Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Waar bleven jullie? We zitten al 'n half uur te wachten.
Kom maar mee. Het is boven.
De ambulance is er.
Kom binnen.
Blindedarmontsteking. Ze moet worden opgenomen. Ik heb al gebeld.
Het kan buikvliesontsteking worden.
Bent u meneer Maigret?
Delaunay. Ik heb uw vrouw geopereerd.
- Hoe maakt ze 't? - Heel goed.
- Geen buikvliesontsteking? - Nee. Maakt u zich geen zorgen.
- Mag ik bij haar? - Natuurlijk. Komt u maar mee.
- Familie van de Franse commissaris? - De commissaris zelf.
Zeer vereerd. Wat doet u in Belgi�? Bent u met 'n zaak bezig?
- Nee, ik ben op vakantie. - Hier?
- Bij familie van m'n vrouw. - U mag vijf minuten bij 'r. Niet meer.
Arme Maigret.
Heb je pijn? Volgens de dokter is de operatie heel goed verlopen.
Heb je al gegeten?
- Heb je al gegeten? - Maak je daar maar geen zorgen over.
Daar gaan we weer.
Wat is er nu weer, mejuffrouw Rinquet?
Ze ligt al drie dagen continu te kreunen. Kan ze niet naar 'n andere kamer?
U weet dat er geen plaats is op de intensive care.
Geen plaats.
Dat belooft wat voor vannacht.
- Hoe gaat 't met haar? - Wel goed. Ze wordt goed verzorgd.
- Had ze geen pijn? - Ze zei van niet.
- Maar je weet dat ze nooit klaagt. - Net nu je ons Louise 's gunt.
- Je zus komt wanneer ze zelf wil. - Dat vraag ik me wel 's af.
- Ik moet weg. - Wanneer ben je terug?
Geen idee. Afspraak met Van Raemdonck.
- Hoe gaat 't met m'n schoonzus? - De operatie is goed verlopen.
Mooi zo. Zeg maar dat ik overmorgen op bezoek kom.
Bezoek alstublieft bed 15 op de kamer van uw vrouw
- Ik wist niet wat ik zou kopen. - Bloemen. Prachtig.
- Gaat 't al beter? - Ja. Ik slaap veel.
Dan boft u. Ik hoopte dat ik overdag wat kon slapen...
maar met haar naast me doe ik geen oog dicht.
- Wat is er gebeurd? - Wilt u dat graag weten?
Een auto-ongeluk. Hebt u gezien hoe ze eraan toe is?
- Wat doet u daar? - Ze heeft verzorging nodig.
We doen wat we kunnen, meneer. Hebt u uw temperatuur opgenomen?
Nee. Ik betaal genoeg om niet zelf m'n temperatuur op te hoeven nemen.
Daarvoor moet u bij de directie zijn.
Dat zal ik zeker doen.
37,5. Mooi zo.
Tot ziens, mevrouw Maigret.
- Waar ga je heen? - Ik ben zo terug.
Eerwaarde zuster.
Hebt u me dat briefje geschreven?
- Dat gisteren in m'n zak zat. - Een briefje? Nee, hoor.
Weet u dat heel zeker?
Volgens de regel van onze orde mogen we met niemand praten...
behalve over de ziekenzorg. Goedendag.
Dag, zwager. Het is onze bridgemiddag, maar ik moet weg. Speel jij voor mij?
- Ik bridge niet. - Je weet niet wat je mist.
Daar is de man van m'n zus.
- Inspecteur Maigret? - Commissaris.
- Is dat hoger? - Uiteraard.
Beste zwager, doe je mee? Donderdag bridgen we altijd.
- Ik speel geen bridge. - Niet?
Hooguit rami of klaverjassen.
Helaas spelen wij alleen bridge. Ik stel je even voor.
Dit is de man van m'n zus, die u hebt geopereerd. Commissaris Maigret.
- Dokter Delaunay. - We kennen elkaar.
Nogmaals m'n dank.
- Bent u tevreden over onze instelling? - Zeer.
M'n vrouw zat alleen in over 'n buurvrouw.
- Mejuffrouw Rinquet zeker. - Nee. Een jong meisje.
- Godreau. - Liliane Godreau.
We storen jullie. Wilde je geen thee?
Kent u haar? Ze ligt in coma. Wat heeft ze precies?
We verstoren 't spel. Kom, ik wil je aan iemand voorstellen.
U bent, dokter.
Waarom deed je dat?
Liliane Godreau is z'n schoonzus.
- Hoe moet ik dat nou weten? - Dan weet je 't nu.
Commissaris Maigret. Wat leuk om u te ontmoeten.
Ik ben commissaris Mansuy, bestrijder van de plaatselijke misdaad.
- Bridget u? - Onbegrijpelijk spel voor mij.
Ik had gedacht dat u juist 'n uitstekend bridger was.
- Het is 'n spel van intu�tie en logica. - Speelt u?
Het geeft me toegang tot bepaalde kringen.
Maar m'n partner heeft me laten zitten. Kan ik u 't bureau laten zien?
Graag.
Het is natuurlijk niet de Quai des Orf�vres. Gaat u voor.
Bij gebrek aan 'n cel zetten we ze in ons 'hok'.
- Is ie nog steeds... - Ja.
Zatlappen vormen 90% van onze klanten.
Inspecteur Petitjean, commissaris Maigret.
Daar is de inspecteurskamer.
Waarom is deze portemonnee niet opgehaald?
- Er zat geld in en twee treinkaartjes. - Ik weet 't niet, kapitein.
Jij weet nooit iets, Pinchard.
Inspecteur Philibert, commissaris Maigret.
- Wat heb je nu weer gedaan? - Een worst gestolen. Hij had dit bij zich.
Niet gestolen. Ik wou betalen.
- Met dit geld zeker? - Ik heb 't eerlijk gevonden.
- Je had 't hier moeten inleveren. - Zet 'm maar in 't hok.
- Dan gaat ie weer toeteren. - Neem z'n klaroen dan in beslag.
De directiekamer.
Hij zit hier elke maand. Steelt overal kleinigheidjes.
- Hij lijkt me ongevaarlijk. - Arme drommel.
Sinds ie uit Korea terug is, heeft ie ze niet allemaal meer op 'n rijtje.
Het gesticht vond 'm te goed, dus nu zitten wij ermee.
Gaat u zitten.
Kent u de toedracht van 't ongeluk van Liliane Godreau?
Uiteraard. Dokter Delaunay bracht 'r naar 'n concert.
Dus hij zat aan 't stuur?
Ja. In 'n bocht schoot 't portier open en is ze uit de auto gevallen.
- Hebt u 'n onderzoek ingesteld? - Zoals altijd.
- En? - Het portier zat niet goed dicht.
Die dingen gebeuren.
De rechter beslist of 't dood door schuld was en dus of 't een strafzaak wordt.
Een glaasje hier gemaakte frambozenlikeur?
