Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Papa? Ik ben het.
O, daar ben je.
Wat doe je hier? -Wat denk je?
Wat is er gebeurd?
Niets. -Kom, zeg op.
Dat zei ik toch, er is niets gebeurd. -Niets?
Ze heeft me net gebeld. -Wat wil dat zeggen?
Dit kan je niet maken. -Het is mijn huis. Niet te geloven.
Je komt binnenvallen... Ik weet niet wie die vrouw is.
Ik heb haar niets gevraagd. -Ze komt je helpen.
Om wat te doen? Ik heb haar niet nodig. Ik heb niemand nodig.
Je hebt haar een trut genoemd. Ik weet niet wat nog meer.
Kan zijn. Ik weet het niet meer.
Ze moest huilen.
Omdat ik haar trut noemde? -Ze zei dat je haar fysiek bedreigd had.
Ik?
Fysiek?
Ze weet niet wat ze zegt. Deze vrouw is echt gek, geloof me.
Het is beter dat ze weggaat. Vooral omdat...
Omdat wat?
Ik wilde het niet zeggen, maar omdat je het per se wil weten: ik vermoed dat ze...
Dat ze wat?
Dat ze van me steelt.
Natuurlijk niet, hoezo? -Ze heeft mijn horloge gestolen.
Je horloge? Ben je die niet gewoon kwijtgeraakt?
Ik verdacht haar al. Ik heb haar in de val laten lopen.
Ik heb mijn horloge ergens neergelegd om te zien of ze het zou pikken.
Waar heb je het neergelegd? -Dat kan ik me niet meer herinneren.
Maar ik kan het nergens meer vinden.
Dat is het bewijs. Dat meisje heeft mijn horloge gestolen.
Wat is er?
Ik weet niet wat ik moet doen. We moeten praten, papa.
Dat doen we nu toch. -Nee, ik bedoel echt praten.
Dit is de derde die je...
Ik heb haar of iemand anders niet nodig. Ik red het prima in mijn eentje.
Het was niet makkelijk om haar te vinden.
Ze had zulke goede kwaliteiten.
En nu wil ze hier niet meer werken. -Je luistert niet naar wat ik zeg.
Dat meisje heeft mijn horloge gestolen.
Ik wil geen dief in huis, snap je?
Heb je onder het bad gekeken?
Daar waar je je kostbaarheden verstopt. -Hoe weet je dat?
Zeg de waarheid. -Ik weet het gewoon.
Heb je ernaar gezocht?
Hoe weet je dan dat ik daar soms mijn kostbaarheden bewaar?
Dat was toevallig.
Papa.
Waar ga je heen?
Ik heb niet aan je spullen gezeten.
Heb je het gevonden? -Wat?
Je horloge.
Zie je wel dat Angela er niets mee te maken had?
Omdat ik het gelukkig net op tijd verstopt had.
Anders wist ik nu niet hoe laat het was.
Het is 17.00 uur, mocht je het willen weten. Ik wel.
Sorry dat ik leef.
Heb je je pillen genomen?
Waarom kijk je naar me alsof er iets is? Er is niets aan de hand.
De wereld draait door.
Je was altijd al een piekeraar.
Terwijl je zus...
Waar is ze trouwens? Weet jij waar ze is?
Ik vroeg je wat.
Ik ga verhuizen.
Ik ga uit Londen weg.
Echt waar? Waarom?
Dat hebben we besproken, weet je nog?
Daarom wil je zo graag dat hier een verzorgster komt wonen.
De ratten verlaten het schip.
Ik ben niet meer in de buurt.
Ik kan niet meer elke dag komen. Dat moet je begrijpen.
Dus je gaat weg.
Wanneer? Ik bedoel waarom?
Ik heb iemand ontmoet. -Jij?
Je bedoelt een man? -Ja.
Echt waar? -Je hoeft niet zo verbaasd te doen.
Je moet toegeven dat sinds...
er niet veel...
Wat doet hij eigenlijk? -Hij woont in Parijs.
Ik ga daar wonen. -In Parijs?
Dat ga je toch niet echt doen?
Ze spreken daar niet eens Engels.
Dus als ik het goed begrijp...
ga je me verlaten. Is dat zo?
Je laat me in de steek. -Papa.
Wat moet ik dan?
Voor mij is dit erg belangrijk, anders zou ik niet gaan.
Ik hou heel veel van hem.
Ik kom af en toe een weekend terug om je te zien.
Maar ik kan je onmogelijk hier alleen achterlaten.
Als je geen verzorgster wil, dan moet ik...
Moet je wat?
Je moet het begrijpen, papa. -Dat doe ik.
Wat moet je dan doen?
Is daar iemand?
Alles goed? -Wie ben jij?
Sorry? -Wie ben jij?
Wat doe je hier?
Wat doe je in mijn appartement?
Anthony, ik ben het, Paul.
Wie? Wat doe je hier?
Ik woon hier.
Jij? -Ja.
Woon jij hier? -Ja.
Woon je in mijn appartement?
Het moet niet gekker worden.
Wat is dit voor onzin?
Ik ga Anne bellen.
Je dochter. -Ik weet wel wie Anne is.
Ken je Anne? Ben je een vriend van haar?
Ik heb het tegen jou.
Ken je Anne?
Ik ben haar man.
Haar man? -Ja.
