Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Czech
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Als jij je telefoon terug wil, dan moet je hem komen halen.
Hé, stop. Help.
Help.
Stop.
Hé, ah.
Nee, alsjeblieft, alsjeblieft.
Alsjeblieft, alsjeblieft.
Het spijt me. Het spijt me, oké? Ik zal het nooit meer doen.
De tijd voor excuses ligt achter ons.
Kijk dan, pap. Papa, kijk.
Instappen nu.
Kijk. Papa, kijk.
Zo. Kijk dan, Robine. Kijk dan, Robine. Kijk eens.
Jezus, Rob. Doe normaal.
Waar blijft mama? -Die moest poepen.
Vind je dit normaal?
Zo'n zware koffer voor één nachtje weg. Kom.
Wacht. -Voordeur op slot?
Ik ben de kaarsjes kwijt. Milou, heb jij de kaarsjes gezien?
Pap, telefoon. -Nee, niet nu.
Dan is het oma weer. Wedden?
Hoezo? Waarom denk je dat? -Kom.
Die had vanochtend ook al gebeld. -Vanochtend? Waarover?
Over wat voor brood we bij het ontbijt lusten.
Toen nam ie ook niet op.
Over zulke dingen telefoneer je niet. Daar zijn telefoons niet voor.
Bel je moeder even terug. -Ze spreekt wel wat in.
Hoofd. Hoofd. -Hè, wat flauw.
Hans, Jezus.
Jij kan geen nee zeggen tegen een apparaat.
Geef terug.
Eerst instappen, dan wegwezen, daarna pas terugbellen.
Nee, daar hebben we onderweg nog alle tijd voor.
Pap, dat is zielig voor oma.
Hoi, oma.
Hai, lieve schat. Hoe gaat het daar?
Papa zegt dat je maar iets moet inspreken als het belangrijk is.
Robine? Rob...
Doe even normaal.
Het is asociaal om papa te verklikken en om oma weg te drukken.
Sorry hoor, we hadden echt al een halfuur onderweg moeten zijn.
Met Milou. -Zeg, wat was dat nou?
Dat lijkt toch nergens op?
Dat hoef ik niet te accepteren. Van Robine niet, en van je vader ook niet.
Milou, zeg eens, zitten jullie al in de auto?
Papa, zitten we al in de auto?
Ja, wat denk je zelf, Milou?
Daar moet ze vooral over gaan bellen, dat schiet lekker op.
Wat schiet lekker op? -Dames, gordels.
Ho, nee. -Zonnebril vergeten.
Nee, echt niet. Vergeet het maar. -Heel even maar.
Ik rij zonder je weg.
Dat ging maar net goed.
Sukkels.
-Wat kijk je?
Hoe hard mag je hier eigenlijk?
Volgens mij had jij vanochtend ietsje eerder op kunnen staan.
Dan komen we toch een uurtje later? -Ja, een uurtje later?
Bij mijn moeder.
We hebben alle tijd. -Ze zit al op ons te wachten.
M'n zus heeft ook al afgezegd. -Wij komen tenminste.
Straks moet Joop z'n medicijnen, daarna even liggen.
We komen geen uurtje later.
Ik zeg wel dat ze vast moeten beginnen als wij het niet halen.
Als het je eigen ouders waren, zou je ook niet bellen.
Hoe bedoel je?
Dan had je gezorgd dat we op tijd vertrokken waren.
Flauw hoor. -Ja, flauw, hè? Ja.
Heel flauw. Ja.
Kijk dan, Milou.
Milou, kijk dan. -Nee. Ik ben zelf bezig.
Ik heb bijna de 100.
Ik ben.
Helemaal niet.
Je hebt nu al 40 minuten gespeeld.
En vanochtend ook al 20. Weet je hoeveel dat is?
Veertig en twintig minuten, dat is een uur.
Echt niet.
Echt wel. Geef hier.
Geef.
Au. -Hé. Wat is dit nou?
Ze slaat me, hier.
Ze pakte zomaar m'n tablet af, ik had bijna de 100.
Oké, klaar nu. Ja? Echt genoeg.
Het is druk genoeg op de weg.
Daar hoef ik niet dat gekloot ook nog bij te hebben. Milou?
Doe die gordel om. -En geef die tablet terug.
