All language subtitles for Maigret - Bruno Cremer - 31 - Un meurtre de premiere classe.NED

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish Download
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Trein 106 met als bestemming Parijs...

sluit de deuren. De trein gaat vertrekken.

Naar het boek "Jeumont, 51 minutes d'arr�t' van Georges Simenon

Neem me niet kwalijk.

Gu�rin naar links, Juvet naar rechts. Het gaat hier wel om een misdrijf.

Die twee wagons blijven hier en jullie mogen niemand erdoor laten.

Gaston, haal jij Fernandez van de commandopost en loop de ophoging op.

Wat doe je daar, snotneus? Stap in.

- Blijven we nog lang zo staan? - Dat is aan de politie.

Arnaud, waar ben je nou?

- Meneer de consul. - De la Guyaudi�re, m'n secretaris.

- Inspecteur Paul... - Lachenal, Paul Lachenal.

- Ik mag helaas geen uitzondering maken. - Toch wel.

14.30 uur: Buitenlandse Zaken, 16 uur: Justitie, 17.15: Matignon.

- Kent u dat? - Uiteraard.

- Kan ik ergens bellen? - Ja, tegenover het station.

Bel inlichtingen, de recherche, de politie, wie dan ook.

Regel met de inspecteur een vervoermiddel voor ons. Een limousine.

We kunnen een auto uit Parijs laten komen voor de bagage.

Zoek er hier een. Die bagage komt later wel. Geef de sleutels aan Catherine.

- Wilt u niet dat ik blijf? - Nee, ik heb je nodig in Parijs.

Een trein stilzetten voor een of andere arme drommel, niet te geloven.

- Is die telefoon ver weg? - Nee.

- Met Paul. Heb ik u gewekt? - Wat dacht je?

Ik bel omdat ik snel een beslissing moet nemen over een explosieve situatie.

- Een moord? - In Jeumont.

- In het station? - Nee, een trein. Twee wagons maar.

- Heb je me nodig? - Er zit ook weer eens een zeiksnor bij.

Zeg maar niks, ik kom er aan.

De man van m'n hart bestaat echt, Voldemar. God is m'n getuige.

Die oude man is dood en heeft me z'n fortuin nagelaten.

Ik ben zo vrij als een vogel.

Ik hoef alleen nog gelukkig te zijn.

Het geluk staat voor de deur en ik hoef het alleen maar binnen te laten.

Wat is alles in deze wereld toch banaal, laag en stompzinnig.

Wat is alles toch lelijk, Voldemar.

Ik ben ongelukkig. Zo ongelukkig.

- Wie is die Voldemar? - Dat komt uit Tsjechov.

- Houdt u van Tsjechov? - Een beetje.

Bent u het kindermeisje van de familie Quentin-Michaud?

- Ik zat in de coup� van... - Het slachtoffer?

Ga maar terug. Iedereen moet terug naar z'n plaats.

Het kwam uit Tsjechov.

Ik was Tsjechov aan het repeteren. Ik wil actrice worden.

- Dat hebt u snel gedaan, oom. - Commissaris.

- Hoe gaat het? - Ik ben een beetje overweldigd.

- Kunnen we ergens praten? - Die coup� is leeg.

Hoe gaat het met je ouders? M'n vrouw wilde hen net uitnodigen.

- Hoe gaat het met m'n tante? - Goed. Ze ziet haar neef bijna nooit.

- En de politieacademie? - Ik werk al twee jaar als agent.

Waarom in Jeumont? Vanwege het strand en de palmen zeker.

Ik ben hier geplaatst. Het is hier in het noorden best leuk.

Als je weer m'n hulp nodig hebt, zorg dan dat je aan de Middellandse Zee zit.

Dan kan ik je tante meenemen.

- Is dat de bagage van de consul? - Inderdaad.

Hij heeft heibel geschopt in Parijs. Je hebt ons in een lastig parket gebracht.

Als je twee wagons met passagiers vasthoudt, moet je wel lef hebben.

Om niet te zeggen: dan moet je niet wijs zijn.

Leren jullie dat op de politieacademie? Twee verloren jaren.

Ga zitten.

- Er is wel een moord gepleegd. - In ��n coup�.

De wagons eerste klasse zijn nog niet demonteerbaar.

Heel grappig.

Jullie denken dat jullie heel wat zijn, als beginnend inspecteur.

Jullie verdienen een pak slaag.

Leg uit. En probeer duidelijk te zijn.

De deuren tussen deze en andere wagons waren vergrendeld.

En aan de andere kant?

De restauratiewagen sluit na het eten, net na de stop in Dortmund.

Dan worden deze wagon en de eerste- klassewagon van de rest afgesloten.

En de stations voor Jeumont?

Maastricht, Luik, Charleroi? Wat denk je daarvan?

Volgens z'n buren is de dode in Maastricht ingestapt.

Zeg liever 'het slachtoffer'. Dat klinkt niet zo surrealistisch.

In Charleroi is hij even uitgestapt.

Volgens de arts is hij net voor vertrek uit Jeumont overleden. Hij was nog warm.

- En dus? - De dader zit in een van de wagons.

- Als je redenatie geen fouten bevat. - Ik zie er geen.

- Wat vindt je commissaris ervan? - Ziani? Die is op vakantie.

- Waarheen? - Corsica. Hij komt morgen terug.

Dan moeten we snel handelen, in jouw belang.

- Waar is je klant? - In het oude station.

- Eentje heeft de trein al verlaten. - Maar die telt niet.

Iedereen telt mee. Stel hem maar eens aan me voor.

- Persoonlijke bezittingen. Papieren? - Geen papieren of geld. Gestolen.