Sinds wanneer?
Bijna tien jaar.
Natuurlijk, ja. Uiteraard.
Tien jaar al weer? Maar ik dacht...
Zijn jullie niet gescheiden? -Wie?
Anne en ik? -Ja, niet dan?
Zeker weten? -Ja, Anthony.
Zou ze niet naar Parijs gaan om...?
Hallo schat, met mij.
Je vader voelt zich niet zo lekker. Hij wil je graag zien.
Goed, blijf niet te lang weg.
Ze is boodschappen doen. Ze komt er zo aan.
Laatst vertelde ze me dat ze in Parijs gaat wonen.
Wat gaat ze in Parijs doen?
Ze heeft een Fransman ontmoet. -Volgens mij niet, Anthony.
Jawel, dat vertelde ze me laatst. Ik ben toch niet gek.
Ze zei dat ze ging verhuizen om bij hem te gaan wonen.
Ik zei nog dat het een stom idee was, omdat ze daar niet eens Engels spreken.
Weet je daar niets van? -Nee.
Oeps, ben ik uit de school geklapt? -Geen probleem.
Ze heeft het mij niet verteld, maar dat zal ze nog wel doen.
Weet je van de Fransman? Oeps...
Laat maar, kin omhoog.
Vroeg of laat gaat iedereen weg. Ik spreek uit ervaring.
Wil je ondertussen iets drinken? Water? Fruitsap?
Nee, maar ik wilde iets zeggen.
Vanwege dat meisje, die verpleegster.
Ik ben haar naam vergeten. Wat je vrouw per se wil.
Dat weet je wel. Alsof ik mezelf niet kan redden.
Je vrouw vertelde me dat ik hulp nodig heb van dat...
Ook al kan ik mezelf prima redden.
Ook als ze naar het buitenland gaat, naar Parijs, je vrouw.
Ik begrijp niet waarom ze zo volhardt in...
Kijk eens naar mij...
Paul. -Precies, Paul. Kijk eens goed.
Ik red het nog steeds prima in m'n eentje.
Vind je ook niet?
Ik ben niet...
Mee eens toch? Maar, zij.
Ik weet niet waar die stomme obsessie vandaan komt.
Ze is al zo van jongs af aan. Ze is niet erg slim.
Ze is niet...
erg intelligent. Dat heeft ze van haar moeder.
Ze heeft het beste met je voor. -Het beste met me voor, ja.
Ik heb daar nooit om gevraagd.
Ik weet niet wat ze in haar schild voert, maar ze voert zeker iets in haar schild.
Ze wil me vast in een tehuis stoppen voor...
Ik heb de signalen opgepikt.
Maar laat me heel duidelijk zijn:
ik ga mijn appartement niet uit.
Ik ga mijn appartement niet uit.
Dit is jouw appartement niet. -Wat?
Weet je nog dat je bij ons ingetrokken bent in afwachting van...
een nieuwe verzorger? Omdat je ruziede met de vorige, met Angela.
Is dat zo?
Daarom woon je nu bij ons.
Dus, James... -Paul.
Tuurlijk, Paul.
Dus dit is jouw woning?
Het moet niet gekker worden.
Ik ben het. -Ah, daar is ze.
Wat is er aan de hand? -Niet veel, je vader lijkt in de war.
Is er iets?
Wat is dit voor onzin?
Waar heb je het over?
Waar is Anne?
Anne. Waar is ze?
Ik ben hier.
Ik was boodschappen doen en nu ben ik er weer.
Oké dan.
Wat heb je gekocht? -Kip, vind je dat lekker? Heb je honger?
Ja, waarom niet?
Geef maar, ik doe het wel. -Bedankt.
Paul zei dat je je niet zo lekker voelde.
Het gaat prima, dank je.
Je ziet er...
bezorgd uit.
Nee, het is gewoon...
Gewoon wat?
Zeg het maar.
Ik was thee aan het zetten in de keuken.
Ik was alleen in het appartement en hoorde opeens iets en je man kwam binnen.
Wie?
Je echtgenoot. -Welke echtgenoot?
De jouwe, niet de mijne. -James?
Je echtgenoot. -Ik ben niet getrouwd, papa.
Het spijt me.
Ik ben al ruim vijf jaar gescheiden. Weet je nog wel?
Wie is hij dan? -Wie bedoel je?
Doe je dit expres? Hij met de kip.
Kip? -Heb je niet net kip aan iemand gegeven?
Waar heb je het over? -Heb je geen kip aan iemand gegeven?
Welke kip? Waar heb je het over, papa?
Hij was hier net nog. -Je vergist je, er is hier niemand.
Hij is verdwenen. -Wie?
De man met de kip?
Waarom lach je? -Nergens om, het spijt me.
Deze onzin maakt me gek.
Wat is er, papa?
Er is iets vreemds aan de hand.
Geloof me Anne, er is iets vreemds aan de hand.
Kom, ga zitten.
Maak je geen zorgen. Alles komt goed.
Ik weet het niet. -Jawel.
Maak je geen zorgen.
Heb je je medicijnen genomen?
Wat heeft dat ermee te maken? -Ik geef je je medicijnen, de avonddosis.
Dan ga je je beter voelen.
Het is al een tijdje aan de gang.
Er gebeuren vreemde dingen. Is het jou niet opgevallen?
