Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Mrs Trotter is echt geweldig.
Ze heeft nog voor de keizer gekookt voor de oorlog uitbrak.
Heb je Gaspard gezien?
Ik had iets nodig uit de kelder, maar ben zelf maar gegaan.
Hij is in de salon. - Staat zeker fooien te innen.
Arm België. Hij heeft al een fortuin verdiend sinds hij hier is.
Heb je verlof?
Straks op avontuur met Brydon. Strikt geheim.
Iets leuks? - Hopelijk.
Alles beter dan op een slagschip bij Gallipoli...
...waar je lek geprikt wordt door muggen, of op de Noordzee waar...
Ik schaam me een beetje. Ik voel schaamte en boosheid.
Als ik deze jongemannen zie die straks weer moedig ten strijde gaan trekken...
...schaam ik me voor de neutraliteit van m'n land.
Dat is nergens voor nodig. Amerikanen staan toch neutraal aan onze kant?
Ze denken veel aan jullie.
Maar na het zinken van de Lusitania hadden we moeten ingrijpen.
Dat schreef ik m'n zus nog. - Hoe is het met haar?
Goed. Maar sinds de Zeppelin-aanvallen houdt ze haar hart vast.
Ik moet haar minstens één keer per week schrijven om haar gerust te stellen.
Het spijt me, mevrouw.
Terecht. Dit is een feest, geen bijeenkomst voor geheelonthouders.
Aardig van u om mij ook uit te nodigen, maar wat is de gelegenheid?
Dit is een feestje voor Freddy Brydon. De luitenant die met de majoor praat.
Z'n schip vertrekt vanavond.
Als ik jong was geweest, was ik ook in dienst gegaan.
U draagt ook uw steentje bij. Amerika levert ons veel staal.
Eerst weigeraars in dienst voor we een beroep doen op Amerikanen.
Er loopt hier een weigeraar rond, per ongeluk.
Ik vroeg me af...
Ik durf het bijna niet te vragen, omdat het wellicht arrogant klinkt.
Vragen staat vrij. - Ik zou willen helpen op mijn manier.
Zou ik dit feest mogen betalen? Ik wil u niet beledigen.
Wat gul van u, en het niet- handelsverdrag slaat niet op dit hotel.
Ik zet het op uw rekening. - Ik voel me vereerd.
Ik wil de luitenant graag de hand schudden en hem succes wensen.
Dat is zo geregeld. Er is iemand die je succes wil wensen.
Geweldig, breng me naar hem toe. - Ik denk dat je beter kunt blijven zitten.
Je zou zo omvallen. - Er is ook geen tijd meer.
Nee, want ik moet de trein van half zeven hebben.
M'n tassen staan nog niet eens klaar. - Het is al kwart over zes.
Ik kan hem wel naar Charing Cross brengen. Of naar...
Folkestone. - In uw beschonken toestand?
Vraag aan Starr wanneer de volgende trein naar Folkestone gaat.
Ik ben bezig, kan Gaspard niet... - Schiet op.
En vraag Mary of ze een grote pot koffie zet.
Mr Brewster, dit is luitenant Brydon.
Pas op voor je hoofd.
Wat een mooie geste van u. - Graag gedaan, Mrs Trotter.
Aardige knul, die Brydon. Ik had hem graag wat langer gesproken.
Wat een vrolijkheid.
Ze zwaaien iemand uit die z'n land gaat verdedigen.
Mr Brewster, er is nog champagne over.
Postkantoor. Trek je jas aan, kleed je netjes.
Hij is een dienstweigeraar.
Waarom geeft u hem een kamer als u daar zo tegen bent?
Dat is het werk van Mary, ik was er zelf niet.
Hij liep mank. Daardoor dacht ze dat hij een oorlogswond had.
Daar heb ik me een keer mee vergist, dus sindsdien ben ik voorzichtig.
Als wij onze gasten zich lieten registreren, had ik hem er zo uitgepikt.
Maar dat doen we niet, en ik had het pas na een tijdje door.
Ik moet hem nog steeds natrekken.
Maar als Mr Appleby niet in staat is...
Hij vertelde de majoor dat z'n enkel was verstuikt.
Hij werkt als vertaler voor Buitenlandse Zaken.
Een luizenbaan. Ik schaam me diep voor hem.
Waarom zou u zich schamen?
Ik behoor zelf niet tot de aristocraten, bij lange na niet.
Toch nam ik het altijd voor ze op, zelfs als dat soms onterecht was.
Ik vind dat de Engelse aristocratie z'n maatschappij eer aan doet.
En dat zeg ik als Republikein.
En nu ons land hen hard nodig heeft, staan ze voor ons klaar.
Ik ben trots op ze.
Ik weet dat er veel gewone soldaten sterven, maar er vloeit ook blauw bloed.
Er zijn inderdaad al een hoop officieren gesneuveld.
En Mr Appleby zorgt wel dat hij er niet een van wordt.
Hij heeft waarschijnlijk connecties. Dat maakt hem nog erger.
Als hij weg is, wil ik hem hier niet meer zien. Dat kan al best snel zijn.
Bartlett.
Fijn je te zien. Ik wilde hier praten, dat is aangenamer dan in m'n kamer.
Iets drinken voor de lunch? - Een selterswater graag.
Weet je dat zeker? - Het is een smerig drankje.
Maar ik heb inmiddels vrede met het feit dat ik geheelonthouder ben.
Alleen oorlog is een reden voor geheelonthouding.
Een sherry amontillado en een selterswater.
Dienstmeisjes in de leeszaal.
De gewelddadigheid van de oorlog heeft grootse vormen aangenomen.
Een spionerende marineofficier heeft vast wel een idee hoe groots.
De U-boten kunnen doorslaggevend worden.
Het college zal jou niet zo snel torpederen.
Hoewel ik net iemand heb ontslagen.
Oh, wat was de reden?
Hij had een ronduit belachelijk idee. Wat betreft verpleegster Cavell.
Weet je daar iets vanaf?
Een Britse die is opgepakt wegens spionage.
Ze is geen spionne, maar ze heeft wel de Duitsers op stang gejaagd.
Iemand stelde een militaire operatie voor om haar te redden.
Lastig. - Nee, onmogelijk.
En dat moest ik een paar hoge heren duidelijk maken.
Maar als een vrouw geëxecuteerd dreigt te worden...
...krijgen emoties de overhand.
Zouden de Duitsers haar executeren? - Welnee.
Ze leggen haar misschien straf op...
...maar dit zal tegen de borst van de neutrale landen stuiten.
Amerika heeft al bezwaar geuit, en Spanje zal wel volgen.
Maar een militaire operatie is absurd.
Zware tijden dus voor jou. - Dat zijn het momenteel alleen maar.
Op je gezondheid, Vickers. - En op de jouwe.
Wat kan ik voor jou doen?
Ik heb de hulp van andere geheime diensten nodig.
Zo spoedig mogelijk, want ik zit met een precaire zaak.
Heb je gehoord van de Q-schepen?
Kanonneerboten verbouwd tot vrachtzoekers.
Een effectief wapen tegen onderzeeërs.
De crew is gekleed in burger en gedraagt zich heel onopvallend.
Ze moeten zorgen dat hun boot wordt getorpedeerd.
Ze moeten overkomen als weerloze koopmannen...
...tot de onderzeeër hun schip wil laten zinken.
Dan onthullen ze hun eigen kanonnen.
Listig. We weten dat de Duitsers te weinig torpedo's hebben.
Die verspillen ze niet zomaar. - Dus wel.
Ons Q-schip is twee keer getorpedeerd en de U-boot kwam niet boven.
Ze nemen dus geen risico's? - Er zit veel meer achter.
De U-boot werd tot zinken gebracht en de crew gevangen genomen.
Ik was bij de ondervraging.
De Duitse commandant wist van ons omgebouwde schip.
Mijn hemel, hoe is dat mogelijk?
Iedereen op het Q-schip kwam om, maar ik heb met familie gepraat.
Een van hen wist het een en ander over de schepen te vertellen.
De verloofde van luitenant Brydon had een brief van hem ontvangen.
Hij beschrijft z'n training, waar hij naartoe gaat...
...en erger nog: hoe het schip heet. Wie deze brief leest, weet genoeg.
Arme, indiscrete, dode kerel.
Ze zal het wel rondgebazuind hebben. - Ze zegt van niet. En ik geloof haar.
Een andere mogelijkheid is dat de luitenant zelf heeft gepraat.
Maar tegen wie?
Mag ik de brief even zien?
Oh, u bent er nog. Ik heb de slaapkamer gedaan.
Ik kom straks wel terug. - Ik ben zo weg.
Waar is dat andere kamermeisje? - Die is al een paar dagen ziek.
Door de oorlog is er geen personeel te krijgen.
Ah, de oorlog. Wat een vermoeiend gedoe is dat toch.
Vermoeiend lijkt me niet het juiste woord.
Het is zo saai. Ik word doodmoe van dat legergroen.
Fatsoenlijk eten is er ook nauwelijks.
Hoewel het Bentinck z'n best doet. - Wij redden het hier prima.
Sommige producten zijn schaars, maar Mrs Trotter heeft connecties.
Mr Merriman wijt het tekort aan de U-boten.
Merriman? Oh, die vrolijke hoogbejaarde die met dienbladen rondloopt.
Wat weet hij er nou van? - Hij heeft op zee gezeten.
Zeker als Nelsons ketelbinkie?
Hij is steward geweest op een lijnboot.
Hij zegt dat ze onze schepen laten zinken om ons uit te hongeren.
Wat onbeleefd, terwijl de Britten hetzelfde doen.
Ja, maar kijk wat de Duitsers België hebben aangedaan.
Vraag maar aan Gaspard. - Niet zo'n behoefte aan.
Er komen ook veel mannen om in de loopgraven.
Is die voor mij bedoeld? - Nee, daar doe ik niet aan.
Zeker uit uw kussen gevallen.
En nu ik 'm wat beter bekijk, zie ik dat hij niet spierwit is.
Maar lichtbruin. Een lichte minachting dan.
Ik zei dat hij uit het kussen kwam.
U zou niet zo tegen me moeten praten, vooral omdat...
Omdat jij als enige vriendelijk bent? - Dat zei ik niet.
Dat was niet nodig. Hoe heet je? - Mary Phillips.
Ik ben niet geïnteresseerd in de mening van kamermeisjes.
Is dat duidelijk?
Oftewel: bemoei je met je eigen zaken.
Je hebt het begrepen.
De kamers zijn gedaan. Is er verder nog iets?
Nee, ga maar iets leuks doen. Je hebt al in geen weken een vrije dag gehad.
Ik maak het niet laat. Nog iets van Lord Haslemere gehoord?
Al een maand niet. Dit was z'n laatste brief.
Ik weet niet waarom hij niet schrijft. - Hij zal het wel druk hebben.
Ze hebben het allemaal druk.
Ik ben doodongerust.
Ik hoorde dat er een grote slag voor de deur staat, als die al niet begonnen is.
Ergens bij Loos. - Nooit van gehoord.
Misschien doet hij niet mee. - De Guards zijn daar nu juist.
Charlie zit bij de Guards, dus zal hij wel meevechten.
Hij zal wel achterblijven, bij de generaals.
Als er gevochten wordt, is hij erbij. - Ik bedoel: iemand van zijn stand.
Ik snap wat je bedoelt. Sorry dat ik zo snauwde.
Wist ik maar waar hij was. - Dat mogen ze helaas niet zeggen.
Het wasmeisje kreeg een brief van haar vriend. Er stond vrij weinig in.
Alleen: ik mis je en bedankt voor de sokken.
Zij weet tenminste nog dat hij leeft. Althans, toen hij die brief schreef.
Ik zoek Loos wel even op op de kaart.
Wat is dat?
Modder. Gedroogde modder uit Vlaanderen.
Daar is hij nu. Daar zijn de meeste soldaten nu.
Mrs Cochrane wil dat ik de eed afleg.
Zij heeft makkelijk praten, ze drinkt bijna geen alcohol.
Nee, de eed waarin je zweert niet uit te gaan met een man zonder uniform.
Had ze de keus maar. Maar ze heeft het hart op de juiste plek.
Ik ga nu. - Veel plezier.
Is Mrs Trotter aanwezig? - Momentje, meneer.
Mr Appleby wil u even spreken. - Laat hem maar binnen.
Goedenavond. Sorry dat ik u stoor tijdens het eten.
U stoort inderdaad. Wat wilt u?
