Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Geen idee. - Een blije familie.
Lachen. - Je trapt m'n ski uit.
Niet met dat ding op z'n ski.
Ervoor?
Zo? - Tegen elkaar aan?
Jongens, lachen.
Armen hoog. Zo?
Finn... - Je staat op m'n ski.
Jongens. Niet naast elkaar staan.
Uit elkaar.
Stop...
Zeg dat nog eens.
Hij wil mij ervoor hebben. - Nee, blijf zo staan.
Wacht nou tot we klaar staan.
Ga rechtop staan.
Kijk naar de camera. En lachen.
Kom op, zeg 'Oostenrijk'. - Oostenrijk.
Stokken hoog. - Stokken hoog. Geen idee.
Druk, hè?
Het eind van de dag. - Ik denk het.
Sorry.
Er zijn hier helemaal geen kinderen. Dat is wel raar, hè?
Misschien andere vakantieperiodes. - Ja, misschien.
Deze kant op.
Jongens, ik wil jullie kunnen zien.
Dank je wel. Familie Stanton.
Met wie app je? - Met Zach.
Zach van je werk? - Ja.
Zijn jullie nu vrienden?
Nee, maar ik vertelde hem van onze reis en hij en Rosie...
zijn nu ook in Europa.
Meen je niet. - Hij is nu in Amsterdam.
Hashtag geen agenda. - Schei uit.
Hashtag geniet van 't leven. - Hashtag verzin wat beters.
Ja, ik weet 't. - Hashtag geen hashtags.
Hashtag verspil je tijd niet. Aan hashtags.
Doe die telefoon weg. - Al klaar.
We zijn nu hier.
Juist. - Hallo.
Hallo, ik ben Charlotte.
Een goede vlucht gehad? - Ja, prima.
Hoe laat zijn jullie aangekomen?
Zo rond de middag... - Ja, maar ik wilde meteen gaan skiën.
Sorry dat ik er niet was. Wat heb ik voor jullie?
Jullie zijn...
De Stantons. - Ja, dat weet ik.
Resortplattegrond.
Sleutelkaarten. - Mooi.
Even uit nieuwsgierigheid, zijn hier nog meer kinderen?
Hier niet.
In Fiss, 20 minuten hier vandaan.
Allemaal gezinnen. Maar hier is het beter, veel levendiger.
Het Ibiza van de Alpen. Elke avond feest.
In Europa dragen we geen badkleding in de sauna, dus iedereen is naakt.
Wij schamen ons niet voor het lichaam.
Jij hebt makkelijk praten. - Nee, wees trots op je lichaam.
Oké, ja. Dat zal ik zeker doen.
Allebei. - Ja, absoluut.
We zijn er trots op. - Ik ben jullie vriend.
Willen jullie mijn vrienden zijn?
O, zeker. - Dan zijn we vrienden.
Mooi. Geweldig. - Oké.
Sorry.
Dank je wel. - Heel erg bedankt.
Jongens, hang je skispullen te drogen.
Jongens, hou op.
Dat kan allemaal in de laden.
Ik zal je wat zeggen.
Die twee in één bed wordt een ramp.
Schat.
Ik stop er nu mee. Zach blijft appen.
Hij wil weten waar we zijn...
Ja, maar we gaan ze niet vragen om hier te komen, toch, Pete?
O nee, daarom wilde ik het gesprek afronden.
Mooi.
Kijk eens. Mijn vaders muts.
Ik wil 'm hier dragen. - Ongelofelijk.
Zo is ie bij ons. - Wat lief.
Dat is zo mooi.
Sorry als ik een beetje...
Daarom zijn we toch hier?
Het is goed voor ons allemaal.
We moeten stoppen, hè?
Klaar.
Oké, oprecht.
Want morgen willen we flink ontbijten. - Ja.
Ik pak een douche. - Oké.
Klop-klop. - Wat?
Hoezo wat? - Wat?
Ik trek m'n kleren uit. Je moet trots zijn op je lijf.
Ik wist 't.
Dan kunnen we elkaar niet kwijtraken.
Slim, hè? Ze hadden niet zo veel meer...
alleen deze terug-naar-schoolstickers, dat zullen de jongens wel niks vinden.
Vast niet.
Je draagt 'm wel onder je helm, hè?
Eronder.
Jongens, we gaan zo. Maak je spullen in orde.
Rustig aan, Finn.
Stop.
Je moet op de rest wachten, oké? - Oké.
O, god. - Hij speelt 't.
Schat, het is maar een fase. - Ik weet het.
Hoe groter je 't maakt... - Hoe meer aandacht...
Dan wordt het een ding. - Precies.
Niet te geloven.
Je gaat als een speer, Em.
Oké, ik dacht zo, als we nu alleen soep nemen...
en dan om vier uur van dat lekkere gebak.
Dan hebben we nog trek om te eten. Goed idee?
We kunnen straks Het Beest doen. - Dat wil ik wel.
Ik denk dat 't wel meevalt, het is een rode.
Echt? - Amerikaans blauw.
