Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
twee meisjes ontdekken het geheim van het leven
in een onverwachte regel poëzie
Niemand heeft ooit een ander zo gemist.
Ik verlang naar elk deel van je.
Ik wil dat je handen, je knieholtes, je lies, je rondingen, je lippen...
je lichaamshaar, hoe je eruitziet, hoe je ruikt, je fluisteringen...
elke cel van het kruintje op je hoofd tot je tenen...
en elk woord, elke beweging, elk geluid een deel van mij wordt...
en bij me blijft.
Je bent nog steeds de mijne. Je zit nog steeds in me.
Reyhan.
Ja?
Zeg niet dat je me niet herkent.
Ik herken je niet.
Herken je je jeugdvriendin niet?
Nee, sorry. En misschien wil ik dat wel niet.
Je hebt een hartvormige moedervlek op je buik.
Hier.
Wat wil je van me, Eren?
Waar zijn je manieren gebleven?
Als je je jeugdvriendin na al die jaren weer ziet...
dan ga je toch minstens theedrinken?
Oké, dan gaan we theedrinken.
Hoe gaat het?
Eren is een jeugdvriendin. Gökhan. -Hallo.
We gaan theedrinken. -Tuurlijk, ga je gang.
Ik kwam vorig jaar terug naar Turkije.
Ik was in Parijs. Ik heb psychologie gestudeerd.
M'n doctoraal ging over Lacan.
Maar ik heb nooit gewerkt als psycholoog.
Ik zat een tijdje in de reclame.
Ik heb daar twintig jaar gewoond. Dan word je wel een inboorling.
Vorig jaar werd m'n moeder ziek.
Dus toen kwam ik terug.
Kort daarna overleed ze. -Gecondoleerd.
Dank je.
Ik had niks meer te zoeken in Frankrijk.
Helemaal niks.
Ik heb geen idee. Misschien ga ik wel terug, ik weet het niet.
Hoe heb je me gevonden?
Social media.
Ik doe geen social media. Dom gedoe. -Dat hoeft ook niet.
Een vriendin van me ging naar het eiland.
Ze nam een selfie bij je kraam.
Hij is wazig, maar ik herkende je direct.
Dat is niet mijn kraam, maar van Gökhan. Ik help hem soms.
Waarom zocht je me? Wat wil je van me?
Ik ben je nooit vergeten.
Wat?
Ik ben je nooit vergeten.
Wat aan mij ben je niet vergeten? -Alles.
Je geur...
je aanraking, onze gesprekken... Toe, Reyhan. Alsjeblieft.
Ik heb hier dagenlang naartoe geleefd. Laat me praten en het uitleggen.
Luister, ik dacht na al die jaren...
dat ik het vergeten was.
Ik dacht...
dat het kalverliefde was en dat het over was.
Dat is het niet. Ik ben het nooit vergeten.
Ik ben met heel wat mannen geweest.
Ik ben getrouwd. Een keer.
Een Amerikaan die in Parijs woonde. Een lul, dus ik ben gescheiden.
Het was nooit meer zoals met jou.
Reyhan, ik hou nog steeds van je.
Heb je niks te zeggen?
Is dit een grap?
Zullen we gaan? Of ik ga, als jij...
Ik ben met andere vrouwen geweest. Dat liep op niks uit.
Met jou was het anders.
Volg me niet. -Reyhan, luister.
Nee, jij luistert naar mij.
We hebben gewoon wat gerommeld als tieners. We waren nog jong.
Hoe kun je als volwassen vrouw nu opduiken en dit zeggen?
Ik ben een wrak. Ik heb er dagen over nagedacht.
Hooguit zet ik mezelf voor schut. Nou en? Dat boeit me niet.
Reyhan. -Reyhan, Reyhan.
Kijk naar me. Toe dan, kijk dan.
Is dit de Reyhan uit je fantasie? Ik ben twintig jaar ouder.
Lijk ik op de Reyhan die je kende? -Nee.
Oké, nee. Je bent ouder geworden.
Ik ook. Wij beiden.
Maar zo hou ik ook van je.
Je wilt dat meisje van vroeger.
Kom op, zeg. Weet je niet meer wat we deden?
Nee. We hebben niks gedaan. -Niks gedaan?
Zal ik het je vertellen? Zodat je het je herinnert?
Wat je met mij deed. En ik met jou.
We waren nog maar kinderen. We waren dom. En het ging voorbij.
Het ligt achter me. Ik had geen andere vrouwen.
Omdat je van mij hield.
Van jou? Ga toch weg. -We hebben elkaar zo veel beloofd.
Brieven, liedjes. Ik maakte cassettebandjes voor je.
Elk liedje was bijzonder. Weet je dat niet meer?
Cassettebandjes? Nee. Dat is kindergedoe.
Waarom vergeet ik het dan niet?
Reyhan, ik krijg je niet uit m'n hoofd. Het is of ik ben betoverd.
Welke dag is het vandaag?
Donderdag? -Ja, hoezo?
Kom mee, dan gaan we praten.
Je vindt m'n huis niet mooi. Dat is natuurlijk beneden jouw stand.
Is Gökhan je man?
Nee.
Je minnaar?
We wonen samen. Dit is zijn huis.
Er zit bleekmiddel op je rok.
Er zit bleekmiddel op je rok.
Dat had ik niet gezien. Gökhan zei ook niks.
Laat dit leven achter je. Ga met mij mee.
Laat dit leven achter je. Ga met mij mee.
Wat heb je hier te zoeken?
Eren, we zouden praten. -Dat doen we toch?
Nee, niet zo.
Luister, vandaag is het donderdag... -Laat dat toch zitten.
