All language subtitles for Wait Until Spring, Bandini (1989)

af Afrikaans Download
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian Download
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil) Download
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish Download
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Vergeef me, eerwaarde, ik heb gezondigd.

Het is vier of vijf dagen geleden dat ik gebiecht heb.

Ik heb Gods naam 68 à 70 keer ijdel gebruikt.

Ik heb een paar stoute dingen gedaan.

Ik heb om een ondeugende mop gelachen.

Ik heb iets stouts gezegd toen we naar een paar honden stonden te kijken.

Ik heb een naaktfoto uit een tijdschrift gescheurd.

Ik heb Bobby Craik geslagen omdat hij me een spaghettivreter noemde.

Ik heb geld uit m'n moeder haar tas gestolen om naar de film te gaan.

En ik heb een paar keer gelogen, tien of twaalf keer.

Is dat alles, Arturo?

Ik ben vast een paar dingen vergeten, maar ook daar heb ik berouw over.

Als boetedoening zeg je drie weesgegroetjes en twee onzevaders.

Dank u, eerwaarde.

Hoe vaak heb ik al tegen dat joch gezegd dat die slee hier niet mag liggen?

Svevo. Arturo heeft de keukenruit gebroken.

Gebroken? Hoe? - Hij duwde Federico z'n hoofd erdoor.

Dat rotjoch.

Het was niet met opzet. Hij was aan het spelen.

En jij hebt vast niks gedaan. - Het was een ongeluk, Svevo.

Dat kleine rotjoch. Je hebt hem verwend.

Hij lijkt op jou. Jij was ook een stout kind.

Ik? Vergeet het maar. Ik duwde mijn broer z'n hoofd niet door een ruit.

Jij had dan ook geen broers.

Ik haat de winter.

Het is bijna Kerstmis.

Vraag God om een gelukkige kerst.

Waarom zou ik Hem om een gelukkige kerst vragen?

Hij brengt me niet eens geluk bij een stom potje poker.

Hoeveel heb je verloren?

Meer dan vijf?

Tien.

Lieveling.

Sneeuw.

Hallo, sportliefhebbers. We zijn in de kleedkamer van de New York Yanks.

Kijk, daar heb je Arturo Bandini.

Hij bereidt zich voor op zijn zware taak op het veld.

Arturo, hoe voel je je?

Arturo, schiet op. Je komt te laat op school.

Ik kom eraan.

Succes, slagman.

Alweer eieren? - We eten altijd eieren.

Wees God dankbaar dat je iets op je bord krijgt.

Hou op met je vrome gezeur, August.

Je hebt je broer z'n gezicht dus door de ruit geduwd?

Hou je kop.

Ik wil wel 's zien of jij niet huilt als ze jou door de ruit duwen.

Wel, waarom heb je Federico z'n hoofd door de ruit geduwd?

Geen idee. Het is gewoon gebeurd.

Wie zegt dat ik je geen dreun voor je kop geef?

Toe, Svevo. - Wat wil jij nu weer?

Hij deed het niet met opzet. Hij is nu eenmaal een jongen.

Een jongen? Die kleine smeerlap duwt het hoofd van z'n broer door de ruit,

maar hij is nu eenmaal een jongen. Wie gaat die ruit betalen?

Wie betaalt de dokter als hij z'n broer in een afgrond duwt?

Wie betaalt de advocaat als ze hem opsluiten

omdat hij z'n broer vermoord heeft? Een moordenaar in de familie.

God sta ons bij.

Kijk nou toch eens. Arme jongen. Wie betaalt zijn begrafenis?

Die hoef je niet te betalen. Ik leid de mis wel.

Is dat zo? Heb je ooit al een pastoor gezien die in zijn bed plast?

Denk je dat mensen een pastoor willen die in z'n bed plast?

Wat doen we met die ruit?

Geen idee. Ik word overstelpt met rekeningen.

Misschien moet ik naar mama schrijven. - Waag het niet.

Ik heb van niemand hulp nodig en zeker niet van je moeder. Die stomme...

Toe, Svevo. Niet waar de kinderen bij zijn.

Eet nu maar. Ik zorg wel voor een ruit.

Ik zou graag met meneer Helmer spreken.

Een momentje.

Meneer Bandini, ik wou u net een bezoek brengen en hier bent u dan.

Wat kan ik voor u doen?

Kunnen we naar uw kantoor gaan?

Waarom?

Het zit zo, meneer Helmer.

Het is winter, zoals u wel weet,

en in de winter is er niet veel werk voor een metselaar.

