Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
DE GRAAF VAN MONTE- CRISTO DEEL 2 DE WRAAK
Jacopo! Je zult nu horen wie je een jaar geleden uit het water haalde
Ik was 20 jaar en een van de gelukkigste mensen van de wereld.
Ik was de eerste officier van de "Pharao". In Marseille wachtte mijn verloofde op mij.
Caderousse was tweede officier en wilde kapitein worden.
Hij schreef met verdraaid handschrift een brief.
Hij beschuldigde mij daarin een aanhanger van Napoleon te zijn.
Fernand was de neef van mijn verloofde, Mercedes. Hij hield van haar.
Hij bracht die brief bij de Hoofdofficier van Justitie.
De ellende begon op de avond van mijn terugkeer. Ik werd gearresteerd door...
de Hoofdofficier van Justitie,de Villefort Hij beloofde mij mijn vrijheid.
Hij was echter bang om zelf in de problemen te komen.
Hij gaf daarom het bevel, om mij naar Chateau d'If te brengen.
Ik vroeg tevergeefs om een veroordeling, maar, men wilde mij alleen levenslang opsluiten.
Ik kwam in kontakt met een medegevangene.
Ik was anders krankzinnig geworden. Hij heette Abb� Faria.
Hij vertelde mij enige dagen voor zijn dood zijn grote geheim.
Hij had jaren daarvoor op het eiland Monte-Cristo een schat gevonden.
Ik kon vluchten op de sterfdag van Abb� Faria.
Ik liet mij in een lijkzak in zee gooien. Daar heb jij mij eruitgevist.
Jij bracht mij naar Monte Cristo, waar ik die schat vond.
Ik wil deze schat helemaal gebruiken om mijn drie vijanden te vernietigen.
Zij benamen mij mijn bruid, mijn schip en mijn vrijheid.
Ik begon al met Caderousse.
Ik verkleedde mij als monnik en gaf hem een diamant.
Mijn wraak op Caderousse was nog dezelfde avond geregeld.
Hij en zijn vrouw probeerden de koper van de diamant te vermoorden.
Hij heeft zijn noodlot zelf over zich afgeroepen.
Nu staan er nog twee rekeningen open: Villefort en Fernand.
Villefort is Hoofofficier van Justitie geworden.
Fernand noemt zich Generaal de Morcerf.
Hij wil senator worden.
Hebt u nog het recht om zich na zoveel jaren nog te wreken?
Dat is en zaak tussen God en mij.
Presenteer het geweer!
Geweer neer! Rechts om! Afdeling mars!
Mijne Heren! Vandaag is de benoeming tot senator van de Generaal de Morcerf!
Hij ontving zojuist de eretekenen van een gevierd persoon in Frankrijk.
Zijn carri�rre heeft uitsluitend het welzijn van iedereen gediend.
Ik verzoek de generaal op het spreekgestoelte!
Mijne heren, ik dank u allen.
Ik beloof onze Koning Lodewijk Philippe mijn trouw en toewijding.
Schrijft u het artikel voor de krant? Wat heeft u opgeschreven?
Ik schrijf over Madame de Morcerf. Haar glimlach is zo gemaakt.
Zij verveelt zich.
Ik zeg je: onze toekomst is hierin vastgelegd.....
Ik moet gaan. -Komt u ook naar het bal in de Opera?
Ja. Ik weet welke kleding Madame de Morcerf draagt..
Zeg het ons, alstublieft! - Zij gaat als zigeunerin.
De beul zoekt hoofden om af te slaan.
Of ze om om te draaien.
Hij zou mij graag willen onthoofden. -Hij heeft nog geen slachtoffer gevonden.
Zou deze schone zigunerin mij de toekomst kunnen voorspellen?
De toekomst van een beul is zeer interessant.
Een zeldzame hand... Die lijn rechts laat zien dat u logisch kunt denken.
Deze dwarslijn... U moest een vrouw, waarvan u hield, verlaten.
U vindt haar weer, maar u zult niet met haar verenigd worden.
Ik ken deze hand. Heb ik u op niet eerder de toekomst voorspeld?
Ja, misschien -Wanneer?
Dan zou u naast mijn toekomst ook mijn verleden moeten kennen.
U heeft uw kleding heel speciaal gekozen.
Misschien ben ik wel echt een beul en zoek mijn slachtoffers.
Op een bal? Ik zou willen weten wie u bent.
Dat zult u snel genoeg weten.
Wie bent u? Ik zal het niet verraden.
Ik heb uw stem al eerder gehoord. -Maar waar en wanneer?
Ik kan het me niet herinneren.
Ik moet haast geloven dat u een geest bent.
Welke herinneringen wekt deze geest op? Goede of slechte?
Antwoord toch! Misschien komen ook mijn herinneringen terug.
Als ik deze muziek hoor, ben ik weer twintig jaar. -U ook?
Ja. Laten we onze herinneringen vergelijken!
Vertelt u eerst die van u. -Die kunnen u nauwelijks interesseren.
U benut deze dans om mij aan het praten te krijgen. Laten we ophouden!
Ik zie door uw masker dat u betraande ogen heeft.
Dat komt door de warmte.. Wat gaat u dat trouwens aan?
Waar komt dit litteken vandaan? -Die is al oud. Niemand ziet hem nog.
Scherprechters hebben scherpe ogen.
Spanjaarden wilden met verwondingen het noodlot gunstig stemmen.
Maar hoe... -Men kan zijn noodlot niet ontlopen.
Breng mij alstublieft terug. Waarom? Wilt u niet meer met mij dansen?
Toch wel. Maar ik heb het gevoel dat ik ontrouw aan mijn herinneringen wordt.
Op uw succes!
U zult vast ook spoedig in de adelstand verheven worden.
Waarom lacht u? -Ik denk aan twintig jaar geleden.
Ja, een geweldig promotie. Ik heb veel aan u te danken.
Ook die benoeming in de ori�nt.
U heeft zich ook na uw terugkeer weer goed bewezen.
Een kleine groep mensen zou over de hele wereld kunnen heersen.
Dan moeten ze wel dat de iets gemeen hebben. Zoals bijvoorbeeld...-een dode.
Ik moet helaas afscheid van u nemen.
De generaal und de Hoofdofficier van Justitie vergeven mijn hopelijk uw ontvoering.
Hoe heeft u ons herkend? -Een beul herkend iedereen.