Maar... We mogen van jullie maar een uur op die tablet.
Haar uur is om.
Afspraak is afspraak. -Milou, ben jij haar moeder?
Nee, natuurlijk niet. -Nee. Zo klink je anders wel.
Ja, precies.
Klink ik zo? -Nee, joh.
Geef die tablet terug, Milou. Nu.
Geef terug.
Laat los, mongool.
Dat is heel erg, hè? Wat je nu zegt. Je zus is geen mongool.
Los. -Laat los, Milou.
Maar dat is niet eerlijk. -Het is wel eerlijk.
Ik zit al bijna op de 100. -Jongens...
Jij maak je spelletje af...
en dan geef je die tablet aan Milou.
Move terug, dikke. -Excuse me?
Sorry, ik had het niet tegen jou hoor, schat.
♪ mama is een dikkerd ♪
Mama is niet dik. -Dat zegt papa.
-Ho.
Fucking totale mongool. -Wat was dat?
Nu zeg je het zelf.
Dat is toch niet te geloven? -Heel oneerlijk, want ik krijg straf.
Gaat het, lieverd?
Milou, ik heb 't echt al heel vaak gezegd. Doe je gordel om in die wagen. Kom op.
Sorry, meissie.
Gaat het een beetje?
Het is oké, lieverd. -Geen pijn?
Hans...
Niet zo dicht achterop, alsjeblieft.
Als die wagen moet remmen, zitten we erbovenop.
Afstand houden. -Ja, ja.
Even jullie aandacht voor dit geval, ook op de achterbank.
Wat is er hier vlak voor ons aan de hand?
hij zit te bellen. -Of te whatsappen.
Of te whatsappen. Precies. Heel goed.
hij eet een frietje.
Oh, lekker. -Met mayonaise aan z'n stuur.
Precies. Frietje file, inderdaad. Antwoord nummer drie:
Een vrouw achter het stuur.
Dat vind ik heel flauw.
een opaatje achter het stuur.
Heel goed, Milou, heel goed.
Een bange senior achter het stuur. -Hans, Hans...
er zit iets klem onder z'n gaspedaal.
Heel goed. Antwoord numero zes...
hij probeert z'n navigatiesysteem te starten.
Stop.
Jezus, tyfus.
Dat was echt bijna een ongeluk, pap. -Nee hoor, schat. Alles onder controle.
Niet doen.
Afstand houden. -Wat een idioot. Wat doet die gek?
Blijf er nou niet zo achter hangen.
Ga er nou langs. -Ja-ha.
Niet doen. Laat je nou niet door dat mens uit de tent lokken.
Ik ben niet begonnen.
Je reed net dus 50 kilometer te hard, begrijp ik?
Nu nog steeds 20, trouwens.
Met Diana.
Hallo, Diana.
Gaat alles wel goed daar?
Ja hoor. -Waar blijven jullie dan?
Het is nogal druk op de weg. -Maar waar zitten jullie dan precies?
Waar we zitten... Eh, waar zitten we nu?
Op de A1. -Dat is echt zo gemeen.
Nou ja, zo precies hoeven we het natuurlijk niet te weten, hè?
Maar hoelang denk je dat jullie nog onderweg zijn?
Hoelang we nog onderweg zijn?
Ongeveer.
Hoe vaker ze belt, hoe langer het duurt voor we er zijn.
Moet ik dat tegen haar zeggen? -Eh, ja. Ja, zeg dat maar.
Tuurlijk.
Trudy, het is echt heel erg druk op de weg, dus we weten het niet precies.
Ja, nee, want het...
ik heb havermoutsoep gemaakt.
En ik wil graag weten wanneer ik die op moet zetten.
Moeten we niet gewoon zeggen dat ze vast moeten beginnen...
zolang we er niet zijn?
Met dit verkeer... Dat is overmacht, toch? -Nee.
Nog een halfuur, zeg dat maar. We moeten nog tanken.
Hans denkt dat we er over een halfuurtje wel zijn.
Nee, echt? Zo lang nog?
Ja, het spijt me verschrikkelijk. Wij kunnen er ook niet minder van maken.
Wij gaan alvast naar binnen. -Joe.
Pap? -Wilt u de bon?
Ja, graag. -Pap, mogen we muntjes voor de snackmuur?
