Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Gebaseerd op een waargebeurd verhaal
Vooruit, uitstappen.
Doorlopen.
Schiet op, sneller. Sneller.
Schiet op.
Vooruit, weg hier.
Doorlopen.
Hé, jij.
Doorlopen. - Laat maar. We gaan.
Hij is toch dood.
In de buurt van Saydnaya, Syrië Maart 2014
GHOST TRAIL
Straatsburg Twee jaar later
Dit is die man.
Hij is op veel bouwputten geweest. Laat je foto zien.
Ken ik niet.
Hé, Syriër.
Hier, voor vandaag.
Het ziekenhuis in Aleppo staat nog in brand.
Al vijf dagen woeden er hevige gevechten...
in de Salheen-wijk.
Assads troepen proberen de rebellen naar het noorden van de stad te verdrijven.
Getuigen melden meer chemische aanvallen met vooral witte fosfor.
De geur van jasmijn van Damascus Nizar Qabbani
Dat is mijn neef.
Misschien noemde hij zichzelf Sami Hanna.
Er zijn hier alleen families.
Hallo. Alles goed met je? - Ja, hoor.
Wat is dat op je gezicht?
Het is niets. Ik heb mijn hoofd gestoten.
Zorg goed voor jezelf.
Hoe gaat het met je?
Goed.
Alles is nog hetzelfde in het kamp.
Het is nog steeds een chaos.
We zitten al twee dagen zonder water. - Alweer?
Ik zal kijken of ik iets kan doen.
Wat kun jij doen?
Zo gaat het in heel Beiroet.
Maar ik kan nog steeds met je praten.
Hoe was jouw week?
Geweldig.
Het is hier goed geregeld.
Duitsland is gastvrij voor Syriërs.
In ieder geval in Berlijn.
We hebben elke dag Duitse les.
Ga je af en toe nog uit? - Soms.
Leugenaar.
Je weet dat Lina hetzelfde zou zeggen, mijn zoon.
Je moet mensen ontmoeten.
Ik hoor dat er veel Syriërs in Duitsland zijn.
Zijn er Syriërs hier? - Achter op de binnenplaats.
Hallo.
Hallo.
Ik zoek een jeugdvriend, een Syriër.
Ik denk dat hij in Straatsburg is.
We hebben niks van hem gehoord.
Zijn familie maakt zich zorgen. - We willen geen problemen.
Waarom ben je hier?
Ik ga naar alle aanmeldcentra.
Je weet maar nooit.
Hij heet Sami Hanna.
Maar hij wordt ook Nedim of Mohammed genoemd.
Dit is hem.
Nooit gezien.
Kom, Yara.
Waar ik vandaan kom, vertrouwen we mensen die vragen stellen niet.
Of mannen met meerdere voornamen. - Waar ik vandaan kom, ook niet.
Ik ken je niet. Waar kom je vandaan? - Aleppo.
Hoe heet je?
Amir. - Je ziet er niet uit als een Amir.
Waarom doe je al die moeite om hem te vinden?
Kun je zeggen of je hem gezien hebt?
Wat deed je in Aleppo?
Waarom vraag je dat?
Heb je iets te verbergen?
Ik was professor.
Ik gaf literatuur aan de universiteit van Aleppo.
Ik vertrouw niemand meer.
Zelfs hier zijn er mannen die voor het regime werken.
Informanten.
Professor?
Ben je echt hoogleraar?
Ja.
'We hebben een land We lieten onze vrienden daar
Zich verzamelend in verdriet
Denkend aan sneeuw
Om de toppen van hun eenzaamheid te witten
Wat te doen onder een vreemde hemel
Behalve luisteren naar vergeetachtigheid
Onze jaren klossend als kant
Lijdend onder spijt in de open lucht
Er was een Sami Hanna in het centrum.
Maanden geleden.
Weet je het zeker?
Hij deelde een kamer met een vriend van mij.
Hij bleef niet lang.
Maar het is een veel voorkomende naam, dus...
Weet je waar hij is heengegaan? - Nee.
Kun je het aan je vriend vragen?
Hij is er niet. Ik zal het hem vanavond vragen.
Kan ik morgen terugkomen?
Ik moet morgen werken. - Waar?
In de Turkse wijk, Hautepierre. Ken je die?
Ik woon daar in de buurt.
Hamid Kayat.
U bent Syriër, geboren in Aleppo.
U kreeg de vluchtelingenstatus in Duitsland, maar hebt uw papieren niet opgehaald.
