All language subtitles for Presence of mind (Antoni Aloy, Spain, 1999) ENG DVD Rip by Arky.Dutch

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified) Download
zh-TW Chinese (Traditional) Download
co Corsican
hr Croatian
da Danish
nl Dutch
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranรฎ)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Niet doen, papa.

Een beetje dichterbij, graag.

Kunt u uw hand op de zijne leggen?

Alice.

Het is tijd om te gaan, Alice.

Goedendag.

Ik kom voor de betrekking van gouvernante.

Hier is de volgende.

Hun ouders zaten op een schip. Er gebeurde een vreselijk ongeluk.

Het schip verging met man en muis. Ineens waren ze er niet meer.

M'n broer en z'n vrouw, vier jaar geleden.

Ineens moest ik voor twee weeskinderen zorgen.

Ik ben natuurlijk erg op ze gesteld, maar ik ben vrijgezel.

En om eerlijk te zijn...

Ik heb m'n handen vol aan die arme stakkers.

Ze verdienen meer dan een oom die ver weg is.

Ze hebben iemand nodig die zich volledig aan hen wijdt.

Ze hadden een uitstekende gouvernante, Miss Jessel.

Net toen alles goed ging, werd ze ziek en stierf.

Het was heel naar voor de kinderen.

- Houdt u van reizen? - Jazeker.

Ik neem de kinderen graag overal mee naartoe. Waar u maar wilt.

U begrijpt me verkeerd. U moet naar ze toe reizen.

Ze zitten op een eiland.

Op Raixa, een landgoed dat m'n grootvader heeft gekocht.

Hij wilde land bezitten in een katholiek land. Bent u katholiek?

- Ja, dat ben ik. - M'n broer vond dat belangrijk.

Het idee van verlossing door middel van lijden fascineert me...

hoewel ik zelf niet geloof.

Maar ik bewonder de kracht van uw geloofsovertuiging.

Als ik u de betrekking geef, bent u volledig verantwoordelijk voor ze.

U mag me niet met hun zaken lastigvallen.

Als er iets gebeurt, staat u er alleen voor.

Ik weet dat dit uw eerste betrekking is.

Maar als ik in uw ogen kijk...

geloof ik dat u alles zult doen voor het welzijn van m'n neef en nicht.

U kunt ze iets geven wat ik niet kan.

Liefde.

Ik zou niets liever willen.

Belooft u dat?

Ik zal voor ze zorgen alsof het m'n eigen kinderen waren.

De eerste opoffering was dus niet zo moeilijk.

Ik wil u dit geven als teken van m'n dankbaarheid en vertrouwen.

Ik weet niet wat ik moet zeggen.

Staat u me toe?

Sint Christoffel, de beschermer van het Christuskind.

Jezelf redden door de onschuld te redden.

Hoe toepasselijk.

Ik heb uw hulp nodig.

Ik beloof u dat ik u niet zal teleurstellen.

Sint Christoffel, beschermer van het Christuskind.

Jezelf redden door de onschuld te redden. Hoe toepasselijk.

Stop.

Ik wil verder lopen.

U bent vast de huishoudster.

We hadden u dagen geleden al verwacht.

Welkom op Raixa.

Het spijt me dat ik zo laat kom. De zee was ruw.

- Ik dacht dat we 't niet zouden redden. - Ik ben blij dat u er bent.

- Ik ben de huishoudster, Mado Remei. - Aangenaam.

Kom binnen.

U hebt het hier vast erg druk.

Inderdaad.

Die is van m'n kleine vriendin.

Je nieuwe gouvernante is er.

Hoe gaat het met je, Flora?

Zeg eens dag.

Deze is vast van jou.

- U bent vast moe van de reis. - Inderdaad.

Ik breng u naar uw kamer.

- Flora heeft hem voor u uitgekozen. - Hij is vast erg mooi.

Ik hoop dat u tevreden over alles bent.