Is 't de zus van z'n vrouw?
- Liliane Godreau. - Ja. Godreau is haar meisjesnaam.
Liliane woont bij ze in...
sinds d'r moeder voor 'n minnaar naar Brussel vertrokken is.
De familie Delaunay geniet hier veel aanzien, he?
Z'n huwelijk met Odette Godreau deed veel stof opwaaien.
Maar hij trok er zich niets van aan. Hij was dolverliefd.
- Hoe lang al? - Dat ze zijn getrouwd? Vijf jaar.
Zij is veel jonger dan hij. Hij is stikjaloers.
Hij houdt 'r goed in de gaten. Maar dat is wel te snappen.
Het is 'n plaatje. Proost.
Dat is nog 's goede frambozenlikeur.
Lijken ze op elkaar?
- Odette en d'r zus. - Helemaal niet.
Het schijnt zelfs dat ze verschillende vaders hebben.
- Is die zieke verplaatst? - Nee. Ze is dood.
We hoorden 'r niet meer. Toen was 't al te laat.
Gelijke monniken, gelijke kappen. Schoonzus of niet, ze is dood.
Ze was pas twintig.
Hebt u 'n bijdrage voor de krans voor juffrouw Godreau?
Natuurlijk.
Heb jij kleingeld?
Waarom zou ik iets geven? Ze hebben geld zat om 'n krans voor 'r te kopen.
Konden we maar meer doen.
- Bid voor haar. - Ja, dat kost niets.
Mevrouw Maigret...
20 frank. Bedankt namens haar.
Komt u verder, meneer Maigret.
U wilde me spreken. Gaat u zitten.
Hebt u 'n klacht?
Ik kom u om 'n gunst vragen.
Ik weet dat de kloosterlingen over niets anders mogen praten...
- dan over de ziekenzorg. - Dat is al 'n uitzondering:
Eigenlijk mogen ze helemaal niet praten.
Maar we moesten wel, vanwege de familie van onze zieken.
Ik zou graag 'n persoonlijk onderhoud hebben met een van uw kloosterlingen.
- Waarom? - Dat is persoonlijk.
Persoonlijk? Een kloosterlinge heeft geen priv�leven.
Misschien soms wel. Tegen wil en dank.
Dat is 'n zonde, meneer Maigret.
Goed.
Het spijt me dat ik u heb moeten storen.
- Tot ziens. - Tot ziens, meneer Maigret.
Mag ik weten om welke kloosterlinge 't gaat?
Als ik niet met 'r mag praten, is dat niet nodig.
Klopt 't dat u familie bent van dokter Delaunay?
Niet echt, maar onze families zijn wel met elkaar bevriend.
- Het is 'n man van grote verdienste, niet? - Een briljant chirurg en 'n goed christen.
- Is hij hier al lang directeur? - Tien jaar.
Sinds de dood van z'n vader. Het zieken- huis is al drie generaties in de familie...
en 't klooster levert al sinds de 17 de eeuw materiaal en verpleegsters.
Zo lang al? Dank u, eerwaarde moeder.
Eerwaarde zuster.
Meneer Maigret.
- Dag, dokter. - Hoe maakt u 't?
- Hoe voelt uw vrouw zich? - Beter. Maar ze wil naar huis.
Dat is over 'n paar dagen wel mogelijk. Wilde u gaan?
Kan ik u 'n lift geven?
- Graag. - Deze kant op.
- Bezoekt u uw familie vaak? - Nee, zelden.
De laatste keer is jaren geleden.
- Dit portier sluit slecht. - Ja. Je moet 't hard dichttrekken.
Is uw schoonzus zo uit de auto gevallen?
- U denkt dat ik 'r vermoord heb. - Waarom zou ik dat denken?
Dat denkt iedereen. Hebt u de praatjes niet gehoord?
Dat zijn praatjes.
Het was natuurlijk wel 'n merkwaardig ongeluk.
Vindt u niet?
Het was 'n ongeluk.
Daar woon ik.
Een mooi huis.
- Kan ik u wat te drinken aanbieden? - Waarom niet.
- Waarom doet ze zo? - Ik zou 't niet weten.
- Kent u 'r? - Ik heb 'r nog nooit gezien.
- Wilt u iets drinken? - Een whisky?
- Graag. - Ik kom naar de salon, meneer.
- M'n vrouw, Odette. - Ze is heel mooi.
Ze is meer dan heel mooi. Ze is 'n engel.
Gaat u toch zitten.
Ik neem mezelf 't ongeluk heel erg kwalijk.
Ik hield van Liliane als van 'n dochter.
Als ik langzamer had gereden, was 't portier misschien niet opengeschoten.
Zonder haar is dit huis ontzettend leeg.
Dat begrijp ik.
En alsof dat nog niet genoeg is, word ik beschuldigd.
- Het zijn maar praatjes. - Ik lijd er wel onder.
Ik voel me verantwoordelijk.
- IJs? - Nee, dank u.
Bedankt, Francis.
Op uw gezondheid.
- Hebt u vijanden? - Volgens mij niet. Waarom?
Heeft niemand in uw omgeving er baat bij om u van moord te beschuldigen?
Iemand die die geruchten misschien de wereld in helpt?
- Waarom vraagt u me dat? - Zomaar.
M'n huis staat voor u open. Ik heb niets te verbergen.
U kunt altijd langskomen en iedereen ondervragen.
Ik denk dat dat niet nodig is.
Kolonel, hebt u geen rokertje voor me?
Wat tabak dan?
Alsjeblieft.
Nu u er toch bent, kolonel: M'n klaroen ligt daar.
- Wat is daarmee? - Wilt u me 'm niet even geven?
- Hij is in beslag genomen. - Alstublieft, kolonel.
Weet u zeker dat ze gestolen zijn?
U kunt 't beter even komen aangeven. Inspecteur Philibert zal u helpen.
Mooi zo. Het was me 'n genoegen.
D'r handdoeken zouden gestolen zijn.
Maar 't is de moeder van de notaris, dus ik moet wat doen.
Wat 'n verrassing. Een glaasje frambozenlikeur?
- Liever 'n glas limonade. - Ik heb iets veel beters.
- Wat brengt u hier? - Ik kom bij Delaunay vandaan.
U zei dat u bij 'm thuis wat onderzoek had verricht.
- Dat klopt. Beklaagde ie zich? - Nee, hoor. Maakt u zich geen zorgen.
Wat hebt u ontdekt over dat portier, als ik zo vrij mag zijn?
Niet veel.
Zonder goede reden kun je bij dat soort mensen niet gaan rondsnuffelen.
Woont moeder Delaunay er ook? Ik dacht dat ik 'r zag.
Limonade is chemisch. Dit is puur natuur.
Het wordt door monniken gebrouwen.
En die weten alles van aardse voedingsmiddelen.
Dat is zeker.
Toen we bij Delaunay thuis kwamen, zag ik 'n jong meisje wegrennen.