Noemt u dan ook uw naam. -Beulen hebben geen naam.
Zij zijn slechts werktuigen van het noodlot.
Beulen zijn ondergeschikt aan het recht van de Koning.
Ik ben wellicht ondergeschikt aan het recht van God.
U bent een romanticus, mijnheer. Valt u ook voor de drama's van Victor Hugo?
Ik wijs ze niet af. - Dan zullen wij elkaar nooit in een theater treffen.
De hele wereld is een theater.
Alleen kan men niet kiezen in welk stuk men speelt.
Wij zien elkaar weer als de schrijver het wil. Met mijn respect, Madame.
Maak je niet ongerust,mama. Wij zijn morgenvroeg weer terug.
Waar ga je heen, mijn zoon? - Naar een bar "de Klok"!
Je zult zien dat het hier een slechte reputatie heeft.
Maar later zal men mensen hier naartoe brengen en toegangsgeld vragen.
Die rijke jongens spotten met ons.
Werkelijk schilderachtig! - In elk geval beter dan de opera.
Ik houd van dat eenvoudige volk. Drinken jullie een glas rode wijn met ons?
Nee! Het is 5 uur in de ochtend. En je kunt het toch niet betalen!
Hoe bedoel je? Daar kom je wel achter.
Houd je grote bek! - Mijnheer de waard, champagne voor allen!
Op dit uur betaald men vooruit. - Laat dat!
Zenuwen? Toon ons je geld! - Ik geloof dat we beter kunnen gaan.
Hier kom je makkelijker binnen dan dat je er weer weggaat.
We wilden alleen maar iemand zoeken. -En jullie hebben mij gevonden.
Willen jullie je neus een beetje in de onderwereld steken?
Laat mij erdoor! - Ga toch weg.
Veel dank. Mag ik uw naam weten?
Ik ben de graaf van Monte-Cristo. Albert de Morcerf.
Mijn moeder zal u graag willen bedanken.
Monte-Cristo? Dat is Italiaans. - Ja, maar hij is Amerikaan.
Hij bezit goudmijnen. Hij verloor gisteren bijna ��n miljoen in het casino.
Maar nee! Hij is de nakomeling van de Kalief van Bagdad.
Dat klinkt al een sprookje uit 1001 nacht.
Mama, dit is de graaf van Monte-Cristo.
Ik moet u bedanken. Zonder u had ik mijn zoon niet meer teruggezien.
Ik moet uw zoon bedanken. Zonder hem had ik het genoegen niet gehad,..
om u nu reeds te ontmoeten.
Dat doet mij ook genoegen.
Heel Parijs spreekt van de graaf van Monte-Cristo.
Ja. Waar komt hij vandaan, wie is hij, is hij getrouwd ...
of verloofd. -Wat kan dat voor u betekenen?
Als men rijk en gelukkig is, vergeet men makkelijk het verleden.
Ja, als dat zou kunnen... Maar dat gaat niet altijd.
Albert, bekommer je om onze gasten! Ik laat de graaf de kassen zien.
Goedendag.
Goedendag, Albert.
Goedendag, Albert.
Edmond, je leeft! Je zag er gisteren al zo bekend uit.
Waarom wilde je niet met mij dansen?
Ik was bang dat ik dan mijn man zou verlaten.
Gelukkig heb ik mij bedacht.
Mijn vriend, mijn arme vriend, het is te laat. -Nee!
Toch. Er zijn nu 20 jaren voorbijgegaan. -Laten we die vergeten en wegvluchten!
Geen mens zal ooit weten wie wij zijn. -Daarvoor is het te laat.
Nee, Mercedes! Ik heb 20 jaar naar deze dag uitgekeken.
Nu ben ik eindelijk vrij. Ik laat mij niet afwijzen!
Ik ben schatrijk. Ik zal mijn wil doorzetten!
Mercedes, we vertrekken vannacht. Men kan niet alles achter zich uitwissen.
Dat zou te makkelijk zijn. -Wat houd je dan tegen?
Ik heb een zoon. Dat mag ik niet vergeten.
Als hij zou horen dat zijn moeder met haar geliefde is weggevlucht.....
Hij vraagt zich waarschijnlijk nu al af waar we zo lang blijven.
Jij denkt alleen maar aan je zoon. Ik geloof dat je mij ook iets verschuldigd bent.
Ik kan er niets aan doen dat men Edmond Dantes doodverklaard heeft!
Jij weet wie die leugen heeft verspreid. -Ik kan Fernand niet verlaten.
Ik wil alles vergeten, maar jij kennelijk niet.
Ik wil er niets meer van horen! -Des te erger voor de schuldigen.
Neem mij niet kwalijk.
Excuses dat ik te laat ben.
Albert zei dat de graaf van Monte-Cristo hier is.
Hij is alweer weg. -Goed zo. Zijn bezoek beviel mij toch al niet.
Albert is aan hem verschuldigd. Een edelman moet zijn relaties zelf kiezen.
Monte-Cristo is niet van oude adel.
Wij ook niet. Des te meer reden om ons in te houden.
De oude adel zou ook niet zo opzichtig doen.
Die verkwister heeft weer een groot huis gekocht.
Monsieur de Morcerf is dood. Nee, we wachten nog met hem.
De hoofdschuldige zal eerst de anderen zien sterven.
En dat is dus: Monsieur de Villefort.
Wilt u de Villefort tot een duel met pistolen uitdagen?
Ik zou een duel niet uit de weg gaan, maar het zelf niet eisen.
Ik zal me in zijn verleden verdiepen.
Ik zal zeker iets vinden dat hem vernietigen kan.
Dat zal moeilijk zijn. In zijn dossiers staat:
Van onbesproken gedrag, goed huisvader, eerzaam burger.
Verder is er niets bekend over Monsieur de Villefort.
Hij heeft 20 jaar geleden een huis gehuurd, waar hij nooit binnen is geweest.
Weet je waar dat huis is? In Auteuil, Rue la Fontaine 28.
Wat wilt u met dit huis? -Ik wil het kopen.
Kopen! In deze wijk zijn veel mooiere huizen in de verkoop.
Ik wil precies dit huis. Ik reis veel.
Ik heb een vertrouwd iemand nodig die dan op het huis let.
Zo iemand als u. - Ik heb hier het adres van de notaris.
De beroemde Madame Picard van de Comedie Francaise!