Ik zou het kamermeisje van vanmorgen even willen spreken. Mary heet ze.
Dat kan niet, want ze heeft vrij.
Als u Gaspard ziet, zeg dan dat hij z'n jas aantrekt.
Stop daar maar mee. Mr Starr wil dat je de post wegbrengt.
Goed, Mr Appleby. Ik vraag het haar wel als ze terug is.
Heel graag. Goedenavond.
Wanneer vertrekt u? - Wat een directe vraag. Waarom?
Omdat ik de kamer nodig heb. Dat klopt niet helemaal.
Omdat u hier onder valse voorwendselen bent.
Wij willen alleen militairen of gewonden en u bent geen van beide.
Uw vasthoudendheid zou niet misstaan in het leger.
Je moet vasthoudend zijn als iemand geen hints oppikt.
Ik mag gasten weigeren. - Maar wegsturen mag niet zomaar.
Ik heb een goede reden. Desnoods laat ik je natrekken door Starr.
Dan zou ik dat in de openbaarheid brengen.
Waarom blijft u als u niet gewild bent? Er zijn coulantere hotels.
Maar zij bieden niet zulk heerlijk, niet-vaderlandslievend eten.
Hoe bedoelt u niet-vaderlandslievend? - Dat weet u heel goed.
Ik durf best een beetje te sjoemelen. Wij geven militairen te eten.
Haantjes bijvoorbeeld. Als ze het kunnen betalen.
Maar in deze tijden van schaarste...
...is het een grote schande als je de regels omzeilt.
Ik denk niet dat u wilt dat dit bekend wordt, omwille van uw gasten.
Wat zijn we toch slim. U zou het er ook niet best vanaf brengen.
Maar zoals u heeft gemerkt, ben ik een schaamteloos wezen.
Bonen? Meer niet? - Zorg dat ze niet gaar zijn. En kool.
Die moet te gaar zijn. Ik zie persoonlijk toe op Mr Appleby's menu.
En omdat de tafelwijn bijna op is, geef je hem maar vruchtensap.
Hoe kunt u zo'n maaltijd maken? - Ik kijk er echt naar uit.
En zijn kamer doe je als laatste, als je 'm al doet, omdat we onderbezet zijn.
Ene luitenant Bartlett wil u spreken. Ik breng hem naar uw salon.
Goed. Dit is het menu. Geef maar aan Mrs Cochrane.
En bewaar wat kool voor vanavond.
Ik schaam me dood om bonen, kool en sap te serveren. Waar is Gaspard?
Die informatie kan ik u niet geven. - U zou er de oorlog mee helpen.
Oorlog of geen oorlog, wat m'n gasten doen blijft privé.
Controleert u op weigeraars? - Daar ben ik hier niet voor.
Mooi, want dan zou u uw tijd verdoen.
M'n gasten zijn te oud, dragen een uniform of zijn buitenlands.
Amerikanen, maar dat zijn niet echt buitenlanders.
Eigenlijk wel, maar ik snap wat u bedoelt.
Officieel mag ik de hotelgegevens opvragen...
...maar ik heb liever dat u meewerkt.
Geheime dienst van de marine? Dat heeft met spionage te maken.
In zekere zin. - Ik wil niet dat u m'n gasten bespioneert.
De vraag is of een van hen ons bespioneert.
Waar moet dit heen? Eerst vruchtensap en nu selterswater.
Freddy Brydon.
Twee weken geleden was het Forbes-Maltby.
Binky Feathergill de week daarvoor.
Hij werd neergeschoten toen hij in een observatieballon zat.
Ze gaan er een voor een aan.
Het Bentinck heeft er niets mee te maken. Hier zijn geen spionnen.
Het enige geheim hier is m'n recept voor kwartelpastei.
Dit onderzoek is gebaseerd op giswerk, daar moet ik het momenteel mee doen.
Met al die hooggeplaatste personen hier...
...zou je een Duitse vlieg op de muur willen zijn.
Deze moet ik meenemen, en ik wil een lijst met personeelsleden hebben.
Die stel ik voor u op. - Mooi. Eén ding nog.
Wat ik u heb verteld, blijft tussen ons.
En dat is geen verzoek.
Waar is Starr? - Thee drinken. Kan ik helpen?
Graag. Wilt u vragen of Merriman me een pot thee brengt?
Weet u dat zeker? - Zo slecht zijn m'n ogen ook niet.
Mrs Trotter wil graag een pot thee. - Majoor?
Wat vindt u hiervan?
Een Duitse krant. - Kunt u Duits lezen?
Ik kan me net redden.
Er staat dat zij de oorlog winnen. - Leugenaars.
Dat het over anderhalf jaar voorbij is.
En dat Duitse krijgsgevangenen worden mishandeld. Hoe kom je hier aan?
We bewaren oude kranten. Mrs Cochrane gebruikt ze voor de oven.
Deze is recent. Hoe komt hij hier terecht?
Mr Merriman dacht dat hij Gaspard erin zag lezen.
Dat was zo. Ik dacht dat hij zich betrapt voelde, omdat hij aan het luieren was.
Wat moet een Belg met een Duitse krant?
Dat zegt hij. - Dit kan iets serieus zijn.
Duitsers plaatsen soms spionnen tussen vluchtelingen.
Wat zei ik? - Vrij weinig eigenlijk.
Dat u Gaspard betrapte met een krant en dat hij schuldig keek.
De datum van de krant is verdacht. - Hij is een spion.
Niet zo'n zorgvuldige.
Wat spookt hij 's nachts uit? Dat zou ik wel willen weten.
Stom om hem op zolder te laten slapen met die Zeppelins.
Hij kan ze aanwijzingen geven vanaf die plek.
Straks gooien ze hier een bom. - Dan gaat hij er zelf ook aan.
Die heeft wel een ontsnappingsplan. Maar hij is iets van plan.
Als ik wel eens laat thuis kom, doet hij snel z'n licht uit.
Uw fantasie gaat met u aan de haal.
Dit moet eerst goed onderzocht worden. Die taak neem ik op me.
Laat Gaspard niet merken dat je hem verdenkt. Vertel niemand iets.
Is er geen thee meer?
Ik ben nog niets wijzer geworden.
Mrs Trotter heeft beloofd de boel in de gaten te houden.
Ik heb die brief van luitenant Brydon nog eens bekeken.
Hij is op de 14e geschreven, maar op de 15e gestempeld.
Dat zegt niet veel. Ik loop soms ook dagen rond met een brief op zak.
Dat is waar. Ik probeer alles aan te grijpen.
Ik weet niet of het onderzoek ergens toe leidt.
Het heeft geleid naar de Rue la Culture in Brussel.
Het ziekenhuis waar Cavell ligt? - Arme dame.
Gouverneur-generaal Von Bissing is geen weekhartig type.
Ik denk dat ze de kogel krijgt. - Je klinkt niet echt kwaad.
Je moet realistisch zijn. Verpleegster Cavell heeft nuttig werk gedaan.
Als gevangene is ze niet nuttig. Als martelaar kan ze dat wel zijn.
Het kan 100.000 vrijwilligers opleveren en 't geeft ons meer steun in de wereld.
Dat is heel realistisch. - Ik ben niet de enige die zo denkt.
Ook m'n meerderen zijn die mening toegedaan.
Ik denk dat ik na de oorlog het klooster in ga.
Ik weet niet of er kloosters bestaan waar ze selterswater maken.
Wat heeft dit met 't Bentinck te maken? - Vrij veel.
Naast Cavell werden er nog dertig Belgen gearresteerd.
Waaronder ene mademoiselle Justine Gaspard. Herken je die naam?
Ja, hij staat op de lijst die ik van Mrs Trotter heb.
Er is een ober daar die zo heet. - Dat is haar broer.
We hebben hem nagetrokken en er is geen twijfel mogelijk.
De dame wordt gevangen gehouden in Saint Gilles...
...terwijl de Duitsers zich beraden of ze wordt vervolgd.
Het lijkt me onwaarschijnlijk dat hij dan voor ze spioneert.
Alleen niet als het alternatief zou zijn dat z'n zus wordt neergeschoten.
Sorry, ik heb geen postzegels meer. Misschien heeft Mrs Trotter ze nog.
Mr Brewster is hier. - Laat hem maar binnen.
Sorry dat ik u moet storen voor iets vrij onbelangrijks.
U bent altijd welkom. Wat kan ik voor u doen?
Ik wil deze brief op de bus doen, maar ik heb geen postzegels meer.
Geen probleem. Alstublieft, ga uw gang.
Voor Amerika heeft u er nogal wat nodig, hè?
Die zijn voor rekening van het hotel.
Kan ik u iets te drinken aanbieden? - Dat is erg aardig van u.
Gaspard, wil jij de brief van Mr Brewster op de bus doen?
Een brandy? - Lekker.
Ik wilde net de brievenbus legen.
Zou je Fred uit willen laten? Meenemen voor een wandeling.
Of ik een stukje met hem wil wandelen? Maar natuurlijk.
Even wachten, Fred. Gaspard is zo terug.
Hoe lang blijft hij meestal weg? - Tien minuten.
Maar Fred rekt dat wel door aan lantaarnpalen te snuffelen.
Het bevalt me totaal niet. - Wat niet?
Dat Fred hierbij betrokken wordt. Het is al erg genoeg dat u gaat rondsnuffelen.
Ik snuffel niet rond, ik voer een onderzoek uit.
En jij en Fred staan onder mijn militaire gezag.
Ik licht de autoriteiten in als ik iets belastbaars vind.
Als ik niets vind, heeft Merriman zich vergist.
Alsjeblieft. Een flinke wandeling graag. - Kom maar, Fred.
Daar bent u. Ik wil u even spreken. - Nu?
Ja. Het duurt niet lang.
Mrs Trotter zegt dat u me advies kunt geven over een idee dat ik heb.
Gaat u zitten. Glaasje brandy? - Nee, ik heb nogal haast.
Waar gaat u heen? - Ik wilde m'n auto even nakijken.
Het is hartstikke donker en koud. Doe de deur dicht en ga zitten.
Waar wacht u nog op?
Steek maar van wal, Mr Brewster.
M'n zus en ik schrijven elkaar wekelijks brieven.
Zij is voorzitster van de Milwaukee Ladies Arts en Literature Society.
Ik schrijf haar in m'n brieven soms uitgebreid...
...over de opofferingen van de bewoners van dit eiland...
...in hun strijd tegen de duistere krachten.
Een strijd die Amerika ook aangaat, vind ik.
Dat is heel vriendelijk van u. - Nee, dat is m'n stellige overtuiging.
En eindelijk is er een kleine verandering op komst.
M'n zus, die trouwens Sarah heet...
...heeft m'n brieven gebruikt voor een lezing.
En de dames uit Milwaukee waren zeer onder de indruk.
Ze zijn tot een unaniem besluit gekomen: ze willen helpen.
Dat is erg aardig, maar ik zou niet weten hoe.
Denk na. Ze willen voedselpakketten en dekens sturen en zo.
Dat is zeer welkom, maar wat heb ik daarmee te maken?
U zei dat u nu in de bevoorrading zit. - Niet in dat soort bevoorrading.
Dan kunt u de troepen bevoorraden met wat de dames toesturen.
Daar ga ik helemaal niet over. - Maar vrienden van u toch wel?
Is hij al terug? - Nee, maar haast u.
Zeg maar tegen uw zus dat de geste zeer wordt gewaardeerd.
De majoor en ik maken er werk van. - Hartelijk dank.
Ik zal m'n uiterste best doen.
Wat is er met u aan de hand? U slaat nooit een drankje af.
Louisa, ik heb je iets zeer belangrijks te vertellen.
Ik heb net Gaspards kamer doorzocht. - Wat?
Ik had er gegronde reden voor. En terecht, naar blijkt.
Hij had brieven verstopt in een van z'n kledingladen.
De avondpost uit de hotelbrievenbus. - Hoe weet u dat?
Omdat er een brief voor m'n bookmaker bij zat.
Is Gaspard al terug? - Nog niet.
Ze lagen hier, ik heb ze zelf gezien. - Nu liggen ze er niet meer.
Waarom heeft u ze niet gepakt? - Om geen argwaan te wekken.
Want ik wil de autoriteiten inschakelen. - Ze zijn al op de hoogte.
Van de week kwam luitenant Bartlett langs.
Iets met de Geheime Dienst. Ze houden het Bentinck in de gaten.
Dat had u me moeten vertellen. - Nee, want dat mocht niet.
Kom, straks neemt hij de achteringang. - Nee, want hij heeft Fred bij zich.
