Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranรฎ)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Kom, kinderen, en luister,
want het verhaal dat ik vertel bevat een les.
Een les die je op een dag veilig kan houden.
Kom dus dichterbij en luister goed.
Het is het verhaal van het mooie meisje...
met het kleine roze kapje.
Haar geboorte was een geschenk aan haar vader en moeder...
in een tijd van veel leed en hongersnood.
Iedereen in het dorp was het ermee eens dat zij het mooiste meisje was.
Maar er overkwam haar een ziekte,
en het was voorspeld dat haar eerste winter haar laatste zou zijn.
Haar vader was niet iemand die zulke berichten ter harte nam,
en er waren geruchten over een tovenares...
met de kracht om elke ziekte te genezen.
Het enige dat nodig was, was dat haar vader dapper was...
en om de duisternis te vertrouwen.
En dat was hij,
en dat deed hij.
Maar toen die tovenares de ziekte wegnam,
gaf ze een gave in de plaats.
Het bleek dat het meisje helderziendheid had gekregen.
Iedereen dacht dat ze hun toekomst zou willen lezen,
maar toen wilde niemand horen wat ze zag.
Want het is slechts het bittere einde dat toch komt voor iedereen.
En daar heeft ze zelf voor gezorgd.
Want het was al snel duidelijk...
dat ze ook op andere manieren krachtig was.
Het leek erop dat ze niemand zou sparen.
Zelfs haar eigen vader niet,
die voor haar zoveel had opgeofferd.
En moesten ze...
het meisje terugbrengen naar de duisternis die haar heeft gemaakt.
Ze werd verborgen, diep in het woud,
helemaal alleen, met niemand om mee te spelen.
Maar toch had ze haar eigen manier...
om vrienden te maken.
Pas dus op kinderen voor gaven.
Pas op voor degenen die ze aanbieden.
En pas op voor degenen die ze maar al te graag aannemen.
Gretel and Hans (2020) Vertaling: Janty
Sprookjes hebben een grappige manier om in je hoofd te komen.
Ik weet niet meer waar ik was, of wanneer,
toen ik het verhaal voor het eerst hoorde van het mooie meisje in haar roze kapje.
Het voelt alsof ik het altijd heb geweten.
Ik vraag me af hoe iemands eigen sprookje wordt verteld.
En als ik dat wel zou willen.
Je moet veel vreselijke problemen meemaken.
Dan verschijnt er meestal een prins en maakt je toch wakker.
Maar ik zie hier geen prinsen.
Er is alleen mijn kleine broertje.
Hij volgt me waar ik ook ga, en ik moet alles met hem delen.
Maar hij is tenminste van mij. - Waarom draag je dat?
Ik ga naar John Stripp. En zijn vrouw, als hij die heeft.
Moeder denkt dat hij een huishoudster nodig heeft.
Maar waarom zijn je lippen zo vreemd gekleurd?
Als ik ooit een kruimeltje taart zou zien, ben je de eerste die het weet.
Lees jij?
Nee. Maar ik kan bakken en wassen.
Was je vader boer? - Was, ja.
Hij is weggegaan met zijn beloning.
Moeder is nu alleen en doet wat ze kan.
Ik denk dat ze heel weinig kan doen totdat deze vreselijke pest voorbij is.
Sommigen zeggen dat het land vervloekt is.
Alleen met de incompetentie van de mensen, zoals zovele dingen.
En eigenlijk is het hele systeem zo absurd.
Zinloos, we moeten onze oogst aan een bisschop, en we mogen niet eens onze eigen...
Je kan beter het aantal woorden beperken die uit je mond komen.
Ja, meneer.
Doe iets aardigs voor een arme, oude man, goed?
Zeg in plaats "milord".
Ja, milord.
Zo ben je een braaf meisje.
Ik denk dat u zult merken dat onze gasten er de voorkeur aan geven.
Ik moet je iets vragen.
Heb je je maagdelijkheid nog?
Excuseer mij?
Je mag smeken wat je wilt, maar ik blijf bij mijn vraag.
