All language subtitles for The.Best.Is.Yet.To.Come.2019.FRENCH.1080p.BluRay.x265-VXT

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

¿Qué pasa?

No pasa nada.

Ik kom eraan.

Oké, ik heb jullie gehoord.

Meneer Montesiho. -Meester Lamsky?

Normaal stuurt u mij een aangetekende brief.

Ik heb er tien gestuurd. U haalt ze niet op.

Daar hebt u een punt. Ik wilde u graag weer zien.

Excuseer mij, mevrouw.

Pardon, hebt u geen richtingaanwijzer? -Hè?

Je zegt niet "hè", maar "wat zegt u". -Hè?

Dat is geen Brancusi, maar nep. Die stoel echter is een fortuin waard.

Een kopje koffie, thee, fris?

Ik volg u al vanaf Porte Dauphine.

U geeft nooit richting aan, dat is erg gevaarlijk.

Waarom volg je mij? -Nou, ik sta achter u.

Pas op uw as. -Wat is je probleem?

Pa, hou op. Het is gênant.

In English, please. -Fuck off, dad.

Stop die sleepwagen.

We hadden bij het zebrapad moeten oversteken.

Have a good week, darling

Alles goed? Ging het goed? -Geweldig.

Wees redelijk. Ik beloof dat we ervoor zullen zorgen.

Pak je telefoon en bel.

Hallo, met mij. -Ik haat het als je dat zegt.

Als ik wat zeg? -"Met mij."

Ik ben het, ik ga niet zeggen dat ik het niet ben.

Wat is er? -Waarom geeft Julie een feestje?

Omdat ze jarig is. -Ben jij erbij?

Ik wil niet dat mijn dochter een slechte sekservaring...

heeft met een jongen die gezakt is.

Ik zweer het op mijn kinderen. -Je hebt geen kinderen.

Reden te meer. Mijn moeder heeft alleen mij.

Ze is overleden. -Ik weet het.

Je maakt me bang. -Die auto is het enige dat ik van haar heb.

Jean-Christophe, ik smeek u.

Hup, Saint-Etienne.

HET BESTE MOET NOG KOMEN

Onze vader die in de hemelen zijt...

Blijf daar.

Kom hier, jij.

Goedenavond, mevrouw Hernandez.

De code werkt nog steeds niet. -Ik heb de beheerder gebeld, bedankt.

Wat ben je stom. -Pas op, pas op.

Wat is er gebeurd? -Een verhuizing.

Ga je verhuizen?

Ik had ruimte nodig, het was te vol. -Laat zien.

Het is niet fijn. -Ik breng je naar het ziekenhuis.

Nee, ik ga niet naar het ziekenhuis.

Je moet een foto laten maken. -Kan jij het niet doen?

Ik heb dat sinds de opleiding niet meer gedaan en ik heb geen spullen.

Het maakt je impotent.

Wat? -Röntgenfoto's maken je impotent.

Duizend röntgenfoto's van de testikels misschien,

maar geen foto van je schouderblad.

Kom.

Ik wed dat je de baas kent. Als iedereen vals speelt...

Jij bent niet iedereen. -Precies.

Hoezo precies? -Ik moet het goede ​voorbeeld geven.

Aan wie? -Het gaat om het principe.

Een wat?

Goedenavond mevrouw. -Zorgpas, alstublieft.

Zorgpas.

Ik heb een Gold, Amex, Black, een zwempas.

Ik maak een grapje. Geef mijn zorgpas.

Hij heeft hem. Wil je hem geven? Mevrouw heeft meer te doen.

Hier is ie. -Dank u wel.

Meneer Dreyfus, bent u verzekerd? -Maar natuurlijk.

Ik ben verzekerd bij Bretagne Atlantic. Krijgt u ook zo'n zin in de zee?

Zelfs geen gebroken rib, drie uur verspild. -Ik ga slapen.

Het is pas 22.00 uur.

Je hebt gelijk, laten we een mojito nemen.

Dat kan je me niet aandoen. -Wat is er?

Na 20 jaar ben ik er nog niet klaar voor. -Welterusten, vriend.

Ga je niet met me mee? -Nee.

Ik heb nog steeds veel pijn. -Welterusten.

Zoals gezegd, komen Friedländer-bacillen vooral tijdens het droge seizoen voor.

Het tegenovergestelde geldt voor stafylokokken.

Dus er zijn meer stafylokokken tijdens het regenseizoen?

Dat zei ik toch?

Niet waar? -Ja.

Dus waarom stelt u deze vraag?

Voor niets, sorry.

Pardon? -Voor niets, sorry.

Juffrouw, heb ik de reputatie van een coole docent?

Niet echt. -Niet echt, nee.

Dus ik vraag u nog een keer,

waarom stelt u deze vraag?

Omdat tijdens ons college epidemiologie,

Professor Codaven ons vertelde... -Zeg ik niet hetzelfde...

als ons gerenommeerde hoofd van de afdeling?

Ik zal u eens wat vertellen.

Als u op een dag de kans krijgt om met professor Codaven te werken,

let dan goed op.

Schrijf alles op wat hij zegt, alles wat hij doet.

Als u later met een probleem wordt geconfronteerd,

bedenk dan ​​wat hij gedaan zou hebben...

en doe precies het tegenovergestelde. Dat is mijn advies.

Ontvangen vandaag om 13:34 uur.

Goedemorgen, dokter Dreyfus, met dokter Cerceau.

U heeft een foto laten maken. Ik wil er graag met u over praten.

Dank u wel.

Hallo dokter, excuses voor het wachten.

Geen probleem Was er een probleem met mijn zorgpas?

Uw zorgpas? -Ja.

Nee, geen probleem met uw zorgpas. -Goed.

Kom, ik zal het u uitleggen.

Ik heb vorig jaar stage gelopen bij uw vrouw,

in de Tubiana a la Salpé. -Wat goed.

Ik heb u gevraagd te komen omdat ik vanavond naar de foto gekeken heb.

Hebt u hem gezien? -Nee, nee.

We kunnen Virginie vragen om te komen.

Omdat het niet ver is. -Nee, nee.

We zijn gescheiden.

Omdat u een trouwring draagt, dacht ik... -Ik krijg hem er niet af.

Kunnen we ter zake komen? -Ja, natuurlijk.

De co-assistent heeft naar uw borst, bloedingen en gebroken ribben gekeken,

maar niet naar de rest. Dat kan gebeuren.

De rest?

Ik ga niet tegen u liegen. Het ziet er niet goed uit.

De foto ziet er niet goed uit.

Niet goed... Slecht?

Niet goed, slecht.

Zoals u kunt zien, dit zijn de lymfeklieren,

Longknobbeltjes daar, daar en daar.

Wacht, er zijn er ook een paar op het borstvlies.

Ze zijn overal. -Ook een borstvliesontsteking daar.

Hoest u?

Nee.

Hebt u hoofdpijn?

Nee, nee.

Moet u overgeven?

Duidelijk niet.

Rookt u?

Wat zegt u? -Ik vroeg of u rookt.

Hij is 20 jaar gestopt, geloof ik.

Hij is in goede conditie.

Goed.

Maar heeft mij echt goed begrepen?

Doet u mij een plezier. Hoelang nog?

Gezien de uitzaaiingen, ben ik bang dat...

chemo en opereren niet helpen.

Maar we zullen er alles aan doen om de pijn te bestrijden.

Hoeveel tijd heeft hij nog?

Wij zijn artsen, geen waarzeggers.

Omdat u nog geen pijn hebt,

mogen we hopen op zes maanden.

Het spijt me.

Hallo, met César. Laat een bericht achter na de piep.

Nee, niet die. Deze.

Met Arthur.

Wil je me terugbellen, alsjeblieft? Veel liefs.