Sommige zwarte zijn Amerikaanse blauwe, Europese rode.
Ze zijn niet echt zwart. - Van wie heb je dat?
Dat weet ik gewoon. Je kan het wel.
Of zullen we voor poedersneeuw gaan?
Dan kunnen we een beetje oefenen voor de...
Rodeo?
Nee, Pete, voor de...
Een gecontroleerde lawine.
Is dat wel oké, Pete? - Ja, prima.
Mam?
Mam.
Pete?
Gaat het?
Wauw, hè?
Dat was... Toch?
Waanzinnig.
Die mensen lachen.
Iedereen oké? - O, hé...
Kijk eens. - Even dit wegvegen.
Zeg het maar. - Ik ga voor de soep.
En straks gebak?
Tuurlijk.
Maar nu alleen soep.
Dank u.
Stop.
Stop.
Kijk nou wat je doet.
Alles cool. - Nee, je had 'm bijna fijn gedrukt.
Alles oké? - Ja.
Alsjeblieft. - Wat is er?
Ze gaan niet hard. - Wat is er?
Laten we gaan. We gaan.
Alles is cool.
Moet ik je helpen met je schoenen? - Nee.
Wat was er nou?
Hij keek niet en hij kwam er bijna tussen.
Is alles oké? - Ja, goed.
Hij is oké.
Ik schrok.
Je ziet er mooi uit.
Dank je.
Kun je even... Ik ben...
Het is druk.
Ga je nog wat zeggen...
Mijn lieve vrienden.
Ze wil dat we... - Nee, ze zwaait alleen.
Nee, ze wenkt ons.
We verzinnen een smoes. - Geen excuses.
Oké. Dat lijkt me nu wat onbeleefd.
We horen bij die dame in het wit. - Helemaal niet.
Ja... - Witte wijn en scotch.
Dank je wel.
Nog een drankje voor mijn vrienden.
Nee, eentje is genoeg.
Nee, je moet nu nemen.
Het wordt een gekkenhuis. Ibiza van de Alpen.
Juist.
Ik drink ze wel op. Ik ga naar de clubs.
Fijn. Avondje vrij, hè?
Heb je wel genoeg vrij?
O ja. Tijd zat om genoeg pikken te scoren.
Da's mooi.
Vrije tijd is fijn.
We hebben gasten. - Charlie.
Dit zijn mijn vrienden. Billie. En Pete.
Ik had het net over je. - Goeie dingen, hoop ik.
Ja hoor. - Wat zei ze dan?
Het was heel kort. - Ja, ze is een fan van je.
Alleen maar positief.
Dat ik altijd pikken kan scoren.
Is dat... - Ja, dat is wat ze zei.
Juist...
Ik dacht dat...
Ik dacht...
Dat was een grapje.
Dacht je dat we gingen trouwen? - O nee.
Ik dacht niet aan trouwen, maar wel aan...
Het was zo'n leuke dag...
Ik wil weg.
En ik...
Waar kennen jullie elkaar van?
O, van hier.
Ik ben hier sinds zondag en zij heeft me rondgeleid.
Ja, en je leert snel.
Snel.
Was het leuk op de berg?
Het was geweldig. Perfecte sneeuw.
Een echte Alpen-ervaring. - Nou...
we kwamen bijna om in een lawine.
Wat? - Ja, maar het was fantastisch.
Billie, ho nou. Dat was maar even.
Een lawine. - Goeie genade.
Goeie beurt. - Nee, ik bedoel...
Het voelde heel even gevaarlijk.
Wacht nou eens even.
Het voelde best lang levensgevaarlijk.
Echt waar.
En toen het voorbij was, was alles weer goed.
We waren oké. - De kinderen waren doodsbang.
Uiteraard. Zonder twijfel.
Pete, wat zij zagen...
Was angstaanjagend voor ze. Absoluut.
Maar ze zitten nu lekker boven een film te kijken.
Lekker ontspannen. En ik denk...
We hebben de laatste tijd veel meegemaakt.
Mijn vader is acht maanden geleden overleden.
Dat gebeurt. - Wat rot.
Da's best veel. En daarom kwamen we hierheen.
Daarom zijn we hier.
Laten we hier zijn.
Op hier.
Op hier.
Mijn vader was dertig jaar lang reisagent.
Maar hij kwam nooit ergens.
Zijn kennis deed hij op met research.
Toen hij met pensioen ging, samen met een makker...
kregen ze een schitterend glasservies.
Hij had er een speciale plank voor en zelfs wij mochten ze niet gebruiken.
Waar bewaarde hij ze voor? Misschien voor niets.
Maar ten tijde van de begrafenis ontmoette ik Hughie.
Die vriend van zijn vader.
We dronken op pa, uit die glazen, bij Hughie thuis.
En hij deed ze gewoon in de vaatwasser.
Ik vroeg hem: Gebruik je ze gewoon elke dag?
Weet je wat hij zei?
Elke dag kan de laatste zijn.
Dat is echt krachtig.
Dus voor mij...
was vandaag elke dag.
Op vandaag. Vandaag.