- Zakken? - Een lege portefeuille.

Z'n kleding komt uit Belgi�. Hij ook, denk ik.

Eerst dacht ik aan een hartaanval.

Toen ik z'n dasspeld eruit had getrokken, zag ik dat het wel het hart was...

maar geen hartaanval.

Tot aan het gevest erin. Dodelijk.

Ik heb niet aan vingerafdrukken gedacht.

Wel een beetje opvallend. Was dat alles?

- Je moet wel handig zijn. - Of geluk hebben.

Hij was onmiddellijk dood. Hij bloedde nog nauwelijks toen hij werd gevonden.

De rechter-commissaris noemde het grote kunst. Hij heeft u dus gebeld.

Het slachtoffer is dus tijdens die stop van 50 minuten in Jeumont vermoord.

- Zonder enige twijfel. - Ziet u wel.

De moordenaar moet volgens jou dus in een van de wagons zitten.

- Is hij niet uitgestapt in Jeumont? - Dan is hij weer ingestapt.

Alle passagiers die wilden uitstappen, moesten hun paspoort afgeven.

Iedereen die was uitgestapt, is ook weer ingestapt.

Waarom is hij dan weer ingestapt? Dat is pure zelfmoord.

- Anders zou hij meteen zijn verdacht. - Of hij is niet uitgestapt.

- Waar zit dan de redenatiefout? - Dat merken we vanzelf wel.

- Roep die conducteur eens even. - Wilt u even hier komen?

Vertel eens hoe dat gaat. Rijdt u altijd op deze trein?

Ik zit al drie jaar op trein 106.

- Elke dag? - Drie maal per week.

Bent u degene die de deuren naar de andere wagons afsluit?

- Niemand anders? - Zeker niet.

- En vergeet u dat nooit? - Anders blijven de klanten te lang.

Ren� Bonvoisin. Ik sta ook aan het hoofd van een afdeling, net als u.

Ik ben veilingmeester. Eenmaal, andermaal, verkocht.

Ik ging tussen Charleroi en Jeumont hier zitten. Daarvoor zat ik naast de dode.

- Waarom bent u verhuisd? - Hier had ik plaats voor m'n voeten.

Vraag maar aan hen.

- Reist u samen? - Ik niet.

- Ja. - Nee. Nou ja, toch wel.

Wel of niet?

Geen toerist, maar tandarts. Congres in Parijs.

Wilde u vertrekken?

Dag mevrouw, het spijt me dat deze stop iets langer duurt.

- Een beetje? Dit komt me heel slecht uit. - Mij ook.

- Hoe heet u? - Eric Dorl�ac.

Tot straks.

Ik heb alle namen, zitplaatsen en paspoorten genoteerd.

Dat is theoretisch heel mooi. Maar in de praktijk hoor ik liever hun stem.

- Wat zegt hij? - Ik spreek geen Tsjechisch.

Ik heb niemand gevonden die kan vertalen.

Is die mevrouw ook Tsjechische?

- Wat zei ze? - Ik spreek geen Duits.

Wat spreek je dan wel?

Mlle Jacqueline Dorot, m'n verpleegster. Ze begeleidt me tot aan het ziekenhuis.

- Ik zal haar vreselijk missen. - En wie bent u?

Guillaume Collet, projectontwikkelaar. Veel werk, dus.

- Bedrijfsongeval? - Niet eens.

Van m'n paard gevallen. Dat stomme beest viel op m'n been.

- Waar bent u opgestapt? - In Luik.

- Wat hebt u voor verwondingen? - Breuken. Zo'n paard is zwaar.

- Hoeveel? - Zeker 600 kilo.

- Ik bedoelde het aantal breuken. - Drie, waarvan ��n open breuk.

- Doet het pijn als u opstaat? - Ik kan niet opstaan.

Laat hun lunch hierheen brengen.

De anderen wil ik tijdens de lunch in de restauratiewagen spreken.

Twee vliegen in ��n klap: eten en ondervragen.

Verzamel alle paspoorten en breng ze naar me toe.

- Volk. - Ik kom al.

Commissaris Maigret. Ik wil graag naar Parijs bellen.

Op die lijn.

Denkt u dat het mogelijk is om hier in de buurt dertig mensen te laten lunchen?

- In het station? - Dat is een goed idee.

Dan kunnen ze even hun benen strekken en de trein uit.

- Maar u hebt toch een restauratiewagen. - Dat is m'n kantoor en het is er te warm.

- Broodjes of een echte maaltijd? - Hallo, met mij.

Kan ik Lucciani even spreken?

- Broodjes of een echte maaltijd? - Geen etentje, maar wel iets fatsoenlijks.

We kunnen iets van het hoofdstation laten komen, maar dat komt lauw aan.

Met Lucciani? Een momentje.

- Moet ik het regelen? - Dat wilde ik u net vragen.

- Voor hoe laat? - E�n uur, half twee.

- Eet iedereen alles? - Vandaag wel.

Ik wil dat je een paar namen natrekt. Schrijf op, want het is nogal een lading.

Bonvoisin, Ren�, veilingmeester.

Ik zal het voor je spellen: Bon, zoals in 'bon', voisin zoals in 'voisin'.

- Wat is er om ��n uur, half twee? - Een lauwe lunch voor dertig personen.

- Dat komt slecht uit. - Ze hebben me betaald.

- Wat doen we nou? - Ik weet het niet.

- Wat doet u daar? - Ik ondervraag en let op. Ik wachtte op u.

- Houdt u me in de gaten? - U, en de anderen ook.

Kent u Eric Dorl�ac goed?

Als je iemand goed kent als je hem bij het toilet ziet, dan ken ik de hele wagon.

