deur gaat open en daar is ze.
- Is ze nieuwsgierig? - Of verstrooid.
Tenzij het een manie is.
Ze is heel aardig voor iedereen. Op haar eigen manier.
- U mag haar niet? - Ik zou haar niet als vriendin kiezen.
- Is meneer Maigret er nog? - Jawel, meester.
- Goedendag, meester. - Kom binnen, meneer Maigret.
De misdaad kan nu gauw plaatsvinden, deels door uw schuld.
Gelooft u erin?
- En u? - Ik weet het niet meer.
Eerst vatte ik het nogal licht op. Gemene, na�eve wrok.
Maar jegens wie?
Mij, m'n vrouw, iemand hier in huis.
- Heeft u met uw vrouw gesproken? - Ik moest wel.
U had kunnen zeggen dat ik hier beroepsmatig was.
Zou uw vrouw zo'n verklaring accepteren?
- Mijn vrouw stelt nooit vragen. - U boft maar. De mijne wel.
- Hoe reageerde ze? - Ze denkt aan het personeel.
Zoals altijd als er iets misgaat in huis.
Maar niemand van hen zou zulke zinnen schrijven, zulke woorden.
- Stoor ik? - Helemaal niet, liefste.
Dit is commissaris Maigret.
Gaat u toch zitten.
Ik eet vanavond niet hier. En ik kom niet voor 8 uur thuis.
Maar je kunt vanaf 7 uur bij Hortense komen als je wilt.
Meneer Maigret, het was een genoegen om u te ontmoeten.
U bent een bijzonder interessante man.
Hoorde u dat? U bent een bijzonder interessante man. Ze is woedend.
U zei niets over haar kleding, haar kapsel, haar jeugdigheid.
U had haar moeten aanzien voor m'n dochter.
Mag ik?
Vindt u het goed als ik wat rondloop en iedereen wat vragen stel?
Doe of u thuis bent.
Met iedereen bedoel ik uw vrouw, uw kinderen en uw werknemers.
Natuurlijk, op voorwaarde dat u af en toe met mij komt kletsen.
Om me gerust te stellen.
Ik was al begonnen met uw secretaresse.
- Wat vindt u van haar? - Intelligent, spontaan, verstandig.
En heel knap.
Ze is me heel dierbaar.
Tot later.
Juffrouw Vague, heeft u niet iets verzwegen...
over uw relatie met Mr. Parendon?
Ik ben z'n secretaresse... priv�.
- Slaapt u met hem? - In zekere zin, ja.
We bedrijven de liefde, maar altijd gehaast.
Slapen is niet het juiste woord. We slapen nooit bij elkaar.
- Weet mevrouw Parendon het? - Vast wel.
Waarom? Heeft ze u betrapt met haar man?
Ik weet het niet zeker, maar omdat ze altijd opeens geruisloos komt...
En ze kijkt dwars door me heen.
- En hun zoon Gus, weet hij het? - Ja.
- Heeft u er met hem over gesproken? - Nee.
Maar hij gedraagt zich anders. Heel anders.
Bijna alsof hij me niet vertrouwt.
- Ik hoef niet met u mee te lopen? - Nee.
Ik heb toestemming om iedereen lastig te vallen.
Mevrouw zei dat ze over vijf minuten weg moet.
Ik zal er geen misbruik van maken.
Het spijt me dat ik u in m'n hok ontvang. Alleen hier kan ik ongestoord praten.
Gaat u zitten.
Ik ben jaloers dat u dat meisje Vague liet voorgaan.
Ik durfde niet goed...
Ze zeiden zeker dat ik laat opsta en wat rondhang. Dat is waar.
Ik ben heel actief, meneer Maigret. En ik begin m'n dag heel vroeg.
Ik moet alles regelen in dit krot. Leveranciers, onderhoud, personeel.
Ook de kinderen vergen tijd, al zijn ze nu groot.
En dan de goede doelen... U heeft het zeker ook erg druk?
Ach, ik ben maar ambtenaar.
En ik moet niet alleen dit onderhouden. Het landgoed, het jachtterrein.
Neven, nichten, ooms en tantes. Begrijpt u wel?
En het bezit moet niet alleen worden onderhouden.
Het moet vrucht dragen voor degenen die na ons komen.
- Maar dat zult u niet begrijpen. - Ik vrees van niet.
U heeft gevoel voor humor.
Wat vond u van m'n man?
Hij is een bijzonder intelligent man, en uiterst gevoelig.
Overdreven gevoelig misschien? Ik zit over hem in.
Het is een man die lijdt. Vindt u dat normaal?
In welk opzicht?
Vergeef me, maar ik krijg de indruk dat u het niet wilt begrijpen.
Wat begrijpen?