Nee.
Dan moet u zich opnieuw laten legaliseren in Duitsland...
wat een paar maanden duurt. Daarna kunt u hier terugkomen.
Maar ik wil in Frankrijk wonen. - Dat snap ik, maar we kunnen niets doen.
De Duitsers moeten u legaliseren.
Ik moet nu in Frankrijk zijn.
Hebt u familie in Straatsburg? Werk?
Help me. Ik moet hier blijven.
Waarom?
Het is belangrijk, anders vroeg ik het niet.
Hij heeft het niet goed begrepen.
Kom je echt uit Aleppo? - Ja.
Welke wijk? - Salheen.
Zeg dat je een psycholoog nodig hebt.
Wat is er met je gebeurd in Syrië?
Saydnaya gevangenis.
Iedereen zegt dat om papieren te krijgen.
Hij kan zich laten onderzoeken door een van onze psychologen, maar ik beloof niets.
U bent hoogleraar.
We hebben integratieprogramma's op universiteiten.
Dat kunnen we proberen.
Het is niet mijn droombaan, maar ik volg ook een opleiding.
Als thuishulp.
Heb je werk gevonden?
Ik ben op zoek.
Hoelang ben je hier al?
Een maand.
Ik was gisteren bot tegen je.
Zelfs hier moeten we achterdochtig zijn.
Ik heb zoveel verhalen gehoord.
Je weet nooit wie aan welke kant staat.
Bedankt.
Mijn vriend zegt dat hij een Syriër kende die Sami Hanna heette.
Ze hebben geen contact meer.
Hij weet alleen dat hij scheikunde wilde studeren.
Bedankt.
Kom eens langs. Doordeweeks ben ik vroeg klaar.
Waarom?
Waarom ik vroeg klaar ben?
Nee... - Waarom ik je vroeg langs te komen?
Bedankt voor de thee.
Daysam Jalal.
Houri.
Muhamadi Abad.
Abou Ali.
Abou Ali.
Mag ik een paar ghraybe en thee?
Ik hoorde van een man die het zou kunnen zijn.
Hij huurde een woning onder de naam Sami Hanna.
Heb je hem gezien? - Nee, maar ik heb het adres.
In een arbeiderswijk van Hamburg.
En jij, München?
Ik heb van alles geprobeerd. De Syrische gemeenschap gesproken.
Alle vluchtelingenkampen en moskeeën bezocht.
Geen spoor van hem onder de namen die we kennen.
Mag ik iets zeggen?
Ga je gang.
Er studeert hier een Syriër aan de universiteit.
Iets zegt me dat hij het is.
Waarom zit je nog in Frankrijk?
We hebben je nodig in Duitsland.
In Frankrijk zijn er minder Syriërs.
Je kunt er onder de radar blijven.
Hij weet niet dat we hem zoeken, of dat we überhaupt bestaan.
Dus dat hoeft niet.
Ik herken zijn stem. - Dat zei je in Stuttgart ook.
Dit is anders. - Je zei dat je 100% zeker was.
Het is niet alleen zijn stem.
We kunnen niet op jouw intuïtie afgaan.
Je hebt hem ook nog nooit gezien.
En dat je in Straatsburg zit, helpt ook niet.
De Duitse is te lang onderweg naar jouw park.
Lijkt hij tenminste op de foto?
De foto is wazig, dat weet je.
Dus wat heb je?
Ik voel het gewoon.
Het is zijn stem, echt.
Je kletst.
Zo jaag je niet op een oorlogsmisdadiger.
Einde bespreking.
We wachten op nieuws uit Hamburg.
Mohamed.
Ahmed.
Nedim.
Sami Hanna.
Sami Hanna.
Studentenkaart Scheikunde faculteit
Naam: Al Rammah Voornaam: Hassan
Lieve peettante, ik kon vandaag niet naar onze afspraak komen.
Ik ben met mijn nieuwe vriend.
Hij vertelde dat hij Hassan Al Rammah heet.
Hassan Al Rammah.
R-A-M-M-A-H.
Bel me.
Het is dringend.
En...
heb je ze kunnen zien?
Nee. Ik heb hun lichamen nooit gezien.
Wil je erover praten?
Ik heb alles al verteld.
Ze zijn omgekomen bij het bombardement.
Waren er nog andere mensen bij?
Nee, alleen mijn vrouw en dochter.
Dat is Maya en... - Lina.
Maya is mijn dochter. Lina is mijn vrouw.
Had je iemand om mee te praten? - Nee.
