Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Corsican
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Als je je ooit hebt afgevraagd hoe het mij is vergaan,
dan mag je gerust weten dat ik een fijn leven heb gehad.
Ik heb geluk gehad.
PAARDEN STELEN
Mijn hele leven heb ik ernaar verlangd alleen te zijn op een plek als deze.
Hoe fijn ik het ook had.
Ik heb 42 jaar in Zweden gewoond. Nu woon ik hier.
Over een paar weken is deze eeuw voorbij.
Dan is er feest met vuurwerk in het dorp. Daar ga ik niet heen.
Ik blijf hier thuis. Me net dronken genoeg drinken
en zo diep slapen als maar mogelijk is zonder dood te zijn.
Daar verheug ik me op.
Poker.
Poker.
Poker.
Poker.
Poker? - Hallo.
Jij woont zeker in dat huis, hè?
Ik ben hierheen verhuisd.
Het is niet gemakkelijk om te slapen als hij er niet is. Er zijn wolven in 't bos.
Poker?
Kom, zit, plaats.
Weet je dat bordercollies als de intelligentste honden ter wereld worden beschouwd?
Dat heb ik gehoord.
Hij is bezig me de baas te worden, vrees ik.
Dat is niet zo goed. - Nee.
Ik heb al eens een hond doodgeschoten en mezelf bezworen dat nooit meer te doen.
Maar nu weet ik het nog zo net niet.
Ja? Wat was dat voor een hond, die je moest doodschieten?
Een herdershond. Maar hij was niet van mij.
Mijn moeder zag hem het eerst.
Hij liep los langs de rand van het bos, zat achter de reeën aan,
die we al een paar dagen hadden zien grazen. Langzamerhand raakten ze uitgeput.
Moeder belde de politie en vroeg wat ze moest doen en die zei: 'Schiet hem maar dood.'
'Dat moet jij maar doen, Lars, ' zei ze toen.
Ik had daar absoluut geen zin in, ik raakte dat geweer bijna nooit aan.
Ik kwam er niet onderuit. Plotseling kwamen de twee reeën op me af gerend.
Dertig meter daarachter kwam de herdershond aan.
Het was een enorm beest.
Ik weet zeker dat ik hem raakte, maar hij veranderde
noch van vaart noch van richting.
Ik vuurde nog een schot af, hij was maar een paar meter van me vandaan
en toen gleed hij met zijn poten in de lucht helemaal door tot vlak voor mijn voeten.
Hij lag daar.
Me met verlamde poten recht aan te kijken.
Ik bukte me om hem te aaien, maar hij gromde
en beet naar mijn hand.
Ik gaf hem nog twee kogels,
recht door zijn kop. - Mooie boel.
Ik was net 19 geworden.
Het is lang geleden, maar ik vergeet het nooit.
Nu begrijp ik dat je nooit meer een hond wilt doodschieten.
We zullen zien.
We hebben ons nooit aan elkaar voorgesteld.
Trond Sander.
Lars Haug, met een g.
Kom, Poker.
Bedankt voor het gezelschap.
Jezus.
Olav kan nu het lampje vervangen en ik zal een nieuw glas en spoiler bestellen.
Ga maar naar de winkel. - Dank u wel.
Bent u nog steeds blij? - Ja, hoor.
Ik was ontzettend blij toen ik het huis vond waar ik nu in woon.
Het is toch niet zo fijn om alleen te wonen, hè?
Het is bijna drie jaar geleden dat ze is omgekomen. De tijd vliegt.
38 jaar tweezaamheid abrupt beëindigd.
Ik was de chauffeur. Ik voel geen schuld.
Enkel het gemis.
Olav heeft pauze. Wilt u een kop koffie? - Dat zou fijn zijn.
Ga maar naar binnen.
Dank u wel. - En...
hoe gaat het daar op Toppen?
Ik ben er zelf twee keer geweest om het huis te bekijken.