Hoe dan ook, ik vind dat je het moet melden.
Voor je gemoedsrust.
Wat een geweldig idee. Dat is wat ik ga doen.
Ja. - Toch?
Geweldig idee.
Ja. - Jongens...
We willen een klacht indienen.
Er was een lawine en...
Die zorgde voor nogal wat paniek gisteren.
De gecontroleerde lawine.
Dat zegt u, maar u moet wel weten...
dat mensen echt in paniek raakten.
Maar er is toch niets gebeurd?
Dat weten we niet.
Dat is zo.
Iedereen was veilig.
Dat is fantastisch nieuws.
Dat is zo fijn om te horen.
Ik wil toch even zeggen...
Waarom staan er nergens waarschuwingsborden?
Die zijn er wel. - Waar dan?
Bij liften, gondels, hotelrecepties, restaurants, winkels...
bars, frisdrankautomaten, toiletten.
Nou, dan hebben wij ze niet gezien.
Nou...
Klopt dat niet?
Misschien...
Ik heb wel iets gezien dat iets zei over de sneeuw.
Ja, ze hangen overal.
Dus jij hebt ze gezien? - Er waren veel...
Ik zag één bord. Er was...
Wacht even.
Wat ik wil zeggen... - Wat wil je zeggen?
Wat wil je zeggen? - Waarschuwing of niet...
wel of niet gezien...
we vinden gewoon dat het amateuristisch is uitgevoerd.
Het was perfect uitgevoerd.
Nee, dat was het niet.
U maakt mij niet wijs dat het zo moest.
Ja, zo moest het.
De sneeuw lag op de borden.
U begrijpt volgens mij iets niet.
Dit was een enorme gebeurtenis voor ons gezin.
En ik wil er geen juridische zaak van maken.
Echt niet. Nee, echt. Ik zeg alleen maar wat ik niet wil.
In Amerika word je al aangeklaagd als je koffie heet is.
Val dood, ik ben advocaat. - Je hebt onze klacht gehoord.
Iemand moet het weten. - Bedankt voor je tijd.
En ik bedank je niet voor je tijd.
Dat is wel zeker.
Ik kan 't zelf.
Wat een eikel, hè? - Ja.
Wie is een eikel?
Die man die zogenaamd de leiding heeft.
Een grote eikel.
Heb jij... Ja.
Zo? - Het moet zo.
Zo ja.
Hoe graag reis je met mij?
Zo graag.
Mam...
O, mijn god. Pete?
Zal ik Em wakker maken? - Ja.
En niet kijken naar slapende mensen.
We moeten gaan.
Waar gaan we heen?
Gaan we naar een andere berg? - Iets beters. Papa's verrassing.
Laten we eerst nog even eten.
We zijn al laat. - Ik rammel.
Ik pak wel even wat fruit. - Dat hoeft niet.
Pap, de auto. - Kan de kofferbak open?
We zijn er. - De Stantons?
Ja. - Ze wilden net gaan.
We hadden ons verslapen. Kom, jongens.
We gaan heliskiën. - Te gek.
Ja, dat heeft papa bedacht. - Ik heb echt honger.
Dat ben je straks vergeten.
Misschien hebben ze een proteïnebar. Hebben jullie een bar?
Ja, er is een veiligheidsgordel.
We moeten nu echt instappen.
Krijgen we nog uitleg? - Ja, onderweg. Kom nou.
Waar is mijn handschoen? - Gaan we gewoon?
Krijgen we geen informatie? - Zoals?
Die krijgen we aan boord. - Mam.
Ik ben m'n handschoen kwijt. - Wat dom.
Nee, kom even hier. Kom hier.
Wat doen wij niet?
Elkaar beledigen.
Dus wat zeg je nu, Finn?
Sorry. - Heel goed, Finn.
Wacht even, Pete. Nee, niet goed.
Kijk hem aan en zeg het zo hard...
dat hij het kan horen.
Sorry. - We moeten gaan.
Alsjeblieft. - We moeten echt vertrekken.
Het weer slaat om.
Hij mist een handschoen. Wat voor weer krijgen we dan?
Kom nou. Elke dag kan de laatste zijn.
Dat snap ik, maar hij mist een handschoen.
En zij zegt dat het weer misschien omslaat.
Ze hebben wel een reservehandschoen. - Heb je die?
Geen idee. Kom nou. - Die hebben ze echt wel.
Ze weet het niet. - Geef hem dan de jouwe.
Dan krijg ik het koud, Peter. - Oké, de mijne dan.
Die zijn veel te groot.
Heb je reservehandschoenen?
Heb je reservehandschoenen? Proteïnebars?
Billie, dit heeft twee mille gekost. - Dat weet ik, Pete.
We gaan wat leuks doen. Kom op.
Pete, stop.
Je loopt niet zomaar weg.
We missen handschoenen. De kinderen hebben honger.
En er is iets met het weer.
Stap in de auto.
Heb je hulp nodig, mam? - Nee, dank je.
Echt niet? - Alles goed.
Stap in de auto. In de auto.
