Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Czech
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Vertaling: Trilker
Duitsland, dertiger jaren
Nog eentje... - Niet zo schreeuwen. Dan maak je ze bang.
Brave meid. - Brave hond.
Persen Anja, persen.
Hij komt eruit.
Kijk wat een klein hoofdje.
Ik weet dat het zwaar is, ik weet het.
Wat lief.
Hoe noemen we deze? - Jozef.
Jozef? Zie je niet dat het een meisje is?
Zie je niet eens verschil tussen een jongen en een meisje?
Dan Jozefien, hè mama? - Ja, misschien.
Er zit nog eentje in. - Weet je het zeker, papa?
Natuurlijk, hij is een dokter. - Maar niet voor honden.
Het is niet makkelijk, maar je kunt snel uitrusten. Brave meid.
Ach, kleintje. Hoe noemen we...
... hem. Zie je wel? - Ja, ik kan zien dat het 'hem' is.
Wat vind je van Caleb? Dat is 'hond' in het Hebreeuws.
Welkom op de wereld, kleine Caleb.
Alsjeblieft, kleine Caleb.
Niet doen, alsjeblieft. - Ze hebben honger.
Kom hier, Jozefien. - Geen menseneten voor de puppy's.
En zeg niet hun namen. Dan raak je aan ze gehecht.
Hallo, kleine Caleb. - Je moeder zei, geen namen.
Hallo, kleine puppy.
Je mag hun nummer noemen in plaats van namen. - Hallo, nummer vier.
Ze moeten plannen maken voor de honden.
Wat voor plannen? - Toe maar, Shoshonna, leg het ze uit.
We moeten een huis voor ze zoeken. Ze kunnen niet allemaal hier wonen.
We kunnen ze niet weggeven.
Misschien niet allemaal. We kunnen er eentje houden.
Hoe kunnen we er eentje kiezen? We houden van allemaal.
We vinden wel een goed huis voor ze. - We kunnen ze niet scheiden.
Ze zijn broertjes en zusjes. - Als je Rachel of mij moest kiezen?
Zou je dat kunnen? - Dat zou geen moeilijke keus zijn.
Dat is niet hetzelfde. Zelfs als het een goede tijd was
we kunnen geen 5 honden hebben, met Anja erbij.
We zijn geen kennel. - Eet je schnitzel.
Zijn deze puppy's raszuivere Duitse Herders?
Voor zover wij weten.
Wat is de prijs? - We vragen geen geld, alleen een goed thuis.
Hebt u papieren voor ze?
Nee, sorry die hebben we niet. - Hoe weten we dan of ze raszuiver zijn?
Carl Gustaf hier is 100 procent Duitse Rottweiler.
Perfecte stamboom en pure afkomst. - Heel fijn.
Misschien is het half Terriër of iets Frans. - Natuurlijk.
Mama, kijk puppy's.
Die vind ik lief.
Deze geven we niet weg. - Maar die wil ik.
Die anderen zijn even lief en groter.
Kom, Caleb.
Er is iets mis met deze hond. Ze is gek.
En hij bijt kleine meisjes.
Hij heeft mijn zus al een paar keer gebeten. Ja hè, Rachel?
Ja, hij heeft in mijn nek gebeten en mijn oog.
Ik moest naar het ziekenhuis.
Kom maar mee, Henrietta.
Bedankt, Rachel.
Arme Anja.
Dank u wel, mevrouw Schmidt. - Tot ziens.
Hier blijven.
Je mag niet naar binnen bij de bakker.
VERBODEN VOOR HONDEN!
VERBODEN VOOR JODEN!
Bakkerij
Het is alleen maar de bakker.
En morgen de bloemist, dan de naaister, dan de markt.
Er ontstaat gevaar om ons heen.
Probeer het voor de kinderen te verbergen. - Voor ze verbergen?
Ze hebben het bord gezien. Zij begrijpen beter wat er gebeurt dan jij.
Het zal weer verdwijnen. Dat moet wel.
En die nieuwe Rassenwetten van Neurenberg? Weet je wat daar in staat?
Er staat: 'ter bescherming van Duits bloed en Duitse eer'.
We zijn 5e generatie Duits, onze kinderen 6e.
