Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Lucien, post van je vrouw.
Je geld is veilig bij mij.
Dank je wel. Nenita.
Godverdomme!
Nenita!
Ja, man.
En?
Is het in orde?
Dat is de beste wiet die ik ooit gesmoord heb, papa.
Proficiat, papa.
Goed gedaan, maat.
Jij ook goed gedaan, jongen.
We hebben dat samen gedaan.
Ja, nu niet overdrijven, hè.
We moeten nog naar de mis, van nonkel Aloïs.
Juist daarom, juist daarom.
Probeer vandaag eens meer te zeggen tegen Julita.
Dan leert ze je beter kennen. - Ze weet toch wie ik ben.
Je hebt nog geen vijf woorden tegen haar gezegd. Ze gaat niet bijten.
Wat moet ik dan zeggen, misschien? - Ja zeg, Jos.
Hey... Julita.
Hallo. - Hey.
Hoe is het? - Goed.
Wat is dat?
Ah, ik organiseer een exotic party... in de cafetaria van het zwembad. Kom je?
Hé, naar de party?
Party, party.
Ja, ja. In Caloocan ging ik graag naar karaokebars. Elke vrijdag.
Allee. - Ik werkte er zelfs.
Ah, euhm...
Als je anders goesting hebt om te komen helpen...
Als je werk wilt...
Frank.
Hier.
Kom je?
Dag. - Dag, hé.
Dag, jongen. - Mamaatje.
Dag, Julita.
Wat zie je er mooi uit. - Dank je wel, Ria.
Ben jij Nederlands aan het leren, Julita?
En Nenita?
Die was wel ineens weg, hè.
Ze is nu terug in Caloocan.
Ze heeft nu een flat met uitzicht op de San Roque-kathedraal.
Een uitzicht op de kathedraal?
Dat klinkt chic, hè Jos? - Oh, jaja.
Allee, goed goed. Goed goed.
Het is tijd.
En Steven? - Die ligt nog in de auto.
Kom. Komaan. Kom, Steven.
Wat is dat met de kleine?
Heeft hij die wiet gesmoord? - Niet zo luid, jongen.
De wiet was droog en hij moest dat toch proberen.
Maar, Geoffrey. - Ja, hij heeft goed geprobeerd.
Nee nee, kijk. Geoffrey.
Verdomme.
Wie is dat? - Geoffrey.
Ik leef met zoveel mensen op deze wereld.
Samen kunnen we er iets moois van maken.
Maar toch.
Soms duw ik iedereen van mij weg.
Ik denk alleen aan mezelf en heb niemand nodig.
Ik wil voor niemand iets doen...
en laat anderen stikken.
Vergeef mij, Heer.
Tot zeven maal zeventig maal
Vergeef ik een ander zijn schuld
Tot zeven maal zeventig maal
De Heer heeft met mij ook geduld
Vergeven is inderdaad heel belangrijk, beminde parochianen.
Of zoals we kunnen lezen in Kolossenzen 3:
Een goede christen is gericht op God en zijn medemens...
en niet op zichzelf.
Hij ziet het leven door een glas en niet door een spiegel.
Godverdomme, heb je kleingeld? - Zeg, vloek zo niet.
Heb je kleingeld?
Ah, hier.
Mama.
Ze gaan nog moeten oppassen of hij is weg met het stoelgeld.
Waarom is hij hier?
Aloïs is zijn vader. Het is toch normaal dat hij erbij wil zijn.
Ja? Waarom zit hij niet vast? - Hij zal vrij zijn, zeker?
Hij ziet er goed uit. Hij is een paar kilootjes kwijt.
Als je hem zo ziet zitten.
Je zou toch niet zeggen dat hij een seksverslaving heeft.
Nee, dank u.
Kleine.
Alstublieft.
We gaan Geoffrey goeiendag zeggen. - Waarom?
Omdat dat familie is. - Verre familie, van jou.
En omdat het voor een christen goed is om te vergeven.
Je Lieve-Heer heeft nooit geld gegeven aan... - Dag, jongen.
Dag tante. - Hey.
Ja, Geoffrey.
Nonkel. - En, alles goed met jou?
Hè? Ja.
Ze hebben mij laten gaan. Dat is toch al iets.
Dat is goed nieuws. - De gevangenis zat vol, zeker?
Dief.
Zeg. Die moest zich nu toch schamen, hè.