Heeft u ooit madame Picard op het toneel gezien? -Nee, maar ik ken deze afbeelding.
Ik ben Picard! -Nee!
Mijn carri�re werd ruw onderbroken. Een ongeluk?
Nee, een legerofficier. Ik ben niet van steen. Ik verliet toen het theater.
Ik vond tot mijn geluk, een baan bij een jong meisje.
Zij woonde in dit huis. Maar zij ging al snel weer weg.
Zij had duidelijk verdriet. Er was iets geheimzinnigs met haar.
Bijna net zo spannend als in het theater! Was zij alleen?
O nee! Die man noemde zich Baron Danglars.
Die arme kleine was zo nerveus.. -Geen wonder in haar toestand.
Toestand? - Ja, naturlijk. Het was een meisje uit zeer goede kringen.
Daarom verstopten die twee zich hier.
Ging u niet met hen mee toen ze weggingen?
O nee. Zij verdwenen middenin de nacht. Ik sliep toen.
Plotseling werd ik wakker door lawaai in de tuin. Daarna stilte. Ze waren weg..
Hebben zij je nooit geschreven? -Nee, nooit.
De notaris zei dat ik op het huis moest passen.
Wanneer gebeurde dat alles? - 1817, in de nacht van 27 op 28 september.
Een geweldig geheugen heeft u! -Geen wonder.
Mijn geliefde verliet mij in dezelfde nacht. Hij heette Bertuccio.
Hij kwam die nacht niet. Hij kwam helemaal nooit meer.
Dat is niet makkelijk voor een vrouw die doorheel Parijs bewonderd werd.
Ik zag hem nooit meer. Hij werkt in het Cafe Anglais.
Veel dank, mijnheer de graaf.
Goedenavond, mijnheer de graaf.
Iets vergeten, mijnheer de graaf? Ja, Bertuccio. Mijn horloge.
Oh! Ik heb hem niet gezien. Had u hem wel bij u?
Heel zeker.
Hij ligt niet op de tafel en ook niet eronder.
Kijk eens in uw linker zak van je vest.
Waarom denkt u dat uw horloge nu net daar zit?
Ik zag gisteren hoe mijn beurs in dezelfde zak verdween.
Is dat hem? -Je mag ze allebei houden.
U bent zeer edelmoedig.
Je kan in mijn dienst nog veel meer verdienen.
Je bent van nu af aan mijn huismeester, met het salaris van een minister.
Je kunt dat bovendien verdubbelen door je eigen capaciteiten.
Je hoeft me alleen maar te bestelen. Maar mijnheer de graaf!
Ik wacht, Monsieur Bertuccio.
Ik moet het de directeur laten weten. - Dat is niet nodig.
Waar brengt u mij heen? In mijn nieuwe huis.
In Auteuil, in de Rue la Fontaine 28.
Bevalt Auteuil je niet? -Jawel, maar toch wil ik daar liever niet heen.
Moet ik dan de politie waarschuwen?
Waarom brengt u mij daarheen? -Zodat je mij kunt vertellen wat daar gebeurde.
In de nacht van 28 september 1817.
Toen verdween het paar dat in dat huis woonde.
En u stopte met het bezoeken van uw geliefde.
Denkt u dat ik die Madame Picard alleen bezocht om te bestelen. U vergist zich.
Ik heb niets gestolen. Dus? - Laten we zeggen: Je had het wel graag gedaan.
Dat spreek ik niet tegen. Maar dat was geen goed idee.
Wat gebeurde er in die nacht?
Ik had mij in de tuin verstopt. Ik zag een man die daar iets begroef.
Daar, bij die muur.
Ik bleef stil zitten, totdat de man weg was.
Hij kwam weer terug met een vrouw aan zijn arm. Zij liep erg moeilijk.
Ze reden in een koets weg. Ik ging toen op die plek graven.
Ik hoopte dat het goud vond, of juwelen. Maar het was....
Was was het?
Een baby. Hij huilde nog zacht. En toen....
Het was stom van mij, maar ik liep met dat kind weg.
Een meisje of een jongen? -Een jongen.
Wat is er van hem geworden? - Ik had een goed plan.
Ik wilde zijn vader graag chanteren. -Baron Danglars.
Ja. Maar die baron bestond niet.
Hoofdofficier van Justitie de Villefort was de vader.
Ik gaf mijn plan op en bracht de jongen naar de "professor".
Wie is die "professor"? -Hij heeft hier ergens een klasje.
Waar is die klas? In een lokaal in de caf� "Gouden druppel".
Nu jij. Voorzichtig. De bel luidt! Nog een keer.
Langzaam... je mag dat nooit met geweld doen.
Pas op dat de bel niet gaat klingelen Voorzichtig!
Professor!
Wat nou! Herken je de oude Bertuccio niet meer?
Lang niet gezien - 20 jaren.
Dit is een vriend. Hij is ge�nteresseerd in die jongen...
die mijn zuster je toen bracht.
20 jaar geleden..... O ja, ik weet het weer! Hij werd gedoopt als "Bruno" .
Ken je die grote bedelvrouw Charlotte nog?
Zij werd erg rijk van hem Hij had veel talent.
Hij kon een politieagent ongemerkt zijn bretels afnemen.
Wat is er met hem gebeurd? - Die sukkel werd verliefd.
Toen was het over met het fijne werk.
Hij werd gepakt en verzette zich tegen de politie.
Daarom zeg ik ook altijd: nooit geweld gebruiken! Bruno kreeg 10 jaar.
Zit hij vast? -Ja, in Toulon.
Wat doe je daar? Aan het werk, en vlug!
Jij zit vast dikwijls over je toekomst te denken.
Ja, dikwijls. Een vondeling heeft het moeilijk.
Hij zoekt zijn ouders, maar vindt ze niet.
Ik heb heb een goede bericht. -Is mijn vader ook een schooier?
Integendeel. Jij komt van een zeer hoogstaande familie.
Doet je dat plezier om te horen?
Goed zo. Dat geeft altijd voordelen. Hoe heet mijn papa?
Dat vertel ik je later.
Dat snap ik. Wel een zedenpreek, maar geen geld.
Deze keer is er geen preek, maar wel heel veel geld.
Kan ik dan in het eethuis gaan eten? -Dat hoeft niet meer.
Vannacht staat er een koets op je te wachten.
