Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Valsspeler !
Schiet op, Julien ! - Ik kom al !
Ik leg 'm terug. Een, twee, drie !
Overtreding ! Hier !
Geef op !
Drie-nul ! Drie !
Geef maar. Je haalt de lak eraf.
Julien, ben je klaar ? - Ja.
Kom, ik zal je wassen.
Geef alsjeblieft de spiegel even, mama.
Kijk hoe mooi.
Helemaal een punkkapsel.
Tel je ?
Oké.
Een, twee, drie...
Wat zoek je ? - Mijn sigaretten.
En, hoe lang ? - Tien.
Nee, je hebt niet geteld. - Toch wel.
Nee ! - Ik zeg je van wel !
Je liegt ! - Niet waar !
Hou op !
Julien, hou ermee op !
Jij kunt je adem niet langer inhouden dan ik.
Hoeveel wil je wedden ? - Een briefje van tien.
Tot hoeveel kun je tellen ?
Eh... duizend. - Te weinig.
Begin maar. - Eerst je pyjama.
Een, twee, drie. - Nee, Michel !
Michel, wat doe je ? Hou ermee op.
We verdrinken mama ! We verdrinken mama !
Help !
We maken mama helemaal nat !
Nee ! Schei uit !
Julien, ga alsjeblieft weg.
Mag ik de melk ? - Alsjeblieft.
Koop rundvlees of een grote kip.
Armworstelen ?
Ik ben te sterk.
Hoi.
Alles oké ? - Ja.
Het was te weinig voor een grote kip. Ik heb gewoon vlees.
Oké.
Dit is vanmorgen gekomen.
Mooi, hè ? - Ja, heel mooi.
Zie je jezelf ? - Ja.
Maak je het niet open ? Nu meteen ?
Niet hier.
Kom.
Wauw, heel mooi. - Zal ik je schooltas dragen ?
Ik win !
Nee, ik ! - Nee, ik. Kijk uit.
Gewonnen !
Julien en Marion, pak jullie schoenen.
En geef die anderen alvast.
Dank u wel, meneer. - Graag gedaan, mevrouw.
Mag ik je hemd ?
Ik doe de witte was ! Iemand nog witgoed ?
Dank je. Hier, voor de kat.
Je had honger, hè, poes ?
Er waren alleen gewone !
Maak ik 'm weer vast ? - Ja.
Nog spullen ? Ik doe de witte was. - Nee.
Heb je het nog niet opengemaakt ?
Hee, wat mooi.
Voor de zomervakantie.
Heel mooi.
Trek even aan.
Trek aan !
Het staat je, vind je niet ?
Is het te klein ? - Nee, het is oké.
Mooi, nee ?
Het staat je heel goed. Ga wat verder staan.
Ja, mooi.
Gisteren was de bonte was. Vandaag is het wit.
Hoe vind jij het ?
Je weet best dat ze zoiets toch nooit aantrekt.
Voor jou, junk.
Bedankt, pa.
Help even. Geef me de jerrycans.
Zwaar ?
Kom op.
Laat ze niet op m'n hoofd vallen. Het is giftig.
Ik wil niet meteen kaal worden.
Hiermee dood je de microben in 't water als 't eenmaal waterdicht is.
Wanneer ben je klaar ?
Geen idee.
Met wat geluk plons je er deze vakantie in.
Als jullie me rustig laten werken.
Er was vanmiddag een auto op de autoweg.
Hoe kan dat ?
Vast iemand die verdwaald was.
Wat voor auto ? - Een werfauto.
Met mensen erbij.
Waar ? - Hier vlakbij. Bij mijn hut.
Waarom zei je dat niet eerder ?
Vergeten.
Hij verzint maar wat.
Je zit maar wat te liegen, hè ?
Je maakt ons wat wijs, hè ?
Snotaap. - Ga zelf kijken als je me niet gelooft !
Sukkel. - Leugenaar !
Geef toe dat je liegt !
We laten je wel bekennen. - Hou op ! Genade !
Zo tegen je familie liegen !
Oké, het was gelogen ! Genade ! Hou op !
Zie je wel dat hij maar wat verzint.
Waar was het ?
Daar ergens, denk ik.
Weet je het zeker ? - Ja.
Maar niet helemaal.
Oké, jij mag terugrijden.
Heb je de vrachtauto's gezien ?
Ja, maar we hebben ons meteen in de hut verstopt.