Ja, en plotseling zijn we niet langer het juiste ras Duitsers
Kom binnen, alsjeblieft, allemaal. - Goedenavond, allemaal.
Fijn jullie te zien.
Hallo, meneer. Het gaat goed met iedereen?
Welkom. Dit is dokter van Zonnenfeld. Hij zat bij mij op school.
U vindt het niet erg dat ik Kugel heb meegenomen?
Heel aardig, maar we eten geen Kugel met Pasen.
Kugel?
Natuurlijk, elk schepsel moet het vrijheidsfeest vieren.
Kom, kom maar. - Ga maar mee met meneer Sherman.
Ga aan tafel. Kom maar, de tafel staat klaar. Alsjeblieft, allemaal.
Wat ziet de tafel er mooi uit.
Het groen is een symbool van lente, het wonder der natuur.
We dippen het in zout water
als herinnering aan de tranen die vergoten zijn door de onderdrukte Israëlieten.
We kunnen de seder niet eindigen zonder de middenmatze.
Waar is het, Caleb?
Brave hond, heb je het gevonden?
Ik heb hem. - Oh, nee.
Je bent geweldig.
Kom, Joshua. Ik heb iets voor je.
Interessant. Een nieuwe smaak matse.
VERBODEN VOOR JODEN!
Kom, Caleb.
Waarom zijn jullie niet op school. - We zijn naar huis gestuurd.
Joshua's schuld. Hij gaf een briefje aan een meisje in zijn klas, Lena Lingmaier.
Hij zei dat het een liefdesbrief was. - Ik schreef dat ik haar mooi vond.
Het is de dochter van een SS-officier en daarom beschouwd als spotten.
De leraar zei dat Joshua en Rachel niet meer welkom zijn op school.
Ik mag niet meer naar school omdat Joshua problemen heeft.
ik heb niks gedaan, dit is niet eerlijk.
Het is tijd ze de waarheid te vertellen. - Er is geen waarheid.
Wat gebeurt er allemaal? - Het maar tijdelijk.
En als ik weer terug ga, kom ik dan in dezelfde klas als mijn vrienden?
Ja, natuurlijk. Maar in de tussentijd studeren we hier.
Je vader en ik geven jullie les.
Mevrouw Mathilde Spieler? - Ja.
Bent u alleen hier? - Alleen de kinderen zijn thuis.
De Rassenwet van Neurenberg verbiedt Joden personeel te hebben jonger dan 45.
Deze mensen zijn geen Ostjuden
Het zijn goede Joden. - Goed? De enige goeden zijn in Dachau.
Luister. U bent Ariër.
U maakt de vloeren schoon van Joden. Vindt u niet dat u beter verdient?
Ze zijn erg goed voor mij, en dit is mijn werk.
Geld verdienen is belangrijk, maar raszuiverheid is belangrijker.
U moet direct vertrekken. - We komen controleren of u hier nog werkt.
Heil Hitler.
Het spijt me echt dat ik nog geen 45 ben. Dat spijt me ontzettend.
Jullie zijn erg goed voor mij geweest.
Bedankt voor alles.
Je bent een geweldig deel van ons gezin geweest
Je wilde me spreken.
Laten we een eindje wandelen.
Ik neem afscheid.
Ik heb een kaartje voor mij en de hond. Neem morgen de trein naar Italië.
Van daar uit de boot naar Palestina.
Je kent natuurlijk de laatste bepalingen. - Nee.
Joden mogen niet langer een huisdier hebben.
Deze hond is alles wat ik heb. Ik heb geen familie.
Waar wacht je nog op, Samuel?
Ga weg, voor het te laat is. - Het is niet nodig al te dramatisch te doen.
Nu wel.
We vinden vast niemand die ze allebei neemt.
Misschien kan Mathilde Anja nemen.
En vinden we iemand anders voor Caleb
Heel fijn je te zien Mathilda.
Ken je mijn man nog, Gabriel? - Ja, natuurlijk.
Een mooie hond. - Dat zei ik toch?
En ze luistert goed. Kijk maar.
Zit
Denk je dat je Caleb ook kunt hebben? - Nee, één hond maar.
Jullie kunnen beter gaan. - Ja.
Dit is haar eten.
En...
Dit is haar lievelingsdeken.
Vooruit, ga maar. Ga. - Kom
Nee, Caleb. Blijf.