Gaspard is terug. - Deed of zei hij nog iets?
Hij zei dat hij een blokje had gelopen met Fred. Merriman was boos.
Dat is niets nieuws. Oké, mondje dicht.
Ik denk dat ik dit meteen maar meld.
Bartlett is vast al naar huis. - Dan weet hij het morgenochtend gelijk.
Majoor, waarom verdacht u Gaspard eigenlijk?
Waar is hij? Moest hij weer de hond uitlaten?
Hij zou me helpen met de ochtendronde.
Fred zit in de hal. Waar heeft u 't over? - Gaspard natuurlijk.
Hij is weer nergens te bekennen. - Misschien verslapen.
Ik ga hem niet halen boven. - Z'n kamerdeur zit toch op slot.
De sleutel gaat er niet in, omdat hij op slot zit aan de binnenkant.
Majoor, ruikt u iets?
Doe het raam open.
Ik bel een ambulance.
Daar is het al te laat voor.
Goedemorgen, Mrs Trotter. Ik ben zo snel mogelijk gekomen.
Ik wil Gaspard spreken. - Sorry, u hebt hem net gemist.
Heel lastig om dat lijk via de achtertrap naar beneden te krijgen.
Waarom niet via de hoofdingang? Maar zo zullen wij ook gaan.
De bediende-ingang is voor als we leven en voor als we dood zijn.
Maar Gaspard verdient niet beter.
Praat toch niet zo. U heeft geen gevoel.
Ik vond hem aardig. Waarom pleegt hij nou zelfmoord?
Hij zal z'n redenen hebben gehad. - Dat denk ik ook.
En u moet zich schamen, want hij was een vluchteling en had niks meer.
Heb ik het nu gedaan?
U denkt alleen aan de fooi die u nu krijgt, en niet hij.
Terwijl hij nooit struikelde en u wel.
Leuke man, hoor. Denk jij tenminste.
Ik kan je het een en ander over hem vertellen.
Alleen maar geroddel. U was nooit aardig voor hem.
En terecht, want hij bleek een spion te zijn.
Wat een onzin. - Ik heb hem betrapt met 'n Duitse krant.
Starr en de majoor weten dit ook. - Duitse krant? Wanneer dan?
Een paar dagen geleden, gevonden in die stapel daar.
Dus daar lag hij. Mr Appleby was er naar op zoek.
Ik had 'm per ongeluk meegenomen van z'n kamer. Hij wilde 'm terug.
Wat moest hij met die krant? - Hij moest 'm hebben voor z'n werk.
Of zou hij ook een spion zijn?
U zat op het juiste spoor om de verkeerde reden.
Erg jammer. Gaspard had ons naar z'n handlangers kunnen leiden.
U verdacht hem dus al? - Ja, sinds gisteravond.
Toen hij gisteravond het hotel verliet, is hij gevolgd door een agent in burger.
Hij deed wat brieven op de bus en ging weer terug. Er was een hond bij.
Hij liet Starrs hond uit.
Een vreemde wandeling. Gaspard liep terug naar het hotel.
Nam de achteringang, kwam even later terug en nam toen de hoofdingang.
Heeft u enig idee waarom? - Ik zou het niet weten.
Ik wel. U had het licht in z'n kamer aan gelaten.
Dat heeft hij gezien en is poolshoogte gaan nemen.
U heeft gelijk. En toen ik u ging halen, heeft hij de brieven weggehaald.
Die brieven moeten dus nog ergens in het hotel zijn.
Of verbrand of door het toilet gespoeld.
Dan is de cheque voor m'n bookmaker ook verdwenen.
Vertel hem niets. Gaspards dood moet een ongeluk lijken.
Wat deed Gaspard met die brieven? - Oh, dat is heel simpel.
Hij leverde de brieven niet bij het postkantoor af.
Hij nam ze mee naar boven, verwisselde ze met oude brieven...
...die al waren doorgenomen, en gooide die op de bus.
Ondankbare Belg.
We vermoeden dat hij onder druk stond.
Ik moet even weg, maar is het goed als ik straks terugkom?
Ja, hoor. Ik geef vanavond een diner. Wilt u mee-eten?
Heel graag.
Ze is aanwezig. Ik zal even kijken of ze tijd heeft.
Dat is dus Mr Appleby? - Ja.
Mr Appleby, komt u de kok uw complimenten geven?
M'n laatste maaltijd zal me altijd bijblijven.
Daar kom ik niet voor. Ik vertrek morgen.
Dan maak ik de rekening op. Ander hotel gevonden?
Nee, uw opmerkingen hebben me aan het denken gezet.
Ik heb besloten te antwoorden op de roep van m'n land.
Wat een geweldig idee. Heel fijn om te horen.
Dat dacht ik al.
Krijg ik, nu u weet dat ik wapens ter hand ga nemen...
...een wat fatsoenlijker maaltijd vanavond?
U krijgt het beste wat we te bieden hebben. Ik weet het nog beter gemaakt.
U mag meteen doorlopen van Mrs Trotter.
Misschien krijg ik straks nog een boodschap.
Wil je me die dan meteen doorgeven?
U kent de majoor. En dit zijn Mr Appleby en Mr Brewster.
Wat een eer om een marineofficier de hand te schudden.
Dank u, maar ik moet even iets rechtzetten.
Ik ben meer een ambtenaar. Ik werk voor de Geheime Dienst.
Fascinerend. Is u de laatste tijd nog iets ter ore gekomen?
Het enige noemenswaardige wat ik heb vernomen...
...is dat brandy binnenkort alleen op recept verkrijgbaar is.
Als geheelonthouder ben ik daar zeer content mee.
Nou, ik niet. Hoort u dat? Sla maar flink in, Merriman.
Ongelooflijk.
Excuseer me, Mrs Trotter, maar ik moet de heerlijke brandy afslaan.
Ik moet morgen vroeg op, maar bedankt voor de zalige maaltijd.
Bent u de kool vergeten?
Een welkomstmaal voor de verloren zoon, zij het dat ik morgen vertrek.
Mr Appleby gaat morgen het leger in. - Heel goed.
Landmacht, marine of die luchtmacht-onzin?
Geen van drieën. - Dan blijft alleen de padvinderij over.
Ik denk dat ik u onbedoeld misleid heb. Ik ga het leger niet in.
Maar u hoorde het land roepen en zou wapens ter hand nemen.
Ik ga jagen op het landgoed van een oom in Norfolk.
Goedenavond, heren. En nogmaals bedankt, Mrs Trotter.
Hou je in. Maak geen woorden vuil aan die schoft.
Er valt nog genoeg te zeggen. - Morgen. Verpest de avond niet.
Goed dan. Wat wil je, Starr? - Een boodschap voor Mr Bartlett.
Schokkend gedrag, maar gelukkig is zijn gedrag een uitzondering.
Ik zie dit gedrag te veel in dit hotel. Wat moet ik met dienstweigeraars en...
Spionnen. - Spionnen, luitenant?
Ja, die Belgische dienstbode, Gaspard. Hij was een spion.
Die van dat ongeluk?
Hij was bezig met clandestiene activiteiten voor de Duitsers.
Hij heeft zelfmoord gepleegd voor we hem konden ontmaskeren.
Ik sta perplex.
Maar ik denk niet dat hij over waardevolle informatie beschikte.
Hij had toegang tot elke brief uit de hotelbrievenbus.
En omdat er hier vaak hooggeplaatsten verblijven, viel er veel te halen.
Hoe kwam hij dan aan die brieven? - Starr gaf ze hem, om te posten.
Als ik eraan denk hoe hij die brieven open stoomde...
Zo primitief ging hij niet te werk. Dit ding zijn we al eerder tegengekomen.
Hij stopte dit onder de flap van de envelop, en draaide...
...tot de brief was opgerold en hij 'm eruit kon trekken.
En de brief ging er op dezelfde manier weer in.
Ingenieus, maar zeer tijdrovend.
Het kostte een halve nacht om 20 brieven door te nemen.
Ik vond hem altijd vrij uitgeslapen. - Gaspard deed dat zelf niet.
Z'n handlanger had slaapgebrek. Een andere hotelgast.
Wilt u zeggen dat er hier een vijandelijke agent te gast is?
Dat denk ik wel, gezien het bewijs. - Welk bewijs?
De brieven van gisteren lagen in Gaspards la, en die zijn niet gepost.
Maar één brief wel.
U weet dat overzeese post wordt gecontroleerd.
En omdat het Bentinck in de gaten werd gehouden...
...was er extra aandacht voor brieven geschreven op hotelbriefpapier.
Zat er een tussen? - Ja, van Mr Brewster.
Aan familieleden in Milwaukee. Datum en poststempel kwamen overeen.
De brief is gestempeld op de dag dat hij geschreven is. Gisteren.
Dat is bizar. Hoe kan dat nou? - Er zijn twee mogelijkheden:
De eerste is dat Gaspard zich heeft vergist.
De tweede is dat de handlanger al op de hoogte was van de inhoud.
Hoe kon hij dat nou denken? - Dat weet ik wel.
U heeft 'm aan hem gegeven. Hier.
Daar suggereert u nogal wat, en daar zou ik maar snel mee ophouden.
Ik ben een Amerikaanse burger. - Dat bent u inderdaad.
Uit Milwaukee. Een stad waar vrij veel Duitsers wonen.
Een aantal inwoners zijn van Duitse afkomst.
Uw brief is nu bij de experts van kamer 40 OB.
En de ontcijferaars boeken veel vooruitgang.
Ik weiger nog langer naar deze smaad te luisteren.
Excuseer mij. - Blijf toch zitten en drink uw brandy op.
De gearriveerde rechercheurs hebben alle tijd.
Starr, wat is de kamer van Mr Appleby?
Sorry dat ik u stoor, Mr Appleby. - Geeft niks. Wat kan ik voor u doen?
Ik heb hier een krant van u. Misschien heeft u 'm nodig.
Dat is heel vriendelijk, maar totaal niet nodig.
Mag ik vragen hoe u eraan komt?
Ik deed hier onderzoek en toen kreeg ik 'm onder ogen.
U was te vroeg weggegaan. Mr Brewster is net gearresteerd.
Vanwege spionage. - Kijk eens aan.
Spionage. Daarbij vergeleken, zal Norfolk wel erg saai zijn.
Ik verdacht u eigenlijk ook. Heel kort maar.
Sir Edwin Vickers zei dat u betrouwbaar was.
Vickers? Die ken ik niet. - En hij u niet.
Maar hij weet veel over u. Oostenrijkse moeder, opgeleid in Heidelberg...
...u spreekt vloeiend Duits, kennis van het land en z'n inwoners.
Uw vriend weet wel erg veel. Fijn dat hij zei dat ik geen spion ben.
Hij verzekerde me dat u dat wel bent. - Hij praat veel te veel.
Hij moest het me wel vertellen.
M'n onderzoek zou uw moedige diensten anders in gevaar brengen.
Dit was een korte rustpauze voor u? - Morgen reis ik verder.
Duitsland? - Norfolk.
Dan wens ik u meer geluk dan Mr Brewster. In Norfolk.
Het gevaarlijkste deel van de reis is voorbij Mrs Trotter zien te komen.
Dat was wel even een enorme schok.
Wie had dat nou gedacht? Mr Brewster. Ik niet.
Als je het had gemerkt, deed hij z'n werk slecht.
Smerige zaak, spionage.
Zou champagne ook op recept komen?
Ga je behoefte maar doen, Fred. Ik wil je pas weer zien als je klaar bent.
Hij vindt koude ochtenden vreselijk. Fred wordt al oud.
Mr Starr, het is koud. - Zo komt de mist binnen.
Niet klagen over mist. Bij helder weer waren de Gotha's overgevlogen.
Liever mist dan bommen. Kan ik een kop thee krijgen?
U ziet toch dat ik bezig ben. Schenk het zelf maar in.
Van die hond heb je meer last dan van alle gasten bij elkaar.
De niertjes zijn klaar. - Hou ze nog even warm.
Waarom breng je ze niet meteen? - Omdat Lord Pratt voor gaat.
Moet je alles alleen doen? Waar is Merriman, als ik zo vrij mag zijn?
Het is laat geworden met dat diner. - Voor ons allemaal. Ik wil hem hier.
Je kunt je behoefte nu nog niet hebben gedaan.
Ga maar snel weer terug. Een beetje kou is niet erg.
Ik vind het niks dat die niertjes warm worden gehouden.
