Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Spike?
Spike?
Kom even.
Ja?
Dit moet op pvc overgezet worden. In twee diktes, met water en olie.
Welke verf moet waarop? -Beide op beide. Let op dat... Rustig.
Merk ze, zodat ik weet wat water en wat olie is.
Ja, duidelijk. -Bij twijfel vraag je het me.
Houd het ditmaal goed in de gaten. Alles hangt af van het pvc.
Als de verf niet hardt, vervaagt het effect.
Goed? Aan de slag.
Simon, heb jij de kleurstalen gekregen? -De stalen?
Alsjeblieft. -Bedankt.
Ik breng ze naar de opslag. -Is goed. En Hans...
wil je kijken hoe het nieuwe pvc reageert?
Natuurlijk. -Fijn. Bedankt.
Zijn dat de schetsen voor Jon? -Ja.
Zal ik ze meenemen? -Nee, laat maar liggen.
Goedemorgen.
Goedemorgen, Anja.
Deze zijn vanmorgen gekomen. -Dank je.
Eens even kijken.
Waar zijn de plattegronden? -Er is oponthoud in Duitsland.
Lilly, zoek uit wanneer ze komen. -Doe ik.
Darling, dit moet je zien. -Krijg nou wat.
Verdomd, dat ziet er strak uit.
Hij kwakt het er gewoon tegenaan. -Gisteravond was het er nog niet.
Simon, krijg ik die schetsen nu?
Goedemorgen.
Als ze op tijd klaar moeten zijn, moet ik ze nu hebben.
Rustig maar, Jon.
Archiveer deze. En geef dit aan Spike.
Het is die Ghost-gast. -Waanzinnig.
Wat is dat voor iets? -Weet ik niet.
Vanmorgen was het er ineens.
Ken je hem niet ergens van? Fantastisch.
Altijd precies diezelfde stijl.
Wat zei David? -Ze gaan kopen.
Mooi. Goed gedaan, schat.
Je bent het toch niet vergeten?
Of wel? -Wat?
Ben je het vergeten? -Wat?
Je zoon komt vandaag.
O, ja. -Wat?
Ik was het heel even vergeten, maar niet echt.
Ik ben hier. -Kennelijk.
Goedemorgen, Lai. -Morgen.
Jon heeft je schetsen nu nodig.
Waarom draagt hij dezelfde trui als ik?
Geen idee. -Laat hem iets anders aantrekken.
Dat kan ik niet. -Zeg dat hij hem uittrekt.
Dat is raar. -Hoezo?
Ik kan een volwassen vent geen kledingvoorschriften geven.
Ik kan niet uitstaan dat hij mijn trui draagt.
Hij heeft vast geen vader gehad.
Wie wel?
Casper?
Je lijkt op je moeder.
Kunnen we je iets aanbieden?
Koffie? -Ja. graag.
Wil je er iets in?
Nee, gewoon zwart.
Dank je.
Kom, dan laat ik je je kamer zien.
Wat doe jij?
Hoe bedoel je? -Wat doe je voor de kost?
Waar droom je van? Wat is je passie?
Ik teken.
Teken je?
Wat voor tekeningen?
Dat?
Heb jij dat gedaan? -Ja.
Wanneer? -Vannacht.
Maar je bent er pas net.
Gisteren. -Waar heb je dan geslapen?
Bij vrienden. -Omdat wij niet thuis waren?
Omdat vandaag was afgesproken. -Wist je dat we er niet waren?
Dat zag ik, ja. -En toen heb je daarmee de tijd gedood.
Heb je het alleen gedaan?
Ja. -Indrukwekkend.
Bedankt.
Zullen we je boven gaan installeren? -Ja.
Op maandagavonden hebben we altijd een etentje.
We nodigen mensen uit en eten met elkaar.
Vanavond dus.
Dus jij maakt graffiti?
Wat?
Jij maakt graffiti. Waarom?
Waarom wat? -Waarom maak je graffiti?
Waarom schilder jij? -Nee, ik vroeg het eerst.
Ok�. -Ok�, leuk. Waarom dan?
Ik heb het altijd al gedaan. -Altijd? Hoelang is dat?
Weet ik veel. -Pardon?
Weet ik veel. -Kom op, Casper.
Het is verboden. Het is een misdaad, dat weet je toch?
Steel je ook?
En dat vind jij ok�? -Ja, hoor. Als het iets is wat ik nodig heb.