Hij mist zijn moeder.
Waarom nam Mathilda Anja? Dat snap ik niet.
Als mensen regels maken voor anderen
komt daar nooit iets goeds van.
Is dit ook omdat we Joods zijn?
Ja.
Laten we dan geen Joden zijn. Laten we Katholiek worden.
Dan kunnen we hebben en houden wat iedereen heeft.
We zijn Joods en wees dankbaar dat je een geweldig gezin hebt.
Vergeet dat nooit.
U kunt gaan. - Dank u.
Willen jullie chocola?
Echt, mama? We halen chocola? - Ja, eentje.
Goedemiddag, dr Schönman. - Komt u binnen.
Ik ben Frank Heinz en uw patiënt Albert... - Ja, ja. Alstublieft.
Dank u. - Hierheen.
Laten ze ons nog wel binnen? - Ja, ja.
Eén chocola, alstublieft. - Hallo, willen jullie chocola?
Dank u.
U zult zien dat Caleb geen gewone hond is, maar heel slim.
Als alles goed, kunt u misschien beter gaan voor de kinderen thuis komen.
Zijn ze niet naar school?
Tot ziens, onze lieve kleine pup. Frank en zijn vrouw zullen goed voor je zorgen.
Moge de Heer je zegenen en bewaren.
Kom, Caleb. Caleb.
Vooruit, kom.
We hebben chocola gehad. - Ik heb een stukje voor je bewaard, papa.
Caleb, Caleb.
Waarom was Caleb niet bij de deur?
Wat is er?
Joshua...
je moet sterk zijn.
We hebben Caleb moeten weggeven.
Ik kon niet anders.
Sorry, hij kan niet mee.
Waarom? Nee.
Caleb, kom op nu, vooruit.
Het is wel goed. Oké.
Kom mee naar boven. Dit is je nieuwe thuis. Ik zal het je laten zien.
Kom.
Ik heb een verrassing voor je.
Weet je nog wat mijn vader zei toen ik zei dat we gingen trouwen?
Ik neem aan dat dit een retorische vraag is
Hij zei: Frank is een lieve man, maar hij doet dingen zonder na te denken.
Toen ik Norbert meenam, was je eerst niet blij.
Niet waar. Ik hield van Norbert zodra ik hem zag
Hoe kom je aan deze hond? - Van de familie Sherman.
Hoe kom je erbij dat een hond van Joden ergens terecht kan?
Wat is überhaupt de naam van dit ding?
Caleb. - Wat een stomme naam.
Een naam kun je veranderen. Wat dacht je van Norbert?
Het water in de bak van Norbert is zo schoon.
Wil je zijn naam aan een Joodse hond geven?
Wat mankeert jou? - We bedenken een nieuwe naam.
Wat vind je van Wilhelm?
Klinkt goed. Gretha, Frank en Wilhelm Heinz.
Ik wil die hond niet.
Je brengt hem terug of je zorgt helemaal alleen voor hem.
Frank, schiet eens op. We zijn laat.
Terug, op je plaats. - We komen zo terug.
Wat een vreselijke hond.
Ik snap het niet. Hij was zo levendig bij de Shermans.
Misschien houdt hij alleen van Joden.
We gaan, Frank. - Kijk eens wat voor je heb van de slager.
Hier, alsjeblieft, jongen. Goed zo.
Frank, we gaan.
En wie het leven liefheeft en goede dagen wenst
laat zijn tong kwaad spreken en zijn mond geen bedrog.
want de heer ziet de rechtvaardigen.
Zoals Jezus zei: "Wat baat het een mens de gehele wereld te winnen
en zijn ziel te verliezen?"
Ga heen in vrede.
Denk je dat Jezus, omdat hij zo licht was, op water kon lopen?
Niet zoals ik, met deze buik. - Jij was direct verdronken.
De priester kan goed spreken, vind ik. - Het was aardig.
Schat, drinken we een kop thee? - Mijn god, kijk wat hij heeft gedaan.
Idioot beest. Stomme rothond.
Wilhelm.
Kerel, ik snap niet waarom je terug bent.
Weet je wel hoe vaak ik wilde doen wat jij hebt gedaan?
Mijn leven is een hel.
Net zoals jij leeft uit mijn hand...
zo leef ik uit die van haar.