Hij mag blij zijn dat hij nog iets krijgt. In de loopgraven komt iedereen om.
Goeie genade. Ethel, leg de niertjes op een bord en zet ze in het hok boven.
Ik zet wel thee en breng het zelf naar hem toe.
Welke schaarste er ook is, dit hotel blijft kwaliteit leveren.
Kom Fred, we gaan naar boven.
Niks voor Mary om zo te snauwen.
Omdat haar broer is gesneuveld. - Ze kende hem nauwelijks.
Ze ging het huis uit toen hij vijf of zes was.
Ik wil niet dat er gerouwd wordt om iemand die je amper kent.
Een brief uit Frankrijk van Lord Haslemere.
De niertjes voor de generaal. - Geen zin in.
Alles in orde met meneer?
Dat was hij toen hij 'verwachtte morgen terug te keren naar het front.'
Heeft hij het voedselpakket nog gehad? - De wijn en taart waren zo op.
Commandant Tanqueray staat op de slachtofferlijst.
Ik heb 'm nog niet doorgenomen. Vermist of gesneuveld?
Gesneuveld. Heeft u dit gelezen?
De Slag om de Somme heeft 750.000 slachtoffers gemaakt. Ongelofelijk, hè?
Daarom wil ik het iedereen die hier is naar de zin maken.
Dat is iets wat wij kunnen doen.
Wie is dat nou weer? Zeg maar dat we vol zitten.
Klopt dat? En dit is voor u.
Momentje, ga nog niet weg. Sorry, maar als u een kamer wilt...
M'n vrouw en ik willen een kamer, en een privésalon.
Ian. - Niks aan de hand.
Sorry, maar we zitten helemaal vol. - Goed.
Wij kennen niemand in Londen. Kunt u ons iets anders aanraden?
Er is weinig te vinden in Londen, vanwege het personeelstekort.
Alle hotels zitten vol. - Wat moeten we nu?
Rustig maar, misschien weet de taxichauffeur nog iets.
Maar we hadden over dit hotel gehoord. - Laat mij maar, Starr.
Ik ben Mrs Trotter. - Hallo. Ik ben kapitein Mclean.
En dit is m'n vrouw. - Ken ik u niet ergens van?
Nee, dat lijkt me niet. - Ik vergeet meestal geen gezichten.
Hoe lang wilt u blijven? - Het liefst een week.
Maar één nacht zou al prettig zijn.
We komen net uit Schotland, en m'n vrouw is nogal moe.
Bent u op verlof? - Inderdaad.
In dat geval zal ik eens zien wat ik kan doen.
Geef de kapitein en Mrs Mclean kamer zeven.
Wat prachtig hier. Dit moet een van de mooiste kamers zijn.
Kan het wel? Ik weet dat dit een zeer duur hotel is.
Al kost het me een miljoen, ik ben de komende twee weken bij m'n vrouw.
Ik kan het nog steeds niet geloven. - De mensen hier ook niet.
Dat we getrouwd zijn. - Wat vreselijk.
Ik maakte maar een grapje. - Ik laat ze gewoon deze ring zien.
Wat ben je toch grappig. - Hoezo dan?
Sorry, meneer, mevrouw. De complimenten van Mrs Trotter.
Wat zeg je me daarvan, schat?
Bedank Mrs Trotter maar. - Dat zal ik doen.
Zou ze 'm hebben gezien? - Ja, natuurlijk.
Champagne op de vroege morgen. Dat gaan we toch niet echt opdrinken?
Natuurlijk wel. We gaan eten, drinken en lol maken.
Ik wil u even spreken. - Ja, mevrouw. Zal ik...
Die rothond.
Je zou je moeten schamen. Nu blijf je buiten tot je je behoefte hebt gedaan.
M'n personeel moet eerder beneden zijn dan de gasten.
En begin nu niet over de oorlog. - De werkdruk is hoger.
Ik betaal goed. Veel meer nog dan voor de oorlog.
Als het werk te zwaar wordt, zeg het dan, dan kunt u gaan.
Ik wil het hierbij laten, zolang u... Het lijkt wel of die taxi...
Dat is een vliegtuig. - Overdag? Dat is er dan een van ons.
Dat is niet zo.
Gaat het? - Ja, mevrouw, ik heb...
Hou dit maar tegen uw hoofd. Pas op, voor er bloed op het kleed komt.
Goeie genade. Wacht even.
Ga zitten, ik haal wel verband.
Mary, pak de verbanddoos. - Daar, Mr Starr. Alles in orde?
Ja, dankzij die ouwe zeurkous.
Wat is er gebeurd? Een raam in m'n kamer is gesneuveld.
Een Duitse bom heeft ons hotel geraakt.
Was dat het? Op klaarlichte dag. Schandalig, hoor.
Kan ik iets doen? - Nee, bedankt. De schade valt mee.
Er is een bom gevallen in de tuin en Ethel is nu hysterisch.
Dat hoef je me niet te vertellen. - M'n kelders.
Waar ben je, jongen? Fred.
Pas op daar. Niet aankomen. Blijf van dat puin af.
Waarom niet? - Omdat ik het zeg.
Dit is mijn hotel, mijn tuin, mijn portier en ik geef hier orders.
Ga maar weer.
Ik heb de bommen zien vallen. - Hartstikke leuk voor je.
Ik stond op de kruising en zag twee bommen in deze tuin vallen.
Vanaf de kruising is de tuin niet te zien. - Richting deze tuin.
Er is maar één bom ontploft. Onder dat puin moet er nog een liggen.
Ik geloof u niet. - Ik raad u aan het hotel te evacueren.
Waar moeten we dan naartoe? - Stuur de gasten naar een ander hotel.
Zoals het Bentinck is er maar een. Alle hotels zitten trouwens vol.
Een aantal vrijwilligers heeft opvang geregeld achter Harrods.
Dat klinkt geweldig.
Dé plek voor een aantal generaals, een pasgetrouwd stel...
...en zes officieren op verlof, en een bediende die hier al een eeuw werkt.
Hoe lang moeten we daar dan blijven?
U zult daar moeten blijven tot het leger de bom onschadelijk heeft gemaakt.
Ze doen maar, maar ik ga nergens heen.
De gasten en het personeel kijken maar wat ze doen.
Ik ga dit melden. - Goed idee.
Kom op, jongens. Het is hier veel te gevaarlijk. Schiet op.
Die agent werkt normaal bij een bank.
Hij weet evenveel van bommen als ik. Blijf er voor de zekerheid maar vanaf.
Hij is vast weggerend toen hij het vliegtuig hoorde.
Hij staat straks weer voor je neus, let maar op.
Maar mevrouw... - Blijf er vanaf.
Het hotel blijft open, maar ik begrijp het als u liever weggaat.
Wij blijven, hè? - Straks gebeurt er iets met je.
En als er echt een bom ligt... Bedankt nog voor deze kamer, maar...
We gaan niet weg, dit is hartstikke spannend.
Er is niks spannends aan een bom. - We blijven.
Jij bent de dochter van Bushy. - Niet waar.
Sir Rodney Bush nam jou en je broertje twee jaar terug mee op de thee.
Hij zou bij het toneel gaan. Wat moet dit voorstellen?
U zegt toch niks tegen hem? - Ik zou niet weten wat.
Waar denkt hij dat je bent? - In Schotland, bij m'n zus.
Daar moest ik heen vanwege de Zeppelins.
Voor je veiligheid, daarom ben ik bezorgd.
Wat is de rest van het verhaal?
Ians opa is naar Canada verhuisd. Ian kwam naar het dorp op familiebezoek.
En jullie werden verliefd. - We ontmoetten elkaar in de kerk.
Ian nam stamboeken door, en ik hielp hem daarbij.
Maar hij moest naar Frankrijk. - En Fay schreef me elke week.
Veel brieven kreeg ik niet.
Toen Ian verlof had, kwam hij naar het dorp.
En toen besloten we stiekem te trouwen.
Zonder 't eerst aan je vader te vragen? - Dat wilde Fay niet.
Hij had nooit toestemming gegeven, hij vindt me nog een kind.
Oh, ja? En hoe oud ben je dan? - 18.
Je zat op school, maar die heb je door de oorlog niet afgemaakt.
Vertel het alstublieft niet aan m'n vader. - Dat zijn mijn zaken niet.
Als hij me ernaar vraagt, zal ik niet liegen.
Maar dat doet hij vast niet.
Als jullie als alsnog weg willen, hoor ik dat wel.
Je vader moet het toch een keer weten. - Nu nog niet.
Ik ben blij dat Mrs Trotter het weet. Nu kunnen we hier je hele verlof blijven.
We doen net of dit ons huisje is. En de bom maakt het perfect.
Ja, snap het dan. Nu kan ik het gevaar met je delen.
En als jij dan weer in de loopgraven bent, weet ik ook hoe dat voelt.
Laten we gaan lunchen in het Ritz.
Er zit stof op de korhoenders, maar geen glas.
Even plukken en ze zijn bruikbaar. Maar het is te laat om nu vlees te bereiden.
Ethel toch. - Ik kan er niks aan doen, ik tril zo.
Er is iemand in de tuin. Ga even kijken wie het is.
Straks gaat de bom af. - Wel als er kinderen op klimmen.
Wat is dat? - Niet de bom die aan de deur klopt.
Verman jezelf en ga kijken.
Wie is het? - Een soldaat.
Sorry dat ik u stoor. - Dat geeft niet. Kom binnen.
Goedemiddag. We komen even naar de onheilsplek kijken.
Een paar gewonden, zie ik. - Zal ik dat van u aannemen?
Gooi maar in de vuilnisbak. Gaat u de bom onschadelijk maken?
Zo makkelijk gaat dat niet.
Mrs Trotter zei dat het leger is gearriveerd. Hebben ze de...
Heeft u de bom gevonden? - Nee, dit is een probleemgeval.
Hij is namelijk niet zichtbaar.
Een beetje voorzichtig, ja.
Door de lichtste trilling zou hij al af kunnen gaan.
Mijn hemel. Straks ontploft hij. - Niet zolang ik erbij ben.
Als je een niet-ontplofte bom met rust laat, gaat hij ook niet af.
Net als met tijgers: als je hen niet bijt, bijten zij jou niet.
Wil je thee? - Straks kom je tekort.
Het gaat een paar dagen duren, we vragen wel om rantsoen.
Duurt het zo lang voor die bom onschadelijk is?
Het probleem is...
Mag ik even zitten? Door het vochtige weer speelt een oude wond op.
Zet maar thee, Ethel.
Het probleem is dat ik niet kan zien welk explosief het is.
Als de bom zichtbaar was, konden we passende maatregelen nemen.
Dat is het lastige, dat de bom bedolven ligt.
En vanwege het vele puin, kan ik niet zien hoe diep hij ligt.
Daarom kan ik helaas niet op m'n eigen oordeel vertrouwen.
Ik snap het. Wat gaat u nu doen?
Ik schakel experts in voor ik actie kan ondernemen.
Ik wil niet dat jullie worden opgeblazen.
Hoe lang gaat dat dan duren? De hond van onze portier liep net buiten.
Misschien is hij levend begraven onder al dat puin.
Ik begrijp het. Dat is heel erg.
Als het om een mens ging, zou ik wel risico nemen.
En als ik alleen was, zou ik zo'n stom dier wel willen redden.
Ik ga het gevaar niet uit de weg, het is m'n werk.
Maar als er burgers bij betrokken zijn, is het een andere zaak.
Ik vind jullie ontzettend moedig. Anderen zouden hard weglopen.
Maar jullie riskeren je leven om ons te helpen.
Waar blijft de thee voor de sergeant? - Komt eraan.
Dit gaat zeker op vrijwillige basis?
Voor sommigen wel, voor sommigen niet.
Kon u Mr Starr maar een beetje geruststellen. Hij is dol op z'n hondje.
Goed, ik doe het volgende.
Ik zal de druk flink opvoeren.
Maar een hond kan het heel lang uithouden onder puin.
Een van onze officieren had een terriër.
In een loopgraaf, en die werd gebombardeerd.
Weet je hoe lang het duurde voor we hem hadden uitgegraven?
Drie weken. Drie weken, en hij had nog geen schrammetje.
Tot die tijd neem ik de volledige verantwoordelijkheid voor die bom.
Jij daar, timmer de poort dicht. - Hij heeft z'n thee nog niet op.
Dat geeft niet. - Neem een plakje cake mee.
Niet eten tijdens het werk. Opschieten.
Wat zonde nou. - U was wel wat streng voor hem.
