Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Vandaag in Als de Brandweer.
Een automobilist mag hopen dat hij het er na een frontale botsing levend van
afbrengt. Zijn rug en zijn nek waren zo dusdanig geschadigd dat hij gewoon
rechtstandig rijden moet. En de enige manier om dat echt goed te kunnen doen
is om het dak eraf te halen.
De hulpdiensten rukken massaal uit voor een scheepsbrand.
De schadelijke rook bedreigt Rotterdam en blussen is geen optie. De rook die
daarvan afkomt is zwaar giftig.
Een brandweercollega op weg naar zijn werk ziet een wielrenner met een
hartstilstand. Hij moet gereanimeerd worden, maar mond-op-mond beademing is
tijdens corona uitgesloten.
Flevoland heeft vier permanent bemande casernes, waarvan drie in Almere.
Het is hier een stuk rustiger dan in Rotterdam.
En daarom zit er in Almere minder mensen op een kazerne.
Bij een uitdruk rijden hier vier personen op een tankautospuit in plaats
van de gebruikelijke zes.
En dat betekent dat er bij een flink incident altijd ondersteuning van een
andere kazerne nodig is.
Bij branden, bij binnenbranden, bij auto-ongelukken, dan rijden we met twee
tankautospuiten tegelijk aan.
Het gaat om de Tussering, een weg die Almere met de A6 verbindt.
Kazerne Almere Buiten reageert ook meteen.
Het gaat
om
twee auto's die met elkaar in botsing zijn gekomen. En er zijn ernstig gewonde
personen bijgevallen.
Dit soort ongelukken komen in deze regio vaker voor.
Ik denk toch dat de wegen het toch meer uitlokken tot wat sneller, wat vlotter
rijden. Het is wel redelijk overzichtelijk.
En dat lokt een beetje uit dat je wat vlotter doorrijdt.
Ook bij deze melding speelt snelheid een grote rol.
Dat welke ik iemand bekneld, zou ik iemand uit de auto geslingerd zijn.
Dus ja, als je dan in de auto, dan moeten alle gezichten wel dezelfde kant
op zijn. En dan moet iedereen wel scherp zijn om...
ons ding te kunnen doen.
De politie en ambulance zijn al ter plaatse. Het slachtoffer van de rode
auto zit achter het stuur bekneld.
De nummers 1 en 2 van Kaserne Veluwse Kant bereiden zich voor
om de auto te stabiliseren.
Wat we daarmee doen is eigenlijk zorgen dat op het moment dat wij beginnen met
knippen, dat het voertuig niet meer kan bewegen.
Zowel voor slachtoffer als voor onze eigen veiligheid.
Ik heb hier ook een plaat, Victor.
Je kan bijvoorbeeld begrijpen als een voertuig op zijn kant ligt en je gaat er
daarna aan werken, dan beweegt het allemaal en dan kan hij ook nog verder
rollen of terugrollen.
De vuilvoerder Maurice heeft al overleg gehad met de ambulancebroeders.
Het slachtoffer is er slecht aan toe en moet er zo snel mogelijk uit.
De brand telt iedere seconde.
Deze persoon die vast zat in deze auto, die had een rug- en nekletsel.
Ging ook achteruit volgens de ambulance.
Ja, dan moet je gewoon heel snel zijn.
De brandweer houdt zich alleen bezig met de beknelling. De bestuurder van de
blauwe auto is uit zijn wagen geslingerd en ernstig gewond.
Die lag ook op het wegdek dat we aankwamen. Dus dat is wel echt een hele
harde klap geweest.
De blauwe auto heeft zich in de zijkant van de auto geboord en die volledig in
elkaar gedrukt.
Deze meneer heeft echt een hele harde klap gemaakt.
Zijn rug en zijn nek waren zo dusdanig beschadigd dat hij gewoon rechtstandig
eruit moet.
En de enige manier om dat echt goed te kunnen doen is om het dak eraf te halen.
Schaarspreider klaarlegging.
Met speciaal gereedschap zoals de hydraulische spreider en schaar wordt
het dak van de auto gehaald.
Normaal gesproken gebruik je er maar één tegelijk. Maar nu telt iedere seconde en
worden ze allebei ingezet.
Zoveel geweld op één moment is alleen niet zonder risico.
Er zit wel een gevaar in dat krachten op een bepaalde manier zich verplaatsen
door het voertuig heen.
Dat is de keuze die je maakt van of 100% op de veiligheid of iets meer risico
nemen, maar wel een snelle bevrijding.
De traumaheli is nu ook ter plekke.
Indien nodig, kunnen zij op locatie een operatie uitvoeren. Heeft iemand CRS nog
gekeken?
CRS is een registratiesysteem waarin de technische gegevens van auto's zijn
opgeslagen. Voor het openknip is met name de informatie over de airbags van
belang.
De gaspatronen kunnen namelijk spontaan tot ontploffing komen en in een fractie
van een seconde nog aanwezige airbags opblazen.
De gewonde verzorger van caserne Almere Buiten neemt achter in de autoplaats.
Hij houdt de nek van de bestuurder vast om erger letsel te voorkomen.
Pak de onder de keem vast en achter de oren vast en dan stabiliseer je op die
manier de nek.
Er is inmiddels meer informatie over de airbags bekend.
De gewonde verzorger vertelt het slachtoffer wat er gaat gebeuren en
probeert hem zo een beetje gerust te stellen.
Die schrikreactie die je kan krijgen van bepaalde geluiden die er zijn, dat kan
ook je spieren activeren.
Of het hoofd draaien of iets. Dat kan gelijk weer schade aan het lichaam
aanbrengen. Dus dat willen we zoveel mogelijk verkopen.
Komt ie?
Toch wordt de gewonde automobilist onrustig. Hou je hoofd maar stil.
Blij maar zitten, blij maar zitten.
Hij komt hier al los door het dak.
In totaal moeten er zes deur- en raamspijlen worden doorgeknipt voordat
het dak eraf getild kan worden.
Gaat het goed binnen?
Nee, ik ga even een stukje plastic hier.
Want het glas vliegt hier alle kanten.
De manschappen sturen elkaar strak aan om de risico's bij het knippen zo klein
mogelijk te houden.
Ik wil hem even hiernaast laten drukken. Ja, daar heb ik ook iets mee gehad, dus
ik heb het precies ook geknipt.
De gewonde verzorger merkt dat het slachtoffer steeds onrustiger wordt.
Je hoort toch het kraken van het metaal als we aan het knippen gaan. Het glas
wat stuk gaat.
Ik kan me wel voorstellen dat dat een beetje een eng gevoel kan geven.