Dat ik me al bijna 20 jaar inspan om hem te beschermen...
hem gelukkig te maken, een gezinsleven te geven.
Die brief waarover hij het had, ik weet niet wie die schreef...
- maar hij weerspiegelt m'n bezorgdheid. - Zo erg?
Er heerst angst in dit huis. En die angst voel ik het ergst.
- Waarom? - Omdat ik het slachtoffer zal zijn.
Ik denk vaak dat hij me haat.
Omdat ik hem verstik, ik en de last van m'n familie.
Denkt u dat hij een eenvoudiger leven had gewild?
Een minder schitterende vrouw, in sociaal opzicht?
- Misschien. - Zoals juffrouw Vague?
- Ik heb ze een jaar geleden verrast. - In het kantoor?
Het was walgelijk.
- Bedriegt u hem? - In onze familie doet men dat niet.
Neem me niet kwalijk, daarbuiten is het heel gangbaar.
Kunt u wat duidelijker zeggen waarvoor u bang bent?
Dat iemand u vermoordt? Dat hij zelfmoord pleegt?
Ik vrees vooral dat onze familienaam wordt bezoedeld.
Dat zou jammer zijn.
Ik kan uw huis laten bewaken door een van m'n inspecteurs.
Wat een bespottelijk idee. Kome wat komen moet.
Waarom geen agent in m'n bed?
- Zoekt u iemand? - Nee, ik zoek de keuken.
Een beetje dorst.
Water? Heeft u niet liever een wit wijntje?
- Waarom niet. - Gaat u hier maar zitten.
- De muscadet? Die is lekker. - Gereserveerd voor de politie.
- Om te toosten. - Ik vertrouw hem niet.
Hij wordt vast net zo agressief als m'n man.
- Zou u een hapje gratin lusten? - Waarom niet?
Dat kikkert me op.
- Kan ik hier opbellen? - Daar staat een toestel.
- Zal ik voor u opscheppen? - Ja.
- Hoe gaat het daar? - Soms goed, soms slecht.
- Kent u de hele familie al? - Bijna. Ik heb mevrouw ontmoet.
- Is ze mooi? - Ik heb niet gekeken.
Wel geluisterd. Je kunt beter arm en ziek zijn dan rijk en gezond.
Met al die mensen hier heb ik je nodig. Nu direct, ja.
- Gaan we niet lunchen? - Geen tijd. Pak een broodje.
En haal je voeten van m'n bureau.
Dat ruikt goed.
Ik lunch altijd licht. Anders voel ik me opgeblazen.
En waar eten de kinderen?
Waar het ze uitkomt. Ik heb ze vandaag niet horen weggaan.
Waar zijn hun kamers?
Ga naar de deur van mevrouw. Dan hoort u muziek.
Die wordt steeds harder. En als hij oorverdovend wordt...
- vindt u links Gus en rechts Bambi. - Eet smakelijk.
Het is voor mij.
Ferdinand zal je naar de assistenten brengen.
Hoor ze uit. Een ervan is een grappenmaker...
- Wie? - Dat mag jij uitzoeken.
Ik hou me bezig met 't nageslacht.
Neem me niet kwalijk. Ik verwachtte niemand.
- Wilt u een stoel? - Nee, ik blijf niet lang.
U weet van de dreigbrief die uw vader heeft gekregen?
Ja, we komen elkaar weleens tegen.
- Heeft u hem gelezen? - Nee, hij vertelde het.
Wat denkt u? Grappenmaker of gek?
- Jullie smerissen zijn grappig. - Alles behalve dat.
Misschien is het iemand die wil waarschuwen. Uit vriendschap of zo.
Vreemde vriendschap. Heeft u geen idee?
Nee.
- Hij heeft geen vrienden? - Geen idee.
Die maak je niet gauw in zijn beroep.
Altijd werken terwijl mama bridge speelt en cocktails drinkt.
- Neemt u het hen kwalijk? - Niet hen.
- Wie dan? - De hypocrisie van hun leven.
Wat m'n moeder 'traditie' noemt. Traditie is steeds meer geld vergaren.
Daar profiteert u toch van?
Jawel, maar het maakt me niet per se gelukkig.
- Vlucht u daarom in de muziek? - Onder andere, ja.
- En waar vlucht uw vader in? - In de armen van een sirene.
Misschien niet de beste oplossing, maar...
- Vooral als ze mooie benen heeft. - Sirenes hebben geen benen.
Dat is waar.
Ik laat u alleen met Brahms.
We spreken elkaar later nog wel.
- Kunt u overweg met Mr. Parendon? - Ik zie hem niet vaak.
Ik plak postzegels, doe boodschappen, bind pakketten dicht.
Soms tikt hij me op m'n schouder en zegt: Gaat het, jongeman?