Reyhan, dit is niet jouw leven. Wat doe je in deze bende?
Het leven bood me geen rode loper. Mijn vader was geen minister.
En ik kreeg wel een rode loper? Dat is wat jij denkt.
Heb je enig idee van het slijk dat daaronder ligt?
Reyhan, je bent de slimste...
grappigste en grootste levensgenieter die ik ken.
Dankzij jou ontdekte ik een schat aan dichters en schrijvers.
En kijk nou eens. Er ligt geen enkel boek in dit huis.
Bij elke verhuizing liet ik een boekenkast staan.
De paar die ik nog had, raakten vorig jaar beschadigd.
Ik ben toch al hersendood.
Hoe kun je zo'n leven accepteren?
Hoe kun je jezelf opgeven? Iemand als jij...
Genoeg.
We kunnen niet eens praten. -Dat doen we toch?
Nee, jij luistert niet. Hou je mond en luister.
Jij bent niet naar me toe gekomen.
Sorry? -Je kwam hier niet uit vrije wil.
Hoezo? Heeft iemand me gestuurd?
De toverspreuk stuurde je. -Wat?
Ik heb een spreuk over je uitgesproken.
Wat voor spreuk?
Een liefdesspreuk.
Volgens Aliye zou je op 'n donderdag komen.
Eerst wachtte ik elke donderdag. Later dacht ik er niet meer aan.
Je kwam vandaag, op een donderdag.
Wie is Aliye?
Een eilandbewoner.
Ze heeft enorme krachten. Haar spreuken werken altijd.
Een toverspreuk.
Je hebt een toverspreuk over me uitgesproken.
Wanneer was dat?
Een jaar of twintig geleden.
Een spreuk van twintig jaar terug komt nu pas uit?
Hoe kun je daarin geloven?
Aliye zei op een donderdag. En jij komt op donderdag.
Kom op, zeg. Daar geloof ik echt niet in.
Dat maakt niet uit. -Het is onzin.
Regelrechte onzin.
Een mens, trouwens. Ineens denk ik er weer aan.
Weet je nog dat je een raadsel voor me had? In bed.
Een raadsel?
Je vertelde een raadsel, vlak voor m'n moeder ons betrapte.
Ik wist het antwoord niet. -Wat voor raadsel was het?
Welk schepsel heeft eerst vier poten, daarna twee...
en daarna drie?
Een mens.
Het blijkt een bekende te zijn.
Ik kwam het eens tegen. Iedereen kent het. Het is iets Grieks.
Wat me hierheen bracht, Reyhan...
is iets dat je twintig jaar geleden deed.
Maar niet de spreuk.
Mijn moeder gaf me deze vlak voordat ze stierf.
Ze heeft ze jarenlang verborgen.
Je schreef zo mooi.
Als je boeken zou schrijven, was je een tieneridool.
"Je handen mis ik het meeste. Je mooie vingers."
"Op m'n voorhoofd, op m'n lippen en over m'n hele lijf."
"Je handen hadden een onbeschrijfelijke kracht."
"Het was of je de wereld in je handen hield."
Dat is echt mooi.
Er heeft nog nooit iemand zoiets over m'n handen gezegd.
Je hebt er niet één beantwoord.
Maar ik heb ze nog maar pas.
M'n moeder verstopte ze.
Jouw vader richtte al z'n woede op ons. Hij ontsloeg mijn vader.
Ze stuurden me naar Ankara en daarna naar Parijs om te studeren.
Hem ontslaan was al erg, maar hij kon niet uitstaan dat we hier woonden.
Jouw vader bedreigde mijn vader zelfs.
We moesten verhuizen naar een souterrain in Pendik.
Ik werd ontzettend tegendraads.
Ik nam een heel doosje slaappillen van m'n moeder.
Ik heb het net overleefd.
Ik heb hier jarenlang niet kunnen komen.
Toen ben ik een zomer gekomen.
In de tussentijd was de aardbeving van 1999 geweest.
We verkochten het zomerhuis en waren klaar met het eiland.
Jij was er niet.
Wat had je dan verwacht?
Dat ze het goed zouden keuren?
Dat ze onze bruiloft zouden vieren?
Jij bent de dochter van Hikmet Kocabas en ik gewoon van Hüseyin.
Een gekke wildebras.
Straatarm, maar zo denk je niet.
Zoiets als, je weet wel. Rijk meisje...
valt voor arm meisje.
Een perfect melodrama.
Ik hield van je. -Echt niet.
Ik hield van je. -Je ging weg en vergat me.
M'n vader ging drinken en sloeg me elke dag.
Die man verachtte me. Uiteindelijk ben ik weggelopen.
Ik kon niet studeren. Alles ging in rook op.
Op de dag dat we werden betrapt, stopte alles gewoon...
en daar bleef het bij.
In die tijd ging ik die brieven schrijven.
Alsof ik tegen je praatte.
Het heelde me.
En dan zeg je dat we niet verliefd waren.
Ik was wel verliefd.
Helemaal stapelverliefd.
En daardoor ging m'n leven naar de klote.
Ga weg, alsjeblieft.
Toe, ga weg, alsjeblieft.
Ik ken ze allemaal uit m'n hoofd.
Ik ga niet weg zonder jou.
Als jij niet gaat, ga ik.
Nu gaat het alleen om ons, Reyhan.
Alle Kocabas zijn dood en begraven. Eerst m'n vader. Dit jaar m'n moeder.
Niets staat ons nog in de weg. Niemand meer die ons leven verpest.
Het is alleen nog jij en ik. We beginnen opnieuw.
Kom bij me wonen. Ik woon in Bebek.
Voorlopig. We kunnen wonen waar we maar willen.
