Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (SoranĂ®)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Laat mij die dragen.
Nee, ik heb al gezegd dat ik zelf mijn ene tas kan dragen.
Sorry dat ik je heb meegesleept.
Geef me een paar dagen. Ik doe wat ik moet doen en dan gaan we naar huis, oké?
Ik ben blij dat ik ben meegekomen.
Het is fijn om de stad uit te zijn en te ontspannen…
en op een plek te zijn waar de tijd heeft stilgestaan.
Tijd verstrijkt hier op z'n eigen manier. Er is sinds mijn jeugd niets veranderd.
Lieve hemel. Zelfs de geiten niet?
Ze zijn schattig.
Toen ik jong was, werd ik gek van ze.
Dat is geweldig. Je was vast een leuk kind.
Ja, ik was losgeslagen. Als een tornado.
Dan is er geloof ik niet veel veranderd.
Ja, dus je kunt maar beter oppassen.
HĂ©.
Goed. Mijn schouder doet toch pijn.
HĂ©, hallo. Welkom, Vivien.
Leuk je te ontmoeten. -Leuk om je eindelijk te ontmoeten.
Hallo, Laura. -Hoi.
Fijn om je te zien. -Fijn om jou te zien.
Kom binnen. De lunch staat klaar.
Jullie hebben vast honger. -Ja.
Echt? -Ja, ik vind het hier echt fijn.
O, daar ben je. -Dit huis is echt prachtig.
Dank je. Mag ik je voorstellen aan Roy's andere tante?
Concetta. -Vivien.
Leuk je te ontmoeten. -Ook zo.
Je bent prachtig. -Kijk eens.
Hun Engels is niet zo goed, heb dus een beetje geduld.
Natuurlijk. -Sorry.
Je oom heeft uitgepakt. -Natuurlijk, want ik ben de beste.
Ik mag niet in de keuken komen. Hij denkt dat hij alles weet.
Zo is het gewoon, Concè. Wat kan ik doen? Ik weet alles en klaag nooit.
Caponata voor onze eregast. -Kijk eens.
Zijn jullie verloofd?
Vertel jij het haar maar.
Wat zei hij? -Dat is een geheim.
Niet eerlijk. Daar maak je geen vrienden mee.
Nee, inderdaad.
Roy, ben je bij de boerderij geweest?
Nog niet.
Hij is in slechte staat. Telkens als ik er ben, word ik boos.
Het is voor iedereen beter als we hem verkopen.
Hoe gaat je studie?
Het is voorbij. Ik ben mijn studiebeurs kwijt.
Wat is er gebeurd?
Ik kreeg hem omdat ik in het zwemteam zat.
En ik zit niet meer in het team.
Kon je geen baan vinden en betalen? Je kunt met je vader in de garage werken.
Studeren is te duur.
Daarom wil ik de boerderij verkopen. Om het lesgeld te betalen.
Wat jij wilt, Roy. Oma heeft hem aan jou nagelaten.
Wat is hier gebeurd?
Een brand. Hij sloeg over naar het huis en verwoestte het.
Hoe oud is dit pand? -Het is al generatieslang in de familie.
Een, twee, drie, vier, vijf…
zes, zeven, acht, negen, tien.
Het doet me verdriet om het te verkopen.
Zo veel herinneringen.
Jij bent hier opgegroeid.
Ja, en ik heb ervoor gekozen om te vertrekken.
HĂ©, je bent er. -Gaat het?
Ja.
Wat ben je?
Ben je een voorwerp? -Ja.
Die vind ik het leukst. Oké. Kan ik je gebruiken?
Ja, dat kan.
Oké. Gebruikt iedereen je?
Veel mensen, niet iedereen. -Ben je een huishoudelijk apparaat?
Niet alleen dat. -Ben je een keukenapparaat?
Nee.
Je bent toch geen waterslang?
Ben je kleurrijk?
Kom op.
Hallo?
HĂ©.
Ik heb een steen geraakt en ben geslipt.
Sorry, ik spreek geen Italiaans. Spreek je Engels?
Ja, ik wilde je niet laten schrikken. -Laat me je helpen.
Gaat het wel goed? -Ja, prima.
Hij is heel erg zwaar. Hoe rijd je op dat ding?
Heb je mijn spierballen niet gezien?
Ik ben Vivien. Hoi. -Anna, aangenaam.