Het is hier veel groter dan ik ben gewend.

Het hele huis waarin ik ben opgegroeid, past in deze kamer.

Deze kamer is voor speciale aangelegenheden.

Dit is toch een speciale aangelegenheid?

Niet zonder hem.

Hoor je dat, Flora? Het is bedtijd.

Goed, Mado Remei.

Je nieuwe gouvernante komt je zo meteen onderstoppen.

Als je op me wacht, kunnen we samen bidden.

Ze is een erg schattig meisje, maar ze lijkt zo verdrietig.

Ze mist haar broer.

Had ze een goede band met m'n voorgangster?

Een heel goede.

Hoe was ze?

Miss Jessel? Ze was erg jong, en volgens sommigen mooi.

Daar lijkt hij de voorkeur aan te geven.

Er is een brief voor u gekomen. Van de heer des huizes.

Hierbij ingesloten is een brief van het schoolhoofd van m'n neef.

U hoeft me niet te raadplegen. De kinderen zijn nu onder uw hoede.

Miles is van school gestuurd.

Weggestuurd.

- Wat heeft hij gedaan? - Dat staat er niet bij.

Ze kunnen hem daar niet langer houden. Hij is ongewenst.

- Hij verpest de andere kinderen. - Wat wreed om zoiets te schrijven.

Het is moeilijk te geloven.

- Ik ga het schoolhoofd schrijven. - Dit is onzin.

Wacht maar tot u hem ziet.

Hij moet iets gedaan hebben om de anderen aan te steken.

- Aan te steken? - Bederven.

Miles? Hij is nog maar een kind.

Bent u bang dat hij u zal bederven?

Neem me niet kwalijk, ik moet naar Flora.

Welterusten.

Ze is m'n nieuwe gouvernante, maar ze is niet zo mooi als jij.

Goedemorgen, Flora.

Ik ben net aangekomen in dit grote huis en ik verdwaal maar steeds.

Weet je iemand die me de weg kan wijzen?

- Het gaat over je vriendin. - Ze kan je niet horen. Ze is dood.

Dat is dan jammer. Dan zal iemand haar plaats moeten innemen.

Ik heb haar al sinds ik zo oud was als jij. Ze wil van jou zijn.

Wat is dat?

Niets.

Wil je me het huis laten zien? Ze is erg nieuwsgierig.

Er is zoveel te zien. Waar zullen we beginnen?

Waarom laat je me niet je favoriete plekje zien?

Goed. Kom maar mee.

Dit is de muziekkamer.

Je kunt vanaf hier de hele tuin zien.

Dit was de schrijftafel. En dat is het schoolbord.

Hier kregen we les.

Door de wind maakt de piano geluid. Miles noemt het de Raixa-nocturne.

Ik wou dat Miles hier was.

Dit is m'n schelpenverzameling.

Wat is dit voor kamer?

Die is van m'n oom. Hij zit altijd op slot.

Maar ik weet waar Mado Remei de sleutel bewaart.

Hou je van geheimpjes?

Eigenlijk wel.

Luister eens.

Ik zal het je laten zien.

Kom dan.

Mooi, h๏ฟฝ?

Hier vertrouw ik m'n geheimen aan toe.

Je gaat toch niet weg, h๏ฟฝ?

- Hoe kom je daarbij? - Je had een slechte nacht.

Ik hoorde je woelen. Misschien vind je het hier niet leuk.

Ik vind het hier fijn. Het was niets.

Te veel opwinding. Ik ben voor het eerst in het buitenland.

Misschien moet ik m'n bed in je kamer zetten.

Zou je dat willen?

Dan zorg ik dat je 's nachts niet meer bang bent.

Het huis kan eng zijn als het kraakt.

Dat lijkt me een goed idee.

Ik weet wie dit heeft gegeven.

- O ja? - Ik kan ook geheimen bewaren.

Ik heb gewonnen.

