Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Slovenian
Somali
Spanish
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
We geloven en hopen op vergiffenis...
maar we moeten accepteren dat onze daden gevolgen hebben.
Je denkt misschien dat dit hard is, maar je hebt hiervoor gekozen.
Als je moeder nog had geleefd, was ze 't met me eens geweest.
Trek je niets aan van wat vader zegt. Dit is van Kent en mij. Voor later.
Je mist de trein nog.
La Junta, Colorado juli 1944
Olivia?
Ik ben dominee Case.
Je lijkt sprekend op je moeder. Nog m'n innige deeIneming.
Is dit al je bagage? - Voorlopig wel.
We hebben een flinke rit voor de boeg.
Wil je je nog opfrissen? - Ja, graag. Excuseert u me.
Ze verbouwen hier voornamelijk granen, suikerbieten en groenten.
Boeren kunnen altijd voldoende benzine krijgen.
En suiker ook. - Dat is fijn.
Jij bent vast Olivia. - Hoe maakt u het?
Mr Singleton zit in de salon.
Mr Ray Singleton, dit is Miss Olivia Dunne.
Iedereen noemt me Livy.
De zus van Ray wacht in de kerk.
We laten jullie even kennismaken.
Raymond, geef Livy maar een glaasje limonade.
Wij wachten wel in de kerk.
Mr Singleton... - Zeg maar Ray.
Je hebt me nu in levenden lijve gezien.
Twijfel je nog of je 't wilt doen?
Heb jij je bedacht? - Nee.
Denk je dat je van de baby zult kunnen houden?
Wil je me nog iets vragen?
Je bent zo mooi.
Ik kan niet geloven dat een man je dit aandoet.
Raymond, neem je Olivia tot je wettige echtgenote?
De ringen?
Ik heb geen ring. - Ik hoef geen ring.
Jullie zijn nu met elkaar verbonden. Leef nu zoals Christus dat wilde.
Schenk elkaar hoop en kracht in tijden van verdriet.
En schenk elkaar begrip in tijden van verwarring.
Dit geeft ons steun terwijl we hopen op het eeuwige leven...
bij onze redder Jezus Christus. - Amen.
Jullie zijn nu man en vrouw.
Martha en Hank, teken het register als getuigen.
Gefeliciteerd, Ray.
Ik ben Martha, de zus van Ray. - Aangenaam.
Dit is m'n man Hank. - Aangenaam.
Je maakt wel kennis met de kinderen als je je hebt gesetteld.
Ray, wacht even.
Een ovenschotel. Je bent vast moe van de reis.
Dat was erg attent van je. - Breng Olivia snel bij ons langs.
Welkom in de familie.
Wie zijn je buren?
Je buren. Wie zijn dat?
Hank en m'n zus wonen 13 km die kant op.
Geef maar.
Is dat de tuin van je moeder? - Dat was ie, ja.
Iemand klinkt niet blij.
Ik heb de hond opgesloten zodat hij je niet bespringt.
Welkom thuis.
De keuken is die kant op.
Ik heb Coca Cola. - Nee, dank je.
Dit was vroeger Martha's kamer.
Jij slaapt hier, in de kamer van m'n ouders.
Is dat goed?
Dit is mijn slaapkamer.
Heb je een broer?
Die had ik. Daniel is bij Pearl Harbor gesneuveld.
Dit is de badkamer.
We hebben sanitair in huis. Warm en koud stromend water.
Dat is net ge�i�nstalleerd.
Waar is de telefoon?
Er is een telefooncel bij het postkantoor in Wilson.
Ik zal morgen de keuken voor je bevoorraden.
Ik kan niet koken.
Ik heb 't nog nooit geprobeerd. - Ik kan wel redelijk koken.
M'n zus kan het je wel leren. - Hoe moeilijk kan het zijn?
Ik haal wel een boek uit de bibliotheek.
Is er een bibliotheek? - Ja, in La Junta.
Dat is een uur rijden. - Zo ongeveer.
De dominee zei dat je erg geschoold bent.
Ik studeerde archeologie.
