All language subtitles for Maigret - Bruno Cremer - 32 - Maigret voit double.NED

af Afrikaans Download
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

- Niet slecht, h�? - Heel goed zelfs.

Voor een commissaris?

- Commissaris? - Wie zei dat ik hier was?

- Dat weet iedereen. Is het geheim? - In principe wel.

Ik heb gewed. Daarom moet ik even oefenen.

Is er iets?

Een brave burgervader, vier kinderen.

Zo een die eens per maand naar de bios gaat.

- Een boekhouder? - Accountant.

Een kogel in het hart.

Gaan we?

- Cadeau. - Dank u, commissaris.

Druk dan.

Druk.

Dat begint al goed.

Commissaris Blanc. Ik laat de getuige graag aan u over.

Moordzaken in dit milieu zijn een bezoeking.

Die avond zag hij de linker deur opengaan en toen de rechter.

We zijn klaar. Voorlopig niets interessants.

De wond is heel klein en er is geen wapen gevonden.

- Kunnen we hem meenemen? - Ga uw gang.

Waar is papa?

Olmetta...

Wil je even in de auto wachten? Ik kom zo.

Mevrouw Evelyne Tremblet?

Ik ben belast met het onderzoek aangaande uw man.

Ik weet dat het slecht uitkomt, maar uw kinderen zijn naar school.

Hoe zeg je je kinderen dat hun papa is gestorven?

Zomaar ineens, zonder geluid te maken?

Terwijl hij zich uitkleedde. Wat moet ik ze zeggen? Weet u het?

Dat weet niemand echt. Hij was zich aan het uitkleden?

Zoals elke avond na z'n werk. Hij knoopte z'n hemd los en viel.

Ik liep naar hem toe, hij ademde niet meer.

Ik dacht dat hij onwel was. Ik begreep het niet meteen.

Was u in de kamer?

Ik zag het in de spiegel in de badkamer.

Het gekke was dat hij voor het open raam stond. Daar hield hij niet van.

Ik heb het ziekenhuis gebeld. Het duurde lang voor ze opnamen.

Toen zijn ze gekomen. En toen kwam u.

Hoe was uw man? Haalde hij zich problemen op de hals?

Nee, hij was zo afwezig. Z'n werk, het huis, z'n vogel...

Hij zag z'n kinderen niet groter worden.

Hoorde ze alleen als ze herrie maakten.

Net als z'n werk. Eerst interesseerde het hem.

Boekhouder, toen accountant, hoofdaccountant... En nu?

Ik weet niet meer wat ik zeg.

- Hoofdaccountant? Waar? - Couvreur en Bauchard, sanitair.

Hij hield van z'n baan. Dat bedrijf betaalt handje contantje, zei hij.

Later interesseerde het hem niet meer. Hij ging erheen, verder niet.

- Had hij andere vrouwen? - Maurice? Waarom zou hij?

Hij zag mij niet eens staan. Waarom nog een?

Misschien niet ��n maar meerdere.

Ik begrijp u wel, een man van middelbare leeftijd.

Een echtgenote is de eerste die achterdochtig en bang wordt.

Dat ben ik nooit geweest.

De enige van wie hij hield. Hij was gek op dat beest.

Wat hij er al niet voor deed. Ik kan dat gepiep niet uitstaan.

's Avonds haalde hij de doek weg en deed het raam dicht.

Als hij 's ochtends weg was, deed ik het omgekeerde.

Hoe zou jij ongezien iemand doodschieten op de vierde etage?

- Wachten tot hij de deur uit ging. - Nee, bij hem thuis.

- Aan de overkant, met een karabijn. - Kom mee dan.

- Waren deze kamers gisteren bezet? - Dat zou ik moeten nakijken.

Olmetta, kom eens kijken.

Vreemd. Kamer 33 was gisteren gereserveerd op naam van?

Tremblet.

- Heeft u hem ingeschreven? - Ja, maar dat is op de derde.

De Tremblet van de overkant? Kende u hem?

Vaag. Gewoon een buurman die elke dag de deur uit komt.

Gereserveerd voor twee nachten. Voor een familielid.

- Heeft u die gezien? - Nee, alleen de nachtreceptionist.

- Hij is gisteravond vertrokken. - Hoe laat begint de nachtreceptionist?

Als ik ga. Acht uur, half negen.

Tot straks dan maar.

Commissaris Maigret. Kan ik meneer Couvreur of Bauchard spreken?

- Meneer Couvreur zal niet gaan. - Hoezo?

Hij is al vijf jaar dood.

Maar meneer Mauvre, onze procuratiehouder is er wel.

Daar moet ik het dan maar mee doen.

Maurice Tremblet? En of ik die ken.

Heeft u niet gemerkt dat hij afwezig was?

- Afwezig? Hoezo? - Definitief.

- Ach, het is zo lang geleden. - Lang geleden?

Dat hij hier weg is.

Inmiddels al vier jaar, geloof ik.

Dus hij werkt hier al vier jaar niet meer?

Precies.

- En had u over hem te klagen? - Absoluut niet.

Hij was serieus en punctueel.

Hij nam ontslag om familieredenen, dacht ik.

Ja, hij zei dat hij in z'n geboortestreek ging wonen. De Auvergne of Cantal.

U trof geen onregelmatigheden aan in z'n boeken?

Nee commissaris, zulke dingen gebeuren niet bij ons.

Merkwaardig.

Hij bleef namelijk gewoon in Parijs.

En hij ging elke dag de deur uit om naar dit kantoor te gaan.

Onmogelijk.

Hij gaf zelfs elke maand z'n salaris aan z'n vrouw.

Volstrekt onmogelijk.

Magine, wil je even komen?

Volstrekt onmogelijk.

Binnen.

Magine, hoe lang heb je hier onder Tremblet gewerkt?

Twee jaar en nog iets.

- Hoe lang geleden? - Vier jaar.

- En je bent hem opgevolgd? - Ja.

- Met zijn instemming? - En die van u.

- Heb je hem ooit nog gezien? - Nooit. Hij woont in de Cantal.

Dank je, Magine.

Als hij elke dag op kantoor kwam, kwam hij hier als spook.

Zeg dat wel, hij is gisteravond overleden.