Kwamen ze voorbij jouw huis ? - Jongens, kijk wat ik gevonden heb !
Wat heb je ?
Laat zien !
Kijk, het is nog warm.
Het stinkt ! - En het plakt !
Waar heb je dat gevonden ? - Wat 'n stank !
Wat heb jij ? Hoe zie je eruit !
Kijk... Hier en hier.
En kijk hier.
Ga opzij. - En kijk hier.
Hier ook. - Je hebt in de pek gezeten.
Hoe laat waren ze hier ? - Vanmiddag ergens.
Heb je ze gezien ? - Natuurlijk.
En ? - Wat, en ?
Wat zeiden ze ? - Niks. Wat moesten ze zeggen ?
Ze moeten toch iets gezegd hebben. Hebben zij alles in de tuin gezet ?
Ja, maar zonder wat te vragen. Het ging heel snel.
Geen ontvangst meer. Omdat de schotel neerligt ?
Dat heeft er niks mee te maken.
Het is hier niet.
Moet je zijn kop zien. Wie heeft dat gedaan ?
Ik kon niet anders. Hij zat onder de pek.
Nog steeds niets. - Die wegenwerkers
hebben de kabels expres doorgeknipt.
Welke kabels ? Week je voeten in plaats van onzin uit te kramen.
Kun je dat niet uitdoen ?
Je weet nooit wanneer 't terugkomt.
Julien, sta alsjeblieft stil.
Zo gaat het er niet af. Morgen koop ik terpentijn.
Julien, voet omhoog.
Deze keer komen ze echt. - Met echte auto's ?
Het blijft niet eeuwig 'n skateterrein, hoor.
Julien, voeten omhoog. Anders kan ik je niet wassen.
Hou nu op met zijn voeten !
Ik zeg je dat ik morgen terpentijn koop.
Waarom wind je je zo op ?
Heb je me gehoord ?
Ja, ik heb je gehoord.
Deze keer komen ze echt.
En ?
Dat zeggen ze al sinds we hier wonen.
Marthe...
Wat ?
Als ze asfalteren, is het 'n kwestie van dagen.
Dat zegt helemaal niks.
Ze hebben 't nog al geasfalteerd en daar bleef 't bij.
Het ligt er al tien jaar zo bij.
We gaan toch niet herbeginnen, hè ?
Mag ik eruit ? - Ja, hier.
We hebben het hier goed, toch ?
Je wilt toch niet verhuizen ? Waar moeten we heen ?
Hier wonen we.
We zien wel als het zo ver is.
En lawaai zijn we gewend.
Schieten jullie nog wat op ? - Zeik niet, Marion.
Kun je niet doen zoals iedereen ?
Ik ga je verdrinken. - Hou op.
Julien en Marion, kom naar binnen. Morgen is er school.
Daag !
Kom op. Grote passen, Julien.
Is het niet te kleverig ?
Lukt het ?
Alsjeblieft.
...voor de laatste verkeersinformatie.
We hebben weer ontvangst.
Radio Autoweg, om de zeven minuten verkeersinformatie. De klok rond.
En het grote nieuws is uiteraard de opening
van het nieuwe stuk van de E57...
Het gaat over ons. De E57. - ...aanstaande nacht.
Ga weg, Julien !
Papa ! Vannacht gebeurt het ! Het gaat over ons op Radio Autoweg !
Ik herhaal dus dat vannacht de E57 wordt geopend.
Dadelijk meer daarover.
Zeiden ze hoe laat ze zouden beginnen ?
Nee, ik denk 't niet. Ik weet het niet.
Vanavond, zeiden ze. Vannacht.
We merken het hoe dan ook.
Stop !
Hallo ! - Hallo !
Hoe laat is de opening ? - Vanavond, vannacht.
Niet voor drie uur, zegt papa.
Wat weet jouw vader daarvan ?
Van zijn baas. - En hoe weet die het ?
Goedenavond, meneer.
Sta je te roken ? - Eh, nee.
Daag ! - Blijf je niet ?
Ben je gek ? Ze rijden ons dood als ze de kraan openzetten !
Doei !
Vertel het ons morgen. - Ja.
Ik ben bijna klaar.
Waarom ga je niet meer werken ?
Waarom vraag je dat ?
Je hebt al wat je nodig hebt. - Ik zeg het niet voor ons.
Ik ben heel gelukkig hier. - Ik zou me opgesloten voelen.