César, ik moet met je praten.

Je zal raar opkijken.

De uitslagen zijn slecht. Ze zijn niet goed.

Ik waarschuw je, het is geen goed nieuws.

Het is zelfs slecht nieuws.

De uitslagen zijn erg slecht. Ik zeg dat ze erg slecht zijn.

De uitslagen zijn erg slecht.

Het is ernstig. Kanker is ernstig.

Ik kwam je conciërge tegen. Ze wilde me niet doorlaten.

Ze heeft gelijk. Je hebt alleen een voordeur.

Waar is de intercom voor, als die open is?

Ik weet het. Ik heb de beheerder ingelicht.

Als ik rijk was, zou ik continu plassen.

Ik moet met je praten. -Ik ook met jou.

Nieuwe champagne of nieuwe witte wijn? Ik wil liever champagne.

Ik witte wijn.

Is het slecht nieuws? -Ja.

Ik eerst dan. Het verzacht de jouwe.

Je gaat het niet geloven, ben je klaar: ik word vader.

Ja, eentje, een tweede zien we later wel. Is het niet te gek?

We drinken erop.

Ik weet dat je het dubbel vindt.

Je moet Lucia ontmoeten.

Neem een slok. Van waar deze grafstemming?

En jij? Wat is jouw nieuws? -Niets, het is niets.

Wat is dat? -Laat maar, niet nu.

Laat zien. -Nee, ik zal je het uitleggen.

Wat dacht je van morgen?

Gaat het wel?

Goed, luister.

Wat is er? -Ik kan praten.

Het is niet makkelijk, begrijp je? Het is zelfs moeilijk.

Ik luister. -Goed, waar was ik gebleven?

Bij jij... jij... jij... jij,

Daarvoor had ik nog iets anders gezegd. -Jij.

Nee, je zei: het is niet makkelijk. -Zie je wel, het is niet makkelijk.

Jij was de eerste van ons twee. Je deed alles voor dat ik het deed.

Behalve de kinderen. -Dat is waar.

En de examens. -De examens?

Ik heb alles verprutst, dus...

Dat gaat het om. De resultaten zijn niet goed.

Waar heb je het over? -Bronchiale carcinomen.

Maar het is geen kanker? -Jawel.

Niet waar? -Jawel.

Maar je gaat niet dood?

Ik moet met je praten.

Ik geloof het niet. Je bent zo sterk, kijk nou.

Ik zei toch dat je moest stoppen met roken.

Dat is niet het probleem. -Het is niet eerlijk.

Ik had het moeten zijn.

Niemand mag ziek worden, dat is onzin. -Natuurlijk niet, verdomme.

Ik heb geprofiteerd, ik heb het verpest. Jij hebt nooit iets gedaan.

Je drinkt niet, gebruikt geen drugs, neukt niet, vliegt niet.

Ik neuk af en toe. -Je weet wat ik bedoel.

Je gaat vroeg naar bed, je stemt in het midden, je hebt nooit zwart gereden.

Heb je ooit zwart gereden? -Nee.

Het is gemeen.

Nu ik een kind krijg.

Luister naar me, het... -Weten Virginie en Julie het?

Nee.

Ben ik de eerste?

Dat raakt me. -Het is niets.

Het raakt me. Het is vast niet makkelijk om te zeggen.

We zijn sterk. En we zijn samen.

Het komt goed.

Mevrouw Renou.

Pardon, eerst Mr. Dreyfus. Het duurt niet lang.

Ik kom eraan.

Wat heb ik je de vorige keer gezegd? -Ik moet met je praten.

Gaat het over Julie? We bellen vanavond, ik moet werken.

Er is iets heel ernstigs gebeurd. -Heeft Julie de Nutella mishandeld?

Moet je vliegen? Luister even naar me.

Virginia is er niet meer. Huil maar bij César uit.

En stop met Engels praten, je maakt Julie gek.

Dat meen je niet. -Jawel.

Tot ziens, meneer Dreyfus.

Dat meen je niet. -Jawel.

Madame Renou, u bent aan de beurt.

Ik had een vraag, maar het is een beetje ingewikkeld.

Ik zal mijn best doen, mijn zoon. -Wilt u mij niet "mijn zoon" noemen?

Ik kan heel slecht met mijn vader opschieten en...

Hoe wilt u dat ik u noem? -Bij mijn voornaam is goed.

Die luidt? -Sorry, César.

Als u mij niet "mijn vader" wilt noemen, noem me dan Bernard.

Dat zal niet gaan. Het is de voornaam van mijn vader.

Zeg dan niets. Het maakt niet uit.

Wat is uw vraag?

Ik heb een vriend die ernstig ziek is en ik wil voor hem bidden.

Maar hij is een katholieke jood en ik ben een Joodse Jood.

Dus weet ik niet tot welke God ik moet bidden. Die van mij of van hem?

Ik wil geen blunder begaan.

Er is maar één God.

Als u met uw hart bidt, zal God u horen.

Er is maar één God, maar we zijn het niet allemaal eens welke.

Gaat uw vriend naar de kerk?

Niet veel. Ik heb hem nooit in een kerk gezien...

en hij draagt ​​geen keppel, zelfs niet op Jom Kipoer.

Hij is Asjkenazim, vaders kant is communistisch, moeders kant katholiek.

Dus niet echt Joods, maar toch Joods. Niet echt besneden.

En u dan?

Ik? Ja, helemaal.

Nee, gaat u naar de kerk?

Sefardisch, erg eenvoudig. Af en toe Sjabbat, iedereen blij.

U hoeft slechts in de kerk én de synagoge te bidden.

God zal het u vergeven. -Hij mag niet denken dat ik vals speel.

Zoals mensen die in het casino op rood en zwart inzetten.

God zal het u vergeven.

Hij zal zien dat u uw best voor uw vriend doet.

Weet u het zeker? -Ja.

Echt? -Ja.

Dat is geweldig. U bent geweldig, echt.

Het is geweldig. -Het is geweldig, ja.

Inderdaad, goed... -Dan...

Tot ziens, meneer.

En naar Lourdes gaan, helpt dat of is het too much?

Het is too much. Precies wat ik dacht.

Dank u.

Hallo, ¿Qué tal? Wat doe jij hier?

Het is "Césaré". Mi amigo.

Waarom heb je hem zoveel laten drinken?

Sorry dat ik Lucia lastig gevallen heb, ik wilde met je praten.

Ik kan er niet meer tegen. -Wat is er?

Je moet echt naar me luisteren. -Ik luister, echt.

Het spijt me echt. Ik weet niet wat me bezielde.

Rustig maar, het komt goed. Nee, het komt niet goed.

Het komt niet goed.

Met mij wel. Met mij gaat het goed.

Ik heb niets, met mij gaat het goed. Met jou gaat het niet goed.

Met mij gaat het prima. -Nee, niet waar.

Jawel, het gaat prima.

Je gaat dood. Jij bent degene die dood gaat.

Je gaat dood. -Het is niet erg.

Het is wel erg. Je gaat echt dood.

Het is verschrikkelijk. -Huil maar, het komt goed.

Je bent me er één.

Moet jij niet huilen? -Jawel, maar ik huil van binnen.

Alles gaat nu goed.

Ik ben weer begonnen met dansen.

Ik ben op de weg terug. -Geweldig.

Heel goed. -Bedankt, Odile.

Goed, tot volgende week.

De volgende groep is om 16.00 uur.

Het is voor een vriend.

Zeg dat hij moet komen. -Het is ingewikkeld.

Sinds gisteren zegt hij dat hij niet meer ziek is.

Dus wat moet ik doen?

Codaven is er. De vergadering begint.

Ik kom eraan.