Voor hem?
Weet u wat hij is? Een weigeraar. - Ga weg.
Wat doet hij dan in uniform? - Hij moest voorkomen.
Maar hij werd afgekeurd voor actieve dienst.
Daarom kwam hij bij de explosieven- opruiming en brancarddragers.
Nu zit ik met hem opgezadeld. - Ongelooflijk.
Schandalig. - Ze geven les in wat je moet zeggen.
Wie? - Die lui van de vredesbeweging.
Ze leren pacifisten hoe je dienst kunt ontlopen.
Ze horen in de gevangenis thuis. - Inderdaad, die lafaards.
Als Mrs Trotter dit weet, komt hij niet meer binnen.
Ik kan u één ding vertellen, iedereen hier zet zich in voor de oorlog.
Fijn om te horen.
Geen vrede voor de slechteriken. En nu moet ik naar het hoofdkwartier.
Maar ik wil eerst de eigenaresse even spreken.
Ik breng u wel. - Ik vind haar wel.
Mrs Trotter wil geen gedwaal door het hotel.
Ik denk dat het de sergeant hier bevalt en dat hij wel even wil blijven.
Waar zou z'n wond zitten? - Dat weet ik wel.
Hij zit graag op een zachte stoel.
Dat moet u niet zeggen. Zag u al die medailles niet?
Wel. Hij was overal bij, maar wist zichzelf altijd in veiligheid te brengen.
Dat heb ik weer. - Wat?
Komt er een keer een soldaat naar dit hotel, is hij een weigeraar.
Kom, liefste.
De laatste gasten zijn binnen. Sluit maar af.
Is alles naar wens?
Liefste, het ontbijt staat klaar. - Ja, ik kom eraan.
Hartelijk dank.
Wil je koffie? - Ik schenk wel in.
Melk? - Ja, een klein beetje.
En één suikerklontje. - Nee, twee.
Weet je zeker dat het zo hoort?
Ik voel me zo'n beest. Ik dacht dat je wel wist...
Ik dacht dat het alleen een beetje zoenen was.
Ik zou je nooit opzettelijk pijn doen. - Ik wil er niet over praten.
Ik wilde zeggen dat ik je niet meer aan zal raken...
Mag ik binnenkomen? - Jazeker.
Ik kom even zeggen dat het wat langer gaat duren met die bom.
Dat levert wat ongemakken op. Ik kan nog geen nieuwe ramen plaatsen.
Ik kom mankracht te kort en het voedsel is ook al schaars.
Dus misschien kunnen jullie maar beter gaan.
Niet dat de bom zal ontploffen. - We blijven. Het is leuk hier.
Sir Rodney heeft een telegram gestuurd. Hij is slimmer dan we denken.
U heeft toch niets gezegd? - Hij vroeg of je hier was.
Vertel hem niets. Hij en moeder mogen niks te weten komen.
Dan is het telegram door een bom geraakt.
We willen het jullie zo aangenaam mogelijk maken.
Ik hoor het als jullie je bedenken.
Wil je echt niet terug naar je ouders?
Natuurlijk niet. Ik wil dat je verlof een geweldige tijd wordt.
Dat kan toch nog wel? - Ja, wat dacht jij dan?
Dat is niet het enige wat telt.
Dat deel van een relatie is heus niet zo belangrijk. Echt niet.
Mag ik hier water koken? - Je doet maar.
Je mag die theepot wel gebruiken.
Wil jij ook? - Nee, dank je.
Waar is Mrs Cochrane? - Op zondagavond gaat ze uit.
Dan gaat ze naar een spiritualist.
Spiritualist? - Haar neef wordt vermist.
Net als vele anderen. Ze probeert met hem in contact te komen.
Ethel, denk je... - Je moet Miss Pettifer zeggen.
Wat wilde je vragen?
Denk je niet dat ik moet doen wat ik juist acht?
Waarom zou jij gelijk hebben en de rest niet?
Niet iedereen.
Er is een meneer, Mr Russell, en die heb ik een keer horen spreken.
En Clifford Allen, voorzitter van het Genootschap tegen de Dienstplicht.
Ze zijn pacifisten en daarvoor hebben ze gevangen gezeten.
Veroordeeld tot 'zware arbeid'. Zij dachten ook gelijk te hebben.
Dat is zo, maar...
Wat gebeurde er toen je voor het tribunaal stond?
Ze vroegen of ik een kerkganger was, en ik zei ja.
Tenminste, ik kom wel eens in de kapel.
Ze zeiden dat de bisschop ons aanraadt mee te vechten.
En ik zei dat ik daar niets mee had. Dat ik m'n geweten moest volgen.
Waarom zegt je geweten niet dat je moet vechten?
De Duitsers zaten tenslotte fout met België en zo.
Ik dacht dat jij op die bom moest letten.
Ze willen vrede.
Wie? - De Duitsers.
Oh, is dat zo?
Dat wist ik niet.
Maar zij blijven toch ook doorvechten?
Misschien niet als... Als de Duitsers net zo denken als ik...
...en we zouden 'n keer bijeenkomen... Je snapt wat ik bedoel, hè?
We moeten niet zomaar blijven vechten.
Waarom moet jij nou weer anders zijn? Waarom kun je niet gewoon...
Duitsers afslachten? Dat zou je me graag zien doen, hè?
Ja, want ik vind je een lafaard. Een vuile, vieze lafaard.
Wat doe je? Wat doe je nou? - Pak aan.
Dood me maar. Als ik fout zit, moet je dit mes aanpakken. Dood me dan.
Dat zou ik nooit kunnen. - Nu weet je hoe ik me voel.
Ik zou hier nooit een Duitser mee kunnen neersteken.
Dan maak ik mezelf liever van kant. - Dat moet je niet zeggen.
Wees niet bang, dat zou ik toch niet durven.
Dat is nog het ergste. Andere jongens weten wat ze kunnen, ik niet.
Misschien klopt het wat ze zeggen, en is pacifist zijn een excuus.
En ben ik gewoon een lafaard. - Ik weet dat dat niet zo is.
Wat is hier aan de hand? Jij moest die bom toch bewaken?
Naar buiten, jij.
Ethel, schaam je. Gezellig babbelen met een weigeraar.
Hij vindt dat hij juist handelt. - Vindt hij dat?
Er zijn anderen die net zo denken als hij. Mr Russell en nog een man.
Ze werken nu allebei in de gevangenis. - Bertie Russell werken?
Hij wilde een aparte behandeling en krijgt die ook.
Hij krijgt speciaal eten en mag boeken schrijven.
Die jongeman... Hij probeert je toch niet te versieren?
Nee, echt niet. Hij is zeer welgemanierd.
Hij is pacifist en gelooft daar ook echt in.
Dat geloof ik graag, want hij is niet degene die wordt afgeslacht.
Ik heb je vanavond niet meer nodig. Ga maar naar bed.
Ze heeft gelijk. Als ik er zo sterk in geloof, moet ik ervoor willen sterven.
Mary, wat is er? - Het is die brief. Kijk even.
Wat is er? - Verman jezelf.
Het is die brief. - Slecht nieuws.
Rustig maar. - Naar buiten, jullie.
Wat is er dan?
Hij is gesneuveld. Gareth is gesneuveld.
Eerst Davie en nu Gareth.
Ik vind het erg voor je, Mary.
Maar zo goed kende je hem toch niet. Zo hecht waren jullie niet.
Een schrale troost misschien. - Nee.
Ik heb hem namelijk nooit gekend, dat is nog het ergste.
Bij Davie's dood dacht ik: ik heb hem nooit echt gekend.
Dat laat ik met Gareth niet gebeuren.
Als hij thuiskomt, ga ik tijd met hem doorbrengen en leer ik hem kennen.
Je hoort je eigen broer toch te kennen?
En nu is hij dood en zal ik hem nooit meer zien.
Dit kan toch niet goed zijn? Dit klopt niet.
Eerst Davie en nu Gareth.
Zestien jongens uit één dorp, uit hetzelfde regiment.
Allemaal in één veldslag. Dat klopt toch niet?
Nee, ik denk het niet. Gelukkig waren ze samen, als kameraden.
Maar hun dierbaren dan? Moeders, geliefden, en zussen.
Probeer een beetje kalm te blijven. Ik weet dat dat moeilijk is.
Je kent m'n motto: het leven gaat door.
Zou u dat ook zeggen als het om Lord Haslemere ging?
Sorry, dat had ik niet moeten zeggen. - Dat geeft niet.
Ik hou m'n hart vast bij elk telegram. - Het spijt me.
Je krijgt een glas brandy van me en weet je wat ik ga doen?
Ik stuur je voor een paar dagen naar Wales.
Om je familie te zien en samen even flink te huilen.
Hoe staat het ervoor?
Hoe staat het ervoor buiten? - Oh, ik snap het.
Er is helaas een grote vraag naar bomexperts.
Eerst de Zeppelins, toen de Gotha's en nu de bommen overdag.
Ze hebben er hun handen vol aan. - Wanneer komt de expert dan?
De officier van de EOD? Ik heb een verzoek ingediend, in drievoud.
Maar naar ik begreep, hebben de jongens aan het front voorrang.
Dat begrijp ik. - Maar ik verwacht elk moment bericht.
Ik heb wel wat druk uitgeoefend.
Arme Mr Starr, elke vrije minuut die hij heeft, zoekt hij naar z'n hond.
Ik denk dat Fred niet meer leeft.
Vermist, vermoedelijk overleden. Had Mr Starr maar zekerheid.
Vanavond en morgenavond zal het flink aanpoten worden.
Mrs Trotter stuurt Mary naar Wales. - Wat een goed idee.
Zo kan ze alles even goed verwerken.
Het is een mooie gedachte, maar al het werk komt nu op ons neer.
Wat is dat? - Clive.
Clive, hou daarmee op. Niet doen.
Wat doe je daar? Blijf er vanaf.
Ik kijk of er wel een bom ligt. - Nee, weg daar.
Ik beveel je om daar vanaf te blijven.
Ik volg geen bevelen op, want ik ben toch een soldaat van niks?
We gaan er zo aan. - Doe de deur dicht, Ethel. Snel.
Laat Mrs Trotter de gasten bij de ramen weghouden.
Wat gebeurt er?
Er ligt geen bom, alleen een hoop bakstenen.
De bom heeft een muur omver geslagen.
Er kan nog een bom liggen. - Nee, want ik kon de straatstenen zien.
Wat een opluchting.
Het spijt me, Mr Starr.
Ik ben bang dat uw hondje...
Hij was waarschijnlijk op slag dood.
Ik zal... - Er ligt een juten zak over hem heen.
Zal ik hem... - Nee, dank je, dat doe ik zelf wel.
Fred en ik hebben altijd voor elkaar gezorgd.
De boel had kunnen ontploffen. Hiervoor laat ik je voorkomen.
Dat doet u toch zeker niet? - Dat lijkt me niet.
Want dan zouden wij moeten getuigen.
En daar geef ik ze vrij voor. Met veel plezier.
Ik moet er even over nadenken, gezien de omstandigheden.
Misschien moet ik het niet doen en hem nog één kans geven.
Ik zal er overijverigheid van maken.
De kruiken zijn gedaan en Mrs Peter- borough heeft haar kamillethee gehad.
Ze had haar bril niet op, daarom gaf ze me fooi. Voor het personeel.
Niet mis, voor zo'n ouwe tang. Wat goed dat je meehelpt.
Ik ben blij dat ik me nuttig kan maken.
Kapitein Mclean is een goede ober, hoewel hij teut is.
Niet ongewoon voor obers. - Ik ben niet teut.
Dat zeggen ze allemaal. - Ik heb een paar borrels op.
Trek die fles open en schenk maar in.
Grappig dat ik volgende week om deze tijd terug ben in Frankrijk.
'Grappig' is het juiste woord. Je moet altijd blijven lachen.
Hoe erger de omstandigheden, hoe meer je moet lachen.
U bent zeker in de loopgraven geweest? - Dat niet. Nog niet.
Dan loop je voorover gebogen in de loopgraven...
...en probeer je niet boven de wand uit te komen, voor je hoofd doelwit wordt.
Dat is ook grappig, hè? Doodsbang...
Daar ben je dan, je loopt voorover gebogen.
Er leunt een soldaat tegen de wand en je loopt tegen hem aan en hij valt om.
Maar de knul achter je duwt tegen je aan, want hij is ook bang.
Dus loop je over de soldaat heen, maar dan zak je door hem heen.
Dan stijgt er een enorme stank op.