Ik heb me afgevraagd of ik een bod zou doen, maar ik hou van sleutelen, niet van timmeren.
Maar met u is dat misschien net andersom?
Niet echt. Ik ben in geen van beiden erg bedreven,
maar ik heb alle tijd.
Mijn vader was een praktisch man. Ik heb veel van hem geleerd.
Vaders zijn iets fijns.
Nee bedankt.
Mijn vader was leraar. Van hem heb ik geleerd boeken te lezen,
veel meer niet. Praktisch was hij niet, dat zou gelogen zijn.
Maar hij was een fijne man.
Als ik een praktische klus heb, stel ik me voor hoe mijn vader het zou hebben gedaan.
Iemand van begin 40 met zelfvertrouwen,
zo zag ik mijn vader, toen ik 15 was
en hij voor altijd uit mijn leven verdween.
Waarom maai je die brandnetels niet, Trond?
Dat doet pijn.
Je bepaalt zelf wanneer het pijn doet.
Ik was nog maar 15 jaar. Zo'n kleinzerig stadsjochie.
Op zomervakantie met vader, die het boerderijtje goedkoop had gekocht.
Ik heb hem meer dan eens horen zeggen dat hij niet kon nadenken met vrouwen in de buurt.
Daarom mocht ik mee, maar niet mijn zus of mijn moeder.
Later bedacht ik dat hij misschien niet álle vrouwen bedoelde.
Hoi, Jon.
Sta je hier al lang? - Ik ben er net.
We gaan paarden stelen. - Ik weet het.
Hoi, Jon.
Wat is er met hem aan de hand? - Ik weet het niet.
Natuurlijk had ik moeten begrijpen dat er iets bijzonders was die ochtend,
iets met de manier waarop hij zich bewoog.
Maar het enige wat mij opviel was dat hij zijn geweer niet bij zich had,
dat hij anders altijd meenam.
Rustig. Kom hier. Rustig maar.
Rustig.
Rustig maar.
Zo ja.
En spring.
Waar gaan we heen? - Ik zal je iets laten zien.
Kijk.
Het is te gek dat zoiets kleins in staat is te leven en zomaar weg te vliegen.
Vanmorgen, was je toen met Jon op pad?
Ja.
Wat hebben jullie gedaan?
Paarden stelen.
We wilden ze niet echt stelen, alleen op rijden.
Hoe was het met Jon?
Wil je weten waar iedereen het over heeft in de winkel?
De dag daarvoor
Jon was op hazenjacht geweest, zoals altijd.
Zijn moeder was die dag naar Innbygda om een paar kennissen te bezoeken
en zijn vader was in het bos.
En hij had op de tweeling moeten passen.
Odd? Lars?
Odd? Lars?
Odd. Lars.
Odd. Lars.
Lars.
Lars.
Ik moet jouw moeder ophalen. Pas jij op Lars terwijl ik weg ben.
Dát kun je wel.
Hier ben ik weer, is dat niet fijn?
Hij had het niet verteld.
Heel die lange weg door het bos, alleen met zijn tweeën
en hij had haar niets verteld.
Waar is Odd?
Dus nu weet je het.
Gecondoleerd.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft,
die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis,
maar is uit de dood overgegaan in het leven.
Onze Vader die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd, uw Koninkrijk kome,
uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Ik dacht eraan wat voor gevoel dat moest zijn om zo jong dood te gaan.
Ik wist dat je absoluut niets kon voelen. Was je dood, dan was je dood,
maar die fractie van een seconde vlak daarvoor:
of je het dan begreep, dat het voorbij was?
Russische granaten hagelen op Grozny neer.
Drie dagen bombardementen hebben geleid tot een stroom vluchtelingen.
Aftellen naar een mogelijke chaos. De Civiele Bescherming...
Nu weet ik het plotseling zeker. Lars is Lars.
Lars, die zijn broer doodschoot.
Ook al heb ik hem voor het laatst gezien toen hij tien jaar oud was.