Hè? - Ze liegen niet.
Hoe is het met Marie en met de kinderen? Goed?
Marie zit met de kinderen in Brugge bij haar zuster.
Ze wil mij niet meer zien. - Oei.
En het huis is geconfisqueerd. - Waar ga jij dan slapen?
Awel ja, ik weet het eigenlijk nog niet.
Nee nee.
De kamer van Frank staat toch leeg, Jos. - Nee.
Waarover klappen ze zo lang met de klootzak?
Nonkel, ik weet dat je kwaad bent op mij... voor wat ik je heb aangedaan, en terecht...
maar ik wil mijn leven beteren, ik zweer het.
Ik hoop dat ik op een dag al dat geld kan terugbetalen.
Dan is dat geregeld, hè Jos.
Dan ga je nu met ons mee naar het restaurant om te eten.
Samen met de rest van de familie, als dat goed is voor jou.
Ja, als dat niet stoort.
Ga jij maar naar De Hollemeersch. Ik ga nog iets doen.
Ja, oké.
We gaan naar huis.
Fuck jong, dat is...
Dat is goeie marchandise.
Wat heb ik gezegd?
Kijk naar Patrick.
Dat is goed, hé. - Dat is goed spul, man.
Waar heb je dat gehaald?
Van euh... van euh... van een maat.
Ho, een maat van een maat.
Zijn... neef.
En hoeveel vraagt die... maat?
Zeven euro per gram.
Het is iets meer dan bij Fluppe, maar het is ook beter.
En hoeveel heb je bij?
Zoveel je wilt.
Euh...
Wij pakken alles.
Ik ga kijken hoeveel ik bij me heb.
Wacht, hé.
Eén.
Twee.
Drie, vier. - Vier.
Vijf. - Vijf, hé.
Dat is vijf gram per zakje. 5 maal 5 is 25.
Maal 7 is...
175 euro.
Euro.
Dat is een goeie deal, hé gasten.
Ik peis dat je het verkeerd begrepen hebt, maat.
We pakken alles.
Maar gasten, ik moet dat nog teruggeven.
Dat is mijn probleem niet. - Geef dat hier.
Patrick. - Jongen!
Laat mij gerust.
Cisse, nee. Ah!
Twee keer zul je peizen, voor je je maten nog eens in de zak zet.
Onnozelaar.
Dat versta ik niet, mama. - Wat?
Geoffrey in huis halen. Door hem zitten we in de miserie.
Ben je op je kop gevallen? - Hij heeft toch sorry gezegd.
Met sorry krijg ik mijn geld niet terug.
Geoffrey blijft wel familie, Frank. - Schone familie, schone familie.
Een kl... een kloo... Een crimineel is het.
Wij zijn toch ook met iets crimineels bezig, hè.
Ja? - Ja, ah ja.
Maar door wie komt het, hé?
Heel onze hangar zit vol wiet. - Allee, Frank.
Denk jij dat papa en de kleine die wiet gaan verkopen...
als Geoffrey daar rondloopt?
Je pa heeft dat ook heel lang voor mij verborgen gehouden.
Bij Geoffrey zal dat dan ook wel lukken.
Waarom ben je niet met iemand meegereden?
Ik heb wat wiet proberen te verkopen.
En?
Ze hebben het afgepakt.
25 gram. - Wat?
Ze zeiden wel dat het heel goede marchandise was.
En daarbij, ik ga morgen een halve euro per gram meer vragen. Dan hebben we dat direct terug.
Heren. - Ja.
Ja, merci. - Alstublieft.
Merci. - Dank u wel.
En hoeveel denk je morgen te verkopen? - Bwa.
50 gram of zo.
We zitten wel met 120 kilo van die wiet, hè.
Aan 50 gram per dag ben je 7 jaar bezig.
Je moet veel meer ineens verkopen. Niet per gram, maar per kilo.
Per kilo? - Ja.
Dat is wel niet makkelijk. - Het zal moeten.
We moeten van die drugs af.
Ik kan het aan Fluppe vragen. Fluppe kent veel mensen.
Fluppe kan zijn mond niet houden. Die is niet te vertrouwen.
Lucien.
De flikken hebben zijn wiet afgepakt.
Dealers wachten daar nog op. - Lucien is geen optie.
Waarom niet? - Hij zit in de bak.
De flikken houden hem in het oog en zijn dealer ook natuurlijk.