Ben je...
nog intact?
Wat als ik er naartoe gegaan had en hem een โโklap had gegeven?
Zou mijn hand met trots hebben opgetreden?
Zou ik niets hebben gevoeld?
Was je er dood van gegaan om naar de man te glimlachen?
Om gewoon 'dank je wel' te zeggen?
Hij had geen huishoudster nodig.
Je kunt hier niet blijven, Grietje.
Waarom niet?
Omdat er niet genoeg ruimte is.
Deze plek zit te vol met geesten.
Hongerige geesten, van alles wat nu weg is.
Je vader zit daar.
En de mijne zal hier snel genoeg zijn.
Zo mag je niet praten.
Neem je broer mee en haast je naar het klooster.
Gooi jezelf aan de voeten van de zusters, en bid dat ze je onderdak geven.
Hans krijgt nooit toegang tot een klooster.
En ik zou nooit vragen om toegelaten te worden.
Dan kunnen jullie samen graven aan je mooie, kleine graven.
Grietje.
Als jij en je broer schoppen in de hand nemen...
graaf dan ook een put voor mama.
Vertrek.
Of ik hak jullie in mootjes.
Ik trok mijn broer uit zijn bed,
en samen zijn we gevlucht uit het enige huis dat we ooit hadden gekend.
De deur sloeg achter ons toe, en de grote, verrotte wereld ging voor ons open...
als een slecht ruikende mond.
Je had bij de man in huis moeten gaan. - Zwijg over dingen die je niet weet.
Waarom doe je dat altijd?
Ik doe nooit iets. Ik ben niet labiel.
Je doet moeilijk. Je zou je eigen kamer hebben gehad.
Vroeg of laat zou je een kruimeltje taart hebben gezien.
Niets wordt gegeven zonder dat iets anders wordt weggenomen.
Wanneer kunnen we teruggaan naar moeder?
Ken je nog de weduwe, Hayes, dat vader eieren gaf voordat haar kippen ziek werden?
Ze woont verderop.
Misschien kan ze ons onderdak geven.
Hoe zien je ogen zo ver?
Ik hoef de dingen niet te zien om te weten dat ze er zijn.
Weet je zeker dat er hier een vrouw woont?
Ik weet zeker dat hier een vrouw woonde.
Het ruikt niet alsof hier een vrouw woont. - Wees stil.
En wees blij voor het dak boven ons hoofd.
Nou, niet bepaald een ijzeren maagd. Kom op.
Denk je dat moeder in orde is?
Ik denk dat ze in orde is zolang we in orde zijn.
Grietje,
komt het goed met ons?
Als het aan mij ligt wel.
Broer.
Grietje. Help. Haal het van me af.
Dat meen je niet.
Ik durf te wedden dat je het huis bent uitgezet.
Overgelaten aan je lot met alles wat je draagt, wat niet veel is.
Ik heb een bijl.
Ik moet zeggen, je hebt hem goed verborgen dan, jongeman.
Ik bedoel, ik heb thuis een bijl. - Hou je mond.
Ik zal u graag doorverwijzen naar boswachters. Goede mensen.
Ze hebben veel geld. Eten, als je het kunt betalen.
Ze zullen je een nieuwe bijl geven,
en laten u zien hoe u ermee moet werken.
Jij, meisje, zal de mogelijkheden leren van de kruiden en de aarde.
Zodat hen met levenservaring geen duidelijker gebruik voor u zouden vinden.
Dank je, meneer, wat kunnen we u aanbieden in ruil voor de maaltijd?
Je zou het toch niet hebben opgegeten.
Ik vind konijn niet lekker. - Wat wil je dan van ons?
Je hebt niets wat ik nodig heb of wil.
"Een goederieren mens doet zijn ziel wel.
Maar die wreed is, beroert zijn vlees.
De goddeloze doet een vals werk,
maar voor degene, die gerechtigheid zaait, is trouwe loon.
Alzo is de gerechtigheid ten leven,
gelijk die het kwade najaagt, naar zijn dood jaagt.