Wat ? Ik zit niet in een gevangenis.
Heb je het niet koud ?
Ik wed dat de eerste auto...
van...
...die kant komt. Een groene. - Een rode.
Een groene, zoals de onze. Wedden ?
Een rode.
Groen. - Rood.
Groen. - Rood.
Groen. - Rood.
Hoor je dat ?
Da's het geluid van een groene. - Nee, van een rode.
Het is niet begonnen.
Het is waar, ik heb niets gehoord.
Is het niet begonnen ? - Nee.
Heb je de eerste automobilisten op de E57 gezien ?
Jazeker, Bruno. Ik heb zelfs de allereerste automobilist gezien.
Een zekere M. Georges Schwed. Onthou die naam.
Hij reed de E57 om 7 uur op met zijn rode VW.
Gewonnen ! De eerste auto was een rode !
Hoe laat is het precies ?
7 uur 22.
Als de rode auto van M. Georges Schwed om 7 uur uit Favières-Zuid is vertrokken
met een gemiddelde snelheid van 120 km/u,
moet hij zo meteen langskomen.
Julien ! Aan tafel en eten, alsjeblieft.
Hoe weet je dat ? - Ik bereken het.
Hoe dan ? - In mijn hoofd.
...de eerste auto, de eerste man
die de autoweg nam, is M. Schwed, 42, een bediende in Louvigny.
Ik sprak hem toen hij de weg Favières-Zuid - Wissant opreed
aan het stuur van zijn rode VW.
Het is een blauwe.
Dit is echt geweldig. Het is onverhoopt.
Schiet op, Julien, ik help je oversteken terwijl het nog kan.
Ze zijn niet klaar. Ik doe het wel.
Weet je het zeker ? - Maar natuurlijk.
Over 'n halfuur is het misschien te laat. - Welnee. Ga nu, je bent laat.
Julien, vlug.
Na de groene, oké ?
Wat is er, mama ?
Na de grijze, goed ?
Oké, ga maar, ik blijf kijken. Vooruit, Marion.
Hou elkaar bij de hand. Vooruit. Haast je.
Vlug, de bus komt zo.
Daag !
Het nieuwe stuk van de E57 ging vanmorgen om 7 uur open
en de ster van de dag is uiteraard de eerste gebruiker.
Hij heet Georges Schwed, onthou die naam.
Jean-Luc Pacard vroeg hem naar zijn eerste indruk.
Dit is echt geweldig. Het is fantastisch.
Het is onverhoopt. En ik ben de eerste.
Wat verandert deze nieuwe autoweg voor u ? - Alles !
Ik moet helemaal van Favières-Zuid naar Louvigny waar ik werk.
Anderhalf uur 's ochtends, anderhalf uur 's avonds.
Samen drie uur. Echt vreselijk.
De ellende van de gewone rijksweg met de files, de stress...
Wacht u al lang op deze opening ?
We geloofden er niet meer in. Ze begonnen tien jaar geleden
en plots werd alles stilgelegd. - Hoi.
Ik verwachtte het niet meer.
Het wordt een totaal ander leven voor alle mensen van de streek.
Het is begonnen.
Ja, ik heb 't gehoord. Ik ben niet doof.
Wat heb je met m'n ligbed gedaan ? - Je vader heeft buiten geslapen.
Ze konden zonder probleem oversteken.
Het nam de hele ochtend alleen maar toe, maar nu valt het wat terug.
Wil je het horen ?
Zo kun je zelf oordelen. Wacht even.
Ben je er nog ?
Heb je het gehoord ? Heb je het gehoord ?
Wat ?
Wacht...
Hoe laat kom je thuis ? Kan het niet eerder ?
Nee, ik zou 't gewoon leuk hebben gevonden.
Goed, ik zal het zeggen. Ze zullen wachten.
Blijf daar op je vader wachten !
Wat ?
Blijf daar ! Ik heb jullie vieruurtje !
Gooi het !
Gooi het ! - Doe maar.
Wacht, ik zal het doen. - Nee, blijf liggen.
Oké. Neem tenminste een aanloop.
Kom, gooi dan !
Gooi, mama !
Lukt het nog ?
Is het nog te eten ?
Eet niet wat op de grond kwam. Alleen wat verpakt is. Oké ?
Alles oké, jongen ? - Ja.
Ken je de doorsteek verderop ? - Ik heb 'm wel honderd keer gebruikt.