Alleen mijn moeder.
Het is moeilijk om te rouwen als er geen lichaam is.
Bovendien zat je in de gevangenis toen je het hoorde.
Soms kan een symbolische begrafenis...
met een of ander materiaal of voorwerp waar een band mee is...
helpen het te accepteren.
Als je wilt, kunnen we... - Ik heb gewoon tijd nodig.
Kun je vrijdag niet?
Wanneer kun je wel?
Wanneer kun je wel?
Ik wil je gewoon zien.
Ik denk de hele tijd aan je, aan je gezicht, je lippen...
Wanneer kun je wel?
Ik wil je gewoon zien.
Ik denk de hele tijd aan je, aan je gezicht, je lippen...
Mijn lieve petekind...
Hassan Al Rammah staat in de dossiers als een vijand van het regime.
Hij is chemisch ingenieur en is opgepakt.
Twee jaar geleden wist hij uit Syrië weg te komen.
Helaas is hij niet onze vriend.
Wanneer kun je wel?
Ik wil je gewoon zien.
Ik denk de hele tijd aan je, aan je gezicht, je lippen...
Is er een probleem?
Ik wil de getuigenverklaringen. - Waarom?
Ik moet ze horen.
Als jij het zegt. Ik ben morgen in Straatsburg.
Jij zit in een ander land en hebt dingen te vertellen.
Wat heb je voor nieuws?
Ik ben nu vooral aan het wachten.
Het kost tijd.
Wat heb je vandaag gedaan? - Niets bijzonders.
Hamid...
je bent het enige wat ik heb.
Ik ben naar de universiteit geweest.
Er is een grote in Berlijn.
Ik kan mijn master daar doen.
Dan kan ik gaan lesgeven. - Echt waar?
Ja, ze hebben programma's om ballingen te helpen.
Daarna heb ik gegeten bij een Libanees.
De eigenaar begint me te herkennen.
Hij maakt ghraybe.
Je zult het niet geloven, maar ik loop weer hard.
Er is een park in de stad.
Ik ben blij dat te horen.
En zie je mensen?
Een beetje.
Vertel.
Er is een Syrisch meisje...
met wie ik vaak praat.
Hoe heet ze? - Yara.
Yara. Wat doet ze daar?
Thuis heeft ze geneeskunde gestudeerd. Ze gaat weer werken.
Zie je haar vaak? - Af en toe.
Nou, stuur me een foto van haar. - Nee.
Waarom niet?
Ik kan niet zomaar een foto maken.
Ze is Syrisch, toch? Ze zal het begrijpen.
Er zijn meer dan 50 verklaringen.
Het zal moeilijk worden.
Wat?
Ik kon er niet naar luisteren.
Geloof jij me wel?
Eerst trokken ze een zak over mijn hoofd.
Ik zat daar zeven maanden...
maar ik heb hem nooit gezien.
Veel later begreep ik dat het Harfaz was.
Ze brachten me naar hem.
Eén keer per week.
Ik zat vastgebonden op een stoel...
mijn handen achter mijn rug gebonden...
en ik wachtte.
Hij deed er uren over om te komen.
Soms schreeuwde ik...
dat hij moest komen om het af te maken.
Dan ging de deur achter me open.
Hij liep langzaam.
Twaalf afgemeten stappen...
om bij mij te komen.
Eén...
twee...
drie...
vier...
Hij stonk naar zweet...
maar hij was de enige die eau de cologne op had.
Eerst sloeg hij me op mijn hoofd en dan...
schopte hij tegen de stoel zodat ik eraf viel.
Hij goot een fles water over me leeg...
of...
hij piste me onder.
Dan haalde hij de elektrische kabel.
Hij deed acht stappen naar de kast...
en kwam dan terug.
Ik...
Ik hoorde de kabel over de vloer slepen.
En ik wist...
dat het zou beginnen.
Soms legde hij de kabel bij het water...
en duwde die beetje bij beetje door.
Andere keren sloeg hij me met de kabel.
Dan voelde ik schokken door mijn hele lichaam.
Door het water was het ondragelijk.
Ik voelde het overal tegelijk branden.
En...
ik schreeuwde het uit.
Ondertussen praatte hij tegen me...
Hij praatte tegen me terwijl hij...
Hallo. - Hallo.
Ik wilde u bedanken voor de referenties.
Ze hebben me veel tijd bespaard. - Boekt u goede vooruitgang?
Absoluut. Eind april ben ik klaar zoals gepland.