Maar iedereen sterft. - Inderdaad. Maar nu niet.
Eet zoveel je wilt, en misschien kan ik een bad voor jullie klaarmaken.
De jongen hier is zo smerig, dat hij kan doorgaan voor compost...
als het niet voor het wit in zijn ogen was.
Is het veilig om iemand te vertrouwen dat verschijnt net wanneer je ze nodig hebt?
Of voelt het te veel alsof ze op de loer liggen, opgerold als een slang?
Blijf twee volle dagen en nachten in westelijke richting gaan.
Blijf op het pad dat ik voor je heb getekend,
en u zult vinden wat u zoekt.
Ga ervan af en je kunt wolven verwachten.
En als het zo is, stop dan niet om er tegen te praten.
Ze zijn erg charmant en knap, maar zijn slecht in praatjes maken.
Waarom konden we niet blijven waar we waren bij de jager?
Als hij kinderen had gewild, denk ik dat hij er zelf had gemaakt.
"Gemaakt?" Waarvan? - Moet ik alles uitleggen?
Maar moeder heeft ons niet gemaakt.
We werden door vogels naar binnen gebracht door haar raam.
Je hebt gelijk, Hans.
Wat ben ik een dwaas geweest.
Heb je alles op? - Ja, en ik heb nog steeds honger.
Dat is het natuurlijke resultaat van zoveel te eten.
Herinner je je vader nog?
Nee, niet echt.
Vertel me nog eens het sprookje.
Datgene over het mooie meisje met het kleine roze...
Niet nu.
Het is te eng en dan begin je dingen te zien die er niet zijn.
Enkele dingen die er waarschijnlijk wel zijn.
Ik vind het niet eng. En het helpt me om te gaan slapen.
Grietje, ik ben bang.
Er is daar niets en niemand.
Grietje.
Ik probeer het altijd aan mijn moeder te vertellen dat ik dingen kan zien,
zoals toen ik droomde toen ik wakker was.
Maar ze zei altijd dat ik het voor mezelf moest houden,
en dat kleine meisjes nooit...
Wat ben je in godsnaam aan het doen?
Oefenen voor als we de boswachters ontmoeten.
En je zei "in godsnaam."
Al dat oefenen maken een onnodig kabaal.
Het spijt me. Ik heb honger.
Ik heb meer honger dan jij.
Dat komt omdat je een varken bent. - Jij bent een groter varken.
Je hebt gelijk. Dat is zo.
Wanneer eten we weer?
Grietje?
Grietje, ik heb honger.
Het lijkt op een paddenstoel.
Ja. Maar ze zijn net zo verschillend van elkaar zoals mensen zijn.
Deze is misschien onaardig. - Hoe zie je dat?
Ik denk dat we het hen moeten vragen.
Hoe dan ook, hier zijn we allemaal en aangenaam kennis met u maken.
We zitten nu al te lang zonder eten.
En om er eerlijk gezegd eerlijk en open over te zijn,
we dachten heel hard eraan, om...
jou op te eten.
Dus vertel me, vreemde kleine dingen, ben je aardig of niet?
Wat zei hij?
Hoe vreemd het ook mag zijn, ik denk dat ze zei: 'Eet me op.'
Volg me.
Kom me zoeken.
Volg me, zus.
Grietje, is dat daar?
Zo niet, dan zijn wij dat ook niet.
Ruik je dat?
Grietje, het ruikt naar taart.
Laat me los.
Grietje, het ruikt naar taart, en ik kan het niet weerstaan.
Grietje, ik heb eten nodig.
Blijf waar ik je kan zien. - Ze hebben een glijbaan.
Toch zie ik geen kinderen.
Het ruikt ook naar spek.
Kijk naar binnen door het raam of zo.
En? Wat is er daar?
Enkel de hemel.
Wat?
Grietje, kom eens kijken.
Hans.
Broer.
Jij moet de zus zijn waarover ik zoveel heb gehoord.
Voorzichtig daarmee, schat.
Ik zou niet graag willen dat je iets begint waar je niet mee kunt ophouden.