De ambulancebroeders houden de toestand van de beknelde chauffeur scherp in de
gaten. We gaan hier knippen, ja? Ja.
De waarde van het zuurstof in het bloed, de hartslag en het bewustzijn bepalen
hoe vlucht de bevrijding plaats moet vinden.
Als je het niet snel genoeg dat incident afhandelt, dus hem niet snel genoeg
bevrijdt, dan kan het zijn dat je hem gewoon kwijtraakt.
Dus als je echt elke minuut telt en je doet het op de snelst mogelijke manier,
dan kan je soms wel concluderen dat je iemand wel het leven gered hebt, zeker.
Het is het teamwork waar de ploeg in dit soort situaties veel voldoening uit kan
halen. Het is niet echt een baan, het is echt wel een roeping. Iedereen is echt
trots op het vak en trots op wat we doen.
Nu moet het slachtoffer nog uit het wrak gehaald worden.
Dat gebeurt met een zogenaamde wervelplank die tussen de rug en de
stoel wordt geplaatst.
Het doel is dat er zo min mogelijk beweging ontstaat.
En wat we dan willen is dat de ruggengraat en de nek gewoon zo recht
mogelijk blijven.
Iedere beweging die gemaakt kan worden, als de nek al verzwakt is, dan kan je
hem breken.
En dan kan hij ook gewoon overlijden eraan natuurlijk.
Dus dat willen we zoveel mogelijk verkomen.
Jij pakt de broekzak en zijn knie.
Ik heb hem met de oksel.
3, 1, 2, 3.
De man kan eindelijk naar het ziekenhuis om aan zijn verwondingen behandeld te
worden.
Bij de brandweer ontstaat nu het besef dat het ongeluk ook nog heel anders had
kunnen aflopen.
Er zal maar iemand naast hebben gezeten.
Dan moet je je voorstellen dat de stoel eigenlijk compleet gedraaid was en met
de rugleuning naast het slachtoffer zat.
Dan praat je dat de auto gewoon een halve autolengte naar binnen gekomen is.
Dat is best behoorlijk.
Het ongeluk is vermoedelijk ontstaan doordat de bestuurder van de rode auto
beslagen ramen had, de macht over het stuur verloor en via de middenberm op de
verkeerde weghelft terecht kwam.
Daar trof hij de blauwe auto die een botsing niet meer kon vermijden.
en in volle vaart naar binnen reed.
En
ook
hier geldt helaas het cliché, een ongeluk zit in een klein hoekje.
De bestuurder mag blij zijn dat hij het er levend van afbrengt.
Binnen een kwartier, twintig minuten hebben we die meneer er netjes uit
kunnen krijgen.
Prima inzet van ons.
Rotterdam. Het is half vier smiddags als de havendienst de meldkamer alarmeert.
Er is brand in een groot vrachtschip dat in de haven ligt.
In de alarmcentrale wordt een scheepsbrand meteen groot opgepakt.
Dat betekent dat er vanuit de brandweer heel veel eenheden gaan rijden.
En dat ook vanuit de multidisciplinaire eenheden, dus het havenbedrijf, de
ambulance, de politie, dat die ook geactiveerd worden. Dus er gaat in één
keer naar zo'n melding ontzettend veel potentieel naartoe.
Kazerne Mijns-Heerenlaan bevindt zich in de buurt van de calamiteit.
Rio 1 inzet 3431, 3451 scheepsbrand.
Dit soort meldingen komen weinig voor.
Bevelvoerder Ron is opgetogen.
Dan denk je, hé, weer even wat anders, spannend.
Zowel de tankautospuit als de ladderwagen gaan richting haven.
Scheepsbranden kunnen ingewikkeld en grootschalig zijn.
Om die reden is een speciale eenheid, de SBB, of Scheepsbrandbestrijdingsteam,
gealarmeerd. Die bestaat uit twee kazernes en een leidinggevende.
Het scheefrondbestrijdingsteam is gewoon eigenlijk herkenbaar als normale
brandweermensen. Alleen ze zijn speciaal getraind om scheefronden te blussen.
En ze hebben wat andere warmtewildcamera's en wat
specialistische materiaal. Wat op de normale basistank uitspuit er niet.
Het is voor kaserner Mijnzere Laan zo'n tien minuten rijden.
Wat staat hen te wachten?
Het schip is niet makkelijk bereikbaar, dus is er een verzamelpunt waar alle
eenheden naartoe rijden.
En daar ligt een patrouillevaartuig van het havenbedrijf in Rotterdam om
iedereen aan boord te nemen.
We stappen op de RPA en gaan we alvarend naar het schip toe.
Het ruim van het schip bestaat uit vijf compartimenten.
Uit een ervan komt veel rook.
Terwijl de laatste brandbestrijders aan boord stappen, probeert bevelvoerder Ron
erachter te komen wat er met het schip aan de hand is.
Weet je al wat hij in zijn ruim heeft aan materialen?
Sloot.
Als iedereen aan boord is, kunnen de trossen los.
Als ik aan boord kom van de RPA, dan zoek ik eigenlijk eerst altijd
bevelvoerders op.
En ik ben op zoek naar de overd van het havenbedrijf. En die kan gelijk mij
informatie geven van wat er aan boord is van het schip.
Hoeveel mensen zijn er aanwezig.
Je ziet hem hier vandaan hè? Hij is met een kraan al aan het leeggooien. Dan
gooit hij een open bak.
Dan zie je het schip op een afstand liggen. Dan denk je, dat valt nog wel
mee. Totdat je naar er toe gaat varen en dat je langs zij komt. En dat je gewoon
je nek omhoog moet draaien om boven te kijken. Hoe hoog het schip al niet is.
Dan ga je pas realiseren hoe groot zo'n schip is en wat voor klus dit gaat
worden. Het begint al met de rookontwikkeling, die zo langzamerhand
een steeds grotere bedreiging voor de volksgezondheid vormt.
De
rook
die daarvan afkomt, die is zwaar giftig. En als de mensen daarin lopen, dan is
dat gewoon niet gezond om die rook in te ademen.
In de hoop de brand uit het schip te krijgen, is een grote grijper bezig om
het schroot te verplaatsen.
Hoe meer product je weg kan halen voordat het in brand vliegt, hoe beter
het is.
Want anders gaat het dadelijk eventueel meedoen met de brand.
Vanuit het schip is dat een super goede actie geweest om mee te gaan starten.
Een belangrijk aandachtspunt is het checken op de aanwezigheid van
radioactiviteit.
Als er accu's in het spel zijn, kan dat grote problemen veroorzaken, bleek al
eerder bij een scheepsbrand in Dordrecht.