Er was een man die beweerde dat dit niet mijn appartement was.
Een onsympathiek ogende man. Een beetje zoals je man, maar dan erger.
Het moet niet gekker worden. In mijn appartement, dat zei hij.
Dit is mijn appartement. Toch?
Toch?
Dit is toch mijn appartement, Anne.
Toch?
Dank je.
Ik weet het.
Je weet niet hoe moeilijk het soms is. Laatst herkende hij me niet eens.
O, ik weet het.
Dank je.
Het belangrijkste is dat hij haar mag.
Dat ik weet dat hij gelukkig is.
Dat is een goed idee, absoluut. Ik hoop het.
Aan de telefoon leek ze aardig.
Ik laat je weten hoe het gaat.
Tot gauw, liefs. Doei.
Ben ik niet te vroeg? -Nee hoor, kom binnen.
Kom binnen. -Bedankt.
Kom verder. Bedankt voor het langskomen. -Geen probleem.
Mijn vader is in zijn kamer. Wil je iets drinken?
Nee, bedankt. -Doe alsof je thuis bent.
Ik zei al dat mijn vader door het hele idee behoorlijk overstuur is.
Dat zorgt ervoor dat... Hij is behoorlijk boos op mij.
Ik vertel je dit omdat hij onverwacht kan reageren.
Heeft hij tot nu toe alleen gewoond? -In een appartement hier vlakbij.
Dat ging goed. Ik kon hem praktisch elke dag bezoeken.
Maar we moesten iets anders bedenken. Het ging niet meer.
Ik begrijp het. -Hij heeft meerdere verzorgers gehad.
Hij kon moeilijk met ze overweg.
Hij heeft zijn nukken.
Daarom heb ik hem naar mij gehaald. Ik vind het best moeilijk in mijn eentje.
Het is een beetje veel want ik werk ook. Daarom heb ik iemand nodig die me helpt.
Ging de bel? -Papa, ja.
Papa, dit is Laura. Hoe maakt u het, sir?
Ik heb verteld dat Laura vandaag langs zou komen om je te ontmoeten.
Je bent beeldschoon. -Dank u.
Kennen we elkaar niet? -Nee, dat denk ik niet.
Ik heb de sterke indruk dat ik je ken.
Laura komt kijken hoe je leeft...
en in hoeverre ze je misschien kan helpen.
Dat weet ik, schat. Dat heb je al honderd keer gezegd.
Mijn dochter heeft de neiging om zichzelf te herhalen.
Dat komt door de leeftijd. Wil je iets drinken?
Dat is aardig, maar nee, bedankt. -Het is tijd voor een aperitiefje.
Een momentje, ik ben zo terug.
Hij gaat zijn horloge pakken.
Ik moet zeggen dat ik hem charmant vind. -Niet altijd.
Net wat ik dacht, het is tijd voor een aperitief.
Ik heb twee horloges. Eén om mijn pols en één in mijn hoofd.
Altijd zo geweest.
Wat zou je willen, jongedame? -Papa.
Ik mag onze gast toch wel iets te drinken aanbieden. Wat zal het zijn?
Wat neemt u? -Een kleine whisky.
Voor mij hetzelfde dan. -Geweldig.
Twee kleine whisky's komen eraan.
Anne, alsjeblieft.
Ik ga je geen drankje aanbieden.
Ze drinkt geen alcohol, geen druppel. -Dat is zo.
Daarom lijkt ze zo nuchter.
Haar moeder was ook zo. De meest nuchtere vrouw die ik ken.
Stom. Haar jongere zus is een heel ander verhaal.
Hebt u twee dochters? -Ik hoor bijna nooit iets van de andere.
Zij was altijd mijn favoriet.
Ze was schilder. Kijk, daar.
De pirouette. Prachtig, hè?
Ja, inderdaad.
Een oogverblindend meisje.
Ik begrijp niet waarom ze nooit contact opneemt.
Je whisky.
Dank u. -Proost.
Ik heb alles over voor een glas whisky. Jij ook?
Ik heb niet zo veel, dus... -Is dat zo? Wat voor werk doe je?
Ik zorg voor mensen. -Voor mensen?
Ik help mensen die hulp nodig hebben.
Klinkt als zo'n meid die jij op mij loslaat.
Dat is vast moeilijk werk.
De hele dag doorbrengen met zo'n... Ik zou het niet kunnen.
En u? Wat deed u voor de kost?
Ik was danser. -O ja?
Papa. -Wat is er?
Je was ingenieur. -Hoe weet jij dat nou?
Tapdansen was mijn specialiteit.
Echt waar? -Je lijkt verrast.
Een klein beetje. -Waarom?
Geloof je me niet of kan je het je niet voorstellen?
Jawel. Ik vond tapdansen ook zo leuk.
Ik ben er nog steeds goed in. Ik zal het je laten zien.
Heel goed. -Waarom lach je?
Nergens om, sorry. -Ik weet aan wie ze me doet denken.
Aan wie? -Aan Lucy, toen ze jonger was.
Mijn andere dochter. Ze lijken op elkaar, nietwaar?
Ja, misschien.
Haar ondraaglijke gewoonte om zo stom te lachen.
Daar had ik je te pakken, hè?
De situatie is heel simpel.
Ik woon al lang in dit appartement.
Ik ben er erg aan gehecht.