Ah, bravo. En u kunt hier goed werken?
Nou, dit is mijn tweede huis.
Herkenbaar, voor mij gold hetzelfde...
alleen zat ik achterin, minder in het licht.
We hebben al een tijd niets van je gehoord.
Gaat alles wel goed?
Jawel.
Vertel. - Wat dan?
Over wat je hebt beluisterd.
Dat mag toch niet over de telefoon?
Denk je nu echt dat ze ons afluisteren?
Vertel dan eens waarom je bij de groep bent gegaan.
Ik heb ook iemand verloren.
In Syrië?
Ik werkte er voor een ngo.
Ze boeken vooruitgang in Duitsland.
Hij is niet in Hamburg. Hij is hier.
Brandblaren.
Overal blaren. Kijk naar mijn huid.
Het zuur brandt.
Help me.
Het brandt.
Het brandt nog steeds.
's Nachts, wanneer alles stil is...
hoor ik hem ademen.
Ik hoor zijn stappen.
Eén...
twee...
drie...
vier...
vijf, zes...
zeven stappen. Hij is er.
Kun je details noemen om Harfaz te identificeren?
Niet lang na mijn komst in Saydnaya vertrok hij.
Dat was na twee maanden, misschien drie.
Hij zal even lang zijn als ik.
Ongeveer 1m80 of 1m82.
Ik kon zijn adem ruiken als hij voor me stond.
Ik heb nieuws over het integratieprogramma.
Je staat ingeschreven als gasthoogleraar voor een masterprogramma Arabische literatuur.
De Universiteit van Nancy heeft interesse. Ze zoeken iemand met jouw profiel.
Als ze je aannemen, moet je verhuizen...
Neem me niet kwalijk. Ja, hallo?
Dit wilde je toch?
Ik wil gewoon met rust worden gelaten.
Iedereen zou daar willen werken.
Kijk naar mij.
Denk je echt dat ik dichtvormen kan onderwijzen?
Hij is de duivel.
Ik weet niet waar hij anders op moet lijken.
Het is alsof ik hem overal zie.
Hij wilde dat alle gedetineerden een zak over hun hoofd droegen.
Om hun gezichten niet te zien.
Hij heeft nooit een gezicht gezien.
Hij zei dat het hem speet dat hij me moest slaan.
Dat hij het niet leuk vond...
en er alleen was voor de chemische experimenten.
Harfaz.
Hij sloeg en sloeg.
De slagen kwamen altijd van dezelfde kant.
Hij heeft mijn kaak gebroken.
Mijn broer vertelde me wat hij zag.
Verbrande lichamen...
met gaten erin en gesmolten huid.
Op de borst. Op de benen.
Op de gezichten...
Dat heeft Harfaz gedaan.
Hij testte elk mogelijk zuur en dodelijke gassen.
Ik volg hem nu twee maanden. Hij noemt zich Sami Hanna.
Wat denk je?
Hij praat met niemand en komt nooit uit zijn buurt.
Hij gedraagt zich vreemd.
Volgens mij is hij het.
Neem de tijd om hem te observeren. We hebben er eerder naast gezeten.
Maar ik ben ook optimistisch.
We moeten praten over de situatie.
Er is te veel veranderd sinds we daar weg zijn.
Poetin heeft de wereld gedwongen niet in Syrië in te grijpen.
Eén vraag:
Kunnen we de internationale rechtspraak nu nog vertrouwen?
Wil je het nu na twee jaar zoeken opgeven?
Wat als er nooit een rechtszaak komt, of dat hij wordt uitgeleverd aan Rusland?
We zijn de groep begonnen zodat hij en de anderen die Syrië zijn ontvlucht...
kunnen worden opgepakt en berecht.
Als je wilt opgeven... - Ik wil niet opgeven.
Maar de situatie is veranderd.
Wat stel je voor?
Je weet hoe ik erin sta.
Wij moeten wat doen.
Hij is hier in Straatsburg. - Daar gaan we weer...
Ik weet dat hij het is.
Je wilt dat hij het is. Het is ijdele hoop.
Je hoort zijn stem overal.
Ik heb hem geroken.
Het is zijn geur.
Je weet dat dat niet genoeg is.
Je had niet alleen moeten gaan. - Hij is het.
Een jaar lang, in Saydnaya, brachten ze me elke week naar hem.
Dat weten we. - Ik hoorde hem ademen.
Ik ken zijn stappen, zijn geur.
Ik was geblinddoekt, maar ik ken hem als geen ander.