Stel u voor. Als ik sta, moet hij een krukje pakken om bij me te kunnen.
En juffrouw Vague?
Ook zij staat aan de andere kant. De kant van de bazen.
- Wat bedoelt u? - Wat ik zeg.
- En Tortu? - Op de rechtbank. Hij pleit.
- Is hij goed? - Hij praat veel. Dat is genoeg.
Hij doet denken aan een gier die wacht bij een kadaver.
- Wie is het kadaver? - Raad eens.
- Parendon? - Precies.
De piramides zijn maar een stukje van de Egyptische cultuur...
uit de tijd van slechts drie farao's van de vierde dynastie:
Cheops, Chephren, Mykerinos.
Het Egypte van de farao's heeft 3000 jaar bestaan.
Mooi om bezeten te zijn van de Oudheid.
Het kan geen kwaad. Ik hou ook van jazz, dansen en uitgaan.
Ik heb veel kleren, ga graag winkelen en ben dol op flirten.
- U bent tenminste tevreden. - Komt u bij Gus vandaan?
Hij zeult z'n familieomstandigheden mee zoals 'n straatveger z'n bezem.
En hij schaamt zich.
Zou hij in staat zijn die brief te schrijven?
- Waarom niet. Maar het is niet z'n stijl. - Meer die van u?
Wie weet. Nee. Ik zou er geen lol aan hebben.
Als ik papa iets wil zeggen, ga ik naar hem toe.
Ziet u deze Boeddha? Van hem gekregen toen ik 20 werd.
Een echte. Hij is prachtig, h�?
- En stil. - Hij praat alleen tegen mij.
Wat vertelt hij u? De zorgen van uw vader...
de obsessies van uw moeder, de hoop van juffrouw Vagues?
Nee, hij zegt me op m'n hoede te zijn voor alles en iedereen.
En m'n eigen leven te leiden en me niet met anderen te bemoeien.
- Ik zoek u al een uur. - Wat hadden ze te zeggen?
Alleen de lolbroek was er. Hij praatte over de andere.
Ze zijn er allebei toe in staat.
En de kinderen?
Zij is extravert en gelukkig, een beetje t�...
en hij voelt zich opgesloten in z'n rol. Wie weet waartoe ze in staat zijn.
Je gaat ze in de gaten houden.
- Met wie begin ik? - Kies maar.
Is ze mooi?
- Meneer Maigret is er. - Komt u verder.
- Zou een glaasje armagnac u smaken? - Ik drink weinig.
Daarom juist.
Dank u.
- U kent nu de hele familie. - Inderdaad.
- Wat vindt u? - Heel bijzonder.
De armagnac, ja. Maar de familie?
In m'n werk heb ik geleerd dat iedereen interessant is...
- ieder in z'n eigen categorie. - Ja, daar heeft u gelijk in.
M'n vrouw is een zwaargewicht, m'n zoon een middengewicht...
en m'n dochter Bambi een vedergewicht.
En juffrouw Vague? Een lichtgewicht?
Superlicht.
Heeft u inmiddels iets interessants ontdekt?
Niets met zekerheid.
Het is lastig om onderzoek te doen naar iets wat nog niet gebeurd is...
en een man te zoeken die op z'n minst verward is.
Terug bij artikel 64.
Gedreven door een onweerstaanbare kracht.
U weet waartoe dat kan leiden.
U zit daar, ik pak een mes en steek het recht in uw hart.
En ik zeg dat 't een onweerstaanbare kracht was. Ik ben onschuldig.
U bent ook onschuldig. U heeft me niet doodgestoken.
- Natuurlijk. - U heeft artikel 64 niet nodig.
In mijn vak moet ik ook vaststellen of er een misdadige daad is...
- en of dat al of niet beredeneerd is. - Het is een dunne lijn.
Daarom hebben we artsen.
Psychiaters. Er zijn er niet twee die hetzelfde zeggen.
Ik probeer ze zo min mogelijk te lezen.
- Waar zal meneer vanavond dineren? - Hier, om 7 uur.
Nee, wacht. Zou u een eenvoudig hapje willen mee-eten?
Gedreven door een onweerstaanbare kracht. Met plezier.
Normaal gesproken gaat mevrouw als eerste weg.
Wat heb ik u gezegd?
- Waar gaat ze heen? - Dinsdag, bridgen in het Grand H�tel.
Beseft u hoeveel juwelen ze draagt om te gaan kaarten?
Ja, dat besef ik.
- Betaalt ze u goed? - Laat ik me niet kwaad maken.
Robert, kun je een taxi bellen?
- Wat bent u? - Een soort diender.
- Net als die grote? - Hij is commissaris, ik ben inspecteur.
- Is dat een lange weg? - Een goed onderzoek kan helpen.