Ik heb het 30 jaar geleden gekocht. Toen was jij nog niet eens geboren.
Het is een groot appartement. Heel mooi, erg groot.
Ik voel me hier heel gelukkig.
Maar mijn dochter wil het graag hebben. -Waar heb je het over?
Mijn dochter is van mening dat ik het in m’n eentje niet red.
Dus is ze bij mij ingetrokken, hoegenaamd om me te helpen.
Met de man die ze vlak na haar scheiding ontmoet heeft.
Hij heeft een slechte invloed op haar, moet ik zeggen.
Wat zeg je nu, papa?
Ze wil me ervan overtuigen dat ik het echt niet alleen kan.
De volgende stap is mij wegsturen. Ik weet niet waarheen.
Dat is een efficiënte manier om mijn appartement te bemachtigen.
Maar dat gaat niet gebeuren.
Sorry, schat. Ik kan het je net zo goed nu vertellen.
Ik ga dit appartement niet snel uit.
Ik ga je overleven.
Jullie allebei.
Van jou weet ik het niet zeker, maar mijn dochter, ja.
Het wordt mijn doel. Ik ga van haar erven, niet andersom.
Op haar begrafenis zal ik een toespraak houden.
Dat iedereen weet hoe harteloos en manipulatief ze was.
Het spijt me erg. -Waarom? Ze snapt dit helemaal.
Jij snapt het niet. Ik probeer haar al lang te overtuigen...
dat ik het in mijn eentje prima red.
Maar ze wil niet luisteren.
Ik heb van niemand hulp nodig...
en ik ga mijn appartement niet uit.
Mijn enige wens is dat iedereen oprot.
Dat gezegd hebbende,
het was me een genoegen. Au-revoir, toedeloe.
Het spijt me echt heel erg.
Dat van zijn nukken, was niet gelogen. -Het spijt me echt.
Dat hoeft niet. Zulke reacties zijn heel normaal.
Het komt goed. -Denk je?
En?
Ging het goed?
Ik denk het. Ze gaat morgen beginnen.
Hier? -Ja.
Mooi zo.
We zullen zien hoe de eerste dag verloopt.
Ik was bang dat het niet zou gaan, maar het ging prima.
Hij was charmant. -Zo, zie je wel.
Een echt charmeoffensief. Je had hem moeten zien.
Hij vertelde haar dat hij danser is geweest, tapdanser.
Ik weet niet hoe ik het moet zeggen. Ze is echt in staat om...
Ik denk dat ze het goed met elkaar kunnen vinden.
Hij zei dat ze hem aan Lucy deed denken.
O ja?
Hoe oud is ze?
Heb je belangstelling?
Wat is er aan de hand?
Het is toch goed nieuws dat het goed gegaan is.
Dus?
Wat is er aan de hand? Zeg het me. -Het is dat...
Toen ik net met de kip terugkwam, herkende hij me niet.
Ik weet het niet, maar het raakte me.
Dat begrijp ik. -Ik vind het heel moeilijk.
Kom, geef me een knuffel.
Ik zag in zijn ogen dat hij niet wist wie ik was. Alsof ik een vreemde was.
Daar zal je aan moeten wennen. -Dat kan ik niet.
Ik denk van wel. Je gaat er heel goed mee om.
Kom hier.
Hoi papa, Het eten is over vijf minuten klaar. Is dat goed?
Ja, schat, dat is prima.
Dat is prima. Hallo.
Heb je honger?
Ja, maar...
Krijgen we vanavond bezoek? -Nee, hoezo?
O, niets.
Niets.
Alles goed?
Ging het goed vandaag? -Ja, heel goed.
Laura kwam langs. Toch, papa? Laura is op bezoek geweest.
Wie? -Laura.
De jonge vrouw die vandaag op bezoek was.
We zijn bij de dokter geweest. -Ik ben mijn horloge kwijt.
Alweer? -Het ligt waarschijnlijk in je kast.
Op je verstopplek. -Welke kast?
Wat bedoel je? Ik weet het echt niet, Anne.
Welke kast? Er is geen kast. Er is toch geen kast.
Niet zo hard. -Heb je in je kast gekeken?
Ik ben het kwijt of het is gestolen. -Nee.
Hoezo niet? Het kan niet vliegen.
Zal ik even kijken? -Graag, dit is vervelend.
Ik maak me ongerust, erg ongerust.
Ik raak al mijn spullen kwijt. Iedereen pakt alles maar.
Als dit zo doorgaat, sta ik binnenkort in m’n blootje.
Dan weet ik niet meer hoe laat het is, alsjeblieft. Dank je.
Weet je hoe laat het is?
Bijna 20.00 uur.
Dat is al laat.
Moeten we niet eten?
Ja, over vijf minuten. Als de kip klaar is.
Eten we kip vanavond?
Dat heeft Anne gekocht.
Het is mooi. Je horloge, het is...
het is heel mooi. Het is...
Is die van jou?
Ik bedoel, is het van jou?
Mag ik eens zien?
Dus het ging vandaag heel goed.
Heel goed.
Dus ze lijkt op Lucy. -Is dat zo?
Ik heb haar nog nooit gezien.
Anne leek blij, ik vind het niet nodig. Het is vooral voor Anne.
Mag ik je horloge eens zien? -Het is belangrijk voor haar dat dit lukt.