En zoals ik altijd tegen mijn vrouw zeg: Geen werk, geen geld.

Daarom vroeg ik me af

of ik misschien geen geld van de bank kon lenen.

Meneer Cox, geef me het dossier van meneer Bandini eens.

Meneer Bandini, weet u waarom ik u een bezoek wou brengen?

Omdat de huur van het huis dat ons eigendom is

en waarin u samen met uw gezin woont al drie maanden niet meer betaald is.

Dus u begrijpt dat ik u geen geld kan geven.

Ik zou zelfs willen dat u mij wat geld geeft.

Ik vermoed dat u dat niet hebt.

Ik ben een geduldig man, maar stel uw geluk niet op de proef.

Dit is een bank, niet het Leger des Heils.

Dan spreken we elkaar nog wel eens in de lente.

Hallo, Rocco. - Hoe gaat het?

Ik heb kougevat, in mijn ziel.

Ik ben blut, Rocco. - Ik heb hetzelfde probleem.

Maar kijk wat ik gedaan heb.

Rocco Saccone, voor al uw karweitjes. Bel het Rocky Mountain Hotel.

Brengt dat iets op? - Het staat er pas sinds vandaag in.

Zo kom je tenminste in de krant. - Ja, zo word ik iemand.

We doen er alles aan om uit de stront te raken, hè?

Wat een slag. Ik denk dat hij over de muur van het middenveld vliegt.

Lieve hemel, dames en heren, want een fantastische honkballer.

Opnieuw winst voor de New York Yankees

en voor Arturo Bandini, de sluwe slagman.

En daar komt zijn fantastische vrouw Rose aangerend.

Wat een geweldig meisje voor een geweldige jongen, Arturo Bandini.

Ik heb u wel gehoord. Ik heb u gehoord, zuster Celia.

Ik had gezegd dat je moest opletten. Je blijft op school tot zes uur.

Ga zitten.

Rose, laat jij meneer Bandini zien wat we echt van hem verwachten?

Ik wil niemand tekortdoen

en uit boze harten wil ik met een zacht antwoord de woede verdrijven,

want deze weg zal ik zeker niet meer betreden.

Ik wil anderen hoop en geloof geven en alles doen wat de meester beveelt.

Ik wil goed leven van dag tot dag,

want deze weg zal ik zeker niet meer betreden.

Die ellendige Duitser zegt mij dat ik hem geld schuldig ben.

Wat mankeert hem toch? Hij is een rotzak.

Die Duitse smeerlap, Helmer... Wie denkt hij wel dat hij is?

Alleen omdat we hem wat huur schuldig zijn.

Wat is dat?

Komt dat oude kreng weer op bezoek? - Ik weet het niet.

Ik mocht mama haar brieven niet openen van jou.

Aan Maria Toscana.

Weet ze niet dat jouw naam Bandini is? Is er iets mis met mijn naam?

Niet lezen. Je zult je alleen maar opwinden.

Liefste Maria, vandaag vieren we het prachtige feest van onze Heilige Moeder

en ik ga naar de kerk om voor jou te bidden in al je ellende.

Ik denk aan jou en aan je arme kinderen,

die gebukt gaan onder de erbarmelijke omstandigheden waarin je leeft.

Ik heb de Heilige Moeder gevraagd zich over je te ontfermen

en geluk te brengen in het leven van de kindjes, die hun lot niet verdienen.

Ik kom je zondagmiddag bezoeken.

Veel liefs aan jou en de kinderen.

Donna Toscana.

Ik mag niet dagdromen.

Hoe maakt je moeder het? - Prima, denk ik.

Hoezo? Weet je dat dan niet? Je moeder is een lief en mooi mens.

Gaat je vader op zondag naar de kerk? - Tuurlijk.

Niet liegen. Ik zie hem er nooit.

Het is een schande dat hij dan naar de biljartzaal gaat.

Mijn vader zegt dat God overal is en dus ook in de Imperial biljartzaal.

's Zondags gaat hij liever daarheen. - Wat een schande.

Je mag om vijf uur vertrekken als je naar de eucharistie gaat

en de Maagd Maria vraagt je moeder te zegenen en haar gelukkig te maken.

Het arme kind.

Het arme kind.

Ik heb gezegd dat je niet met 'n dochter van Donna Toscana mocht trouwen.

Ik weet het.

Ik heb de pest aan dat kreng van een Toscana.

Ze geeft mij overal de schuld van. Denkt ze dat ik dit leuk vind?

Ik kan niet eens een kerstcadeau voor m'n kinderen kopen.