Dus die jongen achter me maakt er een grap over. Wat moet je anders?
Je kunt toch niks meer voor hem doen.
Dat is toch zo?
Op een ochtend stonden we op wacht...
...en we zagen iemand vastzitten in prikkeldraad.
Na een nachtelijke aanval, denk ik.
Maar die knul was niet dood.
Hij probeerde los te komen, maar kwam steeds vaster te zitten.
Weet je wat we toen deden? We moesten lachen.
En terwijl we dat deden...
En toen schoten de Duitsers op hem en toen moesten we nog harder lachen.
Maar je denkt toch: misschien sta ik daar de volgende keer.
En word ik dan gered of gaan ze mij ook staan uitlachen?
Dit soort dingen moet ik niet zeggen. Je hoort er niet over te praten.
Zeker niet tegen Fay.
Maak je om haar geen zorgen. Zij is Bushy's dochter.
Ze is veel sterker dan je denkt, dat had ik meteen al door.
En nu naar bed. Ik hoef geen dronken personeel.
Mrs Trotter, u bent een kanjer.
Schiet nou maar op. Kolonialen zijn ook allemaal hetzelfde.
Wacht even.
Neem maar mee, maar geef hem niet te veel. En neem zelf ook wat.
Hou hem vast en geniet van het moment.
Hij is doodsbang om terug te gaan.
Wat kom jij doen? - Ik kom voor jou.
Ik heb me gemeld om naar Frankrijk te gaan.
Nee, toch?
Om mijnen uit te graven en brancards te dragen.
Ik kan gewoon niemand doden. - Daar ben ik blij om.
Ben je dat echt?
Is deze voor mij bedoeld? - Nee, ik heb net een gans geplukt.
Ik heb er nooit een gekregen. Ik hou 'm als een souvenir.
Doe maar niet, straks krijgt iemand nog rare ideeën.
Ik hou 'm bij me. Als aandenken aan jou.
Dan moet je deze ook maar bij je houden.
Hij is van m'n oma geweest. Zij heeft me grootgebracht.
Ik heb 'm van haar geërfd.
Maar dat is...
Maar dit betekent... Houdt dit in...
Zijn wij nu verloofd? - Dat zou zomaar kunnen.
Ik wil dat je iets weet.
Als ik ziek zou worden in Frankrijk krijg ik geen toelage.
Omdat ik een dienstweigeraar ben.
Je had ook niets kunnen zeggen, want je was toch wel afgekeurd.
Maar dat zou niet juist zijn geweest. - Jij en dat verdraaide geweten van je.
Ian, dit is voor jou. Niet laten vallen, er zitten flessen in.
Geweldig. Ik heb een fantastisch verlof gehad.
Fijn om te horen. - Ik heb de rekening nog niet betaald.
Je hoeft niks te betalen. Ik kan m'n personeel toch niet om geld vragen?
Aardig van je. - Het beste.
Er verblijven alleen officieren, en nog gratis ook. We gaan richting ondergang.
Bedankt voor alles. Als er een baby komt, wil ik u als peetmoeder.
Daarvoor ben ik ongeschikt, maar ik kom wel naar de doop.
Wat ga jij nu doen? - Ik ga terug naar huis.
Doe je vader de groeten. - Doe ik. Dag.
Zeg maar dat ik z'n telegram vanmorgen pas heb ontvangen.
Nogmaals bedankt. Dag.
De ceremonie gaat beginnen.
Kijk, Fred, een mooie gravure voor je.
Ter nagedachtenis aan Fred, de fox terriër die stierf voor z'n land.
Rust zacht.
Dat was het.
Kan ik u even spreken, samen met Ethel?
Wat is er? - Ethel heeft iets te zeggen. Ga je gang.
Mevrouw, ik wil m'n ontslag indienen.
Wat zeg je me nou? Je kunt me nu toch niet in de steek laten?
Ze gaat helpen in de oorlogsfabrieken. - Ben je gek geworden?
Waarom in godsnaam? Alle moeite die ik heb gedaan voor jullie vrijstelling.
We doen belangrijk werk hier. Voor politici, generaals, officieren op verlof.
Ze hebben recht op een veilige plek waar voor ze gezorgd wordt.
Waarom wil je ineens weg? - Vertel jij de rest maar.
Ze is verloofd. - Verloofd? Met wie?
Je gaat me toch niet vertellen... - Ja, met Clive Baker.
Ik snap jou niet. Je gaat de fabriek in en verlooft je met een weigeraar.
Dat is hij niet, hij heeft gewetensbezwaren.
Maar hij gaat nu naar het front.
En ik wil dat de oorlog voorbij is, voordat hij sneuvelt.
Toch denk ik dat we hier meer aan je hebben.
Maar je bent waarschijnlijk vastbesloten.
Laat me weten wanneer je gaat, dan krijg je je laatste loon.
Ik zal er iets extra's bij doen voor een verlovingscadeau.
Ga maar snel weer aan het werk.
Dat was aardig van u. - Als ze weg wil, wil ze weg.
Ik bedoel die gravure. Mr Starr waardeert het vast enorm.
Arme Fred.
Ik ben blij dat die hond dood is, ik vond het een rotbeest.
Wat hoor ik nou? - Nee, Fred, dat mag niet. Kom maar.
Deze halsband is nog te groot voor je en je verdient 'm ook nog niet.
Ik hoop wel dat je 'm ooit zal dragen.
Dat meen je toch niet.
Hij wil alle politici, profiteurs, pacifisten, journalisten, inderdaad...
...en 5000 stafofficieren van het Hoofd- kwartier van het 4e Korps opstellen...
...en in de rivier de IJzer gooien.
Vooral de... Jeetje, dat dit niet gecensureerd is.
Geen censuur wat mij betreft voor legerpost.
Hij klinkt nogal neerslachtig. - Dat is iedereen, ben ik bang.
Na drie jaar nog steeds geen resultaat.
De helft van onze vrienden zijn al dood.
De goeien die het leven de moeite waard maakten.
Old Boloney, Fancy Phil.
Die aardige Tich.
Allemaal dood. En nu moet deze tent nog dicht ook.
Moet je sluiten?
Er kwam iemand van de Raad langs en die vond dit een openbare gelegenheid.
Het zou te onveilig zijn door de bomschade.
Dat wordt dus een week of zeven, acht duimendraaien.
Dus ik moet weg? - Voor u vind ik wel een kamer.
Maar wat moet m'n personeel? Ik kan geen gasmaskerfabriek openen.
Ik kan niet eens naar Charlie toe, tenzij u me meesmokkelt in uw tas.
Ik zou je een pas kunnen bezorgen als je belangrijk werk gaat doen in Frankrijk.
Wat zou ik daar moeten doen? Kijken of iedereen voorzien is van een kruik?
Ik verblijf soms in Boulogne, om op de postboot te wachten.
In Boulogne vind je veel ziekenhuizen en transitiekampen.
Alles is goed georganiseerd, maar één ding moet dringend verbeterd worden.
Jongens die net van het front komen, komen aan met bussen en treinen.
En dan staan ze heel verloren te wachten op de boot.
Geen kantine, geen onderdak. Soms staan ze urenlang in de regen.
Krijgen ze geen eten of thee? - Nee, niets.
Dat is zeer slecht geregeld en iemand als jij zou er iets op kunnen zetten.
Starr? Laat die pup toch eens met rust. Roep Mary en Mrs Cochrane voor me.
Er is natuurlijk geen ruimte meer, met al die ziekenhuizen en zo.
Er is wel een café bij de haven, met een keuken.
Die staat leeg, en is wat vervallen, maar het is vlakbij de kade.
Ik ken de hoofdintendant en z'n mensen, en zij zijn erg enthousiast.
U oefent toch geen druk op me uit? - Jawel.
Kom binnen.
Hoe vinden jullie het om de hele dag te niksen als de bouwvakkers bezig zijn?
Dat lijkt me niks. Maar Mrs Cochrane en ik vroegen ons af...
Ik vroeg me ook iets af, daarom ben je nu hier.
Jullie gaan meehelpen in de oorlog, ik stuur jullie naar het vasteland.
Ik ga niet. - Jawel, Mrs Cochrane.
Jij, ik en Mary gaan in Boulogne een kantine openen.
Ik kan subsidie regelen. - Ik betaal.
De majoor regelt de passen en rijdt ons erheen.
En m'n verlof dan? - Dit was uw idee. Ik volg bevelen op.
Wat hebben we allemaal nodig?
Zal ik het even proberen? - Het lukt me wel, hoor.
Zo verzuipt hij. Ik ben chauffeur geweest. Ik kijk...
Blijf af. Ik weet net zo veel van een verbrandingsmotor als ieder ander.
Vooral dit type. En toevallig... - Wil dat ding niet starten.
Ga uw gang, sergeant.
Hij kan naar de schroothoop. - Bedoelt u mij of de auto?
Laat 'm hier staan, dan krijgt u een nieuwe van me. Hoe ver is het eigenlijk?
Dat stukje kunnen we 'm wel duwen. Kom mensen, duwen.
Zullen we gaan zoenen om het hoekje? - Nee, bedankt.
Zullen we even een kijk je nemen?
Helaas is het niet zo...
Geweldig. Precies wat we zochten. Inclusief kakkerlakken. Toch, Mrs C.?
Wat hebben we hier?
Alles nog afgedekt.
Dat wordt nog een leuke muizenjacht. Toch, Mary?
We beginnen maar, anders is de oorlog voorbij.
Dan ga ik er vandoor. - Ik dacht het niet, majoor.
Eerst moet die auto nog weg.
U werkt zo goed mee. Vraag een paar soldaten of ze willen helpen.
Goed.
Laten we maar gaan schoonmaken.
Wie ben jij? - Ik ben Mary Phillips, mevrouw.
Ik bedoel: wat doe je hier? - Hoe maakt u het?
Ik ben Mrs Trotter van 't Bentinck Hotel in Duke Street, St James, Londen.
Ik open hier een kantine voor de troepen.
Van deze ruimte gaat Mrs Farthing- Whitely al een kantine maken.
Zou jij de majoor even willen halen? In vol ornaat.
War vervelend om te horen, Mrs Farthing.
Farthing-Whitely. Er moet hier sprake zijn van een misverstand.
Ik verzoek u vriendelijk meteen te vertrekken.
Geenszins. Ik ben hier en blijf hier.
Dan zullen u en uw dienstmeid voor mij moeten werken. Onder mij.
Kapitein Wyndham-Bragg, militaire politie, haven van Boulogne.
Dit is een bevelschrift van de administratief bevelvoerder...
...die deze ruimte toekent aan mevrouw.
Ze willen ons eruit zetten. - Majoor Smith-Barton, 17th Lancers.
Koerier van de koning en assistent van de hoofdintendant.
Ik heb hier een bevelschrift van generaal Sir John Cowans...
...die deze ruimte aan Mrs Trotter toekent.
Daarmee troef ik u op elk punt af.
En salueer als er een meerdere voor je staat.
En hoe mag deze kantine van u dan wel gaan heten?
Ik heb nog geen naam. Oh, jawel. Ik weet het ineens weer: Louisa's.
Dat zullen we nog wel zien. Kom, Mrs Fitzsimmons.
Ik denk dat ik maar terugga naar het hotel.
Ik ben doodsbang voor die heks. - Ken ik u niet?
U bent toch de vrouw van Billy? - Dat u dat nog weet.
Billy zit hier, in de staf, en ik wilde graag meehelpen.
Aardig van u. Maar wilde u haar helpen?
Ja. Nee. Nou ja, wie dan ook. U misschien?
Ik kan wel iemand gebruiken, als u van aanpakken houdt.
Ik heb eigenlijk nog nooit gewerkt, maar het lijkt me wel leuk.
Ik ga wel even naar m'n villa om een schort te halen.
Mrs Trotter: Puffin.
Puffin? - Zo heet ik.
U verdient het Victoria Kruis. - Ach, het stelde niks voor.
En een pakje sigaretten, graag.
Dat wordt tien penny en acht cent. - Komt u uit Wales?
Schiet op, anders licht ik uw vrouw in.
Thee? - Graag.
Thee en een flap, graag. Thee en een flap.
Mary schenkt thee voor u in. Flappen hebben we niet.
Daar ligt er toch een.
Perfect. - Soms wordt hij vruchtenflap genoemd.
Hoeveel krijgt u? - Hoeveel u kunt missen.
Uw thee.
GEEF WAT U WILT
Ik help je wel even. - Oh, dank je wel.