Het bluswater zorgde daar juist voor uitbreiding van de brand.
Die we ook in al die elektrische auto's hebben zitten. Als je dat gaat blussen,
wordt het alleen maar erger.
Voordat Ron en zijn mannen bij de brandhaard komen, moet er eerst nog een
kleine hoorde worden genomen.
Ja, en hoe vervelend het is om met een touwladdertje omhoog te klimmen om op zo
'n schip te komen.
Nou, dat is al een heel ding met je ademlucht op en dat doe je niet
dagelijks.
Dus dat is al iets dat je, tenminste ik persoonlijk had ik zoiets mee van, oh,
een niet zo prettige situatie.
Rons jongere collega's vinden het behoorlijk grappig om te zien hoe hij de
touwladder beklimt.
Ja, maar goed, we laten hem niet zo gauw kennen.
Boven aangekomen is het tijd voor het echte werk.
Dan gaan we een verkenning uitvoeren van joh, wat zijn nu de maatregelen die we
kunnen nemen om te zorgen dat we het effect van die reuk, want daar zitten we
nu eventjes vooral op, om te kijken of we dat kunnen beperken. En dan kunnen we
die brand snel onder controle krijgen of uitkrijgen.
De grijper heeft dus maar een deel van al het schroot uit het ruim gehaald.
Helemaal leeghalen zou meer dan een dag kunnen duren.
Maar dan ga je ook vanuit dat heel de bak licht moet.
Maar het kan ook zijn dat de brand halverwege in het ruim zit.
Dus dat alles wat daaronder zit nog prima intact is waar we niks mee hoeven
te doen.
Maar dat het een brand is die vooral aan de oppervlakte zit.
Dit valt niet te blussen ook hè.
Ik kan nog weinig doen.
Misschien het light ook dicht doen. Even steken de boel.
Ja, het is ook niet echt het ijzer wat brandt, maar het is al het...
Het materiaal wat er omheen zit, rubber, olie en dat soort zaken, dat gaat
voornamelijk branden. Dan wordt het allemaal warm en dan gaat het steeds
verder en verder en verder.
Een kettingreactie dus.
En een snelle oplossing lijkt intussen nog ver weg.
Rick schaalt verder op omdat de rook in steeds grotere hoeveelheden het centrum
van Rotterdam bedreigt.
Zagio natuurlijk ook echt die kant optrok en misschien wel in de stad
neersloeg. Dat konden wij natuurlijk niet zien vanaf die kant.
En om die reden ook wil je andere mensen hebben die dat gebied dus in de gaten
voor je kunnen houden.
Om te kijken wat is nou het effect van die ruik in het benedenwindsgebied. En
daarvoor ga je dus opschalen om te zorgen dat dat ook gecoördineerd gaat
worden.
En dus rijdt er steeds meer materieel richting havengebied.
Veel rookontwikkeling vanaf het schip vandaan.
Mogelijk moeten we benedenwinds en een uilalert vaccineren.
Dat we in ieder geval de mensen gaan waarschuwen. Want we weten gewoon, deze
rook is giftig.
Door de opschaling van de brand denken steeds meer mensen na over een
oplossing.
In een poging de stalen scheepshuit te koelen
wordt de patrouilleboot van de havendienst ingezet.
De twee grote waterkanonnen jagen 45.000 liter water per minuut tegen de wand van
het schip.
Met deze hoeveelheden heb je een wedstrijd zwembad in tien minuten
gevuld.
Intussen ziet de kraanmachinist ook niet meer hoe hij bij het oud ijzer moet
komen.
Die is ook maar een beetje in het duister aan het grijpen.
Die graanmachinist wist op een gegeven moment ook niet meer wat hij deed, want
die zag alleen maar rook.
De problemen stapelden zich op. Er moet nu echt wat gaan gebeuren.
We zien nu twee minuten geleden en nu is het rookbeeld vele malen heftiger.
En zo komt een eerder plan opnieuw op tafel. Het afsluiten van het ruim.
Maar dat brengt ook bepaalde risico's met zich mee.
Als je de luiken dicht doet, dan kan de warmte nergens meer naartoe. En wat gaat
het dan doen? Waar gaat de rook naartoe? Hoe gaat die brand zich verder
ontwikkelen? Maar niks doen is geen optie.
We gaan de luiken sluiten, zo snel mogelijk.
Maar het is belangrijk dat wij even die ronden...
Gaan controleren waar die wielen overheen rijden of er geen
staalschrookjes liggen.
Tijdens de inspectie wordt voor het eerst zichtbaar wat er in het ruim ligt.
Wat de oud-ijzerboer op komt halen, dat ligt erin.
Koelkast heb ik gezien, oude fietsen, autobanden, lagers.
Noem het maar op wat er allemaal in ligt. Het brandweerdroomteam kijkt
inmiddels ook mee.
Zij hebben vanuit de lucht met hun warmtebeeldcamera goed zicht op de
brandhaard en de temperatuur van de vuurbron.
En dan is het tijd om het ruim af te sluiten.
Zal het lukken om de brand in de kiem te smoren?
Dan gaat die brand stoppen en blijft die doorontwikkelen.
Hij wist het niet helemaal zeker.
Naarmate de luiken zich verder sluiten, rijst de vraag of het middel niet erger
is dan de kwaal.
Het is gewoon, kijk, er zit gewoon rubber.
Dan sluit het hem gewoon helemaal af.
De rookontwikkeling neemt op dat moment direct eigenlijk af.
Nou, dat is eigenlijk best wel een geruststelling als de rook wegtrekt.
En dan ga je kijken wat gaat het schip nu doen? Hoe gaat de opwarming
plaatsvinden? Dus dan gaan we de opwarming van de huid monitoren.
Voor de brandweer zit er niets anders op dan te wachten hoe het schip zich houdt.
Ja, dan ben je echt wel uren verder.
Na twee uur blijkt het staal van het schip behoorlijk warm te worden.
Op een gegeven moment merken we dat de buitenhuid en het dek van het schip ook
wat warmer aan het worden zijn.
Dus dan besluiten we ook om de RPA's ook het dek te laten koelen en de zijkanten
van de luik. Om te kijken van joh, moet hij de temperatuur laag houden.
Om te voorkomen dat die brand eventueel verder gaat lopen.
En nog een uur later worden de ventilatieroosters van het ruim geopend.
Volop rook uit onder druk over.
En wij hebben gewoon de boel geopend.
Dat handelen betekent dus koelen, koelen en nog meer koelen.