M'n scriptie ging over Heinrich Schliemanns opgraving van Troje.
Is dat een Duitser? Een nazi? - Nee, hij leefde in de 19e eeuw.
Mrs Pratt van de kerk bakt bijna elke week een taart voor me.
Ik geloof dat 't dit keer een chocoladetaart is.
Wil je een stukje? - Nee, dank je.
Dan bewaren we 'm.
Ik vroeg me af...
waarom je hiermee hebt ingestemd.
Toen de dominee me over je situatie vertelde...
dacht ik...
dat 't misschien wel Gods wil was.
Wil je verder nog iets? - Nee, dank je.
Boeren gaan vroeg slapen. Heb je alles wat je nodig hebt?
Welterusten dan maar.
Goeiemorgen.
Ik heb me vreselijk verslapen. - Je had rust nodig.
Niet doen, Franklin. Kom hier.
Hij doet je niets. Brave jongen.
Ik wilde naar La Junta rijden en m'n familie bellen.
Mag ik je truck lenen?
De bietenkar is erg wispelturig. Ik vervoer daar m'n bieten in.
Ik breng je wel. - Je hebt 't vast druk.
Ik doe het graag.
Ik pak m'n bibliotheekpasje voor als je kookboeken wilt lenen.
Zijn dat tomaten?
Aardappels.
Sommige akkers liggen braak. - Klopt.
Waarom? - De wintertarwe is al geoogst.
Hierna oogsten we de bieten en de aardappels.
Mag ik helpen? - Ik denk het niet.
Je hebt gelijk. Ik heb geen verstand van boeren.
Jij zorgt al voor het huis.
Heb je kleingeld nodig? - Nee, dank je. Ik heb zelf.
Dan ga ik vast naar de bieb.
koken is makkelijk
een kleine op komst
Verwachten jullie een kindje? Dat is geweldig.
Heeft u boeken over Schliemann? - Met SH of SCH?
Geen idee. Hij was archeoloog. - Ik kijk wel even.
Vader heeft me goed gestraft. - Niet huilen, Livy.
Is hij een vreselijke vent?
Livy, als hij je mishandelt, kom ik je meteen halen.
Abby, heb je nog iets van Edward gehoord?
Dit is niet voor altijd, Livy.
De koppeling blijft hangen. Laat 'm langzaam opkomen.
Zo gaat ie goed.
Schakelen.
Heel goed. - Hier is niks aan.
De benzinemeter staat op 'vol'...
maar als je 'm een tikje geeft, laat ie even zien wat er in de tank zit.
Waar moet ik tikken? - Daar. Doe 't maar.
Heel snel.
Ja, zo. - De tank is halfvol.
Ik heb achterin een jerrycan.
Moet je kijken.
Zijn dat Japanners? - Let op. Ze komen van Kamp Amache.
Een interneringskamp?
De boeren hebben hulp nodig. Dus stuurt de regering ze.
Werken ze ook op jouw boerderij? - Op onze boerderij. Inderdaad.
Heer, we bidden voor de verlichting van ons lijden...
en een eind aan de oorlog in de wereld. Amen.
Ruth wil dolgraag kennismaken. - Hallo, ik ben Livy.
De jongens komen zo wel als ze honger krijgen.
Heb je die jurk in de winkel gekocht? - Jazeker.
Ray, stel je ons nog voor?
Mrs Parker, dit is m'n vrouw Livy. - Je vrouw?
Aangenaam. - Prettig kennis te maken.
Ik ken Ray al jaren. - Dat is Mrs Pratt.
We wisten van niets. - Martha heeft niets gezegd.
We zijn erg gezegend. Lieverd, help je me met de tafel?
Je komt vast niet uit de buurt. Er zijn hier geen jonge meisjes.
Ray is zo'n fijne jongeman. Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?
Ik ben van huis weggelopen. - Het was in Denver.
Ben je daar dan geweest? - Kom maar naast mij zitten.
We moeten helaas weg, maar we zullen erg van uw taart genieten.
Ik post m'n brief even. - Het is zondag. Ik doe 't morgen wel.