Niet dat het iets verandert. Ik ben ervan overtuigd dat hij mij niet heeft herkend.
Ik spreek nu ook Zweeds.
Er waren vier dagen verlopen sinds Odds begrafenis
en ik had Jon sindsdien niet meer gezien.
Elke keer dat Jon niet voor de deur stond, voelde ik een kort opflakkerende opluchting.
Dan schaamde ik me
en dan verdween hij uit mijn leven.
Ik heb hem nooit meer gezien.
Ze was ernstig en had gezwollen oogleden, maar ze was niet kapot van verdriet.
Ze was maar een paar jaar jonger dan mijn eigen moeder.
Ze straalde, alsof ik haar voor het eerst zag.
Bedankt voor jullie komst.
En ik vroeg me af of dat kwam door wat er gebeurd was,
of je door zoiets als het ware lichtgevend kon worden.
Ik moest mijn ogen op de grond richten en liep weg.
Die klereschaduw.
Misschien moeten we het gespreid doen? Een beetje nu, een beetje volgend jaar?
Ik beslis wanneer mijn hout gekapt wordt.
Franz.
Franz.
Ik heb mijn bloed vermengd met het lot en neem het zoals het komt.
Heb je zin in een douche?
Wie het eerst buiten is.
Kom op.
Ga je daar gewoon blijven staan?
Je vader neemt wel een risico door bomen midden in de zomer om te hakken.
Het hout zit vol vocht. Het kan zinken.
Het waterpeil is laag. De vraag is of het hout Zweden zal bereiken.
Maar als hij het nu wil doen, dan doen we het nu.
Ach, kom op.
Rustig maar.
Hij had net zijn ene zoon verloren.
Maar ik herinner me niet eens of ik medelijden had met hem.
Voor het eerst voelde ik een steek van wrok ten opzichte van mijn vader.
Omdat hij het tot dan toe volmaaktste moment in mijn leven had verpest.
Jezus...
Wat zei je?
'Jézus', zei ik.
Dat wat er vandaag is gebeurd...
dat was volkomen onnodig.
Ik had al veel eerder moeten stoppen.
Zoals wij bezig waren moest het uiteindelijk wel verkeerd aflopen.
Het is mijn schuld.
Ik ga straks ook naar bed.
Goeienavond.
Ik zou net gaan eten, maar dat doet er niet toe, kom binnen.
Blijf daar.
Heb je honger? Er is genoeg voor twee.
Ga zitten.
Smaakt goed.
Ik weet wie je bent.
Ik weet ook wie jij bent.
Dat dacht ik al.
Kijk eens hier.
Ik zou willen dat Lars niet had gezegd wat hij heeft gezegd,
het bindt me aan een verleden dat ik achter me had gelaten.
Ik ben nooit alleen geweest.
Niet echt.
Ik voelde me niet de persoon die ik was geweest toen deze dag begon.
En ik wist niet eens of ik daar verdrietig om was.
Voor het eerst van mijn leven wilde ik níét de zoon van iemand zijn.
Hallo?
Ontbijt?
Vroeg op. - Ja, ik was vroeg wakker.
En... ik voelde me alleen.
Heb je hem gevonden?
Ja.
Hij kwam zich hier schuilhouden voor als hij naar Zweden moest
met papieren en brieven en soms met films voor het verzet.
Ik wist dat hij zou komen. Op een dag klopte hij aan.
Hij zei: 'Ga je mee? We gaan paarden stelen.'
Ik weet niet wie dat had verzonnen, maar dat waren de woorden die waren afgesproken.
Daarna vestigde hij zich in Barkald, waar je nu op zomervakantie bent.
Elke ochtend bleef hij met de Duitse wacht staan praten, want z'n Duits was niet slecht.
Hij timmerde, hakte hout. Hij bouwde hier een alternatief leven op.
Jons moeder roeide een of twee keer per week de rivier op,
om als een soort huishoudster voor mijn vader te fungeren,
zodat hij niet ziek werd van die eenzijdige kost.