Dus waar staan we in deze zaak? -Ik heb een benchmark gedaan.

Voor de conclusie moeten we naar Chabert. -Helaas is het erg teleurstellend.

U weet wat ze zeggen:

Onderzoekers die zoeken, vinden we,

maar we zoeken onderzoekers die vinden.

Jij bent laat thuis. -Wat doe jij hier.

Mijn vriend de conciërge heeft open gedaan.

Ik kom hier wonen. Ik laat je niet alleen.

Ik wil je bijstaan. Aanwezig zijn.

Ik heb cannelloni voor je gemaakt.

Gegratineerd, delicioso. -Wacht even.

En Lucia, de baby? Je kunt ze niet achterlaten.

Ze heeft me eruit geschopt.

Uit jouw huis? -Ik ga haar niet op straat zetten.

Maar de baby dan? -Ze wil niet meer dan ik Pablo adopteer.

Ik begrijp het niet.

Was ze niet zwanger?

Nee, hoezo? Vond je haar dik?

Maar je zei dat...

Je zei dat je vader zou worden. -Dat dacht ik ook.

Madame is van gedachten veranderd. -Maar waarom?

Ze vindt me niet volwassen genoeg.

Niet betrouwbaar, zo je wilt. Maakt niet uit.

Het gaat erom dat ik voor je ga zorgen.

Er is iemand in de woonkamer.

Wat?

Er zit een gesluierde vrouw op de bank.

Ja, dat is Randa.

Wie? -Randa Ameziane.

Ze had kanker.

Ze is moslima, maar de sluier is vanwege de kanker.

Ze is genezen.

Ze helpt anderen erover te praten. -Over de sluier?

Nee, over kanker.

Maar waarom? -Hoezo waarom?

Waarom zit ze in de kamer?

Omdat het goed is om met haar te praten.

Maar dat wil ik niet.

Ik heb cannelloni en salade gemaakt, fijne avond.

Maar wacht even.

Wacht, wat doe je nou?

Ik laat jullie.

Ze is fantastisch.

Je laat me toch niet alleen bij haar. Ik ken haar niet.

Je weet wat er gebeurt als ik blijf. Ik praat haar het bed in en jij bent de lul.

Ik wil niet met haar naar bed. -Hoezo, je kent haar niet.

Daarom juist.

Dat zeg je omdat ze ziek is. Maar jij ook.

En zij is genezen.

Sms me als er iets gebeurt.

Goedenavond mevrouw. -Goedenavond.

Randa. -Arthur, aangenaam.

Wilt u iets drinken? -Nee, dank u wel.

Gaat u zitten, alstublieft. -Dank u.

Bedankt voor uw komst.

Ik heb geprobeerd te weigeren, maar uw vriend is koppig.

Het is erg ingewikkeld om uit te leggen.

Het klinkt misschien raar, maar ik ben niet ziek.

U bent niet ziek? -Nee.

César denkt dat ik ziek ben, maar dat ben ik niet.

Hij is ziek.

Heeft César kanker?

Ik heb het geprobeerd te vertellen, maar hij gelooft me niet.

Waarom denkt César dat u ziek bent?

Omdat ik hem dat verteld heb.

Waarom hebt u gezegd dat u kanker hebt als dat niet zo is?

Ik zei toch dat het ingewikkeld was.

Toen ik het hem wilde vertellen, zei hij dat hij een kind zou krijgen.

Ik was volkomen overrompeld.

Ik praatte te veel, zocht naar de juiste woorden...

ik denk dat ik hem in de war gemaakt heb.

Daarna stortte hij in. -Moest hij huilen?

Nee, hij is echt ingestort. Hij viel op de grond.

Hij is flauw gevallen. Precies daar.

Vanwege zijn kanker. -Nee, vanwege de mijne.

Bent u ook ziek? -Nee, maar dat dacht hij.

Het is simpel. Ik ben ingestort vanwege zijn zoon,

niet vanwege kanker, want dat heeft hij.

En hij stortte in vanwege mijn kanker omdat hij dacht dat ik kanker heb.

Dus...

César heeft kanker en krijgt een zoon.

Zo is het. Nou, uiteindelijk niet.

Hij krijgt geen zoon meer. Hij dacht van wel, maar nu niet meer.

Maar hij heeft wel kanker? -Ja, zeker wel.

Goed.

Ik begrijp het, denk ik.

Daar ben ik blij om, want ik was niet erg duidelijk.

Het is moeilijk om de ziekte te accepteren.

Het is moeilijk te accepteren dat het jou overkomt en niet iemand anders.

Geef uzelf een week.

Een week? -Ja.

Een week blijf ik,

heeft hij wat ik niet heb.

Een week zeg ik helemaal...

En daarna...

Ik ben in Julie's kamer. Daar maak ik je bed op.

En? -Een geweldige vrouw.

Het heeft me goed gedaan. Ik voel me...

Hoe zeg je dat?

Zweven.

Is ze weg? -Ze heeft me voor een sessie uitgenodigd.

Fantastisch. Ga je? -Misschien.

Misschien. Jij mag meekomen als je wilt.

Oké, als jij dat wilt.

Ik ben blij dat je er bent. -Ik ook.

We gaan samen veel leuke dingen doen.

Je klinkt raar. Heb je haar echt niet een beetje geneukt?

Wat ben je toch een lul.

Wat wil je nu doen?

Afgezien van slapen? Ik weet het niet. En jij?

Pekingeend eten in Belleville.

We gaan. -Morgenavond.

Waarom niet nu?

Omdat ik morgen heel vroeg een afspraak heb.

Wat kan je die afspraak schelen? Je stopt met werken.

Ik kan niet alles van de ene op de andere dag veranderen. Ik heb tijd nodig.

Goed, neem de tijd, welterusten. -Oké, we gaan.

Wat is dit?

Is dit naar iedereen gestuurd? -Hou je me voor de gek?

Het spijt me, ik heb deze e-mail niet geschreven.

Wie dan? De Russen?

Maak ik spelfouten? Nooit.

Dit bijvoorbeeld: je bent maar een hiellikker.

"Hiel" staat in het enkelvoud. We likken hielen, meervoud.

"U bent incompetont". Incompetent, niet in zijn kont.

Een woordspeling, maar met een "e", geen "o".

Daar, "een gezicht als..." -Oké, ik begrijp het.

Verzamel snel het team en leg uit dat u gehackt bent...

en dat u zich niet kunt vinden in dit geroddel.

Is dat duidelijk?

Wat is er aan de hand? -Ik begrijp het niet.

Krijg ik geen straf?

U kunt dit niet laten gaan. -Maar u hebt het niet gedaan.

Het komt uit mijn mailbox. -Laten we het niet opblazen.

Begrijpt u? -Ja, nee...

Er staat: Codaven, je bent maar een hiellikker,

een gezicht als een onderbroek, pijpmond. Tweemaal.

Ik heb het gelezen. -Dikke drol.

We gaan u de schuld geven. -Beter, maar niet genoeg.

Niet genoeg? Wat wilt u?

Ik denk minstens een week schorsing.

Een week?

Wat moet ik zonder u?

Vraag maar aan mijn ex-vrouw.

Het schijnt een bevrijding te zijn. Succes.

Hartelijk dank.

Ben je gek of zo? -Hielenlikker is meervoud, oké?

Gaan we nog pekingeend eten?

Klootzak. -Dat is met een "t".

Ben je klaar? -Bijna. Wat ik maar wil, hè?

Natuurlijk, laat je gaan.

Nu kom ik eindelijk de meest beschamende fantasieën van Arthur Dreyfus te weten.

Neem je me in de maling? -Hoezo?

Een vaccin vinden tegen bacteriële infectie.

De Nobelprijs winnen.