Zelfs in het buitenland.
Je droomde van Italië. Daar ben je vast niet geweest.
We maken een wereldreis als je wilt.
Het is ook goed als je ergens rustig wilt wonen.
Dat vind ik ook goed. Wat je maar wilt.
Je was altijd al gek en dat ben je nog.
Besef je wat je zegt? Besef je dat?
Ja. Elke seconde dat we niet samen zijn, is een vergissing.
Ze dwongen ons om stil te staan. Maar dat kunnen we nu veranderen.
Is het zo gemakkelijk?
Geen denken aan. Er is geen 'ons'.
Ik dacht dat ik gek werd, maar jij bent krankzinnig.
Dit zijn de naakte feiten: We waren kinderen.
Onze hormonen sloegen toen op hol...
en we verloren onszelf in dromen. Die dromen hebben ze weggegooid.
Je hebt me twintig jaar niet gezien. Geen telefoontjes, geen brieven.
Je kunt niet komen en denken dat we het nu weer oppikken.
M'n vader stierf in 'n armenhuis. Dat hoorde ik pas later.
Jouw vader liet me volgen en liet me overal ontslaan.
Ik leefde in angst.
M'n vader was een machtig man, maar hij zat niet overal achter.
Hoe kon hij je laten ontslaan? -Geen idee, maar hij deed 't.
Ik was secretaresse in een blikfabriek en m'n baas zei...
dat ik op een zwarte lijst stond.
Wie anders kon dat hebben gedaan? -M'n vader is dood, Reyhan. Relax.
Ik was opgelucht toen hij dood was.
Pas toen durfde ik weer naar het eiland te komen.
Er staat ons niets meer in de weg. We kunnen opnieuw beginnen.
Opnieuw beginnen? -Ja.
Echt? -Ja.
Zoals ik nu ben? -Wat is daar mis mee?
Ik word krankzinnig. Ik kan niet focussen, ik kan niks.
Ik krijg het pensioentje van m'n opa en Gökhan verdient nauwelijks iets.
Weet je hoeveel ik per maand heb? 150 lira.
Dat is zo'n 20 euro. Meer heb ik niet. Hoe vind je dat?
Reyhan is er niet meer. Ze is weg, tot stof vergaan.
In al die twintig jaar deed je niets om Reyhan te vinden.
Nu kom je, je hebt geld, een huis in Bebek...
en ik mag je sloofje worden. -Wat?
Dan zeg ik toch geen ja? -Sloofje? Dat zei ik niet.
Jawel. -Ik bedoelde het niet zo.
Je zei het lief. -Sloofje. Dat zou ik nooit zeggen.
Wat voor zieke geesten leren je zulke woorden?
Wat van mij is, is ook van jou. Ik vraag je om dat met me te delen.
Je hebt me gedumpt. -Nee.
Jawel. -Nee.
Je deed niks toen je vader me wegjoeg.
Ze lieten me niet gaan. -Je had kunnen komen om weg te lopen.
Maar je was te bang. Je leverde me over aan jouw vaders genade.
Dacht je dat ze mij niet hebben gepijnigd?
Ze behandelden me rot tot ik ging trouwen.
Ze dwongen me pillen te slikken en sloten me op in huis.
Ik heb m'n vader met een mes bedreigd.
Ik had 'm vermoord als ze me hadden gelaten. Hoor je me?
Je leidde het mooiste deel van je leven zonder mij.
Nee. Het mooiste deel van m'n leven bracht ik door met jou.
We hebben genoeg gezegd.
Sorry dat ik je helemaal meenam naar hier.
Vergeef me, die spreuk was dom, maar ik was ook maar jong.
Vergeet die spreuk, Reyhan. Ik kwam hier uit vrije wil.
Er is geen spreuk. Vergeet het snel.
Als dat zo was, wat doe ik hier dan? -Ga weg.
Neem de veerboot en ga weg.
Vergeet mij en kom niet weer.
M'n leven is verpest door jou. -Verpest? Waarom?
We kunnen onze levens nog redden.
Ik heb hier een beetje rust. Verknal dat niet. Ga weg, alsjeblieft.
Alsjeblieft.
Ga weg.
Hoe vaak zeiden we niet tegen elkaar dat we van elkaar hielden?
Al fluisterden we, onze stemmen bereikten een hoekje in de hemel.
Ze moeten nog ergens te horen zijn.
Beste passagiers, de veerboot van Kadiköy-Eminönü is vertrokken.
Ga niet meer aan boord.
We hielden van elkaar en verlangden naar elkaar.
Dat kan toch nooit zomaar ineens voorbij zijn?
Of wel?
Hallo.
Hoe gaat het? -Wel goed.
Is je vriendin weer weg? -Ja.
Wie is die vriendin?
Van de middelbare school.
In Pendik. Ik heb haar twintig jaar niet gezien.
Heb je trek? -Nee, ik heb kebab in de stad gegeten.
M'n schouder zit vast. Wil je masseren?
Ja, hoor.
Hier? -Daar, ja.
Dus je bent niet weggegaan.
Ik ga bijna, ik wacht op de boot.
Neem ondertussen een kop thee.
Thee?
Dus jullie zijn jeugdvriendinnen? -Ja.
Hoe dan? Ik bedoel, het is vreemd dat jullie elkaar kennen.
Hoezo?
Jij bent niet van hier.
Reyhan's vader beheerde ons zomerhuis.
Hij deed het onderhoud, de tuin, alles.
Het stond verderop in de straat. Elke zomer waren we samen.
Jij bent ook niet zoals zij. -Hoe bedoel je dat?
Niemand zou jullie samen als stel zien.