Er zit al een postzegel op. Ik doe 'm in de bus. Hij is voor m'n zus.
Kun je hier zwemmen?
Daar is 't niet diep genoeg voor. Het is maar 60 cm diep.
Hou je van zwemmen? - Vroeger deed ik dat wel.
Ik ging vroeger graag zwemmen.
Bedankt dat je tegen Mrs Pratt hebt gelogen.
Dit is niet de beste tijd om te vissen, maar het is fijn om hier te zitten.
Vissen is eigenlijk maar een excuus.
Excuseer ons.
Sorry, wat bestuderen jullie? - Vlinders.
Verzamelen jullie ze? - Nee, we noteren onze bevindingen.
Ik ben Livy. Ik woon op de boerderij. - We gingen weer aan het werk.
Waar stoorde ik jullie bij? Wat voor vlinder zagen jullie?
Het was een icarusblauwtje.
Daar gaat ie.
Zijn er hier veel soorten? - Ja, honderden.
Welke bijvoorbeeld? - Kommavlinders.
Rouwmantels. Pijlstaarten. - Bonte zandoogjes.
Mag ik je boek bekijken?
Wat mooi.
Kijk daar eens.
Wat is het? - Een soort witje.
Het spijt me. Af, Franklin.
Is dit jouw hond? - Nee. Nou ja...
Hebben jullie dorst?
Kom gerust eens langs. We hebben cola in de koelkast.
Wacht even. Hoe heten jullie?
Rose Umahara. - En Florie.
Ga weg, Franklin.
Ik ben bijna vier maanden zwanger. - Dat dacht ik al.
Het was een vergissing. - Dat zegt u straks niet meer.
Ik zou u graag geloven. - Doe dat dan, Mrs Singleton.
U bent uitgerekend voor de derde week van december.
Een kerstkindje.
Ik wil even een brief posten.
Was alles in orde? - We zijn op schema.
Zei hij wanneer de baby kwam? - December, maar dat wist ik al.
Wat zullen de mensen denken als de baby te vroeg komt?
Dat laat me koud. - Je bent niet immuun voor roddels.
Ze zullen niets zeggen. - Waarom niet?
Ze wensen ons het beste toe.
Dat ruikt lekker.
Een fi�sta-omelet.
Zitten er te veel jalape�o-pepers in?
Nee, het is lekker.
Ik ben de kaas vergeten. Misschien helpt dat.
Wat is dat? - Dat zal Hank zijn.
Maar wat is dat voor geluid? - Dat is de Klauw.
Wat doe je daarmee? - Je zei dat je graag zwom.
We graven een vijver waar je met de kinderen in kunt zwemmen.
De kinderen?
Tante Livy.
Hopelijk vind je 't niet erg. De jongens wilden dit niet missen.
We graven niet elke dag een vijver. Dat was Chester en dit is Hank jr.
Hallo, Hank jr. - Prettig kennis te maken.
Vind je m'n kapsel mooi? - Je ziet er prachtig uit.
Ik moest d'r haar net zo doen als dat van jou.
Hank, zorg dat je broertje niet wordt geplet.
Heb je al een naam voor je kindje gekozen?
Je zei dat oom Ray en zij een kindje kregen. Ja toch?
Ik heb nog geen naam bedacht.
Patricia is een mooie naam. Ik zit met Ruth opgescheept.
De naam Ruth komt uit de bijbel. Ik vind 'm erg mooi.
Dank je. Misschien houdt ze 'm nu.
Opzij, jongens. Oom Ray zit achter het stuur.
Ben jij hier opgegroeid, Martha? - Ja, opa heeft dit huis gebouwd.
Oma en hij woonden eerst in een schuilhol daar verderop.
Dus je hebt nooit ergens anders gewoond.
Onze jongere broer Danny was de avonturier van de familie.
Wat zit er in je medaillon? - O, heb ik dat nog om?
Niet zo nieuwsgierig, Ruth. Ik heb je toch manieren geleerd.
Dat lijkt me te zwaar, Ray.
Laat 'm vallen.
Die linkerhandel.
Zit er geen handleiding bij? - Die zouden ze toch niet lezen.