We wilden nooit van u stelen, mevrouw.
"Mevrouw"? Denk je dat ik getrouwd ben?
Zie je een bal en ketting aan mijn enkel?
Maar vertel me hoe je in mijn bos bent gekomen,
en zo charmant zonder begeleiding.
Onze moeder heeft het moeilijk gehad.
Dat is meestal het eerste dat een moeder overkomt.
Mijn zus gaat niet naar het klooster. - Wees stil.
Ik betwijfel ten zeerste of een klooster de plek is...
voor een meisje met actie in haar lijf,
ook al zit er nauwelijks vlees aan haar lijf.
Verwacht je geen gasten? - Gasten? Ik heb liever kakkerlakken.
Ik kijk alleen maar even om zeker te zijn dat je niet met luizen zit...
voordat je je hoofd op mijn kussens legt.
Je bent schoon genoeg.
Eet nu maar. En rust.
De bedden zijn al voor u opgemaakt. - Dank je.
Maar echt, we stoppen even, maar we moeten dan weer verder.
Melk, goed voor de botten.
Een haar hier, een haar daar.
Mijn ogen waren weer groter dan mijn buik.
En je mond was weer groter dan je mond.
Mijn moeder, ze heeft me vermoord.
Mijn moeder, ze at me op.
Wat een mooie vogel ben ik.
Wat een mooie vogel ben ik.
Wat een mooie vogel ben ik.
Nee.
Het ontbijt is klaar.
Geen vlees voor jou, mijn schoonheid?
Nee, dank u, mevrouw.
Ze mag alle groenten van de wereld houden,
terwijl ik alleen vlees eet en zo sterk word als een os.
Ze wordt sterk genoeg.
Net als de os, met zijn plantaardig gemaakte botten,
dat de kar trekt en de dikke man die erop zit.
Nou, ik kan er weer een afstrepen.
Kan ik je daarmee helpen? - Pardon, schat?
Ik zou kunnen zeggen in ruil voor je vrijgevigheid,
dat ik degene zou kunnen zijn om dat op te ruimen.
Dat is een nieuw idee.
Ik kan bakken en wassen, bedden opmaken,
of dieren verzorgen die het misschien nodig hebben.
En ik kan hout hakken.
Hij kan het leren. - Dat zou ik kunnen.
Meestal heb ik niet de gewoonte om kinderen in dienst te nemen,
maar in dit geval lijkt het een eerlijke ruil.
Alleen tot we weer vertrekken om iets blijvends te vinden.
We werken binnenkort met de boswachters.
Nou, het lijkt erop dat de boswachters even zullen moeten wachten.
Wat je vind mag je houden.
De schuifdeur aan je rechterkant.
Logen en azijn op die plank.
Zeep van dierlijk vet, daar.
Hou de bijlkop zo hoog, en leg het dan rustig neer.
Zeer goed.
Als je het eenmaal onder de knie hebt, kun je de anderen halen in de schuur.
Kijk eens aan. Ben je niet knap.
Je hoeft niet te niezen.
Zelfs terwijl je het warm hebt, heb je een verkoudheid.
Hier, ik zal je iets laten zien.
Zoethoutwortel, knoflook, calendula,
korstmossen, duizendbladbloem, melkwikke,
en tot slot, kattenklauw.
Hier.
Wat? Drink het op.
Morgen ben je een nieuw meisje.
Misschien niet morgen, maar snel.
U heeft in ieder geval een eerste stap gezet.
De vieze geur is slechts een lelijke poortwachter voor het paleis der wonderen.
Stop bij hem aan de poort of kijk wat er binnenin je gebeurt.
Je gaat met mij mee.
Idiote bomen.
Je krijgt het wel onder de knie.
Onthoud altijd, de koning is bang en dat zou hij ook moeten zijn.
Omdat de koningin alles kan doen wat ze wil.
Grietje, ze is naakt.
Jouw beurt.
Er komt een storm aan. - Nietwaar.
Wees stil. - Ik zat de hele dag buiten.