Onmogelijk. Dat had ik moeten merken. Hij had het me verteld.

Kijk dan, z'n laatste salarisbriefje.

Van 1 tot en met 30 september. Het is de laatste.

- Wat deed hij dan de hele dag? - Dat wilde ik u vragen.

Weet ik veel. Hij ging 's ochtends weg en kwam 's avonds terug.

Hij zei niets meer over z'n werk, maar hij ging wel.

- Maar toch... - Ze hebben u wat op de mouw gespeld.

M'n man was plichtsgetrouw, onopvallend. Een rustige vader.

Te rustig.

Maar hij is niet rustig gestorven. Daarom zoeken we.

Wat zoekt u?

Hoe hij leefde. Waarom hij dood is.

Vraagt u het hem. Tegen hem praatte hij. Hij weet het vast.

Jij weet alles, h�? Je hebt alles gehoord.

Ik haat die kanarie.

Ik heb hem zo vaak willen vermoorden.

- Wie? - De vogel.

Ik doe het nog een keer.

Schep niet zo op. Je zou het niet kunnen.

- Ben jij Francine? - Ja.

- Vertel haar wat u mij vertelde. - Laat maar, ik heb het gehoord.

- Het lijkt je niet te verbazen. - Jawel.

Ik liep elke ochtend met hem naar de metro.

- Elke ochtend? - Ja. Nou ja, bijna elke ochtend.

- En je zag hem de trap af lopen? - Ja, naar de metro.

Ik ging niet mee, want de bank waar ik werk is daar.

Misschien liep hij daarna de trap weer op.

Wat kan ik eraan doen. Ik moet gaan...

Ik loop een stukje mee.

- Als u erop staat. - Dat doe ik.

- Is dit een stukje meelopen? - Dat komt straks.

- U zei dat ik niet erg verbaasd leek. - Ja, inderdaad.

Ik wist dat hij niet naar z'n werk ging.

Ik zag hem een paar keer uit de metro komen en weglopen.

- Ben je hem gevolgd? - Dat is meer uw werk.

Op een dag gaf hij me deze oorbellen.

- Heel mooi. Ze lijken net echt. - Dat zijn ze ook.

Ik was verbaasd. Hij zei dat hij de loterij had gewonnen.

- En je geloofde hem? - Ja, vier miljoen franc.

Ik heb zelf de cheque bijgeschreven op z'n rekening.

Mooie winst. Je vroeg niet wat hij overdag deed?

Hij zei dat hij het ervan nam. Dat hij het verdiende.

Waar?

Ik weet het niet.

Het ging me niet aan. En ik zou het u toch niet vertellen.

En je moeder?

Hij vroeg me het niet te vertellen.

Ik had met hem te doen.

Hier werk ik. Gerustgesteld? Ik ga nu, ik ben al laat.

Was je hier toen je vader werd vermoord?

Nee, ik werk tot half 6. Ik was thuis op m'n kamer.

Ik hield veel van m'n vader. Heel veel.

Ze houdt niet op met huilen.

Het voorlopige sectierapport. Nogal verrassend.

Het schot werd van 8 tot 12 meter afgevuurd.

- Is dat zo vreemd? - Het was een luchtbuks.

Zo een van de kermis. Het is een wonder dat hij eraan stierf.

Een wonder?

Dat de kogel op zo'n afstand precies in z'n hart kwam.

Misschien was hij eigenlijk voor de kanarie bedoeld. Amateurswerk.

- Van een goede amateur. - Een bofkont, bedoelt u.

Ik moet de kleintjes van school halen. De grotere is later vrij.

- Goed, dan gaan we maar. - Heeft u met Francine geluncht?

- We hebben gepraat. - Praat ze met u?

Niet echt. Ik ben meegelopen naar haar werk.

- Ze heeft twee dagen vrij gekregen. - Vandaag?

En morgen. Je weet bij haar nooit wanneer ze gaat en komt.

- Ik begrijp het. - Dan boft u maar.

Ik ben er mooi klaar mee.

Als een klant 's nachts vertrekt zonder te betalen, ben ik verantwoordelijk.

- Sliep u? - Nee, een nachtreceptionist slaapt niet.

Er werd gebeld en ik moest thee zetten voor kamer 43.

En met die drukte en de politie aan de overkant had ik niet kunnen slapen.

- Wie zat er in 43? - Dat is het 'm nou net.

Toen ik erheen ging, nam hij de benen. En ik had 43 wakker gemaakt.

Die dame wilde helemaal geen thee. Daar kreeg ik ook de schuld van.

- Heeft u hem de avond ervoor gezien? - Ik gaf hem alleen de sleutel.

- Hij was groot noch klein. - Dik noch mager.

Heeft u hem echt gezien?

Ik was even ingedut. Hij maakte me wakker toen hij de deur opendeed.

- Zou u hem herkennen? - Jawel.

Hij droeg een gekreukelde regenjas.

Mooi zo. Dank u.

U heeft een kamer gereserveerd? Nummer 33?

- Inderdaad, 33. - Dan maak ik hem in orde.

- Hij heeft wel verantwoordelijkheden. - Ja. Blijft u hier slapen?

Je, en eten. Waarschijnlijk koud.

- Dus u gaat niet naar huis? - Nee.

Ik wil hier nog niet weg. Ik wil ze in het oog houden, vooral de dochter.

Zoals m'n vrouw zou zeggen, ik speel voor koekoek...

en nestel me in andermans nest.

- Kan ik even opbellen? - Daar, als u wilt.

- Het kan ook op uw kamer. - Nee, dit is prima.

- Moet ik ook blijven? - Nee. De moordenaar kwam alleen.

Mevrouw Maigret? Goed nieuws, je hebt vrij spel vanavond.

Ja, ga maar naar de bioscoop.

Bedient u 's nachts de telefoon? Mag ik Diderot 5807?

- Stoor ik? - Nee hoor.

- Zit u daar goed? - Heel luxueus.

Ik wil morgen de gegevens van z'n familieleden...

en die van mevrouw Tremblet, geboren Lapointe.

Er wonen er ook in de Cantal.

- Een familiedrama? Heeft u iets gezien? - Nee, maar ik voel iets.