Ik bel je straks terug. De volgende trein komt om 14.10 uur aan op Gare du Nord.

De hoofdconducteur geeft je de foto's.

- Jammer dat z'n ogen dicht zijn. - Het hoeft niet mooi te worden.

Het zou fijn zijn als z'n hoofd wat hoger lag.

- Vindt u het vervelend... - Ja.

- Hoe herken ik die inspecteur in Parijs? - Hij herkent u wel.

Houdt u wel dit pak aan. U zei toch dat alles belangrijk is.

- Hebt u uw plaats niet verlaten vannacht? - Ja, een paar keer. Raad eens waarom.

Ik wilde even m'n benen strekken.

- Waar hebt u gewandeld? - In de gang. De deuren zaten op slot.

- Bent u naar uw plek teruggekeerd? - Ben ik soms een verdachte?

Nee, u bent getuige. Dank u wel, M. Dutoit.

Mme Lena Leinbach, alstublieft.

Tot straks, Albert.

- Kent u elkaar? - We hebben elkaar leren kennen.

- Sinds wanneer? - Sinds het vertrek.

Vanaf Dortmund zaten we als enigen in de coup�.

Als u hem verdenkt, kan ik voor hem instaan. Hij is vrijwel niet weggeweest.

Wat houdt dat in: vrijwel niet? - Toen we in Jeumont kwamen, sliep hij.

Ik ben uitgestapt, hij na 5 tot 10 minuten. In die tijd vermoord je niet iemand.

- Hoeveel tijd heb je daar dan voor nodig? - Hou op, u maakt me bang.

- Wilt u misschien een glaasje water? - Dat is wel een goed idee.

Als ik het goed begrijp...

is uw vriend even alleen geweest met het toekomstige slachtoffer...

- tijdens de stop in Jeumont. - Ja, maar ze sliepen.

- Wie? - Allebei.

Wat ging u in Parijs doen?

Wat zou een veilingmeester doen in een trein die naar Parijs rijdt?

Hij gaat naar huis. Dat probeert hij althans.

Zet uw schoenen maar neer.

- Wat deed u in Namen? - M'n werk. Bronzen beelden verkopen.

- Wilt u weten wat ik denk? - Graag.

Een vuil zaakje. Die beelden, uiteraard.

- Wat vindt u van onze zaak? - Uw zaak.

Ik verkoop dingen die van de doden waren, maar handel met de levenden.

Ik hoop dat dat zo blijft.

Eric Dorl�ac, 30 jaar.

- Wat doet u precies? - Ik studeer af in Berlijn.

Bent u nu klaar of niet? En waar studeert u op af?

De politieke ontwikkeling van Duitsland, van 1870 tot nu.

Dat is een flinke klus.

- Leeft u daarvan? - Nee, ik doe klussen.

- Wat voor soort klussen? - Als chauffeur, gids, danser.

- Bij het Bolsjoi-ballet? - Als partner van alleenstaande dames.

- Levert dat wat op? - Dat hangt ervan af.

- Waarvan? - Van die dames, toch?

- Stel je voor dat jij dat deed. - Ik?

- Het is altijd beter zo. - Wacht, een spinnetje.

Het is jammer dat het zo snel moet, maar het werkt wel verjongend.

Elke trein zou een wagon met stro moeten hebben.

- Reis je veel? - Bijna elke week, bij elke collectie.

- Werk je in de mode? - Ik ben in de mode.

- En wat doe jij? - Ik ben directeur van een koekjesfabriek.

- Loopt dat goed, koekjes? - Alles loopt goed na een oorlog.

- Waarom dan zo somber? - Zeg nou zelf.

We zitten midden in de rimboe vast. Ik kan niemand waarschuwen.

En dan die moordenaar naast me, en die nieuwsgierige commissaris.

Ik vind die agent wel aantrekkelijk. Je hebt ook vast wel iets te verbergen.

- Hoezo, ik ook? - Ik heb m'n geheimen, net als iedereen.

Maar in m'n geheime tuin staan geen bloemen.

Ben je bang dat een man je tuin overhoop haalt?

Ik ben sindsdien altijd een beetje bang. Daarom hou ik van aardige mannen.

- Sinds wanneer? - Ik was twintig.

M'n vader wilde zich in z'n eentje tegen het Duitse leger verzetten.

- Arme papa. Hij had het heel zwaar. - Wat is er gebeurd?

Als je zo duivels mooi bent, heb je een geducht wapen in handen.

Ik dacht dat ik m'n vader kon redden door een Duitse officier te verleiden.

- Is dat gelukt? - Niet echt.

- Het was dus voor niets. - Niet helemaal.

Ik vond het wel prettig. Daar schaam ik me niet voor.

Ik was zelfs een beetje verliefd.

Na de oorlog kreeg ik alles over me heen. Ik werd geschoren en geslagen.

Ik moest m'n huis uit. En m'n dorp verlaten.

Sindsdien ben ik altijd onderweg. Ik blijf nooit ergens heel lang.

Ik wil niet dat iemand dat overhoop haalt.

Dat begrijp ik wel, Lena.

Maar dat heeft hier niets mee te maken. Je kende de dode toch niet?

Denk je dat iemand van een vrouw als ik kan houden?

Misschien is je dader achter je rug om uitgestapt en gaat nu de grens over.

- U bent wel koppig. - Dat zit dan in de familie.

De wagons waren afgesloten. Onze man moet er nog zijn.

Hoezo een man? Hij is vermoord met een sieraad. Dat vind ik wel vrouwelijk.

Is iedereen geweest?

Alleen die gewonde en z'n verpleegster: Guillaume Collet en Jacqueline Dorot.

Ik zal u niet vragen of u in Jeumont bent uitgestapt.