Ik heb er in dit leven niet veel van terecht gebracht.
Dat is wel goed, jongen. Het komt goed
Voorzichtig, alsjeblieft.
Deze kant op.
Voorzichtig.
Daarzo.
Goed. Pak die
Als je iets met deze stoel doet, laat ik je afmaken.
Mevrouw, uw hond. - Tot ziens, Jodenhond.
JOOD
Van wie is die hond? Waar gaat hij heen?
Hij kent het hier.
Denk je dat hij hier misschien heeft gewoond?
Hij gaat er nu wel uit.
Niet aankomen. - Wegwezen.
Kom hier, stoute hond.
Ik zei, hierkomen.
Hij lijkt honger te hebben. - Dat is niet ons probleem
Ik kijk of er iets in het afval zit.
Niet doen, stil jij.
Kijk wat ik voor je heb, hongerige hond.
Kom maar. Kom.
Kom hier. Kom maar. Kijk. Oké.
Zo dan.
Peter, dit geloof je vast niet.
Kijk nou. - Ga weg. Ga naar huis.
Je moet ons nu echt met rust laten.
Uns're Fahne flattert uns voran. In die Zukunft ziehen wir Mann für Mann.
Wir marschieren für Hitler Durch Nacht und durch Not.
Mit der Fahne der Jugend Für Freiheit und Brot.
Uns're Fahne flattert uns voran, Uns're Fahne ist die neue Zeit.
Kijk die hond. Hij volgt ons. Nemen we hem mee naar huis?
Niet dichterbij, het is een zwerver. Misschien is hij hondsdol.
Kom hier, kleine rat.
Jodenjong, kom hier.
Rotventje. - Laat me los.
Goedemorgen, nummer 120
Je bent een mooie hond.
Zijn de medicijnen al uitgewerkt?
Straks komt Dr Pletschner. Hij is de regionale dierenarts.
Je wilt dat hij jou uitkiest.
Als de dokter naar je kijkt, moet je hem recht in de ogen kijken en grommen.
De dokter vindt je aardig als je moordenaarsinstinct hebt.
Rechts.
Links.
Rechts.
Links, links.
Ach jij, B4.
Waaks... Links, perfect.
Kom, kom, kom.
Zitten. - En laag.
Direct, achteruit.
Hierlangs. Hier komen. Naar beneden. En nu omhoog.
En nu lopen, lopen.
Rustig nu.
Eerst moet je een naam hebben.
Blitz wordt je naam.
Blitz...
kom hier, Blitz.
Kom op.
Dit is goed voor je. Ik doe je geen pijn, dat beloof ik.
Weg, kleine bloedzuiger.
Blitz, mijn vriend, dit bad had je echt nodig.
Onder al dat vuil, vinden we misschien een mooie hond.
Kruipen, kruipen.
Zit en spring.
Mooi, mooi, braaf
En spring.
Zoek, zoek.
Blitz kent een nieuw kunstje dat jullie nog niet gezien hebben.
Heil Hitler.
Attentie.
We zijn hier om een militaire opdracht uit te voeren.
Dis is een belangrijke test voor zowel jou als je hond.
Ga je gang. - Nu is het menens, Blitz.
Zoek.
Hierheen.
Goed gedaan, Blitz.
Je hebt het heel goed gedaan.
Proost, proost. Dat hebben we verdiend.
Proost, ja dat was super.
Ralph? Is je hond een puur Duitse herder?
De waarheid is dat ik het niet echt weet.
Ze hebben hem uit de kennel. Maar hij ziet er zeker puur uit.
En jouw hond vond meer Joden dan alle honden bij elkaar
Ja, hij lijkt ze echt te kunnen ruiken.
Ga zo door met hem
en ik beloof je een belangrijke opdracht aan het eind van de cursus.
Dank u, meneer. Dank u zeer.
Wat ben je een geweldige hond, Blitz
Al voor ik klaar ben je iets te leren, weet je het al.
Wie was ik tot nu toe?
Gewoon een trainer in het Reichshondenkamp.
Maar nu weet zelfs Jurgen Klein wie ik ben.
Wees gerust...
Ik vergeet echt niet dat minstens de helft aan jou te danken is.
Ralph Kössler.