Vluchten? De bewaking schiet direct. -Er zal veel wijn voor ze zijn.
En hoe zit dat met de celdeur? -De deur zal open zijn.
Wij zitten 's nachts aan elkaar geketend. -Jouw ketting zal doorgevijld zijn.
Ik mocht een brood voor je meenemen. -Ik moet dat met de anderen delen.
Dat weet ik. Maar behoud deze helft voor jezelf. Daar zit een vijl in.
Ik moet gaan. Maak de cipiers niet boos op je laatste dag.
U bent een bijzondere monnik. -Wees wijs en maak gebruik van deze gelegenheid.
Hoe heet die monnik? Busoni? Zeg het! Laat me met rust!
Geef mij die vijl of ik roep de cipier!
Stil! Wacht!
Dat is Caderousse. -Neem mij mee, anders ga ik schreeuwen.
Dan moeten jullie ook de kleding delen.
Het zijn er twee! -Dat weet ik. Ik ken die andere.
Dien mij aan bij de Inspecteur van het Gevangeniswezen.
Schrijf maar een verzoek en wacht dan maar af.
Leest u boeken? -Nee.
Goed dan, leest de Inspecteur ze? -Nee, maar zijn vrouw leest heel veel.
Zeg dan tegen de Inspecteur dat Monsieur Honor� de Balzac er is..
Monsieur Honor� de Balzac wil u graag spreken.
Gaat uw gang..
Bent u echt de schrijver Balzac?
Ja, maar zeg dat tegen niemand.
Mijn vrienden overladen mij anders met uitnodigingen.
Dat spreekt vanzelf. Wat kan ik voor u doen?
Mijn nieuwe roman begint in een gevangenis.
Denkt u aan Chateau d'If? Het is helaas verboden om dat te laten zien.
U kunt er vast wel iets over vertellen.
De gevangenen daar leiden een hard, maar gezond leven.
Ja, dat weet ik. - Ik ben daar dikwijls, om alle problemen te noteren.
Dat heb ik gehoord. Zijn er nooit vluchtpogingen?
Ja, dat komt voor. Dat lijkt een vaste gewoonte
Ik hoorde iets over een Abb�... Faria. -Dat was in 1833.
Wat een geweldig geheugen!
De dood van die arme man viel samen met een bijzondere gebeurtenis.
Een van zijn medegevangenen, een man genaamd... genaamd...
Dantes! Een gevaarlijke boef. Hij had kontakt met deze Faria.
Hij liet zich de plaats van de dode in de lijkenzak naaien.
Toen gooiden ze hem ik zee. -Was die vlucht succesvol?
Nee. Hij werd nooit meer gezien.
Er was een stalen kogel aan zijn voeten geklonken.
Ik was er graag bij geweest toen hij dat merkte.
Kan ik mij voorstellen. Wij zeiden nog:
"Dat kun je in je zak steken, Faria"
Ik vind dat een hele leuke gevangenisgrap.
Ik geloof zelfs dat hij van mij was. -Staat u mij toe?
Natuurlijk. De stukken zijn niet meer geheim, als de gevangene dood is.
Neem mij niet kwalijk, maar ik moet een paar brieven ondertekenen.
Een anonieme brief? -Dat gebeurt vaak.
Probeert u nooit de schrijver te vinden?
Vaak genoeg. Het is niet zo moeilijk. Je moet uitzoeken wie er profijt van heeft.
Ja, natuurlijk.
Deze is met zowel door Villefort als Noirtier ondertekend met hetzelfde handschrift.
Monsieur Noirtier de Villefort is Hoofdofficier van Justitie in Parijs.
U kent hem vast wel. -Ik heb hem jaren geleden ontmoet.
Ik zal met hem spreken over het geval Dantes, als ik hem weer zie.
Zijn ze er? Ja, zojuist met het schip aangekomen!
Excellentie, dit is Haydee.
De jonge slavin die El Cobir in zijn brieven noemde.
Deze heer verstaat uw taal niet. -Wie bent u?
Ik heet Fatima en was in dienst bij de Pascha van Janina.
Wat zegt hij? -Hij zegt dat zij u moet begroeten.
Zeg hem dat hij haar met rust laat.
Ik ben blij dat u Haydee gekocht heb. -Is zij veel geslagen?
Heeft u de papieren?
Dit is het kontrakt van de eerste verkoop, 13 jaar geleden.
De kwitantie van de slavenhandelaar El Cobir voor 1.500 piaster.
De prijs voor het meisje Haydee, zes jaar oud, dochter van de Pascha van Janina
Ondertekend: Fernand Mondego.
Dit kontrakt bevestigt Haydees afkomst. - Uitstekend.
Mijn vertegenwoordiger zal u het geld uitbetalen.
Haydee! Je hoeft niet te lachen tegen,....
of tegen mij te spreken als je dat niet wilt.
Maar geloof je dat we vrienden kunnen worden?
Ik...Ja, dat geloof ik.
Mijnheer de graaf, de koets staat voor. - Veel dank.
Ik neem je nu mee naar Parijs. Heb je wel eens van Parijs gehoord?
Mist! Ik zie niets van Parijs! Je wilde zelf zo graag meekomen.
Ik ben zeeman. Ik wil water om me heen!
We zitten hier nu al twee weken. -Buiten vloeit genoeg water.
De deur is open. Niemand houdt je tegen. Ja, zodat de politie mij kan pakken!
Bereid je voor op het grote weerzien met je vader.
Maar dan ben ik er nog en heb geld nodig!
Daarover zijn we het eens.. -Ik doe het woord.
Dat weet ik.
Ik heb honger. Wanneer brengt jouw vriend het eten?
Het wordt nu opgediend.
Eens zien wat je vriend ons brengt. Ik heb een reuze honger!
Wat is dat? -Dat is voor Monsieur.
Schoenen? Een costuum? -Dat is voor Monsieur.
Handschoenen, Hoed en stok ook nog. -En ik dan?
Kan ik Monsieur helpen bij het omkleden?
Dank je, niet nodig. - En ik dan?
Ik heb voor u geen opdracht ontvangen.
Krijg ik niets te eten? -Jazeker, hier is uw ontbijt.
Is dat alles? -Ja.
Droog brood? -U kunt er een paar uien bij eten.
Een brood voor twee man is te weinig. -O, nee. Dat brood is voor u alleen.
En hij dan? -Monsieur zal in de stad eten.