Jacqueline was zo aardig om kranten voor me te halen.

Het was zeker wel vreemd om alleen in zo'n verlaten en stille wagon te zitten.

Er heerste echt een doodse stilte.

Geluiden worden ineens belangrijk als je je niet kunt bewegen.

Je spitst je oren, je ontdekt geluiden, je vermoedt bepaalde geluiden.

Je ontdekt dat je vroeger wel hoorde, maar niet echt luisterde.

En in die stilte in Jeumont hebt u niets gehoord.

Ik geloof het niet. Of wel. U weet wat ik u net verteld heb.

Een subtiel geluid. Snel en licht.

Een nauwelijks hoorbaar metaalachtig geluid waar ik steeds aan moest denken.

Verder niets? Geen gepraat of geloop?

Jawel, ik heb mensen horen uitstappen en daarna allemaal weer instappen.

Maar een paar minuten lang heb ik helemaal niets gehoord.

Alleen dat metaalachtige geluid dat ik zo vaak gehoord heb.

Maar ik kan het niet thuisbrengen. Dat is toch grappig.

Doet u uw ogen eens dicht.

Dat was het. Dat was het precies.

Pardon, juffrouw.

Een rits, maar verderop, in een andere coup�.

- Maar u hebt een heel scherp gehoor. - Daar was ik ook verbaasd over.

Maar dan weet je nog niet wat het geheim van die rits was.

Een mooi lichaam onder een jurk. Een tandenborstel in een toilettas.

Een zak vol met geld. Een Eskimo in een anorak.

- Of een tas vol geheimen. - Dat is de mijne.

- Mag ik? - Dat zijn alleen persoonlijke papieren.

- Brieven, facturen, buitenlandse effecten. - Moet u dat doornemen?

Misschien bent u een grappenmaker en is die tas van iemand anders.

Leg neer. Neerleggen, of ik schiet. Benen uit elkaar.

Waar bent u mee bezig? Schiet u op de banken?

Niet, zij hebben m'n koffer gepikt.

- Spreekt u ineens Tsjechisch? - Ik versta het. Ze liegen.

Mag ik?

En zijn die biljetten uit de lucht komen vallen?

We gaan alles nog eens doornemen. Ga je gang, Paul.

Eric Dorl�ac, Fransman, 30 jaar, zegt student te zijn.

Brengt vluchtelingen van Oost naar West.

Laat zich met klinkende munt betalen voor valse papieren.

Westerse munt, uiteraard. Dat is niet zo mooi allemaal.

- Was de dode ook een klant van u? - Nee, dat was geen Tsjech.

- Hoe weet u dat? - Vraag maar aan Catherine.

- Wie is dat? - Dat kindermeisje.

Ga haar even halen.

Wat doet u met die Tsjechen als ze eenmaal in Parijs zijn?

Iemand komt hen afhalen.

- Wie is dat? - Geen idee. Altijd iemand anders.

- En wordt u dan betaald? - Nee, vooruit. Dat geld wilden ze terug.

- Hoezo? - We staan stil. Dat is mijn schuld niet.

Wilt u een klacht indienen?

Waarom verbergt u uw geliefden zo zorgvuldig?

Ik zeg het tegen niemand. Als de consul het wist, zou ik m'n baan kwijtraken.

Weet u waar uw vriend mee bezig is?

- Z'n afstuderen? - Nee, dat niet.

- Ze is soms een beetje... - Ik ben met haar in gesprek.

- In Parijs is hij vaak met buitenlanders. - In het station, zeker.

- Waar hebt u hem leren kennen? - In Dortmund, in het consulaat.

Hij kwam paspoorten ophalen. Zo was het toch?

- Het waren geen paspoorten. - Wat dan?

Ik breng dit naar de wagons.

Dit doet me denken aan vlak voor de oorlog.

E�n zaterdag per maand gingen we picknicken.

Afhankelijk van wie er mee was, was dat heerlijk of echt verschrikkelijk.

- Heb jij op het internaat gezeten? - Dat had m'n moeder nooit gewild.

Als ik in de zon zat, moest ik naar de schaduw, maar dat was weer te koud.

Ik wist nooit waar ik zijn moest.

Ik heb de foto's. Ik ga nu naar het station van Jeumont voor de trein naar Parijs.

Inspecteur Lucciani, vergeet niet naar z'n identiteitsbewijs te vragen.

- Is dat pastei of pat�? - Het is koud vlees.

Dat past wel goed bij de situatie.

- Eet Eric niet mee? - Welke Eric?

Dorl�ac. Die u hebt opgesloten met die twee Tsjechen.

Ik heb hen broodjes gegeven. Vindt u hem nou zo interessant?

Het is geen schoft. U zit er volledig naast.

Vindt u het normaal om mensen in nood te kopen en verkopen?

Zij vragen erom. Hij biedt hen de vrijheid.

- Hij is dus eigenlijk heel menslievend. - U in elk geval niet.

- U moet wel erg verliefd op hem zijn. - Dit heeft niets met liefde te maken.

Dan heeft hij pech.

Op een dag begon het plotseling te regenen. Het was noodweer.

Het was prachtig weer, maar binnen vijf minuten waren we doorweekt.

Na afloop trokken we onze kleren uit om ze te laten drogen.

Twintig blote meisjes in het gras, en onze kleren hingen aan de takken.

Dat had iets surrealistisch.

We schaterden het uit.

Tot we een hond hoorden blaffen, heel hard en van heel nabij.

Uit de struiken kwam een man opduiken. Hij was gigantisch.

Ik weet nog wat hij aanhad: een fluwelen jas, met een jagerstas om z'n schouder.