Dus we moeten allemaal maar stelen? -Dat doen we al.
Ik steel verdomme niet.
Ook goed. -Wacht even.
We zijn niet uitgepraat. -Laat hem met rust.
We zijn niet uitgepraat. Wat steel je dan?
Alles van iedereen.
Je kunt hier niet binnenstappen en zeggen dat je me komt bestelen.
Dat zei hij niet. -Wel. Ja, toch?
Ja. -Dat is een regelrechte provocatie.
Je komt hier zonder enige interesse in wie wij zijn.
Of wat ons drijft. Of wat onze passie is.
Jouw enige passie is kijken wat jij hier uit kunt slepen.
En jij tekent die belachelijke...
Hij is je zoon. -Slecht opgevoed.
Hij komt hier voor het eerst, helemaal alleen.
Dat is niet niks. -Goed. Ik ben uitgepraat.
Ik ben klaar. Kom, Darling. Kom.
Casper, ga niet weg.
Wacht, Casper.
Je moet het ons vergeven. Blijkbaar weten we ons niet te gedragen.
Ik kan maar beter gaan. -Nee. Weet je...
je vader is zo onvolwassen.
Ik kan alleen sorry zeggen en vragen of je ons nog een kans geeft.
Dit was een vergissing. -Niet dat je gekomen bent.
Dat je wegging was een vergissing. Onze vergissing.
Mensen moeten zich fatsoenlijk gedragen, en wij zijn daar niet zo goed in.
Badkamer, keuken, slaapkamer.
Ik heb de koelkast gevuld voor het geval... voor wanneer je ons zat bent.
Waar is hij? -Hier ergens.
Heeft hij dat gemaakt?
Dat zegt hij. -Waar is hij?
Hij is net vertrokken. -Hij was er toch pas net?
Ja. -Waarom is hij dan vertrokken?
Omdat jij raar deed? -Kom je vanavond?
Vertel, waarom is hij weggegaan?
Ik hou niet van jonge mensen. -Dat is gelogen.
Nee, echt niet.
Toe, kom vanavond.
We zouden kunnen trouwen. -Je bent te oud.
Ja. -Hij is er nu.
We zijn vanavond met velen.
Leuk. Dat vind ik fijn.
Wat vind je ervan? -Ik vind deze heel mooi.
Ik ben niet bang. Ik ben er niet bang voor. Helemaal niet.
Daar heb je hem. Casper.
David, dit is... -David.
Alsjeblieft. En dat is jouw visitekaartje?
Verdomd indrukwekkend.
Kijk eens aan.
Tegen alle verwachtingen in ziet het er heerlijk uit.
Ik stuur je de rekening. -Mijn commissie is 20 procent.
Proost. -Nu ga je je vaders kookkunst proeven.
Jon, wanneer hou je op in mijn trui rond te lopen?
Zodra ik m'n schetsen krijg.
Dus we zijn het erover eens dat het mijn trui is?
Ja, en we zijn het erover eens dat ik die schetsen krijg, als jij je spullen op tijd wilt.
Geef hier. -Kom op met die schetsen.
Zal ik doen. Vooruit, geef hier.
En ik krijg de schetsen. -Ja. Zodra Spike klaar is.
Helaas volgt hij een cursus precisie, toch?
Ik heb dit nog nooit gedaan. Ik doe het net zo lang tot het helemaal goed is.
Dat was wel wat cru. -Dus hij is The Ghost?
Daar ziet het wel naar uit. Die gasten doen supergeheimzinnig.
The Ghost is verdomme wereldberoemd. -Meen je dat?
Ja, google hem maar.
Hij lijkt op jou.
Dat zie ik niet. -Toch is het zo.
Wat?
Niks.
Wat is er? -Niks, zei ik.
Je zit naar me te staren. Dat werkt op m'n zenuwen.
Goed, als jij het zegt.
Wat vind jij?
O, daar gaat dit om. -Wat?
Je laat je tekening liggen omdat ik er iets van moet vinden.
Dat doe ik niet. -Wel.
Nee. -Dat doe je wel.
Ook goed. -Vraag gewoon wat ik ervan vind.
Ok�. Wat vind jij ervan?
Prima. Niks mis mee. -Hoezo?
Ik heb er geen verstand van. Ziet er goed uit. Wat moet ik zeggen?
Dat weet ik niet, maar jij hebt er wel verstand van.