Hier is je handschoen, schatje.
We hebben de rest van de middag nog. Waar hebben jullie zin in?
Strand?
Als we dit op hebben, kunnen we nog anderhalf uur skiën.
Laten we ons verlies maar nemen en gewoon hier blijven.
Bij de haard zitten en popcorn maken.
En dan kunnen jullie een filmpje kijken...
en hebben wij wat tijd voor elkaar.
Goed idee. - Vind ik ook.
Ja, slim plan.
Fruit. Kom op, je moet fruit eten.
Ik kan iets doen, maar dat is niet leuk voor mam.
Het spijt me.
Hou je niet van me?
We zijn in Oostenrijk.
Kom bij ons eten.
Echt? Is dat oké?
Absoluut. Billie wil jullie graag zien.
Dus ze waren er gewoon?
Nee, ze hadden gebeld. - Op de gok?
Ja, ze hebben gebeld. - Wanneer hebben ze dan gebeld?
Wanneer? Toen ik in de badkamer was.
Je kent Zach. - Nee, die ken ik niet.
Ik ken Zach niet, Pete.
Niet zoals jij je collega kent.
En die vrouw ken ik helemaal niet.
Sorry, ik wist niet wat ik moest zeggen.
Kunnen we misschien helpen? - Nee, alles is goed.
Blijf lekker zitten.
Hopelijk lusten ze rauwkost en zoutjes.
Ik had moeten... - Ja, maar dat kan niet meer.
Dat ziet er lekker uit. - Echt?
Oké, vertel eens over jullie reis.
Van wat we ons nog herinneren...
Het was episch. - Dat kon ik wel zien.
Het was heftig.
We deden drie landen in vier dagen.
Dinsdagmorgen aten we strudel in Düsseldorf...
en 's middags liepen we in Frankrijk.
Lieve hemel.
En misschien een paddootje...
op één of misschien wel alle dagen.
Klinkt dat raar? - Nee, helemaal niet.
Klink ik als een politieman?
Paddo's. - We hebben paddo's gedaan.
Dus dat hebben jullie gedaan? - Ja, zeker.
Oké. - Misschien was het wel de bedoeling...
dat ik uit mijn comfortzone zou komen en Rosie zou volgen.
Dus dat heb ik gedaan, ik heb die dingen opgegeven...
Nee, uitgebreid. - Uitgebreid.
Ja, sorry. Uitgebreid.
Zijn wereld. Het is positief.
Je weet toch dat blinden hun andere zintuigen meer gebruiken?
Zo is het voor mij ook met Rosie. - Schat.
Serieus. Ik noem haar Rosie de Geweldige.
Inderdaad.
En je kent me, Pete. - Zeker.
Ik ben erg van de hotels, roomservice, schone lakens...
Juist.
Bij het ontbijt denk ik aan het diner, en als ik naar bed ga, denk ik:
Morgen ga ik daar weer ontbijten, want zij hebben wat ik lekker vind.
En nu zoeken we nieuwe dingen.
Dit is echt heel goed voor hem.
Je zou er moeten wonen. - Ik ga niet weg.
Ja, we willen graag onze levens delen.
Meer reizen, avontuur.
We nemen geen kinderen, dus we leven alleen voor onszelf.
Hashtag geen agenda. Die was zo leuk.
Rosie verzint de hashtags.
Dus dat ben jij.
Zo zijn we ook hier gekomen, toch?
We wisten niet wat er zou komen en toen appte jij ons.
Ja, we hebben niet eens een retourticket.
Wie weet wat er komen gaat?
Je weet toch wel wat hierna komt? Maandag moet je werken. Toch?
O ja, dat staat vast.
Ik moet een bedrijfspand laten zien om half negen...
En jullie? Hebben jullie lekker geskied?
Ja, prima. - Cool.
We hadden wel een angstig momentje.
Maar dat hebben we verwerkt en daarna was alles top.
God...
Wat is er dan gebeurd? - Gewoon een dingetje.
Dat was alles.
Goed dat je dat verwerkt hebt. - Precies. Het was niks.
Dat was het niet. - Nee, oké.
Het was wel degelijk iets.
We zaten op het terras van een restaurant...
en we hoorden een enorme knal.
En ineens komt er een muur van sneeuw van de berg...
en er leek geen eind aan te komen.
We dachten dat het onze dood werd. - Heel even.
Nee, absoluut niet.
Want andere mensen voelden het net zo.
Ze stonden op en gilden. Ik gilde ook.
En de kinderen gilden.
Het voelde echt alsof we eraan zouden gaan.
En ik keek naar Pete...
en die was opgesprongen en had zijn telefoon gepakt.
Hij was weg. Pete...
rende weg. Hij liet ons alleen.
Hij liet...
ons daar achter...
omdat hij kon ontkomen en wij waren te ver weg.
Aan de andere kant van... Weet ik veel.
Maar goed, ik sloeg mijn armen om mijn kinderen heen...
en ik wachtte.
Om samen te sterven.
Sorry.