Daarom hebben we je ook gevraagd je aan te sluiten.
Maar hij zit in Duitsland.
We werken methodisch. We zijn met z'n zevenen in zeven steden.
We moeten uitgaan van bewijzen.
Hij is anders. Ik ken hem. Hij gedraagt zich niet als de anderen.
Het is Harfaz. - Stop, geen namen.
Laat je niet meeslepen zoals in Stuttgart.
Straks merken ze je nog op.
We weten nooit wie bij wie hoort, wie wie kent...
Je brengt ons allemaal in gevaar.
Ik ben discreet en hou me aan de regels.
We zijn bang dat je instort. Het kan ons allemaal overkomen.
Neem even pauze.
Vind je het leuk?
Hallo?
Hamid? Is er iets met je gebeurd?
O, mama...
Sorry. Het is onze dag.
Schat, is er iets gebeurd? Ik maakte me zorgen.
Er is niets aan de hand. Alles is in orde.
Heb je problemen? Hoe kon je het vergeten?
Er is geen probleem.
Het is alleen... - Er is te veel lawaai.
Wat spook je uit?
Ik ben met een vriendin.
Yara? - Ja.
Wat doen jullie? - Een wandeling maken.
Op de kerstmarkt.
Dus ik heb me voor niets zorgen gemaakt.
Waarschuw me de volgende keer.
Oké, mama. - Telefoneren is duur.
Ik bel je morgen. - Tot ziens, zoon.
Goedenacht.
Wat is er?
Ik trek het niet meer.
Wat heb je gedaan?
Als ik mijn ogen sluit...
zie ik hoe ik hem voor de tram duw.
Is hij het?
Ik weet het niet meer.
Ik kan hier niet blijven.
Je kunt er nu niet mee stoppen.
Het is niet het goede moment.
We praten er morgen verder over.
Zeg me je naam.
Je echte naam. - We geven onze namen niet.
Dat is de regel.
Alsjeblieft. Ik heb iets nodig wat echt is.
Ga naar huis. - Alsjeblieft.
Het gaat niet goed...
Nina.
Wie heb je daar verloren, Nina?
Ga naar bed. Morgen zien we elkaar.
Morgen is de verjaardag van mijn dochter.
Zodra ik loop, voel ik de pijn.
Het is mijn heup.
Daarom ga ik niet meer naar buiten...
Mama...
Zal ik ook in Beiroet komen wonen?
Wat klets je nu?
Dan kan ik voor je zorgen.
Ik voel me hier ver weg van alles. - Zeg dat niet.
Zelfs als mijn benen waren geamputeerd, zou ik je verbieden om terug te komen.
Het belangrijkste voor mij is weten dat je op de juiste plaats bent.
Lieverd...
er is hier niets voor jou.
Je bent in Duitsland om een toekomst op te bouwen.
Om een nieuw leven op te bouwen.
Voor jezelf.
En voor mij.
Voor Maya.
Voor Lina.
Het is niet die man in Hamburg.
De Sami Hanna in Hamburg woont daar al drie jaar.
We hebben ons vergist.
Je moet doorgaan.
Alsjeblieft.
Misschien vergis ik me en is het hem niet.
Ik had een zoontje.
Nael.
Ik moet u terugbellen.
Dat doen we meestal niet. Ik moet de data controleren.
Als het goed is, heb ik uw nummer.
Ik bel u terug.
Je laat je weken niet zien en duikt dan op alsof er niets is gebeurd.
Ik wilde je alleen iets vragen.
Je bent de enige met wie ik kan praten.
Ik wil naar de kerstmarkt.
Ga met me mee.
Wat wilde je vragen?
Ken je Syriërs in het Bekaa-kamp?
Ik wil mijn moeder medicijnen sturen.
Is ze ziek?
Haar heup.
Ze heeft pijnstillers nodig.
Ik ken een Syrische muzikant.
Hij heeft jaren in Beiroet gewoond.
Volgens mij zat hij in Bekaa.
Hij komt naar het feest op de Dag van de Revolutie.
Kom mee als je hem wilt ontmoeten.
Goedenavond. - Alles goed?
Ja, met jou ook? - Ja.
Heb je al honing uit de Elzas geproefd? - Nee.
Ik heb vier soorten. De specialiteit is kersthoning.
Het is een gemengde bloemenhoning met kaneel, anijs en gember.
Proef maar. Daar liggen theelepeltjes.
Probeer maar, het is heerlijk. - Nee, dank je.
Het is citroenhoning.