Ik loop geen meningen over andermans werk uit te delen.
Ik heb jou anders wel een mening horen hebben.
Heb jij gehoord dat ik een mening had?
Bij een lezing.
Een lezing? Waar?
In Londen. -O, ja?
Waar in Londen?
Waar houd jij meestal lezingen in Londen?
Op de Royal Academy.
Ben je daar geweest? -Ik studeer daar.
Studeer je aan de Academy?
Krijg nou wat.
Ik weet helemaal niks van jou. -Je hebt ook niks gevraagd.
Wat moet ik zeggen van je tekening? Dat die mooi is?
Als ik dat al vind. Wat moet ik zeggen?
Gewoon wat je ervan vindt. -Wat vind je zelf?
Dat die supervet is. -Dan is die supervet.
Het kan jou geen reet schelen, h�? -Nee.
Simon, we moeten praten. -Wat is er?
Je gedraagt je als een malloot. -Wat wil je dat ik doe?
Neem hem mee naar jouw expositie bij David.
Dat gaat niet gebeuren. -Vraag dan of hij vertrekt.
Ik heb hem niet uitgenodigd. -En ook niet weggestuurd.
Wat moet ik met hem doen? -Ga ergens een hotdog eten.
Spike? Kom even.
Wat is er? -Ik heb hem gegoogeld.
Ja, dat is hem. Scrol naar beneden.
Die daar is beroemd. -Beroemd?
Van Facebook en zo.
Bedankt.
Ik rook niet.
Waar zat je? -Wat?
De fondsvergadering. Waar zat je in vredesnaam?
Ze belden.
Ik was het vergeten. -Serieus?
Dat is je nog nooit overkomen. Toevallig stond mijn telefoon aan.
Dan maak jij dat ook eens mee. Proficiat. -Waarmee?
Met dat je me niet kon vinden.
Kan jij een oogje op die jongen houden?
Ik vertrouw hem niet.
Ik vind dat hij weer naar huis moet gaan. Waar woont hij eigenlijk?
Op dit moment woont hij hier.
Dan zal hij moeten verhuizen. -Waarom?
Ik heb hem meegenomen naar Davids galerie.
En hij was niet al te diep onder de indruk? -Nee. Hoe weet jij dat?
Ga maar na. -Hoezo?
Hij is een jonge kunstenaar en jij bent z'n wereldberoemde vader.
Ja, maar...
Wanneer kom je terug?
Wat bedoel je?
Wat ik zeg. -Wat wil je?
Ik wil weten wanneer je terugkomt. -Hou toch op, schat.
Ik wil dat je voor ons zorgt. -Dat doe ik toch.
Nee, dat doe je niet. -Ik ben er toch.
Heb je het af?
Jezus, ik schrok.
Sorry dat ik loop te snuffelen.
Geeft niet.
Ik moest je eraan herinneren contact op te nemen met David.
Wat wil hij? -Dat je hem belt.
Waar ben je geweest?
Buiten.
Misschien kan ik wat nieuwe kleren voor je kopen.
Biertje? -Graag.
Hoelang wonen jullie hier? -Vier jaar.
We hebben op veel verschillende plaatsen gewoond.
Londen, New York.
Berlijn.
We leidden destijds een heel ander leven.
In welk opzicht? -Weet ik niet. Het was toen...
Het leek toen allemaal veel groter. Verveel ik je?
Wat? -Verveel ik je?
Nee, absoluut niet.
Ik weet niet. Het is alsof...
naarmate je ouder wordt, de wereld om je heen kleiner wordt.
Vroeger gingen we om met mensen van onze eigen leeftijd.
Nu hebben we allemaal jonge mensen om ons heen.
Dat is ook leuk, maar anders.
Heb je kinderen? -Nee.
Vind je dat erg?
Het was een keuze.
Waarom?
We waren zelf net kinderen. -En die kunnen geen kinderen krijgen?
Wij in elk geval niet.
Hield hij van m'n moeder?
Ja, dat denk ik wel.
Wat deed jij destijds? -Hetzelfde als nu.
Wat doe je nu?
Ik organiseer hem, zogezegd. -Je organiseert hem?
Vertel eens wat je zo allemaal organiseert.
Alles. De exposities. Dat hij z'n materialen heeft...
op tijd klaar is, in een bed slaapt. Alles.
Zodat hij goed kan werken.
Ken je deze?
Ja, dag. -Kom op.