Bracht Reyhan haar jeugd door op het eiland?
Ja, we waren gehecht aan elkaar. Heel close.
Dat hebben vrouwen. Moeilijk te begrijpen.
Ik heb haar alles verteld. M'n ouders, hoe ik hier kwam...
waarom ik stopte met school, dat ik ben gestopt met drinken.
Alles. Elk detail.
Maar wie weet wat ze mij niet heeft verteld?
Maar goed, dat vraag ik vanavond wel. Dan kan ze me dat vertellen.
Willen jullie niet trouwen?
Ik dolgraag, maar Reyhan niet. Ze zegt dat we te oud zijn.
Als het aan mij lag, had ik drie kinderen.
Ik ga maar weer eens. -Je hebt nog tijd.
Ik wil nog even de heuvel op.
Bedankt. Voor de thee.
Op zomeravonden wachtte ik in m'n kamer op je fluitje.
Soms kwam je niet.
Dan hoorde ik gelach, stemmen en het geluid van bestek vanuit de tuin.
En ik rook raki en gegrild vlees.
Soms klonk je fluitje als een dartel vogeltje bij de deur.
Dan was ik de gelukigste mens op de wereld.
Opzij, dame, ik moet de trap dweilen.
Hallo.
Sorry.
Woon je hier?
Ja. We zijn pas verhuisd.
M'n man had gespaard en gaf me een verrassing.
Voor m'n verjaardag.
Meid, ben je gek? Hoe zou ik hier kunnen wonen?
Ik ben de schoonmaakster. -Ik werk voor TV.
We zoeken locaties voor een serie. -Echt waar?
Welke serie? En op welke zender? -Mag ik even binnen kijken?
De eigenaar is er niet. Dan kan ik je toch niet binnenlaten?
Hoe heet je?
Necla. -Necla.
Hier, een kleinigheid.
Ik kijk alleen even rond. Niemand ziet het.
Je slaat me toch niet neer om het huis leeg te roven zoals op TV?
Nee, je lijkt me wel een goed mens.
Er zijn verborgen camera's, dan weet je dat.
Mr Fikret werkt meestal de hele dag hier.
Vroeger woonde het personeel hier.
Konden we dat nog maar.
Twee kleine kamers, maar brandschoon. Geen boten die op en neer gaan.
We kunnen hier tomaten planten. Zelfs kippen houden.
Fijne dag nog -Wat is er? Vind je het niet mooi?
Het past niet in ons verhaal.
Beste bewoners. Vandaag tussen 10.00 en 17.00 uur...
en met steun van de jeugdvereniging van het eiland Burgaz...
staat de bloedbankbus van het Rode Kruis op het Atatürkplein...
Maak die toverspreuk ongedaan. Ik kan er niet meer tegen.
Je geloofde toch niet in toverspreuken?
Maar jij wel.
Het is al goed.
Kom hier, ga liggen.
Toe maar, ga maar liggen.
Haal adem.
Het is al goed. Rustig maar.
ik wacht aan de kust van het eiland
en ik kijk altijd naar je uit
liefste, ik vraag je
vrolijk me op voor je eigen bestwil
Er zijn veel liedjes geschreven over eilandliefdes.
En wat een liefdes zijn er geweest.
Zo veel minnaars die wachtten aan de kust.
En ik... Ik kijk van een afstand naar het eiland en denk aan jou.
Je zit in elke hoek en elke kier op het eiland.
Ik hou van de bloemen omdat jij ze mooi vindt.
Ik hou van de katten omdat jij ze leuk vindt.
Ik mis het allemaal zoals ik jou mis.
Hallo?
Het gaat prima met ons.
Weet je nog, m'n vriendin? Ze heeft de boot gisteravond gemist.
Ze is er weer. We hebben thee gedronken en zo.
Nee, ze blijft niet eten. Ze gaat weer.
Misschien nog even wandelen en dan gaat ze.
Je doet maar. Oké, lieverd, oké.
Ik ga niet weg.
Als ik ga, kom ik niet terug.
Daar deed je twintig jaar over. -Je houdt niet van hem, Reyhan.
Dat doet er niet toe. -Maar je houdt niet van hem.
Je koos gewoon de gemakkelijkste uitweg.
Ik heb het hier wel mee gehad.
Laten we iets aan de sfeer doen. -Hoe dan?
Lachen. -Lachen?
Ja, lachen.
Lach dan, toe dan. -Ja, hoor.
Alsof het niet twintig jaar geleden is...
dat we dikke lol hadden, alsof onze levens niet zijn verknald.
Lach dan. Toe dan.
Zo ja, lachen.
Wil je die spreuk nog steeds ongedaan maken?
Oké, dan.
Dan gaan we naar Aliye.
Dan vragen we het haar.
Er moet een manier zijn om het ongedaan te maken.
Ik wacht erop dat je zegt dat 't een grap is.
Ze laat haar magie er wel op los. -Oké, dan gaan we.
We laten het ongedaan maken. Wat ze daarvoor ook moet doen.
Ik wil me eerst even opfrissen. -Dat kan daar.
Het moet daar ergens om de hoek zijn.
Straks is het huis gesloopt.
Nee. Dat is het mooie van het eiland. Zo snel verandert het niet.
Trouwens, als ze geld vraagt, je kent m'n situatie.
Ze vroeg destijds 50 lira. Wie weet wat ze nu vraagt?
Wacht, hier is het.
Op slot. -Ben je zeker dat dit het is?
Ja.
Misschien is er nog een ingang, daarboven.
Dat zou kunnen.
Dit is het.
Het ziet er verlaten uit. -Nee, de hordeur is open.