Kijk eens wat er in m'n toverdoos zit.

- Heeft hij een naam? - Ophelia. Ik kreeg haar van Miles.

Je moet hem echt ontmoeten. Hij is slim.

- En vast net zo aardig als jij. - We zijn ook wel eens ondeugend.

Nu jij er bent, hoeft hij misschien niet meer weg.

Ik hoop van niet.

Vertel Mado Remei alsjeblieft niet dat ik haar mee in bed neem.

Alleen voor vannacht dan. Het is nu tijd om te bidden.

Wat heeft ze?

Miles heeft haar vleugel gebroken zodat ze niet wegvliegt.

Ik was de hele week opgewonden omdat je zou komen.

Kijk, je broek is te kort.

Dit is onze nieuwe gouvernante.

- Fijn om u te ontmoeten. - Insgelijks.

U bent nog mooier dan ik had verwacht.

Stoor ik?

Nee hoor, helemaal niet.

- Waar is Flora? - Ze verstopt zich.

- Ga haar dan zoeken. - Ik vind dat spel niet meer leuk.

- Ging het goed op school? - Ik ben blij dat ik hier weer ben.

Was je niet gelukkig op school?

- Vond je de andere jongens aardig? - De meeste wel.

- Je kunt niet iedereen aardig vinden. - Maar je moet het wel proberen.

- En hoe zit het met de leraren? - Het is nu vast fijn in de tuin.

- Het is veel te donker. - Dat bevalt me wel.

- Ben je bang in het donker? - Soms.

Waarom?

Er is vast niets om bang voor te zijn.

Toch is het zo. Ook al is alles 's nachts hetzelfde als overdag.

Kijk maar.

Vertrouw me maar.

Buiten is de tuin.

Met fonteinen langs de trappen, bewaakt door leeuwen van steen.

Daarachter zijn de vijver en de bomen waarin de vogels slapen.

En de krekels worden zo meteen wakker.

Achter het bos ligt de zee.

Nu je je ogen dicht hebt, ontwaken er andere dingen.

Nietwaar?

Dan steek ik een kaars aan. En hier zijn we dan.

Er is niks veranderd.

Je angsten komen voort uit je verwachtingen.

Meestal gebeurt er niks. Zo eenvoudig ligt dat.

Wat een opmerkelijke gedachten voor zo'n jonge man.

Echt waar?

- Miles... - Wat is er?

Niets.

Ik wacht al een eeuwigheid op je, Miles.

Ga maar met je zus spelen.

Ik kom er aan.

Ik ben blij dat m'n oom jou heeft uitgekozen.

Ik krijg je wel, klein monster.

Rustig.

Ze brengen het huis tot leven.

Het is echt een heel bijzondere jongen.

Ik snap nu waarom de leraren hem niet begrepen. Hij is echt bijzonder.

- En die vreselijke brief van school? - Dat was vast een misverstand.

Ik wil eerst zijn kant horen voor ik een oordeel vel.

- Wat zegt u tegen z'n oom? - Niets.

Hij verwacht dat ik alles regel en dat doe ik ook.

We komen er samen wel uit.

We komen er samen wel uit.

Het zou heerlijk zijn om ineens een zeker iemand te ontmoeten.

Als hij ineens op een pad voor me staat en glimlacht.

Dat is alles wat ik wil. Ik wou alleen dat hij het wist.

Om daar zeker van te zijn moest ik het zelf aflezen...

van z'n knappe gelaat.

Wees maar niet bang.

Hij vindt je aardig.

Kijk, daar.

Ik wilde alleen dat hij het wist.

Om er zeker van te zijn, moest ik het zelf aflezen...

van z'n knappe gelaat.

Er is een brief voor u.

- Meneer komt op bezoek. - Wanneer?

De 27 e. Dat is al over twee dagen.

Hij wil de kinderen zien en kijken hoe het hier gaat.

U kijkt blij.

