Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
ADRIATISCHE ZEE 1298
De roerige 13e eeuw loopt ten einde.
De Mongolen hebben dood en verderf in Europa gezaaid.
Er zijn kruistochten gevoerd tegen de oprukkende islam.
In Itali� bevechten de steden Genua, Veneti� Pisa en Amalfi elkaar...
om de heerschappij over de Middellandse Zee.
Marco Polo krijgt na zijn onmogelijke reis...
het bevel over 'n schip dat de machtige Genuese vloot moet bevechten.
Ik stond op de uitkijk.
Helemaal boven in het kraaiennest.
De nacht... Ik bedoel de zee...
Een geluid in de duisternis.
Ik klom naar beneden.
Ik sloop over het dek.
Opeens stond hij daar. Hij was reusachtig.
Een Saraceen, drie keer zo groot als ik. Ik zweer het op...
Hij sprong op m'n rug.
Ik voelde z'n ijzeren greep om m'n keel.
Ik hield hem tegen, sloeg m'n arm om z'n borstkas en drukte die fijn.
Toen ik hem wilde doden, dook er nog een op, zwaaiend met z'n kromzwaard.
Terwijl ik de eerste nog stevig vasthield...
greep ik met beide handen een roeispaan en...
Hoeveel handen heb jij eigenlijk ?
Genoeg om deze roeispaan in je grote mond te douwen.
Kapitein Polo.
Wij zijn aan de beurt om de wacht te houden. Gaat u wat slapen.
We zijn vlak bij Curzola. Nog niet in vijandige wateren.
Dat niet, maar dat zegt niet veel.
We zien de Genuezen niet meer, maar zij hebben lichtere en snellere schepen.
Ze halen ons zo weer in.
We moeten meteen naar Curzola. - Met alle respect...
Maar we mogen de formatie niet breken.
We moeten in het zicht blijven, voor als het straks donker wordt.
Hou je ogen open.
Moge Sint Marcus ons beschermen.
Die vis is net zo oud als Veneti�.
Misschien eet hij nu met je vrouw.
Voor Sint Marcus.
Kapitein Polo...
Genua, de gevangenis
Hier zit Marco Polo. Niemand is bij hem geweest...
sinds hij verhoord is door broeder Philip.
Wie bent u ?
Wie bent u ?
Wacht, broeder.
Broeder, help me.
Luister naar me. Ik heb uw vragen beantwoord.
Ik kan alles bewijzen.
In naam van God, luister naar me.
Legt u eens uit wat u hier hebt geschreven.
Verhaaltjes die u met Marco Polo hebt verzonnen...
in de acht maanden dat u 'n cel deelde. - Negen maanden en tien dagen.
Hij kwam hier amper een maand nadat hij gevangen was genomen.
Hij was verzwakt door z'n wond.
Hij praatte in z'n slaap. Zo hoorde ik over z'n reizen.
Ik vond het erg fijn om wakker te worden en te luisteren.
Hij fascineerde me. Hij vermaakte me.
Dit is een ernstige zaak.
We willen dat u ons vertelt wat de Venetiaan verzonnen heeft...
en wat u zelf bijgedragen hebt.
Daarvoor zou hij nog hier moeten zijn.
Ik kan niet voor hem spreken.
We zijn lang samen geweest, maar ik ken hem eigenlijk nauwelijks.
3 Waar is hij ? Vrijgelaten ?
De heer Polo wordt niet vrijgelaten...
voordat we er zeker van zijn dat hij geen gevaarlijke leugens verspreidt.
Kapitein Marco spreekt de waarheid.
Hij is een goed mens en een goed reiziger.
Wat is er mis met reizen ?
Hij werd uit deze cel gehaald omdat hij rust nodig had.
Z'n antwoorden hebben onze twijfels nog niet weggenomen.
We willen dat hij z'n gedachten op orde stelt...
en ons de waarheid vertelt.
U komt uit Pisa. - Dat klopt, ja.
Mijn naam is Amadeo Rustichello. Ze noemen me Rustichello.
Ik werd gevangengenomen in de eerste...
'handelsoorlog', zo'n tien jaar geleden.
Deze mantel was toen net zo nieuw als de uwe nu is.
Ik heb hem gekregen van een monnik die me de biecht kwam afnemen.
De geur van vroomheid is inmiddels wel verdwenen.
Een Pis aan en een verhalenverteller.
Schrijven is mijn vak.
Net als bidden en vergeven het uwe is, naar ik aanneem.
Broeder... - Damian, uit Bologna.
En uiteraard kent u broeder Philip uit Genua al.
We behoren allebei tot de orde van Sint Dominicus.
Uw orde...
mijn ongemak.
Dit zijn maar aantekeningen. Alles gebeurde zo snel.
Marco Polo had zo'n goed geheugen. Hij kende zoveel verhalen...
dat ik ze wel moest opschrijven.
Ik zou u liever over mijn verhalen vertellen. Over mijn werk.
Avonturen, romans, komedies, tragedies.
Ik word zeer veel gelezen.
Een hoop van wat u hier geschreven heeft...
baart ons zorgen, daar het onze taak is...
bedacht te zijn op de verspreiding van verzinsels...
die de geest van de lezer kunnen corrumperen.
Wij hebben ons laten vertellen dat dit verhalen over heidense plekken zijn.
Over zondige praktijken die de onschuldige jeugd kunnen bederven.
Hier staat wat hij me verteld heeft.
Ik ben nooit op een van die plekken geweest.
Ik ben koopman noch reiziger.
Het is amper te lezen wat u hier hebt neergekrabbeld.
Ik heb u al gevraagd of u me m'n ongemak wilde vergeven.
Te veel water bij de inkt.
De veer van een zieke gans.
Kijk hier.
Amalfi, Pisa, Genua, Veneti�.
Vier ruzi�nde zeerepublieken. Hierop zijn ze niet groter dan vliegenkeutels.
Maar ze zijn behept met 'n enorm eergevoel.
Een zonde waarvoor wij moeten boeten.
Daarmee zou uw orde zich moeten bezighouden.
Onze taak is vragen stellen en verslag uitbrengen.
En aangezien u...
of uw zieke gans...
het ons onmogelijk hebt gemaakt te lezen wat u geschreven hebt...
vragen wij u nogmaals ons alles te vertellen wat u weet.
Alles wat op deze bladzijden staat.
Gaat u verder.
Alles ligt door elkaar. Al die namen van plaatsen, mensen...
landen, rivieren, zee�n. - Steek van wal.
Het begon allemaal in het jaar des Heren 1254...
toen Marco Polo in Veneti� werd geboren.
De koningin van de Adriatische Zee, volgens de Venetianen zelf.
Haar haven ligt immer vol schepen.
Haar kooplui doen alle kusten aan.
Een van hen was Marco's vader, Niccolo.
Hij was vertrokken met z'n broer Matteo voor Marco's geboorte.
Ze bleven jaren weg.
Marco bleef achter bij z'n lieve, maar zieke moeder.
Ze was te zwak om voor hem te zorgen.
Hij werd opgevoed door z'n vaders zus tante Flora en haar man, oom Zane.
Zij waren gehecht aan het land dat hun voorouders de zee ontstolen hadden.
De jonge Marco was een dromer. Elk zuchtje wind deed z'n hart wegzeilen.
Hij moest in de winkel van z'n oom helpen...
maar hij hing liever rond bij de haven en de kades.
Hij luisterde naar de avonturen van de zeelui...
en hoopte dat hij ooit zou horen dat z'n vader nog leefde...
en terug zou komen naar Veneti�, terug naar hem.
Kom nou.
Als je overal ter wereld bent geweest, kom je de vreemdste mensen tegen.
Je kunt het je amper voorstellen. Jazeker.
Mensen met hondenkoppen...
adelaars die olifanten kunnen optillen.
Maar de vrouwen waren vriendelijker dan waar dan ook.
En gastvrijer, als je begrijpt wat ik bedoel.
Ze verwelkomden je met open armen. - En de mannen waren niet jaloers.
Maar als je hun kamelen aanraakte, sneden ze je open.
Zo. En dan gaven ze je ingewanden aan de honden.
Ik weet nog, toen ik in Perzi� was... - Waar dan ?
Ik ben tot Tabriz gekomen. Ik heb de Mongolen gezien. Van veraf.
Het waren er duizenden, met tweemaal zoveel paarden. Twee per man.