Nee, dat was 30 jaar geleden. -Ben je nu te oud?
Ik ben niet oud.
Vooruit dan.
Hoe oud ben je?
Hoe oud ben je? -Weet ik niet.
Waar heb je vannacht geschilderd?
Waar heb je geschilderd? -Op Vesterbro.
Hoe oud ben je? -Weet ik niet.
Zo oud dat ik het niet meer weet.
Hallo, David. Met Casper. Sorry dat ik zo laat bel.
Goedemorgen.
Is dat het nieuwe pvc? -Ja.
Wat bedoel je? -Wat ik zeg.
Wat betekent het? -Dat je niet kunt uitstaan dat hij goed is.
Een graffitikunstenaar is toch geen concurrentie voor mij?
Waarom moet hij met jou concurreren? En het is geen graffiti.
Graffiti interesseert me geen lor.
Vind jij het opwindend? -Hou toch op.
Wat is het idee erachter? Ik snap dat hij z'n stempel wil zetten, maar wat dan?
Wat dan? -Vraag het hem.
Ik heb hem geen snars te vragen.
Het heeft geen diepgang. Geen enkele.
Wat?
Ik wil met je praten.
Welke van mijn werken heb je gezien?
Afgezien van die bij David, die je vreselijk vond. Heel provocerend.
Je hebt op de kunstacademie gezeten, of zit je er nog op?
Ja. -Wat doe je dan hier?
Ik...
studeer.
Wat studeer je?
Ik bestudeer jou.
Wat behelst die studie?
Jou leren kennen.
Je bent moeilijk te doorgronden.
Welke van mijn werken heb je gezien?
Er hingen tekeningen van jou op de gang. Onder meer.
Tekeningen? -Ja.
Wat stelden ze voor? -Paarden.
O, die.
Die hingen thuis. Bij je moeder.
Vond je ze leuk? -Heb je die gemaakt toen je jong was?
Ongeveer jouw leeftijd. Of jonger nog.
Ik was denk ik pas... Ik was 20.
Ik heb ze in Itali� gemaakt.
Ze zijn supervet. -Dank je.
Ze zijn heel goed. -Dus je vindt ze mooi?
Ja. -Daar ben ik blij om.
Wil je me naar een afspraak rijden? Heb je je rijbewijs?
Ja. -Dus je wilt me wel rijden?
Ik dacht dat je geen rijbewijs had. -Ik heb het net.
Dus je hebt het in Londen gehaald? -Ja.
Maar daar rijden ze links. Wij niet, dus misschien is het niet zo...
Geen probleem. -Durf je het wel aan?
Ja. -Dus ik ben veilig bij jou in de auto?
Dat weet ik niet, hoor. -Ik kan het proberen.
Waar moeten we heen? -Naar Vedbaek. Niet ver.
Naar Vedbaek? -Waarom lach je?
Is er iets mis met Vedbaek?
Waar lach je om?
Of lach je om m'n trui?
Niks aan de hand. -Wat is er zo leuk aan Vedbaek?
Mankeert er iets aan m'n trui?
Nee, hoor.
Ik vroeg me af of jij een keer mee zou willen...
op een nacht.
Jawel...
Dat...
Dat wil ik graag.
Dan moet je wel zeggen wat je ervan vindt.
Dat kan ik niet. -Kom op.
Ik ben daar niet goed in, Casper. Je weet dat ik dat niet kan.
Dan moet je oefenen.
Goed dan, ik doe het. Als jij zegt wat er met m'n trui is.
Hij is leuk. -Toe nou. Casper.
Als ik iets moet zeggen over jouw werk, moet jij iets zeggen over mijn trui. Kom op.
Hij is perfect voor Vedbaek.
Hij is perfect voor Vedbaek. Ja, dat klopt helemaal.
Ok�? Goed.
Ik denk dat je beter een taxi kunt nemen.
Ja, geen probleem. Dat doe ik. Tot vanavond.
Dit kan ik niet exposeren. Nooit van z'n leven.
Dat weet ik. Maar ken je soms iemand die dat wel kan?
Verdomd, ik geloof van wel.
Ben je hier nu mee bezig? -Ja.
Ik heb die posters van je gezien. -Die maak ik al sinds m'n tiende.
Het is dus waar.
Jij bent The Ghost.
We splitsen ons op. -Nee...
we hoeven alleen over het hek heen. Makkie.