Dat doet zij altijd.

Weet je wat ze hen geeft?

Een pyjama.

Een pyjama? - Dat rotwijf.

Wie heeft er nou een pyjama nodig? - Een pyjama?

Luister, Rocco, ik ga niet naar huis.

Mag ik hier blijven slapen? - Natuurlijk.

Een man heeft zijn trots.

Mevrouw Johnson. - Er heeft iemand voor u gebeld.

Ik heb alles opgeschreven. - Bedankt, mw. Johnson.

Dit is een hotel, meneer Saccone, geen telefooncentrale.

Dat weet ik.

Wat scheelt er? - Iemand heeft m'n advertentie gelezen.

Er is iets mis met hun open haard. Ik moet 'm meteen komen maken.

Wat leuk voor je. - Ja, hè. Ik moet gaan.

Ga jij maar.

Dan kun je misschien wat bijverdienen voor Kerstmis.

Dat kan ik niet aannemen. Het is jouw werk.

Dit is iets voor een metselaar. En ik heb geen familie.

Ga jij maar.

Mevrouw Hildegarde. - Ken je haar?

Ik heb al eens van haar gehoord. - Ze is een weduwe. Een rijke tante.

Rocco, ik weet niet wat ik moet zeggen.

Zeg dan maar niks.

Ik heb hout gehaald. Jij haalt de kolen.

Waar is mama? - In bed. Oma Donna komt.

Is pap al dronken? - Hij is niet thuis.

Waarom blijft oma altijd komen? Pap bedrinkt zich altijd.

Dat oude kreng. - Dat is een zonde.

Dat zijn twee zonden. - Hoezo, twee?

Je hebt een lelijk woord gebruikt en je eert je vader en moeder niet.

Oma Donna is mijn moeder niet. - Ze is je grootmoeder.

Ze mag doodvallen. - Weer 'n zonde.

Hou je mond, pastoor.

Hij gaat naar de hel. Je zult wel zien.

Ik kom voor de open haard.

Komt u binnen.

U bent dus Rocco Saccone?

Hoe maakt u het?

Ik ben zijn vriend, mw. Hildegarde. Rocco is ziek. Ik ben Svevo Bandini.

Kunt u een open haard maken?

Deze kant op.

Ziet u?

Dat is een hoop werk.

Dat gaat een aardige duit kosten.

Ik schat vijftien dollar.

Plus de kosten van het materiaal.

Ga zitten, meneer Bandini.

Alstublieft.

U bent vast een Italiaan.

Ik was vorig jaar op reis in Italië. Prachtig land.

U bent vast trots op uw afkomst.

Hebt u ooit het Campo Santo gezien? De Sint-Pieterskerk?

De schilderijen van Michelangelo? - Die heb ik niet gezien.

Ik kom uit Abruzzi. - Dat ken ik heel goed.

Kent u het werk van D'Annunzio? Hij kwam ook uit Abruzzi.

Ik heb al van hem gehoord, maar ik heb niks van hem gelezen.

U hebt een prachtig huis, mw. Hildegarde.

Wijlen mijn man heeft het gebouwd. Ik vind het een beetje overdreven.

Maar ik ben hier toch niet vaak. Ik kom hier alleen om zaken te regelen.

Rocklin is een klein dorp, vindt u niet?

Ik wil ooit in Californië gaan wonen. Ik heb een hekel aan sneeuw.

Ik ook.

Ik denk dat het te laat is om nu nog aan de slag te gaan.

Ja, dat vind ik ook.

Kunt u morgenochtend terugkomen?

Zet uw hoed op, meneer Bandini, of u vat nog kou.

Tot morgen.

Mama.

Wat ruik ik hier? Heb je iets laten aanbranden?

Nee, mama, ik ruik niks. - Maar het stinkt verschrikkelijk.

Is je vader thuis? - Nee, oma, hij is er niet.

Hij is er dus niet. Wie van mijn kleinkinderen is het eerlijkst?

Ik heb hier tien cent voor hem.

Vertel eens vlug, is hij dronken? - Waarom vraag je zoiets?

Hou je mond. Dit is een spelletje voor de kinderen. Nou, is hij dronken?

Svevo is niet dronken. Hij is gaan zakendoen.

Luister nou toch 's naar je moeder.

Zelfs toen ze oud en wijs genoeg was, trok ze nooit de wc door.

En nu wil ze me wijsmaken dat je vader niet dronken is.

Maar hij is dronken, is het niet? August? Voor tien cent.

Ze weten het niet, oma. Echt waar.