Ja, pap? -De snackmuur?
Wat zegt mama daarvan? -Die wil zelf ook.
Voordat we weer het hele weekend rauwkost eten bij je moeder...
Kijkt u eens. -Dank u.
Alsjeblieft, pap? -Alsjeblieft?
Oké. Eén...
Dank u. -Ja, hoor. Tot ziens.
Goedemiddag. -Goedemiddag.
het liefst in een donker en veilig plekje.
Ergens waar poezen en mensen ze niet kunnen zien.
Wist jij dat er een rattensoort bestaat dat niet kan zwemmen?
Echt waar, die bestaan.
Die volwassen dieren duwen hun eigen jonkies zo voor zich uit het water in.
En weet je wat? Dan lopen ze er zelf overheen.
Echt waar, erover. Om dan veilig en droog de overkant te bereiken.
Terwijl die kleintjes maar creperen in het water.
Tot ze verzuipen.
En dat noem ik een rotstreek.
Ik weet niet precies waar je naartoe wil...
maar als je probeert een soort leuke vergelijking te trekken...
tussen die beestjes en iemand van ons...
kun je maar beter ophouden.
Dat soort praatjes hoeven wij niet te horen.
Hoe lang is volgens jullie de remweg van een auto...
met een snelheid van 100 kilometer per uur?
Klaar nu, ja? We zijn niet geïnteresseerd in je.
Kom, jongens. We gaan lekker.
En hoeveel onderlinge wegafstand houden we daar dan bij aan?
Hé, hallo? Ben je doof of zo?
Laat me er gewoon even langs, ja? -Hans...
Nee, laat... We gaan zo, ja? Mag ik er even langs?
Mag ik er even langs? -Hans, doe nou even niet.
En weten jullie misschien ook wat een doorgetrokken streep betekent?
En weet jij waarom sommige mensen totaal onnodig...
als een demente senior op de linker rijstrook blijven rijden?
Hans, hou op. Kom. -Ik ben even met deze meneer in gesprek.
Wat vinden jullie daar eigenlijk van?
Dat jullie papa met alle geweld wil dat ik de maximaal...
toegestane snelheid overschrijd omdat hij zelf te hard wil rijden?
Dat heb jij niet te bepalen, ja? Hoe hard ik rij.
Daar heb je geen zak mee te maken.
O nee?
Dit heeft helemaal geen zin, Hans. Laat die man nou. Jongens?
Wij gaan alvast naar de uitgang. Kom, wij gaan ook.
Wacht maar in de auto.
Wacht in de auto.
Kom. Kom, meiden.
Remde je nou echt om mij te fucken?
Ik adviseer jou om je excuses te maken.
Waarom zou ik mijn excuses naar jou maken?
Zodat jij weer veilig de weg op kan.
Zodat ik veilig de weg op kan...
Flikker toch op.
Volgens mij ben jij degene die voorlopig effetjes de weg niet meer op moet, ja?
Echt...
Ik begrijp niet waar jij nou op uit was.
Wat probeer je nou te bewijzen tegenover die man?
Dames, niks van aantrekken, hoor. Zo'n man heeft z'n school nooit afgemaakt.
En ja, nu hij ouder wordt, wordt z'n baan natuurlijk ingepikt door jongere mensen.
Thuis heeft ie waarschijnlijk niks over z'n kinderen of z'n vrouw te vertellen.
En het enige wat er dan nog voor hem overblijft, eh, ja, dat is z'n trots.
Begrijpen jullie dit?
Lekker verhelderend praatje, Hans.
Waarom doe je nou zo?
Leg jij het ze dan uit. -Volgens mij valt er weinig uit te leggen.
Die man is gewoon kwaad omdat jij te dicht op hem reed.
Dat heeft niks met z'n baan of z'n vrouw te maken.
Waarom spreekt hij jullie dan aan en niet mij?
Omdat hij z'n verhaal kwijt moest. -En waar ging dat dan over?
Iets over hamburgers.
Hij vroeg waarom mama ons zulke rotzooi te eten gaf.
Vroeg hij dat?
Hij zei dat mama zichzelf over 30 jaar nog wel tegenkomt.
Als Robine en ik kanker hebben.
Dat zei hij echt?
Totale randdebiel.
Mam?