Hij had een geweer met twee lopen en een enorme snor, zo'n echte Franse.

Was u bang?

Nee, we keken hem aan en waren helemaal vergeten dat we naakt waren.

Hij bekeek ons stuk voor stuk uitvoerig.

En opeens waren hij en z'n hond weer weg, net zo snel als ze waren gekomen.

's Nachts hebben we er uren over gepraat, zo opgewonden waren we.

De volgende dag had de hele school het erover.

- We hadden hem Jupiter genoemd. - Waarom?

Vanwege Leda. Onze school heette het College van de Zwanen.

Jupiter werd een zwaan om Leda te verleiden.

Ik was dat deel van de mythologie vergeten.

- En jij heet Lena. Leda, Lena. - Daar had ik nooit aan gedacht.

Jupiter heeft wel m'n fantasie geprikkeld.

- Commissaris Maigret wil u spreken. - Ik kom.

Eet rustig door.

Ze hebben hem eindelijk gevonden.

- Wie? - De moordenaar.

Toch zijn we er bijna allemaal.

Wilt u een broodje?

- Kijk, een ganzenveer. - Ganzendons.

- Het raam is dus open geweest. - Of het komt van elders.

- Een kussen, een dekbed, een slaapzak. - Of een sierkussen.

Doe je ogen dicht en luister.

- Een rits. - Een hoes gevuld met ganzendons.

En daarvoor heeft er iets anders in gezeten.

Iets kostbaars, wat een leven gekost heeft.

- Was het lekker? - Is dat wel het juiste woord?

We hebben gegeten.

- Bent u niet van plaats veranderd? - Ik geloof het niet.

Weet u nog in welke volgorde u bent uitgestapt?

Paul, ga jij alle anderen eens vragen in welke volgorde ze zijn uitgestapt.

Ik ben als eerste uitgestapt om de kinderen te halen voor een wandeling.

Pardon, maar is de secretaris van de consul niet als eerste uitgestapt?

- Waar zat hij? - Daar.

Er waren maar vier couchettes. 's Nachts was hij hier.

Hij is de hele nacht op geweest. De consul riep hem om de tien minuten.

Ik ben na haar uitgestapt. M. Dutoit lag zeer vast te slapen.

Dat klopt. Ik werd wakker toen Mlle Leinbach haar hoed kwam halen.

Ik was de gang nog niet uit of ik merkte dat ik hem vergeten was.

Ik stootte tegen de knie van Albert aan en toen werd hij wakker.

- Ik heb meteen gevraagd of hij meeging. - En u was alsnog uw hoed vergeten.

- Hoe weet u dat? - Ik ben ook weleens verliefd geweest.

- Er ontbreekt iets. - M'n speld, m'n hoedenspeld.

Briljanten in de vorm van een hart?

- Hebt u hem gevonden? - Zeker.

Midden in het hart van die meneer.

Wilt u met me meekomen, Mlle Leinbach.

Ik ben over vijf minuten terug, inspecteur.

- Hij doet het vast goed bij de vrouwtjes. - Hij is getrouwd.

Heeft hij nog met iemand gepraat?

Hij zei niet veel. Pas in Namen deed hij z'n mond open.

- Wat zei hij toen? - Hij gaapte. Toen vroeg hij wat ik deed.

Daarna hebben we het over kunst gehad. Het was een ontwikkeld man.

- Heeft hij verteld wat hij deed? - Nee.

Hij is in slaap gevallen. Toen ben ik in een andere coup� gaan zitten.

- Is dit hem? U krijgt hem later terug. - Nee bedankt, ik hoef hem niet terug.

U verdenkt me toch niet vanwege die speld? Want ik kan u ��n ding vertellen.

Twee mensen vallen hier buiten: ik en Albert Dutoit.

- Waarom? - Wij zijn in Jeumont niet uitgestapt.

- Vindt u dat een goed alibi? - We zaten in het toilet in de gang.

- Dan was u er dus vlakbij. - We waren al die tijd druk bezig.

- Zonder getuigen, zeker. - Ja, maar toch...

- Hoe was de picknick? - Matig.

- En de trein naar Parijs? - Komt om 21 uur langs.

- Kan het? - Hij kan maar vijf minuten stoppen.

Heb je het ook gemerkt?

Je neemt een treinwagon, maakt niet uit wie erin zitten. Je zet er een dode in...

en opeens begint iedereen te liegen. Begrijp jij dat nou?

'De sofist wil niet dat het verschijnsel waar is.'

- Heb je dat van de politieacademie? - Plato. Of misschien Alain.

Of Hegel. Ik denk eerder dat het van Hegel is.

- Dit lijkt op de tapijtjes van tante Agathe. - Wie was dat ook alweer?

Het nichtje van de grootmoeder van moederskant van uw vrouw.

O ja, die met die snor.

- Wat deed die Agathe in haar kussens? - Het houdt u wel bezig.

- Jij weet alles zo zeker. - Wat dan?

De moordenaar kan de wagon niet verlaten hebben, volgens jou.

- Dan moet de inhoud er ook nog zijn. - Als er wat in gezeten heeft.

- We moeten dus alles gaan doorzoeken. - Wat?

- De passagiers, de wagons, de bagage. - Dat heeft de douane al gedaan.

Maar dat zijn douanebeambten. Politiebeambten zijn veel handiger.

Ga versterking halen.

Deze is al doorzocht en we staan onder toezicht. Wat wil je nog meer?

Wil je je wapen terug? Moeten we je naar Parijs brengen met je vriendinnetje?

Wil je er ook nog een medaille bij?

- Wat zoekt u precies? - Dat zouden we ook wel willen weten.

Mag ik?