Domme kinderen van een domme vader.

Waar is hij? - Hij is aan het werk.

Hij is met een nieuwe opdracht bezig. - Op zondag?

Hoe weet je dat hij niet bij de hoeren is?

Svevo doet zoiets niet. Ga spelen... - Domme gans.

Alle mannen zijn zo, vooral de man waar jij mee getrouwd bent.

U levert uitstekend werk met de open haard.

Ik ben heel tevreden.

Dank u, mw. Hildegarde.

Neem me niet kwalijk, maar u ziet er niet uit als een metselaar.

U bent heel goed, maar uw gezicht is zo...

gevoelig.

Ik ben altijd al metselaar geweest, al sinds m'n twaalfde.

Ik ben er vanavond niet als u klaar bent met uw werk.

Kunt u morgenavond misschien langskomen om de rekening te brengen?

Om ongeveer acht uur?

Wat is er, mama?

Dat vertel ik je binnen. - Wat is er? Ik heb haast.

Je moet naar de winkel. - Ik weet waarom ik moet gaan.

Ik ga niet.

Alsjeblieft? Je weet hoe meneer Voss is.

Waarom kan August niet gaan? - Hij is bang.

Wat is er dan zo eng?

Ik doe het niet.

Voss Kruidenierswaren

Goeienavond.

Het is koud buiten.

Zijn dit aardbeien uit Californië, meneer Voss?

Schiet op, mw. Bandini. - Ik zat op u te wachten.

Wat had u gewenst? - Ik denk dat ik...

Schiet op.

Ik dacht... - Wilt u aardappels?

Hoeveel kosten ze? - Nog steeds evenveel.

U komt hier al jaren aardappels kopen en ze kosten altijd evenveel.

Voor vijf cent dan.

Hoe maakt Svevo het? - Hij maakt het prima.

Ik heb hem gisteravond gezien.

Bij het huis van Effie Hildegarde. Kent u haar?

Nee, ik ken haar niet.

Let maar op met Svevo. Ik zou hem maar in de gaten houden.

Effie Hildegarde heeft veel geld.

Ze is weduwe.

Ze is een mooie vrouw.

Een mooie vrouw.

Nog iets?

Ik wil bloem.

Bonen.

Brood.

Zout. - Verdraaid.

Het moet afgelopen zijn. Ik kan het niet op uw rekening blijven schrijven.

Ik zal het hem zeggen. - Dat haalt toch niks uit.

Goeienavond.

Ik heb de rekening bij me, zoals u gevraagd had.

Dank u.

Wilt u even binnenkomen?

Ik zie dat alles in orde is.

Een mooi vuur. Mooi.

Alsjeblieft, Svevo. Vind je het erg als ik je Svevo noem?

Nee, hoor, mw. Hildegarde. U mag me noemen hoe u wilt.

Lieve hemel, dat is lekker.

Wil je een sigaar? Toe, ga je gang maar.

De beste sigaar van m'n leven.

Svevo, ik heb een verrassing voor je.

Dat kan ik niet aannemen. - Doe niet zo mal.

Nee. Nee, mw. Hildegarde. Ik koop m'n eigen schoenen.

U geeft me werk, maar ik koop ze zelf.

Alsjeblieft, pas ze eens.

Het is kangoeroeleer.

Ik zal ze betalen, wat ze ook gekost hebben. Ik trek het van de rekening af.

De beste schoenen die ooit gehad heb.

Je hebt prima gewerkt.

Dank u, mw. Hildegarde.

Ik denk dat ik er maar eens vandoor ga.

Ja, natuurlijk.

Tot ziens, mw. Hildegarde.

Wat dom van me. Ik was het bijna vergeten.

Er ligt een stapel stenen in de tuin die overgebleven zijn van het huis.

Wil je ze eens bekijken voor je gaat?

Misschien weet jij wat ik ermee kan doen.

Hierboven kunnen we ze beter zien.

Kijk, daar liggen ze.

Met zulke stenen kun je van alles doen.

Een tuinpad leggen of een lage muur rond de tuin bouwen.

Het spijt me.

Er was nog iets wat ik met je wou bespreken.

Wat was dat ook alweer?

Het was iets... iets...

Dit is mijn kamer.

Het is een gezellige kamer, vind je niet?

Het is hier...

heel gezellig.

Ik denk dat ik er maar eens vandoor moet.

Vergeef me, ik heb gezondigd. Ik heb vier dagen niet meer gebiecht.

Ik heb Gods naam ijdel gebruikt, 68 à 70 keer.

Ik heb boze gedachten gehad.