Op de maan lopen met Julie. Jij die niet wil vliegen.

Ik moest mijn dromen opschrijven. -Maar realistisch.

Het zijn mijn dromen. -We hebben drie maanden.

Ik ga niet met je naar de maan.

Wat wil je doen voordat je sterft. Dingen die we samen kunnen doen.

Dit is alles. Wat ik wil doen? Onder de sterren slapen?

Naar het graf van Albert Schweitzer. Proust opnieuw lezen,

met ook de andere periode, Jean Santeuil.

Wat ik wil? -Een touw kopen om me op te hangen.

Maar waarom? Ik heb een simpele smaak.

Ze zijn niet eenvoudig, ze zijn stom.

Proust herlezen. Je hebt alle tijd in het ziekenhuis.

Jij bent vreemd.

Dit onvermogen om te begrijpen dat lezen...

Jij vindt het tijdverspilling. -Dat heeft er niets mee te maken.

Het is geen droom. Het is niet iets ongelooflijks.

Het is mijn grootste droom. -Je doet het al de hele tijd.

Goed, maak jij maar een lijst.

Geen de lijst met dingen die je vorige week gedaan hebt.

Parachutespringen, formule 1 rijden. -Heb ik nooit gedaan.

Met een dolfijn zwemmen.

Een koala en een olifant aaien.

De liefde bedrijven onder een waterval.

De liefde bedrijven met een tweeling.

Tweelingzussen, niet...

Misschien kan je de liefde bedrijven met een koala-tweeling onder een waterval.

Twee vliegen in een klap. -Idioot.

Voor ik sterf, ga ik liever neuken dan Proust te lezen.

Dit is een lijst van een 15-jarige tiener. En dan ben ik nog mild.

Dat is niet erg aardig, niet zo aardig. Juffrouw...

Je hebt gelijk, we worden het nooit eens. We doen het fifty-fifty.

We kiezen allebei één ding en de ander moet meedoen.

Ik ga niet vliegen.

Het is geen democratie, ga anders naar de vakbond.

Ik ben lid van de vakbond.

Jij bent. Ik kies loempia's eten. Wat wil jij doen?

Zonder na te denken.

Terug naar Sainte-Croix.

Fantastisch.

Sainte-Croix, verdomme. Er is niets saaier dan dat.

Wil je geen "verdomme" meer zeggen? -Waarom wil je daarheen?

Ik sta aan de andere kant geparkeerd.

Biarritz is 700 kilometer rijden. -780.

Geef me een tientje. -Wat?

Geef me een tientje.

Ben je weer failliet gegaan? -Nee.

Als je failliet gaat, wil je dat dan vertellen?

Iedereen heeft zijn problemen, ik klaag niet.

Geef me een tientje en we houden erover op.

Wat is dat? -Kom.

Wat gaan we doen?

Jij hebt gekozen waar we heen gaan, ik kies hoe.

Wat doe je? -Wat denk je?

Ga je een auto stelen? -Nee.

Jawel. -Hij is van mij.

Waarom steel je je eigen auto?

Hij is in onderpand bij mijn schuldeisers.

Hij is dus niet meer van jou.

Technisch gezien niet, maar emotioneel... -Maar voor de politie...

Ik wil deze auto. Het is mijn beurt, dit wil ik.

Laat mij het doen. -Het lukt wel.

Jij kan niet eens de gootsteen ontstoppen. -Alsof jij zo handig bent.

Eén, twee, drie,

ziezo.

Je had chirurg moeten worden.

Ik ben onderzoeker bij Pasteur Instituut. -Wat een verspilling.

Weet jij hoe "Saab" wordt uitgesproken in het Zweeds?

Neen.

Zob (=lul).

Jij rijdt dus in een zob.

Pas op, het was de zob van mijn moeder. -Heel freudiaans.

Ben je gek? -Het ging goed.

Je gaat toch dood. -Maar dat hoeft niet vanavond.

Er is niemand.

Hoe zijn wij nou vrienden geworden?

Je werd door mijn mannelijke kant aangetrokken.

Eerlijk gezegd is het gek dat we vrienden zijn.

We zijn elkaars tegenpolen.

Ja, elkaars tegenpolen. Dat zou je kunnen zeggen.

We zouden nooit vrienden zijn geworden. -Nooit vrienden zijn geworden, nee.

Ga je alles herhalen? -Er zit wat in wat je zegt.

Je begrijpt wat ik bedoel. -Ik begrijp wat je bedoelt.

Je drijft je studenten vast tot waanzin.

Dat gezegd hebbende, ik vind het erg moeilijk om mij als vriend te hebben.

Waarom? -Ik word moe van mezelf.

Ik word ook moe van jou.

Toen Virginie wegging,

zei ze iets vreselijks tegen me. Ze zei: ik hou heel veel van je,

maar niet genoeg om je te steunen.

Dat kwam hard aan.

Ik hou veel van je, maar niet genoeg om je te steunen.

Om dit na 15 jaar samenwonen te horen,

maakte me radeloos. Ik was erg gekwetst, ik ging naar de dokter.

Dokter Chayevski, een psychotherapeut of psycholoog of zo. Hij zei:

om bemind te worden, moet je eerst jezelf kennen.

Geweldig hoor. Dat kostte je 60 euro?

110. -Echt waar?

Na een maand wist ik zoveel dat ik niet meer wilde weten.

Daarna vertelde ik hem over mijn zelfmoordgedachten.

En wat zei hij? -Dat ik de sessies vooraf moest betalen.

Ik zweer het. -Hou op.

Maar ik zweer het. -Hij is een genie.

Ja, hij is een genie.

We zijn in Sainte-Croix. Hoelang heb ik geslapen?

De hele tijd. Als een blok.

Ik begrijp niet dat je hiernaartoe terug wilt.

Ik begrijp het niet.

Het beddenpaleis, verdomme.

Ik wilde weten of de eik er nog was.

De slaapzaal weer zien.

De voetbalvelden.

Het nablijflokaal. -Het kantoor van meneer Rassamian.

Wat een eikel.

Wat gaan we nu doen? -Hoezo?

Het vieren, feesten. De beest uithangen.

La Nouba, La Bamboche.

Ons laten gaan, la Fiesta.

Vijf, ja.

Je hebt gewonnen, klootzak. -Heb ik gewonnen? Ik heb gewonnen.

Heb ik gewonnen?

Niet te geloven.

Acht, zwart. We zijn alles kwijt.

Wat is er? -Niets.

Jawel, zoals je naar me kijkt.

Nee. -Jawel.

Je bent een knappe man. -Vind je?

Je bent ouder dan ik, maar die smoking doet het em.

Dat is aardig. Je had twee verschillende smokings kunnen huren.

Ze gaven korting, ik wilde niet onderhandelen.

Ik weet het niet.

Vind je ons geen idioten zo? -Ja, maar goedgeklede idioten.

Dat is een wereld van verschil.

Ik wil daar niet naar binnen. -Kom op.

Ik ga niet betalen voor neuken.

Dit zijn geen professionals, het zijn vrijwilligers.

Is het gratis? -Je betaalt entree,

daarna is het onbeperkt eten.

Maar het is erg sinister. -Helemaal niet, het is speels.

Hou je van tennis?

Bij toernooien speel je met mensen die je niet kent.

Enkel, dubbel, gemengd dubbel. -Ik begrijp het.

Hier is het hetzelfde, maar zonder racket.

Zonder racket? Ik ben weg.

Arthur, wacht. Misschien hebben ze rackets.

Ik wilde tijd besparen.

Je wilt niet betalen, geen gratis buffet, dat respecteer ik.

Maar dat is ons jachtgebied. Weet je nog?

Maak je over mij geen zorgen.

Heb je sinds Virginia veel meisjes gehad? -Daar ga ik niet over praten.