- En is dit een goed onderzoek? - Dat zal moeten blijken.
- Uw taxi komt er aan. - Dank je. Succes.
Goed, ik ga ook maar.
Is hij ook bij jou geweest? Sympathiek h�, de grote politieman?
Het verbaasde me dat hij Brahms kent.
- Wat gebeurt er bij ons? - Ik weet niet meer dan jij.
Heeft mama niks gezegd?
Die zegt nooit iets. Tenminste niets belangrijks.
- En papa? - Die zie jij vaker dan ik.
- Heb je me echt niks te zeggen? - Waarover?
- Brieven. - Leuk, hoor. Ik krijg wat van je.
Charmant. Zeg jij vandaag niks?
Nee, ik wil niet dat ze iets stoms zegt.
Je bent walgelijk. Tegen mama, tegen mij en tegen je vriendin.
En ik stuur anonieme brieven. Dat denk je, h�?
Ik denk niks. Je verveelt me. Ik voel met je mee.
- Dus je houdt van muziek? - Hoezo?
- Muzikale politie. - Waar gaat ze heen?
- Interesseert ze je? - Ik doe m'n werk.
Ik zag je vanmiddag aankomen op je brommer.
Staat mooi tussen jullie auto's, h�?
- Nu ben ik je zus kwijt. - Je hebt mij toch?
Je kunt net zo goed bij me thuis wat komen drinken.
- En je vriendin? - Ze biljart niet.
Wie het eerste daar is begint.
- Verontrusten die brieven je niet? - Niet de brieven maar hun inhoud.
- Geloof je het? - Natuurlijk. Mag ik?
- Wie is volgens jou het doelwit? - Dat weet de boodschapper niet eens.
Is boodschapper niet te mild voor iemand die zoveel onrust zaait?
Onrust is er al zo lang, gehuld in zijde.
- Wie brengt de post weg? - Meneer Baud.
Heb je geen enkele verdenking?
Wie wint?
De politie, zoals gewoonlijk.
Vaker dan je denkt. Kom, we gaan naar huis.
Maak je overuren?
Ik ben een harde werker.
Papier nodig voor je correspondentie?
Ik was een dossier vergeten. Moet je niet in bed liggen?
Onze familie slaapt nu nogal slecht.
Met wat er hier gebeurt, heb ik niets te maken.
Alleen m'n werk gaat me aan...
en ik ben alleen rekenschap verschuldigd aan je vader.
Ik heb 'n glas gebroken in de keuken, dus pas op waar je loopt.
Ik verhoor de directeur. Daarna ga ik naar de bank.
En ik ga naar de taxichauffeur. Hij verzwijgt iets.
- Is Maigret er niet? - Nee, hij is naar Parendon.
- Is er nieuws? - Ja, brief nummer drie.
- Wat staat erin? - Geen idee. Hij ging meteen weg.
Maar als ik iets moet zeggen, ik lunch straks met hem.
Ja, smakelijk eten.
Je ruikt lekker.
Mimosa.
Die heb jij me gegeven.
Ik ben tevreden.
Commissaris, goedendag.
Ik heb vanmorgen dit ontvangen.
Wilt u het lezen en me vertellen wat u ervan vindt?
Hardop alstublieft.
Commissaris, u heeft zich in een zaak gestort waar u niets van begrijpt.
Met uw haast heeft u alles bedorven.
U ploetert door het drijfzand en zult straks waden in het bloed.
U heeft de moordenaar uitgedaagd...
en door u zal hij zich gedwongen voelen om toe te slaan.
Het zal de komende uren gebeuren. Ik kan u helaas niet meer helpen.
Steek gerust een pijp op. Ik heb er geen last van.
- Doet het u dan niets? - Ik hou het hoofd koel.
Dat lukt u uitstekend. M'n complimenten. En verder?
Het komt van buiten. Ik ken niemand die zoiets ergs kan schrijven.
- Ook niet voor de lol? - Zeker niet.
Ze hebben gevoel voor humor, maar niet zo sinister.
Geldt dat ook voor u?
Waar ik vandaan kom, konden we ons geen humor veroorloven.
Maar niemand zou een vlieg kwaad doen.
Vindt u het vervelend als ik doorwerk?
Wat ik vervelend vind, is iemand verdenken die ik niet wil verdenken.
Heel aardig van u, als dat op mij slaat.
Het slaat op u.
Tot straks.
U laat me schrikken.
- Is mevrouw wakker? - Ik heb net haar ontbijt gebracht.
Binnen.
Ik nodig u niet uit, want ik ben op dieet.
Zou u die brief willen lezen?
Commissaris...
U ploetert door het drijfzand en zult straks waden in het bloed.
Wat is dat voor vod?