Maak je een grap? Ik zal hier toch ook wegmoeten!
En wat moet ik dan doen? - Ik ben uitsluitend voor Monsieur beschikbaar.
Boerenlul! -Wilt u op uw woorden letten!
Wie denk je verdomme wel dat je bent -Caderousse, gedraag je een beetje!
Als het mij goed gaat, dan zal het jou ook goedgaan. Beloofd.
Zeg dat op je woord van eer! -Op mijn woord van eer.
Wij komen nu eenmaal uit verschillende kringen.
Probeer niet om me te troosten. -Ik zal sterven.
Wat champagne zal je goeddoen. -Ik zal toch sterven.
Heel onopvallend. Niemand zal het merken. Ik sterf in Napels door liefdesverdriet.
Net zo als vorige keer. -Nee, dat was in Palermo.
Dat kwam door een kleine prins. Maar die is nu Hertog van Sachsen.
Ik maak hem geen verwijt. Hij moest trouwen voor nakomelingen.
Maar dat verandert niets. Ik zou het niet overleven.
Ik hoorde dat hij goed voor u gezorgd heeft. -Met een parelketting!
Gaat u nu al weg? -Ik moet vanavond nog optreden.
Mijn zwanenzang. -U zult zeker prachtig sterven.
Het moet gebeuren. -U heeft gelijk.
Er zijn twee mogelijkheden: De dood in Napels of.... -Of?
Een nieuwe minnaar. -Niemand kan de hertog van Sachsen vervangen.
Niemand? -Behalve als u zijn opvolger zou worden.
We zouden goed bij elkaar passen. -Het gaat niet om mij.
Om wie dan? -Om een jonge graaf uit Florence:
Andrea de Cavalcanti. -Een bekende naam?
Een uitstekende naam. En met een groot vermogen.
Rijk? Ik heb nog nooit van hem gehoord. -Hij is onlangs rijk geworden.
Hij werd als kind door zijn vader verlaten en groeide elders op.
Bedoelt u dat hij geen opvoeding heeft genoten? -Nee, u moet hem alles leren.
Ik ben geen kindermeisje!
Jammer. Dan stel ik hem wel voor aan Armandine.
In geen geval! De graaf heeft de mooiste koetsen van Parijs.
Iedereen zal jaloers naar Armandine kijken.
Waarom doe je mij zo'n pijn? -Je wilt toch in Napels sterven?
Dat interesseert geen mens in Parijs.
Zij bewonderen liever iemand in een deftige koets in Parijs.
Je hebt gelijk.. Ik zal erover nadenken. - Binnen!
Bent u klaar, mijnheer de graaf? -Ja, Dat ben ik. Wel, ja, of nee?
Ja, natuurlijk. Maar ik ben er niet op voorbereid!
Ik moet mij nog even opmaken. Nog een ogenblik!
Wat is er met Caderousse? -Hij is woedend. Hij snapt er niets van.
Uitstekend. Alstublieft!
Vader! Dit is de mooiste dag van mijn leven.... - Slecht toneel!.
Deze zin is ingestudeerd. -Hoe weet u dat?
Ik verwijt je niets. Ik waardeer je inspanning.
Het lot geeft je een ��nmalige kans. Benut deze.
En pretendeer geen gevoelens die je niet hebt. Tenminste nog niet.
Is de les afgelopen? - Ja.
Laat me je eens bekijken...
Ik geloof dat je geen slecht figuur zult slaan in een gezelschap..
Ik moet nog een naam hebben. Misschien als de uwe, Monte-Cristo?
Nee, want je bent niet mijn zoon. Maar ik weet wel wie je vader is.
Ik heb bepaalde gevoelens voor hem, die ik hem graag binnenkort wil tonen.
Ik wil mijn naam weten. -Die zul je horen als de tijd rijp is.
Nu ga je je woning betrekken. Auteuil, Rue la Fontaine 28.
Onder welke naam? -Je heet voorlopig graaf Andrea de Cavalcanti.
Opdat je niet direct met je mond vol tanden staat:
Hier is de familiegeschiedenis van je voorvaderen.
O! Twee pausen in mijn familie!
Je stamboom staat op de laatste bladzijde.
Waar ben ik? Derde tak links, helemaal bovenaan.
Dat is niet genoeg. Een graaf moet over geld kunnen beschikken. Hoe moet dat?
Maar natuurlijk, mijnheer. Je krijgt iedere maand 15.000 francs.
Komt dat geld van mijn vader? - Nee, ik geef het je.
Maar je vader is mij nog veel verschuldigd. -Waarvoor?
Ik heb mijn vermogen aanzienlijk kunnen vergroten door een zekere reis...
van 20 jaren die je vader geregeld heeft. - 20 Jaren. Dan heeft u veel van de wereld gezien.
Niet zoveel als ik wilde..
Mademoiselle staat erop dat... - Ik weet dat jullie hier zijn.
Kan ik jullie bij de voorstelling verwachten?
Ik ben helaas verhinderd. Maar graaf de Cavalcanti zal u graag bewonderen.
Oh... Ik heb maar een klein rolletje Toch ben ik vol spanning
Ik moet nu naar het theater. -De graaf zal u begeleiden.
Zijn koets staat voor. -Mijn koets? - Zeker, mijn vriend.
De zoon is net zo'n waardeloos als zijn vader.
Mijn meester... Haydee!
Toch. In mijn gevoel bent u mijn heer en meester.
Daarom zal ik u altijd zo noemen. Uw bezoeken doen mij altijd veel plezier.
Heb je nog ergerns anders plezier in? -Jazeker.
Voor u een waterpijp stoppen. Met heel veel tabak.Heel veel
Waarom veel tabak? Wil je dat zeggen?
Omdat de gast langer blijft als er veel tabak in zijn pijp zit.
Haydee, ben je gelukkig? -Ja en nee.
Gelukkig omdat u er bent. Ongelukkig omdat ik in Parijs ben.
Waarom, waarom, Fatima?
Een meisje van 18 jaar is bij ons al een vrouw. Hier is zij nog maar een kind.
Je zult een vrouw worden als we naar de Ori�nt teruggaan.
Maar eerst blijven we nog hier. -Waarom. Waarom blijft u in Parijs?
Een andere vrouw.. U wilt het niet zeggen, maar ik weet het.
Ze is vanavond op een groot feest met u. Heb ik gelijk?