Dat ziet er niet best uit trouwens.
Kom binnen. Dan maken we het schoon, zodat het niet geĂŻnfecteerd raakt.
Het gaat prima. Ik wil je niet tot last zijn.
Nee, doe niet zo gek. Kom.
Zeker weten? -Ja, natuurlijk.
Je Engels is heel goed. -Ik heb een tijdje in Amerika gestudeerd.
Waarom zijn we hier? -Kom mee.
Sorry, ik kan niets doen, meneer. De reservering is geannuleerd.
O, god.
HĂ©.
Is er iets gebeurd?
Een van de artiesten kan niet. Het is een ramp.
Hij zou vanochtend inchecken en nu heb ik geen tentoonstelling.
Erg voor je.
Schat, dit is… -Roy, toch?
Ik keek ernaar uit. Ik ben Thomas. -Leuk je te ontmoeten.
Sorry, ik moet deze puinhoop oplossen.
Ga maar. Ik hou van je. -Ik ook van jou.
Waar heb je hem ontmoet? -Op een tentoonstelling in Londen.
En hoelang houdt Vivien het al met jou uit? Zes maanden?
Zo ongeveer.
Zij is anders ook niet makkelijk.
Dan zijn jullie voor elkaar gemaakt.
Deze was van je moeder.
We droomden ervan om de ware te vinden en te trouwen.
En Vivien…
Ik heb het gevoel dat ze niet kan wachten om een ring te krijgen. Dus…
Dank je. -Maak me niet aan het huilen.
Luister, ik ben door mijn rolletje heen. Kan ik het ergens laten ontwikkelen?
Thomas heeft in de galerie een donkere kamer. Kom.
Dank je. Je hebt me gered.
Nee, geloof me. Jij hebt mij gered.
Mijn…
Mijn vriend en ik zijn op bezoek bij zijn familieleden…
en het valt niet mee om iemand te vinden om mee te praten.
Ja, sorry. Veel Italianen spreken slecht Engels.
Ja, maar jij niet. Waar heb je gestudeerd?
Ergens in New Jersey.
New Jersey, echt? Daar komen wij vandaan.
Studeer jij geneeskunde?
Nee, natuurkunde.
Dat is echt cool.
Ik vond het fascinerend, maar ik dacht dat ik het nooit zou begrijpen.
Hoe doe je dat dan nu je hier bent?
Niet, maar ik ga binnenkort terug.
En ik kijk ernaar uit, want mijn school…
heeft een stage bij een groot bedrijf geregeld.
Dus ik ben blij. -Dat klinkt cool.
Wat doe jij? -Meerdere dingen.
Nu ben ik hier voor de vendemmia.
De druiven…
oogst.
En hij begint morgen. Je moet echt komen.
Ik kan morgen niet. Ik vertrek morgenvroeg.
Ik heb een idee.
Je gaat met mij mee. -Wat?
Het is je laatste dag hier.
Die mag je niet in je eentje binnen doorbrengen.
Vind je het leuk?
Leuk is een understatement.
Het is prachtig.
Mooi, dat maakt me blij.
Dit is een van mijn favoriete plekken.
Het is vast fijn om hier te wandelen. -Ja.
En na te denken.
Het is vredig.
Klopt. Het is stil.
Geen mensen. Alleen wij tweetjes.
Wat doe je?
Ik ga zwemmen.
Wat? -Ja.
Ga je nu zwemmen? Is het niet te koud?
O, in Sicilië is het nooit te koud. Geloof me. Het water is heerlijk.
Lieve help. Het zal koud zijn.
Zo gaat het wel. -O, echt?
Ja, vrijheid.
Dit is eerlijk waar adembenemend.
Ik zei het toch? Ik wist dat je het mooi zou vinden.
Hoe kom je daaraan?
Een haaienaanval. -Wat?
O, ik trapte er ook nog in.
Ik heb me toen ik jong was verbrand.
Ik denk dat je inderdaad niet met vuur moet spelen.
Nou…
ik vind littekens eigenlijk heel mooi.
Ze vertellen iemands levensverhaal.
Misschien zal ik je ooit mijn verhaal vertellen.
Afgesproken. -Ja.
Ik moet zeggen dat je vriend heel erg boft met jou.
Zijn jullie al lang samen?
Nee.
Maar Roy stond voor me klaar…
toen ik het heel erg zwaar had.