Waarom niet? De lol van seks is erover praten.

Wij denken anders over seks met vrouwen. -Ik heb tenminste seks.

Ik heb de indruk dat je maar weinig pijlen afschiet.

Maak je over mij geen zorgen.

Ik doe het beter dan je denkt.

Veel pijlen? -Veel pijlen.

Ben je het niet verleerd? -Oké, laat maar zien.

Wat bedoel je? -Laat zien, versier me.

Meen je het? -Het is geen grapje, lafaard.

Goed. Na u, juffrouw.

Goedenavond. -Goedenavond.

Alexandra, 24.

Het spijt me, u bent erg mooi, maar een beetje te jong.

Myriam, 57.

Meteen 57? Zit er niets tussenin?

Mélanie, 37, gescheiden. Ik werk op personeelszaken.

Omdat ik van affaires en van mensen hou.

Arthur, 56.

Ik ben onderzoeker, omdat ik graag zoek en ik graag vind.

Hebt u een grote microscoop?

Sommigen zeggen de grootste van Europa. -Dat alleen al.

Wilt u wat drinken? -Probeert u mij te versieren?

Nee, nee. -Waarom zeg je nee?

Waarom verontschuldig je je?

Ik begon opgewonden te raken. Mijn tepeltjes werden hard.

Je had beet, haal de vis op.

Laat het op mijn manier doen, Melanie.

Ben je me aan het versieren?

Nee, ik denk het niet. -Ik denk het wel.

Is het zo duidelijk?

Laten we dokter spelen. -Goed.

Laat mij het recept in uw oor fluisteren.

Ben je gek? Wat is dit?

Maar je zei dat je tepels hard werden. Ik ga ervoor..

Je hapte toe, vuile slet.

Zou u wat discreter kunnen doen? -Sorry.

Zou u wat discreter kunnen zijn?

Hebt u iets tegen homo's?

Helemaal niet. Maar het is een familierestaurant.

Mag dat stel elkaar wel vastpakken?

Dat heeft er niets mee te maken. -Waarom niet?

Dat wil zeggen... -Wat?

Hup, snel. -Het is minder...

Minder wat? -Het is gewoon meer...

Spreek luider, ik kan u niet verstaan. Wat zegt u?

Het is goed, César. -Nee, het is niet helemaal goed.

Het is schandalig.

Het is walgelijk.

Kom op schat. We zijn hier niet gewenst, we gaan.

En niet betalen of een fooi geven. Meneer regelt het.

Dag, klootzakken. Eén, twee, drie.

Gaat het?

Ik ben vanavond iets te ver gegaan.

Die jongen heeft het nu begrepen.

Die kant op. -Ja, die kant.

Moet je eens luisteren.

Ze zeggen dat een vent in India, Dipankar Aman Kapoor...

wonderen verricht bij kanker. Hij heeft Armstrong gered.

Armstrong, de astronaut?

Nee, de trompettist.

De trompettist? -Nee, de wielrenner.

Daardoor heeft hij vijf keer de Tour gewonnen, misschien kan hij helpen.

Maar deze vent is geweldig.

Waar gaan we heen? Het graf van Pasteur? Het microbemuseum?

Wees geduldig.

Je ziet er gezond slecht uit.

Zal ik niet even rijden? -Nee, het houdt me wakker.

Heel geruststellend.

Waar gaan we naartoe?

Wat...

Stoppen.

Het is mijn beurt, César.

Stop deze auto. Ik ga daar niet heen.

Ik ga niet terug. -Ben je gek?

Kom op, je bent helemaal gek. -Ik ga daar niet heen.

Het is 20 jaar geleden. 20 jaar, hoor je me?

20, 30, 40, maakt niet uit. Denk je dat hij veranderd is?

Is hij opeens lief? Gaat hij me knuffelen, wat denk je?

Ik weet het niet, maar niemand weet het.

Jij niet, ik niet. Hij is je enige familie.

Hij is geen familie. Er is niemand.

Hij is wel je vader, je kan niet... -Wat kan ik niet?

Je kunt niet in deze situatie blijven. -Kan ik niet in deze situatie blijven?

Bemoei je met je eigen zaken?

Lees je ik jou de les?

Je vrouw is vijf jaar geleden vertrokken en je wacht op haar als een hond.

Hoelang ga je die nog dragen?

Gooi je het over die boeg. Is dit het moment van de waarheid?

Wil je iets kwijt? -Misschien wel.

Ga je gang, vriend.

Ik vind je bloedirritant. -Nu pas? Is dat alles?

Je vlucht, zoals gewoonlijk.

Ik wacht als een hond, maar jij vlucht als een haas. Jij vlucht voor alles.

Voor je verantwoordelijkheden, je vader, de liefde, vrouwen.

Dat moet jij zeggen. Waar heb je het over?

Je hebt gelijk, ik zou meisjes moeten zeggen.

Jongeren weten niet veel, dus bewonderen ze je.

Weet je wat jouw probleem is? Je bent jaloers, gefrustreerd.

Je bent jaloers op mij, je bent zielig. Kijk naar jezelf.

Je bent helemaal alleen. Ik ben de enige op je begrafenis.

De mislukte César Montesiho. Wat een succes.

Zeg je niets meer, meneer Nobelprijs?

Je bent een eikel.

Die eikel brengt niets dan ellende. Wil je alleen sterven?

Met die eikel.

Slaap je? -Niet meer.

Het spijt me.

Ik meende niet wat ik gezegd heb.

Dat weet je toch?

Ik weet het.

Wat moet ik zonder jou? Ik kan het niet alleen.

Ik ook niet.

Ik ook niet, weet je.

Heb je met Virginie gepraat? Heb je het haar verteld?

Nog niet.

Je moet met haar praten.

Ik moet met haar praten. Maar ik moet met jullie allebei praten.

Heb je me gehoord?

Ik moet met jullie allebei praten.

Waar ben je? Kan je komen?

Maak je geen zorgen. Ik wilde je even horen, het gaat goed.

Zeker weten? -Ja, alles goed.

Welterusten, mijn vriend. -Welterusten.

Maar wat is dat? -Happy birthday.

Gefeliciteerd.

Ik las op het internet dat een hond helpt genezen.

Hij brengt warmte en geluk.

Kijk naar dit hondje. Geef toe dat hij schattig is.

Het is erg aardig van je. Hij is zelfs schattig.

Maar ik heb het niet zo op honden.

Hij heet Napoleon.

Kijk naar zijn ogen. Zijn ogen zeggen alles.

Wat zeggen ze?

Ze vragen zich af waarom je je cadeautjes niet open maakt.

Ik heb veel cadeaus gekocht. Met jouw creditcard.

Ik weet niet meer hoe je moet serveren.

Ik weet niet of ik dit leuk vind.

Alles goed?

Hoi lieverd, hoe gaat het?

Stoor ik? -Helemaal niet.

Het is jouw weekend. -Ik ben met César aan het spelen.

Wat is dat? -Dat is een hond.

Heb je gedronken of zo?

Ik ben gek geworden, met mijn hartritmestoornissen.

Ik ben blij je te zien. Alles goed?

Heb je alles? -Doei.

Pas op.

Have a good week, darling.

Alles goed?

Fijn, je hebt aan het brood gedacht. -Ik kom eraan.

Hoi schat, het ruikt hier naar een geitenstal.

Hoi mama.

Alles goed bij je vader? -Ja, ja.

En wat hebben jullie gedaan?

Zoals gewoonlijk.

Heeft hij een nieuwe auto? -Nee, die is van César.

Waar is de Volvo? -Die hebben ze naar Biarritz gebracht.

Wat moet hij in Biarritz? -Dat moet je aan hem vragen.