Ik heb hem niet om een zwemvijver gevraagd. Waarom doet hij dit?
Hij wil je graag een plezier doen.
Ik weet niet of ik wel dans. - Martha zal blij zijn dat we komen.
Ze is dol op dansen en gaat graag naar Slim's.
Vraag je je nooit af of er behalve de boerderij nog meer is?
Soms wel.
Wil je niet weten hoe andere mensen leven?
Ik ga graag een eindje rijden, maar ik slaap het liefst op m'n eigen land.
In elke oorlog in de geschiedenis werd er om landbezit gevochten.
Indianen zeggen dat we tijdelijke wachters van het land zijn.
Voor mij is het niet tijdelijk.
Je familie woont hier pas 100 jaar. In de geschiedenis is dat niets.
Maar in een mensenleven is het bijna alles.
Jij bent hierna aan de beurt, Bill.
Oom Ray en tante Livy zijn er.
Van harte gefeliciteerd.
Proficiat, zus. - Nu kan het feest beginnen.
Ray, ga toch dansen. - Nee, dat hoeft niet.
Vooruit dan maar.
Weet je het zeker?
Mag ik met m'n mooie dochter dansen?
We vieren vanavond een verjaardag.
Ik ken deze jongedame al sinds ik nog een slanke Slim was.
Martha, Hank vindt je een fijne vrouw. - Ze is geweldig, Slim.
Je bent een fantastische moeder en een vriendin uit duizenden.
Van harte gefeliciteerd.
Ik hou van je, Martha.
Ik heb iets te drinken meegenomen. Ga zitten.
We zijn 'm stiekem weggeglipt.
Dat mogen we niet zeggen. Dit is jouw land.
Van m'n man. - Hij is erg knap.
Wie? - Je man.
Waar woonden jullie voor de oorlog?
Californi�. - Geboren en getogen.
We studeerden aan de USC.
Wat was jullie hoofdvak? - Het mijne was Engels.
Ik wil ooit lesgeven.
Rose plant alles in haar leven tien jaar vooruit.
Maar het was niet je plan om aardappels te rooien, h�?
Ik had tenminste nog plannen.
Ik had te veel interesses om een hoofdvak te kiezen.
Te veel jongens.
Ik studeerde archeologie in Denver.
Ik wil ooit naar Turkije gaan om Efeze en Troje te bekijken.
Meen je dat?
Waarom ben je gestopt met studeren? - M'n moeder werd ziek.
M'n zus was al getrouwd, dus heb ik tot mama's dood voor haar gezorgd.
Wat erg voor je.
En voordat ik het wist, was ik verliefd en nu ben ik hier.
Wat romantisch.
Wanneer verwacht je je kindje? - Florie.
Sorry. - Ik wist niet dat je 't al kon zien.
Sorry dat ik 't vraag, maar heb je positiekleding nodig?
Daar zeg je zowat. - Papa is kleermaker. Wij naaien ook.
Als je het materiaal kiest, kunnen we iets voor je naaien.
Heel erg bedankt. - We doen het graag.
De wind is gedraaid. Hij komt uit het noorden.
Twee meisjes uit de werkploeg bestuderen vlinders.
Ik zou graag met ze de bergen in gaan.
Japanse meisjes? - Ze zijn Amerikaans.
Maar ze zien er Japans uit.
Geef je hen de schuld van Daniels dood?
Ik ben niet achterlijk. Zij hebben Pearl Harbor niet platgegooid.
Ze werken voor ons. - Je bent niet achterlijk.
Ik zei niet dat ik ze niet mocht. Ze zijn Japans.
En je houdt ze op een afstand.
Ik moet de boerderij bijna in m'n eentje runnen.
Ik ga niet het land op om gezellig te kletsen.
Rose en Florie studeerden aan de USC.
Het was fijn om eens niet over de oogst of het weer te praten.
Dat zal wel.
Dank U, Heer, voor uw gaven. Mogen we Uw liefde waardig zijn. Amen.
Mag ik de aardappelen?
Leg je servet op je schoot. Wil je een broodje, Livy?