Wat betekent het als iets niet...
ik bedoel, als iets niet van jou is om dat te bepalen?
Wat bedoel je precies, lieverd? -Nou...
Als die man niet mag zeggen dat wij later kanker krijgen van hamburgers...
wie mag dat dan wel zeggen?
Je bedoelt dat het niet aan jou of aan die man is om dat te mogen bepalen.
Van een hamburger krijg je echt geen kanker, lieverd.
Gooi je dat nou zomaar naar buiten? -Sjezus...
Lieverd... -Hé, nee, niet uit het raam.
Zijn jullie gek geworden?
Wat is dit nou?
We moeten eraf, toch? -Ja, pap. Hier moeten we eraf.
Zal ik je moeder bellen dat we eraan komen?
Lieverd?
Ik vroeg je wat. -Wat dan?
Of ik je moeder moet bellen om te zeggen dat we eraan komen.
Eh, nee.
Nee, doe maar niet.
Het klopt toch ongeveer met hoe laat je gezegd had?
Ja? Oké...
Hans? Hallo?
Wat, hè?
Wat heb jij? Wat is er?
Ja, en dan wordt hij weer de zaal uit gezet.
Waar wordt opa uit gezet?
Nee, dat vraag ik aan jou.
Of we morgen naar het concertje gaan. Daar had je moeder het toch over?
Concertje? Is dat in dat zaaltje waar mijn vader uit werd gezet...
omdat hij steeds z'n pijp opstak? -Ja, duh, dat zeg ik net.
Het is rood.
Hans, stoppen.
Hé, Hans, stoppen. Ho, stop dan.
Ja hoor, een boete. Jezus.
We zijn geflitst, pap.
Jezus, wat heb jij vandaag?
Ja, sorry... -Moet ik rijden?
Hmm? Nee, hoeft niet, nee...
We zijn er toch al bijna.
Mam?
Ja, lieverd? -Robine, ga recht zitten. Nu.
Hij zit achter ons.
Wie rijdt er achter ons?
Dat is hem.
Dat is die man.
Hij... Pap, hij rijdt achter ons.
Nee, er rijdt niemand achter ons aan.
Nou, kijk dan.
Dat is hem toch?
Hoe kan die nou zo snel...
Zou hij ons gevolgd zijn?
Wist jij dat?
Jij wist dat al, hè? -Nee, niet zeker, nee.
Wat doe je? -Ik ga 112 bellen.
Lijkt je dat niet een beetje voorbarig? -Kan me niks schelen.
Doe die telefoon weg.
Doe weg dat ding.
Wat doe je nou? -Rustig nou maar.
Rij door. -Eerst vragen wat hij wil.
Nee, dat wil ik niet, Hans. -Doe rustig.
Ik wil dat je doorrijdt.
Waarheen dan? -Gewoon, naar je ouders.
Denk effe na, dan weet die vent precies waar we logeren.
Dat hoeft hij toch niet te weten?
Ja, dus? -Laat mij nou maar. Ik los het wel op.
Hans...
Ben jij ons nou echt aan het achtervolgen?
Ik zou eerder zeggen dat ik gunstige omstandigheden creëer.
Zo, zo...
Leg uit.
Dan hoef jij geen extra omweg te rijden.
Jij bent gewoon op de route die je toch al van plan was te nemen.
minimale inspanning.
En nu?
Nu ga jij excuses maken.
Aan mij.
En dan ga je teruglopen naar je voertuig, en dat is alles.
Nou, ik geloof nog steeds niet dat ik degene ben die z'n excuses moet maken.
Jawel. -Oké, vriend. Luister.
We kunnen hier een heel lang ge-ja en ge-nee van maken.
Maar dat gaan we dus niet doen.
Jij wil excuses, en die krijg je niet.
Jij vindt dat je mag oordelen over wat ik doe, maar dat is niet zo.
Het is niet aan jou om over mij te oordelen, snap je dit?
En aan wie is dat dan wel om te doen?
Als je dat zelf niet kunt en ik dat niet mag?
Nou...
Volgens mij hebben we daar de politie voor.
De politie? -Ja.
Zullen we die dan eens bellen?
Of is je vrouwtje daar al mee bezig?
Prima.
Dat is goed, laten we maar bellen. Gezellig.
Ik ga ze niet bellen hoor, als je dat soms had verwacht. Dat mag je lekker zelf doen.