Enfin, ineens is het voorbij...
en ik ben er nog. En de kinderen gillen niet meer.
En ik besef dat alles oké is.
En Pete komt terug...
en bestelt gewoon soep.
Dus...
Dat is heftig. - Ja.
Maar ik denk...
In zo'n situatie...
Dat is je overlevingsinstinct. Toch, Pete?
Je denkt niet na, het is een reflex.
Als een zeekomkommer bedreigd wordt...
scheidt ie al zijn organen uit.
Hoe kon ik nou wegrennen?
Wat? - Op skischoenen.
Hoe kan dat? Kun jij rennen op die schoenen?
Wat zeg je?
Zach, kun jij rennen op skischoenen? - Niet echt.
Waggelen dan. In een snelle pas.
Je zei rennen. Rosie, kun jij erop rennen?
Niet echt goed... - Boem. Precies.
Maar ik zou mijn gezin niet achterlaten. - Dat is boem.
Dat deed ik ook niet. - Ze zei van wel.
Dat deed ie ook. - Verdomme, Billie. Waarom...
Ik liet je niet voor dood achter.
Dat weet ik niet. - Ik wel. Ik zag het heel anders.
Vertel dan eens. Wat was er anders? Alsjeblieft.
De sneeuw kwam naar beneden, bijna als een lawine.
Is het nu zelfs geen lawine meer?
Ik keek naar jullie...
en toen ik zag dat alles oké was, ging ik hulp halen.
Dat slaat nergens op.
Je wist dat we oké waren en ging toen hulp halen? Wat?
Het gebeurde allemaal zo snel. - Overlevingsinstinct.
Ik zag dat jullie oké waren en ging toen hulp halen.
Zo was het niet, Peter.
Ik geloof jou, waarom geloof jij mij niet?
Omdat mijn versie de ware is.
Jij stond niet naast me.
Precies, ik zat aan tafel, met onze kinderen.
Jij wil dat ik zeg...
dat het voor jou net zo was als voor mij.
Pete, het gebeurt heel vaak...
dat slachtoffers van een auto-ongeluk het heel anders zagen.
Even geen theorieën. - Sorry. Fuck.
Kom maar eventjes.
Sorry, we hebben één vraag.
Billie, nee. - Jawel.
Ik had het net met onze vrienden...
over toen we zaten te lunchen, weet je nog?
En toen kwam die lawine...
en weten jullie nog wat er toen gebeurde?
Zeg het maar.
Zij willen het graag weten. Ze mogen het toch vertellen, Pete?
Tuurlijk.
De waarheid.
Pap rende weg.
Finn, heb jij het ook zo gezien?
Oké. Oké, jongens, bedankt. Ga maar terug naar die grappige film.
Wat een geweldige kids.
Je bezorgt ze een trauma. - Ik?
Je wil gelijk hebben, hè? - Nee, ik wil dit uitpraten.
Nee, je wil gelijk hebben. Gefeliciteerd, Billie. Jij hebt gelijk.
Een daverend applaus voor Billie.
Hé, Pete?
Jij liet je gezin in de steek. Daar heb ik gelijk in.
Ik ga een solodag doen.
Kunnen jullie lekker op avontuur.
Ja, oké. Misschien zien we elkaar op de berg.
Ik heb een flyer gezien voor zo'n alpine coaster.
Dat vinden de jongens vast leuk.
In dat familieresort, op 20 minuten hier vandaan.
Mooi. Tuurlijk. - Mooi.
Mooi uitzicht?
Hallo. Nee, ik was alleen... - Waar is je team?
Ik heb vandaag een solodag. - Heel goed.
Avontuur. Voor jou alleen.
Ja, avontuur. - Plezier, alleen voor jou.
Ja, plezier. - Wil je plezier?
Plezier. - Mooi.
Kom.
Hier is de rij. - Nee, niet voor jou.
Sorry.
Nogmaals bedankt voor je hulp. - Avontuur, toch?
Nu? Plezier? - Ja, alles. Oké.
O, je gaat mee?
Ja, ik ga mee. - Geweldig. Ja.
Ik heb nog een vraag voor je. - O, oké.
Heb je veel sekservaringen gehad?
Wat zeg je? - Heb je veel sekservaringen gehad?
Je hoeft het niet te herhalen. We zijn in het openbaar.
Ouderen spreken geen Engels.
Je komt wel meteen ter zake, hè?
Ik hou gewoon niet van gelul. - Ja, dat weet ik.
Ik hou er ook niet van.
Je komt op mij over als... - Als wat?
Dat je niet van alles geproefd hebt. - Ik?
O nee, je zult versteld staan.
Toen ik studeerde had ik zo veel vriendjes.
Ik wist de weg wel. Ik heb het nodige...
Ik hou daar niet van.
Niemand.
Ik doe alleen wat ik fijn vind. Ik masturbeer.
Elke dag. Want dat is voor mij.
En seks met gasten... - Ja, dat ook.
Maar je bent getrouwd. Ja, toch?
Hoe doe je dat dan? Met je Mr Charlie...
en die andere vent...