Die familie interesseert me. Tot morgen.

- Waarom zo'n haast? - Laat me los.

Is het nu uit met liegen?

Besef je wel dat het om een moord gaat? De moord op je vader.

Z'n naam staat daar.

Kom tot bedaren, dan gaan we samen kijken.

Ik kom al.

- Wie zoekt u? - Tremblet.

- Beneden links, hij is er niet. - Komt hij elke dag?

Weer of geen weer, om 9 uur.

Het is nu goed weer, maar hij komt niet.

Heeft u een extra sleutel? Dan wil ik die graag.

Dat zou mooi worden. Dan ben ik de koningin van Engeland.

En nu?

Wat is dit allemaal?

Het is net als thuis. Dezelfde muren, dezelfde gordijnen.

Hetzelfde bureau.

Dezelfde lamp.

Hetzelfde tapijt. Hij is gek.

- Zullen we de rest bekijken? - Ik durf niet.

Ja hoor, alles is hetzelfde.

Het bed, de nachttafeltjes, een blote dame...

Alleen ligt ze andersom.

Dezelfde medicijnen. Het lijkt wel of ik dubbel zie.

- Ben je hier nooit geweest? - Nee, nooit.

- Toch woont hier ook een vrouw. - Wat bedoelt u?

Ik heb cosmetica gevonden en twee tandenborstels.

- Een ma�tresse, bedoelt u? - Hij had een tweede appartement.

Waarom zou hij? Hij had mama en ons.

De rest kon hem niet schelen.

- Hij had ook maar ��n vogel. - Ok�, maar geen vrouw.

- En dit alles dan? - Ik snap er ook niets van.

Ik vrees dat ik het begin te snappen.

U hoeft hem niet te belasteren. Hij had dat niet nodig.

Jullie zijn tenminste samen. Die andere heeft 't niet erg gezellig.

Ik hou de sleutels. Ik laat de woning verzegelen.

- Wat is er met hem gebeurd? - Hij is dood.

Mijn god, die arme meneer Tremblet.

Gek hoor, hij zag er niet uit alsof hij doodging.

- Kreeg hij bezoek? - Van vrouwen, bedoelt u?

- Bijvoorbeeld. - U bent koppig.

E�n dame. Niet erg groot, een beetje gereserveerd.

- Is vroeger mooi geweest. - Donkerblond?

Ja, donkerblond.

- Kwam ze vaak? - Regelmatig.

E�n keer per week, woensdagavond.

Wat is het vandaag?

Wat heeft zij nou?

Niets.

- Commissaris, ik heb nieuws. - Wacht. Eerst koffie.

Zeg het maar.

Ik heb haar familie gevonden in Moulins.

Broer, schoonzus, neef en nicht.

Van zijn kant alleen een oude tante in Cagnes-sur-mer.

Ik heb haar gebeld, maar ze weet niks. Moet ik ze oproepen?

Nee, nog niet.

Heeft u slecht geslapen?

Weet je waarom Tremblet kon stoppen met werken?

Had hij gespaard?

- Nationale loterij, vier miljoen. - Niet gek. Als ik vier miljoen had...

Die heb je niet.

Ga het in de tussentijd maar navragen bij de oorlogsinvaliden.

Commissaris Vaimber, alstublieft.

Vaimber, kun je iets voor me doen?

Die jonge inspecteur, Paul Lachenal. Kan ik die drie, vier dagen lenen?

Zeg maar dat z'n oom hem nodig heeft. Bij Marcel om kwart voor ��n.

Ik heb om versterking gevraagd. De familie Tremblet is te groot.

Hij was erg geordend. Maniakaal bijna.

Hij hield niet van schulden. Rekeningen betaalde hij dezelfde dag nog.

Overdreven eerlijk.

Hij was een man uit ��n stuk. Alles op z'n tijd.

Werk, gezin, vaderland. Net als de maarschalk.

En ik moest op zo'n man vallen.

- Is ze na�ef, blind of liegt ze? - Misschien alle drie.

Dit moet naar een boekhouder. Misschien z'n opvolger.

Magine, nietwaar?

- Meteen? - Voor of na de lunch. Kijk maar.

Ervoor dan maar.

- Ik ben vanmiddag hier. - Tot straks.

Ik zou u iets willen aanbieden, maar ik ben niet erg op orde.

- En ik ben op dieet. - Zo dik bent u anders niet.

Vroeger kon Maurice me met twee handen om m'n middel pakken.

- Verder zat alles erop en eraan. - Dat zal best.

Ha, familie. Ga zitten.

Ik aarzel tussen stoofschotel en varkenspootjes.

- Voor mij stoofschotel. - Dan neem ik de pootjes.

- Alles goed met je ouders? - Prima.

- En met Vaimber? - Heel goed.

Waarom ben ik hier?

- Heb je een vriendin op 't moment? - Nee, niks.

Misschien heb ik wat voor je. 19 jaar, knap...

een beetje opvliegend, radeloze moeder...

drie rotbroertjes en een vermoorde vader.

- Neergeknald als een duif. - En wat moet ik daarmee?

Je verliest haar niet uit het oog. Ze verbergt iets.

- Waarom ik? - Omdat ze mij niet vertrouwt.

- Ik zeg niet dat ik inspecteur ben? - Jawel. Je speelt voor lijfwacht.

Je moet zorgen dat ze dat vergeet.

Waar vind ik haar?

In principe komt ze om half 6 van haar werk bij de bank.

Maar vandaag zou haar vrije dag moeten zijn.

Maar ga toch even kijken. Anders bij haar thuis.

- En waar praat ik over? - Van alles.

De loterij, Couvreur en Bauchard, kanaries...

Wacht even, oom. Vertel me eerst het hele verhaal.

- Heeft u een keus kunnen maken? - Ja, varkenspootjes en stoofschotel.

- Maar dan andersom. - Zeg dan meteen dat ik me vergis.

Dank u. Schaakt u?

Hij schaakte. Hij maakte altijd de partij af.

Alleen?

Ja, dan kon hij uitmaken wie won of verloor.

- Zal ik? - Laat maar, dat is m'n inspecteur.

- Is de commissaris er? - Ja.