Ja, het is nu niet dat we nog duizend andere criminelen kennen.
Behalve één.
Hier zitten jullie, zeg.
Papa, kun je mama niet vragen... dat ze alsjeblieft Geoffrey niet in huis pakt, zeg?
Het is misschien beter zo.
Wat?
Dat het misschien beter zo is, zeg ik.
Smakelijk. - Smakelijk, mama.
Zeg Frank, je hebt een Filipijnse vriendin laten overkomen.
Een schone.
Je blijft met je fikken van Julita. Of ik zal je eens goed bij je kloten hebben. Pas maar op.
Wat is er, Frank? - Niets. Er is niets.
Je moet niet benauwd zijn. Ik ben veranderd.
Ik heb therapie gevolgd...
om mijn driften beter te controleren.
In therapie? Voor je seksverslaving?
En... dat helpt?
Tot nu toe wel, ja.
Allee.
Dat is goed, ah ja.
Ben je nog boos omdat hij je geld gestolen heeft?
Wat denk je nu?
Hebben we nog altijd geld nodig? - Ja.
Waarom vraag je dat?
Misschien kan ik werk zoeken.
Dat is heel aardig van je, maar...
dat is niet nodig. Het hoeft niet.
Maar jij hebt geen job.
En Katrien, de vrouw van Jerry, werkt ook.
Ja... Geen probleem. Ik vind wel geld. Oké?
Maar het is niet erg. Ik wil werken.
In de Filipijnen werkte ik ook.
Ik zal geld vinden. Oké? Het is goed. Het is niet nodig.
Waarom niet? Dat is toch heel goed dat ze werk zoekt?
Dat is wat een moderne vrouw doet, Frank.
Zeg, als je wilt werken, hé... dan moeten je papieren ook in orde zijn, hé.
Dat is waar.
Je moet een werkvergunning C aanvragen.
C? - Ja.
Anders moet ik haar arresteren voor zwartwerk.
Oké.
Dan haal ik vergunning C. - En wat voor werk zul je dan zoeken?
Hé? Je spreekt niet eens Vlaams.
Het is toch waar, mama.
Nee.
Maar ik ben exotisch.
Ja?
Maar wat... - Dan kan ik werken.
En wat voor werk dan?
Als serveerster.
Op een exotisch feestje.
Wablief?
En waar is dat exotisch feestje?
Wat?
Oh.
Oei.
Oeh.
Oei.
Huh.
Oeioei, mama, waarom doe je dat weg?
Ik zou niet willen dat Geoffrey naar die madammen moet kijken.
Dat is juist.
Oeioei, zou je dat wel doen?
Maar allee, met twee lieve poesjes is nu toch niks mis?
Jij moet het weten, mama. - Wat wil je zeggen?
Geoffrey heeft al twee maanden niet...
Hoe denk je dat hij gaat reageren op twee poesjes?
Hey. - Hey. Dag, Geoffrey.
Moet ik hier zijn? - Ja.
Ik heb het bed al opgemaakt. - Amai, het ziet er goed uit.
Merci, tante.
Geoffrey. - Steven.
Zou ik iets mogen vragen? - Ja.
Euh, awel ja... Toen jij in euh...
allee, vastzat, hé, om het zo te zeggen.
Heb jij toevallig niemand leren kennen die drugs dealde?
In het prison?
Wat peis je zelf?
Euh... - Meer dan één, hé Steven.
Maar... - Ah ja.
Waarom wil je dat eigenlijk weten?
Awel, Geoffrey.
Ik ben eigenlijk op zoek... naar iemand die wiet aan mij zou willen verkopen.
Ik peis niet dat ik je daarmee ga kunnen helpen, Steven.
Geoffrey, sorry hé.
Zeg, heeft Geoffrey al iets gelost, hé?
Nee dus.
Ik heb geprobeerd, maar hij wou niks lossen. Nu gaat papa proberen.
Wat moeten we anders doen? - Jullie zijn de experts, ik niet.
We kunnen het altijd nog aan Fluppe vragen. - Fluppe.
De onnozelaar. Charlatan, godver.
Papa, euh... Ik heb Julita beloofd haar naar haar werk te brengen.
Ik moet weg. Hoe? - Ik dacht dat je dat niet zag zitten?
Ik peisde dat, hé.
Ik zal even meegaan om toe te doen.