De geit gaat douchen.

Ik heb hem geaaid. Ik heb hem alleen maar geaaid.

Rennen, sneller.

Met dokter Lazarus. Ik wil dokter Dreyfus spreken.

Ja, het is dringend.

Hallo, Sylvie? Alles goed?

Weet jij waar Arthur is? Ik kan hem niet bereiken.

Wat?

Hielenlikker en pijpmond?

Nee?

Hij neemt niet op.

Hallo. -Waar is hij?

Hij is weggesleept. -Ja, zijn auto. Wat is er aan de hand?

Niets. -Hij is geschorst, jij woont bij hem.

Jullie jagen op een olifant. -Een baby-olifant.

Lach me niet uit.

Wat is er? -Niets, doe rustig. Wil je koffie?

Niets ernstigs, toch?

Het is ongelooflijk.

Hoe gaat het met hem? Heeft hij pijn?

Ik weet het niet.

Het is bewonderenswaardig. Hij klaagt niet, zegt nooit iets.

Is dat zo?

Hij gedraagt zich waardig. Hij is heldhaftig.

Echt, niemand merkt iets.

Hij lacht de hele tijd, hij is...

Hij is ongelooflijk. -Hij wilde mij zien en ik...

Ik heb hem eruit gegooid, stom. -Dat neemt hij je niet kwalijk.

Denk je? -Natuurlijk.

Je bent met een ongelooflijke man getrouwd.

Hij is mijn man niet meer.

Maar je houdt nog wel van hem. -Hij is de vader van mijn dochter.

Hij houdt nog steeds van jou.

Eerlijk gezegd, ik wilde hem bij meisjes introduceren, vrouwen.

Ja, ik begrijp het. -Jij bent goed, hè? Je bent mooi en zo...

Maar dat was...

het hoogste niveau. High level.

Weet je wat hij tegen me zegt? -Geen idee, wat?

De enige persoon met wie ik seks wil hebben, ben jij.

Jij? -Nee jij, niet ik.

Jij, Virginie.

De enige met wie hij wil neuken, ben jij.

Gek, toch? -Ja, dat is gek.

Jij bent de minst tactvolle jongen die ik ken.

Ik ben blij als iemand dat over mij zegt. -Het gaat over jou.

Hij heeft je nodig. Jij bent de vrouw van zijn leven.

Maar het is voorbij. Ik ben nu met Bertrand.

Als je van hem houdt, zouden wij niet... -Stop.

Ik weet niet wat ik moet doen.

Niet tegen hem zeggen dat ik het verteld heb. Dat had ik beloofd.

Je begrijpt wel dat ik verbaasd ben.

Ik bel je terug.

Zeg hallo tegen mevrouw. We zijn naar Biarritz geweest.

Niet altijd makkelijk, maar... Goed dat hij jou gezien heeft.

Fijn.

Hallo, wat fijn om u te zien. Gaat het goed met u?

Ik ook. Erg goed. Ik heb kennis gemaakt met je hond.

Een schatje. -Hij is erg schattig. Hij lijkt veel op u.

Oké, ik laat jullie.

Ik ben blij dat jullie met elkaar hebben gepraat.

Ik moet nog een paar dingen zeggen. -Wel drie of vier.

Ik moet gaan.

Tot binnenkort. -Tot binnenkort.

Fijne dag.

Wie was het? -Dat was Randa.

Nee, aan de telefoon. -Dat was Virginie.

Ze wil me zien.

Heeft ze je gezegd waarom? -Over Julie, neem ik aan.

Beloof je haar de waarheid te vertellen? -Als jij belooft om naar je vader te gaan.

Niet weer, hè? -Wees alsjeblieft aardig.

Ik wil geen ruzie maken, maar dit meen ik. -Ik zal erover nadenken.

Daar gebeurde wel iets, hè?

Er hing mojo in de lucht.

Verander je van onderwerp? -Dat doe jij.

Ik voelde me te veel.

Napoleon en ik voelden ons ​​teveel.

Sorry dat ik laat ben. -Nee, ik ben vroeg.

Vergeef me.

Alles goed?

Ja. -Weet je het zeker, want...

Alles gaat goed, ik ben gewoon moe, maar verder alles goed.

Des te beter.

Wilde je ergens met me over praten?

Nee hoor, helemaal niet.

En jij?

Ik, nee.

Toen je belde, dacht ik...

dat je me iets wilde zeggen.

Ja, neem me niet kwalijk. Ik wil eigenlijk wel met je praten.

Ik wil voor laatst mijn excuses aanbieden.

Voor laatst? -Toen ik je eruit gegooid heb.

Ik was onbeleefd. Ik ben onverwachts naar je werk gekomen.

Ik dacht later dat je me misschien...

iets belangrijks wilde zeggen...

en ik hoop dat als het iets belangrijks is...

dat je weet dat ik er voor je ben.

En dat je...

op me kunt rekenen. -Dat is erg lief.

Je kunt het tegen mij zeggen. Ik ben er voor je.

Ik heb het gevoel dat er iets mis is.

Ik voel het. Zeg het maar.

Zeg het maar, ik ben er voor je.

Ik waarschuw je. Het is geen goed nieuws.

Het is zelfs heel slecht nieuws.

Je moet sterk zijn. -Ik zal sterk zijn.

Je moet heel sterk zijn.

Ik zal heel sterk zijn.

César is ziek.

Hij is de pineut.

César? -Ja.

Niet jij? -Welnee.

Ga je niet dood? -Welnee.

Weet je het zeker?

Ja. -Waarom heeft hij dat dan gezegd?

Heb je hem gezien? -Hij zei dat je dood gaat.

Waarom? -Het is ingewikkeld.

Zeg dat niet.

Wacht, Virginie.

Als je het hem niet vertelt, doe ik het. -Wat heeft hij eraan?

Ik heb een zuiver geweten. Maar hij?

Dan weet hij dat het afgelopen is, dat ik tegen hem gelogen heb.

Dat overleeft hij niet. -Hij gaat al dood.

Het is nog nooit zo goed gegaan. Hij is gelukkig, hij voelt zich nuttig.

Hij heeft het recht om het te weten. -Wat bereik je ermee?

We kunnen hem niet genezen.

Wat gaat er met hem gebeuren? Palliatieve zorg,

in het ziekenhuis waar niemand hem komt bezoeken. Ik probeer alleen te helpen.

Hou op met alles voor iedereen te beslissen.

Hij heeft alleen jou en je liegt tegen hem.

Heb jij nog nooit in je leven gelogen?

Het is niet jouw leven, het is zijn leven.

IK BEN MIJN BELOFTE AAN HET NAKOMEN. IK HOOP JIJ OOK.

Ik ben hier omdat ik het Arthur beloofd heb.

Ik heb hem beloofd om je alles te zeggen.

Dan stap ik weer in mijn auto,

niet eens mijn auto, want ik heb niets meer.

Ik stel niets voor. Ik heb alles in mijn leven verpest.

Je had gelijk, ik kan niets.

Maar weet je, het is oké.

Het gaat goed, omdat ik niet zoals jij ben.

En dat is heel belangrijk voor mij.

Je hebt me geleerd dat je alles kan hebben en toch niets waard bent.

En je hebt me geleerd te verliezen.

Toen ik de enige verloor die van me hield,

wat heeft hij die me moest beschermen, want ik was pas tien jaar, gedaan.

Wat heeft hij die mij moest beschermen, gedaan?

Hij is me vergeten.

Arthur is ziek, hij gaat dood. Maar zijn dochter kan trots op hem zijn.

Ze heeft iets om zich te herinneren. Arthur doet irritant tegen haar.

Hij zit haar de hele tijd op haar nek. Hij maakt haar gek.