Ik wil bonen planten op de noordelijke akker.
De prijs van bonen kan alleen maar stijgen.
Wat denk jij?
Ik denk de laatste veel aan Troje.
Wie is Troje?
Dat is die verloren stad in Turkije.
Homerus beschrijft 'm in de Ilias. Niemand wist of de stad echt bestond...
tot een archeoloog 'm vond.
Hoe verlies je een stad? - Onder het zand.
Ze moesten 'm opgraven.
Dat hadden wij ook met de Klauw kunnen doen.
Zeg eens, Ray, wil jij dit jaar ook bonen planten?
Dat lijkt me wel een goed idee.
Welterusten.
Abby?
Het is al goed, Franklin. Is alles in orde?
Is er iets met vader? - Kent z'n regiment is ingezet.
Wat erg voor je.
Je zit hier midden in niemandsland. - Er zijn meer mensen dan je denkt.
We hebben een maand niets gehoord. - Ik moest nog een beetje wennen.
Die rok wordt al te klein voor je, Livy.
Ga mee naar binnen.
Ik wil dat je bij me in Denver komt wonen.
Hoe kan ik dat nou doen?
Je kunt je kind niet op een boerderij krijgen.
Ik heb je hulp nodig. Nu Kent weg is, word ik gek in dat huis.
Ik voel me zo eenzaam.
Zo voelde ik me ook toen ik voor moeder zorgde...
en ik zat te wachten tot ze even wakker werd.
Papa had je niet die last niet alleen mogen laten dragen.
Ik had aan Kent m'n handen vol.
We zullen ons samen prima vermaken tot Kent terugkomt.
Ray, kijk eens wie er is. Dit is m'n zus Abby.
Prettig kennis te maken. Welkom.
Regen. Ze praten hier alleen maar over het weer.
Wanneer kom je naar huis?
En de baby dan? - Daar kan ik wel op passen.
Je kunt weer gaan studeren. Papa is tevreden.
Je bent getrouwd en je kind zal niet onwettig zijn.
Met een paar goed gekozen woorden werkt het roddelcircuit in je voordeel.
Hoe bedoel je? - De dames zullen heel begrijpend zijn.
'Niemand wist dat hij zoveel dronk. Dat kon ik m'n kind niet aandoen.'
Zo is Ray niet.
Ray is de zachtaardigste man die ik ken.
Het gaat niet om hem. Je moet aan jezelf denken.
Heb je nog iets van Edward gehoord?
Livy, je had zoveel plannen.
Je verdient 't niet om getrouwd te zijn met iemand van wie je niet houdt.
Doe vader de groeten van me.
Vraagt hij weleens naar me? - Heel vaak.
Je bent een waardeloze leugenaar.
Kun je deze brief voor me posten?
Natuurlijk.
Ik hou van je.
Je zong een liedje. Wat was het?
M'n vader zong het vroeger voor ons.
Ik oefende vast voor de kleine.
M'n zus wil dat ik in het ziekenhuis in Denver beval.
Waar is ze? - Ze is al weg.
Ik ga de lunch klaarmaken.
Een zwaluwstaart.
Waarschijnlijk een Papilio rutilus. - Wat een mooie stippen.
Valse ogen. - Heb je 'm kunnen tekenen?
Motten hebben ook valse ogen.
Wat is het verschil met een vlinder? - Motten rusten met gespreide vleugels.
En ze hebben vaak schutkleuren. - Vlinders zijn brutaler.
Dit zijn alle soorten die we hebben gevonden.
Wat een mooie kleuren.
Wat is dit?
Dit was alleen voor onze observaties. - Zeur niet. Geweldig.
Moet je kijken.
Wat is de lievelingskleur van je man? - Weet ik niet.
En de jouwe? - Blauw en rood.
Net als de valse ogen van een zwaluwstaart.
Dit is mooi, zeg. - Vader maakt de mooiste pakken.
Het zou leuk zijn als je... - Blijf van die stoffen af.
Ik wil dit kopen.
Bent u met deze mensen? - Ja.
We zouden 't op prijs stellen als ze opschoten.