Ik breng de winters hier door, en 's zomers bij mijn man op de boerderij.
En je man vindt het prima... - Mijn man.
Geef me eens een hand.
Moet ik dat mijn man vertellen? - Wat bedoel je?
Onze lichamen raakten elkaar. - Toe nou.
Waarom is dat zo raar? Hier kijkt niemand van op.
Omdat... - Maar met iets anders kan niet.
Als de lichamen elkaar raken. - Lieve help.
Wat nu? De Heer is boos. Het huwelijk is ten einde.
Er is een aanraking. Allemaal bijgeloof.
Helemaal niet. Van elkaar een hand geven komen geen baby's.
Alsjeblieft. Daar is seks niet voor bedoeld.
Voor baby's heb je geen seks nodig. - Dat niet.
Kunnen we misschien even doorgaan?
Maar als je een relatie hebt...
moet je er wel hetzelfde over denken, toch?
Het is als een verhaal, je zit allebei in hetzelfde verhaal.
Ik maak mijn eigen verhaal.
Dat snap ik, maar... - Ik ben gelukkig. Jij ook?
Mooi.
Dan ben jij blij met jouw verhaal...
en ik met het mijne. - Oké.
Ja?
Ik zei ja. Ja, ja, ja.
Mooi.
Ik heb wat last.
Mr Charlie is een beest. - Fijn, we zijn er.
Ik kan niet zitten.
Guglielmo is je instructeur.
Wacht. Wie is mijn wat?
Veel plezier.
Klaar?
Ik weet 't niet. - Deze kant op.
Dit is echt super. - Ja, waarom blijven we niet hier?
Ja, het is leuk. En anders.
Ik weet niet of het beter is.
Finn, hier is het.
Kom.
Wat doen we altijd eerst?
Ik heb echt geen idee. - Koffie.
Buongiorno. - Jij ook buongiorno.
Charlotte sprak je naam heel snel uit. - Guglielmo.
Heel makkelijk. Eerst koe, dan glie en dan helmo.
Ik... - Zeg maar G.
G. - Ja.
Eigenlijk heb ik me niet opgegeven voor les.
Ik wilde een solodag.
Ik kan redelijk skiën. - Is dat voldoende?
Want het kan altijd beter, toch? - Ja, da's waar.
Zie je deze koffie? - Ja.
Die is redelijk.
En saai. - Vasthouden?
Alpenkoffie.
Beter.
Ja, dat is beter dan redelijk.
Veel beter dan redelijk.
Bedankt voor beter dan redelijk. - Geen dank.
Dank je wel. Dan ga ik nu.
Oké. Wacht, Billie. Luister even naar me.
We gaan samen een stukje skiën...
en als je daarna solo wilt, ga je lekker solo.
Oké, G. - High five.
Finn, niet zo hard remmen. Dat is niet leuk.
Niet zo dichtbij. - Je broer ligt ver voor.
Ik kom eraan. - Stop, pap.
Ik kom eraan.
Ik ga je aantikken.
Nee, niet doen.
Niet doen.
Ik ga je aantikken, Finn.
Nee. - Papa zit achter je.
Nee.
Botsen is verboden.
Het spijt me.
Ik heb hem nauwelijks geraakt.
Eens kijken. Ze hebben glijbanen. Een speelhal.
Indoor midgetgolf. Allemaal leuke dingen.
Klinkt dat goed?
Kan me niet schelen.
Wat is er?
Jij wil hier niet zijn.
Natuurlijk wel.
Ik ben het allerliefst met jullie.
Toch?
Vanwege die coaster? Oké, papa is eruit gezet.
Want papa vond het te leuk.
Oké, laten we de dag nou leuk eindigen.
Kiezen jullie maar iets uit.
Toe maar. We kunnen meerdere dingen doen.
Mogen we in het hotel films kijken?
Tuurlijk. Vind ik ook leuk.
Goed.
Hoe vind je dat? Dat is pittig, hè?
Maar wel goed, toch? - O ja.
Zo, hoe voelen je kuiten?
Nou, ik voel ze wel. - Ja?
Mooi.
Doe ze anders uit.
Ja. - Een minuutje of tien.
Ja, mijn rechterschoen voel ik echt heel erg.
Je voelt het hier, hè? - Ja.
Weet je, soms geef ik mensen...
een kuitmassage.
Soms kan dat, hè?
Ja, dat doe ik.
O ja?
Ja, gewoon om de spieren even los te maken.
Het wordt aanbevolen. - O ja?
Als het wordt aanbevolen. - Laat mij maar even.
Ik ben een beetje zweterig. - Geeft niet.
Je hebt mooie voeten.
Ik ben nieuwsgierig.
O ja? - Wie is Billie?
Ik wil het gewoon weten.
Het klinkt een beetje...
Wie? Hoe zeg je dat?
Ik ben zelfverzekerd, maar ik durf mijn fouten toe te geven.
Ik word te snel verliefd, en herstel te langzaam.
En ik schilder graag. Ik ben er zelfs goed in.