Ik vrees dat het deel uitmaakt van de vuile was van dit huishouden.
Ik lees maar ��n waar woord in de brief. U ploetert.
- Of u wilt echt dat er iets gebeurt. - Wat bijvoorbeeld?
Ik weet het niet. Een moord, een drama, een zelfmoord.
Nee, op dat gebied heb ik geen fantasie.
Zoek liever de schrijver van die brieven...
die ons op de zenuwen werkt. Verbaas ons.
Voorlopig ben ik verbaasd over wat ik allemaal ontdek in dit huis.
Het zal de komende uren gebeuren. Ik kan u niet meer helpen.
Fraai proza.
U heeft zich in een zaak gestort waar u niets van begrijpt.
Zelfs ik zou dat niet durven schrijven in een melodrama.
- En in het echt? - Ik onderteken altijd.
- Een schrijver wil niet anoniem zijn. - En een advocaat evenmin.
Het zal de komende uren gebeuren. Ik kan u helaas niet meer helpen.
- Beangstigend, h�? - Dat is de bedoeling.
Je moet gestoord zijn om zoiets te schrijven. Wat gaat u doen?
Proberen iedereen te beschermen.
- Inclusief de schuldige? - Als dat je geruststelt.
Mij?
U heeft de moordenaar uitgedaagd...
en door u zal hij zich gedwongen voelen om toe te slaan.
Het zal de komende uren gebeuren.
- Niet slecht geschreven. - Vind je?
Niet echt. Maar het betekent wat het betekent.
- En dat is? - Een kreet om hulp.
Een arme drommel.
Arme drommel? Er wordt met de dood gedreigd.
- Met de dood moeten we leren leven. - Van wie is dat?
Ik kan u helaas niet meer helpen. Daar staat een spelfout.
- Helas, helaas... - Volgens de regels mag dat.
Hoe dan ook, je moet gestoord zijn om dat te schrijven.
- Een alcoholist. - Wie bedoel je?
- Jouw man. - Dank je, ik zal het onthouden.
Die brief is van een volslagen krankzinnig persoon.
Artikel 64. De psychiaters zullen ervan smullen.
- Ze hebben uw mannetje zo door. - Hij is eerder uw mannetje.
Daar heeft u gelijk in.
Ik voel me weerloos tegenover zo'n dreigement.
We laten hem niet z'n gang gaan. We vatten hem wel in de kraag.
Pardon, ik wist niet dat je in gesprek was. U bent overal tegelijk.
Dat hoort bij m'n werk.
Ik ga bij Jacqueline lunchen, maar eerst naar de kapper. Tot straks.
- Wil je de chauffeur? - Nee, ik rij liever zelf.
Jacqueline is de vrouw van een minister.
Ze hoort bij de kliek van m'n vrouw.
Amerikaanse auto, haute couture, drie rijen parels.
Denkt u dat iemand het haar kwalijk neemt?
Ik? Omdat ik succes heb dankzij haar geld...
en verliefd ben op een meisje uit het volk.
- Het hart heeft redenen... - Die de rede niet kent.
Gebruik artikel 64 niet voor uw amoureuze opwellingen.
- Moet dit naar de handschriftkundige? - Ja, maar ik weet het al.
Wie deze brieven in hoofdletters heeft geschreven.
Het zal je verbazen.
Ik heb ze allemaal gevraagd de laatste brief hardop voor te lezen.
Ik heb gemerkt dat iemand door hardop te lezen...
z'n persoonlijkheid onthult.
- Net als op school? - Zo ongeveer.
In de kamer van Gus stonden portretten van beroemde musici.
Commissaris, u heeft zich in een zaak gestort waar u niets van begrijpt.
Met uw haast heeft u alles bedorven.
U ploetert door het drijfzand en zult straks waden in het bloed.
Hij las niet, hij kende het uit z'n hoofd.
- Het is geen echt bewijs, maar... - Het lijkt er wel op.
Drink je koffie op, dan gaan we dat wereldje eens opschudden.
- De bewaker zoekt u. - We waren in de Petit Chaudron.
Het is op de eerste verdieping.
Doodgestoken?
Nee, gekeeld.
Er staan afdrukken van iedereen op.
Bel het bureau. Luciani, Calvi, maakt niet uit.
Waarom zij?
Ga naar uw kantoor. Ik heb hier rust nodig.
En de anderen?
Mr. Parendon had een lunch in het Palais...
en z'n vrouw bij een vriendin.
Juffrouw Bambi is gaan winkelen en meneer Gus...
- Wat is er aan de hand? - Waar kom je vandaan?
Het caf� op de hoek. Ik ben wezen lunchen.
Door die idiote brieven waarin ik niet geloofde, is juffrouw Vague nu dood.