Een jaar of veertien. Rossig, met 'n bril.
- Ik zou 'r graag spreken. - Waarom?
Ze gedroeg zich vreemd. Delaunay trouwens ook.
Weet u hoe ze heet?
Dan wordt 't moeilijk. Het is maar 'n dorp, maar...
- Hebt u de huisknecht al ondervraagd? - Goed idee.
Wie heeft 'm z'n klaroen teruggegeven?
- Mag ik 'n paar plakken van die ham? - Noix d'Ardenne.
- Is ie lekker? - Alles hier is lekker.
- Is Francis er ook? - Nog niet. Wilt u 'm spreken?
- Verwacht u 'm al snel? - Hij zal zo komen.
- Bent u de man van de beurs? - Ik dacht 't niet.
Hoezo? U weet toch wel wie u bent?
Uw gezicht komt me bekend voor. Niks zeggen, ik kom er wel op.
Ik heet Maigret.
Dat meent u niet. Toch niet commissaris Maigret?
Toch wel.
Stel je voor, commissaris Maigret.
Ik volg al uw onderzoeken. U bent zo knap.
Heel vriendelijk van u.
Bent u bezig met 'n onderzoek?
Nee, ik wil 'm alleen 'n paar vragen stellen.
- Kan ik u niet helpen? - Ik denk 't niet.
Gaat 't over z'n baas? Leidt u 't onderzoek?
Naar de dood van z'n schoonzus. Iedereen zegt dat ie 'r vermoord heeft.
Ik doe helemaal geen onderzoek.
En zonder bewijs heeft Delaunay niemand vermoord.
U hebt gelijk. De mensen zeggen zoveel.
- Kent u de familie Delaunay? - Jazeker.
Ik heb vroeger bij ze gewerkt. Het was vreselijk. De oude mevrouw is 'n kreng.
- Kent u de jonge mevrouw Delaunay ook? - Niet goed.
Ze heeft 'n goed huwelijk gesloten. Maar volgens mij is ze niet gelukkig.
Met dat oude mens altijd op d'r nek. Dat is niks voor zo'n jong ding.
En Delaunay is stikjaloers. Het schijnt dat ie 'r overdag opsluit.
Daar ben je. Commissaris Maigret wil je spreken.
- Vanwege 'n onderzoek naar je baas. - Geen onderzoek.
Ik praat niet over m'n baas.
- Het is d� Maigret. - Ik zeg niks.
Ik heb niets tegen dokter Delaunay. Integendeel.
Ik wilde alleen weten of u 't meisje kende dat ik daarstraks voor 't huis zag.
- Die tombola-lootjes kwam verkopen? - Ze had rossig haar en 'n bril.
Ja. Ze kwam lootjes verkopen.
- Kent u 'r? - Ik heb 'r nog nooit gezien.
- Weet u 't zeker? - Heel zeker.
- Misschien ken ik 'r. - Waarom zou jij 'r nou kennen?
- Wat is er? - Er is telefoon voor je.
- Wie is 't? - Mansuy. Het is dringend.
Daar is 't.
Bedankt dat je zo snel gekomen bent.
Is dit 't meisje dat je bij Delaunay zag?
Weet je 't zeker?
Waarom wilde je 'r spreken? Vermoedde je iets?
Dit in elk geval niet.
- Ik heb 't ziekenhuis gebeld. - Nee. De rechter wil 'r vast zien.
Waarom wilde je 'r nou spreken?
Omdat ze zo vreemd reageerde toen ik 'r bij Delaunay zag.
- Ze leek doodsbang. - Waarvoor?
Dat wilde ik 'r vragen.
En Delaunay deed net of ie 'r niet kende.
Heb je z'n huisknecht al gesproken? Wat zei hij?
Hetzelfde als z'n baas.
Daar is de rechter. Meneer de Folletier.
Dag, Mansuy. Wat is dit voor trieste geschiedenis?
Het lijkt erop dat ze gewurgd is. Waarschijnlijk vroeg in de nacht.
Ik vraag me af wat ze op dat tijdstip buiten deed.
- Weten de ouders 't al? - Er is iemand onderweg.
Het is vast niemand uit de buurt. Heb je 'n lijst van alle landlopers?
- Wordt aan gewerkt. - En zijn alle foto's gemaakt?
Ik had graag nog wat foto's van de hals en de wurgsporen.
- Zal ik je terugbrengen? - Als je wilt.
- Wat denk je ervan? - Niets.
Als je 'n idee hebt, hoor ik 't graag.
Is een van je mensen met de auto naar de oever gereden?
Dan zou ik die bandensporen laten natrekken.
Langzamer.
En nu stoppen.
De auto is net gewassen.
Dan was ie zeker vies.
Schrijf maar op: Englebert N3-banden.
- Je verdenkt Delaunay toch niet? - Je vroeg m'n mening.
- Francis heeft vast m'n auto herkend. - Kom, we gaan.
Komt u binnen.
Zo kunnen we rustig praten. Ik heb de hele nacht wakker gelegen.
- Waar gaat 't over? - Kom. Ik wil niet dat iemand ons ziet.
- Wat is er? - Dat meisje dat gewurgd is...
- Nieuws doet hier snel de ronde. - Iedereen praat erover.
Dat was toch niet 't meisje waar u Francis naar vroeg?
- Helaas wel. - Als ik dat had geweten...
- Wat? - Het is zijn schuld niet.
Z'n baas is alles voor 'm.
- U bedoelt dat hij 'r kende? - Nee, hij wist niet hoe ze heette.
Maar hij kende 'r wel van gezicht. Ze nam pianoles bij Odette Delaunay.
- Pianoles? - Dat is nog niet alles.
Gisteravond is Delaunay zonder iets te zeggen weggegaan. Dat doet ie nooit.
Dus Francis bleef wachten. Uiteindelijk is ie maar gegaan.
- Hoe laat was dat? - Om half acht.
En Delaunay is niet meer teruggekomen?
- Waarom weet de politie dit niet? - Mansuy en Delaunay zijn heel dik.
En ik wil niet dat m'n man problemen krijgt met z'n baas.
Dank u. Uw informatie kan nog van pas komen.
- De sleutel. - O ja. Sorry.
Ik wil niet dat m'n man weet dat ik u gesproken heb.
- U kunt op me rekenen. - Ik wist dat ik u kon vertrouwen.
Dank u wel en tot ziens.
- Dag, zuster. - Het is geen bezoekuur.
- Ik kom voor dokter Delaunay. - Die is er niet.
- Waar is ie dan? - Dat valt niet onder m'n bevoegdheid.
Ik moet moeder-overste spreken.
Wat kan ik voor u doen?
Wilt u 'n andere kloosterlinge onder vier ogen spreken?
Nee, dezelfde.
- Onze regel is ook nog hetzelfde. - U moet me helpen.
Zelfs hier moet toch bekend zijn dat er vreselijke dingen gebeuren.
Kunt u dat nader toelichten?