En ik kan niet zingen, maar toch doe ik dat elke dag.
Skiën is een passie, maar lesgeven voedt mijn ziel.
Zien hoe mensen zichzelf verbazen, daar leef ik voor.
Ik ben het enige kind van een alleenstaande moeder.
Zij is mijn held.
Wat mooi.
Zo zou ik dat beantwoorden.
Weet je...
je hoeft niet te zeggen wie je bent.
Maar beloof me één ding.
Dat je het niet raar vindt als het helemaal om jou gaat.
Dat beloof ik.
Heel erg bedankt.
Sorry, het spijt me...
Dat hoeft niet. Ik deed wat ik wilde doen.
Ja, en nu wil ik skiën.
Maar voor de duidelijkheid...
Ik kan je zo door de muur neuken als ik wil.
Maar dat doe ik niet. Dat weet ik wel van mezelf.
Als antwoord op je eerste vraag.
O, mijn god.
Mijn handschoenen.
Hoe was je solodag? - Die was geweldig. Ja.
Super.
Wij hadden het ook leuk. - Mooi.
We zijn heel lang in de coaster geweest.
Te gek.
Grappig. - Goedemorgen.
Goedemorgen, pap. - Goedemorgen.
Goed geslapen? - Ja.
Gaan we...
We...
We doen voorlopig even dit.
Zach wilde naar ons toe komen. Rosie slaapt uit, dus...
Heel goed. Nou, veel plezier dan.
Zullen we samen gaan eten? In de stad?
Ja hoor.
Ik app je wel.
Oké. - Cool.
Goed dan.
Veel plezier. - Komt goed.
Dag.
Ik vind mopshonden de beste.
Ik kom er niet overheen.
Ik bedoel, is dit niet geweldig?
Moet je zien. Net zo'n screensaver.
We staan op een stockfoto.
Ik heb nog maar één ding aan mijn hoofd.
Nog maar één verplichting. En dat is afdalen.
Dat is 't.
Gewoon alles eruit halen. - Precies.
Elke dag kan de laatste zijn.
Ja, man. - Toch?
Zeker weten.
Idioot.
Zie ik er oké uit?
Ja, ik geloof van wel.
Geen hersenschudding?
Nee, je hebt niet overgegeven of zoiets.
Nee, ik was niet misselijk.
Zeg ik steeds hetzelfde?
Nou, je vraagt me wel steeds of je oké bent.
Dat is alles? - Ja.
Mijn vriendin wil even gedag zeggen.
Ze vindt dat je er leuk uitziet.
Wat aardig. Waar...
Ja, aardig. - O, mijn god.
Ze vindt je echt de best uitziende man hier.
Dank je wel. - Ja.
Da's oké, toch?
Je wordt bekeken.
Zullen we...
Zullen we ze een drankje aanbieden?
Zullen we even met ze praten? - Ik denk... Met Rosie...
Nee, je hebt gelijk.
Ze is eigenlijk al te knap voor me en dat wil ik niet verknallen.
Ja, echt.
Ze heeft mijn leven veranderd, en ik hou...
Dat is goed om te horen.
Dat verhuizen naar Europa...
Ik weet niet of ik zo ver van mijn familie wil zijn.
En zij wil geen kinderen, maar ik...
Juist.
Ik twijfel.
Maar op dit moment gaat het goed.
Dat vond ik helemaal niet erg. Da's al even geleden.
Ik kon ook heel goed flirten. - Echt?
Echt goed. - Je hebt wel die energie.
Nog steeds? - Ja.
Hallo. Sorry.
Jij was het niet. - Wat?
Jij was het niet.
Ze vindt jou er niet leuk uitzien.
Maar hem.
Die groene man.
Ja. - Sorry.
Hoe heet je? - Dag.
Ze heeft gelijk.
Dat is een hoofdprijs.
Mag ik even eerlijk zijn?
Ik zie wel een gelijkenis. - Nee.
Nee, het is goed. Echt, ik voel me prima.
Ik voel me zo goed.
Prima zo.
Heb je nog zin om te skiën? - Nee.
Laten we blijven drinken.
Billie?
Hé. Hallo, jongens.
Gaan jullie naar boven?
Ja, we... Ja. - Vind je 't goed als ik...
Tuurlijk, ga maar mee.
Mam? Mogen wij alleen?
Ja hoor. Maar wel boven wachten. - Doen we.
Moet je zien. - Schitterend.
En een lekker zonnetje erbij.
Hoe gaat 't nu met je?
Beter wel.
Ik weet 't niet.
Het spijt me heel erg...
dat jullie dat die avond mee moesten maken.
We kenden elkaar net. - Waarom zeg je sorry?
Ik had de kids er niet bij moeten halen. Dat was niet slim.
Oké, maar je hoeft geen sorry te zeggen.
Wat hij deed was waardeloos.
Ja, maar...
Ik had hem niet zo aan moeten vallen.
Hij is zo verdrietig.
Zijn vader is acht maanden geleden overleden.
Mensen gaan dood, zo werkt dat.
Maar dan ren je nog niet weg als een mietje.