- Heb je Magine gesproken? - Nee, hij is ziek.

Hij is bij z'n ouders in de provincie. Ga ik erheen? Het is bij Meaux.

Meaux, in de Brie.

Laten we morgen maar gaan. Haal me om 8 uur op.

- Bij u thuis? - Nee, Impasse des Deux Couteaux.

- U slaapt weer buitenshuis? - Ja.

Maar ik ga eerst m'n vrouw eraan herinneren dat ze nog getrouwd is.

- Ben je de invaliden niet vergeten? - Is het dringend dan?

Niet echt. Maar omdat Tremblet niet zo'n geluksvogel was...

wil ik zeker weten of hij echt de loterij heeft gewonnen.

- Waar kan ik juffrouw Tremblet vinden? - Ze is vrij.

Nou ja, ze gaat net weg.

- Juffrouw Tremblet? - Wat wilt u?

- Kan ik een stukje meelopen? - Nee, geen behoefte aan.

- Laat me het uitleggen. - Niet nodig, u bent m'n type niet.

- Wacht nou. - Hou op, of ik roep de politie.

- Ik ben van de politie. - Jij? Daar zie je niet naar uit.

Des te beter. Commissaris Maigret heeft me gestuurd.

- Wat wil hij? - Ik moet je beschermen.

- Waartegen dan? - Dat is een lang verhaal.

- Ik luister. - Ik moet iets bekennen.

Als kind was ik altijd bang dat ze m'n bal afpakten.

- Ik was verlegen en zwak. - Prima lijfwacht dus.

- Ik ben veranderd. - Neem je me in de maling?

9,60 met schijfschieten, zwarte band judo...

en de beste in koelbloedigheid en improvisatie.

Dus niet bang meer dat ze je bal afpakken?

Daar wou ik nou net over hebben.

Ik kan beter zwart dragen. Dat verwachten de mensen.

- Geen bezwaar als ik dit laat liggen? - Welnee.

We eten nu toch in de keuken met de kinderen.

Heeft u iets gevonden?

Gewone dingen. Facturen, rekeningoverzichten.

Gewoon, net als ons leven. Met Maurice zaten avonturen er niet in.

Hoezo? Had hij geen fantasie?

Hij kende het woord niet eens. Behalve die vogel...

Ga jullie handen wassen.

- Goed, ik heb u al genoeg gestoord. - Nee, het doet me juist goed.

Ik heb in twee dagen meer gepraat dan in een jaar met hem.

- Waar bleef je nou? - Inspecteur Paul Lachenal.

- Ik ga me omkleden. Ik eet niet thuis. - Ik heb haar uitgenodigd.

Hij is ook m'n neef.

Nu Maurice er niet meer is, lijkt iedereen wakker te worden.

- Mama, het water is koud. - Ik kom.

Dat heb je snel gedaan.

Voor het werk is het makkelijker. We gaan uit eten.

Ze is een getuige en jij bent verantwoordelijk.

Maak u geen zorgen. Ze vallen me nooit de eerste avond in de armen.

Ik wil alles weten over haar relatie met haar vader.

Volgens mij weet ze meer van hem dan z'n vrouw.

Wat bijvoorbeeld? Ma�tresses, overvallen, vals geld, drugs?

Iets heel eenvoudigs en ingewikkelds tegelijk.

- Ik verwijt het vooral m'n moeder. - Waarom?

Ze verstikte m'n vader. Ze smoorden elkaar gewoon uit verveling.

Jarenlang gebeurde er niets...

en opeens gingen ze kinderen maken. Zonder plezier, zonder begeerte.

Behalve jij.

Ja, maar dat was toen ze elkaar net kenden.

Ik was een ongelukje. Een soort straf.

- Maar er was tenminste begeerte. - En bij je broertjes niet?

Nee, iedere twee jaar een...

in het donker, als je elkaar niets meer te zeggen hebt. Uit verveling.

M'n broertjes zijn kinderen van de verveling.

Maar toch hou ik van ze.

- En jij? - Hoezo, ik?

Gaat het jou nooit vervelen?

Als het me overkomt, wat zelden gebeurt...

- probeer ik iets met iemand te delen. - Een stukje van de hemel?

Ja, een stukje paradijs. Maar ik heb het nog niet gevonden.

- Dat komt nog wel. - Ja, daar ben ik zeker van.

Maar dat zal niet komen doordat ik de loterij win.

Speelde je vader vaak?

Nee, nooit. En om dan gedood te worden als je het raam sluit...

omdat je niet tegen herrie kunt. Nogal een stom ongeluk.

Een kogel in het hart, noem je dat een ongeluk?

Wat anders?

Een jaloerse echtenoot? Mama komt nooit buiten de deur.

Een vijand? Hij had niet eens vrienden.

En wie zou jaloers moeten zijn? Niemand wist van het geld.

Behalve jij.

Behalve ik, inderdaad, meneer de inspecteur.

Zullen we verder eten, of sla je me meteen in de boeien?

Ik heb jouw maat niet. We zullen moeten wachten.

Zulke mooie polsjes zie je niet vaak.

Je stapt snel over van dreigement naar compliment, Paul.

Dat moet wel. M'n koets verandert over twee uur in een pompoen.

Pas op voor uw loper, meneer Tremblet.

Die avond zag hij de linker deur opengaan en toen de rechter.

Iemand had de behoefte gevoeld om binnen te komen...

maar vond de onderneming toch te riskant.

- Ben je in dat appartement geweest? - Nee, ik niet.

Het is komisch en aangrijpend. Ik moest huilen.

Alles is hetzelfde. Het behang, de meubels.

Tot in de details. Het schaakbord, het schilderij van een naakte vrouw.

- Daarom hoef je toch niet te huilen? - Vind je? Waarom dan wel?

Je dood vervelen, jarenlang liegen tussen de bl�rende kinderen...

om dan hetzelfde te cre�ren in net zo'n omgeving?

Je hebt gelijk. Het is niet om te huilen, maar om te brullen.

Hij heeft nu rust, zei Maigret.

Met een voli�re met honderd kanaries? Wat een rust.

- Wat deed hij de hele dag? - Niets.

Misschien ontmoette hij vrienden.

Papa en vrienden? Daar had hij geen aanleg voor.