Ik weet hoe regenwolken eruit zien, en die waren er niet.
In ieder geval, ik heb je bijl meegebracht voor de zekerheid.
Hoe weet je dat?
Omdat vrouwen vaak dingen weten dat niet de bedoeling is.
Is het niet, Grietje? - Grietje is geen vrouw.
O nee? En zoniet? Wat?
Is ze een slang? Een kikker? Een varken?
Kijk niet naar ons.
Kijk hier niet naar ons.
Beneden in de put in de grond.
We zijn hier oud geworden.
Kijk niet naar ons.
Kijk hier niet naar ons.
Beneden in de grond.
We zijn hier oud geworden.
Kijk niet naar ons.
Kijk niet naar ons.
Kijk niet naar ons.
Waren de dromen die ik had het resultaat van te veel te eten voor het slapengaan?
Waren ze een boodschap?
Een waarschuwing?
Miste ik nu een kans om naar mezelf te luisteren?
We doen er verstandig aan om vlug te vertrekken.
Wat?
Vertrekken? - Ja.
En naar de boswachters gaan, zoals we afgesproken hadden.
We hebben hier werk gevonden.
Je hebt het eten waarschijnlijk opgemerkt.
Er is hier iets niet pluis. - Maar het is zo aangenaam.
Maar vertel me wat er achter die aangenaamheid schuilgaat.
Er zijn dingen hier, slechte dingen. - Welke slechte dingen?
De overvloed, om te beginnen. - Wat betekent dat?
Het betekent 'te veel'.
Er is te veel en het klopt niet.
Waar zijn de dieren? Waar haalt ze melk vandaan?
Waar haalt ze haar eindeloze parade van taarten op?
Er zitten zielen vast in dit huis of eronder.
Maar waarom zie je altijd een probleem?
Iets achter of onder? Iets verborgen?
Omdat de grote, slechte wereld is wat het is.
We zijn nu veilig voor de wereld. Is dat niet wat je wilt?
Misschien kunt u mij morgen om proviand sturen.
Moeder zegt dat ik oog heb voor goede producten.
Dat zal niet nodig zijn.
Pruimen zijn buiten het seizoen slechts drie dagen houdbaar.
En die ham is ongezouten. Het gaat vast bederven.
En toch is het dat niet.
Hans, Grietje.
Heb je een oude vast? Eentje die te veel doorweekt is.
Er zitten nieuwe in de kast in de hal. Helemaal achteraan.
Als je het gevonden hebt, laat me je dan iets tonen.
De gedachte in je hoofd is: 'Ga in de schuur kijken.'
U zult zagen vinden die moeten worden aangescherpt...
voor de botten van de doden.
De gedachte in je hoofd is: 'Ga in de schuur kijken.'
U zult zagen vinden die moeten worden aangescherpt...
voor de botten van de doden.
Wat eet met zijn tanden, maar voelt zich nooit gevoed?
Heb je dromen?
Sommige nachten.
Sommige nachten slaap ik helemaal niet.
Wakker, naar het woud luisteren?
Mooi zo.
De lucht wervelt van overvloed.
Men hoeft alleen maar uit te reiken en het te plukken.
Dit is jouw kracht, om te zien wat verborgen is en om het te pakken.
Een geringe gedachte gelooft alleen wat hij kan zien.
Het snijdt een klein vierkant uit, wacht om te worden genomen,
zich nooit afvragend wat zijn lot bepaalt.
Maar we weten dat we eigen baas van ons lot zijn, nietwaar?
Degenen zoals ik en degenen zoals jij,
communiceren met de Geweldige Aanbieder.
Ze geeft ons de zaden van overvloed, en we kweken ze in onze tuin.
We oogsten het en daarmee geven we rechtspraak.
U zegt "wij", maar ik heb nergens mee ingestemd.
Het is niet aan jou om het eens of oneens te zijn, liefje.
Het zit al in je.
Je kunt het laten slapen...
of het laten ontwaken.
Welnu, de zalf.
Ik zie dat het je leuk vindt.
Vertel het nu wat het moet doen. - "Het vertellen"?