Ze maakt zich zorgen om je. Het maakt haar erg van streek,
als je steeds ruzie maakt met...
Wat is er met mijn horloge? -Niks, ik keek er gewoon naar.
Ik wilde controleren of het... Het is heel mooi.
Heb jij het gekocht? -Sorry?
Was het een cadeau of heb je het gekocht?
Ik heb het gekocht. Hoezo?
Heb je het bonnetje toevallig bewaard? -Waar gaat dit over?
Je horloge. -Ik had het over Anne.
Ik weet niet waarom we niet goed met elkaar kunnen opschieten.
Met haar jongere zusje was dat heel anders.
Ken je haar? Ze is geweldig.
Geweldig.
Ik heb haar al maanden niet gezien.
Dat kan ik haar niet kwalijk nemen. Ze reist de wereld rond, dacht ik.
Ze is schilder.
Ik zou heel blij zijn als ze eens op bezoek zou komen.
Ik zou haar in mijn armen nemen en we zouden elkaar stevig omhelzen.
Urenlang, zoals vroeger.
Lang geleden, toen ze nog klein was.
Toen ze me nog "papaatje" noemde.
"Papaatje." Zo...
noemde ze me altijd.
Grappig, hè? "Papaatje."
Mag ik je wat vragen?
Maar ik wil een eerlijk antwoord. Geen mooie woorden.
Wil je dat doen?
Hoelang blijf je hier nog op ieders zenuwen werken?
Wat is er?
Wat heb je met je haar gedaan?
Niets. Waarom? -Je ziet er goed uit.
Ben je je sleutels kwijt? -Nee.
Mijn vader heeft een afspraak met Dr. Sarai.
Papa, kom hier.
Oké, bedankt. Je moet daar tekenen.
Ik zal deze invullen.
Geboortedatum? -Vrijdag 31 december 1937.
Vrijdag? -Ja.
U woont nu bij uw dochter, klopt dat?
Ja, tot ze in Parijs gaat wonen.
Waarom heb je het steeds over Parijs?
Wat? -Ik blijf in Londen.
Ik hou het niet bij als je steeds van gedachte verandert.
Ik zou nooit naar Parijs gaan. -Dat heb je gezegd.
Niet waar. -Je hebt het me laatst verteld.
Ben je dat vergeten? Ze is het vergeten.
Je lijdt aan geheugenverlies. Je moet naar de dokter.
Ik ga in ieder geval niet naar Parijs. -Mooi, ze spreken daar zelfs geen Engels.
Het kan heel verontrustend zijn en snel veranderen. Dus u kunt mij altijd bellen.
Dank u voor uw hulp.
Dank u.
Hallo, wat is er?
Oké, ik kom er zo aan.
Dank u. -Dank u.
Wat is er aan de hand?
Niet veel, maar hij wil je graag zien.
Waar is hij? -In zijn kamer.
Geef maar aan mij. -Dank je.
Hier... -Kom maar.
Wat heb je gedaan?
Wat is er aan de hand? -Niets.
Ik ga eten maken.
Wat is er? -Bedankt voor alles.
We moeten iets anders bedenken.
Zoals? -Stop hem in een instelling.
Een tehuis? -Ja, een verpleeghuis.
Dat is beter voor hem. -Waarom zeg je dit nu,
terwijl morgen een meisje begint.
Je hebt gelijk. Misschien lukt het met dit meisje.
Jij vindt haar goed. Maar de dokter heeft echt gelijk.
Er komt een moment dat... Hoe goed ze ook is, hij is ziek, Anne.
Hij is ziek.
Papa, wat sta je daar? Kom zitten.
Kom, papa. Kom en ga zitten.
Kom, papa.
Ging het goed vandaag? -Ja, erg goed.
Ja toch, papa?
Wat? -Je hebt haar aan het lachen gemaakt.
O ja? -Ze vond je charmant.
Dat je nukken had, maar charmant was.
Ze komt vanaf morgen hier werken.
Wil je nog meer? -Graag, lekkere kip.
Waar heb je die gekocht? -Beneden. Hoezo?
Zomaar. Het is lekkere kip.
Nee, bedankt.
Is ze er de hele dag? -Ja, tot 18.00 uur.
En daarna? -Hoezo?
Na zessen? -Dan ben ik er.
Ben je tevreden? -Met wat?
Je dochter zorgt goed voor je. Je mag van geluk spreken.
Jij ook. -Vind je?
Wat is er met haar aan de hand? -Met Anne?
Ze is moe. Ze kan wel een beetje zon gebruiken.
Je moet goed voor haar zorgen, maat.
Waarom gaan jullie niet weg?
Waarom niet?
Soms vraag ik me af of je het expres doet.
Niets.
We zouden...
naar Italië te gaan.
Maar we moesten het annuleren. -Weet je waarom?
Vanwege je ruzie met Angela.
We konden je niet alleen laten. We moesten onze vakantie annuleren...
en je hiernaartoe brengen.
En nu blijf je hier.
Voor altijd, als ik het goed begrepen heb.
Hij is het vergeten.
Het is ongelofelijk. -Hou op.
Ophouden met wat? -Je doet nogal...
Nogal wat? -Sarcastisch.
Nee, dat doe ik niet.
Ik vind mezelf heel geduldig. Heel geduldig, echt.