Kleine. - Dwaze.
Dag hé, papa. - Frank.
Hé.
Hallo.
Papa.
Papa.
Deur toe, deur toe.
Wat is er? - Er was iemand.
Wat? - Wat is er?
Er was iemand.
Wie? - Dat heb ik niet gezien.
Hij was rap weg. - Wie was dat dan?
Ik peis dat het Geoffrey is.
Ik heb gezegd dat er miserie van ging komen.
Ja. Nee, hé.
Ik ben te laat.
Ja.
Vanaf nu blijft er altijd iemand van ons bij Geoffrey. Ja.
Dank je dat je me komt steunen.
Het is niets. - En je bent zo schattig.
Ik lijk wel op een palmboom.
Hallo.
Ja.
Het is Lucien.
Wat moet hij? - Het is Lucien.
Ja.
En waarom?
Ja.
Dat was Lucien. - En?
Hij wil dat ik hem ga bezoeken in het prison.
Waarom? - Dat heeft hij niet gezegd.
Ga je naar hem toe? - Nee, nee, nee.
Jawel, je moet gaan, Frank. - Nee.
Je moet gaan. Misschien gaat het over Nenita.
Sorry, dat interesseert me niet. - Frank, je moet gaan.
Waarom?
Omdat...
Alsjeblieft, Frank.
Alsjeblieft. - Ja.
Ja, maar... Ja, maar ja. - Alsjeblieft.
Allee.
Oké. Maar ik doe het alleen voor jou, hé.
Dat weet je, hé. - Dank je.
Kom, ik wil niet te laat zijn op mijn eerste werkdag.
Julita, Julita.
Er zullen mannen naar je decolleté kijken, hé. Naar je borstjes.
Dat weet ik.
Ja, maar misschien kijken ze te veel en krijgen ze goesting...
Ja, maar... Ja, maar ja.
Ah, Juanita.
Hallo, Fluppe. - Hallo.
Dag, Frank. - Hallo.
Merci om Juanita af te zetten. - Het is Julita.
En ik ben hier nog niet direct weg. - Ah?
Frank komt me steunen op mijn eerste werkdag.
Ah ja? Ja maar ja, dat is goed, hé.
Hij is zo lief.
Ja... - Ah ja?
Bon, eventjes, ik heb je dat nog niet gezegd...
maar... als iemand je vanavond iets wilt betalen...
altijd ja zeggen, hé.
En altijd champagne.
Champagne? - Ja, champagne, ja.
En als je dat niet lust, moet je dat niet opdrinken.
Als je er geen goesting in hebt, kiep je het maar bij de planten, hé.
Verstaan? Je maakt er hier toch geen cabardouche van?
Frank, zit daar niet mee in. Er is hier geen 'séparé'.
Wil je dat ik de glazen schoonmaak?
Ze wassen?
Euh... Ah ja, jajaja. Het is goed.
Je hebt toch goed gerief mee.
Ja, maar waarom moet mijn goed gerief hier bijna bloot rondlopen?
Frank, dat is hier een zwembad, hé.
De meeste mensen dragen hier niet veel kleren.
Frank dacht dat hij je gezien had bij de hangar.
Kan dat?
Nee. Ik ben daar niet geweest. - Wat zou hij daar nu doen?
Vandaag is hij in de kerk gaan bezinnen.
Mhm.
Hmhm.
Ja.
Yes!
Wie wil er nog taart? Chantal? - Bwa, een puntje. Een puntje?
Oh, zo'n puntje? - Maar allee, kom...
maak er maar een punt van. - Voilà.
Kom, bordje.
Geoffrey? - Voor mij niet, tante.
Ik heb al te veel bloemkool gegeten. Dadelijk heb ik nog een indigestie.
Zo'n stukje taart doet het hem niet. Dat heb je in de cel niet gehad.
Allee. - Vooruit dan, maar echt een puntje.
Het was zeker niet gemakkelijk in de gevangenis, met al die criminelen?
Daar moeten toch zware mannen gezeten hebben?
Ja. - En drugsdealers.
Drugsdealers ook, tante. - Ja?
Wat ga je troef maken, Jos? - Wacht, wacht, wacht, wacht.
En die dealers...
Waren dat allemaal mensen van de streek? - Je zou ervan verschieten.
Mannen uit Oostende, Brugge. Er was er een bij, een gast uit Torhout.