Als we 20 jaar geleden getrouwd waren...
Dan waren we de trappen van de kerk afgelopen. Ik aan jouw arm.
We zouden een leuk stel geworden zijn.
Laten we niet denken aan dat wat niet meer te veranderen is!
Voorzichtig. Ze kijken naar ons.
Blijft u nog lang in Parijs, mijn beste graaf?
Ik geef eerst nog een groot feest, waarover ik verder nog niets wil zeggen.
Daarna verlaat ik Parijs.
Echt waar? Helemaal alleen? Nee, met mijn beschermelinge.
Waar u mij niet aan voorstelt. -Nog niet. Later misschien.
U heeft zich snel getroost.. -Doe niet zo raar. Het is nog een kind.
Jongens kunnen kinderen blijven, meisjes zijn altijd vrouwen.
Wordt je jaloers? -Misschien een beetje.
Spreek ��n woord en ik stuur die kleine naar haar vaderland terug.
Nee, je weet dat dat onmogelijk is.
Waarom bedek je je gezicht als ik binnenkom? -Haydee is ongelukkig.
U blijft bij die andere vrouw. Haydee is bovendien ook erg geschokt.
Waarom? - Die man daar is Mondego.
Die Franse officier verried Haydees vader 12 jaar geleden.
Rustig maar. Hij is ook mijn vijand. Help mij om hem te straffen.
Ik heb hem alleen uitgenodigd, zodat jij hem kon herkennen.
Geloof je mij? Haydee!
Hoe gaat het met je onderzoeken? -Die zijn afgerond.
Alle europese banken accepteren de cheques van Monte-Cristo.
Jammer. Ik had hem graag gearresteerd.
In plaats daarvan komt heel Parijs bij hem over de vloer.
Monsieur de Monte-Cristo! We waren net over u aan het roddelen.
Mijn beste vriend, ik wil je aan iemand voorstellen.
Een officier van justite. -Dat ontbrak er nog net aan.
Mag ik u voorstellen: de graaf de Cavalcanti.
Hij is ge�nteresseerd in het recht. -Dat kan ik begrijpen.
Het doet mij plezier om u samen te brengen.
Cavalcanti. Zeer oude adel. We hebben twee pausen in de familie.
Ik ken uw naam ook. Hij wordt in mijn kringen veel genoemd.
Men spreekt dikwijls over mij. -U kent de wet...
Ik heb uw advies nodig.. Mijn vriend is een buitenechtelijk kind.
Hij zoekt zijn vader. -Een nobel streven.
De man is duidelijk steenrijk. Wat kan mijn vriend doen? -Geen rechtzaak!
Misschien een beetje chantage? Zou dat erg zijn? -Dat zijn vreemde vragen.
Laten we het niet meer over hebben. Ik moet snel weg.
Er wacht een danseres uit de opera op mij.
Als u wilt kunt u met mij meegaan. -Nee, dank u wel.
Het was mij een genoegen.
Hallo! Waar gaan we heen? Ben je Caderousse vergeten?
Ik heb geen tijd. - Je blijft hier!
Antoine, ga naar opera! Zeg juffrouw Emilienne dat ik opgehouden ben.
Wij gaan naar "De klok" Daar kunnen we praten.
Ik heb geen geld, Caderousse! -Jij jaagt er iedere maand 20.000 franc door.
De rekeningen worden direct betaald. -Jouw koets? Jouw huis?
Die zijn niet van mij. Ik heb zelf niets. -Mij kun je niet belazeren..
Als je mij niet helpt, zal ik je verraden!
Ik heb een idee. Dat zaakje is goud waard.
Accoord? Daarna laat je me met rust!
Dat huis waar ik net uitkwam, is van een heel rijke man.
Hij zit iedere vrijdag op zijn kastgeel. Zijn huis hier is dan leeg.
In het bureau in de werkkamer ligt veel geld..
Maak een plattegrond van dat huis.
Hier is de ingang...
De graaf van Monte-Cristo wordt gewaarschuwd dat er vrijdag- nacht zal worden ingebroken door een zeer gevaarlijk individu. Een vriend.
Wat doe je daar, schat? - Ik doe een vriend een plezier.
Schrijf je "individu" met een i of een e? -Met een i, schat.
Het is bijna half twaalf. -Alles is klaar.
Ik denk dat dat na de eerste inbreker, direct nog een tweede bezoeker volgt.
Ga naar de eerste verdieping en laat het me direct weten.
De tweede is er ook!
Goedenavond, Caderousse.
Pater Busoni!
Ik wist zeker dat ik je weer zou zien.
Wij hebben elkaar al twee keer ontmoet.
Bij de eerste keer schonk ik je een vermogen en je kwam in de gevangenis.
Bij de tweede keer hielp ik je vluchten en toen werd je een dief.
Dat heb je gedaan met die grote kansen. Je moet je schamen!
Ja, U gaf mij tweemaal een grote kans. Geef mij er nog ��nmaal een!
Ik zal niet meer foutgaan! Roep de politie alstublieft niet!
Heb jij nooit iemand aan de politie uitgeleverd?
Nooit een onschuldige in een kerker laten zetten?
U weet ervan! Is dat met Dantes gebeurd? Ja, dat deed ik.
Ik ben een schoft! Maar ik heb er spijt van gekregen!
Is dat echt waar? Ik zweer dat ik er spijt van heb.
Goed, Caderousse. Ik geef je nog een derde kans.
Stommerd! - Waar wacht je op? Roep de politie!
Ik ben niet zo'n schoft als jij. -Ga! Maar net zoals je gekomen bent.
Mag ik echt gaan? Ja, maar pas goed op jezelf!
Staar mij niet zo aan! Verdwijn! -Ik geloof dat ik geesten zie.
Dat is niet mogelijk... -Ga!
Laat hem gaan.
Het gaat u goed, pater. -Het gaat je goed, Caderousse.
Waaom mag hij gaan? Hij verdient straf!
God zal beslissen.
Houdt de moordenaar! Houdt de moordenaar!
Ik weet wie mij wilde vermoorden: Bruno, een gevluchte gevangene.
Hij woont in Parijs als graaf Caval... Cavalcanti. Cavalcanti!
De graaf van Monte-Cristo!
Ik moet u helaas in uw drukke werkzaamheden storen.
Maar het gebeurde bij uw in huis. De sporen van de inbraak zijn nog te zien.