Toen we hoorden dat ze iemand gingen straffen, zijn we snel gegaan.
Pardon, meneer. - Zeg het eens, jongen.
Bent u op een van uw reizen m'n vader ooit tegengekomen, Niccolo Polo ?
Hij reist samen met z'n broer Matteo. - Wanneer zijn ze vertrokken ?
Nog voordat ik geboren werd. - Waar gingen ze heen ?
Naar het Verre Oosten, nog voorbij Perzi�.
Helaas, ik ben ze niet tegengekomen. Maar ik heb Perzi� dus amper gezien.
Een blik op die Mongolen en ik was doodsbang.
Een wreed volkje.
Als je vader bij hen terecht is gekomen...
Wreed ? Ze komen recht uit de hel. En ik heb onder hun bevel gestaan.
Waar dan ?
In Dalmati�, toen Djengis Khan de grens van Veneti� bereikte.
Waarom ben je niet gedood ? - Wij vochten niet.
Anders rusten ze niet voor iedereen dood is. Ook vrouwen en kinderen.
Ze stapelen schedels op waar huizen stonden.
Zo doen ze dat. Hele bergen van schedels.
Ook voor zichzelf zijn ze genadeloos. Als je over de schreef gaat...
hakken ze eerst je handen en voeten eraf en daarna je hoofd.
Gelukkig was ik goed met paarden, dus ik werd redelijk behandeld.
Tot de dag dat ze vertrokken.
Ze wilden een aandenken aan ons.
En wij moesten weten dat we verslagen waren.
Dus hakten ze ons rechteroor eraf.
De oren van alle mannen en jongens. Honderdduizenden.
Ze vulden er manden mee en namen ze als trofee�n mee naar huis.
Jullie geloven me niet.
Je tante Flora en ik hebben je overal gezocht.
Je moeder...
Het gaat niet goed met je moeder. Het kan zo afgelopen zijn.
Begrijp je me ?
Ze wil je zien, Marco. Ze wacht al de hele middag op je.
Ga maar naar haar toe.
God is welwillend.
Ik dacht dat ik je niet meer zou zien.
Ik was bij m'n vriendjes.
Je bent net als je vader. Het huis is te klein voor je.
Je lijkt zoveel op hem, Marco.
Mijn Niccolo.
Zo lang.
Grote handen.
Hij pakte je op alsof je een veertje was.
Ik heb alles voor je gedaan wat ik kon.
Nu heb je je vader nodig.
Hij komt niet meer terug, moeder.
Hij komt wel terug. Wacht maar af.
Wat ze ook zeggen.
Vergeet dat niet.
Heel Veneti� zal hem toejuichen.
Welkom thuis, heer Polo. Welkom terug.
En hij neemt cadeaus voor je mee, Marco.
Cadeaus voor iedereen. Je zult zo trots op hem zijn.
De brief.
De brief die je vader gestuurd heeft. Die wil ik nog een keer voorlezen.
Voordat het donker wordt.
Toe maar, pak hem maar.
Ik ben in een enorme stad...
met paleizen en kerken met gouden daken.
Voor m'n gevoel heb ik Veneti� al zo lang niet gezien.
Niet in geen maanden, maar in geen jaren.
De zeeman die me het nieuws bracht van de geboorte van m'n zoon Marco...
keert binnenkort weer terug.
Ik geef hem geschenken mee voor jou...
en voor Marco.
Ik ben blij dat je hem genoemd hebt naar de beschermheilige van Veneti�.
Lees jij de rest maar voor.
Ik kom snel terug. Ik wil zo graag weer naar huis.
Ik had je niet alleen moeten laten.
Ook mij valt de eenzaamheid zwaar.
Maar ik doe dit allemaal, ik onderga dit allemaal voor ons.
Voor jou en voor Marco, onze zoon.
Het wordt donkerder.
Heb je de kaars voor het raam gezet ?
Dat moet je niet vergeten.
Je vader moet altijd weten dat we op hem wachten.
Ook als hij 's nachts komt.
Pak m'n hand vast.
Niet huilen. Niet huilen, m'n zoon.
Zeg hem dat ik niet wilde gaan.
Dat ik wakker wilde blijven. Dat ik wilde wachten.
Wat bent u aan het doen ? - Ik laat wat frisse lucht binnen, Marco.
M'n moeders kamer moet blijven zoals hij is.
Ik begrijp hoe je je voelt, Marco.
Maar het leven gaat door.
Je oom en ik gaan hier nu wonen. Hier gaan we slapen.
Waar slaap ik dan ? - Beneden bij je neefjes.
Je moeder heeft tegen me gezegd: Flora, je moet Marco beschermen.
Makkelijk gezegd. Waarmee dan ?
Door haar ziekte was ze berooid. Ze heeft niks achtergelaten.
En je vader.
Wat doet hij ?
In plaats van z'n gezin geld te sturen, komt hij met deze dingen.
Heidense voorwerpen die niet thuishoren in 'n christelijk huis.
Ze vergiftigen je ziel. Ze hebben je moeder geen goed gedaan.
Ik doe die dingen de deur uit.
Maar m'n vader heeft ze gestuurd. - Heidense afgodsbeelden. Hekserij.
Ze waren van m'n moeder. - Zij was te ziek om ze weg te doen.
Die gaat er ook uit. Geef hier.
Nee, die is van m'n vader. - Ik laat je niet bederven.
M'n broer moest zich schamen. Als hij niet al voor God staat. Geef op.
M'n vader wil fortuin maken voor ons.
Er is geen fortuin voor de ongelovigen.
Tartaren, Mongolen...
Wrede en barbaarse volkeren. Duivelsgebroed.
Misschien zit je vader tussen die wilden.
Daar waar de zon nooit schijnt.
Dat is de rand van de wereld. Je kunt eraf vallen, in het niets.
M'n vader leeft nog. En hij komt wel terug.
Marco, waar ga je heen ? Wat is er toch met je ?
Vele seizoenen en jaren verstreken.
Dagelijks bereikten nieuwe schepen Veneti�. Marco bleef hopen...
op de terugkeer van z'n vader.
Veneti� zomer 1269
Kijk hoe groot ze zijn geworden, Marco.
Wat is dat ?
Kijk daar. Waar komt dat spookschip opeens vandaan ?
Marco, niet doen.
Doe niet zo stom. Kom terug.
Kom terug. Ben je gek geworden ?
Je weet wel beter.
Marco, waar ga je heen ?
Kijk toch uit, Marco. Kijk uit.
Marco, kom terug.
Ga terug, jongen. Hier is de pest aan boord. Laat ons alleen.
Ga weg, jongen.
Ga terug. Zie je dan niet dat we in quarantaine zijn ?
Kennen jullie Niccolo of Matteo Polo ? - Nee. De pest is aan boord.
We zijn in quarantaine. Keer terug.
Dat is nou al de tweede keer dat je het verkeerd doet.
Dit is tijdverspilling. - Dat roer komt ook van 'n andere boot.
Met jouw hulp komen we nergens. - Geef jij de moed nu ook al op ?
De laatste tijd, als ik...
Als ik naar de zeemansverhalen luister...
heb ik het gevoel dat ik geen lucht krijg. Iedereen denkt dat dit alles...
de lagune, het plein, dat het daar allemaal om draait.
Maar er ligt ook nog een hele wereld achter die lagune.
Zo uitgestrekt als de hemel. Kijk.
Dit zijn de mensen met de hondenkoppen.
En de adelaars die olifanten kunnen optillen.
Als ik ze teken, bestaan ze dus. - Jij hebt ogen in je vingertoppen.
Ogen die ver kunnen kijken.
Kom mee, dan laat ik het zien.
Hij heeft z'n meesterwerk voltooid. Kom, Marco.
Kijken wat hij geschilderd heeft.
Kijk nou eens.
Dus hem heb je gisteren geschilderd. Een monster.
Djenglo. - Wie ?
Hij bedoelt Djengis Khan. De Mongoolse vorst.
Hij heeft de rand van de wereld bereikt en hij is kwaad...
omdat er niks meer over is, behalve de zee voor hem.
Geen landen meer om te veroveren.
Maar kijk daar.
Daar staat Niccolo Polo, met z'n broer Matteo.
Zij zijn verder dan Mongoli� gekomen. De hele wereld ligt voor ze.
Je bent geweldig, Bartolomeo.
Dat is niet wat ik in gedachten had. - Maar laat de zon er eens op schijnen.