Heb je de kip weggehaald? -Sorry, ja. Wil je nog wat?
Staat het in de keuken? -Ik haal nog wat.
Ik doe het wel.
Waarom zeg je dat in zijn bijzijn? -Wat heb ik gezegd?
Ik begrijp hoe je je voelt. -Je begrijpt het niet.
Jawel, maar wat ik niet begrijp is...
Jij doet zoveel voor hem en ik heb daar veel respect voor.
Je hebt hem in huis genomen.
En waarom niet? Maar...
Hoe moet ik dit zeggen?
Je moet een andere oplossing vinden.
Hij is gek geworden. -Zeg dat niet.
Wat moet ik dan zeggen? Het is de waarheid.
We moeten iets anders bedenken.
Zoals? -Stop hem in een instelling.
Een tehuis? -Ja, een verpleeghuis.
Dat is beter voor hem.
Waarom zeg je dit nu, dat meisje morgen begint.
Je hebt gelijk. Misschien lukt het met dit meisje.
Jij denkt dat ze goed is. Maar de dokter heeft echt gelijk.
Er komt een moment dat... Hoe goed ze ook is, hij is ziek, Anne.
Hij is ziek.
Papa, wat sta je daar? Kom zitten.
Kom, papa. Papa, kom en ga zitten.
Even geduld aub, we proberen u door te verbinden.
Het nummer dat u belt, weet dat u wacht.
Met Dr. Sarai.
Papa, ben je al wakker?
Heb je lekker geslapen?
Waar komen deze vandaan?
Zal ik thee voor je zetten voordat ze komt?
Waar is het schilderij? -Welk schilderij?
Van Lucy. -Dat hing in jouw appartement.
Daar heeft nooit een schilderij gehangen. Kom laten we ontbijten.
Kijk. Kom eens kijken.
Hier is je thee.
Laat het niet koud worden.
Waar is Anne? -Ze is weggegaan.
Echt waar, nu al? -Ja.
Ze is vanavond weer terug. Ik pak je medicijnen.
Nee, wacht. -Ik ben zo terug,
alleen even je medicijnen pakken.
Hoe laat is het? -Tijd voor je medicijnen.
Dan hebben we het maar gehad.
Deze kleine blauwe, die vind je leuk.
Je kleine blauwe pil. Wat een mooie kleur, hè?
Mag ik je wat vragen? -Ja.
Ben jij een non? -Nee.
Waarom doe je dan alsof ik achterlijk ben?
Ik? -Ja.
Dat doe ik niet. -"Je blauwe pilletje".
Oh, sorry. Ik bedoelde het niet zo. -Het is erg onaangenaam.
Dat merk je wel als je zo oud bent als ik.
Mijn verontschuldigingen. Het zal niet meer gebeuren.
Is je iets opgevallen?
Op welk gebied? -Nou, mijn appartement.
Wat is daarmee? -Het is veranderd.
Vind je? -Ja.
Die stoelen daar bijvoorbeeld. Wie heeft die daar neergezet?
Geen idee. Je dochter, denk ik.
Mijn dochter, uiteraard.
Maar het is toch bijzonder om mijn mening niet te vragen.
Ik wil me verontschuldigen als ik een beetje...
de vorige keer. -Geeft niet.
Je dochter had me gewaarschuwd. Ze zei dat je je nukken hebt.
Wat lijk je verbazingwekkend veel op Lucy.
Anne heeft verteld wat er gebeurd is. Sorry, dat wist ik niet.
Wat? -Haar ongeluk.
Welk ongeluk?
Waar heb je het over?
Niets.
Neem je medicijnen, dan gaan we aankleden.
Zie je wel? -Wat?
Je praat tegen me alsof ik achterlijk ben.
Nee, niet waar. -Jawel.
Niet waar.
"We gaan aankleden." "Je blauwe pilletje."
Ik ben erg intelligent. Vergeet dat niet.
Begrijp je? -Ja, ik zal het niet vergeten.
Mooi zo. Dank je.
Ja, het is waar. Ik ben erg intelligent.
Soms verras ik mezelf zelfs.
Ik heb een geheugen als een olifant.
Ken je dat beest? -Ja, ja.
Je bent je pillen vergeten. -Wat doen ze daar?
Zal ik nog een glas water halen? -Doe geen moeite. Ik neem ze wel met...
met dat kopje thee.
Zeker weten? Ja, zeker. Kijk.
Let maar op. Kijk je naar me?
Ja. -Let goed op.
Ik stop ze in mijn mond.
Let goed op. -Ja, doe ik.
Mooi zo. Lekker kopje thee.
Hoppa.
De klus is geklaard. -Applaus.
Vroeger heb ik in een circus gewerkt.
O ja? -Ja.
Zal ik een goocheltruc laten zien? -Zullen we eerst aankleden?
Nu? Nee, niet nu. -Jawel.
Waarom? Wat is het nut? Ik moet mijn pyjama vanavond weer aantrekken.
Ik wil wat tijd besparen. -Ik snap wat u bedoelt.
Maar in je pyjama kunnen we niet naar buiten.
Waar wil je naartoe? -Het park.
Het is een mooie dag. -Alles goed?
Prima, we gaan aankleden.
Alles goed, Anthony? Is er iets?
Ik wilde eigenlijk even met je praten.
Met mij? -Ja.
Ik ga de spullen pakken. -Niet weggaan.