Ik dacht aan een meisje uit mijn klas. Ik kon er niks aan doen.

Wat ik ook probeerde, ze gingen niet weg.

Zo gaat dat met boze gedachten. Je moet je ertegen verzetten.

Ik weet het. Ik wil ze ook niet. - Heel goed.

Als boetedoening zeg je drie weesgegroetjes en twee onzevaders.

Dank u, eerwaarde.

Weet je wat me dwarszit? Iedereen wil naar de hemel, hè?

Waarom wil er dan niemand sterven? - Ik weet het niet.

Ze zijn bang van de hel. En voor bijna alle leuke dingen ga je naar de hel.

Laten we jou als voorbeeld nemen. Waar hou je het meeste van?

Meisjes, denk ik.

Ze zijn allemaal een zonde. - Allemaal?

Er is een achterdeurtje.

De biecht. Wat je ook gedaan hebt, als je gaat biechten, word je verlost.

Daarom heb ik een vriendinnetje. - Heus? Wie?

Beloof me dat je het niemand vertelt. - Beloofd.

Rose Helmer. - Ik dacht dat ze jou niet mocht.

Jawel, hoor. We houden het gewoon geheim.

Wat is dat?

Wat een hond.

Nee, hond, blijf. Kom hier, hond.

Blijf, hond. Kom nou, blijf hier.

Een fiets. - Je vraagt om een groot cadeau.

Maar je krijgt vast wat je wilt. Rose, wat wil jij voor Kerstmis?

Ik heb er geen idee van. Ik heb niet veel nodig.

Zolang ik weet dat het cadeau met liefde gegeven is,

zou het me heel dierbaar zijn. - Mooi gezegd.

Arturo, wat zou jij willen?

Een diamanten ring. - Nu even serieus, Bandini.

Ik zou wel een honkbalknuppel en wat honkballen kunnen gebruiken.

Dat is redelijker. Wie weet krijg je ze. - Dat zal wel.

Het wordt een waardeloze kerst.

Misschien krijgen we cadeaus van oma. - Die geeft alleen pyjama's.

Wie heeft er nou een pyjama nodig?

Kijk.

Hebben ze ons gezien?

Zeker weten? - Hij had z'n arm om haar heen, hè?

Foute boel. Hij gaat uit met een andere vrouw.

Het negende gebod. - Hou je mond.

Arme mama. - Hou je mond.

Het is een zonde. - Wat weet jij daarvan?

Het is vast een doodzonde. - Je bent dom.

Je weet er niks van. - Ik weet wat een zonde is.

Hou je mond, August. Kom mee.

De hele stad weet het vast. - Hoezo? Jij bent net als alle anderen.

Alleen omdat papa arm is en een Italiaan is.

Het is een zonde.

Het doet er niet toe wat hij is of hoe arm hij is, het blijft een zonde.

Je bent dom, een sukkel. Je bent jong en onwetend.

Ik ga het haar vertellen. - Je rept er met geen woord over.

Ze leert hem wel een lesje. - Jij houdt je mond.

Het is tegen het negende gebod. Ze is onze moeder. Ik zeg het haar.

Zie je dit? Je krijgt ervanlangs als je iets zegt.

Sla me maar. Ik vertel het toch.

Beloof dat je niks zegt of ik sla. - Doe maar, ik vertel het toch.

Je houdt je mond.

Toe? Je krijgt alles van me wat je wilt.

Je krijgt al m'n bioscoopgeld, je mag kiezen aan welke kant je slaapt.

En toch ga ik het zeggen.

Oké, sta op.

Gaat het?

Als je het aan mam vertelt, vertel ik rond dat je in je bed plast.

Jawel, aan iedereen. Ik vertel ze dat August Bandini in z'n bed plast.

Luister goed, allemaal. August Bandini plast in z'n bed.

Hij is tien en plast nog altijd in z'n bed.

Niet roepen. Ik zeg niks. Ik zweer het, maar hou op met roepen.

Beloof je dat je niks tegen mam zegt? - Op m'n erewoord.

Goed, dan gaan we naar huis.

Wat is dat?

Waarom heeft ze de achterdeur opengelaten?

Het is ijskoud buiten.

Federico, waar is mama?

Geen idee. Ik ben net thuis. Ik heb haar niet gezien.

Het is koud. Ze heeft de kachel laten uitgaan.

En er zijn geen kolen of hout meer.

Ik ga wel wat halen.

Maak je geen zorgen. Ze moest vast ergens heen.

Ze komt wel terug. - Waarom komt pap niet naar huis?