- Is dit alles? - M'n koffer staat bij die van de familie.

Daar gaan we zo kijken.

- Doorzoekt u de spullen van de consul? - Het is toch geen diplomatieke koffer.

De Tsjechen gaan ervandoor via de velden. Stuur er mensen op af.

Daar zijn ze. Schiet op.

Schiet in de lucht.

- En ze hebben m'n poen gejat. - Ze hebben hun geld teruggehaald.

Ik kan het beter bij me houden.

Wat doet u daar?

- Hoe gaat het met hem? - Hij heeft alleen een buil.

- U bedoelt toch die politieagent? - Nee, Eric.

Als u het per se wilt weten, u begint me op de zenuwen te werken.

Schiet op. We gaan naar de bagage van de consul kijken.

Nu raak ik zeker m'n baan kwijt.

Met die naoorlogse babyboom zal er genoeg werk zijn voor kindermeisjes.

Die reiskoffers zijn van de consul.

Die koffer is van de meisjes.

En die twee zwarte koffers?

Die grote is van de secretaris, M. Arnaud. Die kleine is van mij.

Het was zeker wel krap met al die bagage.

Er waren geen couchettes meer. Hij was woest.

Deze coup� hebben ze op het laatste moment nog ingericht.

- Hoe oud zijn de kinderen? - Acht en twaalf.

- Zijn ze leuk? - De oudste is echt een lastpost.

- Mag ik? - Ga uw gang.

Wat doet die daar nou?

Ik had hem uitgeleend aan Emmanuelle, de oudste. Wat is ze toch slordig.

Pak maar terug. Dan merkt niemand er iets van en wordt u niet ontslagen.

- Hoe doen we dat met die reiskoffers? - We halen inspecteur Lachenal erbij.

Ik ben het helemaal zat.

Een stilstaande reis is wel po�tisch, maar nu niet meer.

Commissaris, we halen het congres niet. We zijn de enige Duitse afgevaardigden.

We kunnen niet eeuwig blijven staan. Kunnen we ons gezin waarschuwen?

- Ben u getrouwd? - Uiteraard, en ik heb drie kinderen.

Drie kinderen? En hoe heten ze?

Ik begrijp best dat u in een lastig parket zit, M. Dutoit.

Als u wilt telefoneren, kan een agent u beiden naar het station begeleiden.

Maak jij de doorzoeking van de bagage van de consul af, Lachenal?

Ik deel uw ergernis, dat meen ik echt.

Om 21 uur koppelen we de wagons aan de sneltrein van Amsterdam naar Parijs.

Die stopt bij uitzondering in Jeumont.

- Ook als de moordenaar nog rondloopt? - Die vinden we wel.

Weet u dat wel zeker?

Als hij zich bij vertrek nog verbergt, moeten we hem toch meenemen.

Jeumont, Jeumont, een stop van 50 minuten.

Ze kunnen beter zeggen: Jeumont, een stop van 12 uur.

Zorg dat u de jurken niet kreukelt. Ze wil er mooi uitzien.

Hij ook, zo te zien. Wilt u er niet mooi uitzien?

Ik? Daar heb ik geen tijd voor. Ik heb geen geld om er mooi uit te zien.

Wacht maar, als u een beroemd actrice bent, zult u rijk zijn.

- Niets gevonden. - Kom eens zitten.

- Wat valt je op? - Dat zijn marken.

En verder?

Deze is nieuw, de andere zijn gebruikt.

- En verder? - Hier zitten gaatjes in, hier niet.

- Conclusie? - Andere herkomst, andere eigenaar.

Goed zo.

Tot straks.

- Alweer? Waarom? - Dat zal ik u later vertellen.

Het is net een spel: Als je op het foute vakje komt, moet je naar de gevangenis.

Geef hier.

- Ik ga met u mee. - Geen sprake van.

Zo zijn mannen.

Schaamteloos, stiekem, autoritair, en soms aardig.

En een politieman heeft dat dubbel zo erg. Nietwaar, Albert?

Maigret wil u spreken.

- Buiten? - Nee, binnen.

Dan ga ik op m'n sokken.

U zit in het vak. Wat vindt u hiervan?

Bij voorbaat iets uit de Vlaamse School, 17 e eeuw.

Als dit in een museum zou hangen, leek het erg veel op een Vermeer.

- Hij is niet gesigneerd. - Jawel.

De handtekening van de maker is overgeschilderd.

- Dan zou je denken dat hij echt is. - Dat is onvoorstelbaar.

Maar als hij echt was, hoeveel zou zo'n doek dan opbrengen?

Miljoenen, maar ook in gevangenisjaren. Dit moet gestolen zijn.

En als het vals is?

Dezelfde straf, maar minder geld. Dat hangt van de naam af.

- Kan die achterhaald worden? - Zeker wel.

Maar niet door ons, en ook niet hier.

Het is wel raar om een Vermeer in handen te hebben.

Rustig. Ik reken op uw discretie. Ik wil niet dat er ophef ontstaat.

Ga dat Frankel-meisje halen.

Hebt u me laten roepen?

- Houdt u van schilderkunst? - Ik geef meer om muziek. Hoezo?

- Is deze van u? - Nee, hoor.

Hij zat wel in uw boek.

En dit? Is dit van u of van uw vriendje?

Van geen van beiden. U hebt zijn geld.

En houdt de consul van schilderkunst?

Hij heeft wel schilderijen, maar meer familieportretten, geen huizen.

Ik weet niet hoe het daarin komt.

Ik geloof u wel, maar ik weet niet waarom.

- Mag ik uw boek even lenen? - Zoals u wilt.

U krijgt het terug.

Het is hier vreselijk leuk. En ontzettend warm. Bij jullie niet?