Vandaag 13 september
heeft Ralph Kössler de cursus tot tevredenheid van het Reich voltooid.
en wordt officieel trainer van de SS.
Mede door zijn hond Blitz, voor zijn verdienste.
Heil Hitler.
Op je plaats.
De boel loopt gesmeerd hier in dit werkkamp.
Dat betekent dat iedereen zijn taak kent.
Dus ik hoef alleen van afstand toezicht te houden
's Nachts slaap ik goed
want ik heb een betrouwbare
Ik hoop dat alle nieuwkomers
ons uitmuntende niveau zullen behouden.
Ralph.
Ik wil even iets bespreken. Jouw hond tegen de mijne.
Die smerige Oekraïners betalen goed geld voor een hondengevecht.
Wat zeg je? - Nee, daarvoor heb ik hem niet getraind.
Dit is geen vechthond. En het geld van die Oekraïners interesseert me niet.
Het geld van de Oekraïners interesseert me niet?
Geld interesseert ons allemaal.
Soms denk ik, als we de eigenschappen van een mens vergelijken met honden,
de honden makkelijk winnen. - Waar heb je het over?
We willen perse oorlog maken, ook nadat we elkaar besnuffeld hebben.
Op iemands gebied pissen vinden we niet genoeg, we moeten het veroveren
Maar we schijten niet midden op straat.
Oh, ja, daarvoor kunnen we bewonderd worden.
Ach, Blitzy.
Wat zou ik hier moeten zonder jou?
Op deze manier ben je het menselijkste wezen in dit hele kamp.
Uitstappen. Uitstappen en naar rechts.
Sneller. Naar buiten. - Opschieten.
Kom op, doorlopen. Opschieten. Naar buiten.
Stilte.
U wordt ingedeeld in werkgroepen
Alle mannen naar rechts. Vrouwen naar links.
De vrouwen gaan naar een werkkamp vlakbij.
Als je iemand wilt zien, zeg je het maar.
Ruk niet zo aan mijn schouder, vraag gewoon.
Mamma. - Nee, Nina, nee.
Loslaten, loslaten. - Mamma.
Wat is er?
Vlug, vlug. Vlugger, daar achteraan.
Uit de diepte heb ik tot U geroepen, Heer, mijn God
Geroepen in mijn nood.
Sta op Heer en verstrooi uw vijanden
Zoveel bidden. - Laat de man met rust.
Kijk eens wat ik hier heb.
Zie je?
Een mooie vrouw en mijn zoon en mijn dochter
Allemaal dood.
Er is een bewaker met een hond die precies lijkt op de hond die ik had.
Ga maar slapen. - Als ik die hond zie...
denk ik aan dat we allemaal samen waren.
Mijn moeder, mijn vader en zus.
Op een dag kwamen ze en haalden ons uit ons huis.
Ze stopten ons in verschillende vrachtwagens
en ik heb ze nooit weergezien.
Weet u waar ik ze kan vinden.
Probeer te slapen als het gaat.
Doorwerken. Niet ophouden. - Vooruit, niet inslapen hier.
Hier blijven.
Opstaan.
Vooruit. -Wat kijk je, smerig Jodenjoch.
ik keek nergens naar. - Leugenaar.
Halt. Let op, af.
Je hond beet me. Ik maak hem af.
Nee, alstublieft. Het is een van de best getrainde honden in het kamp
Praat alstublieft met Steiner
Ik weet echt niet wat er gebeurde. - Ik schiet die hond door zijn kop
Weer aan het werk, allemaal. - Kom hier, Steiner.
Als u de hond dood schiet, moet u mij ook doden.
Vlugger. Werken, werken.
Kom.
Hij brak bijna je nek.
Die lui zijn beesten.
Waarom bidt u zo vaak.
Als er een God was, zou hij dit niet laten gebeuren met ons.
Er luistert niemand naar je.
Het belangrijkste is, dat ik hun gebed kan horen.
Doorwerken, niet stoppen.
Vooruit, niet inslapen hier.
Hier blijven.
Meekomen.
Mijn hond is blijkbaar geïnteresseerd in jou.
Hoe heet uw hond? - Blitz.
Mag ik hem aaien? - Liever niet.
Zie je?
Hij heeft waarschijnlijk behoefte aan het gezelschap van een kind.