Verder gaat niet. -Dus dan zie ik niet wat ik doe?
Ik denk dat ik wel kan abseilen. -Tof.
Of liever gezegd, ik wil het graag leren.
We proberen het een paar keer en helpen elkaar.
Al hebben we het druk hier, ik wil het graag proberen.
20.00 uur? -Ja.
Gaat iedereen mee? -Ik geloof het wel.
En dat terwijl we het allemaal al zo druk hebben.
Het is waanzinnig druk. Je vader vergt het uiterste van iedereen.
Ik moet even...
Dat zou ik niet doen, als ik jou was. Dat zou ik echt laten.
Mag ik er een rollen? -Ga je gang.
Dit is voor de Carlsberg Stichting.
Heb je zin om 's nachts eens mee te gaan?
Om te taggen? -Als ik mijn ding doe.
Mag ik het eens proberen?
Ghost.
Wat?
Kom eraf. Nu, Casper.
Wat doen jullie?
Je hebt daar niks te zoeken. Kom eraf.
Ik heet...
Ik heet Anna.
Ik heet Johanna.
Ik ben...
41.
41, 38...
66.
Ik ben 90. Ik weet het niet. Ik ben...
Ik wil seks.
Ik wil seks. Ik ben geil. Ik ben stervende.
Ik ben stervende.
Ik weet het niet. Ik ben 28. 28?
Ik ben 28, ik ben 30...
Ik ga net weg.
Kan het niet wachten?
Nee. Er wordt op me gewacht.
Kunnen ze niet wachten? -Nee, niet echt.
Ik wil je graag zien.
Ok�. -Wil je dat?
Wanneer?
Als ik terugkom. -Wanneer is dat?
Over drie uur.
Waar is hij? -Geen idee.
Tot straks.
Hier onderaan.
Is dit goed? -Bijna klaar. Alleen deze hoek nog.
Hallo, schat, met mij.
Bel me als je dit hoort. Het is belangrijk. Ik moet met je praten.
Weet je wat, ik kom naar huis. Tot zo.
Stoor ik? -Ja.
Heb je Darling gezien? -Nee.
Weet je het zeker? Heb je haar vandaag niet gezien?
Was dat alles? -Ben je eropuit geweest?
Klopt het dat jij 's avonds mijn personeel gebruikt?
Terwijl ik ze betaal om 's morgens uitgerust te zijn.
Kunnen we dit morgen bespreken? -Dit kan zo niet.
Morgen. -Ja, om 08.00 uur.
Dan ben ik nog niet op. -Morgenochtend om 08.00 uur.
Dit is mijn deur en mijn huis, en jij bent hier te gast.
Waarom neem je je telefoon niet op?
Wat gebeurt hier?
Ik kwam kijken of ik Casper kon helpen.
Casper helpen? Waarmee? Met roken?
Ik snap het niet. Jij zegt dat ze er niet is, maar ze is er wel.
Rot op, Simon. -Wat?
Rot op. -Waar ben je mee bezig?
Wat was dat? -Ik was met hem aan het praten.
Waarom? -Omdat hij jouw zoon is en jij het niet doet.
Waarom neem je niet op als ik bel? -Ik hoorde het niet.
Hoorde je me boven ook niet? Je verstopte je.
Zeg gewoon waarom je niet opneemt. -Ik weet het niet.
Ze zeggen dat hij goed is. Hoezo? Het is maar graffiti.
Het is geen graffiti. -Het voelt alsof hij zich binnendringt.
Dat vind ik doodeng. -Misschien wil hij wraak nemen.
Dat is nog enger. Wat wil hij met z'n grote talent?
Wat wil hij? -Hij zal het ge�rfd hebben.
Hij is jouw zoon, Simon.
Als hij goed is, heeft hij dat van jou. Kalm.
Hoe dan? Hij verschijnt hier en is ineens een groot kunstenaar.
Ik wou hem schoonmaakwerk geven.
Ik ga naar bed.
Hierbij draait alles om het licht. Focus daarop en op de breking.
Wat gebeurt daar?
Dat is ziek. -Serieus?
Dit kan toch niet. -Niet te geloven.
Trek wat kleren aan. Dit is een werkplek.
Je kunt hier niet in je blote bast zitten.
Goedemorgen.
We hadden om 08.00 uur afgesproken.
Weet je hoe laat het is?
Het is 12.00 uur.
Dat is lunchtijd. Hier ontbijten we om 08.00 uur.