Mama, wat doe je hier? Wat ben je aan het doen?

Ga alsjeblieft naar binnen. Het is hier koud.

Straks word je ziek. Kom maar.

Verdomme, pap.

Lekker?

De beste sigaar die ik ooit gerookt heb.

Rook dan maar. Ik heb er genoeg.

Ze heeft me ten huwelijk gevraagd. - Kom nou.

Ze zat me op haar knieën te smeken om van Maria te scheiden.

Wat heb je gezegd? - Ik ben getrouwd, Rocco.

Daarom heb ik altijd hier geslapen.

Nee, met Kerstmis ga ik naar huis.

Ga je het aan Maria vertellen? - Wat valt er te vertellen?

Ik ben een slachtoffer. Het is allemaal de schuld van die weduwe.

Ze beloofde me 100.000 dollar als ik met haar trouwde.

Wat was jouw antwoord? - Dat heb ik al gezegd. Ik ben getrouwd.

Het is een kwestie van eer. - Ezel.

Wat zou jij doen? Zou jij echt je eer te grabbel gooien voor geld?

Voor 100.000 dollar? - Kijk dan toch.

Ik zou niet alleen m'n eer te grabbel gooien, maar ook m'n lichaam en ziel.

Ik kan alleen maar zeggen dat Maria heel erg boft

dat ze niet met jou getrouwd is.

Alles goed met haar?

Ja, ze redt het wel.

Ga maar naar school. Ik blijf hier.

Gaat het, mama?

Laat me met rust.

Zal ik de warmwaterkruik gaan halen? - Nee, laat me met rust.

Ga vlug naar school.

Zal ik papa gaan zoeken?

Waag het niet.

Jawel. Dat is precies wat ik ga doen.

Ga niet naar je vader, begrepen? Waag het niet.

Je hebt hem gezien, hè?

Hij is bij die vrouw. - Welke vrouw?

Kijk me aan.

Je hebt hem gezien, hè?

Ik snap het al.

Je snapt niks. Je kraamt onzin uit.

Wanneer heb je hem gezien? - Ik heb hem niet gezien.

Ga naar school.

Ik red me hier wel. Ik heb niemand nodig.

Maar, mama... - Ga weg, zeg ik je, ga weg.

Mijn vriend Rocco Saccone is ook een goeie metselaar.

Hij is een goeie kerel.

Ik begrijp het.

Ik moet je nog betalen.

Tot ziens, Svevo.

Tot ziens.

Zalig kerstfeest.

Voor jou ook.

En deze? Ik ook niet.

En deze? Wacht even.

Deze? Ik ook niet.

Waar is mama?

Daar is ze dan.

Zullen we naar het centrum gaan voor alle winkels dicht zijn?

Jullie, ik en mama. Wij allemaal.

Dan gaan we voor iedereen kerstcadeautjes kopen.

Ik wil een fiets. - Natuurlijk krijg je een fiets.

Dit jaar wordt het een prachtige kerst. De allermooiste.

Wat kopen we voor mama?

Kijk eens naar al dat geld.

We kunnen beter alles aan mama geven, hè?

Al het geld dat papa gewonnen heeft met kaarten.

Papa kan goed kaarten.

Lieve hemel.

Mijn ogen. Mijn ogen.

Wat wil je? - Niks.

Ga dan naar binnen. Ga maar naar je geschifte moeder.

Nog een fijne kerst.

Ga met dat geld naar de stad en koop maar wat je wilt.

Zalig kerstfeest.

Wie kan het haar gezegd hebben? - Hoe moet ik dat weten?

Die is van de zijdeur.

Ik hoop dat je blijft.

Ik wil niet dat je bij Rocco blijft wonen.

Ik betaal u voor kost en inwoning. Wat het ook kost, ik betaal u.

Dit is geen pension.

Dit is mijn huis.

U bent een goeie vrouw, mw. Hildegarde.

Doe niet zo mal.

Je bent het nieuwe jaar weer zoals gebruikelijk begonnen. Leg eens uit.

Ik wou naar de kerk gaan om de rozenkrans te bidden.

Ik wou het nieuwe jaar opdragen aan de Heilige Maagd.

Ik wil je wel geloven, maar ik kan het niet. Ga zitten.

Gertie.

Waar is Rose? - Dat weet ik niet.

Is ze ziek? - Ik weet het niet.

Gaat ze naar een andere school? - Ik weet het niet.

Er gebeurt iets, maar je weet niet goed wat.

Ik heb geen mooie jurken.

Ik ga nooit naar een bal met hem.