- Ik hoop dat hij tevreden over me is. - Vast wel.

De kinderen zijn nog nooit zo gelukkig geweest.

Ik zal de dienstmeisjes z'n kamer laten klaarmaken.

Haalt u de dienstmeisjes maar, dan lucht ik de kamer wel.

Goed.

Waar is hij gebleven?

Ik heb het niet gedaan.

Daar is hij. Ik zie het rijtuig.

Hij komt. M'n oom komt er aan.

Hij komt er aan.

- Is alles klaar? - Ja.

De thee staat klaar in de salon voor u en meneer.

Wat heeft dit te betekenen?

Waar is hij?

Tomeu zegt dat hij niet komt. Er is alleen dat.

Ik wist het wel. Hij heeft het altijd te druk.

Bijgevoegd is een pakje dat voor u is bestemd.

Omdat ik onverwachts op reis moet naar Marokko kan ik niet komen.

Doe de kinderen en Mado Remei de groeten.

Zeg ze dat ik m'n best zal doen om met Kerstmis te komen.

Marokko?

M'n oom geeft vast niet veel om Flora en mij.

Dat moet je niet denken.

Je oom heeft belangrijke dingen aan z'n hoofd.

Die zijn belangrijker dan wij.

Nee, Miles.

Ik begrijp het wel.

Maar het is vervelend als de mensen geen tijd voor je hebben.

Ik wel.

Ik voel me net de heer des huizes nu we hier zo samen zitten.

En ik de vrouw des huizes.

Wil je een kop thee?

Graag. Maar ik denk dat de thee al koud is.

Ik ga wel nieuwe zetten.

Wat is er gebeurd? Wat is er aan de hand?

- U bent lijkbleek. - Ik zag een vreemde man.

Hij staarde door het raam alsof hij iemand zocht.

- Hoe zag hij eruit? - Hij was lang, met lang, donker haar...

en kille, gemene ogen.

Ik heb hem eerder gezien. Er is een foto van hem in de studeerkamer.

- Onmogelijk. - Kent u hem?

- Fosc. - Wie is dat?

Hij was de bediende van meneer als die er was...

en de huisbewaarder als hij er niet was.

Ja, hij was het. Ik zag hem laatst in de tuin lopen.

Dat kan niet. Fosc is dood.

- Dood? - Ja, hij is dood.

- Is dat een foto? Mag ik hem zien? - Je hoort te slapen.

- Wie is dat? - M'n vader.

- Waar is hij nu? - Hij is dood.

Je moet niet verdrietig zijn.

Volgens Miles zijn ze pas echt dood als je ze vergeet.

Zo, dan krijg je geen enge dromen.

Wat gebeurt er met je als je dood bent?

Dat weet je best.

Als ik me goed gedraag, kom ik in de hemel.

Als ik slecht ben, moet ik eeuwig branden in de hel.

Maar stel dat God me weer opwekt en op aarde laat rondlopen?

Dat gebeurt toch met sommige mensen?

Hoe bedoel je?

Lazarus. Waarom wekte God hem op en nam hij hem niet in de hemel op?

- Hij was toch een goed mens. - Was Lazarus een geest?

- Geesten bestaan niet. - Wel waar.

- Hoe kom je daarbij? - Omdat...

Dat staat in de bijbel. Vader, Zoon en Heilige Geest.

- Daar betekent 'geest' eerder 'ziel'. - Waarom staat dat er dan niet?

Omdat sommige woorden meer dan ๏ฟฝ๏ฟฝn betekenis hebben.

Geest:

1. De niet-stoffelijke ziel.

2. Het voorstellingsvermogen.

3. De ziel van een gestorvene...

die zich voordoet als spookachtige verschijning.

Als spoken niet bestaan, waarom noemt het woordenboek ze dan?

Ik heb het me niet ingebeeld.

De man voor het raam. Ik zie hem nog voor me.