Er is 'n meisje vermoord.
Doet u 'n onderzoek?
Commissaris Mansuy leidt 't onderzoek. Mijn interesse is persoonlijk.
Zegt u 't maar.
Dit is 'n gewetenskwestie voor mij.
Ik vraag me af of dat meisje vanwege mij vermoord is.
Dat wil ik graag uitzoeken.
Volgens mij weet een van uw kloosterlingen meer.
Waarom denkt u dat?
Hierdoor.
Dit heb ik van 'n kloosterlinge.
Ze weet iets, maar ze wilde de gelofte van stilte niet schenden.
Nummer 15 was Liliane Godreau, Delaunay's schoonzus.
Gestorven aan de gevolgen van 'n vreemd ongeluk.
Wat is 't verband? U begon over 'n meisje.
Dat weet ik niet, maar laat me met die non praten. Eventueel met u erbij.
Dat kan ik helaas niet toestaan.
- Mag ik vrijuit spreken? - Natuurlijk.
Ik vrees dat uw gelofte van stilte andere misdaden toelaat.
Misschien weet deze non wie de dader is.
Binnen.
Kom verder, zuster Marie des Anges.
Je hebt de grondslagen van onze orde met voeten getreden.
Onze regel verbiedt ons met 'n derde te spreken...
of op enigerlei wijze te communiceren. Zelfs door middel van 'n briefje.
Maar ik ken je.
Je hebt vast 'n goede reden gehad om de regel te overtreden.
Ik heb niet lichtvaardig gehandeld. Ik had geen rust bij de gedachte...
Welke, eerwaarde zuster?
Dat ik door m'n zwijgen misschien 'n misdadiger beschermde.
Je kunt spreken.
Ik heb bij Liliane Godreau gewaakt in de nacht na haar ongeluk.
Ze mompelde onsamenhangende woorden. Maar 'n paar dingen begreep ik toch wel.
Wat voor dingen?
- Vreselijke, duivelse dingen. - Zoals?
Het had betrekking op dingen des vlezes.
Ga verder.
Ze had 't over 'n man. Over wat ze met 'm ging doen.
- Over z'n lichaam. Over... - Dit lijkt me voldoende.
Het lijkt me niet misdadig.
Ze had 't ook over 'n mes. Een Afrikaans mes.
Daar ging ze maar over door. En dat mes was 'n moordwapen.
Wie was er dan vermoord?
Dat zei ze niet.
Was dat 't?
Dat weet u zeker? Zei ze verder niets?
Zei ze niet wie die man was?
Dank u voor uw hulp.
- Hebt u er wat aan, meneer Maigret? - Ik zal 't ermee moeten doen.
- Ik zou meneer Delaunay graag spreken. - Wat kan ik voor u doen?
- Ik kon altijd langskomen, dus hier ben ik. - Komt u binnen.
Komt u maar mee.
Meneer de Folletier, rechter-commissaris. Commissaris Maigret.
Ik ken u van vanochtend. U was toch met Mansuy?
Hij was zo vriendelijk om me te laten zien hoe hij werkt.
- Bent u hier op gezag van Interpol? - Nee, ik ben hier op vakantie.
- Maigret is familie van Lourceau. - Henri is 'n aardige vent.
- Ben jij ook uitgenodigd voor de jacht? - Ja. Ga je?
Uiteraard. Gaat u ook mee, meneer Maigret?
Ik ben geen jager. Ik hou niet van vuurwapens.
Dan bent u de enige bij de Franse politie.
- Een whisky? - Graag.
- U wilde me spreken? - Ik heb 'n paar vraagjes.
Vorige keer zei u dat ik altijd 'n beroep op u kon doen.
Maar natuurlijk.
Zegt u 't maar. De Folletier is 'n goede vriend van me.
Mag ik weten waar u gisteravond was?
Toen was ik op bezoek bij m'n schoonmoeder, in Hotel des Ardennes.
- Is ze terug? - Voor de begrafenis van Liliane.
Natuurlijk. Vergeeft u mij.
Ze logeert niet hier?
Een vrouw zoals zij kan ik niet onder hetzelfde dak ontvangen als m'n moeder.
- Uw vrouw ging niet mee? - Ze is ziek.
- Tot hoe laat bent u gebleven? - Ik was om 'n uur of elf weer thuis.
Dat kunt u navragen.
Vanwaar al die vragen? Dit lijkt wel 'n onderzoek.
Ik heb niets te verbergen. Gaat u door.
Mag ik uw huisknecht ondervragen? In uw aanwezigheid natuurlijk.
Natuurlijk.
Meneer Maigret wil je wat vragen, Francis. Geef 'm eerlijk antwoord.
Weet je waar 't Afrikaanse mes is, Francis?
Ja, 't Afrikaanse mes.
- Ligt 't niet in de praktijk? - Daar zou 't moeten liggen.
- Misschien kunnen we even gaan kijken. - Vanwaar die interesse?
- Hoe kent u dat mes trouwens? - Ik zou 't graag zien.
Mag ik ook mee?
Natuurlijk. Komt u maar mee.
Volgt u me maar.
- Is er geen ingang binnendoor? - Nee, dat is er nooit van gekomen.
Ga uw gang.
- Daar lag 't. - Inderdaad. Vreemd. Waar zou 't zijn?
Ik heb 't niet gehad, meneer.
Wat is 't voor mes? Een briefopener?
Ik gebruik 't nooit. Ik open de post in de bibliotheek.
Het is meer 'n decoratief object.
Het is 'n reissouvenir van m'n vader.
Hij heeft 't meegenomen uit de Kongo.
- Is 't al lang weg? - Geen idee.
Ik wist niet eens dat 't weg was.
Hoe weet u van 't bestaan van die dolk af? Hebt u 'm soms gevonden?
- Ik heb 'm nog nooit gezien. - Ik sta versteld.
- Bent u soms paranormaal begaafd? - Misschien.
- Wat zit er achter deze deur? - De wachtkamer.
- Houdt u 's avonds ook praktijk? - Nee. Tot vijf uur 's middags.
- Brandt hier nooit licht? - Nu gaat u te ver.
Dit lijkt wel 'n onderzoek, en Delaunay 'n verdachte.
U hebt niet 't recht om 'm lastig te vallen.
Ik heb geen enkele bevoegdheid.
Maar ik kan getuigen in de kwestie waarvoor u hier bent:
Ik heb Claudine Duffieux hier kort voor haar dood gezien.
Dat vertelde Philippe. En wat dan nog? Ik zie 't verband niet.
Ik ken uw reputatie, maar nu draaft u toch door.
- De toekomst zal 't uitwijzen. - Ze verkocht lootjes.
Overal in de buurt, dus vanwaar uw interesse voor Philippe?
Vanwege die briefopener? Die kan ook door 'n pati�nt zijn meegenomen.
En dat meisje is niet doodgestoken, maar gewurgd.
Dus...
Dus niets.