Vermoord. Als je haar wilt zien...
Wat is dit voor krankzinnigs?
Gaat u terug naar de keuken. Wie heeft haar gevonden?
Meneer Baud. Hij was gaan lunchen met Mr. Tortu. Hij schreeuwde.
Dat kan ik me indenken. Hoe laat komt Bambi doorgaans thuis?
Hangt ervan af. Ik weet het niet precies.
Zal ik Mr. Parendon bellen in het restaurant?
Nog niet. Wil je bij de deur blijven?
- Heb je het verteld? - Natuurlijk.
Wil je even beneden wachten?
Waarom schreef je die brieven aan je vader en mij?
Is het nu uit met die onzin? Ik weet dat jij het was.
Ik zal genoeg bewijs kunnen vinden. Waarom deed je het?
Ik weet het niet.
- Vanwege juffrouw Vague? - Ik dacht nooit aan haar.
Aan wie dan?
Ik zat in over m'n vader. Hij is zo kwetsbaar.
- Men zou van hem kunnen profiteren. - Wie?
De familie van moeder. Ze hebben hem nooit geaccepteerd.
Weet u hoe ze hem noemen? De dwerg.
Dat doet pijn.
- Waarom dacht je aan moord? - Zomaar.
Moord, schandaal, zelfmoord...
- Zelfmoord? Juffrouw Vague? - Vader, moeder.
Vanwege juffrouw Vague?
Ik dacht dat ze samen zouden weggaan.
Hoe kon je denken dat je met die brieven de dingen kon veranderen?
- Ik dacht dat alles normaal zou worden. - Het normale zat je juist dwars.
Ik zou niet in je schoenen willen staan.
Ik aarzel tussen onbenul, domheid en waanzin...
om jouw geval te verklaren.
- Ik kon met niemand praten. - Ook niet met mij.
Je ging door met je smerige geschrijf.
U had toch niet geluisterd. En ik deed het alleen...
Voor de lol? Ga maar in je eentje zitten lachen.
- Je kunt Mr. Parendon waarschuwen. - Hij is thuis.
- Thuis? - Hij zit in z'n werkkamer.
Ik heb hem verteld over juffrouw Vague.
Het is gebeurd, meneer Maigret. Niemand kon iets doen.
Ik ook niet, ondanks drie waarschuwingen.
U kon het niet voorzien. Dat kon niemand, ook ik niet.
Ik weet niet waarom, maar ik denk dat ze moest boeten voor iedereen.
- Opgeofferd aan de familie. - Dat maakt het nog erger.
Maar wie? Waarom? Hoe?
Ze was hier alleen. Iedereen was weg.
De keuken is ver hiervandaan. Iedereen kon komen, of terugkomen.
- Iedereen die de sleutel heeft. - Zelfs ik?
Zelfs u.
Is m'n vrouw al thuis?
- Waarom vraagt u dat? - Nee, ik verdenk haar niet.
Ze is niet in staat tot zo'n banale jaloezie.
Een moord plegen? Misschien wel, maar dan vanwege iets groots.
Wat is dat, iets groots?
Goddank heeft ze dat nog niet gevonden.
- En u? - Ik ook niet.
Zelfs niet juffrouw Vague?
Het is iets groots als je ervan droomt...
als man van mijn leeftijd.
Maar het is iets kleins in het leven van alledag.
Ik zou niets wezenlijks voor haar hebben opgeofferd...
maar ik hield veel van haar.
Kent u haar familie?
Ik heb er nooit naar gevraagd. Wat een ego�sme, h�?
Tot straks.
Hoe ver zijn jullie?
Afdrukken genoeg. Van iedereen in het huis.
Ze heeft niet eens kunnen eten.
- Ze kreeg niet de tijd om te lijden. - Hoofdslagader.
- Wilt u haar ogen sluiten? - Ik ben nog niet klaar.
- Je hebt er al vijftig gemaakt. - Ik krijg zelden zo'n mooi lijk.
Ik was naar de stomerij. Wat is dat voor gedoe buiten?
Juffrouw Vague is vermoord.
- Hier? In ons huis? - Ja.
Wat vreselijk. Waar is Emile, waar is m'n man?
In z'n werkkamer. Hij is er kapot van.
Natuurlijk. Ik wil naar hem toe.
Lise, wacht in m'n kamer. Ik wil me zo omkleden.
Waarom juffrouw Vague?
Omdat altijd het lam wordt verslonden door de wolf.
Kom, we gaan.
Tot straks bij de hoofdcommissaris.
Ik zie u morgen na de autopsie.
- Paul, wil je bij de zoon blijven? - Gus?
Ja. Niet om te biljarten, op z'n kamer. Ik wil dat hij daar blijft.