Je hebt eerder met dingen gepraat. Dat weet ik.
Wat kan het doen?
Het kan meer dan daar alleen maar liggen zoals gemorste melk.
Je hebt immers besloten om het wakker te maken.
Maar hoe kwam het...
Denk minder, mijn schoonheid, en weet meer.
Ga je gang. Het wacht op zijn meester.
De botten van de doden.
De botten van de doden.
De botten van de doden.
Neem nog een hapje. - Ik wil geen hapje meer.
Zelfs als het me beet, zou ik het niet terugbijten.
Maar het is jouw favoriete taart, mijn kleine kampioen.
Ik heb zelfs de korst gevuld.
En morgen staat er hier weer een,
zo zeker als de zon, en met nog minder uitleg.
Hou je mond. Je bent onbeleefd.
Pas op je woorden en eet op.
Wat doe je de hele dag met haar?
Ze leert me dingen.
Dingen die mijn leven kunnen redden, dat mijn leven zin geeft.
Ze is onze moeder niet.
Dat is ze inderdaad niet.
Ze heeft zoveel te bieden.
Je zou het niet begrijpen. Er zijn hier veel gaven.
Je zegt altijd dat er geen gaven zijn in deze wereld.
Dat er niets wordt gegeven zonder dat er iets wordt weggenomen.
Dus zeg me eens, wat neemt ze?
Ik ben bang, en ik wil naar huis.
Ik wil naar moeder toe. - We weten allebei dat er daar niets is.
Maar gaven? Ben je het vergeten?
Ben je vergeten om bang te zijn voor gaven?
Nee, hoor. - En het verhaal dan?
'Er was eens een meisje geboren.' - Het is niet zo.
Maar iedereen in het dorp zei 'dat ze het mooiste meisje was.'
Je kunt maar beter zwijgen.
'Ze werd gezegend door de gave van...'
Kalmeer, jongen.
Want ik zal mijn eigen verhaal schrijven.
Grietje. - Wil je weggaan?
Ik laat je zien hoe.
Grietje. Laat mij niet achter.
Grietje.
Volg me.
Dat was vast maar een nachtmerrie.
De wens om van hem af te komen was heel echt.
Maar om hem alleen de nacht in te sturen, dat zou ik nooit kunnen.
Hans?
Hij zit te mokken.
Hij geeft de kracht van de bomen de schuld voor zijn eigen zwakte.
Hij is een kleine jongen.
Zelfs de kleinste kiezel maakt reizen moeilijk zodra het zijn weg vindt in je schoen.
Je hebt hem als last op je genomen.
Maar gisteravond haalde je die van je af.
Is dat zo? - Niet dan?
Je bent zijn moeder niet.
En toch herinner je de laatste keer niet dat je niet zeker wist...
waar uw kleine jongen zou kunnen zijn.
Hij zou daar niet in z'n eentje mogen zijn. - Misschien niet.
Maar jij zou dat zeker moeten zijn.
Ik zou naar bed moeten gaan,
dat ik vroeg kan opstaan โโom mijn broer te zoeken.
Een uitstekend plan.
Maar ik vrees een onrustige nacht in het verschiet.
Kun je iets voor me klaarmaken om me te helpen slapen?
Ik zal een inslaper voor je maken. Dat werkt altijd.
Je zal slapen als een baby...
Alsof de baby net een slaappil van haar moeder nam.
Ja. Dank je.
Pas op met een slaapmiddel.
Een blad of een takje op een bepaalde manier,
en je krijgt een heel ander mengsel.
Een soep van nachtmerries.
Welterusten dan.
Kom op. Dit is geen plaats voor jou.
Kom en kijk me aan.
Het maakte niet meer uit als ik het droomde of echt meemaakte.
De gruwel van wat ik onder het huis had gezien was het bewijs van wat ik al wist.
Het enige wat ik nu kon doen was kalm blijven en me van de domme houden.
Net lang genoeg om haar te slim af te zijn.
Verontrustende nacht, nietwaar?