Dag, inspecteur Philibert.
- Is commissaris Mansuy er niet? - Die is boven.
Meneer Duffieux, de vader van 't slachtoffer.
Gecondoleerd.
- Hoe staat 't ervoor? - Niet best.
Een rozenkrans. Een rode portemonnee.
Leeg.
Een blok briefpapier. Er ontbreken vijftien vellen.
- Hoe weet je dat? - Dat kun je bovenaan tellen, sukkel.
Schreef uw dochter veel brieven?
Aan d'r broer in Brussel. Ze waren erg aan elkaar gehecht.
- Is hij al ingelicht? - We hebben 'n telegram gestuurd.
- Bent u klaar? - Nog niet helemaal.
En dit moet allemaal worden verzegeld.
Een houten kruisje. Een lappenpop.
Er zit niks in.
Wat kan er nou in zitten?
Het spijt me, maar we moeten 'm opensnijden.
Ik begrijp hoe u zich voelt, meneer Duffieux.
Er moet alles aan gedaan worden om die misdadiger te pakken te krijgen.
We zullen 'm vinden. Daar zal ik persoonlijk voor zorgen.
Mag ik u 'n paar vragen stellen?
- Dat hebben uw collega's al gedaan. - Nog 'n paar details.
Wat deed uw dochter daar volgens u op dat tijdstip?
Dat heb ik al gezegd: Dat kan gewoon niet.
Mijn dochter was geen straatmeid.
Ze kon daar op dat tijdstip gewoon niet zijn.
Iemand moet 'r daarheen hebben gelokt.
Hebt u enig idee wie?
Ik weet alleen dat ze 'n net meisje was.
Ging Claudine vaak naar de familie Delaunay?
Een keer per week.
Ze nam pianoles bij mevrouw Delaunay.
Die zei dat ze heel begaafd was.
- Wat doe jij hier? - Ik zocht je.
- Op 't bureau zeiden ze dat je hier was. - Dat komt goed uit. Ik moet je spreken.
Je brengt me in 'n heel vervelend parket.
Volgens de Folletier zou ik je hebben belast met de leiding van 't onderzoek.
- Dat heb ik niet gezegd. - Maar dat denkt ie. Hij is woest.
Is de Belgische politie soms minder goed dan de Franse?
Heeft ie dat gezegd?
Je weet dat ik me puur toevallig met deze zaak ben gaan bezighouden.
- Als je niet wilt dat ik je help, vertrek ik. - Wacht.
Rustig maar.
Het is wel vreemd. Een zwerver? Dat komt te goed uit.
Ik heb niks gezegd.
Ik zou 't fijn vinden als je me advies zou willen geven.
Het is meer 'n gevoel.
Waarom Delaunay? Je weet niet wat je je op de hals haalt.
Een vriend van de rechter. Hij kent 'n minister.
- Je weet hoe dat volk altijd de rijen sluit. - Ja. In Frankrijk is 't nog erger.
Dan kun je je m'n positie voorstellen.
- Verdenk jij Delaunay dan niet? - Dat is niet voldoende.
Ik wil de waarheid achterhalen.
Dan willen we allebei hetzelfde.
Ik moet naar de begrafenis van Liliane Godreau.
Mag ik met je mee?
Goed. Maar geen toestanden, als je begrijpt wat ik bedoel.
Die vrouw naast Delaunay, is dat z'n moeder?
Ja. En die vrouw met dat witte haar is de moeder van Liliane.
- Waar is Odette Delaunay? - Je weet toch dat ze ziek is?
Het is de begrafenis van haar zus. Wat heeft ze?
- Een zenuwinzinking, naar 't schijnt. - En ze laten 'r alleen?
Blijkbaar. Ze is geen kind meer.
Ik moet meneer de rechter even spreken.
Meneer Popineau.
Ik wilde u nog wat vragen.
Hebt u problemen gekregen vanwege dat Afrikaanse mes?
- Ik heb er niets meer over gehoord. - Is 't teruggevonden?
- Nog 'n prettige dag. - Zegt u 's:
Hebt u Odette Delaunay al lang niet meer gezien?
- Sinds ze ziek is. - Wie verzorgt 'r?
- Meneer. Hij is arts. - Maar natuurlijk.
Dus niemand heeft 'r sindsdien nog gezien?
Behalve meneer en z'n moeder.
Ik moet de koffietafel gaan klaarmaken.
- We hadden toch iets afgesproken? - Ik vroeg 'm alleen wat.
- Dat vertelt ie meteen door. - Nou en?
- Mij kan 't wel wat schelen. - Dit heb jij vast ook wel geleerd:
Eerst verdwijnt 't slachtoffer, dan 't moordwapen.
- Er wordt 'n mes vermist. En 'n persoon. - Wie dan?
De vrouw van Delaunay.
- Belachelijk. Weet je wel wat je zegt? - Het lijkt me...
Delaunay is boven elke verdenking verheven.
Ik ga. Zal ik je bij Lourceau afzetten?
Nee, ik ga 'n stukje lopen.
Ik zie je nog wel.
- Goedenavond, meneer Pinchard. - Kolonel.
- Ben je vrijgelaten? - Ik had die portemonnee niet gestolen.
Ik had 'm gevonden. Ik steel niet.
- En dat dan? - Wat?
Dat.
Die liep op straat rond en nu breng ik 'm terug, kolonel.
- Dat is netjes van je. - Ja, kolonel.
Maar nu heb je niets meer te eten.
Inderdaad, kolonel.
Hier.
Eerst wil ik iets van je weten. Die portemonnee...
- Die heb ik gevonden. - Waar?
Dat mag u wel weten, kolonel: dicht bij m'n bivak.
- Waar is dat? - Bij 't meer.
- En waar ligt dat? - In de bossen daar, kolonel.
Dus hij lag op de oever van 't meer?
Er zijn daar drie meren. Hij lag op de oever van 't kleinste meer.
- Alsjeblieft. - Dank u, generaal.
Ik zal u schrijven. Ik beloof 't.
Iedereen belooft maar, en dan hoor je nooit meer wat.
Ze komt nog langs. We vertrekken niet meteen.
- En je werk dan? - Geen probleem.
En je zus en Henri willen toch graag dat we blijven?
Wil jij dan niet terug?
- Meestal verveel je je na drie dagen al. - Nu niet.
En er komt nog 'n jachtpartij.
Ik heb je 'n twaalfender beloofd.
Een prachtig hert met 'n enorm gewei.
Heren, ik heb jullie 'n twaalfender beloofd...
met 'n gewei als 'n kroonluchter.
Volgens mij heb ik 'm.
Jammer genoeg was dit maar 'n spiesbok.
- Een mooi schot. - Het edelhert ging die kant op.
We zullen 'm krijgen. Robert en Charles Edouard, volg de beek.
Delaunay, Laforme, rechtdoor.
Wij gaan over de weg.
Ga je mee, Maigret?
Ik heb nog 'n appeltje met je te schillen.