Ik had vroeger net zo'n hond. - Werkelijk?
Hoe heette die?
Caleb.
Dus je had een hond en houdt van dieren. - Heel erg.
Kom mee. Blijf.
Misschien wil je de dieren voeren en kooien schoonmaken.
Dat zou handig zijn omdat je zo klein bent.
Dat zou ik erg graag willen. - Dan ga ik dat regelen.
Dit is alleen voor de dieren.
Hij lijkt je echt graag te mogen. - Ja.
De broodkruimels zijn voor de kippen en eenden
de erwten en groente voor de varkens.
Als je ook maar één kruimel eten eet of steelt
word je doodgeschoten.
Begrijp je dat?
Ja.
Mooi. Dan begin.
Jij bent het, Caleb.
Ja, toch?
Ja, hè?
Kun je dat joch vertrouwen? - Ja, natuurlijk, maar wat maakt het uit?
Uiteindelijk komt hij toch in een gat, net als de rest
Ik ben erg onder de indruk van je hond.
Het is de intelligentste hond die ik ooit heb gezien.
Hij begrijpt alles.
En, wat ben je van plan na de oorlog?
Ik wil graag techniek studeren of godsdienstwetenschap.
Wil je geen dieren blijven trainen?
Misschien.
Goed. Sorry dat ik ons wandelingetje afbreek.
Morgen is een drukke dag. Er komt een nieuwe treinlading.
Nee, nee, nee. - Het is wel goed meneer Valetsky.
Het is wel goed.
Wakker worden. - Meneer Valetsky.
Ik kan niet stoppen
Die dag...
Ik was priester in een kerkje bij de bergen.
Ik veroordeelde de wreedheden van dit regime
Sommige mensen in mijn parochie steunden me.
En de soldaten kwamen en schoten ze dood.
Vlak voor mijn ogen.
Ik wou...
...dat ze mij in hun plaats hadden doodgeschoten.
Hoe lang kunnen we dit nog volhouden?
We gebruiken alles wat we weten. Wij allemaal samen.
We kunnen ontsnappen. - Hoe wil je langs dat elektrische hek komen?
Hoe ontsnappen we aan de Oekraïners en de honden?
Hallo, Rifka.
Hoe gaat het vandaag?
Iets verkeerds gegeten?
Je lijkt te mager.
Ja, Caleb.
Heb je wat eten voor ons? - Dat kan niet.
Ze houden me in de gaten zodat ik niks kan stelen.
Vannacht komen we en helpen je iets te pakken.
Nee, dat is te gevaarlijk. - Praten met de dood is gevaarlijk.
Vergeet de kleine pakjes niet. - Dat doe ik niet. Alles komt op tijd.
Dat is alles? - Is dat alles?
Het zijn maar wat broodkruimels. Die hoef je niet twee keer te zegenen.
Wens de honden smakelijk eten.
Naar de dorpen dus? - Ja.
Wat doet hij? - Zo zegt hij me dat hij meer wil.
Hij kan niet alles opeten. Hij moet wat aan de andere honden geven.
Doe hem aan de riem en breng hem bij me. - Ja, meneer.
De jongen weet wat met hem gebeurt, als hij iets van het eten pakt, hè?
Jazeker.
Flitzy, Flitz.
Blitz, kom.
Los, los.
Rustig. Goed.
Blijf. - Die hond is een ware dienaar van het Reich.
Wat hebben we hier?
En dit viel per ongeluk in je zak.
Ik heb je gezegd wat er gebeurt als ik merk dat je eten steelt van de dieren, nietwaar?
Je moet je schamen.
Voor u me doodschiet, moet u één ding weten.
Al die tijd dat ik zorgde voor Blitz, zoals u hem noemt,
zorgde ik niet voor uw hond maar mijn hond.
Zijn naam is Caleb.
Waar heb je het over?
Hij is geboren op een dinsdag om half twaalf 's morgens en heeft drie broers en zusters.
Dus u ziet, meneer Kössler, uw geliefde Blitz is echt een Joodse hond.
Dat is erg slecht nieuws. Draai je om.
Kom, we moeten gaan. - Wacht, we hebben Caleb nodig.
Kom, Caleb.
Caleb, kom.
Caleb, vooruit. Kom.