Die kwam juist vrij, toen ik binnenkwam.
Die zat overal tussen. - Ja?
Hoe heette die gast nu weer?
Freddy Coene. - Freddy Coene.
De zoon van een oudijzermarchand. - Juist.
Uit Torhout? - Ja, dat is een hele bende, Jos.
Zeg, gaan wij nu constant over het prison klappen?
Nee, nee.
Ah. Ik peis het nog een beetje.
Schoppen troef.
Pieken troef. - Zie maar dat je een slag haalt, hé Jos.
Ja. Alsjeblieft.
Is alles hier een beetje in orde? Dat meisje is wel bezet.
Frank.
We zijn maar aan het praten. - Maar aan het praten?
En gaat het bij praten blijven? - Gast, wat is je probleem?
Wat is jouw probleem? - Ja, wat is hier het probleem?
Kom, Julita, je stopt met werken. - Waarom? Wat is er?
We gaan nu naar huis.
Frank.
Als Julita hier wil werken, dan werkt ze hier, hé.
Wil je hier werken?
Ja. - Vind je het leuk?
Ja.
Dan werkt ze hier hé, Frankie.
Frank.
Verdomme.
101. Ah ja, kom, het is duidelijk.
Wij zijn een goed team, jij en ik. - Proficiat.
Het is al laat, jongens.
Mijn picon is nog niet op, Jos. - Ah, rapper drinken, hè.
Weet je wat, ga maar slapen. Ik sluit wel af.
Dank je, Geoffrey. Slaapwel.
Het is deze. - Ja.
Slaapwel, hè.
En goed thuis, hè.
Jajaja, merci.
Yo, tot morgen.
Moet jij geen picon hebben?
Ik heb wel goesting.
Maar ze hebben mij gezegd dat ik beter niet drink.
Dat is niet goed voor mijn...
je weet wel.
Ah.
Ze hebben je drooggelegd.
Ik sta al droog sinds mijn vent van mij is weggelopen.
Tja.
Dat is euhm...
droog hé.
Sssst.
Jos. Jos, heb jij dat gehoord?
Wat? - Awel, dat lawaai in de kamer van Geoffrey.
Zou hij last hebben van zijn maag?
Ik had hem dat laatste stukje taart niet mogen geven.
Oh.
Ik ga hem een Rennie brengen. Laat dat toch zo, zeg.
Laat die toch liggen, alsjeblieft.
Laat hem maar eens goed afzien.
Dank je. Dag.
Tot ziens.
Stig, af.
Stig, nee.
Vond je het leuk? Drinken met andere mannen?
Er is niets gebeurd, Frank. - Ik wil het niet horen. Oké?
Ik wil niet dat je nog werkt. Vanaf nu is dat finished, schluss, gedaan.
Ja?
Maar ik wil werken. - Vergeet dat dan maar.
Je gaat niet meer werken. Ja?
Je werkt niet.
Vanaf nu werk je niet meer. - Frank, je doet flauw. Kom terug.
Frank.
Allee, schuif eens een beetje op.
Je moet nu ook niet meedoen met Julita, hé.
Steven.
Steven. - Ja?
Ik heb een sms gekregen van het bakje.
Er is iemand aan de hangar. Dat konijn.
Ik heb 's nachts nog nooit een sms gehad.
Het is drie uur.
Oh.
Zouden we niet gaan kijken?
Wat? - Zouden we niet gaan kijken?
Nu? - Ja.
Maar pa.
Allee, kom. Kom, kom. Oh.
Oh.
Volgens Chantal en Geoffrey zit in Torhout een grote dealer.
Een zekere Freddy Coene.
Zoon van een oudijzermarchand.
Kan jij morgen eens uitzoeken waar je die kan vinden?
Goed.
Godverdomme, is dat de auto van Chantal?
Ga eens kijken. - Ik?
Ja. Jij, ja.
Ze is binnen.
Geoffrey.
Nonkel.
Wat doe jij hier?
En jullie?
Ja, godverdomme.
Weet tante dat? - Ik ben wel al mijn geld kwijt, hé.
Ik moest toch iets doen? - Waar is Chantal?
Ze is even uitgeteld. Wat heb je met haar gedaan?
Niks dat ze niet wilde.
Wat is dat?
Dat is geld, Steven.
Dat is wel veel, hé. - Het is genoeg.