Ik vind je gedrag jegens Delaunay heel storend.
- Wat heb ik dan gedaan? - Je zit 'm voortdurend op de huid.
- Heeft ie zich beklaagd? - Nee, maar 't is pijnlijk.
Het spijt me, maar de feiten spreken voor zich.
Hij kan toch niet tot op de minuut weten wat ie die avond heeft gedaan?
Je gaat me toch niet vertellen dat je 'm verdenkt?
- Toch wel. - En waarom dan wel?
In de verklaringen van z'n knecht en 't hotelpersoneel...
ontbreekt 'n half uur dat hij niet kan verklaren.
- Ik weet ook niet meer wat ik toen deed. - Jou vraag ik 't niet.
- Misschien ben ik de dader wel. - Daar had ik nog niet aan gedacht.
Nee, serieus: Waarom verdenk je Delaunay?
Het is bespottelijk.
Ik ken 'm al jaren. Als ie 'n moordenaar was, had ik 't wel geweten.
- Hoe dan? - Ik weet niet.
Potverdorie. Worden we beschoten? Wie was dat?
- Robert, heb jij geschoten? - Nee.
- Waar zijn de Folletier en Delaunay? - Geen idee.
Dag, meneer Maigret.
Ik zag 't hert net. Het zit daar. Wilt u 't zien?
Wat is er?
Ik zoek u al twee uur. We hebben de moordenaar van Claudine opgepakt.
Ene Williquet. Hij heeft bekend.
- Hoe dat zo? - Hij heeft zichzelf aangegeven.
Wie had dat nou gedacht.
Met uw goedvinden zou ik de verdachte graag willen zien, meneer de rechter.
Kom mee, dan bespreken we dit onder 't genot van 'n drankje.
- Waar bevond u zich? - Bij die stapel hout.
Dan lopen we daarheen.
Daar is ze niet gevonden. Ze lag bij de boot.
Doe 'm z'n boeien af.
Dus daar bevond u zich?
Wijs maar aan.
- Wat is er gebeurd? Verzette ze zich? - Nee, ze wou zelf.
- Wat wou ze? - Wat denkt u? Ze lokte me hierheen.
- Zij lokte u hierheen? - Dat zeg ik toch.
En toen?
Toen deed ze d'r rok omhoog.
- Uit zichzelf? - Ja. Ze wou dat ik 'r aanraakte.
- En wat deed u? - Ik raakte 'r aan.
- Stond ze of lag ze? - Ze zat. Daar.
- En u? - Ik zat naast 'r.
Laat maar 's zien.
Ik heb 'r genomen en zij liet 't toe.
Waarom hebt u 'r dan vermoord?
Ik was opgewonden, maar ineens wou ze niet meer.
Ze krabde me. Kijk maar.
Ik kreeg 'n waas voor m'n ogen en sloeg 'r. Ze rende weg, ik er achteraan.
- Waar rende ze heen? - Daarheen.
Bij de boot.
- Hier haalde ik 'r in. - En toen?
Toen schopte ze me. Dat deed zo'n pijn dat ik m'n hoofd verloor.
Wat deed u toen?
Ik kneep d'r keel dicht en toen was 't afgelopen.
U vermoordt 'n jong meisje omdat ze u schopt?
Het was geen jong meisje, meneer de rechter.
Het was 'n slet.
Ze had vlechten en droeg witte sokjes, maar 't was 'n slet.
Een echte straatmeid.
Zo is 't wel genoeg.
Een slet, meneer de rechter.
Wat denk jij ervan?
Heb je die bandensporen nog nagetrokken?
Englebert N3?
Klopt. Zo'n 120 auto's hier rijden ermee rond.
Waaronder die van Delaunay.
En de auto van moeder-overste, als je 't wilt weten.
Je hebt je vergist, maar je wilt 't niet toegeven.
- Je bent 'n slecht verliezer. - Ik speel niet.
- Hij doet zoiets nooit zonder goede reden. - Wat voor reden heeft ie nu dan?
Geen idee. Ik vraag 'm nergens meer naar.
- En daarom doet ie of je gek bent. - Je wordt bedankt.
Op vakantie kan ie zich best wat meer met jou bezighouden. Maar wat doet ie?
Dag, zwager.
In afwachting van jou zaten we wat te kletsen. Thee?
Het schijnt dat de verdachte bekend heeft?
Daar lijkt 't op, ja.
Ik ben moe. Ik ga even rusten.
Wat is er?
Wat zit je dwars?
- Ik wil weg. Ik wil naar huis. - Waarom?
We zouden zondag terug en nu is 't dinsdag. Ik heb thuis van alles te doen.
- Zoals? - De gordijnen in de kamer bijvoorbeeld.
Je zus heeft gezegd dat we moesten opkrassen, he?
Dat heeft ze niet gezegd.
Ik heb gewoon genoeg van al die praatjes achter je rug.
Heb je soms je verstand verloren?
We logeren bij m'n zus en jij vervreemdt 'r van haar beste relaties...
die belangrijk zijn voor Henri's werk.
- De familie Delaunay. - Iedereen is tegen je.
Weet ik.
Je beschuldigt 'n eerzaam man zonder enig bewijs.
Er is niets tegen Delaunay in te brengen. Alleen jij haalt je van alles in 't hoofd.
Iedereen is tegen me en jij blijkbaar ook.
Nee. Dat weet je best.
Maar dit is niet de Parijse recherche. Jij bent hier niet de baas.
Ik weet dat ik gelijk heb.
Dat mes van Delaunay bestaat en 't is verdwenen.
En er zijn drie personen verdwenen:
Liliane, die bij 'n vreemd ongeluk is omgekomen.
Claudine, die gewurgd is.
En wie is de derde?
Odette Delaunay. Sinds de 12de is ze niet meer gezien.
- En die drie kennen elkaar goed. - Claudine's moordenaar zit vast.
Natuurlijk. Waarom makkelijk als 't moeilijk kan? Hij heeft bekend.
Je verpest m'n relatie met m'n zus om 't laatste woord te hebben.
Wil je weg? Dan vertrekken we. Morgen.
Ga je zus 't goede nieuws maar vertellen.
Meneer Maigret.
Stap maar vast in. Wilt u de bagage inladen?
Ik kom net bij meneer en mevrouw Lourceau vandaan.
Ik wist niet dat u vandaag al vertrok.
- Wat is er? - Hebt u de krant niet gelezen?
Wat ze allemaal over Claudine schrijven... Alsof 't niet genoeg is dat ze dood is.
Die vent heeft maar wat gezegd.
- Straks mis je de trein. - Ik kom eraan.
Ik heb 't al tegen commissaris Mansuy gezegd, maar die wil niet luisteren.
Mijn Claudine was geen straatmeid.
- Ze was nooit met die vent meegegaan. - Ik ben 't met u eens.
- Dan moet u me helpen. - Moet u horen, meneer Duffieux:
Dit valt onder de bevoegdheid van de Belgische politie.