Stap maar in, vooruit.
En ? - Kom maar !
Ga maar, Marion.
Er is geen gevaar. Ga nu.
Het is smerig. Het zit vol beesten.
We doen het zo tot de vakantie. Daarna zien we wel.
Lukt het, Marion ? - Ja.
Kom je, papa ?
Vooruit.
Al meer dan 5000 voertuigen. 5157 om precies te zijn,
voor het nieuwe stuk van de E57 in minder dan 24 uur.
Een heel mooi begin, ja, zelfs een geweldig succes.
Nee ! Laat los !
Kijk, de auto van Georges Schwed ! - Hij is laat vandaag !
Schiet een beetje op.
Radio Autoweg op 108.1.
Wat zit je daar te doen ?
Niks, waarom ?
Ik luister naar de radio.
Nu heel hoog. - Die met katoen zijn echt goed.
Hoger.
Nog. - Is dat niet beter ?
Nee, wacht. Stil, Julien. Zwijg !
Oké, zeg iets.
Prachtig. Je hoort echt niks.
Stom, hoor. - Heeft Julien niks gezegd ?
Hoe moet het met tachtig per minuut ? - Wat, tachtig ?
Tachtig auto's. Nu zijn het er tussen de 15 en 20.
Koken jouw hersenen nog niet ?
Die hier zijn echt tof. Probeer 's.
Zie je niet hoe belachelijk je bent ?
Je bent krankzinnig.
Hoeveel auto's al van bij het begin ?
53800.
Met een foutmarge tussen 10 en 15 procent. - Zeker weten ?
En vrachtauto's ? - 4700.
Met dezelfde foutmarge. En 214 motorfietsen.
Ik tel een uur per dag, altijd op hetzelfde tijdstip.
Dat is belangrijk.
En groene auto's ? - Domkop.
Pak wat gras bij de rand.
CO2, een giftig gas.
Ik zie niks abnormaals.
Alleen een vlekje dat we in de gaten moeten houden.
Ik omcirkel het.
Het zal saturnisme zijn.
Dat betekent loodvergiftiging.
Nu ik.
En ? - Je hebt enkele vlekjes.
Hoe zien ze eruit ?
Klein... roodachtig.
Sommige zien wit. - Hoeveel ?
Rode of witte ? - Allebei.
Zou het door de autoweg komen ? - Wat denk je ?
Fijn stof uit de uitlaat slaat overal neer.
En dan ? Wat krijg je ervan ? - Constipatie.
Bleek zien. Braakneigingen. Anorexieproblemen.
Verminderde psychomotoriek.
Risico op onvruchtbaarheid. Prikkelbaarheid.
Slaapstoornissen.
Ik heb alles nagekeken.
Bovendien zijn wij nog niet volgroeid.
En als het verergert ? Als we allemaal ziek worden ?
Blijven we hier nog lang wonen ?
We gaan nooit weg.
Mama voelt zich alleen maar hier goed.
Wat is dat ? - Vakantievoorraad.
Je bent gek ! Hoe krijgen we dat voor mekaar ?
Oké, we kunnen.
Neerzetten, neerzetten. Voorzichtig.
Vlug, vlug. - De boodschappen.
Hier.
Wacht.
Oké, we gaan.
Rechtuit !
Voorzichtig met de boodschappen.
Stop ! - Vlug !
Een, twee, drie.
Neerzetten !
Julien, kom hier ! Je bent gek !
We kunnen. Vlug ! - Wacht.
Kunnen we ? - Ja.
Zet neer.
Stop ! Wacht ! - Wat ?
Ik denk dat ik iets gezien heb.
Vlug, terug !
Wat ? - Wacht, hij komt eraan.
Er is niks ! - Hij komt eraan.
Hij komt eraan.
Wel ?
Wat doe je ?
Niks.
Slaap maar.
Hop, ren maar.
Waar bent u ?
Rij terug met de autoweg links van u.
Nee, links. Naar het noorden.
Een brievenbus ? Dat is die van ons.
Nog even verder dan. Ik zie u.
Nog, nog... Stop, u bent er.
Pizza-avond voor de vakantie !
Zo hoor je de autoweg veel minder.
Julien ! - Het is moeilijk, mama. Het is zwaar.
Hier zul je veel beter liggen.
Na de vakantie zien we wel. Michel, help je even ?
En waar zetten we dit ? - Op mijn hoofd.