Simon, dit moet je bekijken. Je hebt het nog niet gelezen, h�?
En dan deze tekeningen. -Blijf. Wij zijn nog niet klaar.
Deze twee. -Wat ben je van plan?
Wat? -Wat ben je van plan?
Nu? -Ja.
Wat doe je? -Ik teken.
Dat weet ik. Maar wat? -M'n posters.
Waarom zei je dat niet? -Je vroeg het niet.
Moet ik vragen wat jij achter mijn rug om doet?
Achter je rug om? Ik teken al m'n hele leven achter jouw rug om.
Wat kom je hier doen? Wat wil je? -Je bent m'n vader.
Houd dat vast.
Je hebt hem geslagen. -Wat?
Ik hoorde net dat jij hem hebt geslagen.
Als jij het zegt.
Als jij het zegt?
In godsnaam, Simon. Wat heb jij toch?
Je hebt z'n spook weggehaald. Waarom? Het was mooi.
Snap jij niet wat er aan de hand is? -Nee.
Omdat jij geen kunstenaar bent. -Nee, dat klopt.
Anders zou je het begrijpen.
Kun jij jezelf niet zien? -Hoe bedoel je?
Zien hoe je daar staat. Horen wat je zegt.
Ik voel dat hij hier binnendringt. Alsof hij iets wil.
Vreselijk zoals hij hier rondsluipt.
Hij probeert m'n ziel te stelen. -O, jezus.
Zal ik je eens iets zeggen? -Graag.
M'n ziel heb ik al lang verkocht.
Jij bent zo zelfingenomen.
Je snapt het niet. Het is heel griezelig.
Ik ben er eigenlijk wel blij om. -Waarom?
Dat de jongen talent heeft. -Mooi. Maar hij is jouw zoon niet.
Dat besef ik.
Dan kan hij voor jou dus niets betekenen.
Betekent hij iets voor jou?
Ik weet het niet.
Weet je dat niet?
Ja. Hij betekent iets.
Dat wel.
Dus hij betekent iets voor jou? -Ja, dat doet hij.
Omdat hij jouw kind is.
Haar en jouw kind.
Je moet de cirkel rondmaken.
Het proces voelen.
Het kan inwendig verwarrend zijn terwijl het gaande is.
Als je niet het gevoel hebt dat je verder komt...
op het oneindige pad, wat op zichzelf fantastisch is...
maar door de verwarring draai je rond. Daardoor...
Dat is de motor. Al is het een nachtmerrie, je moet het ervaren.
Jon, kom naar beneden. Jon, waar ben je? Ben je daar?
Kom hier, ik wil weten wat jij ervan vindt.
Jij moet tenslotte dat onding verkopen.
Samen met Darling. Of wie ook, kan mij het wat bommen.
Ik ben vooral met mezelf bezig, maar het is fantastisch.
Alleen al het idee erin te mogen zijn.
Die gewaarwording als je het nadert en het moment vastlegt.
Maar ik weet niet welk moment. Ik ben in de war, Jon. Help me.
Haal dat weg. Dat andere ook.
Klaar? Dat andere moet ook weg.
Simon, kijk hier even naar. Dit moet vandaag de deur uit.
Heb je het weggehaald? -Ja.
Hopelijk besef je dat het een vermogen waard geweest was.
Gaat hij bij jou exposeren? -Nee.
Zo ja, dan wil ik het weten. -Rustig. Natuurlijk niet bij mij.
Dit moet vandaag verzonden worden. Snap je?
Het is goed. -Het is troep.
Ja. Het is troep. Kom, we gaan.
We hebben een afspraak. -Ik ga niet mee.
Geeft niet. Kom.
Hou vast.
Ga je mee? -Nee.
Nee?
Morgen dan?
Iets zakken.
Casper. -Casper, naar beneden. Nu.
Ik hoef alleen dit stukje nog. -Casper, kom naar beneden.
Rennen, rennen.
Vuile kleresmeris.
Waar is hij?
Ze zeggen dat jij de eerste klap gaf.
We gaan naar huis.
Wil je hem zien voordat ze hem weghalen?
Zo te zien moet je naar de SEH.
Ik weet het zelf wel wanneer ik daarheen moet.
Vertel eens over je moeder.
Vertel jij maar.
Op haar 16e werd ze solist bij het Koninklijk Ballet. Ze was wereldklasse.