- Heb je er dan aanleg voor nodig? - Een beetje wel.

Hij had genoeg aan z'n collega's. Mauvre, z'n baas.

Magine, z'n assistent.

- Zag hij ze vaak buiten het werk? - Ja, op een keer...

Op een keer kwamen ze bij ons eten. Dat was een ramp.

Het vlees was aangebrand en ze kregen ruzie over politiek.

Mauvre aanhanger van P�tain, Magine van Trotski...

en papa ertussenin. Nergens dus, zoals gewoonlijk.

En een vriendin? Een andere vrouw?

Een andere vrouw?

Papa hield alleen van vogels.

Misschien een meisje van lichte zeden?

Rustig maar, het is een familielid van jullie eiland.

Hij zal jullie alles vertellen.

- Hij heeft vast veel te vertellen. - U laat me schrikken.

- Commissaris Maigret, recherche. - Politie? Waarom dat?

Bent u een vriend van Maurice?

- En u? - Ja.

Is er iets gebeurd?

- Wanneer zag u hem voor 't laatst? - Maurice? Vorige week woensdag.

Meestal kom ik voor hij weggaat, maar vandaag kon ik niet.

- Voor hij waarheen gaat? - Naar huis.

- En wat is dit dan? - Dit is ook z'n thuis.

Het is nogal ingewikkeld. Maar is er iets gebeurd?

Iets ernstigs?

Dank je. Al was het voor je werk, het deed me goed.

Mij ook. Dat is zeldzaam in ons vak. Jouw stukje van het paradijs.

- Er zou een paradijsetage moeten zijn. - Zo'n gebouw moet je lang zoeken.

- Voor mij is het op de vierde. - Tot morgen. Zelfde tijd?

Zelfde straf.

- Ik kende hem uit de winkel. - Mag ik?

We hielden allebei van dieren. Ik bracht hem de vogels.

Sinds hij hier woonde, bracht ik hem er elke maand een.

- Hoe heet u? - Keller, Josette Keller.

Was u z'n ma�tresse?

Ja en nee.

Ja of nee?

Eerst geloofde ik erin. Ik heb hier drie, vier nachten geslapen.

Maar de liefde was niets voor hem. En seks nog minder.

- Hij kwam zich hier verbergen. - Waarvoor?

Alles. De wereld, de herrie, z'n gezin, verantwoordelijkheden. Alles.

- U beschrijft het nogal grimmig. - Objectief.

Toch hield ik van hem. We hebben allemaal onze stakkers.

Als ik hem een vogel bracht, leek hij wel een kind.

Waarom had u medelijden met hem?

Wat me dwarszit, is dat hij zo'n ondoorzichtige dood had...

na een leven dat zo transparant, zo gewoon was.

Het kan gewoon niet. Iemand moet zich hebben vergist.

Dan zat hij er wel erg ver naast. Tenzij het om geld gaat.

- De loterij? - Heeft hij het verteld?

Hij bekende het, alsof hij zich schaamde.

- Was hij gul? - Als een boekhouder.

Ik wil hem niet belasteren...

En was u daardoor geschokt?

- Interesseert geld u? - Niet echt. En u?

Helemaal niet.

- Maar wel een beetje. - Ik zou er geen moord voor plegen.

Ik zie niet in hoe Tremblet uw type zou kunnen zijn.

En hoe zou mijn type dan zijn?

Ik weet het niet. Niet zoals hij.

Een beetje zoals u dan?

Neem gerust de tijd.

Wat vindt u van die mevrouw Keller?

De vrouwen worden steeds raadselachtiger.

Is die Josette knap? Is ze een slapeloze nacht waard?

- Beati poperes spiritum... - Zalig zijn de eenvoudigen van geest.

Het is niet ver meer.

Kon u het makkelijk vinden?

Ik kon rustig de kaart bekijken. Ze hadden een lekke band.

- M'n inspecteurs Olmetta, Lachenal. - Vreselijke toestand.

Ik vraag u niet binnen. M'n ouders zijn erg oud.

Zullen we daarheen lopen?

We kunnen daar gaan zitten.

Heb je de papieren?

Past u op, misschien zijn ze nat.

Nee, het valt wel mee.

Zegt dit u iets?

- De loonbriefjes van Tremblet? - Bekijk de data eens.

Die kloppen niet. En we gebruiken deze briefjes al drie jaar niet meer.

- U heeft ze niet uitgeschreven? - Nee, dit is zijn handschrift.

En er zit een fout in. De sociale premies zijn veranderd.

U bent niet verbaasd?

- Sinds maandag verbaast niets me meer. - Wat gebeurde er toen?

Ik had Tremblet vier jaar niet gezien. Hij belde me op de zaak.

Toch hebben u en uw baas bij hem gegeten.

Dat is waar. Dat was kort voor z'n vertrek. Een rotavond.

- En waarom belde Tremblet u op? - Hij wilde me spreken.

- En u heeft hem gezien? - Ja.

- Op uw kantoor zei u van niet. - Ik wilde niet dat Mauvre het wist.

U had het spontaan kunnen zeggen. Hij was tenslotte gemold.

Inderdaad, er was sprake van moord. Dat bedoelt m'n inspecteur.

- Zag u hem bij hem thuis? - Dat niet precies.

- Impasse des Deux Couteaux? - Inderdaad.

Het leek ongelooflijk op z'n andere appartement.

Persoonlijk was ik hem dankbaar. Hij had me aanbevolen als z'n opvolger.

Verbaasde dat plotselinge vertrek u niet?

Hij werkte er al ruim tien jaar. Soms wil een mens wat anders.

Vooral bij Couvreur en Bauchard.

Vooral als men een flink bedrag wint in de loterij.

Zo is het.

Heeft hij u dat verteld?

Die maandag. Ik dacht dat hij in de Cantal zat.

Wat wilde hij opeens van u?

Hij vroeg me om nog wat loonbriefjes. Dat was ik hem wel verschuldigd.

Het was niet illegaal. Het was voor z'n vrouw.

Zij wist niks van de loterij.

- Heeft u haar ontmoet? - Natuurlijk.

Wat denkt u? Na�ef of doet ze alsof?