Het spijt me, maar u moet blijven. Niemand mag weg.
- En ons eten dan? - Maak me niet aan het huilen.
Ik heb nooit gesnapt waarom twee plus twee vier is.
Het is niet altijd vier.
Vreemd om van rekenen en muziek te houden.
Het lijkt op elkaar.
- Je studeert wiskunde? - Ja.
- En daarna? - Hogere wiskunde.
- Vastbesloten. Wat wil je gaan doen? - Ik wil graag schrijven.
Romans misschien.
- Je bent goed met woorden. - Ik heb er spijt van.
Spijt hebben kan altijd. Vooral achteraf.
Had je een goede verhouding met juffrouw Vague?
Ik geloof dat ik van haar hield.
Nee maar. Wat ga je daarmee doen?
De japon wassen en de schoenen poetsen.
- Die schoenen zijn beige. - Nee, licht ivoor.
Ik wist wel dat me iets dwarszat.
Het spijt me, commissaris, ik verkeer nog in shock.
- Gaat u zitten. - U ook.
Ik vrees dat ik nog een schok voor u heb.
- U bedoelt? - Uw zoon schreef die brieven.
De ware reden is nog onduidelijk, ook voor hem.
Hij wilde z'n vader beschermen, was bang hem te verliezen.
Hoe is de relatie tussen vader en zoon werkelijk?
Ik geloof dat hij van hem houdt, hem bewondert.
De gelijkenis is duidelijk, vooral in hun zwakheden.
- En met u? - Ik herken mezelf meer in Bambi.
Ze is levendig, vastberaden. En ze kan de schijn ophouden.
- Dat is belangrijk voor u, h�? - In ons milieu is het noodzaak.
Men noemt het de hypocrisie van de bourgeoisie.
Alsof de rest van de wereld niet hypocriet is.
Behoren Gus en z'n vader voor u tot de rest van de wereld?
Geen sprake van. M'n man is van keurige afkomst.
Z'n vader was een bekend chirurg, z'n broer een bekwame neuroloog
In de familie Gassin-Beaulieu komen geen artsen voor.
Militairen, dignitarissen van de kerk, magistraten, maar geen artsen.
Daarbij vergeleken was juffrouw Vague zeker een kleine snol.
Dat klinkt nogal grof, maar in uw vak kent men weinig nuances.
- Hoe noemt men 'kelen' in uw familie? - Kelen?
Zoals bij de boeren, als ze een varken slachten.
Op mijn kantoor tegenover een moordenaar.
Zoveel verschil in nuance is er eigenlijk niet.
Ik weet het, zo is ze. Maar ze heeft ook goede eigenschappen.
Net als Gus, hoewel hij die brieven schreef.
Ik begrijp het niet.
Misschien kan ik in die boeken een verklaring vinden...
maar ik heb nu niet de moed om ze te lezen.
Misschien zal hij u opbiechten waarom hij ze schreef.
En waarom hij een moord pleegde?
Nee, daartoe is hij niet in staat. Hij hield van juffrouw Vague.
En als Gus van iemand houdt, is dat te zien.
Niemand mag vannacht het huis uit.
Twee inspecteurs en uw bewaker zullen opletten. Tot morgen.
- Hoe laat komt ze thuis? - Weten ze niet. Ze leken verbaasd.
Wacht op Bambi en breng haar naar het bureau.
Ik wacht tot middernacht. Dan vaardig je een opsporingsbevel uit.
- Denkt u dat zij het was? - Ik kan het haar vragen.
Gezellig, met z'n vieren om de tafel al hun rancune eruit gooien.
Hier gooit men er niets uit.
Is je oom weg?
Dank je.
Ha, daar ben je.
Kom hier maar zitten.
- Je bent op de hoogte? - Ja, uw inspecteur heeft 't verteld.
Waar was je de hele dag?
- Ecole du Louvre, voor een cursus. - En daarna?
Ik ben wat gaan drinken met vrienden, en toen uit eten.
- Alleen? - Nee, met een jongen.
Hoe heette hij?
Jean-Michel.
En wat doet Jean-Michel?
- Medicijnen. Neurologie. - Heb je gedineerd tot middernacht?
Je hebt niet verteld wat je om lunchtijd deed.
Toen was ik ook bij hem.
- Bij hem thuis? - Ja.
Wat is z'n telefoonnummer?
Bagatelle 7719.
Je leek niet erg geschokt door het nieuws over juffrouw Vague.
Ik verwerk het op mijn manier.
Net zoals Gus van iemand houdt op zijn manier.
- Hij heeft die brieven geschreven. - Dat wist ik al.
Is je broer met juffrouw Vague naar bed geweest?
Gus? Die houdt alleen van stomme grieten. Knap maar stom.
Maar hij mocht haar graag.