- U moet zichzelf niet zo kwellen. - Wat voor man was Fosc?

Hij was gevoelloos. Hij was gewelddadig en slecht.

Ik was niet de enige die een hekel aan hem had.

De dienstmeiden, de koetsier en zelfs de dorpelingen.

De kinderen hebben het nooit over hem gehad.

Dat moet u ook niet doen. Miles trof hem dood aan.

Onder aan de tuintrap met een gebroken nek.

Hij was vast dronken en is gevallen.

De arme Miles was buiten zichzelf. Hij aanbad die man.

Miles? Die man?

Wat wil je? Een eenzame jongen met een oom die zo ver weg is.

Fosc maakte er misbruik van.

Het was vreselijk om de jongen hem zo slaafs te zien volgen.

Had u er niet wat van kunnen zeggen?

Bent u nog nooit bang geweest? Fosc was een sterke man.

Hoe zit het met Miss Jessel? Zij had de kinderen onder haar hoede.

- Kon zij er geen eind aan maken? - Zij was geen haar beter.

- Wat bedoelt u daarmee? - Fosc zocht haar 's nachts op.

In de kamer ernaast lagen de twee kinderen.

In de kamer ernaast.

Soms moest ik haar 's ochtends verzorgen. Hij mishandelde haar.

Hij zal niemand meer kwaad doen. God moge het me vergeven...

maar ik ben blij dat hij dood is.

- Je hebt haar doodgemaakt. - Het was een ongeluk.

Blijf van haar af. Je mag je zus niet slaan.

- Ze liegt. - Verontschuldig je.

- Dat doe ik niet. - Ga naar je kamer.

Misschien wil je gewoon dat ik slecht ben.

Flora, blijf staan.

- Ze is er niet meer. - Wie?

- Ophelia. - Heb je haar niet gezien?

- Die vrouw. - Welke vrouw?

Lieve hemel, wat doet u hier in het donker?

- Ik heb de andere gezien. - De andere?

Een vrouw in het zwart die naar Flora keek.

- Miss Jessel. - Dat is onmogelijk.

Ik zag haar op klaarlichte dag. Ze lokte Flora het water in.

- Heeft Flora haar ook gezien? - Ja, maar ze zei van niet.

Waarom zou ze tegen u liegen?

Omdat ze veel geheimen heeft over haar vorige gouvernante.

Geheimen?

U zei dat de kinderen een nauwe band hadden met Fosc en die vrouw.

Wat voor soort invloed oefenden ze op hen uit?

Het zijn goede kinderen.

Ik moet weten wat er hier is gebeurd.

- Wat hebben de kinderen gezien? - Dat weet ik niet.

Ze zonderden zich af en fluisterden altijd samen.

Ooit zag ik ze met hun vieren die kamer in gaan.

Ze bleven er urenlang.

En het was geen pianospel wat ik hoorde.

En?

Daarna hield Miss Jessel het meisje bij zich...

terwijl de jongen met Fosc naar de toren ging.

En dat liet u toe?

Het ging niet lang door. Fosc stierf kort daarop.

Hoe liep het met de gouvernante af?

Toen hij er niet meer was, begon ze weg te kwijnen.

Je zou verwachten dat ze blij was om van hem af te zijn.

Maar ze werd verteerd door verdriet.

Ze at en sliep niet meer.

Toen ze koorts kreeg, wilde niemand haar helpen.

De mensen op dit eiland mijden zieke mensen.

Vooral die van haar type.

Ze zijn hier nog steeds. Allebei.

De doden zijn dood.

Ze kunnen geen kwaad meer doen.

Kom maar binnen.

- Ga je mee buiten spelen? - Ik had toch straf?

Je straf heeft lang genoeg geduurd.

Het spijt me dat ik me niet heb verontschuldigd.

Soms doe ik dingen die ik helemaal niet wil doen.

Het is een mooie dag. Waarom ga je niet met je zus spelen?