Ik moet u als getuige verhoren.
Een vervelende bezigheid, maar het is mijn plicht.
Wat is er gestolen? Geld of kunstwerken?
Er is niets gestolen. -De moord vond dus eerder plaats.
Vermoedelijk onenigheid over het verdelen van de buit.
Kende u die Cavalcanti al lang?
Sinds zijn aankomst in Parijs. Hij is nog jong. Ik vraag om clementie.
Reken daar maar niet op. Ik heb hem al eerder ontmoet. Bij u thuis.
Ik voelde direct dat het een oplichter was.
Er is ��n verzachtende omstandigheid. Zijn vader heeft hem al vroeg verlaten.
We kennen dat soort verhaaltjes. -Misschien is het waar.
Dat helpt niets. Ik zal toch de doodsstraf eisen.
Beklaagde, ga staan. Zeg uw naam, leeftijd en geboorteplaats.
Weke naam? Ik heb er meer. Mijn eerste naam was Bruno.
Mijn vrienden in de bajes noemden mij "Langvinger".
Toen vroeg men mij om me "Graaf de Cavalcanti" te noemen.
Maar ja, graaf of niet.... Kiest u er maar een.
Verder! We komen hier nog op terug. Geboren...
De beklaagde is een vondeling! Zijn gegevens zijn niet te controleren.
Goed. Beklaagde, u zei: "Men vroeg mij om me 'graaf' te noemen."
Het gerecht wil graag van u weten; Wie is "men". - Bruno geef antwoord!
De graaf van Monte-Cristo!
Dat is een interessante verklaring.. De graaf is hier als getuige aanwezig.
Bode, laat de graaf binnenkomen!
Mijnheer, ik heb de plicht u naar uw naam en geboortedatum te vragen.
Edmond, Graaf van Monte-Cristo. Geboren op 21 september 1793 in Marseille.
Zweert u dat u de waarheid en niets dan de waarheid zult spreken?
Dat zweer ik.
U vroeg de beklaagde om zich graaf de Cavalcanti te noemen?
Dat is de zuivere waarheid. -Dat maakt u tot medeplichtige!
Ja. Maar niet als het die valse naam een goed doel zou dienen.
Wat was dan het doel van die naamsvervalsing?
Ik wilde de naam van een familie van aanzien beschermen en ze schande besparen.
Welke familie? Vraag mij niet te antwoorden.
Mijn antwoord zou een groot schandaal veroorzaken.
Een schandaal dat tot in de hoogste kringen zou doordringen.
Uw zwijgen is een groter schandaal dan de waarheid!
Noem de naam van de moordenaar!
De beklaagde is in de nacht van 27 op 28 september 1817 geboren.
In Auteuil, in de Rue la Fontaine 28. -Hoe weet u dat?
Van drie personen die hier aanwezig zijn.
Wilt u deze drie hier ondervragen, mijnheer de president?
De verdediging stemt hiermee in.
Het gaat om de monsieur Bertuccio, Madame Picard en Monsieur Mireille.
Willen de genoemde personen naar voren treden!
Uw naam? - Emile Bertuccio, geboren 14 april 1790.
Tegenwoordig in dienst van de graaf van Monte-Cristo.
Wat weet u van de herkomst van de beklaagde?
Ik was destijds in de tuin van dat huis in Auteuil. Ik wilde er inbreken.
Moeten inbrekers hier bewijzen leveren?
Zonder inbreker hadden wij geen bestaansrecht, mijnheer de Hoofdofficier.
Ik heb die nacht niets gestolen.
Ik zag een man. Hij begroef een pasgeboren kind dat nog leefde.
Ik nam dat kind later mee.
Deze verklaring heeft geen waarde, mijnheer de President.
Ik was in dienst van die man. Hij was de biologische vader van het kind.
Hij noemde zich Baron Danglars. - Dan ben ik Baron Danglars!
Er heeft nooit een Baron Danglars bestaan.
Hij heeft zich die naam toege�igend: de Hoofdofficier van Justitie de Villefort!
Stilte of ik laat de zaal ontruimen!
Monsieur de Villefort, wilt u deze zware beschuldiging weerleggen!
Mijnheer de President, deze mensen zeggen de waarheid. Ik beken schuld.
Ik geef mij over aan de nieuwe Hoofdofficier van Justitie.
Nu kan ik uw hoofd redden.
De zitting is gesloten! Wachten, breng de beklaagde weg!
Waarom vervolgt u mij? Wat wilt u?
Herinnert u zich nog een zeeman, die u zijn vrijheid beloofde?
U liet hem levenslang opsluiten. -Ik herinner het mij.
Het was op de avond van uw verloving en ook de zijne.
Hier is het bevel, met uw handtekening.
Edmond Dantes.
Vaarwel, Monsieur de Villefort.
De Hoofdofficier is krankzinnig geworden. Die zien we nooit meer terug.
De veroorzaker van dit schandaal is de graaf van Monte-Cristo!
Wat heb je? Ben je zo door die zaak geschokt?
Het is niets. Ik ben gespannen en uitgeput.
Ach! Je zou Parijs en dit alles moeten kunnen vergeten!
Albert, ik wil een paar weken op reis.
Onmogelijk. Vader heeft nog een zitting in het parlement.
Wat gaan ons trouwens die schandalen van die graaf aan?
Wij hoeven nergens bang voor te zijn. -Je hebt gelijk.
Gisteren een schandaal in het Paleis van Justitie. Vandaag een schandaal in de Senaat.
Ik wil er absoluut bij zijn! - Ik wil zien, hoe dat afloopt.
Monsieur de Villefort? - Maar nee, dat was gisteren.
Vandaag gaat het om Monsieur de Morcerf.
Monsieur de Morcerf durft niet te komen.
Dit artikel bewijst niets.
Ik verzeker u dat wij met u meeleven.
Die verdachtmakingen in de kranten zijn een schandaal! - Zoals vroeger in de republiek!
Wilt u gaan plaatsnemen! De zitting begint.
Mijne heren, de zitting is geopend!
De pers bezoedelt de eer van onze senaat!
Wat kan Monsieur de Morcerf tegen de beweringen van de pers inbrengen?
Maar misschien is hij helemaal niet bereid om daarop te reageren?
Toch wel, mijne heren!
Een dergelijke aanval ontkrachten, dat mag geen uitstel lijden!