Dat begreep iedereen, zelfs de Duitsers.
Ik vroeg me af waarom mijn vriend Jon of wie ook er met geen woord van had gerept:
dat hij zo vaak in dit dorp was geweest, dat hij tot de vaste bewoners werd gerekend.
Op een dag kwam er een man van de stad. Op de vlucht. Hij moest naar Zweden.
Het was een belangrijke pief van het thuisfront.
Hij verstopte zich daar een paar dagen wachtend op een vluchtmogelijkheid.
Verschillende keren per dag reden de Duitsers langs de boerderij.
Jons vader wilde niets met 'het verkeer' te maken hebben. Hij was bang.
Niemand wist wat de dungeklede stadsman deed doordraaien.
Wil je de Duitsers hier?
Jons moeder had hem naar je vader geroeid om hem naar Zweden te brengen.
Stop.
Je moet in zijn sporen gaan lopen.
Maar Jons vader keek de andere kant op en deed het niet.
Halt, Bitteschön. Halt.
Halt, Bitteschön.
Dus bleef hij in Zweden tot de oorlog voorbij was.
Waarom vertel jij me al die dingen? - Omdat hij me heeft gevraagd dat te doen.
Als de gelegenheid zich voordeed. En dat was nu het geval.
Kom dan.
Zullen we hem te lijf gaan?
Graag.
Ik denk aan het menselijk lichaam:
het ene moment onoverwinnelijk,
het volgende voor altijd verloren.
Ik weet niet of Lars er zo over denkt.
Ik kan het niet laten als het me eenmaal overvalt.
Die stapel ziet er hartstikke goed uit.
Dat zijn alleen maar een paar stokjes.
Maar toch is hij mooi. Net een echte miniatuur.
Ik weet niet wat miniatuur is.
Dat is als iets wat heel klein is, precies hetzelfde is als iets wat groot is.
Het zijn alleen maar een paar stokjes. - Prima.
Het zijn alleen maar een paar stokjes.
Wil je niets eten?
Nee.
Oké. Dat is ook prima.
Je móét verdorie niet.
Ík heb in ieder geval honger.
Ik heb mijn broer doodgeschoten.
Dat weet ik.
Maar het was niet jouw schuld.
Je wist niet dat het geweer geladen was.
Nee, dat wist ik niet.
Het was een ongeluk.
Ja.
Het was een ongeluk.
Dat zegt iedereen.
Weet je zeker dat je niets wilt eten? - Ja
Ik blijf hier zitten.
Ben je bang dat je ingesneeuwd raakt?
Ja.
Dat ook.
Dan moet je iemand vinden die sneeuw ruimt. - Ja, Åslien.
Dus dan zit je goed.
Ik voel dat zijn stemming aanstekelijk werkt.
Maar het verrast me ook, het maakt me bezorgd.
Iets in mij is bezig te veranderen, ík ben bezig te veranderen,
in iemand die ik lang niet zo goed ken.
Ik vraag me af hoe lang die verandering al gaande is.
Zal ik wat hout in de kachel doen?
Prima, doe dat.
Eigenlijk zou ik de boerderij overnemen.
Je zult je wel afgevraagd hebben waarom ik hier woon
en niet in het dorp waar ik vandaan kom?
Ja, een beetje wel.
Ik zou hem overnemen.
Ik was immers de enige thuis.
Jon was naar zee en Odd was...
Odd was dood.
Ik had elke dag op die boerderij gewerkt, nooit vakantie zoals de boeren nu hebben.
En mijn vader is nooit meer teruggekomen.
Hij is ziek geworden. Niemand begreep wat hij eigenlijk had.
En de jaren gingen voorbij.
Herfst 1956
En toen stapte Jon op een dag gewoon uit de bus, kwam de weg af
en zei dat hij bereid was om de boerderij over te nemen.
Hij was mager en slungelig.