Voelde je de wind uit de heuvels naar beneden komen...
die alle ramen aan de oostkant lieten rammelen?
Ik denk het niet.
Het gewenst resultaat van mijn slaapmiddel.
Zag je dat er verse melk is?
Ik zag het.
Lekker.
Enig teken van onze kleine wegloper? - Nee, niets.
Ik zal het in de gaten houden.
Ga je ergens heen?
Het gebeurt niet vaak dat de natuur mij roept,
maar als dat zo is, probeer ik er gehoor aan te geven.
Let op de ketel, wil je?
Maak een kopje thee voor me als ik terug ben.
Dat zou fijn zijn. En laat het eten staan.
Misschien wil ik straks wel iets eten.
Zegen de dag als je durft om opnieuw geboren te willen worden.
Ik heb nagedacht,
misschien is het wel het beste dat Hans niet bij ons is.
Is het niet?
Hij zal je snel vrezen,
zoals alle mannen zouden moeten als ze slim zijn.
En angst verandert zo gemakkelijk in haat.
Het is beter dat hij je herinnert zoals je was,
in plaats van zoals je hoort te zijn.
Met alles wat je me laat zien, zal ik dan op een dag heel krachtig zijn?
Dat zal je inderdaad zijn.
Zal ik de kennis hebben en heersen over alles?
Bijna alles.
We moeten onze zwakheden accepteren.
Heeft u er een? Een zwakke plek?
Alleen dat wat een deel van mij heeft weggenomen.
Alleen datgene wat een deel van jou heeft weggenomen.
En voor jou zal het een vergif zijn.
Daarom moet je het drinken, opdat het u niet eerst verteert.
Vergif drinken?
Hoe kan iemand anders immuniteit ontwikkelen?
Maar het ding over vergif...
is dat van alles in de grote, slechte wereld, niets zo zoet smaakt.
Wat heb je met mijn broer gedaan?
Ik haal hem alleen maar uit de weg.
Hij is het enige wat ik heb in deze wereld.
Zeg dat nog eens en ik zal je tong in een bloem veranderen,
om je eraan te herinneren hoe mooi en dom,
je tijdelijk ervoor gekozen hebt te zijn.
Of u kunt het pad volgen dat ik voor u heb verlicht.
Doe wat je wilt met mij, maar alleen als je hem vrijlaat.
Ik zou dat nooit kunnen doen.
Maar waarom niet?
Omdat die kleine jongen je vergif is.
Het enige dat overblijft, is hem heerlijk maken.
Dat mag niet.
Lieverd, ik kan me niet meer herinneren...
wanneer ik iets anders wou doen.
Ik benijd je.
Jij die op de drempel van je eigen ervaring staat,
met nog alles dat voor je ligt.
Om weer jong te zijn.
Een mooi evenwicht.
Ik bewonder het verzoek.
Maar het maakt me enorm nieuwsgierig waarom,
waarom je me in slaap laten vallen terwijl er zoveel te doen is.
Ik doe niet wat je wilt dat ik doe.
Ik lijk niet op jou.
We zijn gemaakt van dezelfde materie,
dezelfde vuiligheid.
Hoe zou je anders mijn verhaal kennen zonder dat ik het je hoef te vertellen?
Jouw verhaal?
We kregen dezelfde gave, dezelfde magie...
Net zoals zij,
met haar kleine roze kapje.
Hoe ken je mijn zu...
Ik weet dat dit je favoriete verhaal is, maar je hebt het verkeerd verteld.
Het is waar, ze was een heel mooi meisje,
en iedereen kon dat zien.
Maar van binnen,
was ze tot op het bot verrot en zo heerlijk als azijn.
Zelfs ik haatte haar, en ik was haar moeder.
Omdat ze alles van mij heeft afgepakt.
En het zou mij ook hebben kapotgemaakt,
als ik haar niet eerst liet verdwijnen.
Dus gaf ik haar terug aan de duisternis dat haar had gemaakt,
en dacht dat dat het einde zou zijn.
Maar ik had het fout.
Ze bleef bij mij.