Weet je dat zeker?
Weet je echt heel zeker dat ik de politie ga bellen en niet jij?
Hé, schiet nou effe op. Kom op. -Ik heb een probleem.
Ja, dat lijkt me ook, ja. Je hebt zeker een probleem.
Hier. Leeg.
Probeer maar. -Nee.
Ik geloof je wel.
Hier.
Ik raad jou echt voor de allerlaatste keer aan om gewoon je excuses te maken...
in plaats van mij de politie te laten bellen.
Je hebt duidelijk ooit eerder een probleem met ze gehad, hè?
Dat je ze nu niet durft te bellen.
Bel maar.
Bel dan.
Bel maar. Hier.
Ik wacht.
O, mijn God.
Au, au.
Au.
Je durft niet, hè?
Bel dan.
Geef terug dat ding.
Geef m'n telefoon.
Geef dat...
Geef terug.
Fuck. -O nee.
Geef die telefoon.
Geef dat ding.
Blijf in de auto.
Hé, laat hem los.
Stop daarmee.
Laat hem los.
Laat hem los.
Laat hem los.
Gaat het?
Ja.
Hij heeft m'n telefoon nog.
Wat wil hij dan?
Wil hij excuses?
Hans...
Geef hem wat hij wil, zeg dat het je spijt.
Nee. -Doe dat nou maar.
Dat hoeft niemand te weten, ik zal het niemand vertellen.
Dat beloof ik. Hans, alsjeblieft.
Nee. -Hè, Hans, godverdomme.
Wat probeer je nou te bewijzen?
In de auto blijven, had ik gezegd.
Oké.
Oké, ik doe het.
In de auto.
Excuses.
De tijd voor excuses ligt achter ons.
Ik heb jou mijn excuses gemaakt, ik wil nu mijn telefoon terug.
Open. Open.
Hans, laat hem nou.
Laat die man nou. -Open.
Doe godv... Doe open.
We regelen dit met de politie.
Open.
zeven...
Weg. In die auto. -Instappen.
Doe het raam dicht. Rijden. -Ja, ja, ja.
Niet inademen. -Doe het raam open.
Stoppen.
Stoppen.
Kom, kom.
Hebben jullie gif ingeademd?
Hier.
Hier. -Even poetsen, eh, spoelen. Spoelen.
Ja, hier. Hierzo. Hier.
-Ja, rustig.
Hij komt. Hij komt hierheen.
Hier blijven. Niet... Bij elkaar blijven. Niet rennen.
Hier blijven. Hier.
Hij blijft daar. Hij doet niks. Kom.
Terug, terug. Kom.
Godsamme.
Kom hier.
We kunnen er wel in. Kom maar.
Snel, instappen. In die auto.
Instappen, nu. -Snel.
Rijden, rijden. -Ja.
-Hij komt eraan.
Stuur naar links.
Ramen, ramen, ramen.
Doe de ramen dicht. -Ramen dicht.
Stuur naar links. -Ja, man.
Minder gas.
Alsjeblieft, mam, rij weg.
Mam...
Minder gas had ik gezegd.
Achteruit.
Achteruit. -Ja-ha.
Draaien. -Ik doe m'n best.
Draaien die wielen.
Nee... -Meer draaien.
Meer draaien.
Papa...
Papa...
Papa...
Hans, kom. -Papa, kom.
-Nee...
Heb je het in je oog?
Au, au, au.
Pas op.
Fuck.
Waar is hier het politiebureau? -Hebben we niet.
Waar dan? -In de stad.
Waar dan? -Rechtdoor.
Zeg gewoon hoe ik moet rijden. -Rechtdoor en dan rechtsaf.
Waar is de telefoon? -Godverdomme.
Flikker op.
Fuck.
Alarmcentrale 112, met wie wilt u spreken?
Waar moet ik rechts? -Ja.
Ja, wat 'ja'? -Rechts.
Alarmcentrale 112...
Hé.
Hoort u mij? -Nee, niet hier.
Bij die grote kruising. -Dat weet ik toch niet?
Alarmcentrale, hoort u mij?
Hier links? -Ja. Ja, links.
Meneer, hoort u mij?
Klootzak.
Hou je vast. -Ja.
-Nee, niet hierin.