Wat kan ik voor u doen? -Dit is toch het huis van Aliye?
Ja, kom maar. -Sorry?
Alstublieft, kom binnen.
Kom verder. Ik verwachtte niemand, dus ik ben nog in pyjama.
Nee, geen probleem.
Ga zitten, alstublieft.
Ik heb zo lang geen gasten gehad dat ik m'n manieren ben verleerd.
Wat wilt u? Iets drinken? Thee? Er is saliethee, citroenthee...
Wacht, kersenlikeur. Zelfgemaakt. Momentje.
Doe niet te veel moeite.
Alstublieft.
We willen Aliye iets vragen. Dan gaan we weer.
Dat zal niet gaan.
M'n moeder...
Vorig...
Vorig...
Gecondoleerd.
Willen jullie echt geen kersenlikeur?
Nee, bedankt. -M'n moeder maakte het. Heerlijk.
De smaak herinnert me aan m'n moeder.
Alles hier in huis herinnert me aan haar.
Ze was tot het einde nog helemaal goed. Sterk en ze liep nog.
Misschien de laatste weken niet. De dokter zei...
dat de heuvels en trappen op het eiland je fit en gezond houden.
M'n moeder was geweldig.
Weer of geen weer, elke dag ging ze buiten wandelen.
En ik kom het huis niet eens uit.
We gaan wel weer. -Waarom kwamen jullie eigenlijk?
Is het iets waarmee ik kan helpen?
Het is iets persoonlijks. Uw moeder wist ervan.
Een toverspreuk? Daarvoor kwamen ze hier vaak.
Ja. Doet u dat ook? -Dat meen je toch niet?
Echt niet. Hooguit koffiedik kijken. En dat ging om de gesprekken.
Ik geloof niet in voorspellen. Wel in wetenschap.
Ik studeerde drie jaar farmacie. Ik ben nooit afgestudeerd.
In Kismet.
Maar er was iets vreemds met m'n moeder aan de hand.
Noem ik het intuïtie of spon ze er gewoon goed garen bij?
Maar ze heeft iets goeds gedaan, want er stonden rijen voor de deur.
Wat voor spreuk heeft u nodig?
Liefde.
Daar weet ik ook al niks van.
Liefde, toverspreuken en zo. Het is allemaal één pot nat.
En ze zijn allemaal uit m'n leven verdwenen.
We moeten gaan. -Nee. Jullie zijn er nog maar pas.
Blijf nog even. We zitten net gezellig te kletsen.
Ik zie zo weinig mensen. Ik zit de hele dag voor dat ding.
Vroeger las ik boeken, encyclopedieën...
Maar ik ben al oud. Ik kan niet meer lezen.
Zullen we nog wat kletsen? Trouwens, hoelang kan dat nog?
Moge God u een lang leven geven. -Nee, dat is het niet.
Ze gaan hier slopen. Het huis gaat plat, laat me je dat vertellen.
Besef je dat niet?
Ze zijn er al mee bezig.
Het hele huis zit vol met zombies.
Een zombiefilm, zombieseries, zombiereclame, waar je ook kijkt.
Hoezo?
Omdat ze de wereld willen overtuigen.
Waarvan? -Waarvan niet?
Het bloedbad en de vernietiging. Ze gaan hele volksstammen uitmoorden.
Al die zombies moeten die moorden rechtvaardigen.
Zie je, ze zeggen...
dat er onverbeterlijke corrupte bendes op de aarde zijn.
Die moeten massaal worden uitgeroeid, zoals muggen.
Ze hebben het over 'besmette mensen'.
Ze zeggen: Kijk maar weg, dan ruimen wij wel op.
Wie zegt dat? Tegen wie? -Wie?
De echte heersers van de wereld. Tegen de mensen die het overleven.
Dan hoeven ze zich niet schuldig te voelen.
Kijk.
De wereldbevolking is nu 10 miljard. Straks 15 miljard.
Hoe ver kan dat nog groeien?
De bodem en de zee zijn uitgeput, de lucht vervuild, rivieren drogen op.
Zelfs de ijskappen smelten.
De aarde voldoet niet meer aan de mensenlijke behoefte.
Er moet massaal worden gesaneerd. Vooral hier.
Het Midden-Oosten, Afrika...
Zo schaven ze een paar miljard van de wereldbevolking weg.
Straks hebben we geen olie meer nodig.
Dan hebben we dat allemaal opgebruikt.
En kijk dan eens. Dan wordt er weer overal gebouwd.
Dan ruimen ze de brokken op en bouwen 'n nieuwe wereld voor zichzelf.
Gigantische winkelcentra, splinternieuwe sterrenhotels...
Achtbaanswegen die er langs lopen.
Van New York naar Shanghai in drie uur. Zoef heen en zoef terug.
Het leven wordt totaal anders. Kopen, verkopen, eten, drinken, schijten...
Niemand kent de zombies nog.
Jullie, ik...
Niemand herinnert zich ons nog.
Onze liefdesavontuurtjes... Onze spreuken...
Ze vergaan tot stof en waaien weg.
Sorry dat ik niet heb kunnen helpen. En dat ik te veel heb gekletst.
Nee, echt niet. -Geen probleem. Dag.
Wacht even.
Je hebt natuurlijk Pembe nog.
Zij kan het ook. -Wie?
Pembe. Ze is een beetje vreemd, maar ze is een echte engel.
Wacht, ik zoek haar nummer even. Momentje.
Hallo, ik wil mevrouw Pembe graag spreken.
O ja? Nou, dan spijt het me. Dag.
Een man nam op en zei dat dit het verkeerde nummer is.
Wat doen we nu? -Ik heb geen idee.