En dat werd na verloop van tijd vruchten af. De temperatuur begint eindelijk wat
af te nemen.
Voor de manschappen van diverse casernes zit de klus erop.
Zij worden afgelost.
Hun leidinggevende moet nog even blijven.
Ik ben om half vier smiddags gealarmeerd. Ik ben om half twaalf s
'avonds afgelost.
Later die nacht zijn de luiken voorzichtig geopend en bleek de brand
bestreden. De aanpak om het vuur te smoren heeft gewerkt.
Ik ben wel blij dat we deze klus zo aangepakt hebben.
Want we hebben wel en de rookontwikkeling snel een beetje te
stoppen. En we hebben de brand kunnen beperken.
Dus ja, ik ben wel tevreden over de uitkomst.
Er is momenteel niet veel te doen op kazerne Schiedam.
Tijd voor huishoudelijke klusjes. En dat geldt ook voor Roy.
Dus dan zijn we even de dingen aan het schoonmaken.
Ja, onderhoud.
Oefeningen uitzetten.
Dus ja, je bent altijd wel een taak aan het zoeken en mee bezig om je bezig te
houden, zeg maar.
Ook dat hoort bij het leven van een brandweerman.
Maar voor Roy is het louter tijdverdrijf.
Ja, dat is een beetje mijn dingetje inderdaad. Ik heb echt geen rust in mijn
reet. Nooit.
Dus als we net als voorwacht hebben één uitdrukje, dan denk ik, zit ik er maar
op. Ga ik maar weer ergens heen. Ja, lopen, bewegen. Ga nou zitten! Ja, ja,
ja, jongens.
Ik ben liever de hele dag op straat.
Gewoon een stuk passie voor je werk.
Ik vind het gewoon onwijs mooi om dit uit te oefenen, zeg maar.
We doen niet alleen maar mensen redden, we doen natuurlijk ook de dieren redden.
En dieren redden heeft Roy al vaker gedaan.
Er is één incident dat hij zich nog goed herinnert.
Zo'n Schotse hooglander was in de sloot gevallen.
Die zijn natuurlijk echt nog twee keer zo zwaar. Dus die hebben we echt nog met
die boer en met die tractor eruit gehaald. Toen zegt hij, let op, als die
zo eruit komt, hij kan achter je aangaan.
Dus dat gebeurde toen ook een stukje. Dus we sprongen gelijk met z'n drieën op
die trekken.
Ja, dat was wel kicken.
Roy heeft geluk.
Eindelijk actie.
Het gaat om een melding van een stel schapen die in de sloot terecht zijn
gekomen. Ze weten misschien dat we weinig vlees hebben voor de barbecue.
Bevelvoerder Bert heeft 20 jaar met veel plezier in Rotterdam gewerkt.
Een mooie tijd.
Maar nu werkt hij in Schiedam en geniet daar elke dag van de veelzijdigheid van
zijn werkgebied.
Nou, Schiedam is een kleine stad waarbij er omheen ook nog wel wat weilanden zijn
en wat havens en rijkswegen. Er zit eigenlijk alles wat het brandweervak
aantrekkelijk maakt, dat zit in Schiedam.
Uitdrukken voor een dier is de brandweer niet vreemd. Dat gebeurt jaarlijks
ongeveer 5000 keer.
En ook in Schiedam komt dit regelmatig voor.
Als je kijkt naar het redden van dieren, heb je in Schiedam, waarbij ik in de
stad gewerkt heb, eigenlijk nog nooit een dier of een duif of iets ergens,
maar geen groot dier.
En hier zat ik een paar weken en toen had ik al een paard in de sloot.
Dat is een leuke plaats om te zitten, ja.
De schapen zijn gelukkig niet direct in levensgevaar.
Dan is er ook wat minder stress als je de plek niet meteen vindt.
Je hebt natuurlijk zoveel, ook met reanimaties, daar heb je toch altijd,
als we daar naartoe gaan, er is altijd een bepaalde druk, snelheid,
communicatie met elkaar is even belangrijk.
En als je dan gewoon naar een wat mindere prio gaat, iedereen is wat
relaxter en dan op een of andere manier is het, de sfeer die verandert daar ook
wel gelijk veel beter door natuurlijk.
Een stukje ontspanning is altijd lekker.
De mannen zijn op zoek naar de meldster.
Die wacht bij de schapen totdat de brandweer ter plekke is.
Het lijkt erop dat Roy al snel de juiste plek in het vizier heeft.
Terwijl Roy en Edwin in actie komen... zorgt bevelvoerder Bert dat er
alvast één man van zijn ploeg duikklaar is.
Er was een vrouw van het kamp ernaast en die had
gebeld.
Roy en Edwin aarzelen niet en zetten meteen hun reddingsactie in.
En dat valt niet mee.
En zeker als ze nog niet geschoren zijn.
Dat scheelt zo een paar kilo.
Doe eerst die andere jokie.
Ja, dan zuigt die vacht zich helemaal vol aan die schaap, zeg maar.
Dus als je net zo'n klein lambertje hebt, die ruk je zo eruit.
Maar als je dan zo'n grote ketzer hebt, die wordt echt zwaar. Dan moet je er
echt even een beetje kracht in zetten. Kom hier, kom.
Kom hier, dikke.
Deze is net geschoren.
Kom eens hier, vriend.
Terwijl Roy en Edwin met verenigde krachten schaap nummer 3 proberen te
redden. snuiven bevelvoerder Bert en chauffeur Dennis even wat natuur op.
Kom maar.
Kleine.
Hallo.
Ja, wij gaan vanavond barbecue, hè. En wij hebben een probleem. We hebben het
zwaar, man Helder. Ja, dat maakt het brandweervak juist zo leuk. Dus dat je
zoveel verschillende soorten meldingen hebt... en dat je daarbij soms bij een
melding ook gewoon in staat bent om eigenlijk te ontladen... van een
spannende melding die je daarvoor gehad hebt.
En dan staat er nog steeds boven kijf dat er een dier gered moet worden.
We hebben al twee schapen en zijn er al uit. We zijn met de laatste bezig. Oh,
ze hebben er al twee uit.
Oké, lekker gewerkt. Kom.
Maar het derde schaap werkt niet echt mee.
Gelukkig hebben ze nog een troef achter de hand.
We hebben hier het voordeel dat we een duikwagen bij ons hebben.
Dus dan kan je in ieder geval ook iemand alvast een duikbak aan laten trekken.
Als hij moeilijk uit de sloot te krijgen is, dan kan hij eventueel die duiker
assisteren.
En nu is het aan Lars om zijn spierballen te laten rollen.