Het is echt ongelooflijk.
Honderd paar handen hebben het in honderd dagen geweven.
Te veel dagen, te veel handen.
Nee, dank u.
Zelfs de doge heeft zo'n brokaat nog nooit gezien.
De Siciliaanse koning heeft er een naar de paus gestuurd.
Niet nu, heer Zane. Een andere keer.
Alvise...
Vouw maar weer op.
Marco. - Daar heb je z'n oom weer.
Vooruit, ga maar vis kopen.
Schiet wel op.
Kom, we gaan.
Ze nemen hem mee. - Gesel hem.
Geef hem z'n verdiende loon.
Kabeljauw, graag.
Voor een halve dukaat kabeljauw. - U bent laat. Ik heb niet veel vis meer.
En hij heeft de laatste kabeljauw.
Neem maar. Ik heb hem niet echt nodig.
Nee. Ik had niet zo laat moeten komen. Kom, Caterina.
Ze mag 'n geschenk voor m'n moeder niet weigeren.
Dank je. Wat is je naam ?
Schiet op, Caterina. Je wilde toch naar San Luca wandelen ?
Marco Polo.
Nogmaals bedankt, Marco Polo.
Ik heb me bedacht. Ik wil naar huis. We gaan morgenavond naar San Luca.
Waar ben jij geweest ? Je moest die vis kopen, niet vangen.
Ik heb het geld verloren. Laten vallen of zo.
kan je je hoofd er niet bij houden ?
Ik moet het weer op je schouders spijkeren.
Alvise, Luca...
Zo moet het niet. Geen wonder dat de zaken zo slecht gaan.
Jullie weten niet wat werken is. Jullie dromen alleen maar.
En ik werk me kapot. Raap dat stuk stof op.
Moet het nou altijd zo gaan ?
Ik was bang dat je het niet begrepen had.
Wat begrepen ?
Dat ik je nog eens wilde zien.
Dat dacht ik wel.
Maar ik durfde niet te hopen. Totdat ik jou hier zag.
Je ogen zeiden al dat je het begreep.
Je hebt mooie ogen.
Ik vind alles aan je leuk.
De manier waarop je je hoofd beweegt, en je haar.
M'n haar is echt veel te lang.
Ik moet het elke ochtend weer kammen.
Waar is je oppas ? - Ze loopt te langzaam.
En op deze dag gaat ze altijd naar het kerkhof.
Mag je van je moeder alleen weg ? - Ik was niet alleen. Ik was bij haar.
Maar ik ben alleen verdergegaan. Hoe dan ook, moeder vertrouwt me.
Ze moet wel een bijzondere vrouw zijn.
Dat vinden veel mensen.
Word je koopman ? Was dat jouw kraam op de markt ?
Hoe weet je daarvan ?
Dacht je dat jij mij eerst had gezien ? Ik had je al opgemerkt.
Wanneer dan ?
Hoe kan ik je hebben gemist ? - Je was bezig met je stoffen.
Net als een echte koopman.
Ik wil geen kraam op de markt. - Nee ? Daar kan je rijk mee worden.
Misschien. Maar ik wil reizen. Net als m'n vader.
Waarom wil een zoon pers� op z'n vader lijken ?
Ik hou van m'n moeder. Maar ik wil anders zijn dan zij.
Ik wil mezelf zijn.
Waarom ben je niet bij je vader ?
Ik heb hem nooit gekend.
Hij is voor m'n geboorte vertrokken.
Hij heeft ver gereisd.
Verder dan alle kooplieden van Veneti�.
Hoe weet je of hij nog leeft ?
Dat weet ik gewoon.
Ik voel het in m'n bloed.
En hier...
in m'n hart.
M'n moeder wist het ook. We deelden die droom.
Kijk eens.
Dit heeft hij haar gestuurd vlak voor haar dood.
Prachtig.
Het is net een steen, gemaakt van water en gras.
Je mag het houden als je wilt.
Ik heb gelijk dat ik op hem wacht.
Als je het van binnen voelt...
in je bloed, zoals je zegt, dan heb je gelijk.
En tot hij terugkomt, verkoop je stoffen ?
Ik werk voor m'n oom. In m'n vrije tijd ben ik een boot aan het bouwen.
Een boot.
Zo geef ik de hoop niet op. Met een boot ben je vrij.
Ik wil nieuwe plaatsen zien, andere mensen, andere landen.
Ik ga zo vaak ik kan naar de kade of naar het plein.
Waar de zeelui zijn. - Waarom ?
Ze vertellen zulke mooie verhalen.
Over eenhoorns, zeemeerminnen en draken.
Je praat alsof je ze zelf hebt gezien. - Dat heb ik ook.
Een vriend van me is kunstenaar. Hij schildert wat ik vertel...
op de muren van een oud botenhuis. Je zou het moeten zien.
Dat zou ik graag willen. - Daar ligt de boot ook.
In het botenhuis voel ik me echt thuis.
Het wordt tijd dat ik naar huis ga. Ik wil niet.
Maar ik moet wel. Echt waar. M'n moeder verwacht me.
Zijn ze streng voor je ?
Ik zei toch dat m'n moeder heel lief en aardig is.
Zelfs als... Laat maar.
Wil je een appel ?
Caterina. - Hier, vang.
Dief. Dit is heiligschennis. Stelen van de kerk.
Jij bent het neefje van Zane. Ik vertel het aan je oom.
Wacht. Niet zo snel. - Wat deed je nou ?
Pardon, meneer.
Hebt u ooit een Niccolo Polo ontmoet ?
Polo ? - Een koopman. Hij reist met z'n broer.
Waar ergens ? - In Perzi�. In het Verre Oosten ?
Heeft hij een rode moedervlek op z'n rechterwang ?
Dat zou kunnen. - Dan spijt het me.
De laatste keer dat ik hem zag, was hij doorboord door Mongoolse pijlen.
Heb je geen honger ?
Niet meer.
Het is hier geen herberg. Je eten was drie uur geleden al klaar.
Ik moest wat doen met m'n vrienden. - Je verspilt je tijd alleen maar.
Volgens je oom help je niet in de winkel.
Je vergeet van alles, je let niet op. Je raakt geld kwijt.
Je hebt een slechte invloed op je neven. Dit kan zo niet.
Wilt u dat ik wegga ? - Wij verzorgen je en geven je te eten.
Ik wil dat jij ook eens wat werk doet.
Je werkt je kapot voor een luie dromer. Zo zit het.
Je bent echt een zoon van m'n broer.
Een man die z'n gezin in de steek laat en verdwijnt.
Nu zwerft hij ergens rond, god weet waar.
Marco, waarom ren je altijd weg ? Waarom wil je maar niet luisteren ?
Wat moet dat ?
Dit is toch de Zilversmidplaats ? - Hoezo ?
Ik ben op zoek naar Donna Fiammetta. - Is dat zo ?
Dus je komt hier niet zomaar.
Je ziet er fatsoenlijk uit, ook al ben je nog een kind. Ga maar naar boven.
Zoek je mij, jongeman ? - Ik zoek Donna Fiammetta's huis.
Dat heb je gevonden.
Zou ik Donna Fiammetta mogen spreken ?
Dat ben ik, in levenden lijve.
Bevalt het je ? Het lijf, bedoel ik.
Weet je zeker dat je je Donna Fiammetta kunt veroorloven ?
Dit moet een vergissing zijn. Ik ben hier voor Caterina.
Giuseppe, gooi die schooier eruit. Eruit.
Wat was jij van plan ? Als je terugkomt, vermoord ik je.
Waar was je nou vanochtend ? - Hier. Waar anders ?
Goedemorgen, broeder Anselmo.
Dank u dat m'n zoon op uw school mag komen. Ik hoop dat u hem zult helpen.
Bid voor hem. Dat is de beste hulp die hij kan krijgen.
De courtisane gaat naar de mis.
Schiet op, Caterina. De mis wacht niet op ons.
Voor de tweede keer, en ik hoop voor jou dat het de laatste keer is:
Blijf uit de buurt.
Wat een schande. Kom, kinderen.
Het is goed barmhartig te zijn voor een gevallene.
Maar niet in dit geval.
Omgaan met een prostituee Moge God me vergeven.
Vlak voor de basiliek. - Caterina is zo niet.
Verwekt in zonde. Zo moeder, zo dochter.