Toe. - Nee.
Toe, proef nu. Hij is heerlijk.
Heerlijk.
Had ik je maar in een ander leven ontmoet.
In een ander leven?
Als de wereld anders had gedraaid.
Wat zou je doen in een ander leven?
Ik zou nog steeds...
naar clandestiene concerten in Damascus gaan.
Ging jij daarheen?
Wat deed jij?
Ik speelde gitaar.
Zie je? - Wat?
Dat je een gewone jongen kunt zijn.
Een gewone jongen?
Bedankt.
Ik heb er zo geschreeuwd.
Hij wurgde me zodat ik minder schreeuwde.
Ik voel zijn duim nog in mijn nek.
Alsof ik daar ook een litteken heb.
Weet je...
ze lieten mijn broer net voor mij vrij.
Hij sloeg en sloeg.
De slagen kwamen van dezelfde kant.
De slagen kwamen van dezelfde kant.
Een keer kneep hij mijn keel dicht...
heel hard...
en liet toen plotseling los...
alsof hij geen kracht meer had.
Wat doe je hier? - Ik was bang dat je zou stoppen.
Je kunt gaan. Ik ben hier.
Als hij het is, zal hij me niet verdenken.
Bedankt, dag.
Hij komt eraan, ga weg.
Je bent te kwetsbaar. Ga naar huis.
Hoi, heb je nog een tafeltje vrij?
Nee, we zitten vol.
Hier is een stoel vrij.
Ga maar zitten.
Hallo. - Dag.
Alstublieft. - Dank u wel.
Zo.
De dagspecialiteit?
Is dat het? - Ja.
Nee, humus. - Humus.
Bedankt.
Ik heb je eerder gezien.
Op de universiteit.
Maar ik probeer Syriërs te vermijden.
Anders zie je alleen landgenoten.
We moeten integreren, hè?
Je bent net aangekomen, hè? - Wat?
Ben je hier net?
Enkele maanden.
En jij?
Zullen we Frans spreken? Lukt dat?
Wat jij wilt.
Ik spreek het niet goed. - Je spreekt het goed.
Ik weet het zeker.
Wat studeer je?
Literatuur.
Literatuur is goed.
Ik lees te weinig.
Ik zou meer moeten lezen...
Ik neem er de tijd niet voor. - Alstublieft.
Smakelijk eten. - Bedankt.
Bevalt Straatsburg?
Gaat wel, ja.
Juist. 'Gaat wel.'
Het is lelijk, hè?
Frankrijk is niet slecht, maar mist kleur.
Alles is grijs.
Niet zoals bij ons.
Waar kom je vandaan?
Aleppo.
Maar ik woon al lang niet meer in Syrië.
Ik woonde in Beiroet.
Ik was hoogleraar. - In Beiroet?
Ja.
Aan welke universiteit?
Haigazian.
Dan ken je vast meneer Tayah.
Nee. Er gaat geen belletje rinkelen.
Nee? - Nee.
Te lang geleden vast. Hij zal er wel niet meer zijn.
Ik kom uit Homs. Ik heet Hassan.
Saleh.
Zo...
wat denk jij ervan, Saleh?
Wat?
Wat?
Over de situatie.
Wat er in ons land gebeurt.
Ik weet het niet.
Je weet het niet?
Ik vind het erg voor het volk.
Wiens schuld is het?
Van Assad, toch?
Misschien.
Ik ben teleurgesteld.
Toen ik jong was, bewonderde ik hem.
Maar...
hij kan zich niet aanpassen. Ik bedoel...
wat gaat hij nu doen?
Er zijn geen oplossingen meer.
Ik dacht dat hij het land zou herstellen en modern was...
maar hij kon die stap niet maken.
Door de Arabische Lente...
liep alles uit de hand.
Hij dacht niet meer aan de economie en...
Gaat het?
Ja.
Je eet niet. - Jawel, hoor.
Ik heb niet zo'n honger.
Wou je zeggen dat je moeder beter kookt?
Mijn moeder kookte ook beter.
Heb je gedemonstreerd?
Veel leraren gingen de straat op. Zelfs in Libanon.
Wat een onzin.
Wat een energieverspilling.
Toen raakte het land alles kwijt.
Ben je daarom weggegaan?
Wat is er nog voor ons daar?
Hier...
is alles eenvoudig.
Als je wilt leren voor een diploma en je doet je best...
krijg je je diploma.
Zonder dat je...
Dat geldt ook voor jou. Daarom ben je hier.