Caleb, kom we moeten gaan. Caleb, nee, nee.
Caleb, kom. Kom hier. Caleb, Caleb.
Hier, Joden. - Direct staan blijven
Waar gaat hij heen?
Hierheen.
Volg hem.
Staan blijven.
Brave meid.
Het doet pijn.
Mijn god.
Je bent getroffen.
Ik denk dat de kogel er misschien nog in zit.
Als ik een mes had, kon ik hem er misschien uithalen.
Maar de wond moet gedesinfecteerd worden.
Moet ik iets halen?
Het bos stikt van de Duitsers en hun honden.
We wachten tot de zon opkomt.
Jij moet ons nu bewaken, Caleb, met je goede oren.
Om zeker te zijn dat niemand bij ons komt.
Ga ik dood?
Probeer stil te liggen.
Ik ben een goed mens geweest.
Ja, dat is zo.
Misschien kan ik nu mijn Gittel zien in de hemel.
Mijn goede vriend.
Ik ben dankbaar dat ik als vrij man sterf.
Hier in God's mooie bos.
En niet in dat duivels onrecht.
Onze medegevangenen krijgen zelfs nooit een begrafenis.
Kom, we gaan.
ik denk dat meneer Neuman het fijn vindt als we voor hem bidden.
Waar gaan we heen? - Naar het zuiden, misschien Joegoslavië
Afgaand op de baan van de zon gaan we naar het zuiden.
Maar we moeten eten en water vinden.
Wat is er, Caleb?
Ga daar heen. Jij bent klein, dat is makkelijker.
Ik houd je hier in de gaten.
Vooruit.
Caleb, jij blijft bij mij. Caleb.
Hier.
Voor het geval jullie honger hebben...
Laten we het halen. - Nee, het is misschien een valstrik.
We gaan.
Geen paniek.
We doen jullie niks.
Zijn jullie verdwaald? - Nee.
Mijn zoon en ik, we...
Ons huis is verwoest en mijn vrouw heeft het niet gehaald.
Het spijt me dat te horen.
Prachtige hond. - Dank u.
Kom binnen.
Kom, kom maar.
Binnen is het warm. - Ja.
Het komt goed.
Jullie mogen hier wel slapen.
Maar slechts één nacht.
Het is erg gevaarlijk in deze tijd, als u begrijpt wat ik bedoel.
En...
jullie moeten in de schuur slapen.
Dat is prima. Dat waarderen we zeer.
Maar voor één nacht. - Ja.
Vooruit, zoeken of er Joden zijn. - Ook in de schuur.
Dan maak ik ze dood.
Ze zijn achter. - Linker kant.
Buiten om. - Een keer de hoek om en dan terug.
Meer naar rechts, rechts. - Doe open.
Joshua, jij en Caleb kruipen hieronder.
Nee, we gaan niet zonder u. - Nu direct, voor het te laat is.
Eruit hier. - En blijf kijken waar de zon opkomt.
En blijf naar het zuiden rennen. Vooruit.
Opstaan.
Hij is er achter uit. - Verder, snel. Opschieten.
Ik weet het, Caleb. Ik weet het.
Die is van mij.
Wij staan er nu alleen voor.
Denk je dat mama en papa en Rachel ergens in het bos zouden willen?
Wat moest ik zonder jou, Caleb?
Ik wil niet dat je alleen luistert, en nooit zegt wat je denkt.
Ik zal proberen te begrijpen wat je denkt.
Het is vast Palmpasen.
Ik weet nog dat mensen aan de overkant die bloemen droegen.
Dus...
dat betekent...
dat het ook Pascha is.
Rachel.
De gasten. En er is ook altijd Seder.
En ik.
Als we dit in zout water dopen
herinnert het ons aan de tranen van het Joodse volk
toen ze in Egypte woonden.
Weet je nog toen je een pup was
en de Afikoman vond...
Nou... eigenlijk hebben we...
heb ik vals gespeeld.
Ik had de geur van vlees op de matse gedaan.
Soms ben je vast bezorgd dat je Ralph mist.
Je kunt moeilijk begrijpen wie hij echt was.
Hij hield van jou, hij zorgde echt voor jou.
Maar ik houd ook van jou.
Niet bewegen. Wie ben jij?
Joshua.
Ik heet Sacha Petrovitz.