Loopt dit dood? -Terug.
Ho. Nee.
Ik zei toch 'terug'? -Echt niet.
Nou is het te laat. -112.
Ja-ha.
112 alarmcentrale. Politie, brandweer of ambulance?
Eh, politie. Politie.
Doe eens even normaal, kutwief.
Kom maar naar buut'n. Kom d'r uut.
Kom d'r uut. Hé.
Ho.
Pas op.
Kijk uit. -Pas op.
Idioot, stop.
een witte overall aan, en ik denk onkruid...
Onkruidbestrijding. Ongedierte. Ongedierteverdelging, of iets.
Hij had een heel verhaal over ratten die niet konden zwemmen.
Mijn vrouw heeft het, eh... kenteken.
Kunt u dit lezen?
Ik kan het vragen aan haar...
Maar zeg dan gewoon wat er aan de hand is.
Dat komt zo wel.
Ik wil alleen maar even zeggen dat het hier nog wel even gaat duren.
Dit is misschien wel z'n laatste verjaardag.
Dat weet ik.
Dan is het maar zoals het is.
Met Hans.
Waar ben je nu?
Kunnen we hem niet eerst uitpeilen? Voordat we mijn telefoon blokkeren.
Dat hangt ervan af. -Waarvan?
Dat verschilt per telefoon en per provider.
Dat kan ook niet meteen, in elk geval. We hebben eerst toestemming nodig.
Dat stinkt, pap. -Gaat het wel goed?
Wat?
Of kan het ineens in de fik vliegen?
Wat wil je dan dat ik doe? Dat ik hier stop?
Echt niet. -Nee, please, niet stoppen hier, papa.
Even rustig nu, jongens. Ja?
Die man is allang terug naar huis.
Die gaat hier echt niet staan wachten tot wij langskomen.
-Kijk dan.
Is dat hem? -Dat is hem.
Wat doen ze nou?
Niet stoppen, pap. -Ja.
Wat een boerensukkels. Ze weten toch om wat voor bus het gaat?
Moet je wel stoppen? Kan je niet beter achter ze blijven?
-Wat doe je nou? Doorrijden.
Het is hem niet, jongens.
Het is die man niet. Het is een ander busje.
Jongens, geen paniek. Niks aan de hand.
Wanneer moet ik opstaan? -Gewoon...
Als je wakker wordt, hè? Anders kom ik je roepen. Ga maar liggen.
Wie komen er dan? -Hans en Diana.
En de kinderen. -O.
Hans? -Je zoon.
En die andere mensen, kennen wij die? -Ja. Sprei erover.
Hè? -Ja, ik doe de sprei erover...
anders krijg je het koud. -Ik heb het niet koud.
Goed zo? -Ja, dat is goed zo.
Aankleden. -Blijf jij maar rustig liggen.
Ik kom je over een uur roepen.
Wie komen er dan? -Tot straks.
Nou ja...
Dag, mevrouw.
Ik ben op zoek naar Hans.
Woont hij hier?
Dat is mijn zoon. Maar die woont hier niet.
Ik heb zijn telefoon gevonden bij een parkeerplaats.
Ik heb erin moeten kijken wie de eigenaar was en zo vond ik u.
Kleinkinderen? -Klopt.
Ik heb er nog één. -Toe maar, toe maar.
Nou, ehm... Ja...
Mijn zoon, die komt toevallig zo hier.
Ja, hij zal wel blij zijn.
Nou, zal ik hem dan van u overnemen?
Ik geef hem wel aan hem, hè? Dan, eh...
hoeft u niet te wachten. -Dat vind ik niet zo netjes.
Niet netjes? -Nee.
Wat is er niet netjes? -Ik vind het wel zo netjes...
om deze telefoon zelf even aan uw zoon te geven...
aangezien ik hem gevonden heb.
Nou ja, sorry, hoor.
Ik kan u echt even niet volgen, hoor. -Heeft u stromend water?
Stromend water? Ja, natuurlijk. Iedereen heeft toch stromend water?
O, mijn God.
Ik moet dit zo snel mogelijk spoelen onder een buitenkraan of tuinslang.
Heeft u die? -Maar u moet naar een dokter.
Nee, ik moet dit eerst spoelen. Dat zijn de voorschriften. Het brandt.