Ik ben zo terug. -Laat me niet alleen.
Ik ben hiernaast en zo terug.
Mag ik je iets vragen?
Maar ik wil een eerlijk antwoord. Geen mooie woorden. Lukt dat?
Hoelang blijf je nog op ieders zenuwen werken?
Wie, ik? -Ja, jij.
Ik wil weten hoe jij daarover denkt.
Blijf je je dochters leven verwoesten? Of ga je je binnenkort gedragen?
Waar heb je het over? -Over jou, Anthony. Over je houding.
Hou op, dat wil ik niet. -Wil je dat niet?
En wat als ik het nog een keer doe?
Je zult met me moeten vechten. -Is dat een uitdaging?
Kijk, ik wil iets ook niet.
Dat je op ieders zenuwen werkt. Na bepaalde leeftijd.
Hou daarmee op. -Ik zou dat niet pikken.
Ik vind dat volkomen ongepast. -Hou op, hou op.
Papa, wat is er gebeurd? Wat is er met hem aan de hand?
Het is goed. Is het vanwege je horloge?
Ik heb het gevonden, kijk. Het is goed. Niet huilen.
Niet huilen, alles komt goed. Het komt wel goed.
Laten we kip eten. Je houdt toch van kip.
Hoe laat is het? -Het is 20.00 uur, tijd om te eten.
Acht uur 's avonds?
Ik dacht dat het ochtend was.
Ik ben net opgestaan. Ik heb mijn pyjama nog aan.
Nee, het is avond en ik heb kip voor je gemaakt.
O papa, het is goed. Kom maar, schat, kom maar.
Papaatje, het is goed.
Mijn papaatje.
Papa?
Papa, slaap je?
Papa, ik ben het.
Ben je al wakker?
Wil je thee voordat ze komt?
Goedemorgen. -Ga zitten, het is klaar. Heb je honger?
Je krijgt vandaag bezoek. Weet je nog?
Weet je nog, papa?
Dat heb je 100 keer gezegd. -Ze komt zo.
Zo vroeg? -Ja.
Ik heb vannacht over haar gedroomd.
Ja, dat denk ik. Ik zag haar gezicht.
Ze deed me aan je zus denken.
Ja, dat zei je gisteren ook.
Als jij blij bent, ben ik het ook.
Ze lijkt me heel aardig. Ik bedoel, lief en efficiënt.
Ze gaat goed voor je zorgen. -Ik vind haar leuk.
We moeten aankleden voordat ze er is.
Wie? -Laura, je aardige, nieuwe verzorgster.
We doen een colbertje aan voor ze er is. -En een broek.
Ze vond het leuk om je gisteren te ontmoeten.
Je hebt indruk op haar gemaakt.
O ja? -Ja.
Ze denkt dat je kan dansen en heel goed in tapdansen bent.
Wie, ik? -Ja.
Wat zei ze?
Ze hoopt dat je een demonstratie geeft.
Dat is grappig.
Ik wist niet dat ik kon tapdansen. Jij?
Verborgen talenten. -Blijkbaar.
Is zij dat? -Ik denk het.
Ik ben nog niet aangekleed. -Geeft niet, dat komt later wel.
Ik moet me aankleden. -Het geeft niet.
Jawel. -Ze staat voor de deur.
Alsjeblieft, laat me niet alleen. Wat zal ze wel niet denken?
Ik moet netjes gekleed zijn. -Doe niet altijd zo moeilijk.
Aankleden komt wel, maak je niet druk. -Ik schaam me rot.
Hallo, Laura. -Ik ben toch niet te vroeg.
Helemaal niet, kom binnen. We zijn in de keuken.
We wilden net gaan aankleden.
Anne, wie is dit? -Hallo, Anthony.
Maar Anne, dit is haar niet. -Wil je iets drinken, koffie of...?
Nee, bedankt. -Heb je al ontbeten?
Ik wil haar niet. Waar is degene die ik leuk vind?
Hoezo? Zeg Laura gedag.
Hier klopt iets niet.
Het klopt niet. -We hebben elkaar gisteren ontmoet.
We begonnen elkaar net te leren kennen.
Ik zou terugkomen om te kijken hoe het hier gaat...
en of ik u kan helpen. Weet u nog?
Papa, mag ik even met je praten?
Hoe zal ik dit zeggen?
Weet je nog de eerste keer dat je bij mij kwam logeren?
Het was een noodoplossing, omdat Angela vertrokken was.
Ik dacht dat het beter zou zijn als...
Wat vind je van deze kamer? Mooi, hè?
Je kunt het park zien. -O ja?
Het is erg mooi.
Net alsof je in een hotel zit, toch? -Dat zeggen alle bewoners.
Ik denk dat dit beter voor je is.
Waar?
Hier.
Het zou geruststellender en beter voor je zijn...
als we gezamenlijk besluiten dat je hier gaat wonen.
Wat vind jij?
En jij dan? Wat ga jij doen?
Waar slaap jij? In welke kamer?
Als je dat nog weet: ik ga in Parijs wonen.
Nee, niet waar.
Ja, weet je nog? Ik heb je alles verteld.
Maar je zei... Echt waar? -Ja.
Maar je zei dat je hier bij mij zou blijven.
Ik ga weg, dat is belangrijk. Dat heb ik aan je uitgelegd.