Ze is een verloren ziel. - Geen ziel is ooit echt verloren.
Maar deze jongen... - Ik hoef me nergens voor te schamen.
Ik hou van haar. - Hij volhardt in z'n zonde.
Hij is van kindsbeen af al koppig en hij toont nooit berouw.
Hij is opgegroeid zonder vader. - Ik heb een vader.
We horen al jaren niks meer van hem. - Verloren zeelui keren wel vaker terug.
Marino, de zoon van Betta.
Z'n grafsteen stond al op het kerkhof toen hij ineens opdook.
U hebt hem ook gezien.
Hij kwam de San Marco binnen tijdens de mis.
Ik blijf bidden. - En moge God je horen.
Maar juist omdat we hopen dat we je vader terug zullen zien...
moet je luisteren naar de mensen die je willen beschermen tegen het kwaad.
En tegen je eigen zwakte en na�viteit.
Vigilandum est semper. Multae insidiae sunt bonis.
De duivel wil de goeden in de val lokken. We moeten waakzaam zijn.
Leer nederig te zijn, Marco. Nemo solus satis sapit, weet je nog ?
Een man alleen weet niet genoeg. Een ding is in elk geval zeker:
Je vader is vertrokken richting de duisternis.
Naar delen van de wereld waar slechts boze geesten huizen.
Voorbij de door God gestelde grenzen.
Hoe bedoelt u ? - Voorbij het bereik van de Kerk.
Je koppigheid baart me zorgen. Je sluit je ogen voor de waarheid.
Je vergeet wat wij jou hier al zoveel jaren proberen bij te brengen.
Want je hebt toch wel iets van ons geleerd ?
Het meeste wat ik weet. - Dankzij ons kan je lezen en schrijven.
Maar ik heb van hen ook iets geleerd.
Van de mensen die de wereld hebben gezien.
U blijft altijd hier.
Veel van onze broeders hebben de kruisvaarders gevolgd... geleid.
Deze muren beletten ons niet dingen te zien en te weten.
U kunt niet weten of m'n vader dood is.
Wat kunnen we zeggen, behalve dat hij verloren is ?
Moge God medelijden met hem hebben.
Hier krijg je het wel warm van. Warme wijn met kruidnagel.
Haar moeder is een courtisane, nou en ? Die zie je zoveel in Veneti�.
Dat wil niet zeggen dat Caterina ook zo is.
Hier heb je wat honing.
Mijn vader is tenslotte metselaar en ik ben schilder.
En jouw vader is een koopman. Ben jij een koopman ? Nee.
Dus ze hoeft zo niet te zijn. - Luister, Marco.
Je oom zoekt je. De nachtwakers zullen hier komen zoeken.
Je kunt beter naar huis gaan. De wereld is niet vergaan.
Giulio heeft gelijk.
Ik wil weg uit Veneti�.
We moeten de boot afmaken. - Ik heb al een boel zeilen gevonden.
Bartolomeo had een stuk Saraceens zeil.
Jouw zeil misleidt de Saracenen. Ze zullen denken dat je bij hen hoort.
Goed. Zolang ik de kust van Dalmati� maar kan bereiken.
Vanuit daar kan ik naar het Oosten. - En Caterina ?
De beste boot in de Adriatische Zee.
Kijk, ze zijn hun zeil kwijt. - Hou vol. We komen er aan.
Waar ben je al die tijd geweest ?
Ik heb een ongeluk gehad toen ik m'n boot testte.
Ga maar naar binnen.
Je vader is eindelijk thuis.
Vader ? - Ik ben je oom, Matteo.
Je oom en tante hebben goed voor je gezorgd.
En je moeder ? Had ze het wel eens over me ?
Elke dag.
Zeker toen ze ziek was. Ze hoopte iets van u te horen.
Ik ben niet zo'n brievenschrijver.
Maar het was een schok dat ze er niet meer is. Ze was een goede vrouw.
Ik heb er vaak over gedacht naar huis te gaan, maar...
Volgens Bartolomeo was dit jouw idee.
Dat was een manier om bij u te zijn. De zeelieden vertelden ons hierover.
Fantastisch.
Je hebt een grote fantasie. - Ik dacht al dat je ze mooi zou vinden.
U hebt vast geweldige dingen gezien.
Volgens de zeelui zijn er mensen met hondenkoppen.
Ze praten wel, maar blaffen als ze boos zijn.
Ik heb er nooit een gezien. - Ik wel.
Ik kon ze niet duidelijk zien, maar ze blaften wel.
Moet je deze zien, Niccolo.
Dat is een Mongoolse vrouw. Ze heeft zoveel kinderen...
dat de natuur haar borsten heeft vermenigvuldigd.
Heb je dat ook van de zeelui gehoord ?
Dat is onzin. Ik heb zo'n vrouw nooit gezien.
Dat zou je wel onthouden hebben.
Vader, hoe ver hebt u gereisd ? Hoeveel mijlen ?
De heenreis duurde al jaren en de terugreis nog langer.
Waarheen ? - Het hof van Khan.
Djenglo ? - Djengis. Die is dood.
Z'n kleinzoon Kublai regeert over heel China, Perzi� en een deel van India.
Volgens de priesters wonen er alleen beesten en boze geesten.
Eens zullen zij de waarheid leren. - Hoe luidt die ?
De plek die u China noemt. Hoe is het daar ?
Het is een gigantisch land.
Groter en rijker dan je je kunt voorstellen.
Volgens moeder wilde u rijk worden.
En dat is ook gelukt.
Dit zijn turkooizen, robijnen, parels en smaragden.
Afblijven.
Ze hebben ons bijna de kop gekost. We zijn overvallen.
Ze namen alles mee. Deze wisten we nog net te verbergen.
Ik heb nog nooit zulke mooie stenen gezien.
Met een of twee kan ik al een scheepslading stoffen kopen.
Dit is niks. We hadden er nog veel meer.
De Khan heeft ze. Hij wilde er zeker van zijn dat we terugkomen.
Het zit zo, Marco. We zijn anders dan we lijken.
We vertrokken als kooplieden.
Maar nu zijn we ambassadeurs van de grote Khan...
bij de doge van Veneti�.
Ik dank u, edele doge en u, patriarch, dat u mij en m'n broer wilde ontvangen.
Wij brengen groot nieuws.
De tijd van Djengis Khan is allang voorbij.
Behalve in de verbeelding van Europa.
Z'n opvolger Kublai is een vredelievend, beschaafd mens.
Maar hij heeft meer gebieden veroverd. - Dat klopt. Drie keer zoveel.
Maar nu wil hij handel voeren en vriendschap sluiten.
Vriendschap ? Met een barbaar ?
China lijkt in veel opzichten op Europa. - China ?
U noemt het Cathay.
Verwacht u van ons dat we dat geloven ?
Iedereen weet dat die Mongolen bloeddorstige wilden zijn.
Toch werden wij pas beroofd toen we de 'beschaving' al hadden bereikt.
We hadden al talloze mijlen gereisd, met deze gouden passen...
die de Khan aan ons meegaf...
toen hij ons tot ambassadeurs benoemde.
Mijn heer...
Maar dit is goud.
Puur goud.
U wilt dus handeldrijven. - Wij zijn kooplui.
Het is gunstig voor Veneti�...
als uwe doorluchtige hoogheid een verbond sluit met de Khan.
Gunstig voor uw meester, ja.
Maar wat heeft hij waar wij Venetianen iets aan hebben ?
Bergen goud, diamanten, zilver, lazuursteen...
zee�n van parels, zijde, specerijen, kostbaar bont.
We hebben het al besproken.
Over twee tot drie jaar kunnen we een handelsroute openen.
De uitwisseling van kostbaarheden...
zal van ons Veneti� het pakhuis van Europa maken.
Zulke grootschalige handel met de ongelovigen...
zal zeker leiden tot verregaande corruptie...
en de ondergang van alle christenen.
Wij hebben jaren bij ze gewoond.
Toch is ons geloof nog rotsvast. - Dat zegt u.
Ik voor mij vind het verdacht...
dat uw meester ons juist op dit moment benadert.
Hoe bedoelt u ? - U hebt zich laten misleiden...
door de rijkdom van uw Khan en door zijn belofte handel te willen drijven.
In Europa roepen veel koningen en prinsen van de kerk op...
tot een kruistocht om de wereld voorgoed te verlossen...
van dat Mongoolse uitschot. Uw meester beeft straks van angst...
als de kruisridders voor hem staan.