En zo hebben de mannen van kazerne Schiedam vandaag weer een goede daad op
hun naam gezet. Je hebt toch wat ze zeggen, redden van mens en dier.
Die schaapjes kunnen geen kant meer op. Die zijn met z'n drieën volgens achter
elkaar in de lel gelopen.
Die helpen je dan. Die schaapjes zet je op de kant en ze zijn weer pleit.
Dat is toch leuk.
Dank jullie wel.
Het is gewoon je vak en daar ben je gewoon onwijs trots op.
De ploeg kan pas terug naar de kazerne als echt iedereen in veiligheid is
gebracht.
Het is zondagochtend half negen als officier van dienst Jeroen op pad gaat
om zijn dienstauto te halen.
Ik zou de dienst gaan overnemen van mijn collega die in Baandrecht woont.
Ja, we zaten natuurlijk midden in de lockdown van de corona. Het was 5 april.
En wat ik meestal deed als ik dan dienst ging overnemen van een van de collega's,
dan ging ik met openbaar vervoer. Maar ja, het was ook een hele mooie
zondagochtend. Dus ik dacht, ik pak de fiets.
Jeroen is een oude rot in het vak.
Al 27 jaar is hij werkzaam in een leidinggevende functie bij de brandweer.
De optie van dienst is eigenlijk degene die coördineert over meerdere tankhouten
spuiten. Dus als het opschaalt vanaf middelbrand.
En ik zorg ervoor dat ik coördineer met andere diensten die te plaatsen zijn.
Hij heeft door de jaren heen zo'n beetje alles wel een keer meegemaakt.
Grote brand, reanimaties, verkeersongevallen.
Maar nog steeds beleeft hij veel plezier aan zijn werk.
Ik vind het mooier dat je jezelf en je collega's in de kracht kan laten
zetten... om op dat moment de beste hulpverlening te bieden.
Dat je op die manier leiding geeft. En zoveel mogelijk in de samenwerking. En
mensen de kans geven zelf het beste te halen uit zichzelf en uit hun ploeg. En
dan opeens wordt het mijmeren over Jeroens werk ruw verstoord.
Ik fiets door een straatje en ik zag aan het eind van de straat wat mensen over
de straat lopen. En ik dacht, wat is er aan de hand? Ik zag iemand rennen en
fiets daar langs.
En ik zie daar een wielrenner, die ligt daar op de grond naast een auto.
Dus ja, mijn eerste reactie is van, die is gewoon van zijn fiets gepleurd, weet
je wel. Dat is het eerste wat je aan denkt. Ja, ik was denk ik een meter of
25 verder. Toen realiseerde ik me eigenlijk van, ja, maar die lag daar
niet helemaal normaal.
Dus ik ben gestopt, ik ben omgekeerd. En toen zag ik eigenlijk dat er een vrij
ernstige situatie zich voordeelt. En dat er iemand gewoon volledig buiten
bewustzijn naast die auto lag.
Een paar minuten later komt er bij kazerne Groene Tuin een melding binnen.
Rio 1 inzet 3731 reanimatie.
Reanimatie. Vervolgens als we in het voertuig stappen.
Ik kan ook verder op de computer inlezen en het bleek dat het om een wielrenner
op straat ging.
Dat de brandweer uitdrukt voor een reanimatie is niet heel vreemd. Zo'n 120
keer per jaar rijdt kazerne Groene Tuin op dit soort meldingen.
Dat is een extra taak. Tien jaar geleden is dat opgestart.
De brandweer is altijd binnen acht minuten ter plaatse. En voor ambulance
is soms die aanrijdtijd langer. Dus ja, dan is het mooi als je er als eerste mee
kan helpen.
We zijn geen doktoren, we zijn geen ambulance.
Maar we kunnen wel reanimeren.
Daar hebben we voor de AED-tas.
Die sluiten we aan. En we kunnen dus daadwerkelijk de schok toedienen en het
hart masseren.
Langzaam, hier naar rechts.
Hier is, dit is het.
Dus iedere seconde telt. En dan is onderweg in het voertuig ook natuurlijk
de taakverdeling al gemaakt.
Zeker nu in coronatijd.
De nummers 1 en 2 die doen zich dus zover repareren om dus
beschermd te kunnen reanimeren. Vandaar ook het mondmasker, het gelaatscherm
voor.
Maar de coronapandemie heeft reanimaties een stuk lastiger gemaakt.
Zo mag er onder geen beding mond-op-mond beademing gegeven worden.
We komen daar ter plaatse. We zien mensen op straat.
En inderdaad de wielrenner die half in die voortuin ligt.
Waar mensen al mee bezig zijn met reanimeren, gelukkig.
En ik kom ineens een bekend gezicht tegen.
Ik denk, hé Jeroen, wat doe jij hier?
Toen gaf Jeroen aan van, ik heb hem gereanimeerd. Ik heb hem mond op mond
gegeven. Ja, dan schakel je door en dan denk je van, wacht even, we leven in
coronatijd. Waar komen ze nou vandaan?
Ik was op mijn fiets naar mijn dienst.
Ik was aan het reanimeren, ik ben net klaar. Ze hebben me net overgenomen.
En daarom zag hij de schrik in zijn ogen van, oh shit, wat heb ik nu?
Ik zit in coronatijd en wat heb ik nu gedaan?
En die paniek zag ik wel een beetje in zijn ogen.
Hij werd baasdrukken op zijn kop bijten.
En ik...
En ik dacht, ik ga dood.
Dus ik heb z'n mond open geduwd. Met geweld heb ik z'n mond open gekregen.
Nou, je weet het wel.
Kin omhoog, neus dicht en blazen.
Maar ja... Wat kun je doen, hè? Hij was niet grieperig of... Weet ik veel.
Je kan niks, Jeroen.
Jeroen, zo gaat dat eenmaal, jongen. Je hebt je misgenomen.
Je wilt op dat moment iemand helpen.
Er moet gewoon gewerkt worden. Er moet iemand gered worden.
Dus ik ben naast die meneer geknild. In het idee van hij moet zo snel mogelijk
beademd worden.
Hij was heel bleek en paarse lip. Het zag er echt heel slecht uit.
Ik had het gevoel dat die man aan het doodgaan was.
Het zat ook niet in mijn systeem
om die beademing niet te doen.
Wat de hek, dit moet gewoon gebeuren.
Dus dat was voor mij de reden om toch mond-op-mond beademing te doen.
En ik had echt het idee, dit moet gewoon nu.
De gedachte van Jeroen is volkomen begrijpelijk.
De eerste zes minuten zijn cruciaal. En dan nog is de kans dat je het overleeft
ongeveer 40%. Er is dus letterlijk geen seconde te verliezen.