Dat ze geloofde wat hij niet vertelde. Begrijpt u wat ik bedoel?

Niet echt.

Ze is een vrouw die alles beheerst. Volgens mij wist ze het.

- Heeft u hem de briefjes gegeven? - Daar kreeg ik de tijd niet voor.

Maar ik had hem graag geholpen.

Hij maakte weinig indruk, maar in z'n werk was hij erg serieus.

- Dus hij was geen stakker. - Op kantoor niet.

Hij ziet er niet ziek uit. Wat heeft hij?

Dat had je kunnen vragen.

Diplomatieke griep. Hij is z'n bazen zat.

Je had medicijnen moeten studeren.

- Ik ga. - Breng je de kleintjes straks weg?

- Vanavond niet. - Eet je niet hier?

Ons leven is wel veranderd sinds dinsdag.

Natuurlijk. Jij zult ook veranderen.

Denk je dat de kinderen ophouden met groeien?

Dat je je niet op een dag mooi wilt voelen?

- Dat je nooit een schoonzoon krijgt? - Hij is een smeris.

Nou en? Hij heeft ook twee armen en twee benen.

En ik zei niet dat hij het wordt. Tot straks.

- Dag en tot ziens. - Nog steeds geen zin om te kletsen?

Bij uw neef laat ik me wel gaan. Tevreden?

- Dat is het voorrecht van de jeugd. - Absoluut.

Josette Keller?

Nee, die heb ik nooit gezien. Wie is het?

- Een kanariespecialist. - Een specialist voor ��n rotvogel?

Hij had er een heleboel. Impasse des Deux Couteaux.

- Zegt dat u niets? - Nee.

- Laten we er samen heen gaan. - En zij? Had hij nog een vrouw?

In vier jaar heeft u niets over haar en dat adres gehoord?

- Nee. - Ik geloof u niet erg.

Wat had u gedaan als hij u alles zomaar ineens had verteld?

- Wat kun je in zo'n geval doen? - Niets zeggen, weggaan...

Niets zeggen zou ik niet kunnen. En waar zou ik heen moeten?

Of hem vermoorden.

- Reuzenrad? - Ik heb hoogtevrees.

- Ik laat je niet vallen. - Geen handvol maar een land vol.

- Gelukkig maar. - Zo is het leven, inspecteur.

- En als anderen me niet bevallen? - Je oom vindt wel een ander.

- De jongedame wil schieten. - Houdt u dit even vast?

- Nou zeg. Wat win je daarmee? - Een konijn.

- Is het precies zoals hier? - Bijna.

De stoelen ook?

Ja, dezelfde stijl. Als je van stijl kunt spreken.

- En de slaapkamer ook? - Ja, precies hetzelfde.

Het schilderij, de nachttafeltjes, de medicijnen?

- Hetzelfde. - Hij was gek.

Dat zijn geen leugens meer, dat is een dubbelleven.

Als je daar bent, lijkt het wel of je dubbel ziet.

Ik ga er niet heen. Ik weet al hoe het is.

Ik heb zulke mannen gekend. Rustig, niet gelukkig, niet ongelukkig.

Dan laten ze alles in de steek.

Hun vrouwen, kinderen, hun huis, hun werk, kantoor of fabriek...

soms zelfs hun land.

Ik vond ze terug in Panama, Bolivia, Ecuador.

Na een jaar reconstrueerden ze er hun kantoor, hun fabriek...

ze ontmoetten een vrouw, namen een huis, een paar kinderen.

Na enkele jaren hadden ze hun leven gereconstrueerd.

Anders, maar met dezelfde stukjes.

Ze droomden, maar waren niet tegen hun droom opgewassen.

Eigenlijk hielden ze van hun gewone leventje.

Zodra ze weg waren, begonnen ze met hetzelfde.

Uw man was wellicht een dromer...

maar iemand wordt zelden vermoord om zo'n bescheiden droom.

Ik heb u alles verteld.

Heeft u me niets te zeggen?

Nee.

Jammer.

Tot morgen.

Tremblet, is dat hier?

Ja. Met wie heb ik de eer? Commissaris Maigret, recherche.

Ik ben de broer van mevrouw Tremblet, Mathieu Lanzeac.

- Uit Moulins? - Jawel, Lanzeac ijzerwaren.

- Ik kom voor m'n zuster. - Ik heb enkele vragen. Komt u mee?

- Ik ben al de hele dag onderweg. - Vijf minuutjes maar.

- Wat vindt u van uw zwager? - Niets.

Als ik vertel dat hij een ma�tresse had, bulkte van het geld...

en honderd kanaries had, wat doet u dan?

- Dan spring ik brullend van de trap. - Ga uw gang.

Hij leidde een dubbelleven. E�n officieel en ��n verborgen.

- Heeft u daar ooit behoefte aan? - Nee, dank u.

Ik ben tevreden met m'n vrouw en wat ik verdien.

Hoe lang gaat die erfenis trouwens duren?

- Pas als het onderzoek klaar is. - En het lichaam?

Wat moet u daarmee?

De uitvaart. Ik kan de ijzerwinkel niet lang alleen laten.

Kon uw zus overweg met haar man?

Al lang niet meer. Ze praatten niet eens meer.

- Wat denkt u van z'n dood? - Dit is voor 't eerst dat hij me verrast.

Wat bedoelt u?

Het is net alsof hij ons voor gek wilde zetten.

Toch is het logisch: hij leefde als een insect en stierf als een insect.

- Dus u vond hem een stakker. - Absoluut.

- U mocht hem niet erg, h�? - Niet echt.

Goed, gaat u maar naar boven. Bedankt.

- Waar kom je vandaan? - Nationale loterij.

- Wat zeiden ze? - Raad eens.

- Hij heeft nooit gewonnen. - Wist u dat?

Officieel niet, maar volgens z'n dochter speelde hij nooit.

Geen Tremblet heeft de laatste tien jaar gewonnen.

En zeker geen vier miljoen.

- Een biertje? - Graag. Van de tap.

Op zo'n nieuwtje moet gedronken worden. Hoe kwam hij aan dat geld?

De mogelijkheden zijn bijna onbegrensd. Aan ons de keus.

Op de academie heette dat deductie door eliminatie.