Bisschop, het Mongoolse Rijk is tien keer zo groot als dat van Alexander.
Het strekt zich uit van Rusland en Perzi� tot India en China.
De rest van de wereld leeft in z'n schaduw.
Als de Khan wordt aangevallen, kan hij miljoenen krijgers inzetten.
Wij vrezen voor Veneti� en voor het hele Christendom...
als onze leiders hem willen uitdagen.
Portae inferni non prevaelebunt.
De poorten van de hel zullen niet overwinnen.
Desondanks is de eerste zorg van onze republiek het redden van zielen.
Zoals u maar al te goed weet, patriarch.
We zijn hier niet om een kruistocht te organiseren.
Laat ons wat dieper ingaan op wat de gebroeders Polo ons vertellen.
Als kooplui bent u niet op de hoogte van de diplomatieke obstakels.
Ik zie vele praktische moeilijkheden die we moeten overwinnen.
Alleen al het verschepen van al dat goud over zulke grote afstanden.
In China wordt er dagelijks met zulke sommen betaald.
In de vorm van papiergeld.
Deze briefjes zijn bedrukt met hun echte waarde in zilver of goud.
Ze zijn op elk moment in te wisselen bij de Khan.
Dus het zijn promesses.
Voor in de toekomst misschien.
Zo ziet het geld er daar uit.
Uw Khan moet natuurlijk wel genoeg goud hebben om ze in te wisselen.
Dus dit is het geld waarvoor Veneti� haar goederen moet opgeven...
met gevaar voor haar onsterfelijke ziel ? Een paar stukjes papier ?
Niet het papier, maar de waarde die het uitdrukt.
Dat is dus helemaal niets.
Stel dat uw Khan het niet wil wisselen.
Een kwestie van vertrouwen. - Moet ik die ongelovigen vertrouwen ?
Heer Polo, dit is geld.
Het enige echte geld.
Het spreekt. Het heeft een eigen stem. - Het zingt.
Een kaars, alstublieft.
En het is onverwoestbaar.
Maar dit ?
Een illusie. Het heeft geen waarde die je er zo aan kunt aflezen.
Wat is dit ? Het eerste het beste ongeluk kan het vernietigen.
U hebt zojuist het equivalent van twintig pond zilver verbrand.
Gefeliciteerd.
Ik herhaal nog eens dat de Kerk er absoluut tegen is...
om een verdrag of overeenkomst te sluiten met de vijand Gods.
De Khan is ge�nteresseerd in het christendom.
Wil hij zich bekeren tot het ware geloof ?
Niet echt. Hij wil, na Mohammed en Boeddha, nu ook de Bijbel bestuderen.
Alle doctrines interesseren hem. - Het kenmerk van de ware barbaar.
Wij moesten niet alleen naar Veneti�, maar ook naar de paus gaan.
De Khan wil dat we honderd geloofsdeskundigen mee terugnemen.
Waarom ? - Hij wil een debat organiseren.
Als wij winnen, is ons geloof het ware.
En als we niet winnen ? - Dit is een truc...
om de vertegenwoordigers van Christus belachelijk te maken.
Om ze te dwingen hun geloof af te zweren.
Het is een duivelse manier om het ware geloof te vernietigen.
Maar als de paus het goedkeurt... - Onmogelijk.
Er is geen paus in Rome. Er is geen paus.
De kardinalen proberen nu al drie jaar...
een opvolger te vinden voor de overleden Heiligheid.
Wat moeten wij dan doen ? - U moet wachten.
En uw meester, de Khan, zal ook moeten wachten. Net als wij allemaal.
Probeert u de patriarch te begrijpen.
Het christendom, het enige ware geloof, ligt constant onder bedreiging.
Ik deel zijn vrees, maar mijn verantwoordelijkheid is nog groter.
Veneti� heeft vele vrienden, maar ook gevaarlijke vijanden.
Weet u wat dat betekent ?
Dat u elk jaar een fortuin uitgeeft aan de verdediging.
Een constante aanslag op onze financi�n.
Uw betoog heeft me tot nadenken gestemd.
Als de vrede die de Khan aanbiedt onze republiek rijk kan maken...
kunnen we niet meteen weigeren.
Maar van u, en daarom moest u hier blijven...
wil ik dan wel de hele waarheid horen. God is uw getuige.
Dit was de waarheid. - De patriarch moet ons geloven.
Met hulp van de Khan is het Heilige Graf terug te krijgen.
Pas op, heer Polo.
Wij hebben wel degelijk gevochten in het Heilige Land.
De doges Vitale, Michiel en Falier...
leidden de Venetianen in de strijd tegen de Saracenen...
die Jeruzalem hadden veroverd.
We hebben de heilige zaak met ons eigen bloed ge�erd.
Maar nu spreek ik u vertrouwelijk toe. Niet uw oren, maar uw ziel.
Veneti� heeft altijd handel gedreven.
We verkopen nog steeds wapens aan diezelfde Saracenen.
En we kopen van hen specerijen, stoffen en edelmetalen.
Of we een verbond willen sluiten, is moeilijk te zeggen.
Dit is niet zomaar een kwestie van het uittellen van je winst of verlies.
Dat begrijpen we, heer.
Daar twijfelde ik niet aan.
Voorlopig zeg ik alleen: Keer terug naar uw Khan...
en zeg hem dat Veneti� z'n uitgestoken hand schudt.
Zelfs als de patriarch het niet wil ? - Kerk en staat zijn hier gescheiden.
Het gaat niet altijd om politiek, of zelfs handel.
We staan nog wel in dienst van het Woord Gods.
De Khan wil zo snel mogelijk met de paus praten.
Het conclaaf van Viterbo loopt nog niet ten einde.
Waarom niet ? - De kardinalen ruzi�n onderling.
Het zijn net koningen of keizers. Elf willen een Italiaan...
tien een Fransman. Gisteren kwam het nieuws...
dat het volk het dak van de vergaderzaal heeft verwoest.
Zo willen ze de kardinalen dwingen een paus te kiezen.
Raad u ons dan aan om te wachten, heer ?
In Viterbo lijkt de tijd stil te staan.
Alleen God weet hoe lang dat duurt.
U moet vertrekken. Ga terug naar uw Khan.
Waar gaat u eerst heen ? - Naar Akko, aan de kust van Galilea.
Er is een godvrezend man in Akko, Teobaldo Visconti...
de pauselijke gezant van het Heilige Land. Hij zal u helpen.
Het spijt me, maar ik vrees de woede van de grote Kublai Khan.
Ik wil niet terug zonder goed nieuws, een verdrag of de wijze priesters.
Ik vraag me af en ik vraag u, onze doge...
of het niet verstandiger is onze reis uit te stellen ?
U hebt me gehoord. Ga nu.
Ga met God. Voor Veneti� en Sint Marcus.
Genua, de gevangenis
Ik ken hem. Hij komt ook uit Pisa, net als ik.
Waanzin groeit hier als schimmel op de muren.
We zitten hier al tien jaar vast. Pisa is ons vergeten.
Vernederd in de oorlog en nog te trots om een vredesverdrag te tekenen.
Misschien ben ik al gek geworden en besef ik het niet.
Wat maakt het uit ? M'n moeder roept al sinds m'n geboorte dat ik gek ben.
Ik ben uit vorm.
Kom binnen, heren. Kom binnen en kijk.
En van je een, twee, drie...
Je moeder had gelijk.
Ik wilde je aan het lachen maken.
We hebben vandaag een gezaghebbender gehoor voor u.
Heer Andrea, heer Paolo en heer Lorenzo.
Vooraanstaande burgers uit Genua. Rechtsgeleerden en theologen.
Toe maar. Ik ben maar een schrijver.
Wij schrijven ook boeken. We kennen de fases van ons werk.
Ze zijn te vergelijken met de seizoenen: In de winter studeer je.
In de lente zaai je, in de zomer oogst je...
En in de herfst verrot je.
We waren gebleven bij Niccolo Polo en z'n broer Matteo...
die na hun bezoek aan de doge...
besloten dat ze het beste meteen konden teruggaan naar Kublai Khan.
Vervolgens bemanden ze hun schip.
Ze namen dienaars in dienst die hen zouden begeleiden naar Cathay.
Net als zij moesten ze avontuurlijk zijn en tegen grote ontberingen kunnen.