Die kan nooit een boerderij bestieren, dacht ik.
Maar ik kon er niets tegen doen. Het was zijn recht.
Heb jij de plaats ingenomen die eigenlijk de mijne was?
Kan ik hierbinnen roken?
Natuurlijk.
Wat heb je toen gedaan?
Ik ben ervandoor gegaan.
Op de dag dat ik twintig werd. Ik ben nadien nooit meer thuis geweest.
Sodeju.
Ik heb mijn moeder niet meer gezien sinds ik 20 was.
Leeft ze dan nog?
Dat weet ik niet.
Dat heb ik nooit uitgezocht.
Bedankt voor het eten.
Waar gaan we heen?
Over een week neem je de bus naar huis, naar Oslo.
Het was me de zomer wel.
Maar dat is het leven.
Daar leer je van, als er dingen gebeuren.
Niet vergeten er over na te denken,
later.
En nooit verbitterd zijn.
Het is geoorloofd om na te denken.
Ja.
Snap je?
Je stapt in Elverum op de trein naar huis, naar Oslo.
Dan rond ik hier alles af en als dat is gebeurd, kom ik na.
Is dat goed?
Ja, dat is goed.
Nee. Het was níét goed. Ik had een slecht voorgevoel.
De grote vraag die ik me in de tijd daarna steeds en steeds weer heb gesteld:
of dat hij toen al wist dat hij nooit na zou komen.
Dat het de laatste keer was dat we elkaar zagen.
Ben je wakker?
Ja.
Morgen wagen we het erop. We sturen het hout op pad.
Franz komt helpen. - In orde.
Het wordt geen kinderspel. Het is veel hout.
We moeten ze omhakken met de bijl.
Een gemakzuchtig mens moet zo nu en dan grote risico's nemen.
Rennen, verdomme.
Heb jij mijn vader gekregen?
Heb jij jaren van mijn leven gekregen die eigenlijk voor mij bestemd waren?
Vader is bij de rivier gebleven, met haar. Dat weet ik zeker.
En dat Lars niet over hem praat, dat moet komen omdat hij me wil ontzien.
Ben je wezen paarden stelen?
Doe je kleren aan en kom meteen naar buiten.
Waar gaan we heen? - Weet je dat onze eigen rivier
helemaal van hier tot een heel stuk in Zweden loopt?
Ze hoeft niemand toestemming te vragen.
Ze kronkelt hier ongestoord in het landschap.
Wij gaan hetzelfde doen.
We gaan op tocht naar Zweden, kijken hoe het gaat met ons hout.
Dat is tegenslag.
Nu is er weinig water. Daarom doen ze het meestal in de lente.
Eén, twee, drie.
Zie je die zonnevlek daar?
Daar begint Zweden.
Wie er het eerste is. Kom op.
Doet het erg pijn ergens?
Alleen een beetje in de ziel?
Laat het zakken, Trond.
Laat het gewoon liggen.
Je kunt het nergens voor gebruiken.
Trond?
Trond.
Ik heb je vast.
Gaat het?
Kom op.
Kom op.
De trein van 15u45 uit Elverum is net aangekomen op spoor 4.
Ik wachtte op de trein van Elverum elke dag die nazomer.
Ben jij het? - Ja, ik ben het.
Dat is zeker een verrassing, hè?
Dat kan ik niet ontkennen.
Hoi, vader van me.
Hoi, mijn kind.
Ik heb alle gemeenten binnen 100 km gebeld, om erachter te komen waar je woont.
En meer. Ik ben weken bezig geweest.
Toen kwam ik hier kijken, in Noorwegen.
Je hebt niet eens telefoon.
Verdorie ook.
Je kunt de motor nu wel afzetten.
Mooi is het hier.
Ik had gedacht dat het mooi zou worden, mettertijd.
Had je liever gehad dat ik niet was gekomen?
Misschien wil je met rust gelaten worden? Daarom ben je hier, nietwaar?