Maar hij is een goede vader, omdat hij zich zorgen om zijn dochter maakt.

Jou kan het niks schelen. Ik mocht altijd alles omdat het je niets kon schelen.

Ik heb je lang vervloekt, maar zelfs dat is overgegaan.

Je bent niet meer dan een verre, slechte herinnering.

Ik heb ook zonder jou leren leven.

Ik denk dat ik alles gezegd heb.

Ik heb slechte koffie.

Ik ga naar binnen, ik heb het koud.

U hebt één nieuw bericht.

Met mij. Ik heb het gedaan.

Ik heb hem gesproken.

Je had gelijk, zoals gewoonlijk. Tsjonge, wat een opluchting.

Bedankt, vriend.

Ik hoop dat jij het ook gedaan hebt. We bellen.

Heb je hem gesproken?

Ik heb een bericht voor hem achtergelaten. -Dat is goed.

Ze woont in het zuiden. Bij Arles geloof ik.

Wat jammer, ze was zo aardig.

Hou op.

Heb je niemand? -Nee, maar het is oké.

Leo waakt over mij.

Ik kan niet blijven. Ik moet voor Arthur zorgen.

Doe wat je moet doen.

Maar ik kom terug.

Maak je geen zorgen om mij.

Ik ben blij dat je gekomen bent.

Ik moet hem meenemen op reis.

Daarna kom ik terug.

Als ik je kan helpen,

voor een keer.

Als je een beetje geld voor me hebt.

Een beetje, hoeveel?

Een beetje veel.

Je bent niet veranderd.

Maar waar gaan we heen? -Verrassing.

We gaan toch niet met het vliegtuig? -Nee.

Ik waarschuw je, ik ga niet vliegen. -Hou op, vertrouw me toch.

Mogen we doorlopen? Mijn vriend heeft kanker.

Gaat u gang. -Dank u wel.

Hou daarmee op. -Waarmee?

Met zeggen dat ik kanker heb. Het is gênant.

Maar je hebt kanker. -Dat is geen excuus.

Ik schaam me.

Pardon mevrouw. -Goedenavond, welkom.

Kunt u ons upgraden?

Omdat mijn vriend een ongeneeslijke ziekte heeft.

Ik zal kijken wat ik kan doen.

Ik heb geen kanker gezegd.

Neem je me in de maling? Stoppen, stop.

Ik stap niet in een vliegtuig. -Wie heeft het over een vliegtuig?

Hou je me voor de gek? We zijn net door de douane gegaan.

Business class is niet echt vliegen. -Ik ga terug.

Doe dit voor mij. -Waar gaan we naartoe?

Niet ver weg. -Waarheen?

Ik heb een afspraak gemaakt met de Indiër die Armstrong gered heeft.

In India? -Ja.

Maar dat is twaalf uur vliegen. -Nee, elf uur.

Het is mijn laatste wens. Daarna doen we wat jij wilt.

We gaan naar kloosters, moskeeën, barokconcerten, lezen Proust in het Latijn.

Ik smeek je. Laat me je een laatste kans geven.

Laat me je een laatste kans geven.

Ik smeek je.

De gids haalt ons morgen om 8.00 uur op. Kom niet te laat.

Mensen komen van heinde en verre voor hem.

Ik moet echt met je praten. Nu. -Zeg niet dat je niet wilt.

Dat is het niet. Ik moet je iets zeggen.

Maar je moet me beloven dat je me het zult vergeven.

Zweer je dat?

Ik zweer het, maar...

als jij ook zweert dat jij mij iets zult vergeven.

Ja, oké. -Nee, niet oké.

Zweer het. Het is iets groots.

Dat van mij is ook iets groots.

Ik zweer dat die van mij is groter.

Ik ben zo bang dat je boos wordt.

Ik zal het je vergeven.

Zeg: ik zweer het. -Ik zweer het.

Het is niet makkelijk.

Ik had iets met Virginie.

Wat? -Jullie waren gescheiden.

Maar je vertelde zoveel over haar dat ik haar ook miste.

We kwamen elkaar tegen in een bar. We hebben veel gedronken.

Ze was verdrietig, ik was niet erg sterk.

We zochten troosten bij elkaar.

Zijn jullie met elkaar naar bed geweest? -Niet echt,

Een beetje.

Een beetje? -Het is maar één keer gebeurd.

Jullie waren gescheiden. We waren dronken.

Ze was verdrietig...

en ik was niet erg sterk. Maar het is maar één keer gebeurd.

Jullie hadden veel gedronken. -Ja, heel veel.

Ik begrijp het.

Ik vergeef het je.

Je vergeeft het me? Zomaar, zo makkelijk?

Het is niet makkelijk, maar ik heb me in jou verplaatst, dan kan ik het begrijpen.

Ik zeg je dat ik je vrouw geneukt heb en dat kan jou niets schelen?

Dat is niet het goede woord. -Wat wilde je mij vertellen?

Is het erg?

Is er iemand ziek, gaat er iemand dood?

Iemand anders dan jij?

Ja.

Je moet sterk zijn. -Ik wil het niet weten.

Ik wil het niet weten. Ik draag dit geheim al twee jaar met me mee en ik haat mezelf.

Dus laat me er even van genieten. We hebben het er morgen over.

Morgen, morgen.

Ik heb mijn vader vergeven, mijn vader mij. Jij hebt mij vergeven.

Ik heb me nog nooit zo licht gevoeld. Laat me ervan genieten.

We praten er morgen over na Aman Kapoor.

En nu gaan we genieten. Neem wat kip.

We praten er morgen over.

Waar is de gids? -Daar.

Is het daar? Hartelijk dank.

Mag ik weten wat je doet?

Is dat niet Kapoor? -Kapoor is daar.

Waar? -Daar.

Is hij een echte dokter?

In een echt ziekenhuis?

Ik laat je niet 7.000 km reizen voor een ​​man die yoga doet.

Ik voel me niet goed. -Het komt goed.

Ik ga dood. -Daar komen we voor.

Ik zei dat ik...

Ik heb iemand nodig, help.

Gaat het beter?

Het spijt me. Het spijt me zeer.

Waarvoor? Ben je gek.

Wacht, je zult het zien.

Aangenaam.

Dit is een vreemde situatie.

Een vreemde situatie.

Ik heb dit in mijn carrière nog nooit gezien en geloof me...

we zien hier veel vreemde dingen.

Maar is het goed of slecht?

Goed en slecht.

Uw kanker is gemuteerd.

Uw kanker is gemuteerd.

Wat? -Het is veranderd.

Heb ik kanker? -Ja.

Verdomme, niet weer, hè?

De nieuwe is een andere kanker.

Het is geen longkanker meer, maar huidkanker in uw been.

Het is heel ernstig.

U moet met spoed geopereerd worden.

Heb ik huidkanker?

Drie maanden later zou u dood zijn geweest.

Gaat hij niet dood?

Met een operatie is de kans groot dat hij blijft leven.

Bedankt.

Graag gedaan. -Dank u.

Het is oké, ga zitten. -U bent een tovenaar, dank u.

Ik wist dat je niet dood zou gaan.

De operatie is goed verlopen.

Ze hebben alles kunnen weghalen. -En César?

Hij belt terug. Maak je niet druk. Geef hem wat tijd.

Kom op, rust uit.

Ik ben op deze bijeenkomst om...

te luisteren, te begrijpen.

En een beetje morele steun te krijgen.

Dus Arthur...

Ik werd geconfronteerd,

door Randa.

Ik heb geprobeerd me open te stellen en te begrijpen, zoals u.

Ik begrijp niet hoe ik dat heb kunnen doen.

U was bang.

Weet u...

Ik had ervoor een geweldig leven.

Ik wilde een kind.

Ik had een baan, een man.