Het is eenvoudiger in Frankrijk.
In Duitsland zijn er te veel Syriërs.
800.000, zeggen ze.
Stel je voor.
Ik ben via Duitsland gekomen, maar...
het gaat gewoon niet.
Iedereen heeft het over ons land: de doden, de problemen...
Je kunt geen nieuw leven beginnen als je de hele tijd...
in het verleden blijft hangen.
Je moet verder.
Wat is er met je hand gebeurd?
Het leven was hard thuis.
Daarom zijn we weggegaan, toch?
Wat deed jij voor werk?
Ik wilde belangrijke dingen doen.
Ik voelde dat er mogelijkheden waren.
Ik ging studeren in Zwitserland.
En toen kreeg ik een baan aangeboden.
Ik kreeg kansen, maar...
op een dag verloor ik het vertrouwen.
Dus ging ik weg.
Pas op jezelf, Saleh.
Saleh, toch?
Geniet van dit nieuwe leven.
Syrië...
dat is voorbij voor ons.
Verleden tijd.
Ik trakteer.
Nee, hoeft niet. - Toe.
Tot ziens.
Zijn rechterhand is geblesseerd.
Zijn vingers blokkeren als hij kracht zet, net als in de opnames.
Wacht, waar ga je heen? - Ik wil hem nog eens zien.
Nee, stop alsjeblieft. Stop, Nina.
Stop. - Je kunt naar huis gaan.
Het hoeft niet meer. Het is goed. - Nee.
Stop. - Ik moet hem zien. Jij hebt je kans gehad.
Je brengt ons allemaal in gevaar, Nina.
Dat loopt in de gaten. We moeten de rest waarschuwen. Stop, Nina.
Je hebt hem nu gezien. Kom mee.
We kunnen het doen.
Wat?
Het zou zo makkelijk zijn.
Wij kunnen het samen doen.
Niemand komt het te weten.
Niemand zal het horen.
Alleen jij en ik.
En dan is alles voorbij.
De hele nachtmerrie.
Dan stopt het.
En de groep?
Je weet dat iedereen opgelucht zal zijn.
Als wij dit regelen, kunnen we verder...
met de andere namen op de lijst.
Mijn man was Syriër.
Hij zat in Saydnaya. Net als jij.
Om hem aan de praat te krijgen...
riep Harfaz Nael erbij.
Ik ben zo bang...
dat er geen rechtszaak komt.
Dat alles voor niets is geweest.
Neem een dag om erover na te denken. We zien elkaar morgen in het park.
Huil ook.
Kijk.
Iedereen heeft reden om te rouwen.
Ik was een jaar in Bekaa. - Mijn moeder is daar.
Het leven is er zwaar.
Maar ik begrijp degenen die willen blijven:
Het is net Syrië.
Maar je kunt er niets heen sturen. - Niets?
Niets.
Het is alleen een medicijn. - Onmogelijk.
En als je iemand vertrouwt die naar Beiroet gaat?
Niemand gaat terug naar Beiroet.
Veel succes.
Lief petekind...
ik kom vandaag niet.
Het is mijn beslissing. Alleen van mij.
Ik had je er niet bij moeten betrekken.
Ik hoop dat je me begrijpt.
Je weet dat ik niet anders kan.
Ik hoop dat je ooit vrede vindt.
Niet zo.
Wat is er met jou gebeurd?
Ik heb het niet verleerd.
Mijn broer was geraakt door granaatscherven.
Maandenlang verschoonde ik elke dag zijn verband.
Hou dit even vast, alstublieft.
Waar is je broer?
Dood.
Moge hij rusten in vrede.
Het is hoe het is.
Hij wilde daar vechten.
We hebben zijn lichaam geborgen en begraven.
Het leven gaat verder.
We hebben allemaal onze doden, hè?
Draai een beetje.
Weet je, Ik heb veel littekens gezien.
Maak je geen zorgen.
In een ander leven zou je me nu je echte naam vertellen.
Zo. - Bedankt.
Beste neef.
Ik wilde je vertellen dat onze peettante op reis is.
We vonden het klimaat hier te streng voor haar.
Ze vertelde over de blessure van je vriend.
Hij interesseert ons.
We hebben onderzoek gedaan.
De echte Hassan Al Rammah woont in Zweden.
Maak een foto van het gezicht van je vriend.
We hebben contact opgenomen met enkelen van zijn oude kennissen.
Als hij het is, zijn ze bereid om over zijn avonturen te vertellen.