- Er is thee. - We komen er aan.

Miles trof hem dood aan.

Onder aan de tuintrap met een gebroken nek.

Herinner je je vorige gouvernante nog?

- Hoe was ze? - Ze was mooi.

Ze had mooie blauwe ogen en een leuke glimlach.

Ze hield van muziek. Ze vertelde verhaaltjes.

- Wat voor verhaaltjes? - Over Florabella.

Een meisje dat heel erg leed.

Toen nam een prins haar mee naar het land met de roze hemel.

Wanneer heb je Miss Jessel voor het laatst gezien?

- Waar was dat? - Op m'n geheime plek. Ze huilde.

Ze beloofde dat ze me nooit in de steek zou laten en me altijd zou beschermen.

- Mado Remei vond haar niet aardig. - Waarom denk je dat?

Ik denk dat ze een beetje jaloers op haar was.

Beloof je dat je nooit weggaat?

Dat beloof ik.

Nooit.

Stouterd.

- Je zou me nooit verlaten. - Waarom lig je niet in je bed?

Er is iemand buiten. Ik denk dat het Miles is.

Waarom zeg je niks?

Wat moet ik ervan zeggen?

Ik dacht dat je m'n grap leuk zou vinden. Hij was kennelijk niet leuk.

Nee, ik weet niet wat je bezielde.

- Ik weet niet of je het zou begrijpen. - Ik probeer het.

Ik wilde laten zien dat ik gemeen kan zijn als je dat wilde.

Waarom zou ik dat willen?

Ik dacht dat ik je verveelde en dat je wilde dat ik me volwassen gedroeg...

en iets gemeens deed. Het was maar een spelletje.

Zelfs Flora dacht dat het leuk zou zijn.

Ik wilde je niet aan het schrikken maken.

Ben je nog boos op me?

Nee, maar je verzwijgt dingen voor me.

- Waarom je al die dingen doet. - Dat heb ik je verteld.

Niet alles. En ik maak me grote zorgen.

Dat moet je niet doen. Mag ik iets zeggen?

Ik vind het mooi als je haar zo loshangt.

Je bent veel te mooi om een gouvernante te zijn.

Soms vraag ik me af wat je denkt als je naar me kijkt.

Ga slapen, Miles.

Kijk ze eens. Wat zien ze er lief uit.

Ik vraag me af waar ze het over hebben.

- Gewoon kinderpraat. - Dat zal wel.

U wilt geen kwaad van deze kinderen horen.

U moest eens weten wat ze me hebben aangedaan. Het was gemeen.

Die charme en die overdreven liefheid.

Het is een spelletje om ons te misleiden.

In welk opzicht misleiden ze ons?

Wat betreft Fosc en Miss Jessel, en hun spelletjes.

Hoe meer ik te weten kom over deze kinderen...

hoe meer ik denk dat ik niet geschikt voor ze ben.

Misschien moet u meneer inlichten.

Wat moet ik zeggen? Dat er kwade geesten rondwaren in dit huis?

Ik weet niet meer wat ik ervan moet denken.

Lieve God, help me een weg te vinden om deze kinderen te beschermen.

Het is duidelijk dat jullie niet kunnen doorgaan met deze bedriegerij.

We weten allemaal dat jullie je bewust zijn van hun aanwezigheid.

Ik wil dat jullie ophouden met die huichelarij.

Jullie geheimen zijn veilig bij me, dat weet je.

Wat voeren jullie uit als jullie samen met hen zijn?

Wat zeggen ze tegen jullie?

Wat zeggen ze tegen jullie?

Wat doen jullie in godsnaam?

- We verkleden ons. Doe je mee? - Weg hier.

- Je doet me pijn. - Laat haar los.

- Waarom bederf je altijd alles? - We speelden.

- Dit is geen spel. - Je bent bang.

Bang om aangeraakt te worden.

Kom maar mee. Het is tijd om te gaan biechten.