Marco overtuigde z'n vader en oom ervan...
dat z'n vriend Giulio klaar was om mee naar het eind van de wereld te reizen.
Jouw naam was Agostino ? Je ziet eruit als een zeeman.
Reken maar. Ik ben zelfs geboren op een schip.
Je moet ook over land kunnen reizen. - Geen probleem.
Ik kom uit Padua. Altijd tussen land en zee. M'n broers zijn zeelui.
Bijna vergeten: Mijn naam is Jacopo.
Regel jij het met deze twee, Matteo.
Verder heb ik niemand nodig. Dank jullie wel.
Zo, mannen. Jullie zien zo'n reisje wel zitten, h� ? Goed zo.
Maar vergeet niet dat het hard werken is. M'n broer is streng.
Hij verwacht dat iedereen zich inzet.
Gaat u nu echt weg ? - Zo snel mogelijk.
Waarheen ? - Eerst naar Akko, naar de legaat.
Daarna naar Perzi� en het Oosten.
Waarom hebt u me niks verteld ?
Het is net pas besloten.
Wacht u niet tot er een nieuwe paus is ?
We moeten meteen gaan. Dat hebben we de Khan beloofd.
U wilt terug naar wat u hebt achtergelaten.
Nou en ? Het is een fortuin. Ooit zul je het zelf wel zien.
Maar ik ga met u mee.
Je gaat niet mee. Geen sprake van. - Waarom niet, vader ?
Je hebt geen reiservaring. - Ik kan alles leren.
Het is geen vakantie. Je hebt discipline nodig die jij niet hebt.
U kunt me na al die tijd niet zomaar achterlaten. Dat kan niet.
Ik ga hierover niet in discussie. Matteo.
Je vader heeft gelijk. De reis is gevaarlijk.
Je zou ons maar in moeilijkheden brengen.
Ik zou doen wat me gevraagd werd.
Je vader weet wat goed voor je is. Veneti� is een prachtige stad.
Blijf toch hier en leer een veilig, deugdzaam vak.
Je bent een Venetiaan.
Maar een Venetiaan is geboren om te reizen. Dat hebt u gezegd.
Wanneer dan ? - In de brief die u m'n moeder schreef.
Toen ik jong was, heeft ze die zo vaak voorgelezen.
Het was alles wat ik over u wist.
Misschien heb ik zoiets gezegd. - Ik wil al m'n hele leven bij u zijn.
Ik vroeg me af waar u was, wat u deed.
Maar ik heb altijd geweten dat u terug zou komen.
Laat me nu niet achter.
Ik smeek het u.
Niccolo, kom snel. Een man zoekt Marco's vader.
Hij gaat niet weg voordat hij je gesproken heeft.
Daar is hij, de smerige rat.
Tot hier en niet verder.
We laten ze alleen. - Dus u bent de heer Polo.
Denk maar niet dat u hem kan redden. - Waarvan ?
Van mij. Ik ben haar vader. Caterina's vader.
Waar gaat dit over ? - Hij wilde met haar weglopen.
Hij heeft de nacht met haar doorgebracht.
Hij heeft haar onteerd. - Is dat waar, Marco ?
Hij kan het niet ontkennen.
Ze wilde niks zeggen. Ik heb haar net zo lang geslagen tot ze z'n naam gaf.
Ik stap naar de rechter en de Kerk.
Dat zou alleen maar een schandaal opleveren.
Er is vast wel iets te regelen.
Dat kan alleen als hij met haar trouwt.
Als ze wil trou... - Hou je mond.
Wat wordt haar bruidsschat als ze trouwen ?
Bruidsschat ?
Hoezo ? - Een vrouw komt niet met lege handen.
Zo gaat het niet. Donna Fiammetta en ik hadden plannen voor haar.
We wilden een goed huwelijk voor haar regelen.
Maar nu heeft hij haar onteerd. Wij willen genoegdoening.
Juist. Het gaat dus alleen om hoeveel.
We willen een paar dagen bedenktijd. - Desnoods stap ik naar de senaat.
Dat is nergens voor nodig.
We willen allemaal moeilijkheden vermijden.
Moeilijkheden en geroddel. Vindt u niet ?
Alstublieft.
Het is niet genoeg.
Dit toont alleen dat we willen praten.
Neemt u me niet kwalijk, ik wil nu met m'n zoon praten.
Ik zou hem het liefst in stukken scheuren.
U krijgt drie dagen. Dan kom ik terug.
Vervloekte, jonge idioot.
Het was niet zoals hij het zei. - Uiteraard.
Caterina en ik... - Hou je mond.
Mijn zoon trouwt niet in die familie. - U kent haar niet eens.
Die schoft heeft haar bedreigd. - Ze is de dochter van die schoft.
Nog een woord en ook ik denk dat je een idioot bent.
Het kan niet anders. - Over vijf weken zijn we in Akko.
Daar blijven we even. Over 'n half jaar is hij weer thuis.
Dan is dit allemaal weer vergeten.
Hoor je dat ? Je gaat met ons mee. - Maar alleen tot Akko, begrepen ?
Geen stap verder. Ga nu maar inpakken.
Ik vertrek binnenkort. Alstublieft, nog een boodschap.
Geeft u het aan haar ?
Zo koud is het lang niet geweest. - Niet sinds de kruisridders vertrokken.
Dus je hebt eindelijk je boot gevonden. Een echte boot.
Je gaat weg uit Veneti�. - Uit Veneti�, ja.
Maar ik ga niet weg bij jou. Jij gaat mee.
Wat vindt je vader daarvan ? - Ik verstop je aan boord.
Je kunt mannenkleren aan.
Ik laat je niet achter. - Dat heb je al gedaan.
Of misschien ben ik degene die afstand houdt tot jou.
Je gaat te snel. Je bent geboren om de wereld rond te reizen.
Zoals een echte Venetiaan dat is. Volgens jou.
Maar ik ben anders.
Toen we die dag in de boot stapten om weg te gaan, beefde ik.
Maar niet van angst.
Ik wilde niet weggaan uit Veneti�.
Je denkt dat ik op jou lijk, maar ik ben anders.
We hadden samen plannen gemaakt. We hadden dezelfde dromen.
Ik heb dingen gezegd die ik diep van binnen niet geloofde.
Jij ziet de dingen waar je over droomt echt: de verre landen, de mensen.
Als jij tegen me praat, zie ik ze voor heel even ook.
Ik moet naar de mis, Marco.
Op een dag... - Morgen. Dat is onze dag.
Ga met me mee. - Nee, Marco.
Ik zou je alleen maar tot last zijn.
God, wat zeg ik nou ?
Ik weet niet eens wat ik voor je voel. - Dat weet ik wel.
Jij voelt hetzelfde voor mij als ik voor jou.
Gevoelens zeggen niet alles. Moeder heeft andere plannen met mij.
Ze wil dat ik met een heer van stand trouw.
Een rijke man die met beide benen op de grond staat en voor me kan zorgen.
Wacht dan op me.
Ik blijf niet zo lang weg. Ik ga maar mee tot het Heilige Land.
Daarna ga ik weer terug. We zien elkaar snel weer.
Jij gaat niet bij je vader weg.
Je blijft hem volgen, al scheuren je schoenen en gaan je voeten kapot.
Als hij je terug zou sturen naar Veneti�, zou je hart breken.
Land in zicht.
Land in zicht.
Kom op, Marco. Schiet op.
We hebben het gehaald.
Kijk nou, Giulio. - Dit wilde je zo graag zien, Marco.
Palestina.
Akko.
Ga weer aan het werk, jongen.
Zullen we de kruisvaarders zien ?
Akko is de laatste vesting van de kruisvaarders in het Heilige Land.
Akko, de kust van Galilea zomer 1271
Marco, kijk.
Fantastisch.
Kunnen we veilig naar Jeruzalem ? - Dat zal wel moeten.
Ik probeer me de stad voor te stellen. - Je hebt te veel fantasie.
Jij gaat niet verder. En je mag nog niet klagen.
Maar, vader...
Wees dankbaar dat je hier bent.
Wie zijn jullie en wat wil je ?
Wij zijn Niccolo en Matteo Polo. Kooplui uit Veneti�.
Dit is m'n zoon Marco. We komen voor de pauselijke gezant.
Ga je gang.
Dus uw missie is mislukt. - De senaat van Veneti� luisterde niet.