Ik kom je regelmatig in het weekend bezoeken.
En ik dan?
Jij blijft hier in Londen.
Helemaal alleen?
En je zus? Waar is zij?
Als je eens wist hoeveel ik haar mis.
Ik mis haar ook, papa. We missen haar allemaal.
Lekker geslapen?
Wat doe ik hier?
Het is tijd. -Dat vroeg ik niet. Wat doe ik hier?
Waar is Anne?
Ik heb je medicijnen meegebracht. -Rot op met die medicijnen.
Ben je verzorgster? -Ja.
O, je bent verzorgster. Nu begrijp ik het.
Je bent een verzorgster. -Ja.
Ik vond je al zo'n type.
Een typische verzorgster. En wat doe je hier?
Sorry? -Wat doe je hier?
Ik zorg voor u.
Dat meen je niet. Voor mij zorgen?
Dat hoor ik voor het eerst.
Sinds wanneer? -Een flink aantal weken al.
Een paar weken al? Goed om te horen.
Ongelofelijk, niemand vertelt me ooit iets in dit huis.
Ik dacht dat we een nieuwe kregen. -Een nieuwe wat?
Een nieuwe verzorgster, die een beetje op Lucy, mijn andere dochter, lijkt
Ik heb haar laatst ontmoet. Ze was toch hier.
Wilt u uw medicijnen innemen? -Ze zou vanmorgen beginnen.
Heette ze niet Laura? -Je haalt dingen door elkaar.
Degene die me aan Lucy doet denken.
Goed.
Tijd voor onze medicijnen.
Niet op de minuut af, toch?
Waar is Anne?
Je dochter is niet hier, Anthony.
Waar is ze? Is ze even weg? -Weet je nog...
dat ze in Parijs woont?
Ze dacht erover om te gaan, maar uiteindelijk ging het niet door.
Ze is er al een aantal maanden.
Mijn dochter, in Parijs? Ze spreken daar niet eens Engels.
Kijk.
Gisteren hebben we deze ansichtkaart samen gelezen.
Weet je nog? Kijk.
Ik vertel dit elke dag.
Ze woont in Parijs omdat ze Paul heeft ontmoet, met wie ze nu samenleeft.
Ze komt soms op bezoek.
Ze komt regelmatig in het weekend. Jullie gaan in het park wandelen.
Ze vertelt je over haar nieuwe leven, wat ze doet.
Laatst nam ze koffie voor je mee, omdat je dat lekker vindt.
Ik walg van koffie. Ik drink alleen thee.
Alles goed? -Prima, we zijn net aan het aankleden.
Gaat het goed?
Alsjeblieft. -Dank je, fijne dag.
Tot later.
Hij, die daar. Wie is hij? -Wie?
Hij, die net wegging.
Dat is Bill.
Weet je het zeker?
Ja, waarom? -Zomaar, ik...
Hoe moet ik dit zeggen?
Wat doet hij hier?
Hier in mijn appartement? Ken ik hem?
Het is Bill. Je ziet hem elke dag.
Is dat zo? En jij... -Wat?
Sorry dat ik dit moet vragen maar, ik bedoel, wie...
wie ben jij ook al weer? -Ik ben Catherine.
Catherine, o ja.
En hij heet Bill. -Ja.
En ik?
Wie...
ben ik eigenlijk?
Jij? Jij bent Anthony.
Anthony is een mooie naam.
Vind je niet?
Het is een hele mooie naam.
Mijn moeder zal die wel bedacht hebben. Ken je haar?
Mijn moeder. Ze... -Nee.
Ze had...
Ze had hele grote ogen.
Ik zie haar gezicht nu voor me.
Ik hoop dat ze...
een keer op bezoek komt. Denk je dat mama...
Je zei dat ze soms in het weekend komt.
Je dochter.
Mijn mammie.
Ik wil naar mama toe. Ik wil hier weg.
Laat iemand mij komen halen.
Nee, ik wil naar mama toe. Ik wil dat ze me komt halen. Ik wil naar huis.
Wat is er, Anthony?
Wat is er?
Ik heb het gevoel dat ik al mijn bladeren verlies.
Je bladeren? Wat bedoel je?
De takken en de wind en de regen.
Ik weet niet meer wat er gebeurt..
Weet jij wat er aan de hand is?
Al dat gedoe over mijn appartement.
Ik kan nergens meer naar toe.
Maar ik weet nog wel dat mijn horloge om mijn pols zit.
Voor de reis.
Zo niet, dan...
weet ik niet of ik...
klaar ben om naar...
Zullen we aankleden?
We gaan aankleden...
en dan gaan we in het park wandelen, oké?
Mooi zo.
De bomen en bladeren.
Dan komen we hier terug en gaan we wat eten.
En dan je middagslaapje, oké?
Als je je daarna goed voelt, gaan we weer in het park wandelen.
Alleen wij tweeën. Omdat het zo'n mooie dag is.
Buiten schijnt de zon.
We moeten gaan als de zon schijnt. We moeten die kans grijpen.
Omdat het nooit lang mooi weer is.
Laten we gaan aankleden. Is dat goed?
Kom op. -Nee.
Kom op, schat. Het is goed, kom op.
Rustig maar.
Rustig.
Zo meteen voel je je weer goed, dat beloof ik.
Alles komt goed.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.