- Ik zie het nut er niet van in. - Het zal je goed doen.

Waarom ga jij niet? Dan blijf ik hier.

- Het spijt me dat ik je geslagen heb. - Ik heb er genoeg van.

Snap je niet dat we je hier niet willen? Niemand wil je hier.

- Wat bedoel je daarmee? - Wat dacht je?

Ik schrijf m'n oom dat je er helemaal niks van kunt.

Ik probeer je alleen te helpen. Luister nou naar me.

Ik heb je hulp niet nodig. Alles ging goed totdat jij kwam.

Jullie komen nog te laat voor de mis.

Je hoort hier niet thuis.

Laten we gaan.

Ze gaat niet mee.

Maak dat je wegkomt, ellendeling. Hoor je me?

Maak dat je wegkomt. Ze zijn van mij.

Ze zijn helemaal van mij. Ze hebben alleen met mij te maken.

Wat is er met u gebeurd? Waarom ging u niet met ons mee?

Ze heeft zich hier opgehangen, h๏ฟฝ? En u hebt niks gezegd.

Het ging u niets aan.

U hebt veel te lang toegelaten dat hier akelige dingen gebeuren.

Ik begrijp nu dat ik belast ben met een unieke en moeilijke taak.

De kinderen zijn bezeten van een kwaadaardige geest.

Het is onze plicht ze te beschermen.

We mogen ze geen moment uit het oog verliezen. Begrijpt u?

- Nee. - Doe wat ik zeg.

Je bent zo gespannen. Je bent toch niet ziek?

Ik ben alleen moe. Ik slaap de laatste tijd slecht.

- Dat weet ik. - O ja?

Volgens Flora woel je en praat je in je slaap.

Maar je moet Flora niet altijd geloven. Ze verzint dingen.

Ik ben niet graag boos op je.

Ik wil dat we samen gelukkig zijn.

Waarom zei je dan van die akelige dingen tegen me?

Omdat je me verstikte.

- U zou op haar letten. - Ze was ineens weg.

Ik weet waar ze is. Kom mee.

Ziet u wel? Daar is ze.

Flora, wat doe je hier?

Hier begraaf ik m'n geheimen.

- Geen geheimen meer. Waar is ze? - Wie?

Zeg eens, waar is Miss Jessel?

Zie je wel? Daar is ze. Op het water.

Ik zie niks.

Kijk dan toch, in godsnaam.

- Zie je haar dan niet? - Laat me los. Ik zie niks.

- Er is niemand. - Hoe durf je. Ze is vlak voor je.

Kijk maar. Ze heeft je hierheen gelokt. Je liegt tegen me.

Haal haar weg. Ze gemeen. Wreed en gemeen.

Smerige slet, ik wil je nooit meer zien. Ga weg.

Ik haat je.

M'n oom moet iets doen. Je moet hem schrijven.

Denk je echt dat hij komt helpen? Heeft hij dat ooit eerder gedaan?

Je moet je geen zorgen maken. Je moet uitrusten.

Ik ben er. Ik zorg wel voor je.

- Gaat het al beter met haar? - Slechter. Ze heeft koorts.

- Is ze nog boos op me? - Ze wil u nooit meer zien.

Ik heb nooit eerder zulke obsceniteiten uit een kindermond gehoord. Tegen u.

Gelooft u nog steeds dat er niemand was?

Ik heb niemand gezien. Alleen u, die tegen haar schreeuwde.

U duwde naar haar het water toe.

Ze was een vrolijk kind tot u haar met die dingen confronteerde.

Wat voor dingen? Zeg het dan.

Die akelige herinnering.

Het was harteloos tegenover het kind om zo uw gelijk te bewijzen.

Als er hier kwaad in huis is, is het Flora niet.

Ik wil haar alleen maar helpen. Ik moet haar zien.

Dat laat haar toestand niet toe.