Dan arriveert de OVDG, oftewel officier van dienst geneeskundig.
Bevelvoerder Otto vertelt wat er zojuist is gebeurd.
Ik kwam hier toevallig iets langs. Oké. Je heeft onbeschermd beademd.
Mond-en-mondbeademing.
Oké. Dat betekent dat je dan in zoverre wel zoveel contact met het slachtoffer
hebt. Ik moet jou nu ook al eens als mogelijk besmet persoon gaan beschouwen.
Dat is wel vreemd.
Ja, voor mij is het ook zo.
Er wordt niet beademd in deze tijd. Ja, ja, ja.
Maar goed, dan sta je ervoor.
Hij ging dood.
Ik was natuurlijk nog in eerste instantie van mening van nou, als dit
achter de rug is, dan gaan we die ruiling even doen. En dan neem ik de
dienst over, want daarom fietste ik daar.
Maar de hoofdtoefensie had besloten, nou, die gaat voorlopig even geen dienst
draaien. En het medische aspect daarachter was ook nog, dat zolang dat
slachtoffer niet zeker corona negatief was...
Was ik verdacht. Ik heb wel mijn gezicht al gewassen.
En dat was ook de opdracht die ik kreeg. Je gaat naar huis en je gaat in
quarantaine. En sowieso ga je tot, zolang die quarantaine duurt, kun je ook
geen diensten draaien.
Hoewel Jeroen dus eigenlijk onjuist heeft gehandeld, lijkt zijn inspanning
gelukkig wel vrucht af te werpen.
Ik zag eigenlijk al vrij snel een bepaalde kleurverandering op het
gezicht. Minder wit, die lippen waren niet meer zo paars. Ik merkte alsof we
succesvol bezig waren.
En het
ongelofelijke gebeurt.
De wielrenner komt na een intensieve reanimatie weer bij kennis.
Hij doet het. Hij doet het weer.
Zo zeggen we dat dan.
Misschien niet eerbiedig, maar hij doet het weer. En dan ben je ook van binnen
wel weer blij dat dat al die moeite dan resultaat heeft.
Ja, dat is natuurlijk fantastisch.
Hij reageert weer op zijn naam aanroepen. Zijn ogen open.
Doen we het van.
Ik ben blij dat ik wist wat ik moest doen.
Want ja, dat kan ik nu uit ervaring zeggen.
Heel veel collega's doen dit soort werk natuurlijk ook. En dan kom ik in mijn
rol als officier voor de nazorg.
En nu maak je het een keer zelf mee.
Ik voelde me eigenlijk ook een beetje schuldig. Want ik had natuurlijk met
voeten de procedure getreden.
En dat zei ik. Ik heb een badem. Wat heb ik nou gedaan?
Maar op het moment dat ik daaraan begon.
Was het voor mij. Dit moet gewoon gebeuren.
Welke liefhebber wil er eerst?
Altijd alles willen doen.
Ja, wij willen wel.
Hé, maar... Jawel, iemand gered, hè?
Goed, man.
Nou, dit had ik natuurlijk nooit verwacht.
Dat je in zo'n situatie zo onverwacht terechtkomt... dat je op de bon of hooi
ergens naartoe fietst... en dan iemand in één keer aan het hulpverlenen bent.
Ja, dat is wel eventjes schakelen.
Maar het overkomt je, het gebeurt gewoon.
Je doet het gewoon.
Uit de kleren, Jeroen!
Je hebt het ultieme gedaan.
En massage.
En mond op mond.
Je hebt geen tijd verloren laten gaan. Je bent direct begonnen.
Dus dan moet je voor jezelf ook denken. Het is zo het is.
De situatie kan je niet veranderen. Je hebt je best gedaan.
En nu hebben we een mooi resultaat.
Ik vind niet dat ik een held wil zijn.
Ik ben gewoon degene die op dat moment deed wat er moest gebeuren.
Voor mij is het eigenlijk al voldoende om het resultaat te mogen meemaken.
De wielrenner is ter controle een week in het ziekenhuis gebleven.
Hij maakt het inmiddels weer goed.
Hij was ten tijde van de reanimatie niet met corona besmet.
Officier van dienst Jeroen heeft na drie dagen quarantaine zijn werk weer hervat.
En de wielrenner?
Die fietst al weer.
Het is een warme nazomerdag. Op de caserne van de vrijwillige brandweer in
Barendrecht werkt Rick als leidinggevende.
Daarnaast is hij ook officier van dienst. In die functie berust de leiding
bij hem als meerdere eenheden tegelijk in actie komen.
Ik zorg ervoor dat de tank-uitspuiten hun werk kunnen doen met alle
beschikbare middelen die ze nodig hebben. En dat ik de coördinatie doe met
de overige hulpdiensten.
Rick is opgegroeid in een brandweerfamilie.
Hij heeft het vak wat dat betreft met de paplepel ingegoten gekregen.
Ja, ze zeggen weleens dat je brandweerbloed door je lichaam hebt
stromen. Dat is bij mij wel een klein beetje het geval.
Omdat deze kazerne bemand wordt door vrijwilligers... is er normaal gesproken
niemand aanwezig.
Er wonen heel veel mensen om de kazerne heen.
Dat zorgt er ook voor dat we heel snel weg kunnen zijn, ja.
En dat komt van pas.
Halverwege de ochtend komt er op de meldkamer een noodoproep binnen... van
een zwaar ongeluk met een vrachtwagen. Wat is er aan de hand, meneer?
Ja, dan komen er zoveel krachten vrij op zo'n cabine. Ja, dan is het wel een
redelijke kans dat zo iemand wel of zwaar gewond is of echt al reeds
overleden is.
Rick gaat nu in zijn functie als officier van dienst alvast ter plekke.
De vrijwilligers moeten op dat moment nog bij hun tankautospuit aankomen. Naar
de A38 van Mekrellingen. Piepen gaat, dan laat je alles liggen. Dan kom je
naar de kazerne zo snel mogelijk.
De meldkamer heeft ook het hulpverleningsteam van kazerne Groene
Tuin opgeroepen. Zij beschikken namelijk over zwaarder gereedschap dan een gewone
tankautospuit.
Nog geen twee minuten later zijn de vrijwilligers van de brandweerkazerne
Barendrecht klaar om te vertrekken.
Bevelvoerder Sander weet dat de bocht van het ongeval berucht is.
Ik had daar echt wel beeld bij dat daar een vrachtwagen kan kantelen. Het was
ook niet de eerste die daar is omgegaan.