E�n: erfenis van een onbekend familielid.

Twee: de beurs, poker of de paarden. - Een dankbare rijkaard.

- Wie bijvoorbeeld? - Koning Feisal van Irak.

- Goudstukken? - In een kruik?

- Nee, een oude begraven schat. - In een ru�ne.

Op het platteland, dat komt voor.

Stop maar, jullie dromen. Hij was alledaags, banaal bijna.

Dat is een dubbelleven niet.

Als beide levens even kleurloos zijn, wordt het dubbel zo banaal.

Iets concreets dus.

- Wat voor werk deed hij? - Cijfers.

Hoofdaccountant.

Valsheid in geschrifte, verduistering, oplichting...

medeplichtigheid, rivaliteit, moord.

- Zie je het meisje nog? - Ja, eten bij haar thuis.

- Haar oom uit Moulins is er. - Weet ik. Hij zal je wel amuseren.

Praat over zaken. Die van hem en die van Tremblet.

Jij gaat naar Quai de la M�gisserie...

en je vraagt Josette Keller, die vogels verkoopt...

om morgen in de Impasse des Deux Couteaux de kanaries te voeren.

Ze zal het begrijpen.

- En u? - Ik ga naar huis.

Ik ben genoeg nachten niet thuis geweest.

- Is dat alles? - Nee.

Ben je met haar naar de kermis geweest? Je kunt het nog.

Die kaart is van haar.

- Waar denk je aan? - Aan haar.

Ze schiet wel erg goed.

Even goed als dat ze liegt.

- Zit dat je dwars? - Een beetje.

Pas op, het is heet.

Misschien heeft hij al die jaren gespaard.

- Zou dat kunnen, Mathieu? - Belachelijk.

Vier miljoen met wat hij verdiende?

Eet smakelijk.

- Heeft hij nooit voor u gewerkt? - Hoezo dan?

Belastingaangifte, boekhouding. Zo'n zwager is toch handig.

- Hoe had hij me moeten helpen? - Als er een probleempje was.

- Ze mochten elkaar niet. - Waarom zeg je dat?

Je hebt altijd gezegd dat ik een fout had gemaakt.

We hebben het over de boekhouder, niet de echtgenoot.

Was m'n gratin lekker?

Daar moet het zijn.

Heb ik u wakker gemaakt?

Ja, ik stond te dromen onder het scheren.

Fijn, ik ben ook goed gehumeurd. Commissaris Maigret.

Is deze van u?

Zou kunnen. Een mooi schot.

- Waar slapen uw buksen? - Daar, achter slot en grendel.

- Er ontbreekt er een. - Gestolen. Door een klant.

- Wanneer? - Maandag.

- Weet u wie het was? - Ik zie de klanten alleen vaag.

Ik ging een kaart ophangen. Toen ik terugkwam, was hij weg.

- Was de buks geladen? - Ja, schietklaar.

- Een vrouw of een man? - Geen idee. Ze komen en gaan.

Maar snel waren ze wel. Onder hun jas en weg.

Mag ik doorgaan?

- Wacht. Heeft u het aangegeven? - Nee.

- Zo'n ding is gevaarlijk. - Het zijn kleine kogeltjes.

Een ongelukje en je schiet zo iemand dood.

- Wel wel. - Wat je zegt.

Kom eens kijken.

- Nee maar. - Wat je zegt.

Banque Nador & Vercel, 4300 francs. 3400, 7120, 3940...

Couvreur en Bauchard gaf Tremblet heel wat geld.

- Ze leenden hem zelfs hun stempel. - Mauvre zal blij zijn.

- Vier miljoen in vier jaar. Petje af. - En dat noemen ze een stakker.

Mevrouw Josette Keller is er.

Dat zag ik al.

Als u me nodig heeft, ik ben op het bureau.

Ik vraag u om me heel eerlijk antwoord te geven.

- Geloofde u dat van die loterij? - Eerst wel.

En later?

Op een dag... een nacht zei hij dat hij het had verzonnen voor z'n gezin.

- Om het niet te hoeven uitleggen. - Wat?

Waar het geld vandaan kwam.

Als bonus kreeg hij van z'n werk flinke dividenden.

- En dat geloofde u ook? - Een beetje. Ik weet er niets van.

Heeft u geprobeerd meer te weten te komen?

Niet echt.

Beseft u welke risico's u neemt met zulke vriendschappen?

Nu ik tegenover u sta wel.

Ruim dat een beetje op.

Verlies die afschriften niet en laat de boel zo snel mogelijk verzegelen.

Maar laat mevrouw Keller eerst haar vogels meenemen.

Bij u zijn ze beter af. Vindt u het goed?

Natuurlijk, commissaris.

- Ik kom ze nog wel opzoeken. - Zoals u wilt.

Ik ben het.

- Is Mathieu terug naar Moulins? - Ja.

- Wat doe je? - Ik dacht aan hem.

Daar moet je mee ophouden.

Ik heb hem zo vaak bijna vermoord. Ik bedacht van alles.

Vergif, een ongeluk, het open raam...

Maar dan had ik hem moeten aanraken.

- Waar heb je het over? - Ik kan niet tegen die veren.

Als je ze aanraakt, breken ze zowat. Daarom spartelen ze altijd.

- Heb je hem gedood? - Dat hoefde niet.

- Je hebt hem niet gevoerd. - Ik had een hekel aan hem.

Niemand dacht eraan, zelfs jij niet. En toch hield je van hem.

Misschien is hij gestorven van verdriet.

- O, bent u het? - Mag ik binnenkomen?

- En als ik nee zeg? - Dan kom ik toch binnen.

- Dag, mevrouw Tremblet. - Ik laat u alleen.

Ze heeft het moeilijk.

Daarom stoor ik haar zo min mogelijk.

Wat wilt u vandaag?

Ik wil dat jij, je moeder en je broers morgen het huis niet verlaten.

En de school dan? En wat zeg ik op m'n werk?

Je hebt een excuus. We doen een reconstructie.

Wat betekent dat?

We gaan dezelfde handelingen doen om dezelfde tijd als die dag.

Leder gaat z'n rol spelen.

- Is ��n keer niet genoeg? - Zo gaan we het doen.