Zeg dat er geen spreuk is, dat 't een grap was. Dan zijn we er klaar mee.
We zijn sowieso al om te gillen.
Reyhan, hoe heb je het kunnen doen?
Je zat altijd te geinen om bijgelovig gedoe. Wat is er gebeurd?
Hallo?
Ja, we zijn klanten. We wilden...
Ik moet m'n locatie sturen, dan komt hij.
Oké, stuur maar.
Ik weet niet hoe. Ik heb dat nog nooit gedaan.
Geef maar.
Digibeet.
Zelfs een toverheks is beter met techniek dan jij.
Onze soldaat is de beste.
Hallo?
Hij hing op.
Volg me.
Wat is hier gaande?
Waarom zo mysterieus?
Kom binnen.
Jullie hebben Aliya's zoon gesproken?
Ja, al hebben we meer geluisterd dan gesproken.
Hij praat veel. Hij gaat maar door. En hij is ook een beetje gek.
Hij belde zojuist.
Hij zei dat hij m'n nummer aan twee dames had gegeven.
Je kunt niemand meer vertrouwen.
Tegenwoordig zie ik iedereen anders dan vroeger.
Je hebt doortrapte mensen. Dieven, politie...
Je wilt een liefdesspreuk ongedaan maken?
Ja.
Was jij degene die verliefd was?
Ja. -Op wie?
Dat doet er niet toe.
Dus jij zegt dat je weet wat ertoe doet en wat niet.
Wat moet ik dan nog doen?
Nee, dat is het niet. Die kon niet komen, vandaar.
Waarom wil je de spreuk ongedaan maken? Werkte hij niet?
Jawel. Maar ik kreeg er achteraf spijt van.
Spijt... Je werd verliefd op een ander.
Ja, zoiets.
Wat heeft Aliye gelezen?
Sorry?
Ik vraag naar het voorwerp van die persoon.
Een sok, een knoop... Wat had je bij je? Wat heeft Aliye gelezen?
Ik heb wel een voorwerp, maar dat heb ik nu niet bij me.
Heeft u het nu nodig? Zal ik het halen?
Nee. Eerst schrijf ik een gebed op.
Geef me eerst je moeders naam en je geboortedatum.
Kübra.
30 april 1980.
Heeft Aliye bloed afgenomen?
Bloed?
Bloed. Of ze bloed heeft afgenomen.
Van wie?
Nee, er was geen bloed. Ze deed alleen de spreuk.
Goed, dan is het in orde.
Als er bloed bij komt kijken, is het veel moeilijker.
Goed...
neem dit gebed mee...
klim op de hoogste heuvel...
die het dichtst bij je in de buurt is...
en begraaf dit met het voorwerp van de man...
daar bovenop de heuvel.
Begraaf het goed, zodat de honden het niet opgraven.
En dan?
Wat bedoel je daar nu weer mee?
Dus dit is alles?
Wat wil je dat ik zeg?
Ga veertig jaar leven als bijvrouw van de trollenkoning?
Je verdient een pak slaag.
Nee, oké dan. Ontzettend bedankt.
Ik heb het voor je geregeld. 500 lira.
Jij liet de spreuk ongedaan maken. Waarom betaalt zij?
Ik heb geen geld bij me. M'n vriendin leent het me.
Luister even.
Als er iets stiekem is, zeg 't nu. Hou de geestenwereld niet voor de gek.
Sorry? -Geen geintjes met de geestenwereld.
Ze weten alles van ons allemaal. Van binnen en van buiten.
Luister. Twintig jaar geleden waren we verliefd op elkaar.
We moesten uit elkaar.
Reyhan sprak een spreuk over me uit en die wil ze ongedaan maken.
Wat kan mij dat schelen?
Wat maakt het mij uit wie van wie houdt?
Ik doe ook maar m'n werk.
Zijn jullie nog steeds verliefd? -Ja.
We zijn nog steeds verliefd.
Moge God jullie beter maken.
Goed, tot ziens.
Rifki.
Deze kant op.
Waarom zei je alles? Zo gaat 't het hele eiland over.
Ze komt niet buiten. Wie moet ze 't zeggen?
En dan nog, wat als ze dat doet?
Ben je gek geworden? Ik woon hier.
Doe dat dan niet. Kom bij mij wonen.
In Godsnaam.
Wat voor voorwerp heb je van me? -Dat zie je thuis wel.
Wat is het?
Het is van jou. Herken je het nog?
Dit was van m'n oma.
Antiek ivoor. Ik wist niet dat 't zo waardevol was toen ik 'm jatte.
Heb je 'm gejat?
Heb je 'm van me gestolen?
Van je boekenplank.
Ongelofelijk dat ze dat konden.
Al die moeite voor een doosje voor visitekaartjes.
En ik kreeg nooit een kaartje om erin te doen.
Nam je dit mee toen je een voorwerp voor de spreuk moest meenemen?
Dus je had al die jaren een herinnering?
Dan kon ik 'm verkopen als ik geld nodig had.
Kom, dan gaan we. -Oké.
Ik werd alleen maar verliefd. Dit is wel een erg hoge prijs.
Je liet me elke heuvel op het eiland beklimmen.
Het wordt erger als je stopt. Je moet blijven doorlopen.
Kom, doorlopen.
Volgens mij leeft die beneden. Hij komt terug.
Ga maar boven kijken.
Hij zit vast. Hij gaat niet terug. Wacht, kijk.
Ja, ik ga naar huis.
En wat nu? -Hoe bedoel je?
Hij is weer blij in z'n huisje. Hopelijk krijgt hij veel kleintjes.
Dat bedoel ik niet.
Wat gebeurt er nu met ons?
Niks.