Daarom heb ik het gevoel…
dat hij weet wie ik ben.
Ja. -En jij?
Heb jij een speciaal iemand die al deze schoonheid waardeert?
Eigenlijk wel, ja.
Hij heet Tony en ik ken hem al heel erg lang…
Ik denk alleen…
dat je mensen nooit echt kent.
Waar was je? Ik heb je de hele middag gebeld.
Ik heb iemand ontmoet.
Ik had slecht bereik en toen was m'n accu leeg.
Dit is trouwens Anna.
Leuk je te ontmoeten. Vivien heeft me veel over je verteld.
Ik was echt bezorgd.
Sorry, schat. Ik dacht dat je veel later terug zou zijn.
En Anna heeft me een prachtige plek laten zien.
Ja.
Maar ik moet echt gaan…
dus ik hoop dat ik je nog eens kan zien.
Ja, het was leuk je te ontmoeten. -Vond ik ook.
Dag. -Doeg.
Wie was dat?
Een meisje dat ik vandaag heb ontmoet.
Ze was van haar motor gevallen en ik heb haar geholpen.
En ze heeft je mee op avontuur genomen omdat ze je mocht?
Ja.
Sorry, ben je nu jaloers? Wat is er aan de hand?
Nee, ik ben gewoon nieuwsgierig.
Oké.
Heb je gepakt?
Ja, ik moet nog een paar dingen inpakken.
Oké, we moeten opschieten. We vertrekken morgen heel vroeg.
Mijn god.
Wat is er?
Door een vulkaanuitbarsting zijn alle vluchten geannuleerd.
Je weet het vast al. Onze vulkaan is een vrouw.
Onvoorspelbaar en rusteloos.
We moeten hier weg.
Ze weten niet wanneer er gevlogen kan worden.
Het is niet voor eeuwig.
Maak er een vakantie van. Ik kan de hulp gebruiken.
Waarbij? -Hoe bedoel je?
De druivenoogst. Jullie kunnen helpen.
Een druivenoogst klinkt niet slecht. Ik heb het nog nooit meegemaakt.
Het is irritant.
Dit is mijn vriend Tony.
Hoi, Vivien. Leuk je te ontmoeten. -Ook zo.
Hij is zanger. -Speel je gitaar?
Ik kan ook wijn drinken.
Dat is een goed antwoord.
Leuk. -Ik heb alleen wat rode moed nodig.
HĂ©.
Ik ben op zoek naar de geur van een vrouw
De dieptes van haar lieve ogen als ze staart
De tijden zijn veranderd, maar jij niet
Ik lig de hele nacht te woelen en jij vraagt waarom
En ik zeg tegen jou
Dit hart staat in vuur en vlam
Het brandt hier, het brandt voor jou
En het zal blijven branden
Altijd weer
Wacht eens even.
Wacht.
Dat was leuk.
Ja.
Bedoel je dit of vandaag?
Allebei.
Ja.
Anna en Tony zijn heel erg leuk samen.
Ik denk het.
Je mag Anna niet, of wel?
Ik weet niet. Ze is altijd in je buurt. Heb je dat niet gemerkt?
Ik bedoel…
We mogen elkaar gewoon. Dat is alles.
Ze dook bij het huis op toen je alleen was.
Uit het niets.
Vind je dat niet vreemd?
Nee, ik heb je gezegd dat ze van haar motor was gevallen.
Heb je haar zien vallen?
Nee, maar…
Waarom zou ze dat doen? Wie zou dat in scène zetten?
Ze bloedde.
Ik weet het niet. Ik zeg gewoon wat ik denk.
Sorry als ik je van streek heb gemaakt.
Nee, ik ben niet van streek.
Ik denk alleen…
Ik denk dat ze vrienden nodig heeft.
Je kent haar pas.
En je kent mensen nooit echt.
Roy?
Een, twee, drie…
Je bent fantastisch.
HĂ©, jullie twee. -HĂ©, schat.
Goedemorgen. -Goedemorgen.
Morgen, April.
Hoi.
Wat is er?
De school heeft gebeld. Ze vervroegen mijn stage.
Wanneer begin je? -Over een week.
Maak je geen zorgen. Dan zijn we thuis. -Wat als de vlucht niet wordt omgeboekt?
Geen zorgen. We bedenken wel iets.
Vind je het mooi?
Ja, het lijkt een schets.