Nou, komt u dan maar even mee naar binnen. U moet nu stil zijn, want mijn man slaapt.
Nou, ik ga nu eerst even mijn schoondochter bellen.
Ik ben zo terug met een handdoek.
Heeft u Hans opgevoed?
Wat een vraag.
Wat bedoelt u daarmee?
Nou, da's nogal logisch. Dat is wat ouders doen, hè? Hun kinderen opvoeden.
Zijn ouders volgens u dan ook verantwoordelijk voor...
de opvoeding van hun kinderen?
Nou, ja.
En zijn ouders dan ook verantwoordelijk voor het gedrag van hun kinderen?
Waarom wilt u dat allemaal van mij weten?
Vindt u dat? Zijn ze verantwoordelijk?
Jawel, maar ik moet nu echt eerst bellen.
Wie is er verantwoordelijk voor kinderen nadat ze het ouderlijk huis verlaten?
Nou, maar dat spreekt toch voor zich? Dat zijn ze zelf.
Als een zoon de verantwoordelijkheid voor zijn gedrag niet kan dragen...
moet dat dan verhaald worden op de ouders?
Ik...
Ik denk...
dat u maar beter weg kunt gaan. -Of legt u de schuld bij anderen?
Eruit.
Waarom probeert u een eerlijk antwoord te ontwijken, terwijl u zelf...
heel goed weet dat u verantwoordelijk bent?
Als u nu niet gaat, dan bel ik de politie. Haal dat been eraf. Kom. Weg.
Nu gedraagt u zich net als uw zoon, weet u dat?
Joop, bel de politie, 112, help.
Joop.
Is Joop z'n vader?
Heeft Joop uw toestemming gekregen om Hans in u te verwekken?
Weet u wat? We gaan even samen met Joop overleggen.
U maakt het alleen maar erger, mevrouw.
Joop, sleutel omdraaien.
Draai de sleutel om, doe de deur op slot.
Gut.
Nee.
Laat mijn man met rust, rotzak. -Wie is die man?
Hij kan jou toch niet helpen.
Dus hier hebben jullie hem verwekt?
Het is daar. Dat huis, daar.
Maar ik dacht...
we stoppen hier maar.
Het is beter als m'n moeder jullie niet ziet. Dat kan ze niet aan.
Waarom moesten wij met u meekomen?
Dat was voor onderweg.
Maar erg bedankt voor alle moeite.
Stuur jij ze nou weg?
Meiden, jullie moeten beloven dat jullie tegen oma...
Hans. -Dat jullie tegen oma...
niks vertellen over die man.
Niet over die man, niet over die witte bestelbus...
niet over z'n gasmasker of z'n gifspuit.
En je moet zeker niet vertellen dat hij mijn telefoon heeft.
Als oma er toch naar vraagt...
dan moeten jullie gewoon zeggen dat mijn telefoon gestolen is. Duidelijk?
Hans, ik vind dit echt niet goed, hoor. -Hoezo niet?
Je kan toch niet verwachten dat wij jouw ouders dat hele verhaal...
op de mouw spelden? -Trudy krijgt bij...
de eerste de beste tegenslag hartritmestoornissen, en dat weet je.
Is dat wat je wil?
Hoezo, 'is dat wat ik wil'? Natuurlijk is dat niet wat ik wil.
Maar wat stel je dan voor?
Ik denk dat we beter naar een hotel kunnen gaan.
Wat? -Ja, je hoort me wel.
Eerst wil ze zo snel mogelijk naar Joop en Trudy.
En dan zijn we daar eindelijk...
en dan toch weer niet.
Echt, sorry, hoor.
Hé, meiden?
Die man van dat busje weet absoluut niet waar wij vanavond logeren.
Daar hoeven jullie je geen zorgen over te maken.
Ja, parkeer de auto nou maar.
Zo meteen missen we het avondeten en staan we weer voor die snackmuur.
Hier.
Bel maar aan, Milou.
Misschien slapen ze nog. Bel nog eens?
Oma, ben je daar?
Wacht maar.
Mam?
Pap? We zijn er.
Oma? Oma, ben je daar? -Mam, we zijn er.
Zo. -En? Iemand gezien?
Nee, die liggen nog te rusten.
We hebben er 76 nodig.
Twee, drie, vier... -Ha, iemand is wakker.