Ook al waren we gestuurd door de Khan zelf...
de senaat was niet ge�nteresseerd.
Een handelsroute tussen Europa en het grote rijk van het Oosten.
Wie zou zo'n kans niet grijpen ? - Ze vertrouwen de heidense Khan niet.
Maar ze zagen wel mogelijkheden voor de handel.
Niet alleen voor de handel.
U lijkt het met me eens te zijn. - We zouden elkaar beter leren kennen.
En acht je dat wenselijk ?
We hebben geleerd de Mongolen te haten. Ze zijn immers vreemd.
Komt haat niet voort uit onwetendheid ?
Goed gesproken. Door achterdocht en angst zijn al veel kansen verspeeld.
Ga zitten. We willen de weg vrijmaken, bruggen bouwen, deuren openen.
Maar niet alleen voor de handel. Nieuwe gedachten.
En de geleidelijke verspreiding van de waarheid.
Maar ik verwacht niet dat uw patriarch de visie heeft om dat te begrijpen.
Inderdaad. Ook niet toen we uitlegden dat de Khan ons juist had gestuurd...
omdat hij vriendschap wil met de paus. - De senatoren lachten. 'Welke paus ?'
Ze lachen het christendom uit. De Kerk zit nu al drie jaar zonder leider...
omdat de kardinalen slechts kibbelen en konkelen.
Hoe lang gaat dat nog door ?
Voorlopig nog wel even. We hoorden van de opstand bij Viterbo.
We konden niet langer wachten. - We hadden beloofd terug te komen.
Voor de Khan draait alles om woord houden.
De heenreis kostte ons al drie jaar. De terugreis kan ook jaren duren.
We willen onze belofte niet breken. - Hij lijkt me 'n bijzondere man.
Heer, de aanvoerder van de tempelridders wacht.
Goed. Leid hem naar m'n vertrekken. Ik kom zo.
Dus hij laat ons groeten en hij biedt ons vriendschap aan.
Maar wat wil hij terug ? - Twee dingen.
We moesten Zijne Heiligheid vragen...
om honderd zeer wijze bijbelgeleerden mee te sturen.
Om hem in het geloof te onderwijzen ? - Dat niet.
Alle godsdiensten zijn toegestaan in zijn rijk: moslims, boeddhisten, joden.
Op deze tolerante leest is zijn vrede, de 'Pax Mongolica' geschoeid.
Van welk geloof is hij ? - Van allemaal en geen enkel.
Hij respecteert alle religies. Hij zoekt er een om mee te regeren.
Hoe meer hij over de onze hoort, hoe meer hij wil weten.
Weet u wat u zegt ? Beseft u welke kans we misschien laten lopen ?
Luister: een christelijke wereld, van Ierland tot China.
Dat gaat niet door omdat er geen paus is.
Kom mee.
Nu niet. Heb geduld.
U had nog een opdracht.
Wat olie meenemen uit de lamp bij het Heilige Graf in Jeruzalem.
Met welk doel ? - De olie zou 'n krachtige talisman zijn.
Dat klopt. De olie is geneeskrachtig, voor hen die erin geloven.
Maar voor de Khan geldt dat niet. Maar goed, als hij erop staat.
Waarom bent u bij mij gekomen ?
Om hulp te vragen om Jeruzalem te bereiken.
Het is geen gemakkelijke reis.
Akko is van ons, maar de moslims hebben bijna heel Palestina.
Zoals u ziet, is er nu sprake van een gewapende vrede.
Alleen God weet hoe lang die nog zal duren.
Kom morgenmiddag terug.
U krijgt een brief voor de Khan dat uw missie mislukt is. Niet door uw schuld.
Ik zal ook schrijven dat niet iedereen in het westen blind is voor z'n gebaar.
En of hij het nog eens wil proberen als we een paus hebben.
Ik hoop dat hij het begrijpt.
Giuliano, maak drie vrijgeleides in orde.
Voor de heren Niccolo, Matteo en Marco Polo...
zodat ze naar Jeruzalem kunnen.
Tot morgen. - We hebben er maar twee nodig, heer.
M'n zoon blijft hier met wat kooplui tot hij terug naar Veneti� kan.
Is hij hier gekomen om handel te drijven ?
Geeft u niets om z'n ziel ?
De Saracenen bezetten Jeruzalem, maar onze pelgrims zijn nog welkom.
Wilt u de bedevaart niet doen ?
Wilt u niet bidden op de berg Golgotha ?
In de voetsporen treden van de Heer ? - Meer dan wat dan ook.
Dan blijft niemand in Akko. Drie vrijgeleides, voor Niccolo, Matteo...
en Marco Polo.
Wie zijn zij ? - Bedoe�enen
Zijn dit moslims ? - In principe wel.
Maar dit zijn gewoon veehoeders.
Ze slaan hun kamp op waar hun kudde kan grazen.
Kijk, daarboven. Kruisvaarders. Zijn ze niet prachtig ?
Mijn god. Dit zijn soldaten van het Kruis.
Jeruzalem, zomer 1271
Daar is ze dan. Jeruzalem, de Heilige Stad.
Hier slaan we ons kamp op. Agostino, Giulio, Jacopo.
We zijn nog niet moe. Waarom gaan we niet verder ?
Er mag niemand in of uit na zonsondergang.
Christenen mogen in het donker niet op straat komen.
Daar luidt de avondklok al.
We zijn vast wel veilig, maar we zetten toch iemand op wacht. Agostino eerst.
Laat Jacopo maar eerst. Dan is er minder kans dat hij in slaap valt.
Wat is er met jou ? Je hebt nog niks gezegd.
Kijk, Marco.
Jeruzalem. Vind je het niet spannend ?
Ik dacht dat je blij zou zijn.
Dat ben ik ook wel. En dankbaar.
Maar ik denk steeds aan die mensen die werden afgeslacht.
Dat waren onze vijanden.
Het waren veehoeders. Vrouwen, ongewapende oude mannen.
En die duivels vermoordden ze gewoon.
Eerst had je het altijd over die 'dappere kruisvaarders'.
Ik weet het. Ik begrijp het niet.
Ik kan het maar niet begrijpen. - Het zijn mensen.
Ze zijn hier gekomen om te vechten voor de goede zaak.
Maar toen zagen ze in dat dit geen korte, glorieuze veldtocht zou worden.
Het gaat al jaren om overvallen en hinderlagen.
Hier vormen alle mannen, vrouwen en kinderen samen een dodelijke vijand.
De wetten van die moslims zijn zeer streng.
Genadeloos voor ongelovigen zoals wij.
Godsdienstoorlogen zijn het wreedst. - Je weet niet wat ze hadden gedaan.
Misschien wel helemaal niets.
Wat weet jij nou ? Jij hebt makkelijk praten.
Je moet inderdaad nog veel leren.
Het is pijnlijk om de onschuld van je jeugd te verliezen.
Maar je vader bedoelt dat als je wilt overleven...
je niet zomaar je oordeel mag vellen.
Wat een raar gesprek om hier te hebben.
Hoezo ? - In deze olijfgaard waar we nu zitten.
Dit was ooit de hof van Getsemane.
Dit brood vindt u vast lekker. Het is vers gebakken.
Ze noemen het pitabrood.
Proef maar.
Jullie wachten op ons bij de kamelen en kooplieden bij de oostelijke poort.
Mogen ze niet mee, vader ?
Nee, de toegangsprijs is zestig gram goud per persoon.
Hier, Marco.
Doe deze maar op.
Wat is dit ? - Een tulband. Die moeten we dragen.
Blauw voor ons, geel voor joden. Hier zijn wij de heidenen.
Er was toch een wapenstilstand ? - Met die mammelukken weet je nooit.
Dus we gaan alleen snel even naar het Heilige Graf om de olie op te halen.
En blijf in vredesnaam dicht bij ons en hou je mond dicht.
Als Hij vandaag zou komen, zou hij geel moeten dragen.
Jezus.
Wat wilt u ? - We willen u een gunst vragen.
Wat dan ? - Olie uit de lamp bij het Heilige Graf.
Dat mag niet.
We hebben een brief van de aartsdeken Teobaldo.
Hij heeft makkelijk praten. 'Geef die olie maar weg.'
Maar die is schaars. Het is de zuiverste olie.
We hoeven niet veel. - Dat zeggen ze allemaal.
Er is niet genoeg. Elke pelgrim wil wat van die olie hebben...
om z'n stem of z'n been te genezen.