Dat ligt aan degene die kijkt.
Deze artiest heeft er echt kijk op.
Jij ook. Daarom heb ik je gebeld.
Wat me opviel aan jou, Roy, is dat er iets…
ongemakkelijks is. Weet je?
Een rusteloos iets in je landschappen. Neem plaats.
Elke foto laat iets anders zien…
maar toch hebben ze allemaal iets gemeen.
Jouw blik.
Ik snap niet wat je bedoelt.
Eén artiest heeft zich teruggetrokken uit mijn tentoonstelling.
Ik ben op zoek naar een nieuw talent.
Iemand die echt iets origineels kan bijdragen.
Ik begon wanhopig te worden, want dat is op korte termijn lastig te vinden.
Toen bracht Laura me jouw foto's.
Ik wil deze tentoonstellen als jij dat goed vindt.
Ben je gek? Dat is geweldig.
Ik moet het met Vivien bespreken, maar heel erg bedankt.
Nee, jij bedankt.
Ik zal hieraan beginnen en ik wil je morgen zien. Hoe laat?
Ja, ik kan niet wachten. -Half drie?
Ja. -Mooi.
HĂ©, Thomas wil mijn foto's.
Wat? -Ja.
Hij wil ze tentoonstellen in zijn galerie. Echt te gek. Ik kan het niet geloven.
Dat is geweldig. Gefeliciteerd, schat.
Wanneer is de tentoonstelling? -Dat weet ik nog niet.
Dat moeten we wel weten, want ik moet binnenkort weg voor mijn stage.
Wat? Wat heb ik gezegd? Wat is er?
Ik dacht dat je blij voor me zou zijn.
Natuurlijk ben ik blij voor je. Ik ben heel erg blij.
Ja, zo blij dat je niet kunt wachten om te vertrekken.
Ik moet echt terug, dit gaat om mijn toekomst.
Geef je ook om mijn toekomst?
Daarom zijn we hier. Voor jouw toekomst.
We zijn hier zodat jij de boerderij kunt verkopen om je studie te betalen.
Wat?
Ik denk niet dat studeren het juiste pad voor mij is.
Wat?
Waar heb je het over?
Ga je met mij mee of niet?
Hoi.
Komt het slecht uit? -Nee, helemaal niet.
Wat gaan jullie vandaag doen? -Niets.
Mooi. Kom met ons mee. We gaan wandelen.
Nee, daar heb ik geen zin in. -Ik wel.
Klinkt als een goed idee.
Mooi. Laten we gaan.
Je bent stil vandaag. Is er iets mis?
Ik moet terug naar de VS, maar ik denk dat Roy wil blijven.
Hebben jullie ruzie gehad?
Ik kom dingen over hem te weten die ik nog niet wist.
Dat is normaal als een relatie serieuzer begint te worden.
Je vertrouwt hem toch nog wel?
Ja.
Waar ga je heen? -Gaan we niet naar de top?
Ja, maar die route is veel moeilijker.
Het is veel sneller. -Volgens mij is het niet sneller.
Laten we een wedstrijdje doen. De jongens tegen de meiden.
Wedstrijd, wedstrijd. -Oké.
Dat is een stom idee.
Ik denk dat de jongens bang zijn dat we ze zullen inmaken.
Goed dan. Rennen is niet toegestaan. En als je valsspeelt, zal ik het merken.
Goed, ik zal je een ansichtkaart sturen.
Ik zal jou er ook eentje sturen. -Zet je naam erop.
Blijft dit de hele tijd zo?
Eigenlijk wel.
Ik heb hulp nodig.
Aan het eind van de maand speel ik met mijn band in Catánia.
Ik zou jullie uitgenodigd hebben.
Is dat wat je doet? Ben je muzikant?
Is dat jouw ding?
Ja, na tien jaar school.
Maar het is prima, het is mijn ding.
En jij? Studeer je?
Ik ben nog op zoek naar mijn ding.
Anna, wat zijn dit voor bomen? Ze zijn echt prachtig.
Anna?
Anna.
Shit.
Anna.
Kan iemand me horen?
Je vriendin lijkt me fantastisch.
Anna vertelde me dat ze een geweldige studie doet.
Ja, ze is erg vastbesloten…
en in tegenstelling tot mij weet ze altijd wat ze wil.
Anna is ook zo.
Zijn jullie al lang samen?