Ik ontmoette haar op tournee in New York. -Waarom ging je weg?
Ik verveelde me. -Serieus?
Zo herinner ik het me. -Dus je vertrok?
Omdat je wou schilderen? -Ja.
Vertel verder.
Er valt niet zoveel te vertellen. Je hebt het allemaal gezien.
Ze miste je.
Ik miste haar ook.
Waarom ging je dan niet terug? Of schreef of belde je niet?
Ja, het klinkt stom. -Inderdaad.
Blijkbaar kan liefde alleen twee mensen niet binden.
Dat begrijp ik niet. -Toch zit er een grond van waarheid in.
Hou je van Darling?
Ja, hoor. -Ja, hoor?
Wat is haar echte naam? -Die gebruiken we nooit.
Bizar. -Misschien, maar het is niet anders.
Is het 't allemaal waard geweest?
Twijfel je daaraan? -Ik twijfel altijd.
Daar weet jij alles van.
Waarom ga je anders aan een muur hangen tot iemand je in elkaar slaat?
Wat wij doen heeft z'n prijs. Daar moeten we mee leven.
En daar leven we ook mee.
Zo is het.
Je doet er niks aan.
Waar ga je heen?
Waarom kom je niet bij mij tekenen, in het atelier?
Dan hoef je niet met de politie te knokken.
Alleen nog maar met jou?
Nee, met mij hoef je niet te knokken.
Dat lieg je. -Hou ermee op. Je raakt nog gewond.
Ernstig gewond. Je hebt het niet in de hand met wat jij doet.
Neem je m'n aanbod niet aan? -Ik wil best een tekening voor je maken.
Als het daarom gaat.
Dat zou ik leuk vinden.
Dus we spreken af dat jij een tekening voor mij maakt. Goed.
Dan gaan we nu naar huis. Taxi.
Casper, dit moet je proeven. Kom hier.
Proef maar.
Lekker, h�? -Ja.
Het is verdomd lekker. Daar moet wijn bij. Schenk voor ons in.
Is er nog kaas?
Mag ik een stuk? Dank je.
Zullen we proeven?
Verdomd, wat is dat lekker.
Lekkerder krijg je hem niet. Wat vind jij?
Hij is lekker. -Toe nou.
Zeg wat je ervan vindt. Wat voel je, ruik je, proef je?
Hij is echt lekker.
Precies. Hij is lekker.
Drink maar. Er is genoeg.
Misschien was ik nu minder angstig als ik een kind had gekregen. Wat denk jij?
Het kan altijd nog.
Ik weet niet.
Hij had mijn kind kunnen zijn. Had gekund.
We lieten hem achter, en hij kwam terug naar ons.
Ik kan toch niet met hem naar bed? Het is nog een kind.
Hoe oud is hij? -28.
Dat kan best.
Je hebt mijn trui aan. Je vindt hem leuk.
Hij is vet. -Heb je een vriendin?
Daar moet ik misschien niet naar vragen. Vrienden?
Hier, bedoel ik. Veel?
Een paar.
Van die jongelui die de stad vol schilderen met rare kleuren?
Ik kan die letters niet lezen. Die werken van jou zijn ok�.
Komen er in jouw werk ook letters voor? Ik haat die zinloze troep die zij maken.
Je hebt kunst, en je hebt vandalisme. Biertje? Ja, verdomd. Ik haal er twee.
Wat wil je? -Wat?
Wat wil je?
Stelde het niks voor?
Waarom bekruipt me het gevoel dat je een ander hebt?
Ik hou van je, schat. Dat weet je toch?
Ik hou van je, hou van je. Verdomd, wat hou ik van je.
Ze deed alles om me van de straat te houden.
Ze stuurde me naar iedereen die er verstand van had.
Op m'n 15e zat ik bijna een jaar op een kunstacademie in Itali�.
Toen de academie in Berlijn, Stockholm en uiteindelijk Londen.
Waar in Itali�? -In Carrara.
Ik nam de benen. -Uit Carrara?
School was niks voor mij. -Dat kan ik me voorstellen.
Maar jij kunt tekenen.
Dank je.
Ik ben ook in Carrara geweest.
In Carrara? Heb je daar op de academie gezeten?
Vandaar dat zij jou erheen stuurde. Natuurlijk.
Zij weet die dingen. Zij snapt ons soort mensen.
Dat wist ik niet.
Daar heb ik die paarden getekend.