Of om thuis te verkopen. Verkopen.
Uiteraard willen we de kerk wel wat aalmoezen geven.
Uiteraard.
Misschien hebben ze gelijk.
Ze hebben het geld nodig.
Ze mogen de olie verkopen.
Voor twee druppels olie kunnen ze twaalf flessen wijn kopen.
Het maakt niet uit.
Wat heeft een hebzuchtige monnik hier nog te betekenen ?
Een boodschapper uit Akko zoekt een aantal pelgrims genaamd Polo.
Dat zijn wij. - Volg mij.
U dient onmiddellijk terug te gaan naar Akko.
Maar we moeten onze reis voortzetten. - Het zijn de orders van de legaat.
We zijn teruggekomen, heer. - Ik dank u wel.
Ik neem aan dat uw bezoek aan het Heilige Graf geslaagd is.
We waren al een heel eind op weg.
Maar toen riep ik u terug. Hebt u echt geen idee waarom ?
Geen enkel idee. - Ik wil die brief aan Kublai Khan terug.
Zoals u wenst, heer.
Ik zal u een andere meegeven.
Toen u wegging, was ik nog Teobaldo Visconti.
Toen kwam er bericht van het conclaaf.
De kardinalen hebben hun besluit genomen. Ze hebben mij gekozen...
als de nieuwe paus van Rome. Bid voor mij.
Aanvaardt u, Teobaldo, uw uitverkiezing tot paus...
die volgens de wetten van de Kerk tot stand is gekomen ?
Ik aanvaard die.
Welke naam wenst u aan te nemen ?
Gregorius. Ter ere van de grote paus Gregorius VII...
die de Kerk zoveel kracht heeft teruggegeven.
U, die ik nu mijn zoons kan noemen.
U gaat niet alleen als ambassadeurs van de Khan terug naar China...
maar ook als onze gezanten, met de brief aan de grote Kublai...
de olie uit het Heilige Graf, alsmede onze eerste pauselijke zegen.
Ik denk nog steeds dat ik droom.
Probeer niet te snurken. - Dat valt niet mee.
Wat is dit ?
Uwe Heiligheid... - Blijft u zitten. Eet u rustig door.
De heilige olie voor de grote Khan.
En dit zijn geschenken van mij voor hem.
Hij is rijker, maar misschien raakt hij onder de indruk van ons vakmanschap.
Van de beste goudsmit in Florence.
En de beste glasblazer van Veneti�.
We mogen Veneti� niet vergeten.
Vertel eens, voldeed Jeruzalem aan je verwachtingen ?
In sommige opzichten helemaal.
En in andere opzichten helemaal niet.
Ik heb me nog nooit zo nederig gevoeld. Zo dicht bij de Heer.
Maar ik ben ook erg kwaad geweest. - Hij heeft niet veel levenservaring.
Hoezo ? - Ik zag mensen geld betalen...
om een stad in te gaan die vrij toegankelijk moet zijn.
Ik zag pelgrims die alleen interesse hadden in valse relieken.
Maar het ergste vond ik dat ik kruisridders zag...
die vrouwen en kinderen uitmoordden. - Vergeef hem, Uwe Heiligheid.
De Kerk heeft heel wat op haar geweten.
Ik wil daar verandering in brengen. En meer nog.
En met Gods hulp zal ons dat lukken.
U hebt de olie en de geschenken. Maar die honderd priesters...
Zoveel kunnen we er niet missen. Als ik ze al kon vinden.
Maar u zult niet alleen reizen. U krijgt twee geleerde en vrome metgezellen.
Allebei uit de orde van Sint Dominicus. Broeder Nicholas, een theoloog.
En broeder William, die de Koran heeft bestudeerd.
Zij mogen absolutie verlenen en in mijn naam priesters wijden.
Zij zijn de fundering waarop de Kerk in het oosten zal verrijzen.
Mogen wij onszelf waardig tonen. - Onze weg is die van de martelaar.
Maakt u daar geen haast bij, broeder Nicholas.
Ik wil dat mijn brieven de Khan bereiken en dat hij verheugd is.
Uwe Heiligheid. - Heilige vader...
De kruisvaarders zouden u graag zien. Ze willen uw zegen.
Ze zijn met veel. Ze wachten al uren.
Ik kom terstond.
De grote Khan vertrouwt u. U drie�n staat voor onze oprechtheid.
Denk aan onze afspraak. Je moet naar huis.
Heer Niccolo, wat is uw eerste reisdoel ?
De haven van Laias, richting Armeni�.
Een veilige haven. Hebt u vrienden daar ?
Met schepen die naar Veneti� gaan ?
Meester Marco...
Wil uw vader u naar huis sturen ?
Ik hoef het maar te zeggen...
Vergeef me, heilige vader. Uw zegen alleen is al genoeg.
Als mijn vader voor de grote Khan staat...
ga ik ervan uit dat ik erbij ben.
Onze nieuwe taak ligt nu voor ons.
Ik zegen u allen.
Armeense woestijn, winter 1271
Marco vertelde me dat ze op weg naar Perzi� in Armeni�...
in een oorlog terechtkwamen.
De Egyptische sultan Baibar was in gevecht met de Mongolen uit Perzi�.
De Polo's meden contact met dorpen en karavanen.
Voor hen lag de woestijn. Een nachtmerrie van hitte en dorst.
Het is vast niet ver meer.
Daar. Ik wist wel dat we het zouden vinden.
Water.
Wacht. Het is een moslim.
Een melaatse.
Moge God hem genadig zijn.
Niet drinken.
Misschien is het vervuild. Of vergiftigd.
Giulio, wat is er ? - Ik weet het niet. Ik heb pijn.
Laat het niet merken. Anders laten ze je achter.
Ik weet niet of ik het red.
Alles is zo anders dan in onze dromen. Zo moeilijk.
Klim er maar op. Ik neem de ezel wel.
Nee. Als ze erachter komen dat ik ziek ben...
Had ik maar wat water. - M'n vader zegt dat we dat snel vinden.
Leun maar op mij. Niet praten. Spaar je krachten.
Pas nou op.
Water
We zitten nu hier, niet ver van de Perzische grens.
Midden in een oorlog.
Wat bent u van plan te doen ?
We hebben geen keus. We moeten doorgaan.
Naar Perzi�.
Nu hebben we echt uw gebeden nodig.
We blijven hier tot de wind gaat liggen.
Heer Polo...
We zijn nu al weken onderweg.
Soms stoppen we, of veranderen we van richting.
We weten nog steeds niet wat er aan de hand is of wat u van plan bent.
Vergeet niet dat wij afgezanten van de paus zijn, broeder William en ik.
Wij voeren het bevel over deze expeditie.
Wij vertrouwden op u. We hebben al vele ontberingen moeten doorstaan.
We dachten dat we het wel aan konden.
Want als we de Mongolen zouden vinden...
zou onze gouden pas z'n waarde tonen.
We zijn al op Mongools gebied. Toch verbergen we ons, mijden we contact.
Waarom ? - Laat deze beslissingen aan ons over.
We willen geen enkel onnodig risico nemen.
Vanaf morgen reizen we voorlopig alleen 's nachts.
Dus probeer wat uit te rusten en laat ons met rust.
Hoe gaat het, jongen ?
Beter. Het gaat al beter.
Als de zon weg is, gaat het beter.
Het is warm. Het zal u goed doen.
Hij is te ziek. Hij overleeft het niet.
Ik had ze nooit mee moeten nemen. Hem niet en Marco niet.
De haven van Laias ligt veel te ver naar het westen.
Ik had nee moeten durven zeggen tegen de paus.
Nu zal Marco bij ons moeten blijven. - Marco is sterk.
Ik weet het niet. Ik weet zo weinig over hem.
Ik ken hem amper.
Hij lijkt zo...
anders dan ik.
Moslims.
Moslimruiters.
Niet doen, dwaas. Marco, begraaf deze.
Het kruis. - En de heilige olie. Verberg ze.
Ga weg.
Tabriz, Saracenenkamp lente 1272
Giulio, alsjeblieft.
Ik ben het: Marco.
Het spijt me, Marco.
Onze vrienden...
zouden lachen...
als ze...
mij zo zouden zien.
Ik wilde...
Ik wilde net zoals jij zijn.
Hij is dood.
Giulio is dood.
Nederlandse ondertiteling bewerkt door : Igor
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.