We klimmen op de hoogste heuvel, we graven een gat, begraven de boel.
Eren gaat terug naar huis en leeft vrolijk verder. Dat gebeurt er.
Kom.
Ik ben doodop.
Niet nog meer klimmen.
De hoogste heuvel is St George. Die is steil. Hou daar rekening mee.
Echt niet.
Wacht even.
Hang nu niet de toerist uit. We zijn er zo vaak geweest.
We dronken eens wijn tot we misselijk werden.
We durfden niet meer naar beneden.
Ze maakten toen hun eigen wijn. En nu is het een restaurant.
We begraven dat doosje, we maken de spreuk ongedaan...
en dat vieren we bij de lunch. Ik heb nu al trek.
Oké, we gaan.
Trouwens...
Dat doosje was van m'n oma.
Stel dat ze uit haar graf is opgestaan als reactie op de spreuk?
Is dit 'n zombiefilm? Nu klink je als Aliye's zoon.
Jij gelooft in spreuken, niet in zombies. Beide zijn fantasie.
Kijk eens. Lag die hier altijd al?
Toerist.
Die ligt hier al eeuwen.
Herinner je je dat niet meer? -Geen idee.
De Christusberg.
Hier stond het chicste restaurant van het eiland.
We kwamen hier altijd. Je hebt het vast gewist.
Dit is hoog zat. We begraven het hier.
Nee, ze zei op de hoogste heuvel.
Er is een naam voor wat jij hebt.
Obsessief compulsief.
Geen geintjes met de geestenwereld. Het moet volgens het boekje.
Kom.
Het is hier veranderd.
Dit was er vroeger niet.
Het staat in de weg.
Zullen we daarheen gaan? -Oké.
Voorzichtig.
Daar is prima.
Waar graven we mee? -Geen idee.
Hiermee lukt het wel.
Toe maar.
Momentje.
Pak het eens?
Hier. -Ben je er klaar voor?
En nu? Nu ligt het daar.
Dat hebben we nu gedaan. Wat doen we nu?
Ik ben uitgehongerd.
Kom, we gaan iets eten.
Ik weet niet hoelang geleden het is dat ik zo'n feestmaal had.
Ik ben vergeten hoe het smaakt.
Hoe dat zo?
Hoe dat zo?
Ik let op m'n gewicht, daarom.
Soms kun je zo naïef zijn. Niet naïef, maar onwetend.
We zijn arm, oké? We kunnen het ons niet veroorloven om hier te eten.
Soms gaat Gökhan vissen en dan...
Zo, stelletje probleemschoppers.
Zo, stelletje probleemschoppers.
Is er iets grappigs?
Wat? -Je lacht. Is er iets grappigs?
Hoe bedoel je dat?
Ben je niet de dochter van Mr Hikmet? -Je hebt de verkeerde voor je.
Toen Mr Hikmet hier nog kwam, was ik visser. Nu heb ik dit restaurant.
Hij zei altijd tegen ons: Zo, stelletje probleemschoppers.
Ben je niet z'n dochter? -Ik ken niemand die zo heet.
In dat geval sorry. Eet smakelijk.
M'n bloed stokte even. -Bij mij ook.
Die man had precies dezelfde stem.
Wie is hij? Ik heb 'm vast uitgewist. Ik herinner me hem niet.
Ik ben even van slag.
Jij maakt indruk op iedereen. Ik nooit.
Niemand op het eiland herkent me nog.
Verdomme. Ik word liever helemaal niet herkend.
Laat het toch zitten. Laten we hiervan genieten.
Wat kan ik voor u doen? -Niets.
Bier.
Mag ik een biertje?
Kijk je naar die meisjes?
Die kijken niet naar je om, neem dat maar van me aan.
Kijk.
Ben jij ooit getrouwd?
Nee.
Ik leerde een jongen kennen en liep weg toen ik 20 was.
Hij zei dat hij theater deed, maar dat was een goedkope showtent.
We gingen ermee op toernee. Ik ben het hele land doorgereisd.
Tot aan de grens met Georgië, een triljoen kilometer ver weg.
Ik stond met hem op het podium. Zingen en zelfs buikdansen.
Ik heb zelfs in films gespeeld. -O ja? Ik heb ze niet gezien.
Toen is hij opgerot.
Ik was nooit lang met iemand, behalve met Gökhan.
Het klinkt als Les Miserables. Zo erg is 't ook weer niet.
Ik heb mooie tijden gekend en mooie mensen ontmoet.
Niet iedereen was even leuk, maar dat is iets anders.
Hoe leerde je Gökhan kennen? -Vijf jaar geleden kwam ik hier weer.
De eerste keer sinds destijds.
Ik was bang dat iemand me zou zien en wegsturen.
Maar niemand herkende me.
Ik zwierf in m'n eentje door de straten.
Je hebt z'n stalletje gezien.
Ik zag een mooie tattoo. Hij noemde een idiote prijs.
Ik protesteerde en toen gaf hij 'm cadeau.
Zo raakten we aan de praat.
Hij wilde dat ik bij hem bleef.
En ik had niks beters om heen te gaan.
Je blijft niet bij iemand omdat je niks beters hebt.
Het is niet eerlijk. Je houdt niet van hem.
Dat doosje begraven heeft niet gewerkt.
Nou, ik merk geen verandering.
Ik ben een beetje aangeschoten, meer niet.
Het punt is dat je voor jezelf naar die vrouw ging, niet voor mij.
Wat bedoel je daarmee?
Je bent slim genoeg. Denk er maar eens over na.
Hallo.
Mag ik nog een biertje?
Oom, waarom zei je dat? -Wat zei ik?