Heeft Caleb jullie gebracht? - Wie is Caleb?
Mijn hond. - Nee.
We kunnen de verantwoordelijkheid van een kind niet op ons nemen
En nog gewond ook.
We zijn Joegoslavische partizanen.
Bij ons ben je veilig. We zullen je beschermen.
We kunnen geen kind meenemen.
Het is geen kind meer, na wat hij heeft meegemaakt.
Til hem op en neem hem mee. - Ik ga niet zonder Caleb.
Je eigen leven is het belangrijkst. Til hem op.
Bomen en duisternis in de nacht zijn je bondgenoten.
De winter is je vriend, want de dagen zijn kort en de nachten lang
Begrijp je wat ik zeg?
Anders kom je er nooit uit.
Laat je vijand altijd in de waan dat hij jou achtervolgt.
Je ware kracht ligt in het verrassingselement
Dat doet Caleb. - Caleb?
Mijn hond. - Oh, ja, die hond moet je vergeten.
Wat je ook doet, niet echt schieten. Dat maakt te veel lawaai
Het is een goed geweer, nietwaar?
Ik houd niet echt van wapens. - In deze tijd is het je beste vriend.
Caleb is mijn beste vriend.
Hij is echt mooi gemaakt.
Ik heb hem zelf van de schouder van een Nazi gepakt.
Richt op die flessen.
Ik zei toch dat je niet moest schieten.
Wil je hier Duitsers?
Het was een ongelukje. - We kunnen hier geen ongelukjes gebruiken.
Het was mijn schuld. Ze zei dat ik moest...
Nee, nee.
Caleb, nee. Niet schieten.
Het is Caleb. Caleb
Caleb, je hebt me gevonden.
We verdelen ons in drie groepen.
De eerste legt een hinderlaag op de weg naar het dorp.
De tweede gaat de huizen in voor eten en kleren.
De derde valt de Duitsers aan die in het gebied patrouilleren.
Nog iemand vragen?
Ja, Joshua.
Ga ik ook mee op deze missie?
Misschien.
Ik weet het nog niet zeker.
Hallo, is daar iemand? Hallo.
Kom binnen.
Oh nee, nee.
Niet mijn spullen, alsjeblieft. Nee.
Nee, we hebben amper genoeg, alsjeblieft.
Laat ze alsjeblieft in leven.
Joshua, je heb ons vandaag goed geholpen.
Bedankt. - Maar je kunt niet bij ons blijven.
Het is te moeilijk, te gevaarlijk voor ons en jou.
Maar kan ik heen?
We hebben vandaag wat geld 'geleend' van de boeren
en we kopen voor jou een overtocht naar Palestina.
Palestina? - Daar ben je veilig.
Laat me alsjeblieft bij jullie blijven.
Dit is voor zijn overtocht. En ik heb ook je hond hier.
Flink zijn, ventje. Je krijgt een beter leven.
Kom, jij bent aan de beurt. De hond mag niet mee.
Nee, Caleb gaat met me mee. - Er is geen plaats voor een hond
Hij is een deel van de prijs voor je reis.
Hij is nu van mij. - Nee, Caleb gaat met mij mee.
Je mag mee, omdat je een kind bent en alleen.
Daarom heb ik Caleb. Zodat ik niet alleen ben.
Hij blijft hier. - Nee, Caleb.
Caleb, nee. Caleb.
Caleb, kom.
Nee, Caleb.
Caleb. - Rustig maar. Alles komt goed.
Nee, nee, Caleb.
Kom hier, hond.
Hé, hond. Hier komen. Doe wat ik zeg.
Hé, hond, hier komen.
Caleb, nee. Ga terug. Hij moet terug.
Straks verdrinkt hij. Help alsjeblieft. Stop de boot.
Kijk uit. - Draai om. Draai de boot om, alsjeblieft.
Caleb, ga terug.
Keer de boot om.
Caleb.
Caleb.
Kom maar. We halen je eruit.
Kom, geef me je hand.
Doe snel, we moeten verder.
De hele tijd, de hond, de hond... - Caleb.
Warm blijven.
Nou zijn wij als enigen over van ons gezin.
Wat voor leven zullen we krijgen?
Bedankt dat je me warm hebt gehouden..
Vertaling: Trilker
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.