Sjedi is in opleiding als bevelvoerder. Hij is boventallig en loopt vandaag met
bevelvoerder Sander mee.
Ik loop gewoon als letterlijk een schaduw van de bevelvoerder achter hem
aan.
Op- en afritten van snelwegen kunnen door de melder wel eens verkeerd worden
doorgegeven.
Na rijden bleek dat de locatie op de A38 veranderd was van de ene baan naar de
andere baan.
Waardoor het hulpverleningsteam, wat normaal als eerste te plaatsen is,
verkeerd was gereden.
Rik arriveert nu als eerste van de brandweer op de plek van het ongeval.
En ik reed toevallig geen een keer de goede kant op. Dus ja, ik stond daar als
eerste te plaatsen.
Hi. Zit hij er nog in? Ja, hij zit er echt vast in. Oké.
Ja, ik ben te plaatsen. Het betreft de bocht inderdaad naar de A16.
De chauffeur zit bekneld. Ik maak middelwegverlening over.
Ja, dat is helemaal duidelijk. Gaan we dan even kijken wat er uitgaat.
Nee, doe mij helemaal niks. Laat me gewoon zitten.
Hopen.
Ik heb heel snel even gekeken hoe die beste man bekneld zat. Die zat inderdaad
zwaar bekneld, maar hij was nog wel bij.
Ik wilde weten wat was de lading van de vrachtwagen, want die was nog onbekend.
En welke spullen heb ik nodig om die meneer te bevrijden.
Als er een oranje gevaarsticker op de achterzijde geplakt is, dan vervoert
deze grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen.
En dat lijkt gelukkig niet het geval.
Maar alsnog kunnen er wel kleine stukverpakkingen gevaarlijke stoffen in
zitten. Zoals huishoud, chloormiddel, ammoniak waar je mee schoonmaakt. Dat
kan er altijd nog in zitten.
De tankautospuit van Barendrecht is nu ook ter plaatse.
Maar wel alvast even HV-gereedschap gereed maken, drieënvier.
Hij zit bekneld, Sanne.
Ik denk met z'n tegen of iets dergelijks.
Kijk even.
Geen uitstromende bloedstof voor de rest. Dat hebben we al geënstalliseerd.
In de container zitten in ieder geval geen gevaarlijke stoffen.
Sander werkt naast de vrijwillige brandweer in het dagelijks leven op de
ambulance. Die kennis komt hem bij dit soort incidenten goed van pas.
De chauffeur zit met beide benen achter de stuurkolom bekneld.
Mijn beeld was toen ik aankwam bij de chauffeur, dat we de chauffeur niet op
tijd konden bevrijden.
Of dat hij zou overlijden bij het bevrijden van de chauffeur.
De cabine ligt op zijn zij met de kant van de chauffeur in de vangrail gedrukt.
Om hem te kunnen bevrijden moet er eerst werkruimte komen.
Er zat glas in de weg.
Allerlei losse materialen aan kunststof en dat soort dingen. Het zaag zit
hierin. Totdat het zware materiaal van de collega's van de Groene Tuin te
plaatsen was... gingen wij ervoor zorgen dat we er goed bij konden.
Ik wil zo het glas eruit halen, maar dat levert glasstof op.
Het ambulancepersoneel bepaalt op basis van de aard van de verwondingen... de
snelheid waarmee het slachtoffer ontzet moet worden.
De ambulancedienst geeft aan op basis van het medische beeld... of hij snel
eruit moet of dat we wel even de tijd hebben. Hoe lang hebben we? Ik denk dat
ik het antwoord weet. Ja, gewoon snel eruit. Zo snel mogelijk? In dit geval
moest hij er snel uit, maar zo snel als dat veilig en verantwoord was.
We komen voor u nu.
Alsjeblieft, langzaam.
Het hulpverleningsvoertuig met zwaar gereedschap aan boord is nu ook
gearriveerd.
De aard van de verwondingen is dermate ernstig dat de beknelling niet lang kan
voortduren. Er kan dat tijdens de bevrijding diverse complicaties
opleveren. Dat de chauffeur alsnog snel komt overlijden na de bevrijding.
Bevelvoerder Sander staat voor de haast onmogelijke taak om de chauffeur snel
uit het wrak te halen.
Het plan was om de stuurkolom weg te gaan drukken.
Ik ben aan het zoeken naar een plek vanuit achter in de cabine dat we zijn
stuur kunnen wegdrukken. Het grootste probleem was dat we heel veel last
hadden van de vangrail die daar zat. En die vangrail was erg stevig. En we
hadden dus eigenlijk geen ruimte om de stuurkolom weg te drukken.
Naast ambulancezorg wordt ook een mobiel medisch team ingevlogen.
Die hebben een arts aan boord.
Heeft hij heel goed wakker? Ja, dat wel. Hij praat nog.
Alleen hij klapt heel erg dat er pijn is in zijn benen.
De vangrail is een obstakel dat in de weg ligt.
Dat weghalen is een enorm ingrijpende klus.
Alleen in overleg met dokter van het MMT kwamen we er wel achter dat dat te lang
ging duren. Dus eerst heel de vangrail wegslopen kostte te veel tijd.
Sneller is nog, dat zijn we nu aan het onderzoeken.
Vrachtwagen wegstrekken met de kraan.
En daarmee ruimte te creëren zodat we dan wel konden gaan spreiden.
Worden verschillende opties nu uitgewerkt?
Bij het geweld van knippen en slopen is het handig dat je weet hoe je dat het
beste kan doen.
Deskundigheid blijkt dichterbij dan gedacht.
We hebben een collega hier in het korps. Die is werkplaatschef bij de MHN.
Mag ik even inbreken?
Even een goed idee van de manschap.
Probeer Bas of een collega van MHN hier te krijgen.
Dat is een MHN-vrachtwagen.
Inmiddels is een zware takelwagen van een berger opgeroepen.
Het duurt nog wel even voordat hij hier is.
Plan A is dan op dat moment even niet reëel. Kunnen we even niet toepassen.
Wat gaan we doen? Plan B. Oké, we gaan beginnen met het wegsnijden van de
vangrail.
In afwachting van de takelwagen wordt er niet stilgezeten.
Hoewel het straks misschien niet nodig is, wordt toch een deel van de vangrail
weggehaald. Als het wegtakelen niet lukt, is dit de enig overgebleven optie.
Er is een grote kraan onderweg. Zolang die er niet is, gaan we voor plan B. Als
die kraan er is, kunnen we nog eventueel overstappen.
De manschappen werken onvermoeibaar door om snel de nodige werkruimte te maken.