Dat die meisjes niet naar me omkijken. Waarom zei je dat?
Vind je me niet goed genoeg? Heel wat mensen vinden dat.
Nee, dat is het niet. Zie je dat meisje met dat korte haar?
De dochter van Hikmet Kocaba. Ken je hem?
Hij was hier een hoge pief. Minister, kamerlid...
Een vent met ballen. Zij is z'n dochter.
Ze is lesbisch. -Dat meen je niet.
Ze had iets met een meisje van hier.
Dat liep uit op een schandaal. Ze zijn toen vertrokken.
Dat kan niet waar zijn.
Jawel. Dan geloof je me niet. Denk wat je wilt.
Ik heb geprobeerd om je te vergeten.
Echt.
Dat lukte pas toen ik je ging haten.
Ik heb je talloze keren vermoord.
In m'n dromen dan.
Ik jaagde je op in vreemde duistere straatjes...
en vermoordde je op gruwelijke manieren.
Ga door. Volgens mij is het ongedaan maken al bezig.
Net toen ik je was vergeten, dook je op.
Geef me nog een dreun.
Er valt niet normaal met je te praten.
Weet je wat ik het meest aan je bewonderde?
Ik heb me altijd schuldig gevoeld omdat ik op vrouwen val.
Ik haatte mezelf.
Ik walgde van mezelf.
Ze zorgen wel dat je jezelf gaat haten.
Je ouders.
Iedereen.
Het gaat onder je huid zitten.
Het dringt binnen als een vieze geur.
M'n hoofd zegt het een en m'n hart het ander...
Maar jij...
Zelfs toen, op die leeftijd...
Je volgde gewoon je hart. Jij was zo relaxed.
Je accepteerde het gewoon. Hoe kan het dat je zo relaxed was?
Ja, ik was relaxed. Daar heb ik wel dubbel en dwars voor geboet.
De tijd strafte me af. En ik werd zoals jij.
Maar we waren ook ontzettend onbezonnen.
Moerbei.
Weet je nog?
Ik was de gelukkigste mens ter wereld tot je moeder ons betrapte.
Zullen we hier voor altijd blijven zitten?
Ja, dat doen we.
Dan worden we één met de raki...
met de grond, met de vogels...
met de bladeren.
O ja.
Je kon altijd zo mooi zingen.
Zing eens iets? -Echt niet.
Je vader huilde altijd als hij die oude liedjes hoorde.
Mijn vader dacht aan m'n moeder als hij dronk en oude liedjes luisterde.
Ik haatte die oude Turkse muziek.
Ik heb geen enkele herinnering aan m'n moeder.
Ik leerde ze allemaal en zong ze voor mezelf.
Je kon ontzettend goed zingen.
Weet je dat ene liedje nog?
M'n lievelingsliedje.
Welke was dat?
M'n leven van nu is als een lange droom...
Ken je dat?
Ik heb haast geen stem meer. -Met dat beetje dat je nog hebt dan.
Alsjeblieft. -Nee.
Toe, zing het.
Toe, alsjeblieft.
Ik weet het niet meer.
Jawel.
Ga je het zingen?
prachtige ogen
prachtige ogen
maakten dat ik
zo onzettend verliefd werd
zo onzettend verliefd werd
prachtige ogen maakten dat ik
zo ontzettend verliefd werd
m'n leven is nu
als een lange droom
als ik m'n geliefde voor me zou zien
zou ik gaan dagdromen
Het voelt niet als twintig jaar.
Alles is nog net zoals ik het me herinner.
We moeten opschieten, anders mis je de boot.
Ik neem die boot niet, Reyhan. Ik ga niet bij je weg.
Blijf vannacht hier.
Haal morgen je spullen.
We praten met Gökhan op een fatsoenlijke manier.
En dan gaan we hier weg.
Deze keer met z'n tweeën.
Geef me wat tijd.
Dan overtuig ik Gökhan.
Of liever, dan overtuig ik mezelf.
Moet je jezelf nog overtuigen?
Wees gewoon geduldig, oké?
We hebben al zo veel tijd verspild, Reyhan.
Ik wil niet sterven zoals m'n moeder.
Hoe bedoel je dat?
M'n moeder stierf alleen. Helemaal alleen.
Helemaal alleen, zonder degene van wie ze echt heeft gehouden.
Toen ze echt ziek werd, mompelde ze steeds: Haluk, Haluk.
Toen ze op een dag bij was, vroeg ik haar wie Haluk was.
Ze schrok.
En ze ging huilen.
Ze deed of ze haar geheugen kwijt was.
Toen vertelde ze het.
Op school waren zij en Haluk stapelverliefd op elkaar.
Echt onzettend verliefd.
Haar ouders mochten hem niet.
Ze vonden hem niet geschikt. Ze legde zich erbij neer...
en trouwde met m'n vader, die 'geschikt' was.
Toen ze 86 was...
lag Haluk's naam op haar lippen terwijl ze stervende was.
Zo gaan wij niet eindigen.
Nee.
Waarom lach je?
Waarom trek ik altijd de problemen aan?
Hoe bedoel je dat?
Mijn leven was verpest, ik moest een nieuw leven opbouwen...
en nu moet ik dat weer weggooien.
En jij hebt geen schrammetje. Jou gebeurt niks.
Reyhan.
Ik heb je dit gegeven.
Wacht even.
Oké, we hoeven niet meer te praten.
Dit is geen manier. Het kan niet zo eindigen.
Ik wil een volwassen gesprek.
Hij gooit je eruit. Wat wil je nog?
Gökhan is geen slecht mens.
Ik wil afscheid nemen. Gökhan.
Gökhan.
Reyhan.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.