Ik ben Jock.
We hebben fruitflappen nodig. - Oh, u bent een snelle leerling.
Wie heeft dit hier neergezet? - Ik. Hij was zo zwaar dat...
Wie bent u?
Pritchard, daar ben je. Mooi.
Ik moet gaan, anders kom ik te laat voor het eten.
Het was erg leuk met al die moedige jongens.
Hoe heette die man? Prietpraat?
SORRY, UITVERKOCHT
Kan ik u helpen? Ik heb bij een bank gewerkt voor ik in dienst ging.
Een expert dus. Ja, help maar mee. Iedereen is tegenwoordig soldaat.
Ik heb me vrijwillig gemeld. - Sorteer dit maar.
Dus je gaat niet op verlof? - Nee, ik ben legerbode in het kamp.
Ben je te jong om te vechten? - Ik heb wel gevochten.
Gewond geraakt? - Een schram, maar die ging ontsteken.
Ik heb nu een rustig baantje, dus kan ik af en toe komen helpen.
Stopt u maar majoor, u moet met de volgende boot naar Londen.
Maar ik heb nog een week verlof. - Ik kan alleen u sturen.
Dit is een lijst met de spullen die ik nodig heb.
Vijftig dozijn ingeblikt vlees, vijftig kilo bloem...
Geef maar door aan Merriman of Starr. - Dat past nooit in m'n auto.
U heeft een paar vrachtauto's nodig.
Regel dat maar met die vriend van u, Cowhand.
Generaal Cowans is hoofdintendant. - Dat weet ik.
Altijd voor het hoogste gaan, dat is m'n motto. En die werkt best aardig, toch?
Nee. Ik bedoel: ja.
Ik ken geen enkele man die zelf een knoop kan zetten.
Het ergste is de verveling. Tussen de gevechten door.
Iedereen is onverschillig.
Soms werden er kogels afgeschoten om water te koken voor thee.
M'n broers klonken altijd vrij opgewekt. - Dat is maar schijn.
Anders worden je brieven gecensureerd.
Wat doe je dan? - Wanneer?
Als je je verveelt. Kun je niets doen? - Nee, we zitten alleen maar te roken.
Ik probeerde altijd aan leuke dingen te denken.
Tijdens het eten dacht ik aan de geur van de bakker bij ons uit de straat.
Aan de aardappelscones. - Aardappelscones? Die ken ik niet.
Die zijn heerlijk. Net als de zoete pudding.
Als 't regende, wat vaak zo was, en we zaten tot onze knieën in de modder...
...dacht ik aan tripjes, zoals die met de roeiboot naar Arran.
Waar ligt dat? - Bij de Clyde.
Het is een groot eiland waarop de berg Goat Fell staat.
Die is thuis vanaf het strand te zien.
Als het blauw en heiig was, was het mooi weer en kon je zwemmen.
Ik heb nog nooit gezwommen. - Ben je nooit in zee geweest?
Daar gaven wij niet zo veel om. - Maakte je nooit uitstapjes?
Alleen met de kerk.
Kom, naar bed. Jij krijgt nog straf als je nu niet teruggaat naar kamp.
Ik doe de lichten wel uit. - Ik vind het wat frisjes hier.
Ik slaap wel in m'n bontjas. Welterusten.
We bedienen geen officieren. - Waarom niet? Belachelijk, zeg.
Lord Haslemere. Niet te geloven. Wat zal Mrs Trotter opkijken.
Ik hoop het. Waar is ze?
Ze zijn nog niet klaar, Mary. Even geduld nog.
Het spijt me enorm, Mrs Trotter.
Ik schrik me helemaal rot. Mrs C., maakt u het even af?
Dit had ik totaal niet verwacht.
Ik werk in de buurt, wist je dat niet? - Dat weten we zeker.
Ik heb sinds gistermiddag 600 eieren gebakken.
En heel veel worstenbroodjes. Hoeveel? - 4200 tot nu toe deze week.
En broodjes, en pap en friet en duizenden liters thee en koffie.
Je bent gek. - We zijn ook helemaal doorgedraaid.
Gek maar geweldig.
Ik kom een nieuw detachement ophalen. - En die komen eerst allemaal hier.
Ze komen morgen pas. Ik slaap in Hotel Louvre. Eet je vanavond met me?
Dat gaat niet, want het zit straks vol met mannen die hun boot misten.
We redden het wel vanavond, alles loopt op rolletjes.
Er komen ook mensen helpen van het Leger des Heils.
Weet je het zeker? - Natuurlijk. En het is een bevel.
De suiker is niet aan te slepen.
Hallo, Puffin. Jij hier?
Ik leid deze kantine samen met Mrs Trotter. Ken je Mrs Trotter?
Jazeker. Hoe is het met Billy?
Hij is met iets heel belangrijks bezig voor het Hoofdkwartier.
Hij is ook bij het front geweest, maar ze hadden hem nodig voor de planning.
Hij vindt alle nieuwelingen amateurs. Jij niet, natuurlijk.
Billy is in het weekend meestal thuis, maar hij is altijd zo moe.
Wat vervelend. - Mooi dat jij er bent.
Venetia en de hertogin geven vanavond een feestje in Le Touquet.
Met veel leuke mensen. Froggie en Monica en Juliet is er voor Mousie...
...die een hele rare wond heeft, maar daar ga ik nu niet op in.
Ik heb een knappe man nodig die me begeleidt.
Dat klinkt wel erg gezellig, Charlie. - Sorry, maar ik heb al plannen.
Toch niet met zo'n verpleegster? - Nee, iets fatsoenlijks.
Het spijt me. - Mij ook.
Ik dacht dat ik op jou kon rekenen.
Doe Billy de groeten. Tot snel.
Stom om een feestje met Venetia, de hertogin en Mousie te laten schieten.
Ga je mee uit eten of niet? - Het is donderdag, dan is het rustig.
Goed dan. - Mooi.
Er komt om acht uur een taxi. - Heb je die al besteld? Brutaaltje.
Jeetje, ik heb niks om aan te trekken en ik stink.
Ik help u wel even. Daar heb ik ervaring mee.
Het loopt m'n oor in. - Sorry, mevrouw.
Wat is er? Je kijkt alsof je water ziet branden.
Wat een rare plek om je haar te wassen. - We hebben niet allemaal een villa.
Ik ben er een paar dagen niet, want ik ga naar Parijs om te winkelen.
Opgeruimd staat netjes. Niet dat ik een snob ben...
...maar die Puffin is oliedom. - Een leeghoofd.
Ze kent het verschil niet tussen een broodje jam en een broodje ham.
En ze vergeet steeds dat sigaretten 5 cent kosten.
Als ze terugkomt, geven we haar weer aan die Farthing-Brightly.
Heel mooi, Mary.
Dit heb je eerder voor me gedaan. - Ik vond u toen op een hertogin lijken.
Nog steeds. - Meer 'n dienstmeid op haar vrije avond.
Ik heb gelezen dat eenvoudige kleding chic is en sieraden overbodig.
Een ordeteken mag wel. Hier is m'n ordetekentje.
Ziezo.
Uw taxi is er, Mrs Trotter. - Dank je, Jock.
Een fijne avond.
Wanneer vond je haar op een hertogin lijken?
Heel lang geleden, voor uw tijd.
Toch niet dat lied?
Twee Duitse officieren staken de Rijn over, grepen meisjes en dronken wijn
Dat laatste verstond ik niet goed. Zongen ze 'knepen meisjes'?
Nee, dat zongen ze niet.
Dank u wel. Het was heerlijk.
Het was zalig, ja.
Ik heb het een beetje gehad met koken. Ik kan ook geen spiegelei meer zien.
Doe het licht eens uit. - Waarom?
Niets spannends, hoor.
Wat is daar aan de hand?
Dat moet Béthune zijn. Toen ik vertrok, begon er net een aanval.
De moffen slaan nu terug. - Hoe ver is het hier vandaan?
Een kilometer of 70.
Ik kijk er wel vaker naar. Het is net een bosbrand.
Maar niemand is in staat 'm te blussen.
We zijn hier, omdat we hier zijn, omdat we hier zijn.
Is dat je gevoel over de oorlog? - Zo voelt iedereen het.
Die oorlog is nutteloos. Verspilling van het leven.
Geen ridder op het witte paard meer.
Die is samen met z'n paard vertrokken in een grote zwarte wolk bij Ginchy.
Op de dag dat er 15 officieren en 450 soldaten sneuvelden.
Ik ben 'opa', de oude overlevende.
Je verdient 't om weer naar huis te gaan. - Blighty, m'n vaderland.
De droom van elke soldaat. Wist je dat dat Hindoestaans is voor 'thuis'?
Daar gaat het nu niet om.
Ik zou niet weg kunnen zo lang ik niet gewond ben.
Ik haat het hier, maar ik kan niet weg. Het bataljon is nu m'n leven.
Ook vandaag denk ik aan rantsoenen en aan hoe Billy Knowles het maakt.
Wie is dat? - Een nieuwe, jonge officier.
Hij gaat z'n eerste aanval tegemoet.
Nu ongeveer.
Je bent net een oude hen.
Is dit het zogenaamde Lente Offensief?
Dat denk ik wel. Maar ons wordt bijna niets verteld.
Misschien is het maar een gerucht. - Nee, er is elk jaar een offensief.
Net als sneeuw. Er gaat niets boven een kogelregen om je op te warmen.
'Goed voor het moraal', zegt de generaal. Dat is ook zo.
Het begint al te kriebelen. Alles beter dan bibberend in de kou zitten.
Vloekend op het nieuws.
En op politici en pacifisten. - En bisschoppen, die haten we nu ook.
Vooral die ene die sneuvelen beschrijft als een avontuur.
Schrijf hem dan een kwaaie brief. - Hij zou het niet begrijpen.
Dat kan hij niet. Ik zou je dit alles niet kunnen vertellen als we in Londen waren.
Maar hier wel, omdat het een soort niemandsland is.
Je kon altijd al erg goed schrijven.
De waarheid kan ik niet opschrijven. Althans, mijn perceptie van de waarheid.
Omdat het leven zo onzeker is geworden, is elke seconde nu belangrijk.
Ik heb er spijt van dat ik vroeger zo nutteloos en egoïstisch was.
Dat was je niet. - Ik was alleen maar met mezelf bezig.
Ik was net zo. Maar er is een hoop veranderd.
We zijn nu betere mensen.
Jammer dat daar zo'n stomme, wrede oorlog voor nodig is.
Zoveel van m'n mannen zijn gedood of vreselijk gewond geraakt.
Mensen hebben een enorm uithoudings- vermogen en zijn soms zo moedig.
En onbaatzuchtig.
Zulke mensen houden mij op de been.
Sorry voor m'n gezeur. Het zal de brandy wel zijn.
Je had me toch om draadscharen gevraagd in je brief? Ik heb ze bij me.
Ik wilde ze aan de majoor meegeven, maar nu je er toch bent...
Geweldig. Dit zijn de beste. Dat werkt heel fijn. Dank je wel.
Je zult wel moe zijn. De taxi staat te wachten. Ik kom morgen naar je toe.
Er is geen taxi. Ik heb 'm weggestuurd.
Ik dacht... Je hebt je slaapspullen niet bij je.
Ik ben niet zonder zonden. En ik heb m'n huid nog.
Of is dat niet goed genoeg voor je? Het is ijskoud in die kantine.
Er is niet elke dag een burggraaf die me warm kan houden.
In zo'n bed heb ik niet meer geslapen sinds ik klein was.
Lekker zacht. Ganzenveren. Heerlijk.
Op wat poonaises na. - Wat zijn poonaises nou weer?
Bedwantsen. Dat is Frans voor bedwantsen. Grote, dikke bedwantsen.
Ik blijf niet als je dat niet wilt.
Ik wil heel graag dat je blijft. Ik wil niets liever.
Dat gevoel geef je me niet.
Ik dacht dat we hadden afgesproken om alleen vrienden te zijn.
Om onze liefde in te lijsten, en te koesteren.
Je kunt zo'n foto altijd even uit de lijst halen om 'm af te stoffen.
Het was eigenlijk heel stom om zoiets te zeggen.
Maar toen leek me dat het beste, gezien onze situatie.
En het heeft even gewerkt. Maar jij bent net als kiespijn.
Ik krijg je maar niet uit m'n hoofd.
En zoals jij al zei, is elke seconde nu heel belangrijk.
Ik dacht dat ik me maar het beste... - Groot kon houden.