Hier gaat het om vijanden die wij allen kennen. Ik eis opheldering!
De kamer is het hiermee eens. Monsieur de Morcerf, u heeft het woord.
Mijne heren! Ik was op mijn 36e al generaal.
Ik heb mijn vaderland mijn hele leven gediend. Twee keer werd ik gewond.
Een krant waagt het nu mij in mijn eer aan te tasten!
Maar wij weten allemaal wie achter deze krant zit.
Een vreemdeling wiens gigantische vermogen een geheim is!
Mijne heren, wie gelooft u eerder? Die vreemdeling of mij?
Mijn verwijt mij verraad!
Men zegt dat ik de Pascha van Janina aan zijn vijanden heb uitgeleverd!
Maar ik genoot zijn vertrouwen!
Kort voor zijn dood heeft hij mij zijn vrouw en dochter toevertrouwd!
Waar zijn die gebleven?
Beiden zijn helaas omgekomen in een van de laatste veldslagen.
Hun dood was de zwaarste slag van mijn leven.
Helaas zijn er van die gebeurtenissen geen levende getuigen meer.
Toch wel. Er is er nog ��n! -Laat hem spreken.
Er is geen twijfel dat de onschuld van Monsieur de Morcerf bewezen zal worden!
Daarom stel ik voor deze te horen.
Monsieur de Morcerf, neemt u plaats.
Bode, haal de getuige.
Dat is een bedrieger. Er is geen getuige!
Madame, noemt u ons alstublieft uw naam.
Haydee, Dochter van de Pascha van Janina.
Kunt u uw identiteit bewijzen? - Ja. Hier is mijn geboorteakte.
En bovendien nog de akte van verkoop van de Prinses Haydee...
aan de slavenhandelaar El Cobir, door de officier Fernand Mondego.
Monsieur de Morcerf, herkent u de dochter van de Pascha? - Nee!
Maar ik herken u wel! U heeft mijn vader bedrogen en mij verkocht!
Aan zijn handen kleeft het bloed van mijn vader!
Een onderzoek!
Dat is een belediging! -U veroordeelt zichzelf!
Wie is voor een onderzoek?
Madame, U kunt gaan. De commissie zal u morgen dagvaarden.
Mijnheer, ik wil een verklaring! -Hier in de opera?
U, uw minnares en uw krant liegen!
Zachtjes, Monsieur de Morcerf. U maakt zich zo onsterfelijk belachelijk.
U bent een bedrieger en een lafaard!
Uw vrienden zullen mij na de voorstelling thuis aantreffen.
Heren, ik zal u niet ophouden.
Acht uur, met pistolen. 20 passen afstand, eerste schot na commando.
Ik heb je verwacht. Je had geen andere keuze dan hier te komen.
Je wilt me vragen om je zoon morgen te sparen.
Je wilt me met tranen tot medelijkden bewegen. - Ja, dat wil ik.
Je had eerst besloten om met mij weg te gaan. -Ja.
Nu is het te laat, Mercedes. Ik moet morgen duelleren.
En dat zal ik doen! Warom jaag je ons na?
Fernand heeft gelogen toen hij jou dood bekendmaakte.
Dat vergeef ik hem nooit. Maar wij waren toch al voor elkaar verloren.
Je zat in de gevangenis. -Maar door wiens toedoen?
Lees dit, alsjeblieft.
Door dit briefje bracht ik mijn jeugd door in de gevangenis.
Mijn vader stierf, mijn verloofde trouwde met een ander.
De brief is anoniem! -Ja twee keer.
Caderousse schreef het begin. Het einde is van Fernand Mondego!
Dan is alles verloren. Alles. Dat kunt je nooit vergeven.
Het was moeilijk voor mij. -Maar het wordt nog erger voor mij.
Een hele lange nacht wachten tot mijn zoon zal sterven.
Hoe laat is het? -Twee uur.
Nog zes uur..
Ik geloofde dat je van mij hield. Nu twijfel ik daaraan - Mercedes!
Je hebt gewonnen. Je zoon zal levend terugkomen.
Ik beloof het je. En tegelijk ben je ook van mij bevrijd.
Als ik mis schiet... Raakt hij mij zeker. Hij heeft het tweede schot.
Je zult hem niet doden of verwonden.
Ik geef je mijn woord. -Dank je
Monsieur de Morcerf liet weten dat hij onderweg is... Daar is hij!
Men gaat niet te paard naar een duel! -Hij is ook niet gepast gekleed!
Hij is gek.
Ik moet de graaf van Monte-Cristo spreken.
Dat is tegen de regels! -Komt u maar mee.
Mijnheer de Monte-Cristo! Ik kende gisteren maar de halve waarheid.
Ik heb vannacht alles gehoord. Ik verzoek u mijn excuses te aanvaarden...
..voor het verraad dat luitenant Mondego 23 jaar geleden pleegde.
Mijn getuigen denken hopelijk niet dat ik laf ben.
Het zal mijn plicht zijn om in de toekomst het tegendeel te bewijzen.
Mijn beste Morcerf!
Wij kunnen kunnen hier afscheid nemen. - Ik kom mee.
Monsieur de Morcerf wil u spreken.
Mijnheer! Mijn zoon weigerde, maar ik zal met u duelleren!
Dan meteen! En hier ter plaatse!
Is het u duidelijk dat Edmond Dantes u overwonnen heeft?
Edmond Dantes...
Laat de Monsieur de Morcerf uit! Mijn huis blijft voor hem gesloten!
Ben je zo ver? Ja, nog even.
De enquete-commissie van de senaat verklaart dat M. de Moncerf oneervol uit zijn functie is ontheven.
MARSEILLE, EEN AVOND IN FEBRUARI 1837
Moeder, wees niet meer zo treurig! Je zoon wordt zeeofficier.
Over vijf jaar ben ik vast en zeker kapitein.
Wanneer vaart het schip uit? -Op vrijdag. Naar Egypte.
Via Bastia, Malta en Tripolis. -Dezelfde tocht...
Wat moet ik doen tot je weer terugbent? -Je blijft op me wachten.
Je zult weer aan dit raam zitten. -Daar ben ik aan gewend.
Mijn hele jeugd wachtte ik zo en keek over de zee...
EN HIER EINDIGT HET VERHAAL VAN MONTE CHRISO. (Vertaling: Bommel44)
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.