Ja.

Rocco, waar is mijn vader? - Hoe kan ik dat weten?

Hij is jouw vader, niet die van mij.

Ik dacht dat hij bij jou woonde.

Je vader woont op zichzelf.

Waar woont hij? - Dat weet ik niet, knul.

Ik zie hem niet meer.

Ken je een zekere mw. Hildegarde?

Effie Hildegarde?

Nee, wie is die vrouw? Waarom vraag je dat?

Zomaar.

Hé, knul, waar ga je nu naartoe?

Naar huis.

Goed zo. Naar huis. Dat is een goeie plek voor kinderen.

Ik heb hem gezien.

Hij is in het Rocky Mountain Hotel. Samen met Rocco.

Wat heeft hij gezegd? - Wie?

Hij zei dat hij naar huis wil komen, maar dat hij niet mag van jou.

Hij zegt dat jij hem dan op straat zet. Hij durft niet terug te komen.

Hij verdient het. Hij mag me zoiets niet aandoen.

Hij ziet er heel triest uit. Hij ziet er ziek uit.

Hij wil naar huis komen. Hij voelt zich ellendig.

Dat is zijn eigen schuld. Dat hij daar nog een paar dagen blijft.

Dan komt hij me smeken. Ik ken hem.

Je bent 'n goeie knul.

Ik ga maar eens slapen.

Prima.

Wat wil je, jongeman?

Ik zou Rose eens willen spreken, mevrouw. Ze zit bij mij in de klas.

Ze kan niemand spreken.

Ik moet haar zien. Ik moet haar iets zeggen.

Ze kan echt niemand spreken. Ga nu maar weg.

Sta allemaal op en kniel.

We hebben net tragisch nieuws van het academisch ziekenhuis gekregen.

We moeten ons sterk houden en we moeten bidden.

Onze geliefde klasgenote Rose Helmer is vandaag gestorven aan een longontsteking

om twee uur na de middag.

Stilte, alsjeblieft. Laten we bidden.

Onze Vader, die in de hemel zijt, Uw naam worde geheiligd,

Uw rijk kome, Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel,

geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden,

zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven,

en leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade. Amen.

Je vriendinnetje is gestorven. We moesten voor haar bidden.

Ze was mijn vriendinnetje niet. - Is Rose Helmer gestorven? Wanneer?

Vanmiddag. Ze had longpeking. - Longontsteking, stommeling.

Hier.

Ga maar naar de film en koop van de rest maar een ijsje.

Probeer voor je vader thuis te zijn.

Goeienavond, mw. Hildegarde.

Ik ben...

Ik ben... - Jij bent vast Arturo.

Dat dacht ik al.

Kom maar binnen.

Ga maar bij het vuur zitten. Daar is het warm.

U hebt een mooie auto.

Hij heeft 65 pk. - Dat weet ik niet.

Het is zo. Ik heb het ergens gelezen.

Mijn vader zou me vermoorden als hij wist dat ik hier was.

Wat kom je hier doen?

Nou, het zit zo...

Mijn vader...

Hij heeft een hekel aan Donna Toscana.

Ze is mijn grootmoeder. En hij heeft gelijk.

Ik heb ook een hekel aan haar.

Ze zegt dat mam niet met hem had mogen trouwen.

Dat hij waardeloos is.

Daarom is hij vertrokken.

Niet vanwege m'n moeder, maar vanwege Donna Toscana.

Mijn moeder mist hem.

Daarom heb ik tegen haar gelogen.

Ik heb haar verteld...

Ik heb haar verteld dat hij bij Rocco woont. Ze weet niet dat hij hier is.

Ik heb haar verteld...

Ik heb haar verteld dat hij naar huis wil komen.

En nu verwacht ze hem.

Ik moest wel liegen.

Ze mist hem.

Ze...

Ze houdt van hem.

We houden allemaal van hem.

Kom.

M'n kleine jongen.

Arturo, het ontbijt staat op tafel. Je hoeft vandaag niet naar school.

Kom hier.

Kom hier, hondje.

Kom hier, hond. Kom, jongen.

Kom maar.

Ja, kom maar. Kom.

Kom hier.

Vooruit, eet maar. Flinke hond. Blijf maar bij mij.

Je bent nu van mij en je heet Jumbo.

Goeie ouwe Jumbo.

Vooruit, erin. Je moet gewassen worden, je stinkt.

Vooruit. Kijk, water. Je stinkt. Erin.

Wat stelt dit voor? - Het is mijn hond maar. Hij heet Jumbo.