En die man met z'n buks aan de overkant, komt die ook?

Die man of vrouw...

zal er ook zijn als het meezit.

Ik heb geprobeerd me het gezicht voor te stellen...

van degene die in koelen bloede schoot.

Hij schoot niet in koelen bloede. Het was geen beroeps.

De kans dat hij hem zou doden was te klein met dat speelgoed.

Wraak? Wie dan? Waarom?

M'n moeder zou dat nooit hebben gedaan.

En je vader zou nooit hebben gestolen.

Het begon als een spel, denk ik. Kleine beetjes.

Telkens een beetje meer geld.

Hij ontdekte dat hij een macht kreeg die hij nooit had gehad.

Toen het te veel werd, draaide hij de kraan dicht.

Hij nam ontslag en vond een nieuwe eenzaamheid uit...

vol met vogels.

Dus m'n vader was een schurk.

Ik hou niet van dat woord. Laten we zeggen dat hij lange vingers had.

- Merkten ze niets op z'n werk? - Dat verbaast mij nou ook.

- Hallo. Rook jij? - Nee, nooit.

- Het appartement is op orde. - Kom mee dan.

Is hij weg?

Rook je?

Wat is dat?

Afschriften?

Bekijk de begunstigde eens.

- Maurice Tremblet? - Ziet u de bedragen?

4300, 5800...

6200, 12.000...

Dat is me nogal wat. Nu snap ik dat hij ontslag nam.

Zeg dat wel. En dat spelletje duurde van '46 tot '49.

- Wilt u weten waar 't vandaan kwam? - Waarom niet.

- Bij u. - Bij mij?

Bij Couvreur en Bauchard, waar u procuratiehouder bent.

Dat kan niet. Niet bij ons. Alles wordt twee keer gecontroleerd.

- Doet u de tweede controle? - Hangt van de periode af.

Het kan voorkomen, maar het is niet echt mijn werk.

Nee, onmogelijk.

Magine? Gaat het al beter? Mooi zo, je moet direct komen.

We moeten '46, '47, '48 en '49 controleren. Alle boekingen.

Dank je.

- Hij is er over een uur. - Hoeveel tijd heeft u nodig?

Een nacht.

Bent u dat?

Slecht nagemaakt.

En dat?

Dat is onmogelijk.

Belt u me als u klaar bent?

- Het is nog vroeg. - Ik heb vannacht telefoondienst.

- Zo heb je niet veel priv�leven. - Jawel, maar op ongewone tijden.

Misschien komen we elkaar nog eens tegen in dezelfde tijdzone.

Wie weet.

Weer een. Hoeveel heb jij er in '48?

- Elf. - Het hele jaar door elke maand.

O, verdomme, verdomme.

Blijf hier om op te letten.

- Volstrekt onmogelijk. - Alles is mogelijk.

Vier miljoen aan valse facturen in vier jaar.

Een miljoen per jaar. '46, '47, '48 en '49.

Tremblet heeft zich volgevreten.

Ondanks de tweede controle. Wie deed die ook weer?

- Magine. - En waar is meneer Magine?

In z'n bed, denk ik. Hij is niet gekomen.

- Zei hij waarom? - Hij heeft koorts.

Ik snap dat hij een beetje verhoging heeft.

- Heeft Magine alles goedgekeurd? - Dat heet een medeplichtige.

En misschien zelfs een moordenaar.

Meneer Magine?

Ik weet heel goed waarom u bent gekomen.

Omdat ik Tremblet niet heb aangegeven.

- Onder andere, ja. - Hij was een vriend.

Ik kom op voor de onderdrukten.

Niet aangeven is soms misschien lovenswaardig.

Medeplichtigheid niet. Hoeveel verdiende u eraan?

- Niets, geen stuiver. - Wat een toewijding.

Ik voelde me niet beduveld.

Hij kwam z'n afspraken niet na, daarom ging ik.

- Impasse des Deux Couteaux? - Precies. Ik eiste m'n deel op.

- Twee miljoen, fifty-fifty. - Nee, 500.000.

Ik was heel redelijk. Ik was altijd redelijk.

Ik wilde erkenning.

Ik mocht Tremblet en schonk hem m'n vertrouwen. En hij bedroog me.

- Had u hem toen kunnen aangeven? - Dat zei ik tegen hem.

Hij schrok en liet me terugkomen.

Nam een kamer voor me in het hotel. Zodat ik me rustig hield.

- En weer hield hij geen woord. - Nee, dat deed me verdriet.

Ik wilde naar huis.

Onderweg liep ik over de kermis. De buksen brachten me op een idee.

Ik pikte er een en ging naar m'n hotelkamer.

Ik zag z'n raam openstaan. Ik zag zelfs even z'n vrouw.

Toen zag ik hem in hemdsmouwen, rustig en tevreden.

Hij had twee levens en ik niet ��n.

Ik mikte op hem, net als op de kermis en ik schoot.

Daarna weet ik het niet meer.

Ik besloot om alles te vergeten en te vergeven.

- Ik ga me aankleden. - Wacht.

Wat heeft u met de buks gedaan?

Hier is hij.

Geef hier. Je weet maar nooit.

Je kunt er heel wat mee aanrichten.

Dat is al gebeurd. Begin nou niet weer.

Hij had woord moeten houden. Hij loog alleen maar.

Net als die vogels. Voor zijn vrijheid sloot hij ze op.

Hij behandelde ons als stakkers. Daarom knalde ik hem neer.

Had ik geen gelijk?

Wat moeten uw ouders hier niet van denken?

Nee, laat me los. Ik vergeef hem. Ik vergeef Tremblet.

Nee, ik heb niks gedaan. Ik vergeef het Tremblet.

Waar denkt u aan?

Dat hij echt een stakker is.

- Bijna hetzelfde. - E�n twijfelgeval bij jou.

Ik zou niet weten waar.

Moeten we de expert erbij halen?

Wat vind jij?

Die van de commissaris. Maar het scheelt niet veel.

Ik word ook nog wel commissaris.

Als ik Olympisch kampioen ben. Is het wel de mijne?

Ligt eraan in welke richting je de gaten telt.

In welke richting je de gaten telt?

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.