Ik ben je nooit ontrouw geweest. Nooit, dat zweer ik.
We zijn gek geweest, al die weggegooide jaren.
We moesten wel. Ik was te veel met het hotel bezig.
Maar nu is alles anders. Ik moest zekerder worden.
Ik heb het altijd al geweten. - Ik moest zekerder worden van mezelf.
Wil je nu dan met me trouwen?
Als de oorlog voorbij is. Als we er allebei nog zijn.
Als je me dan nog wilt. - Ik heb je altijd al gewild.
Dat weet ik. Maar heb je er goed over nagedacht?
Al die bekakte dames in Yorkshire zullen zeggen: die arme Charlie.
Heeft die kokkin uit Londen hem eindelijk in haar klauwen.
Je denkt veel te ver vooruit. - Dat moet soms.
Je hoeft niet in Bishopsleigh te wonen. - Wel, want daar hoor jij thuis.
De mensen op je landgoed missen je. Jij moet voor ze zorgen.
Ze hebben je net zo hard nodig als ik.
Laten we eens wat minder rekening houden met anderen.
Vanavond ga ik doen wat ik wil.
Leuke jongens waren er, vooral die Australiërs.
Maar dat taalgebruik. Nog erger dan dat van Mrs Trotter.
Maar ze hebben geen kwaad in de zin.
Wat is Mrs Trotter laat. - Gaat u maar slapen, ik sluit wel af.
Ik neem warme chocolademelk mee.
Hopelijk maakt ze het niet te laat. - Ik denk niet dat ze hier slaapt.
Ik wist dat ze een band hadden, maar... - Ze had die blik weer in haar ogen.
Kijk eens aan. Nou, ik wens ze het allerbeste.
Negen pond, vier shilling en drie cent.
Ik denk niet dat ik morgen kom. - Dat geeft niet.
Ik blijf een poos weg, denk ik.
Ben je geplaatst? - Ja, en ik vertrek morgen.
We zullen je missen. - Is er nog chocolademelk?
Ik wilde even zeggen dat ik nog nooit een meisje zoals jij heb ontmoet.
Je bent een heilige. Dat meen ik.
Je zag dat ik geld wegnam, hè?
Ik heb nog nooit geld gestolen.
Ik geef het terug. - Hou het maar als je het nodig hebt.
Had er maar gewoon om gevraagd. - Dat kon ik niet.
Waarom niet?
Ik weet dat je het niet tegen me zegt...
...maar ik heb al die tijd gelogen.
Ik ben geen...
Ik ben een deserteur.
Bedoel je dat je bent weggelopen?
Er zijn er genoeg die dat doen, soms kun je niet anders.
Er zijn er hier nog meer. De meesten wonen bij het zuid-Bassin.
Ook een aantal Fransen. - Wat is er dan gebeurd?
Mij kun je het wel vertellen.
Ik zat in een nieuwe divisie, en we vochten in de Slag bij de Somme in juli.
Niemand wist wat hem te wachten stond. We stelden niets voor.
We moesten een bos bewaken, dat was het bevel.
Eenmaal daar werden we bestookt en een officier kwam om. Chaos.
Het regende en het was mistig.
We zaten in een loopgraaf aan de rand van het bos. Overal lagen doden.
Veel Welshmen. Het hadden je broers kunnen zijn.
We moesten de linie bewaken, maar we waren maar met z'n drieën.
Er hing ook een gewonde sergeant in de bomen.
Hij kermde. Wij wilden hem pakken, maar hij was er slecht aan toe.
We moesten hem doodschieten.
Maar dat konden we niet.
En toen hoorden we ineens gekraak.
M'n maat Hamish werd hier geraakt.
Ik ging terug de loopgraaf in, en toen werden we bestookt.
Er renden twee leren voorbij die zeiden dat de Duitsers eraan kwamen.
Toen ben ik achter ze aan gerend.
Ik rende als een bezetene, in paniek.
Toen het licht werd, was ik ver weg van de linie, zonder geweer en uitrusting.
Ik zat daar, helemaal verdwaasd.
Op de vlucht voor de vijand. Krijgs- raad. Vuurpeloton. Zonder meer.
Is dat zo? - Het is een dagelijks ritueel geworden.
Ik had naar 'n officier moeten gaan, dan was ik er wellicht mee weggekomen.
Maar teruggaan naar dat bos...
Kun je niet per boot terug naar huis? - Dat willen de meesten.
Ik kan niet naar huis, want m'n moeder is ziek en m'n vader erg streng.
Heel erg streng. Hij zou het niet pikken.
Zou hij jou verraden? - Het is nu al te laat.
De politie wilde vandaag m'n zakboekje zien.
Ik zei dat hij in het kamp lag, maar ze hebben m'n nummer genoteerd.
Ze kunnen me elk moment komen halen.
Daarom moet ik hier weg.
Goed, dan ga ik er maar snel vandoor.
Blijf toch hier slapen. Ze krijgen je uiteindelijk toch wel te pakken.
Je kunt nergens heen.
Hier ben je veilig. En morgen vragen we de majoor om raad.
Hij is officier, en ik moet hem vertrouwen?
Je hebt mij ook vertrouwd.
Kom, dan pak ik wat dekens voor je.
KOM GEEN AFSCHEID NEMEN HET GA JE GOED, M'N LIEFSTE
Hij heeft zo veel voor ons gedaan, en hij is zo jong.
Ik kan niets voor hem doen. - U kunt toch met hem praten?
Dat is al iets. - Een brief van Starr.
Het hotel kan maandag weer open. We moeten terug.
En de kantine dan? - Het Leger des Heils neemt 'm over.
Maar die vrouw wil ik hier niet zien, en ik wil alles zwart op wit van de generaal.
Ik zal het opschrijven. - Mogen wij nog wat thee?
Ja, ja, ik kom eraan.
Nog even over Jock... - Waar is hij?
In de kamer hiernaast.
Het spijt me ontzettend, maar ik kan niks voor je doen.
Weet je wat ik denk? Dat je jezelf moet aangeven.
Dat is de beste keus.
De enige keus eigenlijk.
Die verdomde oorlog.
Hoe oud ben je? - 18, meneer.
Hoe oud was je toen je in dienst ging? - Net 17.
Dat pleit weer voor je.
Ik zal m'n best doen voor je. Ik ben over een uur terug.
Bent u nu al bij de generaal geweest? - Nee, maar ik ga zo.
Als u het maar niet vergeet. - Er zit een knoop in m'n zakdoek.
Morgen neem je de boot van elf uur. Ik kan geen pas voor je regelen.
Maar ik ga zelf ook mee, en jij loopt achter me aan met koffers.
Als je gepakt wordt, ken ik je niet. Ik moet erbuiten blijven.
Als je in Folkestone bent, ga je naar de kazerne en meld je je aan.
Geef je echte naam en leeftijd op.
Zodra je de eed hebt afgelegd, vertel je de waarheid. Alles.
Alles? - Ja.
Zeg erbij dat je minderjarig was toen je het leger in ging.
Met een beetje geluk komt er een kort onderzoek.
Er zijn meer van dit soort gevallen, en we komen mensen tekort.
Het enige wat ik wil, is een tweede kans.
Hopelijk krijg je die.
Je hebt 50 procent kans. Blijf maar hier tot de boot vertrekt. Goed?
Bedankt, Mary. - Succes.
Ik wil net gaan. - Te laat, moet u eens zien.
Een officieel document. - Mijn hemel.
Verlaat voor vrijdag het oorlogsgebied. - Van iemand van het Hoofdkwartier.
Ik heb er niets mee te maken. Hij is belangrijk, ik sta machteloos.
Dan doe ik het zelf wel. - Maar je gaat toch weg.
Ja, maar niet op deze manier. Niet voor die irritante generaal.
Wanneer krijg ik de generaal eindelijk eens te zien?
Als hij tijd heeft. U heeft geluk dat u überhaupt bij hem mag komen.
Het gaat om iets belangrijks.
Burgerklachten worden meestal door hem gedelegeerd.
Na een afspraak die een week van tevoren is gemaakt.
Ik heb geen week, dankzij hem.
Als hij niet opschiet, stap ik naar generaal Haig. Vertel hem dat maar.
U mag nu bij de generaal komen. Hou het kort, hij is een drukbezet man.
Mrs Trotter, meneer. - Doe je de deur achter je dicht?
Wat is het probleem?
Dat u mij zonder enige verklaring Frankrijk uitzet, en geen woord...
Soapy. Soapy Joe, wel heb ik ooit.
Ik had geen idee dat jij die vervelende Mrs Trotter was die de kantine leidde.
Kijk eens aan, je bent aardig opgeklommen.
Discipline is toch wel het lastigst. - Kan ik me voorstellen.
Je kent me natuurlijk goed. Vertel, wat is er aan de hand?
Dat wil ik net aan jou vragen. - Geen idee, ik zet alleen krabbeltjes.
Ga toch zitten.
Ik kijk het dossier wel even in.
Hier staat dat Mrs Trotter een slechte invloed heeft op de troepen...
...lak heeft aan militaire discipline...
...en zelfs vloekt in de kantine.
Ik, vloeken? - Onmogelijk.
U heeft ook een keer uw haar gewassen in de gootsteen.
Puffin is aan het roddelen.
En u bent een onzedelijke vrouw...
...omdat u 'n nacht heeft doorgebracht met een officier in Hotel Louvre.
Hoe is het met dat meisje dat u naar het hotel bracht, tijdens uw verlof?
Toen uw vrouw in Schotland was.
Dat danseresje van het Hippodrome?
Wat was dat een schatje.
Gezwets. Sorry hiervoor, Louisa. - Geeft niks.
Glaasje whisky? - Zeg ik geen nee tegen.
Ik weet niet wat er allemaal speelt. Dit komt van een of andere hielenlikker.
Ik heb een naam voor u: Kapitein Windy Bags.
Toch niet Wyndham-Bragg? Jeetje.
Zal ik hem terugsturen naar Engeland?
Laat hem z'n eigen sekse maar eens pesten. De Duitsers, aan het front.
Goed idee. En die vrouw die blijkbaar jaloers op u is?
Mrs Farthing-Brightly.
Zal ik haar terugsturen naar Surrey?
Stuur Mrs Billy Fitzsimmons gelijk mee. Ze noemt zichzelf Puffin.
Ze verblijft momenteel in het Ritz in Parijs.
Jij mag zo lang blijven als je wilt. Ik hoor goede verhalen.
Ik ga terug. M'n hotel moet weer op orde zijn voor als u verlof heeft.
Ik schenk alles aan het Leger des Heils. Ze doen goed werk.
Pakt u dit meteen maar aan. - 420 pond?
Pure winst. Van giften. - Wat fantastisch.
Geef het uit aan de soldaten, niet aan brandy en sigaren.
Dat beloof ik. - Eén sigaar dan.
Ik moet gaan, kun je weer terug naar je oorlogszaken.
Bleef je maar. Met jou aan het roer winnen we de oorlog.
Ik ben je volgens mij nog geld verschul- digd voor dat laatste feest in het hotel.
Laat maar, Soapy. Dat komt wel als jij de oorlog heb gewonnen.
Ik loop even met Mrs Trotter mee naar haar auto.
VERLOFPAS MOET WORDEN GETOOND
Alstublieft. Heel veel succes. En niet te veel vloeken.
Kom, we gaan.
Sterkte, mannen.
Wat zeg je me daar van? - Heel mooi.
Bijzonder, hoor. - Ik lijst 'm in en hang 'm op.
Dat hebben wij vrouwen toch maar mooi gedaan.
Jock heeft toch ook geholpen? Hij heeft een brief gestuurd.
Ze namen hem terug. - Goed nieuws.
Dankzij de majoor natuurlijk. - Gaat het over mij?
We zeiden net wat voor een fijne kerel u bent.
Kijk eens. - Indrukwekkend, en verdiend.
Louisa, je hebt indruk gemaakt op de hoge bazen.
Ze willen graag dat 'n deel van dit hotel opvang wordt voor gewonde officieren.
Jeetjemina. Wat vinden jullie daarvan?
Waarom niet? - Inderdaad.
We hebben soldaten geholpen, nu helpen we officieren.
Dat wordt een heel geregel.
We hebben veldbedden nodig, en matrassen en kussens. Uw werk.
Niet vergeten. Mary, jij regelt lakens en dekens.
En een paar mooie meiden. Daar zorg ik wel voor.
Misschien een piano in de hal, en heel veel drank natuurlijk.
Vertaling: Subs Media NN1
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.