Wat hebben we nodig?
Dat zijn Duitse krijgsgevangenen.
Je kunt je jurken binnenkort passen.
Tot gauw.
Ik maakte me al zorgen. - Sorry.
Ik heb het schuilhol gevonden waar Martha 't over had. Kijk, pijlpunten.
Sorry, maar opa had een geweer. Hij gebruikte geen pijl en boog.
Dat weet ik, maar hij of je oma verzamelde ze. Kijk, vuurstenen.
Je had een archeoloog in de familie.
Had vader dit maar kunnen doen. Hij is de expert.
Maar het gaat niet goed met hem.
Ze hebben hem z'n werk en ons huis afgenomen.
Maar hij zei alleen dat we onze trouw moeten bewijzen.
We moeten laten zien dat we goede Amerikanen zijn.
Hij koopt oorlogsaandelen.
En moeder stond erop dat we het huis schoonmaakten.
We moesten het huis voor een prikje verkopen...
maar we moesten 't toch schoonmaken voor de nieuwe eigenaar.
We hebben zelfs de vloer in de was gezet.
Het is logisch dat ze 't schoon wilde achterlaten.
Het huis is van ons gestolen, Rose.
Weet je waarom er zo weinig jonge mannen in het kamp zijn?
Ze moesten in dienst.
Het 442e regiment vecht in Frankrijk. - Zo is het genoeg.
En Rose is al net als onze ouders: altijd netjes en braaf.
Bedankt, Livy. - Jullie ook heel erg bedankt.
Graag gedaan.
Ik heb iemand leren kennen. - Florence.
Hij bewaakte de Duitse gevangenen op een van de boerderijen.
Hij heeft me dit gegeven.
Het is van z'n moeder geweest. - Dan moet hij wel veel om je geven.
Hij zegt van wel. - Florie, we moeten gaan.
Rose is jaloers.
Ik wil hem aan je voorstellen. - Dat lijkt me leuk.
Hoe heet hij? - Walter.
Waarom begon je over hem?
Wat is er? - M'n artefacten. Wat doe je?
Ik ruim de schuur op. - Wat heb je met die jutezak gedaan?
Hij lag helemaal onderop.
Hij had nog geen vlam gevat.
Livy, dit is een boerderij. Als iets niet van nut is, gooi ik 't weg.
Ik dacht dat 't rommel was.
Geen rommel. Geschiedenis. Jouw geschiedenis.
Ik wil alles doen...
Ik wil alles doen om je gelukkig te maken.
Dat weet ik wel.
'Lieve Livy, in de kelder ligt nog meer rommel. Pas op, het is daar stoffig.'
Hoger.
Waarom hangen we een juk in huis?
Je opa heeft met dat juk z'n land nog omgeploegd.
Ik ga ervan door m'n rug.
Ik wil je laten zien wat mij 't meeste doet.
Hij had een deal met me gesloten.
Ik zou de boerderij blijven runnen en hij zou bij de marine gaan.
Hij had de zee nog nooit gezien, maar hij droomde er altijd van.
Ik was de oudste. Ik had moeten gaan.
Hij moet drie keer overgaan. - Ga mee naar Wilson, papa.
E�n keer voor Mrs Paulsen, twee keer voor de McGregors en drie keer voor u.
We praten door de telefoon. - Hank hier.
Hij doet 't. - Hoi, tante Livy.
Ga je mee naar binnen?
Het is koud buiten.
Geen dieren in huis. Naar buiten met jou.
Alleen vannacht maar. Het is vreselijk koud.
Ik ben hier opgegroeid. Ik at aan deze tafel.
Mama liet de hond nooit binnen en ik doe dat ook niet.
Hij vriest nog dood.
Dit is vandaag voor je gekomen.
Voor Livy Dunne.
Hij wist niet dat je getrouwd was, h�?
Ik werk vannacht in de bietenfabriek. Dat doe ik soms rond deze tijd.
Je hoeft niet op me te wachten.
Ik weet niet wat je 's ochtends eet, maar ik heb een omelet en havermout.
Dat is niet nodig. - Een omelet zonder uien of pepers.