In mijn gedachten, in mijn dromen, gehecht aan mij als mijn schaduw,
beloofde ze me een voorproefje van de krachten die ze had.
Ik hoefde alleen maar dapper te zijn...
en de duisternis te vertrouwen.
En dat was ik, en dat deed ik.
En zoals zij had gedaan,
ontdeed ik me van alle andere aanhangsels.
Ik heb mijn bord leeggemaakt.
Ik at mijn kinderen op.
Ik was zo hongerig om mijn eigen krachten te beseffen,
dat ik nauwelijks kauwde.
Ik nam een โโvermomming van oudere leeftijd aan...
om mezelf vriendelijk en zwak te laten lijken.
Ik heb een huis voor ons gebouwd,
een met een goede keuken en een eetkamer.
Ik zou ze allemaal een naam kunnen geven als dat nodig was.
Er was een Thomas en een Isabella,
een lieve William...
en een schattige Elizabeth,
een Harry en een Sarah,
een Paul, een Kate.
En nu, alleen voor jou,
een Hans.
Verlos jezelf van hem en omarm je krachten.
Wat een lieve jongen.
Zoet en mollig en rechtschapen.
Waar is hij?
Waar is mijn broer?
Waarom blijf je niet eventjes?
Wie weet, misschien geniet je er zelfs van.
Ik hoop alleen dat je honger hebt.
Het is bedtijd voor jou, lieverdje.
Ga je zus een nachtzoen geven.
Broer, luister even.
Ik weet dat je daar bent. Ik haal je eruit.
Ook al ben je verblind, je zult mijn gezicht weer zien.
Dat is mijn eeuwige belofte aan jou.
Zo is het genoeg.
Ga nu maar naar bed.
Nu ben je een flinke jongen.
Wat een wereld.
Hans, stop.
Hans.
Grietje. - Rustig maar.
Je bent in orde.
En dat zul je altijd zijn, zolang ik er maar inspraak in heb.
Maar hoe zit het met haar? - Ze woont hier niet meer.
Grietje, je bent bang.
Waarvan?
Van de wereld?
Nee...
Alleen van mezelf.
Je zult altijd een deel van mij zijn, broer.
Een deel van mezelf dat je niet hebt genomen, maar dat ik u graag heb gegeven.
Het gaat met je mee als je weggaat.
Wanneer ik wegga? Zonder jou?
Ja.
Het enige verhaal dat we deelden, splitst nu in tweeรซn,
en we nemen elk een ander pad.
De jouwe zal je leiden naar wat je moet vinden.
Het mijne zal me omhoog voeren.
Ik zei hem dat hij goed voor je moet zorgen.
Hij zorgt ervoor dat je veilig aankomt.
Grietje, je zult mij terug zien.
Maar waar brengt hij me eigenlijk heen?
Hem laten gaan was niet moeilijk.
Als hij zijn weg gaat vinden, kan ik beter niet in de weg staan,
net zoals hij niet in de mijne zou moeten staan.
Ik zag dat ze daar tenminste gelijk in had.
Laat hem zijn eigen verhaal vinden,
en zijn eigen moed om het te leven...
net zoals ik nu het mijne leef.
Ik heb mijn eigen kracht om te koesteren.
Ik zal het helpen toenemen,
en erop vertrouwen dat ik weet wat ik ermee moet doen.
Ik weet dat de keuze aan mij is.
Ik zou het duisternis kunnen geven of veel licht kunnen geven.
Ik keek, en ik zag, en ik begreep het.
De ontvoerder is nu weg en haar vuurtjes zijn allemaal gedoofd,
ze waren vrij om te gaan...
en in rust te leven.
En ik was vrij.
Om te gaan en nooit meer om te kijken,
of om te blijven om iets nieuws te bouwen bovenop alles dat was vernietigd.
Ik wist dat mijn pad zich zou openbaren,
en het enige dat ik moest doen was dapper zijn en mezelf vertrouwen.
En ik ben dapper.
En ik zal mezelf vertrouwen.
Vertaling: Janty (2020)
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.