Ga oma maar vertellen dat we er zijn.
Oma?
Oma, ben je daar?
Oma? Ben je wakker?
Wat zie je?
Oma?
Milou, ben jij dat? Milou, ga papa halen. Gauw.
Zo snel je kan.
Pap, papa.
Wat is er?
Oma heeft zich opgesloten. We moeten papa halen.
Opgesloten? Waar is oma dan? -In bad.
Hans?
Hans? -Wat?
Hans. -Wat?
Hans, Jezus. Waar was je nou? -Wat?
Hoezo, wat is er? -Ze zitten opgesloten.
Opgesloten?
Hebben ze zich opgesloten of zijn ze op...
Nee, nee.
Flikker op met je kutspuit.
Ik bel de politie.
Hé, wat wil je nou?
Zeg dan wat je wil.
Dit gaat toch nergens over?
Diana?
Waar zit die vent? -Ik weet het niet.
Zit ie boven?
Ik weet het niet, misschien zit ie beneden.
Kom op. Fuck.
Fuck.
Hans? -Diana.
Hans? -Wat gebeurt er?
Mam, doe alsjeblieft de deur op slot.
Hans, ben je daar?
Voordat die man weer binnenkomt... -Diana?
Hans?
Trudy? Ligt die deurklink daar bij jou?
Ah, nee.
Zijn jullie in orde? -Ja.
Wie bent u? -Waar is Hans?
Diana?
Stop, stop. Stop.
Diana?
Mam?
Mam.
Waar zit ie? -Waar bleef je nou zolang?
Waar zit ie?
Zijn jullie oké?
Ben jij in orde?
Diana?
Wat?
Diana, zijn ze oké?
Wacht bij de buren tot de politie er is.
Ik kom naar boven. -Nee.
We hebben de slaapkamerdeur gebarricadeerd.
En ik dan?
De politie komt eraan, wacht bij de buren.
Wat is er? Is ie daar?
Hé, Hans, niet doen.
Mam.
Kom, rustig.
Mam.
Hij heeft me.
Trek me op.
Hij moet meteen onder de douche.
Nee, nee, nee. -Dan gaat het eraf.
Nee. Het brandt, het brandt. -Jij moet onder de douche.
Nee. Ik wil niet onder de douche.
Hans? -Ik wil niet onder de douche.
Onder de douche. -Ik wil niet onder de douche.
Nu. Kom. -Au, au.
Kom mee. Staan.
Kom maar.
Jullie mogen hier binnen in het busje even gaan zitten. Toe maar.
26-01, we hebben hierbinnen geen verdachte aangetroffen.
Hebben jullie daarbuiten nog iets gezien?
Eh, nee. Dit lijken mij alleen buurtbewoners.
44-02, negatief.
We zijn nog aan het kijken in de achtertuin.
Begrepen.
Mijn collega vraagt of we het bos in moeten gaan.
26-01, over.
Waar is mama? -Die ga ik nu halen.
Als jullie hier heel even wachten, kom ik zo terug, ja?
Er is een auto onderweg naar de Narcisstraat, 26-11.
Hebben jullie dat meegekregen, Zulu-60, over?
24-02, begrepen. Kunnen jullie de exacte locatie...
Jullie hebben hier niet om gevraagd.
Dat waren jullie vader en jullie moeder.
26-01, de tuin is clear.
Er zijn twee collega's het bos in. Vanaf de Zandstraat, geloof ik.
Gaat het?
Hmm?
Hé...
jullie hoeven je geen zorgen te maken, hoor.
Die meneer is weg, die komt echt niet meer terug.
Hé.
Geven we geen kus?
Ik had al op kantoor moeten zijn. -Ja.
Robine moet om vijf uur voetballen. -Weet ik, weet ik.
Jij haalt haar op, hè? -Ik haal haar op. Fijne dag.
Ja, jij ook, schat. Ciao. -Dag.
Robine, Milou? Opschieten, naar school.
Pap, ga naar huis. -Echt niet cool.
Nou, dat bepaal ik zelf wel, ja?
Tot vanmiddag, pap. -Doei.
Wacht even. Nee, niet erover rennen.
Stoppen, zeg ik. Het is rood.
Stoppen. -Nee, dan komen we te laat.
Martin Meijer
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.