Ray, wacht even.
Ik wist niet dat je 't zo erg zou vinden dat ik de hond binnenliet.
Hij redt zich wel met de dieren in de stal.
Ik wil je iets vertellen.
De eerste dag dat ik hier was, heb ik in je la gekeken.
Ik weet ook niet waarom. Het spijt me.
Je mag er gerust in kijken. Ik heb geen geheimen.
Er lag een horloge in. Het tikte. Ik heb je er nooit mee gezien.
Het was van m'n vader.
Als ik aan hem wil denken, wind ik 't op.
Ik weet nog hoe lief hij voor m'n moeder was.
Zo'n echtgenoot wil ik ook zijn.
Ik weet niet waarom ik 't die dag had opgewonden.
Ik hoopte dat 't me geluk zou brengen.
Ray, ik heb een fout gemaakt. - Welke fout bedoel je?
Dat je met hem bent gegaan of met mij bent getrouwd?
Wil je dat ik wegga?
Is er iets aan mij wat je bevalt?
Hoi, Chester. - Mama, tante Livy is er.
Ruth had 't net nog over je. - Alsof je m'n gedachten leest.
We hebben geen telefoon nodig. - Wel waar.
Ik dacht ook aan jou, Ruth. Wil je deze jurk hebben?
Ik denk niet dat ie mij ooit nog zal passen. Het hoedje hoort erbij.
Mag ik 'm passen? - Ga je gang.
Heeft Ray je verteld... - Niet de details.
Hank en hij zijn naar de bietenfabriek.
Ga maar even zitten.
Ik heb maandenlang de vader van m'n kindje geschreven.
Ik dacht dat hij was gesneuveld.
Hij is vlieginstructeur. Ik heb hem tijdens z'n verlof leren kennen.
Ik heb hem maandenlang geschreven.
Ik weet wel dat dat verkeerd was.
Maar zolang ik niets van hem hoorde...
kon ik mezelfwijsmaken dat hij me nog wilde.
Maar nu heeft hij me geschreven:
'Van harte gefeliciteerd, Livy. Je bent een fijne meid.
Ik hoop dat je de vader vindt, want ik geloof niet dat ik dat ben.'
Ik weet dat ik Ray heb gekwetst.
M'n zus wil dat ik m'n kindje in Denver krijg.
Ik kan na Thanksgiving maar beter gaan.
Als Ray van iemand houdt, geeft hij heel z'n hart.
Toen onze jongere broer sneuvelde, was hij er kapot van.
Als je weg wilt gaan, wacht dan niet te lang.
Ik heb je ��n ding nooit horen zeggen:
Wat je voor Ray voelt.
Het is al goed. - Wat is er gebeurd?
Je riep in je slaap om je moeder.
Nadat mama was overleden...
was ik zo eenzaam.
Ik heb m'n leven vergooid omdat ik genegenheid wilde. Van een vreemde.
Hoe heb ik dat kunnen doen?
Je bent zo'n goede...
Fijne Thanksgiving. - Bedankt voor je taart.
Jullie komen uit Californi�, h�? Daar ben ik nog nooit geweest.
Kan ik je even spreken?
Kun je zaterdag over twee weken kennismaken met m'n vriend?
Kunnen we dan een eindje gaan rijden? Dan zijn we hier even weg.
Hoe laat? - Ik haal je hier om 12 uur op.
Nee, niet hier, Livy.
Verderop langs de weg. Bij de graanliften.
Ik ben dankbaar voor jullie, maar ik bid ook dat de oorlog gauw voorbij is.
Ik ben dankbaar voor de oogst. God is goed voor ons geweest.
Ik ben dankbaar dat ik een neefje of nichtje krijg.
Ik ben dankbaar dat Daniels stoel niet leeg staat.
Ik heb meer over liefde geleerd...
in de zes maanden bij deze familie dan in 25 jaar in m'n vaders huis.
Ik heb hier liefde gekregen.
En tolerantie.
Daar ben ik dankbaar voor.
Ik zal jullie nooit vergeten.
Fijne Thanksgiving.