Ik kan alleen maar advies geven.
- U kunt niet zomaar weggaan. - Het spijt me.
Reist u over Brussel? Kunt u dan bij m'n zoon langsgaan?
Ik heb 'm twee telegrammen gestuurd, maar hij heeft niet gereageerd.
- Misschien is ie op reis. - We hebben 'm al weken niet gezien.
Doet u 't alstublieft, als u tijd hebt. Rue des Eperonniers 24.
Wilt u 'm even nalezen en dan tekenen?
- Kan ik nu gaan, inspecteur? - Heb je de naam en 't adres?
- Zoals gewoonlijk. - Dan kunt u gaan, mevrouw.
- Wat heeft ze als tijdstip genoemd? - Na vieren.
- Krijg nou wat. Je was toch weg? - Ik ben teruggekomen.
Dat verwachtte ik al.
Het komt wel goed uit. Kom mee. Ik moet je spreken.
- Ik zit ontzettend in de nesten. - Wat is er dan?
Het sectierapport van Claudine Duffieux. Het zal je vast bevallen.
Er zat zand onder d'r nagels en in d'r kleding en haar.
Alsof ze zich verzet heeft en over 'n zanderige ondergrond gesleept is.
- Waar ze gevonden is, lag geen zand. - Wel drie kilometer verder...
- bij de zandafgraving. - Tussen Delaunay's huis en 't hare?
- Hoe weet je dat? - Dat dacht ik zomaar.
Jij doet altijd alsof je alles weet.
Als jouw verdachte heeft gelogen, zit je zonder dader.
En of ie loog. Zag je die vrouw die net wegging?
Dat is al de vijfde die zegt dat ie op dat tijdstip stomdronken was.
- Wat drinken? - Nee. Dat verbaast me niets.
Niks verbaast jou.
Het wordt al overal rondgebazuind. Moet je m'n vrouw straks horen.
Hoed u voor de mening van echtgenotes.
Waarom verzint zo'n idioot zoiets?
Ik doe 'm een proces aan. Belediging van 't gezag.
Die stakker haalt fantasie en werkelijkheid door elkaar.
Zo heb ik er al veel gezien.
- Waarom zei je dan niks? - Had je geluisterd?
In elk geval moet ik nu snel 'n dader vinden.
Als je enig idee hebt, hoor ik 't graag. Geen geheimzinnig gedoe meer.
M'n idee�n stonden je niet aan.
Nee, omdat jij straks weer weggaat. Ik moet hier met hen verder.
Wil je de dader oppakken of niet?
Heb je bewijzen?
Ik had in Brussel twee uur overstaptijd. Toen ben ik naar Emile Duffieux gegaan.
- Wat is 't verband? - Die is sinds de 12de niet meer gezien.
Op die datum is mevrouw Delaunay 'ziek' geworden en ook niet meer gezien.
Dus Delaunay heeft z'n vrouw vermoord. Wat 'n onzin.
De feiten spreken voor zich.
En weet je waar Emile Duffieux het weekend van de 12de heen ging?
- Hoe moet ik dat nou weten? - Volgens de conci�rge was ie hier.
Elk weekend. En niet bij z'n ouders, want die hebben 'm al weken niet gezien.
Nog iets. Bij de post van Emile zat behalve de telegrammen van z'n ouders...
ook 'n brief met 't briefhoofd van Delaunay.
- Wat stond erin? - De conci�rge wou 'm niet openen.
Dus je hebt 'm niet gelezen.
Je moet 't huis van Emile laten doorzoeken en die brief in beslag nemen.
Huiszoeking is 'n zware stap. En als 't vals alarm is?
Je moet risico's durven nemen.
Ik ga geen huiszoekingsbevel aanvragen op basis van vermoedens.
Kom mee dan.
Weer naar Delaunay? Wat ga je zeggen?
- Geen idee. We zien wel. - Hoezo, 'we zien wel'?
Als er iets te zien is, is dat bij Delaunay thuis.
- Wat is er? - Zie je die vrouw?
- Ja. - Heb je 'r niet herkend?
- Nee. Wie is 't dan? - Odette Delaunay.
- Omkeren. - Delaunay z'n vrouw vermoord. Ja, ja.
Volg 'r op afstand.
Schiet op.
Stoppen.
- Waar gaat ze naar binnen? - Bij Olga. Een modiste.
Erheen.
Stop maar voor de winkel.
Kom mee.
Mevrouw Delaunay?
- Wie bent u? - U kent me niet.
Ik hou me al enige tijd met u bezig.
Wie bent u?
Een vriend van Emile.
Een vriend van Emile?
Hebt u 'm gezien?
Is hij uw geliefde?
Hier ontmoette u elkaar, he? Hij kwam door de achterdeur...
en u kwam hierheen voor een 'pasbeurt'.
Niks zeggen, lieverd. Hij werkt vast voor je man.
- Dames. - Commissaris Mansuy.
- Vertel ze wie ik ben. - Dit is commissaris Maigret uit Parijs.
We zijn bezig met 'n onderzoek naar de moord op Claudine Duffieux.
Er ligt 'n brief met Delaunay-briefhoofd in 't huis van Emile Duffieux...
de broer van Claudine. Kende uw man hem?
Nee. Die brief is van mij.
Hoe kan dat? Heeft Emile 'm niet gelezen?
Wat stond erin?
- Dat is persoonlijk. - U kunt op onze discretie rekenen.
Het is belangrijk dat u antwoord geeft. Zijn Emile en u geliefden?
Dit is onze ontmoetingsplaats. De enige plek waar ik alleen naartoe mag.
Haar man sluit 'r op. Ze mag nergens heen zonder zich te verantwoorden.
Houdt hij u achter slot en grendel?
Ik heb 'n paar dagen slaapmiddelen gekregen.
Toen ik 't in de gaten kreeg, heb ik ze niet meer genomen.
Bent u gevlucht?
Waarom?
Ik kon vandaag uit m'n kamer ontsnappen.
In de woonkamer zag ik in 'n krant de koppen over de moord op Claudine.
Toen werd ik bang en ben ik gevlucht.
Waarom werd u bang?
Dat weet ik niet.
Heeft Claudine ervoor gezorgd dat uw brief bij Emile kwam?
- Ja. Hoe weet u dat? - Ik zag haar 't huis uitkomen.
U hebt de brief uit uw kamerraam naar 'r toegegooid, he?
Ze gaf onze brieven door.
Tijdens de pianolessen.
En waarom deze keer niet?
- Ik mocht niemand meer zien van m'n man. - Sinds wanneer?
Sinds de 12de.
Gaat u nu maar terug naar huis.
- Ik wil niet terug, commissaris. - U moet.
Maar u hebt niets te vrezen. Mansuy en ik gaan mee.
Kunnen we hier bellen?
Bel de rechter en zeg dat ie naar Delaunay moet.