We kennen elkaar al jaren…
maar zij zag me nooit op die manier.
Wat is er veranderd?
Een paar weken terug kwam ze me opzoeken en ze vroeg of ik mee op reis wilde gaan.
Dan is het dus nog pril.
Jullie hebben iets gekregen vlak voor wij hier aankwamen.
Ja.
Het spijt me.
Waar is Vivien?
Ik weet het niet. Ik draaide me om en ze was weg.
Moment. Rustig. Vertel wat er is gebeurd.
We zijn verdwaald. Ik…
Ik weet niet hoe. Ik draaide me om…
en ik heb overal gezocht en geroepen, maar ze was er niet.
Ik dacht dat het beter was om naar jullie te gaan, zodat we samen kunnen zoeken.
Jij was het, hè? -Waar heb je…
Ik had haar niet alleen moeten laten met jou. Dit is jouw schuld.
Gozer, rustig. Anna heeft niks gedaan.
Natuurlijk wel. Zij was het.
Ik snap het. Je bent bang.
Maar we moeten haar gaan zoeken.
Nu.
Ik denk dat ik haar daar ergens ben… -Denk je dat of weet je het zeker?
Ik weet het niet. Ik denk het. Ik weet het vrij zeker.
Pak aan.
Ik ga alleen. Jullie gaan die kant op, voor het geval je het mis hebt.
Vivien.
Vivien.
Lieverd, word wakker.
Gaat het?
Ja. -Wat is er gebeurd?
Kun je je been bewegen? -Ja.
Oké.
Wat is er gebeurd? -Ik…
Het lukt wel. Dank je. -Weet je het zeker?
Ja, ik weet het niet. Ik ben verdwaald. Ik was op zoek naar Anna.
Gaat het echt wel?
Het gaat. Ik mis thuis gewoon.
Ik hoef de tentoonstelling niet te doen. -Jawel.
Ik mis ons leven.
Het is tijd om terug te gaan.
Ik was vandaag echt bang.
Ik was je bijna kwijt. Dat laat ik nooit meer gebeuren.
Thomas is er.
Ik denk dat ik met hem moet gaan praten.
Het is lastig om te zeggen dat ik de tentoonstelling niet doe.
Ik zie je thuis. Goed? -Oké.
Wauw.
Wat mooi.
Wacht. Waar is iedereen?
Er is een bloemenfestival en ze konden niet wachten om te gaan.
En ik kon niet wachten om tijd alleen met jou door te brengen.
O, is dit allemaal voor mij?
Heb je dit helemaal alleen gedaan?
Nicola heeft me geholpen.
Op ons. Op onze toekomst samen en het naar huis gaan.
Er wordt eindelijk weer gevlogen.
Op ons.
Wat is er?
Je mag die tentoonstelling niet laten schieten.
Maar jij moet naar huis.
Wat ga je doen?
Geen idee.
Ik zal de universiteit bellen en om uitstel vragen.
Ik bedenk wel iets.
Zal je dat niet zwaar vallen?
Zij hebben mij gekozen en Thomas jou.
En je foto's zijn prachtig.
Het is het waard.
Jij geeft me meer kracht dan iemand ooit heeft gedaan.
Ik heb veel twijfels in het leven.
Maar van één ding ben ik zeker.
Ik wil de rest van mijn leven met jou doorbrengen.
Wil je met me trouwen?
Gaat het? -Tony en ik hebben erge ruzie gehad.
Dat is niet erg. Het is maar een ruzie. Dat lossen jullie wel op, toch?
Waar is hij nu?
Op een feestje in Noto.
Wil je het gaan vieren?
Wat jij wilt.
Laten we hem gaan zoeken. We gaan kijken wat hij aan het doen is.
Ik ben zo terug.
Ik denk dat ik nog wel wat heb.
Hallo, het is een themafeestje.
De meiden mogen zich hier omkleden en de mannen daar.
Wil je een drankje? -Kom mee.
Dit is fantastisch.
O, drankjes. Perfect. -Wat mooi.
Oké. Wat vind je van…
Dat is te erg. -Oké.
Hier. Drinken.
Ik kan slecht tegen alcohol.
Kom op. Het is een feestje. -Ik kan echt niks hebben.
Ik wil niet als enige dronken worden.
Ik zal voor je zorgen als je te dronken wordt. Dat zweer ik.
In één keer.
Goed zo. -Wauw.