Tast maar toe.
Ik wil nog afscheid nemen van de meisjes.
Hij mag wel binnen blijven. Het is buiten erg koud.
Je kwam hier vanwege een afspraak tussen je vader en dominee Case.
Jij wilde niet trouwen.
Ik weet dat je weg wilt...
maar ik wil je toch eerst zeggen wat ik voel.
Ik ben verliefd op je geworden.
En ik hou van je kindje.
Je bent het beste dat me ooit is overkomen.
Je bent een mooie, begaafde vrouw.
Het geeft niet dat je niet kunt koken. Dat kan ik wel doen.
Je wilt verre oorden bezoeken, maar er is hier ook genoeg geschiedenis.
Ik ga wel met je op zoek naar indiaanse canyons en schuilholen.
Je kunt overal rondgraven.
Nu klink ik als een verkoper.
Toen de dominee ons trouwde, was ik de ring vergeten.
Maar nu heb ik er een.
Ik weet niet of ik je wel verdien.
Hoe weet je of we er iets van kunnen maken?
Dat weet ik wel zeker.
Ooit zul je 't jezelf kunnen vergeven.
Hoi, sorry dat ik laat ben.
Ik wist dat je zou komen.
Livy, dit is Walter. - Prettig kennis te maken.
Waar wil je heen? - Waar die zwaluwstaarten waren.
Dat is bijna in New Mexico.
Walter heeft verlof en wil z'n neef opzoeken. We helpen hem op weg.
Je vriest nog dood. - Valt wel mee.
Walter komt uit Idaho. Hij kan wel wat hebben.
Laten we dan maar gaan. Het is een lange rit.
Ben je gek geworden?
Waar heb je het over?
Wat heeft hij je beloofd? - Wat bedoel je?
Ik heb hem bij de werkploeg gezien. Heb jij z'n uniform gemaakt?
Als je geen ritje wilt maken, stappen we hier wel uit.
Florie, hou op. - Je bent jaloers. Hij houdt van me.
Waarom gaat hij dan weg? Na de oorlog is hij vrij.
Als ze je betrappen...
sluiten ze Rose en jou levenslang op wegens hoogverraad.
Dat uniform bewijst dat jij en je familie hem hebben geholpen.
M'n ouders hebben er niets mee te maken.
En Rose ook niet.
Als je thuiskomt, verbrand je de stof die je nog over had van dat uniform.
Gooi dat armbandje in een veld en kijk nooit meer achterom.
Je doet dit uit eenzaamheid, maar het is verkeerd.
Je zult hier de rest van je leven voor boeten.
Stap uit en zeg hem dat het veiliger is als jullie apart reizen.
Zit. Blijf.
Walter, je komt in dat uniform nooit de grens over.
Kom mee.
Deze kant op.
Pak andere kleren uit de kamer van m'n man.
Laat dat uniform op de grond liggen. Snel, m'n man komt zo thuis.
Luister eens.
Florie houdt van je.
Na de oorlog ben je vrij. Als je nu gaat, hoe vind je haar dan terug?
Heb je iets te drinken voor me? - Ik zet wel even koffie.
Kunt u me doorverbinden met de sheriff?
Met Livy, de vrouw van Ray Singleton.
Een krijgsgevangene heeft m'n truck gestolen en rijdt langs weg 22.
Hij heeft niet veel benzine meer en is niet gewapend.
En ik sta op het punt om te bevallen. Ik heb hulp nodig.
Livy, wat doe je nou? - Ik ga ons kindje krijgen.
Ons kindje komt eraan. - Ik ga Martha meteen halen.
Heel erg bedankt.
Dit is voor jou.
Amerikaanse vlinders. Heel erg bedankt.
Dit horloge was van je opa, Danny. En ooit zal 't van jou zijn.
Ik zal het zo lang voor je bewaren.
Kom, mama wil gaan schatgraven.
Nee, het is onze eerste opgraving. We gaan pijlpunten zoeken.
Ben je zover? - Kom mee.
Rip en bewerking door leden van NLOndertitels.com
Gedownload van www.nlondertitels.com
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.