Ik slaap hier !
Nee. - Ja !
Nee, dat is mijn bed.
Ik slaap bij papa.
Nee... - Bij papa.
Bij mama. - Bij papa.
Iedereen in onze kamer ! - Kan ik er nog bij ?
Leg haar matras daar. - Eraf !
Opzij !
Voorzichtig.
Goed zo ? - Ja, prima.
Hier zal het veel rustiger zijn.
Kom, kleine jongen.
Mijn kleine jongen die ik graag zie.
Slapen, meisjes.
Stil !
Stil, zeg ik. En slapen.
Hou op.
Het is warm. - Hou op !
Zo is het welletjes ! Of iedereen gaat terug !
Ik heb geen vakantie ! Ik werk morgen !
Waar zijn de oordopjes ?
Je zou zeggen dat ze danst.
Ze slaapt al nachten niet. Ze is bekaf.
Ik heb ze geteld. Bij ons zijn er minder auto's.
Julien, hou nu op !
Schei uit !
Verander ! - Hou op !
Je pest me ! - Hou op !
Hou op met jullie lawaai ! Jullie maken me nog gek !
Doe iets zinnigs !
Ik ga naar buiten.
En, hoe lang ? - Een uur en achtendertig minuten.
Nu is het pure zelfmoord.
Niet doen ! Het is waanzin ! - Laat hem !
Ik doe het wel.
Maak ik 'm weer vast ? - Wat ?
Maak ik 'm weer vast ? - Nee !
De E57 is bezet.
Het is een drama ! Kijk uit !
Vooruit, Joe !
Ik smelt in dit pak.
Ben je gek ? Kom eruit ! Je bent niet goed snik !
Het water is smerig.
Fijn stof is een echte ramp. Draai je om.
Je poriën raken erdoor verstopt. Het kruipt overal in... Voeten.
Handen.
Ik heb de auto's geteld.
Het is vertienvoudigd.
Zo halen we de herfst niet.
We sterven voor de zomer om is. Allemaal.
Hou op ! Wil je een langzame dood sterven ?
Niet meer groeien, je hele leven een dwerg blijven ?
Ik doe het voor je eigen bestwil. Voor jou. Omdat ik van je hou.
Zwijg... Zwijg... Zwijg...
Zwijg... Zwijg... Zwijg...
Zwijg ! Zwijg !
Julien !
Hij is gek !
Julien !
Mag ik iets vragen ?
Hoe kun je daar de hele dag liggen ?
Het laat me gewoon koud.
En ik heb een superhoog gehalte aan antilichaampjes.
Een megasterke immuniteit.
Het is aangeboren. - Je hebt geluk.
Bij mij is het net omgekeerd.
Hier, ik heb er nog meer.
Doe open, mama ! Doe open ! Doe open !
Alsjeblieft, mama ! Mama !
Doe open, mama...
Ik ben het, mama. Julien.
Ik ben het, Julien.
...een sensor op ieder wiel meet de draaisnelheid van het wiel...
Wat doe je daar ? - Ik heb een loodvlek.
Wat zeg je daar ? Wat heb je ? - Een vergiftigingsvlek.
Daar. Midden op mijn rug.
Welnee, dat is een muggenbeet.
Kom.
Wat is er ? Wat scheelt er ?
Kijk jij naar je drollen ?
Nee, waarom ? - Het is Marion.
Ze zegt dat ze verkleuren door het lood in de groente.
Dat is niet waar. Marion kletst maar wat. Luister er niet naar.
Ik heb in m'n broek geplast.
Dat is niet erg.
Zul je nu wat slapen ?
Morgenavond begint mijn vakantie. We maken het zwembad samen af. Goed ?
Vooruit.
Radio Autoweg met verkeersinformatie in het Frans en het Engels om de 7 minuten.
Zoals gemeld staat het verkeer stil door een ongeval op de E57.
Geduld oefenen is de boodschap. - Wat is er te zien ?
...ettelijke uren voor het vlot zal verlopen.
Marion en Julien, kleed je aan. We gaan weg.
Marion, zeg je zus dat ze zich aankleedt. We gaan weg.
We gaan weg. Mama vraagt of je meegaat.
Wat ? - Ga je mee ?
Nee, ik ga niet mee.
Ze blijft hier.
Je kijkt niet.
Dank u, meneer.
Komen jullie ?
Meer naar links.
Lager.
Naar rechts.