Jullie zijn rare mensen.
Jean-Michel is er niet.
- Is dat normaal? - Hij is volwassen.
Dan wachten we tot hij thuiskomt. Meer kunnen we niet doen.
Misschien wil je je ouders bellen.
Wees gerust, alles wat je zegt blijft vertrouwelijk...
zolang het niet met het onderzoek te maken heeft.
Mama?
- Ga je mee? - Nee, ik wil haar nog niet zien.
Maak u geen zorgen, ik ga geen zelfmoord plegen.
Een man die 's ochtends thuiskomt en je bedriegt, dat komt vaak voor.
Ik heb uw dochter thuisgebracht.
Krankzinnig om te denken dat zij zoiets gruwelijks kon doen.
- Ik moet alles natrekken. - En Gus ook?
Verdenkt u hem omdat hij die kinderachtige brieven schreef?
Hij kon het niet zijn. Hij was in het restaurant met z'n vrienden.
Blijven dus over m'n man en het personeel.
Het personeel was al die tijd bij elkaar.
En uw man was in het restaurant van het Palais.
We hebben alles nagetrokken.
En ik denk niet dat hij juffrouw Vague zou vermoorden.
Omdat hij met haar sliep?
Omdat hij de grenzen van hun gevoelens kende.
Zij kon hem niet het hoofd doen verliezen.
Dat zegt u, maar bij zo'n meisje loop je altijd langs het randje.
U zei dat u niet jaloers was op juffrouw Vague.
Jaloers? Nee.
Bevreesd voor de storm die ons kon doen kapseizen.
Ik hoop dat u mijn alibi ook heeft nagetrokken. Zo heet dat toch?
Ja, en er is iets wat me dwarszit.
Tussen uw vertrek en uw lunch met uw vriendin Jacqueline de Gretz...
is een gat van twintig minuten.
- Ik was naar de kapper. - Nee, afgezien van de kapper.
Houdt mevrouw Maigret, als die er is, niet van flaneren?
Er is een mevrouw Maigret, maar ze rijdt niet.
Ze heeft geen auto waarmee ze na enkele tientallen meters kan omkeren...
om heimelijk naar juffrouw Vague te gaan...
en even later naar haar afspraak te rijden.
Dus u beschuldigt mij van moord?
Staat u mij toe?
Er zaten bloedvlekken op de grijze pumps.
In die twintig minuten kon u zelfs andere schoenen aandoen.
Wat heeft u met de grijze schoenen gedaan?
Als ik het was, had ik ze in een vuilnisbak gegooid.
Als u het was, waarom had u dan juffrouw Vague vermoord?
E�n reden was genoeg geweest.
Stel dat Emile zich had laten meeslepen en met haar was weggegaan.
Het schandaal, de smet op de naam Gassin-Beaulieu...
het verdriet en de schaamte van Gus en Bambi.
En als hij kinderen met haar had gekregen.
Kleine bastaardjes die hun deel van het erfgoed zouden opeisen.
Mag men dat z'n kinderen aandoen? Wat vindt u, commissaris?
Ik kan u niet goed volgen.
Voor mij is het leven onschendbaar, vooral dat van anderen.
Welke anderen?
- Mag ik u vragen u gereed te maken? - Dat ging ik net doen.
Wilt u Lise vragen om me te komen helpen?
Heeft u het de kinderen verteld?
Zijn ze op hun kamer?
Dank u. Ik zal het ze zelf vertellen.
Ik ben ze nu allebei kwijt.
- Iedereen is klaar. - We komen.
Ik heb de moed noch de lust om met u mee te gaan.
Ik zoek haar later wel op.
Ik zal een goede advocaat voor haar zoeken. Dat is makkelijk voor mij.
Misschien kan die wat doen met dat gehate artikel van u.
Nee, ze had alles van te voren beraamd. De weg, de daad...
zelfs het wachten.
Misschien kwam ze terug om haar te vragen om het huis te verlaten.
Om u te verlaten.
Juffrouw Vague weigerde...
en een onbedwingbare aandrang leidde tot een daad van waanzin.
Ik heb me niet in u vergist, u bent een formidabel man.
- De Amerikaanse auto of de Engelse? - De Amerikaanse, die is discreter.
- Valt niet mee om rijk te zijn. - Het heeft niets met geld te maken.
Lise, maak het strijken af.
Vanavond geef ik je het naaiwerk voor mevrouw Marchand.
Ferdinand, ik kom om zes uur thuis. Zeg m'n afspraak met Dr Martin af.
Ik bel hem vanavond.
Je zou zweren dat ze onschuldig is.
Het lijkt wel alsof ze staande slaapt. Als een slaapwandelaar.
Misschien slaapt ze, maar dan wel met stijl.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.