En dan...
kom ik voor dag en dauw je erf op gereden en stoor je.
Ik heb mijn leven veranderd.
Ik had geen zin meer, na het ongeluk.
Hoe gaat het eigenlijk met je?
Met mij gaat het goed.
De dagen gaan voorbij. Ik heb een buurman met wie ik veel gemeen heb.
Een handige kerel met een kettingzaag. Het is vooral hij die mij helpt.
Ik hak hout, timmer, maak lange wandelingen
en 's avonds lees ik van alles.
Maar vooral Dickens.
Je las altijd Dickens thuis.
De brief is aan ons alledrie gericht. Hij is van vader.
'Bedankt voor de tijd die we samen hebben gehad. Ik kijk er met vreugde op terug,
maar nu heerst er een andere tijd en daar is niets aan te doen:
Ik kom niet meer thuis.
In een bank in Karlstad, Zweden, heb ik geld tegoed
voor het hout dat we die zomer hadden gekapt en met de rivier hadden meegestuurd.
Ik heb al naar de bank geschreven zodat je het geld kunt opnemen
met je paspoort en de volmacht die ik heb bijgevoegd.
Het ga jullie goed.'
Hout?
Ik begreep niet dat Díckens de naam was van de man die het boek had geschreven.
Ik dacht dat het een speciaal type boek was dat alleen wij hadden.
Soms las je hardop uit David Copperfield.
'Of ik de held word in mijn eigen levensverhaal,
of die rol een ander toebedeeld wordt, dat zal de tijd uitwijzen.'
Ik vond dat begin altijd eng.
Dat we niet noodzakelijkerwijs de hoofdrol in ons eigen leven hoefden te spelen.
Iets zo afschuwelijks:
een soort spookbestaan,
waarin ik slechts kon kijken naar degene die mijn plaats had ingenomen.
Ik wist niet dat je dergelijke gedachten had.
Dat heb je me nooit verteld.
Nee.
Ze heeft er geen idee van hoe vaak ik hetzelfde heb gedacht
en dan door moest lezen, bijna verstijfd van angst.
Wärmlandsbank. - Ja, maar dat is hier niet.
Heb je het koud? - Nee, ik heb het niet koud.
Hier is 't niet. Ik vraag het wel iemand. - Het moet hier ergens in de buurt zijn.
Mooi is het hier. - We kunnen hier niet blijven rondlopen.
We moeten iemand de weg vragen. - Ach, we vinden het vast wel.
Dat doen we zeker, uiteindelijk.
Pardon? De Wärmlandsbank.
Wat? - De weg naar de Wärmlandsbank.
Weet u waar die is? Bent u doof?
Wat? - Bent u doof?
Wilt u een klap op uw smoel?
Ik had een keuze gemaakt, toen ik die man in Karlstad niet sloeg.
Als ik geslaan had, was ik een andere man geworden.
Dan zou mijn leven een ander leven zijn geworden.
Was er geen rekening? - Jawel, het ging prima.
Ik heb het geld gekregen, maar het was slechts 150 kronen.
Lijkt dat niet een beetje weinig?
Ik heb daar geen verstand van, maar hoeveel kun je aan zulk hout verdienen, denk je?
Geen idee. - We zijn toch samen op reis geweest.
Weet je wat het grappigste is? We moeten het geld hier besteden.
We mogen het niet mee naar Noorwegen nemen. Vanwege bepaalde valutarestricties.
Kom dan.
Hallo. We zoeken een pak voor deze jongeman hier.
Zo een voor hem daar.
Jasje uit.
Gaat het goed daarbinnen, Trond?
Op dat moment voelde alles goed.
Het was een mooi pak en het was een mooie stad.
En we beslissen immers zelf
wanneer het pijn doet.
Gebaseerd op de roman van Per Petterson PAARDEN STELEN
Ondertiteld door: NorthWayTeam 2019
Verantwoordelijke uitgever: Anders Melin
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.