Een monteur van dit type vrachtwagen is aangekomen en biedt meteen de helpende
hand. Hoi, ik ben Sander.
Arjan, kom even kijken.
Hij heeft ons ter plaatse voorzien van expertise waar we nou eigenlijk het
beste konden knippen en waar nou bijvoorbeeld de gevaren zaten in die
vrachtwagen.
Het lijkt minder makkelijk dan gehoopt.
Dus dat betekent dat nu alle hoop is
gevestigd op de takelwagen.
De vangrail wegslopen duurde echt te lang. Daar hadden we heel veel moeite
mee. En toen de zware takel ter plaatse kwam was dat eigenlijk wel een oplossing
door de vrachtwagen één of twee meter te verschuiven.
De kritische momenten bij deze klus zijn vooral dat we gaan
trekken met de zware kraan aan de vrachtwagen.
Het is de beste manier om de chauffeur heel huids uit zijn vrachtwagen te
halen.
En ook dan zorgen wij ervoor dat die chauffeur dusdanig van
veiligheidsmiddelen voorzien is.
Dat als er wat fout gaat, dat hij wel veilig is.
Wanneer het slachtoffer in acuut levensgevaar komt, rest de
noodbevrijding. Maar dat betekent dat de chauffeur en zijn beknelde benen er
zwaar letsel aan over zullen houden.
We gaan even proberen ruimte te krijgen hier. Ja, dat is natuurlijk helemaal
niet wenselijk voor zo'n slachtoffer.
Maar dat is ook nog een optie. Dat we echt met grof geweld aan de gang gaan.
Maar dat is echt het laatste redmiddel dat we toepassen.
Maar eerst is het de beurt aan de takelwagen.
Het is maar goed dat de chauffeur niet goed beseft wat er om hem heen allemaal
gebeurt.
Het slachtoffer
wordt eerst in slaap gebracht en zal hierdoor niet van de takelactie ervaren.
De wervelplank wordt gebruikt om het lichaam op zijn plaats te houden.
Om dat te voorkomen wordt er besloten dat er één manschap het slachtoffer bij
zal staan tijdens het wegtakelen van de cabine.
Doel is om de cabine van de vangrail af te krijgen door met grote kracht aan een
staalkabel te trekken.
We weten natuurlijk niet exact wat die vrachtwagen gaat doen. We verspellen wel
wat we verwachten dat hij gaat doen, of hij dat ook echt gaat doen.
Dat merk je pas op zo'n moment.
Een grote takelwagen wordt ingezet om het slachtoffer te ontzetten.
De kritische momenten bij deze klus zijn vooral dat we gaan trekken met de zware
kraan aan de vrachtwagen.
Het doel is om de cabine minstens een meter weg te trekken.
Yes, I'm with you.
Please, slowly.
I'm with you. I'm with you.
Please, come.
Yes, I'm with you. Please, come.
Hallo. Stop.
Stagebevelvoerder Shelly grijpt in.
De cabine ligt niet goed. Ik had het idee dat de cabine die achter hem lag...
ging verzakken op het moment dat hij van die vangrail afgleed.
Dat zijn dus van die dingen waarvan je eigenlijk eerst zeker wil weten... dat
het geen extra gevaar of letsel gaat opleveren voor zo'n man... dan dat hij
nu al in die situatie zit.
De stuurkolom moet worden weggetrokken. Maar omdat hij in de wagen verankerd
zit, lijkt dat een risicovolle operatie.
Gelukkig biedt de in aller el opgeroepen vrachtwagenmonteur uitkomst.
Waar we ons vooral mee konden helpen is bepaalde punten onderin de stuurkolom
die we konden doorknippen waardoor de stuurkolom erg verzwakt werd. Zodat we
die ook makkelijker uit elkaar konden trekken.
Met een ketting om de stuurkolom wordt een trekactie ingezet.
Het voordeel toen was dat de stuurkolom eigenlijk precies in lijn was gekomen
met een heel stevig punt in de vangrail. En we vervolgens via de vangrail...
een mooi trekpunt konden maken om de stuurkolom recht weg te kunnen trekken.
Wat in de weg zit, wordt vlug weggezaagd zodat het slachtoffer eindelijk bevrijd
kan worden.
Maar helaas, het slachtoffer zit nog steeds bekneld. Bij het eruit halen
bemerkte ik dat hij nog steeds vast zat met zijn voet. Hij zat niet bekneld,
maar zijn voet zat wel vast in een hele kleine ruimte.
Waardoor we zijn voet niet uit konden halen.
Dus de plek waar de stoel op zit, daar zat hij vast in.
Ga maar door, ga maar door.
Drukken, drukken, drukken.
Drukken.
Drukken. Je merkte gewoon dat hij continu, doordat zijn voet eigenlijk
natuurlijk gewoon in deze houding staat, die beweging kwam niet. Op een gegeven
moment heb ik er iets wat hard aan geprokken om gewoon die voet
uiteindelijk los te krijgen.
Hoewel de chauffeur het uitschreeuwt van de pijn, zal hij daar bij zijn volle
bewustzijn geen enkele herinnering aan hebben.
Het heeft ermee te maken dat het een medicijn is waarvan de patiënt wel een
soort van in slaap raakt. Heel heftig kan reageren op pijn en dergelijke. Dus
daar gewoon op gaat gillen, schreeuwen en dat soort dingen.
Maar tien minuten later wakker wordt en daar niks meer van weet.
Grote opluchting bij Sander, omdat het ook heel anders kan aflopen.
Deze chauffeur geluk heeft gehad. Dat is de indruk die we kregen toen het
slachtoffer bevrijd werd.
Dat het beter ging dan we dachten.
Je hebt best wel een euforisch gevoel. Je bent met je club, je hebt een hele
zware klus geklaard. En je hebt een goede uitkomst. Die man gaat levend weg
naar een ziekenhuis. Dat is ons doel geweest.
En het feit dat je het dan met elkaar, samen met de kazerne Groene Tuin, samen
met de politie, samen met de ambulance, dat je dat als groep voor elkaar hebt
gekregen. Dat is gewoon goed. Dat is een mooi gevoel.
Het was voor de meesten een incident dat ze niet eerder hebben meegemaakt.
We hebben heel veel ervaringen opgedaan die we mee kunnen nemen in de latere
carrière. Dus een heel leerzaam incident voor ons allemaal.
Vermoedelijk heeft de chauffeur met te hoge snelheid de bocht aangesneden en
vervolgens de macht over het stuur verloren.
Gelukkig heeft hij daarbij de lantaarnpaal net niet geraakt.
Dat zou hem fataal zijn geworden.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.