Zeg het maar, Lucciani.

Precies. Inderdaad.

Zit hij in z'n huis?

Zeg tegen de consul dat ze voor 21 uur hun koffers moeten komen ophalen.

Hoe laat is het?

Ze kunnen er gemakkelijk om 20 uur zijn.

Onderzoek ook welke schilderijen sinds de oorlog zijn gestolen of verdwenen.

Wat? Ik versta je niet, er komt een trein langs.

Nee, niet de eerste, de laatste.

Bij voorkeur uit Belgi�, Frankrijk of Duitsland.

Vlaamse School, 17 e eeuw. Genre Vermeer.

Fijn. Schreeuwen ze op de ambassade nog steeds moord en brand?

- En zij? - Zij stelen geen Vermeer uit 'n museum.

Ze smokkelen eerder sloffen sigaretten.

Coup� 5. Andr� Bonvoisin, en twee veehandelaren, de gebroeders Pelchat.

- Vergeet die maar. - Veeverkopers stelen geen Vermeers.

- Ik zou het nog wat harder zeggen. - Ze luisteren niet, ze zitten te schaken.

Maar op die veilingmeester zou ik wel wat geld durven inzetten.

Dat valt helemaal binnen z'n gebied.

Coup� 2. Die gewonde man met z'n verpleegster, Collet en Dorot.

Hij kan zich niet bewegen, tenzij z'n verband nep is.

Die vrouw is dus niet van z'n zijde geweken, niet lang genoeg.

- Die streep ik dus door. - Nog even niet.

We moeten eerst het paard ondervragen dat op hem is gaan zitten.

Laten we verder gaan.

Coup� 3. De vier Duitse tandartsen.

Misschien vormen ze een zeer goed georganiseerd commando...

maar ik zie hen dat echt niet doen.

Coup� 6 en 7. Dorl�ac, die oude vrouw, de Tsjechen en de familie Schuster.

Streep dat oudje en de familie Schuster maar door.

De Tsjechen en die jongeman, Eric, dat lijkt me een andere zaak.

- Kan ik die schrappen? - Heel dun. We houden ze in de gaten.

Coup� 4, van de dode. Prudhomme was meteen al geschrapt.

Heel onschuldig. Gezinshoofd, directeur van een koekjesfabriek.

Af en toe een beetje ontrouw, heel gewoontjes. Bijna te gewoon.

- Een ideale verdachte. - En de mooie Lena?

Met je hoedenspeld je medepassagier vermoorden? Dat is een beetje grof.

- U zei zelf dat het iets vrouwelijks was. - Je moet niet in zo'n lompe val trappen.

Weg met het mooie Luxemburgse meisje, dan.

- Dan blijft alleen dat Frankel-meisje over. - Die moeten we echt niet schrappen.

Ze heeft alles in huis.

Het doek zit in haar boek, in de koffer van de consul...

met de papieren van het slachtoffer en een paar nieuwe biljetten.

Toch ziet ze er niet naar uit.

Ze is ook geen moordenares, maar ik zou haar graag als handlangster hebben.

Van de overgebleven verdachten springt er niet ��n uit.

We hebben weinig gevonden. Vindt u dat niet verontrustend?

We hebben een slachtoffer, vele verdachten, maar geen enkel motief.

Een puzzel waarvan de stukjes niet passen.

Dat is vaak zo bij een onderzoek, tot het laatste moment.

Dat zul je nog wel merken.

- En als ik me vergist heb? - Dat kan toch niet.

- De douane kan iets gedaan hebben. - Dan loopt de moordenaar nog vrij rond.

- Denkt u dat dat kan? - Ik denk van niet.

Ik hoop alleen dat hij de goede kant op loopt als hij de trein heeft verlaten.

Denk je niet dat hij iets vergeten is?

- Dat was wel een eind rijden. - Wat doe jij hier, Lucciani?

Ik moest die familie toch in de gaten houden. Ik ben hen hierheen gevolgd.

- Welke familie? - Ik heb hen 60 kilometer achtervolgd.

- Hoezo, hen? - Ze zijn met z'n twee�n.

Twee bodes. Ze moesten toch hun bagage voor 21 uur ophalen.

- Waarom? - Voor ze worden aangekoppeld.

- Waaraan? - De sneltrein naar Parijs.

- Hoe laat is het? - Ze zijn er over 5 minuten.

- Wat komen ze dan doen? - Die koffers ophalen.

Maar die koffers zouden eerder in Parijs zijn als ze met de trein mee gingen.

- Dat noem ik 'de goede kant op lopen'. - Ik snap er niets van.

Ik heb nog een nieuwtje.

Een doek dat gesigneerd was met de naam Vermeer, getiteld 'Vlaams Huis'...

is in 1942 uit het Gemeentemuseum van Maastricht verdwenen.

Ze wisten niet of de Duitsers het hadden genomen of dat het gestolen was.

Maar ze wisten wel dat de conservator Henri Prudhomme heette...

geboren op 22 juli 1897 in Brussel en overleden op 15 juni 1953 in Jeumont.

- Dan heeft de dode het doek gestolen. - Zie je wel dat je het gaat begrijpen.

Ga hem halen.

Goedenavond, hebt u een goede reis gehad? Met zo'n auto...

M. Maigret zit al op u te wachten.

Dag, M. de la Guyaudi�re. U helpt me uit de nood door uw bagage op te halen.

Ik voelde me wel een slechte medewerker.

De consul is erg boos. We vertrekken zodra we de koffers hebben.

Neem me niet kwalijk. Ons beroep noopt ons er soms toe het protocol te negeren.

We moesten alle koffers doorzoeken, maar hebben alles netjes teruggelegd.