Nog een. -Oké.
Mijn god, Anna. -Wat?
Deze.
Is die voor jou?
Nee. Wat?
Kom op. Die kan ik niet aandoen. -Waarom niet?
Het is niks voor mij. Snap je?
Kijk dan. Te overdreven? -Ik ben niet sexy.
Dat ben je wel. -En dat is ook niet mijn kleur.
Oké.
Nu wel.
Nou, voor vanavond misschien.
Kom op.
Ik ben nog altijd de enige die drinkt. Zo hoort het niet.
Oké, proost.
Wauw.
Schat, niet doen.
Het is niet erg.
Moet ik achter hem aan gaan?
Nee, het is…
Ik denk dat je er morgen over moet praten als je uitgerust bent.
Het is goed. -Sorry, ik…
Het is niet erg. -Vind ik ook en ik ben een beetje dronken.
Dus ik kan het er vanavond beter niet over hebben.
Ja.
Laten we even gaan liggen. Goed?
Het is in orde.
Blijf uit mijn buurt.
Weet je zeker dat je dat wilt?
Ik ben hem zat. -Je hebt het juiste gedaan.
Denk je? -Ja.
HĂ©.
Heb je te veel gedronken?
Ik zag jullie dansen, maar bleef op afstand.
Ik wilde Anna niet spreken.
Anna lijkt de coolste, grappigste, sexyste persoon ter wereld.
En dat is ze ook.
Maar achter dat alles…
houdt ze verborgen wat ze echt wil.
Ze heeft me zonder wroeging gebruikt.
Je verwoest de relatie als je liegt tegen iemand van wie je zegt te houden.
Je moet oppassen, Roy.
Maar je weet al precies hoe ze is.
Je kent haar beter dan wie dan ook.
Ik had niet moeten drinken.
Ik ben te ver gegaan.
Waarom ben je gisteravond weggegaan?
Wat?
Waarom heb je me achtergelaten?
Je leek je prima te redden zonder mij.
Er is niets gebeurd.
Wil je me alsjeblieft aankijken?
Waarom heeft Anna dezelfde tatoeage als jij?
Hoezo? Hoe moet ik dat weten?
Waarom lieg je tegen me?
Wat speelt er tussen jullie? -Er speelt niets. Oké?
Er is duidelijk wel iets. -Waar zit je over in?
Waarom vertel je niet hoe het zit?
Er is iets dat ik niet weet.
Jij, zij en ik ertussenin. Wat is er aan de hand?
Nee, luister. Het gaat om jou en mij.
Jij hebt Anna toegelaten in ons leven.
Ik wil niets met haar te maken hebben.
Je houdt iets voor me achter.
Wat verzwijg je? Is het echt zo erg?
Je vertrouwt me niet meer.
We zouden gaan trouwen. -Ja, we gaan ook trouwen.
Niet als we ruzie hebben omdat jij liegt.
Heb je je bedacht omdat een griet mijn tattoo heeft?
Ik heb een miljoen tattoos. -Omdat ik weet dat er meer is.
Ik weet niet waar je het over hebt.
Je maakt je druk om niks.
O, hé.
Roy, iemand heeft een bod gedaan op de boerderij. We moeten erheen.
Oké, ik kom zo. Geef me even. -Ja, oké.
We steunen elkaar altijd. Oké?
Ik zal het vanavond uitleggen.
Vertrouw me.
Er zijn gekke dingen gebeurd, maar ik hou van je.
HĂ©.
We hebben iets beloofd.
Ik zie je straks.
Bedankt voor jullie komst. -Geen probleem.
Ik wilde het nog een keer zien, al was ik direct al onder de indruk.
Er moet veel aan gebeuren. -Dat klopt.
Het heeft veel charme, maar staat op instorten.
Toch is dit het juiste moment om te investeren.
We maken hier een geweldig resort. Er is genoeg ruimte, de locatie is goed.
We slopen alles en beginnen opnieuw.
Ik heb dit voor je. Het is een begin.
Dat is een flink bedrag.
Mogen we erover nadenken?
Wat is er aan de hand?
Ik heb je al een voorschot gegeven. -Daar gaat het niet om.
Goed, goed.
Ik kan het bod verhogen.
Ik heb tijd nodig om na te denken. Voorlopig is dit nog van mij.
Je verdoet mijn tijd.
Wat is dit nu? -Het spijt me.