- Heb je nog meer bewijzen nodig? - Goed dan.
Heren.
Waar was je nou? Ik was doodongerust.
Vlakbij.
Moeder belde dat je zomaar was weggerend.
Ik heb alles laten vallen en ben meteen gekomen. Wat is er?
Wij zijn zo vrij geweest uw vrouw thuis te brengen.
Hopelijk vindt u dat niet vervelend.
Dat heeft trouwens 'n boeiend gesprek opgeleverd.
Waarover?
Over Emile Duffieux.
- Wie? - Waar is hij?
- Wie bedoelt u? - Emile Duffieux.
Hoe moet ik dat weten? Ik weet niet eens wie hij is.
U weet toch wel dat hij de geliefde van uw vrouw is?
- U maakt 'n grapje. - Dat zou van slechte smaak getuigen.
Heb jij dat tegen ze gezegd?
Waarom verzin je zoiets? Dat is toch niet redelijk?
Nee, dat is niet redelijk.
Ik hou van 'm. En ik was weggelopen als jij me geen slaapmiddelen had gegeven.
Het waren kalmerende middelen.
Je hebt 'n zware zenuwinzinking, dat weet je best.
Ik wil weg.
Weg van hier en naar Emile.
Waarom verneder je me waar deze mensen bij zijn?
Ik wil je niet vernederen. Maar nu kun je me niet meer tegenhouden.
Als je echt weg wilt...
moet je je maar gaan verkleden. Goed?
Ik ga m'n koffer pakken.
Ga je gang.
Het spijt me. Komt u toch verder.
Gaat u zitten.
Vreselijk om de vrouw die ik liefheb zo te zien aftakelen.
Bedoelt u dat 't onzin is?
Dat spreekt voor zich. Ze is ziek.
Het vervelende is dat uw vrouw niet de enige is die die onzin vertelt.
We hebben 'n getuige: de modiste.
Uw vrouw en haar geliefde ontmoetten elkaar bij haar.
Een vrouw van haar allooi is niet geloofwaardig. Mansuy?
- Ze is ongehuwd, maar... - Ze is geen gezelschap voor Odette.
- Meneer de Folletier. - Alain. Je komt precies op tijd.
Bent u nog steeds hier?
Dag, Mansuy. Waarom heb je me laten komen?
Er zijn nieuwe ontwikkelingen inzake de moord op Claudine.
Dat kan commissaris Maigret u beter vertellen.
- Als ik 't niet dacht. Een nieuwe dader? - Inderdaad.
Volgens mij staat de moordenaar voor ons.
U bent wel koppig.
Hij heeft 'r vermoord in 't ontbrekende half uur in z'n verklaring...
in de zandafgraving waar ze op weg naar huis langs moest.
- Ik heb de tijd opgenomen. - Franse methoden.
Maar ze is drie kilometer verderop gevonden.
Daar is ze met de auto naartoe gebracht en neergelegd.
De bandensporen die 't team van Mansuy gevonden heeft, zijn heel duidelijk.
En 't motief?
Ze wist van de verhouding van z'n vrouw met Emile Duffieux.
Wie is die Emile Duffieux toch?
Dit riekt sterk naar laster.
Mevrouw Delaunay heeft ons over die verhouding verteld.
- Odette slaat weer wartaal uit. - Hebt u bewijzen voor die bewering?
Volgt u me maar.
Zondag de 12de, nadat hij z'n vrouw slaapmiddelen had toegediend...
ging dokter Delaunay naar Emile Duffieux...
die op Odette wachtte met in z'n porte- monnee twee kaartjes naar Brussel.
Met 'n smoesje, misschien 'n gesprek van man tot man...
lokte hij 'm hierheen en vermoordde 'm...
met 't Afrikaanse mes dat daar lag.
Is 't weer terug?
Het meisje had 't meegenomen om te poetsen.
U bent 't gaan zoeken toen bleek dat de verdwijning vraagtekens opriep.
Wie slaat er nu wartaal uit?
Commissaris Mansuy, gaat u 't dienstmeisje verhoren.
U ziet dat dokter Delaunay z'n rivaal met 'n geducht wapen heeft vermoord.
Liliane Godreau zag 't gebeuren. Daarom is ze nu dood.
Het was 'n ongeluk. Het portier sloot niet goed. Klinkklare nonsens.
Inderdaad. Hoe komt u daarbij?
De verpleegster die bij haar waakte, hoorde Liliane ijlen over de moord.
Zuster Marie des Anges. Ze kan getuigen.
Een incompetente verpleegster waaraan ik geen woord vuilmaak.
- Ze liegt. - Stel dat ze liegt.
Dan is er toch iets wat ik niet begrijp: Hoe ver had u willen gaan?
Wilde u uw vrouw eeuwig slaapmiddelen geven?
Was de modiste de volgende getuige die u uit de weg wilde ruimen?
- Of ikzelf? - U raaskalt.
Er is meer.
Komt u maar mee.
Komt u mee, dokter?
Hij heeft 'm over dit pad gesleept.
Ver kon hij niet gaan. Het lijk van 'n man is zwaar.
Dit is bespottelijk.
Hier verstopt Pinchard z'n flessen.
Hij slaapt er soms ook.
Afgelopen woensdag was z'n geluksdag: Hij vond 'n portemonnee vol geld...
met twee treinkaartjes naar Brussel.
- Wel vreemd, op deze afgelegen plek. - Hoe bedoelt u? Ik kan u niet volgen.
Die portemonnee was van Emile. Z'n zus had dezelfde.
- Waar is die portemonnee? - Op 't bureau.
Pinchard had 'm toen hij werd aangehouden.
We dachten dat ie gestolen was, maar niemand kwam 'm halen.
- En wat bewijst dat? - Het zijn maar vermoedens.
- Wat u zegt. - M'n brieven.
- Waar zijn m'n brieven? - Welke brieven, schat?
De brieven van Emile. Heb jij ze weggenomen?
Ga toch naar binnen.
Zo is hij natuurlijk achter uw verhouding met Emile Duffieux gekomen.
- Ik wist nergens van. - U ontkent?
Wilt u bewijs? Dat zal ik u geven.
Het bewijs ligt hierin met 'n steen om z'n nek.
Je hebt 'm vermoord.
- Monster. - Rustig, Odette.
Hij heeft 'm vermoord.
Dokter.
Denkt u niet dat 't eenvoudiger is om de waarheid te zeggen?
Hebt u 'm vermoord?
Het was 'n smeerlap.
Hij misbruikte haar. Hij bezoedelde haar.
Het ging 'm alleen om de status.
- Elke rijke vrouw was goed geweest. - Hij hield van me.
Hij hield niet van je.
Ik hou van je. Jij bent voor mij de ideale vrouw.
En dan gooi jij je te grabbel voor zo'n pummel.
- Hij hield van me. - Hou je mond.
Kom mee.
Blijf hier niet staan.
Kom, mevrouw. Blijf hier niet staan.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.