Ah ja. Nu snap ik waarom je hier moest zijn.
Je hebt het hier verstopt, voor je bent opgepakt.
En nu ga je lopen met dat geld.
En Marie, je kinderen en je schuldeisers laat je in de steek.
Marie wil me niet meer zien.
En mijn kinderen ook niet.
Mijn schulden krijg ik toch nooit afbetaald.
Mijn leven hier is voorbij, Jos.
Je kunt een deel van je schuld aflossen met dat geld.
In deze wereld, nonkel, is het ieder voor zich.
Ah ja? Ik anders niet.
Ik zorg voor mijn familie.
Ik besteel die niet. - Ik blijkbaar wel.
Jullie gaan zwijgen over dat geld. Ik meen het.
Je gaat erover zwijgen.
Je hebt er alle belang bij dat ze mij niet vinden...
want anders ga ik moeten vertellen wat ik hier heb gezien.
Verstaan?
Pardon.
Zeg aan tante...
Ze gaat ontgoocheld zijn.
Zeg aan tante dat ik haar graag zie, oké?
Geoffrey.
Geoffrey.
Ik ben het. Ik kom een Rennie brengen voor je maag.
Ah!
Aaah.
Chantal!
Oh.
Dag, Lucien.
Ah, ben je daar eindelijk? - Awel ja, ik had nog veel werk.
Hoe is het hier? - Magnifiek.
Ik heb juist een week in de isoleercel gezeten.
En... waarom?
Omdat Nenita mij een mooie brief heeft gestuurd.
Jaja.
Wow, dat is veel geld. - Vaneigens. Bijna 200.000 euro, godverdomme.
Wat? Ja!
En Nenita heeft nu al dat geld.
Je geld is veilig bij mij. Dank je. Nenita.
Zit zij nu met al dat geld in de Filipijnen, zeg? Huh?
Is ze terug naar de Filipijnen?
Neenee. - Godverdomme, ze is weg met al mijn geld!
Jij gaat ervoor zorgen dat ik dat geld terugkrijg.
Ik? - Ja!
Waarom ik?
Alle miserie is begonnen toen Julita is overgekomen.
Zij heeft Nenita tegen mij opgezet. - Ik zit daar voor niks tussen.
Je vrouw moet haar zus overtuigen om mij dat geld terug te geven. Hé!
Ja, maar ja... Lucien.
Wij hebben een andere soort relatie.
Ik heb Julita niet te zeggen wat zij moet doen en niet...
Frank, godverdomme.
Ik moet dat geld terughebben. Zo simpel is dat en jij gaat daarvoor zorgen.
Of het gaat niet de beste dag zijn voor de familie Welvaert.
Goh, wat moet ik nu zeggen tegen de korpschef, zeg?
Oh, Geoffrey is weg met mijn auto...
en ik ben de laatste die hem gezien heeft.
In mijn blootje. - Dat laatste zou ik niet zeggen, hé.
Ria, weet jij wel hoe lang het geleden was?
Oei, je moet gaan.
Allee.
Het is goed, jong. Jaja.
Ze is weg.
Frank is onderweg.
Hij is bij Lucien geweest in de gevangenis. Oeh.
Ja, daar is precies ook iets mee...
maar Frank wou aan de telefoon niet zeggen wat.
Freddy Coene, ik heb hem gevonden..
Dan kun je vertrekken. - Nu? En Frank?
We moeten van die drugs af voor ze Geoffrey oppakken.
En jij kunt alles aan Frank vertellen. Ah ja.
Allee, Jos. - Ja.
Allee - Kom.
En?
Niemand.
Godverdomme. Zijn vrouw is nooit thuis.
En nu?
Ah. Daar is ze.
Kijk. Haar vent zit in de bak en madam zet de bloemetjes buiten.
Dat doet mij denken aan mijn eerste vrouw.
Kan ik u helpen? - Awel.
Je moet niet bang zijn, hé. Ik ben een vriend van je vent.
Een vriend. - Oké, aaah!
Ga je nu die valies meepakken? Wij zijn geen taxi.
Aaah!
Godverdomme.
Wat is dat hier?
Frank.
Ssst. - Wat doe jij hier?
Waarom pak jij Julita mee? Hé?
Dat gaat je niet aan. - Hohoho, oké, oké, oké.
Aaah!
Julita!
Julita!
Julita!
Julita.
Julita.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.