Andere rechterkant.
Wat zegt de radio ?
Verdomme, al hun afval !
Donder op, smeerlappen !
Marion, help me, alsjeblieft.
Waarom blijven we niet ?
Ja, het is hier leuk. - We zijn in een weide.
We kunnen niet in een weide wonen. - Waarom niet ?
Kom, afgelopen. We gaan.
Vooruit !
Hier zit je.
Kijk eens aan.
Ben je terug ? Hoe stom kun je zijn !
Echt oerstom.
Waar waren jullie ?
Is Judith niet bij jullie ?
Wat ? - Judith ! Bleef ze thuis ?
Waar is ze dan ?
Wat doen we nu ?
Wat wil je doen ?
De politie zal zeggen dat ze meerderjarig is.
Misschien is ze aangereden. Misschien is ze dood.
Waarom zeg je dat ? Het is stom.
Ze loopt zo met haar tieten te zwaaien dat er wel iemand zal gestopt zijn.
Slaap je ?
Julien, slaap je ?
Word wakker.
Mama, ik wil niet meer.
Wat ?
Ik wil niet meer. Ik ben moe, ik wil slapen.
Nog even. Profiteer ervan, dit is het rustigste moment.
Het zal je goed doen.
Mama...
Kom, schiet op. - Mama, alsjeblieft.
Wat ben je aan het doen ?
Het was heel leuk, hè, Julien ?
Heb je hem gewekt om te skaten ? - Laat me los, je doet me pijn.
We waren op Judith aan het wachten.
Julien, wek je zus en pak je koffer. We gaan weg.
Marion, wakker worden ! We gaan weg !
Marion, kleed je aan. We blijven geen seconde langer.
En ga jij je spullen halen. Schiet op.
Waar wacht je op ?
Haal je spullen, zeg ik. Pak je koffer. Haast je !
Of ik vertrek zonder jou. - Waar is mama ? Wachten we niet op Judith ?
Judith komt niet terug.
Jij kunt de kinderen meenemen, maar ik kan het niet.
Ik kan het gewoon niet.
Alles overdoen, alles herbeginnen. Ik kan het niet.
Wat moet ik doen ? Wat wil je dat ik doe ?
Hier is het lastig, maar hier zijn we thuis.
Maar ga jij gerust.
Hou op. - Neem ze mee ! Laat me met rust !
Je gaat mee ! - Nee, ik wil niet weg !
Je gaat mee ! - Nee !
Laat me met rust ! Nee !
Hou op ! Nee, hou op !
Nee ! - Je gaat mee !
Laat me los !
Hou op... Hou op, Michel !
Laat me los ! Laat me los, Michel.
Ga weg ! Neem hen mee ! Neem hen mee !
Neem hen mee !
Laat me los ! Hou op ! Laat me los !
Maak open ! Maak open !
Het is afgelopen.
Het is afgelopen.
Hier.
We hadden het eerder kunnen doen.
Hijsen maar !
Is dat niet fijn ? - Het prikt.
Nee, het is oké. - Hier.
Waarom maak je het niet helemaal dicht ? - Voor de verluchting.
Noem je dat verluchting ?
Hier hoor je het nog. - Hier ook.
Misschien met nog 'n laag erbij...
Kun je het niet op 1 zetten ? Op 3 is het te hard.
Het hindert bij het lezen. - En op 2 ?
Nee, nog te hard.
Sorry, lager zet ik 'm niet. We stikken.
Ik doe de witte was. Heb je nog spullen ?
Hier.
Wat ? Ik weet 't, ik heb niet 't lichaam van Judith.
Hoe vind jij me ?
Er is nog altijd lawaai.
Ze slaapt. - Natuurlijk slaapt ze.
Ze is niet dood.
Misschien doet ze alsof. - Welnee.
Ze kan niets meer.
Mama, word wakker. Word wakker, mama.
Word nu wakker. - Wat doe je ? Hou meteen op.
Hou op !
Het is besmet. Wil je proeven ?
Wacht. Je moet wat slapen.
Hier.
Pak een glas water.
Neem een halve tablet.
Krijg ik geen kus ?
Hoe moeten we ademen ?
Jij zei dat we verluchting nodig hadden.
Slaap je niet ?
Wacht.
Neem er eentje als je wilt. - Nee, ik probeer 't zonder.
Ga niet naar beneden. Het is één rotzooi.
Wacht hier.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.