Dat wist ik niet.
Nu we zo over haar praten, mis ik haar.
Ik heb lang niet meer aan haar gedacht.
Ze was zo klein.
Haar teken ik telkens weer.
Ik teken haar lichaam, haar spieren.
Ze was zo dun dat je haar aderen zag zitten.
Het ballet was keihard, maar zij was een taaie.
Ze kregen haar er niet onder. Ze danste de sterren van de hemel.
Ze is dood.
Wat zeg je?
Is ze dood?
Dat wist ik niet.
Ze was zo klein. -Piepklein.
Ze was heel erg klein. -En heel erg ziek.
O, ja? -Ja, heel lang.
Ik heb haar beloofd om na haar dood jou op te zoeken.
Ik ben blij dat je die belofte hebt gedaan.
Heel blij.
Ik ben blij dat je gekomen bent.
Ik exposeer volgende week in Berlijn.
Neem verdomme de telefoon op.
Waarom zei je niet dat m'n zoon in Berlijn exposeert?
Omdat jij dat niet aankan.
Heb jij dat contact gelegd? -Natuurlijk niet.
Dat kan ik helemaal niet. -Nee, maar je wist er vast van.
Adam zei het vandaag. Ik wou het je morgen vertellen, als we weer fris zijn.
Wat exposeert hij? -Dat weet ik niet. Die ruit betaal jij.
Zeg wat m'n zoon exposeert. -Ik weet het niet.
Foto's en film, hoorde ik. Film.
M'n zoon exposeert bij de concurrent.
Zijn moeder is net dood. Ik kan het niet meer aan.
Het wordt me te veel.
Praat met je vrouw.
Met m'n vrouw praten? -Als je vriend kan ik alleen dat zeggen.
Praat met je vrouw. -Waarover?
Hoe moet ik dit aan de politie uitleggen? Je gaat achter de tralies.
Waarom lig jij naakt in zijn bed?
Tja...
dat weet ik zelf ook niet goed.
Ben ik de enige die niet begrijpt wat er aan de hand is?
Vermoedelijk.
Wat is er met je oog gebeurd?
Ik heb Davids etalage verbrijzeld.
Ik ben er met de auto in gereden. -Lijkt me uitstekend.
Hij is een lul. -Ja.
Hij is een lul.
Maar hij is ook onze goede vriend.
Misschien is het niet zo erg. -Ik denk het niet.
Ik ga vast de bak in. Ik was dronken.
Hij regelt het wel.
Misschien is het best spannend om een tijdje in de gevangenis te zitten.
Hij zei dat we met elkaar moesten praten. -David?
Waar moeten we over praten?
Weet ik niet. Waar wil je over praten?
Nergens over. -Goed.
Hou je van me?
Ja, hoor.
Dat dacht ik al.
Hou jij van mij?
Volgens mij wel.
Ik weet helemaal niks van jou. Ik weet niks van jou.
Ik steel verdomme niet.
Ik steel verdomme niet. Ik weet niks van jou.
Ik steel verdomme niet.
Wat zeg je?
Is ze dood?
Wat zeg je?
Is ze dood?
Ik steel verdomme niet.
Is dat mijn trui?
Ik snap er niks van. Hem helpen? Waarmee? Roken?
Ik wil dat je iets voor me tekent.
Ik wil je zien.
Hij is perfect voor Vedbaek.
Je vader is zo onvolwassen.
Je vader is zo onvolwassen.
Je vader is zo onvolwassen.
Je vader is zo onvolwassen.
Je vader is zo onvolwassen.
We gaan naar huis. Ze zeggen dat jij de eerste klap gaf.
Je bent m'n vader.
Je bent m'n vader.
Je bent m'n vader.
Je bent m'n vader.
Je bent m'n vader.
Je bent m'n vader.
Je bent m'n vader.
Je bent m'n vader.
Dat zou ik leuk vinden.
Dan moet je zeggen wat je ervan vindt.
Ik wil je zien.
Dat kan ik niet. -Dan moet je oefenen.
Ik wil je zien.
Ik wil je zien.
Verdomd, wat mooi.
Ja, dit...
Dit zag ik niet aankomen.
Zullen we het samen afmaken?
Kom.
Kom. -Ik geloof dat ik naar de SEH moet.
Dat denk ik ook.
Dat waren rake klappen.
Ja, dat voelde verdomd goed.
Vertaling: Subs Media
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.