Ik zal je in de komende dagen bellen. -Schoft.
ANNA, IK MOET JE SPREKEN. BEL ME ZO SNEL MOGELIJK TERUG.
Wil je het niet verkopen? Wat is er gebeurd?
Dat wilde ik wel, maar dingen veranderen.
Een deel van mij wil blijven. Het voelt alsof ik mijn weg begin te vinden.
Je kon niet wachten om naar huis te gaan.
Hier voel ik me thuis.
Maar zij niet.
Wat als ik haar kwijtraak?
Als je haar kwijtraakt als je doet wat je wilt, was je haar sowieso kwijtgeraakt.
Denk erover na.
IK ZIE JE OVER EEN UUR BIJ DE BOERDERIJ
Viv.
Waarom zijn we hier?
Zodat je het zelf kunt zien.
We zaten hier vroeger samen te tekenen.
Hij was veel beter dan ik, altijd al.
Dit was de keuken.
We aten hier snacks.
We maten elkaar op en hielden onze groei bij.
Hij was groen en ik paars.
Dit was zijn slaapkamer.
Ik speelde graag verstoppertje.
Ik verstopte me altijd onder het bed in de hoop dat hij me zou vinden.
We lagen uren naast elkaar, zonder een woord te zeggen.
We keken alleen maar naar elkaar.
Hier heeft de brand gewoed.
Roy was er.
Hij heeft me gered.
Hij stond altijd voor mij klaar en ik voor hem.
Was alles wat je me hebt verteld een leugen?
Ben je wel echt van je motor gevallen?
New Jersey? Dezelfde tattoos?
Dus je hebt dit allemaal gedaan…
omdat jij nog van hem houdt en hij nog van jou?
Ik heb je overal gezocht.
Ik had gewoon tijd nodig om na te denken.
Niet over mij, denk ik zo.
Het is ingewikkeld.
Nee.
Dat is het niet.
Je ziet me niet staan.
Je ziet me niet meer staan.
Zie jij mij wel?
Ja.
Ik zie je.
Wat zie je?
Een meisje dat niet gelukkig is.
Haar geluk is ergens anders.
Waar was je?
Wat is er aan de hand, Vivien?
Kunnen we erover praten? Zeg wat er is. Praat alsjeblieft met me.
Viv, wat heeft ze je verteld?
Je hebt gelogen.
Je deed alsof ze een vreemde was. Je deed alsof je haar helemaal niet kende.
Ze deed alsof ze mij niet kende.
Ik probeerde haar uit de weg te gaan. Dat leek me het beste.
Heb je haar genaaid op dat feest? -Dat zou ik nooit doen.
Wat er ook is gebeurd, we waren nog jong. Het is jaren geleden.
New Jersey, en jullie hebben dezelfde tattoo laten zetten.
Dat is allemaal lang geleden gebeurd, toch?
Viv, we zijn samen opgegroeid.
Ze heeft een obsessie voor me.
Maar ik heb haar al duizend keer gezegd dat ik niets om haar geef.
Alsjeblieft. Geef me wat tijd.
Geef me even. Laten we erover praten.
Je hebt genoeg tijd gehad om erover te praten.
Laat me gaan. -Waarom?
Waarom wat?
Waarom geloof je liever een vreemde dan mij?
Misschien is er nog iets anders. -Zoals wat?
Misschien geef je niet echt om me en wil je gewoon naar huis.
Je zei dat ik m'n dromen moet najagen en de tentoonstelling moet doen.
En nu grijp je elk excuus aan om terug te gaan naar New Jersey.
En waar is jouw thuis, Roy?
Jij hebt onze relatie opgegeven zodra je tegen me loog.
Viv, Viv.
Ik meende het toen ik je ten huwelijk vroeg.
Ik hou heel veel van je.
Ga alsjeblieft niet weg.
Ik zal je helpen met opzadelen.
Hou op. Doe het niet nog eens.
Hou op.
Ik wil niet dat je het weer doet.
Ik heb het gedaan om haar te redden.
Ik heb het nooit iemand verteld.
Dus dat meisje was Anna.
Ja.
Het is mijn schuld. Ik heb de schuur verwoest.
Hou op.
Je hebt niets verwoest, maar een leven gered.
Dat is het beste wat je had kunnen doen.
Wat doe je?
Je hebt me geholpen met de tentoonstelling en ik wil iets proberen op te bouwen.