Breng hem weg. - Maar mama...

Weg ermee.

Kom mee. Vooruit, Jumbo.

Je weet dat je vader geen honden wil. - Maar hij is lief.

Kunnen we hem niet houden?

Waar haal je het geld om dat te kopen? - Mama heeft wat opgestuurd.

Het is een verrassing voor je vader. - Komt hij terug?

Hij komt vandaag. - Hoe weet je dat? Heb je hem gezien?

Ik weet gewoon dat hij komt.

Mag ik hem houden? Toe?

We zullen zien wat je vader zegt.

Kom hier. Kom hier.

Waarom ben je niet op school?

Ik mocht thuisblijven van mama. Iemand van m'n klas is gestorven.

Wie? - Rose Helmer.

Hoe gaat het met Federico? - Prima.

En met August? - Goed, denk ik.

En met jou?

Prima.

Hoe gaat het met mama?

Ze wil je bij haar. Dat heeft ze me gezegd.

Ze wil dat je naar huis komt.

Is ze niet meer kwaad? - Nee, ze is spaghetti aan het maken.

Dan is ze toch niet kwaad? - Ik wil geen problemen meer.

Ze weet niet eens dat je hier bent. Ze denkt dat je bij Rocco woont.

Ik woon ook bij Rocco.

Ik woon er al sinds ze me op straat heeft gezet.

Weet ik. Dat heb ik haar gezegd. - Heb jij dat gezegd?

Hoe weet je dat? - Rocco heeft het me gezegd.

Ik snap het.

Wanneer kom je naar huis?

Misschien nooit meer. Wat vind je daarvan?

Maar mama wil je terug.

Misschien kom ik en misschien ook niet.

Van wie is die hond? - Van mij. Hij heet Jumbo.

Haal hem hier weg.

Haal die rothond hier weg.

Is dat jouw hond?

Wie is die jongen?

M'n oudste zoon.

Haal dat afschuwelijke mormel van m'n eigendom.

Hij is niet afschuwelijk. Hij is half wolf.

Kan me niks schelen. Weg ermee of ik laat hem neerschieten.

Waag het niet, verdomme. - Zo praat je niet tegen mw. Hildegarde.

Ik handel dit wel af.

Doe iets.

Svevo Bandini, ga je die jongen zich zo laten gedragen?

Jullie zijn boeren, vreemdelingen. Allemaal één pot nat.

Jij en je hond. Allemaal.

Mw. Hildegarde, dat is mijn zoon. U mag niet zo'n toon tegen hem aanslaan.

Die jongen is een Amerikaan.

Ik heb het ook tegen jou.

Lelijk kreng. Sloerie.

Kom, we gaan naar huis.

Jumbo. Kom hier, Jumbo.

En je gereedschap? - Dat is van Rocco.

Laat hem het werk maar afmaken. Dat wou hij toch al.

Wat een rothond.

Het is een brave hond. Het is een halve jachthond.

Heus?

Mag ik hem houden? Van mam mocht het als het van jou mocht.

Als het van mama mag, mag het van mij ook.

Bedankt, pap.

De lente komt er binnenkort aan. - Zeker weten.

Dat ruikt lekker.

Ik heb hem deze keer met rozemarijn klaargemaakt.

Meen je dat?

Een beetje. Met rozemarijn moet je voorzichtig zijn.

Als je te veel gebruikt, verpest je alles.

Je hebt volkomen gelijk.

Weet je waar ik van hou? Dat zal ik je zeggen.

Ik hou van oregano.

Een klein beetje maar. Dat kun je ooit misschien eens proberen.

Dat zal ik doen.

Eet nu maar allemaal.

Vergeef me, ik heb gezondigd. Ik heb vier dagen niet meer gebiecht.

Ik heb Gods naam ijdel gebruikt, 68 à 70 keer.

Ik heb tegen m'n moeder gelogen en haar dingen laten geloven die niet waar zijn.

Ik heb haar dingen laten geloven die niet echt gebeurd zijn.

Ik heb ook tegen mijn vader gelogen.

Misschien zijn de dingen die ik gezegd heb waar, maar ik weet het niet zeker.

Ik zou willen zeggen dat het me spijt,

maar misschien moet je soms in je leven gewoon veel liegen.

God kan je alleen vergeven als je echt spijt hebt.

Spijt het je?

Ja, hoor, het spijt me. - Goed zo.

Als boetedoening zeg je drie weesgegroetjes en twee onzevaders.

Dank u, eerwaarde.

Vertaling: Tom Stelten The Subtitling Company

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.