Dat is erg onhandig.

Ook een consul heeft gewone koffers in het licht van een misdrijf.

Maar ik heb het persoonlijk in de gaten gehouden.

Uw koffers zijn de coup� niet uit geweest.

We zullen u helpen de koffers over te laden. Ik sta erop.

Paul, zeg tegen Mlle Frankel dat meneer er is. Dan kan ze hem de sleutels geven.

Dat vergat ik nog bijna. Het is maar een formaliteit.

Wilt u even tekenen voor de overdracht van uw bagage?

Alstublieft.

- Bent u linkshandig? - Links- en rechtshandig.

- Behalve bij het schrijven. - Dan is links m'n voorkeurshand.

Tweehandig, wat een geweldige troef.

Begin met de grote koffers.

Heb je de sleutels?

Ze zijn doorzocht, maar het is allemaal netjes gedaan.

Verdorie, waar heb je het gelaten?

- Wat dan? - Er zat een groot boek in.

Dat was van mij. Ik had het in de haast in uw koffer gestopt.

- Waar heb je het gelaten? - In mijn koffer. Laat me los.

- Stomkop. Welke sleutel is het? - Die kleine zilveren.

Ik ben misschien stom, maar het is wel mijn boek.

- Welke kunnen we meenemen? - Die van de kinderen, en die ook.

- Ga ik dan niet met de auto mee terug? - Ze hebben je morgen pas weer nodig.

Breng Mlle maar naar haar coup�.

Potverdorie.

- Wat zoekt u precies? - Heel belangrijke papieren.

- Misschien zitten ze in een andere koffer. - Of hierin?

- Waarom daarin? - Daar heeft het in gezeten.

- Wat heeft erin gezeten? - Het schilderij.

En het zit er weer in.

Vlaams Huis.

Een waar meesterwerk.

Schiet op.

Start de wagen.

- Heb je dat van de film geleerd? - Op de politieacademie. 1951.

Petje af. Heel modern en effectief.

- Sinds wanneer kende u Prudhomme? - Sinds het einde van de oorlog.

Vanuit Maastricht?

- Heeft hij het doek gestolen? - Dat kan toch niemand iets schelen.

- Mij wel degelijk. - Hij heeft het weer teruggehaald.

- Wanneer hebt u hem teruggezien? - We zijn elkaar blijven ontmoeten.

Hij wilde het verkopen, ik wilde hem helpen.

In het consulaat in Duitsland gingen voor mij alle deuren open...

en ik kwam geregeld bij mogelijke kopers.

- En toen? - Ik had die witte raaf gevonden.

- Waar? - In Parijs.

Als je een klant hebt, moet je deze nooit laten wachten.

Vertel me eens wat er in die wagon is voorgevallen.

Ik ga over de reizen. Ik heb de couchettes en zitplaatsen gereserveerd.

- Ook die van Prudhomme. - Ik had z'n kaartje opgestuurd.

Dan kon u uw handlanger in de gaten houden.

- Hij was een zakenrelatie. - Wel een dubieuze.

- Waarom moord? - Ik heb niemand vermoord.

Ik ben ook gek: Iedereen weet toch dat hij zelfmoord wilde plegen.

Wilde u het doek zelf houden?

Nee, hij heeft juist geprobeerd mij te grazen te nemen.

Dan begrijp ik u wel. Het was dus pure zelfverdediging.

Hij heeft me verraden.

- Toen ik bij hem in de coup� kwam... - In Jeumont.

Begreep ik meteen dat hij het doek weer voor zichzelf wilde houden.

- Maar hij sliep. Praatte hij in z'n slaap? - Hij deed alsof. Hij werd gewelddadig.

Heeft hij zichzelf een speld in het hart gestoken?

- Hij heeft mij aangevallen. - Met die speld?

Denkt u soms dat ik gek ben? Maakt u dat de kat wijs.

U hebt de moord wellicht spontaan gepleegd met iets wat beschikbaar was.

Verblind door woede en door de geur van geld.

Nee, dat is helemaal niet waar.

- Ik weet het niet meer. - Ik wel.

Het gebeurde tijdens de laatste tien minuten van de stop.

Het gesprek werd vijandig. U had maar ��n gebaar nodig...

een woedend en ook behendig gebaar, om uw handlanger te vermoorden.

U bent teruggegaan naar de coup� van uw baas en hebt het doek verborgen.

- Waarom in een boek? - Omdat dat op de bank lag.

Een doek van Vermeer rol je niet op.

Dat verberg je plat, heel zorgvuldig, tussen de bladzijden van het boek.

En het boek plat in de koffer.

Toen hoefde u alleen maar naar uw plaats terug te gaan...

tegenover uw slachtoffer, dat anoniem was geworden...

en dat in diepe slaap verzonken was.

Zet hem maar in de auto, Lucciani. Maak de handboeien aan de stoel vast.

Ik rij met jou mee naar Parijs.

Haal m'n jas en m'n hoed even, Paul. Ik heb genoeg van die treeplanken.

- Is het onderzoek afgelopen? - Precies op tijd.

- Maar net. - Net zo punctueel als de Spoorwegen.

Blijf erbij tot ze aangekoppeld zijn.

- Bedankt. - Waarvoor dan?

- Wil je nog steeds niet in Parijs werken? - Daar ben ik nog een beetje te jong voor.

Je hebt gelijk.

Je zet 12 uur lang 2 wagons stil met 30 mensen erin, waaronder een consul.

En dat om iemand te zoeken die er niet in zat. Je bent een beetje verlegen, ja.

- Zijn we met z'n drie�n? - Nee, z'n vieren.

Vermeer is er ook bij.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.