We waren al tien jaar samen.

En we stonden op het punt een appartement te kopen.

Toen werd het die vierde november.

Ik voelde een knobbeltje in mijn linkerborst.

Ik kreeg chemo.

Ik begreep niet wat we overkwam.

Ik begreep het niet.

Ik wilde er niet over praten.

Iedereen zei tegen me: het komt goed.

En dat was niet waar.

Dat is niet gebeurd.

Hij vertrok en ik was alleen.

Het spijt me.

Wat ik probeer te zeggen is dat u...

gebleven bent.

U hebt alles laten vallen om bij César te zijn.

Ja, u hebt gelogen, u hebt van alles gedaan, maar...

maar u was er.

Dank u wel.

Zal ik u afzetten?

Ik sta daar geparkeerd.

Fijne avond.

Tot binnenkort.

Fijne avond. -Tot ziens.

Goedenavond, Bernard.

Met Arthur. Ik neem aan dat je geen nieuws over César hebt.

Het zou fijn zijn als je me terugbelt wanneer je kan.

Bedankt en welterusten.

Wacht, de hond.

Hoe noemt Brasse-Bouillon zijn moeder?

Caboche, Folcoche of Potache?

Brasse-Bouillon? Is dat een film? -Je hebt verloren.

Ben ik?

Wat is het favoriete muziekgenre van La Fouine? De rap, slam of zouk?

Het zegt me niets. -Nou, het meest populaire muziekgenre.

Ken je La Fouine niet? -Nee.

En Disiz La Peste? -Wie is dat?

Weet je het echt niet? -Nee.

Rap. Weet je wat rap is? -Ja.

Goedenavond, Bernard.

Wat fijn dat je belt.

Ik wilde je zeggen: hij is hier, maar hij wil je niet zien.

Dat begrijp ik. -Het spijt me.

Ik heb het geprobeerd, maar hij wil niet luisteren.

Tegelijkertijd...

moeten we het begrijpen.

Ja, ik begrijp het.

Hoe gaat het met hem?

Wel goed, hij is een beetje moe.

Maar maak je geen zorgen. Ik zorg goed voor hem.

Dank je wel.

Bedankt voor je telefoontje.

Goedenavond, Bernard.

Welterusten en dank je wel.

Hallo, Randa. -Hallo Arthur.

Alles goed?

Ik heb nieuws van César. Ik weet waar hij is.

Ik voel me verloren.

Heeft hij gebeld? Gaat het goed met hem?

Een vluggertje is zo gebeurd.

Dat komt goed uit, ik heb haast.

Hoe voel je je? -Fantastisch.

Het is verspilde tijd, als je voor hem komt.

De eerste keer in het ziekenhuis kwam je bij mij om Arthur te helpen.

Je stond erop.

Hij doet hetzelfde.

Je bent eigenlijk heel mooi. -Eigenlijk?

Bedankt. -Graag gedaan.

Ik weet dat je niet wilt dat ik met hem praat, maar hij voelt zich beter.

Je hebt zijn leven gered.

Ik denk dat hij tegen je gelogen heeft...

om zichzelf te beschermen, omdat hij bang was.

Omdat hij bang was voor jou.

Als je van iemand houdt, draag je soms de pijn met je mee.

Draag je de last.

Zelfs als het dom en nutteloos is.

Hij heeft alles verpest.

Zou jij in zijn plaats de waarheid verteld hebben?

Ik weet het niet.

Toen ik hoorde dat ik ziek was, duurde het weken voordat ik het vertelde.

En ik heb gelogen.

Altijd, voor iedereen.

Dat heeft er niets mee te maken. -Jawel.

Ik wist dat ik, zodra ik het woord zou uitspreken,

verdriet en wanhoop zou zaaien.

En dat is ook gebeurd.

Hij wilde gewoon tijd winnen.

Ik geloof dat hij veel tijd verloren heeft.

Maar we zijn het niet eens.

Ik dacht dat ik hem gered had.

Ik kan het hem niet vergeven.

Ik laat je.

Je weet dat je ons binnenkort verlaten gaat.

Zij die van je houden, zullen deze momenten nooit vergeten.

Wat jij doet, zullen zij hun hele leven meedragen.

Bedankt, Randa.

Tot ziens.

Tot ziens, César.

Randa.

Verdomme, César.

Wat ben je toch een idioot. -Alles goed?

Ja, het komt door hem. -Iets zachter graag. Bedankt.

Maar ben je echt dom of wat? -Je zou je gezicht hebben moeten zien.

Ik ga toch niet weg zonder afscheid te nemen.

Het spijt me.

Ik hou ook van je. Klootzak.

Ik ook.

César is op de onafhankelijkheidsdag van Algerije geboren.

Hij was de zoon van een vader die op een snorfiets reed,

vriendinnetjes verzamelde en op 11-jarige leeftijd een snor had.

Hij kon niets, maar twijfelde nooit.

Ik kon alles, maar ik twijfelde altijd.

Hij was alles wat ik niet was, alles wat me irriteerde.

Nochtans,

wat eeuwigdurende vriendschap wel heeft en liefde niet,

is zekerheid.

Op 12 mei 1976,

de dag dat we elkaar ontmoet hebben, is dat precies wat ik voelde.

Ik herinner me de eerste zin nog die je tegen me zei: wij gaan ruzie krijgen.

Deze profetie kwam zeker niet uit. We konden niet boos worden op César.

Hij leefde zijn hele leven alsof het zijn laatste dag was.

Hij is gisteren overleden.

Hij was er altijd. Daarom is het raar...

om over hem in de verleden tijd te praten.

Ik zal eraan moeten wennen.

César had duizend gezichten, maar geen verdrietige.

Hij zeilde over het bestaan zonder geraakt te worden.

Men zegt dat een vriend iemand is die je echt kent, maar van wie je toch houdt.

Hij was ondraaglijk, maar je kon niet anders dan van hem houden.

Een paar maanden geleden, op weg naar Biarritz, zong je Gilbert Bécaud,

uit volle borst.

Ik hoor je stem.

Dus wat moet ik nu doen?

Naar welke leegte zal mijn leven afglijden?

Je hebt me de hele wereld nagelaten,

maar de wereld zonder jou is klein.

Dank je wel, voor alles.

Tot morgen, schat.

Dank je wel.

Het was heel mooi, heel ontroerend. -Dank je wel.

Hij vroeg me je dit te geven.

Je zou het nu moeten lezen,

heeft hij mij gevraagd. -Oké, zal ik doen.

Tot binnenkort.

Tot binnenkort.

Hallo vriend, ik wou dat ik erbij was.

Ik hou ervan als mensen over mij praten.

We hebben het in elk geval leuk gehad. Het is voorbij gevlogen.

Ik wilde je nog een laatste ding vragen.

Ik weet dat het de tiende is, ik beloof dat ik hierna stop.

Ik wil graag dat je ons een dienst bewijst.

Voor je staat de vrouw van je volgende leven.

Ze is fantastisch. Jullie lijken op elkaar.

Dit ga je doen:

Je gaat niet met haar uit en zegt niet: tot gauw, bedankt.

We zitten niet meer in de vijfde.

Je sluit deze brief en rent haar achterna, pakt haar hand en kust haar.

Zo heb jij ook een mooie herinnering aan deze dag.

Kom op, klootzak. Je had al moeten rennen.

Alles goed?

Ik wilde je alleen zeggen...

Hallo.

Arthur Dreyfus.

56 jaar oud.

Ik ben onderzoeker,

omdat ik graag zoek en ik graag vind.

Hallo. Randa.

Mag ik je iets te drinken aanbieden?

Ben je met me aan het versieren?

Is het zo duidelijk?

HET BESTE MOET NOG KOMEN

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.