Je bent hem niets schuldig.
Je mag best kwaad zijn.
Dank je.
Als Zach zoiets doet, schop ik 'm voor z'n ballen...
en ziet ie me nooit meer.
Het is zwart-wit.
Ik weet 't niet. - Nee, echt.
Het is zwart-wit.
Hoe oud ben jij? - Dertig.
We zijn thuis. - Ja.
Hé, groene man.
Alles goed.
Zak.
Gaat 't?
Even naar buiten.
Wat een dooie boel.
We moeten gaan. Het is bijna zeven uur.
Tijd voor pizza. - Nee.
Of koffie of zo. - Nee.
Ik moet hongerig blijven...
voor het eten met mijn gezin.
Ik denk dat je eerst even wat moet eten.
Ik hou van mijn gezin.
Ik weet het.
Ik weet 't. - Echt.
Weet ik.
Billie en ik hebben er heel lang over gedaan.
Kinderen.
We hebben een test gedaan.
En toen zeiden we:
Als de wetenschap wil dat we ouders worden, dan worden we dat.
Zo niet, ook goed.
En toen werden we ouders.
Ja, je hebt een prachtig gezin.
Als je een ouder verliest, ga je er steeds meer aan denken.
Wil je weten hoe oud je bent?
Kijk naar je kids. Ze veranderen met de dag.
We worden ouder. - Maar je moet aan jezelf blijven denken.
Het gebeurt.
Denk aan jezelf.
Ja, dat weet ik.
Hé, Pete.
Kom hier.
Pete...
we gaan koffie drinken. - Ja, dat zei ik.
Ja. - Kom op.
Ik heb je vast.
Jammie.
Van jou?
Ik heb niet zo'n trek.
Heb je al gegeten?
Ik heb expres niet gegeten. Dus ik heb trek.
Goed.
Mam, de kaart.
Dank je.
Billie? Stop. Mag ik even wat zeggen?
Ik... - Mag het?
Dat is geen goed idee. - Nee, ik...
Dit is geen goed moment.
Alsjeblieft, laat me...
Billie, luister nou even.
Wat er is gebeurd is precies zoals jij zei.
Ik rende weg.
Ik begreep het zelf niet.
Ik wilde het niet.
Het is niet dat ik 't niet zag.
Ik blijf het zien.
Ik zie het nu. Hoe je naar me kijkt.
En hoe onze zonen naar me kijken.
Ik haat het.
Ik was bang dat als ik het zou zeggen, dat het echt zo was.
Ik ben een egoïstische lafaard.
In staat tot...
Dit had je vier dagen geleden moeten zeggen.
Maar je maakte me gewoon belachelijk. Alsof het mijn schuld was.
Ik kan geen lawine tegenhouden.
Dat zei ook helemaal niemand. Waar heb je het over?
Ik wil gewoon dat je die samen met ons wilt overleven.
Goedemorgen. - Dank je.
Goedemorgen.
Er is een flink pak sneeuw gevallen.
Zullen we naar de top gaan?
Voor een laatste afdaling? Het Beest bedwingen?
Ja hoor.
Kan dat? Het Beest bedwingen? - Ja hoor.
Tenzij ik naar Zwitserland ga.
Ik haat skiën.
Helemaal niet. - Jij zit niet in mijn lichaam.
Het is koud en stom. Je wordt nat en het doet pijn als je valt.
En naar de wc gaan duurt zo lang. Het zijn allemaal stomme mensen.
Ze kijken niet uit, je bent bang om dood te gaan.
En ik moet naar de wc.
Het is goed, jongens. Niks aan de hand.
Ik ben bij jullie.
Ik ben klaar met skiën.
Stoppen we ermee? Warme chocolademelk drinken?
Lekker warm worden?
Schat, ga jij maar.
We wachten beneden op je.
Kom, jongens.
Waar is ze?
Pete...
Peter. - Blijf hier.
Pap. - Hier blijven.
Peter.
Alles oké?
Dit is voor onze jongens.
Zo moeten ze je zien.
Maar wat ons betreft...
als jij wilt dat ik anders naar je kijk...
laat me dan wat anders zien.
Ik wil iemand zien die echt hier wil zijn.
Maar dat wil ik. - Nee, ik bedoel echt, Pete.
Als je dat niet kan...
ga dan maar alleen naar beneden.
Nee, ik ben hier.
Voor alles.
Red me dan.
Wat is er gebeurd? - Is alles oké?
Ja, alles goed.
Ze is oké.
Ik ben m'n ski's vergeten.
Rustig aan. - Voorzichtig.
Tot in een ander leven.
Heeft ie het tegen jou?
Ja, dat is mijn skileraar. - Ik wist niet dat je les had genomen.
Heb ik gezegd. - Echt?
Wat?
Hashtag we willen niet weg.
Hashtag we gaan niet.
O god, ik word er moe van. - Wat is daar zo leuk aan?
Hallo, jongens.
Goeie reis. - Jullie ook.
Het was leuk.
Vertaling: Richard Bovelander
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.