Ze moet onder ogen zien wat er met haar gebeurt.

U mag niet naar haar toe.

De heer des huizes heeft ze onder mijn hoede geplaatst.

Ik ben de gouvernante.

Geef die sleutels.

U moet meteen met Flora naar de dokter.

En Miles dan?

Miles blijft bij mij. Gisteravond vroeg hij me om hulp.

- En die zal ik hem geven. - Ik laat hem niet in de steek.

U neemt Flora mee, anders wordt u ontslagen.

Meneer zal hiervan horen.

Zeg Flora dat ik op haar wacht.

Onze Vader die in de hemelen zijt, geheiligd zij Uw naam...

Uw rijk kome, Uw wil geschiede op aarde als in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden...

gelijk ook wij aan anderen hun schuld vergeven.

En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade.

Lieve Miles, ik verwacht je om 8 uur in de eetzaal

Ik heb je uitnodiging ontvangen. Je ziet er prachtig uit.

Mado Remei en m'n zus waren ineens weg. Ik kon geen afscheid nemen.

- Is m'n zus erg ziek? - Dat wordt ze wel als ze hier blijft.

Ze komt er wel bovenop.

We hebben het hele huis voor onszelf.

Ik voel me echt volwassen.

Ja, nu kunnen we als volwassenen met elkaar praten.

Waar denk je aan?

Ik vraag me af hoe het zou zijn als wij hier de enigen waren.

De anderen zijn er ook nog.

- Hoe bedoel je? - Is er iets wat je dwarszit?

Nee, maar ik denk dat jij ergens mee zit.

Je bent altijd zo gespannen.

Ik weet hoezeer je geleden hebt.

Ik weet hoe het voelt.

En hoe pijnlijk het is.

Wat je ook gedaan hebt, ik weet dat het niet jouw schuld is.

Als je me zou vertrouwen, kon ik je helpen.

Als je jezelf toestaat om over ze praten...

dan kunnen ze je geen kwaad meer doen...

en verdwijnen ze.

Waarom val je me zo lastig? Ik heb niets gedaan.

- Waarom ben je van school gestuurd? - Ze vonden me niet aardig.

- Wat heb je dan gedaan? - Niets, het waren maar spelletjes.

- Wat dan? - Weet ik niet meer.

Dat weet je best. Wie heeft je die nare dingen geleerd?

- Weet ik niet meer. - Zal ik het zeggen?

Zal ik zeggen wie al die akelige dingen met je heeft gedaan?

Zeg z'n naam.

Mij hou je niet voor de gek. Ik weet hoe je naar me kijkt en me altijd volgt.

Je laat me nooit met rust. Ik weet waarom je Flora zo bang heb gemaakt.

Je bent bang dat je net zoals die ander wordt...

een smerige slet en een vieze hoer.

Het is daar gevaarlijk.

Blijf hier. Ga daar niet heen.

Doe me alsjeblieft geen pijn.

Ik doe je echt geen pijn.

Ik hou vreselijk veel van je.

Het spijt me.

Stil maar, lieverd.

Jij kunt er niks aan doen. Het waren jouw woorden niet.

Ze waren van hem.

Hij is hier.

Ik weet dat je hem kunt zien.

Als je z'n naam zegt, verdwijnt hij weer.

Als je z'n naam zegt, kan hij je geen kwaad meer doen.

Hij is dood.

Nee, hij komt voor jou.

Zeg z'n naam.

- Hij is dood. - Hij komt voor jou. Zeg z'n naam.

Hij is dood.

Zeg z'n naam.

Hij is verdwenen.

Hij is weg, Miles.

Ik ben bij je.

Ik ben bij je, schat.

Word wakker.

Blijf bij me.

Ik blijf altijd bij je.

We blijven altijd samen.

Ik blijf altijd bij je.

Er was eens een meisje dat heel erg leed.

Toen nam een jonge prins haar mee naar het land met de roze hemel.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.