Nu hij je kent, moet je nog voorzichtiger zijn.
Zodra hij iets vermoedt, duikt hij misschien weer onder.
Saleh.
Hé, alles goed? - Ja, en met jou?
Ik zag je lopen. Je leek verloren. - Nee, hoor. Niets aan de hand.
Te hard aan het werk? - Ik ben moe, ja.
Ja, je moet af en toe pauze nemen.
Wil je even pauzeren?
Heel snel?
Het is belangrijk. - Ik weet het.
Ik wil je iets laten zien. Kom.
Die kant op.
Kom.
Niet slecht, hè?
Een van de hoogleraren liet me deze plek zien.
Kijk hier.
Echte ghraybe. Handgemaakt.
Speciaal in Duitsland gekocht.
Lekker, hè?
Berlijn
Wil je thee? - Ja, bedankt.
Dus jij bent het.
Ik had me je anders voorgesteld.
Dus je wilt naar Beiroet? - Ja.
De rest vindt dat je mag kiezen.
Ik zal eerlijk zijn.
Ik was tegen.
Je hebt al te veel risico's genomen.
Ik moet gaan.
We regelen een Turks paspoort voor je.
Maar Beiroet is gevaarlijk.
Assads mannen zijn overal.
Weet ik.
We hebben een deserteur gevonden...
die in de Saydnaya gevangenis werkte.
Hij kan Harfaz identificeren.
Hij is bereid te getuigen.
Maar hij wil dat rechtstreeks doen.
Zonder spoor.
Laat hem de foto zien en ga weg.
Beiroet
Waar komt u vandaan?
Istanboel.
Dat is Harfaz.
Herken je me niet?
Luister, ik probeerde alleen... - Doe geen moeite.
Syriër? - Ja.
Bekaa-kamp Oost-Libanon
Kom hier.
Kom dan.
Ga naar de buren.
Hallo.
Er kwam net een vrouw naar buiten.
Ze heeft iets aan haar heupen.
Lamina? - Ja.
Ze loopt daar. - Weet ik. Ze is m'n moeder.
Kun je iets voor me doen? - Natuurlijk.
Ik heb medicijnen voor haar. Pijnstillers.
Kun je die aan haar geven? - Ja.
Dat ook? - Ja.
Ze mag niet weten dat ik hier was.
Zeg haar dat het van het Rode Kruis komt.
Bedankt. - Graag gedaan.
Noch vuur...
noch tranen zullen mijn verdriet verzachten.
Maar ik zal je nooit vergeten.
En jij zult leven door mij.
We stemmen om de beurt.
Zeg 'zon' als je voor een proces bent en 'maan'...
als je het recht in eigen hand wilt nemen.
Maan.
Zon.
Zon.
Maan. - Zon.
Straatsburg, uw stem?
Zon. - Ziezo.
Een proces dus.
Nu moeten alle documenten naar de journalist.
Hij is te vertrouwen.
Hij zal het dossier opsturen naar de Franse autoriteiten.
Wij gaan nu naar Spanje.
We hebben daar een nieuw doelwit.
Een kolonel bij de inlichtingendienst die dicht bij Assads neven staat.
Hij is vorige maand in Istanboel gezien.
Ik laat je weten hoe we de steden verdelen.
Parijs
Je hebt nooit deel uitgemaakt van een groep.
Je hebt nooit gehoord van Harfaz.
Je bent niet in Beiroet geweest, noch in Duitsland.
Je kwam in september naar Frankrijk voor werk.
Hoofdkantoor van Le Monde
Wat er in Syrië is gebeurd, hou je voor jezelf.
Er was geen gevangenis, er is niet gemarteld.
Je ging naar de universiteitsbibliotheek...
om je lessen voor te bereiden en Frans te leren.
Is dit hem? - Het is de bronfoto, ja.
Je bent een banneling zoals alle anderen.
Geen bijzondere achtergrond.
Dat is het bewijs dat hij in Duitsland is geweest.
En zijn aliassen.
Dat is goed werk.
De verklaring van de deserteur die hem identificeerde, zit er ook bij.
Je neemt geen contact op met de mensen...
die je onder een andere naam kenden.
Je hebt jezelf nooit Amir genoemd...
Nizar...
meneer Fouad...
Bassem Kasir, Nordine...
Rahim...
of Saleh.
Je heet gewoon Hamid.
Je hebt besloten de groep te verlaten...
en we wensen je veel geluk.
Je zult nooit contact met ons opnemen.
Vaarwel.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.