Te beginnen met het oude huis.
Als jij dat goed vindt.
Maar je wilt dat zij hier bij jou is. Of niet?
Ja. -Waarom heb je haar dan laten gaan?
Ik wil haar niet in de weg staan.
Maak het jezelf niet zo moeilijk.
Doe iets met de pijn die je voelt.
Bedankt.
HĂ©. Wat is er?
Wat doe jij hier?
Ik kan de foto's niet meer tentoonstellen.
Kom op, man. Hoe bedoel je?
Alles is klaar, de opening is morgen.
Ik kan het niet. Deze foto's tonen niet wie ik ben.
Dit is niet wie ik ben. -Je bent gewoon nerveus.
Alles komt goed.
Dit zijn de verkeerde foto's.
Roy, we zijn er helemaal klaar voor. We hebben geen tijd.
We hebben de hele nacht.
Alsjeblieft.
HĂ©, wil je koffie?
Nee, ik hoef niks. Dank je. -Weet je het zeker? Hij is vers.
Ja, echt. Ik hoef niks.
Ik herinner me jou.
Je herinnert je mij vast niet. Je was te jong.
Ik ben op zoek naar Roy. Is hij hier?
Nee, hij is in de galerie.
Hij en Thomas zijn nog niet terug. Dat gebeurt vaak de avond voor de opening.
Het is vast moeilijk.
Wat?
Hem laten gaan.
Ja.
Soms moeten we lijden voor het welzijn van anderen.
Uiteindelijk beseffen we misschien dat het ook beter is voor ons.
Waar zijn ze?
Daar.
Waar gaan ze heen?
Ze migreren. -Migreren?
Wat betekent dat?
Dat ze een nieuw thuis zoeken.
Op een plek hier ver vandaan?
Ja, ook.
Het is wel een beetje verdrietig.
Waarom?
Als je erover nadenkt…
is dit hun thuis, hier zijn ze geboren en opgegroeid.
Ja, maar het is leuk om nieuwe plekken te zien.
Wat heeft leren vliegen anders voor nut?
Wat doe jij hier?
Ik wacht op jou.
Het spijt me. Ik had het gewoon niet door.
Wat?
Hoeveel je om haar geeft.
Nu weet ik het.
Daar is het te laat voor.
Het is nooit te laat voor iemand van wie je houdt.
Anna, ik heb niet geslapen. Ik moet de laatste foto's nog kiezen…
en ik heb gisteravond alles veranderd.
Waarom heb je dit gedaan?
Ik zal je zeggen waarom. Voor haar.
Maar je hebt er niks aan als zij het niet ziet.
Ga naar haar toe.
Ze wil me niet meer.
Heb je alles geprobeerd om haar terug te krijgen?
Dat heb je niet.
Je vergeeft het jezelf nooit als je haar niet terugkrijgt.
Ik weet dit…
omdat ik heb gedaan wat ik kon om jou terug te krijgen.
Nu is het jouw beurt.
We moeten alleen leren om te vliegen.
Dat heb jij me geleerd. Weet je nog?
Ze zal het me nooit vergeven.
Als jij mij hebt vergeven, zie ik niet in waarom zij jou niet zou vergeven.
Ga nu maar.
Ga.
Je kunt nu niet weggaan. -Ik vlieg over een uur. Ik moet gaan.
Dat hoeft niet. Je kunt bij mij blijven.
Ik kan niet bij jou blijven.
Ik heb dingen te doen. En het is belangrijk voor mij.
Doet dat ertoe?
Natuurlijk doet dat ertoe.
Dat denk ik niet.
Ik ben hierheen gekomen voor jou.
Zodat jij de boerderij kon verkopen voor lesgeld en nu heb je je bedacht.
Nu wil je iets anders.
Je wilt telkens iets anders. Ik weet het nooit.
Het ene moment wil je het ene en dan opeens iets anders.
En ik moet het proberen bij te houden.
Vivien, wacht. Luister.
Waarom zou ik wachten of luisteren?
Telkens als ik luister, lieg je tegen me. Elke keer weer.
Kijk in m'n ogen.
Ik weet dat ik heb gelogen.
Ik wilde je niet kwetsen en heb het heel erg verknald.
Ik heb alles verknald.
Dit keer zal ik dat niet doen.
Geef me één uur. Ik heb één uur van je tijd nodig.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.